Wet van 21 april 1994, houdende vervanging van de Wegenverkeerswet

Type Wet
Publication 2026-01-01
State In force
Source BWB
artikelen 859
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Hoofdstuk IIA. Aanwijzing bromfietsen waarvoor geen Europese typegoedkeuring vereist is

Hoofdstuk III. Toelating en goedkeuring

§ 6. Toepasselijkheid van dit hoofdstuk op de goedkeuring voor het gebruik buiten de weg

Hoofdstuk III. Goedkeuring van voertuigen en systemen, onderdelen, technische eenheden, voertuigdelen, uitrustingsstukken en voorzieningen voor dergelijke voertuigen en aanhangwagens daarvan en van voorzieningen die ter bescherming van inzittenden van voertuigen en kwetsbare weggebruikers zijn ontworpen en gebouwd

§ 1. Algemene bepalingen

§ 2a. Goedkeuring productieprocessen

Hoofdstuk V. Gebruik van voertuigen op de weg

§ 5a. Erkenningsregeling exportdienstverlening

Artikel 96

Vervallen

Hoofdstuk VI. Rijvaardigheid en rijbevoegdheid

Afdeling 4. Aanvraag van rijbewijzen

Afdeling 5. Afgifte van rijbewijzen

Afdeling 7. Verlies van geldigheid

Afdeling 1. Rijbewijsplicht

Afdeling 2. Eisen ten aanzien van het geven van rijonderricht

Afdeling 1. Rijbewijsplicht

§ 3. Alcoholslotprogramma algemeen

§ 5. Erkenningsregelingen alcoholsloten

§ 6. Onderzoeken naar de rijvaardigheid of geschiktheid

Afdeling 6. Geldigheidsduur

§ 4. Goedkeuring van het alcoholslot

Hoofdstuk VIIA. Vakbekwaamheid bestuurders goederen- en personenvervoer over de weg

§ 3. Alcoholslotprogramma algemeen

Hoofdstuk VII. Vrijstelling en ontheffing

Hoofdstuk VIB. Intelligente vervoerssystemen op het gebied van wegvervoer

Hoofdstuk VII. Vrijstelling, ontheffing en vergunning

Hoofdstuk VIII. Kosten

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Paragraaf 1. Algemeen

Artikel 4ab

Beleidsregels omtrent de uitoefening van de bij of krachtens andere wetten dan deze wet aan het CBR opgedragen taken worden door Onze Minister vastgesteld in overeenstemming met Onze Minister(s) wie het aangaat.

Paragraaf 1. Algemeen

Artikel 4ac

Het CBR heeft een directie en een raad van toezicht.

Artikel 4ad

1.

De directie bestaat uit maximaal twee leden.

2.

Het lidmaatschap van de directie is onverenigbaar met het lidmaatschap van de raad van toezicht.

3.

In geval van schorsing of ontstentenis van een lid van de directie voorziet Onze Minister in de waarneming van diens functie.

4.

De leden van de directie worden benoemd voor een tijdvak van maximaal vier jaar en zijn aansluitend éénmalig voor een tijdvak van maximaal vier jaar herbenoembaar. In het geval van bijzondere omstandigheden binnen de organisatie van het CBR kan een lid van de directie bij afloop van de tweede benoemingstermijn terstond opnieuw worden benoemd voor een tijdvak van maximaal twee jaar.

5.

De directie stelt bij bestuursreglement haar werkwijze vast.

Artikel 4ae

1.

De directie is belast met de dagelijkse leiding van het CBR.

2.

Alle bevoegdheden van het CBR die niet bij of krachtens deze wet aan de raad van toezicht zijn opgedragen, komen toe aan de directie.

Artikel 4af

1.

De directie vertegenwoordigt het CBR in en buiten rechte.

2.

De directie kan onder haar verantwoordelijkheid de vertegenwoordiging, bedoeld in het eerste lid, opdragen aan een of meer directieleden of andere personen. Zij kan bepalen dat deze vertegenwoordiging uitsluitend betrekking heeft op bepaalde onderdelen van de taak van het CBR dan wel op bepaalde aangelegenheden.

Artikel 4ag

1.

De directie verstrekt de raad van toezicht tijdig de voor de uitoefening van diens taak benodigde inlichtingen en andere gegevens.

2.

De directe legt jaarlijks, en voorts tussentijds indien hiertoe naar het oordeel van de raad van toezicht aanleiding bestaat, aan de raad van toezicht verantwoording af over het door haar gevoerde beleid.

Artikel 4ah

1.

De raad van toezicht bestaat uit vijf leden, waaronder de voorzitter.

2.

Onze Minister benoemt, schorst en ontslaat de leden van de raad van toezicht.

3.

Onze Minister benoemt de voorzitter, gehoord de raad van toezicht.

4.

De leden van de raad van toezicht hebben op persoonlijke titel zitting in de raad en oefenen hun functie uit zonder last of ruggespraak.

5.

De raad van toezicht verschaft Onze Minister alle verlangde inlichtingen, met inachtneming van het door Onze Minister vastgestelde informatiestatuut.

Artikel 4ai

1.

De voorzitter en de overige leden van de raad van toezicht worden benoemd voor een tijdvak van vier jaren en zijn aansluitend éénmalig voor een tijdvak van vier jaren herbenoembaar.

2.

De leden van de raad van toezicht kan tussentijds op eigen verzoek, dan wel om zwaarwichtige redenen ontslag worden verleend.

3.

Zolang in een vacature van de raad van toezicht niet is voorzien, vormen de overblijvende leden de raad van toezicht, met de bevoegdheid van de volledige raad. Betreft het de vacature van de voorzitter dan wijzen de overblijvende leden uit hun midden een lid aan dat tijdelijk als voorzitter fungeert.

4.

Indien een lid wordt benoemd ter vervanging van een tussentijds opengevallen plaats, bepaalt Onze Minister het tijdvak van de benoeming.

Artikel 4aj

1.

De raad van toezicht ziet toe op de werkzaamheden van de directie en staat die met raad terzijde.

2.

Goedkeuring door de raad van toezicht behoeven in ieder geval de besluiten van de directie betreffende:

3.

Onze Minister kan bepalen dat de directie de voorafgaande instemming behoeft van de raad van toezicht voor een beslissing als bedoeld in artikel 32 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen of dat de directie, ingeval Onze Minister een beslissing als bedoeld in dat artikel aan zijn voorafgaande instemming heeft onderworpen, die beslissing pas aan hem kan voorleggen nadat de raad van toezicht heeft verklaard tegen die beslissing geen bedenkingen te hebben.

4.

De directie behoeft in elk geval de voorafgaande instemming van de raad van toezicht voor de besluiten betreffende:

5.

De in het vierde lid, onderdelen e en f genoemde besluiten behoeven de goedkeuring van Onze Minister. De goedkeuring kan worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang.

6.

De raad van toezicht kan geen rechtsgeldige besluiten nemen indien niet ten minste de meerderheid van de leden ter vergadering aanwezig is.

7.

De raad van toezicht stelt bij reglement zijn werkwijze vast. Het reglement behoeft de goedkeuring van Onze Minister.

8.

De vergaderingen van de raad van toezicht zijn niet openbaar.

Artikel 4ak

1.

Onze Minister kan aan de leden van de raad van toezicht, ten laste van het CBR, een vergoeding toekennen voor hun werkzaamheden.

2.

De leden van de raad van toezicht hebben aanspraak op vergoeding van de door hen in de uitoefening van hun functie gemaakte reis- en verblijfkosten.

3.

De raad van toezicht heeft een eigen secretariaat; de kosten daarvan komen ten laste van het CBR.

Paragraaf 4. Financiële bepalingen

Artikel 4al

De inkomsten van het CBR bestaan uit:

Artikel 4am

De hoogte van de tarieven, bedoeld in artikel 4aa, eerste lid, onderdeel p wordt gerelateerd aan de met de uitvoering van de taak redelijkerwijs gemoeide kosten.

Artikel 4an

De directie stelt bij reglement richtlijnen vast voor het voeren van een ordelijk financieel beheer van het CBR.

Artikel 4ao

Het boekjaar van het CBR valt samen met het kalenderjaar.

Artikel 4ap

1.

De directie dient het financiële meerjarenbeleidsplan, waarmee de raad van toezicht heeft ingestemd, voor 1 oktober voorafgaande aan het boekjaar, in bij Onze Minister.

2.

Bij regeling van Onze Minister kunnen regels worden gesteld over de inrichting van het financiële meerjarenbeleidsplan en kunnen aandachtspunten worden vastgesteld voor de accountantscontrole.

Artikel 4aq

1.

Onze Minister stelt regels over de uitoefening van het toezicht op het CBR door Onze Minister en de raad van toezicht.

2.

Onze Minister verstrekt het CBR de inlichtingen die het CBR voor zijn taakuitoefening redelijkerwijs nodig heeft.

3.

Onze Minister stelt een informatiestatuut vast. Het informatiestatuut bevat inhoudelijke en procedurele voorschriften met betrekking tot de informatie-uitwisseling tussen Onze Minister en het CBR.

Artikel 4ar

1.

Waar in deze wet dan wel de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen de goedkeuring van Onze Minister is vereist, verleent dan wel onthoudt deze die goedkeuring binnen zes weken na de datum van ontvangst van de aan goedkeuring onderhevige stukken.

2.

Met goedkeuring wordt gelijkgesteld het verstrijken van de in het eerste lid bedoelde termijn zonder dat de goedkeuring is verleend of onthouden.

Artikel 4as

1.

Waar ingevolge deze wet de goedkeuring dan wel de instemming door de raad van toezicht is vereist, verleent of onthoudt deze die goedkeuring dan wel die instemming binnen zes weken na de datum van ontvangst van de aan goedkeuring dan wel instemming onderhevige stukken.

2.

Met goedkeuring dan wel instemming wordt gelijkgesteld het verstrijken van de in het eerste lid bedoelde termijn zonder dat de goedkeuring dan wel de instemming is verleend of onthouden.

Artikel 4at

Zolang de begroting niet is goedgekeurd, is de directie gerechtigd gedurende ten hoogste zes maanden van het nieuwe boekjaar voor iedere maand uitgaven te doen ter grootte van 115% van een twaalfde deel van de begroting van het voorafgaande boekjaar.

Artikel 4au

Indien het CBR een bij of krachtens een andere wet dan deze wet opgedragen taak naar het oordeel van Onze Minister niet langer naar behoren verricht, kan Onze Minister de nodige voorzieningen treffen na overleg met Onze Minister wie het aangaat.

Hoofdstuk IC. Toezicht op keuringsinstellingen en onderzoeksgerechtigden

Artikel 4av

1.

Keuringsinstellingen, aangewezen ingevolge de artikelen 4aud, derde en vierde lid, en 71a en de ingevolge deze artikelen erkende onderzoeksgerechtigden en instellingen, verstrekken desgevraagd aan Onze Minister de inlichtingen die deze ten behoeve van zijn taakuitoefening nodig oordeelt. Onze Minister kan inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijze noodzakelijk is.

2.

Onze Minister kan aan de in het eerste lid bedoelde keuringsinstellingen, onderzoeksgerechtigden en instellingen aanwijzingen van algemene aard geven met betrekking tot de uitvoering van de taak waarvoor zij zijn aangewezen.

3.

Onze Minister kan tarieven vaststellen die de in het eerste lid bedoelde keuringsinstellingen, onderzoeksgerechtigden en instellingen ten hoogste mogen berekenen voor de door hen verrichte werkzaamheden in het kader van de uitvoering van de taak waarvoor zij zijn aangewezen. Daarbij kunnen voor verschillende werkzaamheden verschillende tarieven worden vastgesteld.

4.

Indien een keuringsinstelling als bedoeld in het eerste lid naar het oordeel van Onze Minister haar taak verwaarloost, kan Onze Minister de aanwijzing intrekken.

5.

Over de uitoefening van het toezicht op keuringsinstellingen, onderzoeksgerechtigden en instellingen als bedoeld in het eerste lid kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur nadere regels worden gesteld.

Hoofdstuk II. Verkeersgedrag

Hoofdstuk IIA. Aanwijzing bromfietsen waarvoor geen Europese typegoedkeuring vereist is

Hoofdstuk IV. Kentekens en kentekenbewijzen

§ 2. Kentekens

Artikel 66a

Vervallen

Artikel 66b

Vervallen

Artikel 66c

Vervallen

Artikel 66d

Vervallen

Artikel 66e

Vervallen

Hoofdstuk IVA. Registratie van fietsen en andere mobiele objecten

Hoofdstuk IVB. Tellerstanden

§ 1. Algemene bepalingen

Artikel 92

Vervallen

Artikel 92

Vervallen

Artikel 92

Vervallen

Artikel 93

Vervallen

Artikel 94

Vervallen

Hoofdstuk VI. Rijvaardigheid en rijbevoegdheid

Afdeling 1. Rijbewijsplicht

Afdeling 1. Rijbewijsplicht

Afdeling 1. Rijbewijsplicht

Afdeling 3. Algemene voorwaarden met betrekking tot de verkrijging van rijbewijzen

Afdeling 3. Algemene voorwaarden met betrekking tot de verkrijging van rijbewijzen

Afdeling 5. Afgifte van rijbewijzen

Afdeling 8a. Registratie van gegevens in verband met de oplegging van een alcoholslotprogramma

Afdeling 7. Verlies van geldigheid

§ 1. Algemeen

§ 2. Educatieve maatregelen ter bevordering van de rijvaardigheid of geschiktheid

§ 2. Educatieve maatregelen ter bevordering van de rijvaardigheid of geschiktheid

§ 3. Alcoholslotprogramma algemeen

Afdeling 9. Maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid

§ 6. Onderzoeken naar de rijvaardigheid of geschiktheid

§ 6. Onderzoeken naar de rijvaardigheid of geschiktheid

§ 6. Onderzoeken naar de rijvaardigheid of geschiktheid

§ 1. Algemene bepalingen

§ 3. Europese elektronische tolheffingsdienst

§ 4. Nadere regelgeving

Hoofdstuk VIII. Kosten

Hoofdstuk VIII. Kosten

Hoofdstuk IX. Handhaving

Hoofdstuk IX. Handhaving

Hoofdstuk X. Last onder bestuursdwang

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 4z1

Bij de toepassing van de taken op het gebied van de beoordeling van de rijvaardigheid, neemt het CBR de bij ministeriële regeling aangewezen richtlijn, of de aangewezen onderdelen daarvan, in acht.

Paragraaf 3. De organen

Paragraaf 4. Financiële bepalingen

Hoofdstuk IC. Toezicht op keuringsinstellingen en onderzoeksgerechtigden

Hoofdstuk II. Verkeersgedrag

Hoofdstuk IIA. Aanwijzing bromfietsen waarvoor geen Europese typegoedkeuring vereist is

§ 2. Verbodsbepalingen

§ 3. Individuele goedkeuring

§ 1. Algemene bepalingen

§ 3. Registratie van kentekens

Hoofdstuk IV. Kentekens en kentekenbewijzen

§ 2. Kentekens

Hoofdstuk IVA. Registratie van fietsen en andere mobiele objecten

Hoofdstuk IVB. Tellerstanden

Artikel 95

Vervallen

§ 8. Erkenningsregeling wijziging goedkeuring voertuigen

Afdeling 1. Rijbewijsplicht

Afdeling 2. Eisen ten aanzien van het geven van rijonderricht

Afdeling 2. Eisen ten aanzien van het geven van rijonderricht

Afdeling 3. Algemene voorwaarden met betrekking tot de verkrijging van rijbewijzen

Afdeling 7. Verlies van geldigheid

Afdeling 3. Algemene voorwaarden met betrekking tot de verkrijging van rijbewijzen

Afdeling 8a. Registratie van gegevens in verband met de oplegging van een alcoholslotprogramma

§ 1. Algemeen

§ 2. Educatieve maatregelen ter bevordering van de rijvaardigheid of geschiktheid

§ 3. Alcoholslotprogramma algemeen

Afdeling 10. Bromfietscertificaat

§ 5. Erkenningsregelingen alcoholsloten

§ 6. Onderzoeken naar de rijvaardigheid of geschiktheid

§ 3. Europese elektronische tolheffingsdienst

§ 1. Algemene bepalingen

Hoofdstuk VIA. Interoperabiliteit van elektronische heffingssystemen

§ 3. Europese elektronische tolheffingsdienst

§ 4. Nadere regelgeving

Hoofdstuk VIII. Kosten

Hoofdstuk VIII. Kosten

Hoofdstuk XI. Strafbepalingen

Hoofdstuk XII. Civiele aansprakelijkheid

Hoofdstuk X. Last onder bestuursdwang

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Hoofdstuk V. Gebruik van voertuigen op de weg

Artikel 96

Vervallen

§ 4. Geldigheid keuringsbewijzen

Afdeling 4. Aanvraag van rijbewijzen

Afdeling 4. Aanvraag van rijbewijzen

Afdeling 5. Afgifte van rijbewijzen

Afdeling 8. Registratie van gegevens met betrekking tot rijbewijzen

§ 1. Algemeen

§ 3. Alcoholslotprogramma algemeen

Afdeling 10. Bromfietscertificaat

Hoofdstuk VIA. Interoperabiliteit van elektronische heffingssystemen

§ 3. Europese elektronische tolheffingsdienst

§ 2. Technologische eisen

Hoofdstuk VIA. Interoperabiliteit van elektronische heffingssystemen

§ 4. Nadere regelgeving

Hoofdstuk X. Last onder bestuursdwang

Hoofdstuk IX. Handhaving

Hoofdstuk IX. Handhaving

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 51a

1.

Een tenaamstelling in het kentekenregister vervalt overeenkomstig bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde regels.

2.

Een tenaamstelling in het kentekenregister wordt overeenkomstig bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde regels vervallen verklaard:

3.

Onverminderd het eerste en tweede lid, kan een tenaamstelling vervallen worden verklaard:

4.

De Dienst Wegverkeer kan een vervallen verklaarde tenaamstelling laten herleven, dan wel laten herleven voor het rijden over de weg, indien de reden voor vervallenverklaring is komen te vervallen.

5.

In bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen gevallen kan worden bepaald dat een tenaamstelling na verloop van bij die algemene maatregel van bestuur te bepalen tijdsperiode van rechtswege vervalt.

§ 4b. Kentekenbewijzen

Artikel 52a

1.

Ter bevestiging van de inschrijving in het kentekenregister en tenaamstelling bedoeld in artikel 48, eerste lid, wordt door de Dienst Wegverkeer een kentekenbewijs afgegeven.

2.

De Dienst Wegverkeer verstrekt tevens ten behoeve van wijziging van de tenaamstelling een tenaamstellingscode aan degene aan wie het kentekenbewijs is afgegeven.

3.

Uitreiking van het kentekenbewijs of een deel daarvan en verstrekking van de tenaamstellingscode vindt plaats op bij ministeriële regeling te bepalen wijze.

Artikel 52b

De Dienst Wegverkeer brengt aantekeningen aan in dan wel verwijdert aantekeningen uit het kentekenregister, respectievelijk brengt aantekeningen aan op het kentekenbewijs dan wel verwijdert aantekeningen van het kentekenbewijs, voor zover dat bij of krachtens deze wet is voorgeschreven of mogelijk is gemaakt, dan wel voor de goede uitvoering van deze wet wenselijk is.

Artikel 52c

1.

Een kentekenbewijs verliest zijn geldigheid door:

2.

In bij algemene maatregel van bestuur bepaalde gevallen kan een kentekenbewijs op verzoek van de eigenaar of houder van een motorvoertuig tegen betaling, op een door de Dienst Wegverkeer vastgestelde wijze, van het daarvoor door deze dienst vastgestelde tarief, door deze dienst ongeldig worden verklaard.

3.

De Dienst Wegverkeer kan verlangen dat een kentekenbewijs dat zijn geldigheid heeft verloren binnen een daarbij bepaalde termijn bij deze dienst wordt ingeleverd.

4.

De Dienst Wegverkeer kan een ongeldig verklaard kentekenbewijs geldig verklaren, indien de reden voor ongeldigverklaring is komen te vervallen.

5.

Onverminderd het eerste lid, onderdeel d, behoudt het kentekenbewijs zijn geldigheid ten behoeve van de wijziging van de tenaamstelling.

Artikel 61a

Vervallen

Artikel 61b

Vervallen

Artikel 61c

Vervallen

Artikel 61d

Vervallen

Artikel 61e

Vervallen

Artikel 70m

Het is eenieder verboden om de tellerstand van bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde categorieën motorrijtuigen die dienen te zijn ingeschreven en tenaamgesteld zodanig te wijzigen of te doen wijzigen of de werking van de kilometerteller zodanig te beïnvloeden of te doen beïnvloeden dat de op de teller aangegeven afstand niet overeenkomt met de door dat motorrijtuig werkelijk afgelegde afstand.

Artikel 70n

1.

Door de Dienst Wegverkeer erkende bedrijven verstrekken in bij algemene maatregel van bestuur te bepalen gevallen aan de Dienst Wegverkeer de tellerstand van een motorrijtuig dat dient te zijn ingeschreven en tenaamgesteld.

2.

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de wijze waarop de tellerstand wordt verstrekt.

Hoofdstuk V. Gebruik van voertuigen op de weg

Artikel 92

Vervallen

§ 9a. Erkenningsregeling keuring van schadevoertuigen

Afdeling 2. Eisen ten aanzien van het geven van rijonderricht

Afdeling 1. Rijbewijsplicht

Afdeling 6. Geldigheidsduur

Afdeling 8. Registratie van gegevens met betrekking tot rijbewijzen

Afdeling 8. Registratie van gegevens met betrekking tot rijbewijzen

Afdeling 8a. Registratie van gegevens in verband met de oplegging van een alcoholslotprogramma

§ 1. Algemeen

§ 5. Erkenningsregelingen alcoholsloten

§ 4. Goedkeuring van het alcoholslot

§ 4. Goedkeuring van het alcoholslot

Afdeling 10. Bromfietscertificaat

§ 4. Nadere regelgeving

§ 1. Algemene bepalingen

§ 1. Algemene bepalingen

§ 3. Europese elektronische tolheffingsdienst

Hoofdstuk VIB. Intelligente vervoerssystemen op het gebied van wegvervoer

§ 1. Algemene bepalingen

§ 1. Algemene bepalingen

Hoofdstuk VIII. Kosten

Hoofdstuk VIII. Kosten

Hoofdstuk VIII. Kosten

Hoofdstuk IX. Handhaving

Hoofdstuk XIII. Slotbepalingen

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 16a

1.

Onze Minister stelt, na overleg met de betrokken openbare lichamen en eigenaren van wegen, ontwerpen vast voor de bewegwijzering.

2.

Een ontwerp bevat:

3.

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld inzake de inhoud van een ontwerp en de uitvoering van het eerste lid.

Artikel 16b

1.

Onze Minister houdt een register bij waarin gegevens worden verwerkt inzake ontwerpen voor bewegwijzering, alsmede de uitvoering daarvan.

2.

Het openbaar lichaam dat het beheer heeft over de weg waarop het ontwerp betrekking heeft of waarvoor het ontwerp mogelijk gevolgen heeft, of, indien geen openbaar lichaam het beheer heeft, de eigenaar van die weg, verstrekt aan Onze Minister de gegevens:

3.

Onze Minister verstrekt gegevens uit het register aan de in het tweede lid bedoelde openbare lichamen of eigenaren voor de uitvoering van hun publieke taken. Openbare gegevens uit het register waarop geen intellectuele eigendomsrechten van derden rusten, worden tevens beschikbaar gesteld voor hergebruik als bedoeld in de Wet hergebruik van overheidsinformatie, zonder dat een daartoe strekkend verzoek als bedoeld in die wet hoeft te worden ingediend.

4.

Bij ministeriële regeling kunnen ter uitvoering van het eerste tot en met het derde lid nadere regels worden gesteld.

Hoofdstuk III. Toelating en goedkeuring

Hoofdstuk IV. Kentekens en kentekenbewijzen

§ 3. Registratie van kentekens

Hoofdstuk V. Gebruik van voertuigen op de weg

Hoofdstuk V. Gebruik van voertuigen op de weg

§ 9. Keuring na verval tenaamstelling

Afdeling 1. Rijbewijsplicht

Afdeling 5. Afgifte van rijbewijzen

Afdeling 5. Afgifte van rijbewijzen

Afdeling 5. Afgifte van rijbewijzen

Afdeling 8. Registratie van gegevens met betrekking tot rijbewijzen

Afdeling 8a. Registratie van gegevens in verband met de oplegging van een alcoholslotprogramma

Afdeling 8. Registratie van gegevens met betrekking tot rijbewijzen

§ 2. Educatieve maatregelen ter bevordering van de rijvaardigheid of geschiktheid

§ 4. Goedkeuring van het alcoholslot

Afdeling 10. Bromfietscertificaat

Hoofdstuk VIB. Intelligente vervoerssystemen op het gebied van wegvervoer

§ 2. Technologische eisen

Hoofdstuk VII. Vrijstelling, ontheffing en vergunning

Artikel 149c

In afwijking van artikel 149, eerste lid, kan uitsluitend door Onze Minister ontheffing worden verleend of geweigerd van het bepaalde krachtens artikel 16, vierde lid, overeenkomstig bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vastgestelde regels.

Hoofdstuk VIIA. Vakbekwaamheid bestuurders goederen- en personenvervoer over de weg

§ 1. Algemene bepalingen

§ 3. Kwalificatiekaart bestuurder

Hoofdstuk VIII. Kosten

Artikel 153a

1.

De kosten voor het door Onze Minister:

komen voor rekening van het openbaar lichaam dat het beheer heeft over de weg waarop het ontwerp betrekking heeft of, indien geen openbaar lichaam het beheer heeft, de eigenaar van die weg.

2.

Onze Minister stelt na overleg met door hem aangewezen representatieve organisaties van wegbeheerders het tarief vast dat dient ter dekking van de krachtens het eerste lid inzake bewegwijzering aan Onze Minister verschuldigde kosten.

Hoofdstuk XI. Strafbepalingen

Hoofdstuk XI. Strafbepalingen

Hoofdstuk X. Bestuurlijke handhaving

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 111a

1.

Indien het rijbewijs voor de rijbewijscategorie B wordt aangevraagd door een aanvrager die op het tijdstip van de aanvraag nog niet de krachtens artikel 111, eerste lid, onderdeel a, vastgestelde minimumleeftijd voor het besturen van motorrijtuigen van die rijbewijscategorie heeft bereikt, maar wel de leeftijd van 17 jaar, worden in aanvulling op de in dan wel krachtens de artikelen 111 tot en met 113, 116 tot en met 118a, en 120a tot en met 122, gestelde voorwaarden bij algemene maatregel van bestuur aanvullende voorwaarden gesteld aan de aanvraag en het verkrijgen van dat rijbewijs. Deze aanvullende voorwaarden hebben onder meer betrekking op:

2.

Op de in het eerste lid, onderdeel a, bedoelde aanvraag van de begeleiderspas is artikel 114 van overeenkomstige toepassing.

3.

Het is een houder van een op basis van het eerste lid afgegeven rijbewijs verboden om tot het bereiken van de leeftijd van achttien jaren een motorrijtuig van de categorie B te besturen:

4.

De begeleiderspas verliest van rechtswege zijn geldigheid:

5.

Een begeleiderspas wordt door de Dienst Wegverkeer ongeldig verklaard indien:

6.

De ongeldigverklaring is van kracht met ingang van de zevende dag na die waarop het besluit tot ongeldigverklaring aan de houder van de begeleiderspas bekend is gemaakt.

7.

De begeleiderspas dient:

Artikel 111b

Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels vastgesteld waaraan de begeleider tijdens het begeleiden voldoet. Deze regels kunnen alleen het rijbewijs en het verkeersgedrag van de begeleider betreffen.

Afdeling 6. Geldigheidsduur

Afdeling 8a. Registratie van gegevens in verband met de oplegging van een alcoholslotprogramma

Afdeling 9. Maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid

Afdeling 10. Bromfietscertificaat

Hoofdstuk VIA. Interoperabiliteit van elektronische heffingssystemen

§ 1. Algemene bepalingen

Hoofdstuk XI. Strafbepalingen

Hoofdstuk XI. Strafbepalingen

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 125a

1.

Voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder overheidsorgaan een bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1:1, eerste lid, onderdeel a, van de Algemene wet bestuursrecht.

2.

In aanvulling op het eerste lid wordt onder overheidsorgaan mede verstaan de bij ministeriële regeling aangewezen personen of instanties die een publieke taak uitoefenen, voor zover die aanwijzing naar het oordeel van Onze Minister noodzakelijk is met het oog op een goede uitoefening van hun publieke taak.

Afdeling 9. Maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid

Afdeling 9. Maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid

§ 3. Alcoholslotprogramma algemeen

Afdeling 10. Bromfietscertificaat

Hoofdstuk VII. Vrijstelling, ontheffing en vergunning

§ 2. Technologische eisen

Hoofdstuk VIIA. Vakbekwaamheid bestuurders goederen- en personenvervoer over de weg

§ 1. Algemene bepalingen

§ 2. Getuigschrift van vakbekwaamheid en getuigschrift van nascholing

Hoofdstuk VIII. Kosten

Hoofdstuk X. Bestuurlijke handhaving

Hoofdstuk XII. Civiele aansprakelijkheid

Hoofdstuk XII. Civiele aansprakelijkheid

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 149aa

1.

Voor het uitvoeren van een experiment op de weg met motorrijtuigen waarvoor een goedkeuring voor nieuwe technologieën of nieuwe concepten, als bedoeld in een EU-kaderverordening in verband met de goedkeuring van motorvoertuigen of krachtens artikel 21, tweede lid, onderdeel a, is vereist en waarvan de bestuurder zich niet in het motorrijtuig bevindt, is een vergunning vereist van Onze Minister na overleg met Onze Minister van Justitie en Veiligheid.

2.

Artikel 149a, tweede lid, is niet van toepassing.

3.

Bij de vergunning, bedoeld in het eerste lid, kan voor zover noodzakelijk voor het uitvoeren van een experiment ontheffing worden verleend van een of meer bepalingen van:

4.

Een vergunning met een ontheffing als bedoeld in het derde lid wordt verleend in overeenstemming met Onze Minister die het aangaat.

5.

De vergunning kan in ieder geval worden geweigerd als:

6.

De vergunning wordt aan de Dienst Wegverkeer, de toezichthouders, bedoeld in artikel 159, onder a, en de betrokken wegbeheerders gezonden.

7.

Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over bij welk bestuursorgaan de aanvraag wordt ingediend, de wijze waarop de aanvraag geschiedt, de door de aanvrager bij de aanvraag te verstrekken gegevens en bescheiden, de termijn waarbinnen op de aanvraag wordt beslist en over de toezending, bedoeld in het zesde lid.

8.

De kosten die samenhangen met de behandeling van de aanvraag om en de verlening van de vergunning, alsmede de kosten die samenhangen met het verrichten van onderzoeken en met daarbij behorende afgifte van documenten ten behoeve van de vergunningverlening worden ten laste gebracht van de aanvrager.

Artikel 149ab

1.

De vergunning voor een experiment als bedoeld in artikel 149aa, eerste lid, wordt verleend voor een periode van ten hoogste drie jaar.

2.

Bij de vergunning wordt in ieder geval bepaald:

3.

Onze Minister kan onverminderd artikel 149b, vijfde lid, de vergunning intrekken indien de vergunninghouder de aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen niet naleeft en als naar zijn oordeel de verkeersveiligheid als gevolg van of mede als gevolg van het experiment in gevaar komt.

4.

Onze Minister evalueert het experiment en stelt daarvan een verslag op.

§ 2. Getuigschrift van vakbekwaamheid en getuigschrift van nascholing

Hoofdstuk IX. Handhaving

Hoofdstuk IX. Handhaving

Hoofdstuk XI. Strafbepalingen

Hoofdstuk XIII. Slotbepalingen

Artikel 186b

Rijbewijzen, getuigschriften van vakbekwaamheid, getuigschriften van nascholing, nationale certificaten als bedoeld in artikel 151c, vierde lid, onderdeel b, en certificaten aantonende dat de bestuurder de basiskwalificatie heeft behaald, de nascholing heeft afgerond, of een aantal uren nascholing heeft gevolgd, maar nog niet heeft afgerond, die vóór het tijdstip van terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie zijn afgegeven door de daartoe bevoegde autoriteit van het Verenigd Koninkrijk in het kader van Richtlijn 2006/126/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 betreffende het rijbewijs (PbEU 2006, L 403) of Richtlijn 2003/59/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 juli 2003 betreffende de vakbekwaamheid en de opleiding en nascholing van bestuurders van bepaalde voor goederen- en personenvervoer over de weg bestemde voertuigen, tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 3820/85 van de Raad en Richtlijn 91/439/EEG van de Raad en tot intrekking van Richtlijn 76/914/EEG van de Raad (PbEU 2003, L 226) worden ten behoeve van de uitvoering of handhaving van bij of krachtens deze wet gestelde bepalingen met ingang van dat tijdstip niet langer aangemerkt als documenten die zijn afgegeven door een daartoe bevoegde autoriteit in een andere lidstaat van de Europese Unie.

Artikel 186c

1.

In afwijking van artikel 4aub, eerste lid, wordt een basiserkenning van rechtswege verleend aan de natuurlijke personen en rechtspersonen aan wie op het tijdstip direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Wet van 10 mei 2023 tot wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 in verband met de modernisering van het erkenningenstelsel, het verbeteren van de handhaafbaarheid en enkele andere wijzigingen (Stb. 2023, 195) een erkenning als bedoeld in de artikelen 61a, 62, 66a, 70a, 83, 92, 100 en 106a van de Wegenverkeerswet 1994 zoals die luidden op dat tijdstip was verleend.

2.

Erkenningen die op het tijdstip direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Wet van 10 mei 2023 tot wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 in verband met de modernisering van het erkenningenstelsel, het verbeteren van de handhaafbaarheid en enkele andere wijzigingen (Stb. 2023, 195) waren verleend op grond van de artikelen 61a, 62, 66a, 70a, 83, 92, 100 en 106a van deze wet zoals die luidden voor de inwerkingtreding van de genoemde wet, berusten op artikel 4aud, eerste lid. De eerste zin is van overeenkomstige toepassing op de bevoegdheden bedoeld in artikel 62, tweede lid, van deze wet zoals die luidden voor de inwerkingtreding van de genoemde wet, die na de inwerkingtreding worden aangemerkt als erkenningen voor specifieke handelingen.

3.

In afwijking van artikel 4aub, eerste lid, onderdeel b, overlegt de natuurlijke persoon of rechtspersoon, bedoeld in het eerste lid, voor het eerst een verklaring omtrent het gedrag:

4.

In afwijking van artikel 4auc, eerste lid, vangt de daarin genoemde termijn van drie jaar aan op de datum waarop voor het eerst een verklaring omtrent het gedrag is overgelegd.

5.

Bevoegdheden die op het tijdstip direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Wet van 10 mei 2023 tot wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 in verband met de modernisering van het erkenningenstelsel, het verbeteren van de handhaafbaarheid en enkele andere wijzigingen (Stb. 2023, 195) waren verleend op grond van artikel 85a van deze wet zoals die luidden voor de inwerkingtreding van de genoemde wet, berusten op artikel 4aue, tweede lid.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 5a

1.

Het is een ieder verboden opzettelijk zich zodanig in het verkeer te gedragen dat de verkeersregels in ernstige mate worden geschonden, indien daarvan levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is. Als zodanige verkeersgedragingen kunnen de volgende gedragingen worden aangemerkt:

2.

Bij de toepassing van het eerste lid wordt mede in aanmerking genomen de mate waarin de verdachte verkeerde in de toestand, bedoeld in artikel 8, eerste, tweede, derde, vierde of vijfde lid.

Hoofdstuk IIA. Aanwijzing bromfietsen waarvoor geen Europese typegoedkeuring vereist is

Hoofdstuk III. Toelating en goedkeuring

Hoofdstuk IV. Kentekens en kentekenbewijzen

§ 2. Kentekens

§ 4c. Erkenningsregeling tenaamstelling

§ 5a. Erkenningsregeling exportdienstverlening

Hoofdstuk V. Gebruik van voertuigen op de weg

Afdeling 2. Eisen ten aanzien van het geven van rijonderricht

Afdeling 9. Maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid

Afdeling 10. Bromfietscertificaat

Hoofdstuk VII. Vrijstelling, ontheffing en vergunning

§ 4. Nadere regelgeving

Hoofdstuk VIIA. Vakbekwaamheid bestuurders goederen- en personenvervoer over de weg

Hoofdstuk VIIA. Vakbekwaamheid bestuurders goederen- en personenvervoer over de weg

§ 2. Getuigschrift van vakbekwaamheid en getuigschrift van nascholing

§ 2. Getuigschrift van vakbekwaamheid en getuigschrift van nascholing

Hoofdstuk VIII. Kosten

Hoofdstuk IX. Handhaving

Hoofdstuk VIII. Kosten

Hoofdstuk XI. Strafbepalingen

Hoofdstuk XII. Civiele aansprakelijkheid

Hoofdstuk XIII. Slotbepalingen

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 20c

Vervallen

Artikel 20d

Vervallen

Artikel 20e

Vervallen

Artikel 20f

Vervallen

Artikel 20g

Vervallen

Artikel 20h

Vervallen

Hoofdstuk III. Goedkeuring van voertuigen en systemen, onderdelen, technische eenheden, voertuigdelen, uitrustingsstukken en voorzieningen voor dergelijke voertuigen en aanhangwagens daarvan en van voorzieningen die ter bescherming van inzittenden van voertuigen en kwetsbare weggebruikers zijn ontworpen en gebouwd

Hoofdstuk V. Gebruik van voertuigen op de weg

Afdeling 2. Eisen ten aanzien van het geven van rijonderricht

Afdeling 8. Registratie van gegevens met betrekking tot rijbewijzen

Afdeling 10. Bromfietscertificaat

§ 3. Europese elektronische tolheffingsdienst

§ 1. Algemene bepalingen

§ 3. Europese elektronische tolheffingsdienst

§ 2. Getuigschrift van vakbekwaamheid en getuigschrift van nascholing

Hoofdstuk VIIA. Vakbekwaamheid bestuurders goederen- en personenvervoer over de weg

Artikel 158a

1.

Onder toezicht bedoeld in artikel 158, eerste lid, wordt voor de toepassing van de artikelen 25, 27, de bij of krachtens artikel 29, genoemde artikelen van een EU-verordening of -richtlijn in verband met de goedkeuring van motorvoertuigen, en de artikelen 29a, 30, 30a, 34, 34a en 35 van deze wet en van verordening (EU) 2019/1020 en verordening (EU) 2020/740 tevens verstaan markttoezicht.

2.

Titel 5.2 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing voor zover door de bij besluit van Onze Minister aangewezen personen als bedoeld in artikel 158, eerste lid, bijstand verlenen aan een markttoezichtautoriteit als bedoeld in artikel 3, onderdeel 4, van verordening (EU) 2019/1020 uit een andere lidstaat van de Europese Unie op grond van artikel 22 of artikel 23 van die verordening.

§ 1. Last onder bestuursdwang

Artikel 169a

1.

Onverminderd artikel 169 is de Dienst Wegverkeer bevoegd tot het opleggen van een last onder bestuursdwang ter handhaving van de verplichtingen en verboden in de bij of krachtens artikel 29, derde lid, en 31, genoemde artikelen van een EU-verordening of -richtlijn in verband met de goedkeuring van motorvoertuigen alsmede van de bij of krachtens de artikelen 25, 27 en 30, derde lid bedoelde verplichtingen en verboden.

2.

Onverminderd artikel 169 is de Dienst Wegverkeer bevoegd tot het opleggen van een last onder bestuursdwang ter handhaving van de verplichtingen en verboden in artikel 4aui alsmede van de bij of krachtens de artikelen 4aud, tweede lid, en 4aue, derde lid, bedoelde voorwaarden voor het behouden van een erkenning voor specifieke handelingen respectievelijk van een bevoegdheid als bedoeld in artikel 4aue, voor zover dat bij of krachtens algemene maatregel van bestuur is bepaald.

§ 2. Bestuurlijke boete

Artikel 174a

Vervallen

Artikel 174b

1.

De Dienst Wegverkeer kan in verband met het verlenen van een goedkeuring als bedoeld in artikel 21, tweede lid, of de schorsing of intrekking van een goedkeuring, aan degene die handelt in strijd met de verplichtingen en verboden in de bij of krachtens artikel 29, derde lid, en 31, genoemde artikelen van een EU-verordening of -richtlijn in verband met de goedkeuring van motorvoertuigen of met de bij of krachtens in de artikelen 21, derde lid, onderdeel b, 25, 27, en 30, derde lid, bedoelde verplichtingen en verboden, een bestuurlijke boete opleggen.

2.

De bestuurlijke boete die voor een overtreding van de bij of krachtens artikel 31 genoemde artikelen van een EU-verordening in verband met de goedkeuring van motorvoertuigen kan worden opgelegd, komt overeen met ten hoogste een boete van de vierde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht.

3.

De bestuurlijke boete die voor een overtreding van de bij of krachtens artikel 29, derde lid, genoemde artikelen van een EU-verordening of -richtlijn in verband met de goedkeuring van motorvoertuigen, artikel 21, derde lid, onderdeel b, 25, 27 of 30, derde lid, kan worden opgelegd, komt overeen met ten hoogste een boete van de vijfde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht.

4.

De op te leggen bestuurlijke boete kan met maximaal 50% worden verhoogd, indien binnen een periode van 48 maanden tweemaal voor een zelfde feit, elk afzonderlijk in een periode van maximaal 24 maanden voorafgaand aan dat feit, een boete is opgelegd en onherroepelijk is geworden.

Artikel 174c

1.

Onverminderd 174b kan Onze Minister in verband met het markttoezicht, bedoeld in artikel 158a, aan degene die handelt in strijd met de verplichtingen en verboden in de bij of krachtens artikel 29 genoemde artikelen van een EU-verordening of -richtlijn in verband met de goedkeuring van motorvoertuigen, of met de bij of krachtens de in de artikelen 25, 27, 29a, 30, 30a, 34, 34a en 35 bedoelde verplichtingen en verboden, een bestuurlijke boete opleggen.

2.

De bestuurlijke boete die voor een overtreding van artikel 34 of artikel 34a kan worden opgelegd, komt overeen met ten hoogste een boete van de tweede categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht.

3.

De bestuurlijke boete die voor een overtreding van de bij of krachtens artikel 29, tweede lid, genoemde artikelen van een EU-verordening in verband met de goedkeuring van motorvoertuigen of artikel 30, tweede lid, kan worden opgelegd, komt overeen met ten hoogste een boete van de derde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht.

4.

De bestuurlijke boete die voor een overtreding van de bij of krachtens artikel 29, eerste lid, genoemde artikelen van een EU-verordening of -richtlijn in verband met de goedkeuring van motorvoertuigen of artikel 30, eerste lid, kan worden opgelegd, komt overeen met ten hoogste een boete van de vierde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht.

5.

De bestuurlijke boete die voor een overtreding van de bij of krachtens artikel 29, derde lid, genoemde artikelen van een EU-verordening of -richtlijn in verband met de goedkeuring van motorvoertuigen, of de artikelen 25, 27, 29a, 30, derde lid, of 35 kan worden opgelegd, komt overeen met ten hoogste een boete van de vijfde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht.

6.

De op te leggen bestuurlijke boete kan met maximaal 50% worden verhoogd, indien binnen een periode van 48 maanden tweemaal voor een zelfde feit, elk afzonderlijk in een periode van maximaal 24 maanden voorafgaand aan dat feit, een boete is opgelegd en onherroepelijk is geworden.

Hoofdstuk XII. Civiele aansprakelijkheid

Hoofdstuk X. Bestuurlijke handhaving

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 151ia

Een kwalificatiekaart bestuurder dient:

Artikel 151ib

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)