Wijzigingsgeschiedenis
Besluit van 29 juli 1994, houdende regels ter uitvoering van de artikelen 3, eerste en derde lid, 22, tweede lid, en 35 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften
8 versions
· 2018-01-01
2018-01-01
Besluit administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften — ar
2014-06-07
Besluit administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften — ar
2013-01-01
Besluit administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften — ar
2009-07-01
Besluit administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften
2009-03-27
Besluit administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften — ar
2006-09-08
Besluit administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften — ar
Wijzigingen op 2006-09-08
@@ -22,7 +22,7 @@
- c. Onze Minister: Onze Minister van Justitie;
- d. bevoegde ambtenaar: de ambtenaar, bedoeld in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006847¶graaf=2&artikel=2&z=2001-07-15&g=2001-07-15) van dit besluit;
- d. bevoegde ambtenaar: de ambtenaar, bedoeld in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006847¶graaf=2&artikel=2&z=2006-09-08&g=2006-09-08) van dit besluit;
- e. hoofdofficier van justitie: de officier van justitie, hoofd van het arrondissementsparket;
@@ -30,15 +30,15 @@
2. Als korpschef in de zin van dit besluit wordt aangemerkt met betrekking tot:
- a. de ambtenaren, bedoeld in [artikel 2, eerste lid, onder **a** en **b**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006847¶graaf=2&artikel=2&z=2001-07-15&g=2001-07-15): de korpschef van het politiekorps waarbij zij in dienst zijn, dan wel hun praktijkstage vervullen;
- a. de ambtenaren, bedoeld in [artikel 2, eerste lid, onder **a** en **b**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006847¶graaf=2&artikel=2&z=2006-09-08&g=2006-09-08): de korpschef van het politiekorps waarbij zij in dienst zijn, dan wel hun praktijkstage vervullen;
- b. de ambtenaren, bedoeld in [artikel 2, eerste lid, onder **c**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006847¶graaf=2&artikel=2&z=2001-07-15&g=2001-07-15):
- b. de ambtenaren, bedoeld in [artikel 2, eerste lid, onder **c**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006847¶graaf=2&artikel=2&z=2006-09-08&g=2006-09-08):
- 1. voor de toepassing van [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006847¶graaf=2&artikel=3&z=2001-07-15&g=2001-07-15): de betrokken districtscommandant,
- 1. voor de toepassing van [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006847¶graaf=2&artikel=3&z=2006-09-08&g=2006-09-08): de betrokken districtscommandant,
- 2. voor de toepassing van de overige artikelen: de commandant van de Koninklijke marechaussee;
- c. de ambtenaren, bedoeld in [artikel 2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006847¶graaf=2&artikel=2&z=2001-07-15&g=2001-07-15): het hoofd van de organisatie, waarbij zij werkzaam zijn.
- c. de ambtenaren, bedoeld in [artikel 2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006847¶graaf=2&artikel=2&z=2006-09-08&g=2006-09-08): het hoofd van de organisatie, waarbij zij werkzaam zijn.
3. In dit besluit wordt verstaan onder «toezichthouder» respectievelijk «direct toezichthouder» hetgeen daaronder wordt verstaan in [artikel 1 van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007013&artikel=1).
@@ -46,21 +46,19 @@
##### Artikel 2
1. Met het toezicht op de naleving, bedoeld in [artikel 3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004581&artikel=3), van de wet zijn belast:
1. Met het toezicht op de naleving, bedoeld in [artikel 3, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004581&artikel=3) zijn belast:
- a. de ambtenaren van politie, bedoeld in [artikel 141, aanhef en onder **b**, van het Wetboek van Strafvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=141);
- a. de ambtenaren van politie, bedoeld in [artikel 141, aanhef en onder b, van het Wetboek van Strafvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=141);
- b. de ambtenaren die een basisopleiding volgen aan een onderwijsinstelling, ressorterend onder het Landelijk selectie- en opleidingsinstituut politie, uitsluitend gedurende hun praktijkstage bij een politiekorps; en
- c. de militairen van de Koninklijke marechaussee, bedoeld in [artikel 141, aanhef en onder **c**, van het Wetboek van Strafvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=141), voor de gevallen, waarin deze militairen zijn belast met de uitvoering van de politietaken, bedoeld in [artikel 6, eerste lid, onder **b**, **c**, **d**, **e**, en **f**, van de Politiewet 1993](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006299&artikel=6).
- c. de militairen van de Koninklijke marechaussee, bedoeld in [artikel 141, aanhef en onder c, van het Wetboek van Strafvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=141), voor de gevallen, waarin deze militairen zijn belast met de uitvoering van de politietaken, bedoeld in [artikel 6, eerste lid, onder b, c, d, e, en f, van de Politiewet 1993](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006299&artikel=6).
2. Met het toezicht op de naleving, bedoeld in [artikel 3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004581&artikel=3), van de wet zijn mede belast:
2. Met het toezicht op de naleving, bedoeld in [artikel 3, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004581&artikel=3) zijn mede belast:
- a. de buitengewoon opsporingsambtenaren, bedoeld in [artikel 142, eerste lid, onder **a** en **b**, van het Wetboek van Strafvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=142), voor zover deze ambtenaren krachtens de akte of aanwijzing, de bevoegdheid hebben tot het opsporen van alle strafbare feiten, dan wel tot het opsporen van de bij of krachtens de [Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622), de [Provinciewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005645) of de [Gemeentewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005416) strafbaar gestelde feiten;
- a. de buitengewoon opsporingsambtenaren, bedoeld in [artikel 142, eerste lid, onder a en b, van het Wetboek van Strafvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=142), voor zover deze ambtenaren krachtens de akte of aanwijzing, de bevoegdheid hebben tot het opsporen van alle strafbare feiten, dan wel tot het opsporen van de bij of krachtens de [Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622), de [Provinciewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005645) of de [Gemeentewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005416) strafbaar gestelde feiten;
- b. de buitengewoon opsporingsambtenaren, bedoeld in [artikel 142, eerste lid, onder **c**, van het Wetboek van Strafvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=142), voor zover die ambtenaren bij of krachtens de [Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622), de [Provinciewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005645) of de [Gemeentewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005416) worden aangewezen voor de opsporing van de bij of krachtens die wetten strafbaar gestelde feiten, dan wel voor het toezicht op de naleving van de in [artikel 2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004581&artikel=2), van de wet bedoelde voorschriften;
- c. de buitengewoon opsporingsambtenaren van de Dienst Wegverkeer voor de gedragingen, vermeld onder nummer K045 in de bijlage, bedoeld in [artikel 2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004581&artikel=2), van de wet.
- b. de buitengewoon opsporingsambtenaren, bedoeld in [artikel 142, eerste lid, onder c, van het Wetboek van Strafvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=142), voor zover die ambtenaren bij of krachtens de [Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622), de [Provinciewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005645) of de [Gemeentewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005416) worden aangewezen voor de opsporing van de bij of krachtens die wetten strafbaar gestelde feiten, dan wel voor het toezicht op de naleving van de in [artikel 2, eerste lid, van de wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004581&artikel=2) bedoelde voorschriften.
##### Artikel 3
@@ -70,7 +68,7 @@
2. De korpschef draagt zorg voor de uitvoering van de beschikking. De hoofdofficier van justitie geeft zijn nader bericht slechts na hernieuwd overleg. Het eerste lid, tweede volzin, is van overeenkomstige toepassing.
3. Van de beschikking die betrekking heeft op een ambtenaar als bedoeld in [artikel 2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006847¶graaf=2&artikel=2&z=2001-07-15&g=2001-07-15), wordt een afschrift gezonden aan de direct toezichthouder. Indien de hoofdofficier van justitie niet tevens de toezichthouder van de ambtenaar is, wordt tevens een afschrift gezonden aan de toezichthouder.
3. Van de beschikking die betrekking heeft op een ambtenaar als bedoeld in [artikel 2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006847¶graaf=2&artikel=2&z=2006-09-08&g=2006-09-08), wordt een afschrift gezonden aan de direct toezichthouder. Indien de hoofdofficier van justitie niet tevens de toezichthouder van de ambtenaar is, wordt tevens een afschrift gezonden aan de toezichthouder.
#### § 3. De betaling en het Centraal Justitieel Incassobureau
@@ -98,13 +96,13 @@
##### Artikel 6
1. In het belang van een juist gebruik van de bevoegdheid tot het opleggen van een administratieve sanctie wordt er op toegezien, dat in de bijzondere gevallen, bedoeld in [artikel 4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006847¶graaf=3&artikel=4&z=2001-07-15&g=2001-07-15), onverwijld een betalingsbewijs wordt uitgereikt dat door de ambtenaar aan wie de administratieve sanctie wordt voldaan, is gedagtekend en ondertekend.
1. In het belang van een juist gebruik van de bevoegdheid tot het opleggen van een administratieve sanctie wordt er op toegezien, dat in de bijzondere gevallen, bedoeld in [artikel 4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006847¶graaf=3&artikel=4&z=2006-09-08&g=2006-09-08), onverwijld een betalingsbewijs wordt uitgereikt dat door de ambtenaar aan wie de administratieve sanctie wordt voldaan, is gedagtekend en ondertekend.
2. De bevoegde ambtenaar en de ambtenaar aan wie de administratieve sanctie kan worden voldaan, worden in het bezit gesteld van de bijlage, bedoeld in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004581&artikel=2) van de wet. Aan de betrokkenen verlenen zij desgevraagd inzage in deze bijlage.
##### Artikel 7
1. De bevoegde ambtenaar houdt aantekening van elke zaak waarin hij een administratieve sanctie heeft opgelegd. Tevens wordt in de gevallen, bedoeld in [artikel 4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006847¶graaf=3&artikel=4&z=2001-07-15&g=2001-07-15), aantekening gehouden van de voldoening van de administratieve sanctie.
1. De bevoegde ambtenaar houdt aantekening van elke zaak waarin hij een administratieve sanctie heeft opgelegd. Tevens wordt in de gevallen, bedoeld in [artikel 4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006847¶graaf=3&artikel=4&z=2006-09-08&g=2006-09-08), aantekening gehouden van de voldoening van de administratieve sanctie.
2. De aantekeningen worden, uiterlijk binnen een jaar nadat zij zijn opgemaakt, desverlangd getoond aan de ambtenaren van het openbaar ministerie in het arrondissement waar de bevoegde ambtenaren hun dienst hebben uitgeoefend.
@@ -122,7 +120,7 @@
##### Artikel 9
1. Door de betrokken korpschef worden ambtenaren aangewezen aan wie de administratieve sanctie in de bijzondere gevallen, bedoeld in [artikel 4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006847¶graaf=3&artikel=4&z=2001-07-15&g=2001-07-15), kan worden betaald.
1. Door de betrokken korpschef worden ambtenaren aangewezen aan wie de administratieve sanctie in de bijzondere gevallen, bedoeld in [artikel 4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006847¶graaf=3&artikel=4&z=2006-09-08&g=2006-09-08), kan worden betaald.
2. Na betaling aan de ambtenaren, bedoeld in het eerste lid, wordt een betalingsbewijs uitgereikt. Onze Minister stelt de eisen vast waaraan het betalingsbewijs moet voldoen.
@@ -132,15 +130,15 @@
##### Artikel 10
De ambtenaren, bedoeld in [artikel 9, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006847¶graaf=5&artikel=9&z=2001-07-15&g=2001-07-15), en al degenen die verder bij de uitvoering van de in [artikel 9, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006847¶graaf=5&artikel=9&z=2001-07-15&g=2001-07-15), bedoelde voorschriften zijn betrokken, verstrekken desgevraagd alle inlichtingen hieromtrent aan de hoofdofficier van justitie, alsmede aan de directeur van het Centraal Justitieel Incassobureau.
De ambtenaren, bedoeld in [artikel 9, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006847¶graaf=5&artikel=9&z=2006-09-08&g=2006-09-08), en al degenen die verder bij de uitvoering van de in [artikel 9, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006847¶graaf=5&artikel=9&z=2006-09-08&g=2006-09-08), bedoelde voorschriften zijn betrokken, verstrekken desgevraagd alle inlichtingen hieromtrent aan de hoofdofficier van justitie, alsmede aan de directeur van het Centraal Justitieel Incassobureau.
##### Artikel 11
1. Onze Minister zorgt voor de nodige controle bij het Korps landelijke politiediensten.
2. Wat de regionale politiekorpsen betreft doen de korpsbeheerders op de door Onze Minister te bepalen wijze jaarlijks opgave van de uitvoering van de in [artikel 9, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006847¶graaf=5&artikel=9&z=2001-07-15&g=2001-07-15), bedoelde voorschriften en van de met het oog op de toepassing van dit besluit verrichte accountantscontrole.
2. Wat de regionale politiekorpsen betreft doen de korpsbeheerders op de door Onze Minister te bepalen wijze jaarlijks opgave van de uitvoering van de in [artikel 9, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006847¶graaf=5&artikel=9&z=2006-09-08&g=2006-09-08), bedoelde voorschriften en van de met het oog op de toepassing van dit besluit verrichte accountantscontrole.
3. Wat de Koninklijke Marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaren betreft doen de betrokken korpschefs op de door Onze Minister te bepalen wijze jaarlijks opgave van de uitvoering van de in [artikel 9, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006847¶graaf=5&artikel=9&z=2001-07-15&g=2001-07-15), bedoelde voorschriften en van de met het oog op de toepassing van dit besluit verrichte accountantscontrole.
3. Wat de Koninklijke Marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaren betreft doen de betrokken korpschefs op de door Onze Minister te bepalen wijze jaarlijks opgave van de uitvoering van de in [artikel 9, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006847¶graaf=5&artikel=9&z=2006-09-08&g=2006-09-08), bedoelde voorschriften en van de met het oog op de toepassing van dit besluit verrichte accountantscontrole.
#### § 5a. De kosten van verhaal
2001-07-15
Besluit administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften — ar
2001-07-15
Besluit administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften —
original version
Tekst op deze datum