Besluit van 15 september 1994, houdende het van kracht zijn voor de Rijn in Nederland van het Reglement van politie voor de Rijnvaart
Artikel 6.06. Ontmoeten van snelle schepen en andere schepen en van snelle schepen onder elkaar
De artikelen 6.04 en 6.05 zijn niet van toepassing op het ontmoeten van een snel schip en een ander schip, noch op het ontmoeten van snelle schepen onderling. Snelle schepen moeten onderling echter via marifoon het voorbijvaren afspreken.
Artikel 1.25. Voorschriften, toestemmingen en vergunningen
Voorschriften, toestemmingen en vergunningen kunnen door de bevoegde autoriteiten van voorwaarden en voorbehouden worden voorzien.
Hoofdstuk 2. Kentekens en diepgangsschalen van schepen; meting
Hoofdstuk 3. Optische tekens van schepen
I. Algemene bepalingen
II. Nacht- en dagtekens
II.A. Tekens tijdens het varen
II .B. Tekens tijdens het stilliggen
III. Bijzondere optische tekens
Hoofdstuk 4. Geluidsseinen van schepen; marifoon; radar
I. Geluidsseinen ( Bijlage 6)
I. Geluidsseinen ( Bijlage 6)
II. Marifoon
Hoofdstuk 5. Verkeerstekens van de vaarweg
Hoofdstuk 5. Verkeerstekens van de vaarweg
I. Algemene bepalingen
I. Algemene bepalingen
III. Andere vaarregels
IV. veerponten
IV. veerponten
VI. Slecht zicht; gebruik van radar
Hoofdstuk 7. Regels voor het ligplaats nemen
Hoofdstuk 8. Aanvullende bepalingen
II. Bijzondere bepalingen van toepassing op bepaalde riviergedeelten
Hoofdstuk 9. Bijzondere vaarregels en bijzondere regels voor het ligplaats nemen
Artikel 9.12. Boven-Rijn en Waal
Een schip, een drijvend voorwerp of een drijvende inrichting mag tussen de Boven-Rijn en de Waal tussen km 857,77 en km 952,50, met inbegrip van de overnachtingshavens en aangrenzende wateroppervlakten voor zover dit rijkswateren zijn, geen ligplaats nemen. Op het grensgedeelte van km 857,77 tot km 865,50 geldt dit verbod voor het gedeelte tussen de rechteroever en de rivier-as.
In afwijking van het eerste lid is op de bovenstaande vaarwegen, de aangrenzende wateroppervlakten en in de havens het ligplaats nemen op de daartoe aangeduide ligplaatsen toegestaan.
In bijzondere gevallen kan de bevoegde autoriteit het ligplaats nemen ook op niet daartoe aangeduide plaatsen toestaan.
Artikel 9.13. Pannerdensch Kanaal, Neder-Rijn en Lek
Een schip, een drijvend voorwerp of een drijvende inrichting mag tussen het Pannerdensch Kanaal, de Neder-Rijn en de Lek tussen km 867,46 en km 989,20, met inbegrip van de aangrenzende wateroppervlakten voor zover dit Rijkswateren zijn, geen ligplaats nemen.
In afwijking van het eerste lid is op de bovenstaande vaarwegen, de aangrenzende wateroppervlakten en in de havens het ligplaats nemen op de daartoe aangeduide ligplaatsen toegestaan.
In bijzondere gevallen kan de bevoegde autoriteit het ligplaats nemen ook op niet daartoe aangeduide plaatsen toestaan.
Hoofdstuk 11. Ten hoogste toegelaten afmetingen van schepen, duwstellen en andere samenstellen
Hoofdstuk 13. Bijzondere voorschriften met betrekking tot de vaart met kanaalspitsen op het riviergedeelte Basel tot de sluizen te Iffezheim
Hoofdstuk 14. Voorschriften betreffende de reden op de Rijn
III. Milieubepalingen
Hoofdstuk 15. Bescherming van het water tegen verontreiniging en verwijdering van scheepsafvalstoffen
Bijlage 1. Letter of lettercombinatie ter onderscheiding van het land waar de thuishaven of de plaats van teboekstelling van een schip is gelegen
(indicatieve lijst)
| A | : | OOSTENRIJK |
|---|---|---|
| B | : | BELGIË |
| BG | : | BULGARIJE |
| BIH | : | BOSNIË-HERZEGOVINA |
| BY | : | WIT-RUSLAND |
| CH | : | ZWITSERLAND |
| CZ | : | TSJECHISCHE REPUBLIEK |
| D | : | DUITSLAND |
| F | : | FRANKRIJK |
| FI | : | FINLAND |
| HR | : | CROATIË |
| HU | : | HONGARIJE |
| I | : | ITALIË |
| L | : | LUXEMBURG |
| LT | : | LITOUWEN |
| MD | : | REPUBLIEK MOLDOVA |
| MLT | : | MALTA |
| N | : | NEDERLAND |
| NO | : | NOORWEGEN |
| P | : | PORTUGAL |
| PL | : | POLEN |
| R | : | ROEMENIË |
| RUS | : | RUSSISCHE FEDERATIE |
| SE | : | ZWEDEN |
| SI | : | SLOVENIË |
| SRB | : | SERVIË |
| SK | : | SLOWAKIJE |
| UA | : | OEKRAÏNE |
Bijlage 1. Letter of lettercombinatie ter onderscheiding van het land waar de thuishaven of de plaats van teboekstelling van een schip is gelegen
(indicatieve lijst)
| A | : | OOSTENRIJK |
|---|---|---|
| B | : | BELGIË |
| BG | : | BULGARIJE |
| BIH | : | BOSNIË-HERZEGOVINA |
| BY | : | WIT-RUSLAND |
| CH | : | ZWITSERLAND |
| CZ | : | TSJECHISCHE REPUBLIEK |
| D | : | DUITSLAND |
| F | : | FRANKRIJK |
| FI | : | FINLAND |
| HR | : | CROATIË |
| HU | : | HONGARIJE |
| I | : | ITALIË |
| L | : | LUXEMBURG |
| LT | : | LITOUWEN |
| MD | : | REPUBLIEK MOLDOVA |
| MLT | : | MALTA |
| N | : | NEDERLAND |
| NO | : | NOORWEGEN |
| P | : | PORTUGAL |
| PL | : | POLEN |
| R | : | ROEMENIË |
| RUS | : | RUSSISCHE FEDERATIE |
| SE | : | ZWEDEN |
| SI | : | SLOVENIË |
| SRB | : | SERVIË |
| SK | : | SLOWAKIJE |
| UA | : | OEKRAÏNE |
Bijlage 1. Letter of lettercombinatie ter onderscheiding van het land waar de thuishaven of de plaats van teboekstelling van een schip is gelegen
(indicatieve lijst)
| A | : | OOSTENRIJK |
|---|---|---|
| B | : | BELGIË |
| BG | : | BULGARIJE |
| BIH | : | BOSNIË-HERZEGOVINA |
| BY | : | WIT-RUSLAND |
| CH | : | ZWITSERLAND |
| CZ | : | TSJECHISCHE REPUBLIEK |
| D | : | DUITSLAND |
| F | : | FRANKRIJK |
| FI | : | FINLAND |
| HR | : | CROATIË |
| HU | : | HONGARIJE |
| I | : | ITALIË |
| L | : | LUXEMBURG |
| LT | : | LITOUWEN |
| MD | : | REPUBLIEK MOLDOVA |
| MLT | : | MALTA |
| N | : | NEDERLAND |
| NO | : | NOORWEGEN |
| P | : | PORTUGAL |
| PL | : | POLEN |
| R | : | ROEMENIË |
| RUS | : | RUSSISCHE FEDERATIE |
| SE | : | ZWEDEN |
| SI | : | SLOVENIË |
| SRB | : | SERVIË |
| SK | : | SLOWAKIJE |
| UA | : | OEKRAÏNE |
I. Algemeen
Verklaringen:
vast licht dat rondom schijnend is
vast licht dat schijnt over een beperkte boog van de horizon
Bijlage 4
(Niet overgenomen)
Bijlage 4
(Niet overgenomen)
Bijlage 5
(Niet overgenomen)
kegel
ruit
Een voor de waarnemer niet zichtbaar licht is met een punt in het midden aangeduid.
B. GEBODSTEKENS
AFDELING I. HOOFDTEKENS
Bijlage 8. Verkeerstekens ter markering van de vaarweg
A. VERBODSTEKENS
Op de Rijn worden de vaarweg, de vaargeul, alsmede de gevaarlijke punten en obstakels niet voortdurend gemarkeerd.
De drijvende tekens worden ongeveer 5 m buiten de grenzen die zijn aangegeven verankerd.
De kribben en strekdammen worden met behulp van drijvende of vaste tekens gemarkeerd, die in het algemeen vóór of op de koppen van de kribben of aan de uiteinden van de strekdammen worden geplaatst.
AFDELING II
II. Markering van de vaargeul
I. Algemeen
De drijvende tekens worden ongeveer 5 m buiten de grenzen die zijn aangegeven verankerd.
De kribben en strekdammen worden met behulp van drijvende of vaste tekens gemarkeerd, die in het algemeen vóór of op de koppen van de kribben of aan de uiteinden van de strekdammen worden geplaatst.
III. Markering van de vaarweg en van obstakels
II. Markering van de vaargeul
Gele drijvers met radarreflector (boven- en benedenstrooms van de pijler).
Gele drijvers met radarreflector (boven- en benedenstrooms van de pijler).
C. Voorbeeld van de toepassing van de figuren 5 t/m 9 voor een vaarweg met uitmonding en haveningang
A. Markering van brugpijlers
Gele drijvers met radarreflector (boven- en benedenstrooms van de pijler).
Bijlage 9
Bijlage 9
MODELE DE CARNET DE CONTROLE DES HUILES USEES (Article 15.05 RPNR ; annexe 2, appendice I CDNI1)
Etablissement des carnets de contrôle des huiles usées
Das erste Ölkontrollbuch, versehen auf Seite 1 mit der laufenden Nummer 1, wird von einer zuständigen Behörde gegen Vorlage des gültigen Schiffsattestes oder eines als gleichwertig anerkannten Zeugnisses ausgestellt. Sie trägt auch die auf Seite 1 vorgesehenen Angaben ein.
Alle nachfolgenden Kontrollbücher werden von einer zuständigen Behörde mit der Folgenummer nummeriert und ausgegeben. Sie dürfen jedoch nur gegen Vorlage des vorhergehenden Kontrollbuches ausgehändigt werden. Das vorhergehende Kontrollbuch wird unaustilgbar «ungültig» gekennzeichnet. Nach seiner Erneuerung muss das vorhergehende mindestens sechs Monate nach der letzten Eintragung an Bord aufbewahrt werden.
Alle volgende olie-afgifteboekjes worden door een bevoegde autoriteit afgegeven nadat deze daarop het aansluitende volgnummer heeft aangebracht. Ieder volgend olieafgifteboekje mag echter slechts na overleggen van het vorige boekje worden afgegeven. Het vorige boekje wordt op onuitwisbare wijze als «ongeldig» gemerkt. Na het verkrijgen van een nieuw olie-afgifteboekje moet het voorgaande boekje gedurende ten minste zes maanden na de laatste daarin vermelde datum van afgifte aan boord worden bewaard.
Bijlage 11
(vervallen)
Bijlage 12
(vervallen)
I. Algemeen
Bijlage 8. Verkeerstekens ter markering van de vaarweg
AFDELING I. HOOFDTEKENS
A. Vaste tekens
II. Markering van de vaargeul
Bijlage 9
(vervallen)
Bijlage 9
(vervallen)
Uithouders met radarreflector (boven- en benedenstrooms van de pijler).
Etablissement des carnets de contrôle des huiles usées
CARNET DE CONTROLE DES HUILES USEES
Etablissement des carnets de contrôle des huiles usées
1 Convention relative à la collecte, au dépôt et à la réception des déchets survenant en navigation rhénane et intérieure (CDNI)
Ausstellung der Ölkontrollbücher
Bijlage 11
(vervallen)
Artikel 3.34. Bijkomende tekens van schepen die bij het duiken worden gebruikt (Bijlage 3: schets 65)
Een schip dat gebruikt wordt bij het duiken, voert, naast de door de andere bepalingen van dit reglement voorgeschreven tekens, als bijkomend teken:
een ten minste 1 m hoge van niet buigzaam materiaal vervaardigde replica van de seinvlag «A» van de Internationale Code voor tekens, op een geschikte plaats en op een zodanige hoogte dat het dag en nacht van alle zijden zichtbaar is.
Hoofdstuk 4. Geluidsseinen van schepen; marifoon; informatie- en navigatieapparatuur
I. Geluidsseinen ( Bijlage 6)
II. Marifoon
Hoofdstuk 5. Verkeerstekens van de vaarweg
Hoofdstuk 5. Verkeerstekens van de vaarweg
I. Algemene bepalingen
II. Ontmoeten en voorbijlopen
III. Andere vaarregels
IV. veerponten
VI. Slecht zicht; gebruik van radar
Hoofdstuk 7. Regels voor het ligplaats nemen
Hoofdstuk 8. Aanvullende bepalingen
II. Bijzondere bepalingen van toepassing op bepaalde riviergedeelten
Hoofdstuk 9. Bijzondere vaarregels en bijzondere regels voor het ligplaats nemen
Hoofdstuk 10. Beperking van de scheepvaart bij hoogwater en laagwater
Hoofdstuk 10. Beperking van de scheepvaart bij hoogwater en laagwater
Hoofdstuk 11. Ten hoogste toegelaten afmetingen van schepen, duwstellen en andere samenstellen
Hoofdstuk 12. Riviergedeelten waar een meldplicht geldt dan wel waar de scheepvaart door waarschuwingsposten wordt geregeld
Hoofdstuk 13. Bijzondere voorschriften met betrekking tot de vaart met kanaalspitsen op het riviergedeelte Basel tot de sluizen te Iffezheim
III. Milieubepalingen
Hoofdstuk 15. Bescherming van het water tegen verontreiniging en verwijdering van scheepsafvalstoffen
Bijlage 9
(vervallen)
Etablissement des carnets de contrôle des huiles usées
Ausstellung der Ölkontrollbücher
Etablissement des carnets de contrôle des huiles usées
Artikel 4.07. Inland AIS en Inland ECDIS
Een schip moet zijn uitgerust met een Inland AIS-apparaat als bedoeld in artikel 7.06, derde lid, van ES-TRIN. Het Inland AIS-apparaat moet goed functioneren. De eerste volzin geldt niet voor de volgende schepen:
- a. schepen van duwstellen en gekoppelde samenstellen, met uitzondering van het schip dat hoofdzakelijk voor het voortbewegen zorgt;
- b. kleine schepen, met uitzondering van:
- 1°. schepen van de politie die met een radarapparaat zijn uitgerust; en
- 2°. schepen, die van een certificaat overeenkomstig het Reglement Onderzoek schepen op de Rijn of een krachtens dit reglement als gelijkwaardig erkend certificaat zijn voorzien;
- c. duwbakken zonder eigen mechanische middelen tot voortbeweging;
- d. drijvende werktuigen zonder eigen mechanische middelen tot voortbeweging.
Het Inland AIS-apparaat moet aan de volgende voorwaarden voldoen:
- a. het Inland AIS-apparaat moet permanent ingeschakeld zijn;
- b. het Inland AIS-apparaat moet op vol vermogen zenden; dit geldt niet voor tankschepen met de vaarstatus op «afgemeerd»;
- c. op elk schip of samenstel mag op elk moment slechts één Inland AIS-apparaat gebruikt worden om gegevens over te dragen;
- d. de gegevens die in het Inland AIS-apparaat zijn ingevoerd en daarmee worden overgedragen moeten op ieder moment met de werkelijke gegevens van het schip of samenstel overeenkomen.
2a. Het tweede lid, onderdeel a, is niet van toepassing:
- a. indien de schepen zich in een overnachtingshaven als bedoeld in artikel 14.11, eerste lid, bevinden;
- b. indien de bevoegde autoriteit een uitzondering voor vaarwateren die bouwkundig van de vaargeul zijn gescheiden, heeft toegestaan;
- c. voor schepen van de politie, ingeval het verzenden van AIS-gegevens het uitvoeren van politieopdrachten in gevaar kan brengen.
Schepen die met een Inland AIS-apparaat moeten zijn uitgerust, uitgezonderd veerponten, dienen aanvullend te zijn uitgerust met een Inland ECDIS-apparaat in de informatiemodus of een daarmee vergelijkbaar apparaat voor de weergave van elektronische binnenvaartkaarten dat met het Inland AIS-apparaat moet zijn verbonden en dienen dit samen met een actuele elektronische binnenvaartkaart te gebruiken. Het Inland ECDIS-apparaat in de informatiemodus moet voldoen aan de bepalingen van deel I van ES-RIS. Het vergelijkbare apparaat voor de weergave van elektronische kaarten en de elektronische binnenvaartkaart moeten voldoen aan de Minimumeisen voor apparaten voor de weergave van elektronische binnenvaartkaarten met het oog op het gebruik van Inland AIS-gegevens aan boord van schepen (Besluit 2024-I-10).
Er moeten minstens de volgende gegevens overeenkomstig de bepalingen van deel II van ES-RIS worden gezonden:
- a. User Identifier (Maritime Mobile Service Identity, MMSI);
- b. naam van het schip;
- c. scheeps- of samensteltype overeenkomstig de bepalingen van deel II van ES-RIS;
- d. Uniek Europees scheepsidentificatienummer (ENI) of, voor zeeschepen voor zover geen ENI werd toegekend, het IMO-nummer;
- e. lengte over alles van het schip of het samenstel met een nauwkeurigheid van 0,1 m;
- f. breedte over alles van het schip of het samenstel met de nauwkeurigheid van 0,1 m;
- g. positie (WGS 84);
- h. snelheid over de grond;
- i. koers over de grond;
- j. tijd van de elektronische positiebepaling;
- k. vaarstatus overeenkomstig bijlage 11;
- l. referentiepunt voor de positie-informatie op het schip met de nauwkeurigheid van 1 m overeenkomstig bijlage 11;
- m. oproepcode.
De schipper moet de volgende gegevens bij wijzigingen onmiddellijk actualiseren:
- a. lengte over alles met de nauwkeurigheid van 0,1 m overeenkomstig bijlage 11;
- b. breedte over alles met de nauwkeurigheid van 0,1 m overeenkomstig bijlage 11;
- c. scheeps- of samensteltype overeenkomstig de bepalingen van deel II van ES-RIS;
- d. vaarstatus overeenkomstig bijlage 11;
- e. referentiepunt voor de positie-informatie op het schip met de nauwkeurigheid van 1 m overeenkomstig bijlage 11.
Een klein schip dat AIS gebruikt, mag uitsluitend een Inland AIS-apparaat als bedoeld in artikel 7.06, derde lid, van ES-TRIN, een krachtens de IMO-voorschriften type-goedgekeurd AIS-apparaat van klasse A of een AIS-apparaat van klasse B gebruiken. AIS-apparatuur van klasse B moet aan de dienovereenkomstige eisen van Aanbeveling ITU-R.M 1371, aan Richtlijn 2014/53/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake het op de markt aanbieden van radioapparatuur en tot intrekking van Richtlijn 1999/5/EG (PbEU L 153) alsmede aan de internationale norm IEC 62287-1 of 2 (inclusief DSC kanaalmanagement) voldoen. Het AIS-apparaat moet goed functioneren en de in het AIS-apparaat ingevoerde gegevens moeten op ieder moment met de werkelijke gegevens van het schip of samenstel overeenkomen.
Een klein schip waaraan geen uniek Europees scheepsidentificatienummer (ENI) is toegekend, hoeft de gegevens, bedoeld in het vierde lid, onderdeel d, niet over te dragen.
Een klein schip dat AIS gebruikt, moet bovendien zijn uitgerust met een marifooninstallatie voor het schip-schip verkeer, die goed functioneert en voor ontvangst is ingeschakeld.
Hoofdstuk 6. Vaarregels
I. Algemene bepalingen
I. Algemene bepalingen
III. Andere vaarregels
IV. veerponten
VI. Slecht zicht; gebruik van radar
Hoofdstuk 7. Regels voor het ligplaats nemen
Hoofdstuk 8. Aanvullende bepalingen
II. Bijzondere bepalingen van toepassing op bepaalde riviergedeelten
Hoofdstuk 9. Bijzondere vaarregels en bijzondere regels voor het ligplaats nemen
Hoofdstuk 10. Beperking van de scheepvaart bij hoogwater en laagwater
Hoofdstuk 10. Beperking van de scheepvaart bij hoogwater en laagwater
Hoofdstuk 12. Riviergedeelten waar een meldplicht geldt dan wel waar de scheepvaart door waarschuwingsposten wordt geregeld
Hoofdstuk 12. Riviergedeelten waar een meldplicht geldt dan wel waar de scheepvaart door waarschuwingsposten wordt geregeld
Hoofdstuk 14. Voorschriften betreffende de reden op de Rijn
III. Milieubepalingen
Hoofdstuk 15. Bescherming van het water tegen verontreiniging en verwijdering van scheepsafvalstoffen
Bijlage 2
(niet overgenomen)
I. Algemeen
flikkerlicht
Bijlage 6. Geluidsseinen
Opmerking vooraf:
Met uitzondering van klokslagen en van reeksen van klokslagen en van het sein, bestaande uit drie zonder onderbreking op elkaar volgende tonen van verschillende toonhoogte, worden de geluidsseinen gevormd door het geven van één of meer opeenvolgende stoten met de volgende kenmerken:
- -. korte stoot: stoot, durende ongeveer één seconde;
- -. lange stoot: stoot, durende ongeveer vier seconden.
De tijdruimte tussen twee opeenvolgende stoten bedraagt ongeveer één seconde.
Het sein "een reeks zeer korte stoten" wordt evenwel gevormd door een reeks van ten minste zes stoten, elk durende een kwart seconde, waarbij de tijdruimte tussen opeenvolgende stoten ongeveer een kwart seconde bedraagt.
Een reeks klokslagen moet ongeveer vier seconden duren. In plaats daarvan kunnen ook reeksen slagen van metaal op metaal worden gegeven.
De schetsen op zwarte ondergrond stellen de lichten voor.
Bijlage 8. Verkeerstekens ter markering van de vaarweg
AFDELING I. HOOFDTEKENS
Een schip moet op voldoende afstand van de tekens blijven, daar anders het gevaar van raken of vastvaren bestaat.
B. Drijvende tekens
Radarreflectoren bevestigd aan de bovengrondse lijn (geeft op het radarbeeld een aantal punten waardoor de bovengrondse lijn te herkennen is).
Bijlage 9
Afgifte van het olie-afgifteboekje
1. Navigatiestatus
Alle volgende olie-afgifteboekjes worden door een bevoegde autoriteit afgegeven nadat deze daarop het aansluitende volgnummer heeft aangebracht. Ieder volgend olieafgifteboekje mag echter slechts na overleggen van het vorige boekje worden afgegeven. Het vorige boekje wordt op onuitwisbare wijze als «ongeldig» gemerkt. Na het verkrijgen van een nieuw olie-afgifteboekje moet het voorgaande boekje gedurende ten minste zes maanden na de laatste daarin vermelde datum van afgifte aan boord worden bewaard.
Page 3 et suivantes/Seite 3 und folgende/Bladzijde 3 en volgende
Cachet et signature de la station de réception
Stempel und Unterschrift der Annahmestelle
Bijlage 12
(vervallen)
Artikel 12.03. Bijzondere vaarregels voor het riviergedeelte met waarschuwingsposten
Bij de Bankeck (km 555,60 tot km 555,20), bij de Betteck (km 553,61 tot km 553,30) en bij de Jungferngrund (km 551,20 tot km 550,60) is het in bepaalde verkeerssituaties verboden te ontmoeten. Het verbod tot ontmoeten geldt:
- a). voor een opvarend schip of samenstel met een lengte van niet meer dan 110 m, met uitzondering van een klein schip, indien op post A, C of E in het onderste veld een lichtsein overeenkomstig artikel 12.02, vierde lid, onder a, aan dit schip of samenstel wordt getoond,
- b). voor een opvarend schip met een lengte van meer dan 110 m, indien op post A, C of E in het onderste veld een lichtsein overeenkomstig artikel 12.02, vierde lid, onder a of b, aan dit schip wordt getoond,
- c). voor een opvarend samenstel met een lengte van meer dan 110 m, indien op post A, C of E in het onderste veld een lichtsein overeenkomstig artikel 12.02, vierde lid, onder a, b of c, aan dit samenstel wordt getoond.
Bij een verbod tot ontmoeten als bedoeld in de eerste volzin moet een opvarend schip beneden de Bankeck, de Betteck dan wel de Tauberwerth stilhouden, tot de afvarende schepen respectievelijk km 555,60, km 553,60 dan wel km 551,20 zijn voorbijgevaren.
Een opvarend schip, met uitzondering van een klein schip, moet bij het naderen van de Bankeck, de Betteck dan wel de Tauberwerth de afvarende schepen via de marifoon oproepen en hun verzoeken hun categorie, hun naam, hun positie en hun vaarrichting op te geven.
Na overschrijding van het hoogwaterpeil I op de peilschaal bij Kaub (4,60 m) geldt voor alle schepen en samenstellen, met uitzondering van kleine schepen, bij de Bankeck (km 555,60 tot km 555,20), bij de Betteck (km 553,60 tot km 553,30) en bij de Jungferngrund (km 551,20 tot km 550,60) een verbod tot ontmoeten en voorbijlopen.
Een afvarend schip met een breedte van 15 m en meer moet bij km 548,00 op kanaal 18 «Oberwesel Wahrschau» oproepen en zijn categorie, zijn naam, zijn positie, zijn breedte en zijn vaarrichting opgeven.
Een schip, met uitzondering van een klein schip, dat binnen het riviergedeelte dat met waarschuwingsposten geregeld wordt aanlegt of afvaart dan wel keert en weer terug vaart, moet dit per marifoon op kanaal 18 meedelen aan de districtscentrale via de oproepcode «Oberwesel Wahrschau».
Is de waarschuwingspost buiten bedrijf, gelden, behalve voor een klein schip, de volgende voorschriften:
- a). De voorschriften onder het eerste en het tweede lid gelden voor alle opvarende schepen en samenstellen. Indien er zich geen afvarend schip meldt, mag een opvarend schip de Bankeck, de Betteck dan wel de Jungferngrund niet voorbijvaren dan nadat het op kanaal 10 een lage toon met een tijdsduur van één seconde heeft ontvangen. Deze toon dient ter controle van het op juiste wijze functioneren van de marifoon op het riviergedeelte tussen Oberwesel en St. Goar.
- b). Een afvarend schip moet bij het voorbijvaren van km 548,50 boven de haven van Oberwesel, van de bovenstroomse splitsingston bij de Geisenrücken (km 552,00) en van de Betteck (km 553,60) zijn categorie, zijn naam, zijn positie en zijn vaarrichting opgeven. Het moet dezelfde inlichtingen geven wanneer het daartoe door een opvarend schip wordt opgeroepen. Na iedere melding moet het opnieuw op de marifoon uitluisteren.
Hoofdstuk 13. Bijzondere voorschriften met betrekking tot de vaart met kanaalspitsen op het riviergedeelte Basel tot de sluizen te Iffezheim
Hoofdstuk 14. Voorschriften betreffende de reden op de Rijn
III. Milieubepalingen
Hoofdstuk 15. Bescherming van het water tegen verontreiniging en verwijdering van scheepsafvalstoffen
Bijlage 3. Optische tekens van schepen
I. Algemeen
Bijlage 7. Verkeerstekens van de vaarweg
Artikel 2.06 Kenteken van schepen die vloeibaar aardgas (LNG) als brandstof gebruiken
Bijlage 8. Verkeerstekens ter markering van de vaarweg
A. VERBODSTEKENS
Afgifte van het olie-afgifteboekje
Bijlage 11. Gegevens die in het Inland AIS-apparaat moeten worden ingevoerd: verklaring van de navigatiestatus en van het referentiepunt voor de positie-informatie op het schip
2. Referentiepunt voor de positie-informatie op het schip.
Ondertekening en stempel van de ontvangstinrichting
Bijlage 11. Gegevens die in het Inland AIS-apparaat moeten worden ingevoerd: verklaring van de navigatiestatus en van het referentiepunt voor de positie-informatie op het schip
Artikel 2.06. Kenteken van schepen die vloeibaar aardgas (LNG) als brandstof gebruiken (bijlage 3: schets 66)
Schepen die vloeibaar aardgas (LNG) als brandstof gebruiken, moeten een kenteken voeren.
Dit kenteken moet rechthoekig zijn, met de vermelding «LNG» in witte letters op een rode ondergrond, met een witte rand met een breedte van ten minste 5 centimeter.
De afmeting van de langste zijde van de rechthoek moet ten minste 60 centimeter bedragen.
De letters moeten een hoogte van ten minste 20 centimeter hebben. De breedte van de letters en de stamdikte moeten in goede verhouding tot de hoogte staan.
Het kenteken moet op een geschikte en goed zichtbare plaats zijn aangebracht.
Het teken moet zo nodig worden verlicht om 's nachts duidelijk zichtbaar te zijn.
Hoofdstuk 3. Optische tekens van schepen
I. Algemene bepalingen
II. Nacht- en dagtekens
II.A. Tekens tijdens het varen
II .B. Tekens tijdens het stilliggen
III. Bijzondere optische tekens
Hoofdstuk 4. Geluidsseinen van schepen; marifoon; informatie- en navigatieapparatuur
I. Geluidsseinen ( Bijlage 6)
III. Informatie- en navigatieapparatuur
Hoofdstuk 5. Verkeerstekens van de vaarweg
II. Ontmoeten en voorbijlopen
III. Andere vaarregels
V. Doorvaren van bruggen, stuwen en sluizen
VI. Slecht zicht; gebruik van radar
Hoofdstuk 7. Regels voor het ligplaats nemen
Hoofdstuk 8. Aanvullende bepalingen
Artikel 8.11. Veiligheid aan boord van schepen die vloeibaar aardgas (LNG) als brandstof gebruiken
Alvorens te beginnen met het bunkeren van vloeibaar aardgas (LNG) dient de schipper van het schip dat moet bunkeren zich ervan te vergewissen dat:
- a. de voorgeschreven brandbestrijdingsmiddelen te allen tijde operationeel zijn en
- b. tussen het schip en de kade de voorgeschreven middelen aanwezig zijn voor de evacuatie van personen aan boord van het schip dat moet bunkeren.
Tijdens het bunkeren van vloeibaar aardgas (LNG) moeten alle toegangen en alle openingen van ruimten toegankelijk vanaf het dek en alle openingen van ruimten naar de buitenlucht, gesloten zijn.
Deze bepaling is niet van toepassing op:
- a. aanzuigopeningen van in bedrijf zijnde motoren;
- b. ventilatieopeningen van machinekamers indien de motoren in bedrijf zijn;
- c. ventilatieopeningen voor een ruimte met een overdrukinstallatie en
- d. ventilatieopeningen van een airconditioningsinstallatie, indien deze openingen zijn voorzien van een gasdetectie-installatie.
Toegangen en openingen mogen slechts indien noodzakelijk voor korte tijd met toestemming van de schipper worden geopend.
Tijdens het bunkeren van vloeibaar aardgas (LNG) dient de schipper zich er voortdurend van te vergewissen dat het rookverbod aan boord en in de bunkerzone wordt nageleefd. Het rookverbod is eveneens van toepassing op elektronische sigaretten en andere soortgelijke apparaten. Dit rookverbod is niet van toepassing in de accommodatieruimten en het stuurhuis, indien daarvan de ramen, deuren, schijnlichten en luiken gesloten zijn.
Na het bunkeren van vloeibaar aardgas (LNG) moeten alle, vanaf het dek toegankelijke ruimten ontlucht worden.
II. Bijzondere bepalingen van toepassing op bepaalde riviergedeelten
Hoofdstuk 9. Bijzondere vaarregels en bijzondere regels voor het ligplaats nemen
Hoofdstuk 10. Beperking van de scheepvaart bij hoogwater en laagwater
Hoofdstuk 13. Bijzondere voorschriften met betrekking tot de vaart met kanaalspitsen op het riviergedeelte Basel tot de sluizen te Iffezheim
Hoofdstuk 14. Voorschriften betreffende de reden op de Rijn
III. Milieubepalingen
Hoofdstuk 15. Bescherming van het water tegen verontreiniging en verwijdering van scheepsafvalstoffen
Bijlage 1. Letter of lettercombinatie ter onderscheiding van het land waar de thuishaven of de plaats van teboekstelling van een schip is gelegen
(indicatieve lijst)
| A | : | OOSTENRIJK |
|---|---|---|
| B | : | BELGIË |
| BG | : | BULGARIJE |
| BIH | : | BOSNIË-HERZEGOVINA |
| BY | : | WIT-RUSLAND |
| CH | : | ZWITSERLAND |
| CZ | : | TSJECHISCHE REPUBLIEK |
| D | : | DUITSLAND |
| F | : | FRANKRIJK |
| FI | : | FINLAND |
| HR | : | CROATIË |
| HU | : | HONGARIJE |
| I | : | ITALIË |
| L | : | LUXEMBURG |
| LT | : | LITOUWEN |
| MD | : | REPUBLIEK MOLDOVA |
| MLT | : | MALTA |
| N | : | NEDERLAND |
| NO | : | NOORWEGEN |
| P | : | PORTUGAL |
| PL | : | POLEN |
| R | : | ROEMENIË |
| RUS | : | RUSSISCHE FEDERATIE |
| SE | : | ZWEDEN |
| SI | : | SLOVENIË |
| SRB | : | SERVIË |
| SK | : | SLOWAKIJE |
| UA | : | OEKRAÏNE |
Bijlage 1. Letter of lettercombinatie ter onderscheiding van het land waar de thuishaven of de plaats van teboekstelling van een schip is gelegen
(indicatieve lijst)
| A | : | OOSTENRIJK |
|---|---|---|
| B | : | BELGIË |
| BG | : | BULGARIJE |
| BIH | : | BOSNIË-HERZEGOVINA |
| BY | : | WIT-RUSLAND |
| CH | : | ZWITSERLAND |
| CZ | : | TSJECHISCHE REPUBLIEK |
| D | : | DUITSLAND |
| F | : | FRANKRIJK |
| FI | : | FINLAND |
| HR | : | CROATIË |
| HU | : | HONGARIJE |
| I | : | ITALIË |
| L | : | LUXEMBURG |
| LT | : | LITOUWEN |
| MD | : | REPUBLIEK MOLDOVA |
| MLT | : | MALTA |
| N | : | NEDERLAND |
| NO | : | NOORWEGEN |
| P | : | PORTUGAL |
| PL | : | POLEN |
| R | : | ROEMENIË |
| RUS | : | RUSSISCHE FEDERATIE |
| SE | : | ZWEDEN |
| SI | : | SLOVENIË |
| SRB | : | SERVIË |
| SK | : | SLOWAKIJE |
| UA | : | OEKRAÏNE |
Bijlage 2
(niet overgenomen)
I. Algemeen
Bijlage 4
(Niet overgenomen)
Bijlage 4
(Niet overgenomen)
Bijlage 5
(Niet overgenomen)
Bijlage 4
(Niet overgenomen)
Opmerking vooraf:
Opmerking vooraf:
De tekens vermeld in afdeling I kunnen worden aangevuld of verduidelijkt zoals aangegeven in afdeling II.
Bijlage 8. Verkeerstekens ter markering van de vaarweg
Etablissement des carnets de contrôle des huiles usées
Ausstellung der Ölkontrollbücher
Het eerste olie-afgifteboekje, daartoe op bladzijde 1 voorzien van het volgnummer 1, wordt door een bevoegde autoriteit op vertoon van het geldige certificaat van onderzoek of van een gelijkwaardig erkend bewijs afgegeven. Deze autoriteit vult tevens de gegevens op bladzijde 1 in.
Bijlage 11. Gegevens die in het Inland AIS-apparaat moeten worden ingevoerd: verklaring van de navigatiestatus en van het referentiepunt voor de positie-informatie op het schip
1. Navigatiestatus
1. Navigatiestatus
De schipper moet de aan de antenne gerelateerde waarden A, B, C, en D met de nauwkeurigheid van 1 m invoeren.
De schipper moet de aan de antenne gerelateerde waarden A, B, C, en D met de nauwkeurigheid van 1 m invoeren.
Waarde A wordt in de richting van de boeg gemeten.
Verklaring van de waarden W, L, A, B, C, D voor een schip
Bijlage 12. als bedoeld in artikel 12.01, tweede lid, onderdeel c
Lijst van de soorten vaartuigen en samenstellen
Naam:
Artikel 1.22a. Voorschriften van tijdelijke aard van de Centrale Commissie voor de Rijnvaart
De Centrale Commissie voor de Rijnvaart kan voorschriften van tijdelijke aard vaststellen met een geldigheidsduur van ten hoogste drie jaren, wanneer het noodzakelijk wordt geacht om:
- a. in dringende gevallen afwijkingen van dit reglement toe te laten dan wel;
- b. proefnemingen mogelijk te maken, waarbij de veiligheid en de vlotte afwikkeling van het scheepvaartverkeer niet worden aangetast.
Hoofdstuk 2. Kentekens en diepgangsschalen van schepen; meting
Hoofdstuk 3. Optische tekens van schepen
I. Algemene bepalingen
II. Nacht- en dagtekens
II.A. Tekens tijdens het varen
II .B. Tekens tijdens het stilliggen
III. Bijzondere optische tekens
Hoofdstuk 4. Geluidsseinen van schepen; marifoon; informatie- en navigatieapparatuur
I. Geluidsseinen ( Bijlage 6)
II. Marifoon
Hoofdstuk 6. Vaarregels
II. Ontmoeten en voorbijlopen
III. Andere vaarregels
IV. veerponten
VI. Slecht zicht; gebruik van radar
Hoofdstuk 7. Regels voor het ligplaats nemen
Hoofdstuk 8. Aanvullende bepalingen
II. Bijzondere bepalingen van toepassing op bepaalde riviergedeelten
Hoofdstuk 9. Bijzondere vaarregels en bijzondere regels voor het ligplaats nemen
Hoofdstuk 11. Ten hoogste toegelaten afmetingen van schepen, duwstellen en andere samenstellen
Hoofdstuk 13. Bijzondere voorschriften met betrekking tot de vaart met kanaalspitsen op het riviergedeelte Basel tot de sluizen te Iffezheim
Hoofdstuk 14. Voorschriften betreffende de reden op de Rijn
III. Milieubepalingen
Hoofdstuk 15. Bescherming van het water tegen verontreiniging en verwijdering van scheepsafvalstoffen
Bijlage 1. Letter of lettercombinatie ter onderscheiding van het land waar de thuishaven of de plaats van teboekstelling van een schip is gelegen
(indicatieve lijst)
| A | : | OOSTENRIJK |
|---|---|---|
| B | : | BELGIË |
| BG | : | BULGARIJE |
| BIH | : | BOSNIË-HERZEGOVINA |
| BY | : | WIT-RUSLAND |
| CH | : | ZWITSERLAND |
| CZ | : | TSJECHISCHE REPUBLIEK |
| D | : | DUITSLAND |
| F | : | FRANKRIJK |
| FI | : | FINLAND |
| HR | : | CROATIË |
| HU | : | HONGARIJE |
| I | : | ITALIË |
| L | : | LUXEMBURG |
| LT | : | LITOUWEN |
| MD | : | REPUBLIEK MOLDOVA |
| MLT | : | MALTA |
| N | : | NEDERLAND |
| NO | : | NOORWEGEN |
| P | : | PORTUGAL |
| PL | : | POLEN |
| R | : | ROEMENIË |
| RUS | : | RUSSISCHE FEDERATIE |
| SE | : | ZWEDEN |
| SI | : | SLOVENIË |
| SRB | : | SERVIË |
| SK | : | SLOWAKIJE |
| UA | : | OEKRAÏNE |
I. Algemeen
Bijlage 5
(Niet overgenomen)
Bijlage 8. Verkeerstekens ter markering van de vaarweg
A. Markering van brugpijlers
B. Markering van bovengrondse lijnen
Annexe/Anlage/Bijlage 10. Modele de carnet de controle des huiles usees
Ausstellung der Ölkontrollbücher
Afgifte van het olie-afgifteboekje
Bijlage 11. Gegevens die in het Inland AIS-apparaat moeten worden ingevoerd: verklaring van de navigatiestatus en van het referentiepunt voor de positie-informatie op het schip
2. Referentiepunt voor de positie-informatie op het schip.
Verklaring van de waarden W, L, A, B, C, D voor een samenstel.
Bijlage 12. als bedoeld in artikel 12.01, tweede lid, onderdeel c
Lijst van de soorten vaartuigen en samenstellen
Naam:
Artikel 1.10a. Uitzonderingen voor bepaalde vaartuigen met betrekking tot scheepsbescheiden en andere documenten aan boord
In afwijking van artikel 1.10 hoeven de scheepsbescheiden conform Bijlage 13, nummers 1.1, 1.2 en 1.3 van dit reglement niet aanwezig te zijn aan boord van duwbakken waarop een metalen plaat overeenkomstig het volgende model is aangebracht:
UNIEK EUROPEES SCHEEPSIDENTIFICATIENUMMER: ....................... – R
CERTIFICAAT VAN ONDERZOEK
- –. NUMMER: ................................................................................................
- –. COMMISSIE VAN DESKUNDIGEN: ........................................................
- –. GELDIG TOT: ...........................................................................................
waarbij uit een hoofdletter R, aangebracht achter het uniek Europees scheepsidentificatienummer (ENI-nummer), blijkt dat er een verklaring inzake het behoren tot de Rijnvaart is afgegeven.
De gevraagde gegevens moeten, in goed leesbare letters met een hoogte van ten minste 6 mm, ingehakt of ingeslagen zijn.
De metalen plaat moet een hoogte van ten minste 60 mm en een lengte van ten minste 120 mm hebben. Zij moet op het achterschip aan stuurboordzijde op een goed zichtbare plaats zijn bevestigd.
De overeenstemming tussen de gegevens op de plaat, met uitzondering van de letter R, met die in het certificaat van onderzoek van de duwbak moet worden bevestigd door een Commissie van Deskundigen door middel van het aanbrengen op de plaat van een stempel.
De in bijlage 13, lid 1.1, 1.2 en 1.3 van dit reglement genoemde bescheiden moeten dan worden bewaard door de eigenaar van de duwbak.
De aanwezigheid van de in bijlage 13, lid 5.4 van dit reglement bedoelde bescheiden is evenwel niet vereist, wanneer op de metalen plaat tevens het nummer van de typegoedkeuring van de motoren wordt vermeld.
Op schepen bestemd voor bouwwerkzaamheden, bedoeld in artikel 1.01, lid 1.24 van ES-TRIN, waar een stuurhut of een woning ontbreekt, is de aanwezigheid van de in bijlage 13, lid 1.1, 1.2 en 1.3 van dit reglement bedoelde bescheiden niet vereist. Deze bescheiden moeten echter in ieder geval steeds in de nabijheid van de bouwwerkzaamheden voorhanden zijn. Op schepen bestemd voor bouwwerkzaamheden moet een door de bevoegde autoriteit afgegeven verklaring betreffende de duur en de geografische begrenzing van de bouwwerkzaamheden, waar het schip mag worden gebruikt, aanwezig zijn.
De verplichting een vaartijdenboek aan boord te hebben zoals bedoeld in bijlage 13, lid 2.2 van dit reglement, geldt niet voor sleep- en duwboten die uitsluitend in havens verkeren, noch voor duwbakken, overheidsvaartuigen en pleziervaartuigen zonder bemanning.
Artikel 1.26. Ontheffing van dit reglement voor een schip waarop taken van de bemanning worden geautomatiseerd of een schip dat op afstand wordt bestuurd
De bevoegde autoriteit kan, bij wijze van proef en voor een beperkte tijdsduur, op grond van een aanbeveling van de Centrale Commissie voor de Rijnvaart ontheffing van dit reglement verlenen voor een schip waarop taken van de bemanning worden geautomatiseerd of voor een schip dat op afstand wordt bestuurd.
Deze aanbeveling legt de minimumeisen vast om te waarborgen dat het schip:
- a. geen afbreuk doet aan de veiligheid en de vlotte afwikkeling van het scheepvaartverkeer,
- b. beschikt over een veiligheidsniveau dat gelijkwaardig is aan dat van de andere schepen die op de Rijn varen.
De bevoegde autoriteit kan aanvullende eisen stellen in de ontheffing.
De bevoegde autoriteit vermeldt de ontheffingen als bedoeld in het eerste lid en de eisen als bedoeld in het tweede lid in het certificaat van onderzoek van het schip of in het overeenkomstig het Reglement Onderzoek schepen op de Rijn als gelijkwaardig erkende certificaat.
Hoofdstuk 2. Kentekens en diepgangsschalen van schepen; meting
Hoofdstuk 3. Optische tekens van schepen
I. Algemene bepalingen
II. Nacht- en dagtekens
II.A. Tekens tijdens het varen
II .B. Tekens tijdens het stilliggen
III. Bijzondere optische tekens
Hoofdstuk 4. Geluidsseinen van schepen; marifoon; informatie- en navigatieapparatuur
Hoofdstuk 6. Vaarregels
II. Ontmoeten en voorbijlopen
III. Andere vaarregels
V. Doorvaren van bruggen, stuwen en sluizen
VI. Slecht zicht; gebruik van radar
Hoofdstuk 7. Regels voor het ligplaats nemen
Hoofdstuk 8. Aanvullende bepalingen
II. Bijzondere bepalingen van toepassing op bepaalde riviergedeelten
Hoofdstuk 9. Bijzondere vaarregels en bijzondere regels voor het ligplaats nemen
Hoofdstuk 14. Voorschriften betreffende de reden op de Rijn
III. Milieubepalingen
Hoofdstuk 15. Bescherming van het water tegen verontreiniging en verwijdering van scheepsafvalstoffen
Bijlage 2
(niet overgenomen)
Bijlage 3. Optische tekens van schepen
I. Algemeen
Bijlage 7. Verkeerstekens van de vaarweg
Bijlage 8. Verkeerstekens ter markering van de vaarweg
V. Aanvullende markering voor het varen op radar (indien nodig)
B. Markering van bovengrondse lijnen
Bijlage 9
Annexe/Anlage/Bijlage 10. Modele de carnet de controle des huiles usees
1. Navigatiestatus
2. Referentiepunt voor de positie-informatie op het vaartuig
Bijlage 12. als bedoeld in artikel 12.01, tweede lid, onderdeel c
Lijst van de soorten vaartuigen en samenstellen
Naam:
Bijlage 13. Lijst van scheepsbescheiden en andere documenten die overeenkomstig artikel 1.10 aan boord aanwezig moeten zijn
In de kolom «Rechtsgrondslag» in de volgende tabel wordt naar de volgende voorschriften, overeenkomsten en administratieve overeenkomst verwezen:
- –. Reglement Onderzoek schepen op de Rijn (ROSR),
- –. Europese standaard tot vaststelling van de technische voorschriften voor binnenschepen (ES-TRIN),
- –. Europese Overeenkomst voor het internationale vervoer van gevaarlijke goederen over de binnenwateren (ADN),
- –. Verdrag inzake de verzameling, afgifte en inname van afval in de Rijn- en binnenvaart (CDNI),
- –. Overeenkomst nopens de meting van binnenvaartuigen, gesloten op 15 februari 1966 in Genève (Overeenkomst van 15 februari 1966),
- –. Regionale regeling betreffende de radiocommunicatiedienst op de binnenwateren.
In de voorlaatste kolom van de navolgende tabel staat of het toegestaan is dat de scheepsbescheiden en andere documenten aan boord in elektronisch formaat overgelegd mogen worden of niet.
In de laatste kolom, «elektronisch formaat» van de navolgende tabel staat in welk elektronisch formaat de scheepsbescheiden en andere documenten overgelegd mogen worden. Het elektronische formaat PDF in de navolgende tabel komt overeen met het PDF-formaat dat is vastgelegd in de internationale norm ISO 32000-1: 2008. Het elektronische PDF/A-formaat in het onderstaande overzicht komt overeen met het formaat dat is gedefinieerd in de internationale norm ISO 190051: 2005.
| Categorie | Scheepsbescheiden en andere documenten die overeenkomstig artikel 1.10 van het Rpr aan boord aanwezig moeten zijn | Rechtsgrondslag | Exemplaar van scheepsbescheiden en andere documenten aan boord dat in elektronisch formaat geraadpleegd kan worden | Adequaat elektronisch formaat |
|---|---|---|---|---|
| 1. Vaartuigen | 1. Vaartuigen | 1. Vaartuigen | 1. Vaartuigen | 1. Vaartuigen |
| 1.1 | Het certificaat van onderzoek voor het schip of het document dat hiervoor in de plaats treedt of een als gelijkwaardig erkend certificaat | RSP, artikel 1.04 | Niet toegestaan | |
| 1.2 | De verklaring inzake het behoren tot de Rijnvaart | Besluit CCR 2015-II-10 | Toegestaan | PDF-formaat |
| 1.3 | De meetbrief van het schip | Overeenkomst van 15 februari 1966 | Niet toegestaan | |
| 2. Bemanning | 2. Bemanning | 2. Bemanning | 2. Bemanning | 2. Bemanning |
| 2.1.1a | Het overeenkomstig het Reglement betreffende het Scheepvaartpersoneel op de Rijn geldig kwalificatiecertificaat schipper, waarop in voorkomend geval de vereiste specifieke vergunningen zijn vermeld, met uitzondering van het sportpatent, het overheidspatent of het voorlopig Rijnpatent | RSP, artikel 3.02 | Toegestaan | PDF/A-formaat |
| 2.1.1b | Het sportpatent, het overheidspatent of het voorlopig Rijnpatent | RSP, artikel 3.02 (artikel 12.08 voor het voorlopig Rijnpatent) | Niet toegestaan | |
| 2.1.2 | Voor de overige leden van de bemanning, een naar behoren bijgehouden en geldig dienstboekje waarop in voorkomend geval de bijbehorende kwalificatiecertificaten zijn vermeld | RSP, artikel 3.02 | Niet toegestaan | |
| 2.2 | Het naar behoren bijgehouden vaartijdenboek met inbegrip van de verklaring overeenkomstig bijlage 8 van het Reglement betreffende het Scheepvaartpersoneel op de Rijn of een kopie van de bladzijde met de aantekeningen van de vaar- en rusttijden uit het vaartijdenboek van het schip waarop de laatste reis van het bemanningslid heeft plaatsgevonden; aan boord van schepen die over een krachtens Bijlage O van het ROSR op de Rijn erkend communautair certificaat of Uniecertificaat beschikken, kan zich in plaats van het door een bevoegde autoriteit van een Rijnoeverstaat of België afgegeven vaartijdenboek, een door een bevoegde autoriteit van een derde staat afgegeven en door de CCR erkend vaartijdenboek bevinden | RSP, artikel 18.04 | Niet toegestaan | |
| 2.3 | De verklaring inzake de afgifte van het vaartijdenboek | RSP, artikel 18.04 | Toegestaan | PDF-formaat |
| 2.4 | De overeenkomstig het Reglement betreffende het Scheepvaartpersoneel op de Rijngeldige specifieke vergunning voor het varen met behulp van radar | RSP, artikel 13.02 | Toegestaan | PDF/A-formaat |
| 2.5 | Een marifoonbedieningscertificaat voor de bediening van scheepsstations | Regionale regeling betreffende de radiocommunicatiedienst op de binnenwateren, bijlage 5 | Niet toegestaan | |
| 2.6 | De kwalificatiecertificaten voor het veiligheidspersoneel aan boord van passagiersschepen | RSP, artikel 16.01 en volgende | Alleen toegestaan voor de deskundige voor de passagiersvaart | PDF/A-formaat |
| 2.7 | Voor schepen die het kenteken voeren als bedoeld in artikel 2.06, de verklaringen van de schipper en van de bemanningsleden die betrokken zijn bij de bunkerprocedure | RSP, artikel 15.02 | Toegestaan | PDF/A-formaat |
| 3. Vaargebieden | 3. Vaargebieden | 3. Vaargebieden | 3. Vaargebieden | 3. Vaargebieden |
| 3.1 | Een verklaring van de bevoegde autoriteit betreffende de duur en de geografische begrenzing van de bouwwerkzaamheden, waar een schip bestemd voor bouwwerkzaamheden mag worden gebruikt | ES-TRIN, artikel 23.01 | Toegestaan | PDF-formaat |
| 3.2 | Op het riviergedeelte tussen Bazel en Mannheim voor schepen met een lengte van meer dan 110 meter een verklaring van een erkend classificatiebureau over het drijfvermogen, de trimsituatie en de stabiliteit van de afzonderlijke delen van het schip, waaruit tevens blijkt vanaf welke beladingstoestand het drijfvermogen van de beide delen niet meer gewaarborgd is | ES-TRIN, artikel 28.04, tweede lid, onderdeel c | Toegestaan | PDF-formaat |
| 4. Navigatie- en informatieapparatuur | 4. Navigatie- en informatieapparatuur | 4. Navigatie- en informatieapparatuur | 4. Navigatie- en informatieapparatuur | 4. Navigatie- en informatieapparatuur |
| 4.1 | De verklaring betreffende de inbouw en het functioneren van de radarinstallatie | ES-TRIN, artikel 7.06, eerste lid ES-TRIN, bijlage 5, onderdeel III, artikel 9 en onderdeel VI | Toegestaan | PDF-formaat |
| 4.2 | De verklaring betreffende de inbouw en het functioneren van de bochtaanwijzer | ES-TRIN, artikel 7.06, eerste lid ES-TRIN, bijlage 5, onderdeel III, artikel 9 en onderdeel VI | Toegestaan | PDF-formaat |
| 4.3 | De verklaring betreffende de inbouw en het functioneren van het Inland AIS- apparaat | ES-TRIN, artikel 7.06, derde lid ES-TRIN, bijlage 5, onderdeel IV, artikel 2, negende lid | Toegestaan | PDF-formaat |
| 4.4 | De verklaring betreffende de inbouw en het functioneren van de tachograaf, alsmede de voorgeschreven registratiebladen van de tachograaf | ES-TRIN, bijlage 5, onderdeel V, artikelen 1 en 2, zesde lid | Toegestaan | PDF-formaat |
| 4.5 | De «vergunning of vergunningen voor het gebruik van de frequentieruimte» of het «registratiebewijs voor het gebruik van de frequentieruimte» | Toegestaan | PDF-formaat | |
| 5. Uitrusting | 5. Uitrusting | 5. Uitrusting | 5. Uitrusting | 5. Uitrusting |
| 5.1 | De door de deskundige ondertekende verklaring inzake de keuring van een stuurmachine met mechanische aandrijving | ES-TRIN, artikel 6.09, vijfde lid | Toegestaan | PDF-formaat |
| 5.2 | De door de deskundige ondertekende verklaring inzake de keuring van een in hoogte verstelbaar stuurhuis | ES-TRIN, artikel 7.12, twaalfde lid | Toegestaan | PDF-formaat |
| 5.3 | De door de deskundige ondertekende verklaring inzake de keuring van een stoomketels en andere onder druk staande vaten | ES-TRIN, artikel 8.01, tweede lid | Toegestaan | PDF-formaat |
| 5.4 | Een kopie van het certificaat van typegoedkeuring, het inlichtingenformulier van de motorfabrikant en een kopie van het proces-verbaal van de motorkenmerken | ES-TRIN, artikel 9.01, derde lid | Toegestaan | PDF-formaat |
| 5.5 | De bescheiden betreffende elektrische installaties | ES-TRIN, artikel 10.01, tweede lid | Toegestaan | PDF-formaat |
| 5.6 | De verklaring voor de stalen trossen | ES-TRIN, artikel 13.02, derde lid, onderdeel a | Toegestaan | PDF-formaat |
| 5.7 | De kenmerking van de keuring van draagbare blustoestellen | ES-TRIN, artikel 13.03, vijfde lid | Toegestaan | PDF-formaat |
| 5.8 | De keuringsbewijzen betreffende vast ingebouwde brandblusinstallaties | ES-TRIN, artikel 13.04, achtste lid ES-TRIN, artikel 13.05, negende lid | Toegestaan | PDF-formaat |
| 5.9 | De keuringsbewijzen en gebruiksaanwijzing betreffende de kranen | ES-TRIN, artikel 14.12, zesde, zevende en negende lid | Toegestaan | PDF-formaat |
| 5.10 | De verklaring inzake de keuring van vloeibaargasinstallaties | ES-TRIN, artikel 17.13 | Toegestaan | PDF-formaat |
| 5.11 | Het vereiste certificaat van typegoedkeuring en het vereiste bewijs van onderhoud van de boordzuiveringsinstallatie | ES-TRIN, artikel 18.01, vijfde en negende lid | Toegestaan | PDF-formaat |
| 5.12 | Voor schepen die het kenteken voeren als bedoeld in artikel 2.06, de gedetailleerde gebruiksaanwijzing en de veiligheidsrol | ES-TRIN, artikel 30.03, eerste lid en bijlage 8, onderdeel 1.4.9 | Toegestaan | PDF-formaat |
| 5.13 | Voor schepen die meer dan 12 passagiers mogen vervoeren en laten overnachten, de veiligheidsrol | Rpr, artikel 8.10 | Toegestaan | PDF-formaat |
| 6. Lading en afvalstoffen | 6. Lading en afvalstoffen | 6. Lading en afvalstoffen | 6. Lading en afvalstoffen | 6. Lading en afvalstoffen |
| 6.1 | De bescheiden vereist door het ADN, nrs. 8.1.2.1, 8.1.2.2 en 8.1.2.3 | ADN nrs. 8.1.2.1, 8.1.2.2 en 8.1.2.3 | ||
| 6.1.1 | Het vervoersdocument | ADN, 8.1.2.1 b | Toegestaan | Uitsluitend in een formaat dat voldoet aan de eisen van nr. 5.4.0.2. ADN, in samenhang met de richtsnoeren voor de toepassing van nr. 5.4.0.2. ADN |
| 6.1.2 | Europese Overeenkomst voor het internationale vervoer van gevaarlijke goederen over de binnenwateren (ADN) | ADN, 8.1.2.1 d | Toegestaan | Te allen tijde leesbare tekst in elektronisch formaat |
| 6.1.3 | Andere documenten die worden geëist op grond van 8.1.2.1, 8.1.2.2 en 8.1.2.3 van het ADN | ADN, 8.1.2.1, a, c en e tot h en k ADN, 8.1.2.2, a, c tot h ADN, 8.1.2.3, a, c tot x | Niet toegestaan | |
| 6.2 | Bij containervervoer de door de Commissie van Deskundigen gekeurde stabiliteitsgegevens van het schip, met inbegrip van het stuwplan of de ladinglijst voor de onderhavige beladingstoestand en het resultaat van de stabiliteitsberekening voor de onderhavige, of vergelijkbare vorige, dan wel een standaardbeladingstoestand. De toegepaste berekeningsmethode moet daarbij opgegeven worden | ES-TRIN, artikel 27.01, tweede lid (Beschrijving van de documenten en waarmerk van de Commissie van Deskundigen) ES-TRIN, artikel 28.03, derde lid (Resultaat van de berekening bij containerschepen) RSP, artikel 1.07, vijfde lid (Resultaat van de stabiliteitscontrole en stuwplan) | Toegestaan | PDF-formaat |
| 6.3 | Het behoorlijk bijgehouden olie-afgifteboekje | Rpr, artikel 15.05 en bijlage10 CDNI, Bijlage 2 (Uitvoeringsregeling) Deel A, artikelen 1.01, 2.03 en Aanhangsel I | Niet toegestaan | |
| 6.4 | De bunkerverklaring met inbegrip van de kwitanties van de betalingen van het SPE-CDNI over een periode van ten minste twaalf maanden. Indien de laatste afname van gasolie meer dan twaalf maanden geleden heeft plaatsgevonden, dient ten minste de laatste bunkerverklaring aan boord aanwezig te zijn | CDNI, Bijlage 2 (Uitvoeringsregeling) Deel A, artikel 3.04, eerste lid | Toegestaan | |
| 6.5 | De losverklaring | Rpr, artikel 15.08, tweede lid CDNI, bijlage 2 en Deel B, model van Aanhangsel IV | Toegestaan | Een leesbaar elektronisch formaat met een tegen vervalsing beschermde handtekening overeenkomstig Verordening (EU) nr. 910/2014 of overeenkomstig vergelijkbare nationale voorschriften van de Zwitserse Bondsstaat |
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)