← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling legitimatievoorschriften kentekenbewijzen en kentekenplaten

Geldende tekst a fecha 2014-04-01

Gelet op artikel 50, vijfde lid, van de Wegenverkeerswet 1994 en de artikelen 25, eerste en tweede lid, 26, tweede lid, 28, tweede lid, 29, eerste lid, 30, tweede lid, 31, tweede lid, 32, tweede lid, 33, eerste lid, 36, tweede lid, 50 eerste lid, en 51 van het Kentekenreglement;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Afschrift gegevens uit de basisregistratie personen

Artikel 1

Voor zover in deze regeling niet anders is bepaald, dient, indien in het kader van deze regeling een legitimatiebewijs als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdelen b, d of e, wordt overgelegd, tevens een origineel en actueel de aanvrager betreffend gewaarmerkt afschrift van de benodigde gegevens uit de basisregistratie personen dat niet ouder is dan drie maanden, te worden overgelegd.

Hoofdstuk 2. Aanvraag tenaamstelling

Artikel 2. Aanvrager natuurlijke persoon
1.

Indien de aanvraag van een tenaamstelling wordt ingediend door een natuurlijke persoon, bij een erkende instantie als bedoeld in de artikelen 61a, eerste lid, of 62, eerste lid, van de wet of een daartoe door de Dienst Wegverkeer aangewezen vestiging van deze dienst, wordt het volgende legitimatiebewijs overgelegd:

2.

Indien de in het eerste lid bedoelde aanvraag wordt ingediend namens een natuurlijke persoon door een erkend bedrijf, dienen de volgende documenten te worden overgelegd:

3.

Indien de in het eerste lid bedoelde aanvraag wordt ingediend voor een natuurlijke persoon door een erkend bedrijf dat gebruik maakt van de bevoegdheid als bedoeld in artikel 46, tweede lid, onderdeel d, van het Kentekenreglement, wordt, tezamen met het in artikel 25a, tweede lid, respectievelijk artikel 28a, tweede lid, van het Kentekenreglement bedoelde legitimatiebewijs, een verklaring als bedoeld in artikel 25a, tweede lid, of artikel 28a, tweede lid, van het Kentekenreglement, overgelegd. De verklaring voldoet aan de voorschriften in artikel 15b, vijfde lid, van de Regeling erkenning bedrijfsvoorraad.

Artikel 3. Aanvrager rechtspersoon
1.

Bij de aanvraag van een tenaamstelling ingediend door een rechtspersoon als bedoeld in artikel 50, vierde lid, van de wet, bij een erkende instantie als bedoeld in artikel 61a, eerste lid, van de wet of een daartoe door de Dienst Wegverkeer aangewezen vestiging van deze dienst, worden de volgende documenten overgelegd:

2.

Indien de aanvraag wordt ingediend namens een rechtspersoon als bedoeld in artikel 25a, derde lid, of artikel 28a, derde lid, van het Kentekenreglement, verstrekt de aanvrager een actueel en gewaarmerkt uittreksel uit het handelsregister als bedoeld in artikel 22 van de Handelsregisterwet 2007, dat niet ouder is dan een jaar en waaruit blijkt dat de tekenbevoegde bevoegd is de rechtspersoon te vertegenwoordigen.

Artikel 4. Aanvrager niet-ingeschreven rechtspersoon

Vervallen

Hoofdstuk 3. Aanvraag vervangend kentekenbewijs met contante of electronische betaling

Artikel 9

Bij de aanvraag tot verval van de tenaamstelling op grond van de artikelen 31, 32, en 33 van het Kentekenreglement dan wel bij de aanvraag van een kenteken als bedoeld in artikel 4, vijfde lid, van het Kentekenreglement, legt de aanvrager een van de in artikel 2, eerste lid, genoemde legitimatiebewijzen over, met dien verstande dat:

Artikel 10

De regeling van de Minister van Verkeer en Waterstaat van 6 december 1991, nr. RV 110015, Hoofddirectie van de Waterstaat (Stcrt. 244), houdende voorschriften legitimatie bij aanvraag kentekenbewijs, wordt ingetrokken.

Artikel 11

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 1995.

Hoofdstuk 4. Aanvraag (opheffing) schorsing en vervangend deel II voor versleten of geheel of ten dele onleesbaar deel II

Artikel 8

De aanvraag van een schorsing, bedoeld in artikel 50 van het Kentekenreglement, en de aanvraag van beëindiging van de schorsing, bedoeld in artikel 51 van het Kentekenreglement, geschiedt overeenkomstig de artikelen 8a en 8b.

Artikel 8a. Aanvrager natuurlijke persoon
1.

Indien de aanvraag wordt ingediend door een natuurlijke persoon, dient bij de aanvraag een van de in artikel 2, eerste lid, genoemde legitimatiebewijzen van de aanvrager te worden overgelegd, met dien verstande dat geen afschrift als bedoeld in artikel 1 behoeft te worden overgelegd.

2.

Indien de aanvraag wordt ingediend namens een natuurlijke persoon door een door deze gemachtigde, dienen bij de aanvraag de volgende documenten te worden overgelegd:

Artikel 8b. Aanvrager rechtspersoon
1.

Indien de aanvraag wordt ingediend door een tekenbevoegde voor een rechtspersoon als bedoeld in artikel 50, vierde lid, van de wet, dienen bij de aanvraag de in artikel 3, eerste lid, genoemde documenten te worden overgelegd.

2.

Indien de aanvraag wordt ingediend door een door een tekenbevoegde gemachtigde, dienen bij de aanvraag de in artikel 3, tweede lid, genoemde documenten te worden overgelegd.

Artikel 8c. Aanvrager niet-ingeschreven rechtspersoon

Vervallen

Hoofdstuk 4a. Aanvraag kentekenbewijs niet-nederlandse aanhangwagen

Artikel 8d

Vervallen

Hoofdstuk 4a. Aanvraag kentekenbewijs niet-nederlandse aanhangwagen

Artikel 9

Bij het overleggen van de in de artikelen 31, 32 en 33 van het Kentekenreglement bedoelde verklaring alsmede bij de aanvraag van een kentekenbewijs, bevattende een kenteken als bedoeld in artikel 4, zesde lid, van het Kentekenreglement, dient degene die de verklaring overlegt, een van de in artikel 2, eerste lid, genoemde legitimatiebewijzen over te leggen, met dien verstande dat:

Hoofdstuk 5. Aanvraag verval tenaamstelling bij voorgoed buiten Nederland brengen en bij aanvraag transitokenteken

Artikel 9 a. Verkrijging door een natuurlijk persoon

Bij de verkrijging van kentekenplaten door een natuurlijk persoon worden overgelegd:

Artikel 9 b. Verkrijging door een rechtspersoon

Bij de verkrijging van kentekenplaten door een rechtspersoon worden overgelegd:

Artikel 9 c. Verkrijging met de bevoegdheid versneld aanvragen van inschrijving

Indien een erkend bedrijf dat beschikt over de bevoegdheid, bedoeld in artikel 46, tweede lid, onder a, van het Kentekenreglement, verzoekt om verkrijging van kentekenplaten worden bij de verkrijging overgelegd:

Artikel 9d. Uitzonderingen
1.

De artikelen 9 a, 9 b en 9 c zijn slechts van toepassing op donkerblauwe kentekenplaten en kentekenplaten volgens de modellen 18.2A tot en met 18.2E, 27.1A tot en met 27.2H, 27.19A tot en met 2726E en 30.1A tot en met 30.16 van de bijlage bij de Regeling kentekens en kentekenplaten, die worden afgegeven door een fabrikant met erkenning als bedoeld in artikel 70a van de wet.

2.

Een legitimatiebewijs als bedoeld in onderdeel a van de artikelen 9 a, 9 b en 9 c hoeft niet te worden overgelegd bij de verkrijging van kentekenplaten volgens de modellen 27.15A tot en met 27.29 en 30.7 tot en met 30.16 van de bijlage bij de Regeling kentekens en kentekenplaten.

3.

Een kentekenbewijs als bedoeld in onderdeel b van de artikelen 9 a, 9 b en 9 c hoeft niet te worden overgelegd bij vervanging van beschadigde kentekenplaten

4.

Bij de verkrijging van kentekenplaten volgens de modellen 27.15A tot 27.17E, 30.7 en 30.8 van de bijlage bij de Regeling kentekens en kentekenplaten kan in plaats van het kentekenbewijs een proces-verbaal van aangifte van vermissing of diefstal van het kentekenbewijs en de desbetreffende kentekenplaten worden overgelegd.

5.

Bij de verkrijging van kentekenplaten volgens de modellen 27.24A tot en met 27.26E van de bijlage bij de Regeling kentekens en kentekenplaten kan in plaats van de kentekencard, het deel IA of het deel I van het kentekenbewijs, het kentekenbewijs deel II als bedoeld in artikel 17, tweede lid van het Kentekenreglement worden overgelegd.

Artikel 9e. Verkrijging van een taxikentekenplaat
1.

In afwijking in zoverre van de artikelen 9a tot en met 9c, worden bij de verkrijging van kentekenplaten volgens de modellen 18.2A tot en met 18.2E met lichtblauwe kleur, en 27.30A tot en met 27.31E door een natuurlijke persoon, respectievelijk een rechtspersoon, overgelegd:

2.

Ter verkrijging van de verklaring, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, worden bij de Dienst Wegverkeer overgelegd:

3.

Bij vervanging van de in het eerste lid bedoelde kentekenplaten na beëindiging van het gebruik van het voertuig als taxi, door andere kentekenplaten dient een legitimatiebewijs als bedoeld in onderdeel a van de artikelen 9a of 9b overgelegd te worden.

Hoofdstuk 6

Artikel 10

De regeling van de Minister van Verkeer en Waterstaat van 6 december 1991, nr. RV 110015, Hoofddirectie van de Waterstaat (Stcrt. 244), houdende voorschriften legitimatie bij aanvraag kentekenbewijs, wordt ingetrokken.

Artikel 11

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 1995.

Artikel 12

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling legitimatievoorschriften tenaamstelling en kentekenplaten.

Artikel 5

Vervallen

Artikel 6. Aanvrager natuurlijke persoon

Vervallen

Artikel 7. Aanvrager ingeschreven rechtspersoon

Vervallen

Artikel 7a. Aanvrager niet-ingeschreven rechtspersoon

Vervallen

Artikel 7b. Aanvrager erkend bedrijf

Vervallen

Hoofdstuk 4. Aanvraag schorsing tenaamstelling en aanvraag beëindiging schorsing tenaamstelling

Hoofdstuk 5 a. Verkrijging kentekenplaten

Hoofdstuk 6