← Geldende tekst · Geschiedenis

Uitvoeringsregeling belastingen op milieugrondslag

Geldende tekst a fecha 2003-01-01

Gelet op artikel 6, vierde lid, 10a, zevende lid, 11, tweede lid, 15, tweede lid, 18a, derde lid, 20, tweede lid, 22, tweede lid, 28, negende lid, van de Wet belastingen op milieugrondslag en op artikel 7, derde lid, van het Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag;

Handelende wat artikel 15, tweede lid, van de Wet belastingen op milieugrondslag betreft, mede namens de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;

Besluit:

Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet belastingen op milieugrondslag en het Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag in werking treden.

Hoofdstuk I. Inleidende bepalingen

Artikel 1
2.

Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:

a. de wet: de Wet belastingen op milieugrondslag; b. het besluit: het Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag; c. een afvalverwerkingsinrichting: een inrichting als bedoeld in artikel 12, eerste lid, onderdeel c, van de wet.

Hoofdstuk II. Grondwaterbelasting

Artikel 2
1.

De watermeters, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van het besluit, worden geplaatst in aansluiting op een recht gedeelte van de pijpleiding zodanig dat de lengte van het rechte gedeelte vóór de meter minimaal tienmaal de nominale doorsnede van de pijpleiding bedraagt en de lengte van het rechte gedeelte ná de meter minimaal vijfmaal de nominale doorsnede van de pijpleiding bedraagt.

2.

Op verzoek van de houder van een inrichting kan de inspecteur onder nader te stellen voorwaarden toestaan dat plaatsing van watermeters op de wijze als aangegeven in het eerste lid, achterwege blijft, indien om technische dan wel financiële redenen niet in redelijkheid plaatsing op die wijze kan worden gevergd.

Artikel 3
1.

De houder van een inrichting als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel c, van de wet, houdt dagelijks op een meetstaat aantekening van de hoeveelheden onttrokken grondwater en geïnfiltreerd water, gespecificeerd naar meter en winningspunt.

2.

De in het eerste lid bedoelde meetstaat behelst in ieder geval:

3.

De inspecteur kan op verzoek de houder van een inrichting bij voor bezwaar vatbare beschikking toestaan de in het eerste lid bedoelde aantekeningen anders in te richten dan wel de in het eerste lid bedoelde hoeveelheden niet dagelijks aan te tekenen. De inspecteur kan aan die toestemming voorwaarden verbinden.

Artikel 4

In de vergunning, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van het besluit, kan de inspecteur nadere voorwaarden stellen met betrekking tot de administratie, de wijze waarop het spoelwater wordt geregistreerd alsmede met betrekking tot de bescheiden die bij het verzoek om teruggaaf moeten worden overgelegd.

Hoofdstuk IIa. Belasting op leidingwater

Artikel 4a

1.

Voor de toepassing van artikel 11c, tweede lid, van de wet wordt een gedeelte van een maand als een hele maand aangemerkt bij aanvang van de verbruiksperiode vóór de zestiende dag van de kalendermaand en bij einde van de verbruiksperiode na de vijftiende dag van de kalendermaand.

2.

Toepassing van het eerste lid kan achterwege blijven indien een gedeelte van een maand in aanmerking wordt genomen naar evenredigheid van het aantal dagen.

3.

De verklaring, bedoeld in artikel 11c, derde lid, van de wet, wordt ondertekend en bevat ten minste:

Artikel 4b

1.

Uit de administratie van de belastingplichtige, bedoeld in artikel 11d, van de wet, dient te blijken hoe het voorschotbedrag, bedoeld in artikel 11f, eerste lid, onderdeel a, van de wet, kan worden herleid naar de hoeveelheid leidingwater en hoe het voorschotbedrag is opgebouwd.

2.

Indien de verrekening, bedoeld in artikel 11f, derde lid, van de wet, leidt tot een lager bedrag dan over de verbruiksperiode aan belasting is voldaan, wordt het verschil in mindering gebracht op de aangifte over het tijdvak waarin de eindfactuur is uitgereikt.

Artikel 4c

De administratie van degene die verzoekt om teruggaaf van belasting als bedoeld in artikel 11i, eerste lid, van de wet, is zodanig ingericht dat daarin op overzichtelijke wijze alle voor de vaststelling van het bedrag van de teruggaaf van belang zijnde gegevens zijn opgenomen.

Artikel 4d

In het verzoek om teruggaaf, bedoeld in artikel 11j, eerste lid, van de wet, worden de volgende gegevens vermeld:

Artikel 4e

De administratie van de belastingplichtige, bedoeld in artikel 11d van de wet, is zodanig ingericht dat daarin op overzichtelijke wijze de gegevens zijn opgenomen met betrekking tot:

Hoofdstuk III. Afvalstoffenbelasting

Artikel 5
1.

Het gewicht van de in artikel 13, eerste lid, van de wet bedoelde afvalstoffen wordt onder verantwoordelijkheid van de houder van een afvalverwerkingsinrichting onmiddellijk vóór dan wel aansluitend op de afgifte bepaald in kilogrammen door weging met een weegwerktuig als bedoeld in de IJkwet.

2.

Voor de toepassing van artikel 15, eerste lid, van de wet wordt, in afwijking in zoverre van het eerste lid, het gewicht van baggerspecie die wordt afgegeven aan een andere inrichting dan een stortplaats voor baggerspecie op land als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Regeling stortplaatsen voor baggerspecie op land in eenheden van duizend kilogram (ton) als volgt bepaald:

m — rhow x rhova.st x V x 1,25
v — rhow x rhova.st x V x 1,25
rhova.st — rhow x rhova.st x V x 1,25
3.

Indien geen waarden bekend zijn voor rhowen rhova.st, wordt in afwijking van het tweede lid, onderdeel a, het gewicht van de baggerspecie bepaald volgens de formule: (1,606 x (m - V)) x 1,25.

4.

De volumieke massa van de aangevoerde afvalstoffen wordt bepaald door het gewicht van de afvalstoffen te delen door het met het registratienummer van de container, kipwagen of het vaartuig corresponderende volume.

Artikel 5a

De vrijstelling, bedoeld in artikel 17, eerste lid, onderdeel a, van de wet, is van toepassing indien:

Artikel 5aa

De vrijstelling, bedoeld in artikel 17, eerste lid, onderdeel b, van de wet, is van toepassing indien:

Artikel 5ab
1.

Het tarief, bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de wet vindt slechts toepassing op de afvalstoffen als bedoeld in artikel 18, tweede lid, onderdeel e, van de wet indien de aanbieder van de afvalstoffen aan de houder van een afvalverwerkingsinrichting een ondertekende verklaring afgeeft waarin wordt aangegeven de hoeveelheid aangeboden afvalstoffen en het productieproces waarvan de afvalstoffen afkomstig zijn.

2.

Indien de afvalstoffen niet worden aangeboden door de producent, wordt de verklaring, bedoeld in het eerste lid, zowel door de producent als door de vervoerder ondertekend.

Artikel 5b
1.

De administratie van de houder van de afvalverwerkingsinrichting is zodanig ingericht dat daarin op overzichtelijke wijze de gegevens zijn opgenomen met betrekking tot:

2.

In afwijking in zoverre van het eerste lid, is de administratie van de houder van een inrichting waar baggerspecie ter verwijdering wordt afgegeven zodanig ingericht dat daarin per partij op overzichtelijke wijze de gegevens zijn opgenomen met betrekking tot:

3.

Bij afgifte van baggerspecie waarbij uitsluitend sprake is van hydraulisch transport wordt, in afwijking van het tweede lid, de administratie van de houder van een inrichting waar baggerspecie wordt afgegeven zodanig ingericht dat daarin per partij op overzichtelijke wijze de gegevens zijn opgenomen met betrekking tot:

Artikel 5c

Voor de toepassing van artikel 18, tweede lid, onder e, van de wet worden aangewezen residuen afkomstig van vertical technology (VERTEC) voor het reinigen van zuiveringsslib, regeneratiezandstof dat vrijkomt bij het stralen van voorwerpen of bij het vervaardigen van zandvormen in het productieproces van aluminium- en ijzergieterijen en residuen afkomstig van installaties voor het verbranden van specifiek ziekenhuisafval.

Artikel 6

In de vergunning, bedoeld in artikel 6 van het besluit, kan de inspecteur nadere voorwaarden stellen met betrekking tot de administratie, het volgen van de afvalstromen, de gewichtsbepaling van de afvalstoffen, alsmede met betrekking tot de bescheiden die bij het verzoek om teruggaaf dienen te worden overgelegd.

Artikel 6a

Voor de toepassing van artikel 18b, eerste lid, van de wet kan de inspecteur per inrichting en per stof, preparaat of ander product een factor vaststellen waarmee het gewicht wordt vermenigvuldigd ten behoeve van de berekening van het terug te geven bedrag aan belasting.

Artikel 6b

De administratie van degene die verzoekt om teruggaaf van belasting als bedoeld in artikel 18c, eerste lid, van de wet, is zodanig ingericht dat daarin op overzichtelijke wijze alle voor de vaststelling van het bedrag van de teruggaaf van belang zijnde gegevens zijn opgenomen.

Hoofdstuk IV. Brandstoffenbelasting

Artikel 7
1.

De herleiding van feitelijke hoeveelheden van minerale oliën tot hoeveelheden bij een temperatuur van 15° C geschiedt op de voet van artikel 14 van de Uitvoeringsregeling accijns.

2.

De vaststelling van het loodgehalte van ongelode lichte olie en gelode lichte olie geschiedt op de voet van artikel 12 van de Uitvoeringsregeling accijns.

3.

Het researchoktaangetal van ongelode en gelode lichte olie wordt vastgesteld volgens de norm (NEN)-ISO 5164 (RON). Interpretatie van de resultaten geschiedt volgens de norm ISO 4259.

Artikel 7a

Voor de toepassing van artikel 24, tweede lid, van de wet dient uit de administratie van de belastingplichtige, bedoeld in artikel 24, eerste lid, van de wet, te blijken hoeveel aardgas aan hem is geleverd.

Artikel 7b

De verklaring, bedoeld in artikel 6c, eerste lid, van het besluit, wordt ondertekend en bevat ten minste:

Artikel 8

1.

De administratie van degene die verzoekt om teruggaaf van belasting als bedoeld in de artikelen 28 en 28a van de wet, is zodanig ingericht dat daarin op overzichtelijke wijze alle voor de vaststelling van het bedrag van de teruggaaf van belang zijnde gegevens zijn opgenomen.

2.

In het verzoek om teruggaaf, bedoeld in artikel 28a, eerste lid, van de wet, worden de volgende gegevens vermeld:

3.

In het verzoek om teruggaaf, bedoeld in artikel 28a, tweede lid, van de wet, worden de volgende gegevens vermeld:

Hoofdstuk IVa. Regulerende energiebelasting

Artikel 8a

De herleiding van feitelijke hoeveelheden halfzware olie en gasolie tot hoeveelheden bij een temperatuur van 15° C geschiedt op de voet van artikel 14 van de Uitvoeringsregeling accijns.

Artikel 8aa
1.

Voor de toepassing van artikel 36a, eerste lid, onderdeel k, van de wet worden producten, afvalstoffen en residuen van de landbouw, met inbegrip van plantaardige en dierlijke stoffen, de bosbouw en aanverwante bedrijfstakken, alsmede industrieel en huishoudelijk afval met een aandeel onvermijdbare kunststoffen en ander materiaal van lang-cyclisch organische oorsprong van ten hoogste 3 massaprocent per partij geacht geheel biologisch afbreekbaar te zijn.

2.

Voor de toepassing van het eerste lid wordt als partij aangemerkt de op basis van één specificatie geleverde hoeveelheid materiaal die voor controle op het aandeel onvermijdbare kunststoffen en ander materiaal van lang-cyclisch organische oorsprong door degene die het materiaal gebruikt voor de opwekking van elektriciteit gedurende een door hem vastgestelde periode als eenheid wordt aangemerkt en als zodanig identificeerbaar is.

Artikel 8b

1.

Voor de toepassing van artikel 36c, vierde lid, van de wet wordt een gedeelte van een maand als een hele maand aangemerkt bij aanvang van de verbruiksperiode vóór de zestiende dag van de kalendermaand en bij einde van de verbruiksperiode na de vijftiende dag van de kalendermaand.

2.

Toepassing van het eerste lid kan achterwege blijven indien een gedeelte van een maand in aanmerking wordt genomen naar evenredigheid van het aantal dagen.

3.

De voor de toepassing van artikel 36c, vierde lid, van de wet gehanteerde methode wordt eveneens gebruikt voor de toepassing van artikel 36j, derde lid, van de wet.

Artikel 8c

Vervallen.

Artikel 8d

1.

Uit de administratie van de belastingplichtige, bedoeld in artikel 36e, tweede lid, van de wet, dient te blijken hoe de voorschotbedragen, bedoeld in artikel 36h, derde lid, onderdeel a, van de wet, kunnen worden herleid naar hoeveelheden aardgas en elektriciteit en hoe het voorschotbedrag is opgebouwd.

2.

Voor de toepassing van artikel 36e, vijfde lid, van de wet dient uit de administratie van de belastingplichtige, bedoeld in artikel 36e, derde en vierde lid, van de wet, te blijken hoeveel aardgas en elektriciteit aan hem is geleverd.

3.

Indien de verrekening, bedoeld in artikel 36h, vijfde lid, van de wet, leidt tot een lager bedrag dan over de verbruiksperiode aan belasting is voldaan, wordt het verschil in mindering gebracht op de aangifte over het tijdvak waarin de eindfactuur is uitgereikt.

Artikel 8e

1.

Ter zake van de uitslag en de invoer van halfzware olie, gasolie en vloeibaar gemaakt petroleumgas vindt het tarief, bedoeld in artikel 36i, derde lid, van de wet, toepassing bij wijze van teruggaaf van belasting aan de tuinbouwer die de minerale oliën gebruikt voor verwarming ter bevordering van het groeiproces van tuinbouwprodukten.

2.

De teruggaaf geschiedt op verzoek van de tuinbouwer en bedraagt de aan hem wegens levering van de minerale oliën in rekening gebrachte belasting.

3.

Het verzoek om teruggaaf wordt gedaan binnen dertien weken na afloop van het kalenderkwartaal waarin de minerale oliën zijn ontvangen.

4.

In het verzoek om teruggaaf worden vermeld:

5.

Bij het verzoek om teruggaaf worden de aankoopfacturen overgelegd van de in het verzoek om teruggaaf vermelde hoeveelheid minerale oliën waarvoor teruggaaf wordt verzocht.

Artikel 8f
1.

Ter zake van de levering van aardgas vindt het schijventarief, bedoeld in artikel 36i, vierde lid, van de wet, slechts toepassing indien die levering geschiedt aan een tuinbouwer en mits de leverancier per aansluiting een door de tuinbouwer ondertekende verklaring kan overleggen waaruit blijkt dat deze het aardgas gebruikt voor verwarming ter bevordering van het groeiproces van tuinbouwprodukten, en waarin voorts zijn vermeld:

2.

De in het eerste lid bedoelde verklaring heeft betrekking op al het per aansluiting in het kalenderjaar door de leverancier aan de tuinbouwer te leveren aardgas; indien slechts een deel van dat aardgas wordt gebruikt voor het in het eerste lid vermelde doel, wordt dit in de verklaring vermeld en wordt de omvang van dit doel vermeld.

3.

De verklaring, bedoeld in artikel 8a, eerste lid, van het besluit, wordt ondertekend en bevat ten minste:

4.

Ter zake van de levering van elektriciteit, bedoeld in artikel 36i, zesde lid, van de wet, vindt het aldaar bedoelde schijventarief slechts toepassing indien de leverancier ter zake van die levering een contract kan overleggen waarin zijn vermeld:

5.

Het vierde lid is van overeenkomstige toepassing op het schijventarief, bedoeld in artikel 36i, zevende lid, van de wet, ter zake van de levering van stortgas, rioolwaterzuiveringsgas of biogas.

Artikel 8g

Vervallen.

Artikel 8h

De verklaring, bedoeld in artikel 8b, eerste lid, van het besluit, wordt ondertekend en bevat ten minste:

Artikel 8i
1.

In het verzoek om teruggaaf, bedoeld in artikel 36l, eerste lid, van de wet, worden de volgende gegevens vermeld:

2.

De administratie van degene die het in het eerste lid bedoelde verzoek om teruggaaf indient, is zodanig ingericht dat daarin op overzichtelijke wijze alle voor de vaststelling van het bedrag van de teruggaaf van belang zijnde gegevens zijn opgenomen.

3.

In het verzoek om teruggaaf, bedoeld in artikel 36l, derde lid, van de wet, worden de volgende gegevens vermeld:

4.

In de afrekening, bedoeld in artikel 8c, vijfde lid, van het Uitvoeringsbesluit, worden vermeld de totale hoeveelheid warmte die in het blokverwarmingscomplex is verbruikt in de verbruiksperiode waarop het verzoek om teruggaaf betrekking heeft, alsmede het aandeel van de gebruiker daarin.

5.

In het verzoek om teruggaaf, bedoeld in artikel 36l, vijfde lid, van de wet, worden de volgende gegevens vermeld:

6.

De administratie van degene die het in het vijfde lid bedoelde verzoek om teruggaaf indient, is zodanig ingericht dat daarin op overzichtelijke wijze alle voor de vaststelling van het bedrag van de teruggaaf van belang zijnde gegevens zijn opgenomen.

Artikel 8j

De administratie van de belastingplichtige, bedoeld in artikel 36e, tweede lid, van de wet, dient zodanig te zijn ingericht dat daarin op overzichtelijke wijze de gegevens zijn opgenomen met betrekking tot:

Artikel 8ja

De teruggaafregeling, bedoeld in artikel 361, zevende lid, van de wet, is eveneens van toepassing met betrekking tot aardgas en elektriciteit, gebruikt in onroerende zaken die hoofdzakelijk in gebruik zijn bij een instelling als bedoeld in artikel 361, elfde lid, van de wet, mits

Artikel 8jb
1.

De administratie van degene die verzoekt om teruggaaf van belasting als bedoeld in artikel 36l, twaalfde lid van de wet, is zodanig ingericht dat daarin op overzichtelijke wijze alle voor de vaststelling van het bedrag van de teruggaaf van belang zijnde gegevens zijn opgenomen.

2.

In het verzoek om teruggaaf, bedoeld in artikel 36l, twaalfde lid, van de wet, worden de volgende gegevens vermeld:

Artikel 8jc

De administratie van degene die verzoekt om teruggaaf van belasting als bedoeld in artikel 36m, eerste lid, van de wet, is zodanig ingericht dat daarin op overzichtelijke wijze alle voor de vaststelling van het bedrag van de teruggaaf van belang zijnde gegevens zijn opgenomen.

Artikel 8k
1.

De verklaring, bedoeld in artikel 8e, eerste lid, van het besluit, wordt ondertekend en bevat ten minste:

2.

Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op stortgas, rioolwaterzuiveringsgas en biogas dat wordt geleverd aan het Nederlandse distributienet.

3.

Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op warmte die is opgewekt door middel van installaties waarin zuivere biomassa zonder enige bijstook van andere stoffen thermisch wordt verwerkt onder omzetting in elektriciteit en warmte, en warmte die is opgewekt met behulp van aardwarmtewinningssystemen.

4.

De vermindering van belasting, bedoeld in artikel 36o, eerste lid, van de wet, geschiedt op de aangifte over het tijdvak waarin het bedrag van de vermindering op de in artikel 36o, tweede lid, van de wet bedoelde wijze is doorgegeven.

Artikel 8l
1.

De administratie van een installatie waarin zuivere biomassa zodanig wordt verwerkt dat daaruit elektriciteit wordt opgewekt, dient zodanig te zijn ingericht dat daarin op overzichtelijke wijze alle gegevens zijn opgenomen welke van belang zijn voor de jaarlijkse vaststelling van:

2.

De administratie van een installatie waarin zuivere biomassa wordt verwerkt op een wijze als bedoeld in het eerste lid dient zodanig te zijn ingericht dat daarin op overzichtelijke wijze de gegevens zijn opgenomen omtrent alle voor de toepassing van artikel 8aa van belang zijnde bedrijfshandelingen.

3.

De administratie van een installatie waarin biomassa zodanig wordt verwerkt dat daaruit stortgas, rioolwaterzuiveringsgas of biogas wordt gewonnen, dient zodanig te zijn ingericht dat daarin op overzichtelijke wijze alle gegevens zijn opgenomen welke van belang zijn voor de jaarlijkse vaststelling van de door de installatie gewonnen en aan het distributienet geleverde hoeveelheid stortgas, rioolwaterzuiveringsgas, of biogas.

4.

Het derde lid is van overeenkomstige toepassing op de administratie van een installatie die warmte opwekt met behulp van een aardwarmtewinningssysteem als bedoeld in artikel 36o, vierde lid, van de wet.

Artikel 8m

Vervallen.

Artikel 8n

Vervallen.

Artikel 8o

Vervallen.

Artikel 8p

Vervallen.

Artikel 8q
1.

De verklaring, bedoeld in artikel 8i, eerste lid, onderdeel a, van het besluit, wordt ondertekend en bevat ten minste:

2.

De verklaring, bedoeld in artikel 8i, eerste lid, onderdeel b, van het besluit, wordt ondertekend en bevat ten minste:

3.

De verklaring, bedoeld in artikel 8i, eerste lid, onderdeel c, van het besluit, heeft betrekking op één maand, wordt ondertekend en bevat ten minste:

4.

Ter vaststelling van de gegevens, bedoeld in het derde lid, onderdelen d, e, f en g, wordt gebruik gemaakt van meters.

5.

De vermindering van belasting, bedoeld in artikel 36t, eerste lid, van de wet, geschiedt op aangifte over het tijdvak waarin het bedrag van de vermindering op de in artikel 36t, tweede lid, van de wet bedoelde wijze is doorgegeven.

Hoofdstuk V. Slotbepalingen

Artikel 9

Vervallen.

Artikel 10

Vervallen.

Artikel 11

Deze regeling treedt in werking met ingang van de datum waarop de bepalingen van de Wet belastingen op milieugrondslag en van het Uitvoeringsbesluit waarop deze regeling berust, in werking treden.

Artikel 12

Deze regeling wordt aangehaald als:

Uitvoeringsregeling belastingen op milieugrondslag.