Uitvoeringsregeling belastingen op milieugrondslag
Gelet op artikel 6, vierde lid, 10a, zevende lid, 11, tweede lid, 15, tweede lid, 18a, derde lid, 20, tweede lid, 22, tweede lid, 28, negende lid, van de Wet belastingen op milieugrondslag en op artikel 7, derde lid, van het Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag;
Handelende wat artikel 15, tweede lid, van de Wet belastingen op milieugrondslag betreft, mede namens de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;
Besluit:
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet belastingen op milieugrondslag en het Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag in werking treden.
Hoofdstuk I. Inleidende bepalingen
Artikel 1
Deze regeling geeft uitvoering aan de artikelen 6, vierde lid, 11, vierde lid, 14, vierde lid, 20, vierde lid, 21, tweede lid, 25, tweede lid, 28, tweede lid, onderdeel d, 38, tweede lid, onderdeel b, 39, tweede lid, 44, vijfde lid, 45, vierde lid, 47, tweede, derde en vijfde lid, 50, zesde lid, 54, zesde lid, 58, vierde lid, 59, zevende lid, 60, vierde lid, 63, zesde lid, 64, zesde lid, 66, derde lid, 67, vierde lid, 68, vierde lid, 69, negende lid, 70, zesde lid, 71, tweede en derde lid, 80, onderdeel a, onder 4°, 86, tweede lid, en 92, tweede lid, van de Wet belastingen op milieugrondslag en de artikelen 18, vijfde lid, 19, tweede lid, onderdeel c, 23, tweede lid, en 27, derde lid, van het Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag.
Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:
a. de wet: de Wet belastingen op milieugrondslag; b. het besluit: het Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag; c. een afvalverwerkingsinrichting: een inrichting als bedoeld in artikel 22, eerste lid, onderdeel c, van de wet; d. een krat: een verpakking met zes vlakken waarvan minimaal een vlak open is, zodat er zonder aanpassing van de verpakking een product kan worden in- of uitgepakt; e. een doos: een gesloten verpakking met zes vlakken, waaruit alleen met aanpassing van de verpakking een product kan worden in- of uitgepakt.
Hoofdstuk II. Grondwaterbelasting
Artikel 2
De watermeters, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van het besluit, worden geplaatst in aansluiting op een recht gedeelte van de pijpleiding zodanig dat de lengte van het rechte gedeelte vóór de meter minimaal tienmaal de nominale doorsnede van de pijpleiding bedraagt en de lengte van het rechte gedeelte ná de meter minimaal vijfmaal de nominale doorsnede van de pijpleiding bedraagt.
Artikel 3
De houder van een inrichting als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel c, van de wet, houdt dagelijks op een meetstaat aantekening van de hoeveelheden onttrokken grondwater en geïnfiltreerd water, gespecificeerd naar meter en winningspunt.
De in het eerste lid bedoelde meetstaat behelst in ieder geval:
- a. gegevens ter identificatie van de meter;
- b. de datum van opname en de stand van de meter;
- c. de onttrekking en infiltratie sinds de vorige opname van de meter, en
- d. voorvallen die van invloed zijn of kunnen zijn op de meting (onder opgave van de datum).
De inspecteur kan op verzoek de houder van een inrichting bij voor bezwaar vatbare beschikking toestaan de in het eerste lid bedoelde aantekeningen anders in te richten dan wel de in het eerste lid bedoelde hoeveelheden niet dagelijks aan te tekenen. De inspecteur kan aan die toestemming voorwaarden verbinden.
Artikel 4
Voor de toepassing van artikel 14, tweede lid, van de wet wordt een gedeelte van een maand als een hele maand aangemerkt bij aanvang van de verbruiksperiode vóór de zestiende dag van de kalendermaand en bij einde van de verbruiksperiode na de vijftiende dag van de kalendermaand.
Toepassing van het eerste lid kan achterwege blijven indien een gedeelte van een maand in aanmerking wordt genomen naar evenredigheid van het aantal dagen.
De verklaring, bedoeld in artikel 14, derde lid, van de wet, wordt ondertekend en bevat ten minste:
- a. de dagtekening;
- b. naam en adres van de exploitant;
- c. naam en adres van de leverancier, en
- d. het aantal alsmede een omschrijving van de onroerende zaken met plaatselijke en kadastrale aanduiding, die gemiddeld op de installatie zijn aangesloten.
Hoofdstuk IIa. Belasting op leidingwater
Artikel 4a
1.
Voor de toepassing van artikel 11c, tweede lid, van de wet wordt een gedeelte van een maand als een hele maand aangemerkt bij aanvang van de verbruiksperiode vóór de zestiende dag van de kalendermaand en bij einde van de verbruiksperiode na de vijftiende dag van de kalendermaand.
2.
Toepassing van het eerste lid kan achterwege blijven indien een gedeelte van een maand in aanmerking wordt genomen naar evenredigheid van het aantal dagen.
De verklaring, bedoeld in artikel 11c, derde lid, van de wet, wordt ondertekend en bevat ten minste:
- a. de dagtekening;
- b. naam en adres van de exploitant;
- c. naam en adres van de leverancier;
- d. het aantal alsmede een omschrijving van de onroerende zaken met plaatselijke en kadastrale aanduiding, die gemiddeld op de installatie zijn aangesloten.
Artikel 4b
1.
Uit de administratie van de belastingplichtige, bedoeld in artikel 11d, van de wet, dient te blijken hoe het voorschotbedrag, bedoeld in artikel 11f, eerste lid, onderdeel a, van de wet, kan worden herleid naar de hoeveelheid leidingwater en hoe het voorschotbedrag is opgebouwd.
2.
Indien de verrekening, bedoeld in artikel 11f, derde lid, van de wet, leidt tot een lager bedrag dan over de verbruiksperiode aan belasting is voldaan, wordt het verschil in mindering gebracht op de aangifte over het tijdvak waarin de eindfactuur is uitgereikt.
Artikel 4c
De administratie van degene die verzoekt om teruggaaf van belasting als bedoeld in artikel 11i, eerste lid, van de wet, is zodanig ingericht dat daarin op overzichtelijke wijze alle voor de vaststelling van het bedrag van de teruggaaf van belang zijnde gegevens zijn opgenomen.
Artikel 4d
In het verzoek om teruggaaf, bedoeld in artikel 11j, eerste lid, van de wet, worden de volgende gegevens vermeld:
- a. het tijdvak waarover teruggaaf wordt verzocht;
- b. naam en adres van de verbruiker;
- c. naam en adres van de leveranciers;
- d. de hoeveelheid leidingwater waarvoor teruggaaf wordt verzocht per leverancier;
- e. de periode van levering van het leidingwater;
- f. het bedrag aan belasting dat wordt teruggevraagd.
Artikel 4e
De administratie van de belastingplichtige, bedoeld in artikel 11d van de wet, is zodanig ingericht dat daarin op overzichtelijke wijze de gegevens zijn opgenomen met betrekking tot:
- a. de hoeveelheid leidingwater die is geleverd;
- b. de belasting begrepen in voorschotnota's en voorschotbedragen;
- c. de belasting begrepen in eindfacturen;
- d. de belasting begrepen in facturen;
- e. het aantal aansluitingen voor leidingwater;
- f. de periode van aansluiting;
- g. het aantal malen dat de bovengrens is toegepast;
- h. de evenredige toedeling van de bovengrens bij afwijkende verbruiksperioden;
- i. het eigen verbruik;
- j. de contracten ten aanzien van de onbemeterde aansluitingen;
- k. de toepassing van de regeling, bedoeld in artikel 11c, derde lid, van de wet;
- l. de toepassing van de vrijstelling, bedoeld in artikel 11h, eerste lid, van de wet.
Hoofdstuk V. Kolenbelasting
Artikel 5
In het verzoek om teruggaaf, bedoeld in artikel 20, eerste lid, van de wet, worden de volgende gegevens vermeld:
- a. het tijdvak waarover teruggaaf wordt verzocht;
- b. naam en adres van de verbruiker;
- c. naam en adres van de leveranciers;
- d. de hoeveelheid leidingwater waarvoor teruggaaf wordt verzocht per leverancier;
- e. de periode van levering van het leidingwater, en
- f. het bedrag aan belasting dat wordt teruggevraagd.
Artikel 5a
Het tarief, bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de wet vindt slechts toepassing op de afvalstoffen als bedoeld in artikel 18, tweede lid, onderdeel d, van de wet indien de aanbieder van de afvalstoffen aan de houder van een afvalverwerkingsinrichting een ondertekende verklaring afgeeft waarin wordt aangegeven de hoeveelheid aangeboden afvalstoffen en het productieproces waarvan de afvalstoffen afkomstig zijn.
Indien de afvalstoffen niet worden aangeboden door de producent, wordt de verklaring, bedoeld in het eerste lid, zowel door de producent als door de vervoerder ondertekend.
Artikel 5aa
Vervallen
Artikel 5ab
Het tarief, bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de wet vindt slechts toepassing op de afvalstoffen als bedoeld in artikel 18, tweede lid, onderdeel e, van de wet indien de aanbieder van de afvalstoffen aan de houder van een afvalverwerkingsinrichting een ondertekende verklaring afgeeft waarin wordt aangegeven de hoeveelheid aangeboden afvalstoffen en het productieproces waarvan de afvalstoffen afkomstig zijn.
Indien de afvalstoffen niet worden aangeboden door de producent, wordt de verklaring, bedoeld in het eerste lid, zowel door de producent als door de vervoerder ondertekend.
Artikel 5b
De administratie van de houder van de afvalverwerkingsinrichting is zodanig ingericht dat daarin op overzichtelijke wijze de gegevens zijn opgenomen met betrekking tot:
- a. de aanbieders van de aangeboden partij afvalstoffen;
- b. het gewicht per partij afval;
- c. de verklaring als bedoeld in artikel 5a, eerste lid.
Artikel 5c
Voor de toepassing van artikel 18, tweede lid, onderdeel d, van de wet worden aangewezen residuen afkomstig van vertical technology (VERTEC) voor het reinigen van zuiveringsslib, regeneratiezandstof dat vrijkomt bij het stralen van voorwerpen of bij het vervaardigen van zandvormen in het productieproces van aluminium- en ijzergieterijen, anorganische residuen van de destillatie of ontwatering van verontreinigd boorgruis, residuen van zuivering in een afvalwaterbehandelingsinstallatie van afvalwater afkomstig van de rookgasontzwaveling van een kolengestookte elektriciteitscentrale en residuen afkomstig van installaties voor het verbranden van specifiek ziekenhuisafval.
Artikel 6
De administratie van de belastingplichtige, bedoeld in artikel 21, eerste lid, van de wet, is zodanig ingericht dat daarin op overzichtelijke wijze de gegevens zijn opgenomen met betrekking tot:
- a. de hoeveelheid leidingwater die is geleverd;
- b. de opbouw van de voorschotbedragen;
- c. de herleiding van de voorschotbedragen naar de hoeveelheden leidingwater;
- d. de belasting begrepen in voorschotnota's en voorschotbedragen;
- e. de belasting begrepen in eindfacturen;
- f. de belasting begrepen in facturen;
- g. het aantal aansluitingen voor leidingwater;
- h. de periode van aansluiting;
- i. het aantal malen dat de bovengrens is toegepast;
- j. de evenredige toedeling van de bovengrens bij afwijkende verbruiksperioden;
- k. het eigen verbruik;
- l. de contracten ten aanzien van de onbemeterde aansluitingen;
- m. de toepassing van de regeling, bedoeld in artikel 14, derde lid, van de wet;
- n. de toepassing van de vrijstelling, bedoeld in artikel 19 van de wet.
Artikel 6a
Voor de toepassing van artikel 18b, eerste lid, van de wet kan de inspecteur per inrichting en per stof, preparaat of ander product een factor vaststellen waarmee het gewicht wordt vermenigvuldigd ten behoeve van de berekening van het terug te geven bedrag aan belasting.
Artikel 6b
De administratie van degene die verzoekt om teruggaaf van belasting als bedoeld in artikel 18c, eerste lid, van de wet, is zodanig ingericht dat daarin op overzichtelijke wijze alle voor de vaststelling van het bedrag van de teruggaaf van belang zijnde gegevens zijn opgenomen.
Hoofdstuk IV. Brandstoffenbelasting
Artikel 7
Het gewicht van de in artikel 23, eerste lid, van de wet bedoelde afvalstoffen wordt onder verantwoordelijkheid van de houder van een afvalverwerkingsinrichting onmiddellijk vóór dan wel aansluitend op de afgifte bepaald in kilogrammen door weging met een meetinstrument dat voldoet aan de eisen die bij of krachtens de Metrologiewet worden gesteld aan een meetinstrument.
Artikel 7a
Vervallen
Artikel 7b
De verklaring, bedoeld in artikel 6c, eerste en derde lid, van het besluit, wordt ondertekend en bevat ten minste:
- a. de dagtekening;
- b. naam en adres van de gebruiker;
- c. naam en adres van de leverancier;
- d. de hoeveelheid kolen waarvoor vrijstelling wordt verleend;
- e. het kalenderjaar waarop de verklaring betrekking heeft.
Artikel 8
Voor de toepassing van artikel 28, tweede lid, onderdeel d, van de wet worden aangewezen residuen afkomstig van vertical technology (VERTEC) voor het reinigen van zuiveringsslib, regeneratiezandstof dat vrijkomt bij het stralen van voorwerpen of bij het vervaardigen van zandvormen in het productieproces van aluminium- en ijzergieterijen, anorganische residuen van de destillatie of ontwatering van verontreinigd boorgruis, residuen van zuivering in een afvalwaterbehandelingsinstallatie van afvalwater afkomstig van de rookgasontzwaveling van een kolengestookte elektriciteitscentrale en residuen afkomstig van installaties voor het verbranden van specifiek ziekenhuisafval.
Hoofdstuk IVa. Energiebelasting
Artikel 8a
De herleiding van feitelijke hoeveelheden halfzware olie en gasolie tot hoeveelheden bij een temperatuur van 15° C geschiedt op de voet van artikel 14 van de Uitvoeringsregeling accijns.
Artikel 8aa
Berekeningen voor de toepassing van artikel 36a, eerste lid, onderdeel q, van de wet, worden gemaakt op basis van een kalenderjaar.
Voor de toepassing van artikel 36a, eerste lid, onderdeel k, van de wet worden producten, afvalstoffen en residuen van de landbouw, met inbegrip van plantaardige en dierlijke stoffen, de bosbouw en aanverwante bedrijfstakken, alsmede industrieel en huishoudelijk afval met een aandeel onvermijdbare kunststoffen en ander materiaal van lang-cyclisch organische oorsprong van ten hoogste 3 massaprocent per partij geacht geheel biologisch afbreekbaar te zijn.
Voor de toepassing van het eerste lid wordt als partij aangemerkt de op basis van één specificatie geleverde hoeveelheid materiaal die voor controle op het aandeel onvermijdbare kunststoffen en ander materiaal van lang-cyclisch organische oorsprong door degene die het materiaal gebruikt voor de opwekking van elektriciteit gedurende een door hem vastgestelde periode als eenheid wordt aangemerkt en als zodanig identificeerbaar is.
Artikel 8b
Voor de toepassing van artikel 36j, derde lid, van de wet wordt een gedeelte van een maand als een hele maand aangemerkt bij aanvang van de verbruiksperiode vóór de zestiende dag van de kalendermaand en bij einde van de verbruiksperiode na de vijftiende dag van de kalendermaand.
Toepassing van het eerste lid kan achterwege blijven indien een gedeelte van een maand in aanmerking wordt genomen naar evenredigheid van het aantal dagen.
Artikel 8c
Op de administratie van de fiscaal vertegenwoordiger, bedoeld in artikel 36e, vierde lid, van de wet is artikel 8j van overeenkomstige toepassing.
Artikel 8d
Uit de administratie van de belastingplichtige, bedoeld in artikel 36e, tweede lid, van de wet, dient te blijken hoe de voorschotbedragen, bedoeld in artikel 36h, derde lid, onderdeel a, van de wet, kunnen worden herleid naar hoeveelheden aardgas, overige gassen en elektriciteit en hoe het voorschotbedrag is opgebouwd.
Voor de toepassing van artikel 36e, tiende lid, van de wet dient uit de administratie van de belastingplichtige, bedoeld in artikel 36e, derde en negende lid, van de wet, te blijken hoeveel aardgas, overige gassen en elektriciteit aan hem is geleverd.
Indien de verrekening, bedoeld in artikel 36h, vijfde lid, van de wet, leidt tot een lager bedrag dan over de verbruiksperiode aan belasting is voldaan, wordt het verschil in mindering gebracht op de aangifte over het tijdvak waarin de eindfactuur is uitgereikt.
Artikel 8e
1.
Ter zake van de uitslag en de invoer van halfzware olie, gasolie en vloeibaar gemaakt petroleumgas vindt het tarief, bedoeld in artikel 36i, derde lid, van de wet, toepassing bij wijze van teruggaaf van belasting aan de tuinbouwer die de minerale oliën gebruikt voor verwarming ter bevordering van het groeiproces van tuinbouwprodukten.
De teruggaaf geschiedt op verzoek van de tuinbouwer en bedraagt de aan hem wegens levering van minerale oliën in rekening gebrachte belasting verminderd met het bedrag dat resulteert indien de tarieven als bedoeld in artikel 36i, derde lid, in rekening worden gebracht.
Het verzoek om teruggaaf wordt gedaan binnen dertien weken na afloop van het kalenderkwartaal waarin de minerale oliën zijn ontvangen.
In het verzoek om teruggaaf worden vermeld:
- a. het kwartaal waarover teruggaaf wordt verzocht;
- b. naam en adres van de tuinbouwer;
- c. de hoeveelheid en de soort minerale olie waarvoor teruggaaf wordt verzocht;
- d. de datum van levering van de minerale oliën;
- e. het bedrag aan belasting dat wordt teruggevraagd;
- f. de verklaring dat de tuinbouwer de minerale oliën ter zake waarvan teruggaaf wordt gevraagd gebruikt voor verwarming ter bevordering van het groeiproces van tuinbouwprodukten.
5.
Bij het verzoek om teruggaaf worden de aankoopfacturen overgelegd van de in het verzoek om teruggaaf vermelde hoeveelheid minerale oliën waarvoor teruggaaf wordt verzocht.
Artikel 8f
Ter zake van de levering van aardgas vindt het schijventarief, bedoeld in artikel 36i, vierde lid, van de wet, slechts toepassing indien die levering geschiedt aan een tuinbouwer en mits de leverancier per aansluiting een door de tuinbouwer ondertekende verklaring kan overleggen waaruit blijkt dat deze het aardgas gebruikt voor verwarming ter bevordering van het groeiproces van tuinbouwprodukten, en waarin voorts zijn vermeld:
- a. de dagtekening;
- b. naam en adres van de afnemer;
- c. naam en adres van de leverancier;
- d. het kalenderjaar waarop de verklaring betrekking heeft.
De in het eerste lid bedoelde verklaring heeft betrekking op al het per aansluiting in het kalenderjaar door de leverancier aan de tuinbouwer te leveren aardgas; indien slechts een deel van dat aardgas wordt gebruikt voor het in het eerste lid vermelde doel, wordt dit in de verklaring vermeld en wordt de omvang van dit doel vermeld.
De verklaring, bedoeld in artikel 8ab, eerste lid, van het besluit wordt ondertekend en bevat ten minste:
- a. de dagtekening;
- b. naam en adres van de verbruiker;
- c. naam en adres van de leverancier;
- d. het kalenderjaar waarop de verklaring betrekking heeft.
Artikel 8g
Vervallen.
Artikel 8h
De verklaring, bedoeld in artikel 8b, eerste, derde en vierde lid, van het besluit, wordt ondertekend en bevat ten minste:
- a. de dagtekening;
- b. naam en adres van de exploitant;
- c. naam en adres van leverancier;
- d. het kalenderjaar waarop de verklaring betrekking heeft.
Artikel 8i
In het verzoek om teruggaaf, bedoeld in artikel 36l, eerste lid, van de wet, worden de volgende gegevens vermeld:
- a. het tijdvak waarover teruggaaf wordt verzocht;
- b. naam en adres van de verbruiker;
- c. de hoeveelheid en de soort minerale olie waarvoor teruggaaf wordt verzocht;
- d. de datum van levering van de minerale oliën;
- e. het bedrag aan belasting dat wordt teruggevraagd;
- f. de verklaring dat de minerale oliën ter zake waarvan teruggaaf wordt gevraagd, voor eigen verbruik zijn betrokken.
De administratie van degene die het in het eerste lid bedoelde verzoek om teruggaaf indient, is zodanig ingericht dat daarin op overzichtelijke wijze alle voor de vaststelling van het bedrag van de teruggaaf van belang zijnde gegevens zijn opgenomen.
In het verzoek om teruggaaf, bedoeld in artikel 36l, derde lid, van de wet, worden de volgende gegevens vermeld:
- a. de verbruiksperiode waarop het verzoek betrekking heeft;
- b. naam en adres van de gebruiker van de onroerende zaak;
- c. naam en adres van de exploitant van de installatie voor blokverwarming;
- d. de hoeveelheid warmte die in de verbruiksperiode is verbruikt;
- e. de stand van de warmtehoeveelheidsmeter aan het begin en aan het einde van de verbruiksperiode.
In de afrekening, bedoeld in artikel 8c, vijfde lid, van het Uitvoeringsbesluit, worden vermeld de totale hoeveelheid warmte die in het blokverwarmingscomplex is verbruikt in de verbruiksperiode waarop het verzoek om teruggaaf betrekking heeft, alsmede het aandeel van de gebruiker daarin.
In het verzoek om teruggaaf, bedoeld in artikel 36l, vijfde lid, van de wet, worden de volgende gegevens vermeld:
- a. het tijdvak waarover teruggaaf wordt verzocht;
- b. naam en adres van de verbruiker;
- c. naam en adres van de leveranciers;
- d. de hoeveelheden aardgas en elektriciteit waarvoor teruggaaf wordt verzocht;
- e. de periode van levering van aardgas en elektriciteit;
- f. het bedrag aan belasting dat wordt teruggevraagd.
De administratie van degene die het in het vijfde lid bedoelde verzoek om teruggaaf indient, is zodanig ingericht dat daarin op overzichtelijke wijze alle voor de vaststelling van het bedrag van de teruggaaf van belang zijnde gegevens zijn opgenomen.
Artikel 8j
De administratie van de belastingplichtige, bedoeld in artikel 36e, tweede lid, van de wet, dient zodanig te zijn ingericht dat daarin op overzichtelijke wijze de gegevens zijn opgenomen met betrekking tot:
- a. de hoeveelheden aardgas, overige gassen en elektriciteit die zijn geleverd;
- b. de belasting begrepen in voorschotnota's en voorschotbedragen;
- c. de belasting begrepen in eindfacturen;
- d. de belasting begrepen in facturen;
- e. het aantal aansluitingen voor aardgas, overige gassen en elektriciteit;
- f. de periode van aansluiting;
- g. het aantal malen dat de belastingvermindering is toegepast;
- h. de evenredige toedeling van belastingverminderingen bij afwijkende verbruiksperioden;
- i. het eigen verbruik;
- j. de contracten ten aanzien van de onbemeterde aansluitingen;
- k. de toepassing van de in artikel 36c, derde lid, van de wet bedoelde uitzondering ter zake van leveringen van elektriciteit aan degene die op zijn beurt leveringen via een aansluiting aan de verbruiker verricht;.
- l. de toepassing van het schijventarief, bedoeld in artikel 36i, vierde lid, van de wet;
- m. de toepassing van de vrijstellingen, bedoeld in artikel 36k, eerste, derde en vierde lid, van de wet;
- n. de toepassing van het schijventarief, bedoeld in artikel 36i, eerste lid, onderdelen d en g, van de wet.
Artikel 8ja
De teruggaafregeling, bedoeld in artikel 36l, zevende lid, van de wet, is eveneens van toepassing met betrekking tot aardgas en elektriciteit, gebruikt in onroerende zaken die hoofdzakelijk in gebruik zijn bij een instelling als bedoeld in artikel 36l, elfde lid, eerste en derde volzin, van de wet, mits
- a. de instelling beschikt over notarieel verleden statuten waaruit de doelstelling blijkt en deze desgevraagd worden overgelegd;
- b. de feitelijke werkzaamheden van de instelling overeenkomen met de doelstelling en de instelling zulks ook verklaart;
- c. de over te leggen eindfactuur op naam staat van de instelling die het verzoek om teruggaaf doet;
- d. de instelling verklaart dat zij niet of slechts in beperkte mate werkzaam is op het gebied van sport, gezondheidszorg of onderwijs;
- e. de instelling verklaart dat zij niet aan vennootschapsbelasting is onderworpen dan wel daarvan is vrijgesteld;
alsmede, indien het een instelling als bedoeld in artikel 36l, elfde lid, derde volzin, betreft:
- f. de werkzaamheden van de instelling nagenoeg geheel worden verricht door natuurlijke personen om niet of naar een loon dat in belangrijke mate lager is dan hetgeen in het economische verkeer gebruikelijk is.
De teruggaafregeling, bedoeld in artikel 36l, twaalfde lid, van de wet, is van toepassing, mits:
- a. de instelling, bedoeld in artikel 36l, twaalfde lid, onderdeel b, van de wet, het verzoek om teruggaaf doet;
- b. de instelling die het verzoek om teruggaaf doet, alsmede de instellingen, bedoeld in artikel 36l, twaalfde lid, onderdeel a, van de wet, beschikken over notarieel verleden statuten waaruit hun doelstelling blijkt en deze desgevraagd worden overgelegd;
- c. de feitelijke werkzaamheden van de instellingen, bedoeld in onderdeel b, overeenkomen met de doelstelling en de instelling die het verzoek om teruggaaf doet zulks ook verklaart;
- d. de over te leggen eindfactuur op naam staat van de instelling die het verzoek om teruggaaf doet;
- e. de instelling die het verzoek om teruggaaf doet verklaart dat zowel zij als de instellingen als bedoeld in artikel 36l, twaalfde lid, onderdeel a, van de wet, niet of slechts in beperkte mate werkzaam zijn op het gebied van sport, gezondheidszorg of onderwijs;
- f. de instelling die het verzoek om teruggaaf doet verklaart dat zowel zij als de instellingen als bedoeld in artikel 36l, twaalfde lid, onderdeel a, van de wet, niet aan vennootschapsbelasting zijn onderworpen dan wel daarvan zijn vrijgesteld;
- g. de instelling die het verzoek om teruggaaf doet een bezettingsoverzicht overlegt waaruit de bezettingsgraad in tijd en oppervlakte van de onroerende zaak blijkt.
Een statuut als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek wordt gelijkgesteld met notarieel verleden statuten als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, indien dit statuut schriftelijk is vastgelegd.
Artikel 8jb
De administratie van degene die verzoekt om teruggaaf van belasting als bedoeld in artikel 36l, dertiende, veertiende of vijftiende lid, van de wet, is zodanig ingericht dat daarin op overzichtelijke wijze alle voor de vaststelling van het bedrag van de teruggaaf van belang zijnde gegevens zijn opgenomen.
In het verzoek om teruggaaf, bedoeld in artikel 36l, dertiende, veertiende of vijftiende lid, van de wet, worden de volgende gegevens vermeld:
- a. het tijdvak waarover teruggaaf wordt verzocht;
- b. naam en adres van de verbruiker;
- c. naam en adres van de leveranciers;
- d. de hoeveelheid en het soort product waarvoor teruggaaf wordt verzocht per leverancier;
- e. de periode van levering van het product;
- f. het bedrag aan belasting dat wordt teruggevraagd.
Artikel 8jc
De administratie van degene die verzoekt om teruggaaf van belasting als bedoeld in artikel 36m, eerste lid, van de wet, is zodanig ingericht dat daarin op overzichtelijke wijze alle voor de vaststelling van het bedrag van de teruggaaf van belang zijnde gegevens zijn opgenomen.
Artikel 8k
Vervallen
Artikel 8l
De administratie van een installatie waarin zuivere biomassa zodanig wordt verwerkt dat daaruit elektriciteit wordt opgewekt, dient zodanig te zijn ingericht dat daarin op overzichtelijke wijze alle gegevens zijn opgenomen welke van belang zijn voor de jaarlijkse vaststelling van:
- a. de door de installatie geproduceerde hoeveelheid elektriciteit alsmede de aan het distributienet geleverde hoeveelheid elektriciteit;
- b. de verbruikte hoeveelheid fossiele brandstof en de energie-inhoud daarvan;
- c. de verbruikte hoeveelheid biomassa die als zuivere biomassa kan worden aangemerkt en de energie-inhoud daarvan;
- d. de verbruikte hoeveelheid biomassa die niet als zuivere biomassa kan worden aangemerkt en de energie-inhoud daarvan;
- e. het netto elektrisch rendement van de installatie.
De administratie van een installatie waarin zuivere biomassa wordt verwerkt op een wijze als bedoeld in het eerste lid dient zodanig te zijn ingericht dat daarin op overzichtelijke wijze de gegevens zijn opgenomen omtrent alle voor de toepassing van artikel 8aa van belang zijnde bedrijfshandelingen.
De administratie van een installatie waarin biomassa zodanig wordt verwerkt dat daaruit stortgas, rioolwaterzuiveringsgas of biogas wordt gewonnen, dient zodanig te zijn ingericht dat daarin op overzichtelijke wijze alle gegevens zijn opgenomen welke van belang zijn voor de jaarlijkse vaststelling van de door de installatie gewonnen en aan het distributienet geleverde hoeveelheid stortgas, rioolwaterzuiveringsgas, of biogas.
Artikel 8m
Vervallen.
Artikel 8n
Vervallen.
Artikel 8o
Vervallen.
Artikel 8p
Vervallen.
Artikel 8q
Vervallen
Hoofdstuk V. Slotbepalingen
Artikel 9
Een plaats waar geen kolen worden vervaardigd, maar die dient voor de opslag van kolen, kan uitsluitend als inrichting worden aangemerkt, indien de hoeveelheid kolen die aldaar gemiddeld over een jaar voorhanden is, meer bedraagt dan 20.000 kilogram.
Artikel 10
Het verzoek om een vergunning voor een inrichting, bedoeld in artikel 39, eerste lid, van de wet, bevat de volgende gegevens:
- a. een omschrijving van de aard van het bedrijf waaruit onder meer moet blijken of de vergunning mede wordt gevraagd voor de vervaardiging van kolen of uitsluitend voor de opslag van kolen;
- b. een omschrijving van de administratie en de administratieve organisatie met betrekking tot de als inrichting aan te merken plaats, alsmede het adres waar de administratie wordt gehouden;
- c. de hoeveelheid kolen die naar verwachting in de inrichting per jaar zal worden vervaardigd dan wel gemiddeld over een jaar voorhanden zal zijn;
- d. het adres en de kadastrale aanduiding van de als inrichting aan te wijzen plaats, en
- e. de persoon op wiens naam de vergunning dient te worden gesteld.
Artikel 11
De verklaring, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van het besluit, bevat de volgende gegevens:
- a. in het geval van uitslag, de naam, het adres en het vergunningnummer van de vergunninghouder van de inrichting;
- b. in het geval van invoer, de naam en het adres van degene die de kolen levert;
- c. de naam en het adres van de gebruiker;
- d. de hoeveelheid kolen waarvoor vrijstelling wordt verleend;
- e. de plaats van levering van de kolen;
- f. de datum van levering van de kolen, en
- g. het kalenderjaar waarop de verklaring betrekking heeft.
Artikel 12
De administratie van degene die verzoekt om teruggaaf van belasting, bedoeld in artikel 45, eerste en tweede lid, van de wet, is zodanig ingericht dat daarin op overzichtelijke wijze alle voor de vaststelling van het bedrag van de teruggaaf van belang zijnde gegevens zijn opgenomen.
Het verzoek om teruggaaf, bedoeld in artikel 45, eerste en tweede lid, van de wet, bevat de volgende gegevens:
- a. de naam en het adres van degene die de kolen levert;
- b. de naam en het adres van de gebruiker;
- c. de hoeveelheid kolen waarvoor teruggaaf wordt verzocht;
- d. de plaats van levering van de kolen;
- e. het tijdvak waarover teruggaaf wordt verzocht, en
- f. het bedrag aan kolenbelasting dat wordt teruggevraagd.
Artikel 8ab
De in artikel 36c, derde lid, van de wet bedoelde uitzondering ter zake van leveringen van elektriciteit aan degene die op zijn beurt leveringen via een aansluiting aan de verbruiker verricht, is van toepassing indien degene aan wie die elektriciteit wordt geleverd een verklaring heeft overgelegd aan de leverancier dat hij leveringen via een aansluiting aan de verbruiker verricht.
De verklaring, bedoeld in het eerste lid, wordt ondertekend en bevat ten minste:
- a. de dagtekening;
- b. naam en adres van degene die op zijn beurt leveringen via een aansluiting aan de verbruiker verricht;
- c. naam en adres van de leverancier;
- d. de hoeveelheid elektriciteit waarop de uitzondering betrekking heeft;
- e. het kalenderjaar waarop de verklaring betrekking heeft.
Degene aan wie met toepassing van de uitzondering, bedoeld in artikel 36c, derde lid, van de wet elektriciteit wordt geleverd, dient:
- a. zijn administratie zodanig in te richten dat daarin op overzichtelijke wijze de gegevens zijn opgenomen omtrent alle voor de heffing van de energiebelasting van belang zijnde bedrijfshandelingen;
- b. met behulp van elektriciteitsmeters de hoeveelheid elektriciteit te meten die wordt betrokken voor verbruik als bedoeld in artikel 36c, vierde lid, van de wet.
Hoofdstuk V. Slotbepalingen
Hoofdstuk IV. Brandstoffenbelasting
Hoofdstuk IVa. Energiebelasting
Hoofdstuk III. Belasting op leidingwater
Hoofdstuk IV. Afvalstoffenbelasting
Hoofdstuk VI. Energiebelasting
Artikel 13
De herleiding van feitelijke hoeveelheden halfzware olie en gasolie tot hoeveelheden bij een temperatuur van 15 graden Celsius geschiedt op de voet van artikel 14 van de Uitvoeringsregeling accijns.
Artikel 14
Voor de toepassing van artikel 47, eerste lid, onderdeel k, van de wet worden producten, afvalstoffen en residuen van de landbouw, met inbegrip van plantaardige en dierlijke stoffen, de bosbouw en aanverwante bedrijfstakken, alsmede industrieel en huishoudelijk afval met een aandeel onvermijdbare kunststoffen en ander materiaal van lang-cyclisch organische oorsprong van ten hoogste 3 massaprocent per partij, geacht geheel biologisch afbreekbaar te zijn.
Voor de toepassing van het eerste lid wordt als partij aangemerkt de op basis van één specificatie geleverde hoeveelheid materiaal die voor controle op het aandeel onvermijdbare kunststoffen en ander materiaal van lang-cyclisch organische oorsprong door degene die het materiaal gebruikt voor de opwekking van elektriciteit gedurende een door hem vastgestelde periode als eenheid wordt aangemerkt en als zodanig identificeerbaar is.
Artikel 15
Berekeningen voor de toepassing van artikel 47, eerste lid, onderdeel p, van de wet worden gemaakt op basis van een kalenderjaar.
Artikel 16
Artikel 50, derde lid, van de wet is van toepassing indien degene aan wie het aardgas of de elektriciteit geleverd wordt, een verklaring heeft overgelegd aan de leverancier dat hij leveringen via een aansluiting aan de verbruiker verricht.
De verklaring, bedoeld in het eerste lid, wordt ondertekend en bevat ten minste:
- a. de dagtekening;
- b. naam en adres van degene die op zijn beurt leveringen via een aansluiting aan de verbruiker verricht;
- c. naam en adres van de leverancier;
- d. de hoeveelheid aardgas of elektriciteit waarop de uitzondering betrekking heeft, en
- e. het kalenderjaar waarop de verklaring betrekking heeft.
Degene aan wie met toepassing van artikel 50, derde lid, van de wet aardgas of elektriciteit wordt geleverd, dient:
- a. zijn administratie zodanig in te richten dat daarin op overzichtelijke wijze de gegevens zijn opgenomen omtrent alle voor de heffing van de energiebelasting van belang zijnde bedrijfshandelingen, en
- b. de hoeveelheid aardgas onderscheidenlijk elektriciteit te meten die wordt betrokken voor verbruik als bedoeld in artikel 50, vierde lid, onderdeel c, van de wet.
Artikel 17
Op de administratie van de fiscaal vertegenwoordiger, bedoeld in artikel 54, eerste lid, van de wet, is artikel 28 van overeenkomstige toepassing.
Artikel 18
1.
Ter zake van de uitslag en de invoer van halfzware olie, gasolie en vloeibaar gemaakt petroleumgas vindt het tarief, bedoeld in artikel 58, derde lid, van de wet, toepassing bij wijze van teruggaaf van belasting aan de tuinbouwer die de minerale oliën gebruikt voor verwarming ter bevordering van het groeiproces van tuinbouwprodukten.
De teruggaaf geschiedt op verzoek van de tuinbouwer en bedraagt de aan hem wegens levering van minerale oliën in rekening gebrachte belasting verminderd met het bedrag dat resulteert indien de tarieven als bedoeld in artikel 58, derde lid in rekening worden gebracht.
Het verzoek om teruggaaf wordt gedaan binnen dertien weken na afloop van het kalenderkwartaal waarin de minerale oliën zijn ontvangen.
In het verzoek om teruggaaf worden vermeld:
- a. het kwartaal waarover teruggaaf wordt verzocht;
- b. naam en adres van de tuinbouwer;
- c. de hoeveelheid en de soort minerale olie waarvoor teruggaaf wordt verzocht;
- d. de datum van levering van de minerale oliën;
- e. het bedrag aan belasting dat wordt teruggevraagd, en
- f. de verklaring dat de tuinbouwer de minerale oliën ter zake waarvan teruggaaf wordt gevraagd gebruikt voor verwarming ter bevordering van het groeiproces van tuinbouwprodukten.
5.
Bij het verzoek om teruggaaf worden de aankoopfacturen overgelegd van de in het verzoek om teruggaaf vermelde hoeveelheid minerale oliën waarvoor teruggaaf wordt verzocht.
Artikel 19
De verklaring, bedoeld in artikel 20, eerste lid, van het besluit, wordt ondertekend en bevat de volgende gegevens:
- a. de dagtekening;
- b. naam en adres van de verbruiker;
- c. naam en adres van de leverancier, en
- d. het kalenderjaar waarop de verklaring betrekking heeft.
Artikel 20
Ter zake van de tarieven, bedoeld in artikel 60, eerste lid, van de wet, is artikel 34a van de Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting 1968 van overeenkomstige toepassing.
Artikel 21
Voor de toepassing van artikel 63, derde lid, van de wet wordt een gedeelte van een maand als een hele maand aangemerkt bij aanvang van de verbruiksperiode vóór de zestiende dag van de kalendermaand en bij einde van de verbruiksperiode na de vijftiende dag van de kalendermaand.
Toepassing van het eerste lid kan achterwege blijven indien een gedeelte van een maand in aanmerking wordt genomen naar evenredigheid van het aantal dagen.
Artikel 22
De verklaring, bedoeld in artikel 22, eerste, derde of vierde lid, van het besluit, wordt ondertekend en bevat ten minste:
- a. de dagtekening;
- b. naam en adres van de exploitant;
- c. naam en adres van leverancier, en
- d. het kalenderjaar waarop de verklaring betrekking heeft.
Artikel 23
In het verzoek om teruggaaf, bedoeld in artikel 66, eerste lid, van de wet, worden de volgende gegevens vermeld:
- a. het tijdvak waarover teruggaaf wordt verzocht;
- b. naam en adres van de verbruiker;
- c. de hoeveelheid en de soort minerale olie waarvoor teruggaaf wordt verzocht;
- d. de datum van levering van de minerale oliën;
- e. het bedrag aan belasting dat wordt teruggevraagd, en
- f. de verklaring dat de minerale oliën ter zake waarvan teruggaaf wordt gevraagd, voor eigen verbruik zijn betrokken.
De administratie van degene die het in het eerste lid bedoelde verzoek om teruggaaf indient, is zodanig ingericht dat daarin op overzichtelijke wijze alle voor de vaststelling van het bedrag van de teruggaaf van belang zijnde gegevens zijn opgenomen.
Artikel 24
- In het verzoek om teruggaaf, bedoeld in artikel 67, eerste lid, van de wet, worden de volgende gegevens vermeld:
- a. de verbruiksperiode waarop het verzoek betrekking heeft;
- b. naam en adres van de gebruiker van de onroerende zaak;
- c. naam en adres van de exploitant van de installatie voor blokverwarming;
- d. de hoeveelheid warmte die in de verbruiksperiode is verbruikt, en
- e. de stand van de warmtehoeveelheidsmeter aan het begin en aan het einde van de verbruiksperiode.
In de afrekening, bedoeld in artikel 24, derde lid, van het besluit, worden vermeld de totale hoeveelheid warmte die in het blokverwarmingscomplex is verbruikt in de verbruiksperiode waarop het verzoek om teruggaaf betrekking heeft, alsmede het aandeel van de gebruiker daarin.
Artikel 25
In het verzoek om teruggaaf, bedoeld in artikel 68, eerste lid, van de wet, worden de volgende gegevens vermeld:
- a. het tijdvak waarover teruggaaf wordt verzocht;
- b. naam en adres van de verbruiker;
- c. naam en adres van de leveranciers;
- d. de hoeveelheden aardgas en elektriciteit waarvoor teruggaaf wordt verzocht;
- e. de periode van levering van aardgas en elektriciteit, en
- f. het bedrag aan belasting dat wordt teruggevraagd.
De administratie van degene die het in het eerste lid bedoelde verzoek om teruggaaf indient, is zodanig ingericht dat daarin op overzichtelijke wijze alle voor de vaststelling van het bedrag van de teruggaaf van belang zijnde gegevens zijn opgenomen.
Artikel 26
De teruggaafregeling, bedoeld in artikel 69, tweede lid, van de wet, is van toepassing mits:
- a. de notarieel verleden statuten waaruit de doelstelling van de instelling blijkt, desgevraagd worden overgelegd;
- b. de instelling verklaart dat is voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 69, tweede lid, onderdelen b, c en d, van de wet, en
- c. de over te leggen eindfactuur op naam van de instelling staat die het verzoek om teruggaaf doet; alsmede, indien het een instelling betreft die een sociaal belang behartigt:
- d. de instelling verklaart dat is voldaan aan de voorwaarde, bedoeld in artikel 69, tweede lid, onderdeel f, van de wet.
De teruggaafregeling, bedoeld in artikel 69, derde lid, van de wet, is van toepassing mits:
- a. de notarieel verleden statuten onderscheidenlijk verklaringen waaruit de doelstelling van de instellingen, bedoeld in artikel 69, derde lid, onderdelen a en b, van de wet, blijkt, desgevraagd worden overgelegd;
- b. de instelling die het verzoek om teruggaaf doet, verklaart dat is voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 69, derde lid, onderdelen c, d en e, van de wet;
- c. de over te leggen eindfactuur op naam van de instelling staat die het verzoek om teruggaaf doet, en
- d. de instelling die het verzoek om teruggaaf doet, een bezettingsoverzicht overlegt van de bezettingsgraad in tijd en oppervlakte, dan wel in huuropbrengsten, van de onroerende zaak, waaruit blijkt dat de onroerende zaak hoofdzakelijk in gebruik is geweest bij meer dan één instelling die charitatief, cultureel, wetenschappelijk of het algemeen nut beogend is dan wel een sociaal belang behartigt.
Artikel 27
De administratie van degene die verzoekt om teruggaaf van belasting als bedoeld in artikel 70 van de wet, is zodanig ingericht dat daarin op overzichtelijke wijze alle voor de vaststelling van het bedrag van de teruggaaf van belang zijnde gegevens zijn opgenomen.
In het verzoek om teruggaaf, bedoeld in artikel 70 van de wet, worden de volgende gegevens vermeld:
- a. het tijdvak waarover teruggaaf wordt verzocht;
- b. naam en adres van de verbruiker;
- c. naam en adres van de leveranciers;
- d. de hoeveelheid en het soort product waarvoor teruggaaf wordt verzocht per leverancier;
- e. de periode van levering van het product, en
- f. het bedrag aan belasting dat wordt teruggevraagd.
Artikel 28
De administratie van de belastingplichtige, bedoeld in artikel 53, derde lid, van de wet, dient zodanig te zijn ingericht dat daarin op overzichtelijke wijze de gegevens zijn opgenomen met betrekking tot:
- a. de hoeveelheden aardgas en elektriciteit die zijn geleverd;
- b. de opbouw van de voorschotbedragen;
- c. de herleiding van de voorschotbedragen naar de hoeveelheden aardgas en elektriciteit;
- d. de belasting begrepen in voorschotnota's en voorschotbedragen;
- e. de belasting begrepen in eindfacturen;
- f. de belasting begrepen in facturen;
- g. het aantal aansluitingen voor aardgas en elektriciteit;
- h. de periode van aansluiting;
- i. het aantal malen dat de belastingvermindering is toegepast;
- j. de evenredige toedeling van belastingverminderingen bij afwijkende verbruiksperioden;
- k. het eigen verbruik;
- l. de contracten ten aanzien van de onbemeterde aansluitingen;
- m. de toepassing van artikel 50, derde lid, van de wet;
- n. de toepassing van de tarieven, bedoeld in artikel 59, eerste lid, van de wet;
- o. de toepassing van de tarieven, bedoeld in artikel 60, eerste lid, van de wet;
- p. de toepassing van de vrijstellingen, bedoeld in artikel 64, van de wet.
Voor de toepassing van artikel 57 van de wet blijkt uit de administratie van de belastingplichtige, bedoeld in artikel 53, vierde lid, van de wet, hoeveel aardgas en elektriciteit aan hem is geleverd.
Artikel 29
De administratie van een installatie waarin zuivere biomassa zodanig wordt verwerkt dat daaruit elektriciteit wordt opgewekt, dient zodanig te zijn ingericht dat daarin op overzichtelijke wijze alle gegevens zijn opgenomen welke van belang zijn voor de jaarlijkse vaststelling van:
- a. de door de installatie geproduceerde hoeveelheid elektriciteit alsmede de aan het distributienet geleverde hoeveelheid elektriciteit;
- b. de verbruikte hoeveelheid fossiele brandstof en de energie-inhoud daarvan;
- c. de verbruikte hoeveelheid biomassa die als zuivere biomassa kan worden aangemerkt en de energie-inhoud daarvan;
- d. de verbruikte hoeveelheid biomassa die niet als zuivere biomassa kan worden aangemerkt en de energie-inhoud daarvan;
- e. het netto elektrisch rendement van de installatie.
De administratie van een installatie waarin zuivere biomassa wordt verwerkt op een wijze als bedoeld in het eerste lid, dient zodanig te zijn ingericht dat daarin op overzichtelijke wijze de gegevens zijn opgenomen omtrent alle voor de toepassing van artikel 14 van belang zijnde bedrijfshandelingen.
De administratie van een installatie waarin biomassa zodanig wordt verwerkt dat daaruit stortgas, rioolwaterzuiveringsgas of biogas wordt gewonnen, dient zodanig te zijn ingericht dat daarin op overzichtelijke wijze alle gegevens zijn opgenomen welke van belang zijn voor de jaarlijkse vaststelling van de door de installatie gewonnen en aan het distributienet geleverde hoeveelheid stortgas, rioolwaterzuiveringsgas, of biogas.
Hoofdstuk VII. Vliegbelasting
Artikel 30
(gereserveerd)
Artikel 31
(gereserveerd)
Hoofdstuk VIII. Verpakkingenbelasting
Artikel 32
Als logistieke hulpmiddelen, bedoeld in artikel 80, onderdeel a, onder 4°, van de wet worden aangemerkt:
- a. pallets, inclusief opzetranden, palletboxen en tussenplaten, bedoeld om in combinatie met een pallet te worden gebruikt en met eenzelfde oppervlakte als de pallet;
- b. glasbokken;
- c. Intermediate Bulk Containers;
- d. rolcontainers;
- e. vaten, jerrycans en gasflessen met een inhoud vanaf 20 liter;
- f. kratten met een inhoud vanaf 8 liter;
- g. dozen met een inhoud vanaf 1 m3;
- h. big bags met een inhoud vanaf 250 liter;
- i. kernen, spoelen en haspels met een lengte vanaf 50 cm.
Voor de toepassing van het eerste lid wordt de inhoud bepaald aan de hand van de binnenmaten.
Als producten die wel voldoen aan de definitie van verpakking, maar die naar hun aard hoofdzakelijk een andere functie dan een verpakkingsfunctie hebben, bedoeld in artikel 80, onderdeel a, onder 4°, van de wet worden aangemerkt:
- a. niet-navulbare aansteker;
- b. injectiespuit;
- c. niet-navulbare pen;
- d. schrijfstift, daaronder begrepen markeringsstift;
- e. correctieroller.
Hoofdstuk IX. Algemene bepaling
Artikel 33
De administratie van degene die verzoekt om teruggaaf van belasting, bedoeld in artikel 92, eerste lid, van de wet, is zodanig ingericht dat daarin op overzichtelijke wijze alle voor de vaststelling van het bedrag van de teruggaaf van belang zijnde gegevens zijn opgenomen.
Voor de toepassing van artikel 92, eerste lid, van de wet wordt ter zake van de vorderingen waarvoor tevens een verzoek als bedoeld in artikel 29, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op de omzetbelasting 1968 is gedaan, teruggaaf verleend voor zover ter zake van die vorderingen teruggaaf van omzetbelasting wordt verleend.
Hoofdstuk X. Slotbepalingen
Artikel 34
Deze regeling treedt in werking met ingang van de datum waarop de bepalingen van de Wet belastingen op milieugrondslag en van het Uitvoeringsbesluit waarop deze regeling berust, in werking treden.
Artikel 35
Deze regeling wordt aangehaald als:
Uitvoeringsregeling belastingen op milieugrondslag.
Artikel 32a
Het percentage, bedoeld in artikel 86, tweede lid, van de wet is 50%.
Hoofdstuk IX. Algemene bepaling
Hoofdstuk X. Slotbepalingen
Artikel 32b
De producentenorganisatie, bedoeld in artikel 28i van het Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag, wordt aangewezen in de bij deze regeling behorende bijlage.
Hoofdstuk X. Slotbepalingen
Bijlage. bij de Uitvoeringsregeling belastingen op milieugrondslag
Coöperatieve Telersvereniging Batavia U.A.
Postbus 1150
2990 CA BARENDRECHT
Telerscoöperatie Best Growers Benelux U.A.
Postbus 204
2665 ZL BLEISWIJK
Coöperatie Koninklijke Fruitmasters Groep U.A.
Postbus 222
4190 CE GELDERMALSEN
Telerscoöperatie Fossa Eugeniana U.A.
Postbus 1056
5900 BB VENLO
Telerscoöperatie FresQ u.a.
Postbus 125
2670 AC NAALDWIJK
Coöperatie Funghi U.A
Postbus 28
6590 AA GENNEP
Coöperatie The Greenery U.A.
Postbus 79
2990 AB BARENDRECHT
Coöperatie Komosa U.A.
Postbus 3021
5902 RA VENLO
Coöperatie Nautilus U.A.
Havenweg 11-C
8251 KB DRONTEN
Coöperatie Unistar B.A.
Daalder 13
8305 BE EMMELOORD
Telerscoöperatie Versdirect.nl U.A.
Ebweg 12C
2991 LT BARENDRECHT
Coöperatie WestVeg U.A.
Postbus 11
2678 ZG DE LIER
Coöperatieve Tuinbouwveiling ‘Zaltbommel en Omstreken’ B.A.
Postbus 7
5300 AA ZALTBOMMEL
Coöperatieve Veiling Zuidoost Nederland U.A.
Postbus 3200
5902 RE VENLO
Coöperatieve Fruitveiling Zuid-Limburg B.A.
Aan de Fremme 33
6269 BK MARGRATEN