← Geldende tekst · Geschiedenis

Uitvoeringsregeling belastingen op milieugrondslag

Geldende tekst a fecha 2018-03-24

Gelet op artikel 6, vierde lid, 10a, zevende lid, 11, tweede lid, 15, tweede lid, 18a, derde lid, 20, tweede lid, 22, tweede lid, 28, negende lid, van de Wet belastingen op milieugrondslag en op artikel 7, derde lid, van het Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag;

Handelende wat artikel 15, tweede lid, van de Wet belastingen op milieugrondslag betreft, mede namens de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;

Besluit:

Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet belastingen op milieugrondslag en het Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag in werking treden.

Hoofdstuk I. Inleidende bepalingen

Artikel 1
2.

Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:

Hoofdstuk II. Grondwaterbelasting

Artikel 2

Vervallen

Artikel 3

Vervallen

Artikel 4
1.

Voor de toepassing van artikel 14, eerste lid, tweede volzin, van de wet wordt een gedeelte van een maand als een hele maand aangemerkt bij aanvang van de verbruiksperiode vóór de zestiende dag van de kalendermaand en bij einde van de verbruiksperiode na de vijftiende dag van de kalendermaand.

2.

Toepassing van het eerste lid kan achterwege blijven indien een gedeelte van een maand in aanmerking wordt genomen naar evenredigheid van het aantal dagen.

3.

Voor de toepassing van artikel 14, tweede lid, van de wet wordt een aansluiting van een particuliere installatie voor centrale watervoorziening aangemerkt als meerdere aansluitingen, waarbij het aantal aansluitingen wordt bepaald op het aantal onroerende zaken als bedoeld in artikel 16, onderdelen a tot en met e, van de Wet waardering onroerende zaken die via die installatie van water worden voorzien.

4.

De verklaring, bedoeld in artikel 14, derde lid, van de wet, wordt ondertekend en bevat ten minste:

Hoofdstuk IIa. Belasting op leidingwater

Artikel 4a

1.

Voor de toepassing van artikel 11c, tweede lid, van de wet wordt een gedeelte van een maand als een hele maand aangemerkt bij aanvang van de verbruiksperiode vóór de zestiende dag van de kalendermaand en bij einde van de verbruiksperiode na de vijftiende dag van de kalendermaand.

2.

Toepassing van het eerste lid kan achterwege blijven indien een gedeelte van een maand in aanmerking wordt genomen naar evenredigheid van het aantal dagen.

3.

De verklaring, bedoeld in artikel 11c, derde lid, van de wet, wordt ondertekend en bevat ten minste:

Artikel 4b

1.

Uit de administratie van de belastingplichtige, bedoeld in artikel 11d, van de wet, dient te blijken hoe het voorschotbedrag, bedoeld in artikel 11f, eerste lid, onderdeel a, van de wet, kan worden herleid naar de hoeveelheid leidingwater en hoe het voorschotbedrag is opgebouwd.

2.

Indien de verrekening, bedoeld in artikel 11f, derde lid, van de wet, leidt tot een lager bedrag dan over de verbruiksperiode aan belasting is voldaan, wordt het verschil in mindering gebracht op de aangifte over het tijdvak waarin de eindfactuur is uitgereikt.

Artikel 4c

De administratie van degene die verzoekt om teruggaaf van belasting als bedoeld in artikel 11i, eerste lid, van de wet, is zodanig ingericht dat daarin op overzichtelijke wijze alle voor de vaststelling van het bedrag van de teruggaaf van belang zijnde gegevens zijn opgenomen.

Artikel 4d

In het verzoek om teruggaaf, bedoeld in artikel 11j, eerste lid, van de wet, worden de volgende gegevens vermeld:

Artikel 4e

De administratie van de belastingplichtige, bedoeld in artikel 11d van de wet, is zodanig ingericht dat daarin op overzichtelijke wijze de gegevens zijn opgenomen met betrekking tot:

Hoofdstuk V. Kolenbelasting

Artikel 5

In het verzoek om teruggaaf, bedoeld in artikel 20, eerste lid, van de wet, worden de volgende gegevens vermeld:

Artikel 5a
1.

Het tarief, bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de wet vindt slechts toepassing op de afvalstoffen als bedoeld in artikel 18, tweede lid, onderdeel d, van de wet indien de aanbieder van de afvalstoffen aan de houder van een afvalverwerkingsinrichting een ondertekende verklaring afgeeft waarin wordt aangegeven de hoeveelheid aangeboden afvalstoffen en het productieproces waarvan de afvalstoffen afkomstig zijn.

2.

Indien de afvalstoffen niet worden aangeboden door de producent, wordt de verklaring, bedoeld in het eerste lid, zowel door de producent als door de vervoerder ondertekend.

Artikel 5aa

Vervallen

Artikel 5ab
1.

Het tarief, bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de wet vindt slechts toepassing op de afvalstoffen als bedoeld in artikel 18, tweede lid, onderdeel e, van de wet indien de aanbieder van de afvalstoffen aan de houder van een afvalverwerkingsinrichting een ondertekende verklaring afgeeft waarin wordt aangegeven de hoeveelheid aangeboden afvalstoffen en het productieproces waarvan de afvalstoffen afkomstig zijn.

2.

Indien de afvalstoffen niet worden aangeboden door de producent, wordt de verklaring, bedoeld in het eerste lid, zowel door de producent als door de vervoerder ondertekend.

Artikel 5b

De administratie van de houder van de afvalverwerkingsinrichting is zodanig ingericht dat daarin op overzichtelijke wijze de gegevens zijn opgenomen met betrekking tot:

Artikel 5c

Voor de toepassing van artikel 18, tweede lid, onderdeel d, van de wet worden aangewezen residuen afkomstig van vertical technology (VERTEC) voor het reinigen van zuiveringsslib, regeneratiezandstof dat vrijkomt bij het stralen van voorwerpen of bij het vervaardigen van zandvormen in het productieproces van aluminium- en ijzergieterijen, anorganische residuen van de destillatie of ontwatering van verontreinigd boorgruis, residuen van zuivering in een afvalwaterbehandelingsinstallatie van afvalwater afkomstig van de rookgasontzwaveling van een kolengestookte elektriciteitscentrale en residuen afkomstig van installaties voor het verbranden van specifiek ziekenhuisafval.

Artikel 6

De administratie van de belastingplichtige, bedoeld in artikel 21, eerste lid, van de wet, is zodanig ingericht dat daarin op overzichtelijke wijze de gegevens zijn opgenomen met betrekking tot:

Artikel 6a

Voor de toepassing van artikel 18b, eerste lid, van de wet kan de inspecteur per inrichting en per stof, preparaat of ander product een factor vaststellen waarmee het gewicht wordt vermenigvuldigd ten behoeve van de berekening van het terug te geven bedrag aan belasting.

Artikel 6b

De administratie van degene die verzoekt om teruggaaf van belasting als bedoeld in artikel 18c, eerste lid, van de wet, is zodanig ingericht dat daarin op overzichtelijke wijze alle voor de vaststelling van het bedrag van de teruggaaf van belang zijnde gegevens zijn opgenomen.

Hoofdstuk IV. Brandstoffenbelasting

Artikel 7
1.

Het gewicht van de afvalstoffen die ter verwijdering worden afgegeven, bedoeld in artikel 25, eerste lid, onderdeel a, van de wet, wordt onder verantwoordelijkheid van de houder van een inrichting onmiddellijk vóór dan wel aansluitend op de afgifte bepaald in kilogrammen door weging met een meetinstrument dat voldoet aan de eisen die bij of krachtens de Metrologiewet worden gesteld aan een meetinstrument.

2.

In afwijking van het eerste lid kan de inspecteur voor afvalstoffen die per schip aan de inrichting worden afgegeven ter verwijdering met de houder van de inrichting afwijkende afspraken maken over de wijze waarop het gewicht van die afvalstoffen wordt bepaald.

3.

In afwijking van het eerste lid wordt het gewicht van afvalstoffen die worden verwijderd binnen de inrichting waarin deze zijn ontstaan als bedoeld in artikel 23, eerste lid, onderdeel b, van de wet, bepaald onmiddellijk vóór de verwijdering binnen de inrichting.

Artikel 7a

Vervallen

Artikel 7b

De verklaring, bedoeld in artikel 6c, eerste en derde lid, van het besluit, wordt ondertekend en bevat ten minste:

Artikel 8

De houder van de inrichting waaraan afvalstoffen ter verwijdering worden afgegeven die naar Nederland zijn overgebracht als bedoeld in artikel 23, eerste lid, onderdeel a, van de wet, neemt in zijn administratie een afschrift op van de kennisgeving, bedoeld in artikel 4 van EVOA.

Hoofdstuk IVa. Energiebelasting

Artikel 8a

Vervallen

Artikel 8aa
1.

Berekeningen voor de toepassing van artikel 36a, eerste lid, onderdeel q, van de wet, worden gemaakt op basis van een kalenderjaar.

2.

Voor de toepassing van artikel 36a, eerste lid, onderdeel k, van de wet worden producten, afvalstoffen en residuen van de landbouw, met inbegrip van plantaardige en dierlijke stoffen, de bosbouw en aanverwante bedrijfstakken, alsmede industrieel en huishoudelijk afval met een aandeel onvermijdbare kunststoffen en ander materiaal van lang-cyclisch organische oorsprong van ten hoogste 3 massaprocent per partij geacht geheel biologisch afbreekbaar te zijn.

3.

Voor de toepassing van het eerste lid wordt als partij aangemerkt de op basis van één specificatie geleverde hoeveelheid materiaal die voor controle op het aandeel onvermijdbare kunststoffen en ander materiaal van lang-cyclisch organische oorsprong door degene die het materiaal gebruikt voor de opwekking van elektriciteit gedurende een door hem vastgestelde periode als eenheid wordt aangemerkt en als zodanig identificeerbaar is.

Artikel 8b
1.

Voor de toepassing van artikel 36j, derde lid, van de wet wordt een gedeelte van een maand als een hele maand aangemerkt bij aanvang van de verbruiksperiode vóór de zestiende dag van de kalendermaand en bij einde van de verbruiksperiode na de vijftiende dag van de kalendermaand.

2.

Toepassing van het eerste lid kan achterwege blijven indien een gedeelte van een maand in aanmerking wordt genomen naar evenredigheid van het aantal dagen.

Artikel 8c

Op de administratie van de fiscaal vertegenwoordiger, bedoeld in artikel 36e, vierde lid, van de wet is artikel 8j van overeenkomstige toepassing.

Artikel 8d
1.

Uit de administratie van de belastingplichtige, bedoeld in artikel 36e, tweede lid, van de wet, dient te blijken hoe de voorschotbedragen, bedoeld in artikel 36h, derde lid, onderdeel a, van de wet, kunnen worden herleid naar hoeveelheden aardgas, overige gassen en elektriciteit en hoe het voorschotbedrag is opgebouwd.

2.

Voor de toepassing van artikel 36e, tiende lid, van de wet dient uit de administratie van de belastingplichtige, bedoeld in artikel 36e, derde en negende lid, van de wet, te blijken hoeveel aardgas, overige gassen en elektriciteit aan hem is geleverd.

3.

Indien de verrekening, bedoeld in artikel 36h, vijfde lid, van de wet, leidt tot een lager bedrag dan over de verbruiksperiode aan belasting is voldaan, wordt het verschil in mindering gebracht op de aangifte over het tijdvak waarin de eindfactuur is uitgereikt.

Artikel 8e

1.

Ter zake van de uitslag en de invoer van halfzware olie, gasolie en vloeibaar gemaakt petroleumgas vindt het tarief, bedoeld in artikel 36i, derde lid, van de wet, toepassing bij wijze van teruggaaf van belasting aan de tuinbouwer die de minerale oliën gebruikt voor verwarming ter bevordering van het groeiproces van tuinbouwprodukten.

2.

De teruggaaf geschiedt op verzoek van de tuinbouwer en bedraagt de aan hem wegens levering van minerale oliën in rekening gebrachte belasting verminderd met het bedrag dat resulteert indien de tarieven als bedoeld in artikel 36i, derde lid, in rekening worden gebracht.

3.

Het verzoek om teruggaaf wordt gedaan binnen dertien weken na afloop van het kalenderkwartaal waarin de minerale oliën zijn ontvangen.

4.

In het verzoek om teruggaaf worden vermeld:

5.

Bij het verzoek om teruggaaf worden de aankoopfacturen overgelegd van de in het verzoek om teruggaaf vermelde hoeveelheid minerale oliën waarvoor teruggaaf wordt verzocht.

Artikel 8f
1.

Ter zake van de levering van aardgas vindt het schijventarief, bedoeld in artikel 36i, vierde lid, van de wet, slechts toepassing indien die levering geschiedt aan een tuinbouwer en mits de leverancier per aansluiting een door de tuinbouwer ondertekende verklaring kan overleggen waaruit blijkt dat deze het aardgas gebruikt voor verwarming ter bevordering van het groeiproces van tuinbouwprodukten, en waarin voorts zijn vermeld:

2.

De in het eerste lid bedoelde verklaring heeft betrekking op al het per aansluiting in het kalenderjaar door de leverancier aan de tuinbouwer te leveren aardgas; indien slechts een deel van dat aardgas wordt gebruikt voor het in het eerste lid vermelde doel, wordt dit in de verklaring vermeld en wordt de omvang van dit doel vermeld.

3.

De verklaring, bedoeld in artikel 8ab, eerste lid, van het besluit wordt ondertekend en bevat ten minste:

Artikel 8g

Vervallen.

Artikel 8h

De verklaring, bedoeld in artikel 8b, eerste, derde en vierde lid, van het besluit, wordt ondertekend en bevat ten minste:

Artikel 8i
1.

In het verzoek om teruggaaf, bedoeld in artikel 36l, eerste lid, van de wet, worden de volgende gegevens vermeld:

2.

De administratie van degene die het in het eerste lid bedoelde verzoek om teruggaaf indient, is zodanig ingericht dat daarin op overzichtelijke wijze alle voor de vaststelling van het bedrag van de teruggaaf van belang zijnde gegevens zijn opgenomen.

3.

In het verzoek om teruggaaf, bedoeld in artikel 36l, derde lid, van de wet, worden de volgende gegevens vermeld:

4.

In de afrekening, bedoeld in artikel 8c, vijfde lid, van het Uitvoeringsbesluit, worden vermeld de totale hoeveelheid warmte die in het blokverwarmingscomplex is verbruikt in de verbruiksperiode waarop het verzoek om teruggaaf betrekking heeft, alsmede het aandeel van de gebruiker daarin.

5.

In het verzoek om teruggaaf, bedoeld in artikel 36l, vijfde lid, van de wet, worden de volgende gegevens vermeld:

6.

De administratie van degene die het in het vijfde lid bedoelde verzoek om teruggaaf indient, is zodanig ingericht dat daarin op overzichtelijke wijze alle voor de vaststelling van het bedrag van de teruggaaf van belang zijnde gegevens zijn opgenomen.

Artikel 8j

De administratie van de belastingplichtige, bedoeld in artikel 36e, tweede lid, van de wet, dient zodanig te zijn ingericht dat daarin op overzichtelijke wijze de gegevens zijn opgenomen met betrekking tot:

Artikel 8ja
1.

De teruggaafregeling, bedoeld in artikel 36l, zevende lid, van de wet, is eveneens van toepassing met betrekking tot aardgas en elektriciteit, gebruikt in onroerende zaken die hoofdzakelijk in gebruik zijn bij een instelling als bedoeld in artikel 36l, elfde lid, eerste en derde volzin, van de wet, mits

alsmede, indien het een instelling als bedoeld in artikel 36l, elfde lid, derde volzin, betreft:

2.

De teruggaafregeling, bedoeld in artikel 36l, twaalfde lid, van de wet, is van toepassing, mits:

3.

Een statuut als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek wordt gelijkgesteld met notarieel verleden statuten als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, indien dit statuut schriftelijk is vastgelegd.

Artikel 8jb
1.

De administratie van degene die verzoekt om teruggaaf van belasting als bedoeld in artikel 36l, dertiende, veertiende of vijftiende lid, van de wet, is zodanig ingericht dat daarin op overzichtelijke wijze alle voor de vaststelling van het bedrag van de teruggaaf van belang zijnde gegevens zijn opgenomen.

2.

In het verzoek om teruggaaf, bedoeld in artikel 36l, dertiende, veertiende of vijftiende lid, van de wet, worden de volgende gegevens vermeld:

Artikel 8jc

De administratie van degene die verzoekt om teruggaaf van belasting als bedoeld in artikel 36m, eerste lid, van de wet, is zodanig ingericht dat daarin op overzichtelijke wijze alle voor de vaststelling van het bedrag van de teruggaaf van belang zijnde gegevens zijn opgenomen.

Artikel 8k

Vervallen

Artikel 8l
1.

De administratie van een installatie waarin zuivere biomassa zodanig wordt verwerkt dat daaruit elektriciteit wordt opgewekt, dient zodanig te zijn ingericht dat daarin op overzichtelijke wijze alle gegevens zijn opgenomen welke van belang zijn voor de jaarlijkse vaststelling van:

2.

De administratie van een installatie waarin zuivere biomassa wordt verwerkt op een wijze als bedoeld in het eerste lid dient zodanig te zijn ingericht dat daarin op overzichtelijke wijze de gegevens zijn opgenomen omtrent alle voor de toepassing van artikel 8aa van belang zijnde bedrijfshandelingen.

3.

De administratie van een installatie waarin biomassa zodanig wordt verwerkt dat daaruit stortgas, rioolwaterzuiveringsgas of biogas wordt gewonnen, dient zodanig te zijn ingericht dat daarin op overzichtelijke wijze alle gegevens zijn opgenomen welke van belang zijn voor de jaarlijkse vaststelling van de door de installatie gewonnen en aan het distributienet geleverde hoeveelheid stortgas, rioolwaterzuiveringsgas, of biogas.

Artikel 8m

Vervallen.

Artikel 8n

Vervallen.

Artikel 8o

Vervallen.

Artikel 8p

Vervallen.

Artikel 8q

Vervallen

Hoofdstuk V. Slotbepalingen

Artikel 9

Een plaats waar geen kolen worden vervaardigd, maar die dient voor de opslag van kolen, kan uitsluitend als inrichting worden aangemerkt, indien de hoeveelheid kolen die aldaar gemiddeld over een jaar voorhanden is, meer bedraagt dan 20.000 kilogram.

Artikel 10

Het verzoek om een vergunning voor een inrichting, bedoeld in artikel 39, eerste lid, van de wet, bevat de volgende gegevens:

Artikel 11

De verklaring, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van het besluit, bevat de volgende gegevens:

Artikel 12
1.

De administratie van degene die verzoekt om teruggaaf van belasting, bedoeld in artikel 45, eerste en tweede lid, van de wet, is zodanig ingericht dat daarin op overzichtelijke wijze alle voor de vaststelling van het bedrag van de teruggaaf van belang zijnde gegevens zijn opgenomen.

2.

Het verzoek om teruggaaf, bedoeld in artikel 45, eerste en tweede lid, van de wet, bevat de volgende gegevens:

Artikel 8ab
1.

De in artikel 36c, derde lid, van de wet bedoelde uitzondering ter zake van leveringen van elektriciteit aan degene die op zijn beurt leveringen via een aansluiting aan de verbruiker verricht, is van toepassing indien degene aan wie die elektriciteit wordt geleverd een verklaring heeft overgelegd aan de leverancier dat hij leveringen via een aansluiting aan de verbruiker verricht.

2.

De verklaring, bedoeld in het eerste lid, wordt ondertekend en bevat ten minste:

3.

Degene aan wie met toepassing van de uitzondering, bedoeld in artikel 36c, derde lid, van de wet elektriciteit wordt geleverd, dient:

Hoofdstuk X. Slotbepalingen

Hoofdstuk IV. Brandstoffenbelasting

Hoofdstuk IVa. Energiebelasting

Hoofdstuk III. Belasting op leidingwater

Hoofdstuk IV. Afvalstoffenbelasting

Hoofdstuk VI. Energiebelasting

Artikel 13

Vervallen

Artikel 14
1.

Voor de toepassing van artikel 47, eerste lid, onderdeel k, van de wet worden producten, afvalstoffen en residuen van de landbouw, met inbegrip van plantaardige en dierlijke stoffen, de bosbouw en aanverwante bedrijfstakken, alsmede industrieel en huishoudelijk afval met een aandeel onvermijdbare kunststoffen en ander materiaal van lang-cyclisch organische oorsprong van ten hoogste 3 massaprocent per partij, geacht geheel biologisch afbreekbaar te zijn.

2.

Voor de toepassing van het eerste lid wordt als partij aangemerkt de op basis van één specificatie geleverde hoeveelheid materiaal die voor controle op het aandeel onvermijdbare kunststoffen en ander materiaal van lang-cyclisch organische oorsprong door degene die het materiaal gebruikt voor de opwekking van elektriciteit gedurende een door hem vastgestelde periode als eenheid wordt aangemerkt en als zodanig identificeerbaar is.

Artikel 15
1.

Voor de toepassing van artikel 47, eerste lid, onderdeel p, van de wet wordt onder energiebelasting mede verstaan opslag duurzame energie, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet opslag duurzame energie.

2.

Berekeningen voor de toepassing van artikel 47, eerste lid, onderdeel p, van de wet worden gemaakt op basis van een kalenderjaar.

Artikel 16
1.

Artikel 50, vierde lid, van de wet is van toepassing indien degene aan wie het aardgas of de elektriciteit geleverd wordt, een verklaring heeft overgelegd aan de leverancier dat hij leveringen aan de verbruiker verricht.

2.

De verklaring, bedoeld in het eerste lid, wordt ondertekend en bevat ten minste:

3.

Degene aan wie met toepassing van artikel 50, vierde lid, van de wet aardgas of elektriciteit wordt geleverd, dient:

4.

Wanneer degene aan wie het aardgas of de elektriciteit wordt geleverd niet langer leveringen aan de verbruiker verricht, meldt hij onmiddellijk schriftelijk aan de leverancier dat artikel 50, vierde lid, van de wet niet langer van toepassing is ten aanzien van aan hem geleverd aardgas of aan hem geleverde elektriciteit.

Artikel 17

Op de administratie van de fiscaal vertegenwoordiger, bedoeld in artikel 54, eerste lid, van de wet, is artikel 28 van overeenkomstige toepassing.

Artikel 18

Vervallen

Artikel 19

De verklaring, bedoeld in artikel 20, eerste lid, van het besluit, wordt ondertekend en bevat de volgende gegevens:

Artikel 20
1.

Als tuinbouwproducten als bedoeld in artikel 60, eerste lid, van de wet worden aangemerkt groenten, fruit en sierteeltproducten.

2.

De tarieven, genoemd in artikel 60, eerste lid, van de wet, vinden slechts toepassing indien de leverancier per aansluiting een door de verbruiker ondertekende verklaring kan overleggen waaruit blijkt dat deze het aardgas gebruikt voor verwarming ter bevordering van het groeiproces van tuinbouwproducten, en waarin voorts zijn vermeld:

3.

De verklaring, bedoeld in het tweede lid, heeft betrekking op al het via de aansluiting aan de verbruiker geleverde aardgas. Indien slechts een deel van dat aardgas wordt gebruikt voor het in het tweede lid vermelde doel, wordt dit in de verklaring vermeld en wordt dat deel uitgedrukt in een percentage van het geheel.

4.

Indien een gegeven als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b of c, of in het derde lid wijzigt, geeft de verbruiker binnen zes weken een nieuwe verklaring af aan de leverancier.

5.

De verbruiker trekt de verklaring binnen zes weken schriftelijk in, indien het door hem afgenomen aardgas niet langer wordt gebruikt voor verwarming ter bevordering van het groeiproces van tuinbouwproducten. In de te ondertekenen verklaring wordt de datum van wijziging van gebruik opgenomen.

6.

Onder verwarming ter bevordering van het groeiproces van tuinbouwproducten als bedoeld in artikel 60, eerste lid, van de wet, wordt verstaan het verwarmen van kassen waarin tuinbouwproducten worden gekweekt. Als verwarming ter bevordering van het groeiproces van tuinbouwproducten wordt mede aangemerkt:

Artikel 21
1.

Voor de toepassing van artikel 63, vierde lid, van de wet wordt een gedeelte van een maand als een hele maand aangemerkt bij aanvang van de verbruiksperiode vóór de zestiende dag van de kalendermaand en bij einde van de verbruiksperiode na de vijftiende dag van de kalendermaand.

2.

Toepassing van het eerste lid kan achterwege blijven indien een gedeelte van een maand in aanmerking wordt genomen naar evenredigheid van het aantal dagen.

Artikel 22

De verklaring, bedoeld in artikel 22, eerste, derde, vierde of vijfde lid, van het besluit, wordt ondertekend en bevat ten minste:

Artikel 23
1.

Het verzoek om teruggaaf, bedoeld in artikel 66, eerste lid, van de wet, heeft betrekking op slechts één aansluiting en wordt gedaan binnen dertien weken na afloop van het kalenderjaar waarover teruggaaf wordt verzocht.

2.

In het verzoek om teruggaaf, bedoeld in artikel 66, eerste lid, van de wet, worden ten minste de volgende gegevens vermeld:

3.

Bij het verzoek worden overgelegd:

4.

Indien het verzoek langs elektronische weg wordt ingediend, worden de factuur of facturen, bedoeld in het derde lid, niet bij het verzoek overgelegd maar desgevraagd aan de inspecteur verstrekt.

5.

De verklaring, bedoeld in artikel 66, derde lid, van de wet, wordt door de verbruiker ondertekend en bevat ten minste:

6.

De verklaringen, bedoeld in artikel 66, vierde lid, van de wet, worden door de verbruiker ondertekend en bevatten ten minste:

7.

De verbruiker richt zijn administratie zodanig in dat daarin op overzichtelijke wijze de gegevens zijn opgenomen omtrent alle voor de toepassing van de teruggaafregeling, bedoeld in artikel 66 van de wet, van belang zijnde bedrijfshandelingen.

Artikel 24
1.
  1. In het verzoek om teruggaaf, bedoeld in artikel 67, eerste lid, van de wet, worden de volgende gegevens vermeld:
2.

In de afrekening, bedoeld in artikel 24, derde lid, van het besluit, worden vermeld de totale hoeveelheid warmte die in het blokverwarmingscomplex is verbruikt in de verbruiksperiode waarop het verzoek om teruggaaf betrekking heeft, alsmede het aandeel van de gebruiker daarin.

Artikel 25
1.

In het verzoek om teruggaaf, bedoeld in artikel 68, eerste lid, van de wet, worden de volgende gegevens vermeld:

2.

De administratie van degene die het in het eerste lid bedoelde verzoek om teruggaaf indient, is zodanig ingericht dat daarin op overzichtelijke wijze alle voor de vaststelling van het bedrag van de teruggaaf van belang zijnde gegevens zijn opgenomen.

Artikel 26
1.

De teruggaafregeling, bedoeld in artikel 69, tweede lid, van de wet, is van toepassing mits:

2.

De teruggaafregeling, bedoeld in artikel 69, derde lid, van de wet, is van toepassing mits:

Artikel 27
1.

De administratie van degene die verzoekt om teruggaaf van belasting als bedoeld in de artikelen 70 of 70a van de wet, is zodanig ingericht dat daarin op overzichtelijke wijze alle voor de vaststelling van het bedrag van de teruggaaf van belang zijnde gegevens zijn opgenomen.

2.

In het verzoek om teruggaaf, bedoeld in artikel 70 van de wet, worden de volgende gegevens vermeld:

3.

In het verzoek om teruggaaf, bedoeld in artikel 70a van de wet, worden de volgende gegevens vermeld:

Artikel 28
1.

De administratie van de belastingplichtige, bedoeld in artikel 53, eerste lid, van de wet, dient zodanig te zijn ingericht dat daarin op overzichtelijke wijze de gegevens zijn opgenomen met betrekking tot:

2.

Voor de toepassing van artikel 57 van de wet blijkt uit de administratie van de belastingplichtige, bedoeld in artikel 53, tweede lid, van de wet, hoeveel aardgas en elektriciteit aan hem is geleverd.

Artikel 29
1.

De administratie van een installatie waarin zuivere biomassa zodanig wordt verwerkt dat daaruit elektriciteit wordt opgewekt, dient zodanig te zijn ingericht dat daarin op overzichtelijke wijze alle gegevens zijn opgenomen welke van belang zijn voor de jaarlijkse vaststelling van:

2.

De administratie van een installatie waarin zuivere biomassa wordt verwerkt op een wijze als bedoeld in het eerste lid, dient zodanig te zijn ingericht dat daarin op overzichtelijke wijze de gegevens zijn opgenomen omtrent alle voor de toepassing van artikel 14 van belang zijnde bedrijfshandelingen.

3.

De administratie van een installatie waarin biomassa zodanig wordt verwerkt dat daaruit stortgas, rioolwaterzuiveringsgas of biogas wordt gewonnen, dient zodanig te zijn ingericht dat daarin op overzichtelijke wijze alle gegevens zijn opgenomen welke van belang zijn voor de jaarlijkse vaststelling van de door de installatie gewonnen en aan het distributienet geleverde hoeveelheid stortgas, rioolwaterzuiveringsgas, of biogas.

Hoofdstuk VII. Vliegbelasting

Artikel 30

Vervallen

Artikel 31

Vervallen

Hoofdstuk VII. Vliegbelasting

Artikel 32

Vervallen

Hoofdstuk VIII. Verpakkingenbelasting

Artikel 33

De administratie van degene die verzoekt om teruggaaf van belasting, bedoeld in artikel 92, eerste lid, van de wet, is zodanig ingericht dat daarin op overzichtelijke wijze alle voor de vaststelling van het bedrag van de teruggaaf van belang zijnde gegevens zijn opgenomen.

Hoofdstuk VIII. Verpakkingenbelasting

Artikel 34

Deze regeling treedt in werking met ingang van de datum waarop de bepalingen van de Wet belastingen op milieugrondslag en van het Uitvoeringsbesluit waarop deze regeling berust, in werking treden.

Artikel 35

Deze regeling wordt aangehaald als:

Uitvoeringsregeling belastingen op milieugrondslag.

Artikel 32a

Vervallen

Hoofdstuk VII. Vliegbelasting

Hoofdstuk X. Slotbepalingen

Artikel 32b

Vervallen

Hoofdstuk VIII. Verpakkingenbelasting

Bijlage. bij de Uitvoeringsregeling belastingen op milieugrondslag

Vervallen

Artikel 19a
1.

De aanwijzing, bedoeld in artikel 59a, eerste lid, van de wet, geschiedt door de inspecteur op verzoek van de coöperatie. Voor het verzoek wordt gebruik gemaakt van een van rijkswege elektronisch beschikbaar gesteld formulier dat wordt ingediend op de op dat formulier aangegeven wijze. Het verzoek bevat een eenduidige omschrijving van het gewenste postcodegebied, bedoeld in artikel 59a, tweede lid, onderdeel d, van de wet.

2.

De coöperatie verstrekt de inspecteur desgevraagd de gegevens en inlichtingen die van belang kunnen zijn voor de aanwijzing, bedoeld in het eerste lid.

3.

De aanwijzing vindt plaats met ingang van de dagtekening zoals aangegeven op de beschikking waarbij de coöperatie wordt aangewezen. Op verzoek van de coöperatie kan de inspecteur bepalen dat de aanwijzing plaatsvindt met ingang van een andere datum, doch niet eerder dan 6 maanden voor de dagtekening van de beschikking.

4.

De coöperatie komt in aanmerking voor een aanwijzing als bedoeld in artikel 59a, eerste lid, van de wet als zij voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 59a, tweede lid, onderdelen b, c en e, van de wet, dan wel, indien het een vereniging van eigenaars betreft, als zij voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 59a, tweede lid, onderdelen b, c en e, en artikel 59b van de wet.

5.

Wanneer de coöperatie in, aan of op een onroerende zaak van een ander een productie-installatie in eigendom heeft, merkt de inspecteur de aansluiting waarmee die onroerende zaak verbonden is met een net als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel i, van de Elektriciteitswet 1998, op verzoek van de coöperatie voor de toepassing van artikel 59a van de wet, aan als de aansluiting van de productie-installatie, indien:

6.

De inspecteur beslist op het verzoek om aanwijzing bij voor bezwaar vatbare beschikking. Daarbij kan hij nadere voorwaarden aan de aanwijzing verbinden. Met betrekking tot de behandeling van het verzoek is artikel 91, tweede en derde lid, van de wet van overeenkomstige toepassing.

7.

Indien de coöperatie, bedoeld in het eerste lid, eigenaar is van meerdere productie-installaties, wordt de coöperatie voor elke productie-installatie afzonderlijk aangewezen. Voor zover de coöperatie eigenaar is van verschillende productie-installaties met behulp waarmee met dezelfde hernieuwbare energiebron elektriciteit wordt opgewekt en waarvan de aansluitingen zich in hetzelfde postcodegebied bevinden, worden zij voor de toepassing van de eerste volzin als één productie-installatie aangemerkt. De inspecteur kan evenwel afwijken van de tweede volzin, indien dit wenselijk is voor een juiste toepassing van artikel 59a van de wet.

8.

De inspecteur vermeldt in de beschikking:

9.

De inspecteur kan de aanwijzing wijzigen of intrekken:

De wijziging of intrekking van de aanwijzing geschiedt bij voor bezwaar vatbare beschikking. De inspecteur bepaalt in de beschikking het tijdstip waarop de wijziging of intrekking van de aanwijzing in werking treedt.

Artikel 19b
1.

De coöperatie die is aangewezen als bedoeld in artikel 59a, eerste lid, van de wet, verstrekt een afschrift van de desbetreffende beschikking van de inspecteur aan ieder met wie zij een overeenkomst sluit als bedoeld in artikel 59a, eerste lid, van de wet.

2.

Indien een aangewezen coöperatie als bedoeld in artikel 59a, eerste lid, van de wet niet of niet langer voldoet aan de voorwaarden voor aanwijzing, doet zij daarvan onverwijld schriftelijk mededeling aan de inspecteur en aan ieder met wie zij een overeenkomst heeft als bedoeld in artikel 59a, eerste lid, van de wet.

3.

In geval van intrekking van de aanwijzing door de inspecteur als bedoeld in artikel 19a, negende lid, doet de coöperatie daarvan onverwijld schriftelijk mededeling aan ieder aan wie zij ingevolge het eerste lid een afschrift van de beschikking inhoudende de aanwijzing heeft verstrekt. Daarbij verstrekt zij een afschrift van de beschikking waarmee de aanwijzing door de inspecteur wordt ingetrokken.

4.

De coöperatie die is aangewezen als bedoeld in artikel 59a, eerste lid, van de wet, richt haar administratie zodanig in, dat daarin op overzichtelijke wijze alle gegevens zijn opgenomen die voor de verlaging, bedoeld in artikel 59a, eerste lid van de wet, van belang kunnen zijn.

5.

De coöperatie rekent de elektriciteit, bedoeld in artikel 59a van de wet, die zij in een door haar vast te stellen periode van twaalf kalendermaanden heeft opgewekt, na afloop van die periode met inachtneming van artikel 21b, tweede lid, van het besluit, toe aan haar leden op basis van een vooraf geregelde verdeelsleutel.

6.

De coöperatie verstrekt aan degene die de levering, bedoeld in artikel 59a, eerste lid, van de wet, verricht, een opgaaf van de hoeveelheden elektriciteit die door de coöperatie zijn toegerekend aan de leden van de coöperatie die elektriciteit afnemen van die leverancier. De opgaaf vermeldt de productieperiode waarop zij betrekking heeft, en wordt gespecificeerd per lid en per aansluiting, onder vermelding van EAN-code en postcode van iedere aansluiting.

7.

De coöperatie vermeldt bij de opgaaf, bedoeld in het zesde lid, of de garanties van oorsprong, bedoeld in artikel 21b, tweede lid, van het besluit, zijn geboekt op een eindverbruikersrekening van de coöperatie zelf, dan wel op een handelsaccount.

8.

De coöperatie verstrekt tezamen met de opgaaf, bedoeld in het zesde lid, de verklaring, bedoeld in artikel 21b, derde lid, onderdeel b, van het besluit. Hierin verklaart de coöperatie dat wordt voldaan aan de voorwaarden en beperkingen, bedoeld in artikel 59a, tweede lid, onderdelen a, b, c en e, van de wet en artikel 21b, tweede lid, van het besluit, dan wel, indien het een vereniging van eigenaars betreft, dat wordt voldaan aan de voorwaarden en beperkingen, bedoeld in artikel 59 a, tweede lid, onderdelen a, b, c en e, en artikel 59b, van de wet en artikel 21b, tweede lid, van het besluit.

Hoofdstuk VII. Vliegbelasting

Hoofdstuk IX. Algemene bepaling

Bijlage. bij de Uitvoeringsregeling belastingen op milieugrondslag

Vervallen

Hoofdstuk V. Kolenbelasting

Hoofdstuk VI. Energiebelasting

Hoofdstuk IX. Algemene bepaling

Hoofdstuk X. Slotbepalingen

Bijlage. bij de Uitvoeringsregeling belastingen op milieugrondslag

Vervallen

Artikel 20a
1.

De omstandigheid, bedoeld in artikel 21c, tweede lid, onderdeel a, van het besluit, blijkt uit de beschikking van de ontvanger waarbij hij het verzoek om uitstel van betaling afwijst omdat naar zijn oordeel:

2.

De datum waarop de omstandigheid, bedoeld in artikel 21c, tweede lid, onderdeel a, van het besluit, zich voordoet is de datum van de dagtekening van de beschikking waarbij het verzoek om uitstel van betaling onherroepelijk is afgewezen.

3.

Indien het einde van de termijn van drie maanden, bedoeld in artikel 21c, derde lid, van het besluit, niet samenvalt met het einde van een periode waarvoor de leverancier het geleverde aardgas aan de verbruiker in rekening brengt, past de leverancier het tarief, bedoeld in artikel 60, eerste lid, van de wet, naar evenredigheid toe.

Hoofdstuk VII. Vliegbelasting

Hoofdstuk IX. Algemene bepaling

Bijlage. bij de Uitvoeringsregeling belastingen op milieugrondslag

Vervallen

Artikel 20b

De verklaring, bedoeld in artikel 21d, eerste lid, van het besluit, wordt door de verbruiker ondertekend en bevat ten minste:

Artikel 20c

De belastingvermindering, bedoeld in artikel 21e, van het besluit, wordt toegepast door de leverancier die leveringen verricht via het primaire allocatiepunt, bedoeld in de Begrippencode elektriciteit.

Bijlage. bij de Uitvoeringsregeling belastingen op milieugrondslag

Vervallen

Artikel 33a

Indien een verzoek om teruggaaf langs elektronische weg wordt ingediend, worden de bij het verzoek over te leggen bescheiden niet bij het verzoek overgelegd, maar desgevraagd aan de inspecteur verstrekt.

Hoofdstuk X. Slotbepalingen

Bijlage. bij de Uitvoeringsregeling belastingen op milieugrondslag

Vervallen