Besluit van 23 december 1994, tot vaststelling van het uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag
Onder lesvliegtuigen wordt verstaan:
- a. vliegtuigen die een vlucht maken uitsluitend in het kader van een opleidingscursus als bedoeld in onderdeel 1.8 van bijlage IV bij Verordening (EU) 2018/1139 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2018 inzake gemeenschappelijke regels op het gebied van burgerluchtvaart en tot oprichting van een Agentschap van de Europese Unie voor de veiligheid van de luchtvaart, en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 2111/2005, (EG) nr. 1008/2008, (EU) nr. 996/2010, (EU) nr. 376/2014 en de Richtlijnen 2014/30/EU en 2014/53/EU van het Europees Parlement en de Raad, en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 552/2004 en (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EEG) nr. 3922/91 van de Raad (PbEU 2018, L 212), gegeven door een vlieginstructeur als bedoeld in onderdeel 1.9 van die bijlage;
- b. vliegtuigen die een vlucht maken uitsluitend ten behoeve van het aantonen, onderhouden of handhaven van de bekwaamheid in praktische vaardigheden, bedoeld in onderdeel 1.5 van bijlage IV bij Verordening (EU) 2018/1139.
Onder vliegtuigen gebruikt voor de werkzaamheden van hulpdiensten wordt verstaan: vliegtuigen die worden gebruikt voor het uitvoeren van werkzaamheden door hulpdiensten en hiertoe een speciale uitrusting hebben die permanent aan het vliegtuig is bevestigd.
Artikel 28b
Vervallen
Artikel 28c
Vervallen
Artikel 28d
Vervallen
Afdeling 1. Sierteelt
Artikel 28e
Vervallen
Artikel 28f
Vervallen
Artikel 28g
Vervallen
Artikel 28h
Vervallen
Artikel 28i
Vervallen
Artikel 28j
Vervallen
Hoofdstuk VIII. Algemene bepaling
Hoofdstuk IX. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.
Artikel 9a
Vervallen
Artikel 9b
Vervallen
Artikel 9c
Vervallen
Artikel 9d
Vervallen
Artikel 9e
Vervallen
Artikel 9f
Vervallen
Hoofdstuk V. Kolenbelasting
Hoofdstuk VI. Energiebelasting
Artikel 18a
Het verbruik van aardgas, bedoeld in artikel 51, eerste lid, van de wet, dient te blijken uit de administratie.
Artikel 6c, tweede tot en met vijfde lid, van het Uitvoeringsbesluit accijns is van overeenkomstige toepassing.
Afdeling 2. Groenten en fruit
Hoofdstuk IX. Slotbepalingen
Hoofdstuk VIII. Algemene bepaling
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.
Artikel 21a
De uitzondering in artikel 59, derde lid, van de wet voor installaties voor stadsverwarming waarbij grotendeels gebruik wordt gemaakt van de warmtebronnen, bedoeld in dat lid, is mede van toepassing gedurende de eerste periode van maximaal twee jaar na de ingebruikneming van een installatie voor stadsverwarming die is ontworpen om grotendeels gebruik te maken van de warmtebronnen, bedoeld in dat lid.
De periode, bedoeld in het eerste lid, vangt aan op het moment waarop de levering van warmte door middel van de installatie een aanvang neemt.
Het eerste lid is slechts van toepassing als de houder van de installatie aan degene die het aardgas aan hem levert een verklaring heeft overgelegd:
- a. dat sprake is van een installatie voor stadsverwarming;
- b. dat de stadsverwarming is ontworpen om grotendeels gebruik te maken van restwarmte, aardwarmte of van warmte opgewekt met vaste, vloeibare of gasvormige biomassa, aquathermie, een lucht-water-warmtepomp of een elektrische boiler;
- c. wanneer de periode, bedoeld in het eerste lid, aanvangt en eindigt.
Hoofdstuk VII. Verpakkingenbelasting
Afdeling 1. Sierteelt
Afdeling 2. Groenten en fruit
Hoofdstuk IX. Slotbepalingen
Hoofdstuk IX. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.
Artikel 21b
Vervallen
Hoofdstuk VII. Verpakkingenbelasting
Afdeling 2. Groenten en fruit
Afdeling 2. Groenten en fruit
Hoofdstuk VIII. Algemene bepaling
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.
Hoofdstuk VIa. Vliegbelasting
Hoofdstuk VIa. Vliegbelasting
Afdeling 1. Sierteelt
Hoofdstuk VIII. Algemene bepaling
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.
Artikel 11a
Als een installatie als bedoeld in artikel 28, eerste lid, onderdeel c, van de wet, wordt mede aangemerkt een installatie waarin blijkens boeken en bescheiden uitsluitend zuivere biomassa of naar haar aard zuivere biomassa wordt verbrand.
Hoofdstuk V. Kolenbelasting
Hoofdstuk VI. Energiebelasting
Hoofdstuk VII. Verpakkingenbelasting
Afdeling 1. Sierteelt
Afdeling 1. Sierteelt
Hoofdstuk VIII. Algemene bepaling
Hoofdstuk VIII. Algemene bepaling
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.
Artikel 11b
De vrijstelling, bedoeld in artikel 29a van de wet, wordt verleend indien uit de administratie van de belastingplichtige blijkt welk gedeelte van de hoeveelheid afvalstoffen die in het tijdvak van aangifte ter verwijdering aan de inrichting is afgegeven, bestaat uit zuiveringsslib dat is bestemd om binnen de inrichting te worden verbrand.
De verbranding van het zuiveringsslib, bedoeld in het eerste lid, moet plaatsvinden binnen drie jaar na de afgifte van dat zuiveringsslib aan de inrichting. De datum van verbranding wordt vastgelegd in de administratie, bedoeld in het eerste lid.
Bij regeling van Onze Minister kunnen ten behoeve van de uitvoering van dit artikel nadere regels worden gesteld.
Hoofdstuk V. Kolenbelasting
Hoofdstuk VI. Energiebelasting
Afdeling 1. Sierteelt
Afdeling 2. Groenten en fruit
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.
Artikel 21c
De verbruiker, bedoeld in artikel 60, tweede lid, van de wet, wordt aangemerkt als onderneming in moeilijkheden, wanneer het bedrijf van de verbruiker waaraan het aardgas wordt geleverd niet of niet langer levensvatbaar is.
Een bedrijf als bedoeld in het eerste lid wordt geacht niet of niet langer levensvatbaar te zijn, wanneer zich een of meer van de volgende omstandigheden voordoen:
- a. de verbruiker heeft verzocht om uitstel van betaling van een belastingschuld, maar dit verzoek is door de ontvanger onherroepelijk afgewezen omdat hij het bedrijf niet of niet langer levensvatbaar acht;
- b. de verbruiker heeft aan zijn schuldeisers een verzoek gedaan een crediteurenakkoord te sluiten tot vermindering of kwijtschelding van de uitstaande vorderingen;
- c. aan de verbruiker is surseance van betaling toegestaan als bedoeld in artikel 222 van de Faillissementswet;
- d. de verbruiker is bij rechterlijk vonnis in staat van faillissement verklaard als bedoeld in artikel 1 van de Faillissementswet.
Wanneer een of meer omstandigheden als bedoeld in het tweede lid zich voordoen, meldt de verbruiker binnen acht weken schriftelijk aan de leverancier van het aardgas dat hij niet langer in aanmerking komt voor het tarief, bedoeld in artikel 60, eerste lid, van de wet, omdat hij niet langer voldoet aan de voorwaarde, bedoeld in artikel 60, tweede lid, van de wet. Hierbij vermeldt de verbruiker de datum waarop deze wijziging is ingetreden. De leverancier van het aardgas beëindigt de toepassing van het tarief, bedoeld in artikel 60, eerste lid, van de wet, drie maanden na de datum genoemd in de melding van de verbruiker, bedoeld in de eerste volzin, tenzij deze melding is gevolgd door een intrekking van deze melding als bedoeld in het vijfde lid.
Een omstandigheid als bedoeld in het tweede lid wordt geacht zich niet te hebben voorgedaan, wanneer binnen de termijn van acht weken, bedoeld in het derde lid:
- a. in geval van het tweede lid, onderdeel a: de verbruiker de belastingschuld waarvoor uitstel van betaling was verzocht volledig heeft voldaan;
- b. in geval van het tweede lid, onderdeel b: de schuldeisers van de verbruiker het verzoek om een crediteurenakkoord te sluiten honoreren;
- c. in geval van het tweede lid, onderdeel c: de beschikking waarbij de surseance is ingetrokken in kracht van gewijsde is gegaan, bedoeld in artikel 245 van de Faillissementswet, en de faillietverklaring van de verbruiker niet is uitgesproken;
- d. in geval van het tweede lid, onderdeel d: het faillissement eindigt als gevolg van de homologatie van een akkoord dat in kracht van gewijsde is gegaan, bedoeld in artikel 161 van de Faillissementswet.
Wanneer de melding, bedoeld in het derde lid, eerste volzin, heeft plaatsgevonden en het vierde lid van toepassing is, trekt de verbruiker deze melding schriftelijk in binnen twee weken na afloop van de termijn van acht weken, genoemd in het derde lid. De eerdere melding wordt dan geacht niet te hebben plaatsgevonden.
Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld voor de toepassing van het tweede, derde en vierde lid.
Artikel 21d
Het tarief, genoemd in artikel 60b, eerste lid, van de wet, is slechts van toepassing indien de verbruiker een verklaring heeft overgelegd aan degene die de elektriciteit aan hem levert, dat de elektriciteit uitsluitend wordt aangewend in een walstroominstallatie als bedoeld in artikel 47, eerste lid, onderdeel w, van de wet die geheel of nagenoeg geheel bestemd is voor schepen niet zijnde particuliere pleziervaartuigen als bedoeld in artikel 70a, derde lid, van de wet.
De verbruiker trekt de verklaring binnen zes weken schriftelijk in, indien de door hem overgelegde verklaring, bedoeld in het eerste lid, op enig moment niet meer juist is. De schriftelijke intrekking wordt door hem ondertekend, waarbij het moment, bedoeld in de vorige zin, wordt vermeld.
Artikel 21c is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 21e
Indien in de verbruiksperiode elektriciteit wordt betrokken van meerdere leveranciers via één aansluiting wordt de vermindering, bedoeld in artikel 63, eerste lid, van de wet slechts door één van de leveranciers toegepast.
Afdeling 1. Sierteelt
Afdeling 1. Sierteelt
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.
Artikel 11c
De vrijstelling, bedoeld in artikel 29b, eerste lid, van de wet, wordt slechts verleend ter zake van de afgifte ter verwijdering aan een inrichting van afzonderlijk en onvermengd asbest en asbesthoudende producten die uitsluitend of nagenoeg uitsluitend toegepast zijn geweest als dakbedekking en zijn vrijgekomen bij de sanering van een asbesthoudend dak, wanneer:
- a. de sanering van dat dak door een gecertifieerd asbestverwijderingsbedrijf is verricht;
- b. de sanering van dat dak is gemeld in het landelijk asbestvolgsysteem;
- c. de sanering van dat dak uiterlijk op 31 december 2024 is afgerond; en
- d. de afgifte ter verwijdering uiterlijk op 31 maart 2025 heeft plaatsgevonden.
De vrijstelling wordt uitsluitend toegepast wanneer degene die het asbest en de asbesthoudende producten afgeeft, of doet afgeven, voorafgaand aan de afgifte ter verwijdering een verklaring aan de houder van de inrichting verstrekt waaruit blijkt dat wordt voldaan aan de voorwaarden en beperkingen, bedoeld in het eerste lid.
De houder van de inrichting richt zijn administratie zodanig in dat daaruit blijkt welk gedeelte van de hoeveelheid afvalstoffen die in het tijdvak van aangifte ter verwijdering aan de inrichting is afgegeven, bestaat uit asbest en asbesthoudende producten als bedoeld in artikel 29b, eerste lid, van de wet waarvoor wordt voldaan aan de in het eerste en tweede lid vermelde nadere voorwaarden en beperkingen.
Bij regeling van Onze Minister worden nadere regels gesteld met betrekking tot de inhoud van de verklaring, bedoeld in het tweede lid, en het tijdstip waarop die verklaring uiterlijk verstrekt moet zijn. Voorts kunnen bij regeling van Onze Minister nadere regels worden gesteld ten behoeve van de uitvoering van dit artikel.
Hoofdstuk V. Kolenbelasting
Artikel 29a
De vermindering op de verschuldigde belasting, bedoeld in artikel 92, eerste lid, van de wet, bedraagt, in geval komt vast te staan dat een door de belastingplichtige ter zake van het leveren van goederen of het verrichten van diensten te ontvangen bedrag gedeeltelijk niet is en niet zal worden ontvangen, het gedeelte van het ter zake niet ontvangen bedrag dat naar evenredigheid correspondeert met de ter zake op aangifte voldane belasting.
De opnieuw verschuldigde belasting, bedoeld in artikel 92, derde lid, van de wet, bedraagt, in geval door de belastingplichtige alsnog geheel of gedeeltelijk een bedrag wordt ontvangen ter zake van het leveren van goederen of het verrichten van diensten ten aanzien waarvan een aanspraak op de vermindering van belasting is ontstaan, het gedeelte van het ter zake ontvangen bedrag dat naar evenredigheid correspondeert met de ter zake toegepaste vermindering.
Artikel a18a
Onder een comptabele meetinrichting als bedoeld in artikel 47, eerste lid, onderdeel w, van de wet wordt verstaan een comptabele meetinrichting die als zodanig wordt aangemerkt bij een krachtens de Energiewet vastgesteld besluit van de Autoriteit Consument en Markt en die wordt beheerd en uitgelezen door een meetverantwoordelijke partij als bedoeld in artikel 1.1 van de Energiewet.
Artikel b18a
Artikel 50, vierde lid, van de wet is slechts van toepassing voor leveringen van elektriciteit aan een energieopslagfaciliteit via een grootverbruikaansluiting indien degene aan wie wordt geleverd een verklaring heeft overgelegd aan de leverancier dat hij een energieopslagfaciliteit exploiteert.
Bij regeling van Onze Minister worden nadere regels gesteld met betrekking tot de verklaring, bedoeld in het eerste lid, en de administratie van de organisatorische eenheid die de energieopslagfaciliteit exploiteert.
Hoofdstuk VII. Verpakkingenbelasting
Hoofdstuk IX. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.
Artikel 21f
De belastingplichtige verstrekt de gegevens en inlichtingen, bedoeld in artikel 60, zesde lid, onderdeel a, van de wet, aan de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit vóór 1 juli van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarin de verbruiksperiode, bedoeld in artikel 47, eerste lid, onderdeel d, van de wet, eindigt.
De belastingplichtige verstrekt de gegevens en inlichtingen, bedoeld in artikel 60a, vijfde lid, onderdeel a, van de wet, aan de Minister van Infrastructuur en Waterstaat vóór 1 juli van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarin de verbruiksperiode, bedoeld in artikel 47, eerste lid, onderdeel d, van de wet, eindigt.
De belastingplichtige verstrekt de gegevens en inlichtingen, bedoeld in artikel 60b, vijfde lid, onderdeel a, van de wet, aan de Minister van Infrastructuur en Waterstaat vóór 1 juli van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarin de verbruiksperiode, bedoeld in artikel 47, eerste lid, onderdeel d, van de wet, eindigt.
Artikel 21g
De belastingplichtige verstrekt de gegevens en inlichtingen, bedoeld in de artikelen 60, zesde lid, onderdeel a, 60a, vijfde lid, onderdeel a, en 60b, vijfde lid, onderdeel a, van de wet, per begunstigde op de volgende wijze:
| EAN-code | Naam | Adres | Provincie | Nummer waaronder de begunstigde bij de Kamer van Koophandel is geregistreerd | Datum waarop de steun voor het eerst is verleend | Bedrag van de staatssteun in het kalenderjaar waarin de steun is verleend |
|---|---|---|---|---|---|---|
Hoofdstuk VII. Vliegbelasting
Afdeling 2. Groenten en fruit
Hoofdstuk IX. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.
Hoofdstuk VIII. Algemene bepaling
Artikel 22a
Voor de toepassing van de vrijstellingen, bedoeld in artikel 64, eerste lid, onderdelen a en b, en tweede lid, van de wet, wordt ingeval aardgas wordt gebruikt in een inrichting bestaande uit twee of meer installaties als bedoeld in artikel 47, eerste lid, onderdeel g, van de wet de totale hoeveelheid op een distributienet ingevoede elektriciteit aan de installaties toegedeeld naar verhouding van de hoeveelheid per installatie opgewekte elektriciteit.
Indien de inspecteur hierom wordt verzocht en indien aannemelijk wordt gemaakt dat de werkelijke verhouding niet overeenkomt met de verhouding, bedoeld in het eerste lid, kan de totale hoeveelheid op het distributienet ingevoede elektriciteit, bedoeld in het eerste lid, worden toegedeeld aan de installaties in overeenstemming met een verhouding die de werkelijkheid benadert.
Hoofdstuk VII. Vliegbelasting
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.
Hoofdstuk VI. Energiebelasting
Artikel 21aa
De uitzondering in artikel 59, derde lid, van de wet voor installaties voor stadsverwarming waarbij grotendeels gebruik wordt gemaakt van de warmtebronnen, bedoeld in dat lid, is mede van toepassing indien tijdelijk niet aan die voorwaarde kan worden voldaan in verband met de vervanging van een warmtebron als bedoeld in dat lid.
Het eerste lid is van toepassing indien de inspecteur op verzoek van de verbruiker, bedoeld in artikel 59, derde lid, van de wet, of de leverancier van het aardgas bij voor bezwaar vatbare beschikking een ontheffing heeft verleend van de voorwaarde die dat lid aan de uitzondering verbindt. De ontheffing wordt verleend voor een periode van ten hoogste drie jaar.
De ontheffing wordt slechts verleend indien bij het verzoek om ontheffing stukken zijn overgelegd waaruit blijkt:
- a. waarom tijdelijk niet kan worden voldaan aan de voorwaarde die artikel 59, derde lid, van de wet aan de uitzondering verbindt;
- b. wat de reden is van de vervanging van de warmtebron, bedoeld in artikel 59, derde lid, van de wet, en wanneer de periode waarin die vervanging plaatsvindt aanvangt en eindigt; en
- c. welke maatregelen worden genomen die redelijkerwijs kunnen worden verwacht om weer te voldoen aan de voorwaarde die artikel 59, derde lid, van de wet aan de uitzondering verbindt.
Artikel 21ab
De uitzondering in artikel 59, derde lid, van de wet voor installaties voor stadsverwarming waarbij grotendeels gebruik wordt gemaakt van de warmtebronnen, bedoeld in dat lid, is mede van toepassing indien tijdelijk niet aan die voorwaarde kan worden voldaan in verband met een calamiteit die betrekking heeft op de installatie voor stadsverwarming.
Het eerste lid is van toepassing indien de inspecteur op verzoek van de verbruiker, bedoeld in artikel 59, derde lid, van de wet, of de leverancier van het aardgas bij voor bezwaar vatbare beschikking een ontheffing heeft verleend van de voorwaarde die dat lid aan de uitzondering verbindt. De ontheffing wordt verleend voor een periode van ten hoogste drie jaar.
De ontheffing wordt slechts verleend indien bij het verzoek om ontheffing stukken zijn overgelegd waaruit blijkt:
- a. waarom tijdelijk niet kan worden voldaan aan de voorwaarde die artikel 59, derde lid, van de wet aan de uitzondering verbindt;
- b. dat de calamiteit redelijkerwijs niet kon worden voorzien; en
- c. welke maatregelen worden genomen die redelijkerwijs kunnen worden verwacht om weer te voldoen aan de voorwaarde die artikel 59, derde lid, van de wet aan de uitzondering verbindt.
Hoofdstuk VII. Vliegbelasting
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)