Wijzigingsgeschiedenis
Wet van 12 oktober 1995, houdende regels voor het vervoer van gevaarlijke stoffen
15 versions
· 2025-01-01
2025-01-01
Wet vervoer gevaarlijke stoffen — arts. 4, 5, 6 y 5 más
Wijzigingen op 2025-01-01
@@ -40,7 +40,7 @@
- i. giftige stoffen,
- j. infectueuze stoffen,
- j. infectieuze stoffen,
- k. bijtende stoffen, of
@@ -82,7 +82,7 @@
- i. het ontvangen van gevaarlijke stoffen tijdens of aansluitend op het vervoer;
- j. de overige met het vervoer van gevaarlijke stoffen rechtstreeks samenhangende handelingen, waaronder de beveiliging van de vervoersketen, voor zover daaromtrent bij of krachtens algemene maatregel van bestuur als bedoeld in [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=II&artikel=3&z=2024-01-01&g=2024-01-01), regels zijn gesteld.
- j. de overige met het vervoer van gevaarlijke stoffen rechtstreeks samenhangende handelingen, waaronder de beveiliging van de vervoersketen, voor zover daaromtrent bij of krachtens algemene maatregel van bestuur als bedoeld in [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=II&artikel=3&z=2025-01-01&g=2025-01-01), regels zijn gesteld.
2. Deze wet is niet van toepassing op handelingen als bedoeld in het eerste lid voor zover deze betrekking hebben op het internationale vervoer van gevaarlijke stoffen met vervoermiddelen die in eigendom toebehoren aan of zich bevinden onder de verantwoordelijkheid van de krijgsmacht of van de krijgsmacht van een bondgenootschappelijke mogendheid.
@@ -94,7 +94,7 @@
##### Artikel 3
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden gevaarlijke stoffen of categorieën van gevaarlijke stoffen aangewezen, ten aanzien waarvan het verrichten van de handelingen, bedoeld in [artikel 2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=I¶graaf=2&artikel=2&z=2024-01-01&g=2024-01-01), en het verrichten van deze handelingen met bij of krachtens die maatregel aangewezen vervoermiddelen:
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden gevaarlijke stoffen of categorieën van gevaarlijke stoffen aangewezen, ten aanzien waarvan het verrichten van de handelingen, bedoeld in [artikel 2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=I¶graaf=2&artikel=2&z=2025-01-01&g=2025-01-01), en het verrichten van deze handelingen met bij of krachtens die maatregel aangewezen vervoermiddelen:
- a. niet is toegestaan; of
@@ -102,15 +102,15 @@
##### Artikel 4
Het is verboden de handelingen, bedoeld in [artikel 2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=I¶graaf=2&artikel=2&z=2024-01-01&g=2024-01-01), te verrichten ten aanzien van gevaarlijke stoffen en met vervoermiddelen die zijn aangewezen ingevolge [artikel 3, onderdeel **a**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=II&artikel=3&z=2024-01-01&g=2024-01-01).
Het is verboden de handelingen, bedoeld in [artikel 2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=I¶graaf=2&artikel=2&z=2025-01-01&g=2025-01-01), te verrichten ten aanzien van gevaarlijke stoffen en met vervoermiddelen die zijn aangewezen ingevolge [artikel 3, onderdeel **a**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=II&artikel=3&z=2025-01-01&g=2025-01-01).
##### Artikel 5
Het is verboden de handelingen, bedoeld in [artikel 2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=I¶graaf=2&artikel=2&z=2024-01-01&g=2024-01-01), te verrichten ten aanzien van gevaarlijke stoffen en met vervoermiddelen die zijn aangewezen ingevolge [artikel 3, onderdeel **b**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=II&artikel=3&z=2024-01-01&g=2024-01-01), anders dan met inachtneming van de in dat onderdeel bedoelde regels.
Het is verboden de handelingen, bedoeld in [artikel 2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=I¶graaf=2&artikel=2&z=2025-01-01&g=2025-01-01), te verrichten ten aanzien van gevaarlijke stoffen en met vervoermiddelen die zijn aangewezen ingevolge [artikel 3, onderdeel **b**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=II&artikel=3&z=2025-01-01&g=2025-01-01), anders dan met inachtneming van de in dat onderdeel bedoelde regels.
##### Artikel 6
De regels, bedoeld in [artikel 3, onderdeel **b**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=II&artikel=3&z=2024-01-01&g=2024-01-01), kunnen onder meer betrekking hebben op:
De regels, bedoeld in [artikel 3, onderdeel **b**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=II&artikel=3&z=2025-01-01&g=2025-01-01), kunnen onder meer betrekking hebben op:
- a. eisen ten aanzien van constructie, inrichting en uitrusting van vervoermiddelen, waarmee gevaarlijke stoffen worden vervoerd;
@@ -128,7 +128,7 @@
- h. aanduidingen of aanwijzingen op de verpakking, bedoeld in onderdeel **g**;
- i. deskundigheid van personen die handelingen met gevaarlijke stoffen als bedoeld in [artikel 2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=I¶graaf=2&artikel=2&z=2024-01-01&g=2024-01-01), verrichten, afgifte van vakbekwaamheidscertificaten en erkenning van vakbekwaamheidscertificaten afgegeven in andere landen;
- i. deskundigheid van personen die handelingen met gevaarlijke stoffen als bedoeld in [artikel 2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=I¶graaf=2&artikel=2&z=2025-01-01&g=2025-01-01), verrichten, afgifte van vakbekwaamheidscertificaten en erkenning van vakbekwaamheidscertificaten afgegeven in andere landen;
- j. vervoeren van gevaarlijke stoffen onder bepaalde meteorologische omstandigheden;
@@ -138,21 +138,21 @@
- m. keuring van de inrichtingen of werktuigen, bedoeld in onderdeel **l**;
- n. melding voorafgaande aan het verrichten van een handeling als bedoeld in [artikel 2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=I¶graaf=2&artikel=2&z=2024-01-01&g=2024-01-01).
- n. melding voorafgaande aan het verrichten van een handeling als bedoeld in [artikel 2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=I¶graaf=2&artikel=2&z=2025-01-01&g=2025-01-01).
##### Artikel 7
Tunnels als bedoeld in [artikel 6, onderdeel **k**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=II&artikel=6&z=2024-01-01&g=2024-01-01), die zijn bestemd voor het wegverkeer, worden aangeduid door borden overeenkomstig het daartoe krachtens de [Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622) aangewezen model.
Tunnels als bedoeld in [artikel 6, onderdeel **k**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=II&artikel=6&z=2025-01-01&g=2025-01-01), die zijn bestemd voor het wegverkeer, worden aangeduid door borden overeenkomstig het daartoe krachtens de [Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622) aangewezen model.
##### Artikel 8
1. De regels, bedoeld in [artikel 3, onderdeel **b**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=II&artikel=3&z=2024-01-01&g=2024-01-01), kunnen worden gesteld bij of krachtens algemene maatregel van bestuur op voordracht van Onze Minister van Defensie, voor zover het betreft de onderwerpen, bedoeld in [artikel 6, onderdelen **a**, **b**, **g**, **h**, **l** en **m**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=II&artikel=6&z=2024-01-01&g=2024-01-01) en voor zover het tevens betreft de handelingen, bedoeld in [artikel 2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=I¶graaf=2&artikel=2&z=2024-01-01&g=2024-01-01), met ontplofbare stoffen en voorwerpen, verricht met of ten aanzien van vervoermiddelen die in eigendom toebehoren aan of zich bevinden onder de verantwoordelijkheid van de krijgsmacht of van de krijgsmacht van een andere mogendheid.
1. De regels, bedoeld in [artikel 3, onderdeel **b**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=II&artikel=3&z=2025-01-01&g=2025-01-01), kunnen worden gesteld bij of krachtens algemene maatregel van bestuur op voordracht van Onze Minister van Defensie, voor zover het betreft de onderwerpen, bedoeld in [artikel 6, onderdelen **a**, **b**, **g**, **h**, **l** en **m**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=II&artikel=6&z=2025-01-01&g=2025-01-01) en voor zover het tevens betreft de handelingen, bedoeld in [artikel 2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=I¶graaf=2&artikel=2&z=2025-01-01&g=2025-01-01), met ontplofbare stoffen en voorwerpen, verricht met of ten aanzien van vervoermiddelen die in eigendom toebehoren aan of zich bevinden onder de verantwoordelijkheid van de krijgsmacht of van de krijgsmacht van een andere mogendheid.
2. Onze Minister van Defensie kan in bijzondere gevallen ontheffing of vrijstelling verlenen van het bepaalde krachtens het eerste lid. Artikel 9 tweede, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 9
1. Onze Minister kan in bijzondere gevallen ontheffing of vrijstelling verlenen van het bepaalde bij of krachtens de [artikelen 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=II&artikel=3&z=2024-01-01&g=2024-01-01), [4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=II&artikel=4&z=2024-01-01&g=2024-01-01) of [5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=II&artikel=5&z=2024-01-01&g=2024-01-01).
1. Onze Minister kan in bijzondere gevallen ontheffing of vrijstelling verlenen van het bepaalde bij of krachtens de [artikelen 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=II&artikel=3&z=2025-01-01&g=2025-01-01), [4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=II&artikel=4&z=2025-01-01&g=2025-01-01) of [5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=II&artikel=5&z=2025-01-01&g=2025-01-01).
2. Onze Minister kan een ontheffing weigeren op gronden aan de openbare veiligheid ontleend.
@@ -168,11 +168,11 @@
- d. op gronden aan de openbare veiligheid ontleend.
5. Het eerste lid is niet van toepassing op regels gesteld krachtens [artikel 8, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=II&artikel=8&z=2024-01-01&g=2024-01-01).
5. Het eerste lid is niet van toepassing op regels gesteld krachtens [artikel 8, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=II&artikel=8&z=2025-01-01&g=2025-01-01).
##### Artikel 10
Het is verboden te handelen in strijd met een beperking waaronder een ontheffing of een vrijstelling als bedoeld in de [artikelen 8, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=II&artikel=8&z=2024-01-01&g=2024-01-01), en [9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=II&artikel=9&z=2024-01-01&g=2024-01-01) is verleend of met een voorschrift dat aan een zodanige ontheffing of vrijstelling is verbonden.
Het is verboden te handelen in strijd met een beperking waaronder een ontheffing of een vrijstelling als bedoeld in de [artikelen 8, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=II&artikel=8&z=2025-01-01&g=2025-01-01), en [9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=II&artikel=9&z=2025-01-01&g=2025-01-01) is verleend of met een voorschrift dat aan een zodanige ontheffing of vrijstelling is verbonden.
### Hoofdstuk III. Routering
@@ -182,15 +182,15 @@
In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- **basisnet:** de krachtens [artikel 13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=III¶graaf=1&artikel=13&z=2024-01-01&g=2024-01-01), aangewezen wegen, binnenwateren en hoofdspoorwegen;
- **basisnet:** de krachtens [artikel 13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=III¶graaf=1&artikel=13&z=2025-01-01&g=2025-01-01), aangewezen wegen, binnenwateren en hoofdspoorwegen;
- **groepsrisico:** cumulatieve kansen per jaar per kilometer basisnet dat tien of meer personen overlijden als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval op het basisnet waarbij één of meer gevaarlijke stoffen zijn betrokken;
- **plaatsgebonden risico:** risico op een plaats op of langs het basisnet, uitgedrukt in een waarde voor de kans per jaar dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval op het basisnet waarbij één of meer gevaarlijke stoffen zijn betrokken;
- **risicoplafond:** het maximaal toegestane plaatsgebonden risico op de krachtens [artikel 14, eerste of tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=III¶graaf=2&artikel=14&z=2024-01-01&g=2024-01-01), aangewezen plaatsen;
- **vervoer van gevaarlijke stoffen:** handeling als bedoeld in [artikel 2, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=I¶graaf=2&artikel=2&z=2024-01-01&g=2024-01-01);
- **risicoplafond:** het maximaal toegestane plaatsgebonden risico op de krachtens [artikel 14, eerste of tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=III¶graaf=2&artikel=14&z=2025-01-01&g=2025-01-01), aangewezen plaatsen;
- **vervoer van gevaarlijke stoffen:** handeling als bedoeld in [artikel 2, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=I¶graaf=2&artikel=2&z=2025-01-01&g=2025-01-01);
- **wegen:** voor het openbaar verkeer openstaande wegen in de zin van de [Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622).
@@ -226,7 +226,7 @@
- b. op of langs een hoofdspoorweg de plaats of plaatsen aanwijzen waar het plaatsgebonden risico niet hoger is dan 10-8.
3. Bij ministeriële regeling kan Onze Minister één of meer krachtens het eerste of tweede lid vastgestelde risicoplafonds verlagen, indien dit naar zijn oordeel noodzakelijk is om structurele aanvullende maatregelen die ter reductie van het risico vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen worden genomen ten goede te laten komen aan de belangen, bedoeld in [artikel 12, onder b en c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=III¶graaf=1&artikel=12&z=2024-01-01&g=2024-01-01). Een deel van de veiligheidswinst voortvloeiend uit de maatregelen genoemd in de vorige volzin dient daarbij ook ten goede te komen aan het belang, bedoeld in artikel 12, onder a. Tot een verlaging van een risicoplafond als bedoeld in de eerste volzin, wordt niet overgegaan indien blijkens het onderzoek, bedoeld in [artikel 15, eerste of tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=III¶graaf=3&artikel=15&z=2024-01-01&g=2024-01-01), het betrokken risicoplafond wordt of dreigt te worden overschreden.
3. Bij ministeriële regeling kan Onze Minister één of meer krachtens het eerste of tweede lid vastgestelde risicoplafonds verlagen, indien dit naar zijn oordeel noodzakelijk is om structurele aanvullende maatregelen die ter reductie van het risico vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen worden genomen ten goede te laten komen aan de belangen, bedoeld in [artikel 12, onder b en c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=III¶graaf=1&artikel=12&z=2025-01-01&g=2025-01-01). Een deel van de veiligheidswinst voortvloeiend uit de maatregelen genoemd in de vorige volzin dient daarbij ook ten goede te komen aan het belang, bedoeld in artikel 12, onder a. Tot een verlaging van een risicoplafond als bedoeld in de eerste volzin, wordt niet overgegaan indien blijkens het onderzoek, bedoeld in [artikel 15, eerste of tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=III¶graaf=3&artikel=15&z=2025-01-01&g=2025-01-01), het betrokken risicoplafond wordt of dreigt te worden overschreden.
4. Bij de vaststelling van de plaatsen, bedoeld in het eerste en tweede lid, worden de bij ministeriële regeling vast te stellen referentiepunten als uitgangspunt gehanteerd. Deze referentiepunten zijn op de middenberm van de weg, het hart van de spoorbundel of het midden van het binnenwater gelegen, tenzij een andere locatie op het basisnet ten behoeve van de risicobeheersing meer aangewezen is.
@@ -242,35 +242,35 @@
3. In geval van een geconstateerde of dreigende overschrijding als bedoeld in het eerste en tweede lid, onderzoekt Onze Minister de maatregelen om die overschrijding teniet te doen of te voorkomen.
4. Op verzoek van Onze Minister verstrekt de beheerder van een krachtens [artikel 13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=III¶graaf=1&artikel=13&z=2024-01-01&g=2024-01-01), aangewezen weg, binnenwater of hoofdspoorweg de hem beschikbare gegevens over het vervoer van gevaarlijke stoffen of verleent medewerking aan het verkrijgen van die gegevens, voor zover deze gegevens naar het oordeel van Onze Minister nodig zijn voor de onderzoeken.
4. Op verzoek van Onze Minister verstrekt de beheerder van een krachtens [artikel 13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=III¶graaf=1&artikel=13&z=2025-01-01&g=2025-01-01), aangewezen weg, binnenwater of hoofdspoorweg de hem beschikbare gegevens over het vervoer van gevaarlijke stoffen of verleent medewerking aan het verkrijgen van die gegevens, voor zover deze gegevens naar het oordeel van Onze Minister nodig zijn voor de onderzoeken.
##### Artikel 16
1. Bij regeling van Onze Minister worden regels gesteld met betrekking tot de wijze waarop de onderzoeken, bedoeld in [artikel 15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=III¶graaf=3&artikel=15&z=2024-01-01&g=2024-01-01), worden verricht.
1. Bij regeling van Onze Minister worden regels gesteld met betrekking tot de wijze waarop de onderzoeken, bedoeld in [artikel 15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=III¶graaf=3&artikel=15&z=2025-01-01&g=2025-01-01), worden verricht.
2. De regels, bedoeld in het eerste lid, hebben in elk geval betrekking op de gegevens die naar het oordeel van Onze Minister noodzakelijk zijn voor die onderzoeken en op het rekenmodel waarmee wordt berekend in hoeverre de risicoplafonds worden of dreigen te worden overschreden.
##### Artikel 17
1. Onze Minister brengt telkens na de onderzoeken, bedoeld in [artikel 15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=III¶graaf=3&artikel=15&z=2024-01-01&g=2024-01-01)verslag uit aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal over de resultaten daarvan.
2. In geval van een overschrijding of dreigende overschrijding van één of meer krachtens [artikel 14, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=III¶graaf=2&artikel=14&z=2024-01-01&g=2024-01-01), vastgestelde risicoplafonds vermeldt Onze Minister in het verslag de maatregel of de maatregelen die hij reeds heeft getroffen of naar zijn oordeel getroffen dienen te worden om een overschrijding teniet te doen of te voorkomen.
3. In geval van een overschrijding of dreigende overschrijding van één of meer krachtens [artikel 14, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=III¶graaf=2&artikel=14&z=2024-01-01&g=2024-01-01), vastgestelde risicoplafonds vermeldt Onze Minister in het verslag:
1. Onze Minister brengt telkens na de onderzoeken, bedoeld in [artikel 15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=III¶graaf=3&artikel=15&z=2025-01-01&g=2025-01-01)verslag uit aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal over de resultaten daarvan.
2. In geval van een overschrijding of dreigende overschrijding van één of meer krachtens [artikel 14, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=III¶graaf=2&artikel=14&z=2025-01-01&g=2025-01-01), vastgestelde risicoplafonds vermeldt Onze Minister in het verslag de maatregel of de maatregelen die hij reeds heeft getroffen of naar zijn oordeel getroffen dienen te worden om een overschrijding teniet te doen of te voorkomen.
3. In geval van een overschrijding of dreigende overschrijding van één of meer krachtens [artikel 14, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=III¶graaf=2&artikel=14&z=2025-01-01&g=2025-01-01), vastgestelde risicoplafonds vermeldt Onze Minister in het verslag:
- a. de maatregelen die hij reeds heeft getroffen of naar zijn oordeel getroffen dienen te worden om de overschrijding van die risicoplafonds teniet te doen of te voorkomen;
- b. in hoeverre en voor welke periode hij de overschrijding accepteert na afweging van de belangen, bedoeld in [artikel 12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=III¶graaf=1&artikel=12&z=2024-01-01&g=2024-01-01), of,
- c. in hoeverre hij, na afweging van de belangen, bedoeld in [artikel 12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=III¶graaf=1&artikel=12&z=2024-01-01&g=2024-01-01), dat risicoplafond of die risicoplafonds heeft aangepast of voornemens is aan te passen.
4. Onze Minister vermeldt tevens in het verslag in hoeverre hij gebruik heeft gemaakt of gaat maken van zijn bevoegdheid, bedoeld in [artikel 20, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=IIIa&artikel=20&z=2024-01-01&g=2024-01-01).
- b. in hoeverre en voor welke periode hij de overschrijding accepteert na afweging van de belangen, bedoeld in [artikel 12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=III¶graaf=1&artikel=12&z=2025-01-01&g=2025-01-01), of,
- c. in hoeverre hij, na afweging van de belangen, bedoeld in [artikel 12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=III¶graaf=1&artikel=12&z=2025-01-01&g=2025-01-01), dat risicoplafond of die risicoplafonds heeft aangepast of voornemens is aan te passen.
4. Onze Minister vermeldt tevens in het verslag in hoeverre hij gebruik heeft gemaakt of gaat maken van zijn bevoegdheid, bedoeld in [artikel 20, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=IIIa&artikel=20&z=2025-01-01&g=2025-01-01).
##### Artikel 18
1. Een verschuiving van een plaats als bedoeld in [artikel 14, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=III¶graaf=2&artikel=14&z=2024-01-01&g=2024-01-01), vindt niet eerder plaats dan vier weken nadat het voornemen daartoe is gemeld aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal.
2. Het eerste lid is niet van toepassing in geval de verschuiving van de plaats niet leidt tot een verhoging of verlaging van het risicoplafond, bedoeld in [artikel 14, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=III¶graaf=2&artikel=14&z=2024-01-01&g=2024-01-01).
1. Een verschuiving van een plaats als bedoeld in [artikel 14, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=III¶graaf=2&artikel=14&z=2025-01-01&g=2025-01-01), vindt niet eerder plaats dan vier weken nadat het voornemen daartoe is gemeld aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal.
2. Het eerste lid is niet van toepassing in geval de verschuiving van de plaats niet leidt tot een verhoging of verlaging van het risicoplafond, bedoeld in [artikel 14, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=III¶graaf=2&artikel=14&z=2025-01-01&g=2025-01-01).
##### Artikel 19
@@ -288,29 +288,29 @@
2. Bij een besluit als bedoeld in het eerste lid kan Onze Minister bepalen dat het verbod uitsluitend geldt voor een bij dat besluit te bepalen periode van het jaar of van de dag.
3. Onze Minister maakt in elk geval gebruik van zijn bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, indien de risicoplafonds blijkens het onderzoek, bedoeld in [artikel 15, eerste of tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=III¶graaf=3&artikel=15&z=2024-01-01&g=2024-01-01), worden of dreigen te worden overschreden en andere maatregelen naar zijn oordeel niet of niet tijdig kunnen worden getroffen.
3. Onze Minister maakt in elk geval gebruik van zijn bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, indien de risicoplafonds blijkens het onderzoek, bedoeld in [artikel 15, eerste of tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=III¶graaf=3&artikel=15&z=2025-01-01&g=2025-01-01), worden of dreigen te worden overschreden en andere maatregelen naar zijn oordeel niet of niet tijdig kunnen worden getroffen.
##### Artikel 21
1. Onze Minister maakt ten aanzien van het spoorvervoer van chloor en ammoniak gebruik van de bevoegdheid, bedoeld in [artikel 20, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=IIIa&artikel=20&z=2024-01-01&g=2024-01-01), voor zover dat vervoer plaatsvindt in een ketelwagen, tank of tankcontainer.
1. Onze Minister maakt ten aanzien van het spoorvervoer van chloor en ammoniak gebruik van de bevoegdheid, bedoeld in [artikel 20, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=IIIa&artikel=20&z=2025-01-01&g=2025-01-01), voor zover dat vervoer plaatsvindt in een ketelwagen, tank of tankcontainer.
2. Het besluit, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing op spoorvervoer van chloor en ammoniak van rechtspersonen ten aanzien waarvan mede door Onze Minister met die rechtspersonen voor inwerkingtreding van dit artikel afspraken zijn gemaakt en voor zover dat vervoer gelet op die afspraken resteert of kan resteren.
##### Artikel 22
1. Bij de voorbereiding van een besluit als bedoeld in [artikel 20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=IIIa&artikel=20&z=2024-01-01&g=2024-01-01), voor zover dat betrekking heeft op wegen of binnenwateren, betrekt Onze Minister de beheerder van de wegen respectievelijk binnenwateren, die in de nabijheid zijn gelegen van de bij dat besluit aan te wijzen wegen onderscheidenlijk binnenwateren.
2. Op de voorbereiding van een besluit als bedoeld in [artikel 20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=IIIa&artikel=20&z=2024-01-01&g=2024-01-01) is [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) van toepassing.
1. Bij de voorbereiding van een besluit als bedoeld in [artikel 20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=IIIa&artikel=20&z=2025-01-01&g=2025-01-01), voor zover dat betrekking heeft op wegen of binnenwateren, betrekt Onze Minister de beheerder van de wegen respectievelijk binnenwateren, die in de nabijheid zijn gelegen van de bij dat besluit aan te wijzen wegen onderscheidenlijk binnenwateren.
2. Op de voorbereiding van een besluit als bedoeld in [artikel 20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=IIIa&artikel=20&z=2025-01-01&g=2025-01-01) is [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) van toepassing.
##### Artikel 23
1. Provinciale staten wijzen ten behoeve van het doorgaande vervoer van gevaarlijke stoffen een netwerk aan dat bestaat uit bij de provincie of bij waterschappen in beheer zijnde wegen of weggedeelten, niet zijnde de krachtens [artikel 13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=III¶graaf=1&artikel=13&z=2024-01-01&g=2024-01-01), vastgestelde wegen.
2. Provinciale staten dragen er zorg voor dat het provinciaal netwerk, bedoeld in het eerste lid, aansluit op de krachtens [artikel 13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=III¶graaf=1&artikel=13&z=2024-01-01&g=2024-01-01), aangewezen wegen.
1. Provinciale staten wijzen ten behoeve van het doorgaande vervoer van gevaarlijke stoffen een netwerk aan dat bestaat uit bij de provincie of bij waterschappen in beheer zijnde wegen of weggedeelten, niet zijnde de krachtens [artikel 13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=III¶graaf=1&artikel=13&z=2025-01-01&g=2025-01-01), vastgestelde wegen.
2. Provinciale staten dragen er zorg voor dat het provinciaal netwerk, bedoeld in het eerste lid, aansluit op de krachtens [artikel 13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=III¶graaf=1&artikel=13&z=2025-01-01&g=2025-01-01), aangewezen wegen.
3. Met het oog op de afstemming met het crisisplan, bedoeld in [artikel 16 van de Wet veiligheidsregio’s](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027466&artikel=16), zenden provinciale staten een ontwerp van hun besluit aan de besturen van veiligheidsregio’s.
4. [Artikel 22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=IIIa&artikel=22&z=2024-01-01&g=2024-01-01) is van overeenkomstige toepassing op de voorbereiding van een besluit als bedoeld in het eerste lid.
4. [Artikel 22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=IIIa&artikel=22&z=2025-01-01&g=2025-01-01) is van overeenkomstige toepassing op de voorbereiding van een besluit als bedoeld in het eerste lid.
5. Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
@@ -320,61 +320,61 @@
2. De gemeenteraad kan met betrekking tot het vervoer van gevaarlijke stoffen op zijn grondgebied gelegen wegen aanwijzen waarover de krachtens het eerste lid aangewezen gevaarlijke stoffen uitsluitend mogen worden vervoerd.
3. Wegen die in het beheer zijn bij de provincies of het waterschap kunnen slechts worden aangewezen, voor zover deze deel uit maken van het provinciaal netwerk, bedoeld in [artikel 23, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=IIIa&artikel=23&z=2024-01-01&g=2024-01-01).
3. Wegen die in het beheer zijn bij de provincies of het waterschap kunnen slechts worden aangewezen, voor zover deze deel uit maken van het provinciaal netwerk, bedoeld in [artikel 23, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=IIIa&artikel=23&z=2025-01-01&g=2025-01-01).
4. Bij een besluit als bedoeld in het tweede lid, draagt de gemeenteraad er zorg voor dat de aangewezen wegen aansluiten op:
- a. de krachtens [artikel 13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=III¶graaf=1&artikel=13&z=2024-01-01&g=2024-01-01), aangewezen wegen, voor zover gelegen op het grondgebied van de gemeente of op dat grondgebied aansluiten;
- b. het provinciaal netwerk, bedoeld in [artikel 23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=IIIa&artikel=23&z=2024-01-01&g=2024-01-01), voor zover gelegen op het grondgebied van de gemeente of op dat grondgebied aansluiten;
- a. de krachtens [artikel 13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=III¶graaf=1&artikel=13&z=2025-01-01&g=2025-01-01), aangewezen wegen, voor zover gelegen op het grondgebied van de gemeente of op dat grondgebied aansluiten;
- b. het provinciaal netwerk, bedoeld in [artikel 23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=IIIa&artikel=23&z=2025-01-01&g=2025-01-01), voor zover gelegen op het grondgebied van de gemeente of op dat grondgebied aansluiten;
- c. wegen of weggedeelten in de aangrenzende gemeente voor zover ten aanzien daarvan toepassing is gegeven aan het tweede lid.
5. Een besluit als bedoeld in het tweede lid is niet van toepassing op het vervoer van gevaarlijke stoffen over de krachtens [artikel 13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=III¶graaf=1&artikel=13&z=2024-01-01&g=2024-01-01), aangewezen wegen.
5. Een besluit als bedoeld in het tweede lid is niet van toepassing op het vervoer van gevaarlijke stoffen over de krachtens [artikel 13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=III¶graaf=1&artikel=13&z=2025-01-01&g=2025-01-01), aangewezen wegen.
6. Met het oog op de afstemming met het crisisplan, bedoeld in [artikel 16 van de Wet veiligheidsregio’s](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0027466&artikel=16), zendt de gemeenteraad een ontwerp van zijn besluit aan de besturen van veiligheidsregio’s.
7. [Artikel 22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=IIIa&artikel=22&z=2024-01-01&g=2024-01-01) is van overeenkomstige toepassing op de voorbereiding van een besluit als bedoeld in het tweede lid.
7. [Artikel 22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=IIIa&artikel=22&z=2025-01-01&g=2025-01-01) is van overeenkomstige toepassing op de voorbereiding van een besluit als bedoeld in het tweede lid.
8. Van een besluit als bedoeld in het tweede lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
9. Binnen een jaar nadat het provinciaal netwerk, bedoeld in [artikel 23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=IIIa&artikel=23&z=2024-01-01&g=2024-01-01), is aangewezen of is gewijzigd wordt een reeds van kracht zijnde gemeentelijke aanwijzing als bedoeld in het tweede lid, zo nodig in overeenstemming gebracht met het derde en vierde lid.
10. Het negende lid is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot de krachtens [artikel 13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=III¶graaf=1&artikel=13&z=2024-01-01&g=2024-01-01), aangewezen wegen.
9. Binnen een jaar nadat het provinciaal netwerk, bedoeld in [artikel 23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=IIIa&artikel=23&z=2025-01-01&g=2025-01-01), is aangewezen of is gewijzigd wordt een reeds van kracht zijnde gemeentelijke aanwijzing als bedoeld in het tweede lid, zo nodig in overeenstemming gebracht met het derde en vierde lid.
10. Het negende lid is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot de krachtens [artikel 13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=III¶graaf=1&artikel=13&z=2025-01-01&g=2025-01-01), aangewezen wegen.
#### § 4. Aanwijzing van vaarwegen
##### Artikel 25
De door de gemeenteraad op grond van [artikel 24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=IIIa&artikel=24&z=2024-01-01&g=2024-01-01) onderscheidenlijk door Onze Minister op grond van [artikel 20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=IIIa&artikel=20&z=2024-01-01&g=2024-01-01) aangewezen wegen of weggedeelten worden aangeduid door borden overeenkomstig de daarvoor op grond van de [Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622) aangewezen modellen.
De door de gemeenteraad op grond van [artikel 24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=IIIa&artikel=24&z=2025-01-01&g=2025-01-01) onderscheidenlijk door Onze Minister op grond van [artikel 20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=IIIa&artikel=20&z=2025-01-01&g=2025-01-01) aangewezen wegen of weggedeelten worden aangeduid door borden overeenkomstig de daarvoor op grond van de [Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622) aangewezen modellen.
##### Artikel 26
1. Het is verboden de bij een op grond van [artikel 20, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=IIIa&artikel=20&z=2024-01-01&g=2024-01-01), genomen besluit aangewezen stoffen te vervoeren over de bij dat besluit aangewezen wegen, binnenwateren, of hoofdspoorwegen. Voor zover van de in artikel 20, tweede lid bedoelde bevoegdheid gebruik is gemaakt, is het verbod, bedoeld in de eerste volzin, uitsluitend in de bij dat besluit bepaalde periode van toepassing.
1. Het is verboden de bij een op grond van [artikel 20, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=IIIa&artikel=20&z=2025-01-01&g=2025-01-01), genomen besluit aangewezen stoffen te vervoeren over de bij dat besluit aangewezen wegen, binnenwateren, of hoofdspoorwegen. Voor zover van de in artikel 20, tweede lid bedoelde bevoegdheid gebruik is gemaakt, is het verbod, bedoeld in de eerste volzin, uitsluitend in de bij dat besluit bepaalde periode van toepassing.
2. Het eerste lid is niet van toepassing indien redelijkerwijs geen alternatieve route beschikbaar is voor het vervoer van de bij het besluit aangewezen stoffen, vanwege incidenten of onvoorziene omstandigheden op of nabij die alternatieve route of routes.
##### Artikel 27
1. Onze Minister kan vrijstelling of ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in [artikel 26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=IIIa&artikel=26&z=2024-01-01&g=2024-01-01):
1. Onze Minister kan vrijstelling of ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in [artikel 26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=IIIa&artikel=26&z=2025-01-01&g=2025-01-01):
- a. indien dit noodzakelijk is voor het laden en lossen;
- b. ten behoeve van vervoer waarvoor aanvullende maatregelen zijn getroffen, waarvan naar het oordeel van Onze Minister redelijkerwijs een beperking van de kans op of de effecten van een ongeval gedurende dat vervoer is te verwachten.
2. Voor zover het verbod, bedoeld in [artikel 26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=IIIa&artikel=26&z=2024-01-01&g=2024-01-01), betrekking heeft op het spoorvervoer van chloor en ammoniak, kan Onze Minister, in afwijking van het eerste lid, daarvan uitsluitend ontheffing verlenen indien redelijkerwijs geen andere wijze van vervoer van die stoffen beschikbaar is en het vervoer naar het oordeel van Onze Minister vanwege maatschappelijk belang noodzakelijk is.
3. Onze Minister kan op verzoek van Onze Minister van Defensie ontheffing verlenen van [artikel 26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=IIIa&artikel=26&z=2024-01-01&g=2024-01-01), indien dat noodzakelijk is ten behoeve van militaire oefeningen.
2. Voor zover het verbod, bedoeld in [artikel 26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=IIIa&artikel=26&z=2025-01-01&g=2025-01-01), betrekking heeft op het spoorvervoer van chloor en ammoniak, kan Onze Minister, in afwijking van het eerste lid, daarvan uitsluitend ontheffing verlenen indien redelijkerwijs geen andere wijze van vervoer van die stoffen beschikbaar is en het vervoer naar het oordeel van Onze Minister vanwege maatschappelijk belang noodzakelijk is.
3. Onze Minister kan op verzoek van Onze Minister van Defensie ontheffing verlenen van [artikel 26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=IIIa&artikel=26&z=2025-01-01&g=2025-01-01), indien dat noodzakelijk is ten behoeve van militaire oefeningen.
4. Onze Minister kan een ontheffing weigeren op gronden aan de openbare veiligheid ontleend.
5. Op verzoek van Onze Minister van Defensie verleent Onze Minister ontheffing van [artikel 26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=IIIa&artikel=26&z=2024-01-01&g=2024-01-01) voor het vervoer met vervoermiddelen die in eigendom toebehoren aan of zich bevinden onder de verantwoordelijkheid van de krijgsmacht of van de krijgsmacht van een andere mogendheid:
5. Op verzoek van Onze Minister van Defensie verleent Onze Minister ontheffing van [artikel 26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=IIIa&artikel=26&z=2025-01-01&g=2025-01-01) voor het vervoer met vervoermiddelen die in eigendom toebehoren aan of zich bevinden onder de verantwoordelijkheid van de krijgsmacht of van de krijgsmacht van een andere mogendheid:
- a. ten behoeve van het laden en lossen op militaire locaties;
- b. ten behoeve van het ruimen van ontploffingsgevaarlijke stoffen door onder Onze Minister van Defensie ressorterende opruimingsdiensten van explosieven.
6. [Artikel 9, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=II&artikel=9&z=2024-01-01&g=2024-01-01) en [artikel 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=II&artikel=10&z=2024-01-01&g=2024-01-01) zijn van overeenkomstige toepassing op krachtens het eerste, tweede, derde en vijfde lid verleende ontheffingen.
6. [Artikel 9, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=II&artikel=9&z=2025-01-01&g=2025-01-01) en [artikel 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=II&artikel=10&z=2025-01-01&g=2025-01-01) zijn van overeenkomstige toepassing op krachtens het eerste, tweede, derde en vijfde lid verleende ontheffingen.
7. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld:
@@ -388,21 +388,21 @@
##### Artikel 28
Onverminderd [artikel 24, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=IIIa&artikel=24&z=2024-01-01&g=2024-01-01), is het verboden de gevaarlijke stoffen, bedoeld in artikel 24, eerste lid, te vervoeren over andere wegen dan de bij een besluit als bedoeld in artikel 24, tweede lid, aangewezen wegen.
Onverminderd [artikel 24, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=IIIa&artikel=24&z=2025-01-01&g=2025-01-01), is het verboden de gevaarlijke stoffen, bedoeld in artikel 24, eerste lid, te vervoeren over andere wegen dan de bij een besluit als bedoeld in artikel 24, tweede lid, aangewezen wegen.
##### Artikel 29
1. Van [artikel 28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=IIIa&artikel=28&z=2024-01-01&g=2024-01-01) kunnen burgemeester en wethouders ontheffing verlenen, indien dit noodzakelijk is voor het laden en lossen.
2. Op verzoek van Onze Minister van Defensie verlenen burgemeester en wethouders ontheffing van [artikel 28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=IIIa&artikel=28&z=2024-01-01&g=2024-01-01) voor het vervoer met vervoermiddelen die in eigendom toebehoren aan of zich bevinden onder de verantwoordelijkheid van de krijgsmacht of van de krijgsmacht van een andere mogendheid:
1. Van [artikel 28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=IIIa&artikel=28&z=2025-01-01&g=2025-01-01) kunnen burgemeester en wethouders ontheffing verlenen, indien dit noodzakelijk is voor het laden en lossen.
2. Op verzoek van Onze Minister van Defensie verlenen burgemeester en wethouders ontheffing van [artikel 28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=IIIa&artikel=28&z=2025-01-01&g=2025-01-01) voor het vervoer met vervoermiddelen die in eigendom toebehoren aan of zich bevinden onder de verantwoordelijkheid van de krijgsmacht of van de krijgsmacht van een andere mogendheid:
- a. ten behoeve van het laden en lossen op militaire locaties;
- b. ten behoeve van het ruimen van ontploffingsgevaarlijke stoffen door onder Onze Minister van Defensie ressorterende opruimingsdiensten van explosieven.
3. Burgemeester en wethouders kunnen op verzoek van Onze Minister van Defensie ontheffing verlenen van [artikel 28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=IIIa&artikel=28&z=2024-01-01&g=2024-01-01), indien dat noodzakelijk is ten behoeve van militaire oefeningen.
4. [Artikel 9, tweede tot en met vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=II&artikel=9&z=2024-01-01&g=2024-01-01), en [artikel 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=II&artikel=10&z=2024-01-01&g=2024-01-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
3. Burgemeester en wethouders kunnen op verzoek van Onze Minister van Defensie ontheffing verlenen van [artikel 28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=IIIa&artikel=28&z=2025-01-01&g=2025-01-01), indien dat noodzakelijk is ten behoeve van militaire oefeningen.
4. [Artikel 9, tweede tot en met vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=II&artikel=9&z=2025-01-01&g=2025-01-01), en [artikel 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=II&artikel=10&z=2025-01-01&g=2025-01-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
#### § 5. Aanwijzing van spoorwegen
@@ -430,7 +430,7 @@
1. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.
2. Met het toezicht op de naleving van de handelingen bedoeld in [artikel 2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=I¶graaf=2&artikel=2&z=2024-01-01&g=2024-01-01), verricht met of ten aanzien van vervoermiddelen die in eigendom toebehoren aan, of zich bevinden onder de verantwoordelijkheid van de krijgsmacht of van de krijgsmacht van een andere mogendheid zijn belast de bij besluit van Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Defensie, aangewezen ambtenaren.
2. Met het toezicht op de naleving van de handelingen bedoeld in [artikel 2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=I¶graaf=2&artikel=2&z=2025-01-01&g=2025-01-01), verricht met of ten aanzien van vervoermiddelen die in eigendom toebehoren aan, of zich bevinden onder de verantwoordelijkheid van de krijgsmacht of van de krijgsmacht van een andere mogendheid zijn belast de bij besluit van Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Defensie, aangewezen ambtenaren.
3. Onze Minister kan, in overeenstemming met Onze Ministers wie het mede aangaat, bij besluit andere dan de in het eerste en tweede lid bedoelde ambtenaren aanwijzen die zijn belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet.
@@ -442,7 +442,7 @@
##### Artikel 35
1. De ingevolge [artikel 34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=IV¶graaf=1&artikel=34&z=2024-01-01&g=2024-01-01) aangewezen ambtenaren, zijn in afwijking van [artikel 5:15, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:15), bevoegd voor de bij of krachtens deze wet in verband met de EU-richtlijn vervoerbare drukapparatuur gestelde verplichtingen, met medeneming van de benodigde apparatuur een woning te betreden zonder toestemming van de bewoner ten behoeve van de uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld in artikel 14, vierde lid, onderdelen a, d en e, van EU-verordening markttoezicht.
1. De ingevolge [artikel 34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=IV¶graaf=1&artikel=34&z=2025-01-01&g=2025-01-01) aangewezen ambtenaren, zijn in afwijking van [artikel 5:15, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:15), bevoegd voor de bij of krachtens deze wet in verband met de EU-richtlijn vervoerbare drukapparatuur gestelde verplichtingen, met medeneming van de benodigde apparatuur een woning te betreden zonder toestemming van de bewoner ten behoeve van de uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld in artikel 14, vierde lid, onderdelen a, d en e, van EU-verordening markttoezicht.
2. Voor het uitoefenen van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, is een voorafgaande machtiging vereist van de rechter-commissaris. In het verzoek om afgifte van een machtiging worden de proportionaliteit en subsidiariteit van het verzoek gemotiveerd. De rechter-commissaris kan het openbaar ministerie horen alvorens te beslissen. [Artikel 171 van het Wetboek van Strafvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=171) is van overeenkomstige toepassing.
@@ -452,7 +452,7 @@
##### Artikel 36
1. De ingevolge [artikel 34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=IV¶graaf=1&artikel=34&z=2024-01-01&g=2024-01-01) aangewezen ambtenaren zijn bevoegd om, ter uitvoering van de EU-verordening markttoezicht en voor de bij of krachtens deze wet gestelde verplichtingen in verband met de EU-richtlijn vervoerbare drukapparatuur, onder verstrekking van onjuiste of onvolledige gegevens met betrekking tot hun identiteit en hoedanigheid, producten waarvoor krachtens artikel 10a verplichtingen zijn gesteld, te verkrijgen ten behoeve van het controleren van de kenmerken van deze producten en de verificatie van de documenten en de hieraan gerelateerde handelingen te verrichten voor zover dat voor de vervulling van hun taak noodzakelijk is. [Artikel 5:12, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:12) is niet van toepassing.
1. De ingevolge [artikel 34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=IV¶graaf=1&artikel=34&z=2025-01-01&g=2025-01-01) aangewezen ambtenaren zijn bevoegd om, ter uitvoering van de EU-verordening markttoezicht en voor de bij of krachtens deze wet gestelde verplichtingen in verband met de EU-richtlijn vervoerbare drukapparatuur, onder verstrekking van onjuiste of onvolledige gegevens met betrekking tot hun identiteit en hoedanigheid, producten waarvoor krachtens artikel 10a verplichtingen zijn gesteld, te verkrijgen ten behoeve van het controleren van de kenmerken van deze producten en de verificatie van de documenten en de hieraan gerelateerde handelingen te verrichten voor zover dat voor de vervulling van hun taak noodzakelijk is. [Artikel 5:12, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:12) is niet van toepassing.
2. De ambtenaar die gebruik heeft gemaakt van de bevoegdheid bedoeld in het eerste lid, maakt daarvan een schriftelijk verslag op waarin hij vermeldt:
@@ -488,7 +488,7 @@
##### Artikel 38
[Titel 5.2 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&titeldeel=5.2) is van overeenkomstige toepassing voor zover de krachtens [artikel 34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=IV¶graaf=1&artikel=34&z=2024-01-01&g=2024-01-01) aangewezen toezichthouders bijstand verlenen aan een markttoezichtautoriteit als bedoeld in artikel 3, onderdeel 4, van de EU-verordening markttoezicht, uit een andere lidstaat van de Europese Unie op grond van artikel 22 of artikel 23 van die verordening.
[Titel 5.2 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&titeldeel=5.2) is van overeenkomstige toepassing voor zover de krachtens [artikel 34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=IV¶graaf=1&artikel=34&z=2025-01-01&g=2025-01-01) aangewezen toezichthouders bijstand verlenen aan een markttoezichtautoriteit als bedoeld in artikel 3, onderdeel 4, van de EU-verordening markttoezicht, uit een andere lidstaat van de Europese Unie op grond van artikel 22 of artikel 23 van die verordening.
##### Artikel 39
@@ -516,9 +516,9 @@
1. Met de opsporing van overtredingen van bij of krachtens deze wet gestelde voorschriften zijn, onverminderd het bepaalde bij of krachtens [artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=141), belast:
- a. de ambtenaren, bedoeld in [artikel 34, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=IV¶graaf=1&artikel=34&z=2024-01-01&g=2024-01-01), voor zover daartoe bij besluit van Onze Minister en Onze Minister van Justitie aangewezen;
- b. voor zover het betreft de handelingen bedoeld in [artikel 34, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=IV¶graaf=1&artikel=34&z=2024-01-01&g=2024-01-01): de bij besluit van Onze Minister en Onze Ministers van Defensie en van Justitie aangewezen ambtenaren;
- a. de ambtenaren, bedoeld in [artikel 34, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=IV¶graaf=1&artikel=34&z=2025-01-01&g=2025-01-01), voor zover daartoe bij besluit van Onze Minister en Onze Minister van Justitie aangewezen;
- b. voor zover het betreft de handelingen bedoeld in [artikel 34, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=IV¶graaf=1&artikel=34&z=2025-01-01&g=2025-01-01): de bij besluit van Onze Minister en Onze Ministers van Defensie en van Justitie aangewezen ambtenaren;
- c. de bij besluit van Onze Minister en Onze Minister van Justitie, en waar nodig Onze Ministers wie het mede aangaat, aangewezen ambtenaren.
@@ -540,7 +540,7 @@
##### Artikel 47
1. Degene die een handeling als bedoeld in [artikel 2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=I¶graaf=2&artikel=2&z=2024-01-01&g=2024-01-01), verricht, is verplicht Onze Minister daarvan onverwijld in kennis te stellen indien zich daarbij ongevallen voordoen of voorvallen, waardoor gevaar voor de openbare veiligheid is of kan ontstaan.
1. Degene die een handeling als bedoeld in [artikel 2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=I¶graaf=2&artikel=2&z=2025-01-01&g=2025-01-01), verricht, is verplicht Onze Minister daarvan onverwijld in kennis te stellen indien zich daarbij ongevallen voordoen of voorvallen, waardoor gevaar voor de openbare veiligheid is of kan ontstaan.
2. Degene, bedoeld in het eerste lid, stelt Onze Minister in de gelegenheid de situatie van het ongeval of het voorval te beoordelen en laat handelingen met betrekking tot de betrokken gevaarlijke stoffen in elk geval achterwege totdat Onze Minister van deze gelegenheid gebruik heeft gemaakt of heeft laten weten van die gelegenheid geen gebruik te maken.
@@ -548,7 +548,7 @@
##### Artikel 48
1. Onze Minister kan van degenen die handelingen als bedoeld in [artikel 2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=I¶graaf=2&artikel=2&z=2024-01-01&g=2024-01-01), verrichten, alle inlichtingen vragen die naar zijn redelijk oordeel nodig zijn ten behoeve van het analyseren van voorvallen en ongevallen als bedoeld in [artikel 47](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=V&artikel=47&z=2024-01-01&g=2024-01-01).
1. Onze Minister kan van degenen die handelingen als bedoeld in [artikel 2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=I¶graaf=2&artikel=2&z=2025-01-01&g=2025-01-01), verrichten, alle inlichtingen vragen die naar zijn redelijk oordeel nodig zijn ten behoeve van het analyseren van voorvallen en ongevallen als bedoeld in [artikel 47](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=V&artikel=47&z=2025-01-01&g=2025-01-01).
2. De betrokkenen zijn verplicht de gevraagde inlichtingen volledig en naar waarheid te verstrekken binnen een door Onze Minister in redelijkheid te stellen termijn.
@@ -574,7 +574,7 @@
##### Artikel 50
Tegen een besluit als bedoeld in de [artikelen 20, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=IIIa&artikel=20&z=2024-01-01&g=2024-01-01), [23, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=IIIa&artikel=23&z=2024-01-01&g=2024-01-01) en [24, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=IIIa&artikel=24&z=2024-01-01&g=2024-01-01), staat beroep open als bedoeld in [Hoofdstuk 8 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&hoofdstuk=8).
Tegen een besluit als bedoeld in de [artikelen 20, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=IIIa&artikel=20&z=2025-01-01&g=2025-01-01), [23, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=IIIa&artikel=23&z=2025-01-01&g=2025-01-01) en [24, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=IIIa&artikel=24&z=2025-01-01&g=2025-01-01), staat beroep open als bedoeld in [Hoofdstuk 8 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&hoofdstuk=8).
### Hoofdstuk V. Overige bepalingen
@@ -612,7 +612,7 @@
##### Artikel 59
1. Onverminderd de [artikelen 7, eerste lid, en 8, eerste lid, van de Coördinatiewet uitzonderingstoestanden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007981&artikel=7) kan, ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken, bij koninklijk beluit, op voordracht van Onze Minister-President, [artikel 60](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=VI&artikel=60&z=2024-01-01&g=2024-01-01) in werking worden gesteld.
1. Onverminderd de [artikelen 7, eerste lid, en 8, eerste lid, van de Coördinatiewet uitzonderingstoestanden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007981&artikel=7) kan, ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken, bij koninklijk beluit, op voordracht van Onze Minister-President, [artikel 60](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=VI&artikel=60&z=2025-01-01&g=2025-01-01) in werking worden gesteld.
2. Wanneer het in het eerste lid bedoelde besluit is genomen, wordt onverwijld een voorstel van wet aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal gezonden omtrent het voortduren van de werking van de bij het in het eerste lid bedoelde besluit in werking gestelde bepaling.
@@ -642,7 +642,7 @@
##### Artikel 10a
1. Onze Minister kan instanties erkennen die belast zijn met de door hem aan te geven, in het kader van de krachtens [artikel 3, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=II&artikel=3&z=2024-01-01&g=2024-01-01), vastgestelde regels te verrichten taken. De taken kunnen mede betrekking hebben op het afgeven van certificaten of het erkennen van andere documenten dan wel voorschriften alsmede op het verlenen van de op grond van de regels bij of krachtens [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=II&artikel=3&z=2024-01-01&g=2024-01-01) benodigde goedkeuring.
1. Onze Minister kan instanties erkennen die belast zijn met de door hem aan te geven, in het kader van de krachtens [artikel 3, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=II&artikel=3&z=2025-01-01&g=2025-01-01), vastgestelde regels te verrichten taken. De taken kunnen mede betrekking hebben op het afgeven van certificaten of het erkennen van andere documenten dan wel voorschriften alsmede op het verlenen van de op grond van de regels bij of krachtens [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=II&artikel=3&z=2025-01-01&g=2025-01-01) benodigde goedkeuring.
2. Onze Minister stelt regels met betrekking tot de voorwaarden om voor erkenning in aanmerking te komen, de werkwijze van de erkende instanties, de periodieke verslaglegging over de verrichte werkzaamheden, alsmede de uitoefening van het toezicht op de erkende instanties.
@@ -676,13 +676,13 @@
##### Artikel 3a
1. Bij ministeriële regeling kunnen in het belang van de openbare veiligheid regels worden gesteld met betrekking tot de handelingen, bedoeld in [artikel 2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=I¶graaf=2&artikel=2&z=2024-01-01&g=2024-01-01), voor zover die worden verricht op of in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba met bij of krachtens die maatregel aangewezen gevaarlijke stoffen. De regels kunnen voor elk van de openbare lichamen verschillend zijn.
1. Bij ministeriële regeling kunnen in het belang van de openbare veiligheid regels worden gesteld met betrekking tot de handelingen, bedoeld in [artikel 2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=I¶graaf=2&artikel=2&z=2025-01-01&g=2025-01-01), voor zover die worden verricht op of in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba met bij of krachtens die maatregel aangewezen gevaarlijke stoffen. De regels kunnen voor elk van de openbare lichamen verschillend zijn.
2. De in het eerste lid bedoelde regels hebben in elk geval betrekking op de vervoermiddelen waarmee de handelingen, bedoeld in het eerste lid, worden verricht.
3. Het is verboden de handelingen, bedoeld in het eerste lid, te verrichten anders dan met inachtneming van de krachtens het eerste lid gestelde regels.
4. De [artikelen 9, eerste tot en met vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=II&artikel=9&z=2024-01-01&g=2024-01-01), [10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=II&artikel=10&z=2024-01-01&g=2024-01-01), [10a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=II&artikel=10a&z=2024-01-01&g=2024-01-01), [34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=IV¶graaf=1&artikel=34&z=2024-01-01&g=2024-01-01) en [49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=V&artikel=49&z=2024-01-01&g=2024-01-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
4. De [artikelen 9, eerste tot en met vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=II&artikel=9&z=2025-01-01&g=2025-01-01), [10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=II&artikel=10&z=2025-01-01&g=2025-01-01), [10a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=II&artikel=10a&z=2025-01-01&g=2025-01-01), [34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=IV¶graaf=1&artikel=34&z=2025-01-01&g=2025-01-01) en [49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=V&artikel=49&z=2025-01-01&g=2025-01-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
### Hoofdstuk III. Het basisnet
@@ -700,7 +700,7 @@
##### Artikel 44a
1. Handelingen in strijd met [artikel 3a, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=II&artikel=3a&z=2024-01-01&g=2024-01-01), voor zover opzettelijk begaan, zijn misdrijven en worden gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van ten hoogste de vijfde categorie.
1. Handelingen in strijd met [artikel 3a, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=II&artikel=3a&z=2025-01-01&g=2025-01-01), voor zover opzettelijk begaan, zijn misdrijven en worden gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van ten hoogste de vijfde categorie.
2. Handelingen, als bedoeld in het eerste lid, die geen misdrijven zijn, zijn overtredingen en worden gestraft met hechtenis van ten hoogste een jaar of geldboete van de vierde categorie.
@@ -714,7 +714,7 @@
##### Artikel 44b
1. Indien tegen de verdachte ernstige bezwaren zijn gerezen en tevens de belangen, welke door het vermoedelijk overtreden voorschrift worden beschermd, een onmiddellijk ingrijpen vereisen, is de officier van justitie in alle zaken als bedoeld in [artikel 44a, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=IV¶graaf=2&artikel=44a&z=2024-01-01&g=2024-01-01), bevoegd zolang de behandeling ter terechtzitting nog niet is aangevangen, de verdachte bij te betekenen kennisgeving als voorlopige maatregel te bevelen:
1. Indien tegen de verdachte ernstige bezwaren zijn gerezen en tevens de belangen, welke door het vermoedelijk overtreden voorschrift worden beschermd, een onmiddellijk ingrijpen vereisen, is de officier van justitie in alle zaken als bedoeld in [artikel 44a, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007606&hoofdstuk=IV¶graaf=2&artikel=44a&z=2025-01-01&g=2025-01-01), bevoegd zolang de behandeling ter terechtzitting nog niet is aangevangen, de verdachte bij te betekenen kennisgeving als voorlopige maatregel te bevelen:
- a. zich te onthouden van bepaalde handelingen;
2024-01-01
Wet vervoer gevaarlijke stoffen — arts. 4, 5, 6 y 5 más
2023-04-19
Wet vervoer gevaarlijke stoffen — arts. 4, 5, 6 y 5 más
2015-04-01
Wet vervoer gevaarlijke stoffen — arts. 4, 5, 6 y 5 más
2014-01-01
Wet vervoer gevaarlijke stoffen
2012-10-01
Wet vervoer gevaarlijke stoffen — arts. 1, 4, 5 y 21 más
2010-10-10
Wet vervoer gevaarlijke stoffen — arts. 1, 4, 5 y 21 más
2010-10-01
Wet vervoer gevaarlijke stoffen
2009-07-01
Wet vervoer gevaarlijke stoffen — arts. 1, 4, 5 y 21 más
2006-05-10
Wet vervoer gevaarlijke stoffen
2006-03-08
Wet vervoer gevaarlijke stoffen — arts. 1, 4, 5 y 24 más
2005-07-01
Wet vervoer gevaarlijke stoffen — arts. 1, 4, 5 y 26 más
2002-07-01
Wet vervoer gevaarlijke stoffen — arts. 1, 4, 5 y 27 más
2002-03-01
Wet vervoer gevaarlijke stoffen — arts. 1, 1, 2 y 51 más
2002-03-01
Wet vervoer gevaarlijke stoffen
original version
Tekst op deze datum