Besluit van 30 mei 1996, houdende uitvoering van de Wegenverkeerswet 1994 (Reglement rijbewijzen)

Type AMvB
Publication 2026-01-01
State In force
Source BWB
artikelen 731
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
4.

Na afloop van de periode, bedoeld in het derde lid, controleert de beveiligingsfunctionaris, bedoeld in het zesde lid, of de aanvraag en de uitreiking van rijbewijzen op de voorgeschreven wijze hebben plaatsgevonden. Indien de aanvraag en de uitreiking van rijbewijzen niet op de voorgeschreven wijze hebben plaatsgevonden, wordt gehandeld overeenkomstig artikel 130, tweede lid.

5.

In de situatie, bedoeld in het tweede lid, wordt een eerder aan de aanvrager afgegeven rijbewijs niet vernietigd dan nadat de in het vierde lid bedoelde controle heeft plaatsgevonden.

6.

De met de afgifte van rijbewijzen belaste autoriteiten wijzen een beveiligingsfunctionaris aan, die is belast met het beheer van en het toezicht op de naleving van de beveiligingsprocedure.

7.

De in het eerste lid bedoelde maatregelen maken deel uit van de reguliere accountantscontrole.

8.

De met de afgifte van rijbewijzen belaste autoriteiten dragen er zorg voor dat de beveiligingsprocedure, bedoeld in het eerste lid, telkenjare wordt geëvalueerd en zonodig wordt aangepast.

Artikel 129

De met de afgifte van rijbewijzen belaste autoriteiten dragen er zorg voor dat de onder hen ressorterende, met de afgifte van rijbewijzen belaste medewerkers regelmatig worden geïnformeerd over ontvreemdings- en frauderisico’s en ten minste eenmaal per jaar worden geïnstrueerd met betrekking tot risicobeperkende afspraken en maatregelen ter zake.

Artikel 130

1.

De met de afgifte belaste autoriteiten controleren maandelijks de voorraad rijbewijzen aan de hand van de in het rijbewijzenregister opgeslagen gegevens.

2.

De met de afgifte van rijbewijzen belaste autoriteiten dienen terstond na constatering van ontvreemding dan wel vermissing of vernietiging van rijbewijzen en met de afgifte van rijbewijzen verband houdende materialen en apparatuur ten gevolge van inbraak, diefstal, verduistering, overvallen, brand of anderszins, aangifte te doen bij de politie en, voor zover het de afgifte van rijbewijzen door de burgemeester betreft, de Dienst Wegverkeer in kennis te stellen.

3.

Een kennisgeving als bedoeld in het eerste lid bevat de navolgende gegevens:

4.

Zodra het door de plaatselijke politie opgemaakte proces-verbaal beschikbaar is, wordt daarvan een afschrift gezonden aan de Dienst Wegverkeer.

Hoofdstuk VI. Maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid

Artikel 131

Tot het doen van de schriftelijke mededeling, bedoeld in artikel 130, eerste lid, van de wet zijn bevoegd:

Artikel 132

1.

Zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen vier weken na ontvangst van de in artikel 130, eerste lid, van de wet bedoelde mededeling legt het CBR in de bij ministeriële regeling aangegeven gevallen betrokkene de verplichting op zich te onderwerpen aan een educatieve maatregel of maatregelen. Zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen vier weken na ontvangst van de volledige betaling van de kosten van de educatieve maatregel of maatregelen stelt het CBR het tijdstip waarop en de plaats waar betrokkene de opgelegde educatieve maatregel of maatregelen dient te ondergaan, vast. Het wijst daarbij tevens de tot toepassing van die maatregel of maatregelen bevoegde deskundigen aan.

2.

Indien betrokkene niet op de vastgestelde tijd en plaats aanwezig is, worden zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen vier weken na ontvangst van het afwezigheidsbericht tijd en plaats waarop betrokkene de hem opgelegde educatieve maatregelen dient te ondergaan, door het CBR opnieuw vastgesteld, tenzij naar het oordeel van het CBR geen sprake is van een geldige reden van verhindering.

3.

Indien betrokkene niet op de vastgestelde tijd en plaats aanwezig is zonder dat van een geldige reden van verhindering blijkt, wordt daarvan door de aangewezen deskundige of deskundigen onverwijld mededeling gedaan aan het CBR.

4.

De bevindingen van de met de toepassing van de educatieve maatregelen belaste deskundige of deskundigen worden zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen vier weken aan het CBR medegedeeld. Het CBR stelt op basis van die bevindingen zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen vier weken na de ontvangst ervan, vast of betrokkene aan de hem opgelegde verplichtingen heeft voldaan.

Artikel 133

1.

Tijdstip en plaats van het in artikel 133 van de wet bedoelde onderzoek naar de rijvaardigheid of geschiktheid of, indien het onderzoek in gedeelten plaatsvindt, van die gedeelten, worden door het CBR vastgesteld:

2.

Indien betrokkene niet op de voor het onderzoek vastgestelde tijd en plaats aanwezig is, worden zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen vier weken na ontvangst van het afwezigheidsbericht tijd en plaats van het onderzoek door het CBR opnieuw vastgesteld tenzij naar het oordeel van het CBR geen sprake is van een geldige reden van verhindering.

3.

Indien betrokkene niet op de vastgestelde tijd en plaats aanwezig is zonder dat van een geldige reden van verhindering blijkt, wordt daarvan door de aangewezen deskundige of deskundigen onverwijld mededeling gedaan aan het CBR.

Artikel 134

1.

Het in artikel 133 van de wet bedoelde onderzoek naar de rijvaardigheid omvat een theorie-gedeelte en een praktijk-gedeelte.

2.

Indien het onderzoek betrekking heeft op meerdere rijbewijscategorieën, wordt de kennis van de theorie van alle categorieën gezamenlijk onderzocht.

3.

Het praktijk-gedeelte bestaat uit een rijproef voor elk van de categorieën waarop het onderzoek betrekking heeft.

4.

Indien het onderzoek betrekking heeft op een of meer van AM, A1, A2, A, B, C, C1, D, D1, E en T dan wel mede op een of meer van die rijbewijscategorieën, bestaat het praktijk-gedeelte in afwijking van het derde lid uit een of meerdere rijproeven, afgenomen overeenkomstig artikel 135.

5.

Bij ministeriële regeling worden richtlijnen vastgesteld omtrent de wijze van beoordelen van de rijvaardigheid van betrokkene.

Artikel 135

1.

Indien het onderzoek betrekking heeft op de rijbewijscategorieën B, C, C1, D, D1, E en T, wordt eerst een rijproef voor de categorie E bij C afgenomen. Indien betrokkene blijkens die rijproef aan de voor die categorie gestelde eisen voldoet, wordt aangenomen dat hij mede voldoet aan de eisen voor de categorieën C, E bij C1, C1, E bij D, D, E bij D1, D1, E bij B, B en T.

2.

Indien betrokkene blijkens de rijproef voor de categorie E bij C niet aan de voor die categorie gestelde eisen voldoet, wordt een rijproef voor de categorie C afgenomen. Indien betrokkene blijkens die rijproef aan de voor die categorie gestelde eisen voldoet, wordt aangenomen dat hij mede voldoet aan de eisen voor de categorieën E bij C1, C1, E bij D, D, E bij D1, D1, E bij B, B en T.

3.

Indien betrokkene blijkens de rijproef voor de categorie C niet aan de voor die categorie gestelde eisen voldoet, wordt een rijproef voor de categorie E bij D afgenomen. Indien betrokkene blijkens die rijproef aan de voor die categorie gestelde eisen voldoet, wordt aangenomen dat hij mede voldoet aan de eisen voor de categorieën D, E bij D1, D1, E bij B en B.

4.

Indien betrokkene blijkens de rijproef voor de categorie E bij D niet aan de voor die categorie gestelde eisen voldoet, wordt een rijproef voor de categorie D afgenomen. Indien betrokkene blijkens die rijproef aan de voor die categorie gestelde eisen voldoet, wordt aangenomen dat hij mede voldoet aan de eisen voor de categorieën E bij D1, D1, E bij B en B.

5.

Indien betrokkene blijkens de rijproef voor de categorie D niet aan de voor die categorie gestelde eisen voldoet, wordt een rijproef voor de categorie E bij C1 afgenomen. Indien betrokkene blijkens die rijproef aan de voor die categorie gestelde eisen voldoet, wordt aangenomen dat hij mede voldoet aan de eisen voor de categorie E bij D1, D1, E bij B en B.

6.

Indien betrokkene blijkens de rijproef voor de categorie E bij C1 niet aan de voor die categorie gestelde eisen voldoet, wordt een rijproef voor de categorie C1 afgenomen. Indien betrokkene blijkens die rijproef aan de voor die categorie gestelde eisen voldoet, wordt aangenomen dat hij mede voldoet aan de eisen voor de categorie E bij D1, D1, E bij B en B.

7.

Indien betrokkene blijkens de rijproef voor de categorie C1 niet aan de voor die categorie gestelde eisen voldoet, wordt een rijproef voor de categorie E bij D1 afgenomen. Indien betrokkene blijkens die rijproef aan de voor die categorie gestelde eisen voldoet, wordt aangenomen dat hij mede voldoet aan de eisen voor de categorie D1, E bij B en B.

8.

Indien betrokkene blijkens de rijproef voor de categorie E bij D1 niet aan de voor die categorie gestelde eisen voldoet, wordt een rijproef voor de categorie D1 afgenomen. Indien betrokkene blijkens die rijproef aan de voor die categorie gestelde eisen voldoet, wordt aangenomen dat hij mede voldoet aan de eisen voor de categorie E bij B en B.

9.

Indien betrokkene blijkens de rijproef voor de categorie D1 niet aan de voor die categorie gestelde eisen voldoet, wordt een rijproef voor de categorie E bij B afgenomen. Indien betrokkene blijkens die rijproef aan de voor die categorie gestelde eisen voldoet, wordt aangenomen dat hij mede voldoet aan de eisen voor de categorie B.

10.

Indien betrokkene blijkens de rijproef voor de categorie E bij B niet aan de voor die categorie gestelde eisen voldoet, wordt een rijproef voor de categorie B afgenomen.

11.

Indien betrokkene blijkens de rijproef voor de categorie A niet aan de voor die categorie gestelde eisen voldoet, wordt een rijproef voor de categorie A2 afgenomen.

12.

Indien betrokkene blijkens de rijproef voor de categorie A2 niet aan de voor die categorie gestelde eisen voldoet, wordt een rijproef voor de categorie A1 afgenomen.

13.

Indien betrokkene blijkens de rijproef voor de categorie A1 of blijkens een rijproef op grond van een van de voorgaande leden niet aan de voor die categorie gestelde eisen voldoet, wordt een rijproef afgenomen voor de categorie AM.

14.

Indien het onderzoek betrekking heeft op, dan wel mede betrekking heeft op de rijbewijscategorie T en het eerste of tweede lid niet van toepassing zijn, wordt een rijproef voor de categorie T afgenomen, dan wel wordt mede een rijproef voor de categorie T afgenomen.

Artikel 136

1.

Het in artikel 133 van de wet bedoelde onderzoek naar de rijvaardigheid vindt plaats aan de hand van de bij ministeriële regeling ter uitvoering van de artikelen 60a tot en met 64a, 69a en 70 vastgestelde eisen met betrekking tot de rijvaardigheid.

2.

In afwijking van het eerste lid vindt het in artikel 134a bedoelde onderzoek plaats aan de hand van de bij ministeriële regeling ter uitvoering van de artikelen 60a tot en met 64a, 69a en 70 vastgestelde eisen met betrekking tot het onderdeel rijgedrag.

Artikel 137

1.

De rijproef wordt afgelegd met een motorrijtuig dan wel een samenstel van trekkend motorrijtuig en aanhangwagen van de rijbewijscategorie waarop het onderzoek betrekking heeft. De artikelen 69b en 71 tot en met 81a zijn van overeenkomstige toepassing.

2.

Het motorrijtuig dan wel het samenstel van trekkend motorrijtuig en aanhangwagen, waarmee de rijproef wordt afgelegd, dient naar het oordeel van het CBR daartoe geschikt te zijn.

Artikel 138

De duur van de rijproef bedraagt voor de rijbewijscategorieën AM, A1, A2, A, B en E bij B ten minste 35 minuten en voor de rijbewijscategorieën C1, C, D1, D, E bij C1, E bij C, E bij D1, E bij D en T ten minste 60 minuten.

Artikel 139

De rijproef kan binnen de voorgeschreven tijd worden gestaakt, indien betrokkene naar het oordeel van de deskundige of deskundigen door zijn wijze van rijden de veiligheid op de weg in gevaar brengt. Indien het onderzoek naar de rijvaardigheid betrekking heeft op de rijbewijscategorieën A1, A2 en A, kan de rijproef eveneens binnen de voorgeschreven tijd worden gestaakt, indien betrokkene naar het oordeel van de deskundige of deskundigen de bijzondere verrichtingen niet op juiste en veilige wijze uitvoert.

Artikel 140

Indien betrokkene bij een rijproef blijkt aan de eisen te voldoen doch bij het theorie-gedeelte wordt afgewezen, wordt hij in de gelegenheid gesteld binnen zes weken na het onderzoek aan een nieuw onderzoek voor dit theorie-gedeelte deel te nemen.

Artikel 141

1.

Het CBR deelt de uitslag van het onderzoek en het naar aanleiding daarvan door hem genomen besluit mede aan degene die de in artikel 130 van de wet bedoelde mededeling heeft gedaan.

2.

Indien de uitslag van het onderzoek inhoudt dat betrokkene niet de rijvaardigheid bezit voor een of meer categorieën motorrijtuigen die in de vordering zijn vermeld, deelt het CBR de uitslag van het onderzoek en het naar aanleiding daarvan door hem genomen besluit tevens mede aan:

Artikel 142

Het in artikel 133 van de wet bedoelde onderzoek naar de geschiktheid vindt plaats aan de hand van de bij ministeriële regeling vastgestelde eisen met betrekking tot de lichamelijke en geestelijke geschiktheid en mag slechts betreffen:

Artikel 143

1.

Het CBR deelt de uitslag van het onderzoek en het naar aanleiding daarvan door hem genomen besluit mede aan degene die de in artikel 130 van de wet bedoelde mededeling heeft gedaan.

2.

Indien de uitslag van het onderzoek inhoudt dat betrokkene niet voldoet aan de bij ministeriële regeling vastgestelde eisen met betrekking tot de lichamelijke en geestelijke geschiktheid tot het besturen van een of meer categorieën van motorrijtuigen of dat er redelijke grond bestaat voor de verwachting dat betrokkene slechts aan die eisen voldoet voor een termijn die korter is dan de tijdsduur waarvoor het rijbewijs op het tijdstip van het onderzoek nog geldig is, deelt het CBR de uitslag van het onderzoek en het naar aanleiding daarvan door hem genomen besluit tevens mede aan degene die is belast met de afgifte van rijbewijzen.

Hoofdstuk V. Afgifte van rijbewijzen

Artikel 144

Vervallen

Artikel 145

1.

In het rijbewijzenregister worden de navolgende gegevens opgenomen:

2.

De gegevens blijven bewaard nadat een rijbewijs of kwalificatiekaart bestuurder zijn geldigheid heeft verloren.

3.

In afwijking van het tweede lid blijven de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel zd, bewaard tot twaalf maanden nadat het rijbewijs zijn geldigheid heeft verloren, dan wel een nieuw of vervangend rijbewijs is verstrekt of nadat het publieke identificatiemiddel is ingetrokken.

Artikel 146

1.

Degene die is belast met de afgifte van rijbewijzen voert in het rijbewijzenregister gegevens in, rectificeert en wist gegevens omtrent:

2.

Degene die is belast met de afgifte en de ongeldigverklaring van getuigschriften van vakbekwaamheid en getuigschriften van nascholing voert in het rijbewijzenregister gegevens in, rectificeert en wist gegevens omtrent:

3.

Degene bij wie ingevolge artikel 124a, derde lid, of artikel 151ij, tweede lid, van de wet, de ongeldig verklaarde getuigschriften van vakbekwaamheid en getuigschriften van nascholing moeten worden ingeleverd, voert de gegevens omtrent de inlevering in in het rijbewijzenregister, rectificeert en wist deze gegevens.

Artikel 147

Degene die een rijbewijs ongeldig verklaart ingevolge artikel 124, eerste lid, van de wet voert in het rijbewijzenregister gegevens in, rectificeert en wist gegevens omtrent:

Artikel 148

1.

Het CBR voert in het rijbewijzenregister gegevens in, rectificeert en wist gegevens omtrent:

2.

Indien de in het eerste lid bedoelde gegevens, gegevens betreffen omtrent rijbewijzen afgegeven door het daartoe bevoegde gezag buiten Nederland, wordt onder «invoeren, rectificeren en wissen» in het eerste lid, mede verstaan het melden van deze gegevens aan de Dienst Wegverkeer.

Artikel 149

De daartoe bevoegd algemeen of buitengewoon opsporingsambtenaar, voert in het rijbewijzenregister gegevens in, rectificeert en wist gegevens omtrent:

Artikel 150

1.

De officier van justitie voert in het rijbewijzenregister gegevens in, rectificeert en wist gegevens omtrent:

2.

Indien de in het eerste lid bedoelde gegevens, gegevens betreffen omtrent rijbewijzen afgegeven door het daartoe bevoegde gezag buiten Nederland, wordt onder «invoeren, rectificeren en wissen» in het eerste lid, mede verstaan het melden van deze gegevens aan de Dienst Wegverkeer.

3.

De officier van justitie is bevoegd in het rijbewijzenregister gegevens te invoeren, rectificeren en wissen omtrent de in artikel 164, eerste lid, van de wet bedoelde overgifte van rijbewijzen en het feitelijk innemen van die rijbewijzen, indien de het invoeren, rectificeren en wissen van deze gegevens niet heeft plaatsgevonden overeenkomstig artikel 149, en de desbetreffende rijbewijzen wel op grond van artikel 164, vierde lid, van de wet zijn opgezonden aan de officier van justitie.

Artikel 151

Onze Minister voor Rechtsbescherming voert in geval van toepassing van het dwangmiddel van inneming van het rijbewijs, bedoeld in de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften, in het rijbewijzenregister gegevens in en rectificeert en wist gegevens omtrent:

Artikel 152

1.

De Dienst Wegverkeer verwerkt in het rijbewijzenregister de gegevens omtrent:

2.

De Dienst Wegverkeer verwerkt tevens de gegevens die op grond van artikel 148, tweede lid, door het CBR en op grond van artikel 150, tweede lid, door de officier van justitie aan hem zijn gemeld.

Artikel 153

Onze Minister van Defensie voert in het rijbewijzenregister gegevens in, rectificeert en wist gegevens omtrent de verklaring van rijvaardigheid.

Artikel 154

Vervallen

Artikel 155

1.

Uit het rijbewijzenregister worden door de Dienst Wegverkeer aan de met de afgifte van rijbewijzen, dan wel met de beoordeling van de geldigheid van afgegeven rijbewijzen, belaste autoriteiten in andere lidstaten van de Europese Unie en in andere staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland gegevens, waaronder mede begrepen persoonsgegevens, bijzondere categorieën van persoonsgegevens en persoonsgegevens van strafrechtelijke aard als bedoeld in paragraaf 3.1 respectievelijk paragraaf 3.2 van de Uitvoeringswet algemene verordening gegevensbescherming verstrekt omtrent rijbewijzen waarvan de houder zich heeft gevestigd in de betrokken staat en aldaar om omwisseling heeft verzocht.

2.

Uit het rijbewijzenregister worden door de Dienst Wegverkeer aan de met de afgifte van rijbewijzen, dan wel met de beoordeling van de geldigheid van afgegeven rijbewijzen, belaste autoriteiten buiten Nederland, anders dan in een andere lid-staat van de Europese Unie of in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland, gegevens, waaronder mede begrepen persoonsgegevens, bijzondere categorieën van persoonsgegevens en persoonsgegevens van strafrechtelijke aard als bedoeld in paragraaf 3.1 respectievelijk paragraaf 3.2 van de Uitvoeringswet algemene verordening gegevensbescherming verstrekt omtrent rijbewijzen waarvan de houder zich heeft gevestigd in Aruba, Curaçao, Sint Maarten of in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba of in de betrokken staat en aldaar om omwisseling heeft verzocht.

3.

In aanvulling op het eerste en tweede lid worden door de Dienst Wegverkeer uit het rijbewijzenregister gegevens en persoonsgegevens, waaronder mede begrepen bijzondere categorieën van persoonsgegevens en persoonsgegevens van strafrechtelijke aard als bedoeld in de paragrafen 3.1 respectievelijk 3.2 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming, verstrekt aan instellingen van internationale organisaties voor zover dit ter uitvoering van een verdrag of een bindend besluit van die organisatie vereist is.

4.

In aanvulling op het eerste tot en met het derde lid worden door de Dienst Wegverkeer uit het rijbewijzenregister aan autoriteiten buiten Nederland die zijn belast met de handhaving van verkeersregels, alsmede met de opsporing, de vervolging en de afdoening van verkeersdelicten, persoonsgegevens, waaronder mede begrepen bijzondere categorieën van persoonsgegevens en persoonsgegevens van strafrechtelijke aard als bedoeld in de paragrafen 3.1 respectievelijk 3.2 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming, verstrekt voor zover dit ter uitvoering van internationale verdragen of ter uitvoering van regelgeving van de Europese Unie vereist is.

5.

In aanvulling op het eerste tot en met vierde lid worden door de Dienst Wegverkeer uit het rijbewijzenregister aan autoriteiten in andere lidstaten van de Europese Unie en aan autoriteiten in andere staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland, die verantwoordelijk zijn voor de tenuitvoerlegging van en de controle op richtlijn 2006/126/EG, de richtlijn vakbekwaamheid bestuurders en richtlijn (EU) 2015/413, persoonsgegevens, waaronder mede begrepen bijzondere categorieën van persoonsgegevens en persoonsgegevens van strafrechtelijke aard als bedoeld in de paragrafen 3.1 respectievelijk 3.2 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming voor respectievelijk het identificeren van betrokkenen en het constateren of betrokkene rijbevoegd is, verstrekt voor zover dit met het oog op de tenuitvoerlegging van richtlijn 2006/126/EG, de richtlijn vakbekwaamheid bestuurders of richtlijn (EU) 2015/413 vereist is.

Artikel 156

Uit het rijbewijzenregister kunnen door de Dienst Wegverkeer de volgende gegevens en persoonsgegevens, waaronder mede begrepen bijzondere categorieën van persoonsgegevens en persoonsgegevens van strafrechtelijke aard als bedoeld in de paragrafen 3.1 respectievelijk 3.2 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming, worden verstrekt aan de volgende derden:

Hoofdstuk VIII. Bromfietscertificaten

§ 2. Eisen ten aanzien van de bestelling, het transport, de beveiliging, de controle en de administratie van rijbewijzen

Artikel 157

Vervallen

Artikel 158

Vervallen

Artikel 159

Vervallen

§ 3. Beveiliging

Artikel 160

Vervallen

§ 2. Eisen ten aanzien van de bestelling, het transport, de beveiliging, de controle en de administratie van rijbewijzen

Artikel 161

Vervallen

§ 2. Eisen ten aanzien van de bestelling, het transport, de beveiliging, de controle en de administratie van rijbewijzen

Artikel 162

Vervallen

Artikel 163

Vervallen

§ 3. Het bromfiets-examen

Artikel 164

Vervallen

Artikel 165

Vervallen

Artikel 166

Vervallen

Artikel 167

Vervallen

§ 2. Eisen ten aanzien van de bestelling, het transport, de beveiliging, de controle en de administratie van rijbewijzen

Artikel 168

Vervallen

Artikel 169

Vervallen

Artikel 170

Vervallen

Artikel 171

Vervallen

Artikel 172

Vervallen

Artikel 173

Vervallen

Hoofdstuk VI. Maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid

Artikel 174

Aanvragen van rijbewijzen die betrekking hebben op de afgifte van een rijbewijs tegen overlegging van een op basis van de Wegenverkeerswet aan de aanvrager afgegeven rijbewijs dat na 30 juni 1985 zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur en dat behoort tot een bij ministeriële regeling aangewezen model, dienen:

Artikel 175

Vervallen

Artikel 176

Vervallen

Artikel 177

Vervallen

Artikel 178

Voor de toepassing van artikel 9, eerste lid, onderdeel d, wordt onder een rijbewijs B mede verstaan een op basis van de Wegenverkeerswet afgegeven rijbewijs B dat op het moment van de aanvraag na 30 juni 1985 zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur en dat niet behoort tot een bij ministeriële regeling aangewezen model.

Artikel 179

1.

Voor de toepassing van artikel 18, tweede lid, wordt onder een rijbewijs B dat is voorzien van een bij ministeriële regeling vastgestelde code waaruit blijkt dat de houder van dat rijbewijs het praktijk-examen heeft afgelegd in een motorrijtuig met automatische schakeling mede verstaan een op basis van de Wegenverkeerswet afgegeven rijbewijs B met de aanduiding «Automaat».

2.

Voor de toepassing van artikel 18, derde lid, wordt onder een rijbewijs dat zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur mede verstaan een op basis van de Wegenverkeerswet afgegeven rijbewijs dat zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur en dat niet behoort tot een bij ministeriële regeling aangewezen model.

3.

Voor de toepassing van artikel 18, zesde lid, onderdeel a, wordt onder een rijbewijs B dat zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur mede verstaan een op basis van de Wegenverkeerswet afgegeven rijbewijs B dat na 30 juni 1985 zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur.

Artikel 180

1.

De artikelen 25aa, 103a, 145a, 148a en 152a blijven van toepassing op aanvragen tot afgifte van een verklaring van geschiktheid die zijn ontvangen voor de datum waarop deze artikelen zijn vervallen.

2.

Artikel 145, tweede lid, blijft van overeenkomstige toepassing op de gegevens, bedoeld in artikel 145a, ook na de datum met ingang waarvan artikel 145a is vervallen.

Artikel 181

Vervallen

Artikel 182

Vervallen

Artikel 183

1.

Voor de toepassing van de artikelen 35, aanhef en onderdeel a, 36 en 38 tot en met 43, wordt onder een eerder aan de aanvrager afgegeven rijbewijs mede verstaan een eerder op basis van de Wegenverkeerswet aan de aanvrager afgegeven rijbewijs dat op het moment van de aanvraag na 30 juni 1985 zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur.

2.

Voor de toepassing van artikel 35, onderdeel b, onder III, wordt onder een rijbewijs waarvan de geldigheidsduur verstrijkt op of na de dag waarop hij de leeftijd van 75 jaren bereikt, mede verstaan een op basis van de Wegenverkeerswet afgegeven rijbewijs waarvan de geldigheidsduur verstrijkt op of na de dag waarop hij de leeftijd van 75 jaren bereikt.

3.

Voor de toepassing van de artikelen 44, derde lid, artikel 46, derde en zesde lid, 107 en 108 wordt onder een eerder aan de aanvrager afgegeven rijbewijs mede verstaan een eerder op basis van de Wegenverkeerswet aan de aanvrager afgegeven rijbewijs dat op het moment van de aanvraag na 30 juni 1985 zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur of door omwisseling tegen een rijbewijs dat is afgegeven door het daartoe bevoegde gezag buiten Nederland.

Artikel 184

1.

Voor de toepassing van de artikelen 36, 43 en 59, derde lid, wordt onder een eerder aan de aanvrager afgegeven rijbewijs mede verstaan een eerder op basis van de Wegenverkeerswet aan de aanvrager afgegeven rijbewijs dat op het moment van de aanvraag na 30 juni 1985 zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur en dat niet behoort tot een bij ministeriële regeling aangewezen model.

2.

Voor de toepassing van artikel 59, eerste lid, onderdeel e, wordt onder een aan de aanvrager afgegeven rijbewijs B dat zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur mede verstaan een op basis van de Wegenverkeerswet aan de aanvrager afgegeven rijbewijs B dat hetzij nog geldig is, hetzij na 30 juni 1985 zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur.

Artikel 185

Voor de toepassing van de artikelen 45, eerste lid, onderdeel b onder II, 47, eerste lid, onderdeel c onder II, en 48, eerste lid, onderdeel c onder II, worden in het overgelegde rijbewijs omschreven eisen ten aanzien van de inrichting van het voertuig en de eis dat de aanvrager corrigerende lenzen draagt, niet aangemerkt als beperkende aantekeningen die niet zijn aangeduid met de geharmoniseerde codes van de Europese Unie.

Artikel 186

1.

Voor de toepassing van artikel 67, derde lid, wordt onder een rijbewijs B, al dan niet voorzien van een bij ministeriële regeling vastgestelde codering waaruit blijkt dat de houder het praktijkexamen heeft afgelegd in een motorrijtuig met automatische schakeling, dat zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur mede verstaan een op basis van de Wegenverkeerswet afgegeven rijbewijs B, al dan niet voorzien van een bij ministeriële regeling vastgestelde codering waaruit blijkt dat de houder het praktijkexamen heeft afgelegd in een motorrijtuig met automatische schakeling, dat na 30 juni 1985 zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur en dat niet behoort tot een bij ministeriële regeling aangewezen model.

2.

Voor de toepassing van artikel 67, vierde lid, wordt onder een rijbewijs voor het trekkende motorrijtuig, al dan niet voorzien van een bij ministeriële regeling vastgestelde codering waaruit blijkt dat de houder van dat rijbewijs het praktijkexamen heeft afgelegd in een motorrijtuig met automatische schakeling, dat zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur mede verstaan een op basis van de Wegenverkeerswet afgegeven rijbewijs voor het trekkende motorrijtuig, al dan niet voorzien van een bij ministeriële regeling vastgestelde codering waaruit blijkt dat de houder van dat rijbewijs het praktijkexamen heeft afgelegd in een motorrijtuig met automatische schakeling, dat na 30 juni 1985 zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur en dat niet behoort tot een bij ministeriële regeling aangewezen model.

Artikel 187

Voor de toepassing van de artikelen 67, onderdeel b, 67a, eerste lid, onderdeel b, 67c, eerste lid, onderdeel b, 67d, eerste lid, onderdeel b, en derde lid, onderdeel b, 67e, eerste lid, onderdeel c, en vierde lid, onderdeel b, 67f, eerste lid, onderdeel c, en vijfde lid, onderdeel b, 67g, eerste lid, onderdeel c, en vierde lid, onderdeel b, 67h, eerste lid, onderdeel c, en vijfde lid, onderdeel b, wordt onder een rijbewijs dat zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur mede verstaan een op basis van de Wegenverkeerswet afgegeven rijbewijs dat op het moment van de aanvraag zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur en dat niet behoort tot een bij ministeriële regeling aangewezen model.

Artikel 188

Vervallen

Artikel 189

Vervallen

Artikel 190

Vervallen

Artikel 191

Voor de toepassing van de artikelen 145 tot en met 152 wordt onder rijbewijzen mede verstaan rijbewijzen als bedoeld in artikel 9, eerste lid onder 3e, van de Wegenverkeerswet.

Artikel 192

Vervallen

Artikel 193

Indien de aanvraag van een rijbewijs betrekking heeft op de afgifte van een rijbewijs in verband met het verstrijken van de geldigheidsduur van een voor de datum van inwerkingtreding van dit besluit op basis van de Wegenverkeerswet afgegeven rijbewijs dat geldig is voor de rijbewijscategorie A wordt, indien de aanvrager ten behoeve van het besturen van een motorrijtuig op drie wielen, waarvan de ledige massa niet meer bedraagt dan 400 kg, belang heeft bij afgifte van een rijbewijs dat geldig is voor het besturen van motorrijtuigen van de rijbewijscategorie B, tegen overlegging van dat eerder afgegeven rijbewijs en een vóór 1 juni 1996 op zijn naam gesteld kentekenbewijs dat is afgegeven voor een motorrijtuig als hier bedoeld, een rijbewijs afgegeven voor de rijbewijscategorieën A en B, dat voor wat betreft de rijbewijscategorie B slechts geldig is voor het besturen van motorrijtuigen op drie wielen, waarvan de ledige massa niet meer bedraagt dan 400 kg. In het rijbewijs is deze beperking aangeduid met een bij ministeriële regeling vastgestelde codering.

Artikel 194

Indien de aanvraag van een rijbewijs betrekking heeft op de afgifte van een rijbewijs tegen overlegging van een op basis van de Wegenverkeerswet aan de aanvrager afgegeven rijbewijs dat na 30 juni 1985 zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur en waarin de aanduiding «Automatische gangwissel of koppeling», al dan niet in combinatie met de aanduiding «Tot één jaar na datum van afgifte beperkt geldig» is geplaatst, wordt een rijbewijs afgegeven zonder die beperkende aanduiding of aanduidingen.

Artikel 195

1.

Indien de aanvraag van een rijbewijs betrekking heeft op de afgifte van een rijbewijs tegen overlegging van een op basis van de Wegenverkeerswet aan de aanvrager afgegeven rijbewijs dat na 30 juni 1985 zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur en waarin vermeldingen of beperkende aantekeningen zijn aangebracht, wordt een rijbewijs afgegeven waarin die vermeldingen of beperkende aantekeningen zijn aangeduid met een bij ministeriële regeling vastgestelde codering.

2.

Indien het op basis van de Wegenverkeerswet aan de aanvrager afgegeven rijbewijs, bedoeld in het eerste lid, niet kan worden overgelegd omdat het verloren is geraakt of teniet is gegaan, neemt degene die een rijbewijs afgeeft de in het rijbewijzenregister opgenomen vermeldingen of beperkende aantekeningen in de vorm van een bij ministeriële regeling vastgestelde codering over in het af te geven rijbewijs.

Artikel 196

Indien de aanvrager van een rijbewijs in het bezit is van:

wordt een rijbewijs afgegeven voor het besturen van de betrokken, in het van toepassing zijnde onderdeel a, b, c of d bedoelde categorieën van motorrijtuigen, zonder dat voor één van die categorieën een beperking tot motorrijtuigen met automatische schakeling geldt.

Artikel 197

1.

Met ingang van de datum waarop de bevoegdheid van een Nederlands-Antilliaans bestuursorgaan tot afgifte van rijbewijzen is overgegaan op een bestuursorgaan van Curaςao of Sint Maarten, worden voor de toepassing van het Reglement rijbewijzen, rijbewijzen die op grond van die bevoegdheid vóór het tijdstip van transitie zijn afgegeven door het bevoegde gezag op de Nederlandse Antillen, gelijkgesteld met rijbewijzen die vanaf het tijdstip van transitie zijn afgegeven door het daartoe bevoegde gezag op Curaςao of Sint Maarten.

2.

Onder tijdstip van transitie als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan het tijdstip waarop artikel I van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen in werking treedt.

Hoofdstuk VII. Registratie van gegevens met betrekking tot rijbewijzen

Artikel 198

Overtreding van de artikelen 2, vijfde lid, en 49d, is een strafbaar feit.

Hoofdstuk XI. Slotbepalingen

Artikel 199

De artikelen van dit besluit treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Artikel 200

Dit besluit wordt aangehaald als: Reglement rijbewijzen.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 104a

1.

Een rijbewijs wordt op aanvraag en tegen betaling van het daarvoor vastgestelde tarief slechts afgegeven aan degene die de in artikel 5 vermelde leeftijd heeft bereikt.

2.

In afwijking van het eerste lid wordt een rijbewijs op aanvraag en tegen betaling van het daarvoor vastgestelde tarief afgegeven aan degene die de leeftijd van zeventien jaren heeft bereikt voor zover:

Hoofdstuk IV. Verklaringen van geschiktheid

§ 1. Algemeen

§ 2. Eisen ten aanzien van de bestelling, het transport en de beveiliging van rijbewijsdocumenten

§ 5. Registratie van verklaringen van rijvaardigheid

§ 6. Nader onderzoek rijvaardigheid

Hoofdstuk IV. Verklaringen van geschiktheid

Hoofdstuk VI. Maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid

Artikel 153a

Indien een rijbewijs dat op grond van artikel 124, eerste lid, onderdeel d, van de wet voor ongeldigverklaring in aanmerking komt, niet ongeldig kan worden verklaard omdat het zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur, plaatst het CBR in het rijbewijzenregister een aantekening waaruit blijkt dat ten aanzien van de houder bij de aanvraag van een nieuw rijbewijs een verklaring van geschiktheid dient te zijn geregistreerd voor iedere rijbewijscategorie waarop de aantekening betrekking heeft.

Artikel 153b

Indien een rijbewijs dat op grond van artikel 132, tweede lid, van de wet voor ongeldigverklaring in aanmerking komt, niet ongeldig kan worden verklaard omdat het zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur of omdat het reeds van rechtswege ongeldig is geworden op grond van artikel 123b van de wet, plaatst het CBR in het rijbewijzenregister een aantekening waaruit blijkt dat ten aanzien van de houder bij de aanvraag van een nieuw rijbewijs voor iedere rijbewijscategorie waarop het in artikel 133, eerste lid, van de wet bedoelde onderzoek betrekking had, al naar gelang de aard van het onderzoek hetzij een verklaring van rijvaardigheid en een verklaring van geschiktheid hetzij een verklaring van geschiktheid moet zijn geregistreerd overeenkomstig de daarvoor vastgestelde regels.

Artikel 153c

Indien een rijbewijs dat op grond van artikel 134, tweede lid, van de wet voor ongeldigverklaring in aanmerking komt, niet ongeldig kan worden verklaard omdat het zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur of omdat het reeds van rechtswege ongeldig is geworden op grond van artikel 123b van de wet, plaatst het CBR in het rijbewijzenregister een aantekening waaruit blijkt dat ten aanzien van de houder bij de aanvraag van een nieuw rijbewijs voor iedere rijbewijscategorie waarvoor op grond van de uitslag van het in artikel 131, eerste lid, van de wet bedoelde onderzoek, al naar gelang de aard van het onderzoek, hetzij een verklaring van geschiktheid en een verklaring van rijvaardigheid, hetzij een verklaring van geschiktheid moet zijn geregistreerd overeenkomstig de daarvoor vastgestelde regels.

Hoofdstuk VIII. Bromfietscertificaten

§ 3. Beveiliging

§ 3. Beveiliging

§ 2. Eisen ten aanzien van de bestelling, het transport, de beveiliging, de controle en de administratie van rijbewijzen

§ 3. Beveiliging

Hoofdstuk VIIa. Verklaringen van vakbekwaamheid en verklaringen van nascholing voor bestuurders goederen- en personenvervoer over de weg

Hoofdstuk VII. Registratie van gegevens met betrekking tot rijbewijzen

Hoofdstuk XI. Slotbepalingen

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 154a

Vervallen

Hoofdstuk VIII. Bromfietscertificaten

§ 2. Eisen ten aanzien van de bestelling, het transport, de beveiliging, de controle en de administratie van rijbewijzen

§ 2. Eisen ten aanzien van de bestelling, het transport, de beveiliging, de controle en de administratie van rijbewijzen

§ 2. Eisen ten aanzien van de bestelling, het transport, de beveiliging, de controle en de administratie van rijbewijzen

§ 3. Beveiliging

Hoofdstuk VI. Maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid

Hoofdstuk X. Strafbepaling

Hoofdstuk XI. Slotbepalingen

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 21a

Aan de aanvrager van een rijbewijs, die blijkens de ten behoeve van hem in het rijbewijzenregister geregistreerde verklaring van rijvaardigheid het praktijkexamen voor de rijbewijscategorie C heeft afgelegd met een motorrijtuig voor het besturen waarvan een rijbewijs C is vereist, wordt een rijbewijs C en C1, alsmede een rijbewijs T afgegeven.

Artikel 21b

Aan de aanvrager van een rijbewijs, die blijkens de ten behoeve van hem in het rijbewijzenregister geregistreerde verklaring van rijvaardigheid het praktijkexamen voor de rijbewijscategorie D heeft afgelegd met een motorrijtuig voor het besturen waarvan een rijbewijs D is vereist, wordt een rijbewijs D en D1 afgegeven.

Hoofdstuk II. Aanvraag van rijbewijzen

§ 1. Indiening van de aanvraag

§ 1. Indiening van de aanvraag

§ 3. Controle op de identiteit van de aanvrager

Hoofdstuk III. Verklaringen van rijvaardigheid

§ 1. Algemeen

§ 1. Algemeen

§ 3. Het theorie-examen

Artikel 60a

De eisen voor het theorie-examen voor de rijbewijscategorie AM betreffen:

§ 3. Het theorie-examen

§ 3. Het theorie-examen

§ 4. Het praktijk-examen

Hoofdstuk IV. Verklaringen van geschiktheid

§ 4. Het praktijk-examen

§ 3. Afgifte van verklaringen van geschiktheid

Hoofdstuk V. Afgifte van rijbewijzen

§ 2. Aanvraag van verklaringen van geschiktheid

Artikel 105a

1.

Overeenkomstig artikel 120 van de wetwordt een vervangend rijbewijs afgegeven in de volgende gevallen:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)