Besluit van 30 mei 1996, houdende uitvoering van de Wegenverkeerswet 1994 (Reglement rijbewijzen)
- b. indien het overgelegde rijbewijs een rijbewijs betreft dat aan de aanvrager is afgegeven door het daartoe bevoegde gezag in een andere lidstaat van de Europese Unie of in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, of Zwitserland en het een aanvraag betreft als bedoeld in artikel 45, tweede lid;
- c. aan de aanvrager aan wie eerder een rijbewijs is afgegeven en de aanvraag geschiedt ten behoeve van het verkrijgen van een rijbewijs met een publiek identificatiemiddel als bedoeld in artikel 5, vierde lid, van de Wet digitale overheid.
Degene die ingevolge artikel 120 van de wet een vervangend rijbewijs afgeeft, plaatst in het af te geven vervangende rijbewijs een bij ministeriële regeling vastgestelde codering met betrekking tot het rijbewijs waarvoor dat vervangende rijbewijs in de plaats treedt.
§ 3. Eisen ten aanzien van de administratie met betrekking tot de afgifte van rijbewijzen
§ 5. Registratie van verklaringen van rijvaardigheid
Hoofdstuk IV. Verklaringen van geschiktheid
Artikel 131a
Bij de uitvoering van de maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid raadpleegt het CBR de in de basisregistratie personen opgenomen persoonsgegevens van betrokkene.
Hoofdstuk VII. Registratie van gegevens met betrekking tot rijbewijzen
Hoofdstuk VIII. Bromfietscertificaten
§ 2. Aanvraag van bromfietscertificaten
§ 3. Het bromfiets-examen
§ 2. Alcoholslotregister
Hoofdstuk VIIa. Verklaringen van vakbekwaamheid en verklaringen van nascholing voor bestuurders goederen- en personenvervoer over de weg
Hoofdstuk VII. Registratie van gegevens met betrekking tot rijbewijzen
Hoofdstuk VII. Registratie van gegevens met betrekking tot rijbewijzen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Artikel 19b
Indien de aanvraag betrekking heeft op de afgifte van een rijbewijs voor de categorie A1, A2, A, B, BE, C1, C1E, C, CE, D1, D1E, D of DE geeft degene die belast is met de afgifte van rijbewijzen tevens een rijbewijs af dat geldig is voor het besturen van motorrijtuigen waarvoor een rijbewijs AM is vereist.
Hoofdstuk II. Aanvraag van rijbewijzen
§ 1. Indiening van de aanvraag
§ 1. Indiening van de aanvraag
Artikel 48a
Indien op het moment van uitreiking van het rijbewijs het eerder aan de aanvrager afgegeven rijbewijs verloren is geraakt of teniet is gegaan, dient de aanvrager een proces-verbaal over te leggen terzake van verlies of tenietgaan van het rijbewijs, in Nederland op ambtseed opgemaakt door een daartoe bevoegd algemeen of buitengewoon opsporingsambtenaar. In het proces-verbaal dienen de omstandigheden waaronder het rijbewijs verloren is geraakt of teniet is gegaan, te worden omschreven.
§ 3. Controle op de identiteit van de aanvrager
Hoofdstuk III. Verklaringen van rijvaardigheid
§ 3. Controle op de identiteit van de aanvrager
§ 1. Algemeen
§ 2. Aanvraag van verklaringen van rijvaardigheid
§ 3. Controle op de identiteit van de aanvrager
§ 4. Het praktijk-examen
Hoofdstuk IV. Verklaringen van geschiktheid
§ 1. Algemeen
§ 5. Registratie van verklaringen van rijvaardigheid
Hoofdstuk V. Afgifte van rijbewijzen
§ 1. Algemeen
§ 5. Registratie van verklaringen van rijvaardigheid
Artikel 123a
De met de afgifte van rijbewijzen belaste autoriteiten vernietigen de in het kader van de aanvraag overgelegde en door de uitreiking van een nieuw dan wel vervangend rijbewijs ongeldig geworden rijbewijzen.
Hoofdstuk V. Afgifte van rijbewijzen
Hoofdstuk VII. Registratie van gegevens met betrekking tot rijbewijzen
Hoofdstuk VIII. Bromfietscertificaten
§ 1. Algemeen
§ 1. Algemeen
Hoofdstuk IX. Overgangsbepalingen
Hoofdstuk VIII. Bromfietscertificaten
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Artikel 48b
De einddatum van het op het af te geven rijbewijs te vermelden getuigschrift van vakbekwaamheid wordt als volgt vastgesteld:
- a. indien ten behoeve van de aanvrager een verklaring van vakbekwaamheid is geregistreerd en het rijbewijs wordt aangevraagd binnen zes maanden nadat de verklaring van vakbekwaamheid is geregistreerd, wordt als einddatum vermeld de afgiftedatum van het rijbewijs vermeerderd met vijf jaren;
- b. indien ten behoeve van de aanvrager een verklaring van vakbekwaamheid is geregistreerd en het rijbewijs wordt aangevraagd later dan zes maanden nadat de verklaring van vakbekwaamheid is geregistreerd, wordt als einddatum vermeld de registratiedatum van de verklaring van vakbekwaamheid vermeerderd met vijf jaren;
- c. indien de aanvrager een van de volgende documenten overlegt: wordt als einddatum vermeld de einddatum die op het onder i of ii bedoelde document is vermeld.
- i. een geldige kwalificatiekaart bestuurder; of
- ii. een door de bevoegde autoriteit van een lidstaat van de Europese Unie aan de aanvrager afgegeven rijbewijs die overeenkomstig de richtlijn vakbekwaamheid bestuurders is voorzien van een geldige in die richtlijn bedoelde Uniecode,
Artikel 48c
De einddatum van het op het af te geven rijbewijs te vermelden getuigschrift van nascholing wordt als volgt vastgesteld:
- a. indien ten behoeve van de aanvrager in het rijbewijzenregister een verklaring van nascholing is geregistreerd voordat de einddatum is verstreken van wordt als einddatum vermeld de einddatum die op het onder i tot en met iii bedoelde document is vermeld vermeerderd met vijf jaren;
- i. een op het eerder aan de aanvrager afgegeven rijbewijs vermelde getuigschrift van vakbekwaamheid of getuigschrift van nascholing;
- ii. een geldige kwalificatiekaart bestuurder; of
- iii. een overeenkomstig de richtlijn vakbekwaamheid bestuurders vermelde Uniecode op een door de bevoegde autoriteit van een lidstaat van de Europese Unie aan de aanvrager afgegeven rijbewijs,
- b. indien ten behoeve van de aanvrager in het rijbewijzenregister een verklaring van nascholing is geregistreerd nadat de einddatum is verstreken van de in onderdeel a, onder i tot en met iii, bedoelde documenten, en het rijbewijs wordt aangevraagd binnen zes maanden nadat de verklaring van nascholing is geregistreerd, wordt als einddatum vermeld de afgiftedatum van het rijbewijs vermeerderd met vijf jaar;
- c. indien ten behoeve van de aanvrager in het rijbewijzenregister een verklaring van nascholing is geregistreerd nadat de einddatum is verstreken van de in onderdeel a, onder i tot en met iii, bedoelde documenten, en het rijbewijs wordt aangevraagd later dan zes maanden nadat de verklaring van nascholing is geregistreerd, wordt als einddatum vermeld de registratiedatum van de verklaring van nascholing vermeerderd met vijf jaren.
Artikel 48d
Voor bestuurders als bedoeld in artikel 156v wordt bij de op het af te geven rijbewijs te vermelden getuigschriften van nascholing dezelfde einddatum vermeld als bedoeld in artikel 48c.
Hoofdstuk III. Verklaringen van rijvaardigheid
§ 3. Het theorie-examen
§ 4. Begeleid rijden
§ 4. Het praktijk-examen
§ 6. Nader onderzoek rijvaardigheid
Hoofdstuk IV. Verklaringen van geschiktheid
§ 1. Algemeen
§ 3. Registratie van verklaringen van geschiktheid
Hoofdstuk V. Afgifte van rijbewijzen
§ 1. Algemeen
§ 5. Registratie van verklaringen van rijvaardigheid
§ 6. Nader onderzoek rijvaardigheid
Hoofdstuk IV. Verklaringen van geschiktheid
Hoofdstuk V. Afgifte van rijbewijzen
Artikel 155a
Uit het rijbewijzenregister worden door de Dienst Wegverkeer aan autoriteiten in andere lidstaten van de Europese Unie en aan autoriteiten in andere staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland, die verantwoordelijk zijn voor de tenuitvoerlegging van en de controle op de naleving van de richtlijn vakbekwaamheid bestuurders, gegevens over afgegeven of ingetrokken getuigschriften van vakbekwaamheid en getuigschriften van nascholing, waaronder mede begrepen persoonsgegevens en bijzondere categorieën van persoonsgegevens en persoonsgegevens van strafrechtelijke aard als bedoeld in paragraaf 3.1 respectievelijk paragraaf 3.2 van de Uitvoeringswet algemene verordening gegevensbescherming voor respectievelijk het identificeren van betrokkenen en het constateren of betrokkene rijbevoegd is verstrekt voor zover dat nodig is om naleving van de richtlijn vakbekwaamheid bestuurders, met name de daarin vervatte opleidingseisen, te controleren.
De Dienst Wegverkeer meldt het CBR de gegevens betreffende de in de vorm van een code op het rijbewijs of de kwalificatiekaart bestuurder vermelde getuigschriften van vakbekwaamheid en getuigschriften van nascholing.
Hoofdstuk VI. Maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid
Hoofdstuk VI. Maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid
§ 2. Eisen ten aanzien van de bestelling, het transport, de beveiliging, de controle en de administratie van rijbewijzen
§ 2. Alcoholslotregister
§ 2. Alcoholslotregister
Hoofdstuk VII. Registratie van gegevens met betrekking tot rijbewijzen
Hoofdstuk VIIa. Verklaringen van vakbekwaamheid en verklaringen van nascholing voor bestuurders goederen- en personenvervoer over de weg
Hoofdstuk XI. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
§ 5. Registratie van rijbewijzen uit andere lid-staten van de Europese Gemeenschap en uit andere staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte
Artikel 134a
Indien het in artikel 133 van de wet bedoelde onderzoek naar de rijvaardigheid een onderzoek betreft op basis van feiten of omstandigheden die het rijgedrag betreffen, dan bestaat het onderzoek alleen uit een praktijkonderzoek. Artikel 134, derde tot en met vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Hoofdstuk VI. Maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid
Artikel 156a
Verklaringen van vakbekwaamheid en verklaringen van nascholing worden op aanvraag en tegen betaling van het daarvoor vastgestelde tarief door het CBR in het rijbewijzenregister geregistreerd ten behoeve van een ieder die de basiskwalificatie heeft behaald dan wel de nascholing met goed gevolg heeft voltooid.
Deelcertificaten worden op aanvraag en tegen betaling van het daarvoor vastgestelde tarief door het CBR afgegeven aan een ieder die een nascholingsonderdeel heeft gevolgd en de nascholing in een andere lidstaat van de Europese Unie met goed gevolg wil voltooien.
In afwijking van het eerste lid worden verklaringen van vakbekwaamheid en verklaringen van nascholing tegen overlegging van een geldige kwalificatiekaart bestuurder door de Dienst Wegverkeer in het rijbewijzenregister geregistreerd.
Artikel 156b
Het voor de aanvraag van verklaringen van vakbekwaamheid, verklaringen van nascholing of deelcertificaten verschuldigde tarief wordt vastgesteld door het CBR onder goedkeuring van Onze Minister.
Het in het eerste lid bedoelde tarief dient vóór de indiening van de aanvraag te zijn voldaan door overmaking op een door het CBR aangewezen bankrekening.
Artikel 156c
Het CBR is verantwoordelijk voor:
- a. het ontwikkelen van de vakbekwaamheidsexamens met inbegrip van de exameneisen;
- b. het afnemen van de vakbekwaamheidsexamens;
- c. het periodiek vaststellen van het raamwerk van nascholingscursussen;
- d. het voor het verrichten van nascholing erkennen van opleidingscentra en het certificeren van nascholingscursussen die door die opleidingscentra worden aangeboden;
- e. het uitoefenen van toezicht op de erkende opleidingscentra;
- f. het registreren van toetsresultaten;
- g. het registreren van gevolgde nascholingsuren;
- h. het registreren van verklaringen van vakbekwaamheid en verklaringen van nascholing in het rijbewijzenregister;
- i. het uitreiken van deelcertificaten;
- j. het ongeldig verklaren van getuigschriften van vakbekwaamheid en getuigschriften van nascholing.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld inzake de taken, bevoegdheden en werkwijze van het CBR.
Artikel 156d
De aanvraag van een verklaring van vakbekwaamheid, een verklaring van nascholing of een deelcertificaat geschiedt op de door het CBR vastgestelde wijze.
De aanvraag van een verklaring van vakbekwaamheid dan wel een verklaring van nascholing als bedoeld in artikel 156a, derde lid, geschiedt op de door de Dienst Wegverkeer vastgestelde wijze. De Dienst Wegverkeer neemt de kwalificatiekaart bestuurder in en vergewist zich van de echtheid ervan.
Bij de aanvraag raadpleegt het CBR dan wel de Dienst Wegverkeer de in de basisregistratie personen opgenomen persoonsgegevens van de aanvrager.
Artikel 156e
Het stelsel van basiskwalificatie omvat:
- a. een theorie-examen vakbekwaamheid bestaande uit drie toetsen, en
- b. een praktijkexamen vakbekwaamheid bestaande uit drie toetsen.
Artikel 156f
Het theorie-examen vakbekwaamheid voor de rijbewijscategorieën C1, C, E bij C1 en E bij C kan slechts worden afgelegd door personen die de leeftijd van zeventien jaren hebben bereikt.
Het theorie-examen vakbekwaamheid voor de rijbewijscategorieën D1, D, E bij D1 en E bij D kan slechts worden afgelegd door personen die de leeftijd van zeventien jaren hebben bereikt.
Artikel 156g
Voor toelating tot het theorie-examen vakbekwaamheid zijn de voorwaarden voor toelating tot het theorie-examen voor de rijbewijscategorieën C1, C, D1 of D van overeenkomstige toepassing.
Artikel 156h
Bij het theorie-examen vakbekwaamheid voor de rijbewijscategorie C wordt getoetst of een aanvrager beschikt over grondige kennis van de bij ministeriële regeling vastgestelde eisen omtrent onderwerpen die voor bestuurders van motorrijtuigen van die categorie zijn opgenomen in bijlage I van de richtlijn vakbekwaamheid bestuurders, alsmede op het op juiste wijze toepassen van die kennis.
De aanvrager die reeds beschikt over een rijbewijs van de categorie C1, E bij C1, C of E bij C, dat hetzij nog geldig is hetzij de geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur, verwerft het theorie-examen vakbekwaamheid voor rijbewijscategorie C door in aanvulling op dat rijbewijs met goed gevolg de bij ministeriële regeling vastgestelde onderdelen van dat theorie-examen af te leggen.
Artikel 156i
Bij het theorie-examen vakbekwaamheid voor de rijbewijscategorie D wordt getoetst of een aanvrager beschikt over grondige kennis van bij ministeriële regeling vastgestelde eisen omtrent de onderwerpen die voor bestuurders van motorrijtuigen van die categorie zijn opgenomen in bijlage I van de richtlijn vakbekwaamheid bestuurders alsmede op het op juiste wijze toepassen van die kennis.
De aanvrager die reeds beschikt over een rijbewijs voor de categorie D1, E bij D1, D of E bij D, dat hetzij nog geldig is hetzij de geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur, verwerft het theorie-examen vakbekwaamheid voor rijbewijscategorie D door in aanvulling op dat rijbewijs met goed gevolg de bij ministeriële regeling vastgestelde onderdelen van dat theorie-examen af te leggen.
§ 1. Algemeen
Artikel 156j
Het gedeelte van het praktijkexamen vakbekwaamheid dat niet op de openbare weg wordt afgelegd, kan worden afgelegd door personen die de leeftijd van 17 jaren hebben bereikt indien het betreft een praktijkexamen vakbekwaamheid voor de rijbewijscategorieën C1, E bij C1, C, E bij C, D1, E bij D1, D en E bij D.
Het gedeelte van het praktijkexamen vakbekwaamheid dat op de openbare weg wordt afgelegd, kan worden afgelegd door personen die de leeftijd van 18 jaren hebben bereikt indien het betreft een praktijkexamen vakbekwaamheid voor rijbewijscategorieën C1, E bij C1, C, E bij C, D1, E bij D1, D en E bij D.
Artikel 156k
Voor toelating tot het praktijkexamen vakbekwaamheid op de openbare weg zijn de voorwaarden voor toelating voor het praktijkexamen voor de rijbewijscategorieën C1, E bij C1, C, E bij C, D1, E bij D1, D en E bij D van overeenkomstige toepassing.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld inzake de toegang tot het praktijkexamen vakbekwaamheid.
Artikel 156l
Het praktijkexamen vakbekwaamheid voor rijbewijscategorie C bestaat uit een rijproef die geïntegreerd wordt afgelegd met het praktijkexamen voor het rijbewijs C, en uit de praktijktoetsen vakbekwaamheid 1 en 2. De praktijktoets vakbekwaamheid 1 bestaat uit een praktische test. De praktijktoets vakbekwaamheid 2 kan op een besloten terrein of een simulator worden afgelegd.
De eisen voor het praktijkexamen vakbekwaamheid voor rijbewijscategorie C worden bij ministeriële regeling vastgesteld en betreffen in ieder geval:
- a. bedrevenheid in rationeel rijden op basis van veiligheidsvoorschriften;
- b. het kunnen toepassen van voorschriften omtrent de onderwerpen die voor bestuurders van motorvoertuigen van die categorie zijn opgenomen in bijlage I van de richtlijn vakbekwaamheid bestuurders;
- c. het op juiste en veilige wijze kunnen toepassen van kennis en vaardigheden met betrekking tot een aantal bijzondere onderwerpen die voor bestuurders van motorvoertuigen van die categorie zijn opgenomen in bijlage I van de richtlijn vakbekwaamheid bestuurders.
De aanvrager die reeds beschikt over een rijbewijs van de categorie C1 of C, dat hetzij nog geldig is hetzij zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur, verwerft het praktijkexamen vakbekwaamheid voor rijbewijscategorie C door in aanvulling op dat rijbewijs met goed gevolg de bij ministeriële regeling vastgestelde onderdelen van dat praktijkexamen af te leggen.
Artikel 156m
Het praktijkexamen vakbekwaamheid voor rijbewijscategorie D bestaat uit een rijproef die geïntegreerd wordt afgelegd met het praktijkexamen voor het rijbewijs D, en uit de praktijktoetsen vakbekwaamheid 1 en 2. De praktijktoets vakbekwaamheid 1 bestaat uit een praktische toets. De praktijktoets vakbekwaamheid 2 kan op een besloten terrein of een simulator worden afgelegd.
De eisen voor het praktijkexamen vakbekwaamheid voor rijbewijscategorie D worden bij ministeriële regeling vastgesteld en betreffen in ieder geval:
- a. bedrevenheid in rationeel rijden op basis van veiligheidsvoorschriften;
- b. het kunnen toepassen van voorschriften omtrent de onderwerpen die voor bestuurders van motorvoertuigen van die categorie zijn opgenomen in bijlage I van de richtlijn vakbekwaamheid bestuurders;
- c. het op juiste en veilige wijze kunnen toepassen van kennis en vaardigheden met betrekking tot een aantal bijzondere onderwerpen die voor bestuurders van motorvoertuigen van die categorie zijn opgenomen in bijlage I van de richtlijn vakbekwaamheid bestuurders.
De aanvrager die reeds beschikt over een rijbewijs van de categorie D1 of D, dat hetzij nog geldig is hetzij zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur, verwerft het praktijkexamen vakbekwaamheid voor rijbewijscategorie D door in aanvulling op dat rijbewijs met goed gevolg de bij ministeriële regeling vastgestelde onderdelen van dat praktijkexamen af te leggen.
Artikel 156n
Het CBR kan een rij-instructeur die ingevolge de Wet rijonderricht motorrijtuigen 1993 bevoegd is tot het geven van rijonderricht en die voldoet aan de door haar opgestelde eisen, aanwijzen tot het afnemen van praktijktoetsen vakbekwaamheid 1 en 2 voor de rijbewijscategorieën C1, C, D1 en D.
Een rij-instructeur als bedoeld in het eerste lid neemt de praktijktoetsen af met gebruikmaking van de exameneisen.
Een rij-instructeur als bedoeld in het eerste lid meldt aan het CBR binnen de door deze vastgestelde termijn of een aanvrager voldoet aan de exameneisen.
Artikel 156o
Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld ter uitvoering van de artikelen 156g tot en met 156n.
Artikel 156p
Op een praktijktoets vakbekwaamheid bedoeld in hoofdstuk VIIA zijn de artikelen 78, 81, 82, eerste lid, en 84 van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat in plaats van «rijproef» telkens wordt gelezen «praktijktoets vakbekwaamheid».
§ 1. Algemeen
Artikel 156q
De volgende bestuurders zijn vrijgesteld van het behalen van een getuigschrift van vakbekwaamheid:
- a. een bestuurder die houder is van een geldig rijbewijs van één van de categorieën D1, E bij D1, D of E bij D of van een als gelijkwaardig erkend rijbewijs, mits dat rijbewijs uiterlijk op 10 september 2008 is afgegeven;
- b. een bestuurder die houder is van een geldig rijbewijs van één van de categorieën C1, E bij C1, C of E bij C of van een als gelijkwaardig erkend rijbewijs, mits dat rijbewijs uiterlijk op 10 september 2009 is afgegeven.
Een bestuurder als bedoeld in artikel 151d, tweede lid, onderdeel a, van de wet is bij het behalen van een getuigschrift van vakbekwaamheid vrijgesteld van het afleggen van bij ministeriële regeling te bepalen onderdelen van het vakbekwaamheidsexamen.
Een bestuurder als bedoeld in artikel 151d, tweede lid, onderdeel b, van de wet die een op het beroep van chauffeur goederenvervoer gerichte beroepsopleiding als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs of een bij ministeriële regeling daaraan gelijkwaardig verklaarde opleiding volgt, is éénmaal voor een aaneengesloten periode van maximaal drie jaar voor Nederlands grondgebied vrijgesteld van de verplichting over een getuigschrift van vakbekwaamheid te beschikken indien hij:
- a. een door het bevoegd gezag van de opleiding gewaarmerkte verklaring kan overleggen waaruit blijkt sinds welke datum hij de opleiding volgt, en
- b. hij door middel van een geldig bewijs van inschrijving kan aantonen dat hij nog staat ingeschreven bij de opleiding.
Een bestuurder die houder is van een getuigschrift van vakbekwaamheid voor één van de in het eerste lid, onderdeel a, bedoelde rijbewijscategorieën is vrijgesteld van de verplichting een dergelijk getuigschrift te behalen voor de overige in genoemd onderdeel vermelde rijbewijscategorieën.
Een bestuurder die houder is van een getuigschrift van vakbekwaamheid voor één van de in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde rijbewijscategorieën is vrijgesteld van de verplichting een dergelijk getuigschrift te behalen voor de overige in genoemd onderdeel vermelde rijbewijscategorieën.
§ 2. Alcoholslotregister
Artikel 156r
Het stelsel van nascholing, bedoeld in hoofdstuk VIIA van de wet, bevat de verplichting van de bestuurder om bij een of meer erkende opleidingscentra per vijf jaren 35 uur nascholingscursussen te volgen, waarvan ten hoogste twaalf uur in de vorm van e-learning.
De te kiezen nascholingscursussen worden afgestemd op de specifieke behoeften van de bestuurder en op de relevante ontwikkelingen op het gebied van technologie en regelgeving. Daarbij wordt, voor zover mogelijk, rekening gehouden met de specifieke opleidingsbehoeften van de bestuurder.
De bestuurder volgt nascholingscursussen over verschillende onderwerpen. De bestuurder kan één herhalingscursus volgen over een onderwerp waarover reeds een nascholingscursus is gevolgd als een specifieke corrigerende opleiding nodig wordt geacht. Ten minste één van de door de bestuurder gevolgde nascholingscursussen betreft een praktijktraining met betrekking tot verkeersveiligheid.
Artikel 156s
De nascholing bestaat uit nascholingscursussen in de vorm van klassikale lessen, praktijktrainingen of e-learning die worden aangeboden in eenheden van ten minste zeven uur, die over ten hoogste twee opeenvolgende dagen mogen worden gespreid.
In de nascholingscursussen worden de onderwerpen die zijn opgenomen in bijlage I bij de richtlijn vakbekwaamheid bestuurders uitgediept en geactualiseerd.
Het raamwerk van nascholingscursussen wordt periodiek vastgesteld door het CBR, die daarbij rekening houdt met de bij ministeriële regeling vastgestelde eisen voor nascholingscursussen. Er wordt in ieder geval een onderscheid naar onderwerp gemaakt tussen nascholingscursussen.
Bij de nascholingscursussen kan gebruik worden gemaakt van simulatoren of hulpmiddelen op het gebied van de informatie- en communicatietechnologie.
Bij nascholingscursussen in de vorm van e-learning wordt gebruikgemaakt van betrouwbare gebruikersidentificatie en passende controlemiddelen.
Andere door regelgeving van de Europese Unie voorgeschreven opleidingen kunnen voor ten hoogste zeven uur onderdeel uitmaken van de nascholing, met uitzondering van een specifieke opleiding inzake het vervoer van gevaarlijke stoffen op grond van richtlijn 2008/68/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 september 2008 betreffende het vervoer van gevaarlijke goederen over land (PbEU 2008, L 260), die voor ten hoogste veertien uur meetelt, mits dat de enige andere opleiding in de zin van dit lid is die in acht wordt genomen bij de nascholing.
Artikel 156t
Een bestuurder die tegen overlegging van bewijsstukken, afgegeven door bevoegde autoriteiten van andere lidstaten van de Europese Unie, ten genoegen van het CBR kan aantonen dat hij een gedeelte van de nascholing aldaar heeft gevolgd, kan het voor hem nog resterende gedeelte van de nascholing in Nederland met goed gevolg voltooien.
Het CBR kan bij de toetsing van de in het eerste lid bedoelde bewijsstukken de hulp van de Dienst Wegverkeer inroepen.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld inzake de toekenning van de nascholing.
Artikel 156u
Een erkend opleidingscentrum meldt binnen de door het CBR vastgestelde termijn voorafgaand aan de dag waarop een nascholingscursus wordt gehouden de voorgenomen cursus aan het CBR. De melding bevat de door het CBR bepaalde onderwerpen.
Een erkend opleidingscentrum meldt binnen de door het CBR vastgestelde termijn aan deze het feit dat een bestuurder een nascholingsonderdeel heeft gevolgd.
§ 7. Stelsel van nascholing
Artikel 156v
Een bestuurder die houder is van een getuigschrift van nascholing voor één van de rijbewijscategorieën C, C1, D, D1, E bij C, E bij C1, E bij D of E bij D1 is vrijgesteld van de verplichting een getuigschrift van nascholing te behalen voor de overige genoemde rijbewijscategorieën.
§ 5. Praktijkexamen vakbekwaamheid
Artikel 156w
Het CBR kan aan een natuurlijke persoon of rechtspersoon een erkenning verlenen waardoor deze gerechtigd is nascholing te organiseren.
Bij ministeriële regeling kunnen voorschriften worden vastgesteld die aan een erkenning worden verbonden en kunnen met betrekking tot die voorschriften regels worden vastgesteld.
Artikel 156x
Een erkenning als opleidingscentrum voor het verrichten van nascholing wordt op aanvraag en tegen betaling, op de door het CBR vastgestelde wijze, van het daarvoor door deze instantie vastgestelde tarief verleend indien is voldaan aan de bij ministeriële regeling gestelde eisen.
De in het eerste lid bedoelde eisen kunnen onder meer betrekking hebben op:
- a. de certificering van de aangeboden nascholingscursussen;
- b. de kwalificaties en werkterreinen van de nascholingsdocenten en -instructeurs;
- c. de cursuslocaties;
- d. het voor het praktijkgedeelte gebruikte wagenpark, en
- e. de omvang van het aantal deelnemers per nascholingscursus.
Een erkenning heeft een geldigheidsduur van maximaal vijf jaren.
Een erkenning als bedoeld in het eerste lid kan door het CBR worden geschorst of ingetrokken indien:
- a. de handelingen waarvoor de erkenning is verleend, niet meer worden verricht, of
- b. niet meer aan de in het tweede lid bedoelde eisen wordt voldaan.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere eisen worden vastgesteld met betrekking tot de aanvraag, schorsing en intrekking van een erkenning.
§ 2. Aanvraag van verklaringen van vakbekwaamheid, verklaringen van nascholing, Nederlandse omwisselingscertificaten en deelcertificaten
Artikel 156y
Degene die in het kader van hoofdstuk VIIA van de wet onderricht verricht anders dan rijonderricht bedoeld in de Wet rijonderricht motorrijtuigen 1993, dan wel in het kader van dat hoofdstuk betrokken is bij de training, instructie of scholing van bestuurders, voldoet aan:
- a. de eisen die zijn opgenomen in onderdeel 5.2.3 van bijlage I van de richtlijn vakbekwaamheid bestuurders, en
- b. de bij ministeriële regeling bepaalde eisen.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld aan het toezicht op de in het eerste lid bedoelde personen.
Artikel 156z
Indien bij een praktijkexamen vakbekwaamheid of bij een nascholingscursus gebruik wordt gemaakt van een simulator voldoet deze aan de door het CBR gestelde en door Onze Minister goedgekeurde eisen.
§ 11. Registratie van verklaringen van vakbekwaamheid en verklaringen van nascholing
Artikel 156aa
Indien de aanvrager naar het oordeel van het CBR de basiskwalificatie heeft behaald, registreert het CBR in het rijbewijzenregister ten behoeve van de aanvrager een verklaring van vakbekwaamheid voor de rijbewijscategorieën waarvoor de aanvrager de basiskwalificatie heeft behaald.
Nadat uit de in artikel 156u bedoelde meldingen is gebleken dat een bestuurder de nascholing met goed gevolg heeft voltooid, registreert het CBR ten behoeve van de aanvrager in het rijbewijzenregister een verklaring van nascholing.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de in dit artikel bedoelde registraties en meldingen.
Artikel 156ab
Een getuigschrift van vakbekwaamheid behaald voor één van de rijbewijscategorieën C1, E bij C1, C of E bij C wordt op het rijbewijs tevens vermeld naast alle andere van deze categorieën voor zover de desbetreffende bestuurder daarover beschikt.
Een getuigschrift van vakbekwaamheid behaald voor één van de rijbewijscategorieën D1, E bij D1, D of E bij D wordt op het rijbewijs tevens vermeld naast alle andere van deze categorieën voor zover de desbetreffende bestuurder daarover beschikt.
Een getuigschrift van nascholing behaald voor de rijbewijscategorieën C1, E bij C1, C, E bij C, D1, E bij D1, D of E bij D wordt op het rijbewijs tevens vermeld naast alle andere categorieën waarvoor de desbetreffende bestuurder over een getuigschrift van vakbekwaamheid beschikt.
Artikel 156ac
Kwalificatiekaarten bestuurder worden op aanvraag en tegen betaling van het daarvoor vastgestelde tarief afgegeven aan een ieder die de basiskwalificatie heeft behaald dan wel de nascholing heeft afgerond en niet in Nederland zijn gewone verblijfplaats heeft.
Artikel 156ad
De aanvraag en uitreiking van een kwalificatiekaart bestuurder geschiedt op de door de Dienst Wegverkeer vastgestelde wijze.
De aanvrager dient in het bezit te zijn van een geldig rijbewijs voor ten minste één van de rijbewijscategorieën C, C1, D, D1, E bij C, E bij C1, E bij D of E bij D1.
Bij de aanvraag raadpleegt de Dienst Wegverkeer, indien mogelijk, de in de basisregistratie personen opgenomen persoonsgegevens van de aanvrager.
§ 5. Praktijkexamen vakbekwaamheid
§ 1. Algemeen
§ 1. Algemeen
§ 3. Stelsel van basiskwalificatie
§ 1. Algemeen
§ 2. Aanvraag van verklaringen van vakbekwaamheid, verklaringen van nascholing, Nederlandse omwisselingscertificaten en deelcertificaten
Hoofdstuk VIIa. Verklaringen van vakbekwaamheid en verklaringen van nascholing voor bestuurders goederen- en personenvervoer over de weg
Hoofdstuk VIII. Bromfietscertificaten
Hoofdstuk XI. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Artikel 15a
Indien de aanvrager van een rijbewijs voor de categorie AM, die blijkens de ten behoeve van hem in het rijbewijzenregister geregistreerde verklaring van rijvaardigheid het praktijkexamen voor de categorie AM heeft afgelegd met een bromfiets op drie of vier wielen, wordt een rijbewijs AM afgegeven dat slechts geldig is voor het besturen van bromfietsen op drie of vier wielen. In het rijbewijs is deze beperking aangeduid met een bij ministeriële regeling vastgestelde codering.
Hoofdstuk II. Aanvraag van rijbewijzen
§ 1. Indiening van de aanvraag
§ 2. Bij de aanvraag vereiste gegevens
Hoofdstuk III. Verklaringen van rijvaardigheid
§ 2. Aanvraag van verklaringen van rijvaardigheid
§ 3. Controle op de identiteit van de aanvrager
§ 4. Het praktijk-examen
Artikel 69a
De eisen waaraan bij het praktijkexamen voor de rijbewijscategorie AM, bromfietsen op twee wielen, dient te worden voldaan, betreffen:
- a. bedrevenheid in de bediening en de beheersing van het voertuig;
- b. het op juiste en veilige wijze deelnemen aan het verkeer;
- c. het kunnen toepassen van de bij of krachtens de wet vastgestelde voorschriften.
De eisen waaraan bij het praktijkexamen voor de rijbewijscategorie AM, bromfietsen op drie of vier wielen, dient te worden voldaan, betreffen de bedrevenheid in de bediening en de beheersing van het voertuig.
Artikel 69b
Het praktijkexamen voor de rijbewijscategorie AM, bromfietsen op twee wielen, bestaat uit het afleggen van een rijproef met een bromfiets op twee wielen die blijkens de gegevens in het kentekenregister of voor het voertuig afgegeven kentekenbewijs is geconstrueerd voor een maximumsnelheid die meer bedraagt dan 25 km/h.
Het praktijkexamen voor de rijbewijscategorie AM, bromfietsen op drie of vier wielen, bestaat uit het afleggen van een rijproef met een bromfiets op drie of vier wielen die blijkens de gegevens in het kentekenregister of voor het voertuig afgegeven kentekenbewijs is geconstrueerd voor een maximumsnelheid die meer bedraagt dan 25 km/h.
Artikel 78a
Het motorrijtuig waarmee de rijproef voor het rijbewijs AM wordt afgelegd, dient te zijn voorzien van een bij ministeriële regeling vastgestelde aanduiding, aangebracht op de wijze als bij die regeling is voorgeschreven.
§ 4. Het praktijk-examen
§ 6. Nader onderzoek rijvaardigheid
§ 1. Algemeen
Hoofdstuk V. Afgifte van rijbewijzen
§ 5. Registratie van verklaringen van rijvaardigheid
§ 1. Algemeen
Hoofdstuk VII. Registratie van gegevens met betrekking tot rijbewijzen
Hoofdstuk VI. Maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid
§ 1. Algemeen
§ 4. Theorie-examen vakbekwaamheid
§ 2. Alcoholslotregister
§ 2. Alcoholslotregister
§ 7. Stelsel van nascholing
§ 6. Vrijstellingen basiskwalificatie
§ 7. Stelsel van nascholing
§ 4. Theorie-examen vakbekwaamheid
§ 7. Stelsel van nascholing
§ 2. Aanvraag van verklaringen van vakbekwaamheid, verklaringen van nascholing, Nederlandse omwisselingscertificaten en deelcertificaten
§ 1. Algemeen
§ 1. Algemeen
§ 3. Stelsel van basiskwalificatie
Hoofdstuk IX. Overgangsbepalingen
Hoofdstuk VIII. Bromfietscertificaten
Hoofdstuk IX. Overgangsbepalingen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Artikel 7a
De bromfiets, waarmee rijonderricht in de zin van de Wet rijonderricht motorrijtuigen 1993 wordt gegeven in het kader van de opleiding voor het praktijkexamen voor de rijbewijscategorie AM, tweewielige bromfietsen, dient te zijn voorzien van een bij ministeriële regeling vastgestelde aanduiding, aangebracht op de wijze als bij die regeling is voorgeschreven.
De bromfiets waarmee rijonderricht in de zin van de Wet rijonderricht motorrijtuigen 1993 wordt gegeven in het kader van de opleiding voor het praktijkexamen voor de rijbewijscategorie AM, drie- of vierwielige bromfietsen, dient te zijn voorzien van:
- a. inrichtingen die zo zijn aangebracht dat degene die rijonderricht geeft daarmee de bedrijfsrem en de koppeling vanaf zijn zitplaats doeltreffend kan bedienen, dan wel, indien het een motorrijtuig met automatische schakeling betreft, van een andere inrichting waarmee hij de aandrijving van het motorrijtuig door de motor kan onderbreken;
- b. een binnen- en een buitenspiegel waarmee degene die rijonderricht geeft het achter en rechts naast hem gelegen weggedeelte kan overzien;
- c. een bij ministeriële regeling vastgestelde aanduiding, aangebracht op de wijze als bij die regeling is voorgeschreven.
§ 5. Registratie van rijbewijzen uit andere lid-staten van de Europese Gemeenschap en uit andere staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte
§ 6. Omvang van de uit het rijbewijs voortvloeiende bevoegdheid
Hoofdstuk II. Aanvraag van rijbewijzen
§ 7. Geldigheidsduur van het rijbewijs
§ 1. Indiening van de aanvraag
§ 3. Controle op de identiteit van de aanvrager
Hoofdstuk III. Verklaringen van rijvaardigheid
§ 1. Algemeen
§ 3. Het theorie-examen
§ 2. Aanvraag van verklaringen van rijvaardigheid
§ 5. Registratie van verklaringen van rijvaardigheid
§ 2. Aanvraag van verklaringen van geschiktheid
§ 3. Registratie van verklaringen van geschiktheid
Hoofdstuk V. Afgifte van rijbewijzen
§ 6. Nader onderzoek rijvaardigheid
§ 2. Aanvraag van verklaringen van geschiktheid
§ 3. Beveiliging
Hoofdstuk VII. Registratie van gegevens met betrekking tot rijbewijzen
Hoofdstuk VI. Maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid
§ 1. Algemeen
§ 1. Algemeen
§ 6. Vrijstellingen basiskwalificatie
§ 3. Stelsel van basiskwalificatie
§ 6. Vrijstellingen basiskwalificatie
§ 9. Erkenning opleidingscentra
Hoofdstuk VIII. Bromfietscertificaten
§ 9. Erkenning opleidingscentra
§ 3. Stelsel van basiskwalificatie
§ 3. Stelsel van basiskwalificatie
§ 1. Algemeen
Hoofdstuk VIII. Bromfietscertificaten
Hoofdstuk VIIIb. Experiment begeleid rijden
Hoofdstuk XI. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Artikel 42a
De aanvraag tot afgifte van een rijbewijs, ter vervanging van een rijbewijs dat op grond van artikel 123b van de wet ongeldig is geworden of ten aanzien van waarvan een aantekening als bedoeld in artikel 123b, derde lid, van de wet is geplaatst, vanaf het tijdstip waarop de in artikel 123b, eerste lid bedoelde rechterlijke uitspraak onherroepelijk is geworden, vindt plaats op grond van de artikelen 42a tot en met 42e.
Voor de toepassing van de artikelen 42a tot en met 42e geldt voor de zwaarte van de rijbewijscategorieën de volgende volgorde in afnemende zwaarte:
- a. E bij C;
- b. C;
- c. E bij D;
- d. D;
- e. E bij C1;
- f. C1;
- g. E bij D1;
- h. D1;
- i. E bij B;
- j. B;
- k. A;
- l. A2;
- m. A1;
- n. AM;
- o. T.
Artikel 42b
De aanvraag, bedoeld in artikel 42a, eerste lid, betreft de volgende rijbewijscategorieën:
- a. alle, dan wel een of meerdere categorieën waarvoor het oorspronkelijk afgegeven rijbewijs tot het tijdstip van de ongeldigheid geldig was;
- b. alle, dan wel een of meerdere categorieën die al voor het in artikel 42a, eerste lid, bedoelde tijdstip ongeldig zijn geworden of ongeldig zijn verklaard.
Bij de aanvraag dient te worden voldaan aan de volgende eisen:
- a. de in artikel 33 genoemde bescheiden worden overgelegd;
- b. een door de Dienst Wegverkeer afgegeven verklaring wordt overgelegd, waaruit blijkt voor welke categorie of categorieën het ongeldig geworden rijbewijs geldig was tot het tijdstip waarop de in artikel 123b, eerste lid, van de wet bedoelde rechterlijke uitspraak onherroepelijk is geworden, of waaruit blijkt welke categorie of categorieën voor de aanvrager zijn opgenomen in het rijbewijzenregister als gevolg van het verstrijken van de geldigheidsduur voor die categorie of categorieën, wegens ongeldigheid als gevolg van artikel 123, eerste lid, onderdeel d, van de wet wegens ongeldigverklaring in geval van ongeschiktheid op grond van artikel 124, eerste lid, onderdeel d, van de wet of artikel 134, tweede lid, van de wet, of wegens ongeldigverklaring op grond van artikel 132, tweede lid, van de wet wegens het niet verlenen van de vereiste medewerking aan een educatieve maatregel ter bevordering van de geschiktheid of aan een onderzoek naar de geschiktheid;
- c. ten behoeve van de aanvrager is in het rijbewijzenregister geregistreerd:
- I. een verklaring van rijvaardigheid voor de zwaarste categorie waarop de aanvraag betrekking heeft en waarvoor examen is gedaan en waarvoor de aanvrager naar het oordeel van de examinator heeft voldaan aan de daarvoor vastgestelde eisen, waarbij de datum van registratie niet langer dan drie jaar vóór de aanvraag mag liggen en waarbij de datum van aanvraag tevens moet liggen na het tijdstip waarop de in artikel 123b, eerste lid, van de wet bedoelde rechterlijke uitspraak onherroepelijk is geworden;
- II. verklaringen van geschiktheid voor alle, dan wel die categorie of categorieën waarop de aanvraag betrekking heeft, waarbij de datum van registratie niet langer dan één jaar vóór de aanvraag mag liggen en waarbij de datum van aanvraag tevens moet liggen na het tijdstip waarop de in artikel 123b, eerste lid, van de wet bedoelde rechterlijke uitspraak onherroepelijk is geworden.
De verklaring, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, wordt pas door de Dienst Wegverkeer afgegeven indien:
- a. het rijbewijs bij die dienst is ingeleverd, dan wel indien uit het rijbewijzenregister blijkt dat het rijbewijs reeds op andere grond is ingeleverd, en
- b. de aanvrager die vreemdeling is in de zin van de Vreemdelingenwet 2000, en geen onderdaan is van een lidstaat van de Europese Unie, een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende Europese Economische Ruimte, of Zwitserland heeft aangetoond rechtmatig in Nederland te verblijven als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met d en l, van die wet.
In afwijking van het tweede lid, onderdeel b, wordt op de in dat lid bedoelde verklaring alleen de rijbewijscategorie B of AM vermeld, indien het rijbewijs, bedoeld in artikel 42a, eerste lid, een rijbewijs betreft:
- a. als bedoeld in respectievelijk de artikelen 44, eerste lid, 45, eerste lid, 46, eerste lid, 47, eerste lid, of 48, eerste lid, en dit rijbewijs niet voldoet aan de in respectievelijk de artikelen 44, 45, 46, 47 of 48 voor omwisseling gestelde eisen;
- b. dat op het tijdstip waarop de in artikel 123b, eerste lid, van de wet bedoelde rechterlijke uitspraak onherroepelijk is geworden, reeds ongeldig was op grond van artikel 124, eerste lid, onderdelen a, b of c, van de wet;
- c. dat op het tijdstip waarop de in artikel 123b, eerste lid, van de wet bedoelde rechterlijke uitspraak onherroepelijk is geworden, reeds ongeldig was op grond van artikel 132, tweede lid, van de wet, wegens het niet verlenen van de vereiste medewerking aan een educatieve maatregel ter bevordering van de rijvaardigheid of aan een onderzoek naar de rijvaardigheid;
- d. dat op het tijdstip waarop de in artikel 123b, eerste lid, van de wet bedoelde rechterlijke uitspraak onherroepelijk is geworden, reeds ongeldig was op grond van artikel 134, tweede lid, van de wet, wegens het ontbreken van de vereiste rijvaardigheid.
Voor de toepassing van het tweede lid, onderdeel c, onder I, wordt met de daar bedoelde verklaring van rijvaardigheid gelijkgesteld een door het daartoe bevoegde militaire gezag niet langer dan drie jaar voor de aanvraag in het rijbewijzenregister geregistreerde verklaring van rijvaardigheid voor het besturen van motorrijtuigen van de rijbewijscategorie of rijbewijscategorieën waarop de aanvraag betrekking heeft, mits de datum van de aanvraag voor deze verklaring van rijvaardigheid is gelegen na de datum waarop de in artikel 123b, eerste lid, van de wet bedoelde rechterlijke uitspraak onherroepelijk is geworden.
Het tweede lid, onderdeel c, onder II, is niet van toepassing voor zover de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, betrekking heeft op de afgifte van een rijbewijs voor de categorie AM.
Indien het rijbewijs wegens vermissing of diefstal niet kan worden overgelegd, worden in plaats daarvan de volgende documenten overgelegd:
- a. een proces-verbaal ter zake van vermissing of diefstal, in Nederland op ambtseed opgemaakt door een daartoe bevoegd algemeen of buitengewoon opsporingsambtenaar, waarin de omstandigheden waaronder het rijbewijs verloren is geraakt of teniet is gegaan, worden omschreven;
- b. indien het een rijbewijs betreft afgegeven door het daartoe bevoegde gezag buiten Nederland, een door dat gezag afgegeven gewaarmerkte verklaring waaruit van de afgifte en de geldigheid blijkt en waaruit tevens blijkt dat door dat gezag tegen de aanvrager geen maatregelen van bestuursrechtelijke of strafrechtelijke aard betreffende de beperking, schorsing, intrekking of nietigverklaring van de rijbevoegdheid zijn getroffen en dat bij dat gezag ook overigens geen bezwaar tegen afgifte van een rijbewijs bestaat.
Artikel 42c
Indien het rijbewijs, bedoeld in artikel 42a, eerste lid, een rijbewijs betreft als bedoeld in de artikelen 44, eerste lid, 45, eerste lid, 46, eerste lid, 47, eerste lid, of 48, eerste lid, dient dit rijbewijs, in aanvulling op artikel 42b, te voldoen aan de in de artikelen 44, 45, 46, 47 of 48 voor omwisseling gestelde eisen.
Artikel 42d
Indien de aanvraag voor een rijbewijs, bedoeld in artikel 42a, eerste lid, niet op alle categorieën als bedoeld in artikel 42b, tweede lid, betrekking had en ten aanzien van de aanvrager op basis van de procedure van artikel 42b een verklaring van rijvaardigheid is geregistreerd, is artikel 36 van toepassing op elke aanvraag die betrekking heeft op de afgifte van een rijbewijs dat geldig is voor meer categorieën dan vermeld op de verklaring van rijvaardigheid op grond van artikel 42b, eerste lid, dan wel waarvoor het inmiddels afgegeven rijbewijs geldig is.
In afwijking van het eerste lid kan de procedure van artikel 42b een tweede keer worden gevolgd, indien de eerste aanvraag op basis van artikel 42a uitsluitend betrekking had op een rijbewijs voor de categorie T.
Artikel 42e
Verklaringen van geschiktheid of verklaringen van rijvaardigheid, geregistreerd voor de registratie van de ongeldigheid, bedoeld in artikel 123b, eerste lid, van de wet, of de registratie, bedoeld in artikel 123b, derde lid, van de wet vervallen op dat tijdstip.
Indien aan de aanvrager een ander rijbewijs is of wordt afgegeven na het tijdstip waarop de in artikel 123b, eerste lid, van de wet bedoelde rechterlijke uitspraak onherroepelijk is geworden en voor het tijdstip waarop de daaraan in dat lid verbonden ongeldigheid in het rijbewijzenregister is geregistreerd, dan wel vòòr het tijdstip waarop de in dat artikel bedoelde aantekening in dat register is geplaatst,verliest dat andere rijbewijs zijn geldigheid voor alle categorieën waarvoor het is afgegeven en voor de resterende duur van de geldigheid.
§ 3. Controle op de identiteit van de aanvrager
Hoofdstuk III. Verklaringen van rijvaardigheid
Artikel 53a
Indien het een aanvraag betreft als bedoeld in artikel 42a, eerste lid, en de zwaarste categorie waarop de aanvraag betrekking heeft categorie E bij C is, dan bestaat het onderzoek naar de rijvaardigheid uit een theorie-examen voor de categorie C en een praktijkexamen voor de categorie E bij C.
Indien het een aanvraag betreft als bedoeld in artikel 42a, eerste lid, en de zwaarste categorie waarop de aanvraag betrekking heeft categorie C is, dan bestaat het onderzoek naar de rijvaardigheid uit een theorie-examen en een praktijkexamen voor de categorie C.
Indien het een aanvraag betreft als bedoeld in artikel 42a, eerste lid, en de zwaarste categorie waarop de aanvraag betrekking heeft categorie E bij D is, dan bestaat het onderzoek naar de rijvaardigheid uit een theorie-examen voor de categorie D en een praktijkexamen voor de categorie E bij D.
Indien het een aanvraag betreft als bedoeld in artikel 42a, eerste lid, en de zwaarste categorie waarop de aanvraag betrekking heeft categorie D is, dan bestaat het onderzoek naar de rijvaardigheid uit een theorie-examen en een praktijkexamen voor de categorie D.
Indien het een aanvraag betreft als bedoeld in artikel 42a, eerste lid, en de zwaarste categorie waarop de aanvraag betrekking heeft categorie E bij C1 is, dan bestaat het onderzoek naar de rijvaardigheid uit een theorie-examen voor de categorie C1 en een praktijkexamen voor de categorie E bij C1.
Indien het een aanvraag betreft als bedoeld in artikel 42a, eerste lid, en de zwaarste categorie waarop de aanvraag betrekking heeft categorie C1 is, dan bestaat het onderzoek naar de rijvaardigheid uit een theorie-examen en een praktijkexamen voor de categorie C1.
Indien het een aanvraag betreft als bedoeld in artikel 42a, eerste lid, en de zwaarste categorie waarop de aanvraag betrekking heeft categorie E bij D1 is, dan bestaat het onderzoek naar de rijvaardigheid uit een theorie-examen voor de categorie D1 en een praktijkexamen voor de categorie E bij D1.
Indien het een aanvraag betreft als bedoeld in artikel 42a, eerste lid, en de zwaarste categorie waarop de aanvraag betrekking heeft categorie D1 is, dan bestaat het onderzoek naar de rijvaardigheid uit een theorie-examen en een praktijkexamen voor de categorie D1.
Indien het een aanvraag betreft als bedoeld in artikel 42a, eerste lid, en de zwaarste categorie waarop de aanvraag betrekking heeft categorie E bij B is, dan bestaat het onderzoek naar de rijvaardigheid uit een theorie-examen voor de categorie B en een praktijkexamen voor de categorie E bij B.
Indien het een aanvraag betreft als bedoeld in artikel 42a, eerste lid, en de zwaarste categorie waarop de aanvraag betrekking heeft categorie B is, dan bestaat het onderzoek naar de rijvaardigheid uit een theorie-examen en een praktijkexamen voor de categorie B.
Indien het een aanvraag betreft als bedoeld in artikel 42a, eerste lid, en de zwaarste categorie waarop de aanvraag betrekking heeft categorie A is, dan bestaat het onderzoek naar de rijvaardigheid uit een theorie-examen en een praktijkexamen voor de categorie A.
Indien het een aanvraag betreft als bedoeld in artikel 42a, eerste lid, en de zwaarste categorie waarop de aanvraag betrekking heeft categorie A2 is, dan bestaat het onderzoek naar de rijvaardigheid uit een theorie-examen ten behoeve van de categorie A en een praktijkexamen voor de categorie A2.
Indien het een aanvraag betreft als bedoeld in artikel 42a, eerste lid, en de zwaarste categorie waarop de aanvraag betrekking heeft categorie A1 is, dan bestaat het onderzoek naar de rijvaardigheid uit een theorie-examen ten behoeve van de categorie A en een praktijkexamen voor de categorie A1.
Indien het een aanvraag betreft als bedoeld in artikel 42a, eerste lid, en de zwaarste categorie waarop de aanvraag betrekking heeft categorie AM is, dan bestaat het onderzoek naar de rijvaardigheid uit een theorie-examen en een praktijkexamen voor de categorie AM.
Indien het een aanvraag betreft als bedoeld in artikel 42a, eerste lid, en de aanvraag uitsluitend de categorie T betreft, dan bestaat het onderzoek naar de rijvaardigheid uit een theorie-examen en een praktijkexamen voor de categorie T. Indien de aanvraag mede een of meer van de categorieën E bij D, D, E bij D1, D1, E bij B, B, A1, A2, A of AM betreft, dan bestaat in aanvulling op de eerste volzin het onderzoek naar de rijvaardigheid mede uit een theorie-examen en een praktijkexamen voor de zwaarste categorie overeenkomstig het derde tot en met het veertiende lid.
§ 3. Het theorie-examen
§ 6. Nader onderzoek rijvaardigheid
Hoofdstuk IV. Verklaringen van geschiktheid
§ 2. Aanvraag van verklaringen van geschiktheid
Hoofdstuk V. Afgifte van rijbewijzen
§ 5. Registratie van verklaringen van rijvaardigheid
§ 1. Algemeen
§ 1. Algemeen
Hoofdstuk V. Afgifte van rijbewijzen
Hoofdstuk VII. Registratie van gegevens met betrekking tot rijbewijzen
§ 2. Aanvraag van verklaringen van vakbekwaamheid, verklaringen van nascholing, Nederlandse omwisselingscertificaten en deelcertificaten
§ 4. Theorie-examen vakbekwaamheid
§ 2. Alcoholslotregister
§ 8. Vrijstellingen nascholing
§ 1. Algemeen
Hoofdstuk VIIa. Verklaringen van vakbekwaamheid en verklaringen van nascholing voor bestuurders goederen- en personenvervoer over de weg
§ 3. Stelsel van basiskwalificatie
§ 1. Algemeen
§ 1. Algemeen
§ 3. Stelsel van basiskwalificatie
Hoofdstuk VIIIa. Experiment verlaging minimumleeftijd buschauffeurs
Hoofdstuk IX. Overgangsbepalingen
Hoofdstuk VIII. Bromfietscertificaten
Hoofdstuk XI. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Artikel 19c
Vervallen
Hoofdstuk II. Aanvraag van rijbewijzen
§ 1. Indiening van de aanvraag
§ 1. Indiening van de aanvraag
Artikel 41a
Vervallen
Artikel 41b
Vervallen
Artikel 41c
Vervallen
Artikel 41d
Vervallen
Hoofdstuk III. Verklaringen van rijvaardigheid
§ 3. Controle op de identiteit van de aanvrager
§ 6. Nader onderzoek rijvaardigheid
Hoofdstuk IV. Verklaringen van geschiktheid
§ 5. Registratie van verklaringen van rijvaardigheid
§ 2. Aanvraag van verklaringen van geschiktheid
§ 5. Registratie van verklaringen van rijvaardigheid
Hoofdstuk V. Afgifte van rijbewijzen
§ 1. Algemeen
§ 2. Aanvraag van verklaringen van geschiktheid
Hoofdstuk VI. Maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid
Artikel 153d
Vervallen
§ 1. Algemeen
Hoofdstuk VIII. Bromfietscertificaten
§ 1. Algemeen
§ 2. Aanvraag van verklaringen van vakbekwaamheid, verklaringen van nascholing en deelcertificaten
§ 3. Stelsel van basiskwalificatie
§ 7. Stelsel van nascholing
Hoofdstuk VIIIa. Experiment verlaging minimumleeftijd buschauffeurs
§ 5. Praktijkexamen vakbekwaamheid
Artikel 173a
Vervallen
§ 8. Vrijstellingen nascholing
Artikel 173b
Vervallen
Artikel 173c
Vervallen
Artikel 173d
Vervallen
Artikel 173e
Vervallen
Artikel 173f
Vervallen
Artikel 173g
Vervallen
§ 7. Stelsel van nascholing
Artikel 173h
Vervallen
Hoofdstuk VIII. Bromfietscertificaten
Hoofdstuk X. Strafbepaling
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Artikel 173da
In afwijking van artikel 9, eerste lid, onderdeel d, is geen rijbewijs B vereist voor degene die rijonderricht ontvangt in het kader van een op het beroep van chauffeur personenvervoer gerichte beroepsopleiding als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs.
§ 6. Vrijstellingen basiskwalificatie
Hoofdstuk X. Strafbepaling
Hoofdstuk VIIIa. Experiment verlaging minimumleeftijd buschauffeurs
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Hoofdstuk VIIIa. Experiment verlaging minimumleeftijd buschauffeurs
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
§ 8. Vrijstellingen nascholing
Artikel 173i
Vervallen
Artikel 173j
Vervallen
§ 9. Erkenning opleidingscentra
Artikel 173k
Vervallen
Artikel 173l
Vervallen
Artikel 173m
Vervallen
Artikel 173n
Vervallen
Artikel 173o
Vervallen
Artikel 173p
Vervallen
Artikel 173q
Vervallen
Artikel 173r
Vervallen
Artikel 173s
Vervallen
Artikel 173t
Vervallen
§ 1. Algemeen
Artikel 173u
Vervallen
Artikel 173v
Vervallen
Artikel 173w
Vervallen
Artikel 173x
Vervallen
§ 13. Overige bepalingen
Artikel 173y
Vervallen
Artikel 173z
Vervallen
§ 3. Het bromfiets-examen
Artikel 173aa
Vervallen
Artikel 173bb
Vervallen
Artikel 173cc
Vervallen
Hoofdstuk VIIIb. Experiment begeleid rijden
Hoofdstuk XI. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Afdeling 1. Algemeen
Afdeling 2. Educatieve maatregelen
Afdeling 3. Alcoholslotprogramma
Artikel 132a
Vervallen
Artikel 132b
Vervallen
§ 2. Alcoholslotregister
Artikel 132c
Vervallen
Artikel 132d
Vervallen
Artikel 132e
Vervallen
Artikel 132f
Vervallen
Afdeling 4. Onderzoeken naar de rijvaardigheid of geschiktheid
Hoofdstuk VII. Registratie van gegevens met betrekking tot rijbewijzen
Hoofdstuk VIIa. Verklaringen van vakbekwaamheid en verklaringen van nascholing voor bestuurders goederen- en personenvervoer over de weg
§ 1. Algemeen
§ 4. Theorie-examen vakbekwaamheid
§ 8. Vrijstellingen nascholing
§ 5. Praktijkexamen vakbekwaamheid
§ 6. Vrijstellingen basiskwalificatie
§ 9. Erkenning opleidingscentra
§ 8. Vrijstellingen nascholing
§ 9. Erkenning opleidingscentra
§ 11. Registratie van verklaringen van vakbekwaamheid en verklaringen van nascholing
Hoofdstuk VIIIb. Experiment begeleid rijden
§ 12. Kwalificatiekaart bestuurder
§ 2. Aanvraag van bromfietscertificaten
§ 3. Het bromfiets-examen
§ 5. Beveiliging
§ 5. Beveiliging
Hoofdstuk IX. Overgangsbepalingen
Hoofdstuk X. Strafbepaling
Hoofdstuk XI. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Hoofdstuk II. Aanvraag van rijbewijzen
§ 7. Geldigheidsduur van het rijbewijs
§ 1. Indiening van de aanvraag
Artikel 34a
Indien de aanvraag betrekking heeft op de afgifte van een rijbewijs C aan een aanvrager die de in artikel 5, negende lid, bedoelde leeftijd heeft bereikt, en die een op het beroep van chauffeur goederenvervoer gerichte beroepsopleiding als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs of een bij ministeriële regeling daaraan gelijkwaardig verklaarde opleiding volgt, dient ten behoeve van de aanvrager in het rijbewijzenregister te zijn geregistreerd:
- a. een verklaring van rijvaardigheid voor iedere rijbewijscategorie waarop de aanvraag betrekking heeft, waarbij de datum van registratie niet langer dan drie jaar vóór de aanvraag mag liggen;
- b. een verklaring van geschiktheid voor iedere rijbewijscategorie waarop de aanvraag betrekking heeft, waarbij de datum van registratie niet langer dan een jaar vóór de aanvraag mag liggen;
- c. een verklaring van deelname aan een in de aanhef bedoelde opleiding.
De aanvraag tot registratie van de in het eerste lid, onderdeel c, bedoelde verklaring wordt gedaan bij de Dienst Wegverkeer.
Bij de aanvraag van de in het eerste lid, onderdeel c, bedoelde verklaring overlegt de aanvrager:
- I. een door het bevoegd gezag van een op het beroep van chauffeur goederenvervoer gerichte beroepsopleiding als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs of een bij ministeriële regeling daaraan gelijkwaardig verklaarde opleiding afgegeven gewaarmerkte verklaring waaruit blijkt sinds welke datum hij de opleiding volgt, en
- II. een geldig bewijs van inschrijving waaruit blijkt dat hij op het tijdstip van de aanvraag staat ingeschreven bij die opleiding.
§ 3. Controle op de identiteit van de aanvrager
Hoofdstuk III. Verklaringen van rijvaardigheid
§ 3. Controle op de identiteit van de aanvrager
§ 4. Begeleid rijden
§ 3. Het theorie-examen
Artikel 67a
Voor de toelating tot het praktijkexamen voor de rijbewijscategorie A1 moet zijn voldaan aan de volgende eisen:
- a. de aanvrager dient niet langer dan een jaar en zes maanden voor de dag van het praktijkexamen te zijn geslaagd voor het theorie-examen ten behoeve van de rijbewijscategorie A of dient aan te tonen dat hij beschikt over een door het daartoe bevoegde militaire gezag niet langer dan een jaar en zes maanden voor de dag van het examen afgegeven theoriecertificaat ten behoeve van de rijbewijscategorie A;
- b. de aanvrager dient bij de aanvraag een op zijn naam gesteld identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder 1°, 2° of 3°, van de Wet op de identificatieplicht over te leggen, dan wel een eerder aan de aanvrager afgegeven rijbewijs dat hetzij nog geldig is hetzij zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur.
Indien de aanvraag betrekking heeft op het praktijkexamen verkeersdeelneming voor de rijbewijscategorie A1 moet de aanvrager tevens niet langer dan een jaar voor de dag van dat examen zijn geslaagd voor het praktijkexamen voertuigbeheersing voor die categorie.
Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel a, wordt, voor zover het de toelating tot het praktijkexamen voertuigbeheersing voor de rijbewijscategorie A1 betreft, met de registratie dat de aanvrager is geslaagd voor het theorie-examen ten behoeve van de rijbewijscategorie A gelijkgesteld:
- a. een geldig rijbewijs B of
- b. een geldig rijbewijs B, afgegeven door het daartoe bevoegde gezag in een andere lidstaat van de Europese Unie of in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland.
Het eerste lid, onderdeel a, geldt niet, indien de aanvrager aantoont dat hij op de datum van het praktijkexamen reeds beschikt over:
- a. een geldig rijbewijs A1 dat slechts geldig is voor het besturen van motorrijtuigen van die categorie met automatische schakeling, of
- b. een geldig rijbewijs A1, afgegeven door het daartoe bevoegde gezag in een andere lidstaat van de Europese Unie of in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland, dat slechts geldig is voor het besturen van motorrijtuigen van die categorie met automatische schakeling.
Het tweede lid geldt niet, indien de aanvrager aantoont dat hij op de datum van het praktijkexamen in het bezit is van:
- a. een geldig rijbewijs A1 dat slechts geldig is voor het besturen van motorrijtuigen van die categorie met automatische schakeling, of
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)