Wijzigingsgeschiedenis
Wet van 11 december 1996, houdende regels betreffende advies en overleg over het beleid inzake verkeer en waterstaat (Wet advies en overleg verkeer en waterstaat)
6 versions
· 2021-01-01
2021-01-01
Wet overleg fysieke leefomgeving — art. 11
2015-01-01
Wet overleg fysieke leefomgeving — art. 11
2012-06-06
Wet overleg fysieke leefomgeving — arts. 1, 4, 5 y 12 más
Wijzigingen op 2012-06-06
@@ -14,7 +14,7 @@
- **Onze Minister:** Onze Minister van Infrastructuur en Milieu;
- **overlegorgaan:** Overlegorgaan verkeer en waterstaat bedoeld in [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008410&artikel=4&z=2012-02-11&g=2012-02-11).
- **overlegorgaan:** Overlegorgaan verkeer en waterstaat, bedoeld in [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008410&artikel=4&z=2012-06-06&g=2012-06-06).
### HOOFDSTUK 2. RAAD VOOR VERKEER EN WATERSTAAT
@@ -30,35 +30,31 @@
##### Artikel 4
Bij algemene maatregel van bestuur worden organen ingesteld voor het geïnstitutionaliseerd overleg over onderdelen van het beleid inzake verkeer en waterstaat.
Er is een Overlegorgaan verkeer en waterstaat voor het voeren van overleg over het beleid inzake verkeer en waterstaat.
##### Artikel 5
1. In de overlegorganen wordt overleg gevoerd over het beleid op het terrein waarvoor zij zijn ingesteld.
2. Door of namens Onze Minister en, waar daartoe aanleiding bestaat door of namens Onze Ministers wie het mede aangaat, worden in een overlegorgaan beleidsvoornemens aan de orde gesteld met betrekking tot het terrein waarvoor het overlegorgaan is ingesteld.
Door of namens Onze Minister en, waar daartoe aanleiding bestaat door of namens Onze Ministers wie het mede aangaat, worden in het overlegorgaan beleidsvoornemens aan de orde gesteld met betrekking tot onderdelen van het beleid inzake verkeer en waterstaat.
##### Artikel 6
Het overleg bedoeld in [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008410&artikel=5&z=2012-02-11&g=2012-02-11), wordt door of namens Onze Minister en, waar daartoe aanleiding bestaat, door of namens Onze Ministers wie het mede aangaat, gevoerd met betrokkenen of met organisaties van hen.
In het overlegorgaan wordt door of namens Onze Minister en waar daartoe aanleiding bestaat, door of namens Onze Ministers wie het mede aangaat, overleg gevoerd met betrokkenen en hun organisaties.
##### Artikel 7
1. Onze Minister wijst, het overlegorgaan gehoord, de betrokkenen of hun organisaties aan, die zich in een overlegorgaan kunnen doen vertegenwoordigen.
1. Onze Minister wijst de betrokkenen of hun organisaties aan, die zich in het overlegorgaan kunnen doen vertegenwoordigen.
2. Waar daartoe aanleiding bestaat geschiedt de aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, in overeenstemming met Onze Ministers wie het mede aangaat.
3. De betrokkenen of organisaties, bedoeld in het eerste lid, wijzen ieder een persoon aan door wie zij in een overlegorgaan vertegenwoordigd zullen zijn.
3. Door of namens Onze Minister en, waar daartoe aanleiding bestaat door of namens Onze Ministers wie het mede aangaat, kunnen andere betrokkenen of organisaties dan de betrokkenen of organisaties, bedoeld in het eerste lid, bij een vergadering van het overlegorgaan worden betrokken, voor zover dat voor een goede invulling van het overleg wenselijk is.
##### Artikel 8
1. Onze Minister wijst de ambtenaren aan die hem in een overlegorgaan vertegenwoordigen.
2. Waar daartoe aanleiding bestaat wijzen Onze Ministers wie het mede aangaat, ieder een ambtenaar aan die hen in een overlegorgaan vertegenwoordigt.
Vervallen
##### Artikel 9
1. De voorzitter van een overlegorgaan wordt, het overlegorgaan gehoord, door Onze Minister benoemd, geschorst en ontslagen.
1. Onze Minister benoemt, schorst en ontslaat personen als voorzitter van het overlegorgaan. Behoudens toepassing van het vijfde lid, wordt het voorzitterschap van een overlegvergadering steeds door een van deze personen bekleed.
2. De voorzitter heeft in het overlegorgaan zitting zonder last.
@@ -66,63 +62,49 @@
4. Een voorzitter wordt bij voorkeur slechts eenmaal herbenoemd.
5. Een overlegorgaan wijst uit zijn midden twee plaatsvervangend voorzitters aan.
5. In bijzondere omstandigheden kan een overlegvergadering worden voorgezeten door een andere persoon die door of namens Onze Minister is aangewezen.
##### Artikel 10
Onze Minister en, waar daartoe aanleiding bestaat, Onze Ministers wie het mede aangaat, wonen de vergaderingen van een overlegorgaan bij in de gevallen waarin hun dit wenselijk voorkomt.
Vervallen
##### Artikel 11
1. Een overlegorgaan komt ten minste tweemaal per jaar bijeen.
2. Een overlegorgaan komt voorts bijeen:
- a. indien daartoe door of namens Onze Minister of, waar daartoe aanleiding bestaat, door of namens Onze Ministers wie het mede aangaat, wordt verzocht;
- b. indien ten minste een derde van de vertegenwoordigers, aangewezen door de betrokkenen of organisaties, bedoeld in [artikel 7, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008410&artikel=7&z=2012-02-11&g=2012-02-11), daarom verzoekt.
Het overlegorgaan komt bijeen, indien ten minste 5 van de betrokkenen of hun organisaties, bedoeld in [artikel 7, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008410&artikel=7&z=2012-06-06&g=2012-06-06), daarom verzoeken.
##### Artikel 12
De gezichtspunten van de in een overlegorgaan vertegenwoordigde afzonderlijke betrokkenen of organisaties van hen, die resulteren uit het gevoerde overleg, worden door dat orgaan schriftelijk ter kennis gebracht van Onze Minister en, waar daartoe aanleiding bestaat, door diens tussenkomst, van Onze Ministers wie het mede aangaat.
De gezichtspunten van de in het overlegorgaan vertegenwoordigde afzonderlijke betrokkenen of organisaties van hen, die resulteren uit het gevoerde overleg, worden door dat orgaan schriftelijk ter kennis gebracht van Onze Minister en, waar daartoe aanleiding bestaat, door diens tussenkomst, van Onze Ministers wie het mede aangaat.
##### Artikel 13
1. Onze Minister kan op verzoek van een overlegorgaan deelorganen instellen waarin overleg wordt gevoerd over onderdelen van het beleidsterrein waarvoor dat overlegorgaan is ingesteld.
2. [De artikelen 7 tot en met 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008410&artikel=7&z=2012-02-11&g=2012-02-11) zijn op een deelorgaan van overeenkomstige toepassing.
3. Onze Minister wijst aan als voorzitter van een deelorgaan de voorzitter van het overlegorgaan op het betrokken terrein, dan wel een persoon uit het midden van dat overlegorgaan.
Vervallen
##### Artikel 14
1. De gezichtspunten van de afzonderlijke betrokkenen en organisaties, bedoeld in [artikel 7, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008410&artikel=7&z=2012-02-11&g=2012-02-11), die resulteren uit het in een deelorgaan gevoerde overleg, worden door dat orgaan schriftelijk ter kennis gebracht van Onze Minister en, waar daartoe aanleiding bestaat, door diens tussenkomst, van Onze Ministers wie het mede aangaat.
2. Het ter kennis brengen, bedoeld in het eerste lid, geschiedt door tussenkomst van het overlegorgaan op het betrokken terrein. Het overlegorgaan zendt de rapportage van het deelorgaan zo spoedig mogelijk, doch in elk geval binnen acht weken door aan Onze Minister. Desgewenst kan het overlegorgaan daarbij ook gezichtspunten van afzonderlijke betrokkenen of organisaties kenbaar maken die resulteren uit het overleg over de betrokken materie in het overlegorgaan.
Vervallen
##### Artikel 15
1. De overlegorganen hebben een secretaris.
1. Het overlegorgaan heeft een secretaris.
2. De secretaris is voor zijn werkzaamheden voor de overlegorganen uitsluitend verantwoording schuldig aan de overlegorganen.
2. De secretaris is voor zijn werkzaamheden voor het overlegorgaan uitsluitend verantwoording schuldig aan het overlegorgaan.
3. Aan de secretaris kunnen andere medewerkers worden toegevoegd.
4. De secretaris en de andere medewerkers zijn geen lid van de overlegorganen en van de deelorganen.
4. De secretaris en de andere medewerkers zijn geen lid van het overlegorgaan.
5. Onze Minister benoemt, bevordert, schorst en ontslaat, na overleg met de voorzitters van de overlegorganen, de secretaris. Onze Minister benoemt, bevordert, schorst en ontslaat, op voordracht van de secretaris, de andere medewerkers.
5. Onze Minister stelt aan, bevordert, schorst en ontslaat, na overleg met de voorzitters van het overlegorgaan, de secretaris. Onze Minister stelt aan, bevordert, schorst en ontslaat, op voordracht van de secretaris, de andere medewerkers.
##### Artikel 16
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen de samenstelling, de inrichting en de werkwijze van de overlegorganen nader worden geregeld.
Vervallen
### HOOFDSTUK 4. SLOTBEPALINGEN
##### Artikel 17
1. Na de inwerkingtreding van deze wet berust het [Besluit advies en overleg verkeer en waterstaat](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005652) op de[artikelen 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008410&artikel=4&z=2012-02-11&g=2012-02-11) en [16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008410&artikel=16&z=2012-02-11&g=2012-02-11) van deze wet.
2. Na de inwerkingtreding van deze wet berust de Regeling aanwijzing betrokkenen overlegorganen verkeer en waterstaat op [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008410&artikel=7&z=2012-02-11&g=2012-02-11) van deze wet.
Vervallen
##### Artikel 18
2012-02-11
Wet overleg fysieke leefomgeving
1997-01-01
Wet overleg fysieke leefomgeving — arts. 1, 1, 2 y 20 más
1997-01-01
Wet overleg fysieke leefomgeving
original version
Tekst op deze datum