Besluit van 15 januari 1997, houdende regels in het belang van de veiligheid, de gezondheid en het welzijn in verband met de arbeid (Arbeidsomstandighedenbesluit)

Type AMvB
Publication 2026-04-09
State In force
Source BWB
artikelen 1317
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
1.

Ladders en trappen worden zodanig geplaatst dat bij gebruik hun stabiliteit altijd is gewaarborgd. In ieder geval worden hiertoe de volgende, zo nodig gecombineerde, maatregelen genomen:

2.

Bij gebruik van ladders en trappen hebben werknemers altijd veilige steun en houvast. In ieder geval worden hiertoe de volgende, zo nodig gecombineerde, maatregelen genomen:

Artikel 7.23b. Specifieke bepalingen betreffende steigers

1.

Wanneer voor de gekozen steiger de sterkte- en stabiliteitsberekening niet beschikbaar is of de overwogen structuurconfiguraties in de berekening niet zijn voorzien, wordt alsnog een sterkte- en stabiliteitsberekening uitgevoerd, tenzij de steiger wordt opgebouwd volgens een algemeen erkende standaardconfiguratie.

2.

Afhankelijk van de complexiteit van de gekozen steiger wordt door een daartoe bevoegde persoon een montage-, demontage- en ombouwschema opgesteld. Dit schema kan de vorm hebben van een algemeen uitvoeringsschema, dat voor specifieke steigers is aangevuld met detailtekeningen.

3.

De ondersteuningen van een steiger worden beveiligd tegen wegglijden, hetzij door bevestiging aan het steunvlak, hetzij door een antislipinrichting of een andere, even doeltreffende oplossing.

4.

Het dragende oppervlak van de ondersteuningen heeft een voldoende capaciteit.

5.

De stabiliteit van de steiger is verzekerd. Ongewilde bewegingen van rolsteigers tijdens werkzaamheden op hoogte worden door een passende voorziening voorkomen.

6.

De afmetingen, de vorm en de ligging van de vloeren van een steiger worden aan de aard van de te verrichten werkzaamheden en aan de te dragen lasten aangepast en zijn zodanig dat veilig verkeer kan plaatsvinden en veilig kan worden gewerkt.

7.

De vloeren van steigers zijn zodanig gemonteerd dat hun onderdelen bij normaal gebruik niet kunnen bewegen. Tussen de onderdelen van de vloeren en de verticale inrichtingen van de collectieve valbeveiligingen komen geen gevaarlijke openingen voor.

8.

Indien bepaalde gedeelten van een steiger niet gebruiksklaar zijn, worden deze gedeelten met inachtneming van afdeling 2 van hoofdstuk 8 gemarkeerd met waarschuwingssignalen en behoorlijk afgebakend door materiële elementen die de toegang tot de gevarenzone beletten.

9.

Steigers worden alleen opgebouwd, afgebroken of ingrijpend veranderd onder leiding van een bevoegde persoon en door werknemers die voor de beoogde werkzaamheden een toereikende en specifieke opleiding hebben ontvangen met betrekking tot de specifieke risico's die in het bijzonder is gericht op:

10.

De persoon die de werkzaamheden leidt en de betrokken werknemers moeten beschikken over het montage-, demontage- en ombouwschema, bedoeld in het tweede lid, met inbegrip van eventuele daarbijbehorende instructies.

Artikel 7.23c. Specifieke bepalingen betreffende het gebruik van toegangs- en positioneringstechnieken met lijnen

1.

Bij het gebruik van toegangs- en positioneringstechnieken met lijnen als bedoeld in artikel 7.23, derde lid, wordt aan de volgende voorwaarden voldaan:

2.

In uitzonderlijke omstandigheden waarin het gebruik van twee lijnen, gezien de risico-inventarisatie en -evaluatie, bedoeld in artikel 5 van de wet, het werk gevaarlijker zou maken, kan het gebruik van één enkele lijn worden toegestaan mits passende maatregelen zijn genomen om de veiligheid te waarborgen.

Afdeling 6. Bijzondere sectoren en bijzondere categorieën werknemers

Afdeling 1. Toepasselijkheid en definitie

Afdeling 5. Aanvullende voorschriften voor bouwplaatsen

§ 3. Thuiswerkers

Hoofdstuk 8. Persoonlijke beschermingsmiddelen en veiligheids- en gezondheidssignalering

Afdeling 3. Arbeidsmiddelen met een besturingssysteem

Afdeling 2. Veiligheids-en gezondheidssignalering

Afdeling 4. Aanvullende voorschriften specifieke arbeidsmiddelen en werkzaamheden

Hoofdstuk 9. Verplichtingen, strafbare feiten, beboetbare feiten, bestuursrechtelijke bepalingen en overgangs- en slotbepalingen

Afdeling 5. Aanvullende voorschriften voor bouwplaatsen

§ 1. Afstemming

§ 2. Arbeidsmiddelen op de bouwplaats

Afdeling 3

Afdeling 5A. Aanvullende voorschriften winningsindustrieën in dagbouw, ondergronds of met behulp van boringen

§ 1. Vervoer

§ 3. Thuiswerkers

§ 1

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 4.53a. Risicoklasse 2A

Indien uit de beoordeling, bedoeld in artikel 4.2, eerste lid, blijkt dat de concentratie van de amfibole asbestvezels actinoliet, amosiet, anthofylliet, tremoliet en crocidoliet in de lucht waaraan werknemers in verband met de arbeid kunnen worden blootgesteld, hoger is dan de grenswaarde, bedoeld in artikel 4.46, tweede lid, is in aanvulling op de paragrafen 3 en 4 tevens deze paragraaf van toepassing.

Afdeling 6. Specifieke gezondheidsschadelijke stoffen

Afdeling 6A. Vluchtige organische stoffen

Afdeling 9. Biologische agentia

Afdeling 7. Vluchtige organische stoffen

§ 1. Definities en toepasselijkheid

Afdeling 9. Biologische agentia

§ 1. Definities en toepasselijkheid

Hoofdstuk 5. Fysieke belasting

§ 1. Vervoer

Hoofdstuk 6. Fysische factoren

Afdeling 2. Verlichting

§ 1. Vervoer

Afdeling 2. Verlichting

§ 1. Algemeen

§ 2. Voorschriften met betrekking tot trillingen

Hoofdstuk 7. Arbeidsmiddelen en specifieke werkzaamheden

Afdeling 4a. Kunstmatige optische straling

Afdeling 5. Werken onder overdruk

Afdeling 6. Bijzondere sectoren en bijzondere categorieën werknemers

Afdeling 4. Aanvullende voorschriften specifieke arbeidsmiddelen en werkzaamheden

§ 2. Justitiële inrichtingen

Afdeling 3. Arbeidsmiddelen met een besturingssysteem

§ 2b. Voorschriften betreffende het gebruik van ter beschikking gestelde arbeidsmiddelen voor tijdelijke werkzaamheden op hoogte

Hoofdstuk 8. Persoonlijke beschermingsmiddelen en veiligheids- en gezondheidssignalering

Afdeling 4. Aanvullende voorschriften specifieke arbeidsmiddelen en werkzaamheden

§ 2. Voorschriften voor mobiele arbeidsmiddelen

Hoofdstuk 9. Verplichtingen, strafbare feiten, beboetbare feiten, bestuursrechtelijke bepalingen en overgangs- en slotbepalingen

Afdeling 1. Persoonlijke beschermingsmiddelen

Afdeling 3

§ 3. Voorschriften bij het laden en lossen van schepen

Afdeling 6. Bijzondere sectoren en bijzondere categorieën werknemers

§ 2. Jeugdige werknemers

§ 2. Vervoer

§ 2. Vrijstelling of ontheffing

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

§ 3. Voorzieningen in noodsituaties

Afdeling 3. Aanvullende voorschriften winningsindustrieën in dagbouw, ondergronds of met behulp van boringen

Afdeling 2. Aanvullende voorschriften bouwplaatsen

Afdeling 3B. Aanvullende voorschriften ondergrondse winningsindustrieën

Afdeling 3. Aanvullende voorschriften winningsindustrieën in dagbouw, ondergronds of met behulp van boringen

Afdeling 3C. Aanvullende voorschriften winningsindustrieën met behulp van boringen

§ 2. Vervoer

§ 4. Jeugdigen

§ 5. Zwangere werknemers en werknemers tijdens de lactatie

Hoofdstuk 4. Gevaarlijke stoffen en biologische agentia

Afdeling 3C. Aanvullende voorschriften winningsindustrieën met behulp van boringen

§ 2. Zorgplicht, maatregelen en nadere voorschriften risico-inventarisatie en -evaluatie

Artikel 4.8c. Grenswaarden

1.

Bij ministeriële regeling worden met betrekking tot in die regeling aangewezen gevaarlijke stoffen waarden voor beroepsmatige blootstelling vastgesteld betreffende de grens, waarboven de concentratie of gemiddelde concentratie van die stoffen in de lucht op de arbeidsplaats waaraan werknemers in verband met de arbeid worden blootgesteld, niet uitgaat.

2.

Bij ministeriële regeling worden met betrekking tot in die regeling aangewezen stoffen biologische waarden vastgesteld betreffende de grens, waarboven de concentratie van die stoffen in het betreffende biologische medium waaraan werknemers in verband met de arbeid worden blootgesteld, niet uitgaat.

3.

Bij overschrijding van een waarde als bedoeld in het eerste of tweede lid, worden, met inachtneming van artikel 4.9, onverwijld doeltreffende maatregelen genomen om de concentratie terug te brengen tot beneden die waarde.

4.

Zolang de maatregelen, bedoeld in het derde lid, nog niet volledig ten uitvoer zijn gelegd of niet tot een doeltreffende bescherming leiden, wordt de arbeid alleen voortgezet, indien doeltreffende maatregelen zijn genomen om schade aan de gezondheid van de werknemers te voorkomen.

§ 5. Zwangere werknemers en werknemers tijdens de lactatie

§ 4. Jeugdigen

§ 3. Grenswaarden, arbeidshygiënische strategie en ventilatie

Afdeling 3

Artikel 4.33

Vervallen

Artikel 4.34

Vervallen

Afdeling 2. Aanvullende voorschriften kankerverwekkende of mutagene stoffen en kankerverwekkende processen

§ 1. Definities en toepasselijkheid

§ 1. Definities en toepasselijkheid

§ 1. Definities en toepasselijkheid

§ 3. Voorschriften voor het werken met asbest en asbesthoudende producten

Artikel 4.61a. Verbod van benzeen en gechloreerde koolwaterstoffen

1.

Het gebruik van benzeen of van een product waarvan het gehalte aan benzeen meer dan 1 volumeprocent bedraagt als oplos-, reinigings- of verdunningsmiddel is niet toegestaan, tenzij zulks geschiedt in een gesloten systeem of op een andere wijze waardoor in tenminste gelijke mate bescherming tegen blootstelling daaraan wordt geboden.

2.

Indien van benzeen of van een product als bedoeld in het eerste lid gebruik wordt gemaakt anders dan als oplos-, reinigings- of verdunningsmiddel, wordt dit zoveel mogelijk uitgevoerd in een gesloten systeem.

3.

Het eerste en het tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van tetrachloorkoolstof, pentachloorethaan en 1,1,2,2,-tetrachloorethaan alsmede ten aanzien van een product waarvan het gehalte aan een van de vorengenoemde stoffen meer dan 1 volumeprocent bedraagt.

Artikel 4.61b. Loodwitverbod

1.

Het is verboden om loodwit, loodsulfaat of producten die een van deze stoffen als bestanddeel bevatten, te gebruiken bij het schilderen van binnenwerk van gebouwen of vaartuigen.

2.

Als stof in de zin van het eerste lid wordt niet beschouwd het loodsulfaat, dat bij de bereiding van chroomaatgeel is medegeprecipiteerd.

3.

Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing op verven waarvan het pigment in de droge stof ten hoogste 2 gewichtsprocenten aan lood bevat.

Afdeling 7. Vluchtige organische stoffen

Afdeling 7. Loodwit

Afdeling 7. Vluchtige organische stoffen

Artikel 4.87a. Voorkomen of beperken van blootstelling

1.

Voor zover uit de resultaten van de beoordeling, bedoeld in artikel 4.85, blijkt dat er risico voor de veiligheid of gezondheid van de werknemers bestaat en dat het in verband met de aard van de arbeid niet uitvoerbaar is om biologische agentia te vervangen door biologische agentia die niet gevaarlijk zijn, worden, voor zover dit technisch uitvoerbaar is, zodanige andere maatregelen genomen dat blootstelling van werknemers aan biologische agentia wordt voorkomen en de risico’s beperkt.

2.

Voor zover de maatregelen, bedoeld in het eerste lid, technisch niet uitvoerbaar zijn, wordt blootstelling van werknemers aan biologische agentia tot een zodanig laag niveau teruggebracht als voor een adequate bescherming van de veiligheid en de gezondheid van de werknemers noodzakelijk is.

3.

Ter uitvoering van het tweede lid worden ten minste de volgende maatregelen genomen:

Artikel 4.87b. Maatregelen ter voorkoming of beperking van blootstelling aan legionellabacteriën bij het in bedrijf nemen en houden van een luchtbevochtigingsinstallatie en een waterinstallatie

1.

Bij het in bedrijf nemen en houden van:

zijn de maatregelen, bedoeld in artikel 4.87a, eerste en tweede lid, ter voorkoming of beperking van de blootstelling aan legionellabacteriën, doeltreffend, indien het water in deze installaties minder dan 100 kolonievormende eenheden legionellabacteriën per liter bevat.

2.

Het nemen en analyseren van monsters ter controle van de aanwezigheid van legionellabacteriën geschiedt overeenkomstig een geschikte genormaliseerde methode.

3.

Dit artikel is niet van toepassing op koeltorens.

§ 1. Definities en toepasselijkheid

§ 4. Arbeidsgezondheidskundig onderzoek

Artikel 4.116. Voorlichting

Vervallen

Hoofdstuk 5. Fysieke belasting

Afdeling 3. Bijzondere sectoren en bijzondere categorieën werknemers

Afdeling 2. Verlichting

Hoofdstuk 7. Arbeidsmiddelen en specifieke werkzaamheden

Afdeling 4. Straling

Afdeling 4b. Elektromagnetische velden

§ 1. Vervoer

§ 3. Jeugdigen

§ 1. Afstemming

Hoofdstuk 8. Persoonlijke beschermingsmiddelen en veiligheids- en gezondheidssignalering

Afdeling 4. Aanvullende voorschriften specifieke arbeidsmiddelen en werkzaamheden

Afdeling 1. Persoonlijke beschermingsmiddelen

Hoofdstuk 8. Persoonlijke beschermingsmiddelen en veiligheids- en gezondheidssignalering

Afdeling 1. Persoonlijke beschermingsmiddelen

Artikel 9.5a. Verplichtingen van degenen bij wie vrijwilligers werkzaam zijn

1.

Degene bij wie vrijwilligers werkzaam zijn is verplicht tot naleving ten aanzien van die vrijwilligers van de voorschriften en verboden die zijn opgenomen in de volgende artikelen:

2.

De persoon, bedoeld in het eerste lid, is ten aanzien van vrijwilligers die jonger zijn dan 18 jaar tevens verplicht tot naleving ten aanzien van die vrijwilligers van de voorschriften en verboden die zijn opgenomen in de artikelen 1.37, eerste lid, eerste zin, en tweede lid, 3.46, 6.27 en 7.39.

3.

De persoon, bedoeld in het eerste lid, is ten aanzien van zwangere vrijwilligers en vrijwilligers tijdens de lactatie tevens verplicht tot naleving ten aanzien van die vrijwilligers van de voorschriften en verboden die zijn opgenomen in de artikelen 1.42, 1.42a, 3.48, 6.29, 6.29a, 6.29b en 6.29c.

§ 1. Vervoer

Afdeling 3

§ 1. Strafbare feiten

§ 2. Overtredingen

§ 3. Thuiswerkers

§ 4. Slotbepalingen

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Afdeling 3. Arbodiensten en deskundigen

Afdeling 5. Bouwproces

Afdeling 6. Winningsindustrieën in dagbouw, ondergronds of met behulp van boringen

Afdeling 8. Bijzondere sectoren en bijzondere categorieën werknemers

§ 1. Vervoer

Hoofdstuk 3. Inrichting arbeidsplaatsen

Afdeling 6A. Winningsindustrieën met behulp van boringen

§ 2b. Voor de gezondheid schadelijke atmosferen

Artikel 3.5g. Gevaar voor verstikking, bedwelming, vergiftiging, brand of explosie

1.

Indien kan worden vermoed dat de atmosfeer op een plaats of in een ruimte in zodanige mate stoffen bevat dat daardoor gevaar bestaat voor verstikking, bedwelming, vergiftiging, brand of explosie, mag de werknemer zich alleen bevinden op die plaats of in die ruimte indien uit onderzoek blijkt dat het gevaar niet aanwezig is.

2.

Indien uit het onderzoek, bedoeld in het eerste lid, blijkt dat gevaar voor verstikking, bedwelming, vergiftiging, brand of explosie aanwezig is, worden doeltreffende maatregelen genomen, zodat de werknemer zich zonder gevaren op die plaats of in die ruimte, bedoeld in het eerste lid, kan bevinden.

3.

Er is in ieder geval sprake van:

4.

Indien het niet mogelijk is om de maatregelen, bedoeld in het tweede lid, te nemen en het noodzakelijk is om zich in de gevaarlijke atmosfeer, bedoeld in het eerste lid, te begeven, dan wordt de werknemer permanent geobserveerd en worden doeltreffende maatregelen genomen om deze werknemer:

Artikel 3.5h. Veiligheid aan, op of in tankschepen

1.

Artikel 3.5g is niet van toepassing op bij ministeriële regeling aangewezen categorieën tankschepen voor wat betreft de volgende werkzaamheden:

2.

De in het eerste lid bedoelde werkzaamheden worden op veilige wijze verricht door of onder toezicht van een persoon die beschikt over voldoende deskundigheid.

3.

Bij ministeriële regeling worden werkzaamheden aangewezen, die uitsluitend worden verricht, indien een gasdeskundige vooraf de gevaren voor de veiligheid en gezondheid van de werknemers heeft beoordeeld en een verklaring heeft afgegeven die voldoet aan een bij ministeriële regeling vast te stellen model.

4.

Een gasdeskundige als bedoeld in het derde lid is in het bezit van een certificaat van vakbekwaamheid gasdeskundige, dat is afgegeven door Onze Minister of een certificerende instelling.

5.

Het certificaat van vakbekwaamheid gasdeskundige of een afschrift daarvan is op de arbeidsplaats aanwezig en wordt desgevraagd getoond aan de toezichthouder.

6.

Ten aanzien van de werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, worden bij ministeriële regeling nadere regels gesteld.

Artikel 4.1b. Zorgplicht van de werkgever

1.

In alle gevallen waarin werknemers worden of kunnen worden blootgesteld aan gevaarlijke stoffen, zorgt de werkgever voor een doeltreffende bescherming van de gezondheid en veiligheid van de werknemer.

2.

Aan het bepaalde in het eerste lid wordt voldaan indien:

Artikel 4.1c. Beperken van blootstelling; algemene preventieve maatregelen

1.

In alle gevallen waarin arbeid wordt verricht waarbij werknemers worden of kunnen worden blootgesteld aan gevaarlijke stoffen, wordt, in het kader van artikel 3 van de wet, de blootstelling van werknemers aan gevaarlijke stoffen voorkomen of geminimaliseerd door:

2.

De maatregelen, bedoeld in het eerste lid, zijn in overeenstemming met de stand van de wetenschap en techniek.

§ 4. Jeugdigen

§ 2. Vervoer

§ 2. Vervoer

§ 6. Bijzondere bepalingen inzake voorlichting en onderricht

§ 3. Justitiële inrichtingen

§ 2. Zorgplicht, maatregelen en nadere voorschriften risico-inventarisatie en -evaluatie

Artikel 4.32

Vervallen

Artikel 4.33

Vervallen

§ 2. Schriftelijke beoordeling en vastlegging van gegevens

§ 2. Verbodsbepalingen

Afdeling 6. Specifieke gezondheidsschadelijke stoffen

Afdeling 7. Vluchtige organische stoffen

Artikel 7.23d. Toepassing werkbakken en werkplatforms

1.

In dit artikel wordt verstaan onder:

2.

Artikel 7.18, vierde lid, is niet van toepassing op arbeid verricht door personen vanuit een werkbak die of een werkplatform dat is gekoppeld aan een hijswerktuig, indien vanuit de werkbak of het werkplatform werkzaamheden worden verricht op plaatsen die moeilijk bereikbaar zijn en waarbij geen andere meer geëigende arbeidsmiddelen of werkmethoden beschikbaar zijn om die plaatsen veilig te bereiken.

3.

Het is verboden aan te vangen met de werkzaamheden, bedoeld in het tweede lid, voordat:

4.

Onverminderd artikel 4.47c worden werkzaamheden waarbij gebruik wordt gemaakt van een werkbak of een werkplatform uiterlijk twee dagen voor aanvang van de werkzaamheden door de werkgever gemeld aan de toezichthouder. De melding bevat ten minste een beknopte beschrijving van:

5.

Bij ministeriele regeling kan worden bepaald in welke bijzondere spoedeisende situaties de melding, in afwijking van het vierde lid, op een ander tijdstip kan plaatsvinden.

6.

De op grond van het vierde lid gemelde gegevens kunnen worden ingezien door de ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging, of bij het ontbreken daarvan, door de belanghebbende werknemers.

7.

Bij toepassing van het tweede lid worden uitsluitend werkbakken of werkplatforms gebruikt waarbij de volle belasting van de werkbak of het werkplatform en het bijbehorend hijsgereedschap niet meer bedraagt dan 25% van de maximale werklast van de hijskraan, tenzij er een technische voorziening is getroffen die de werklast begrenst op 50% of minder van de maximale werklast die met de hijskraan kan worden gehesen.

8.

Bij toepassing van het tweede lid is de bedieningsplaats van het hijswerktuig permanent bemenst.

9.

Bij toepassing van het tweede lid wordt de werkbak of het werkplatform op hoogte niet verlaten door de personen die zich daarop bevinden en niet betreden door de personen die zich buiten de werkbak of het werkplatform bevinden.

10.

Bij toepassing van het tweede lid geldt ten aanzien van de hijskraan die in combinatie met een werkbak of werkplatform wordt gebruikt, dat:

11.

Bij toepassing van het tweede lid geldt ten aanzien van de betrokken personen dat:

Afdeling 6. Bijzondere sectoren en bijzondere categorieën werknemers

Afdeling 5A. Aanvullende voorschriften winningsindustrieën in dagbouw, ondergronds of met behulp van boringen

§ 1. Bestuursdwang

§ 1. Afstemming

§ 2. Jeugdige werknemers

Afdeling 6. Bijzondere sectoren en bijzondere categorieën werknemers

§ 2. Vervoer

§ 2. Vervoer

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 9.5b. Verplichting van degene die arbeid verricht of doet verrichten in de territoriale zee of de exclusieve economische zone

1.

Degene die arbeid verricht of doet verrichten in de territoriale zee of in de exclusieve economische zone is verplicht de toezichthouder bij de uitoefening van zijn bevoegdheden te vervoeren naar door de toezichthouder aan te duiden plaatsen waar deze arbeid wordt verricht, mits dat vervoer plaatsvindt tussen 07.00 en 20.00 uur.

2.

Indien sprake is van arbeidsongevallen die leiden tot de dood, een blijvend letsel of een ziekenhuisopname of bij het verrichten van arbeid ernstig gevaar kan ontstaan voor de veiligheid of de gezondheid van werknemers of zelfstandigen vindt het vervoer op aanwijzing van de daartoe aangewezen toezichthouder plaats tussen 00.00 uur en 24.00 uur.

Afdeling 5. Aanvullende voorschriften voor bouwplaatsen

Afdeling 3

§ 3. Thuiswerkers

§ 1

§ 1

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 1.5f. Verzoek tot afgifte van een certificaat

1.

Een certificaat als bedoeld in artikel 20, eerste lid, van de wet, wordt door Onze Minister of, indien Onze Minister een certificerende instelling heeft aangewezen, deze instelling, op verzoek afgegeven indien is voldaan aan de bij of krachtens dit besluit met betrekking tot het certificaat gestelde eisen.

2.

Bij ministeriële regeling kunnen, zo nodig uitgesplitst naar werkveld, nadere regels worden gesteld met betrekking tot het afgeven van een certificaat als bedoeld in het eerste lid en de eisen waaraan voldaan moet worden om het certificaat te behouden.

3.

De kosten van het afgeven van een certificaat zijn voor rekening van de verzoeker tot afgifte van het certificaat.

Afdeling 2. Samenwerking, overleg en ontslag- en benadelingsbescherming

Afdeling 3. Onderwijs

Afdeling 4. Burgerlijke openbare dienst

Afdeling 2. Samenwerking, overleg en ontslag- en benadelingsbescherming

Afdeling 5. Vervoer

Afdeling 7. Defensie

Afdeling 8. Jeugdigen

Afdeling 7. Defensie

Afdeling 9. Zwangere werknemers en werknemers tijdens de lactatie

Hoofdstuk 2. Arbozorg en organisatie van de arbeid

Afdeling 10. Plaatsonafhankelijke arbeid

Afdeling 10. Plaatsonafhankelijke arbeid

§ 1. Definities

§ 2. Arbodiensten en deskundigen

Afdeling 3. Arbodiensten en deskundigen

Afdeling 6A. Winningsindustrieën met behulp van boringen

Afdeling 6. Winningsindustrieën in dagbouw, ondergronds of met behulp van boringen

§ 1. Vervoer

Hoofdstuk 3. Inrichting arbeidsplaatsen

Afdeling 1. Algemene voorschriften

§ 2. Thuiswerkers

§ 2. Algemene verplichtingen van de werkgever

§ 2. Thuiswerkers

§ 1. Vervoer

Afdeling 1. Gevaarlijke stoffen

§ 1. Definities en toepasselijkheid

Afdeling 3

Artikel 4.34

Vervallen

Afdeling 3

Afdeling 3

§ 5. Arbeidsgezondheidskundig onderzoek

Afdeling 8. Fosforlucifers

Afdeling 1. Fysieke belasting

§ 2. Thuiswerkers

Hoofdstuk 6. Fysische factoren

Afdeling 10. Bijzondere sectoren en bijzondere categorieën werknemers

§ 2b. Voorschriften betreffende het gebruik van ter beschikking gestelde arbeidsmiddelen voor tijdelijke werkzaamheden op hoogte

Hoofdstuk 8. Persoonlijke beschermingsmiddelen en veiligheids- en gezondheidssignalering

Afdeling 3. Arbeidsmiddelen met een besturingssysteem

§ 1. Afstemming

Hoofdstuk 9. Verplichtingen, strafbare feiten, overtredingen, bestuursrechtelijke bepalingen en overgangs- en slotbepalingen

Afdeling 2. Veiligheids-en gezondheidssignalering

Afdeling 2. Veiligheids-en gezondheidssignalering

Afdeling 5. Aanvullende voorschriften voor bouwplaatsen

Afdeling 6. Bijzondere sectoren en bijzondere categorieën werknemers

§ 2. Jeugdige werknemers

§ 3. Thuiswerkers

§ 3. Thuiswerkers

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 6.12a. Definities

In deze afdeling wordt verstaan onder:

Artikel 6.12b. Toepassingsgebied

Deze afdeling is van toepassing op arbeid waarbij de werknemer wordt of kan worden blootgesteld aan kunstmatige optische straling in zodanig mate dat dit een gevaar voor de gezondheid en veiligheid kan opleveren door het optreden van negatieve effecten op de ogen of de huid.

Artikel 6.12c. Grenswaarden voor blootstelling

Bij de uitvoering van de voorschriften van deze afdeling gelden de volgende grenswaarden:

Artikel 6.12d. Nadere voorschriften risico-inventarisatie en -evaluatie, beoordelen, meten en berekenen

1.

In het kader van de risico-inventarisatie en -evaluatie, bedoeld in artikel 5 van de wet, worden de niveaus van de optische straling waaraan de werknemers waarschijnlijk zullen worden blootgesteld, beoordeeld en, indien nodig, gemeten of berekend.

2.

De beoordeling, meting of berekening, bedoeld in het eerste lid, geschieden volgens de normen van de Internationale Elektrotechnische Commissie met betrekking tot laserstraling en de aanbevelingen van de Internationale Commissie voor Verlichtingskunde en de Europese Commissie voor Normalisatie met betrekking tot incoherente straling.

3.

In blootstellingssituaties die niet door de normen en de aanbevelingen, bedoeld in het tweede lid, worden bestreken, geschiedt de beoordeling, meting of berekening overeenkomstig de bij ministeriële regeling aan te wijzen normen met een wetenschappelijke grondslag.

4.

In de blootstellingssituaties, bedoeld in het tweede en derde lid, mag bij de beoordeling rekening worden gehouden met door de producent van de arbeidsmiddelen opgegeven informatie, wanneer die arbeidsmiddelen onder een toepasselijke communautaire richtlijn vallen.

5.

De beoordeling, meting en berekening, bedoeld in het eerste lid, worden op zorgvuldige wijze gepland en met passende frequentie uitgevoerd door de deskundigen, bedoeld in artikel 13 van de wet, of de deskundigen of arbodiensten, bedoeld in de artikelen 14 en 14a van de wet, en in ieder geval opnieuw uitgevoerd, indien de omstandigheden zijn gewijzigd of wanneer de resultaten van het arbeidsgezondheidskundig onderzoek, bedoeld in artikel 6.12g, dit nodig maken.

6.

De resultaten van de op grond van dit artikel uitgevoerde beoordelingen, metingen en berekeningen worden in passende vorm geregistreerd en bewaard, zodat latere raadpleging mogelijk is.

7.

De ondernemingsraad of de personeelsvertegenwoordiging of, bij het ontbreken daarvan, de belanghebbende werknemers wordt de gelegenheid gegeven een oordeel kenbaar te maken over de wijze van beoordeling, meting en berekening, bedoeld in het eerste lid.

8.

De resultaten, bedoeld in het zesde lid, worden voorzien van een toelichting, ter kennis gebracht van de ondernemingsraad of de personeelsvertegenwoordiging of, bij het ontbreken daarvan, de belanghebbende werknemers.

9.

Bij de risico-inventarisatie en -evaluatie, bedoeld in artikel 5 van de wet, wordt in ieder geval aandacht besteed aan:

10.

De risico-inventarisatie en -evaluatie, bedoeld in het eerste lid, wordt adequaat gedocumenteerd en vermeldt de ingevolge de artikelen 6.12e en 6.12f genomen maatregelen.

Artikel 6.12e. Maatregelen ter voorkoming of beperking van de blootstelling

1.

Er worden zodanige technische of organisatorische maatregelen genomen dat de risico’s van blootstelling aan kunstmatige optische straling worden weggenomen of tot een minimum beperkt, waarbij rekening wordt gehouden met de technische vooruitgang en de mogelijkheid om maatregelen te nemen om het risico aan de bron te beheersen.

2.

Indien uit de beoordeling of berekening, bedoeld in artikel 6.12d, eerste lid,blijkt dat het op enigerlei wijze mogelijk is dat de grenswaarden overschreden worden, worden in het kader van het plan van aanpak, bedoeld in artikel 5 van de wet, technische of organisatorische maatregelen vastgesteld en uitgevoerd om overschrijding van de grenswaarden te voorkomen, met inachtneming van in ieder geval:

3.

Arbeidsplaatsen waar werknemers worden of kunnen worden blootgesteld aan niveaus van optische straling uit kunstmatige bronnen die de grenswaarden overschrijden, worden duidelijk aangegeven door middel van passende signaleringen. Indien dit technisch uitvoerbaar is en indien het risico bestaat dat de grenswaarden worden overschreden, worden de arbeidsplaatsen afgebakend en wordt de toegang ertoe beperkt.

4.

Werknemers worden niet blootgesteld aan kunstmatige optische straling boven de grenswaarden. Indien de grenswaarden toch worden overschreden:

5.

De maatregelen, bedoeld in het eerste tot en met het vierde lid, worden afgestemd op de behoeften van werknemers die tot een bijzonder gevoelige risicogroep behoren.

6.

De ondernemingsraad of de personeelsvertegenwoordiging of, bij het ontbreken daarvan, de belanghebbende werknemers wordt de gelegenheid gegeven een oordeel kenbaar te maken over de maatregelen die worden genomen ingevolge dit artikel.

Artikel 6.12f. Voorlichting en onderricht

1.

Aan werknemers die worden blootgesteld aan risico’s in verband met kunstmatige optische straling, wordt alle in verband met de resultaten van de beoordeling, meting of berekening, bedoeld in artikel 6.12d, eerste lid, noodzakelijke voorlichting en onderricht gegeven.

2.

In ieder geval wordt voorlichting en onderricht gegeven over:

Artikel 6.12g. Arbeidsgezondheidskundig onderzoek

1.

Indien een werknemer is blootgesteld aan optische straling boven de grenswaarden wordt hij, in aanvulling op artikel 18 van de wet, in de gelegenheid gesteld om een arbeidsgezondheidskundig onderzoek te ondergaan. Dit onderzoek wordt ook aangeboden wanneer wordt geconstateerd dat de werknemer aan een herkenbare ziekte lijdt of schadelijke effecten voor zijn gezondheid ondervindt die door een deskundige persoon als bedoeld in artikel 2.14a, tweede lid, of een arbodienst worden aangemerkt als het resultaat van blootstelling aan kunstmatige optische straling op het werk.

In beide gevallen, wanneer de grenswaarden worden overschreden of schadelijke gevolgen voor de gezondheid, met inbegrip van ziekte, worden vastgesteld:

2.

Van iedere werknemer die een arbeidsgezondheidskundig onderzoek als bedoeld in het eerste lid heeft ondergaan, wordt een individueel medisch dossier opgesteld, dat regelmatig wordt bijgewerkt. De medische dossiers bevatten een samenvatting van de resultaten van het uitgevoerde arbeidsgezondheidskundig onderzoek. De medische dossiers worden in geschikte vorm bewaard, zodat zij later kunnen worden geraadpleegd.

3.

De werkgever neemt passende maatregelen om te waarborgen dat de deskundige persoon, bedoeld in artikel 2.14a, tweede lid, of de arbodienst toegang heeft tot de resultaten van de beoordeling, meting of berekening, bedoeld in artikel 6.12d, eerste lid.

4.

Iedere werknemer heeft recht op inzage in en afschrift van de hem betreffende resultaten.

§ 1. Algemeen

Hoofdstuk 7. Arbeidsmiddelen en specifieke werkzaamheden

Afdeling 4b. Elektromagnetische velden

§ 2. Justitiële inrichtingen

Afdeling 2. Algemene voorschriften

§ 1. Afstemming

Hoofdstuk 8. Persoonlijke beschermingsmiddelen en veiligheids- en gezondheidssignalering

Afdeling 3

Afdeling 3

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)