Besluit van 15 januari 1997, houdende regels in het belang van de veiligheid, de gezondheid en het welzijn in verband met de arbeid (Arbeidsomstandighedenbesluit)
- c. het opstellen en schriftelijk vastleggen van de beschrijving, bedoeld in artikel 2.5, tweede lid, aanhef en onder b;
- d. het opstellen en implementeren van het veiligheidsbeheerssysteem, bedoeld in artikel 2.5a;
- e. het opstellen en schriftelijk vastleggen van het intern noodplan, bedoeld in artikel 2.5b, eerste lid, waaronder begrepen het toetsen ervan; en
- f. het doorvoeren van de wijzigingen, bedoeld in artikel 2.5c, waaronder begrepen, voor zover van toepassing, het toetsen ervan.
Onder de bijstand bij de taken, bedoeld in het eerste lid, wordt mede begrepen het adviseren over de uitvoering ervan.
Artikel 2.5e. In het bedrijf of inrichting werkzame andere werkgevers en zelfstandigen
De werkgever, die het bedrijf of inrichting, bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, of 2.4, eerste lid, exploiteert, de werkgever, niet zijnde werkgever die het bedrijf of inrichting, bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, of 2.4, eerste lid, exploiteert, wiens werknemers in het bedrijf of de inrichting werkzaam zijn, en de in het bedrijf of de inrichting werkzame zelfstandige en werkgever die de arbeid zelf verricht, geven onverminderd hun eigen verantwoordelijkheid gezamenlijk en in overleg uitvoering aan het bepaalde bij of krachtens deze afdeling met betrekking tot de bescherming van de veiligheid en gezondheid van de in het bedrijf of de inrichting werkzame werknemers, zelfstandige en werkgever die de arbeid zelf verricht.
Artikel 2.5f. Naburige bedrijven of inrichtingen
Indien een zwaar ongeval gevolgen kan hebben voor de veiligheid of gezondheid van werknemers in naburige bedrijven of inrichtingen, verstrekt de werkgever uit eigen beweging aan de betreffende bedrijven of inrichtingen op passende wijze algemene gegevens die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van het risico voor de veiligheid of gezondheid van de werknemers in het naburige bedrijf of inrichting.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het eerste lid.
Artikel 2.5g. Bedrijven of inrichtingen op bedrijventerrein
Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder bedrijventerrein: een ruimtelijk aaneengesloten of functioneel verbonden terrein dat bestemd en geschikt is voor gebruik door vestigingen ten behoeve van handel, nijverheid, commerciële en niet-commerciële dienstverlening en industrie.
Indien zich meer bedrijven of inrichtingen, waarop deze afdeling van toepassing is, op hetzelfde bedrijventerrein bevinden, wisselen de daarvoor verantwoordelijke werkgevers gegevens uit die noodzakelijk zijn om rekening te kunnen houden met de aard en omvang van het risico van een zwaar ongeval, ten behoeve van het beleid voor zware ongevallen, het veiligheidsbeheerssysteem en het intern noodplan.
De werkgevers, bedoeld in het tweede lid, werken samen met het oog op de voorlichting aan naburige bedrijven en inrichtingen, indien zij dat niet reeds ter voldoening aan artikel 2.5f doen, en het publiek.
Bij ministeriele regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het tweede en derde lid.
Artikel 2.5h. Melding aan toezichthouder algemeen
De werkgever, op wiens bedrijf of inrichting deze afdeling van toepassing is, meldt dit zo spoedig mogelijk aan de toezichthouder onder verstrekking van de volgende gegevens:
- a. de statutaire naam, het door de Kamer van Koophandel toegekende uniek nummer en vestigingsnummer aan een onderneming of maatschappelijke activiteit in het handelsregister, bedoeld in artikel 2 van de Handelsregisterwet en het volledige adres van de werkgever en, indien deze anders zijn, de naam en het adres van het bedrijf of de inrichting waarop de afdeling van toepassing is;
- b. de naam en functie van de met de feitelijke leiding van het bedrijf of de inrichting belaste persoon;
- c. de naam van de deskundige die medewerking verleent bij de taken, bedoeld in artikel 2.5d, eerste lid;
- d. de installatie of installaties en de locatie waar deze zich bevindt of bevinden;
- e. de informatie die nodig is om de gevaarlijke stoffen en categorie van stoffen die in het bedrijf of de inrichting aanwezig zijn of kunnen zijn, te identificeren;
- f. een lijst met de hoeveelheden, aard en fysische vorm van de gevaarlijke stoffen, die voorkomen in het bedrijf of de inrichting en die zijn vermeld op de lijst, bedoeld in artikel 2.3, eerste lid;
- g. de activiteiten die in het bedrijf of de inrichting worden uitgeoefend; en
- h. informatie over de onmiddellijke omgeving van het bedrijf of de inrichting en de factoren die een zwaar ongeval kunnen veroorzaken of de gevolgen ervan ernstiger kunnen maken.
De werkgever doet zo spoedig mogelijk een nieuwe melding als bedoeld in het eerste lid:
- a. in geval van wijziging van een gegeven, genoemd in het eerste lid;
- b. indien in het bedrijf of de inrichting of een onderdeel daarvan of in de werking van het bedrijf of de inrichting of een onderdeel daarvan een verandering van technische of organisatorische aard wordt aangebracht die voor de risico's van zware ongevallen met gevaarlijke stoffen belangrijke gevolgen kan hebben;
- c. indien hij van oordeel is dat deze afdeling niet meer van toepassing is op het bedrijf of de inrichting; of
- d. in geval van definitieve sluiting van het bedrijf of de inrichting of de ontmanteling ervan.
In geval van een melding als bedoeld in het tweede lid, aanhef en onder c of d, blijft deze afdeling nog dertig dagen na de dag van ontvangst van de melding door de toezichthouder van toepassing op het bedrijf of de inrichting.
Afdeling 1. Elektronische melding
Afdeling 4. Bedrijfshulpverlening
Afdeling 5. Bouwproces
§ 1. Definities en toepasselijkheid
§ 2. Algemene verplichtingen inzake bouwplaatsen en verplichtingen in verband met het ontwerp van een bouwwerk
§ 3. Verplichtingen in verband met de totstandbrenging van een bouwwerk
Afdeling 5. Bouwproces
Afdeling 4. Psychosociale arbeidsbelasting
Afdeling 5. Bouwproces
Afdeling 5. Bouwproces
§ 2. Thuiswerkers
Hoofdstuk 3. Inrichting arbeidsplaatsen
Afdeling 6. Winningsindustrieën in dagbouw, ondergronds of met behulp van boringen
§ 2. Algemene verplichtingen van de werkgever
§ 3. Voorzieningen in noodsituaties
§ 2. Algemene verplichtingen van de werkgever
Afdeling 2. Aanvullende voorschriften bouwplaatsen
Afdeling 2. Aanvullende voorschriften bouwplaatsen
Afdeling 3. Aanvullende voorschriften winningsindustrieën in dagbouw, ondergronds of met behulp van boringen
Afdeling 2. Aanvullende voorschriften bouwplaatsen
Afdeling 3A. Aanvullende voorschriften winningsindustrieën in dagbouw
§ 2. Vervoer
§ 3. Justitiële inrichtingen
Hoofdstuk 4. Gevaarlijke stoffen en biologische agentia
Afdeling 1. Gevaarlijke stoffen
§ 4. Jeugdigen
§ 3. Justitiële inrichtingen
Afdeling 4. Aanvullende voorschriften benzinestations
§ 5. Zwangere werknemers en werknemers tijdens de lactatie
Afdeling 1. Gevaarlijke stoffen
Artikel 4.32
Vervallen
Artikel 4.33
Vervallen
Artikel 4.32
Vervallen
Afdeling 4. Benzeen en gechloreerde koolwaterstoffen
Afdeling 4. Benzeen en gechloreerde koolwaterstoffen
§ 1. Definities en toepasselijkheid
§ 2. Verbodsbepalingen
§ 6. Bijzondere bepalingen inzake crocidoliet en crocidoliethoudende producten
§ 1. Definities en toepasselijkheid
Afdeling 6. Specifieke gezondheidsschadelijke stoffen
Afdeling 4. Benzeen en gechloreerde koolwaterstoffen
Afdeling 4. Benzeen en gechloreerde koolwaterstoffen
Afdeling 6. Specifieke gezondheidsschadelijke stoffen
§ 5. Extra aanvullende voorschriften voor het werken met asbest en asbesthoudende producten
§ 6. Certificatie
§ 7. Bijzondere bepalingen inzake voorlichting en onderricht
§ 5. De ondernemingsraad
§ 1. Definities en toepasselijkheid
§ 7. Bijzondere bepalingen in verband met andere dan microbiologisch diagnostische arbeid in de gezondheidszorg en in de diergeneeskunde
Hoofdstuk 5. Fysieke belasting
§ 2. Risico-inventarisatie en -evaluatie en gevolgen categorie-indeling
Hoofdstuk 5. Fysieke belasting
Afdeling 1. Fysieke belasting
Afdeling 2. Verlichting
Afdeling 10. Bijzondere sectoren en bijzondere categorieën werknemers
§ 5. De ondernemingsraad
§ 2. Jeugdigen
Afdeling 2. Verlichting
Afdeling 10. Bijzondere sectoren en bijzondere categorieën werknemers
Afdeling 2. Verlichting
Afdeling 2. Beeldschermwerk
Afdeling 1. Temperatuur en luchtverversing
§ 3. Thuiswerkers
Hoofdstuk 7. Arbeidsmiddelen en specifieke werkzaamheden
Afdeling 1. Temperatuur en luchtverversing
Afdeling 3. Lawaai
Afdeling 3a. Trillingen
§ 2. Voorschriften met betrekking tot trillingen
§ 2. Voorschriften met betrekking tot trillingen
Afdeling 5. Werken onder overdruk
Afdeling 5. Werken onder overdruk
§ 2b. Voorschriften betreffende het gebruik van ter beschikking gestelde arbeidsmiddelen voor tijdelijke werkzaamheden op hoogte
§ 1. Vervoer
§ 1. Vervoer
Hoofdstuk 8. Persoonlijke beschermingsmiddelen en veiligheids- en gezondheidssignalering
Afdeling 5B. Aanvullende voorschriften winningsindustrieën met behulp van boringen
Afdeling 5B. Aanvullende voorschriften winningsindustrieën met behulp van boringen
Afdeling 4. Bijzondere sectoren en bijzondere categorieën werknemers
§ 4. Zwangere werknemers
§ 5. Thuiswerkers
§ 6. Onderwijs
Hoofdstuk 7. Arbeidsmiddelen en specifieke werkzaamheden
Afdeling 2. Algemene voorschriften
§ 3. Voorschriften bij het laden en lossen van schepen
Afdeling 1. Verplichtingen van werkgever, thuiswerkgever, werknemer, thuiswerker, zelfstandige, meewerkende werkgever, degene bij wie vrijwilligers werkzaam zijn, opdrachtgever, ontwerpende partij, uitvoerende partij en lifteigenaar of -beheerder
§ 2a. Voorschriften voor arbeidsmiddelen voor het hijsen en heffen van lasten of personen
§ 2a. Voorschriften voor arbeidsmiddelen voor het hijsen en heffen van lasten of personen
§ 3. Voorschriften bij het laden en lossen van schepen
§ 1. Afstemming
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Artikel 4.37c. Toepasselijkheid
Deze afdeling is van toepassing op werkzaamheden met betrekking tot asbest of asbesthoudende producten indien de concentratie asbest hoger is dan honderd milligram per kilogram droge stof als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, van het Productenbesluit asbest.
Artikel 4.45a. Aanvullende voorlichting
Aan werknemers die arbeid verrichten waarbij gevaar voor blootstelling aan asbeststof bestaat, wordt doeltreffende voorlichting gegeven over:
- a. mogelijke gevaren voor de gezondheid van blootstelling aan asbeststof; en
- b. de noodzaak van het toezicht op het asbestgehalte in de lucht en de daarvoor geldende grenswaarden.
§ 4. Aanvullende voorschriften voor het werken met asbest en asbesthoudende producten
§ 3. Voorschriften voor het werken met asbest en asbesthoudende producten
Afdeling 6. Specifieke gezondheidsschadelijke stoffen
Afdeling 5. Aanvullende voorschriften asbest
Afdeling 5. Aanvullende voorschriften asbest
Afdeling 6. Specifieke gezondheidsschadelijke stoffen
Afdeling 6. Specifieke gezondheidsschadelijke stoffen
§ 5. Extra aanvullende voorschriften voor het werken met asbest en asbesthoudende producten
§ 1. Definities en toepasselijkheid
§ 7. Bijzondere bepalingen inzake voorlichting en onderricht
§ 3. Maatregelen met betrekking tot de blootstelling
§ 1. Definities en toepasselijkheid
§ 2. Risico-inventarisatie en -evaluatie en gevolgen categorie-indeling
§ 3. Maatregelen met betrekking tot de blootstelling
Hoofdstuk 5. Fysieke belasting
Afdeling 1. Fysieke belasting
Afdeling 8. Fosforlucifers
Afdeling 10. Bijzondere sectoren en bijzondere categorieën werknemers
Hoofdstuk 6. Fysische factoren
Afdeling 1. Fysieke belasting
Afdeling 3. Geluid
§ 8. Speciale maatregelen in laboratoria, ruimten voor proefdieren en industriële procédés
Afdeling 3. Bijzondere sectoren en bijzondere categorieën werknemers
Afdeling 3a. Trillingen
Afdeling 6. Bijzondere sectoren en bijzondere categorieën werknemers
§ 2. Voorschriften met betrekking tot trillingen
§ 3. Thuiswerkers
§ 2. Zwangere werknemers en werknemers tijdens de lactatie
Hoofdstuk 7. Arbeidsmiddelen en specifieke werkzaamheden
Afdeling 3. Lawaai
Afdeling 3a. Trillingen
§ 1. Algemeen
§ 1. Algemeen
Afdeling 5B. Aanvullende voorschriften winningsindustrieën met behulp van boringen
§ 2. Voorschriften voor mobiele arbeidsmiddelen
§ 1. Vervoer
Hoofdstuk 8. Persoonlijke beschermingsmiddelen en veiligheids- en gezondheidssignalering
Afdeling 5A. Aanvullende voorschriften ondergrondse winningsindustrieën
Afdeling 5A. Aanvullende voorschriften winningsindustrieën in dagbouw, ondergronds of met behulp van boringen
Afdeling 2. Algemene voorschriften
§ 6. Onderwijs
Hoofdstuk 7. Arbeidsmiddelen en specifieke werkzaamheden
Afdeling 1. Toepasselijkheid en definitie
Afdeling 2. Algemene voorschriften
§ 2. Voorschriften voor mobiele arbeidsmiddelen
Afdeling 3. Arbeidsmiddelen met een besturingssysteem
§ 2a. Voorschriften voor arbeidsmiddelen voor het hijsen en heffen van lasten of personen
Afdeling 4. Overgangs- en slotbepalingen
§ 2b. Voorschriften betreffende het gebruik van ter beschikking gestelde arbeidsmiddelen voor tijdelijke werkzaamheden op hoogte
§ 2. Overtredingen
§ 2. Arbeidsmiddelen op de bouwplaats
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
§ 1. Definities
§ 2. Arbodiensten en deskundigen
Artikel 2.14a. Taken deskundigen
Bij de taak, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel a, van de wet wordt bijstand verleend door een deskundige die in het bezit is van tenminste een van de certificaten, bedoeld in artikel 2.7, tweede lid, of door een bedrijfsarts als bedoeld in artikel 14, eerste lid, aanhef, van de wet.
Bij de taken, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdelen b en c, van de wet wordt bijstand verleend door een bedrijfsarts als bedoeld in artikel 14, eerste lid, aanhef, van de wet.
Ten aanzien van de deskundigen en bedrijfsartsen zijn de artikelen 2.9, 2.11 en 2.12 van overeenkomstige toepassing.
§ 3. Uitzonderingen
Artikel 2.14b. Uitzondering bijstand risico-inventarisatie en -evaluatie
Bij de toepassing van artikel 14, twaalfde lid, van de wet wordt buiten beschouwing gelaten de tijdsduur van arbeid verricht door een directeur-grootaandeelhouder onderscheidenlijk de persoon van directeur-grootaandeelhouder als bedoeld in de Regeling aanwijzing directeur-grootaandeelhouder.
Het model, bedoeld in artikel 14, twaalfde lid, onderdeel b, onder 1°, van de wet is getoetst door ten minste een deskundige die in het bezit is van een certificaat als bedoeld in artikel 2.7, tweede lid, of door een bedrijfsarts als bedoeld in artikel 14, eerste lid, aanhef, van de wet.
Het instrument, bedoeld in artikel 14, twaalfde lid, onderdeel b, onder 2°, van de wet:
- a. is opgesteld met betrokkenheid van werkgevers- en werknemersverenigingen op ten minste brancheniveau;
- b. is getoetst door ten minste een deskundige die in het bezit is van een certificaat als bedoeld in artikel 2.7, tweede lid, of een bedrijfsarts als bedoeld in artikel 14, eerste lid, aanhef, van de wet;
- c. is door de betrokken werkgevers- en werknemersverenigingen gezamenlijk aangemeld; en
- d. heeft na aanmelding een geldingsduur van ten hoogste drie jaar.
De werkgever houdt bij het gebruikmaken van het model of het instrument rekening met de specifieke omstandigheden in het bedrijf of de inrichting.
Artikel 2.14c. Uitzondering bijstand ziekteverzuim
De verplichting een deskundige of een arbodienst in te schakelen bij de taak, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel b, van de wet geldt niet ten aanzien van de werkgever die uitsluitend:
- a. personen onder zijn gezag arbeid laat verrichten zonder arbeidsovereenkomst of publiekrechtelijke aanstelling;
- b. personen arbeid laat verrichten op incidentele oproep, jegens wie na afloop van de oproep geen loondoorbetalingsplicht bij ziekte op grond van artikel 629 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek bestaat.
Afdeling 4. Psychosociale arbeidsbelasting
Afdeling 5. Bouwproces
§ 1. Definities en toepasselijkheid
§ 2. Algemene verplichtingen inzake bouwplaatsen en verplichtingen in verband met het ontwerp van een bouwwerk
§ 3. Verplichtingen in verband met de totstandbrenging van een bouwwerk
Afdeling 6A. Winningsindustrieën met behulp van boringen
Afdeling 8. Bijzondere sectoren en bijzondere categorieën werknemers
§ 1. Vervoer
Hoofdstuk 3. Inrichting arbeidsplaatsen
Afdeling 6. Winningsindustrieën in dagbouw, ondergronds of met behulp van boringen
§ 2. Algemene verplichtingen van de werkgever
Afdeling 3A. Aanvullende voorschriften winningsindustrieën in dagbouw
Afdeling 3B. Aanvullende voorschriften ondergrondse winningsindustrieën
Afdeling 2. Aanvullende voorschriften bouwplaatsen
Afdeling 3. Aanvullende voorschriften winningsindustrieën in dagbouw, ondergronds of met behulp van boringen
Afdeling 5. Bijzondere sectoren en bijzondere categorieën werknemers
§ 1. Onderwijs
§ 2. Vervoer
§ 5. Zwangere werknemers en werknemers tijdens de lactatie
Hoofdstuk 4. Gevaarlijke stoffen en biologische agentia
§ 1. Onderwijs
Afdeling 1. Gevaarlijke stoffen
§ 2. Vervoer
§ 4. Jeugdigen
§ 1. Definities en toepasselijkheid
§ 2. Zorgplicht, maatregelen en nadere voorschriften risico-inventarisatie en -evaluatie
Artikel 4.32
Vervallen
Artikel 4.33
Vervallen
Artikel 4.32
Vervallen
Afdeling 2. Aanvullende voorschriften kankerverwekkende, mutagene of reprotoxische stoffen en kankerverwekkende of mutagene processen
Afdeling 4. Benzeen en gechloreerde koolwaterstoffen
Afdeling 5. Aanvullende voorschriften asbest
Afdeling 6. Specifieke gezondheidsschadelijke stoffen
Afdeling 8. Fosforlucifers
Afdeling 7. Vluchtige organische stoffen
§ 1. Definities en toepasselijkheid
§ 7. Bijzondere bepalingen inzake voorlichting en onderricht
§ 4. Arbeidsgezondheidskundig onderzoek
§ 2. Risico-inventarisatie en -evaluatie en gevolgen categorie-indeling
Afdeling 7. Vluchtige organische stoffen
Hoofdstuk 5. Fysieke belasting
Afdeling 9. Biologische agentia
Afdeling 10. Bijzondere sectoren en bijzondere categorieën werknemers
§ 5. De ondernemingsraad
§ 4. Arbeidsgezondheidskundig onderzoek
Hoofdstuk 6. Fysische factoren
Afdeling 10. Bijzondere sectoren en bijzondere categorieën werknemers
Afdeling 1. Fysieke belasting
§ 8. Speciale maatregelen in laboratoria, ruimten voor proefdieren en industriële procédés
Afdeling 3. Lawaai
Afdeling 1. Fysieke belasting
Afdeling 2. Beeldschermwerk
§ 1. Vervoer
§ 2. Justitiële inrichtingen
§ 1. Vervoer
§ 3. Thuiswerkers
§ 6. Onderwijs
Hoofdstuk 6. Fysische factoren
§ 3. Jeugdigen
§ 2. Verplichtingen
Afdeling 5. Werken onder overdruk
§ 5. Thuiswerkers
§ 6. Onderwijs
Afdeling 5A. Aanvullende voorschriften ondergrondse winningsindustrieën
§ 3. Jeugdigen
§ 2. Justitiële inrichtingen
Hoofdstuk 8. Persoonlijke beschermingsmiddelen en veiligheids- en gezondheidssignalering
Afdeling 1. Toepasselijkheid en definitie
Afdeling 3
Hoofdstuk 7. Arbeidsmiddelen en specifieke werkzaamheden
Afdeling 1. Toepasselijkheid en definitie
§ 1. Afstemming
Afdeling 4. Aanvullende voorschriften specifieke arbeidsmiddelen en werkzaamheden
§ 2. Voorschriften voor mobiele arbeidsmiddelen
Afdeling 5. Aanvullende voorschriften voor bouwplaatsen
§ 2b. Voorschriften betreffende het gebruik van ter beschikking gestelde arbeidsmiddelen voor tijdelijke werkzaamheden op hoogte
§ 3. Voorschriften bij het laden en lossen van schepen
§ 2. Arbeidsmiddelen op de bouwplaats
§ 2. Eis tot naleving
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Artikel 6.11a. Definities, grenswaarden en actiewaarden
In deze afdeling wordt verstaan onder:
- a. richtlijn: richtlijn nr. 2002/44/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 25 juni 2002 betreffende de minimumvoorschriften inzake gezondheid en veiligheid met betrekking tot de blootstelling van werknemers aan de risico’s van fysische agentia (trillingen) (PbEG 2002, L 177);
- b. hand-armtrillingen: mechanische trillingen die, wanneer zij op het hand-armsysteem van de mens worden overgebracht, risico's voor de gezondheid en veiligheid van de werknemers inhouden, met name vaat-, bot- of gewrichts-, zenuw- of spieraandoeningen;
- c. lichaamstrillingen: mechanische trillingen die, wanneer zij op het lichaam in zijn geheel worden overgebracht, risico's voor de gezondheid en veiligheid van de werknemers inhouden, met name aandoeningen van de lage rug en beschadigingen van de wervelkolom.
Voor de hand-armtrillingen wordt:
- a. de grenswaarde voor dagelijkse blootstelling, herleid tot een standaardreferentieperiode van acht uur, vastgesteld op 5m/s2;
- b. de actiewaarde voor dagelijkse blootstelling, herleid tot een standaardreferentieperiode van acht uur, vastgesteld op 2,5m/s2.
Voor lichaamstrillingen wordt:
- a. de grenswaarde voor dagelijkse blootstelling, herleid tot een standaardreferentieperiode van acht uur, vastgesteld op 1,15 m/s2;
- b. de actiewaarde voor dagelijkse blootstelling, herleid tot een standaardreferentieperiode van acht uur, vastgesteld op 0,5 m/s2.
§ 3. Zwangere werknemers en werknemers tijdens de lactatie
Artikel 6.11b. Nadere voorschriften risico-inventarisatie en -evaluatie, beoordelen en meten
In het kader van de risico-inventarisatie en -evaluatie, bedoeld in artikel 5 van de wet, worden de niveaus van de mechanische trillingen waaraan de werknemer wordt blootgesteld, beoordeeld en indien nodig gemeten.
De beoordeling en de meting worden op zorgvuldige wijze gepland en met passende tussenpozen uitgevoerd.
De beoordeling en de meting vinden plaats voor hand-armtrillingen overeenkomstig de punten 1 en 2 van deel A en voor lichaamstrillingen overeenkomstig de punten 1 en 2 van deel B van de bijlage bij de richtlijn.
De resultaten van de meting worden in een passende vorm bewaard zodat latere raadpleging mogelijk is.
Bij de beoordeling worden in ieder geval de volgende aspecten betrokken:
- a. het niveau, de aard en de duur van de blootstelling, met inbegrip van eventuele blootstelling aan periodieke trillingen of herhaalde schokken;
- b. de vastgelegde grenswaarden en actiewaarden voor de blootstelling, bedoeld in artikel 6.11a, tweede en derde lid;
- c. mogelijke gevolgen voor de gezondheid en veiligheid van werknemers met een verhoogd risico;
- d. mogelijke indirecte gevolgen voor de veiligheid van werknemers die worden veroorzaakt door de wisselwerking tussen mechanische trillingen en de arbeidsplaats of andere arbeidsmiddelen;
- e. de informatie die door fabrikanten van de arbeidsmiddelen is verstrekt;
- f. het bestaan van vervangend materieel dat ontworpen is om de niveaus van blootstelling aan mechanische trillingen te verminderen;
- g. voortzetting van de blootstelling aan lichaamstrillingen buiten normale werktijd onder verantwoordelijkheid van de werkgever;
- h. bijzondere arbeidsomstandigheden, zoals het werken bij lage temperaturen;
- i. door de arbeidsgezondheidskundige onderzoeken, bedoeld in artikel 6.11e, verkregen relevante informatie, met inbegrip van gepubliceerde informatie, voorzover dat mogelijk is.
De beoordeling wordt regelmatig herzien, in ieder geval indien gewijzigde omstandigheden of resultaten van de arbeidsgezondheidskundige onderzoeken, bedoeld artikel 6.11e, hiertoe aanleiding geven.
Artikel 6.11c. Voorkomen of beperken van schadelijke trillingen
Indien de actiewaarden, bedoeld in artikel 6.11a, tweede lid, onderdeel b, en derde lid, onderdeel b, worden of kunnen worden overschreden, wordt, met inachtneming van artikel 3, eerste lid, onderdeel b, van de wet in de risico-inventarisatie en -evaluatie, bedoeld in artikel 5 van de wet, en in het daarbij behorende plan van aanpak aandacht besteed aan:
- a. alternatieve werkmethoden die de noodzaak van blootstelling aan mechanische trillingen verminderen;
- b. de keuze van de juiste arbeidsmiddelen, ergonomisch goed ontworpen en zo weinig mogelijk trillingen veroorzakend, rekening houdend met het te verrichten werk;
- c. de verstrekking van hulpmiddelen om het risico van gezondheidsschade ten gevolge van trillingen te voorkomen;
- d. passende onderhoudsprogramma's voor de arbeidsmiddelen, de arbeidsplaats en de systemen op de arbeidsplaats;
- e. het ontwerp en de indeling van de arbeidsplaats;
- f. een adequate voorlichting en opleiding van de werknemers, opdat zij de arbeidsmiddelen veilig en juist gebruiken, zodanig dat de blootstelling aan mechanische trillingen zo gering mogelijk is;
- g. beperking van de duur en intensiteit van de blootstelling;
- h. passende werkschema's met voldoende rustpauzes;
- i. het verschaffen van kleding die de blootgestelde werknemers beschermt tegen kou en vocht.
Werknemers worden niet blootgesteld aan trillingen boven de grenswaarde voor blootstelling, bedoeld in artikel 6.11a, tweede lid, onderdeel a, en derde lid, onderdeel a.
Indien de grenswaarde toch wordt overschreden:
- a. worden onverwijld maatregelen getroffen om de blootstelling terug te brengen tot onder de grenswaarde voor blootstelling;
- b. wordt de oorzaak van de overschrijding van de grenswaarde onderzocht;
- c. worden de beschermings- en preventiemaatregelen aangepast om te voorkomen dat de grenswaarde opnieuw wordt overschreden.
De werkgever stemt de maatregelen af op de behoeften van werknemers met een verhoogd risico.
Artikel 6.11d. Voorlichting en onderricht
Aan werknemers die aan risico’s in verband met mechanische trillingen op het werk worden blootgesteld, worden doeltreffende voorlichting en doeltreffend onderricht gegeven over:
- a. maatregelen die zijn genomen om de risico's in verband met mechanische trillingen weg te nemen of tot een minimum te beperken;
- b. de grenswaarden en actiewaarden voor blootstelling;
- c. de resultaten van de overeenkomstig artikel 6.11b verrichte beoordelingen en metingen van mechanische trillingen en de gezondheidsschade die de gebruikte arbeidsmiddelen kunnen veroorzaken;
- d. het nut van en de methode voor het opsporen en melden van symptomen van gezondheidsschade;
- e. de omstandigheden waarin werknemers recht hebben op arbeidsgezondheidskundig onderzoek;
- f. veilige werkmethoden om de blootstelling aan mechanische trillingen tot een minimum te beperken.
Artikel 6.11e. Arbeidsgezondheidskundig onderzoek inzake trillingen
Iedere werknemer die voor de eerste keer wordt belast met werkzaamheden die blijkens de beoordeling, bedoeld in artikel 6.11b, eerste lid, gevaren kunnen opleveren voor de veiligheid of gezondheid, wordt in aanvulling op artikel 18 van de wet, in de gelegenheid gesteld om vóór de aanvang van de werkzaamheden een arbeidsgezondheidskundig onderzoek te ondergaan.
Indien bij een werknemer een aandoening wordt geconstateerd die het gevolg zou kunnen zijn van blootstelling aan mechanische trillingen, worden werknemers, die op soortgelijke wijze zijn blootgesteld aan mechanische trillingen, tussentijds in de gelegenheid gesteld een arbeidsgezondheidskundig onderzoek te ondergaan.
Op verzoek van de werkgever of de betrokken werknemer wordt het arbeidsgezondheidskundig onderzoek opnieuw uitgevoerd. De resultaten van het hernieuwde onderzoek treden in de plaats van het daaraan voorafgaande.
Wanneer bij een werknemer als gevolg van blootstelling aan mechanische trillingen een aantoonbare ziekte of een schadelijke invloed op de gezondheid is vastgesteld, wordt hij door de deskundige persoon, bedoeld in artikel 2.14a, tweede lid, of de arbodienst, geïnformeerd over de wijze waarop hij na beëindiging van de blootstelling in de gelegenheid wordt gesteld een arbeidsgezondheidskundig onderzoek te ondergaan.
Afdeling 1. Fysieke belasting
Afdeling 1. Temperatuur en luchtverversing
§ 3. Thuiswerkers
§ 1. Vervoer
§ 1. Algemeen
Hoofdstuk 7. Arbeidsmiddelen en specifieke werkzaamheden
Afdeling 3a. Trillingen
Afdeling 4a. Kunstmatige optische straling
Afdeling 4a. Kunstmatige optische straling
§ 6. Onderwijs
Afdeling 5B. Aanvullende voorschriften winningsindustrieën met behulp van boringen
§ 3. Jeugdigen
Hoofdstuk 7. Arbeidsmiddelen en specifieke werkzaamheden
Afdeling 2. Algemene voorschriften
§ 3. Voorschriften bij het laden en lossen van schepen
Hoofdstuk 9. Verplichtingen, strafbare feiten, beboetbare feiten, bestuursrechtelijke bepalingen en overgangs- en slotbepalingen
Afdeling 4. Aanvullende voorschriften specifieke arbeidsmiddelen en werkzaamheden
§ 2. Voorschriften voor mobiele arbeidsmiddelen
§ 1. Afstemming
Afdeling 5. Aanvullende voorschriften voor bouwplaatsen
§ 2. Voorschriften voor mobiele arbeidsmiddelen
Artikel 9.17a. Ontheffing voorschriften met betrekking tot trillingen
Ontheffing van artikel 6.11c, tweede lid, kan uitsluitend worden verleend indien:
- a. de blootstelling gewoonlijk onder de actiewaarden, bedoeld in artikel 6.11a, tweede lid, onderdeel b, en derde lid, onderdeel b, blijft;
- b. de overschrijding incidenteel van aard is;
- c. de gemiddelde blootstelling over een periode van 40 uur onder de grenswaarde voor blootstelling blijft;
- d. er bewijzen zijn dat de risico's van het blootstellingspatroon geringer zijn dan de risico's van blootstelling aan de grenswaarde voor blootstelling;
- e. de hieruit voortvloeiende risico’s tot een minimum beperkt worden;
- f. de betrokken werknemers en de ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging of, bij het ontbreken daarvan, de belanghebbende werknemers vooraf over de aard en inhoud van de aanvraag tot ontheffing geraadpleegd zijn, en
- g. de betrokken werknemers onder verscherpt gezondheidstoezicht staan.
Artikel 9.17b. Vrijstelling zeeschepen en luchtvaartuigen
Voor zeeschepen en luchtvaartuigen kan vrijstelling van artikel 6.11c, tweede lid, worden verleend, voorzover het betreft de grenswaarde, bedoeld in artikel 6.11a, derde lid, onderdeel a, indien:
- a. het gezien de stand van de techniek en de specifieke kenmerken van de arbeidsplaats, ondanks de uitvoering van technische en/of organisatorische maatregelen, niet mogelijk is om te voldoen aan de grenswaarde voor blootstelling aan lichaamstrillingen;
- b. de hieruit voortvloeiende risico’s tot een minimum beperkt worden, en
- c. de betrokken werknemers onder verscherpt gezondheidstoezicht staan.
§ 3. Voorschriften bij het laden en lossen van schepen
Afdeling 5A. Aanvullende voorschriften winningsindustrieën in dagbouw, ondergronds of met behulp van boringen
§ 3. Voorschriften bij het laden en lossen van schepen
§ 1. Vervoer
§ 1. Vervoer
§ 3. Thuiswerkers
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Artikel 4.54a. Asbestinventarisatie
In het kader van de beoordeling, bedoeld in artikel 4.2, wordt de aanwezigheid van asbest of asbesthoudende producten volledig geïnventariseerd voordat wordt aangevangen met de volgende werkzaamheden:
- a. het geheel of gedeeltelijk afbreken of uit elkaar nemen van bouwwerken, met uitzondering van grondwerken, of objecten waarin naar redelijke verwachting asbest of een asbesthoudend product is toegepast;
- b. het verwijderen van asbest of asbesthoudende producten uit de bouwwerken of objecten, bedoeld in onderdeel a; of
- c. het opruimen van asbest of asbesthoudende producten die ten gevolge van een incident zijn vrijgekomen.
Op grond van de inventarisatie, bedoeld in het eerste lid, wordt in het kader van de risicobeoordeling, bedoeld in artikel 4.2, door het bedrijf, bedoeld in het vierde lid, bepaald in welke risicoklasse als bedoeld in de artikelen 4.44, 4.48 of 4.53a de werkzaamheden vallen.
De resultaten van de inventarisatie, bedoeld in het eerste lid, en de indeling in een risicoklasse, bedoeld in het tweede lid, worden opgenomen in een inventarisatierapport.
De inventarisatie, bedoeld in het eerste lid, en het inventarisatierapport, bedoeld in het derde lid, worden uitgevoerd, onderscheidenlijk opgesteld, door een bedrijf dat in het bezit is van een certificaat asbestinventarisatie dat is afgegeven door Onze Minister of een certificerende instelling.
Een afschrift van het inventarisatierapport wordt verstrekt aan het bedrijf dat asbest verwijdert.
Het certificaat asbestinventarisatie of een afschrift daarvan is op de arbeidsplaats aanwezig.
De inventarisatie, bedoeld in het eerste lid, wordt verricht door of onder toezicht van een persoon die daartoe aantoonbare specifieke deskundigheid bezit.
Artikel 4.54b. Uitzonderingen asbestinventarisatie
Artikel 4.54a is niet van toepassing indien de werkzaamheden, bedoeld in artikel 4.54a, eerste lid, betrekking hebben op:
- a. werkzaamheden die worden uitgevoerd in of aan bouwwerken of objecten die op of na 1 januari 1994 zijn gebouwd dan wel vervaardigd;
- b. het geheel of gedeeltelijk verwijderen van waterleidingbuizen, gasleidingbuizen, rioolleidingbuizen, telecombuizen en mantelbuizen, voor zover zij deel uitmaken van het ondergrondse openbare water-, gas-, elektra-, riool-, of telecomleidingnet;
- c. het geheel of gedeeltelijk verwijderen van rem- en frictiematerialen;
- d. het geheel of gedeeltelijk verwijderen van geklemde vloerplaten onder verwarmingstoestellen;
- e. het als een geheel verwijderen van verwarmingstoestellen;
- f. het geheel of gedeeltelijk verwijderen van beglazingskit dat is verwerkt in de constructie van kassen;
- g. het geheel of gedeeltelijk verwijderen van pakkingen uit verbrandingsmotoren;
- h. het geheel of gedeeltelijk verwijderen van pakkingen uit procesinstallaties of onderdelen van procesinstallaties, inclusief aan- en afvoerende leidingen;
- i. het geheel of gedeeltelijk verwijderen van pakkingen uit verwarmingstoestellen met een nominaal vermogen dat lager is dan 2250 kilowatt;
- j. wegen als bedoeld in het Besluit asbestwegen milieubeheer;
- k. het geheel of gedeeltelijk verwijderen van gas- en elektrotechnische componenten die aanwezig zijn in een distributiesysteem, bedoeld in artikel 1.1 van de Energiewet, door of vanwege een distributiesysteembeheerder, bedoeld in artikel 1.1 van de Energiewet.
Artikel 4.54c. Uitzonderingen maatregelen
Vervallen
Artikel 4.54d. Deskundigheid bij het werken met asbest
De volgende werkzaamheden, indien de concentratie van asbestvezels is ingedeeld in risicoklasse 2 of 2A, worden verricht door een bedrijf dat in het bezit is van een certificaat asbestverwijdering, dat is afgegeven door Onze Minister of een certificerende instelling:
- a. de werkzaamheden, bedoeld in artikel 4.54a, eerste lid;
- b. het reinigen van de arbeidsplaats nadat een handeling als bedoeld in artikel 4.54a, eerste lid, onderdeel a of b, is uitgevoerd.
Artikel 4.54b, met uitzondering van onderdeel a, is van overeenkomstige toepassing.
Voordat wordt aangevangen met het verwijderen van asbest is het bedrijf, bedoeld in artikel 4.54a, vijfde lid, in het bezit van een afschrift van een inventarisatierapport als bedoeld in artikel 4.54a, derde lid, voor zover van toepassing.
Bij de uitvoering van de werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, wordt in het kader van de risicobeoordeling, bedoeld in artikel 4.2, de indeling van de risicoklasse in het inventarisatierapport als ondergrens gehanteerd.
De werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, worden verricht door of onder voortdurend toezicht van een persoon die in het bezit is van een certificaat van vakbekwaamheid voor het toezicht houden op het werken met asbest, dat is afgegeven door Onze Minister of een certificerende instelling.
Bij een bedrijf als bedoeld in het eerste lid is ten minste één persoon als bedoeld in het vijfde lid werkzaam op basis van een arbeidsovereenkomst.
Voor zover de werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, mede worden verricht door een andere persoon dan de persoon, bedoeld in het vijfde lid, is deze andere persoon in het bezit van een certificaat vakbekwaamheid voor het verwijderen van asbest, dat is afgegeven door Onze Minister of een certificerende instelling.
Indien de handelingen, bedoeld in artikel 5, onderdelen e en f, van het Productenbesluit asbest betrekking hebben op werkzaamheden met asbesthoudende grond, worden deze werkzaamheden begeleid door een persoon die in het bezit is van een certificaat van vakbekwaamheid arbeidhygiëne of veiligheidskunde als bedoeld in artikel 2.7, tweede lid.
De certificaten, bedoeld in het eerste, vijfde en zevende lid, of afschriften daarvan en een afschrift van het inventarisatierapport, bedoeld in artikel 4.54a, derde lid, zijn op de arbeidsplaats aanwezig.
In afwijking van het zevende lid kan een persoon die werkzaam is als machinist en in die hoedanigheid werkzaamheden verricht als bedoeld in artikel 4.54a, eerste lid, zonder het certificaat vakbekwaamheid voor het verwijderen van asbest werkzaam zijn, mits:
- a. hij onder voortdurend toezicht staat van een persoon die in het bezit is van het certificaat, bedoeld in het vijfde lid; en
- b. hij voldoet aan bij ministeriële regeling gestelde nadere regels met betrekking tot de werkzaamheden, de machine en hemzelf.
Artikel 4.55a. Eindbeoordeling
Vervallen
§ 1. Definities en toepasselijkheid
Afdeling 6. Specifieke gezondheidsschadelijke stoffen
Afdeling 7. Vluchtige organische stoffen
Afdeling 6. Specifieke gezondheidsschadelijke stoffen
§ 1. Definities en toepasselijkheid
Afdeling 8. Fosforlucifers
§ 8. Speciale maatregelen in laboratoria, ruimten voor proefdieren en industriële procédés
§ 4. Arbeidsgezondheidskundig onderzoek
Hoofdstuk 5. Fysieke belasting
Afdeling 1. Fysieke belasting
§ 8. Speciale maatregelen in laboratoria, ruimten voor proefdieren en industriële procédés
Hoofdstuk 6. Fysische factoren
§ 2. Jeugdigen
Artikel 6.10a. Maatregelen bij gehoorbeschadiging
Als bij een audiometrisch onderzoek als bedoeld in artikel 6.10, eerste tot en met derde lid, bij een werknemer een aantoonbare gehoorbeschadiging wordt vastgesteld, beoordeelt de deskundige persoon, bedoeld in artikel 2.14a, tweede lid, of een specialist, als de deskundige persoon dat noodzakelijk acht, of de beschadiging vermoedelijk het gevolg is van blootstelling aan lawaai op het werk.
Als wordt vastgesteld dat de gehoorbeschadiging is veroorzaakt door blootstelling aan lawaai op het werk, dan:
- a. wordt de beoordeling en de meting, bedoeld in artikel 6.7, eerste lid, opnieuw uitgevoerd;
- b. worden de maatregelen ter voorkoming of beperking van de blootstelling, bedoeld in artikel 6.8, herzien;
- c. wordt bij het nemen van maatregelen ter voorkoming of beperking van de blootstelling als bedoeld in artikel 6.8, met inbegrip van het toewijzen van ander werk zonder blootstellingsrisico, rekening gehouden met het advies van de deskundige persoon, bedoeld in artikel 2.14a, tweede lid, of de daartoe aangewezen toezichthouder en
- d. wordt iedere werknemer die op soortgelijke wijze is blootgesteld in de gelegenheid gesteld tussentijds opnieuw een arbeidsgezondheidskundig onderzoek in de vorm van een audiometrisch onderzoek te ondergaan.
Afdeling 3. Bijzondere sectoren en bijzondere categorieën werknemers
§ 1. Algemeen
§ 1. Algemeen
§ 1. Algemeen
Hoofdstuk 7. Arbeidsmiddelen en specifieke werkzaamheden
Afdeling 3a. Trillingen
Afdeling 4b. Elektromagnetische velden
§ 1. Vervoer
Afdeling 5. Aanvullende voorschriften voor bouwplaatsen
Afdeling 5. Aanvullende voorschriften voor bouwplaatsen
§ 4. Zwangere werknemers
§ 4. Zwangere werknemers
Hoofdstuk 8. Persoonlijke beschermingsmiddelen en veiligheids- en gezondheidssignalering
Afdeling 1. Toepasselijkheid en definitie
Afdeling 3. Arbeidsmiddelen met een besturingssysteem
Afdeling 2. Veiligheids-en gezondheidssignalering
Hoofdstuk 9. Verplichtingen, strafbare feiten, beboetbare feiten, bestuursrechtelijke bepalingen en overgangs- en slotbepalingen
Afdeling 4. Aanvullende voorschriften specifieke arbeidsmiddelen en werkzaamheden
§ 2. Arbeidsmiddelen op de bouwplaats
Afdeling 3. Bestuursrechtelijke bepalingen
Afdeling 6. Bijzondere sectoren en bijzondere categorieën werknemers
§ 1. Vervoer
§ 1. Vervoer
Artikel 9.35a. Lawaai aan boord van zeeschepen en zeegaande vissersvaartuigen
Vervallen
§ 1
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Artikel 4.45b. Aanvullend onderricht
Voor alle werknemers die werkzaamheden verrichten waarbij zij aan asbeststof worden of kunnen worden blootgesteld wordt met regelmatige tussenpozen een passende opleiding verzorgd.
Deze opleiding is toegespitst op het kennisniveau en de ervaring van de werknemers en verschaft hen de nodige kennis en vaardigheden inzake veiligheid en preventie met name met betrekking tot:
- a. eigenschappen van asbest en de invloed van asbest op de gezondheid, met inbegrip van het synergetische effect van roken;
- b. soorten producten en materialen die asbest kunnen bevatten;
- c. handelingen die kunnen leiden tot blootstelling aan asbest en het belang van preventieve controles om blootstelling tot een minimum te beperken;
- d. veilige werkwijzen, controles en beschermingsmiddelen;
- e. de keuze en selectie, de beperkingen en het juiste gebruik van ademhalingsapparatuur;
- f. noodprocedures;
- g. ontsmettingsprocédés;
- h. de wijze waarop de verwijdering van afvalstoffen veilig kan worden uitgevoerd;
- i. de eisen inzake medisch toezicht.
Artikel 4.47a. Maatregelen bij overschrijding van een grenswaarde
Bij overschrijding van een grenswaarde, bedoeld in artikel 4.46, worden de oorzaken voor de overschrijding opgespoord en worden zo spoedig mogelijk doeltreffende maatregelen genomen om de concentratie terug te brengen tot beneden die waarde.
De ondernemingsraad of de personeelsvertegenwoordiging of, bij het ontbreken daarvan, de belanghebbende werknemers worden zo spoedig mogelijk in kennis gesteld van de overschrijding, van de oorzaak daarvan en de te nemen maatregelen. Daarnaast wordt hen de gelegenheid gegeven een oordeel kenbaar te maken over de maatregelen, bedoeld in het eerste lid, tenzij sprake is van spoedeisende redenen om zonder deze gelegenheid te bieden, deze maatregelen te nemen. In dat geval worden zij ingelicht over de getroffen maatregelen.
Zolang de in het eerste lid bedoelde maatregelen om de concentratie terug te brengen nog niet volledig ten uitvoer zijn gelegd, wordt de arbeid op de betreffende arbeidsplaats alleen voortgezet indien de betrokken werknemers doeltreffend zijn beschermd tegen blootstelling aan asbestvezels.
Wanneer in de situatie, bedoeld in het derde lid, de blootstelling niet met andere middelen kan worden beperkt en een grenswaarde het dragen van individuele ademhalingsapparatuur vereist, wordt de duur van het dragen daarvan voor iedere werknemer tot het strikt noodzakelijke beperkt.
Wanneer individuele ademhalingsapparatuur wordt gebruikt, wordt voorzien in rustpauzes.
Het aantal rustpauzes, bedoeld in het vijfde lid, en de duur daarvan wordt bepaald door de fysieke en klimatologische belasting waaronder de werknemer de werkzaamheden moet verrichten.
Bij het ontbreken van een ondernemingsraad of een personeelsvertegenwoordiging worden de rustpauzes, bedoeld in het vijfde lid, zo nodig vastgesteld in samenspraak met de belanghebbende werknemers.
Nadat de maatregelen, bedoeld in het eerste lid, zijn genomen worden de concentraties van asbestvezels in de lucht gemeten overeenkomstig artikel 4.47 en wordt de indeling in een risicoklasse als bedoeld in de artikelen 4.44, 4.48 of 4.53a opnieuw bepaald.
Indien uit de meting, bedoeld in het achtste lid, blijkt dat een concentratie in een hogere risicoklasse wordt ingedeeld, is tevens paragraaf 4 of 5 van deze afdeling van toepassing.
Artikel 4.47b. Reiniging en visuele inspectie
Na werkzaamheden met asbest worden de arbeidsplaats en de arbeidsmiddelen die op de arbeidsplaats aanwezig zijn of zijn geweest, doeltreffend gereinigd.
Na de reiniging wordt, voordat wordt aangevangen met het opheffen van de gevarenzone, bedoeld in artikel 4.11, onderdeel h, op de betreffende arbeidsplaats een eindbeoordeling uitgevoerd.
De eindbeoordeling betreft een visuele inspectie waarbij is vastgesteld dat het te verwijderen asbest niet meer visueel waarneembaar is, met inachtneming van artikel 4.48a, vierde lid.
Artikel 4.47c. Melding
Uiterlijk twee dagen voor aanvang van de werkzaamheden wordt door de werkgever melding gedaan aan een daartoe aangewezen toezichthouder. Deze melding bevat tenminste een beknopte beschrijving van:
- a. de plaats waar de werkzaamheden worden verricht;
- b. de soorten en hoeveelheden asbesthoudende producten;
- c. de werkzaamheden die met asbest of asbesthoudende producten worden verricht, de werkmethoden alsmede de indeling van de concentraties asbestvezels in de lucht in een risicoklasse;
- d. het aantal betrokken werknemers;
- e. de datum en het tijdstip waarop de werkzaamheden aanvangen, alsmede de duur ervan;
- f. de maatregelen die zullen worden getroffen om blootstelling van werknemers aan asbest te beperken.
Telkens wanneer een verandering in de arbeidsomstandigheden kan leiden tot een aanzienlijke toename van de blootstelling aan asbeststof of asbesthoudende producten, wordt een nieuwe melding gedaan.
De op grond van het eerste en tweede lid gemelde gegevens kunnen worden ingezien door de ondernemingsraad of de personeelsvertegenwoordiging of, bij het ontbreken daarvan, door de belanghebbende werknemers.
Artikel 4.54b, met uitzondering van onderdeel a, is van overeenkomstige toepassing.
Bij ministeriële regeling kan worden bepaald in welke bijzondere spoedeisende situaties de melding, in afwijking van het eerste lid, op een ander tijdstip kan plaatsvinden.
Artikel 4.48a. Aanvullende maatregelen
Indien, gelet op de aard van de werkzaamheden, verwacht kan worden dat de som van de concentratie asbestvezels van het type chrysotiel als fractie van de grenswaarde, bedoeld in artikel 4.46, eerste lid, en de concentratie van de amfibole asbestvezels actinoliet, amosiet, anthofylliet, tremoliet en crocidoliet als fractie van de grenswaarde, bedoeld in artikel 4.46, tweede lid, in de lucht groter is dan of gelijk is aan 1, ondanks preventieve technische maatregelen ter beperking van de asbestconcentratie in de lucht, neemt de werkgever doeltreffende maatregelen ter bescherming van de betrokken werknemers.
Tot de maatregelen, bedoeld in het eerste lid, behoren in ieder geval:
- a. het ter beschikking stellen van aantoonbaar passende en geschikte ademhalingsapparatuur en andere persoonlijke beschermingsmiddelen en het zorgen dat deze middelen op de juiste wijze worden gedragen;
- b. het aanbrengen van waarschuwingsborden die voldoen aan het bij of krachtens afdeling 2 van hoofdstuk 8 bepaalde, ter aanduiding dat een overschrijding van een in artikel 4.46 genoemde grenswaarde kan worden verwacht;
- c. het voorkomen van de verspreiding van stof afkomstig van asbest of asbesthoudende materialen buiten de ruimten waar de werkzaamheden plaatsvinden.
De ondernemingsraad of de personeelsvertegenwoordiging of, bij het ontbreken daarvan, de belanghebbende werknemers wordt de gelegenheid gegeven een oordeel kenbaar te maken over de maatregelen, bedoeld in het eerste lid.
Voordat wordt aangevangen met andere werkzaamheden, wordt respectievelijk worden het aanwezige asbest dan wel de aanwezige asbesthoudende producten verwijderd, behalve wanneer dit voor de werknemers een groter gevaar voor de veiligheid en gezondheid zou inhouden.
Artikel 4.51a. Eindbeoordeling
Na de werkzaamheden met asbest wordt voordat wordt aangevangen met het opheffen van de gevarenzone, bedoeld in artikel 4.11, onderdeel h, op de betreffende arbeidsplaats in een binnenruimte een eindbeoordeling uitgevoerd waarbij de monsterneming wordt uitgevoerd door een persoon als bedoeld in artikel 4.47, zevende lid, en de monsteranalyse door een laboratorium als bedoeld in artikel 4.47, achtste lid.
De eindbeoordeling, bedoeld in het eerste lid, betreft een visuele inspectie gevolgd door een eindmeting, teneinde vast te stellen of de concentratie van asbestvezels in de lucht lager is dan 10.000 vezels per kubieke meter, uitgaande van een referentieperiode van ten minste twee uur.
Na de werkzaamheden met asbest wordt voordat wordt aangevangen met het opheffen van de gevarenzone, bedoeld in artikel 4.11, onderdeel h, op de betreffende arbeidsplaats in de buitenlucht door een bedrijf dat daartoe adequaat is toegerust een visuele inspectie uitgevoerd.
Bij de visuele inspectie, bedoeld in het tweede en derde lid, wordt vastgesteld dat het te verwijderen asbest niet meer visueel waarneembaar is, met inachtneming van artikel 4.48a, vierde lid.
Indien de werkzaamheden in de buitenlucht betrekking hebben op asbesthoudende grond, wordt na het beëindigen van die werkzaamheden door een bedrijf dat daartoe adequaat is toegerust, een visuele inspectie uitgevoerd op de aanwezigheid van asbest teneinde vast te stellen dat er geen asbest meer visueel waarneembaar is.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de monsterneming, bedoeld in het eerste lid, de eindmeting, bedoeld in het tweede lid, en de visuele inspectie, bedoeld in het tweede tot en met vijfde lid.
§ 2. Verbodsbepalingen
§ 1. Definities en toepasselijkheid
Afdeling 7. Vluchtige organische stoffen
Afdeling 7. Loodwit
Afdeling 6. Specifieke gezondheidsschadelijke stoffen
§ 3. Maatregelen met betrekking tot de blootstelling
§ 2. Risico-inventarisatie en -evaluatie en gevolgen categorie-indeling
Hoofdstuk 5. Fysieke belasting
Afdeling 10. Bijzondere sectoren en bijzondere categorieën werknemers
Afdeling 2. Beeldschermwerk
§ 7. Bijzondere bepalingen in verband met andere dan microbiologisch diagnostische arbeid in de gezondheidszorg en in de diergeneeskunde
§ 7. Bijzondere bepalingen in verband met andere dan microbiologisch diagnostische arbeid in de gezondheidszorg en in de diergeneeskunde
Hoofdstuk 6. Fysische factoren
Afdeling 3. Bijzondere sectoren en bijzondere categorieën werknemers
§ 2. Voorschriften met betrekking tot trillingen
Afdeling 3. Bijzondere sectoren en bijzondere categorieën werknemers
Hoofdstuk 7. Arbeidsmiddelen en specifieke werkzaamheden
Afdeling 4. Straling
Afdeling 4. Aanvullende voorschriften specifieke arbeidsmiddelen en werkzaamheden
§ 3. Diverse bepalingen
Artikel 7.23a. Specifieke bepalingen betreffende het gebruik van ladders en trappen
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)