Besluit van 15 januari 1997, houdende regels in het belang van de veiligheid, de gezondheid en het welzijn in verband met de arbeid (Arbeidsomstandighedenbesluit)

Type AMvB
Publication 2026-04-09
State In force
Source BWB
artikelen 1317
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
3.

Het arbeidsgezondheidskundig onderzoek, bedoeld in het eerste lid, wordt uitgevoerd door een arts die:

4.

Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot de uitvoering van het arbeidsgezondheidskundig onderzoek. Deze regels kunnen betrekking hebben op:

5.

Een persoon verricht slechts duikarbeid, caissonarbeid of overige arbeid onder overdruk indien uit het arbeidsgezondheidskundig onderzoek blijkt, dat het verrichten van die arbeid op medische gronden toelaatbaar is. Indien uit de uitslag van het arbeidsgezondheidskundig onderzoek blijkt dat het verrichten van duikarbeid, caissonarbeid of overige arbeid onder overdruk slechts onder de daarin aangegeven beperkende voorschriften toelaatbaar is, worden deze voorschriften in acht genomen.

6.

Op verzoek van de werkgever of de onderzochte persoon wordt het in dit artikel bedoelde onderzoek één maal opnieuw uitgevoerd door een andere arts, die eveneens als duikerarts is geregistreerd overeenkomstig het derde lid. Het resultaat van het hernieuwde onderzoek treedt in de plaats van het daaraan voorafgaande.

Artikel 6.14b. Duikerarts

1.

In verband met de uitvoering van arbeidsgezondheidskundige onderzoeken als bedoeld in artikel 6.14a, eerste en tweede lid, kunnen voor de registratie als duikerarts in het Register civiele duikarbeid bij ministeriële regeling verschillende vakbekwaamheids-, opleidings- of registratie-eisen worden gesteld.

2.

Een bewijs van registratie of herregistratie als duikerarts dan wel een afschrift van een dergelijk bewijs is op de arbeidsplaats aanwezig.

3.

Artikel 1.5ha is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 6.15a. Certificering onderhoudssysteem duik- en caissonmaterieel

Vervallen

Afdeling 8. Fosforlucifers

Artikel 6.20a. Schakelbepaling

Op een arbeidsplaats in de ondergrondse winningsindustrie zijn naast de voorschriften van de afdelingen 1 tot en met 5 van dit hoofdstuk tevens de voorschriften van deze afdeling van toepassing.

Artikel 6.20b. Ventilatie

1.

Alle normaal toegankelijke ondergrondse werkterreinen worden behoorlijk geventileerd. Door middel van een permanente ventilatie wordt, met een voldoende veiligheidsmarge, gezorgd voor een atmosfeer:

2.

Indien de natuurlijke ventilatie niet aan het eerste lid voldoet wordt de hoofdventilatie door een of meer mechanische ventilatoren verzorgd. Er worden maatregelen getroffen om een constante en continue ventilatie te garanderen. De onderdruk van de hoofdventilatoren wordt voortdurend gecontroleerd. Er is een automatische alarmering voor het geval de hoofdventilatoren onverwacht uitvallen.

3.

De parameters van de ventilatie worden:

4.

Er wordt een plattegrond gemaakt en regelmatig bijgewerkt met alle nuttige gegevens van het ventilatiesysteem. De plattegrond is op de arbeidsplaats aanwezig en wordt desgevraagd getoond aan de toezichthouder.

Artikel 6.20c. Verlichting

Vervallen

Afdeling 3. Bijzondere sectoren en bijzondere categorieën werknemers

Artikel 6.20d. Schakelbepaling

Op een arbeidsplaats in de winningsindustrie die delfstoffen wint met behulp van boringen zijn naast de voorschriften van de afdelingen 1 tot en met 5 van dit hoofdstuk tevens de voorschriften van deze afdeling van toepassing.

Artikel 6.20e. Verlichting

Verlichtingsinstallaties zijn zodanig ontworpen dat operationele bedieningsruimten, vluchtwegen, inschepingszones en gevaarlijke zones gedurende de aanwezigheid van de werknemers verlicht zijn.

§ 3. Zwangere werknemers en werknemers tijdens de lactatie

§ 1. Definities en toepasselijkheid

§ 1. Definities en toepasselijkheid

§ 3. Maatregelen met betrekking tot de blootstelling

Artikel 6.29a. Werken in ondergrondse winningsindustrie

Het is een zwangere werknemer en een werknemer tijdens de lactatie verboden arbeid te verrichten in de ondergrondse winningsindustrie.

§ 8. Speciale maatregelen in laboratoria, ruimten voor proefdieren en industriële procédés

§ 4. Arbeidsgezondheidskundig onderzoek

Artikel 6.31. Duikarbeid leerlingen en studenten

1.

Artikel 6.16, zesde lid, is niet van toepassing op leerlingen respectievelijk studenten in onderwijsinrichtingen indien deze leerlingen respectievelijk studenten duikwerkzaamheden verrichten die:

2.

De leerlingen respectievelijk studenten zijn bij het uitvoeren van de duikwerkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, in het bezit van een bij ministeriële regeling aan te wijzen sportduikbrevet.

3.

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het eerste lid.

Hoofdstuk 5. Fysieke belasting

Afdeling 2. Beeldschermwerk

Afdeling 2. Algemene voorschriften

Afdeling 10. Bijzondere sectoren en bijzondere categorieën werknemers

Afdeling 1. Fysieke belasting

§ 4. Thuiswerkers

§ 4. Thuiswerkers

§ 1. Algemeen

§ 1. Vervoer

Afdeling 3. Lawaai

Artikel 7.36a. Schakelbepaling

In de winningsindustrie in dagbouw, ondergronds of met behulp van boringen zijn naast de voorschriften van de afdelingen 1 tot en met 4 van dit hoofdstuk tevens de voorschriften van deze afdeling van toepassing.

Artikel 7.36b. Arbeidsmiddelen

1.

Bij de keuze, de installatie, de ingebruikneming, de werking en het onderhoud van werktuigbouwkundige en elektrotechnische apparatuur wordt rekening gehouden met de veiligheid en gezondheid van de werknemers.

2.

Wanneer de apparatuur zich bevindt in een zone waar brand- of explosiegevaar als gevolg van de ontbranding van gassen, dampen of vluchtige vloeistoffen bestaat of kan bestaan, is zij aangepast aan gebruik in een dergelijke zone. Indien nodig wordt zij voorzien van afdoende beschermingsmiddelen en systemen ter beveiliging bij defecten.

3.

De mechanische apparatuur en installaties bezitten de nodige sterkte, zijn vrij van zichtbare gebreken en geschikt voor het gebruik waarvoor zij zijn bestemd. De elektrotechnische apparatuur en installaties hebben de nodige kracht en vermogen voor het gebruik waarvoor zij zijn bestemd.

4.

Er wordt een doelmatig plan opgesteld voor het systematisch inspecteren, het onderhouden en, in voorkomend geval, het beproeven van de apparatuur en installaties. Onderhoud, inspectie en beproeving van enig onderdeel van de apparatuur en installaties wordt uitgevoerd door een daartoe aangewezen deskundig persoon. Er worden doelmatige inspectie- en beproevingsrapporten opgesteld en naar behoren bijgehouden.

Afdeling 1. Temperatuur en luchtverversing

§ 1. Vervoer

§ 1. Algemeen

Afdeling 3a. Trillingen

Afdeling 4a. Kunstmatige optische straling

Afdeling 4. Straling

§ 2. Voorschriften met betrekking tot kunstmatige optische straling

§ 2. Voorschriften met betrekking tot kunstmatige optische straling

§ 1. Algemeen

Hoofdstuk 9. Verplichtingen, strafbare feiten, beboetbare feiten, bestuursrechtelijke bepalingen en overgangs- en slotbepalingen

Afdeling 4b. Elektromagnetische velden

Afdeling 5. Werken onder overdruk

§ 3. Jeugdigen

§ 1. Vervoer

Afdeling 6. Bijzondere sectoren en bijzondere categorieën werknemers

§ 1. Vervoer

§ 1. Vervoer

§ 2. Beboetbare feiten

§ 6. Onderwijs

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 2.42a. Werkvergunning

1.

Wanneer de veiligheid en de gezondheid van de werknemers dat vereisen, wordt een systeem van werkvergunningen toegepast voor de uitvoering van gevaarlijke werkzaamheden en voor de uitvoering van gewoonlijk ongevaarlijke werkzaamheden die in combinatie met andere werkzaamheden ernstige risico's met zich mee kunnen brengen.

2.

De werkvergunning wordt door een verantwoordelijke persoon gegeven voor de aanvang van de werkzaamheden en daarbij wordt aangegeven aan welke voorschriften moet worden voldaan en welke voorzorgsmaatregelen moeten worden genomen voor, tijdens en na de werkzaamheden.

Artikel 2.42b. Personenregister

Op doelmatige plaatsen is een register aanwezig waarin van degenen die werkzaamheden verrichten in de winningsindustrie in dagbouw, de ondergrondse winningsindustrie en de winningsindustrie met behulp van boringen zijn vermeld:

Artikel 2.42c. Melding van ongevallen en bijna-ongevallen

1.

In aanvulling op artikel 9, eerste lid, van de wet doet de werkgever tevens onverwijld melding aan een daartoe aangewezen toezichthouder:

2.

Eenmaal per maand wordt van alle ongevallen en andere voorvallen die de veiligheid in gevaar hebben gebracht of hadden kunnen brengen, melding gedaan aan een daartoe aangewezen toezichthouder, voorzover er geen melding is gedaan als bedoeld in het eerste lid.

Afdeling 4. Psychosociale arbeidsbelasting

Afdeling 3a. Raadpleging van een andere bedrijfsarts en klachtenprocedure

Afdeling 5. Bouwproces

§ 1. Vervoer

§ 2. Thuiswerkers

Hoofdstuk 3. Inrichting arbeidsplaatsen

Afdeling 1. Algemene voorschriften

§ 1. Definities en toepasselijkheid

Artikel 3.1a. Toepasselijkheid

De artikelen 3.3, eerste lid, 3.4, eerste lid, wat betreft het ontwerp en de inrichting van tot een gebouw als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving behorende elektrische installaties, 3.6, tweede lid, 3.7, vijfde lid, 3.11, eerste lid, wat betreft het voorschrift dat vloeren van arbeidsplaatsen zoveel mogelijk vrij van gevaarlijke hellingen zijn en voorts zoveel mogelijk vast en stabiel, en derde lid, 3.18, tweede lid, tweede zin, en derde lid, en 3.24, eerste lid, en tweede lid, eerste zin, zijn niet van toepassing op arbeidsplaatsen in een gebouw als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving.

Artikel 3.1b. Gebruiksvoorschrift

Een arbeidsplaats in een gebouw als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving wordt slechts gebruikt indien het gebouw voldoet aan de bij of krachtens het Besluit bouwwerken leefomgeving gegeven voorschriften met betrekking tot de van toepassing zijnde gebruiksfunctie in de zin van dat besluit.

§ 2. Thuiswerkers

§ 4. Inrichtingseisen

§ 2a. Explosieve atmosferen

Afdeling 6b. Winningsindustrieën voor het opsporen en de winning van koolwaterstoffen

Afdeling 8. Bijzondere sectoren en bijzondere categorieën werknemers

Artikel 3.36a. Schakelbepaling

Op een arbeidsplaats in de winningsindustrie in dagbouw zijn naast de voorschriften van afdeling 3 van dit hoofdstuk tevens de voorschriften van deze afdeling van toepassing.

Afdeling 1. Algemene voorschriften

Artikel 3.37a. Schakelbepaling

Op een arbeidsplaats in de ondergrondse winningsindustrie zijn naast de voorschriften van afdeling 3 van dit hoofdstuk tevens de voorschriften van deze afdeling van toepassing.

Artikel 3.37b. Plattegronden en bewegwijzering

1.

Er worden plattegronden gemaakt en regelmatig bijgewerkt, waarop de galerijen en de ontginningswerkzaamheden en alle bekende factoren die van invloed kunnen zijn op de ontginning en de veiligheid daarvan zijn aangegeven op een schaal die een duidelijke voorstelling mogelijk maakt. De plattegronden zijn op de arbeidsplaats aanwezig en worden desgevraagd getoond aan de toezichthouder. De plattegronden zijn gemakkelijk toegankelijk en worden zolang bewaard als met het oog op de veiligheid noodzakelijk is.

2.

In de galerijen is een bewegwijzering aangebracht, zodat de werknemers zich gemakkelijk kunnen oriënteren.

Artikel 3.37c. Uitgangen

1.

Iedere ondergrondse ontginning staat via ten minste twee afzonderlijke uitgangen met de oppervlakte in verbinding. Deze uitgangen zijn degelijk geconstrueerd en gemakkelijk toegankelijk voor de werknemers die ondergrondse werkzaamheden verrichten.

2.

Wanneer voor het gebruik van deze uitgangen een bijzondere krachtsinspanning nodig is, zijn zij uitgerust met mechanische transportmiddelen voor de werknemers.

Artikel 3.37d. Transportinstallaties

1.

Transportinstallaties worden zodanig aangelegd, gebruikt en onderhouden, dat de veiligheid en de gezondheid van de werknemers die ze besturen of gebruiken, of zich in de nabijheid daarvan ophouden, gewaarborgd is.

2.

Bij vervoer van werknemers met mechanische transportmiddelen wordt gezorgd voor passende voorzieningen en speciale schriftelijke instructies.

Artikel 3.37e. Ondersteuning en stabiliteit

1.

Zo spoedig mogelijk na het delven worden er ondersteuningen aangebracht, tenzij dit vanwege de stabiliteit van het terrein niet noodzakelijk is voor de veiligheid van de werknemers. Deze ondersteuningen worden volgens schema's en schriftelijke instructies aangebracht.

2.

Alle voor werknemers toegankelijke werkplekken worden regelmatig op de stabiliteit van het terrein onderzocht.

3.

Bij het onderhoud van de ondersteuningen wordt rekening gehouden met de uitkomsten van het in het tweede lid bedoelde onderzoek.

Artikel 3.37f. Instortingen en waterdoorbraken

1.

In zones waar zich instortingen of waterdoorbraken kunnen voordoen, wordt een winningsprogramma opgesteld en uitgevoerd dat zoveel mogelijk gericht is op een veilig werksysteem en op de bescherming van de werknemers.

2.

Er worden maatregelen genomen om de zones, bedoeld in het eerste lid, te kunnen herkennen, om de werknemers die in of in de nabijheid van die zones werken te beschermen en om de risico's te beheersen.

Artikel 3.37g. Voorkoming van brand en temperatuurstijging

1.

Er worden maatregelen genomen om temperatuurstijgingen te voorkomen of vroegtijdig te signaleren.

2.

Het gebruik van brandbare materialen wordt tot het strikt noodzakelijke minimum beperkt.

3.

De te gebruiken hydraulische vloeistoffen zijn voorzover mogelijk moeilijk ontvlambaar en voldoen aan specificaties en beproevingsvoorwaarden betreffende de brandbaarheid ervan alsmede aan criteria betreffende de hygiëne. Indien de te gebruiken hydraulische vloeistoffen niet aan de in de eerste volzin gestelde eisen voldoen, worden aanvullende maatregelen genomen.

Artikel 3.37h. Verlichting

In aanvulling op artikel 3.9 beschikt elke werknemer over een voor het werk geschikte lamp.

Artikel 3.37i. Aanwezigheidscontrole

Het werk wordt zodanig georganiseerd dat op ieder moment kan worden vastgesteld wie er ondergronds is.

Afdeling 3C. Aanvullende voorschriften winningsindustrieën met behulp van boringen

Artikel 3.37j. Schakelbepaling

Op een arbeidsplaats in de winningsindustrie die delfstoffen wint met behulp van boringen zijn naast de voorschriften van afdeling 3 van dit hoofdstuk tevens de voorschriften van deze afdeling van toepassing.

Artikel 3.37k. Vereisten inrichting mijnbouwinstallaties

1.

In aanvulling op de artikelen 3.2 en 3.3 zijn mijnbouwinstallaties zodanig ontworpen, gebouwd, ingericht, bediend, gecontroleerd en onderhouden dat zij aan de te verwachten omgevingskrachten weerstand kunnen bieden. Zij dienen een constructie en stevigheid te hebben die zijn afgestemd op het gebruik dat ervan wordt gemaakt.

2.

Op mijnbouwinstallaties worden zo nodig brandbarrières aangebracht met het oog op de afscheiding van zones waar brandrisico bestaat.

Artikel 3.37l. Verkeer en vervoer

Vervallen

Artikel 3.37m. Onderhoud van veiligheidsapparatuur

Doelmatige veiligheidsapparatuur staat steeds gebruiksklaar en wordt in goede staat gehouden. Bij het onderhoud daarvan wordt naar behoren rekening gehouden met de uitgeoefende activiteiten.

Artikel 3.37n. Nooduitgangen

1.

Woon- en verblijfruimten op mijnbouwinstallaties hebben op elk niveau ten minste twee afzonderlijke nooduitgangen, die zo ver mogelijk van elkaar zijn gelegen en uitkomen in een veilige zone, een veilig verzamelpunt of een veilig evacuatiestation.

2.

In afwijking van artikel 3.7, vierde lid, zijn nooduitgangen op mijnbouwinstallaties voorzien van deuren die op eenvoudige wijze van binnenuit naar buiten toe zijn te openen of indien dit niet mogelijk is, van schuifdeuren.

Artikel 3.37o. Gehandicapte werknemers

Vervallen

Artikel 3.37p. Gevarenzones

1.

Arbeidsplaatsen waar door de aard van het werk gevarenzones, met inbegrip van valgevaar of gevaar voor vallende voorwerpen, voorkomen, worden zoveel mogelijk uitgerust met voorzieningen die beletten dat werknemers deze zones zonder toestemming betreden.

2.

Er worden doeltreffende maatregelen getroffen om de werknemers die de gevarenzones mogen betreden te beschermen.

Artikel 3.37q. Afstandsbediening in noodgevallen

1.

Indien de veiligheid en de gezondheid van de werknemers dat vereisen wordt bepaalde apparatuur in geval van nood vanaf geschikte locaties op afstand bediend.

2.

De apparatuur, bedoeld in het eerste lid, omvat systemen voor het isoleren en afblazen van putten, installaties en pijpleidingen.

3.

Ten behoeve van de afstandsbediening, bedoeld in het eerste lid, zijn er controleposten op geschikte locaties die in geval van nood kunnen worden gebruikt, indien nodig met inbegrip van controleposten op veilige verzamelpunten en in evacuatiestations.

4.

De apparatuur, bedoeld in het eerste lid, omvat tenminste systemen voor ventilatie, het in noodgevallen afsluiten van apparatuur die een ontbranding zou kunnen veroorzaken, het voorkomen van het ontsnappen van ontvlambare vloeistoffen en gassen, brandbeveiliging en putbewaking.

Artikel 3.37r. Communicatiesystemen

1.

Indien de veiligheid en de gezondheid van de werknemers dat vereisen wordt iedere bemande arbeidsplaats uitgerust met:

2.

Op mijnbouwinstallaties blijven de systemen, bedoeld in het eerste lid, in geval van nood operationeel. Het luidsprekersysteem wordt aangevuld met communicatiesystemen die niet afhankelijk zijn van kwetsbare stroomvoorzieningsinstallaties.

3.

De voorzieningen voor het slaan van alarm zijn op doelmatige plaatsen aangebracht.

4.

Indien werknemers aanwezig zijn op arbeidsplaatsen die normaliter niet door werknemers bemand zijn, is er een doelmatig communicatiesysteem.

Artikel 3.37s. Verzamelpunten en monsterrol

1.

Indien de veiligheid en de gezondheid van de werknemers dat vereisen worden er verzamelpunten vastgesteld, wordt een monsterrol bijgehouden en worden de hiervoor noodzakelijke maatregelen getroffen.

2.

Doelmatige maatregelen worden genomen om:

3.

De maatregelen, bedoeld in het tweede lid, zijn zodanig dat ze de werknemers lang genoeg bescherming bieden om, indien nodig, in alle veiligheid een evacuatie- en reddingsoperatie te kunnen organiseren en uitvoeren.

4.

Indien de veiligheid en de gezondheid van de werknemers dat vereisen, is een van de beschermde plaatsen, bedoeld in het eerste lid, voorzien van afstandbedieningssystemen voor noodgevallen als bedoeld in artikel 3.37q en van een communicatiesysteem als bedoeld in artikel 3.37r, eerste lid, onder c.

5.

Op een mijnbouwinstallatie wordt voor elk veilig verzamelpunt een lijst opgesteld, bijgehouden en ter plaatse aangeplakt met de namen van de werknemers voor wie dat verzamelpunt is bestemd.

6.

Een lijst met de namen van de werknemers die in geval van nood speciale taken hebben wordt opgesteld en bijgehouden en op doelmatige plaatsen aangeplakt. De namen van deze werknemers worden eveneens vermeld in de schriftelijke instructies, bedoeld in artikel 3.33.

Artikel 3.37t. Reddingsmiddelen

1.

Op een mijnbouwinstallatie zijn voor onmiddellijk gebruik voldoende geschikte middelen voor redding, evacuatie en voor directe ontsnapping in zee in noodgevallen beschikbaar.

2.

Als evacuatie van werknemers moet geschieden langs moeilijke vluchtwegen of via plaatsen waar de lucht niet of mogelijk niet ingeademd kan worden, staat zelfreddingsapparatuur voor onmiddellijk gebruik op de werkplek ter beschikking van de werknemers.

3.

Reddingsmiddelen als bedoeld in het eerste lid voldoen aan de volgende voorschriften:

4.

Het materiaal, dat nodig is in geval bij een ongeval vervoer per helikopter plaatsvindt, ligt gebruiksklaar opgeslagen in de onmiddellijke nabijheid van de helikopterlandingsplaats.

Artikel 3.37u. Beveiliging noodsystemen

Op mijnbouwinstallaties worden branddetectie- en brandbeschermingssystemen, inrichtingen voor brandblussing of branddoving en alarmsystemen afgeschermd tegen ongelukken en wel op zodanige wijze dat hun functies in noodgevallen operationeel blijven. Zo nodig worden dergelijke systemen in dubbele uitvoering aangebracht.

Artikel 3.37v. Noodplan

1.

Er wordt een noodplan opgesteld voor het geval dat iemand overboord valt of de arbeidsplaats moet worden geëvacueerd.

2.

Het noodplan, dat is gebaseerd op het veiligheids- en gezondheidsdocument, bedoeld in artikel 2.42, voorziet in het gebruik van bijstandsboten en helicopters en bevat criteria voor de capaciteit en de reactietijd daarvan. De vereiste reactietijd wordt in het veiligheids- en gezondheidsdocument van elke installatie vermeld.

3.

Bij het opstellen of wijzigen van het noodplan wordt, bij het ontbreken van een ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging, overleg gevoerd met de belanghebbende werknemers. Over het noodplan en wijzigingen daarop wordt tevens overleg gevoerd met de werknemers van andere werkgevers en zelfstandigen, die op basis van een langlopende overeenkomst tot aanneming van werk, in het bedrijf of de inrichting werkzaam zijn.

4.

De werkgever zorgt ervoor dat desgewenst kennis kunnen nemen van het noodplan:

5.

Een afschrift van het noodplan wordt gezonden aan de ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging of, bij het ontbreken daarvan, aan de belanghebbende werknemers en de toezichthouder.

6.

De bijstandsboten zijn doelmatig ontworpen en uitgerust en voldoen aan de eisen in verband met evacuatie en redding.

7.

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het eerste tot en met derde lid.

Artikel 3.37w. Verblijfsaccommodatie

1.

In aanvulling op artikel 3.21 wordt, wanneer de aard, de omvang en de duur van de werkzaamheden op een mijnbouwinstallatie zulks vereisen, de nodige verblijfsaccommodatie ter beschikking gesteld.

2.

Leidingen die in geval van lekkage direct gevaar voor de gezondheid kunnen opleveren worden buiten de accommodatie en de hiermee in verbinding staande gangen gehouden. Deze accommodatie:

3.

De verblijfsaccommodatie is voorzien van voldoende bedden of kooien, rekening houdend met het aantal werknemers dat naar verwachting in de installatie zal slapen. In een slaapverblijf bevinden zich ten hoogste twee slaapplaatsen.

4.

Elke verblijfsaccommodatie beschikt over voldoende plaats voor het opbergen van kleding.

Artikel 3.37x. Kookgelegenheid

Vervallen

Artikel 3.37y. Veiligheid en stabiliteit

Tijdens de plaatsing van een mijnbouwinstallatie worden alle noodzakelijke maatregelen genomen om de veiligheid en de gezondheid van de werknemers te waarborgen.

Afdeling 3C. Aanvullende voorschriften winningsindustrieën met behulp van boringen

Afdeling 5. Bijzondere sectoren en bijzondere categorieën werknemers

§ 5. Ontspanningsruimten en andere voorzieningen

Hoofdstuk 4. Gevaarlijke stoffen en biologische agentia

Afdeling 2. Aanvullende voorschriften bouwplaatsen

§ 1. Definities en toepasselijkheid

§ 2. Schriftelijke beoordeling en vastlegging van gegevens

§ 3. Justitiële inrichtingen

§ 3. Justitiële inrichtingen

§ 5. Arbeidsgezondheidskundig onderzoek

§ 2. Vervoer

Afdeling 4. Aanvullende voorschriften benzinestations

§ 4. Jeugdigen

§ 5. Zwangere werknemers en werknemers tijdens de lactatie

§ 2. Vervoer

§ 3. Justitiële inrichtingen

Afdeling 5. Bijzondere sectoren en bijzondere categorieën werknemers

Artikel 4.32

Vervallen

Artikel 4.33

Vervallen

Artikel 4.34

Vervallen

Afdeling 1. Gevaarlijke stoffen

Afdeling 2. Aanvullende voorschriften kankerverwekkende of mutagene stoffen en kankerverwekkende processen

§ 1. Definities en toepasselijkheid

§ 3. Grenswaarden, arbeidshygiënische strategie en ventilatie

§ 3. Grenswaarden, arbeidshygiënische strategie en ventilatie

§ 1. Definities en toepasselijkheid

§ 3. Grenswaarden en voorkomen of beperken van blootstelling

§ 6. Bijzondere bepalingen inzake crocidoliet en crocidoliethoudende producten

§ 3. Grenswaarden en voorkomen of beperken van blootstelling

Afdeling 6. Specifieke gezondheidsschadelijke stoffen

Afdeling 6A. Vluchtige organische stoffen

Afdeling 3

Afdeling 4. Benzeen en gechloreerde koolwaterstoffen

Afdeling 9. Biologische agentia

§ 1. Definities en toepasselijkheid

§ 2. Verbodsbepalingen

§ 3. Voorschriften voor het werken met asbest en asbesthoudende producten

§ 3. Maatregelen met betrekking tot de blootstelling

§ 4. Aanvullende voorschriften voor het werken met asbest en asbesthoudende producten

§ 4. Aanvullende voorschriften voor het werken met asbest en asbesthoudende producten

§ 6. Certificatie

§ 7. Bijzondere bepalingen inzake voorlichting en onderricht

Afdeling 6. Specifieke gezondheidsschadelijke stoffen

§ 6. Certificatie

§ 5. De ondernemingsraad

§ 3. Maatregelen met betrekking tot de blootstelling

Hoofdstuk 5. Fysieke belasting

Afdeling 7. Vluchtige organische stoffen

Afdeling 9. Biologische agentia

§ 2. Risico-inventarisatie en -evaluatie en gevolgen categorie-indeling

Hoofdstuk 6. Fysische factoren

§ 1. Definities en toepasselijkheid

§ 3. Maatregelen met betrekking tot de blootstelling

Afdeling 1. Fysieke belasting

Afdeling 3. Bijzondere sectoren en bijzondere categorieën werknemers

Afdeling 10. Bijzondere sectoren en bijzondere categorieën werknemers

Afdeling 1. Fysieke belasting

Afdeling 1. Temperatuur en luchtverversing

§ 2. Jeugdigen

§ 2. Justitiële inrichtingen

§ 3. Zwangere werknemers en werknemers tijdens de lactatie

§ 4. Thuiswerkers

§ 4. Thuiswerkers

Hoofdstuk 5. Fysieke belasting

Afdeling 1. Fysieke belasting

Afdeling 1. Fysieke belasting

Afdeling 3. Bijzondere sectoren en bijzondere categorieën werknemers

§ 2. Zwangere werknemers en werknemers tijdens de lactatie

§ 3. Thuiswerkers

§ 2. Voorschriften met betrekking tot lawaai

§ 2. Justitiële inrichtingen

Afdeling 4a. Kunstmatige optische straling

§ 1. Algemeen

§ 1. Algemeen

Afdeling 6. Bijzondere sectoren en bijzondere categorieën werknemers

§ 1. Algemeen

§ 2. Verplichtingen

§ 2. Verplichtingen

Hoofdstuk 8. Persoonlijke beschermingsmiddelen en veiligheids- en gezondheidssignalering

Afdeling 5A. Aanvullende voorschriften ondergrondse winningsindustrieën

Afdeling 5A. Aanvullende voorschriften ondergrondse winningsindustrieën

Afdeling 5A. Aanvullende voorschriften ondergrondse winningsindustrieën

Afdeling 5B. Aanvullende voorschriften winningsindustrieën met behulp van boringen

§ 3. Jeugdigen

§ 4. Zwangere werknemers

§ 2. Voorschriften voor mobiele arbeidsmiddelen

Hoofdstuk 9. Verplichtingen, strafbare feiten, beboetbare feiten, bestuursrechtelijke bepalingen en overgangs- en slotbepalingen

Afdeling 5B. Aanvullende voorschriften winningsindustrieën met behulp van boringen

Afdeling 1. Toepasselijkheid en definitie

§ 3. Jeugdigen

Afdeling 2. Algemene voorschriften

§ 6. Onderwijs

§ 1. Afstemming

Afdeling 3. Arbeidsmiddelen met een besturingssysteem

§ 1. Afstemming

§ 2a. Voorschriften voor arbeidsmiddelen voor het hijsen en heffen van lasten of personen

§ 2a. Voorschriften voor arbeidsmiddelen voor het hijsen en heffen van lasten of personen

§ 3. Voorschriften bij het laden en lossen van schepen

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 3.5a. Toepasselijkheid

Deze paragraaf is niet van toepassing op:

Artikel 3.5b. Samenwerking en coördinatie

1.

Voor de toepassing van artikel 19, tweede lid, van de wet worden aangewezen de werkzaamheden verricht op arbeidsplaatsen waar explosieve atmosferen heersen of kunnen optreden.

2.

In aanvulling op artikel 19, tweede lid, van de wet coördineert de werkgever die verantwoordelijk is voor de arbeidsplaats, bedoeld in het eerste lid, de uitvoering van alle maatregelen inzake veiligheid en gezondheid.

Artikel 3.5c. Nadere voorschriften risico-inventarisatie en -evaluatie; explosieveiligheidsdocument

1.

De gevaren in verband met explosieve atmosferen en de bijzondere risico's die daaruit kunnen voortvloeien, worden in het kader van de risico-inventarisatie en -evaluatie, bedoeld in artikel 5 van de wet, voor de aanvang van de arbeid en bij iedere belangrijke wijziging, uitbreiding of verbouwing van de arbeidsplaats, de arbeidsmiddelen of het arbeidsproces, in hun geheel beoordeeld en schriftelijk vastgelegd in een explosieveiligheidsdocument.

2.

Bij de beoordeling, bedoeld in het eerste lid, wordt in ieder geval rekening gehouden met:

3.

Bij de beoordeling, bedoeld in het eerste lid, worden tevens ruimten in aanmerking genomen die via openingen verbonden zijn of kunnen worden verbonden met ruimten waar explosieve atmosferen kunnen voorkomen.

4.

In het explosieveiligheidsdocument zijn ten minste vermeld:

Artikel 3.5d. Algemene preventieve maatregelen

1.

Doeltreffende maatregelen zijn genomen om het ontstaan van een explosieve atmosfeer op de arbeidsplaats te voorkomen.

2.

Indien het voorkomen van het ontstaan van een explosieve atmosfeer, gezien de aard van het werk niet mogelijk is, worden in de hieronder aangegeven volgorde de volgende maatregelen genomen:

3.

In aanvulling op de maatregelen, bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt de mogelijkheid tot uitbreiding van een explosie beperkt.

4.

Indien werknemers of anderen door explosieve atmosferen gevaar kunnen lopen, wordt, in aanvulling op het eerste tot en met het derde lid, de arbeidsplaats zodanig ingericht dat veilig kan worden gewerkt en wordt er op de arbeid passend toezicht, met inbegrip van het gebruik van passende technische middelen, uitgeoefend. De inhoud en de mate van het toezicht is afhankelijk van de uit de beoordeling, bedoeld in artikel 3.5c, eerste lid, gebleken gevaren.

5.

Indien uit de beoordeling, bedoeld in artikel 3.5c, eerste lid, is gebleken dat er explosieve atmosferen kunnen voorkomen, worden gebieden waar deze atmosferen kunnen heersen ingedeeld in gevarenzones als bedoeld in bijlage I bij richtlijn nr. 1999/92/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 16 december 1999 (PbEG 2000, L 23) betreffende minimumvoorschriften voor de verbetering van de gezondheidsbescherming en van de veiligheid van werknemers die door explosieve atmosferen gevaar kunnen lopen (vijftiende bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, eerste lid, van richtlijn nr. 89/391/EEG).

6.

Gevarenzones worden gemarkeerd door middel van waarschuwingsborden die voldoen aan de bepalingen, vastgesteld bij of krachtens afdeling 2 van hoofdstuk 8.

Artikel 3.5e. Maatregelen in gevarenzones

In de gevarenzones, bedoeld in artikel 3.5d, vijfde lid, en met betrekking tot de installaties in gebieden zonder explosiegevaar die vereist zijn voor of bijdragen tot het explosieveilig gebruik van installaties die zich op plaatsen bevinden waar explosiegevaar heerst, worden in ieder geval de volgende maatregelen genomen:

Artikel 3.5f. Bijzondere maatregelen

Voor zover uit de resultaten van de beoordeling, bedoeld in artikel 3.5c, eerste lid, hiertoe de noodzaak is gebleken, worden in aanvulling op artikel 3.5e de volgende maatregelen genomen:

§ 2. Algemene verplichtingen van de werkgever

§ 1. Vervoer

§ 2. Thuiswerkers

Afdeling 3. Aanvullende voorschriften winningsindustrieën in dagbouw, ondergronds of met behulp van boringen

Afdeling 3A. Aanvullende voorschriften winningsindustrieën in dagbouw

Afdeling 2. Aanvullende voorschriften bouwplaatsen

Afdeling 3B. Aanvullende voorschriften ondergrondse winningsindustrieën

Afdeling 3B. Aanvullende voorschriften ondergrondse winningsindustrieën

§ 2. Vervoer

§ 3. Justitiële inrichtingen

§ 4. Jeugdigen

Hoofdstuk 4. Gevaarlijke stoffen en biologische agentia

§ 1. Definities en toepasselijkheid

§ 2. Vervoer

§ 1. Onderwijs

§ 1. Onderwijs

§ 3. Justitiële inrichtingen

Afdeling 2. Aanvullende voorschriften kankerverwekkende of mutagene stoffen en kankerverwekkende processen

§ 1. Onderwijs

Afdeling 3

Artikel 4.32

Vervallen

Artikel 4.33

Vervallen

Artikel 4.34

Vervallen

Afdeling 4. Benzeen en gechloreerde koolwaterstoffen

Afdeling 3

§ 3. Grenswaarden, arbeidshygiënische strategie en ventilatie

§ 4. Maatregelen bij specifieke omstandigheden

§ 5. Arbeidsgezondheidskundig onderzoek

§ 2. Schriftelijke beoordeling en vastlegging van gegevens

§ 4. Aanvullende voorschriften voor het werken met asbest en asbesthoudende producten

§ 4. Arbeidsgezondheidskundig onderzoek

Afdeling 6. Specifieke gezondheidsschadelijke stoffen

Afdeling 3

Afdeling 4. Benzeen en gechloreerde koolwaterstoffen

Afdeling 6. Specifieke gezondheidsschadelijke stoffen

§ 3. Voorschriften voor het werken met asbest en asbesthoudende producten

§ 6. Certificatie

§ 5. Extra aanvullende voorschriften voor het werken met asbest en asbesthoudende producten

§ 6. Certificatie

Afdeling 9. Biologische agentia

§ 2. Risico-inventarisatie en -evaluatie en gevolgen categorie-indeling

§ 2. Risico-inventarisatie en -evaluatie en gevolgen categorie-indeling

§ 4. Arbeidsgezondheidskundig onderzoek

Hoofdstuk 5. Fysieke belasting

§ 6. Toezicht

§ 3. Maatregelen met betrekking tot de blootstelling

Hoofdstuk 6. Fysische factoren

Afdeling 9. Biologische agentia

Afdeling 10. Bijzondere sectoren en bijzondere categorieën werknemers

§ 6. Toezicht

§ 4. Arbeidsgezondheidskundig onderzoek

Afdeling 10. Bijzondere sectoren en bijzondere categorieën werknemers

Afdeling 1. Fysieke belasting

§ 3. Zwangere werknemers en werknemers tijdens de lactatie

§ 1. Algemeen

§ 1. Vervoer

§ 2. Zwangere werknemers en werknemers tijdens de lactatie

Hoofdstuk 7. Arbeidsmiddelen en specifieke werkzaamheden

Afdeling 2. Beeldschermwerk

Afdeling 2. Beeldschermwerk

Afdeling 1. Temperatuur en luchtverversing

Afdeling 3. Lawaai

§ 2. Voorschriften met betrekking tot lawaai

§ 1. Algemeen

§ 1. Algemeen

Afdeling 5. Aanvullende voorschriften voor bouwplaatsen

§ 2. Voorschriften met betrekking tot kunstmatige optische straling

§ 2. Verplichtingen

Afdeling 4b. Elektromagnetische velden

Afdeling 5. Aanvullende voorschriften voor bouwplaatsen

§ 4. Zwangere werknemers

§ 3. Diverse bepalingen

Hoofdstuk 7. Arbeidsmiddelen en specifieke werkzaamheden

Afdeling 5. Werken onder overdruk

Afdeling 5A. Aanvullende voorschriften ondergrondse winningsindustrieën

Afdeling 5A. Aanvullende voorschriften ondergrondse winningsindustrieën

§ 1. Vervoer

Hoofdstuk 7. Arbeidsmiddelen en specifieke werkzaamheden

Afdeling 1. Toepasselijkheid en definitie

Afdeling 1. Toepasselijkheid en definitie

§ 5. Thuiswerkers

§ 5. Thuiswerkers

Afdeling 2. Algemene voorschriften

§ 1. Vervoer

§ 2. Voorschriften voor mobiele arbeidsmiddelen

Afdeling 3

§ 3. Voorschriften bij het laden en lossen van schepen

§ 1. Afstemming

§ 3. Voorschriften bij het laden en lossen van schepen

§ 3. Voorschriften bij het laden en lossen van schepen

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 2.3a. Toepasselijkheid vervoergebonden inrichtingen

1.

In dit artikel wordt verstaan onder opslag in verband met vervoer van gevaarlijke stoffen: opslag van verpakte gevaarlijke stoffen als bedoeld in artikel 2.2, onderdeel a, gedurende korte tijd en in afwachting van aansluitend vervoer naar een vooraf bekende ontvanger, met inbegrip van het laden en lossen van die stoffen en de overbrenging daarvan naar of van een andere tak van vervoer, voor zover daadwerkelijk in aansluitend vervoer is voorzien en de betrokken gevaarlijke stoffen in hun oorspronkelijke verpakking blijven.

2.

Ten aanzien van een inrichting die tot een krachtens artikel 1.1, derde lid, van de Wet milieubeheer aangewezen categorie behoort en bestemd is voor de opslag in verband met vervoer van gevaarlijke stoffen, al dan niet in combinatie met andere stoffen en producten, waarin gevaarlijke stoffen krachtens omgevingsvergunning op grond van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht aanwezig mogen zijn, kan voor de toepassing van deze afdeling de berekening van de hoeveelheid gevaarlijke stoffen, bedoeld in artikel 2.3, achterwege blijven.

Artikel 2.3b. Uitzonderingen toepassingsgebied

1.

Deze afdeling is:

Artikel 2.5a. Nadere voorschriften betreffende veiligheidsbeheerssysteem

1.

Voor het uitvoeren van het beleid, bedoeld in artikel 2.5, eerste lid, is een veiligheidsbeheerssysteem aanwezig. Het veiligheidsbeheerssysteem is afgestemd op de gevaren, de industriële werkzaamheden en de complexiteit van de organisatie in de inrichting en is gebaseerd op de evaluatie van de risico's. In het veiligheidsbeheerssysteem is dat gedeelte van het algemene beheerssysteem opgenomen waaronder de organisatorische structuur, verantwoordelijkheden, gebruiken, procedures, procedés en hulpmiddelen die het mogelijk maken het beleid, bedoeld in de eerste zin, vast te stellen en uit te voeren.

2.

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het veiligheidsbeheerssysteem.

Artikel 2.5b. Intern noodplan

1.

Ten behoeve van de planning voor noodsituaties en de externe communicatie ter zake wanneer zich een zwaar ongeval voordoet, wordt door de werkgever schriftelijk een intern noodplan opgesteld dat wordt gebaseerd op de aanvullende risico-inventarisatie en -evaluatie, bedoeld in artikel 2.5, tweede lid, de getroffen maatregelen, bedoeld in artikel 2.5, derde lid, en het veiligheidsbeheerssysteem, bedoeld in artikel 2.5a.

2.

Bij het opstellen of wijzigen van het intern noodplan wordt, bij het ontbreken van een ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging, overleg gevoerd met de belanghebbende werknemers. Over het intern noodplan en de wijziging daarvan wordt tevens overleg gevoerd met de werknemers van andere werkgevers, die op basis van een langlopende overeenkomst tot opdracht of aanneming van werk mede in het bedrijf of de inrichting werkzaam zijn.

3.

Het intern noodplan wordt zo vaak als nodig en tenminste eenmaal per drie jaar beproefd, geëvalueerd en indien nodig gewijzigd. Daarbij houdt de werkgever rekening met in de het bedrijf of de inrichting toegepaste werk- en productiemethoden en de bij de externe hulpverleningsorganisaties, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel e, van de wet, aangebrachte veranderingen van technische of organisatorische aard en veranderingen in het veiligheidsinzicht die voor de risico's van een zwaar ongeval belangrijke gevolgen kunnen hebben. De resultaten van de beproeving en evaluatie worden schriftelijk vastgelegd door de werkgever.

4.

De werkgever zorgt ervoor dat de werknemers, de bedrijfshulpverleners, bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de wet, de externe hulpverleningsorganisaties, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel e, van de wet, de deskundigen en arbodiensten, bedoeld in de artikelen 13, 14 en 14a van de wet, alsmede de werknemers van andere werkgevers, de zelfstandigen en werkgevers die de arbeid zelf verrichten, bedoeld in artikel 16, zevende lid, van de wet, die mede in het bedrijf of de inrichting werkzaam zijn, desgewenst kennis kunnen nemen van het intern noodplan.

5.

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de gegevens die in het intern noodplan worden opgenomen, en de beproeving en evaluatie van het intern noodplan.

Artikel 2.5c. Wijzigingen en periodieke evaluatie

1.

In geval van wijziging van een installatie, de opzet of organisatie van het bedrijf of de inrichting, een proces dan wel de aard of fysische vorm van of de hoeveelheden gevaarlijke stoffen, die belangrijke gevolgen kan hebben voor de risico’s van zware ongevallen met gevaarlijke stoffen, werkt de werkgever, indien hij dat niet reeds ter voldoening aan voorschriften bij of krachtens dit besluit heeft gedaan, zo nodig bij:

2.

Onverminderd het eerste lid, wordt de aanvullende risico-inventarisatie en -evaluatie, bedoeld in artikel 2.5, tweede lid, aanhef en onder a, zo vaak als nodig en tenminste eenmaal per vijf jaar geëvalueerd.

Artikel 2.5d. Deskundige bijstand

1.

In aanvulling op artikel 14, eerste lid, van de wet laat de werkgever zich bij de volgende taken bijstaan door een deskundige als bedoeld in artikel 2.7:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)