Besluit van 15 januari 1997, houdende regels in het belang van de veiligheid, de gezondheid en het welzijn in verband met de arbeid (Arbeidsomstandighedenbesluit)
De opdrachtgever is verplicht tot naleving van de voorschriften welke zijn opgenomen in de artikelen 2.26 tot en met 2.29 en 2.32 en in voorkomende gevallen de artikelen 4.51a, eerste en derde lid, 4.54a, vierde en vijfde lid, en 4.54d, eerste lid.
Artikel 9.7. Verplichtingen van de ontwerpende partij
De ontwerpende partij is verplicht tot naleving van de voorschriften welke zijn opgenomen in artikel 2.34.
Artikel 9.8. Verplichtingen van de uitvoerende partij
De uitvoerende partij is verplicht tot naleving van de voorschriften welke zijn opgenomen in de artikelen 2.29 en 2.33.
Artikel 9.9. Verplichtingen van de lifteigenaar of -beheerder
De eigenaar of beheerder van een lift is verplicht tot naleving van de voorschriften welke zijn opgenomen in artikel 7.21.
Afdeling 4b. Elektromagnetische velden
§ 2. Voorschriften met betrekking tot kunstmatige optische straling
Artikel 9.9a
Als een strafbaar feit wordt aangemerkt de handeling of het nalaten in strijd met de voorschriften en verboden welke zijn opgenomen in de artikelen 1.46, eerste lid, 2.42k, eerste en tweede lid, 2.42l, eerste tot en met vierde lid, 2.42m, 2.42n, 2.42o, 2.42p en 3.37za, eerste en tweede lid, en de artikelen van de op grond van de wet en dit besluit vastgestelde ministeriële regeling, voor zover en op de wijze als bij die regeling is bepaald.
Voor zover van de artikelen, bedoeld in het eerste lid, ontheffing onder voorschriften is verleend, wordt de handeling of het nalaten in strijd met die voorschriften mede aangemerkt als een strafbaar feit.
§ 2. Justitiële inrichtingen
Artikel 9.9b
Als overtreding ter zake waarvan een bestuurlijke boete kan worden opgelegd, wordt aangemerkt de handeling of het nalaten in strijd met de voorschriften welke zijn opgenomen in de volgende artikelen:
- a. van hoofdstuk 1: de artikelen 1.5ha, 1.5q, 1.36, 1.37, eerste en tweede lid, 1.38, 1.41, 1.42, 1.42a, 1.46, 1.47, tweede lid, 1.48, 1.49, tweede tot en met zesde lid, 1.51 tot en met 1.53;
- b. van hoofdstuk 2: de artikelen 2.1, 2.13, 2.14, tweede lid, 2.14a, eerste en tweede lid, 2.14d, eerste en tweede lid, 2.15, 2.26 tot en met 2.29, 2.32 tot en met 2.35, 2.41, 2.42, tweede tot en met vierde en zesde lid, 2.42a tot en met 2.42c, 2.42e, eerste lid, 2.42f, eerste tot en met derde lid, 2.42g, 2.42h, 2.43, tweede lid, en 2.45;
- c. van hoofdstuk 3: de artikelen 3.1b, 3.2, 3.3, 3.4, eerste tot en met derde lid, 3.5, eerste tot en met vierde en zevende lid, 3.5b, tweede lid, 3.5c tot en met 3.5g, eerste, tweede en vierde lid, 3.5h, tweede tot en met vijfde lid, 3.6 tot en met 3.15, 3.16, eerste en vijfde lid, 3.17 tot en met 3.25, 3.27 tot en met 3.31, 3.33 tot en met 3.35, 3.37 tot en met 3.37t, 3.37u, 3.37v, eerste tot en met derde lid, 3.37w, 3.37y, 3.46 en 3.48;
- d. van hoofdstuk 4: de artikelen 4.1b, 4.1c, 4.1d, 4.2, eerste tot en met achtste lid, 4.2a, 4.3, tweede tot en met vijfde lid, 4.4, 4.5, eerste tot en met derde lid, 4.6, eerste en tweede lid, 4.7, 4.8, eerste, tweede, vierde en vijfde lid, 4.9, 4.10, tweede tot en met negende lid, 4.10a, eerste, tweede, vierde en vijfde lid, 4.10b, eerste lid, onder a en b, tweede en derde lid, en vierde lid, onder b en c, 4.10c, tweede, vierde en vijfde lid, 4.10d, 4.13, 4.15, 4.16, tweede tot en met zesde lid, 4.17, 4.18, 4.19, 4.20, 4.23, tweede en vierde lid, 4.45, eerste lid, 4.45a, 4.45b, 4.46, 4.47, eerste, tweede en vijfde tot en met achtste lid, 4.47a, eerste, derde tot en met zesde en achtste lid, 4.47b, 4.47c, eerste en tweede lid, 4.48a, eerste, tweede en vierde lid, 4.50, 4.51, 4.51a, eerste tot en met vijfde lid, 4.52, eerste en derde lid, 4.53, eerste tot en met derde lid, 4.54a, 4.54d, eerste en derde tot en met tiende lid, 4.58, 4.59, eerste en tweede lid, 4.60, eerste en derde lid, 4.61, tweede tot en met vijfde lid, 4.61a, eerste en derde lid, 4.61b, eerste lid, 4.62b, 4.85, 4.86, derde lid, 4.87, 4.87a, eerste tot en met derde lid, 4.87b, 4.88 tot en met 4.90, 4.91, eerste tot en met derde lid, vijfde, zesde, achtste en tiende lid, 4.94, eerste, derde en vijfde lid, 4.95 tot en met 4.100, eerste lid, 4.101, 4.102, 4.105, 4.106, 4.108 en 4.109;
- e. van hoofdstuk 5: de artikelen 5.2 tot en met 5.6, 5.9 tot en met 5.11, 5.13a;
- f. van hoofdstuk 6: de artikelen 6.1, 6.2, eerste tot en met vier en zesde lid, 6.3, 6.4, 6.7, eerste tot en met vierde lid, zesde en achtste lid, 6.8, eerste, derde, vierde tot en met zevende, en negende tot en met elfde lid, 6.9 tot en met 6.11, 6.11b, eerste tot en met vierde en zesde lid, 6.11c, eerste tot en met derde lid, 6.11d, 6.11e, eerste, tweede en vierde lid,6.12d, eerste tot en met zesde, negende en tiende lid, 6.12e, eerste tot en met vijfde lid, 6.12f, 6.12g, 6.12j, 6.12k, eerste, tweede, vierde, vijfde en tiende lid, 6.12l, eerste tot en met tiende lid, 6.12m, 6.12n6.14, 6.14a, eerste tot en met derde en vijfde lid, 6.15, 6.16, eerste tot en met derde lid en vijfde tot en met elfde lid, 6.17, eerste, tweede en derde lid, 6.18 tot en met 6.20, 6.20b, 6.20e, 6.27, 6.29 tot en met 6.29c;
- g. van hoofdstuk 7: de artikelen 7.2, eerste lid, 7.3 tot en met 7.4a, eerste tot en met zesde lid, 7.5 tot en met 7.11a, 7.13, 7.14, eerste lid, 7.15 tot en met 7.17a, eerste, tweede en vierde tot en met zevende lid, 7.17b, tweede tot en met zesde lid, 7.17c tot en met 7.18a, tweede tot en met dertiende lid, 7.18b, 7.20, 7.21, 7.23 tot en met 7.23d, 7.24 tot en met 7.29, tweede tot en met achtste lid, en tiende lid, 7.30, eerste lid, 7.32, 7.34, 7.35, 7.36b en 7.39;
- h. van hoofdstuk 8: de artikelen 8.1 tot en met 8.4, eerste lid;
- i. de artikelen van de op grond van de wet en dit besluit vastgestelde ministeriële regeling, voor zover en op de wijze als bij die regeling is bepaald.
Voor zover van de artikelen, bedoeld in het eerste lid, ontheffing onder voorschriften is verleend, wordt het handelen of nalaten in strijd met die voorschriften aangemerkt als overtreding ter zake waarvan een bestuurlijke boete kan worden opgelegd.
Artikel 9.9c. Strafbare feiten aanvullende risico-inventarisatie en -evaluatie
Als strafbaar feit wordt aangemerkt de handeling of het nalaten in strijd met de voorschriften, opgenomen in de artikelen 2.5, eerste tot en met zesde lid, 2.5a, eerste lid, 2.5b, eerste, derde en vierde lid, 2.5c, 2.5d, eerste lid, 2.5e, eerste lid, 2.5g, tweede en derde lid, 2.5h, eerste en tweede lid, 2.5i, eerste en tweede lid, en 2.5j en de op grond van die artikelen vastgestelde ministeriele regeling, voor zover en op de wijze als bij die regeling is bepaald.
Voor zover van de artikelen, bedoeld in het eerste lid, vrijstelling of ontheffing onder voorschriften is verleend, wordt de handeling of het nalaten in strijd met die voorschriften mede aangemerkt als een strafbaar feit.
Afdeling 4b. Elektromagnetische velden
§ 1. Algemeen
Artikel 9.10. Last onder bestuursdwang
Ter zake van de naleving van de in de artikelen 9.9b, eerste lid, en 9.9d, eerste lid genoemde bepalingen, en de in het tweede lid van dat artikel bedoelde voorschriften kan een last onder bestuursdwang worden opgelegd.
Artikel 9.11. Verzoek om vrijstelling of ontheffing
Een verzoek om vrijstelling of ontheffing van het bij of krachtens de wet bepaalde wordt langs elektronische weg ingediend. Artikel 2.1, eerste lid, tweede zin, is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 9.12. Vrijstelling asbestverbod
Vervallen
Artikel 9.13. Ontheffing asbestverbod
Vervallen
Artikel 9.14. Vrijstelling of ontheffing specifieke stoffenverbod
Vrijstelling of ontheffing van het in artikel 4.59, eerste lid, vervatte verbod kan slechts verleend worden voor:
- a. het gebruik van de stoffen voor onderzoek en proeven, met inbegrip van analyse;
- b. werkzaamheden die zijn gericht op de verwijdering van de stoffen die in een mengsel of oplossing aanwezig zijn in een concentratie die kleiner is dan 0,1 gewichtsprocent;
- c. productieprocessen waarbij de stoffen in een gesloten procesinstallatie worden vervaardigd en daarin worden omgezet in andere stoffen, zonder dat de stoffen daarbij, anders dan voor zover dat noodzakelijk is voor de controle op het productieproces en het onderhoud van de procesinstallatie, tussentijds uit de procesinstallatie worden genomen.
Artikel 9.15. Vrijstelling specifieke stoffenverbod
In gevallen waarin van de in artikel 4.59 vervatte verboden vrijstelling is verleend worden:
- a. indien het voornemen bestaat om een in de vrijstelling genoemde stof te vervaardigen, te gebruiken of in voorraad te houden, aan een daartoe aangewezen toezichthouder schriftelijk de volgende gegevens gemeld:
- 1°. de identiteit van de stof die zal worden vervaardigd of gebruikt dan wel in voorraad zal worden gehouden;
- 2°. de hoeveelheid van de stof die per jaar zal worden vervaardigd of gebruikt dan wel in voorraad zal worden gehouden;
- 3°. de plaats waar de stof zal worden vervaardigd of gebruikt dan wel in voorraad zal worden gehouden;
- 4°. de vormen van arbeid die met de stof zullen worden verricht;
- 5°. het aantal werknemers dat bij de arbeid aan de stof zal kunnen worden blootgesteld;
- 6°. de wijze waarop en de mate waarin werknemers bij de arbeid aan de stof zullen kunnen worden blootgesteld;
- 7°. de maatregelen die zijn genomen om te voorkomen dat werknemers bij de arbeid aan de stof zullen worden blootgesteld;
- b. indien het voornemen bestaat om een belangrijke wijziging aan te brengen in de omstandigheden die ten grondslag liggen aan de gegevens die zijn overgelegd op grond van het onder a bedoelde voorschrift, de daar bedoelde gegevens opnieuw schriftelijk gemeld aan een daartoe aangewezen toezichthouder.
Artikel 9.16. Ontheffing specifieke stoffenverbod
Bij een verzoek om ontheffing van de in artikel 4.59 vervatte verboden wordt de reden van het verzoek gegeven en worden de in artikel 9.15, onder a, bedoelde gegevens overlegd.
Artikel 9.16a. Vrijstelling of ontheffing vervangingsplicht vluchtige organische stoffen
Vrijstelling of ontheffing van artikel 4.62b kan uitsluitend worden verleend in gevallen waarin het technisch niet uitvoerbaar is om onschadelijke of minder schadelijke stoffen of producten te gebruiken dan vluchtige organische stoffen of producten die deze stoffen bevatten.
Artikel 9.17. Vrijstelling of ontheffing lawaaivoorschriften
Vrijstelling of ontheffing van artikel 6.8, zevende lid, eerste zin, negende, tiende en elfde lid, wordt slechts verleend wanneer in uitzonderlijke omstandigheden het volledige en correcte gebruik van individuele gehoorbeschermers tot grotere risico’s voor de gezondheid of de veiligheid zou kunnen leiden dan het niet gebruiken van deze beschermers.
Aan een vrijstelling of ontheffing als bedoeld in het eerste lid worden voorschriften verbonden om, rekening houdende met de bijzondere omstandigheden, te waarborgen dat:
- a. de daaruit voortvloeiende risico’s voor de veiligheid en de gezondheid tot een minimum worden beperkt en
- b. de betrokken werknemers onder verscherpt medisch toezicht staan.
Een vrijstelling of ontheffing als bedoeld in het eerste lid wordt slechts verleend voor een periode van ten hoogste vier jaar.
Artikel 9.18. Vrijstelling of ontheffing laden en lossen van schepen
Vrijstelling of ontheffing van de artikelen 7.24 tot en met 7.28 kan uitsluitend worden verleend:
- a. ten aanzien van plaatsen waar het verkeer onregelmatig is;
- b. ten aanzien van binnenvaartuigen met een lengte van minder dan 55 meter, zeeschepen kleiner dan 500 GT of vissersvaartuigen als bedoeld in artikel 1 van de Schepenwet.
Vrijstelling of ontheffing van artikel 7.29 kan uitsluitend worden verleend:
- a. ten aanzien van plaatsen waar het verkeer onregelmatig is;
- b. ten aanzien van binnenschepen met een lengte van minder dan 55 meter of zeeschepen kleiner dan 500 GT.
Artikel 9.19. Beperking vrijstellings- of ontheffingsmogelijkheid
Geen vrijstelling of ontheffing wordt verleend van de voorschriften en verboden, bedoeld in de volgende artikelen en de daarop berustende bepalingen:
- a. van hoofdstuk 1: de artikelen van de afdelingen 8, 9 en 10;
- b. van hoofdstuk 2: de artikelen van de afdelingen 5, 6 en 6a;
- c. van hoofdstuk 3: artikel 3.1b, de artikelen van paragraaf 2a van afdeling 1 en van de afdelingen 2, 3, 3a, 3b en 3c en de paragrafen 4 en 5 van afdeling 5;
- d. van hoofdstuk 4: de artikelen van afdeling 1, met uitzondering van de artikelen 4.8, 4.9 en 4.10, de artikelen van afdelingen 2, 5, 6, 7, met uitzondering van artikel 4.62b, en 9 en de artikelen van de paragrafen 2 en 3 van afdeling 10;
- e. van hoofdstuk 5: de artikelen van de afdelingen 1 en 2;
- f. van hoofdstuk 6: de artikelen van de afdelingen 1 en 2, 3, met uitzondering van artikel 6.8, zevende lid, eerste zin, negende, tiende en elfde lid, afdeling 3a, met uitzondering van artikel 6.11c, tweede lid, afdeling 4a, afdeling 5a, en de artikelen van de paragrafen 3 en 4 van afdeling 6;
- g. van hoofdstuk 7: de artikelen van de afdelingen 1, 2, 3 en 4, met uitzondering van de artikelen 7.20, zesde lid, en 7.21, en de artikelen van de afdelingen 5, met uitzondering van artikel 7.32, en 5a en paragraaf 2 van afdeling 6;
- h. van hoofdstuk 8: de artikelen van de afdelingen 1 en 2;
- i. van hoofdstuk 9: de artikelen 9.15 en 9.16.
Artikel 9.20. Duur van vrijstelling of ontheffing
Vrijstellingen of ontheffingen worden slechts verleend voor beperkte duur en worden in ieder geval ingetrokken wanneer de redenen waarom zij zijn verleend, zijn vervallen.
§ 3. Diverse bepalingen
Artikel 9.21. Aanwijzing
Vervallen
Artikel 9.22. Eis tot naleving
Omtrent de wijze waarop de voorschriften, gesteld krachtens de artikelen 6, eerste lid, en 16 van de wet moeten worden nageleefd kan een eis worden gesteld overeenkomstig artikel 27, eerste lid, van de wet.
Het eerste lid geldt niet in de gevallen, bedoeld in artikel 1.33.
Het eerste lid geldt voorts niet ten aanzien van de volgende artikelen:
- a. van hoofdstuk 1: de artikelen 1.26 tot en met 1.32 en 1.34;
- b. van hoofdstuk 4: de artikelen 4.1c, eerste lid, onder l, 4.58, 4.59, 4.60, eerste en derde lid, 4.61, tweede lid, 4.61b, 4.105, 4.108 en 4.109;
- c. van hoofdstuk 6: de artikelen 6.27, 6.29 en 6.29a.
Bij het stellen van een eis aan een werkgever of werknemer, waarop zowel afdeling 2 als afdeling 4 of 6 van hoofdstuk 1 van toepassing is, wordt het ter zake in afdeling 4 of 6 bepaalde in acht genomen.
Bij het stellen van een eis aan een werkgever of werknemer, waarop afdeling 4 of 6 van hoofdstuk 1 van toepassing is, wordt het ter zake in die afdeling bepaalde in acht genomen.
Indien ten aanzien van een of meer bepalingen van dit besluit overeenkomstig artikel 27, eerste lid, van de wet, een eis tot naleving is gesteld, kan in die situatie van het betreffende voorschrift respectievelijk de betreffende voorschriften geen ontheffing meer worden verleend.
Afdeling 5. Werken onder overdruk
§ 2. Verplichtingen
Artikel 9.23. Intrekking besluiten
Vervallen
§ 3. Diverse bepalingen
Artikel 9.24. Vrijstellingenbesluit Winkeltijdenwet
Vervallen
Artikel 9.25. Besluit ter uitvoering van de Wet arbeid gehandicapte werknemers
Vervallen
Artikel 9.26. Aanwijzingsbesluit bestuursorganen Wob en WNo
Vervallen
Artikel 9.27. Besluit schiethamers
Vervallen
Artikel 9.28. Binnenschepenbesluit
Vervallen
Artikel 9.29. Besluit akkerbouwbedrijven milieubeheer
Vervallen
Artikel 9.30. Besluit houtbewerkende bedrijven milieubeheer
Vervallen
Artikel 9.31. Mijnreglement continentaal plat
Vervallen
Artikel 9.32. Mijnreglement 1964
Vervallen
Artikel 9.33. Veiligheids- en gezondheidszorgsysteem, aanvullende risico-inventarisatie en evaluatie en noodplan winningsindustrieën voor het opsporen en de winning van koolwaterstoffen
De aanvulling van het beleid en het veiligheids- en gezondheidszorgsysteem als bedoeld in artikel 2.42k, eerste en tweede lid, de aanvulling van de risico-inventarisatie en -evaluatie en maatregelen als bedoeld in artikel 2.42l, eerste en tweede lid, en de aanvulling van het noodplan, bedoeld in artikel 3.37za, worden door de werkgever vastgelegd en aan de toezichthouder gezonden:
- a. voor bestaande installaties: voor 19 juli 2016;
- b. voor nieuwe installaties: voor de aanvang van de werkzaamheden.
§ 2. Justitiële inrichtingen
Artikel 9.34. Overgangsbepaling registratie
Personen die beschikken over een certificaat of getuigschrift dat is afgegeven krachtens het Arbeidsomstandighedenbesluit en nog geldig is op de datum van inwerkingtreding van een verplichting tot registratie in een van de registers, genoemd in artikel 1.5j, eerste lid, om de arbeid waarop dat certificaat of getuigschrift betrekking heeft te mogen verrichten, kunnen voor de resterende geldigheidsduur van dat certificaat of getuigschrift worden ingeschreven in het van toepassing zijnde register, genoemd in artikel 1.5j, eerste lid.
Indien de resterende geldigheidsduur van een certificaat als bedoeld in het eerste lid, verstrijkt binnen twaalf maanden na de datum van inwerkingtreding, bedoeld in het eerste lid, kan Onze Minister in bijzondere gevallen de registratie in het van toepassing zijnde register verlengen voor ten hoogste zes maanden.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de inschrijving, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 9.35. Lawaai in de muziek- en entertainmentsector
Vervallen
Artikel 9.36
Vervallen
Artikel 9.36a. Arbeidsmiddelen
Vervallen
Artikel 9.37. Explosieve atmosferen
Artikel 3.5e, onder e, is niet van toepassing op arbeidsmiddelen voor gebruik op plaatsen waar een explosieve atmosfeer kan voorkomen die voor 30 juni 2003 in gebruik zijn genomen.
Artikel 9.37a. Trillingen
Vervallen
Artikel 9.37b. Certificaat
Vervallen
Artikel 9.37c. Aanwijzing certificerende instelling op verzoek
Vervallen
§ 1. Vervoer
Artikel 9.38. Evaluatie
Vervallen
Artikel 9.39. Wijziging bijlagen bij EG-richtlijnen
Een wijziging van een van de bijlagen bij een EG-richtlijn waarnaar in dit besluit wordt verwezen, gaat voor de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven, tenzij bij ministerieel besluit, dat in de Staatscourant wordt bekendgemaakt, een ander tijdstip wordt vastgesteld.
Artikel 9.40. Inwerkingtreding
Vervallen
Artikel 9.41. Citeertitel
Dit besluit wordt aangehaald als: Arbeidsomstandighedenbesluit.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Artikel 2.42d. Schakelbepaling
Op een arbeidsplaats in de winningsindustrie die delfstoffen wint met behulp van boringen zijn naast de voorschriften van afdeling 6 van dit hoofdstuk tevens de voorschriften van deze afdeling van toepassing.
Artikel 2.42e. Veiligheids- en gezondheidszorgsysteem
Voor het uitvoeren van een zo goed mogelijk arbeidsomstandighedenbeleid, bedoeld in artikel 3 van de wet, is een veiligheids- en gezondheidszorgsysteem aanwezig. Dit systeem omvat het geheel van beleid, organisatie, planning, uitvoering, monitoring, evaluatie, doorlichting en verbetering, dat wordt gehanteerd voor de beheersing van de veiligheid en de gezondheid. Het arbeidsomstandighedenbeleid, bedoeld in de eerste volzin, wordt vastgelegd in het veiligheids- en gezondheidsdocument, bedoeld in artikel 2.42, tweede lid.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het eerste lid.
Artikel 2.42f. Veiligheids- en gezondheidsdocument
Onverminderd artikel 2.42 blijkt uit het veiligheids- en gezondheidsdocument dat alle nodige maatregelen zijn genomen om de veiligheid en de gezondheid van de werknemers zowel in normale situaties als in noodsituaties te beschermen. Hiertoe bevat het document het volgende:
- a. een opgave van de aan de arbeidsplaats verbonden specifieke risicobronnen, met inbegrip van elke activiteit op die plaats, die ongevallen kunnen teweegbrengen met ernstige gevolgen voor de veiligheid en de gezondheid van de betrokken werknemers;
- b. een evaluatie van de risico's van de in onderdeel a bedoelde specifieke bronnen;
- c. het bewijs dat afdoende voorzorgsmaatregelen zijn genomen om de in onderdeel a bedoelde ongevallen te vermijden, de uitbreiding van ongevallen te beperken en de arbeidsplaats in noodsituaties op een doelmatige en beheerste wijze te kunnen evacueren;
- d. het bewijs dat er een veiligheids- en gezondheidszorgsysteem als bedoeld in artikel 2.42e gehanteerd wordt dat adequaat is om de voorschriften bij of krachtens dit besluit die betrekking hebben op de veiligheid en de bescherming van de gezondheid van de werknemers, zowel in gewone situaties als in noodsituaties na te leven.
Bij de planning en tenuitvoerlegging van alle in artikel 3.2, eerste lid, tweede volzin, bedoelde fasen worden de in het desbetreffende veiligheids- en gezondheidsdocument vermelde procedures en uitvoeringsbepalingen in acht genomen.
De verschillende werkgevers die verantwoordelijk zijn voor de verschillende arbeidsplaatsen werken in voorkomend geval samen bij het opstellen van de veiligheids- en gezondheidsdocumenten, bedoeld in artikel 2.42, en het voorbereiden van de maatregelen die nodig zijn om de veiligheid en de gezondheid van de werknemers te garanderen.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het eerste, tweede en derde lid.
Artikel 2.42g. Veiligheidsoefeningen
Op alle normaliter bemenste arbeidsplaatsen worden op gezette tijden veiligheidsoefeningen gehouden die erop gericht zijn:
- a. werknemers aan wie in noodgevallen concrete taken worden opgedragen, waarbij noodapparatuur moet worden gebruikt, gehanteerd of bediend, hierin te trainen en na te gaan of zij bekwaam zijn die taken te vervullen;
- b. alle bij de oefeningen gebruikte noodapparatuur te controleren, schoon te maken en zo nodig opnieuw op te laden of te vervangen en alle gebruikte draagbare apparatuur opnieuw naar de plaats te brengen waar zij zich normaliter bevindt;
- c. na te gaan of de reddingsvaartuigen gebruiksklaar zijn.
Artikel 2.42h. Handelingen in noodgevallen
De werknemers worden getraind in het uitvoeren van de handelingen die in noodgevallen moeten worden verricht.
Op mijnbouwinstallaties waar werknemers langere tijd verblijven zijn bij helikopterbewegingen op het helikopterdek voldoende werknemers aanwezig die tot taak hebben bij noodgevallen in actie te komen. Deze werknemers zijn hiertoe voldoende getraind.
In aanvulling op het eerste en tweede lid worden werknemers die werkzaam zijn op mijnbouwinstallaties ook getraind in het uitvoeren van de handelingen die op een specifieke arbeidsplaats moeten worden verricht. Deze handelingen worden voor de desbetreffende arbeidsplaats nader omschreven in het in artikel 2.42 bedoelde veiligheids- en gezondheidsdocument.
Werknemers die werkzaam zijn op mijnbouwinstallaties worden getraind in de toepassing van overlevingstechnieken, met inachtneming van de criteria die zijn vastgesteld in het in artikel 2.42 bedoelde veiligheids- en gezondheidsdocument.
Artikel 2.42i. Schakelbepaling
Op een arbeidsplaats in de winningsindustrie voor het opsporen en de winning van koolwaterstoffen zijn naast de voorschriften van de afdelingen 6 en 6a van dit hoofdstuk tevens de voorschriften van deze afdeling van toepassing.
Afdeling 4. Psychosociale arbeidsbelasting
Afdeling 6. Winningsindustriën in dagbouw, ondergronds of met behulp van boringen
§ 1. Vervoer
§ 2. Thuiswerkers
Hoofdstuk 3. Inrichting arbeidsplaatsen
Afdeling 1. Algemene voorschriften
§ 2. Algemene verplichtingen van de werkgever
§ 1. Vervoer
§ 2. Thuiswerkers
§ 5. Ontspanningsruimten en andere voorzieningen
Afdeling 7. Nachtarbeid
Afdeling 8. Bijzondere sectoren en bijzondere categorieën werknemers
§ 2. Algemene verplichtingen van de werkgever
§ 2a. Explosieve atmosferen
§ 4. Inrichtingseisen
§ 5. Zwangere werknemers en werknemers tijdens de lactatie
Hoofdstuk 4. Gevaarlijke stoffen en biologische agentia
Afdeling 2. Aanvullende voorschriften bouwplaatsen
§ 2a. Explosieve atmosferen
§ 4. Inrichtingseisen
§ 3. Preventieve maatregelen en maatregelen bij ongewilde gebeurtenissen
§ 4. Grenswaarden en arbeidshygiënische strategie
§ 2. Vervoer
§ 5. Ontspanningsruimten en andere voorzieningen
Afdeling 2. Aanvullende voorschriften kankerverwekkende of mutagene stoffen en kankerverwekkende processen
§ 2. Schriftelijke beoordeling en vastlegging van gegevens
§ 1. Onderwijs
Afdeling 3B. Aanvullende voorschriften ondergrondse winningsindustrieën
Artikel 4.32
Vervallen
Artikel 4.33
Vervallen
Artikel 4.34
Vervallen
Afdeling 1. Gevaarlijke stoffen
Afdeling 3d. Winningsindustrieën voor het opsporen en de winning van koolwaterstoffen
§ 4. Jeugdigen
§ 1. Onderwijs
§ 4. Jeugdigen
§ 3. Grenswaarden en voorkomen of beperken van blootstelling
§ 5. Arbeidsgezondheidskundig onderzoek
§ 5. Zwangere werknemers en werknemers tijdens de lactatie
Afdeling 6. Specifieke gezondheidsschadelijke stoffen
Afdeling 3
Afdeling 7. Loodwit
Afdeling 8. Fosforlucifers
Afdeling 3
§ 1. Definities en toepasselijkheid
§ 3. Grenswaarden en voorkomen of beperken van blootstelling
§ 4. Arbeidsgezondheidskundig onderzoek
§ 9. Bijzondere bepalingen inzake voorlichting en onderricht
Afdeling 4. Benzeen en gechloreerde koolwaterstoffen
§ 4. Aanvullende voorschriften voor het werken met asbest en asbesthoudende producten
§ 1. Definities en toepasselijkheid
§ 2. Verbodsbepalingen
§ 4. Aanvullende voorschriften voor het werken met asbest en asbesthoudende producten
Hoofdstuk 5. Fysieke belasting
§ 5. Extra aanvullende voorschriften voor het werken met asbest en asbesthoudende producten
§ 5. Extra aanvullende voorschriften voor het werken met asbest en asbesthoudende producten
Hoofdstuk 6. Fysische factoren
Afdeling 7. Vluchtige organische stoffen
Afdeling 3. Geluid
§ 2. Risico-inventarisatie en -evaluatie en gevolgen categorie-indeling
§ 7. Bijzondere bepalingen in verband met andere dan microbiologisch diagnostische arbeid in de gezondheidszorg en in de diergeneeskunde
Afdeling 7. Vluchtige organische stoffen
Afdeling 9. Biologische agentia
Artikel 6.14a. Arbeidsgezondheidskundig onderzoek
Personen, die worden belast met het verrichten van duikarbeid, caissonarbeid en overige arbeid onder overdruk worden voor de aanvang van die arbeid onderworpen aan een arbeidsgezondheidskundig onderzoek, dat gericht is op de bijzondere gevaren voor de gezondheid, waaraan zij bij de uitoefening van die arbeid kunnen blootstaan.
Het onderzoek, bedoeld in het eerste lid, wordt, tenzij er eerder sprake is van een wijziging in de lichamelijke of geestelijke toestand, telkens herhaald met een tussenperiode van ten hoogste:
- a. twaalf maanden; of
- b. 24 maanden in geval van een medisch geschoolde begeleider die 18 jaar of ouder is, maar niet ouder dan 50 jaar, en die patiënten begeleidt die een behandeling ondergaan in een hyperbare kamer.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)