Regeling wapens en munitie

Type Ministeriële regeling
Publication 2025-08-01
State In force
Source BWB
artikelen 89
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
  • b. verzamelingen van algemeen en wetenschappelijk belang, waarvoor verlof is verleend op grond van artikel 28 van de wet.

10a. Tijdelijke vrijstelling voor stiletto’s, valmessen en vlindermessen

10. Vrijstelling voor vuurwapens en munitie

10a. Tijdelijke vrijstelling voor stiletto’s, valmessen en vlindermessen

11. Vrijstelling voor stroomstootwapens en noodsignaalmiddelen

13. Vrijstelling voor ceremoniële wapens, optochten en studentenweerbaarheidsverenigingen

14. Vrijstelling voor schepen en luchtvaartuigen

14. Vrijstelling voor schepen en luchtvaartuigen

17. Vrijstellingen voor vervoer

15. Vrijstellingen sportschutters, jagers en personen die historische gebeurtenissen nabootsen voor buitenlandse activiteiten

16. Maximum aantal wapens op verlof of jachtakte

16. Sportschutters en jagers

Bijlage II

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Justitie te Den Haag.

Bijlage I

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Justitie te Den Haag.

Bijlage II

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Justitie te Den Haag.

Deze regeling zal in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd in de bibliotheek van het Ministerie van Justitie, Schedeldoekshaven 100, Den Haag.

Artikel 20b

1.

Van het verbod in artikel 13, eerste lid,van de wet, wordt tot 1 maart 2013 vrijstelling verleend voor het voorhanden hebben en vervoeren van wapens, genoemd in artikel 2, eerste lid, categorie I, onderdeel 1°, van de wet, een en ander indien het lemmet:

  • a. niet meer dan een snijkant heeft;
  • b. korter is dan 7 cm en breder is dan 14 mm;
  • c. korter is dan 9 cm; of
  • d. niet van een stootplaat is voorzien.
2.

De vrijstelling, genoemd in het eerste lid, is slechts van toepassing op wapens die deel uitmaken van:

  • a. verzamelingen van individuele wapenverzamelaars die serieuze studie maken van de historische of technische ontwikkeling van wapens;
  • b. verzamelingen van algemeen en wetenschappelijk belang.

10a. Tijdelijke vrijstelling voor stiletto’s, valmessen en vlindermessen

10a. Tijdelijke vrijstelling voor stiletto’s, valmessen en vlindermessen

14. Vrijstelling voor schepen en luchtvaartuigen

16. Maximum aantal wapens op verlof of jachtakte

16. Sportschutters en jagers

Bijlage I

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Justitie te Den Haag.

Bijlage II

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Justitie te Den Haag.

Deze regeling zal in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd in de bibliotheek van het Ministerie van Justitie, Schedeldoekshaven 100, Den Haag.

Artikel 3a

1.

Het bepaalde in artikel 13, eerste lid, 14, eerste lid, 22, eerste lid, 26, eerste lid, 27, eerste lid, 32a, eerste lid, en 32b, eerste lid, van de wet is niet van toepassing op de ambtenaren van politie, bedoeld in artikel 2 van de Politiewet 2012, voor zover hun het voorschrift is gegeven om tijdens de dienstuitoefening bewapend te zijn met bij of krachtens het Besluit bewapening en uitrusting politie aangewezen wapens of munitie.

  • a. de ambtenaren van politie, bedoeld in artikel 2, onder b, van de Politiewet 2012, die belast zijn met het onderwijs, de verwerving, het vervoer of het onderhoud van wapens en munitie voor zover de in die artikelleden genoemde handelingen geschiedt uit hoofde van de dienstuitoefening;
  • b. personen die werkzaam zijn bij het Landelijk selectie- en opleidingsinstituut politie, Politie onderwijs- en kenniscentrum, bedoeld in artikel 2 van de Wet op het LSOP en het politieonderwijs, voor zover de in die artikelleden genoemde handelingen geschiedt uit hoofde van de dienstuitoefening.

4. Buitengewoon opsporingsambtenaren

5. Overige openbare dienst

7. Erkenningen; beveiliging bedrijfsruimte

8a. Markering van vuurwapens

9a. Vrijstelling voor airsoftapparaten

10. Vrijstelling voor vuurwapens en munitie

10a. Tijdelijke vrijstelling voor stiletto’s, valmessen en vlindermessen

12. Vrijstelling voor wapens van categorie IV

16a. Schietvereniging

Bijlage III

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Justitie te Den Haag.

Bijlage IV

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Justitie te Den Haag.

Deze regeling zal in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd in de bibliotheek van het Ministerie van Justitie, Schedeldoekshaven 100, Den Haag.

Artikel 17a

1.

Van het verbod in artikel 13, eerste lid, van de wet wordt vrijstelling verleend voor het overdragen, voorhanden hebben en vervoeren van airsoftapparaten voor de beoefening van de airsoftsport in verenigingsverband aan personen die ten minste de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt en door middel van een bewijs van lidmaatschap kunnen aantonen lid te zijn van een door de Minister erkende airsoftvereniging.

2.

De vrijstelling ingevolge het eerste lid geldt voor het vervoeren slechts langs de weg en het tijdsbestek welke redelijkerwijs voor het vervoer zijn geboden voor:

  • a. het vervoeren tussen de woning en de schietbaan;
  • b. het vervoeren tussen de woning en door de airsoftvereniging, bedoeld in het eerste lid, aangewezen bijeenkomsten en beurzen in het kader van de airsoftsport of voor de airsoftsport te gebruiken wedstrijdterreinen;
  • c. het vervoeren tussen de woning en de erkende wapenhandelaar;
  • d. het vervoeren van en naar de landsgrens teneinde een airsoftapparaat te doen binnenkomen of uitgaan.

Artikel 17b

1.

Van het verbod in artikel 13, eerste lid, van de wet wordt vrijstelling verleend voor het voorhanden hebben van airsoftapparaten voor de beoefening van de airsoftsport in verenigingsverband aan personen die ten minste de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt en door middel van:

  • a. een bewijs van voorlopig lidmaatschap kunnen aantonen aspirant-lid te zijn van de airsoftvereniging, bedoeld in artikel 17a, eerste lid, of
  • b. een bewijs kunnen aantonen door de airsoftvereniging, bedoeld in artikel 17a, eerste lid, als introducé te zijn aangewezen.
2.

Van het verbod in artikel 13, eerste lid, van de wet wordt aan een persoon als bedoeld in artikel 17a, eerste lid, vrijstelling verleend voor het overdragen van airsoftapparaten aan personen als bedoeld in het eerste lid, onder a en b, en wordt aan laatstbedoelde personen vrijstelling verleend voor het overdragen van airsoftapparaten aan personen als bedoeld in artikel 17a, eerste lid.

Artikel 17c

1.

Van het verbod in artikel 13, eerste lid, van de wet wordt vrijstelling verleend voor het dragen van airsoftapparaten op voor het publiek toegankelijke plaatsen, met uitzondering van de openbare weg.

2.

De vrijstelling ingevolge het eerste lid geldt slechts:

  • c. voor de beoefening van door de airsoftvereniging, bedoeld in artikel 17a, eerste lid, georganiseerde airsoftsport ten behoeve waarvan voorafgaande schriftelijke toestemming van de korpschef is verleend, welke toestemming in ieder geval wordt onthouden of ingetrokken indien geen redelijke maatregelen ter voorkoming van bedreiging en afdreiging door de airsoftapparaten zijn getroffen, dan wel indien misbruik is te vrezen;
  • d. gedurende de tijden waarop het sportevenement plaatsvindt;
  • e. op het terrein van het evenement in de onmiddellijke nabijheid van de plaats waar de airsoftsport daadwerkelijk wordt beoefend.

Artikel 17d

1.

Van het verbod in artikel 13, eerste lid, van de wet wordt vrijstelling verleend aan erkenninghouders en personen als bedoeld in artikel 17a, eerste lid, voor het doen binnenkomen of doen uitgaan van airsoftapparaten die zodanig zijn verpakt dat zij niet voor onmiddellijk gebruik kunnen worden aangewend.

2.

Van het verbod in artikel 13, eerste lid, van de wet wordt vrijstelling verleend aan erkenninghouders voor het vervaardigen, transformeren, voor derden herstellen, overdragen, voorhanden hebben en vervoeren van airsoftapparaten.

Artikel 17e

1.

Van het verbod in artikel 13, eerste lid, van de wet wordt vrijstelling verleend aan in het buitenland wonende personen, voor het doen binnenkomen of uitgaan van airsoftapparaten.

2.

De vrijstelling ingevolge het eerste lid geldt slechts:

  • a. voor personen die blijkens een schriftelijke uitnodiging of verklaring van de airsoftvereniging, bedoeld in artikel 17a, eerste lid, gedurende een daarin vermeld tijdvak in Nederland de airsoftsport gaan beoefenen of hebben beoefend en die in het land van herkomst bevoegd zijn de meegebrachte airsoftapparaten voorhanden te hebben;
  • b. vanaf de tweede dag voor, tot en met de tweede dag na het in onderdeel a bedoelde tijdvak.

Artikel 17f

1.

Van het verbod van artikel 13, eerste lid van de wet wordt voor het vervoeren van airsoftapparaten vrijstelling verleend aan personen die in de uitoefening van een beroep of bedrijf zaken vervoeren.

2.

De vrijstelling in het eerste lid geldt slechts:

  • a. voor zover het vervoer plaats vindt in opdracht van degene die bevoegd is het airsoftapparaat voorhanden te hebben en te vervoeren;
  • b. indien de ontvanger bevoegd is het airsoftapparaat voorhanden te hebben; en
  • c. voor zover uit tijdens het vervoer aanwezige documenten blijkt dat aan de in het eerste lid, alsmede aan de in dit lid onder a en b genoemde voorwaarden is voldaan.

Artikel 17g

1.

Van het verbod van artikel 13, eerste lid van de wet wordt voor het vervoeren van airsoftapparaten vrijstelling verleend aan personen in dienst van erkenninghouders.

2.

De vrijstelling in het eerste lid geldt slechts indien:

  • a. het airsoftapparaten betreft waarop de erkenning betrekking heeft;
  • b. het vervoer plaatsvindt in opdracht van de erkenninghouder, dan wel de beheerder in het bedrijf waaraan de erkenning is verleend;
  • c. het vervoer noodzakelijk is voor de goede uitvoering van de handelingen waarop de erkenning betrekking heeft;
  • d. de erkenninghouder, onderscheidenlijk de beheerder bevoegd is de airsoftapparaten te vervoeren; en
  • e. uit tijdens het vervoer aanwezige documenten blijkt dat aan de in het eerste lid, alsmede aan de in dit lid onder a tot en met d genoemde voorwaarden is voldaan.

12. Vrijstelling voor wapens van categorie IV

15. Vrijstellingen sportschutters en jagers voor buitenlandse activiteiten

17. Vrijstellingen voor vervoer

16a. Schietvereniging

17. Vrijstellingen voor vervoer

18. Administratie door de korpschef

17. Vrijstellingen voor vervoer

20. Onkostenvergoeding

Bijlage I

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Justitie te Den Haag.

Bijlage I

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Justitie te Den Haag.

Bijlage II

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Justitie te Den Haag.

Bijlage III

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Justitie te Den Haag.

Deze regeling zal in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd in de bibliotheek van het Ministerie van Justitie, Schedeldoekshaven 100, Den Haag.

Artikel 18b

1.

Van het verbod van artikel 13, eerste lid, artikel 14, eerste lid, artikel 22, eerste lid, en artikel 26, eerste en vijfde lid, van de wet, wordt vrijstelling verleend aan bewakingspersoneel van geldtransporten als bedoeld in artikel 1, onder i, van de Verordening (EU) Nr. 1214/2011 van de Europees Parlement en de Raad van 16 november 2011 betreffende professioneel grensoverschrijdend transport van eurocontanten over de weg tussen lidstaten van de eurozone (PbEU 2011, L316) voor het doen binnenkomen en doen uitgaan, het vervoeren en het voorhanden hebben van wapens van categorie I, II, III en IV en de bijbehorende munitie tijdens grensoverschrijdend transport van eurocontanten over de weg als bedoeld in artikel 1, onder b, van de genoemde verordening, voor zover het recht van de lidstaat van herkomst, bedoeld in artikel 1, onder e, van de verordening, de lidstaat van doorvoer, bedoeld in artikel 1, onder g, van de verordening, of de lidstaat van ontvangst, bedoeld in artikel 1, onder f, van de verordening, toestaat of verplicht dat genoemd bewakingspersoneel wapens draagt.

2.

De vrijstelling van het eerste lid geldt slechts, voor zover:

  • a. de wapens bij betreding van Nederlands grondgebied aan boord van het geldtransportvoertuig, bedoeld in artikel 1, onder j, van de verordening, worden opgeborgen in een brandkast voor wapens die voldoet aan de norm, genoemd in artikel 6, tweede lid, van de verordening en;
  • b. de wapens gedurende het gehele transport op Nederlands grondgebied ontoegankelijk blijven voor het bewakingspersoneel, bedoeld in het eerste lid.

13. Vrijstelling voor ceremoniële wapens, optochten en studentenweerbaarheidsverenigingen

16b. Opslageisen

18. Administratie door de korpschef

18. Administratie door de korpschef

19. Aanvraag- en bevoegdheidsdocumenten

Bijlage I

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Justitie te Den Haag.

Deze regeling zal in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd in de bibliotheek van het Ministerie van Justitie, Schedeldoekshaven 100, Den Haag.

Artikel 6a

De artikelen 13, eerste lid, 14, eerste lid, 22, eerste lid, 26, eerste lid, en 27 eerste lid, van de wet zijn niet van toepassing op opsporingsambtenaren van bijzondere opsporingsdiensten en buitengewoon opsporingsambtenaren, voor zover de in die artikelleden genoemde handelingen plaats vinden met een trainingswapen en trainingsmunitie als bedoeld in artikel 14 van het Aanwijzingsbesluit bewapening en uitrusting politie 2013, ten behoeve van de opleiding of beroepsvaardigheidstraining.

Artikel 6b

1.

De wapens en de munitie, bedoeld in artikel 6 en artikel 6a, worden door het Politiedienstencentrum aangeschaft en afgevoerd, met uitzondering van de afvoer van de pepperspray, de verdekte pepperspray en de munitie, voor zover deze na gebruik geen werkzame bestanddelen meer bevatten.

2.

De Minister kan in bijzondere gevallen toestemming verlenen om af te wijken van het eerste lid.

3.

De Minister kan aanwijzingen geven over de wijze waarop de wapens en de munitie worden afgevoerd.

6. Erkenningen; leeftijd, zedelijk gedrag en vakbekwaamheid

8. Erkenningen; registers

9. Vrijstelling van de erkenningsplicht

9a. Vrijstelling voor airsoftapparaten

12. Vrijstelling voor wapens van categorie IV

13. Vrijstelling voor ceremoniële wapens, optochten en studentenweerbaarheidsverenigingen

16b. Opslageisen

18. Administratie door de korpschef

19. Aanvraag- en bevoegdheidsdocumenten

Bijlage I

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Justitie te Den Haag.

Bijlage I

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Justitie te Den Haag.

Bijlage I

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Justitie te Den Haag.

Deze regeling zal in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd in de bibliotheek van het Ministerie van Justitie, Schedeldoekshaven 100, Den Haag.

Artikel 43a

1.

Als erkende schietsportdisciplines in de zin van artikel 7, vierde lid, van het Besluit wapens en munitie worden aanwezen:

  • a. Statische disciplines Groot Kaliber Pistool
  • 1°. Militair Pistool
  • 2°. Service Pistool
  • 3°. Action Shooting
  • 4°. Meesterkaart Zwaar
  • b. Statische disciplines Groot Kaliber Geweer
  • 1°. Militair geweer
  • 2°. Veteranengeweer
  • 2°. Precisiegeweer
  • 2°. .30 M1
  • c. Dynamische / Parcours-disciplines Pistool
  • 1°. IPSC Handgun Open
  • 2°. IPSC Handgun Standard
  • 3°. IPSC Handgun Classic
  • 4°. IPSC Handgun Production
  • 5°. IPSC Handgun Revolver
  • 6°. Dynamic Service Rifle Pistool
  • d. Dynamische / Parcours-disciplines Geweer
  • 1°. IPSC Rifle Semi Auto Open
  • 2°. IPSC Rifle Semi Auto Standard
  • 3°. IPSC Rifle Manual Action Open
  • 4°. IPSC Rifle Manual Action Standard
  • 5°. Dynamic Service Rifle Geweer Semiautomaat
  • 6°. Dynamic Service Rifle Geweer Diverse
2.

Aanvragen voor erkenning van een schietsportdiscipline, als bedoeld in het eerste lid kunnen ingediend worden door een koepelvereniging voor schietsportverenigingen.

21. Toezicht

21. Toezicht

Bijlage II

Vervallen

Deze regeling zal in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd in de bibliotheek van het Ministerie van Justitie, Schedeldoekshaven 100, Den Haag.

Artikel 50a

1.

De onkostenvergoeding, bedoeld in artikel 41 van de wet, bedraagt voor een verlof tot het voorhanden hebben, dragen of verkrijgen van een wapen als bedoeld in de artikelen 26 tot en met 32 van de wet:

  • a. voor de afgifte daarvan: € 138,20;
  • b. voor de verlenging van de geldigheidsduur daarvan: € 68,20;
  • c. voor de wijziging daarvan: € 30,–;
  • d. voor de afgifte van een nieuw verlof als gevolg van het verlies daarvan: € 30,–.
2.

De onkostenvergoeding voor een combinatie van de in dit artikel genoemde bescheiden bedraagt niet meer dan het bedrag dat verschuldigd zou zijn voor dat deel van de combinatie waarvoor de hoogste vergoeding geldt.

22. Overgangs- en slotbepalingen

Bijlage I

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Justitie te Den Haag.

Deze regeling zal in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd in de bibliotheek van het Ministerie van Justitie, Schedeldoekshaven 100, Den Haag.

Artikel 17h

Van het verbod van artikel 13, eerste lid, van de wet wordt voor het voorhanden hebben van airsoftapparaten vrijstelling verleend aan kleine erkenninghouders voor zover het een bedrijf betreft waarin uitsluitend wapens worden gegraveerd of geblauwd, dan wel aan een andere oppervlaktebehandeling worden onderworpen.

10. Vrijstelling voor vuurwapens en munitie

10a. Tijdelijke vrijstelling voor stiletto’s, valmessen en vlindermessen

11. Vrijstelling voor stroomstootwapens en noodsignaalmiddelen

12. Vrijstelling voor wapens van categorie IV

16. Sportschutters en jagers

20. Onkostenvergoeding

Bijlage II

Vervallen

Deze regeling zal in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd in de bibliotheek van het Ministerie van Justitie, Schedeldoekshaven 100, Den Haag.

Artikel 42a

1.

Van het verbod van artikel 14, eerste lid, en 22, eerste lid, van de wet, wordt vrijstelling verleend aan personen die een ontheffing op grond van artikel 4 van de wet of verlof op grond van artikel 28 van de wet hebben ten behoeve van het nabootsen van historische gebeurtenissen.

2.

De vrijstelling ingevolge het eerste lid geldt slechts voor personen die deelnemen aan het nabootsen van historische gebeurtenissen die:

  • a. blijkens een schriftelijke uitnodiging of verklaring van een re-enactment- of soortgelijke vereniging in het buitenland als deelnemer deel gaan nemen aan activiteiten bij het naspelen van historische gebeurtenissen in het land van bestemming, en
  • b. de meegevoerde vuurwapens en patronen in Nederland krachtens een verlof voorhanden mogen hebben.

20. Onkostenvergoeding

Bijlage III

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Justitie te Den Haag.

Bijlage I

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Justitie te Den Haag.

Deze regeling zal in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd in de bibliotheek van het Ministerie van Justitie, Schedeldoekshaven 100, Den Haag.

Artikel 43b

1.

Een verlof tot het voorhanden hebben van wapens en munitie, zoals bedoeld in artikel 28, eerste lid, van de wet, kan worden verleend aan een schietvereniging, die door een door de Minister aangewezen organisatie is gecertificeerd.

2.

Er kan alleen een verlof worden verleend voor de wapens en munitie die zijn toegelaten bij een erkende of gereglementeerde schietsportdiscipline, welke binnen het verband van de aanvragende schietvereniging worden beoefend.

3.

De schietvereniging houdt een presentieregister, een wapenuitgifteregister, een munitie-uitgifteregister en een introducé-register bij, overeenkomstig een door de Minister vastgesteld model.

4.

Een verlof als bedoeld in het eerste lid, wordt slechts verleend aan de schietvereniging die tenminste één beheerder heeft aangesteld. Tegen deze beheerder mag geen vrees voor misbruik bestaan.

5.

Elke beheerder dient in het bezit te zijn van een verlof tot het voorhanden hebben van verenigingswapens.

6.

De beheerder draagt er zorg voor dat de wapens en munitie op het verlof slechts worden uitgeleend aan leden van de schietvereniging.

7.

Alvorens een lid van een schietvereniging schiet met verenigingswapens dient hij een verklaring omtrent het gedrag te hebben overgelegd aan het bestuur van de vereniging.

8.

De beheerder houdt toezicht op de leden tijdens hun schietbeurten met verenigingswapens.

9.

De beheerder ziet er op toe dat de verenigingswapens en de niet verschoten munitie onmiddellijk na afloop van de oefening of wedstrijd aan hem worden teruggegeven.

10.

De beheerder draagt er zorg voor dat de wapens en munitie separaat van elkaar in een deugdelijk beveiligde en afgesloten wapenkluis dan wel wapenkamer worden opgeslagen.

11.

In afwijking van het zesde lid kan de beheerder ook wapens en munitie die op het verlof staan, uitlenen aan een introducé van de schietvereniging.

12.

Een introducé mag maximaal driemaal per twaalf maanden worden geïntroduceerd.

13.

Aan introducés en leden die korter dan een jaar lid zijn van de schietvereniging worden alleen verenigingsvuurwapens uitgeleend, welke geschikt zijn voor Olympische schietsportdisciplines.

14.

Het aantal wapens op het verlof van de vereniging dient in redelijke verhouding te staan tot het aantal leden dat regelmatig gebruik maakt van die wapens.

Artikel 43c

1.

De persoon die bevoegd is tot het voorhanden hebben van een vuurwapen van categorie II of III, draagt er zorg voor dat de wapens en munitie separaat van elkaar in een afzonderlijke deugdelijke bergplaatsen worden opgeslagen.

2.

Het in het eerste lid bepaalde is tevens van toepassing op essentiële onderdelen van wapens zoals bedoeld in artikel 3 van de wet.

3.

Onder deugdelijke bergplaatsen, als bedoeld in het eerste lid, wordt verstaan een speciaal voor de opslag van wapens vervaardigde, beveiligde, afsluitbare en voor onbevoegden niet eenvoudig te bereiken wapenkluis of een andere kluis die daarmee gelijk kan worden gesteld.

4.

Indien de in het tweede lid bedoelde kluis een gewicht van minder dan tweehonderd kilogram heeft, is de kluis deugdelijk verankerd in de vloer of de muur van de ruimte.

5.

Aan personen of instellingen die bevoegd zijn tot het voorhanden hebben van meer dan vijfentwintig wapens of een omvangrijke hoeveelheid munitie, kan door de korpschef van de politie toestemming gegeven worden de wapens of munitie in een andere deugdelijke bergplaats op te slaan, zulks naar het oordeel van de korpschef.

Artikel 43d

1.

De korpschef houdt toezicht op het bepaalde in artikel 43c en voert in verband hiermee ten minste één keer in de drie jaren een onaangekondigde thuiscontrole uit bij de in het eerste lid van dat artikel genoemde personen.

2.

Voor personen die de leeftijd van vijfentwintig jaren nog niet hebben bereikt vindt de in het eerste lid bedoelde controle jaarlijks plaats.

21. Toezicht

21. Toezicht

Bijlage II

Vervallen

Bijlage I

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Justitie te Den Haag.

Bijlage II

Vervallen

Deze regeling zal in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd in de bibliotheek van het Ministerie van Justitie, Schedeldoekshaven 100, Den Haag.

Artikel 47a

De aanvrager van een ontheffing op grond van artikel 4 van de wet, meldt zich onverwijld na het indienen van de aanvraag in persoon bij de korpschef van de politie, onder overlegging van een geldig identiteitsbewijs en een schriftelijke kopie van de aanvraag.

Artikel 48a

1.

Het onderzoek bedoeld in artikel 6a, eerste lid, onderdeel b, van de wet bestaat uit de beoordeling door de korpschef van het door de aanvrager ingevulde WM32-formulier, dat als bijlage III bij deze regeling is opgenomen.

2.

Indien de aanvraag is gedaan voor een ontheffing op grond van artikel 4 van de wet, zendt de korpschef na het onderzoek, onder gelijktijdige toezending van het ingevulde WM32-formulier, een advies aan de Minister.

3.

Het onderzoek vindt alleen plaats als de volledige kosten van de aanvraag zijn betaald.

22. Overgangs- en slotbepalingen

Bijlage III

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Justitie te Den Haag.

Bijlage IV

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Justitie te Den Haag.

Deze regeling zal in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd in de bibliotheek van het Ministerie van Justitie, Schedeldoekshaven 100, Den Haag.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)