Wijzigingsgeschiedenis
Besluit van 24 november 1997, houdende regelen met betrekking tot de toewijzing van «slots» op communautaire luchtvaartterreinen (Besluit slotallocatie)
7 versions
· 2020-04-01
2020-04-01
Besluit slotallocatie — art. 4
2019-10-01
Besluit slotallocatie
2009-11-01
Besluit slotallocatie
2005-10-19
Besluit slotallocatie — art. 6
Wijzigingen op 2005-10-19
@@ -16,31 +16,29 @@
- a. verordening: [verordening nr. 95/93](31993R0095) van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 18 januari 1993 betreffende gemeenschappelijke regels voor de toewijzing van «slots» op communautaire luchthavens (**PbEG** L14);
- b. capaciteit: op en rond een luchtvaartterrein aanwezige hoeveelheid voor het burgerluchtverkeer beschikbare gebruiksruimte met inbegrip van de, in overeenstemming met de op grond van [artikel 25**a** Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267&artikel=25a) vastgestelde geluidszones, voor het burgerluchtverkeer beschikbare hoeveelheid geluidsruimte;
- b. burgerexploitant:
- c. burgerexploitant:
- 1°. de exploitant van een burgerluchtvaartterrein;
- 1°. de exploitant van een luchtvaartterrein dan wel de luchthaven Schiphol;
- 2°. in geval van burgermedegebruik van een militair luchtvaartterrein, de natuurlijke persoon of rechtspersoon, niet zijnde de Staat, onder wiens verantwoordelijkheid burgermedegebruik op commerciële basis plaatsvindt.
##### Artikel 2
1. Onze Minister kan:
1. Onze Minister kan een luchtvaartterrein dan wel de luchthaven Schiphol aanwijzen als:
- a. een gecoördineerd luchtvaartterrein aanwijzen;
- a. een luchthaven met bemiddeling inzake de dienstregelingen;
- b. een volledig gecoördineerd luchtvaartterrein aanwijzen.
- b. een gecoördineerde luchthaven.
2. Indien Onze Minister een militair luchtvaartterrein met burgermedegebruik voor wat betreft dat gebruik tot een gecoördineerd luchtvaartterrein of een volledig gecoördineerd luchtvaartterrein aanwijst, doet hij dat in overeenstemming met Onze Minister van Defensie.
2. Indien Onze Minister een militair luchtvaartterrein met burgermedegebruik voor wat betreft dat gebruik aanwijst als een luchthaven met bemiddeling inzake de dienstregelingen of een gecoördineerde luchthaven, doet hij dat in overeenstemming met Onze Minister van Defensie.
##### Artikel 3
1. Indien Onze Minister van zijn bevoegdheid, genoemd in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009035&artikel=2&z=2003-07-09&g=2003-07-09), gebruik maakt, wijst hij een coördinator aan voor een of meer luchtvaartterreinen.
1. Indien Onze Minister van zijn bevoegdheid, bedoeld in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009035&artikel=2&z=2005-10-19&g=2005-10-19), gebruik maakt, wijst hij een luchthavencoördinator dan wel een bemiddelaar inzake de dienstregelingen aan voor een of meer luchthavens.
2. De krachtens het eerste lid aangewezen coördinator oefent zijn taak uit overeenkomstig artikel 4 van de verordening en is daarbij gebonden aan de krachtens [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009035&artikel=5&z=2003-07-09&g=2003-07-09) vastgestelde capaciteit.
2. De krachtens het eerste lid aangewezen luchthavencoördinator dan wel bemiddelaar oefent zijn taak uit overeenkomstig artikel 4 van de verordening.
3. De door de burgerexploitant van een burgerluchtvaartterrein vastgestelde capaciteit is de capaciteit, die ten grondslag ligt aan het door Onze Minister telkenmale vastgestelde gebruiksplan, waarin op voorstel van de burgerexploitant adequate marges zijn opgenomen.
3. De burgerexploitant stelt overeenkomstig artikel 6, eerste lid, tweede alinea, van de verordening coördinatieparameters vast welke ten grondslag liggen aan het door Onze Minister telkenmale vastgestelde gebruiksplan, waarin op voorstel van de burgerexploitant adequate marges zijn opgenomen.
4. Aan een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid kunnen voorschriften of beperkingen worden verbonden.
@@ -48,21 +46,29 @@
##### Artikel 4
1. Onze Minister stelt een coördinatiecomité in, dat tot taak heeft de coördinator te adviseren over de in de verordening genoemde onderwerpen.
1. Onze Minister stelt een coördinatiecomité in ten behoeve van een of meer krachtens [artikel 2, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009035&artikel=2&z=2005-10-19&g=2005-10-19), aangewezen luchthavens.
2. Het coördinatiecomité kan haar taak als genoemd in het eerste lid op verzoek van één of meerdere leden uitbreiden met één of meer onderwerpen.
2. Indien sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 10, negende lid, van de verordening, belegt Onze Minister een vergadering van het desbetreffende coördinatiecomité.
3. Het coördinatiecomité kan desgewenst één of meerdere subcommissies instellen.
##### Artikel 5
1. De burgerexploitant van een krachtens [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009035&artikel=2&z=2003-07-09&g=2003-07-09) aangewezen burgerluchtvaartterrein of van het burgergedeelte van een krachtens [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009035&artikel=2&z=2003-07-09&g=2003-07-09) aangewezen militair luchtvaartterrein is gehouden twee maal per jaar de capaciteit van het luchtvaartterrein ten behoeve van het burgerluchtverkeer vast te stellen.
1. De burgerexploitant van een krachtens [artikel 2, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009035&artikel=2&z=2005-10-19&g=2005-10-19), aangewezen luchthaven of van een luchtvaartterrein dat niet is aangewezen op grond van [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009035&artikel=2&z=2005-10-19&g=2005-10-19), voert een grondige capaciteitsanalyse ten behoeve van het burgerluchtverkeer uit:
2. Ten aanzien van de luchthaven Schiphol rust de in het eerste lid bedoelde verplichting op de in [artikel 8.18 van de Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&artikel=8.18) bedoelde betrokkenen.
- a. op verzoek van Onze Minister, of
- b. naar aanleiding van een hem via Onze Minister bereikt verzoek als bedoeld in artikel 3, derde lid, onder I of II, van de verordening.
In een geval als bedoeld onder b wordt de capaciteitsanalyse uitgevoerd binnen 6 maanden na indiening van het verzoek.
2. De burgerexploitant van een krachtens [artikel 2, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009035&artikel=2&z=2005-10-19&g=2005-10-19), aangewezen burgerluchtvaartterrein of van het burgergedeelte van een krachtens [artikel 2, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009035&artikel=2&z=2005-10-19&g=2005-10-19), aangewezen militair luchtvaartterrein is gehouden coördinatieparameters als bedoeld in [artikel 3, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009035&artikel=3&z=2005-10-19&g=2005-10-19), twee maal per jaar vast te stellen ten behoeve van het burgerluchtverkeer.
3. Ten aanzien van de luchthaven Schiphol rust de in het tweede lid bedoelde verplichting op de in [artikel 8.18 van de Wet luchtvaart](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&artikel=8.18) bedoelde betrokkenen.
##### Artikel 6
Onverminderd de verordening kan Onze Minister een aanwijzing als bedoeld in de [artikelen 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009035&artikel=2&z=2003-07-09&g=2003-07-09), [3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009035&artikel=3&z=2003-07-09&g=2003-07-09) of [4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009035&artikel=4&z=2003-07-09&g=2003-07-09) schorsen of intrekken:
Onverminderd de verordening kan Onze Minister een aanwijzing als bedoeld in de [artikelen 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009035&artikel=2&z=2005-10-19&g=2005-10-19), [3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009035&artikel=3&z=2005-10-19&g=2005-10-19) of [4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009035&artikel=4&z=2005-10-19&g=2005-10-19) schorsen of intrekken:
- a. indien de aangewezen natuurlijke persoon of rechtspersoon daarom verzoekt;
@@ -74,7 +80,7 @@
##### Artikel 7
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 november 1997.
Het is luchtvaartmaatschappijen verboden herhaaldelijk en opzettelijk luchtdiensten uit te voeren op tijden die wezenlijk verschillen van het toegewezen slot of een slot te gebruiken op een wezenlijk andere wijze dan was aangegeven ten tijde van de toewijzing van het slot, waardoor de luchthavenexploitatie of het luchtverkeer wordt geschaad.
##### Artikel 8
2003-07-09
Besluit slotallocatie — art. 6
2001-06-08
Besluit slotallocatie — art. 4
2001-06-08
Besluit slotallocatie
original version
Tekst op deze datum