Wet van 24 december 1997, houdende het onder de werkingssfeer van de wettelijke werknemersverzekeringen brengen van het overheidspersoneel (Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen)

Type Wet
Publication 2018-01-01
State In force
Source BWB
artikelen 101
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
5.

Met ingang van de datum van inwerkingtreding van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen treedt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in de plaats van het Landelijk instituut sociale verzekeringen.

Artikel 36

1.

Het Landelijk instituut sociale verzekeringen stelt ambtshalve van iedere overheidswerknemer of gewezen overheidswerknemer als bedoeld in artikel 4, eerste lid, artikel 13, eerste of tweede lid, of artikel 31, eerste lid, en van iedere beroepsmilitair of gewezen beroepsmilitair als bedoeld in artikel 23, eerste lid, het recht op uitkering of voorziening vast met inachtneming van de artikelen 3 tot en met 34 en artikel 41.

2.

Het Landelijk instituut sociale verzekeringen stelt op schriftelijke aanvraag van iedere overheidswerknemer of gewezen overheidswerknemer als bedoeld in artikel 31, tweede of derde lid, het recht op uitkering als daar bedoeld vast met inachtneming van de artikelen 3 tot en met 34 en artikel 41.

3.

Bij de in het eerste en het tweede lid bedoelde vaststelling wordt geen rekening gehouden met feiten, omstandigheden en gedragingen, niet zijnde een activiteit of gedraging als bedoeld in het vijfde lid, die zich hebben voorgedaan op enig moment vóór het tijdstip waarop fase 1, 2 of 3 van deze wet op betrokkene van toepassing wordt, en die op bedoeld moment van invloed zouden zijn geweest op de uitkering op grond van de WW, de ZW, of de WAO, de voorziening, vergoeding of toelage op grond van de WAO of de loonsuppletie, de reïntegratie-uitkering of de opleiding of scholing op grond van de WAO, indien één of meer van die wetten op betrokkene van toepassing zouden zijn geweest, maar die niet van invloed waren of zouden zijn geweest op een op de dag voorafgaande aan vorenbedoeld tijdstip bestaand recht als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b of c, artikel 12, eerste lid, onderdeel b of c, artikel 22, eerste lid, onderdeel b, c of d, of artikel 30, eerste lid, onderdeel b.

4.

Zo nodig in afwijking van het derde lid, wordt bij de in het eerste en het tweede lid bedoelde vaststelling, een sanctie die op de dag voorafgaande aan het tijdstip waarop fase 1, 2 of 3 van deze wet op betrokkene van toepassing wordt, ten aanzien van een bestaand recht als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b of c, artikel 12, eerste lid, onderdeel b of c, artikel 22, eerste lid, onderdeel b, c of d, of artikel 30, eerste lid, onderdeel b, op betrokkene wordt toegepast en die na dat tijdstip nog zou worden toegepast indien deze wet niet zou hebben gegolden, onverkort toegepast op de uitkering op grond van de WW, de ZW, of de WAO, de voorziening, vergoeding of toelage op grond van de WAO of de loonsuppletie, de reïntegratie-uitkering of de opleiding of scholing op grond van de WAO.

5.

Op en na het tijdstip waarop fase 1,2 of 3 van deze wet op betrokkene van toepassing wordt, wordt een activiteit of gedraging van betrokkene waarin door het bevoegd gezag in het kader van een bestaand recht als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b of c, artikel 12, eerste lid, onderdeel b of c, artikel 22, eerste lid, onderdeel b, c of d, of artikel 30, eerste lid onderdeel b, is toegestemd, niet getoetst aan de regels die voor die activiteit of gedraging ingevolge de WW, de ZW of de WAO gelden, of, indien die wetten op hem van toepassing zouden zijn geweest, zouden hebben gegolden. In afwijking van de eerste zin, wordt de gegeven toestemming vanaf het tijdstip waarop fase 1, 2 of 3 van deze wet op betrokkene van toepassing wordt, niet in aanmerking genomen, indien dit tot een zodanige afwijking van de systematiek van de WW, de ZW of de WAO zou leiden, dat dit een normale uitvoering van die wetten in de weg zou staan.

6.

Onder een activiteit of gedraging als bedoeld in het vijfde lid, die de normale uitvoering van de WW, de ZW of de WAO niet in de weg staat, wordt in ieder geval verstaan:

  • a. deelnemen aan een scholing of opleiding;
  • b. het verrichten van werkzaamheden als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de WW, met uitzondering van werkzaamheden als bedoeld in het tweede en derde lid van dat artikel;
  • c. niet voldoen aan de verplichting te solliciteren;
  • d. niet voldoen aan de verplichting als werkzoekende ingeschreven te zijn bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
7.

Met ingang van de datum van inwerkingtreding van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen treedt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in de plaats van het Landelijk instituut sociale verzekeringen.

Artikel 37

1.

De overheidswerkgever aan wie vóór het tijdstip van aanvang van fase 1 van deze wet ter zake van een overheidswerknemer of een gewezen overheidswerknemer dan wel een beroepsmilitair of een gewezen beroepsmilitair een loonkostensubsidie is toegekend overeenkomstig artikel 62 van de WAO, waarvan de duur niet eindigt vóór bedoeld tijdstip, wordt door het Landelijk instituut sociale verzekeringen, met inachtneming van artikel 20, tweede lid, of artikel 28, tweede lid, met ingang van dat tijdstip in aanmerking gebracht voor een loonkostensubsidie, bedoeld in artikel 62 van de WAO.

2.

Met ingang van de datum van inwerkingtreding van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen treedt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in de plaats van het Landelijk instituut sociale verzekeringen.

Artikel 38

1.

Een stimuleringsuitkering als bedoeld in artikel XIII , eerste lid, van de TBA van een overheidswerknemer of een gewezen overheidswerknemer als bedoeld in artikel 12, eerste lid, onderdeel b of c, dan wel een beroepsmilitair als bedoeld in artikel 22, eerste lid, onderdeel b, of een gewezen beroepsmilitair als bedoeld in artikel 22, eerste lid, onderdeel c, d of e, die herleeft, wordt betaald door het Landelijk instituut sociale verzekeringen en komt ten laste van het Arbeidsongeschiktheidsfonds, bedoeld in artikel 72 van de WAO.

2.

Met ingang van de datum van inwerkingtreding van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen treedt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in de plaats van het Landelijk instituut sociale verzekeringen.

Artikel 39

Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kan tezamen met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties nadere regels stellen met betrekking tot de artikelen 35 tot en met 38.

Artikel 40

1.

Tot en met de dag waarop het dienstverband van de betrokkene eindigt, geschiedt de uitbetaling van de uitkering op grond van de WAO, bedoeld in artikel 13, eerste of tweede lid, door tussenkomst van de overheidswerkgever die aan de betrokkene bezoldiging of uitkering in geval van ziekte is verschuldigd, indien de WAO-conforme uitkering, bedoeld in artikel 12, eerste lid, onderdeel b of c, op de dag voorafgaande aan het tijdstip van aanvang van fase 1 van deze wet met toepassing van artikel 47, eerste lid, van de WPA door tussenkomst van de overheidswerkgever werd uitbetaald.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing indien de betrokkene uit hoofde van twee of meer dienstverbanden recht heeft op een uitkering op grond van de WAO.

3.

In afwijking van het tweede lid, is het eerste lid van toepassing indien de betrokkene uit hoofde van twee of meer dienstbetrekkingen bij twee of meer overheidswerkgevers behorende tot de sector Onderwijs en Wetenschappen, bedoeld in artikel 1, onderdeel q, onder 3°, van de WPA, recht heeft op een uitkering op grond van de WAO.

4.

Ten aanzien van de in het derde lid bedoelde uitkering vindt de uitbetaling gesplitst plaats door tussenkomst van de betrokken overheidswerkgevers naar rato van het feitelijk verdiende loon uit hoofde van de desbetreffende dienstbetrekking.

5.

Indien de in het derde lid bedoelde overheidswerkgevers hun kosten declareren bij een ander orgaan, geschiedt de uitbetaling achtereenvolgens door tussenkomst van dat andere orgaan en de overheidswerkgever.

6.

De toepassing van het eerste lid eindigt in geval:

  • a. het dienstverband wordt beëindigd, dan wel
  • b. de betrokkene volledig voor de voor hem in het kader van de vaststelling van de arbeidsongeschiktheid in de zin van de WAO vastgestelde verdiencapaciteit wordt herplaatst in andere of aangepaste arbeid zonder dat sprake is van beëindiging van het dienstverband, dan wel
  • c. de betrokkene het Landelijk instituut sociale verzekeringen verzoekt de uitkering op grond van de WAO rechtstreeks aan hemzelf of een derde uit te betalen.
7.

Met ingang van de datum van inwerkingtreding van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen treedt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in de plaats van het Landelijk instituut sociale verzekeringen.

Artikel 41

1.

Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid stelt tezamen met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Onze Minister van Defensie nadere regels ten aanzien van de betrokkene die als overheidswerknemer op het tijdstip waarop fase 1, 2 of 3 van deze wet op hem van toepassing wordt, tegelijkertijd recht heeft op twee of meer van de navolgende uitkeringen of voorzieningen danwel een combinatie daarvan:

  • a. twee of meer van de navolgende rechten in verband met ongeschiktheid tot werken wegens ziekte:
  • 1°. bezoldiging of uitkering ingeval van ziekte;
  • 2°. een ziekengeld op grond van de ZW;
  • b. twee of meer van de navolgende arbeidsongeschiktheidsuitkeringen:
  • 1°. een WAO-conforme uitkering;
  • 2°. een pensioen ter zake van arbeidsongeschiktheid;
  • 3°. een uitkering op grond van de WAO;
  • 4°. een of meer uitkeringen overeenkomstig de normen van de WAO in de zin van het Amar;
  • 5°. een uitkering terzake van arbeidsongeschiktheid op grond van een wettelijke regeling van de Nederlandse Antillen, Aruba of een vreemde mogendheid;
  • c. twee of meer van de navolgende werkloosheidsuitkeringen:
  • 1°. een of meer wachtgelden;
  • 2°. een of meer uitkeringen op grond van de WW;
2.

De in het eerste lid bedoelde regels hebben in ieder geval betrekking op de bepaling van:

  • b. de mate van arbeidsongeschiktheid in de zin van de WAO;
  • c. het dagloon in de zin van de WAO, dan wel in de zin van de WW;
  • d. vervallen;
  • e. de kostenverdeling, met inbegrip van de uitvoeringskosten, ter zake van de in onderdeel a bedoelde rechten.
3.

De in het eerste lid bedoelde regels hebben tot doel te bereiken dat een hoogte en een duur van het ingevolge deze wet aan de betrokkene toe te kennen ziekengeld op grond van de ZW, uitkering op grond van de WAO, loonsuppletie of reïntegratie-uitkering op grond van de WAO, danwel uitkering op grond van de WW wordt vastgesteld die ten minste evenredig is aan de hoogte en duur van het met de betreffende werknemersverzekering overeenkomende deel van het wachtgeld, de uitkering of de voorziening waarop de betrokkene in zijn hoedanigheid als overheidswerknemer, danwel gewezen overheidswerknemer recht had op de dag voorafgaande aan de datum waarop de betreffende werknemersverzekering ingevolge deze wet op hem van toepassing werd.

Artikel 42

1.

Vanaf het tijdstip van aanvang van fase 1 van deze wet, treedt het Landelijk instituut sociale verzekeringen in de plaats van het FAOP wat betreft de overeenkomstige toepassing van de WAO, bedoeld in artikel 32, eerste lid, juncto artikel 46, tweede lid, van de WPA, alsmede wat betreft de toepassing van de AAW, bedoeld in artikel 8 van de AAW.

2.

Onze Minister van Defensie verricht handelingen met betrekking tot de toepassing van de Amp-wet zoals die wet luidde op de dag voorafgaande aan het tijdstip van aanvang van fase 1 van deze wet, voor zover het de toepassing van de Amp-wet tot dat tijdstip betreft.

3.

De overheidswerkgever verricht handelingen op grond van een regeling met betrekking tot bezoldiging of uitkering ingeval van ziekte dan wel wachtgeld zoals bedoelde regeling luidde op de dag voorafgaande aan het tijdstip van aanvang van fase 3 van deze wet, voor zover het de toepassing van bedoelde regeling tot dat tijdstip betreft.

4.

Onze Minister van Defensie en de overheidswerkgever doen mededeling aan het Landelijk instituut sociale verzekeringen van handelingen als bedoeld in het tweede onderscheidenlijk het derde lid. De artikelen 36 tot en met 39 zijn van overeenkomstige toepassing.

5.

Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kan tezamen met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties nadere regels stellen met betrekking tot het eerste tot en met het vierde lid.

6.

Met ingang van de datum van inwerkingtreding van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen treedt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in de plaats van het Landelijk instituut sociale verzekeringen.

Paragraaf 6. Overige bepalingen

Artikel 43

1.

Indien de overheidswerknemer of de gewezen overheidswerknemer, bedoeld in artikel 4, ingevolge de op hem van toepassing zijnde rechtspositieregeling recht heeft op bezoldiging of uitkering ingeval van ziekte en tegelijkertijd ter zake van hetzelfde dienstverband recht heeft op ziekengeld op grond van de ZW, wordt het eerstbedoelde recht verminderd met het ziekengeld.

2.

Zolang de overheidswerknemer of de gewezen overheidswerknemer, bedoeld in artikel 31, ingevolge de op hem van toepassing zijnde rechtspositieregeling recht heeft op een wachtgeld en tegelijkertijd recht heeft op een uitkering op grond van de WW, wordt het eerstbedoelde recht verminderd met de uitkering op grond van de WW. De eerste volzin vindt geen toepassing in het geval de uitkering op grond van de WW wordt genoten ter zake van een dienstverband dat ter hand is genomen vóór de dag waarop het ontslag, ter zake waarvan hem het wachtgeld is toegekend, hem is aangezegd of door hem is aangevraagd, tenzij dat dienstverband ter hand is genomen gedurende non-activiteit, vakantie of verlof onmiddellijk voorafgaande aan bedoeld ontslag.

3.

Het eerste en tweede lid zijn uitsluitend van toepassing indien in de op betrokkene van toepassing zijnde rechtspositieregeling geen bepalingen zijn opgenomen ter zake van de in die leden bedoelde samenloop van rechten.

Artikel 44

1.

Het Landelijk instituut sociale verzekeringen liquideert vóór het tijdstip gelegen twee jaar na het tijdstip van aanvang van fase 1 van deze wet het vermogen van het FAOP.

2.

In verband met de uitvoering van het eerste lid gaan alle vermogensbestanddelen van het FAOP op het tijdstip van aanvang van fase 1 van deze wet over op het Landelijk instituut sociale verzekeringen.

3.

Het Landelijk instituut sociale verzekeringen beheert en administreert het vermogen dat op grond van het tweede lid is overgegaan in de vorm van een afzonderlijke rekening.

4.

Het Landelijk instituut sociale verzekeringen draagt vóór het tijdstip, gelegen een jaar na het tijdstip van aanvang van fase 1 van deze wet, een deel van het vermogen, bedoeld in het derde lid, over aan het Arbeidsongeschiktheidsfonds, bedoeld in artikel 72 van de WAO.

5.

Het in het vierde lid bedoelde deel van het vermogen bestaat uit:

  • b. een bedrag ter dekking van de uitgaven op grond van artikel 42, eerste lid, met inbegrip van de uitvoeringskosten van het Landelijk instituut sociale verzekeringen ter zake van de toepassing van artikel 42, eerste lid.
6.

De toepassing van het vierde lid geldt de aldaar genoemde aanwezige vermogens en lasten op de dag voorafgaand aan het tijdstip van aanvang van fase 1 van deze wet.

7.

Onder «artikel 72 van de WAO» en «artikel 76, derde lid, van de WAO» in het vijfde lid, onderdeel a, genoemd, wordt verstaan de artikelen 72 en 76, derde lid, van de WAO zoals dat artikel en dat artikellid luidden op de dag voorafgaande aan het tijdstip van aanvang van fase 1 van deze wet.

8.

Bij algemene maatregel van bestuur op voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken, worden regels gesteld met betrekking tot het vierde en het vijfde lid.

9.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur op voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, worden regels gesteld met betrekking tot de liquidatie van het FAOP.

10.

Met ingang van de datum van inwerkingtreding van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen treedt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in de plaats van het Landelijk instituut sociale verzekeringen.

Artikel 45

1.

Onverminderd het bepaalde in deze wet zijn de ZW, de WAO, en de WW, alsmede de op die wetten berustende bepalingen, van toepassing op het in dit hoofdstuk bedoelde recht op uitkering op grond van die wetten, op het in aanmerking brengen voor voorzieningen, vergoedingen of toelagen op grond van artikel 20, eerste lid, of artikel 28, eerste lid, en op het in aanmerking brengen voor loonsuppleties, loonkostensubsidies, opleiding of scholing of reïntegratie-uitkeringen op grond van artikel 20, tweede lid, of artikel 28, tweede lid.

2.

Besluiten of uitkeringen op grond van onderscheidenlijk artikel 4, eerste lid, artikel 13, eerste of tweede lid, artikel 23, eerste lid, of artikel 31 worden beschouwd als besluiten of uitkeringen op grond van de verplichte verzekering krachtens de ZW, de WAO onderscheidenlijk de WW.

3.

Voorzieningen, toelagen of vergoedingen op grond van artikel 20, eerste lid, of artikel 28, eerste lid, worden beschouwd als voorzieningen, toelagen of vergoedingen op grond van de verplichte verzekering krachtens de WAO.

4.

Loonsuppleties, loonkostensubsidies, opleiding of scholing of reïntegratie-uitkeringen op grond van artikel 20, tweede lid, of artikel 28, tweede lid, worden beschouwd als loonsuppleties, loonkostensubsidies, opleiding of scholing of reïntegratie-uitkeringen op grond van de verplichte verzekering krachtens de WAO.

Artikel 45a

De Wet financiering loopbaanonderbreking en de Werkloosheidswet, zoals deze luidden op de dag voor het tijdstip van aanvang van fase 2 van deze wet, blijven van toepassing op de financiële tegemoetkoming op grond van de eerstgenoemde wet, die is aangevangen voor het bedoelde tijdstip van aanvang van fase 2.

Artikel 45b

1.

Voor de toepassing van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers wordt onder het bereiken van de volledige uitkeringsduur, bedoeld in hoofdstuk II van de Werkloosheidswet, mede verstaan het voor het tijdstip van aanvang van fase 3 van deze wet bereiken van de volledige uitkeringsduur van een wachtgeld, waarop recht is ontstaan voor het tijdstip van aanvang van fase 2 van deze wet. Onder wachtgeld wordt niet verstaan de kortdurende uitkering, bedoeld in het tweede lid.

2.

Voor de toepassing van artikel 2, onderdeel b, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers wordt onder het bereiken van de volledige uitkeringsduur, bedoeld in hoofdstuk II van de Werkloosheidswet, mede verstaan het voor het tijdstip van aanvang van fase 3 van deze wet bereiken van de volledige uitkeringsduur van een kortdurende uitkering op grond van het Besluit Werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel, het Werkloosheidsbesluit beroepsmilitairen bepaalde tijd, het Werkloosheidsbesluit defensiepersoneel of een met die besluiten vergelijkbare regeling, waarop recht is ontstaan voor het tijdstip van aanvang van fase 2 van deze wet.

3.

Voor de toepassing van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers wordt onder het bereiken van de volledige uitkeringsduur bedoeld in hoofdstuk II van de Werkloosheidswet, mede verstaan het bereiken van de volledige uitkeringsduur van een wachtgeld, waarop in verband met de verlaging van een uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering recht is ontstaan tussen 30 september 2004 en 1 oktober 2005 voor de overheidswerknemer of de gewezen overheidswerknemer die op 31 december 2000 en op 30 september 2004 recht had op een uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80% of meer.

Artikel 45c

Indien een overheidswerkgever in staat van faillissement is verklaard, dan wel aan hem surséance van betaling is verleend, of deze anderszins verkeert in de blijvende toestand dat hij heeft opgehouden te betalen, wordt, op verzoek van de gewezen overheidswerknemer die uit hoofde van een dienstverband met deze overheidswerkgever recht op wachtgeld heeft, welk recht is ontstaan voor het tijdstip van aanvang van fase 2 van deze wet, het tijdstip van aanvang van fase 3 van deze wet vastgesteld op het tijdstip dat de overheidswerkgever kwam te verkeren in een toestand als hiervoor bedoeld, doch niet eerder dan het tijdstip van aanvang van fase 2. De eerste zin is slechts van toepassing als de overheidswerknemer zijn verzoek doet binnen 26 weken na de dag waarop de overheidswerkgever is komen te verkeren in een toestand als bedoeld in de eerste zin.

Artikel 46

Bij algemene maatregel van bestuur op voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in overeenstemming met Onze Minister of Onze Ministers wie het mede aangaat, kunnen ter uitvoering van dit hoofdstuk nadere regels worden gesteld.

Hoofdstuk 2. Wijziging van wetten op het terrein van de sociale zekerheid alsmede van de Wet arbeid gehandicapte werknemers en de Wet voorzieningen gehandicapten

Artikel 47

Wijzigt de Ziektewet.

Artikel 48

Wijzigt de Ziektewet.

Artikel 49

Wijzigt de Ziektewet.

Artikel 50

Wijzigt de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.

Artikel 51

Wijzigt de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.

Artikel 52

Wijzigt de Werkloosheidswet.

Artikel 53

Wijzigt de Werkloosheidswet.

Artikel 54

Wijzigt de Werkloosheidswet

Artikel 55

Wijzigt de Invoeringswet stelselherziening sociale zekerheid.

Artikel 56

Artikel 10 van de Invoeringswet stelselherziening sociale zekerheid en de daarop berustende bepalingen, zoals deze luiden op de dag voor het tijdstip van aanvang van fase 2 van deze wet, blijven tot het tijdstip van aanvang van fase 3 van deze wet van toepassing op de overheidswerknemer, bedoeld in dat artikel, wiens eerste dag van werkloosheid gelegen is voor het tijdstip van aanvang van fase 2 van deze wet.

Artikel 57

Wijzigt de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers.

Artikel 58

Wijzigt de Wet arbeid gehandicapte werknemers.

Artikel 59

Wijzigt de Wet voorzieningen gehandicapten.

Artikel 60

Wijzigt de Coördinatiewet Sociale Verzekering.

Artikel 61

Wijzigt de Coördinatiewet Sociale Verzekering.

Artikel 62

1.

Wijzigt de Wet terugdringing ziekteverzuim.

2.

Wijzigt de Wet terugdringing ziekteverzuim.

Artikel 63

Wijzigt de Wet terugdringing beroep op de arbeidsongeschiktheidsregelingen.

Artikel 64

Met ingang van het tijdstip van aanvang van fase 2 van deze wet, bedoeld in artikel 53, wordt de Tijdelijke wet beperking inkomensgevolgen arbeidsongeschiktheidscriteria voor de overheidswerknemers, bedoeld in artikel 1, onderdeel l, en de gewezen overheidswerknemers, op wie de Werkloosheidswet van toepassing wordt, als volgt gelezen:

  • B. Artikel 1, onderdeel b, wordt als volgt gelezen: b. werkloze persoon: de persoon, bedoeld in artikel 2;.
  • b. wiens recht op pensioen door toepassing van artikel E 6 van de Algemene militaire pensioenwet dan wel de militaire pensioenbepalingen inzake het recht op pensioen ter zake van arbeidsongeschiktheid op een lagere mate van arbeidsongeschiktheid wordt gebaseerd.
  • D. Artikel 2, derde lid, wordt als volgt gelezen: 3. Deze wet en de daarop berustende bepalingen zijn mede van toepassing op de persoon die op 1 augustus 1993 de leeftijd van 45 jaar had bereikt en die op 31 juli 1993 recht had op een arbeidsongeschiktheidsuitkering of een herplaatsingstoelage of herplaatsingswachtgeld op grond van de Spoorwegpensioenwet, de Algemene militaire pensioenwet of de Algemene burgerlijke pensioenwet en die vanaf 1 augustus 1993 door de toepassing van artikel 5 van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, artikel F 7 van de Spoorwegpensioenwet, artikel F 8a van de Algemene burgerlijke pensioenwet, artikel E 6 van de Algemene militaire pensioenwet of de toepassing of overeenkomstige toepassing van artikel 18 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, zoals deze artikelen voor deze persoon na de inwerkingtreding van de Wet terugdringing beroep op de arbeidsongeschiktheidsregelingen zijn blijven luiden, zijn recht op een arbeidsongeschiktheidsuitkering verliest of heeft verloren dan wel voor een lagere arbeidsongeschiktheidsuitkering in aanmerking komt of is gekomen.
  • G. Onder vernummering van het negende en tiende lid van artikel 9 tot het elfde en twaalfde lid worden in dat artikel een nieuw negende en tiende lid ingevoegd, luidende: 9. Het dagloon dat ten grondslag ligt aan de uitkering van de werkloze persoon, aan wie op de dag voor de toepassing, bedoeld in artikel 2, derde lid, een invaliditeitspensioen wordt uitbetaald op grond van de Algemene burgerlijke pensioenwet of de Spoorwegpensioenwet, is gelijk aan de door 261 gedeelde berekeningsgrondslag waarnaar dat pensioen was berekend. Indien op het in de eerste volzin bedoelde pensioen ingevolge artikel F 9a van de Algemene burgerlijke pensioenwet of artikel F 7a van de Spoorwegpensioenwet een toeslag was verleend, wordt voor de vaststelling van het dagloon het bedrag van de berekeningsgrondslag verhoogd met die toeslag. Artikel 15 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering is van toepassing op het dagloon, bedoeld in dit lid. 10. Indien het recht op invaliditeitspensioen is toegekend uit een deeltijdbetrekking, geldt in afwijking van het negende lid als dagloon het bedrag dat overeenkomstig dat lid wordt verkregen en vervolgens is vermenigvuldigd met de deeltijdfactor.

Artikel 65

Wijzigt de Tijdelijke wet beperking inkomensgevolgen arbeidsongeschiktheidscriteria.

Artikel 66

Wijzigt de Wet premiedifferentiatie en marktwerking bij arbeidsongeschiktheidsverzekeringen.

Artikel 67

Wijzigt de Invoeringswet nieuwe en gewijzigde arbeidsongeschiktheidsregelingen.

Artikel 67a

Wijzigt de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten.

Artikel 67b

Wet financiering loopbaanonderbreking.

Hoofdstuk 3. Wijziging van andere wetten

Artikel 68

Wijzigt de Wet financiële voorzieningen privatisering ABP.

Artikel 69

Wijzigt de Wet financiële voorzieningen privatisering ABP.

Artikel 70

Wijzigt de Wet financiële voorzieningen privatisering ABP.

Artikel 71

Wijzigt de Wet privatisering ABP.

Artikel 72

Wijzigt de Beroepswet.

Artikel 73

Wijzigt de Algemene militaire pensioenwet.

Artikel 74

Vervallen

Artikel 75

Wijzigt de Ziekenfondswet.

Artikel 76

Wijzigt de Ziekenfondswet.

Artikel 77

Met ingang van het tijdstip van aanvang van fase 1 van deze wet wordt de Wet Stichting USZO ingetrokken.

Artikel 78

Wijzigt de Wet op de ondernemingsraden.

Hoofdstuk 4. Overige en slotbepalingen

Artikel 79

1.

Op verzoek van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties verstrekt een organisatie die een of meer uitkeringsregelingen ter zake van ziekte, ontslag of werkloosheid van overheidswerknemers of gewezen overheidswerknemers uitvoert, kosteloos alle statistische informatie die hij wenselijk acht in verband met zijn bestuurlijke verantwoordelijkheid voor het overheidspersoneelsbeleid.

2.

Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kan regels stellen omtrent de verstrekking van de statistische informatie, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 80

1.

Het burgerservicenummer kan in een persoonsregistratie worden opgenomen en bij het verstrekken van gegevens daaruit worden gebruikt door een organisatie die een of meer uitkeringsregelingen ter zake van ziekte, ontslag of werkloosheid van overheidswerknemers of gewezen overheidswerknemers uitvoert.

2.

De organisatie die een of meer uitkeringsregelingen ter zake van ziekte, ontslag of werkloosheid van overheidswerknemers of gewezen overheidswerknemers uitvoert, gebruikt het burgerservicenummer slechts:

  • a. in het verkeer met de persoon op wie het nummer betrekking heeft;
  • b. in contacten met de personen en instanties, voor zover deze zelf gemachtigd zijn tot het opnemen van het burgerservicenummer in een persoonsregistratie.
3.

Ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek of statistiek dan wel op grond van een dwingende en gewichtige reden, kan desgevraagd een burgerservicenummer, aan een derde worden verstrekt voor zover de persoonlijke levenssfeer van de geregistreerde daardoor niet onevenredig wordt geschaad.

Artikel 81

De Algemene Rekenkamer heeft met betrekking tot de uitkeringsregelingen ter zake van ziekte, ontslag en werkloosheid ten aanzien van een organisatie die een of meer uitkeringsregelingen ter zake van ziekte, ontslag of werkloosheid van overheidswerknemers of gewezen overheidswerknemers uitvoert, de in artikel 7.34 van de Comptabiliteitswet 2016 vermelde bevoegdheden.

Artikel 82

Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verstrekt op verzoek aan een organisatie die een of meer uitkeringsregelingen ter zake van ziekte, ontslag of werkloosheid van overheidswerknemers of gewezen overheidswerknemers uitvoert, kosteloos alle gegevens en inlichtingen die de betreffende organisatie nodig acht voor de uitvoering van de desbetreffende uitkeringsregeling.

Artikel 83

1.

Wijzigt deze wet.

2.

Met ingang van het tijdstip van aanvang van fase 3 van deze wet kan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur, op voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid tezamen met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, worden bepaald dat tot een daarin te bepalen tijdstip:

  • b. artikel 8a van de Ziektewet niet van toepassing is op degene die uitsluitend uit hoofde van een of meer arbeidsverhoudingen als overheidswerknemer, dan wel uitsluitend uit hoofde van een of meer voormalige arbeidsverhoudingen als gewezen overheidswerknemer een uitkering ontvangt op grond van de verplichte verzekering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.
3.

Het in het tweede lid bedoelde tijdstip kan voor groepen van overheidswerknemers als bedoeld in onderdeel a van dat lid, alsmede voor groepen van overheidswerknemers en gewezen overheidswerknemers met recht op een uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering als bedoeld in onderdeel b van dat lid, verschillend worden vastgesteld.

4.

Bij of krachtens de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het derde lid, kunnen nadere regels worden gesteld.

5.

Met ingang van het tijdstip van aanvang van fase 3 van deze wet berust het Faseringsbesluit overheidswerknemers onder de Ziektewet en de Werkloosheidswet op het tweede tot en met vierde lid van dit artikel.

Artikel 84

1.

Op verzoek van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties verstrekt een organisatie die een of meer bovenwettelijke regelingen ter zake van ziekte, arbeidsongeschiktheid, ontslag of werkloosheid van overheidswerknemers of gewezen overheidswerknemers uitvoert, kosteloos alle statistische informatie die hij wenselijk acht in verband met zijn bestuurlijke verantwoordelijkheid voor het overheidspersoneelsbeleid.

2.

Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kan regels stellen omtrent de verstrekking van de statistische informatie, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 85

Vervallen

Artikel 86

Artikel 32, eerste en tweede lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen is niet van toepassing op een overheidswerkgever als bedoeld in artikel 1, onderdeel k, of een overheidswerknemer als bedoeld in artikel 1, onderdeel l, tot het tijdstip waarop ingevolge deze wet de Ziektewet op hem van toepassing wordt.

Artikel 87

1.

Onverminderd artikel 38, eerste lid, van de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997, heeft het Landelijk instituut sociale verzekeringen, bedoeld in artikel 30, eerste lid, van die wet met ingang van het tijdstip van aanvang van fase 1 van deze wet tot taak uitvoering te geven aan hoofdstuk 1 van de Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen.

2.

Onverminderd artikel 30, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, treedt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van die wet, met ingang van het tijdstip van inwerkingtreding van die wet voor de toepassing van het eerste lid in de plaats van het Landelijk instituut sociale verzekeringen.

Artikel 88

Vervallen

Artikel 89

1.

Met ingang van het tijdstip van aanvang van fase 1 van deze wet tot en met de dag voorafgaande aan het tijdstip van aanvang van fase 2 van deze wet, bedoeld in artikel 53, komt de premie op grond van de Werkloosheidswet, bedoeld in de artikelen 85 derde lid, en 86 van de Werkloosheidswet, over de uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering van een overheidswerknemer als bedoeld in artikel 1, onderdeel l, of een gewezen overheidswerknemer, in afwijking van artikel 92, onderdelen a en b, van de Werkloosheidswet, niet ten gunste van het wachtgeldfonds, bedoeld in artikel 102 van die wet, of het Algemeen Werkloosheidsfonds, bedoeld in artikel 103 van die wet, maar van het Arbeidsongeschiktheidsfonds, bedoeld in artikel 72 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering. De eerste volzin is slechts van toepassing, indien de werkzaamheden met betrekking tot de in die volzin bedoelde uitkering worden verricht door een rechtspersoon, die de in artikel 41, eerste lid, van de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997 bedoelde werkzaamheden uitsluitend verricht voor een of meer sectoren of sectoronderdelen waarbij geen andere dan overheidswerkgevers als bedoeld in artikel 1, onderdeel k, zijn aangesloten.

2.

Ingeval het Landelijk instituut sociale verzekeringen, genoemd in hoofdstuk 4 van de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997, of een uitvoeringsinstelling als bedoeld in artikel 41, derde lid, van die wet, de aan een overheidswerknemer als bedoeld in artikel 1, onderdeel l, toegekende uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, bedoeld in artikel 10, eerste of tweede lid, van die wet, aan een overheidswerkgever als bedoeld in artikel 1, onderdeel k, betaalt met het oogmerk die uitkering door diens tussenkomst te doen uitbetalen:

3.

Het eerste en het tweede lid gelden uitsluitend voor uitkeringen op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, die betrekking hebben op de periode tot aan het tijdstip van aanvang van fase 2 van deze wet, bedoeld in artikel 53.

Artikel 90

1.

Het bedrag dat de overheidswerkgever, bedoeld in artikel 1, onderdeel k, moet betalen aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, in verband met de door hem verschuldigde premie, bedoeld in artikel 76a van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, wordt verminderd met het door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen overeenkomstig het tweede lid vastgestelde, ten laste van het Arbeidsongeschiktheidsfonds, bedoeld in artikel 72 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering komende bedrag, dat bedoeld is om de over uitkeringen op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering van overheidswerknemers als bedoeld in artikel 1, onderdeel l, en gewezen overheidswerknemers verschuldigde premies op grond van de Werkloosheidswet ten gunste te laten komen van de overheidswerkgevers. De in de eerste volzin bedoelde vermindering vindt plaats zo spoedig mogelijk na het in het tweede lid bedoelde, betreffende kalenderjaar.

2.

Het in het eerste lid bedoelde, te verminderen bedrag wordt berekend door de uitkomst van een breuk, waarvan:

  • a. de teller wordt gevormd door het totaal van de over een kalenderjaar ontvangen premies op grond van de artikelen 85, derde lid, en 86 van de Werkloosheidswet over het totaal van de in het betreffende kalenderjaar uitbetaalde uitkeringen op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering van overheidswerknemers als bedoeld in artikel 1, onderdeel l, en gewezen overheidswerknemers, vermeerderd met de over dat bedrag ontvangen rente en onder aftrek van:
  • 1°. een bij regeling van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, vastgesteld bedrag, dat volgens een bij die ministeriële regeling te bepalen verdeling wordt afgedragen aan de wachtgeldfondsen, bedoeld in artikel 102 van de Werkloosheidswet, of het Algemeen werkloosheidsfonds, bedoeld in artikel 103 van de Werkloosheidswet, en
  • 2°. de door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen vastgestelde uitvoeringskosten van de toepassing van artikel 89 en het eerste lid, en.
  • b. de noemer wordt gevormd door de som van de voor het totaal van de overheidswerkgevers vastgestelde premieloon voor de heffing van de in het eerste lid bedoelde premie in het betreffende kalenderjaar gedeeld door het premieloon voor de heffing van de in het eerste lid bedoelde premie van de betreffende overheidswerkgever in dat kalenderjaar.
3.

Het bedrag dat de overheidswerkgever, bedoeld in artikel 1, onderdeel k, moet betalen aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, in verband met de door hem verschuldigde premie, bedoeld in artikel 76a van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, wordt verminderd met het door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen overeenkomstig het vierde lid vastgestelde, ten laste van het Arbeidsongeschiktheidsfonds, bedoeld in artikel 72 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering komende bedrag, dat bedoeld is om het na de in artikel 44, negende lid, bedoelde liquidatie van het Fonds arbeidsongeschiktheidsverzekering overheidspersoneel resterende vermogen van dat fonds ten gunste te laten komen van de overheidswerkgevers.

4.

Het in het derde lid bedoelde, te verminderen bedrag wordt volgens bij of krachtens de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 44, negende lid, te stellen regels vastgesteld. De in het derde lid bedoelde vermindering vindt niet eerder plaats dan nadat de in artikel 44, negende lid, bedoelde liquidatie van het Fonds arbeidsongeschiktheidsverzekering overheidspersoneel is afgerond en vindt, zoveel mogelijk, plaats in de maand na de maand waarin de bedoelde liquidatie is afgerond.

5.

Het bedrag dat de overheidswerkgever, bedoeld in artikel 1, onderdeel k, moet betalen aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, in verband met de door hem verschuldigde premie, bedoeld in artikel 76a van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, wordt vermeerderd met het door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen overeenkomstig het zesde lid vastgestelde bedrag.

6.

Het in het vijfde lid bedoelde, te vermeerderen bedrag is het door de overheidswerkgever verschuldigde door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen vastgestelde bedrag van de heffing, bedoeld in artikel 46a van de Wet op de ondernemingsraden.

7.

De in het eerste en derde lid bedoelde vermindering en de in het vijfde lid bedoelde vermeerdering vervallen met ingang van het tijdstip van aanvang van fase 2 van deze wet, bedoeld in artikel 53.

8.

Bij algemene maatregel van bestuur op voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in overeenstemming met Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kan worden bepaald dat het totaal van de in een kalenderjaar verschuldigde premie, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, dat na aftrek van de in het tweede lid, onderdeel a, onder 1° en 2°, bedoelde bedragen resteert, in afwijking van het eerste lid geheel of gedeeltelijk kan worden gebruikt voor de bekostiging van uitgaven in verband met het onder de werkingssfeer van de Werkloosheidswet en de Ziektewet brengen van het overheidspersoneel. In deze algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat bij regeling van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties nadere regels kunnen worden gesteld met betrekking tot de in de eerste volzin bedoelde bekostiging.

Artikel 90a

Betalingen die na het tijdstip van aanvang van fase 2, bedoeld in artikel 53, worden gedaan als uitgave in verband met het onder de werkingssfeer van de Werkloosheidswet en de Ziektewet brengen van het overheidspersoneel, komen ten laste van het Uitvoeringsfonds voor de overheid, bedoeld in artikel 104 van de Werkloosheidswet.

Artikel 91

Vervallen

Artikel 92

Vervallen

Artikel 93

Deze wet wordt aangehaald als: Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen.

Artikel 94

1.

Deze wet treedt in werking met ingang van een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

2.

Bij koninklijk besluit wordt bepaald met ingang van welk tijdstip de fase 1 van deze wet, de fase 2 van deze wet en de fase 3 van deze wet aanvangen.

3.

Het in het eerste en tweede lid bedoelde tijdstip kan voor de verschillende artikelen, onderdelen of subonderdelen daarvan alsmede voor groepen van overheidswerknemers en gewezen overheidswerknemers verschillend worden vastgesteld.

4.

In afwijking van het eerste en tweede lid treden de artikelen 35 tot en met 42 in werking met ingang van 1 oktober 1997. Indien het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 30 september 1997, treden de in de eerste volzin genoemde artikelen in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst, en werken zij terug tot en met 1 oktober 1997.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)