Besluit van 6 augustus 1999, houdende vaststelling van de algemene berekeningswijze van de rijksbijdrage voor het beroepsonderwijs, de educatie en de landelijke organen, alsmede vaststelling van voorschriften over het informatieverkeer, bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs (Uitvoeringsbesluit WEB)

Type AMvB
Publication 2024-08-01
State In force
Source BWB
artikelen 124
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
Onderwijssoort Code kwalificatie Naam kwalificatie Code deelkwalificatie Naam deelkwalificatie Niveau
Educatie 30001 MAVO 40001 Nederlandse taal KSE 4
40002 Friese taal KSE 4
40003 Franse taal KSE 4
40004 Duitse taal KSE 4
40005 Engelse taal KSE 4
40006 Spaanse taal KSE 4
40007 Turkse taal KSE 4
40008 Arabische taal KSE 4
40009 Geschiedenis en staatsinrichting KSE 4
40010 Aardrijkskunde KSE 4
40011 Wiskunde KSE 4
40012 Natuurkunde KSE 4
40013 Scheikunde KSE 4
40014 Biologie KSE 4
40015 Economie KSE 4
40016 Tekenen KSE 4
40017 Handvaardigheid I (handenarbeid) KSE 4
40018 Handvaardigheid II (textiele werkvormen) KSE 4
40019 Muziek KSE 4
40020 Maatschappijleer KSE 4
40021 Overig KSE 4
Educatie 30002 HAVO 40022 Nederlandse taal en letterkunde KSE 5
40023 Friese taal en letterkunde KSE 5
40024 Franse taal en letterkunde KSE 5
40025 Duitse taal en letterkunde KSE 5
40026 Engelse taal en letterkunde KSE 5
40027 Spaanse taal en letterkunde KSE 5
40028 Russische taal en letterkunde KSE 5
40029 Turkse taal en letterkunde KSE 5
40030 Arabische taal en letterkunde KSE 5
40031 Geschiedenis en staatsinrichting KSE 5
40032 Aardrijkskunde KSE 5
40033 Wiskunde A KSE 5
40034 Wiskunde B KSE 5
40035 Natuurkunde KSE 5
40036 Scheikunde KSE 5
40037 Biologie KSE 5
40038 Economie KSE 5
40039 Handelswetenschappen en recht KSE 5
40040 Tekenen KSE 5
40041 Handvaardigheid I (handenarbeid) KSE 5
40042 Handvaardigheid II (textiele werkvormen) KSE 5
40043 Muziek KSE 5
40044 Maatschappijleer KSE 5
40045 Overig KSE 5
Educatie 30003 VWO 40046 Nederlandse taal en letterkunde KSE 6
40047 Friese taal en letterkunde KSE 6
40048 Latijnse taal en letterkunde KSE 6
40049 Griekse taal en letterkunde KSE 6
40050 Franse taal en letterkunde KSE 6
40051 Duitse taal en letterkunde KSE 6
40052 Engelse taal en letterkunde KSE 6
40053 Spaanse taal en letterkunde KSE 6
40054 Russische taal en letterkunde KSE 6
40055 Turkse taal en letterkunde KSE 6
40056 Arabische taal en letterkunde KSE 6
40057 Geschiedenis en staatsinrichting KSE 6
40058 Aardrijkskunde KSE 6
40059 Wiskunde A KSE 6
40060 Wiskunde B KSE 6
40061 Natuurkunde KSE 6
40062 Scheikunde KSE 6
40063 Biologie KSE 6
40064 Economische wetenschappen I en Recht KSE 6
40065 Economische wetenschappen II en Recht KSE 6
40066 Tekenen KSE 6
40067 Handvaardigheid I (handenarbeid) KSE 6
40068 Handvaardigheid II (textiele werkvormen) KSE 6
40069 Muziek KSE 6
40070 Filosofie KSE 6
40071 Maatschappijleer KSE 6
40072 Overig KSE 6
Educatie 30004 Educatie overig 40073 Nederlands KSE 1
40074 Nederlands KSE 2
40075 Nederlands KSE 3
40076 Engels KSE 1
40077 Engels KSE 2
40078 Engels KSE 3
40079 Rekenen en Wiskunde KSE 1
40080 Rekenen en Wiskunde KSE 2
40081 Rekenen en Wiskunde KSE 3
40082 Maatschappij oriëntatie1 KSE 2
40083 Overig KSE 1
40084 Overig KSE 2
40085 Overig KSE 3
Educatie 30005 NT2 40086 Lezen NT 1
40087 Lezen NT 2
40088 Lezen NT 3
40089 Lezen NT 4
40090 Lezen NT 5
40091 Luisteren NT 1
40092 Luisteren NT 2
40093 Luisteren NT 3
40094 Luisteren NT 4
40095 Luisteren NT 5
40096 Spreken NT 1
40097 Spreken NT 2
40098 Spreken NT 3
40099 Spreken NT 4
40100 Spreken NT 5
40101 Schrijven NT 1
40102 Schrijven NT 2
40103 Schrijven NT 3
40104 Schrijven NT 4
40105 Schrijven NT 5

1 Deze term wordt gebruikt in de Wet inburgering nieuwkomers en de bijbehorende AMvBs, maar wijkt af van de term «Maatschappelijke oriëntatie» uit de Regeling eindtermen breed maatschappelijk functioneren en sociale redzaamheid, die gepubliceerd is in Uitleg nr. 1 van 15 januari 1997. Het gaat echter om dezelfde opleiding.

Niveau-code Niveau-omschrijving
KSE 6 KSE-niveau 6
KSE 5 KSE-niveau 5
KSE 4 KSE-niveau 4
KSE 3 KSE-niveau 3
KSE 2 KSE-niveau 2
KSE 1 KSE-niveau 1
NT 5 NT2-niveau 5
NT 4 NT2-niveau 4
NT 3 NT2-niveau 3
NT 2 NT2-niveau 2
NT 1 NT2-niveau 1

Toelichting

Termijnen

Personeelsgegevens

De volgende functionarissen vallen niet onder deze functiecategorie: leraar, functies die ondersteuning leveren aan het primaire proces zoals teamleiders en secretaresses, docenten die zijn benoemd in één van de docentenfuncties LB, LC, LD of LE en die tevens een deel BPV-begeleiding uitvoeren worden niet tot deze categorie gerekend.

Onder 14) Instructeur wordt verstaan: medewerkers zonder bevoegdheid die onder verantwoordelijkheid van de docent instructie geeft. Onder instructie geven wordt verstaan het begeleiden van individuele en groepen leerlingen bij het praktijkgedeelte van het onderwijs. Daarnaast beoordelen deze medewerkers onder andere einduitkomsten en onderzoeksresultaten van de door de leerlingen uitgevoerde praktijkopdrachten.

Instellingen

Instructeur

De volgende functionarissen vallen niet onder deze functiecategorie:

docenten, (technisch) onderwijsassistent, docentassistent, BPV-begeleiders.

Onder 16) Beheerfuncties wordt verstaan: medewerkers die activiteiten uitvoeren die indirect ondersteunend zijn aan het primaire onderwijsproces. Dit betreft onder meer medewerkers van centrale afdelingen / diensten Personeel en Organisatie, Financiën, Organisatie, Automatisering, Huisvesting.

Voorbeelden:

medewerker financiën, personeelsadviseur, adviseur huisvesting, applicatiebeheerder, ICT-beheerder, directeur financiën, directeur ICT, directeur HRM, medewerker kantine, medewerker schoonmaak, medewerker beveiliging, concierge, medewerker bedrijfsbureau, medewerker marketing, communicatie.

De volgende functionarissen vallen niet onder deze functiecategorie:

roostermaker, medewerker studentenadministratie, personeel Innovatie en Onderwijsontwikkeling, personeel Kwaliteitszorg.

Onder 17) Administratieve functies wordt verstaan: medewerkers die activiteiten uitvoeren die direct ondersteunend zijn aan het primaire onderwijsproces.

Toelichting

Type:

Functie:

Schaal/regel:

docenten, (technisch) onderwijsassistent, docentassistent, BPV-begeleiders.

Onder 16) Beheerfuncties wordt verstaan: medewerkers die activiteiten uitvoeren die indirect ondersteunend zijn aan het primaire onderwijsproces. Dit betreft onder meer medewerkers van centrale afdelingen / diensten Personeel en Organisatie, Financiën, Organisatie, Automatisering, Huisvesting.

Voorbeelden:

Geboortejaar:

Een groot deel van de gegevens (zoals organisatiegegevens) is reeds geregistreerd in systemen. Deze gegevens hoeven alleen aangepast te worden wanneer zich mutaties voordoen. Daarvoor kan men terecht op de site van DUO, www.ocwduo.nl. Afhankelijk of instellingen zelf gegevensleverancier zijn, worden personeelsgegevens onttrokken aan de schooladministratie of aan registraties bij salarisverwerkers of administratiekantoren. In deze bijlage wordt ingegaan op de termijn voor aanlevering van de personeelsgegevens en de wijze van aanlevering.

De gegevens bedoeld in artikel 2.3.6, tweede lid, en artikel 2.5.5, tweede lid, van de WEB zijn op diverse momenten nodig, sommige enkele malen per jaar, andere vaker. De benodigde gegevens moeten door het bevoegd gezag worden geleverd. Voor steeds meer gegevens geldt een verplichte elektronische aanlevering in een bestandsformaat met een vooraf vastgestelde opbouw. Als gevolg hiervan is het van groot belang dat voor alle betrokken partijen bekend is welke gegevens op welke wijze (tijdstip en vorm) beschikbaar moeten worden gesteld. De overheid maakt bij de gegevensverzameling zoveel mogelijk gebruik van het principe van éénmaal bevragen, meer keren gebruiken.

Geboortejaar:

Een groot deel van de gegevens (zoals organisatiegegevens) is reeds geregistreerd in systemen. Deze gegevens hoeven alleen aangepast te worden wanneer zich mutaties voordoen. Daarvoor kan men terecht op de site van DUO, www.ocwduo.nl. Afhankelijk of instellingen zelf gegevensleverancier zijn, worden personeelsgegevens onttrokken aan de schooladministratie of aan registraties bij salarisverwerkers of administratiekantoren. In deze bijlage wordt ingegaan op de termijn voor aanlevering van de personeelsgegevens en de wijze van aanlevering.

De gegevens genoemd in de tabellen 2.1 t/m 2.3 van bijlage 1:

Aantal personen:

dienen vier maal per jaar volledig en correct aan DUO te worden aangeleverd:

Aantal fte's:

Een deel van de gegevens over een peilmaand wordt in de regel pas enige tijd na het eind van die peilmaand administratief verwerkt. Gegevens die binnen een kalendermaand na afloop van de peilmaand worden verwerkt en van invloed zijn op de situatie in de peilmaand, moeten ook in de gegevenslevering over de peilmaand zijn verwerkt (een maand terugwerkende kracht mutaties). De over de peilmaand januari te leveren gegevens moeten dus de situatie van januari weergeven zoals die op basis van de op 1 maart beschikbare informatie hoort te zijn. Gegevens die later dan een kalendermaand na het einde van de peilmaand beschikbaar komen, worden niet in deze gegevensleveringen verwerkt.

2. Wijze van aanlevering

Toelichting

2. Wijze van aanlevering

De aanlevering van de gegevens in de genoemde onderdelen geschiedt elektronisch. De gegevens uit tabel 2.1 worden aangeleverd bij DUO-Groningen, de gegevens uit de tabellen 2.2, 2.3 en 2.4 worden aangeleverd bij DUO-Zoetermeer. De gegevens, vermeld in de tabellen 2.1, 2.2, 2.3 en 2.4 uit bijlage 1, worden op één van de volgende manieren aangeleverd:

3. Lerarenregister en registervoorportaal

Het bestandsformaat is CSV, waarbij de velden worden gescheiden door een puntkomma. De eerste regel van elk bestand bevat de veldnamen. Tekstvelden worden voorafgegaan en afgesloten door een enkele quote ('). In de gegevensleveringen mogen geen datumvelden voorkomen; data worden geleverd als numerieke velden van het formaat N8 (JJJJMMDD), N6 (JJJJMM) of N4 (JJJJ). Het aantal posities van numerieke velden is opgegeven exclusief de positie van het decimaalteken. Als decimaalteken dient de komma gebruikt te worden. Een veld met de specificatie N5 is een geheel getal met 5 posities (12345); een veld met de specificatie N6,2 is een veld met 8 posities: 6 cijfers voor het decimaalteken en 2 achter het decimaalteken (bijvoorbeeld 123456,78). Er mag geen scheidingsteken tussen duizendtallen worden gebruikt. Waarden van alfanumerieke velden die in paragraaf 2.4 staan genoemd, dienen exact zo worden overgenomen (hoofdletters als hoofdletters, kleine letters als kleine letters). Indien het veld meer posities heeft dan de waarde, dan moet links worden uitgelijnd (wel «LA» of «LA », niet « LA»); het veld mag dus niet worden opgevuld door spaties voor de waarde te plaatsen.

3. Lerarenregister en registervoorportaal

3. Lerarenregister en registervoorportaal

Overzicht nummer 2. Contracten rijksbijdrage educatie «kalenderjaar»

Toelichting

Gegevens die een docent op grond van artikel 4.4.7, derde lid, van de wet verstrekt, worden door de betreffende docent aan de Minister verstrekt, waarbij hij het bewijsstuk als bedoeld in artikel 4.2.1, tweede lid, onder b, of voor zover hij in bezit is van een getuigschrift als bedoeld in artikel 7a.4 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, onder c, digitaal aanlevert in de vorm van een gewaarmerkte kopie.

2. Wijze van aanlevering

Het jaarbestand/de jaarbestanden met per kalenderjaar samengevatte gegevens uit de tabellen 2.1 t/m 2.4 van bijlage 1:

Gemeenten

2. Wijze van aanlevering

3. Lerarenregister en registervoorportaal

Het bestandsformaat is CSV, waarbij de velden worden gescheiden door een puntkomma. De eerste regel van elk bestand bevat de veldnamen. Tekstvelden worden voorafgegaan en afgesloten door een enkele quote ('). In de gegevensleveringen mogen geen datumvelden voorkomen; data worden geleverd als numerieke velden van het formaat N8 (JJJJMMDD), N6 (JJJJMM) of N4 (JJJJ). Het aantal posities van numerieke velden is opgegeven exclusief de positie van het decimaalteken. Als decimaalteken dient de komma gebruikt te worden. Een veld met de specificatie N5 is een geheel getal met 5 posities (12345); een veld met de specificatie N6,2 is een veld met 8 posities: 6 cijfers voor het decimaalteken en 2 achter het decimaalteken (bijvoorbeeld 123456,78). Er mag geen scheidingsteken tussen duizendtallen worden gebruikt. Waarden van alfanumerieke velden die in paragraaf 2.4 staan genoemd, dienen exact zo worden overgenomen (hoofdletters als hoofdletters, kleine letters als kleine letters). Indien het veld meer posities heeft dan de waarde, dan moet links worden uitgelijnd (wel «LA» of «LA », niet « LA»); het veld mag dus niet worden opgevuld door spaties voor de waarde te plaatsen.

Toelichting

Op de wijze van aanlevering van gegevens genoemd in tabel 2.4a van bijlage 1 is paragraaf 2 van deze bijlage van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat gegevens niet op cd-rom worden aangeleverd.

Toelichting

Soort

Toelichting

Gegevens die een docent op grond van artikel 4.4.7, derde lid, van de wet verstrekt, worden door de betreffende docent aan de Minister verstrekt, waarbij hij het bewijsstuk als bedoeld in artikel 4.2.1, tweede lid, onder b, of voor zover hij in bezit is van een getuigschrift als bedoeld in artikel 7a.4 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, onder c, digitaal aanlevert in de vorm van een gewaarmerkte kopie.

Nieuwe instroom deelnemers

uiterste datum terugmelding geregistreerde gegevens aan gemeenten

Toelichting

Contracten:

Leeftijdsopbouw dt-mbo, bbo en vt-mbo

∗ schuin gedrukte teksten zijn voorbedrukt

Overzicht nummer 1. Telling personeelsgegevens kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven

Geaggregeerd naar niveau en man/vrouw de leeftijd op 1 augustus kalenderjaar van het aantal deelnemers dat bij de instelling op 1 oktober kalenderjaar was ingeschreven voor een opleiding.

Leeftijdsopbouw deelnemers

Termijnen

Personeelsgegevens

Toelichting

Er is een tabel gedefinieerd die de kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven moeten leveren. Deze tabel levert informatie betreffende functies en personen die op 1 maart 1999 in dienst zijn bij het kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven. Per regel kunnen de gegevens van de functies en personen met eenzelfde combinatie van gegevens worden opgenomen. Veelal zal per regel echter slechts één persoon kunnen worden vermeld met eenzelfde combinatie.

Functie:

Leeftijdsopbouw

Type:

Soort

Geaggregeerd naar man/vrouw het aantal deelnemers dat in de periode vanaf 1 oktober «kalenderjaar-1» tot en met 30 september «kalenderjaar» zonder een diploma de instelling heeft verlaten.

Leeftijdsopbouw

Geslacht:

De aanduiding of het personeelslid een man of een vrouw is.

Geboortejaar:

Het jaar waarin het personeelslid geboren is.

Geaggregeerd naar soort onderwijs het aantal deelnemers dat binnen de periode vanaf 1 oktober «kalenderjaar-1» tot en met 30 september «kalenderjaar» bij de instelling was ingeschreven. Deelnemers die in het studiejaar zijn in- of uitgestroomd tellen ook mee. Nieuwe instroom is het aantal deelnemers die in deze periode is gestart met de betreffende opleiding bij de instelling.

Het aantal personen die met eenzelfde combinatie op de regel van het het formulier zijn opgenomen.

Aantal fte's:

De totale betrekkingsomvang van de geselecteerde personen, uitgedrukt in gehele normbetrekkingen.

Leeftijdsopbouw deelnemers

Geaggregeerd naar niveau en man/vrouw de leeftijd op 1 augustus «kalenderjaar» van het aantal deelnemers dat bij de instelling op 1 oktober «kalenderjaar» was ingeschreven voor een opleiding.

Uitstroom afgelopen studiejaar

Soort

Toelichting

Soort

∗ met inachtneming van het gestelde in hoofdstuk 6 van het uitvoeringsbesluit WEB

Deelnemers 1–10-«kalenderjaar»

Doelgroepen Beroepsonderwijs en Educatie

∗ schuin gedrukte teksten zijn voorbedrukt

Toelichting

Aantal deelnemers, dat op de peildatum 1 oktober van het vermelde kalenderjaar een opleiding volgt en is ingeschreven bij de instelling en in het bezit is van een geldende onderwijsovereenkomst, als bedoeld in artikel 8.1.3 van de wet en bovendien behoren tot de doelgroep «VOA-deelnemer». De definitie van deze doelgroep is opgenomen in het gegevenswoordenboek instellingen (bijlage 1 van het uitvoeringsbesluit onder het gegeven «A8 Code doelgroep».

Soort onderwijs

Het aantal diploma's, dat in het betreffende kalenderjaar door de examencommissie als bedoeld in artikel 7.4.6 van de wet is uitgereikt aan deelnemers, die bij de instelling in het betreffende kalenderjaar waren ingeschreven en in het bezit waren van een geldende onderwijsovereenkomst, dan wel een examenovereenkomst als bedoeld in artikel 8.1.3 van de wet (voorzover het een WEBse opleiding betreft). Verder geldt dat de opleiding (waarvan een diploma is afgegeven) bij de instelling wordt bekostingd dan wel bekostigd is geweest. De datum van het diploma moet vallen binnen de periode van de onderwijsovereenkomst c.q. examenovereenkomst.

Geaggregeerd naar soort onderwijs het aantal deelnemers dat binnen de periode vanaf 1 oktober «kalenderjaar-1» tot en met 30 september «kalenderjaar» bij de instelling was ingeschreven. Deelnemers die in het studiejaar zijn in- of uitgestroomd tellen ook mee. Nieuwe instroom is het aantal deelnemers die in deze periode is gestart met de betreffende opleiding bij de instelling.

– kwalificatiecode + leerweg

Toelichting

∗ schuin gedrukte teksten zijn voorbedrukt.

∗ schuin gedrukte teksten zijn voorbedrukt

Onderwijssoort

Toelichting

Aantal deelnemers, dat op de peildatum 1 oktober van het vermelde kalenderjaar een opleiding volgt en is ingeschreven bij de instelling en in het bezit is van een geldende onderwijsovereenkomst als bedoeld in artikel 8.1.3 van de wet (voorzover het een WEBse opleiding betreft).

Berekend aantal uren BPV:

Voor deelnemers aan de beroepsbegeleidende leerweg van de kwalificaties verpleging en verzorging geldt eveneens het gestelde in artikel 2.2.3 van het Uitvoeringsbesluit WEB (praktijkovereenkomst moet zijn afgesloten op uiterlijk 31 december van het desbetreffende kalenderjaar en moet zijn ingegaan uiterlijk op 1 juni van het daaropvolgende kalenderjaar).

Het aantal diploma’s, dat in het desbetreffende kalenderjaar door de examencommissie, bedoeld in artikel 7.4.5 van de wet, is uitgereikt aan deelnemers die bij de instelling in het desbetreffende kalenderjaar waren ingeschreven en in het bezit waren van een geldende onderwijsovereenkomst, dan wel een examenovereenkomst als bedoeld in artikel 8.1.3 van de wet (voorzover het een WEBse opleiding betreft). Verder geldt dat de opleiding (waarvan een diploma is afgegeven) bij de instelling wordt bekostigd dan wel bekostigd is geweest. De datum van het dipoma moet vallen binnen de periode van de onderwijsovereenkomst c.q. examenovereenkomst.

Overzicht nummer 3A. Deelnemers onderwijssoort BBL en mbo deeltijds jonger dan 18 jaar op 1 augustus «kalenderjaar»

Toelichting

In overzicht nummer 3 zijn de deelnemers onderwijssoort in de beroepsbegeleidende leerweg en mbo deeltijds opgenomen met peilmoment 1 oktober «kalenderjaar». In dat overzicht zijn ook de deelnemers opgenomen, die jonger zijn dan 18 jaar op 1 augustus «kalenderjaar». In overzicht nummer 3A dienen – uit het totaal van de deelnemers van overzicht nummer 3 – de deelnemers onderwijssoort in de beroepsbegeleidende leerweg en mbo deeltijds met een leeftijd van jonger dan 18 jaar op 1 augustus «kalenderjaar» te worden opgenomen.

Overzicht nummer 4. BPV-telling

De berekening vindt plaats op basis van de volgende gegevens:

Het aantal diploma's, dat in het betreffende kalenderjaar door de examencommissie als bedoeld in artikel 7.4.6 van de wet is uitgereikt aan deelnemers, die bij de instelling in het betreffende kalenderjaar waren ingeschreven en in het bezit waren van een geldende onderwijsovereenkomst, dan wel een examenovereenkomst als bedoeld in artikel 8.1.3 van de wet (voorzover het een WEBse opleiding betreft). Verder geldt dat de opleiding (waarvan een diploma is afgegeven) bij de instelling wordt bekostingd dan wel bekostigd is geweest. De datum van het diploma moet vallen binnen de periode van de onderwijsovereenkomst c.q. examenovereenkomst.

BPV uren

∗ schuin gedrukte teksten zijn voorbedrukt

Toelichting

Stap 4. Het vaststellen van het totaal aantal uren BPV voor elke kwalificatiecode + leerweg.

Instellingen

Berekend aantal uren BPV:

Het aantal uren BPV over het «studiejaar». Vastlegging conform het gegevenswoordenboek.

Beschrijving berekening uren beroepspraktijkvorming (BPV)

De berekening vindt plaats op basis van de volgende gegevens:

Opleidingscode:

Stap 2: Het herberekenen van het aantal weken beroepspraktijkvorming in het studiejaar.

Berekend aantal uren BPV:

Stap 4. Het vaststellen van het totaal aantal uren BPV voor elke kwalificatiecode + leerweg.

Stap 4. Het vaststellen van het totaal aantal uren BPV voor elke kwalificatiecode + leerweg.

De berekening vindt plaats op basis van de volgende gegevens:

De berekening vindt plaats via de volgende stappen:

In de BPV-telling wordt gevraagd naar het «Berekend aantal uren BPV». Dit aantal is de som van het aantal uren BPV per deelnemer, van wie het aantal (deelnemers) moet worden opgegeven in de volgende kolom. Het aantal uren per deelnemer wordt berekend met behulp van de BPV-omvang, zoals beschreven bij het gegeven A21 in Bijlage 1: Informatie-verzameling instellingen bij U-WEB en de periode van de BPV van de deelnemer die in het afgelopen schooljaar viel. Deze berekening wordt stapsgewijs behandeld aan de hand van een voorbeeld. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de volgende (fictieve) gegevens:

Stap 2: Het herberekenen van het aantal weken beroepspraktijkvorming in het studiejaar.

Bepaal het aantal weken van de BPV-periode dat in het schooljaar, dat wil zeggen tussen 1 augustus 1998 en 31 juli 1999 valt. Kies als Begindatum de Datum begin BPV of, als die vóór 1-8-98 valt, het begin van het schooljaar (1-8-98). Kies als Einddatum de Datum einde BPV of, als die ná 31-7-99 valt, het eind van het schooljaar (31-7-99). Bepaal het aantal weken hiertussen, waarbij een gedeelte van een week wordt afgerond (1–2 dagen naar beneden, 2½–5 dagen naar boven).

In het voorbeeld is de periode 1 november 1998–31 juli 1999. Dat zijn 39 weken.

Stap 2: Het herberekenen van het aantal weken beroepspraktijkvorming in het studiejaar.

Vermenigvuldig het werkelijke aantal weken met 40/52. Op die manier werken we met een schooljaar van 40 weken. (Dat is ook gedaan bij de berekening van de BPV-omvang). Hierbij wordt weer naar het dichtstbijzijnde gehele getal afgerond.

In het voorbeeld wordt de rekenperiode 40/52 x 39 weken = 30 weken.

In het voorbeeld is de periode 1 november 1998–31 juli 1999. Dat zijn 39 weken.

Vermenigvuldig het in stap 2 berekende aantal weken met de BPV-omvang. Dit levert het Berekend aantal uren BPV van de deelnemer.

In het voorbeeld wordt het resultaat 30 x 32 uur = 960 uur.

In het voorbeeld wordt de rekenperiode 40/52 x 39 weken = 30 weken.

Nadat op boven beschreven wijze het aantal uur BPV per deelnemer is bepaald worden deze aantallen per kwalificatie + leerweg opgeteld. Het resultaat hiervan dient te worden ingevuld op het telformulier onder de kop «Berekend aantal uren BPV» per opleidingscode. Het aantal dat het betreft dient onder de kop Aantal deelnemers ingevuld te worden.

In het voorbeeld wordt de rekenperiode 40/52 x 39 weken = 30 weken.

Bijlage 5. Modellen van formulieren gemeenten bij hoofdstuk 5, informatie, van het Uitvoeringsbesluit WEB

Toelichting

In het voorbeeld wordt het resultaat 30 x 32 uur = 960 uur.

Gegeven A20 uit bijlage 1

Nadat op boven beschreven wijze het aantal uur BPV per deelnemer is bepaald worden deze aantallen per kwalificatie + leerweg opgeteld. Het resultaat hiervan dient te worden ingevuld op het telformulier onder de kop «Berekend aantal uren BPV» per opleidingscode. Het aantal dat het betreft dient onder de kop Aantal deelnemers ingevuld te worden.

Het aantal deelnemers, onderscheiden naar de leerweg, dat op enig moment binnen dat studiejaar bij het leerbedrijf een praktijkplaats hadden op basis van een praktijkovereenkomst.

∗ schuin gedrukte teksten zijn voorbedrukt

Gegeven A20 uit bijlage 1

Er zijn 7 tabellen gedefinieerd die de instellingen moeten leveren. Deze tabellen leveren informatie betreffende aantallen personen met een bepaalde combinatie van kenmerken die op 1 oktober van het jaar bij een instelling in dienst zijn en de totale betrekkingsomvang die zij vertegenwoordigen. Hierop is één uitzondering: tabel 3 heeft betrekking op personeel dat in het afgelopen studiejaar uit dienst is getreden. Deze tabellen moeten op 1 maart van het jaar volgend op het jaar waarop de gegevens betrekking hebben bij het ministerie binnen zijn.

Gegeven A20 uit bijlage 1

Tabel 1: Soort aanstelling en maximum schaal bij functie

Tabel 2: Leeftijd en betrekkingsomvang

Tabel 3: Duur van de aanstelling en einde dienstverband

Tabel 4: Inschaling, maximum schaal bij de functie en duur van de aanstelling

Tabel 5: BAPO

Tabel 6: FPU

Tabel 7: Salaris-garantie

Toelichting

Toelichting

De tabellen zijn opgebouwd uit regels, die elk weer zijn opgebouwd uit gegevens, die we hier items noemen. Het eerste item is steeds de tabelcode (1–7). Daarop volgen gegevens die de selectie van de personen definiëren. Deze gegevens bepalen in combinatie welke personen er geteld worden. Daarop volgt het item Aantal personen, dat het resultaat geeft van deze selectie. Het item Aantal FTE's tenslotte geeft de totale betrekkingsomvang van deze personen, uitgedrukt in fte's (aantal normbetrekkingen).

Overzicht nummer 2. Contracten rijksbijdrage educatie

Toelichting

Gemeenten

Toelichting

Toelichting

Tabelregels met zowel aantal FTE's én aantal personen gelijk aan NUL behoeven niet te worden ingevuld/geëxporteerd.

Samenwerkingsgemeenten:

Overzicht nummer 1. Samenwerkingsgemeenten

Toelichting

Toelichting

Samenwerkingsgemeenten:

Overzicht nummer 1. Samenwerkingsgemeenten

Overzicht nummer 2. Contracten rijksbijdrage educatie

...............................................................................................................................................................

Samenwerkingsgemeenten:

Toelichting

Overzicht nummer 2. Contracten rijksbijdrage educatie

Postbanknummer: ............................................................................................................................

Termijnen

Toelichting

Contracten:

4.

Bijlage

Bijlage 6. Modellen van formulieren landelijke organen bij hoofdstuk 5, informatie, van het Uitvoeringsbesluit WEB

Toelichting

Samenwerkingsgemeenten:

Indien gemeenten een samenwerkingsverband aangaan voor educatie of een bestaand verband wijzigen dient dit voor 1 december voorafgaande aan het jaar waarop de samenwerking ingaat aan Cfi gemeld te worden.

Overzicht nummer 2. Contracten rijksbijdrage educatie

Gemeenten

Termijnen

Indien gemeenten een samenwerkingsverband aangaan voor educatie of een bestaand verband wijzigen dient dit voor 1 december voorafgaande aan het jaar waarop de samenwerking ingaat aan Cfi gemeld te worden.

Contracten:

De gemeente dient voor 31 januari van het jaar waarvoor de middelen aan de gemeente worden toegekend de bovenstaande gegevens te verstrekken aan Cfi over dat kalenderjaar.

Deelnemersgegevens Educatie

Het aantal deelnemers geaggregeerd naar het aantal certificaten.

Termijnen

De gemeente dient voor 31 januari van het jaar waarvoor de middelen aan de gemeente worden toegekend de bovenstaande gegevens te verstrekken aan Cfi over dat kalenderjaar.

Programma's

De gemeente dient voor 31 januari van het jaar waarvoor de middelen aan de gemeente worden toegekend de bovenstaande gegevens te verstrekken aan Cfi over dat kalenderjaar.

Deelnemers programma's

Het aantal deelnemers geaggregeerd naar tenminste 6 vakken en minder dan 6 vakken.

Certificaten

– kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel b2, van de wet.

Deelnemers certificaten

Het aantal deelnemers geaggregeerd naar het aantal certificaten.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 2.2.7. Indienen gegevens; vaststelling bekostigingsgegevens bij te late indiening

Vervallen

Paragraaf 3. Voorbereidend beroepsonderwijs aan agrarische opleidingscentra

Paragraaf 4. Huisvesting

Paragraaf 5. Toevoeging rijksbijdrage in verband met kosten van werkloosheidsuitkeringen en suppleties inzake arbeidsongeschiktheid

Hoofdstuk 3. Rijksbijdrage educatie en huisvesting opleidingen VAVO

Paragraaf 6. Vermindering rijksbijdrage beroepsonderwijs in verband met normatieve inhouding cursusgelden

Paragraaf 6a. Gehandicapte studenten

Paragraaf 3. Rijksbijdrage voor huisvestingskosten vavo

Hoofdstuk 2A. Bekostiging voortgezet algemeen volwassenenonderwijs

Paragraaf 1. Algemene bepalingen

Paragraaf 2. Exploitatiekosten

Paragraaf 1. Algemene bepalingen

Paragraaf 3. Huisvesting

Paragraaf 1. Voorschriften

Hoofdstuk 5. Informatie

Paragraaf 2. Huisvesting

Paragraaf 5. Vermindering rijksbijdrage in verband met kosten van werkloosheidsuitkeringen en suppleties inzake arbeidsongeschiktheid

Hoofdstuk 5A. Personeel

Paragraaf 2. Gebruik burgerservicenummer personeel door instelling

Paragraaf 2. Gebruik burgerservicenummer personeel door instelling

Paragraaf 2. Gebruik burgerservicenummer personeel door instelling

Hoofdstuk 7. Slotbepalingen

Bijlage 1. Informatieverzameling instellingen bij hoofdstuk 5, informatie, van het Uitvoeringsbesluit WEB

INHOUDSOPGAVE

1. Inleiding

A. Deelnemers

1. Inleiding

Deze bijlage bevat een programma van eisen of gegevenswoordenboek, waarin de personeelsgegevens worden gespecificeerd die het bevoegd gezag verplicht is aan de overheid te leveren, krachtens artikel 2.3.6, tweede lid, en artikel 2.5.5, tweede lid, van de WEB en artikelen 5.2.1 en 5.2.2 van het Uitvoeringsbesluit WEB.

2. Begripsbepalingen en definities

De specificatie van de gegevens is verdeeld over de volgende onderdelen.

2. Begripsbepalingen en definities

In bijlage 4 worden de voorschriften voor beschikbaarstelling uiteengezet.

Bijlage 1A. Vooropleidingentabel bij hoofdstuk 5, informatie, van het Uitvoeringsbesluit WEB

2.1. Onderdeel Persoon

De gegevens die hier worden opgenomen dienen door de accountant gecontroleerd te kunnen worden aan de hand van in de administratie opgeslagen brondocumenten, zoals een onderwijsovereenkomst, een uittreksel uit het bevolkingsregister (bijvoorbeeld op grond van de Koppelingswet) of een kopie van een diploma.

2.4. Verlofgegevens

De specificatie van de gegevens is verdeeld over de volgende onderdelen.

1. Inleiding

In bijlage 4 worden de voorschriften voor beschikbaarstelling uiteengezet.

2. Programma van eisen

Deze bijlage bevat een programma van eisen of gegevenswoordenboek, waarin de personeelsgegevens worden gespecificeerd die het bevoegd gezag verplicht is aan de overheid te leveren, krachtens artikel 2.3.6, tweede lid, en artikel 2.5.5, tweede lid, van de WEB en artikelen 5.2.1 en 5.2.2 van het Uitvoeringsbesluit WEB.

1. Inleiding

Deze bijlage bevat een programma van eisen of gegevenswoordenboek, waarin de personeelsgegevens worden gespecificeerd die het bevoegd gezag verplicht is aan de overheid te leveren, krachtens artikel 2.3.6, tweede lid, en artikel 2.5.5, tweede lid, van de WEB en artikelen 5.2.1 en 5.2.2 van het Uitvoeringsbesluit WEB.

1. Inleiding

Deze bijlage bevat een programma van eisen of gegevenswoordenboek, waarin de personeelsgegevens worden gespecificeerd die het bevoegd gezag verplicht is aan de overheid te leveren, krachtens artikel 2.3.6, tweede lid, en artikel 2.5.5, tweede lid, van de WEB en artikelen 5.2.1 en 5.2.2 van het Uitvoeringsbesluit WEB.

2. Programma van eisen

De specificatie van de gegevens is verdeeld over de volgende onderdelen.

2. Programma van eisen

In bijlage 4 worden de voorschriften voor beschikbaarstelling uiteengezet.

2. Programma van eisen

Deze bijlage bevat een programma van eisen of gegevenswoordenboek, waarin de personeelsgegevens worden gespecificeerd die het bevoegd gezag verplicht is aan de overheid te leveren, krachtens artikel 2.3.6, tweede lid, en artikel 2.5.5, tweede lid, van de WEB en artikelen 5.2.1 en 5.2.2 van het Uitvoeringsbesluit WEB.

2.2. Onderdeel Arbeidsrelatie

Over de sectoren heen dienen begrippen zoveel mogelijk op dezelfde wijze geïnterpreteerd te worden. Daarom wordt ernaar gestreefd de begripsbepalingen m.b.t. de op te vragen gegevens, binnen de onderscheiden sectoren po, vo en bve, zo veel mogelijk op elkaar af stemmen.

Bijlage 1C. Lijst ontwikkelde landen bij doelgroepen bve bij hoofdstuk 5, informatie, van het Uitvoeringsbesluit WEB

Vervallen

Een functionaris met meerdere taken dient te worden ondergebracht onder de functiecategorie waar hij/zij het grootste aandeel heeft qua werkzaamheden.

2. Programma van eisen

Voorbeelden:

3. Specificatie functiecategorieën

Onder 9) Leraar wordt verstaan: medewerkers die zijn benoemd in één van de docentfuncties: LB, LC, LD of LE en waarvoor de benoembaarheidseisen van de WEB van toepassing zijn.

A. Algemeen

Bijlage 3. Informatieverzameling landelijke organen bij hoofdstuk 5, informatie, van het Uitvoeringsbesluit WEB

Onder 10) Leraar in opleiding wordt verstaan: de laatstejaarsstudenten van de lerarenopleiding bedoeld in artikel 4.2.2., eerste lid onder a, van de WEB, die aan een instelling voor beroepsonderwijs en volwasseneneducatie worden benoemd op de leerarbeidsplaats.

A. Algemeen

Voorbeelden:

Instellingen

Bijlage 1C. Lijst ontwikkelde landen bij doelgroepen bve bij hoofdstuk 5, informatie, van het Uitvoeringsbesluit WEB

Deze lijst bevat de (eventueel voormalige) landen die géén doelgroepland zijn voor de definitie van allochtoon bij Doelgroepen uit het Gegevenswoordenboek BVE-Instellingen. Alle andere landen zijn Doelgroepland. Daaronder vallen ook (eventueel voormalige) overzeese gebiedsdelen als Suriname en de Nederlandse Antillen en de EU-landen Griekenland, Italië, Portugal en Spanje.

Australië

België

Duitsland (incl. Bondsrepubliek en DDR)

Canada

Denemarken

Faeröer, de

Finland

Frankrijk

Groenland

Groot-Brittannië

Ierland

IJsland

Israël

Japan

Kaiser Wilhelmsland

Kanaaleilanden

Liechtenstein

Luxemburg

Man

Monaco

Nederland (exclusief overzeese gebiedsdelen)

Nederlands Indië

Nederlands Nieuw Guinea

New Foundland

Nieuw-Zeeland

Noorwegen

Norfolk

Oostenrijk

Oostenrijk-Hongarije

Palestina

Saarland

V.S.

Zweden

Zwitserland

Toelichting

Voorbeelden:

Toelichting

Voorbeelden:

Type:

De gegevens bedoeld in artikel 2.3.6, tweede lid, en artikel 2.5.5, tweede lid, van de WEB zijn op diverse momenten nodig, sommige enkele malen per jaar, andere vaker. De benodigde gegevens moeten door het bevoegd gezag worden geleverd. Voor steeds meer gegevens geldt een verplichte elektronische aanlevering in een bestandsformaat met een vooraf vastgestelde opbouw. Als gevolg hiervan is het van groot belang dat voor alle betrokken partijen bekend is welke gegevens op welke wijze (tijdstip en vorm) beschikbaar moeten worden gesteld. De overheid maakt bij de gegevensverzameling zoveel mogelijk gebruik van het principe van éénmaal bevragen, meer keren gebruiken.

Geslacht:

De gegevens bedoeld in artikel 2.3.6, tweede lid, en artikel 2.5.5, tweede lid, van de WEB zijn op diverse momenten nodig, sommige enkele malen per jaar, andere vaker. De benodigde gegevens moeten door het bevoegd gezag worden geleverd. Voor steeds meer gegevens geldt een verplichte elektronische aanlevering in een bestandsformaat met een vooraf vastgestelde opbouw. Als gevolg hiervan is het van groot belang dat voor alle betrokken partijen bekend is welke gegevens op welke wijze (tijdstip en vorm) beschikbaar moeten worden gesteld. De overheid maakt bij de gegevensverzameling zoveel mogelijk gebruik van het principe van éénmaal bevragen, meer keren gebruiken.

1. Termijn voor aanlevering van gegevens

De gegevens genoemd in de tabellen 2.1 t/m 2.3 van bijlage 1:

Aantal fte's:

In de te leveren gegevens moeten alle mutaties zijn verwerkt die van toepassing zijn op de situatie in de peilmaand en die gedurende een kalendermaand na de laatste kalenderdag van de peilmaand administratief zijn verwerkt. Gegevens die na deze kalendermaand administratief zijn verwerkt, moeten niet in de gegevenslevering worden verwerkt.

Termijnen

Het jaarbestand/de jaarbestanden met per kalenderjaar samengevatte gegevens uit de tabellen 2.1 t/m 2.4 van bijlage 1:

2. Wijze van aanlevering

De aanlevering van de gegevens in de genoemde onderdelen geschiedt elektronisch. De gegevens uit tabel 2.1 worden aangeleverd bij DUO-Groningen, de gegevens uit de tabellen 2.2, 2.3 en 2.4 worden aangeleverd bij DUO-Zoetermeer. De gegevens, vermeld in de tabellen 2.1, 2.2, 2.3 en 2.4 uit bijlage 1, worden op één van de volgende manieren aangeleverd:

Toelichting

Bovenstaande procedures gelden zowel voor de bestanden over een peilmaand als voor de bestanden over een peiljaar. Indien bij de levering gegevens uit verschillende onderdelen in één bestand worden geleverd, dan worden de koppelvelden (de velden die in elk van de samengevoegde onderdelen worden genoemd) maar één keer opgenomen. De verantwoordelijkheid voor volledigheid, juistheid en tijdigheid van de leveringen berust bij het bevoegd gezag.

Samenwerkingsgemeenten:

Gegevens die een docent op grond van artikel 4.4.7, derde lid, van de wet verstrekt, worden door de betreffende docent aan de Minister verstrekt, waarbij hij het bewijsstuk als bedoeld in artikel 4.2.1, tweede lid, onder b, of voor zover hij in bezit is van een getuigschrift als bedoeld in artikel 7a.4 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, onder c, digitaal aanlevert in de vorm van een gewaarmerkte kopie.

Overzicht nummer 2. Contracten rijksbijdrage educatie «kalenderjaar»

dient/dienen één keer per jaar volledig en correct geleverd te worden en wel uiterlijk op 15 maart van het jaar volgend op het peiljaar (het jaar waarop de gegevens betrekking hebben).

Termijnen

Bovenstaande procedures gelden zowel voor de bestanden over een peilmaand als voor de bestanden over een peiljaar. Indien bij de levering gegevens uit verschillende onderdelen in één bestand worden geleverd, dan worden de koppelvelden (de velden die in elk van de samengevoegde onderdelen worden genoemd) maar één keer opgenomen. De verantwoordelijkheid voor volledigheid, juistheid en tijdigheid van de leveringen berust bij het bevoegd gezag.

3. Lerarenregister en registervoorportaal

Nieuwe gegevens genoemd in tabel 2.4a van bijlage 1 worden maandelijks volledig en correct door het bevoegd gezag aan de Minister aangeleverd.

Contracten:

– maart

Leeftijdsopbouw educatie-KSE (exclusief NT2)

∗ schuin gedrukte teksten zijn voorbedrukt

Termijnen

Geaggregeerd naar niveau en man/vrouw de leeftijd op 1 augustus «kalenderjaar» van het aantal deelnemers dat bij de instelling op 1 oktober «kalenderjaar» was ingeschreven voor een opleiding.

Instellingen

– kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel b2, van de wet.

Toelichting

∗ schuin gedrukte teksten zijn voorbedrukt

Schaal/regel:

De salarisschaal met het regelnummer van het personeelslid, conform de CAO-LOB.

Leeftijdsopbouw

∗ met inachtneming van het gestelde in hoofdstuk 6 van het uitvoeringsbesluit WEB

Doelgroep

Geaggregeerd naar soort onderwijs het aantal deelnemers dat binnen de periode vanaf 1 oktober «kalenderjaar-1» tot en met 30 september «kalenderjaar» bij de instelling was ingeschreven. Deelnemers die in het studiejaar zijn in- of uitgestroomd tellen ook mee. Nieuwe instroom is het aantal deelnemers die in deze periode is gestart met de betreffende opleiding bij de instelling.

Leeftijdsopbouw

∗ schuin gedrukte teksten zijn voorbedrukt.

Termijnen

∗ schuin gedrukte teksten zijn voorbedrukt.

Ongediplomeerde uitstroom deelnemers beroepsonderwijs

Geaggregeerd naar man/vrouw het aantal deelnemers dat in de periode vanaf 1 oktober «kalenderjaar-1» tot en met 30 september «kalenderjaar» zonder een diploma de instelling heeft verlaten.

Doelgroep

Voor deelnemers aan de beroepsbegeleidende leerweg van de kwalificaties verpleging en verzorging geldt eveneens het gestelde in artikel 2.2.3 van het uitvoeringsbesluit (praktijkovereenkomst moet zijn afgesloten op uiterijk op 31 december van het betreffende kalenderjaar en moet zijn ingegaan uiterlijk op 1 juni van het daaropvolgende kalenderjaar).

Doelgroep

Geaggregeerd naar soort onderwijs het aantal deelnemers dat binnen de periode vanaf 1 oktober «kalenderjaar-1» tot en met 30 september «kalenderjaar» bij de instelling was ingeschreven. Deelnemers die in het studiejaar zijn in- of uitgestroomd tellen ook mee. Nieuwe instroom is het aantal deelnemers die in deze periode is gestart met de betreffende opleiding bij de instelling.

Deelname- en stroomgegevens doelgroepen:

*) Dit zijn deelnemers die op 31 december van het kalenderjaar niet in het bezit zijn van een geldige overeenkomst als bedoeld in artikel 7.2.8, tweede lid, van de wet of op die datum niet op de grondslag van een dergelijke overeenkomst daadwerkelijk de opleiding in de praktijk van het beroep, bedoeld in artikel 7.2.8, eerste lid, van de wet, volgen (voor deelnemers die een opleiding als bedoeld in artikel 2.2.3, tweede lid, onder b, van het Uitvoeringsbesluit WEB volgen, geldt dat de overeenkomst uiterlijk op 1 juni van het daaropvolgende kalenderjaar moet zijn ingegaan). Deze kolom komt alleen voor bij onderwijssoort BBL.

Onderwijssoort

Voor deelnemers aan de beroepsbegeleidende leerweg wordt voor de bekostiging onderscheid gemaakt tussen deelnemers met en zonder praktijkovereenkomst. Voor de maximale BBL-bekostiging (BBL met BPV) geldt dat de deelnemer moet behoren tot de deeltijds deelnemers, bedoeld in de definitie van DDi1 van artikel 2.2.3, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit WEB.

Deelnemers 1–10-«kalenderjaar»

Voor deelnemers aan de beroepsbegeleidende leerweg met uitzondering van de kwalificaties verpleging en verzorging geldt dat de deelnemer moet voldoen aan het gestelde in artikel 2.2.3 van het uitvoeringsbesluit (praktijkovereenkomst moet zijn afgesloten en ingegaan uiterlijk op 31 december van het betreffende kalenderjaar)

Berekend aantal uren BPV:

Aantal deelnemers, dat op de peildatum 1 oktober van het vermelde kalenderjaar een opleiding volgt en is ingeschreven bij de instelling en in het bezit is van een geldende onderwijsovereenkomst, als bedoeld in artikel 8.1.3 van de wet en bovendien behoren tot de doelgroep «VOA-deelnemer». De definitie van deze doelgroep is opgenomen in het gegevenswoordenboek instellingen (bijlage 1 van het uitvoeringsbesluit onder het gegeven «A8 Code doelgroep».

Instellingen

In overzicht nummer 3 zijn de deelnemers onderwijssoort in de beroepsbegeleidende leerweg en mbo deeltijds opgenomen met peilmoment 1 oktober «kalenderjaar». In dat overzicht zijn ook de deelnemers opgenomen, die jonger zijn dan 18 jaar op 1 augustus «kalenderjaar». In overzicht nummer 3A dienen – uit het totaal van de deelnemers van overzicht nummer 3 – de deelnemers onderwijssoort in de beroepsbegeleidende leerweg en mbo deeltijds met een leeftijd van jonger dan 18 jaar op 1 augustus «kalenderjaar» te worden opgenomen.

Overzicht nummer 4. BPV-telling

In overzicht nummer 3 zijn de deelnemers onderwijssoort in de beroepsbegeleidende leerweg en mbo deeltijds opgenomen met peilmoment 1 oktober «kalenderjaar». In dat overzicht zijn ook de deelnemers opgenomen, die jonger zijn dan 18 jaar op 1 augustus «kalenderjaar». In overzicht nummer 3A dienen – uit het totaal van de deelnemers van overzicht nummer 3 – de deelnemers onderwijssoort in de beroepsbegeleidende leerweg en mbo deeltijds met een leeftijd van jonger dan 18 jaar op 1 augustus «kalenderjaar» te worden opgenomen.

Opleidingscode:

– kwalificatiecode + leerweg

BPV uren

∗ schuin gedrukte teksten zijn voorbedrukt

Toelichting

De berekening vindt plaats via de volgende stappen:

Beschrijving berekening uren beroepspraktijkvorming (BPV)

In de BPV-telling wordt gevraagd naar het «Berekend aantal uren BPV». Dit aantal is de som van het aantal uren BPV per deelnemer, van wie het aantal (deelnemers) moet worden opgegeven in de volgende kolom. Het aantal uren per deelnemer wordt berekend met behulp van de BPV-omvang, zoals beschreven bij het gegeven A21 in Bijlage 1: Informatie-verzameling instellingen bij U-WEB en de periode van de BPV van de deelnemer die in het afgelopen schooljaar viel. Deze berekening wordt stapsgewijs behandeld aan de hand van een voorbeeld. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de volgende (fictieve) gegevens:

Voorbeeld van de berekening

∗ schuin gedrukte teksten zijn voorbedrukt

Bijlage 5. Modellen van formulieren gemeenten bij hoofdstuk 5, informatie, van het Uitvoeringsbesluit WEB

Code leerbedrijf:

Tabel 2: Leeftijd en betrekkingsomvang

Samenwerkingsgemeenten:

Voor deze tabellen worden de volgende eenheden gebruikt:

Toelichting

Voor deze tabellen worden de volgende eenheden gebruikt:

Overzicht nummer 1. Samenwerkingsgemeenten

...............................................................................................................................................................

Gemeenten

Ten name van ....................................................................................................................................

Overzicht nummer 3. Deelnemersgegevens Educatie

Bij dit verzoek dient een afschrift van de gemeenschappelijke regeling c.q. het besluit van de betrokken gemeenten te worden meegezonden.

Bijlage 6. Modellen van formulieren landelijke organen bij hoofdstuk 5, informatie, van het Uitvoeringsbesluit WEB

Overzicht nummer 3. Deelnemersgegevens Educatie

Postcode /woonplaats ....................................................................................................................

Toelichting

Er is een tabel gedefinieerd die de landelijke organen moeten leveren. Deze tabel levert informatie betreffende functies en personen die op 1 maart 1999 in dienst zijn bij het landelijk orgaan. Per regel kunnen de gegevens van de functies en personen met eenzelfde combinatie van gegevens worden opgenomen. Veelal zal per regel echter slechts één persoon kunnen worden vermeld met eenzelfde combinatie.

Gemeenten

Het aantal deelnemers geaggregeerd naar het behaalde resultaat.

Instellingen

De aanduiding of de werknemer in vast of tijdelijk dienstverband is (uitzendkrachten worden niet opgenomen).

Overzicht nummer 3. Deelnemersgegevens Educatie

– kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel b2, van de wet.

Toelichting

De code voor de functie die het personeelslid heeft.

Instellingen

Er is een tabel gedefinieerd die de kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven moeten leveren. Deze tabel levert informatie betreffende functies en personen die op 1 maart 1999 in dienst zijn bij het kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven. Per regel kunnen de gegevens van de functies en personen met eenzelfde combinatie van gegevens worden opgenomen. Veelal zal per regel echter slechts één persoon kunnen worden vermeld met eenzelfde combinatie.

Toelichting

De code voor de functie die het personeelslid heeft.

Toelichting

De aanduiding of de werknemer in vast of tijdelijk dienstverband is (uitzendkrachten worden niet opgenomen).

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 5a.1. Reikwijdte hoofdstuk 5a

De bepalingen van dit hoofdstuk hebben betrekking op instellingen als bedoeld in artikel 1.1.1 van de wet en instituten als bedoeld in artikel 12.3.8 van de wet.

Artikel 5a.2. Aanduiding belanghebbenden

Het personeel en het gewezen personeel van instellingen zijn in elk geval belanghebbende in de zin van dit hoofdstuk.

Artikel 5a.3. Voorziening bij ontbreken rechtsopvolger

Indien een instelling de taken beëindigt en een rechtsopvolger ontbreekt, waaronder tevens is begrepen het geval van een onherroepelijk vonnis tot faillietverklaring van de desbetreffende instelling, voorzien de bevoegde gezagsorganen van de overige instellingen er gezamenlijk in dat aan de verplichtingen jegens het personeel en het gewezen personeel die uit de wet- en regelgeving voortvloeien, wordt voldaan. De toepassing van de eerste volzin geschiedt met inachtneming van het bepaalde over vermindering van de rijksbijdrage in verband met de kosten van uitkeringen voor gewezen personeel van een instelling die de taken beëindigt in de ministeriële regeling op grond van artikel 12.3.48 van de wet.

Artikel 5a.4. Maximum-salaris voorzitter college van bestuur en centrale directie

Vervallen

Hoofdstuk 5A. Personeel

Paragraaf 3. Gebruik gegevens uit basisregister onderwijs door Minister

Hoofdstuk 5A. Personeel

Bijlage 1. Informatieverzameling instellingen bij hoofdstuk 5, informatie, van het Uitvoeringsbesluit WEB

1. Inleiding

A. Deelnemers

B. Personeel

In dit gegevenswoordenboek staat per gegeven de technische uitwerking, zoals die dient voor de uitwisseling van het gegeven tussen de instellingen en OCenW. Het gaat hierbij om de gegevens zoals die door de scholen worden vastgelegd. Dit betekent niet dat deze gegevens ook zo worden geleverd aan het departement. De manier waarop dat gebeurt wordt bepaald in bijlage 4, Formulieren. Verder betekent dit ook niet dat in alle gevallen de hier gepresenteerde waarden (codes) dienen te worden gebruikt in de eigen administratie. Dat hoeft feitelijk alleen bij de levering. Zo kan de instelling een volledige buitenlandse postcode hanteren, maar die naar de hier beschreven waarden omzetten bij levering.

Bijlage 1A. Vooropleidingentabel bij hoofdstuk 5, informatie, van het Uitvoeringsbesluit WEB

3. Gegevenslijst

In dit programma van eisen staat per gegeven de technische uitwerking, zoals die dient voor de uitwisseling van het gegeven tussen de instellingen en de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO). Het gaat hierbij om de gegevens zoals die door de instellingen of hun salarisadministrateur worden vastgelegd. De levering van deze gegevens is noodzakelijk voor bekostiging, monitoring, beleidsontwikkeling en -evaluatie en het lerarenregister en het registervoorportaal.

2.3. Onderdeel Loon, toelagen en kortingen

Deze bijlage bevat een programma van eisen of gegevenswoordenboek, waarin de personeelsgegevens worden gespecificeerd die het bevoegd gezag verplicht is aan de overheid te leveren, krachtens artikel 2.3.6, tweede lid, en artikel 2.5.5, tweede lid, van de WEB en artikelen 5.2.1 en 5.2.2 van het Uitvoeringsbesluit WEB.

2.5. Inhoudelijke uitwerking gegevenslevering

3. Specificatie functiecategorieën

Bijlage 1C. Lijst ontwikkelde landen bij doelgroepen bve bij hoofdstuk 5, informatie, van het Uitvoeringsbesluit WEB

Vervallen

Bijlage 1A. Vooropleidingentabel bij hoofdstuk 5, informatie, van het Uitvoeringsbesluit WEB

Vervallen

Bijlage 1B. Codetabel kwalificatiestructuur educatie bij hoofdstuk 5, informatie, van het Uitvoeringsbesluit WEB

Vervallen

teamleider, onderwijsmanager, opleidingsmanager, onderwijscoördinator.

De volgende functionarissen vallen niet onder deze functiecategorie:

Voorbeelden:

Overzicht nummer 1. Telling personeelsgegevens kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven

3. Gegevenslijst

Bijlage 4. Wijze van beschikbaarstelling gegevens door instellingen bij hoofdstuk 5 Informatie van het Uitvoeringsbesluit WEB

(technisch) onderwijsassistent, docentassistent.

De volgende functionarissen vallen niet onder deze functiecategorie:

Leraar.

Onder 13) Studenten begeleidende functie wordt verstaan: medewerkers die een directe relatie hebben met de student, maar nog niet in de eerder genoemde categorieën zijn op te nemen zoals loopbaanadviseurs voor leerlingen, zorggerelateerde medewerkers en BPV-begeleiders.

Deze medewerkers voeren werkzaamheden uit zoals het begeleiden en adviseren van studenten middels doorverwijzing naar studie- en beroepskeuze met behulp van beroepskeuzetesten, assessments, testen en intakegesprekken. Daarnaast adviseren zij bij heroriëntatie van studenten betreffende andere opleidingsmogelijkheden zowel intern als extern. Tevens begeleiden ze studenten bij de doorverwijzing naar een vervolgstudie, beroepskeuze en werk. Of zij begeleiden de studenten op de praktijkplaats, assisteren studenten bij het vinden van een stageplaats, leggen contacten en voeren gesprekken met organisaties over de inhoud van de stages en zorgen voor het afsluiten van de bijbehorende contracten.

2. Wijze van aanlevering

Bijlage 5. Modellen van formulieren gemeenten bij hoofdstuk 5 Informatie van het Uitvoeringsbesluit WEB

Vervallen

Termijnen

Personeelsgegevens

Instellingen

roostermakers, secretariële ondersteuning, medewerker studentenadministratie, personeel innovatie / onderwijsontwikkeling, personeel kwaliteitszorg.

De volgende functionarissen vallen niet onder deze functiecategorie:

teamleiders, opleidingsmanagers.

Schaal/regel:

1. Termijn voor aanlevering van gegevens

Het jaarbestand/de jaarbestanden met per kalenderjaar samengevatte gegevens uit de tabellen 2.1 t/m 2.4 van bijlage 1:

Op de wijze van aanlevering van gegevens genoemd in tabel 2.4a van bijlage 1 is paragraaf 2 van deze bijlage van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat gegevens niet op cd-rom worden aangeleverd.

∗ schuin gedrukte teksten zijn voorbedrukt

Leeftijdsopbouw

∗ schuin gedrukte teksten zijn voorbedrukt

Geaggregeerd naar man/vrouw het aantal deelnemers dat in de periode vanaf 1 oktober «kalenderjaar-1» tot en met 30 september «kalenderjaar» zonder een diploma de instelling heeft verlaten.

Instellingen

Instellingen

Deelnemers onderwijssoort

∗ met inachtneming van het gestelde in hoofdstuk 6 van het uitvoeringsbesluit WEB

∗ schuin gedrukte teksten zijn voorbedrukt

Stap 3: Het vaststellen van het aantal uren beroepspraktijkvorming in het studiejaar

Voorbeeld van de berekening

Stap 4. Het vaststellen van het totaal aantal uren BPV voor elke kwalificatiecode + leerweg.

Stap 1: Het vaststellen van het aantal weken beroepspraktijkvorming in het studiejaar.

BPV uren

Stap 4. Het vaststellen van het totaal aantal uren BPV voor elke kwalificatiecode + leerweg.

Vermenigvuldig het in stap 2 berekende aantal weken met de BPV-omvang. Dit levert het Berekend aantal uren BPV van de deelnemer.

Bijlage 5. Modellen van formulieren gemeenten bij hoofdstuk 5, informatie, van het Uitvoeringsbesluit WEB

Instellingen

Er zijn 7 tabellen gedefinieerd die de instellingen moeten leveren. Deze tabellen leveren informatie betreffende aantallen personen met een bepaalde combinatie van kenmerken die op 1 oktober van het jaar bij een instelling in dienst zijn en de totale betrekkingsomvang die zij vertegenwoordigen. Hierop is één uitzondering: tabel 3 heeft betrekking op personeel dat in het afgelopen studiejaar uit dienst is getreden. Deze tabellen moeten op 1 maart van het jaar volgend op het jaar waarop de gegevens betrekking hebben bij het ministerie binnen zijn.

Aantal FTE's is de totale betrekkingsomvang van alle geselecteerde personen met een bepaalde combinatie, uitgedrukt in gehele normbetrekkingen.

Het aantal negen's geeft de lengte van het betreffende veld aan (dus niet het type). Ook is de plaats van de komma aangegeven.

2.

Namen samenwerkende gemeenten

Adres ...................................................................................................................................................

Deelnemersgegevens Educatie

Postbanknummer: ............................................................................................................................

4.

Bijlage

Bijlage 6. Modellen van formulieren landelijke organen bij hoofdstuk 5, informatie, van het Uitvoeringsbesluit WEB

Resultaten

Het aantal deelnemers geaggregeerd naar tenminste 6 vakken en minder dan 6 vakken.

Deelnemers resultaten

Het aantal deelnemers geaggregeerd naar het behaalde resultaat.

Deelnemers certificaten

Het aantal deelnemers geaggregeerd naar het aantal certificaten.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 5a.1a. Begripsbepaling

Vervallen

Hoofdstuk 5A. Personeel

Paragraaf 3. Controleprotocol

Hoofdstuk 5A. Personeel

Bijlage 1. Informatieverzameling instellingen bij hoofdstuk 5, informatie, van het Uitvoeringsbesluit WEB

1. Inleiding

A. Algemeen

De informatie die in deze bijlage per gegeven wordt verstrekt, omvat een aantal vaste rubrieken, de zogenaamde Kenmerken. Dat zijn bijvoorbeeld definitie en domein. Tezamen vormen deze Kenmerken het profiel van het gegeven. Er zijn Kenmerken die steeds aanwezig zijn, zoals Definitie. Andere, zoals Validiteit, komen slechts een enkele keer voor. Een (vast) Kenmerk is Type onderwijs. Dit geeft aan of het gegeven van toepassing is op beroepsonderwijs, educatie of beide. Een overzicht van alle Kenmerken en hun definitie wordt gegeven in hoofdstuk 2.

Sommige Kenmerken komen slechts bij een paar gegevens voor.

Bijlage 1. Informatieverzameling instellingen bij hoofdstuk 5 Informatie van het Uitvoeringsbesluit WEB

2.4. Verlofgegevens

Over de sectoren heen dienen begrippen zoveel mogelijk op dezelfde wijze geïnterpreteerd te worden. Daarom wordt ernaar gestreefd de begripsbepalingen m.b.t. de op te vragen gegevens, binnen de onderscheiden sectoren po, vo en bve, zo veel mogelijk op elkaar af stemmen.

3. Specificatie functiecategorieën

2.1. Onderdeel Persoon

Bijlage 1C. Lijst ontwikkelde landen bij doelgroepen bve bij hoofdstuk 5, informatie, van het Uitvoeringsbesluit WEB

Vervallen

B. Gegevenswoordenboek (Kenmerken)

2. Wijze van aanlevering

Bijlage 3. Informatieverzameling kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven bij hoofdstuk 5, informatie, van het Uitvoeringsbesluit WEB

Voorbeelden:

Bijlage 6. Modellen van formulieren kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven bij hoofdstuk 5, informatie, van het Uitvoeringsbesluit WEB

Toelichting

Toelichting

dient/dienen één keer per jaar volledig en correct geleverd te worden en wel uiterlijk op 15 maart van het jaar volgend op het peiljaar (het jaar waarop de gegevens betrekking hebben).

De code voor de functie die het personeelslid heeft.

∗ schuin gedrukte teksten zijn voorbedrukt

Aantal personen:

∗ met inachtneming van het gestelde in hoofdstuk 6 van het uitvoeringsbesluit WEB

Aantal deelnemers, dat op de peildatum 1 oktober van het vermelde kalenderjaar een opleiding volgt en is ingeschreven bij de instelling en in het bezit is van een geldende onderwijsovereenkomst, als bedoeld in artikel 8.1.3 van de wet (voorzover het een WEBse opleiding betreft).

Overzicht nummer 3. Bekostigingstelling beroepsonderwijs

Termijnen

VOA-deelnemers 1–10-«kalenderjaar»

Stap 1: Het vaststellen van het aantal weken beroepspraktijkvorming in het studiejaar.

BPV uren

Voorbeeld van de berekening

Stap 3: Het vaststellen van het aantal uren beroepspraktijkvorming in het studiejaar

Bijlage 5. Modellen van formulieren gemeenten bij hoofdstuk 5, informatie, van het Uitvoeringsbesluit WEB

Termijnen

Alleen de laatste twee kolommen bevatten telgegevens : het aantal FTE's en daarbij betrokken personen. De overige kolommen bevatten alleen de «identificerende» gegevens t.b.v. de genoemde aantallen.

Naam gemeenten

Postcode /woonplaats ....................................................................................................................

Ten name van ....................................................................................................................................

Bij dit verzoek dient een afschrift van de gemeenschappelijke regeling c.q. het besluit van de betrokken gemeenten te worden meegezonden.

Bijlage 6. Modellen van formulieren kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven bij hoofdstuk 5, informatie, van het Uitvoeringsbesluit WEB

Toelichting

De salarisschaal met het regelnummer van het personeelslid, conform de CAO-LOB.

Toelichting

De aanduiding of het personeelslid een man of een vrouw is.

Overzicht nummer 1. Telling personeelsgegevens kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven

Het jaar waarin het personeelslid geboren is.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 4.2.3a. Berekening rijksbijdragedeel exploitatiekosten kenniscentra voor de stabilisatiecomponent
1.

Onze Minister berekent de rijksbijdrage voor de exploitatiekosten voor het kenniscentrum voor zover het betreft het gedeelte van het landelijk beschikbare budget dat is toegerekend aan de stabilisatiecomponent, op de wijze als bepaald in het tweede en derde lid.

2.

Voor elk kenniscentrum wordt het aandeel in het landelijk beschikbare budget van respectievelijk het jaar waarin de rijksbijdrage wordt vastgesteld en het daaraan voorafgaande jaar, uitgedrukt in een percentage van het landelijk beschikbare budget van genoemde jaren. Vervolgens worden voor elk kenniscentrum de percentages van de jaren, bedoeld in de eerste volzin, bij elkaar opgeteld en de uitkomst gedeeld door twee.

3.

Van het in het eerste lid bedoelde gedeelte van het landelijk beschikbare budget wordt het bedrag voor het kenniscentrum vastgesteld overeenkomstig het in het tweede lid bedoelde percentage.

Paragraaf 2. Uitkering educatie

Paragraaf 1. Voorschriften

Hoofdstuk 4A. Subsidie Kwaliteitscentrum examinering beroepsopleidingen

Paragraaf 2. Exploitatiekosten en huisvestingskosten

Paragraaf 4. Exploitatiekosten en huisvestingskosten kenniscentrum op het gebied van landbouw, natuurlijke omgeving en voedsel

Hoofdstuk 4B. Gebruik persoonsgebonden nummers

Hoofdstuk 6. Overgangs- en invoeringsbepalingen

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)