Wet van 29 juni 2000, houdende intrekking van de Wet op de studiefinanciering en vervanging door de Wet studiefinanciering 2000 (Wet studiefinanciering 2000)
Paragraaf 12.5. Overgangsbepaling in verband met de Wet tot wijziging van de Wet studiefinanciering 2000 met het oog op het verminderen van het aantal OV-boetes
Hoofdstuk 13. Maatregelen voor studenten in verband met uitbraak COVID-19
Hoofdstuk 14. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 3.16f. Collegegeldkrediet of levenlanglerenkrediet bij betaling van een vergoeding als bedoeld in artikel 7.49a van de WHW
In afwijking van de artikelen 3.16a, tweede lid, en 3.16d, eerste lid, kan een student die een vergoeding als bedoeld in artikel 7.49a van de WHW betaalt voor het gebruikmaken van een educatieve module of premaster met een studielast van minder dan 60 studiepunten, Onze Minister verzoeken om de hoogte van het collegegeldkrediet of levenlanglerenkrediet dat hij per maand ontvangt, gelijk te stellen aan de vergoeding die hij naar rato per 5 studiepunten betaalt.
Artikel 3.18a. Verhoogde bedragen in het studiejaar 2023–2024
In het studiejaar 2023–2024 worden de normbedragen voor de kosten van levensonderhoud en de bedragen van de basisbeurs voor uitwonende mbo- en ho-studenten, genoemd in artikel 3.18, verhoogd met € 164,30.
Artikel 3.18b. Grondslag voor tijdelijke verhoging normbedragen studiefinanciering
Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat de normbedragen, genoemd in artikel 3.18, in studiejaren na het studiejaar 2023–2024 worden verhoogd met een bij die algemene maatregel van bestuur te bepalen bedrag.
De voordracht voor een krachtens het eerste lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
Paragraaf 3.6. Toekenning
Hoofdstuk 4. Beroepsonderwijs
Afdeling 4.1. Beroepsonderwijs in Nederland
Afdeling 4.2. Beroepsonderwijs buiten Nederland
Hoofdstuk 5. Hoger onderwijs
Artikel 5.11a. Stoppen binnen twaalf maanden door mbo-gediplomeerden
Onverminderd artikel 5.10 onderscheidenlijk artikel 5.11 wordt de prestatiebeurs van de ho-student die eerder een opleiding in het beroepsonderwijs heeft afgerond, omgezet in een gift, indien:
- a. hij uiterlijk op 31 augustus van het studiejaar waarvoor hij op enig moment voor het eerst prestatiebeurs hoger onderwijs geniet ophoudt studiefinanciering te genieten, en hij niet vóór 1 februari van het daaropvolgende studiejaar opnieuw studiefinanciering voor het volgen van hoger onderwijs krijgt toegekend; of
- b. hij uiterlijk op 31 januari van het studiejaar volgend op het studiejaar waarvoor hij op enig moment op of na 1 februari voor het eerst prestatiebeurs hoger onderwijs geniet ophoudt studiefinanciering te genieten, en hij niet vóór de start van het daaropvolgende studiejaar opnieuw studiefinanciering voor het volgen van hoger onderwijs krijgt toegekend.
De omzetting, bedoeld in het eerste lid, vindt plaats uiterlijk per 1 januari van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarin de periode eindigt waarin de student geen studiefinanciering toegekend mag hebben gekregen om aanspraak te kunnen maken op deze regeling.
Paragraaf 5.7. Omzetting bij bijzondere omstandigheden
Paragraaf 5.8. Tenietgaan rente
Hoofdstuk 6. Opbouw en terugbetaling studieschuld
Paragraaf 6.1. Algemeen
Hoofdstuk 9. Toezicht en sancties
Paragraaf 9.4. Strafbepalingen
Paragraaf 12.0. Overgangsbepalingen intrekking Wet op de studiefinanciering
Paragraaf 12.1. Overgangs- en invoeringsbepalingen wijzigingswetten tot en met augustus 2015
Paragraaf 12.3. Overgangsbepalingen in verband met de omvorming van Ad-programma tot associate degree-opleiding
Paragraaf 12.6. Overgangsbepaling in verband met een wijziging van de criteria voor de toekenning van meeneembare studiefinanciering
Paragraaf 12.7. Overgangsbepaling in verband met de Verzamelwet OCW 2020
Paragraaf 12.8. Overgangsbepalingen in verband met de Wet herinvoering basisbeurs hoger onderwijs
Hoofdstuk 13. Maatregelen voor studenten in verband met uitbraak COVID-19
Hoofdstuk 14. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 12.30. Tegemoetkoming voor cohorten onder het studievoorschot hoger onderwijs
In dit artikel wordt onder tegemoetkoming begrepen: een tegemoetkoming van Onze Minister, niet zijnde studiefinanciering in de zin van artikel 3.1, in verband met het volgen van hoger onderwijs in een periode waarin een ho-student ingevolge de Wet studievoorschot hoger onderwijs geen aanspraak kon maken op een basisbeurs.
Voor een tegemoetkoming komt in aanmerking, degene die:
- a. in de periode van 1 september 2015 tot en met 31 augustus 2023 ingevolge de Wet studievoorschot hoger onderwijs geen aanspraak kon maken op een basisbeurs;
- b. gedurende de periode, bedoeld in onderdeel a, ten minste twaalf maanden aanspraak maakte op studiefinanciering als bedoeld in artikel 3.1, tweede lid, niet zijnde het collegegeldkrediet; en
- c. binnen de diplomatermijn hoger onderwijs of, indien hij geen studiefinanciering heeft aangevraagd, binnen tien jaar nadat hij zich voor het eerst heeft ingeschreven voor het hoger onderwijs, met goed gevolg een opleiding als bedoeld in artikel 5.7 heeft afgerond.
De tegemoetkoming bedraagt € 29,92 per 1 januari 2026: € 35,31 per maand voor iedere maand binnen de periode, genoemd in het tweede lid, onderdeel a, dat de rechthebbende op een tegemoetkoming aanspraak maakte op studiefinanciering, niet zijnde het collegegeldkrediet, tot een maximum van de periode, genoemd in artikel 5.2, eerste lid, en indien van toepassing, vermeerderd met de periode, genoemd in artikel 5.2b, eerste of tweede lid.
In afwijking van het derde lid wordt, indien van toepassing, voor de periode, genoemd in artikel 5.2, eerste lid, gelezen: de duur, genoemd in artikel 5.7, eerste of derde lid.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de uitvoering van dit artikel en worden in ieder geval regels gesteld over:
- a. de wijze van verstrekking van de tegemoetkoming;
- b. in welke gevallen de tegemoetkoming op aanvraag dan wel ambtshalve wordt toegekend.
Onze Minister past het bedrag, genoemd in het derde lid, overeenkomstig artikel 11.1 aan.
Artikel 1.7 is van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat voor student wordt gelezen: de rechthebbende op een tegemoetkoming.
Artikel 12.31. Kwijtschelding studieschuld voor ho-studenten met een handicap of chronische ziekte
Op een ho-student die vóór het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel M, van de Wet herinvoering basisbeurs hoger onderwijs, studiefinanciering ontving, blijft artikel 6.2a, zoals dat luidde voor dat tijdstip, van toepassing.
Het bedrag, genoemd in artikel 6.2a, tweede lid, zoals dat luidde voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel M, van de Wet herinvoering basisbeurs hoger onderwijs, wordt aangepast overeenkomstig artikel 11.1, zoals dat luidde voor dat tijdstip.
Artikel 12.32. Overgangssituatie terugbetalingsregels mbo
Onverminderd artikel 6.1, derde lid, blijven de artikelen 6.3, 6.7, eerste lid, 6.9, derde lid, 6.10, tweede en derde lid, en 6.14, tweede lid, zoals deze luidden voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdelen N, O, P, Q en R, van de Wet herinvoering basisbeurs hoger onderwijs, van toepassing op een debiteur met een schuld uit een lening beroepsonderwijs die uitsluitend voor dat tijdstip studiefinanciering beroepsonderwijs ontving.
Onverminderd artikel 6.1, derde lid, kan een debiteur met een schuld uit een lening beroepsonderwijs die voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdelen N, O, P, Q en R, van de Wet herinvoering basisbeurs hoger onderwijs voor het eerst studiefinanciering beroepsonderwijs ontving en ook na dat tijdstip studiefinanciering beroepsonderwijs ontving, indien hij daartoe vóór aanvang van de aflosfase een aanvraag indient, de schuld aflossen overeenkomstig het eerste lid.
Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op een debiteur als bedoeld in artikel 12.14, vierde lid.
Artikel 6.14, tweede lid, zoals dit luidde voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel R, van de Wet herinvoering basisbeurs hoger onderwijs, blijft eveneens van toepassing op een debiteur met een lening hoger onderwijs met een partner die een debiteur als bedoeld in het eerste lid is of die op grond van het tweede of derde lid de schuld aflost overeenkomstig het eerste lid.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van de goede uitvoering van het tweede lid.
Artikel 12.33. Overgangssituatie studievoorschotvouchers
Artikel 12.15, zoals dat artikel luidde voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel X, van de Wet herinvoering basisbeurs hoger onderwijs, blijft van toepassing op een voor dat tijdstip ingediende aanvraag om een voucher als bedoeld in artikel 12.15, zoals dat luidde onmiddellijk voorafgaand aan het genoemde tijdstip van inwerkingtreding, in te zetten.
Hoofdstuk 13. Maatregelen voor studenten in verband met uitbraak COVID-19
Hoofdstuk 14. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)