Wijzigingsgeschiedenis

Regeling vordering contante waarde periodieke verstrekkingen WAO

4 versions · 2017-10-27
2017-10-27
Regeling vordering contante waarde periodieke verstrekkingen WAO en Wet

Wijzigingen op 2017-10-27

@@ -57,27 +57,27 @@
##### Artikel 4. Berekening factoren
1. De factor UV, bedoeld in [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011500&artikel=3&z=2013-01-01&g=2013-01-01), wordt als volgt berekend:
1. De factor UV, bedoeld in [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011500&artikel=3&z=2017-10-27&g=2017-10-27), wordt als volgt berekend:
- a. de som van de vervolguitkering per dag wordt verhoogd met de daarover aan de verzekerde toekomende vakantie-uitkering op de dag voorafgaande aan het tijdstip van de vaststelling van de contante waarde;
- b. het onder a verkregen bedrag wordt voor de herleiding op maandbasis vermenigvuldigd met de factor 21,75.
2. De factor UL, bedoeld in [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011500&artikel=3&z=2013-01-01&g=2013-01-01), wordt als volgt berekend:
2. De factor UL, bedoeld in [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011500&artikel=3&z=2017-10-27&g=2017-10-27), wordt als volgt berekend:
- a. de som van de loondervingsuitkering per dag wordt verhoogd met de daarover aan de verzekerde toekomende vakantie-uitkering op de dag voorafgaande aan het tijdstip van de vaststelling van de contante waarde;
- b. het onder a verkregen bedrag wordt voor de herleiding op maandbasis vermenigvuldigd met de factor 21,75.
3. De factor m, bedoeld in [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011500&artikel=3&z=2013-01-01&g=2013-01-01), is gelijk aan het aantal maanden gelegen tussen het tijdstip waarop de vervolguitkering van de verzekerde zou worden beëindigd wegens het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in [artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002221&artikel=7a) en het begin van de periode waarover wordt afgekocht.
3. De factor m, bedoeld in [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011500&artikel=3&z=2017-10-27&g=2017-10-27), is gelijk aan het aantal maanden gelegen tussen het tijdstip waarop de vervolguitkering van de verzekerde zou worden beëindigd wegens het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in [artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002221&artikel=7a) en het begin van de periode waarover wordt afgekocht.
4. De factor mL, bedoeld in [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011500&artikel=3&z=2013-01-01&g=2013-01-01), is gelijk aan het aantal maanden gelegen tussen het tijdstip waarop de loondervingsuitkering van de verzekerde zou worden beëindigd wegens de afloop van de in [artikel 21a van de WAO](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002524&artikel=21a) of [artikel 59](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019057&artikel=59) of [127, eerste lid, van de Wet WIA](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019057&artikel=127) bedoelde periode en het begin van de periode waarover wordt afgekocht.
4. De factor mL, bedoeld in [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011500&artikel=3&z=2017-10-27&g=2017-10-27), is gelijk aan het aantal maanden gelegen tussen het tijdstip waarop de loondervingsuitkering van de verzekerde zou worden beëindigd wegens de afloop van de in [artikel 21a van de WAO](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002524&artikel=21a) of [artikel 59](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019057&artikel=59) of [127, eerste lid, van de Wet WIA](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019057&artikel=127) bedoelde periode en het begin van de periode waarover wordt afgekocht.
5. De factor c en de factor cL, bedoeld in [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011500&artikel=3&z=2013-01-01&g=2013-01-01), worden per geval door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de tot schadevergoeding verplichte derde in onderling overleg vastgesteld, onverminderd de bevoegdheid van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen om met assuradeuren of groepen van assuradeuren hieromtrent gezamenlijke regelingen te treffen.
5. De factor c en de factor cL, bedoeld in [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011500&artikel=3&z=2017-10-27&g=2017-10-27), worden per geval door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de tot schadevergoeding verplichte derde in onderling overleg vastgesteld, onverminderd de bevoegdheid van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen om met assuradeuren of groepen van assuradeuren hieromtrent gezamenlijke regelingen te treffen.
6. De factor L, bedoeld in [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011500&artikel=3&z=2013-01-01&g=2013-01-01), wordt jaarlijks in de maand december vastgesteld door het Landelijk instituut sociale verzekeringen voor de duur van het volgende boekjaar, waarbij het gemiddelde stijgingspercentage per maand wordt berekend over de aan de maand december voorafgaande periode van vier jaar.
6. De factor L, bedoeld in [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011500&artikel=3&z=2017-10-27&g=2017-10-27), wordt jaarlijks in de maand december vastgesteld door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen voor de duur van het volgende boekjaar, waarbij het gemiddelde stijgingspercentage per maand wordt berekend over de aan de maand december voorafgaande periode van vier jaar.
7. De factor r, bedoeld in [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011500&artikel=3&z=2013-01-01&g=2013-01-01), wordt jaarlijks in de maand december vastgesteld door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen voor de duur van het volgende boekjaar en is gelijk aan het gemiddeld effectief rendement over de voorafgaande maand november van de vijf staatsleningen met de langste gemiddeld resterende looptijd waarvan publicatie geschiedt door het Centraal Bureau voor de Statistiek. De factor r wordt voor deze formule herleid naar maanden.
7. De factor r, bedoeld in [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011500&artikel=3&z=2017-10-27&g=2017-10-27), wordt jaarlijks in de maand december vastgesteld door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen voor de duur van het volgende boekjaar en is gelijk aan het gemiddeld effectief rendement over de voorafgaande maand november van de vijf staatsleningen met de langste gemiddeld resterende looptijd waarvan publicatie geschiedt door het Centraal Bureau voor de Statistiek. De factor r wordt voor deze formule herleid naar maanden.
##### Artikel 5. Afronding
@@ -99,7 +99,7 @@
##### Artikel 8. Overgangsrecht
Op vorderingen als bedoeld in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011500&artikel=2&z=2013-01-01&g=2013-01-01), waartoe voor de dag van inwerkingtreding van deze regeling voor het eerst is overgegaan, is de regeling van de Minister van Sociale Zaken van 29 december 1980, nr. 56453, houdende regels met betrekking tot vordering van de contante waarde van de periodieke uitkeringen (Stcrt. 253), zoals die luidde voor de dag van inwerkingtreding van deze regeling, van toepassing.
Op vorderingen als bedoeld in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011500&artikel=2&z=2017-10-27&g=2017-10-27), waartoe voor de dag van inwerkingtreding van deze regeling voor het eerst is overgegaan, is de regeling van de Minister van Sociale Zaken van 29 december 1980, nr. 56453, houdende regels met betrekking tot vordering van de contante waarde van de periodieke uitkeringen (Stcrt. 253), zoals die luidde voor de dag van inwerkingtreding van deze regeling, van toepassing.
##### Artikel 9. Inwerkingtreding
2013-01-01
Regeling vordering contante waarde periodieke verstrekkingen WAO en Wet
2005-12-29
Regeling vordering contante waarde periodieke verstrekkingen WAO en Wet
2002-02-23
Regeling vordering contante waarde periodieke verstrekkingen WAO en
original version Tekst op deze datum