← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling studiefinanciering 2000

Geldende tekst a fecha 2010-08-01

Gelet op de artikelen 1.3, 2.12, 2.14, eerste lid, 3.7, tweede lid, 3.24, tweede lid, 3.26, eerste en vierde lid, 3.27, vijfde lid, 3.28, eerste lid, 3.29, 6.9, derde en vijfde lid, en 7.4, vijfde en zesde lid, van de Wet studiefinanciering 2000;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1.1. Begripsbepalingen

Hoofdstuk 2. Regeling omtrent aanvraag

Artikel 2.1. Formulieren

Gegevens die nodig zijn voor de toekenning van studiefinanciering, worden door de studerende, diens partner of diens ouders, verstrekt door invulling en inlevering of elektronische verzending van daartoe bestemde door de Minister te verstrekken formulieren.

Artikel 2.2. De studentenchipkaart

Vervallen

Artikel 2.3. Aanvraagprocedure
1.

In de aanvraag om toekenning van studiefinanciering worden de basisbeurs, de aanvullende beurs, de basislening, de aanvullende lening of het collegegeldkrediet aangevraagd.

2.

De aanvrager doet bij de aanvraag als bedoeld in het eerste lid opgave van het sociaal-fiscaal nummer waaronder hijzelf is geregistreerd bij de rijksbelastingdienst.

3.

Indien de aanvrager het collegegeldkrediet aanvraagt, voegt hij bij de aanvraag een bewijs van het door hem verschuldigde collegegeld voor de opleiding waarvoor hij studiefinanciering aanvraagt indien het bedrag dat hij per maand aanvraagt hoger ligt dan eentwaalfde deel van het bedrag, genoemd in artikel 7.43, eerste lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.

Artikel 2.4. Volledige opleiding buiten Nederland: aanvraag reisrecht

De studerende, bedoeld in artikel 3.7, tweede lid, van de wet, die als reisvoorziening een reisrecht wenst te ontvangen, dient daartoe een aanvraag in bij de Minister uiterlijk 8 weken voor de datum waarop het reisrecht moet ingaan.

Artikel 2.5. Deel opleiding buiten Nederland: aanvraag voorziening in geld
1.

De studerende, bedoeld in artikel 4.6, die een reisvoorziening in geld wenst te ontvangen, dient daartoe een aanvraag in bij de Minister.

2.

Op het aanvraagformulier wordt door de onderwijsinstelling waar de studerende blijft ingeschreven, verklaard:

3.

Met ingang van de eerste dag van de periode, waarover de aanvraag is toegekend, heeft de studerende geen reisrecht meer.

Hoofdstuk 3. Aanwijzing opleidingen in het buitenland

Artikel 3.1. Lening na Bachelor of Master-opleiding voor hoger onderwijs in EER-landen

Vervallen

Artikel 3.2. Studiefinanciering volledige opleiding in het buitenland: geharmoniseerde opleidingen

Vervallen

Hoofdstuk 4. Reisvoorziening

Artikel 4.1. Verkrijging reisrecht
1.

Om met het reisrecht te kunnen reizen, moet het reisrecht door de studerende bij een daartoe bestemde automaat van het vervoerbedrijf op een daartoe bestemde OV-chipkaart worden geactiveerd.

2.

Het activeren van het reisrecht kan vanaf twee weken voordat de aanspraak op studiefinanciering ontstaat.

Artikel 4.2. Beëindiging reisrecht
1.

Het reisrecht wordt beëindigd door deactivering daarvan:

2.

In geval van uitloting van een student in het kader van een procedure als bedoeld in hoofdstuk 7, paragrafen 4 en 4a, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, is de student verplicht het reisrecht te beëindigen binnen 5 werkdagen na het moment dat de uitslag van de uitloting door de Minister bekend is gemaakt.

Artikel 4.3. Keuze in soorten reisrecht
1.

Een reisrecht wordt verstrekt als:

2.

Indien een studerende als gevolg van de keuzemogelijkheid voor een soort reisrecht als bedoeld in artikel 3.26, tweede lid, van de wet, een weekendreisrecht kiest, geeft hij dit via de website www.ocwduo.nl aan de Minister door alvorens hij zijn reisrecht activeert zoals beschreven in artikel 4.1, eerste lid.

3.

Het tweede lid is niet van toepassing indien de studerende voor 1 januari 2010 gebruik maakte van een OVS-weekendkaart.

Artikel 4.4. Wisselen van soort reisrecht
1.

Een studerende die recht heeft op een reisvoorziening kan tweemaal per kalenderjaar wisselen van keuze voor een soort reisrecht, met dien verstande dat de nieuwe soort reisrecht niet kan aanvangen:

2.

Op de aanvraag om te wisselen wordt besloten uiterlijk op de tiende werkdag nadat de aanvraag bij de Minister is ontvangen.

3.

In afwijking van het tweede lid wordt op de aanvraag om te wisselen met ingang van een periode die gelegen is na het ingaan van een eerder toegekend reisrecht besloten uiterlijk op de tiende werkdag nadat het eerder toegekende reisrecht is ingegaan.

4.

Indien bij de beslissing op de aanvraag, bedoeld in het tweede of derde lid, een nieuw soort reisrecht wordt toegekend, kan dat reisrecht na die toekenning na twee werkdagen bij een automaat van het vervoerbedrijf worden geactiveerd.

5.

Het activeren van het nieuwe reisrecht kan tot en met zes weken na de in het vierde lid bedoelde toekenning.

Artikel 4.5. Reisrecht strikt persoonlijk

De studerende die beschikking heeft over een reisrecht heeft uitsluitend voor zichzelf recht op kosteloos openbaar vervoer of korting op de vervoerprijs.

Artikel 4.6. Voorziening in geld
1.

Een studerende die een opleiding in Nederland volgt en gedurende die opleiding een onderdeel daarvan buiten Nederland gaat volgen, kan over de periode in het buitenland op aanvraag in plaats van een reisrecht in aanmerking komen voor een voorziening in geld.

2.

De studerende komt in aanmerking voor een voorziening in geld, als bedoeld in het eerste lid, indien:

3.

De voorziening in geld, bedoeld in het eerste lid, is gelijk aan het bedrag, bedoeld in artikel 5.3, tweede lid, van de wet.

4.

Toekenning van de reisvoorziening in geld vindt plaats per kalendermaand voor de periode waarin de studerende voor de betreffende opleiding in het buitenland studeert. Na deze periode wordt dezelfde soort reisrecht toegekend zonder dat dat opnieuw behoeft te worden aangevraagd. Indien de studerende eerder dan aangegeven terugkeert in Nederland, kan opnieuw een reisrecht worden aangevraagd met inachtneming van de aanvraagtermijn in artikel 2.4.

Artikel 4.7. Kosten van het herzien van de keuze van de OV-studentenkaart

Indien een studerende de gemaakte kaartkeuze herziet, is hij daarvoor aan de IB-Groep € 13,61 verschuldigd.

Artikel 4.8. OV-studentenkaart is strikt persoonlijk

De studerende die in het bezit is van een kaart als bedoeld in artikel 4.5, eerste lid, heeft uitsluitend voor zichzelf recht op kosteloos openbaar vervoer of korting op de vervoerprijs.

Artikel 4.9. Eigendom van de OV-studentenkaart

De kaart die aan een studerende is verstrekt, blijft eigendom van de IB-Groep. De IB-Groep bezit het auteursrecht op de OV-studentenkaart.

Artikel 4.10. Uitzondering op de plicht om de OV-studentenkaart in te leveren
1.

Indien aan de studerende na verlies of diefstal van de kaart geen duplicaat is verstrekt, is hij in afwijking van artikel 3.27, eerste lid, van de wet, niet verplicht zijn OV-studentenkaart in te leveren, mits hij van deze diefstal of dit verlies aangifte doet en dat aan de verstrekker van de kaart meldt met een door een politiebeambte ingevuld, daartoe bestemd formulier. Deze melding vindt plaats binnen 5 werkdagen nadat zijn recht op studiefinanciering is geëindigd.

2.

Het formulier, bedoeld in het eerste lid, is verkrijgbaar bij door de IB-Groep aangewezen instellingen. De studerende is voor de verwerking van dit formulier een bedrag verschuldigd van € 18,15 dat aan de verstrekker van het formulier wordt voldaan.

3.

In geval van examen, herexamen dan wel uitloting van een student, is de studerende verplicht de OV-studentenkaart in te leveren binnen 5 werkdagen na het bekend worden van de examen- of herexamenuitslag respectievelijk na het moment dat de uitslag van de uitloting bekend is geworden.

Artikel 4.11. Wijze waarop en voorwaarden waaronder een duplicaat van de OV-studentenkaart kan worden verstrekt
1.

In geval van verlies, diefstal of beschadiging van de OV-studentenkaart heeft de studerende die recht heeft op de reisvoorziening, recht op verstrekking van een duplicaat van de kaart uiterlijk op de tiende werkdag na ontvangst van de aanvraag daartoe bij de verstrekker van de kaart.

2.

Een duplicaat van de kaart wordt door middel van een formulier aangevraagd. Dat formulier is verkrijgbaar bij door de IB-Groep aangewezen instellingen.

3.

In geval van verlies of diefstal wordt daarvan aangifte gedaan. In geval van beschadiging wordt de beschadigde kaart met het formulier, bedoeld in het tweede lid, ingeleverd bij door de IB-Groep aangewezen instellingen, of meegezonden aan de IB-Groep.

4.

Indien de studerende een duplicaat aanvraagt, is hij daarvoor aan de IB-Groep een bedrag verschuldigd van € 31,76.

5.

De originele kaart verliest zijn geldigheid op het moment dat het duplicaat is toegekend.

Artikel 4.12. Voorziening in geld
1.

In afwijking van artikel 4.1 kan de studerende die een opleiding in Nederland volgt en gedurende die opleiding een onderdeel daarvan buiten Nederland gaat volgen, over die periode in het buitenland op aanvraag in plaats van een OV-studentenkaart in aanmerking komen voor een voorziening in geld.

2.

De studerende komt in aanmerking voor een voorziening in geld als bedoeld in het eerste lid, indien:

3.

De voorziening in geld, bedoeld in het eerste lid, is gelijk aan het bedrag, bedoeld in 5.3, tweede lid, van de wet.

4.

Toekenning van de reisvoorziening in geld vindt plaats per kalendermaand voor de periode waarin de studerende voor de betreffende opleiding in het buitenland studeert. Na deze periode wordt dezelfde OV-studentenkaart ter beschikking gesteld zonder dat deze kaart opnieuw behoeft te worden aangevraagd. Indien de studerende eerder dan aangegeven terugkeert in Nederland, kan opnieuw een OV-studentenkaart worden aangevraagd met inachtneming van de aanvraagtermijn van artikel 2.4.

Hoofdstuk 5. Terugbetaling studieschuld

Artikel 5.1. Wijze van terugbetaling

De betaling van de maandelijkse termijnen voor de rente en aflossing van de lening, bedoeld in artikel 6.9 van de wet, geschiedt door middel van een daartoe door de debiteur verleende doorlopende machtiging om het verschuldigde bedrag maandelijks te doen afschrijven van een bankrekening van de debiteur.

Hoofdstuk 6a. Kopopleidingen

Artikel 6.1. Verrekening en terugbetaling
1.

Indien uit een beschikking tot herziening als bedoeld in artikel 7.1, tweede lid, van de wet blijkt dat te veel studiefinanciering is uitbetaald, wordt dit op de voet van het tweede en derde lid verrekend met nog te verrichten betalingen op grond van de wet.

2.

Eerst wordt zoveel mogelijk verrekend met de nabetalingen die vanaf het tijdstip van afgifte van de in het eerste lid bedoelde beschikking aan de studerende zouden moeten worden gedaan.

3.

Vervolgens wordt zolang het te veel uitbetaalde bedrag nog niet volledig is verrekend met de in het tweede lid bedoelde nabetalingen, verrekend met de maandbetalingen, bedoeld in artikel 13, tweede lid, van het Besluit studiefinanciering 2000. Wanneer die maandbetalingen hoger zijn dan € 147,87 naar de maatstaf van 1 januari 2010, geschiedt de verrekening met dat bedrag.

4.

Onder nabetalingen, bedoeld in het tweede lid, wordt verstaan de betaling van bedragen die op grond van enige herzieningsbeschikking over reeds op het tijdstip van afgifte van die beschikking verstreken maanden zonder de verrekening, bedoeld in het tweede lid, aan de studerende betaalbaar zouden worden gesteld.

5.

Indien er niet langer betalingen op grond van de wet zijn, wordt het bedrag aan studiefinanciering dat te veel is uitbetaald voor zover dat bedrag nog niet is verrekend, op eerste vordering binnen 30 dagen geheel terugbetaald.

6.

In afwijking van het vijfde lid wordt het de debiteur toegestaan, indien hij daartoe een aanvraag indient, het in het vijfde lid bedoelde bedrag in ten hoogste 24 maandelijkse termijnen terug te betalen, waarbij geen termijn, met uitzondering van de laatste termijn, kleiner zal zijn dan het bedrag, bedoeld in het derde lid, dan wel het op grond van artikel 6.2 aangepaste bedrag. De in de vorige volzin bedoelde betaling van de maandelijkse termijn door de debiteur geschiedt door middel van automatische incasso.

7.

Over het in het vijfde lid bedoelde bedrag, dat in maandelijkse termijnen wordt terugbetaald, is rente verschuldigd. Als rentepercentage wordt het percentage van de wettelijke rente gehanteerd. Deze rente wordt berekend per dag op basis van samengestelde interest en is verschuldigd over het bedrag van iedere terugbetaling afzonderlijk, met dien verstande dat ingeval de terugbetaling niet op de vervaldatum is ontvangen de op voet van deze bepaling berekende rente wordt bijgeschreven bij het verschuldigde bedrag, onverminderd het bepaalde in het negende lid.

8.

Voor de berekening van de rente op de voet van het zevende lid wordt een maand gesteld op 30 dagen en een jaar gesteld op 360 dagen.

9.

Indien een, met inachtneming van het zesde en zevende lid berekende, termijn niet op de vervaldatum is ontvangen, vervalt de in het zesde lid bedoelde toestemming. Het nog niet door de betaling van het in de reeds betaalde maandelijkse termijnen begrepen bedrag aan aflossing op het in het vijfde lid bedoelde bedrag, vermeerderd met het verschuldigde bedrag aan wettelijke rente, wordt op eerste vordering binnen 14 dagen door de debiteur geheel voldaan.

Artikel 6.2. Aanpassing

Aanpassing van het bedrag genoemd in artikel 6.1, derde lid, geschiedt met de procentuele wijziging, bedoeld in artikel 17, tweede lid, van het Besluit studiefinanciering 2000.

Hoofdstuk 7. Overgangsbepalingen

Artikel 7.1. Afwijking van artikel 4.7

Vervallen

Artikel 7.2. Afwijking van artikel 4.10

Wijzigt de Regeling studiefinanciering 2000.

Artikel 7.3. Afwijking van artikel 4.11

Wijzigt de Regeling studiefinanciering 2000.

Artikel 7.4. Afwijking van artikel 5.1
1.

Wijzigt deze regeling.

2.

In afwijking van artikel 5.1, kan de betaling, bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, voor debiteuren op wie hoofdstuk 10a van de wet van toepassing is, ook geschieden door een aan de debiteur gezonden acceptgirokaart.

3.

Indien de in het tweede lid bedoelde debiteur betaalt volgens de in artikel 5.1, eerste lid, bedoelde wijze, wordt de te betalen maandelijkse termijn telkens verminderd met € 0,77.

Artikel 7.5. Afwijking van de artikelen 6.1 en 6.2

Wijzigt de Regeling studiefinanciering 2000.

Artikel 7.6. Vastgestelde bedragen

Daar waar in ministeriële regelingen bedragen zijn vastgesteld voor het jaar 2000, worden deze bedragen vanaf 1 september 2000 geacht te zijn vastgesteld op grond van de wet.

Hoofdstuk 8. Slotbepalingen

Artikel 8.1. Intrekking

De Regeling aanleveren gegevens voor studiefinanciering bij duale opleidingen wordt ingetrokken.

Artikel 8.2. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, en werkt terug tot en met 1 september 2000.

Artikel 8.3. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling studiefinanciering 2000.

Bijlage 1

Vervallen

Bijlage 2

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst, met uitzondering van de bijlagen die ter inzage worden gelegd in de bibliotheek van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen en bij de IB-Groep.

Artikel 3.3. Studiefinanciering volledige opleiding in het buitenland: beroepsonderwijs
1.

Voor studiefinanciering kan een deelnemer als bedoeld in artikel 2.13a van de wet in aanmerking komen die onderwijs volgt aan een opleiding die voldoet aan de volgende criteria:

2.

In afwijking van het eerste lid, onderdeel a kan een deelnemer voor studiefinanciering in aanmerking komen die onderwijs volgt aan een instelling in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte aan een opleiding die niet vergelijkbaar is met enige beroepsopleiding in de landelijke kwalificatiestructuur als bedoeld in artikel 7.2.4 van de WEB.

Artikel 3.4. Beroepsonderwijs in het buitenland: opleiding niveau 1 of 2 dan wel niveau 3 of 4

Vervallen

Hoofdstuk 4. Reisvoorziening

Hoofdstuk 7. Overgangsbepalingen

Hoofdstuk 6a. Kopopleidingen

Hoofdstuk 8. Slotbepalingen

Bijlage 1

Vervallen

Bijlage 2

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst, met uitzondering van de bijlagen die ter inzage worden gelegd in de bibliotheek van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen en bij de IB-Groep.

Artikel 6a.1. Bacheloropleidingen en verwante kopopleidingen
1.

De bacheloropleidingen, bedoeld in artikel 5.6, vijfde lid, onderdeel a, van de wet zijn de opleidingen in de kolommen ‘HBO-bachelor’ en ‘WO-bachelor’ van de bijlage bij deze regeling.

2.

De hbo-lerarenopleidingen, bedoeld in artikel 5.6, vijfde lid, onderdeel b, van de wet zijn opleidingen tot leraar genoemd in de kolom ‘Bevoegdheid’ van de bijlage bij deze regeling. Een hbo-lerarenopleiding is verwant met een opleiding als bedoeld in het eerste lid van dit artikel als deze twee opleidingen in dezelfde rij van de bijlage zijn opgenomen.

Hoofdstuk 7. Overgangsbepalingen

Hoofdstuk 8. Slotbepalingen

Bijlage

Hbo-bachelor Wo-bachelor B Opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de tweede graad Crohonr.
Bedrijfseconomie, Bedrijfseconomie, Leraar economie* 35203
Accountancy, Algemene economie, 35202
Fiscale economie,
Commerciële economie,
Management, Economie en Recht
Nederlands Leraar Nederlands 35198
Engels Leraar Engels 35195
Duits Leraar Duits 35193
Frans Leraar Frans 35196
Spaans Leraar Spaans 35255
Arabisch Leraar Arabisch 35185
Turks Leraar Turks 35186
Fries Leraar Fries 35144
Geografie Leraar aardrijkskunde 35201
Geschiedenis Leraar geschiedenis 35197
Bedrijfswiskunde Wiskunde Leraar wiskunde 35221
Technische natuurkunde Natuurkunde Leraar natuurkunde 35261
Industrieel ontwerpen, Werktuigbouwkunde Industrieel ontwerpen Leraar techniek 35254
Chemie/ Scheikunde, Applied Science met Scheikunde Chemie/ Scheikunde Leraar scheikunde 35199
Biologie Leraar biologie 35301
Werktuigbouwkunde Werktuigbouwkunde Leraar werktuigbouw 35387
Elektrotechniek Elektrotechniek Leraar elektrotechniek 35384
Motorvoertuigen Leraar motorvoertuigentechniek 35386
Bouwkunde Bouwkunde Leraar bouwkunde 35382
Bouwtechniek Bouwtechniek Leraar bouwtechniek 35383
Pedagogiek, Pedagogiek Leraar pedagogiek 35204
Sociaal Pedagogische Hulpverlening Politicologie Leraar maatschappijleer 35411
Sociaal Pedagogische Hulpverlening, Pedagogiek, Leraar omgangskunde 35421
Maatschappelijk Werk en Dienstverlening, Psychologie
Cultureel Maatschappelijke Vorming,
Creatieve Therapie,
Pedagogiek,
Psychologie,
Personeel en Arbeid
Technische Informatica Informatica Docent informatie en communicatie technologie 39116
Godsdienst-pastoraal Werk Theologie Leraar godsdienst 35441
HBO-bachelor (alleen van het Hoger Agrarisch Onderwijs) WO-bachelor (alleen van de Wageningen Universiteit)
Plattelandsvernieuwing, Bos- en natuurbeheer, Leraar educatie en kennis-management voor de groene sector 34899
Landbouw, Milieukunde, Leraar educatie en kennis-management voor de groene sector 34899
Plantenteelt, Agrotechnologie, Leraar educatie en kennis-management voor de groene sector 34899
Veehouderij, Plantenwetenschappen, Leraar educatie en kennis-management voor de groene sector 34899
Tuinbouw en akkerbouw, Biotechnologie, Leraar educatie en kennis-management voor de groene sector 34899
Dier- en veehouderij, Landschapsarchitectuur en ruimtelijke planning, Leraar educatie en kennis-management voor de groene sector 34899
Voedingsmiddelentechnologie, Landschap, planning en ontwerp, Leraar educatie en kennis-management voor de groene sector 34899
Fooddesign en innovation, Dierwetenschappen, Leraar educatie en kennis-management voor de groene sector 34899
Tuinbouw, Biologie, Leraar educatie en kennis-management voor de groene sector 34899
Levensmiddelentechnologie, Voeding en gezondheid, Leraar educatie en kennis-management voor de groene sector 34899
Bos- en Natuurbeheer, Levensmiddelentechnologie, Leraar educatie en kennis-management voor de groene sector 34899
Tuin- en landschapsinrichting, Voedingsmiddelentechnologie, Leraar educatie en kennis-management voor de groene sector 34899
Tropische Landbouw, Plant /Biotechnologie, Leraar educatie en kennis-management voor de groene sector 34899
Diermanagement, Foodquality Management Leraar educatie en kennis-management voor de groene sector 34899
Bedrijfskunde en agribusiness,
Agrarische bedrijfskunde

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst, met uitzondering van de bijlagen die ter inzage worden gelegd in de bibliotheek van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen en bij de IB-Groep.

Hoofdstuk 5. Terugbetaling studieschuld

Artikel 5.2. Aflosvrije periode
1.

Op aanvraag van de debiteur kan de terugbetaling, bedoeld in artikel 6.7, tweede lid, en artikel 10a.5, eerste lid, van de wet, worden opgeschort met een of meerdere aflosvrije periodes.

2.

Een aflosvrije periode beslaat minimaal drie kalendermaanden.

3.

De debiteur dient een aanvraag als bedoeld in het eerste lid in uiterlijk 1 maand voor de datum waarop de aflosvrije periode in moet gaan.

4.

Voor elke aflosvrije periode wordt een nieuwe aanvraag ingediend bij de Minister.

5.

In afwijking van het tweede lid, beslaat een aflosvrije periode voor een debiteur die in het buitenland woont als bedoeld in artikel 10a.6, vierde lid, van de wet, minimaal één kalenderjaar.

Hoofdstuk 6. Herziening

Hoofdstuk 8. Slotbepalingen

Bijlage

Hbo-bachelor Wo-bachelor B Opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de tweede graad Crohonr.
Bedrijfseconomie, Bedrijfseconomie, Leraar economie* 35203
Accountancy, Algemene economie, 35202
Fiscale economie,
Commerciële economie,
Management, Economie en Recht
Nederlands Leraar Nederlands 35198
Engels Leraar Engels 35195
Duits Leraar Duits 35193
Frans Leraar Frans 35196
Spaans Leraar Spaans 35255
Arabisch Leraar Arabisch 35185
Turks Leraar Turks 35186
Fries Leraar Fries 35144
Geografie Leraar aardrijkskunde 35201
Geschiedenis Leraar geschiedenis 35197
Bedrijfswiskunde Wiskunde Leraar wiskunde 35221
Technische natuurkunde Natuurkunde Leraar natuurkunde 35261
Industrieel ontwerpen, Werktuigbouwkunde Industrieel ontwerpen Leraar techniek 35254
Chemie/ Scheikunde, Applied Science met Scheikunde Chemie/ Scheikunde Leraar scheikunde 35199
Biologie Leraar biologie 35301
Werktuigbouwkunde Werktuigbouwkunde Leraar werktuigbouw 35387
Elektrotechniek Elektrotechniek Leraar elektrotechniek 35384
Motorvoertuigen Leraar motorvoertuigentechniek 35386
Bouwkunde Bouwkunde Leraar bouwkunde 35382
Bouwtechniek Bouwtechniek Leraar bouwtechniek 35383
Pedagogiek, Pedagogiek Leraar pedagogiek 35204
Sociaal Pedagogische Hulpverlening Politicologie Leraar maatschappijleer 35411
Sociaal Pedagogische Hulpverlening, Pedagogiek, Leraar omgangskunde 35421
Maatschappelijk Werk en Dienstverlening, Psychologie
Cultureel Maatschappelijke Vorming,
Creatieve Therapie,
Pedagogiek,
Psychologie,
Personeel en Arbeid
Technische Informatica Informatica Docent informatie en communicatie technologie 39116
Godsdienst-pastoraal Werk Theologie Leraar godsdienst 35441
HBO-bachelor (alleen van het Hoger Agrarisch Onderwijs) WO-bachelor (alleen van de Wageningen Universiteit)
Plattelandsvernieuwing, Bos- en natuurbeheer, Leraar educatie en kennis-management voor de groene sector 34899
Landbouw, Milieukunde, Leraar educatie en kennis-management voor de groene sector 34899
Plantenteelt, Agrotechnologie, Leraar educatie en kennis-management voor de groene sector 34899
Veehouderij, Plantenwetenschappen, Leraar educatie en kennis-management voor de groene sector 34899
Tuinbouw en akkerbouw, Biotechnologie, Leraar educatie en kennis-management voor de groene sector 34899
Dier- en veehouderij, Landschapsarchitectuur en ruimtelijke planning, Leraar educatie en kennis-management voor de groene sector 34899
Voedingsmiddelentechnologie, Landschap, planning en ontwerp, Leraar educatie en kennis-management voor de groene sector 34899
Fooddesign en innovation, Dierwetenschappen, Leraar educatie en kennis-management voor de groene sector 34899
Tuinbouw, Biologie, Leraar educatie en kennis-management voor de groene sector 34899
Levensmiddelentechnologie, Voeding en gezondheid, Leraar educatie en kennis-management voor de groene sector 34899
Bos- en Natuurbeheer, Levensmiddelentechnologie, Leraar educatie en kennis-management voor de groene sector 34899
Tuin- en landschapsinrichting, Voedingsmiddelentechnologie, Leraar educatie en kennis-management voor de groene sector 34899
Tropische Landbouw, Plant /Biotechnologie, Leraar educatie en kennis-management voor de groene sector 34899
Diermanagement, Foodquality Management Leraar educatie en kennis-management voor de groene sector 34899
Bedrijfskunde en agribusiness,
Agrarische bedrijfskunde

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst, met uitzondering van de bijlagen die ter inzage worden gelegd in de bibliotheek van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen en bij de IB-Groep.