← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling studiefinanciering 2000

Geldende tekst a fecha 2013-01-01

Gelet op de artikelen 1.3, 2.12, 2.14, eerste lid, 3.7, tweede lid, 3.24, tweede lid, 3.26, eerste en vierde lid, 3.27, vijfde lid, 3.28, eerste lid, 3.29, 6.9, derde en vijfde lid, en 7.4, vijfde en zesde lid, van de Wet studiefinanciering 2000;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1.1. Begripsbepalingen

Hoofdstuk 2. Regeling omtrent aanvraag

Artikel 2.1. Formulieren

Gegevens die nodig zijn voor de toekenning van studiefinanciering, worden door de studerende, diens partner of diens ouders, verstrekt door invulling en inlevering of elektronische verzending van daartoe bestemde door de Minister te verstrekken formulieren.

Artikel 2.2. De studentenchipkaart

Vervallen

Artikel 2.3. Aanvraagprocedure
1.

In de aanvraag om toekenning van studiefinanciering worden de basisbeurs, de aanvullende beurs, de basislening, de aanvullende lening of het collegegeldkrediet aangevraagd.

2.

De aanvrager doet bij de aanvraag als bedoeld in het eerste lid opgave van het burgerservicenummer waaronder hijzelf is geregistreerd bij de rijksbelastingdienst.

3.

Indien de aanvrager het collegegeldkrediet aanvraagt, voegt hij bij de aanvraag een bewijs van het door hem verschuldigde collegegeld voor de opleiding waarvoor hij studiefinanciering aanvraagt indien het bedrag dat hij per maand aanvraagt hoger ligt dan eentwaalfde deel van het bedrag, genoemd in artikel 7.43, eerste lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.

Artikel 2.4. Volledige opleiding buiten Nederland: aanvraag reisrecht

De studerende, bedoeld in artikel 3.7, tweede lid, van de wet, die als reisvoorziening een reisrecht wenst te ontvangen, dient daartoe een aanvraag in bij de Minister uiterlijk 8 weken voor de datum waarop het reisrecht moet ingaan.

Artikel 2.5. Deel opleiding buiten Nederland: aanvraag voorziening in geld
1.

De studerende, bedoeld in artikel 4.6, die een reisvoorziening in geld wenst te ontvangen, dient daartoe een aanvraag in bij de Minister.

2.

Op het aanvraagformulier wordt door de onderwijsinstelling waar de studerende blijft ingeschreven, verklaard:

3.

Met ingang van de eerste dag van de periode, waarover de aanvraag is toegekend, heeft de studerende geen reisrecht meer.

Hoofdstuk 3. Aanwijzing opleidingen in het buitenland

Artikel 3.1. Lening na Bachelor of Master-opleiding voor hoger onderwijs in EER-landen

Vervallen

Artikel 3.2. Studiefinanciering volledige opleiding in het buitenland: geharmoniseerde opleidingen

Vervallen

Hoofdstuk 4. Reisvoorziening

Artikel 4.1. Verkrijging reisrecht
1.

Om met het reisrecht te kunnen reizen moet het reisproduct door de studerende bij een daartoe bestemde automaat van de vervoersbedrijven op een persoonlijke ov-chipkaart worden geladen.

2.

Het laden van het reisproduct kan vanaf twee weken voordat de aanspraak op studiefinanciering ontstaat.

Artikel 4.2. Beëindiging reisrecht
1.

Het reisrecht wordt beëindigd door het reisproduct dat op de ov-chipkaart is geladen, stop te zetten.

2.

Het reisproduct wordt stopgezet bij een daartoe bestemde automaat van de vervoersbedrijven.

3.

De minister kan, indien de met een reisproduct geladen ov-chipkaart technische gebreken heeft of indien de automaten van de vervoersbedrijven niet functioneren, beslissen dat het reisproduct stopgezet kan worden door gebruik te maken van een webtool of een aangetekende brief.

4.

In geval van uitloting van een student, is hij verplicht het reisproduct op de ov-chipkaart stop te zetten binnen 5 werkdagen nadat aan de student schriftelijk mededeling is gedaan van uitloting in de procedure, bedoeld in hoofdstuk 7, titel 3, paragrafen 4 en 4a, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.

Artikel 4.3. Keuze in soorten reisrecht
1.

Een reisrecht wordt verstrekt in de vorm van:

2.

Indien een studerende als gevolg van de keuzemogelijkheid voor een soort reisrecht als bedoeld in artikel 3.26, tweede lid, van de wet, een weekendreisrecht kiest, geeft hij dit via de website www.ocwduo.nl aan de Minister door alvorens hij zijn reisproduct op zijn persoonlijke ov-chipkaart laadt zoals beschreven in artikel 4.1, eerste lid.

Artikel 4.4. Wisselen van soort reisrecht
1.

Een studerende die recht heeft op een reisvoorziening kan tweemaal per kalenderjaar wisselen van keuze voor een soort reisrecht, met dien verstande dat de nieuwe soort reisrecht niet kan aanvangen:

2.

Op de aanvraag om te wisselen wordt besloten uiterlijk op de tiende werkdag nadat de aanvraag bij de Minister is ontvangen.

3.

In afwijking van het tweede lid wordt op de aanvraag om te wisselen met ingang van een periode die gelegen is na het ingaan van een eerder toegekend reisrecht besloten uiterlijk op de tiende werkdag nadat het eerder toegekende reisrecht is ingegaan.

4.

Indien bij de beslissing op de aanvraag, bedoeld in het tweede of derde lid, een nieuw soort reisrecht wordt toegekend, kan het bijbehorende reisproduct na die toekenning na tien werkdagen bij een daartoe bestemde automaat van de vervoersbedrijven op een persoonlijke ov-chipkaart worden geladen. In het geval het oorspronkelijke reisproduct niet al door de student op de ov-chipkaart is geladen, bedraagt de termijn waarna het reisproduct op een persoonlijke ov-chipkaart kan worden geladen, in afwijking van de eerste volzin, 20 werkdagen.

5.

Het nieuwe reisproduct kan tot en met zes weken na de in het vierde lid bedoelde aanvraag op een persoonlijke ov-chipkaart worden geladen bij een daartoe bestemde automaat van de vervoersbedrijven.

Artikel 4.5. Reisproduct strikt persoonlijk

De studerende die beschikking heeft over een reisproduct heeft uitsluitend voor zichzelf recht op kosteloos openbaar vervoer of korting op de vervoerprijs.

Artikel 4.6. Voorziening in geld
1.

Een studerende die een opleiding in Nederland volgt en gedurende die opleiding een onderdeel daarvan buiten Nederland gaat volgen, kan over de periode in het buitenland op aanvraag in plaats van een reisrecht in aanmerking komen voor een voorziening in geld.

2.

De studerende komt in aanmerking voor een voorziening in geld, als bedoeld in het eerste lid, indien:

3.

De voorziening in geld, bedoeld in het eerste lid, is gelijk aan het bedrag, bedoeld in artikel 5.3, tweede lid, van de wet.

4.

Toekenning van de reisvoorziening in geld vindt plaats per kalendermaand voor de periode waarin de studerende voor de betreffende opleiding in het buitenland studeert. Na deze periode wordt dezelfde soort reisrecht toegekend zonder dat dat opnieuw behoeft te worden aangevraagd. Indien de studerende eerder dan aangegeven terugkeert in Nederland, kan opnieuw een reisrecht worden aangevraagd met inachtneming van de aanvraagtermijn in artikel 2.4.

Artikel 4.7. Kosten van het herzien van de keuze van de OV-studentenkaart

Indien een studerende de gemaakte kaartkeuze herziet, is hij daarvoor aan de IB-Groep € 13,61 verschuldigd.

Artikel 4.8. OV-studentenkaart is strikt persoonlijk

De studerende die in het bezit is van een kaart als bedoeld in artikel 4.5, eerste lid, heeft uitsluitend voor zichzelf recht op kosteloos openbaar vervoer of korting op de vervoerprijs.

Artikel 4.9. Eigendom van de OV-studentenkaart

De kaart die aan een studerende is verstrekt, blijft eigendom van de IB-Groep. De IB-Groep bezit het auteursrecht op de OV-studentenkaart.

Artikel 4.10. Uitzondering op de plicht om de OV-studentenkaart in te leveren
1.

Indien aan de studerende na verlies of diefstal van de kaart geen duplicaat is verstrekt, is hij in afwijking van artikel 3.27, eerste lid, van de wet, niet verplicht zijn OV-studentenkaart in te leveren, mits hij van deze diefstal of dit verlies aangifte doet en dat aan de verstrekker van de kaart meldt met een door een politiebeambte ingevuld, daartoe bestemd formulier. Deze melding vindt plaats binnen 5 werkdagen nadat zijn recht op studiefinanciering is geëindigd.

2.

Het formulier, bedoeld in het eerste lid, is verkrijgbaar bij door de IB-Groep aangewezen instellingen. De studerende is voor de verwerking van dit formulier een bedrag verschuldigd van € 18,15 dat aan de verstrekker van het formulier wordt voldaan.

3.

In geval van examen, herexamen dan wel uitloting van een student, is de studerende verplicht de OV-studentenkaart in te leveren binnen 5 werkdagen na het bekend worden van de examen- of herexamenuitslag respectievelijk na het moment dat de uitslag van de uitloting bekend is geworden.

Artikel 4.11. Wijze waarop en voorwaarden waaronder een duplicaat van de OV-studentenkaart kan worden verstrekt
1.

In geval van verlies, diefstal of beschadiging van de OV-studentenkaart heeft de studerende die recht heeft op de reisvoorziening, recht op verstrekking van een duplicaat van de kaart uiterlijk op de tiende werkdag na ontvangst van de aanvraag daartoe bij de verstrekker van de kaart.

2.

Een duplicaat van de kaart wordt door middel van een formulier aangevraagd. Dat formulier is verkrijgbaar bij door de IB-Groep aangewezen instellingen.

3.

In geval van verlies of diefstal wordt daarvan aangifte gedaan. In geval van beschadiging wordt de beschadigde kaart met het formulier, bedoeld in het tweede lid, ingeleverd bij door de IB-Groep aangewezen instellingen, of meegezonden aan de IB-Groep.

4.

Indien de studerende een duplicaat aanvraagt, is hij daarvoor aan de IB-Groep een bedrag verschuldigd van € 31,76.

5.

De originele kaart verliest zijn geldigheid op het moment dat het duplicaat is toegekend.

Artikel 4.12. Voorziening in geld
1.

In afwijking van artikel 4.1 kan de studerende die een opleiding in Nederland volgt en gedurende die opleiding een onderdeel daarvan buiten Nederland gaat volgen, over die periode in het buitenland op aanvraag in plaats van een OV-studentenkaart in aanmerking komen voor een voorziening in geld.

2.

De studerende komt in aanmerking voor een voorziening in geld als bedoeld in het eerste lid, indien:

3.

De voorziening in geld, bedoeld in het eerste lid, is gelijk aan het bedrag, bedoeld in 5.3, tweede lid, van de wet.

4.

Toekenning van de reisvoorziening in geld vindt plaats per kalendermaand voor de periode waarin de studerende voor de betreffende opleiding in het buitenland studeert. Na deze periode wordt dezelfde OV-studentenkaart ter beschikking gesteld zonder dat deze kaart opnieuw behoeft te worden aangevraagd. Indien de studerende eerder dan aangegeven terugkeert in Nederland, kan opnieuw een OV-studentenkaart worden aangevraagd met inachtneming van de aanvraagtermijn van artikel 2.4.

Hoofdstuk 5. Terugbetaling studieschuld

Artikel 5.1. Wijze van terugbetaling

De betaling van de maandelijkse termijnen voor de rente en aflossing van de lening, bedoeld in artikel 6.9 van de wet, geschiedt door middel van een daartoe door de debiteur verleende doorlopende machtiging om het verschuldigde bedrag maandelijks te doen afschrijven van een bankrekening van de debiteur.

Hoofdstuk 6a. Kopopleidingen

Artikel 6.1. Verrekening en terugbetaling
1.

Indien uit een beschikking tot herziening als bedoeld in artikel 7.1, tweede lid, van de wet blijkt dat te veel studiefinanciering is uitbetaald, wordt dit op de voet van het tweede en derde lid verrekend met nog te verrichten betalingen op grond van de wet.

2.

Eerst wordt zoveel mogelijk verrekend met de nabetalingen die vanaf het tijdstip van afgifte van de in het eerste lid bedoelde beschikking aan de studerende zouden moeten worden gedaan.

3.

Vervolgens wordt zolang het te veel uitbetaalde bedrag nog niet volledig is verrekend met de in het tweede lid bedoelde nabetalingen, verrekend met de maandbetalingen, bedoeld in artikel 13, tweede lid, van het Besluit studiefinanciering 2000. Wanneer die maandbetalingen hoger zijn dan € 155,08 naar de maatstaf van 1 januari 2013, geschiedt de verrekening met dat bedrag.

4.

Onder nabetalingen, bedoeld in het tweede lid, wordt verstaan de betaling van bedragen die op grond van enige herzieningsbeschikking over reeds op het tijdstip van afgifte van die beschikking verstreken maanden zonder de verrekening, bedoeld in het tweede lid, aan de studerende betaalbaar zouden worden gesteld.

5.

Indien er niet langer betalingen op grond van de wet zijn, wordt het bedrag aan studiefinanciering dat te veel is uitbetaald voor zover dat bedrag nog niet is verrekend, op eerste vordering binnen 30 dagen geheel terugbetaald.

6.

In afwijking van het vijfde lid wordt het de debiteur toegestaan, indien hij daartoe een aanvraag indient, het in het vijfde lid bedoelde bedrag in ten hoogste 24 maandelijkse termijnen terug te betalen, waarbij geen termijn, met uitzondering van de laatste termijn, kleiner zal zijn dan het bedrag, bedoeld in het derde lid, dan wel het op grond van artikel 6.2 aangepaste bedrag. De in de vorige volzin bedoelde betaling van de maandelijkse termijn door de debiteur geschiedt door middel van automatische incasso.

7.

Over het in het vijfde lid bedoelde bedrag, dat in maandelijkse termijnen wordt terugbetaald, is rente verschuldigd. Als rentepercentage wordt het percentage van de wettelijke rente gehanteerd. Deze rente wordt berekend per dag op basis van samengestelde interest en is verschuldigd over het bedrag van iedere terugbetaling afzonderlijk, met dien verstande dat ingeval de terugbetaling niet op de vervaldatum is ontvangen de op voet van deze bepaling berekende rente wordt bijgeschreven bij het verschuldigde bedrag, onverminderd het bepaalde in het negende lid.

8.

Voor de berekening van de rente op de voet van het zevende lid wordt een maand gesteld op 30 dagen en een jaar gesteld op 360 dagen.

9.

Indien een, met inachtneming van het zesde en zevende lid berekende, termijn niet op de vervaldatum is ontvangen, vervalt de in het zesde lid bedoelde toestemming. Het nog niet door de betaling van het in de reeds betaalde maandelijkse termijnen begrepen bedrag aan aflossing op het in het vijfde lid bedoelde bedrag, vermeerderd met het verschuldigde bedrag aan wettelijke rente, wordt op eerste vordering binnen 14 dagen door de debiteur geheel voldaan.

Artikel 6.2. Aanpassing

Aanpassing van het bedrag genoemd in artikel 6.1, derde lid, geschiedt met de procentuele wijziging, bedoeld in artikel 17, tweede lid, van het Besluit studiefinanciering 2000.

Hoofdstuk 7. Overgangsbepalingen

Artikel 7.1. Afwijking van artikel 4.7

Vervallen

Artikel 7.2. Afwijking van artikel 4.10

Wijzigt de Regeling studiefinanciering 2000.

Artikel 7.3. Afwijking van artikel 4.11

Wijzigt de Regeling studiefinanciering 2000.

Artikel 7.4. Afwijking van artikel 5.1
1.

Wijzigt deze regeling.

2.

In afwijking van artikel 5.1, kan de betaling, bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, voor debiteuren op wie hoofdstuk 10a van de wet van toepassing is, ook geschieden door een aan de debiteur gezonden acceptgirokaart.

3.

Indien de in het tweede lid bedoelde debiteur betaalt volgens de in artikel 5.1, eerste lid, bedoelde wijze, wordt de te betalen maandelijkse termijn telkens verminderd met € 0,77.

Artikel 7.5. Afwijking van de artikelen 6.1 en 6.2

Wijzigt de Regeling studiefinanciering 2000.

Artikel 7.6. Vastgestelde bedragen

Daar waar in ministeriële regelingen bedragen zijn vastgesteld voor het jaar 2000, worden deze bedragen vanaf 1 september 2000 geacht te zijn vastgesteld op grond van de wet.

Hoofdstuk 8. Slotbepalingen

Artikel 8.1. Intrekking

De Regeling aanleveren gegevens voor studiefinanciering bij duale opleidingen wordt ingetrokken.

Artikel 8.2. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, en werkt terug tot en met 1 september 2000.

Artikel 8.3. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling studiefinanciering 2000.

Bijlage 1

Vervallen

Bijlage 2

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst, met uitzondering van de bijlagen die ter inzage worden gelegd in de bibliotheek van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen en bij de IB-Groep.

Artikel 3.3. Studiefinanciering volledige opleiding in het buitenland: beroepsonderwijs
1.

Voor studiefinanciering kan een deelnemer als bedoeld in artikel 2.13a van de wet in aanmerking komen die onderwijs volgt aan een opleiding die voldoet aan de volgende criteria:

2.

In afwijking van het eerste lid, onderdeel a kan een deelnemer voor studiefinanciering in aanmerking komen die onderwijs volgt aan een instelling in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte aan een opleiding die niet vergelijkbaar is met enige beroepsopleiding in de landelijke kwalificatiestructuur als bedoeld in artikel 7.2.4 van de WEB.

Artikel 3.4. Beroepsonderwijs in het buitenland: opleiding niveau 1 of 2 dan wel niveau 3 of 4

Vervallen

Hoofdstuk 4. Reisvoorziening

Hoofdstuk 7. Overgangsbepalingen

Hoofdstuk 6a. Kopopleidingen

Hoofdstuk 8. Slotbepalingen

Bijlage 1

Vervallen

Bijlage 2

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst, met uitzondering van de bijlagen die ter inzage worden gelegd in de bibliotheek van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen en bij de IB-Groep.

Artikel 6a.1. Bacheloropleidingen en verwante kopopleidingen
1.

De bacheloropleidingen, bedoeld in artikel 5.6, vijfde lid, onderdeel a, van de wet zijn de opleidingen in de kolommen ‘HBO-bachelor’ en ‘WO-bachelor’ van de bijlage bij deze regeling.

2.

De hbo-lerarenopleidingen, bedoeld in artikel 5.6, vijfde lid, onderdeel b, van de wet zijn opleidingen tot leraar genoemd in de kolom ‘Bevoegdheid’ van de bijlage bij deze regeling. Een hbo-lerarenopleiding is verwant met een opleiding als bedoeld in het eerste lid van dit artikel als deze twee opleidingen in dezelfde rij van de bijlage zijn opgenomen.

Hoofdstuk 7. Overgangsbepalingen

Hoofdstuk 8. Slotbepalingen

Bijlage

Hbo-bachelor Wo-bachelor B Opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de tweede graad Crohonr.
Bedrijfseconomie, Bedrijfseconomie, Leraar economie* 35203
Accountancy, Algemene economie, 35202
Fiscale economie,
Commerciële economie,
Management, Economie en Recht
Nederlands Leraar Nederlands 35198
Engels Leraar Engels 35195
Duits Leraar Duits 35193
Frans Leraar Frans 35196
Spaans Leraar Spaans 35255
Arabisch Leraar Arabisch 35185
Turks Leraar Turks 35186
Fries Leraar Fries 35144
Geografie Leraar aardrijkskunde 35201
Geschiedenis Leraar geschiedenis 35197
Bedrijfswiskunde Wiskunde Leraar wiskunde 35221
Technische natuurkunde Natuurkunde Leraar natuurkunde 35261
Industrieel ontwerpen, Werktuigbouwkunde Industrieel ontwerpen Leraar techniek 35254
Chemie/ Scheikunde, Applied Science met Scheikunde Chemie/ Scheikunde Leraar scheikunde 35199
Biologie Leraar biologie 35301
Werktuigbouwkunde Werktuigbouwkunde Leraar werktuigbouw 35387
Elektrotechniek Elektrotechniek Leraar elektrotechniek 35384
Motorvoertuigen Leraar motorvoertuigentechniek 35386
Bouwkunde Bouwkunde Leraar bouwkunde 35382
Bouwtechniek Bouwtechniek Leraar bouwtechniek 35383
Pedagogiek, Pedagogiek Leraar pedagogiek 35204
Sociaal Pedagogische Hulpverlening Politicologie Leraar maatschappijleer 35411
Sociaal Pedagogische Hulpverlening, Pedagogiek, Leraar omgangskunde 35421
Maatschappelijk Werk en Dienstverlening, Psychologie
Cultureel Maatschappelijke Vorming,
Creatieve Therapie,
Pedagogiek,
Psychologie,
Personeel en Arbeid
Technische Informatica Informatica Docent informatie en communicatie technologie 39116
Godsdienst-pastoraal Werk Theologie Leraar godsdienst 35441
HBO-bachelor (alleen van het Hoger Agrarisch Onderwijs) WO-bachelor (alleen van de Wageningen Universiteit)
Plattelandsvernieuwing, Bos- en natuurbeheer, Leraar educatie en kennis-management voor de groene sector 34899
Landbouw, Milieukunde, Leraar educatie en kennis-management voor de groene sector 34899
Plantenteelt, Agrotechnologie, Leraar educatie en kennis-management voor de groene sector 34899
Veehouderij, Plantenwetenschappen, Leraar educatie en kennis-management voor de groene sector 34899
Tuinbouw en akkerbouw, Biotechnologie, Leraar educatie en kennis-management voor de groene sector 34899
Dier- en veehouderij, Landschapsarchitectuur en ruimtelijke planning, Leraar educatie en kennis-management voor de groene sector 34899
Voedingsmiddelentechnologie, Landschap, planning en ontwerp, Leraar educatie en kennis-management voor de groene sector 34899
Fooddesign en innovation, Dierwetenschappen, Leraar educatie en kennis-management voor de groene sector 34899
Tuinbouw, Biologie, Leraar educatie en kennis-management voor de groene sector 34899
Levensmiddelentechnologie, Voeding en gezondheid, Leraar educatie en kennis-management voor de groene sector 34899
Bos- en Natuurbeheer, Levensmiddelentechnologie, Leraar educatie en kennis-management voor de groene sector 34899
Tuin- en landschapsinrichting, Voedingsmiddelentechnologie, Leraar educatie en kennis-management voor de groene sector 34899
Tropische Landbouw, Plant /Biotechnologie, Leraar educatie en kennis-management voor de groene sector 34899
Diermanagement, Foodquality Management Leraar educatie en kennis-management voor de groene sector 34899
Bedrijfskunde en agribusiness,
Agrarische bedrijfskunde

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst, met uitzondering van de bijlagen die ter inzage worden gelegd in de bibliotheek van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen en bij de IB-Groep.

Hoofdstuk 5. Terugbetaling studieschuld

Artikel 5.2. Aflosvrije periode
1.

Op aanvraag van de debiteur kan de terugbetaling, bedoeld in artikel 6.7, tweede lid, en artikel 10a.5, eerste lid, van de wet, worden opgeschort met een of meerdere aflosvrije periodes.

2.

Een aflosvrije periode beslaat minimaal drie kalendermaanden.

3.

De debiteur dient een aanvraag als bedoeld in het eerste lid in uiterlijk 1 maand voor de datum waarop de aflosvrije periode in moet gaan.

4.

Voor elke aflosvrije periode wordt een nieuwe aanvraag ingediend bij de Minister.

5.

In afwijking van het tweede lid, beslaat een aflosvrije periode voor een debiteur die in het buitenland woont als bedoeld in artikel 10a.6, vierde lid, van de wet, minimaal één kalenderjaar.

Hoofdstuk 6. Herziening

Hoofdstuk 8. Slotbepalingen

Bijlage. behorende bij artikel 6a.1

HBO-bachelor Croho-nummer WO-bachelor Croho-nummer Bevoegdheid (leraar vo 2e graads) Isatcode
Bedrijfseconomie 34401 Bedrijfseconomie 50750 Leraar bedrijfseconomie2 Leraar economie2 Leraar algemene economie2 35203
Accountancy 34406 Algemene economie 50644 Leraar bedrijfseconomie2 Leraar economie2 Leraar algemene economie2 35207
Fiscale economie 34409 Economie 56401 Leraar bedrijfseconomie2 Leraar economie2 Leraar algemene economie2 35202
Fiscaal Recht en Economie 34140 Bedrijfskunde 50645 Leraar bedrijfseconomie2 Leraar economie2 Leraar algemene economie2
Commerciële economie 34402 Economie en bedrijfskunde 50950 Leraar bedrijfseconomie2 Leraar economie2 Leraar algemene economie2
Commercieel management1 34126 Leraar bedrijfseconomie2 Leraar economie2 Leraar algemene economie2
Management, economie, recht 34435 Leraar bedrijfseconomie2 Leraar economie2 Leraar algemene economie2
Nederlandse taal en cultuur 56804/ 06804 Leraar Nederlands 35198
Engelse taal en cultuur 56806/ 06806 Leraar Engels 35195
Duitse taal en cultuur 56805/ 06805 Leraar Duits 35193
Franse taal en cultuur 56808/ 06808 Leraar Frans 35196
Afstudeerrichting Frans vd opl. Romaanse talen en culturen 56074 Leraar Frans
Spaanse taal en cultuur 56810/ 06810 Leraar Spaans 35255
Talen en culturen van Latijns Amerika (Spaans) 56052 Leraar Spaans
Afstudeerrichting Spaans vd opl. Romaanse talen en culturen 56074 Leraar Spaans
Arabische taal en cultuur 56040 Leraar Arabisch 35185
Afstudeerrichting Arabisch vd opl. Arabische, Nieuwperzische en Turkse talen en culturen 56016 Leraar Arabisch
Afstudeerrichting Turks vd opl. Arabische, Nieuwperzische en Turkse talen en culturen 56016 Leraar Turks 35186
Friese taal en cultuur 56012 Leraar Fries 35144
Sociale geografie en planologie 56838 Leraar aardrijkskunde 35197
Aardwetenschappen 56986 Leraar aardrijkskunde
Aarde en economie 50668 Leraar aardrijkskunde
Geschiedenis 56034 Leraar geschiedenis 35197
Bedrijfswiskunde 35168 Wiskunde 56980 Leraar wiskunde 35221
Technische natuurkunde 34268 Natuurkunde 50206 Leraar natuurkunde 35261
Natuur- en sterrenkunde 56984 Leraar natuurkunde
Technische natuurkunde 56962 Leraar natuurkunde
Medische natuurwetenschappen 50800 Leraar natuurkunde
Werktuigbouwkunde 34280 Industrieel ontwerpen 56955 Leraar techniek 35254
Industrieel product ontwerpen 34389 Industrial design 50441 Leraar techniek
Chemie 34396/ 04186 Scheikunde 56857/ 06857 Leraar scheikunde 35199
Applied science met scheikunde 30008 Life science and technology 56286 Leraar scheikunde
Chemische technologie 34275 Scheikundige technologie 56960 Leraar scheikunde
Molecular science technology 59308 Leraar scheikunde
Biomedische technologie 56226 Leraar scheikunde
Farmaceutische wetenschappen 59989 Leraar scheikunde
Moleculaire levenswetenschappen 59304 Leraar scheikunde
Biologie 56860 Leraar biologie 35301
Werktuigbouwkunde 34280 Werktuigbouwkunde 56966/ 06966 Leraar werktuigbouw I en II 35387
Elektrotechniek 34267 Elektrotechniek 56953 Leraar elektrotechniek I en II 35384
AOT-techniek 34386 Leraar elektrotechniek I en II
Automotive 30018 Leraar motorvoertuigentechniek I en II 35386
Autotechniek 34262 Leraar motorvoertuigentechniek I en II
Bouwkunde Bouwkunde 56951 Leraar bouwkunde I en II 35382
Bouwkunde Leraar Mens en technologie3
Technische informatica 34475 Leraar ICT/leraar informatica 39116
Hbo ICT 30020 Leraar ICT/leraar informatica
Theologie of Godsdienst Pastoraal werk (GPW) 35146 Theologie 56109 Leraar godsdienst/levensbeschouwing 35441
Theologie klassiek 50021 Leraar godsdienst/levensbeschouwing
Theologie plus 50022 Leraar godsdienst/levensbeschouwing
Godgeleerdheid 56100 Leraar godsdienst/levensbeschouwing
Godsdienstwetenschap 56104 Leraar godsdienst/levensbeschouwing
Wereldgodsdiensten 50202 Leraar godsdienst/levensbeschouwing
Religie en levensbeschouwing 56114 Leraar godsdienst/levensbeschouwing
Religiestudies 50902 Leraar godsdienst/levensbeschouwing
Islamitische theologie 56120 Leraar godsdienst/levensbeschouwing
Politicologie 56606 Leraar maatschappijleer 35411
Sociologie 56601 Leraar maatschappijleer
Algemene sociale wetenschappen 56631 Leraar maatschappijleer
Bestuurskunde 56627 Leraar maatschappijleer
Pedagogiek 35158 Pedagogische wetenschappen 56607 Leraar pedagogiek 35204
Sociaal pedagogische hulpverlening 34617 Leraar pedagogiek
Sociaal pedagogische hulpverlening 34617 Pedagogische wetenschappen 56607 Leraar omgangskunde 35421
Maatschappelijk werk en dienstverlening 34616 Psychologie 56604
Cultureel maatschappelijke vorming 34610
Creatieve therapie 34644
Pedagogiek 35158
Toegepaste psychologie 34507/ 81006
Personeel en arbeid 34609
Hbo-bachelor (alleen van het Hoger Agrarische Onderwijs) Wo-bachelor (alleen van de Wageningen Universiteit)
Plattelandsvernieuwing 34859 Dierwetenschappen 56849 Leraar educatie en kennismanagement voor de groene sector 34899
Tuinbouw en akkerbouw 34868 Levensmiddelentechnologie 56973 Leraar educatie en kennismanagement voor de groene sector
Dier- en veehouderij 34869 Voeding en gezondheid 56868 Leraar educatie en kennismanagement voor de groene sector
Diermanagement 34333 Landschapsarchitectuur en ruimtelijke planning 56848 Leraar educatie en kennismanagement voor de groene sector
Voedingsmiddelentechnologie 34856 Bos- en natuurbeheer 56219 Leraar educatie en kennismanagement voor de groene sector
Fooddesign en innovatie 34122 Agrotechnologie 56831 Leraar educatie en kennismanagement voor de groene sector
Tuin- en landschapsinrichting 34220 Milieukunde 56283 Leraar educatie en kennismanagement voor de groene sector
Tropische landbouw 34203 Plantenwetenschappen 56835 Leraar educatie en kennismanagement voor de groene sector
Bedrijfskunde en agribusiness 34866 Plant/Biotechnologie 56841 Leraar educatie en kennismanagement voor de groene sector
Bos- en natuurbeheer 34221 Biotechnologie 56841 Leraar educatie en kennismanagement voor de groene sector
Milieukunde 34284 Biologie 56860 Leraar educatie en kennismanagement voor de groene sector
Biotechnologie 34331 Leraar educatie en kennismanagement voor de groene sector
Land- en Watermanagement 34226 Leraar educatie en kennismanagement voor de groene sector
Kust- en Zeemanagement 39204 Leraar educatie en kennismanagement voor de groene sector
Toegepaste Biologie 30009 Leraar educatie en kennismanagement voor de groene sector
Food Commerce & Technology 30022 Leraar educatie en kennismanagement voor de groene sector
Greenport Business and Retail 30024 Leraar educatie en kennismanagement voor de groene sector
Landscape and Environment Management 30028 Leraar educatie en kennismanagement voor de groene sector

1Alleen met uitstroomprofiel Commerciële Economie.

2 Afhankelijk van vakkenpakket.

3Alleen voor het uitstroomprofiel bouwkunde.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst, met uitzondering van de bijlagen die ter inzage worden gelegd in de bibliotheek van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen en bij de IB-Groep.