Uitvoeringsregeling energie-investeringsaftrek 2001

Type Ministeriële regeling
Publication 2026-01-01
State In force
Source BWB
artikelen 36
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Voorbeelden van organische reststoffen zijn: melasse, aardappelschillen, bietenpuntjes, gebruikte plantaardige of dierlijke oliën of vetten, slachtafval, glycerine dat als restproduct is vrijgekomen.

Een energie-advies ter verbetering van de energie-efficiency van objecten door middel van een verkenning van de mogelijkheden om maatregelen te treffen, en bestaande uit:

F. Energie-advies

Dit EPA-maatwerkadviesrapport bevat ten minste de volgende gegevens:

Artikel 2

2.

Als referentie voor de berekening van de energiebesparing dient bij bestaande bouwwerken, bestaande processen en bestaande transportmiddelen het historisch energiegebruik. Bij nieuwe processen, nieuwe bouwwerken en nieuwe transportmiddelen dient het in de betreffende branche gemiddeld gangbare energiegebruik bij (soortgelijke) nieuwe investeringen bij vergelijkbare toepassingen als referentie.

3.

De bovenstaande systematiek is ook van toepassing indien een besparing plaatsvindt op de fossiele brandstoffen, aardgas, aardolie of steenkool die als grondstof worden ingezet en wordt voldaan aan de gestelde besparingsnormen in lid 1.

Ook geldt dit indien wordt bespaard op waterstof die als grondstof, secundaire hulpstof of brandstof wordt ingezet en wordt voldaan aan de gestelde besparingsnormen in lid 1.

De systematiek is daarnaast ook van toepassing indien een besparing op fossiele brandstoffen plaatsvindt door vloeibare- of gasvormige zuurstof of vloeibare- of gasvormige stikstof of vloeibare CO2 die als hulpstof worden ingezet en wordt voldaan aan de gestelde besparingsnormen in lid 1.

4.

Bij de berekening van de energiebesparing wordt de besparing door verlaging van het primaire energiegebruik per eenheid product door toepassing van groeibevorderende stoffen of groeibevorderende voorzieningen voor levende organismen buiten beschouwing gelaten.

5.

Ten aanzien van de investeringen omschreven onder D moeten deze voorzieningen er toe strekken de inzet van fossiele brandstoffen te beperken door voor ten minste 70% van de energie-inhoud gebruik te maken van duurzame energie. Onder duurzame energie valt: zonne-energie, windenergie, waterkracht, het benutten of opslaan van omgevingswarmte en biomassa.

6.

Voor investeringen, die naar aard, toepassing en gebruik overeenkomen met een nader omschreven investering, zijn de eisen die worden gesteld aan zo’n nader omschreven investering eveneens van toepassing.

Dit geldt voor:

A.1.2.B tot en met A.1.2.K; A.2.1.B tot en met A.2.1.E; A.3.1.B; A.3.2.B.; A.4.2.B tot en met A.4.2.D;

B.1.1.B.;B.1.2.B tot en met B.1.2.N;

C.1.2.B; C.1.2.C; C.1.3.B; C.1.3.C; C.2.1.B;

D.1.1.B; D.1.1.C; D.2.1.A; D.2.1.B; D.3.1.B; D.4.1.A tot en met D.4.1.C; D.5.1.A tot en met D.5.1.D.

Indien bij deze nader omschreven investeringen de omschrijving zich beperkt tot de bestaande situatie, zijn deze investeringen die geen betrekking hebben op de bestaande situatie, uitgesloten van energie-investeringsaftrek.

7.

Met betrekking tot investeringen nader omschreven onder A.2.1.C en A.3.2 .B zijn voorzieningen die (mede) worden toegepast in tuinbouwkassen voor zware stookteelt uitgesloten van deze regeling. De uitsluiting geldt niet voor investeringen nader omschreven onder A.1.2.B., A.2.1.C.b., A.2.1.C.c., A.3.1.B., D.5.1.A en D.5.1.B.

8.

Met betrekking tot investeringen nader omschreven onder A.2.1.C en A.3.2 .B zijn voorzieningen die (mede) worden toegepast in tuinbouwkassen voor zware stookteelt uitgesloten van deze regeling. De uitsluiting geldt niet voor investeringen nader omschreven onder A.1.2.B., A.2.1.C.b., A.2.1.C.c. en A.3.2.C.

Artikel 3

Hierbij wordt X berekend door de onderste verbrandingswaarde in MJ/Nm3 van het ingezette aardgas te delen door 31,65 MJ/Nm3 .

Hierbij wordt X berekend door de onderste verbrandingswaarde in MJ/Nm3 van het ingezette aardgas te delen door 31,65 MJ/Nm3.

Artikel 4

2.

Bij een gecombineerd energie-milieuadvies wordt 50% van de totale advieskosten toegerekend aan het energie-advies.

3.

Bij de berekening van de energiebesparing per geïnvesteerde euro voor investeringen als bedoeld in artikel 2, blijven bij het geïnvesteerde bedrag de kosten van het energie-advies buiten beschouwing.

4.

Een object is een bestaand totaal bedrijfsgebouw of een bestaand totaal proces dat apart bemeterd is voor energiedragers.

4.

Een object is een bestaand totaal bedrijfsgebouw of een bestaand totaal proces dat apart bemeterd is voor energiedragers.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

B. Investeringen ten behoeve van energiebesparing bij apparatuur of processen

C. Investeringen ten behoeve van energiebesparing bij transportmiddelen

D. Investeringen ten behoeve van het aanwenden of toepassen van duurzame energie

E. Energie-advies of een maatwerkadvies zoals dit is vastgelegd in ISSO 75.2.

Het maatwerkadvies zoals dat neergelegd is in ISSO 75.2 is afgestemd op de BRL9500 deel 4 EPA-maatwerkadvies voor bestaande utiliteitsgebouwen.

Artikel 3

Bij de berekening van de besparing gelden de volgende omrekenfactoren:

Artikel 4

1.

De voorwaarden als bedoeld in artikel 3.42, vijfde lid, van de wet waaronder de kosten van een daar bedoeld advies inzake energiebesparende maatregelen kunnen worden begrepen onder de aanschaffings- of voortbrengingskosten van een energie-investering, zijn:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

C. Investeringen in of aan transportmiddelen ten behoeve van energiebesparing

Artikel 2

E. Investeringen ten behoeve van balanceren van energie in de energie-infrastructuur

F. Investeringen ten behoeve van energietransitie en CO2-emissiereductie

Artikel 2

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 2

Artikel 5

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 5

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

F. Investeringen ten behoeve van energietransitie en CO2-emissiereductie

Artikel 4

Artikel 3

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 5

Artikel 4

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 4

Artikel 5

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 4

Artikel 5

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Technische voorzieningen ten behoeve van energiebesparing in of bij bedrijfsgebouwen, door:

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)