Afkortingenlijst
Lijst Richtlijnen, Verordeningen en Verdragen
A1. Toegang
1. Inleiding
4. De verhouding tussen de Minister, de korpschef en de bevelhebber van de Koninklijke Marechaussee
A2. Grensbewaking, toegang, visa en verblijf in de vrije termijn
2. Bevoegdheid
1.1. Toegang/Schengen
1.2. Buiten- en binnengrenzen
1.3. Grensdoorlaatposten
1.3.1. Verdeling uitoefening grensbewakingstaken
Tijdelijke grensdoorlaatposten worden ingesteld met het oog op bijzondere omstandigheden en zijn gedurende de tijd dat zij zijn opengesteld te beschouwen als gewone grensdoorlaatposten (artikel 2, achtste lid, SGC). De ambtenaren van de KMar zijn belast met de grensbewaking bij de tijdelijke grensdoorlaatposten.
In Nederland zijn de ambtenaren van politie, de KMar en de ZHP bevoegd om visa, daaronder begrepen een mvv, nietig te verklaren en in te trekken.
2. Bevoegdheden
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen is bevoegd de bepalingen van de Vw toe te passen op vreemdelingen die niet tot een van de hieronder genoemde categorieën behoren:
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen neemt onmiddellijk contact op met het Ministerie van BuZa, dat hiertoe ook gedurende het weekeinde en feestdagen telefonisch bereikbaar is in de hierna genoemde situaties:
3. Voorwaarden
3. Handelingen na aantreffen aan de Nederlandse buitengrens bij inreis van een al dan niet gesignaleerde vreemdeling
De ambtenaar belast met de grensbewaking verleent toegang aan een vreemdeling als die in het bezit is van een geldige Nederlandse verblijfsvergunning of mvv en er geen twijfel bestaat over de rechtmatigheid van deze verblijfsvergunning of mvv.
3. Informatie en contactgegevens
3. Informatie en contactgegevens
3. Informatie en contactgegevens
Gevaar voor de openbare orde bestaat in ieder geval in de volgende situaties:
De ambtenaar belast met de grensbewaking die gegronde redenen heeft te veronderstellen dat de vreemdeling (politieke) activiteiten ontplooit die een gevaar opleveren voor de openbare orde, de nationale veiligheid of de internationale betrekkingen stemt met de IND af of toegang aan de vreemdeling kan worden verleend.
Een vreemdeling die een gevaar oplevert voor de openbare orde of de nationale veiligheid mag niet tijdens de vrije termijn in het Schengengebied verblijven.
De vreemdeling moet voldoen aan de voorwaarden voor toegang tenzij deze in het bezit is van een reisdocument voor vluchtelingen dat is afgegeven op grond van tenminste één van de volgende regelingen:
De ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen of de DT&V mag deze vreemdeling niet naar zijn land van herkomst verwijderen.
Het onderstaande geldt met in achtneming van het bovenstaande, dat wil zeggen er moet worden voldaan aan artikel 6, eerste lid, SGC.
De ambtenaar belast met de grensbewaking verricht na het aantreffen aan de buitengrens van een vreemdeling zonder geldige verblijfsvergunning of visum voor verblijf van langere duur voor Nederland of een van de andere Schengenlidstaten, die gesignaleerd is in:
4. Bewijsmiddelen
De ambtenaar belast met de grensbewaking mag diplomatieke ambtenaren en andere geprivilegieerde personen niet in het E&S controleren.
De ambtenaar belast met de grensbewaking verricht na het aantreffen aan de buitengrens van een vreemdeling die in het bezit is van een voor een andere lidstaat geldige verblijfsvergunning of visum voor verblijf van langere duur en die gesignaleerd is in E&S, de volgende handeling:
2.2. Verplichtingen
4.2. Afgifte van bijzondere doorlaatbewijzen aan de grens
Het Bureau SIRENE verricht vervolgens, bij alle bovenstaande situaties de volgende handelingen:
4. Bewijsmiddelen
4.1. Document voor grensoverschrijding
2.2.2.2. Zorg- en afschriftplicht
2.2.2.3. Terugvoerplicht
4.2. Afgifte van bijzondere doorlaatbewijzen aan de grens
2.2.3. Verplichtingen voor gezagvoerders van luchtvaartuigen
4.3. Visum
Het afgeven van bijzondere doorlaatbewijzen aan de grens is een bevoegdheid van de lidstaten van de Benelux. De ambtenaar belast met de grensbewaking geeft het bijzondere doorlaatbewijs af op grond van het reisdoel en de plaats van bestemming voor:
De ambtenaar belast met de grensbewaking toetst de afgifte van een bijzonder doorlaatbewijs aan elk van de volgende voorwaarden:
4.4. Reisdoel
4.4. Reisdoel
3.2. Grondige controle
4.3. Visum
4.1. Algemeen
4.5. Middelen van bestaan
4.4. Reisdoel
4.1. Het vereiste van een geldig grensoverschrijdingsdocument met benodigd – geldig – visum
4. Bestuurlijke Informatievoorziening binnen de vreemdelingenketen
4.1. Algemeen
5. Klachten
De ambtenaar belast met de grensbewaking is bevoegd de vreemdeling een meldplicht op te leggen met toepassing van artikel 4.24, eerste lid, onder d, Vb.
6. Registratie en Identificatie
4. Bestuurlijke Informatievoorziening binnen de vreemdelingenketen
4. Bestuurlijke Informatievoorziening binnen de vreemdelingenketen
4.6. Deponeren retourticket en garantiesom
4.6. Deponeren retourticket en garantiesom
4.1. Algemeen
4. Bestuurlijke Informatievoorziening binnen de vreemdelingenketen
4.1. Algemeen
5. Klachten
4.6. Deponeren retourticket en garantiesom
4.2. Rapportage Vreemdelingenketen
De vreemdeling mag ook een garantiesom deponeren in plaats van een retourticket. Voor de hoogte van de garantiesom zijn de lijnvluchttarieven van de KLM bepalend. Zie voor de tarieven www.klm.com.
De vreemdeling mag in ieder geval in de volgende situaties gebruik maken van de mogelijkheid een garantiesom te deponeren:
De ambtenaar belast met de grensbewaking reikt aan de vreemdeling die bij binnenkomst in Nederland een garantiesom of een retourticket deponeert een folder uit. In deze folder wordt informatie verschaft over ontvangst, beheer en teruggave van aan de grens gedeponeerde garantiesommen en retourtickets.
5. Klachten
De Korpschef beheert de bij hem gedeponeerde retourtickets en garantiesommen. Retourtickets die aan de grens zijn gedeponeerd, zendt de ambtenaar belast met de grensbewaking toe aan de Korpschef van de politieregio waarin de gemeente waar de vreemdeling zal verblijven is gelegen. Garantiesommen die aan de grens zijn gedeponeerd stort de ambtenaar belast met de grensbewaking op de rekening van de Korpschef. Retourtickets en garantiesommen die aan de grensdoorlaatposten van Amsterdam Schiphol (luchthaven), Rotterdam en Rotterdam-Havens zijn gedeponeerd blijven bij de KMar en ZHP.
4.7. Garantstelling door derde
4.7. Garantstelling door derde
6. Registratie en Identificatie
6.2. Het PIL
De overheidsinstantie die de garantiesommen beheert, neemt bij teruggave van de garantiesom of het retourticket aan de vreemdeling of de derde het ontvangstbewijs in.
4.8. Aannemelijk maken Nederlanderschap
4.7. Garantstelling door derde
In het geval dat de vreemdeling zelf niet over voldoende middelen van bestaan beschikt, verleent de ambtenaar belast met de grensbewaking de vreemdeling toegang wanneer een solvabele derde die in Nederland rechtmatig verblijf heeft zich garant stelt door ondertekening van een garantverklaring (zie bijlage 6a VV tot en met bijlage 6c VV/artikel 14, vierde lid, Visumcode).
De solvabele derde stelt zich garant voor de kosten die voor de staat of voor andere openbare lichamen uit het verblijf van de vreemdeling kunnen voortvloeien, en ook voor de kosten van de reis naar een plaats buiten Nederland waar de toelating van de vreemdeling is gewaarborgd. De ambtenaar belast met de grensbewaking merkt een derde aan als solvabel als de derde zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan. De begrippen zelfstandig, duurzaam en voldoende zijn nader uitgewerkt in artikel 3.73 Vb, artikel 3.75 Vb en artikel 3.74, eerste lid, onder a Vb en zijn overeenkomstig van toepassing op de verlening van een visum voor kort verblijf aan een vreemdeling.
In het geval dat een solvabele derde zich garant stelt voor meer dan één persoon, mag de ambtenaar belast met de grensbewaking aanvullende voorwaarden stellen. De ambtenaar belast met de grensbewaking mag verlangen dat de solvabele derde een bankgarantie ter hoogte van het lijnvluchttarief KLM en/of meerdere gescheiden garantverklaringen overlegt. De solvabele derde moet zelfstandig en duurzaam over voldoende middelen van bestaan beschikken voor elke aanvullend aangedragen vreemdeling voor wie de solvabele derde zich garant wil stellen.
4.9. Procedure vervallen en inhouding document voor grensoverschrijding
4.8. Aannemelijk maken Nederlanderschap
4.10. Onderdanen van de EU, de EER en Zwitserland
4.10. Onderdanen van de EU, de EER en Zwitserland
5.2.5. Aantekening omtrent het weigeren van toegang
6.3. De BVV
4.9. Procedure vervallen en inhouding document voor grensoverschrijding
6.4. Het gegevenswoordenboek voor de vreemdelingenketen
4.10. Onderdanen van de EU, de EER en Zwitserland
6.4. Het gegevenswoordenboek voor de vreemdelingenketen
6.5. Archivering
6.5. Archivering
6.5. Archivering
6.5. Archivering
1. Algemeen
2. Toegang
1. Algemeen
4.11. Diplomatieke en consulaire koeriers
4.11. Diplomatieke en consulaire koeriers
De vreemdeling moet bij de eerdere verwijdering om redenen van de openbare orde, de nationale veiligheid of de volksgezondheid aangemerkt zijn als een actuele, werkelijke en ernstige bedreiging van de openbare orde, de nationale veiligheid of de volksgezondheid. De vreemdeling die eerder om redenen van de openbare orde, de nationale veiligheid of de volksgezondheid is verwijderd mag na verloop van een redelijke termijn, en in ieder geval na drie jaar gerekend vanaf zijn vertrek, een aanvraag indienen om opheffing van het eerdere besluit om hem uit Nederland te verwijderen.
3. Ambtenaren belast met grensbewaking, geografische verdeling
4.12. Passagierende zeelieden
4.12. Passagierende zeelieden
4.11. Diplomatieke en consulaire koeriers
4. Overschrijding van de buitengrenzen en toegangsvoorwaarden
4.13. Adoptiekind, adoptiefkind en pleegkind
4.13. Adoptiekind, adoptiefkind en pleegkind
4.12. Passagierende zeelieden
4.2. Toegangsvoorwaarden voor onderdanen van derde landen
4.2. Toegangsvoorwaarden voor onderdanen van derde landen
4.2.1. Grensoverschrijdingsdocument
4.13. Adoptiekind, adoptiefkind en pleegkind
5. Visa
5.1. Wijzigen van visa
5.1. Wijzigen van visa
4.2. Toegangsvoorwaarden voor onderdanen van derde landen
4.2.1. Grensoverschrijdingsdocument
5. Visa
6.2.2. Vrijstelling van visum- en paspoortplicht
5.1. Wijzigen van visa
4.2.2. Visum
4.2.2. Visum
4.2.2. Visum
4.2.2. Visum
4.2.3. Reisdoel en middelen van bestaan
4.2.3.1. Reisdoel
4.2.3.1. Reisdoel
4.2.3. Reisdoel en middelen van bestaan
4.2.3.2. Middelen van bestaan
4.2.3. Reisdoel en middelen van bestaan
4.2.3. Reisdoel en middelen van bestaan
4.2.3.1. Reisdoel
De Visadienst is de bevoegde autoriteit om over te gaan tot het verlengen van de geldigheidsduur van door één van de Schengenlidstaten afgegeven visa. De IND-loketten zijn verantwoordelijk voor de verlenging van de geldigheidsduur van visa.
4.2.3.1. Reisdoel
5.2. Kosten van visa
5.2. Kosten van visa
5.2. Kosten van visa
5.3. Terugkeervisa
Verlenging van de geldigheidsduur boven de 90 dagen is in die gevallen noodzakelijk om het Erasmus Mundus programma of de voorstelling hier te lande te kunnen volbrengen of te geven. In de overige gevallen moet er sprake te zijn van zeer bijzondere omstandigheden die gebaseerd zijn op overmacht of op strikt humanitaire redenen.
4.3.1. Het visumvereiste
Aan scholieren van derde landen die rechtmatig in Nederland verblijven, kan ter vereenvoudiging van het organiseren van schoolreizen binnen de EU een reizigerslijst voor scholieren worden afgegeven overeenkomstig het besluit van de Raad van de EU van 30 november 1994 (94/75/JBZ). Model M7 bevat een standaard reizigerslijst.
De IND beheert het model van de aanvraag om een terugkeervisum, en ook de modellen van de beschikkingen tot afwijzing van deze aanvraag. De Hoofddirecteur van de IND stelt op grond van het basismodel aantekeningensticker het model voor het terugkeervisum vast (zie bijlage 7 VV en de website van de IND).
De in artikel 8.7, tweede, derde en vierde lid, Vw bedoelde familieleden van een onderdaan van de EU, de EER of Zwitserland die zijn recht op vrij verkeer uitoefent zijn vrijgesteld van kosten voor het verstrekken van een visum.
De IND verstaat onder dwingende en dringende familieomstandigheden in de zin van artikel 1.28 Vb in ieder geval het volgende:
4.3.1. Het visumvereiste
4.3.2. Plaats van afgifte visa
4.3.2. Plaats van afgifte visa
5.4. Visum voor verblijf van langere duur (mvv) (type D)
5.4. Visum voor verblijf van langere duur (mvv) (type D)
5.4. Visum voor verblijf van langere duur (mvv) (type D)
5.4. Visum voor verblijf van langere duur (mvv) (type D)
6. Vrije termijn
6. Vrije termijn
6.4.2.1. Voorwaarden voor binnenkomst
4.3.3. Soorten van visa
5.4. Visum voor verblijf van langere duur (mvv) (type D)
4.3.3. Soorten van visa
6. Vrije termijn
7. Toezicht aan de buitengrens
7. Toezicht aan de buitengrens
7.1. Controle
5.4. Visum voor verblijf van langere duur (mvv) (type D)
7.2. Toegang onder voorwaarden
7.2. Toegang onder voorwaarden
7. Toezicht aan de buitengrens
7.1. Controle
4.3.1. Algemeen
6.6.2. Houders van vreemdelingenpaspoorten aan wie (nog) geen lang verblijf in Nederland is toegestaan
De ambtenaar belast met de grensbewaking geeft kennis van de toegang onder voorwaarden door een formulier (zie model M20) te zenden aan de eenheidsleiding van de politieregio waarin de gemeente waar de vreemdeling zal verblijven is gelegen. De ambtenaar belast met de grensbewaking zendt een garantverklaring, als die is afgegeven, met deze kennisgeving mee.
De ambtenaar belast met de grensbewaking verleent toegang onder voorwaarden aan:
De ambtenaar belast met de grensbewaking kan aan de vreemdeling die de toegang onder voorwaarden is verleend niet:
4.3.6.1. Wijziging
De ambtenaar belast met de grensbewaking stelt de aantekeningen door middel van het aanbrengen van de sticker ‘Doorlating onder voorwaarden’ in het geldige document voor grensoverschrijding. De ambtenaar belast met de grensbewaking plaatst het inreisstempel half op en half onder het laminaat van de sticker.
De ambtenaar belast met de grensbewaking geeft kennis van de toegang onder voorwaarden door een formulier (zie model M20) te zenden aan de eenheidsleiding van de politieregio waarin de gemeente waar de vreemdeling zal verblijven is gelegen. De ambtenaar belast met de grensbewaking zendt een garantverklaring, als die is afgegeven, met deze kennisgeving mee.
De ambtenaar belast met de grensbewaking zendt de door de vreemdeling overgelegde verklaringen mee als een niet-visumplichtige vreemdeling zijn verblijfsdoel wijzigt in kort verblijf.
4.3.3.2. Nationale visa
7.2. Toegang onder voorwaarden
6.8.2. Bijzonderheden in verband met toegang en grenscontrole
7.3. Weigeren van toegang
7.3. Weigeren van toegang
4.3.3. Soorten van visa
4.3.4. Verplichting tot aanmelding
4.3.3. Soorten van visa
Onder de voorwaarden die zijn opgesomd in artikel 6, vijfde lid, onder c, Schengengrenscode kan de ambtenaar belast met de grensbewaking de toegang verlenen voor de duur die noodzakelijk is om de door- of terugreis van de vreemdeling per eerstvolgende gelegenheid te kunnen voortzetten. Deze voorwaarden zijn nader uitgewerkt in artikel 2.6 VV.
De ambtenaar belast met de grensbewaking mag de toegang weigeren aan vreemdelingen ten aanzien van wie een gegrond vermoeden bestaat dat zij toegang vragen voor een ander doel dan waarvoor artikel 6, vijfde lid, onder c, Schengengrenscode bedoeld is.
De ambtenaar belast met de grensbewaking verstrekt in het geval van toegangsverlening aan de vreemdeling op grond van de Clausuleregeling een afzonderlijke verklaring aan de vreemdeling.
4.3.5. Kosten
De ambtenaar belast met de grensbewaking plaatst een Clausulestempel voorzien van het verbalisantennummer van de afgevende ambtenaar en de datum van de (vermoedelijke) uitreis in het document voor grensoverschrijding. In de uitsparing van de Clausulestempel wordt bij inreis tevens een inreisstempel geplaatst.
De verklaring moet door de vreemdeling bij uitreis bij de ambtenaar belast met de grensbewaking van één van de daartoe aangewezen luchthavens binnen Nederland worden ingeleverd. In de uitsparing van de Clausulestempel wordt bij uitreis een uitreisstempel geplaatst in het document voor grensoverschrijding van de vreemdeling.
De ambtenaar belast met de grensbewaking kan eveneens conform de voorwaarden van artikel 25 van de Verordening (EG) Nr.810/2009 (Visumcode) een territoriaal beperkt visum verlenen met een geldigheidsduur die noodzakelijk is om de doorreis te kunnen voortzetten.
4.3.3.2. Nationale visa
4.3.4. Verplichting tot aanmelding
7.3. Weigeren van toegang
4.3.6. Wijziging en verlenging van visa
7.3. Weigeren van toegang
4.3.8.3. Praktische handelingen
7.4. Ondersteuning van doorgeleiding via Nederland bij verwijdering door de lucht
7.4. Ondersteuning van doorgeleiding via Nederland bij verwijdering door de lucht
7.4. Ondersteuning van doorgeleiding via Nederland bij verwijdering door de lucht
8. Bijzondere categorieën
8. Bijzondere categorieën
7.4. Ondersteuning van doorgeleiding via Nederland bij verwijdering door de lucht
7.4. Ondersteuning van doorgeleiding via Nederland bij verwijdering door de lucht
8. Bijzondere categorieën
8. Bijzondere categorieën
7.4. Ondersteuning van doorgeleiding via Nederland bij verwijdering door de lucht
7.4. Ondersteuning van doorgeleiding via Nederland bij verwijdering door de lucht
8. Bijzondere categorieën
8. Bijzondere categorieën
7.4. Ondersteuning van doorgeleiding via Nederland bij verwijdering door de lucht
7.4. Ondersteuning van doorgeleiding via Nederland bij verwijdering door de lucht
Als een vreemdeling de toegang tot het grondgebied is geweigerd omdat hij een gevaar vormt voor de volksgezondheid, treft de ambtenaar belast met de grensbewaking maatregelen die erop gericht zijn de volksgezondheid te beschermen.
8. Bijzondere categorieën
4.3.4. Verplichting tot aanmelding
7.4. Ondersteuning van doorgeleiding via Nederland bij verwijdering door de lucht
4.3.4. Verplichting tot aanmelding
8. Bijzondere categorieën
De ambtenaar belast met de grensbewaking zendt een faxbericht aan de meldcentrale rechtsbijstand als een geweigerde vreemdeling om een raadsman verzoekt. De vreemdeling moet het administratief beroepschrift binnen vier weken indienen bij de IND. De vreemdeling mag de behandeling van het administratief beroepschrift niet in Nederland afwachten. De vreemdeling moet Nederland op grond van artikel 5, eerste lid, Vw onmiddellijk verlaten, tenzij er sprake is van een eerste verzoek om een voorlopige voorziening.
Indien na de toegangsweigering (vrijwel) gelijktijdig een vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, eerste en tweede lid, Vw of artikel 6a, eerste lid, Vw wordt opgelegd en men tegen deze vrijheidsontnemende maatregel beroep instelt, dan dient het rechtsmiddel tegen de toegangsweigering eveneens beroep te zijn, in plaats van administratief beroep.
Het uitstellen van het besluit over de toegang tot Nederland is aan te merken als een voorbereidingshandeling als bedoeld in artikel 6:3 van de Awb. Het betreft dan ook geen besluit waartegen afzonderlijk rechtsmiddelen kunnen worden aangewend. Indien de vreemdeling wil opkomen tegen de toepassing van de grensprocedure, kan dit, indien de klacht samenhangt met de vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, derde lid Vw naar voren worden gebracht in het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel. Indien de klacht samenhangt met de behandeling dan wel de uitkomst van de asielaanvraag, kan deze naar voren worden gebracht bij het beroep tegen het besluit tot afwijzing van die aanvraag.
8. Bijzondere categorieën
8. Bijzondere categorieën
9. Verplichtingen voor vervoerders
9. Verplichtingen voor vervoerders
7.4. Ondersteuning van doorgeleiding via Nederland bij verwijdering door de lucht
4.3.6.1. Wijziging
8. Bijzondere categorieën
9. Verplichtingen voor vervoerders
4.3.8.1. Soorten visa
Als aan alle overige voorwaarden voor toegang wordt voldaan mag het hoofd van de grensdoorlaatpost aan een werkzoekende zeeman aan de grens een visum met een geldigheid van maximaal vijftien dagen afgeven als in het geldig document voor grensoverschrijding het benodigde visum ontbreekt. Indien nodig mag de vreemdeling in uitzonderlijke gevallen na afloop van de termijn van vijftien dagen een verlenging van de geldigheidsduur van het visum vragen bij de Visadienst of voor zover het een in de regio Rotterdam-Rijnmond verblijvende zeeman betreft bij de ZHP.
9. Verplichtingen voor vervoerders
9. Verplichtingen voor vervoerders
4.3.6.1. Wijziging
4.3.4. Verplichting tot aanmelding
4.3.6.2. Verlenging van geldigheidsduur
9. Verplichtingen voor vervoerders
4.3.5. Kosten
Deze beleidsregels gelden ook als de vreemdeling niet werkzaam is op een mijnbouwinstallatie op het continentaal plat maar bij een bedrijf dat ondersteunend werkt voor die mijnbouwinstallatie (bijvoorbeeld de zogenaamde ‘suppliers’).
4.3.5. Kosten
9. Verplichtingen voor vervoerders
9. Verplichtingen voor vervoerders
De IND kondigt de komst van een vreemdeling die als vluchteling door de Nederlandse regering is uitgenodigd van te voren bij de ambtenaar belast met de grensbewaking aan. De ambtenaar belast met de grensbewaking verleent deze vreemdeling toegang. De ambtenaar belast met de grensbewaking vangt deze vreemdeling bij aankomst op en begeleidt deze vreemdeling naar aanmeldcentrum Schiphol. De IND stelt deze vreemdeling in de gelegenheid om een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in te dienen.
Voor staatlozen wordt verwezen naar het op 28 september 1954 te New York gesloten Staatlozenverdrag. In dit verdrag wordt onder een staatloze verstaan: een persoon die door geen enkele staat, krachtens diens wetgeving, als onderdaan wordt beschouwd.
De autoriteiten van het land waar een staatloze is toegelaten stelt de vreemdeling in de regel in het bezit van een vreemdelingenpaspoort.
4.3.6.1. Wijziging
9. Verplichtingen voor vervoerders
4.4.5. Arbeid verrichten in strijd met de Wav
4.3.6. Wijziging van visa
4.3.7. Intrekking van visa
4.3.6. Wijziging van visa
4.3.8.1. Soorten visa
A2. Toezicht
A2. Toezicht
A2. Toezicht
1. Inleiding
4.3.7. Intrekking van visa
A2. Toezicht
A2. Toezicht
1. Inleiding
4.3.8.1. Soorten visa
A2. Toezicht
1. Inleiding
1. Inleiding
4.3.6.2. Verlenging van geldigheidsduur
A2. Toezicht
1. Inleiding
2.1. Staande houden ter vaststelling identiteit, nationaliteit en verblijfsrechtelijke positie
2.1. Staande houden ter vaststelling identiteit, nationaliteit en verblijfsrechtelijke positie
3. Onderzoek identiteit en verblijfsstatus
A2. Toezicht
1. Inleiding
4.3.8.4. Annulering van visa
3. Onderzoek identiteit en verblijfsstatus
A2. Toezicht
A2. Toezicht
1. Inleiding
2.3. Staande houden in verband met uitvoering artikel 55 Vw
2.2. De uitvoering van een overdrachtsbesluit
2. Staande houden
A2. Toezicht
1. Inleiding
In dit hoofdstuk zijn de beleidsregels opgenomen die toezien op de uitoefening van het vreemdelingentoezicht. Het vreemdelingentoezicht bestaat uit het toezicht ter bestrijding van illegale immigratie, het toezicht in het binnenland en controles voortvloeiende uit de vreemdelingenregistratie.
2.2. Staandehouding van vreemdelingen met rechtmatig verblijf
2.5. Overbrengen en ophouden
2. Staande houden
2.1. Staande houden ter vaststelling identiteit, nationaliteit en verblijfsrechtelijke positie
2.2. Staandehouding van vreemdelingen met rechtmatig verblijf
2.2. Staandehouding van vreemdelingen met rechtmatig verblijf
2.3. Staande houden in verband met uitvoering artikel 55 Vw
2.3. Staande houden in verband met uitvoering artikel 55 Vw
2.4. Overname uit strafrecht
2.4. Overname uit strafrecht
2.2. Staandehouding van vreemdelingen met rechtmatig verblijf
2.5. Overbrengen en ophouden
2.3. Staande houden in verband met uitvoering artikel 55 Vw
Alvorens een vreemdeling in het kader van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd indient en hij/zij aan lichaam, kleding en bagage wordt onderzocht, kan de vreemdeling worden staande gehouden (artikel 55, tweede lid, Vw). Dit geldt ook voor fouillering met het oog op de veiligheid in het aanmeldcentrum (artikel 55, derde lid, Vw). Als zich hierbij bijzonderheden voordoen, wordt model M105-B gebruikt.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet de opgehouden persoon op de hoogte stellen van alle volgende rechten:
In het geval de vreemdeling ter uitvoering van het VRIS-protocol wordt overgedragen aan de AVIM hoeft geen staandehouding als bedoeld in artikel 50, eerste lid, dan wel artikel 50a, eerste lid, Vw meer plaats te vinden. Er kan gelijk worden overgegaan tot overbrenging en/of de ophouding als bedoeld in artikel 50, tweede of derde lid, dan wel artikel 50a, eerste lid, Vw, mits het tijdstip van ophouding gelijk is aan – dan wel direct aansluit op – het tijdstip van einde detentie of strafrechtelijke heenzending. Dit is het tijdstip waarop de termijn van de vreemdelingenrechtelijke ophouding aanvangt. De overname en de opvolgende ophouding worden verantwoord in het model M105-A (zie ook A5/6.12 Vc).
In artikel 4.21 Vb worden de bewijsmiddelen genoemd waarmee personen zich in Nederland op grond van artikel 50, eerste lid, Vw kunnen identificeren. Het visum waarvan sprake is in artikel 4.21, eerste lid, onder e, Vb moet een geldig visum zijn.
8. Bevoegdheden ten aanzien van reis- en verblijfsdocumenten
4. Rechtsbijstand
4. Rechtsbijstand
5. Verhoor
3. Onderzoek identiteit en verblijfsstatus
4. Rechtsbijstand
4. Rechtsbijstand
5. Verhoor
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen neemt contact op met het Gemeenschappelijk Grenscoördinatiecentrum van de KMar, als de vreemdeling stelt in het bezit te zijn van een verblijfsvergunning uit een andere lidstaat van de Europese Unie, Europese Economische Ruimte of uit Zwitserland, om dit te verifiëren.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet de gegevens in de BVV raadplegen om te beoordelen of een terugkeerbesluit moet worden genomen (model M107-A) tegen een vreemdeling die niet rechtmatig in Nederland verblijft.
Als de vreemdeling stelt minderjarig te zijn maar dit niet met bewijsmiddelen kan onderbouwen, kan de ambtenaar belast met de grensbewaking, dan wel de ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen, een leeftijdsschouw uitvoeren.
5. Verhoor
De ambtenaren beoordelen per sessie onafhankelijk van de andere sessie of er sprake is van evidente:
Er moet unaniem, in beide sessies, geoordeeld zijn dat sprake is van evidente meerder- of minderjarigheid.
Als de betrokken ambtenaren tot evidente meerderjarigheid concluderen, wordt niet van de door de vreemdeling opgegeven leeftijd uitgegaan en wordt de vreemdeling als meerderjarig geregistreerd, tenzij de vreemdeling de minderjarige leeftijd alsnog met voldoende bewijsmiddelen ondersteunt. Als de ambtenaren tot evidente minderjarigheid concluderen, wordt van de opgegeven leeftijd uitgegaan.
6. Verlenging en einde ophouding
6. Verlenging en einde ophouding
4. Rechtsbijstand
5. Verhoor
5. Verhoor
6. Verlenging en einde ophouding
7. Kennisgeving aan derden
8. Bevoegdheden ten aanzien van reis- en verblijfsdocumenten
5. Verhoor
10.3.1. Meldplicht in het kader van toelatingsprocedures
7. Kennisgeving aan derden
6. Verlenging en einde ophouding
6. Verlenging en einde ophouding
9. Binnentreden
7. Kennisgeving aan derden
7. Kennisgeving aan derden
6. Verlenging en einde ophouding
9. Binnentreden
9. Binnentreden
8. Bevoegdheden ten aanzien van reis- en verblijfsdocumenten
8. Bevoegdheden ten aanzien van reis- en verblijfsdocumenten
7. Kennisgeving aan derden
7. Kennisgeving aan derden
9. Binnentreden
10.3. Meldplicht
10. Verplichtingen in het kader van toezicht
7. Kennisgeving aan derden
8. Bevoegdheden ten aanzien van reis- en verblijfsdocumenten
10.4. Borgsom
10. Verplichtingen in het kader van toezicht
10. Verplichtingen in het kader van toezicht
8. Bevoegdheden ten aanzien van reis- en verblijfsdocumenten
11. Toezicht op bewijsmiddelen
9. Binnentreden
9. Binnentreden
10.2. Verplichting tot het verstrekken van gegevens
10. Verplichtingen in het kader van toezicht
10.1. Verlenen van medewerking aan identificatie
9. Binnentreden
10.3.1. Meldplicht in het kader van toelatingsprocedures
10.2. Verplichting tot het verstrekken van gegevens
10. Verplichtingen in het kader van toezicht
10.1. Verlenen van medewerking aan identificatie
10.3. Meldplicht
10.3.1. Meldplicht in het kader van toelatingsprocedures
10.2. Verplichting tot het verstrekken van gegevens
10.3.2. Meldplicht in het kader van terugkeer
10.3.3. Onttrekking meldplicht
10.3. Meldplicht
10.3.1. Meldplicht in het kader van toelatingsprocedures
10.3. Meldplicht
10.3.1. Meldplicht in het kader van toelatingsprocedures
10.3.3. Onttrekking meldplicht
10.3. Meldplicht
10.3.1. Meldplicht in het kader van toelatingsprocedures
10.5. Veiligheidsfouillering
10.3.2. Meldplicht in het kader van terugkeer
10.4. Borgsom
10.3.3. Onttrekking meldplicht
10.5. Veiligheidsfouillering
10.3.3. Onttrekking meldplicht
10.3.2. Meldplicht in het kader van terugkeer
10.4. Borgsom
10.3.3. Onttrekking meldplicht
10.4. Borgsom
10.5. Veiligheidsfouillering
12.7. Bezit geldige verblijfstitel en signalering
10.4. Borgsom
12. Signaleringen
11. Toezicht op bewijsmiddelen
10.5. Veiligheidsfouillering
12.3. Aanvang termijn signalering
11. Toezicht op bewijsmiddelen
12.2. Opneming van signaleringen
12. Signaleringen
12.1. Inleiding
12. Signaleringen
12.1. Inleiding
12.3. Aanvang termijn signalering
12. Signaleringen
12.1. Inleiding
12.2. Opneming van signaleringen
12.4. Gevolgen signalering bij het aantreffen aan de grens of binnen Nederland
12.4. Gevolgen signalering bij het aantreffen aan de grens of binnen Nederland
12.3. Aanvang termijn signalering
12.2. Algemeen
12.5. Signaleringen en verblijfstitels/verblijfsaanvragen
12.4. Gevolgen signalering bij het aantreffen aan de grens of binnen Nederland
12.4. Gevolgen signalering bij het aantreffen aan de grens of binnen Nederland
12.6. Aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
12.3. Aanvang termijn signalering
12.5. Signaleringen en verblijfstitels/verblijfsaanvragen
De signalering in SIS en E&S vanwege een inreisverbod, ongewenstverklaring of besluit in de zin van artikel 24, eerste lid, onder a, Vo (EU) 2018/1861 wordt beëindigd als de duur van de betreffende maatregel is verstreken of als de maatregel wordt opgeheven.
Bij signalering van een vreemdeling in E&S of het (N)SIS, vangt de duur van de signalering aan op de datum dat de vreemdeling het Schengengebied daadwerkelijk heeft verlaten.
Onderdanen van een lidstaat en diens familie- of gezinsleden in de zin van richtlijn 2004/38/EG (het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten van de Europese Unie van burgers van de Unie en hun familieleden), worden niet gesignaleerd in SIS inzake terugkeer of met het oog op weigering van toegang en verblijf.
De signalerende lidstaat wist op grond van artikel 14 Vo (EU) 2018/1860 een signalering inzake terugkeer van een persoon die het staatsburgerschap heeft verkregen van een van de lidstaten, zodra de signalerende lidstaat er kennis van krijgt dat de betrokken persoon het staatsburgerschap heeft verkregen.
Als een aanvraag om een verblijfsdocument of een verzoek om inschrijving EU bij de IND op grond van artikel 8, aanhef en onder e, Vw wordt ingediend, worden onder andere de systemen SIS en E&S geraadpleegd. Als de vreemdeling is gesignaleerd inzake terugkeer of met het oog op weigering toegang en verblijf en de aanvraag wordt ingewilligd of het verzoek wordt toegekend, dan overlegt de IND met de signalerende lidstaat en verzoekt de IND de signalering te wissen.
Als er een hit is van een familie- of gezinslid in de zin van richtlijn 2004/38/EG, neemt de IND op grond van artikel 26, tweede lid, Vo (EU) 2018/1861 contact op met de signalerende lidstaat om te bepalen welke actie moet worden ondernomen.
Bij een hit van een familielid van een onderdaan van een lidstaat die de IND in het SIS heeft gesignaleerd met het oog op weigering toegang en verblijf, overlegt de lidstaat, die de hit vaststelt, met de IND op grond van artikel 26 Vo (EU) 2018/1861. Als de IND de signalering wist, overweegt de IND of er redenen zijn om het familielid in E&S te signaleren.
In geval van een vreemdeling die in het bezit is van een voor een andere lidstaat van de EU (zonder Ierland), Noorwegen, IJsland, Liechtenstein of Zwitserland geldige verblijfstitel en in het E&S gesignaleerd staat, verricht de ambtenaar belast met de grensbewaking de volgende handelingen:
In paragraaf A3/2 Vc wordt de consultatieprocedure met het oog op signalering beschreven in het geval de vreemdeling verblijfsrecht heeft in een andere lidstaat van de EU (zonder Ierland), Noorwegen, IJsland, Liechtenstein of Zwitserland.
Zie A1/3 Vc voor de te verrichten handelingen als een gesignaleerde vreemdeling aan de Nederlandse buitengrens wordt aangetroffen bij inreis.
Als een vreemdeling te kennen geeft een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te willen indienen en in het (N)SIS of E&S gesignaleerd staat, verricht de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen alle volgende handelingen:
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen verricht bij een vreemdeling zonder geldige verblijfsvergunning (ook geen verblijfsvergunning asiel) voor Nederland of een van de andere lidstaten:
12.8. Opheffing van signaleringen
12.8.2. Verzoek opheffing van signalering in het OPS
12.8.1. Verzoek opheffing van een signalering in het (N)SIS
12.7. Opheffing van signaleringen
12.4.3. Handelingen als een door Nederland gesignaleerde vreemdeling wordt aangetroffen aan de grens op uitreis of in het kader van binnenlands toezicht
12.7. Opheffing van signaleringen
12.7.1. Verzoek opheffing van een signalering in het (N)SIS
12.5. De terugkeerbevestiging bij uitreis en informatie-uitwisseling bij inreis
12.7.1. Verzoek opheffing van een signalering in het (N)SIS
12.5.1. Hit aan de buitengrens bij uitreis
12.7.2. Verzoek opheffing van signalering in het E&S
12.9. Toegang verlenen ondanks signalering
12.5.2. Hit aan de buitengrens bij inreis
13. Gedragslijn bij ongewenste politieke activiteiten
12.8.2. Verzoek opheffing van signalering in het E&S
12.8. Toegang verlenen ondanks signalering
A3. Vertrek en uitzetting
12.6. Invoeren van signaleringen in het SIS of E&S
1. Inleiding
13. Gedragslijn bij ongewenste politieke activiteiten
A3. Vertrek en uitzetting
1. Inleiding
A3. Vertrek en uitzetting
1. Inleiding
1.1. Elementen terugkeerbesluit
12.7. Aanvullende informatie voor het invoeren van signaleringen
2. Zelfstandig vertrek
4.1. Aanvragen van een geldig document voor grensoverschrijding
2. Zelfstandig vertrek
3. Vertrektermijnen
12.8. Informatievoorziening aan de vreemdeling bij signalering
3. Vertrektermijnen
12.9. Aanvang van signalering
4. Reisdocumenten
12.10. Signaleringen en verblijfsvergunningen/verblijfsaanvragen
3. Vertrektermijnen
3. Vertrektermijnen
3.1. Algemeen
4. Reisdocumenten
3. Vertrektermijnen
3.1. Algemeen
3. Vertrektermijnen
12.10.1. Aanvraag verblijfsvergunning bij IND en signalering door Nederland
3.1. Algemeen
3.1. Algemeen
4.3. Moment van aanvraag
12.10.2. Raadpleging door Nederland
12.10.2.1. Aanvraag verblijfsvergunning bij IND en signalering door een andere lidstaat
3.3. Kennelijk ongegrondheid
3.2. Risico op onttrekking aan het toezicht
3.2. Risico op onttrekking aan het toezicht
3.2. Risico op onttrekking aan het toezicht
3.3. Kennelijk ongegrondheid
4.1. Aanvragen van een geldig document voor grensoverschrijding
3.3. Kennelijk ongegrondheid
3.3. Kennelijk ongegrondheid
3.4. Gevaar openbare orde, openbare veiligheid of nationale veiligheid
12.10.2.2. Invoering signalering door IND als sprake is van een verblijfsvergunning in een andere lidstaat
3.4. Gevaar openbare orde, openbare veiligheid of nationale veiligheid
3.4. Gevaar openbare orde, openbare veiligheid of nationale veiligheid
3.4. Gevaar openbare orde, openbare veiligheid of nationale veiligheid
4.2. Contact met de diplomatieke vertegenwoordiging
4.3. Moment van aanvraag
3.6. Proportionaliteit
4.3. Moment van aanvraag
12.10.2.3. Na invoering signalering door IND: constatering verblijfsvergunning in een andere lidstaat
4.2. Contact met de diplomatieke vertegenwoordiging
3.5. Beoordeling bij een eerste aanvraag om een verblijfsvergunning asiel
3.5. Beoordeling bij een eerste aanvraag om een verblijfsvergunning asiel
4. Reisdocumenten
3.6. Proportionaliteit
3.6. Proportionaliteit
12.10.3. Raadpleging door andere lidstaat bij Nederland
12.10.3.1. Aanvraag verblijfsvergunning bij andere lidstaat en signalering door Nederland
4. Reisdocumenten
4.7. Het inhouden van bewijsmiddelen
Om het besluit over de verlenging te nemen, stelt de IND de vreemdeling in de gelegenheid om feiten en omstandigheden naar voren te brengen die aan het verzoek ten grondslag liggen. De IND biedt geen afzonderlijk herstel verzuim en geeft onmiddellijk een beschikking.
In deze paragraaf wordt de raadpleging door een andere lidstaat voorafgaand aan het invoeren van een signalering besproken, terwijl er al sprake is van een verblijfsvergunning inclusief asiel in Nederland. Het Bureau SIRENE informeert de IND over het raadplegingsverzoek.
4.1. Aanvragen van een geldig document voor grensoverschrijding
5. Vertrek met behulp van de IOM
12.10.3.3. Na invoering signalering door andere lidstaat: constatering verblijfsvergunning in Nederland
4.1. Aanvragen van een geldig document voor grensoverschrijding
De vreemdeling is gesignaleerd in:
Conform genoemde raadplegingsprocedures geldt het volgende.
De procedure zoals hierboven beschreven wordt op grond van artikel 12 Vo (EU) 2018/1860 of artikel 30 Vo 2018/1861 geïnitieerd door een derde lidstaat als die lidstaat vaststelt dat de vreemdeling in het bezit is van een door Nederland afgegeven verblijfsvergunning en de vreemdeling door een andere lidstaat is gesignaleerd.
De DT&V moet beschikbare (kopieën van) bewijsmiddelen die de identiteit of nationaliteit van de vreemdeling kunnen onderbouwen, voegen bij de aanvraag voor een geldig document voor grensoverschrijding.
Deze paragraaf gaat over de raadpleging bij een hit als Nederland niet betrokken is bij de signalering of verblijfsverlening, maar de vreemdeling wel door Nederland wordt aangetroffen.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of het toezicht op vreemdelingen verricht bij een vreemdeling die:
de volgende handeling:
De DT&V nodigt de vreemdeling uit voor een presentatie bij de diplomatieke vertegenwoordiging voor het verkrijgen van een geldig document voor grensoverschrijding. De politie of KMar heeft de bevoegdheid de vreemdeling te vorderen om te verschijnen voor een presentatie aan de diplomatieke vertegenwoordiging (zie model 90A).
4.3. Moment van aanvraag
4.3. Moment van aanvraag
12.12. Het wissen van signaleringen
4.4. Gedragslijn als geen geldig document voor grensoverschrijding kan worden verkregen
4.4. Gedragslijn als geen geldig document voor grensoverschrijding kan worden verkregen
12.12.1. Verzoek tot het wissen van een signalering in het SIS
4.5. Gebruik van een Europees reisdocument
4.6. Het stellen van aantekeningen in geldige documenten voor grensoverschrijding van de vreemdeling
6. Uitzetting
4.6. Het stellen van aantekeningen in geldige documenten voor grensoverschrijding van de vreemdeling
4.6. Het stellen van aantekeningen in geldige documenten voor grensoverschrijding van de vreemdeling
12.12.2. Verzoek tot het wissen van een signalering in het E&S
4.7. Het inhouden van bewijsmiddelen
4.7. Het inhouden van bewijsmiddelen
4.7. Het inhouden van bewijsmiddelen
4.7. Het inhouden van bewijsmiddelen
12.13. Toegang verlenen ondanks signalering
5. Vertrek met behulp van de IOM
13. Gedragslijn bij ongewenste politieke activiteiten
5. Ondersteuning bij vertrek
5. Ondersteuning bij vertrek
A3. Vertrek en uitzetting
1. Inleiding
6.6. Aanlevering van de vreemdeling voor de uitzetting
6.6. Aanlevering van de vreemdeling voor de uitzetting
1.1. Elementen terugkeerbesluit
6.8. Hulpmiddelen ten behoeve van uitzetting
6.7. Informatie-uitwisseling ten behoeve van de uitzetting
6. Uitzetting
2. Zelfstandig vertrek
6. Uitzetting
6.8. Hulpmiddelen ten behoeve van uitzetting
7. Geen uitzetting om gezondheidsredenen
6.4. Uitzetting tijdens een (last minute) verblijfsaanvraag
6. Uitzetting
In het geval de vreemdeling in één van de lidstaten van de EU (zonder Ierland), Noorwegen, IJsland, Liechtenstein en Zwitserland een geldige reguliere verblijfsvergunning of andere toestemming tot verblijf heeft, wordt in de regel geen terugkeerbesluit uitgevaardigd. Ingevolge artikel 62a, derde lid, Vw wordt aan de vreemdeling in beginsel eerst het bevel gegeven zich onmiddellijk naar het grondgebied van de betrokken lidstaat te begeven (model M106-B). Als dit bevel niet wordt nageleefd of als om redenen van openbare orde of nationale veiligheid het onmiddellijke vertrek van de vreemdeling is vereist, wordt tegen de vreemdeling wel een terugkeerbesluit uitgevaardigd door de IND, KMAR, politie of ZHP.
In het geval de vreemdeling in één van de lidstaten van de EU (zonder Ierland), Noorwegen, IJsland, Liechtenstein en Zwitserland internationale bescherming geniet, wordt geen terugkeerbesluit uitgevaardigd. Om die reden kan ook geen inreisverbod worden opgelegd (zie ook A4/2.2 Vc). Ingevolge artikel 62a, derde lid, Vw wordt aan de vreemdeling het bevel gegeven zich onmiddellijk naar het grondgebied van de betrokken lidstaat te begeven (model M106-B).
De IND kan deze vreemdeling enkel ongewenst verklaren als hij zich buiten Nederland bevindt. Zie voor signalering en raadplegingsprocedure: paragraaf A2/12.10 Vc.
Een vreemdeling die voldoet aan alle volgende kenmerken wordt door de DT&V begeleid in de terugkeer naar de lidstaat die hem een verblijfsvergunning heeft verleend:
5.2.1. Doelgroep
3. Vertrektermijnen
3.1. Algemeen
5.2.2. Voorwaarden
6.2. Vertrek van gezinsleden uit Nederland
6.1.1. Uitstel van vertrek gedurende nader onderzoek naar adequate opvang
6.3. Geen uitzetting ondanks de vertrekplicht
6.5. Verantwoordelijkheid voor maatregelen uitzetting
6.1.2. Na het opleggen van een terugkeerbesluit aan de AMV
3.2. Risico op onttrekking aan het toezicht
5.2.3. Voorzieningen en remigratiebijdrage
5.2.3. Voorzieningen en remigratiebijdrage
6.2. Vertrek van gezinsleden uit Nederland
6.7. Informatie-uitwisseling ten behoeve van de uitzetting
3.3. Kennelijk ongegrondheid
5.2.4. Aanvraag en procedure
5.2.4. Aanvraag en procedure
6.4. Uitzetting tijdens een (lastminute)verblijfsaanvraag
3.4. Gevaar openbare orde, openbare veiligheid of nationale veiligheid
6. Uitzetting
6. Uitzetting
6.8. Hulpmiddelen ten behoeve van uitzetting
6.6. Aanlevering van de vreemdeling voor de uitzetting
6.8. Hulpmiddelen ten behoeve van uitzetting
6.7. Informatie-uitwisseling ten behoeve van de uitzetting
6.1. De terugkeer van amv’s
6.1. De terugkeer van amv’s
3.5. Beoordeling bij een eerste aanvraag om een verblijfsvergunning asiel
6.1.1. Uitstel van vertrek gedurende nader onderzoek naar adequate opvang
6.8. Hulpmiddelen ten behoeve van uitzetting
3.6. Proportionaliteit
6.9. Overdracht in het kader van de Verordening (EU) nr. 604/2013
3.7. Verlenging van de vertrektermijn
6.1.2. Na het opleggen van een terugkeerbesluit aan de AMV
Een vreemdeling kan een verzoek voor verlenging van de vrijwillige vertrektermijn uitsluitend op een van de volgende manieren indienen:
6.2. Vertrek van gezinsleden uit Nederland
4. Reisdocumenten
6.3. Geen uitzetting ondanks de vertrekplicht
7.1.6. Mantelzorg
6.4. Uitzetting tijdens een (lastminute)verblijfsaanvraag
4.1. Aanvragen van een geldig document voor grensoverschrijding
7.1.6. Mantelzorg
6.5. Verantwoordelijkheid voor maatregelen uitzetting
6.5. Verantwoordelijkheid voor maatregelen uitzetting
6.6. Aanlevering van de vreemdeling voor de uitzetting
6.6. Aanlevering van de vreemdeling voor de uitzetting
6.10. Bericht van vertrek of ontruiming
4.2. Contact met de diplomatieke vertegenwoordiging
De DT&V nodigt de vreemdeling uit voor een presentatie bij de diplomatieke vertegenwoordiging voor het verkrijgen van een geldig document voor grensoverschrijding. De politie of KMar heeft de bevoegdheid de vreemdeling te vorderen om te verschijnen voor een presentatie aan de diplomatieke vertegenwoordiging (zie model 90A).
Voorafgaande aan de presentatie aan de diplomatieke vertegenwoordiging informeert de DT&V de vreemdeling dat de vreemdeling niet is gehouden om inlichtingen te verstrekken aan de diplomatieke vertegenwoordiging met betrekking tot de reden van zijn verblijf in Nederland. De DT&V moet de vreemdeling een kopie verstrekken van de aanvraag die is ingediend bij de diplomatieke vertegenwoordiging voor een geldig document voor grensoverschrijding.
4.3. Moment van aanvraag
6.8. Hulpmiddelen ten behoeve van uitzetting
6.8. Hulpmiddelen ten behoeve van uitzetting
4.4. Gedragslijn als geen geldig document voor grensoverschrijding kan worden verkregen
6.11. Gedragslijn als uitzetting niet mogelijk is
4.5. Gebruik van een Europees reisdocument
7. Geen uitzetting om gezondheidsredenen
7.1. Algemeen
7.1.3. Reëel risico op schending van artikel 3 EVRM om medische redenen
4.6. Het stellen van aantekeningen in geldige documenten voor grensoverschrijding van de vreemdeling
6.9. Overdracht in het kader van de Verordening (EU) nr. 604/2013
7.1.2. Gezinsleden
7.1.4. Beschikbaarheid van de benodigde zorg
7.2.3. Ambtshalve toets medische aspecten in de asielprocedure
4.7. Het inhouden van bewijsmiddelen
7.2.4. Bewijsmiddelen
7.1.3. Reëel risico op schending van artikel 3 EVRM om medische redenen
7.2. De aanvraagprocedure
7.1.4. Beschikbaarheid van de benodigde zorg
5. Ondersteuning bij vertrek
5.1. Vertrek met behulp van de IOM
6.10. Bericht van vertrek of ontruiming
7.1.5. Feitelijke toegankelijkheid tot de medische zorg
7.2.6. Raadplegen BMA
7.2.5. Herstel verzuim
7.1.6. Mantelzorg
6.11. Gedragslijn als uitzetting niet mogelijk is
6.11. Gedragslijn als uitzetting niet mogelijk is
7. Geen uitzetting om gezondheidsredenen
7.1. Algemeen
7.1. Algemeen
7.1.1. Vreemdeling is niet in staat om te reizen
7.1.1. Vreemdeling is niet in staat om te reizen
7.1.2. Gezinsleden
7.1.2. Gezinsleden
7.2.4. Bewijsmiddelen
7.3.2.1. Tijdens beoordeling aanvraag om uitstel vertrek
5.2. Remigratiebeleid derdelanders uit Oekraïne
7.1.3. Reëel risico op schending van artikel 3 EVRM om medische redenen
5.2.1. Doelgroep
7.3.2. Toepassing van artikel 64 Vw in afwachting van (definitieve) besluitvorming
5.2.2. Voorwaarden
7.1.4. Beschikbaarheid van de benodigde zorg
7.1.4. Beschikbaarheid van de benodigde zorg
7.1.5. Feitelijke toegankelijkheid tot de medische zorg
7.1.5. Feitelijke toegankelijkheid tot de medische zorg
5.2.3. Voorzieningen en remigratiebijdrage
7.3.2.1. Tijdens beoordeling aanvraag om uitstel vertrek
5.2.3. Voorzieningen en remigratiebijdrage
7.2.2. Vertrekplicht tijdens aanvraag om uitstel vertrek op grond van artikel 64 Vw
7.2.2. Vertrekplicht tijdens aanvraag om uitstel vertrek op grond van artikel 64 Vw
5.2.4. Aanvraag en procedure
7.3.2.4. Toepassing van artikel 64 Vw in afwachting van definitieve besluitvorming tijdens verlengde asielprocedure
5.2.4. Aanvraag en procedure
7.2.3. Ambtshalve toets medische aspecten in de asielprocedure
6. Uitzetting
7.2.4. Bewijsmiddelen
6. Uitzetting
7.3. Verlening uitstel vertrek op grond van artikel 64 Vw
7.3.1. Algemeen
7.1.6. Mantelzorg
6.1. De terugkeer van amv’s
7.2.4. Bewijsmiddelen
6.1.1. Uitstel van vertrek gedurende nader onderzoek naar adequate opvang
7.3.1. Algemeen
Het uitstel van vertrek vervalt:
De amv aan wie uitstel van vertrek is verleend, wordt geacht rechtmatig verblijf te hebben als bedoeld in artikel 8, aanhef en onder j, Vw 2000.
7.2. De aanvraagprocedure
6.1.2. Na het opleggen van een terugkeerbesluit aan de AMV
7.2.1. De schriftelijke aanvraag
6.2. Vertrek van gezinsleden uit Nederland
7.3.2.6. Procedure bij zwangerschap/ bevalling
6.3. Geen uitzetting ondanks de vertrekplicht
7.2.2. Vertrekplicht tijdens aanvraag om uitstel vertrek op grond van artikel 64 Vw
6.3. Geen uitzetting ondanks de vertrekplicht
6.4. Uitzetting tijdens een (lastminute)verblijfsaanvraag
6.4. Uitzetting tijdens een (lastminute)verblijfsaanvraag
6.4. Uitzetting tijdens een (lastminute)verblijfsaanvraag
6.5. Verantwoordelijkheid voor maatregelen uitzetting
6.5. Verantwoordelijkheid voor maatregelen uitzetting
6.6. Aanlevering van de vreemdeling voor de uitzetting
6.6. Aanlevering van de vreemdeling voor de uitzetting
6.6. Aanlevering van de vreemdeling voor de uitzetting
7.3.2.1. Tijdens beoordeling aanvraag om uitstel vertrek
6.7. Informatie-uitwisseling ten behoeve van de uitzetting
De DT&V meldt de KMar of ZHP door middel van Sigma, het digitale vreemdelingenbeeld, voorafgaand aan de uitzetting alle feiten en bijzonderheden die van belang kunnen zijn voor de veiligheid tijdens de uitzetting of de veiligheid van de ambtenaren belast met de begeleiding tijdens de vlucht. De DT&V kan de KMar op basis van gedragsaspecten verzoeken om begeleiding van de vreemdeling tijdens de vlucht.
De DT&V meldt de KMar of ZHP door middel van Sigma, het digitale vreemdelingenbeeld, voorafgaand aan de uitzetting alle feiten en bijzonderheden die van belang kunnen zijn voor de veiligheid tijdens de uitzetting of de veiligheid van de ambtenaren belast met de begeleiding tijdens de vlucht. De DT&V kan de KMar op basis van gedragsaspecten verzoeken om begeleiding van de vreemdeling tijdens de vlucht.
De DT&V maakt voor de overdracht van de vreemdeling aan de KMar ten behoeve van de feitelijke uitzetting model M24-A op. Bij de overdracht van de vreemdeling ondertekent de KMar het exemplaar van het model M24-A en geeft het getekende exemplaar terug aan de ambtenaar die de vreemdeling heeft overgedragen aan de KMar. Afhankelijk van de wijze van vertrek, maakt de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen het relevante bericht op zodat de IND wordt geïnformeerd dat de vreemdeling is vertrokken en of deze gesignaleerd moet worden. Als signalering aan de orde is, wordt dit door de IND opgevoerd.
In artikel 23a en 23b van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke Marechaussee en andere opsporingsambtenaren (hierna: Ambtsinstructie) zijn regels opgesteld voor het gebruik van hulpmiddelen ten behoeve van de gedwongen uitzetting of overdracht van vreemdelingen.
6.8. Hulpmiddelen ten behoeve van uitzetting
7.2.5. Herstel verzuim
7.3.2.3. Toepassing van artikel 64 Vw in afwachting van definitieve besluitvorming tijdens de algemene asielprocedure
7.4.2. Handelwijze aanvraag om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw bij een overdracht op grond van de Verordening (EU) nr.604/2013
7.3.2.4. Toepassing van artikel 64 Vw in afwachting van definitieve besluitvorming tijdens verlengde asielprocedure
Deze hulpmiddelen zijn onderhevig aan innovatie en kunnen in de loop der tijd aangepast/vervangen worden met het oogpunt op humaan, proportionaliteit en veiligheid.
De Koninklijke Marechaussee meldt iedere toepassing van bovenstaande hulpmiddelen bij de Inspectie van Justitie en Veiligheid. De Inspectie ziet toe op een goede uitvoering van deze taak.
Een ambtshalve genomen overdrachtsbesluit wordt aan de vreemdeling kenbaar gemaakt als wordt voldaan aan alle volgende voorwaarden:
Een ambtshalve genomen overdrachtsbesluit wordt aan de vreemdeling kenbaar gemaakt als wordt voldaan aan alle volgende voorwaarden:
Dit gebeurt door verzending aan de gemachtigde van de vreemdeling en/of door uitreiking of toezending aan de vreemdeling.
7.3.1. Algemeen
7.3.1. Algemeen
7.3.2.6. Procedure bij zwangerschap/ bevalling
7.3.2.3. Toepassing van artikel 64 Vw in afwachting van definitieve besluitvorming tijdens de algemene asielprocedure
7.3.2.3. Toepassing van artikel 64 Vw in afwachting van definitieve besluitvorming tijdens de algemene asielprocedure
De ambtenaar van de dienst die het geld en andere persoonlijke eigendommen van de vreemdeling in beheer heeft, verstrekt dit bij het vertrek uit Nederland aan de vreemdeling.
DT&V verstrekt de volgende informatie aan de IND:
De IND verzendt alle relevante informatie naar de verantwoordelijke lidstaat conform de bepalingen en binnen de termijnen van artikel 31 en, indien van toepassing, artikel 32, Verordening (EU) nr. 604/2013.
In alle volgende situaties moet de politie het vertrek van een vreemdeling uit Nederland aan de IND en de DT&V melden:
In alle volgende situaties moet de politie het vertrek van een vreemdeling uit Nederland aan de IND en de DT&V melden:
De politie meldt het vertrek van een vreemdeling uit Nederland aan de IND en de DT&V door alle volgende handelingen te verrichten:
De KMar maakt in alle volgende situaties melding van het vertrek van een vreemdeling uit Nederland aan de IND en de DT&V:
7.3.2. Toepassing van artikel 64 Vw in afwachting van (definitieve) besluitvorming
Als de vreemdeling in Nederland opvang heeft genoten, melden de KMar en de politie ook de opvangverlenende instantie het vertrek of de uitzetting van de vreemdeling uit Nederland. Het COA moet de beëindiging van de onderdakvoorziening of de opvangvoorziening van een vreemdeling aan de IND en de DT&V melden door toezending van het model M100-A.
6.11. Gedragslijn als uitzetting niet mogelijk is
7. Geen uitzetting om gezondheidsredenen
7. Geen uitzetting om gezondheidsredenen
7.1. Algemeen
7.1.1. Vreemdeling is niet in staat om te reizen
7.1.1. Vreemdeling is niet in staat om te reizen
7.1.2. Gezinsleden
7.1.2. Gezinsleden
7.1.2. Gezinsleden
7.3.2.8. Procedure bij klinische opname
11. Internationale overeenkomsten over terug- en overname
7.1.3. Reëel risico op schending van artikel 3 EVRM om medische redenen
7.1.3. Reëel risico op schending van artikel 3 EVRM om medische redenen
7.1.3. Reëel risico op schending van artikel 3 EVRM om medische redenen
7.4. Bijzondere procedures
7.1.4. Beschikbaarheid van de benodigde zorg
7.1.4. Beschikbaarheid van de benodigde zorg
7.1.5. Feitelijke toegankelijkheid tot de medische zorg
7.1.5. Feitelijke toegankelijkheid tot de medische zorg
7.1.5. Feitelijke toegankelijkheid tot de medische zorg
7.3.2.5. Opvang in afwachting van definitieve besluitvorming op een aanvraag om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw
1. Inleiding
7.3.2.6. Procedure bij zwangerschap/ bevalling
In het besluit moet worden gemotiveerd om welke reden er niet kan worden getoetst aan de feitelijke toegankelijkheid van de zorg vanwege het ontbreken van een originele documenten, die de identiteit en nationaliteit van de vreemdeling aantonen
7.3.2.7. Procedure bij tbc
7.3.2.7. Procedure bij tbc
Het ontbreken van documenten ter staving van de identiteit en nationaliteit valt de vreemdeling niet toe te rekenen, indien:
Aan het vereiste om middels documenten de identiteit en nationaliteit aan te tonen wordt niet voorbijgegaan om de enkele reden dat de vreemdeling in Nederland een medische behandeling ondergaat.
In de situatie dat de vreemdeling wel zijn identiteit en nationaliteit heeft aangetoond middels documenten, legt de IND het medisch advies ter informatie voor aan de vreemdeling en biedt hem daarbij de mogelijkheid om aan de hand van documenten zoals bedoeld in A3/7.1.5 aannemelijk te maken dat de medische zorg voor hem ontoegankelijk is. De IND geeft de vreemdeling een termijn van vier weken om te reageren.
De omstandigheid dat een vreemdeling enkel aangeeft dat de kosten voor een medische behandeling hoog zijn of dat de plek, waar de medische behandeling kan plaatsvinden, ver weg is van de woonplaats van de vreemdeling, vormt onvoldoende reden om een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM aan te nemen.
De IND kent geen betekenis toe aan niet onderbouwde stellingen over enig beletsel dat in de weg staat aan het verkrijgen van toegang tot de benodigde zorg.
7.3.2.8. Procedure bij klinische opname
7.3.2.8. Procedure bij klinische opname
De IND verleent uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw aan een vreemdeling, die afkomstig is uit een land waarvoor een gedeeltelijk besluit- en vertrekmoratorium geldt, als:
7.1.6. Mantelzorg
7.1.6. Mantelzorg
7.4. Bijzondere procedures
7.4.1. Handelwijze aanvraag om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw bij een inreisverbod
7.4.1. Handelwijze aanvraag om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw bij een inreisverbod
2.4. Procedurele aspecten
7.2. De aanvraagprocedure
7.2. De aanvraagprocedure
7.2.1. De schriftelijke aanvraag
7.2.1. De schriftelijke aanvraag
9. Verhaal van kosten van uitzetting
7.2.2. Vertrekplicht tijdens aanvraag om uitstel vertrek op grond van artikel 64 Vw
7.2.2. Vertrekplicht tijdens aanvraag om uitstel vertrek op grond van artikel 64 Vw
7.2.2. Vertrekplicht tijdens aanvraag om uitstel vertrek op grond van artikel 64 Vw
7.4.3. Procedure in geval van vreemdelingenbewaring
10. Vreemdelingen in de strafrechtketen
7.2.3. Ambtshalve toets medische aspecten in de asielprocedure
7.2.3. Ambtshalve toets medische aspecten in de asielprocedure
7.2.3. Ambtshalve toets medische aspecten in de asielprocedure
7.5. Rechtsmiddelen
2.1. Gronden voor het inreisverbod
A4. Het inreisverbod en de ongewenstverklaring
Model M1
Vervallen
Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Model M1
Vervallen
Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Model M2-C. Terugkeervisum
Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Model M1
Vervallen
Model M1
Vervallen
Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Model M1
Vervallen
Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Model M2-C. Terugkeervisum
Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Model M3
Vervallen
Model M1
Vervallen
Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Model M2-C. Terugkeervisum
Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Model M1
Vervallen
Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
Model M3
Vervallen
Model M1
Vervallen
Model M1
Vervallen
Model M1
Vervallen
Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
Model M1
Vervallen
Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
Model M1
Vervallen
Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
Model M3
Vervallen
Model M4
Vervallen
Model M5-A. Aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om omzetting van een enkelvoudig visum in een meervoudig visum
Model M5-B. Aanvraag om verlening van een terugkeervisum
Vervallen
Model M5-C. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om wijziging van een visum
Model M5-D. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om een terugkeervisum door vreemdelingen die in Nederland zijn toeglaten voor langer dan drie maanden
Vervallen
Model M5-E. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om een terugkeervisum door vreemdelingen aan wie is toegestaan om in Nederland een (definitieve) beslissing over hun verblijf af te wachten
Vervallen
Model M1
Vervallen
Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
Model M1
Vervallen
Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
Model M1
Vervallen
Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
Model M1
Vervallen
Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
Model M1
Vervallen
Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
Model M3
Vervallen
Model M4
Vervallen
Model M5-A. Aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om omzetting van een enkelvoudig visum in een meervoudig visum
Model M5-B. Aanvraag om verlening van een terugkeervisum
Vervallen
Model M5-C. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om wijziging van een visum
Model M5-D. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om een terugkeervisum door vreemdelingen die in Nederland zijn toeglaten voor langer dan drie maanden
Vervallen
Model M5-E. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om een terugkeervisum door vreemdelingen aan wie is toegestaan om in Nederland een (definitieve) beslissing over hun verblijf af te wachten
Vervallen
Model M6
Model M7
Model M8. Standaardformulier voor kennisgeving en motivering van annulering of intrekking van een nationaal visum
Model M9. Gereserveerd
Model M10. Bemanningslijst schip (gezagvoerder)
Vervallen
Model M11
Vervallen
Model M12
Vervallen
Model M1
Vervallen
Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
Model M3
Vervallen
Model M4
Vervallen
Model M5-A. Aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om omzetting van een enkelvoudig visum in een meervoudig visum
Model M1
Vervallen
Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
Model M1
Vervallen
Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
Model M1
Vervallen
Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
Model M1
Vervallen
Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
Model M1
Vervallen
Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
Model M1
Vervallen
Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
Model M3
Vervallen
Model M4
Vervallen
Model M5-A. Aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om omzetting van een enkelvoudig visum in een meervoudig visum
Model M5-B. Aanvraag om verlening van een terugkeervisum
Vervallen
Model M1
Vervallen
Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
Model M3
Vervallen
Model M4
Vervallen
Model M5-A. Aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om omzetting van een enkelvoudig visum in een meervoudig visum
Model M5-B. Aanvraag om verlening van een terugkeervisum
Vervallen
Model M5-C. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om wijziging van een visum
Model M5-D. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om een terugkeervisum door vreemdelingen die in Nederland zijn toeglaten voor langer dan drie maanden
Vervallen
Model M5-E. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om een terugkeervisum door vreemdelingen aan wie is toegestaan om in Nederland een (definitieve) beslissing over hun verblijf af te wachten
Vervallen
Model M6
Model M7
Model M8. Standaardformulier voor kennisgeving en motivering van annulering of intrekking van een nationaal visum
Model M9. Gereserveerd
Model M10. Bemanningslijst schip (gezagvoerder)
Vervallen
Model M11
Vervallen
Model M12
Vervallen
Model M13. Modelbeschikking ontheffing artikel 4.11 Vreemdelingenbesluit 2000
Vervallen
Model M14. Passagierslijst luchtvaart
Vervallen
Model M15. Bemanningslijst luchtvaart
Vervallen
Model M16. Garantverklaring zeelieden
Vervallen
Model M17. Standaardformulier voor weigering van toegang aan de grens aan onderdanen van derde landen
Model M18. Beschikking weigering toegang personen die vallen onder het EU-recht inzake vrij verkeer (artikel 8.8 of 8.5 Vreemdelingenbesluit 2000)
Het Model M18A. Beschikking uitstellen van de toegangsweigering van asielzoekers
Model M19. Beschikking tot aanwijzing van een ruimte of plaats ingevolge artikel 6 eerste lid, of eerste en tweede lid, of derde lid van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw)
Model M19A. Beschikking tot aanwijzing van een ruimte of plaats ingevolge artikel 6 derde lid of artikel 6a van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) aan Dublinclaimanten
Model M20. Kennisgeving toegang onder voorwaarden
Model M21
Vervallen
Model M22. Bijzonder doorlaatbewijs
Vervallen
Een vreemdeling die via Nederland naar een mijnbouwinstallatie op het continentaal plat wil reizen of die komende van een mijnbouwinstallatie op het continentaal plat Nederland wil inreizen moet voldoen aan alle normale voorwaarden voor toegang. Het verkeer van en naar een mijnbouwinstallatie op het continentaal plat moet plaatsvinden via een grensdoorlaatpost gedurende de tijd dat deze is opengesteld. De vreemdeling moet de normale in- en uitreisformaliteiten vervullen.
Een zeeman die werk wil zoeken aan boord van een zeeschip in een haven in het Schengengebied, zonder dat uit een verklaring van de rederij/scheepsagent de mogelijkheid van aan- of overmonstering blijkt, moet aan alle voorwaarden voor toegang voldoen.
4.3.6. Wijziging en verlenging van visa
Een vreemdeling die via Nederland naar een mijnbouwinstallatie op het continentaal plat wil reizen of die komende van een mijnbouwinstallatie op het continentaal plat Nederland wil inreizen moet voldoen aan alle normale voorwaarden voor toegang. Het verkeer van en naar een mijnbouwinstallatie op het continentaal plat moet plaatsvinden via een grensdoorlaatpost gedurende de tijd dat deze is opengesteld. De vreemdeling moet de normale in- en uitreisformaliteiten vervullen.
4.3.6. Wijziging en verlenging van visa
De ambtenaar belast met de grensbewaking moet voor vaststelling van het verblijfsrecht van de vreemdeling contact opnemen met de vreemdelingenpolitie van de politieregio in welke de gestelde woon- of verblijfplaats van de vreemdeling is gelegen, dan wel met de IND als de vreemdeling niet kan aantonen of aannemelijk kan maken dat hem lang verblijf in Nederland is toegestaan.
4.3.6.2. Verlenging van geldigheidsduur
4.4.2. Verplichtingen in verband met de grensoverschrijding
Een vreemdeling is op grond van Verordening 539/2001 EG vrijgesteld van de visumplicht als hij in het bezit is van een reisdocument dat is afgegeven door een lidstaat van de EU aan:
De Nederlandse overheid is bevoegd de vervoerder aanwijzingen te geven om extra voorzorgsmaatregelen te nemen voor de controle voorafgaand aan het vertrek bij vervoer dat als risicodragend wordt aangemerkt. Deze aanwijzingen kunnen bijvoorbeeld bestaan uit het aanpassen van de wijze van controle (extra controle voor het instappen) of het gebruik van technische hulpmiddelen.
De vervoerder moet door middel van een kort en bondig onderzoek controleren of het aangeboden document voor grensoverschrijding vals of vervalst is, waarbij zonodig gebruik gemaakt moet worden van eenvoudige hulpmiddelen.
2.4. Overname uit strafrecht
Als de gegevens van de staande gehouden persoon niet voorkomen in de BVV raadpleegt de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen de opgegeven nationaliteit van de staande gehouden persoon in de BRP.
4. Rechtsbijstand
2.4. Overname uit strafrecht
3. Onderzoek identiteit en verblijfsstatus
De ophoudingstermijn vangt aan bij de aankomst van de opgehouden persoon op de plaats van de ophouding. Bij het overbrengen van de opgehouden persoon telt de tijd niet mee.
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet van het ophouden van personen een proces-verbaal opmaken door gebruik te maken van het model M105-A of in geval van Mobiel Toezicht Veiligheid (MTV) van het model M105-D.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet de opgehouden persoon op de hoogte stellen van alle volgende rechten:
5. Verhoor
10. Verplichtingen in het kader van toezicht
6. Verlenging en einde ophouding
De leeftijdsschouw bestaat uit twee sessies die de volgende samenstelling hebben:
9. Binnentreden
De ambtenaren belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen zorgen ervoor dat de conclusie van de leeftijdsschouw wordt opgenomen in het dossier van de vreemdeling.
Bij de beoordeling worden alle volgende aspecten van de vreemdeling betrokken:
De raadsman mag de opgehouden persoon spreken als het onderzoek naar de identiteit, nationaliteit en verblijfsstatus van de opgehouden persoon niet wordt vertraagd.
12.3. Aanvang termijn signalering
12.3. Onderdanen van de lidstaten en diens familieleden
12.6. Aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
in ieder geval de volgende handeling:
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen verricht bij een vreemdeling die in het kader van binnenlands toezicht of bij controle aan de buitengrens bij uitreis wordt aangetroffen,
de volgende handelingen:
12.10.3.2. Invoering signalering door andere lidstaat als sprake is van een verblijfsvergunning in Nederland
4. Reisdocumenten
Conform de hierboven genoemde raadplegingsprocedures geldt het volgende.
Een vreemdeling die uitgezet wordt, moet over tenminste één van de volgende bewijsmiddelen beschikken waarmee de toegang tot het land van bestemming en een eventuele doorreis door een derde land is gewaarborgd:
4.7. Het inhouden van bewijsmiddelen
4.3. Moment van aanvraag
6.1. Uitgeprocedeerde Amv’s
Als een vreemdeling te kennen geeft een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te willen indienen en in het SIS of E&S gesignaleerd staat, verricht de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen alle volgende handelingen:
Als sprake is van een claim op basis van de Verordening (EU) nr. 604/2013 (Dublinverordening) neemt het verantwoordelijke land de behandeling van de aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd over en blijft de SIS-signalering voorlopig gehandhaafd. De lidstaat die de vreemdeling heeft gesignaleerd neemt de beslissing over het handhaven of laten vervallen van de signalering.
De DT&V mag de aanvraag voor een geldig document voor grensoverschrijding, een identiteitsonderzoek of de presentatie van de vreemdeling bij de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van het (vermoedelijke) land van herkomst niet starten indien de (herhaalde) aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in behandeling is bij de IND.
6.1. Uitgeprocedeerde Amv’s
6. Uitzetting
5.2. Remigratiebeleid derdelanders uit Oekraïne
Als de vreemdeling wel een terugkeerbesluit heeft gekregen, begeleidt de DT&V niet in het vertrek naar de andere lidstaat van de EU (zonder Ierland), Noorwegen, IJsland, Liechtenstein en Zwitserland die aan de vreemdeling een verblijfsvergunning of andere toestemming tot verblijf heeft verleend. In dat geval zet de DT&V in op vertrek naar het land zoals genoemd in het terugkeerbesluit.
De doelgroep van het remigratiebeleid beschreven in paragraaf A3/5.2 Vc is de vreemdeling uit een derde land met een (tijdelijk) verblijfsrecht in Oekraïne die voor 19 juli 2022 is ingeschreven in de BRP en in beginsel tot 4 maart 2023 onder de RTB valt.
De doelgroep van het remigratiebeleid beschreven in paragraaf A3/5.2 Vc is de vreemdeling uit een derde land met een (tijdelijk) verblijfsrecht in Oekraïne die voor 19 juli 2022 is ingeschreven in de BRP en in beginsel tot 4 maart 2023 onder de RTB valt.
6.2. Vertrek van gezinsleden uit Nederland
Als een vreemdeling Nederland moet verlaten en niet over een geldig document voor grensoverschrijding beschikt op grond waarvan zijn toegang tot zijn land van herkomst of een ander land is gewaarborgd, ondersteunt de DT&V de vreemdeling bij het verkrijgen van een geldig document voor grensoverschrijding. Dit geldt ook voor vreemdelingen waarvan een (herhaalde) aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is afgewezen en de bevoegdheid tot uitzetting tijdelijk is opgeschort.
6.7. Informatie-uitwisseling ten behoeve van de uitzetting
6.7. Informatie-uitwisseling ten behoeve van de uitzetting
De DT&V mag de aanvraag voor een geldig document voor grensoverschrijding, een identiteitsonderzoek of de presentatie van de vreemdeling bij de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van het (vermoedelijke) land van herkomst niet starten indien de (herhaalde) aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in behandeling is bij de IND.
De DT&V moet voor een vreemdeling die in een justitiële inrichting of een andere inrichting is opgenomen, tijdens het verblijf in die inrichting een geldig document voor grensoverschrijding aanvragen. De vreemdeling die in een inrichting is geplaatst, moet aansluitend aan het einde van het verblijf in de inrichting worden uitgezet (zie paragraaf A3/10 Vc).
6.1.1. Uitstel van vertrek gedurende nader onderzoek naar adequate opvang
7.2.5. Herstel verzuim
De amv aan wie uitstel van vertrek is verleend, wordt geacht rechtmatig verblijf te hebben als bedoeld in artikel 8, aanhef en onder j, Vw 2000.
Nadat een terugkeerbesluit is uitgevaardigd, dient de toegang tot adequate opvang te zijn geregeld ten tijde van het vertrek. De DT&V stelt de voogd van de amv op de hoogte van het besluit dat de amv wordt uitgezet en de wijze waarop de uitzetting plaatsvindt.
6.7. Informatie-uitwisseling ten behoeve van de uitzetting
6.7. Informatie-uitwisseling ten behoeve van de uitzetting
6.8. Hulpmiddelen ten behoeve van uitzetting
In artikel 23a en 23b van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke Marechaussee en andere opsporingsambtenaren (hierna: Ambtsinstructie) zijn regels opgesteld voor het gebruik van hulpmiddelen ten behoeve van de gedwongen uitzetting of overdracht van vreemdelingen.
Artikel 23a van de Ambtsinstructie bevat de voorwaarden waaronder hulpmiddelen kunnen worden ingezet.
De hulpmiddelen kunnen worden ingezet om de veiligheid te borgen in en om het vervoermiddel. De eisen van subsidiariteit en proportionaliteit dienen te allen tijde in acht te worden genomen bij het toepassen van hulpmiddelen bij een uitzetting. Deze inschatting dient te worden gemaakt tijdens of vlak voor de daadwerkelijke uitzetting. Uitgangspunt van de Koninklijke Marechaussee blijft dat de uitzetting op een zo humaan en profesioneel mogelijke wijze gebeurt. Dit betekent dat hulpmiddelen alleen worden ingezet indien dit strikt noodzakelijk is, en dat gedurende het vervoer continu wordt bekeken of met de inzet van minder vergaande hulpmiddelen kan worden volstaan.
7.3.2.4. Toepassing van artikel 64 Vw in afwachting van definitieve besluitvorming tijdens verlengde asielprocedure
6.9. Overdracht in het kader van de Verordening (EU) nr. 604/2013
6.9. Overdracht in het kader van de Verordening (EU) nr. 604/2013
Indien de vreemdeling uit eigen beweging wil vertrekken naar de lidstaat die verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn verzoek om internationale bescherming, biedt de IND hem een termijn van ten hoogste tien werkdagen na uitreiken beschikking om zijn vertrek te realiseren. De IND vervat deze termijn in het ambtshalve genomen overdrachtsbesluit. Wanneer de IND reeds een overdrachtsbesluit heeft genomen, kan de DT&V de vreemdeling op diens initiatief ook nadien nog de gelegenheid tot zelfstandig vertrek bieden. De DT&V kan de vreemdeling daartoe een termijn stellen van ten hoogste vijf werkdagen.
Als een vreemdeling een verzoek tot een voorlopige voorziening indient, kan de DT&V een nieuwe termijn van vijf werkdagen toekennen na uitspraak op deze voorlopige voorziening. Daarbij geldt dat deze termijn niet tot gevolg mag hebben dat de uiterste overdrachtsdatum daarmee overschreden wordt.
De IND biedt de vreemdeling die op grond van artikel 6a of artikel 59a Vw in bewaring is gesteld en ten behoeve waarvan een terug- of overnameverzoek wordt ingediend bij een andere lidstaat niet meer de gelegenheid om uit eigen beweging te vertrekken naar de betreffende lidstaat na accordering van het terug- of overnameverzoek door de andere lidstaat.
7.3.2.5. Opvang in afwachting van definitieve besluitvorming op een aanvraag om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw
7.3.2.4. Toepassing van artikel 64 Vw in afwachting van definitieve besluitvorming tijdens verlengde asielprocedure
6.10. Bericht van vertrek of ontruiming
De KMar meldt het vertrek of de uitzetting van een vreemdeling uit Nederland aan de IND en de DT&V door alle volgende handelingen te verrichten:
Als de politie constateert dat de vreemdeling niet langer op zijn woonadres verblijft waardoor uitzetting niet mogelijk is, meldt de politie aan de IND en de DT&V het vertrek van de vreemdeling. De politie vergezelt deze melding met een voorstel tot signalering aan de IND. De IND moet nagaan of de vreemdeling ondertussen rechtmatig verblijf heeft gekregen.
Als de politie constateert dat de vreemdeling niet langer op zijn woonadres verblijft waardoor uitzetting niet mogelijk is, meldt de politie aan de IND en de DT&V het vertrek van de vreemdeling. De politie vergezelt deze melding met een voorstel tot signalering aan de IND. De IND moet nagaan of de vreemdeling ondertussen rechtmatig verblijf heeft gekregen.
7.3.2.6. Procedure bij zwangerschap/ bevalling
9. Verhaal van kosten van uitzetting
7.4.4. Verzoek toepassing artikel 64 Vw van een vreemdeling afkomstig uit een lidstaat van de Europese Unie
Om te beoordelen of de medische zorg niet toegankelijk is voor de vreemdeling worden bewijsstukken gevraagd die inzicht geven in de kosten van de medische behandeling in relatie tot het inkomen van de vreemdeling. Ook gaat het om bewijsstukken over de afstand tussen de woonplaats van de vreemdeling en de zorginstelling (in het land van herkomst) en eventueel diens reismogelijkheden in relatie tot de medische klachten.
Als er sprake is van een vertrekmoratorium voor het gebied waar de medische zorg beschikbaar is, zal de IND ambtshalve concluderen dat de medische zorg niet toegankelijk is.
De IND verstaat onder mantelzorg de vanwege de aard van de medische aandoening noodzakelijke verzorging van de vreemdeling door derden. Deze derden hoeven voor het verrichten van mantelzorg niet medisch geschoold te zijn.
1. Inleiding
7.6. Overgangsrecht
7.2.4. Bewijsmiddelen
Model M23. Standaard fax-bericht t.b.v. regeling transiterende visumplichtige zeelieden
Vervallen
Model M24-A. Opdracht tot verwijdering of overgave
Model M24-B. Rapport van overnemen van personen uit België of Duitsland
Vervallen
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet ervoor zorgen dat in het kader van de signalering vingerafdrukken en een foto van de vreemdeling in de BVV beschikbaar zijn. Als dit niet mogelijk is, moet de reden hiervan worden vermeld.
4.2. Contact met de diplomatieke vertegenwoordiging
4.2. Contact met de diplomatieke vertegenwoordiging
12.11. Aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
De IND wist een door Nederland in het SIS ingevoerde signalering inzake terugkeer als de vreemdeling is uitgereisd uit het grondgebied van de lidstaten en zijn vertrek bij de IND bekend is. Een door Nederland in het SIS ingevoerde signalering met het oog op weigering toegang en verblijf wordt gewist als de duur van het opgelegde inreisverbod is verstreken en zijn vertrek bij de IND bekend is; zie ook paragraaf A4/2.5.6 Vc.
De IND kan een signalering wissen als sprake is van gewijzigde omstandigheden, die aanzetten tot het wissen van de signalering. Daarvan is in ieder geval sprake in de volgende gevallen:
De Korpschef of de Commandant der KMar moet de vreemdeling aanzeggen dat de vreemdeling Nederland moet verlaten, als aan alle volgende voorwaarden is voldaan:
Een vreemdeling die gesignaleerd staat in het SIS mag bij elke lidstaat een verzoek indienen om het wissen van de signalering.
In Nederland moet de vreemdeling een verzoek tot het wissen van een signalering van een andere lidstaat richten aan de DLIO (Dienst Landelijke Informatie Organisatie).
Als het verzoek tot het wissen van de signalering met het oog op weigering toegang en verblijf feitelijk een verzoek tot het opheffen van het door Nederland opgelegde inreisverbod of ongewenstverklaring betreft, moet het verzoek door de vreemdeling naar de IND worden gestuurd en is respectievelijk paragraaf A4/2.5 of paragraaf A4/3.5 Vc van toepassing.
5.2. Remigratiebeleid derdelanders uit Oekraïne
In de volgende paragrafen zijn beleidsregels opgenomen ter invulling van deze gronden om de vertrektermijn te verkorten of onthouden:
In paragraaf A3/3.5 Vc zijn beleidsregels opgenomen over de toepassing van de gronden uit artikel 62, tweede lid onder a en b, Vw bij een eerste aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
In paragraaf A3/3.6 Vc zijn beleidsregels opgenomen omtrent de proportionaliteit van het onthouden van een vertrektermijn.
In paragraaf A3/3.7 Vc zijn beleidsregels opgenomen omtrent de verlenging van de vertrektermijn.
De DT&V moet bewijsmiddelen wel screenen op gegevens waaruit indirect kan worden afgeleid dat het om een vreemdeling gaat die een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft ingediend bij landen waarvan bekend is dat het aanvragen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd tot problemen kan leiden bij de terugkeer van de vreemdeling tot dat land. De DT&V mag aan de diplomatieke vertegenwoordiging uitsluitend aangeven dat:
Het Europees reisdocument mag worden gebruikt:
Om gebruik te maken van een Europees reisdocument in het kader van het vertrek van de vreemdeling uit Nederland moet aan alle volgende voorwaarden worden voldaan:
In de situatie gemeld onder d. wordt in het terugkeerbesluit opgenomen dat:
Als in de situatie gemeld onder d. op een later moment wordt vastgesteld dat artikel 3 EVRM zich niet meer verzet tegen uitzetting van de vreemdeling dan wel dat de vreemdeling niet langer te vrezen heeft voor vervolging, neemt de IND een besluit waaruit blijkt dat er niet langer een terugkeerbeletsel is. Dit besluit maakt de IND kenbaar aan de vreemdeling. Hiertegen kan de vreemdeling rechtsmiddelen aanwenden.
6.8. Hulpmiddelen ten behoeve van uitzetting
7.3. Verlening uitstel vertrek op grond van artikel 64 Vw
De DT&V maakt de datum van overdracht aan de vreemdeling bekend. De DT&V verstrekt de vreemdeling die zelfstandig reist naar de lidstaat die verantwoordelijk is voor de behandeling van het verzoek om internationale bescherming, het geldige document voor grensoverschrijding. De DT&V vermeldt op het geldig document voor grensoverschrijding aan welke lidstaat de vreemdeling wordt overgedragen. Als de vreemdeling onder geleide reist, houdt zijn begeleider het geldig document voor grensoverschrijding onder zich. Bij gecontroleerd vertrek per vliegtuig wordt het geldig document voor grensoverschrijding afgegeven aan de gezagvoerder die het geldig document voor grensoverschrijding bij aankomst aan de grensbewakingsautoriteiten overhandigt.
6.10. Bericht van vertrek of ontruiming
7.3.2.7. Procedure bij tbc
7.3.2. Toepassing van artikel 64 Vw in afwachting van (definitieve) besluitvorming
6.11. Gedragslijn als uitzetting niet mogelijk is
Als de politie constateert dat de vreemdeling niet langer op zijn woonadres verblijft waardoor uitzetting niet mogelijk is, meldt de politie aan de IND en de DT&V het vertrek van de vreemdeling. De politie vergezelt deze melding met een voorstel tot signalering aan de IND. De IND moet nagaan of de vreemdeling ondertussen rechtmatig verblijf heeft gekregen.
De IND kan uitstel van vertrek verlenen op grond van artikel 64 Vw als:
De IND kan uitstel van vertrek verlenen op grond van artikel 64 Vw als:
De vreemdeling krijgt uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw als BMA aangeeft dat voor de vreemdeling of één van zijn gezinsleden vanwege de gezondheidssituatie medisch gezien niet verantwoord is om te reizen.
De vreemdeling krijgt uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw als BMA aangeeft dat voor de vreemdeling of één van zijn gezinsleden vanwege de gezondheidssituatie medisch gezien niet verantwoord is om te reizen.
Als gezinsleden in verband met artikel 64 Vw worden aangemerkt:
2.3. Duur van het inreisverbod
7.6. Overgangsrecht
7.5. Rechtsmiddelen
7.1.6. Mantelzorg
Het BMA kan in het medisch advies opnemen dat mantelzorg noodzakelijk wordt geacht, als mantelzorg essentieel is voor het welslagen van de medische behandeling.
Indien in een land van herkomst of bestendig verblijf professionele (thuis)zorg beschikbaar is, dan kan zorg zoals gegeven bij mantelzorg ook verleend worden door medewerkers van deze professionele (thuis)zorg. Het BMA zal in het medisch advies opnemen of deze vorm van professionele (thuis)zorg beschikbaar is.
Om in aanmerking te komen voor uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw vanwege door BMA noodzakelijk geachte mantelzorg moet de vreemdeling aantonen dat:
Als de vreemdeling in Nederland geen mantelzorg ontvangt van gezins- of familieleden, maar mantelzorg wordt verleend door een andere derde (niet zijnde een medisch professional) dan kan de IND overwegen dat deze in het land van herkomst ook door een derde verleend kan worden.
De vreemdeling die een aanvraag om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw wil indienen, maakt daarvoor gebruik van het formulier ‘Aanvraag uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw’ en voegt de relevante medische gegevens en bewijsmiddelen als hieronder vermeld toe.
7.2.4. Bewijsmiddelen
7.2.4. Bewijsmiddelen
A4. Het inreisverbod en de ongewenstverklaring
7.2.5. Herstel verzuim
7.2.5. Herstel verzuim
7.2.5. Herstel verzuim
Model M25. Fax: Melding incidenten grensbewaking
Vervallen
Model M26. Bewustverklaring kort verblijf
Vervallen
Model M27. Guiding Letter: attest inzake vreemdelingen zonder reisdocumenten
Vervallen
Model M28. Covering Letter: attest inzake vreemdelingen met valse of vervalste reisdocumenten
Vervallen
Model M29. Aanwijzing terugvoerverplichting luchtvaartmaatschappij
Vervallen
Model M30. Aanwijzing terugvoerverplichting rederij
Model M31. Standaardformulier voor weigering van toegang aan de grens
Vervallen
In ieder geval de volgende vreemdelingen hebben de plicht een gezichtsopname en vingerafdrukken te laten afnemen door de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen:
12.4. Gevolgen signalering bij het aantreffen aan de grens op uitreis of binnen Nederland
12.5. Signaleringen en verblijfstitels/verblijfsaanvragen
Het Bureau SIRENE verricht vervolgens de volgende handelingen:
Een signalering wordt door de IND uit het (N)SIS verwijderd als de termijn van de signalering is verstreken.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen informeert de vreemdeling die gesignaleerd wordt in ieder geval over:
12.10.4. Raadpleging zonder actieve betrokkenheid van Nederland
4.4. Gedragslijn als geen geldig document voor grensoverschrijding kan worden verkregen
Een verzoek tot het wissen van een door Nederland opgenomen signalering inzake terugkeer of met het oog weigering van toegang en verblijf moet door de vreemdeling naar de IND worden gestuurd.
Binnen acht weken nadat het verzoek van de vreemdeling is ontvangen, wordt door de IND schriftelijk beslist op het verzoek tot het wissen van de signalering.
Een verzoek om ondersteuning kan worden geweigerd dan wel de aanspraak op ondersteuning kan vervallen en kan worden teruggevorderd, als:
De IND, de ambtenaar belast met de grensbewaking en AVIM nemen aan dat er sprake is van een risico op onttrekking aan het toezicht in de zin van artikel 62, tweede lid, onder a, Vw als tenminste twee van de gronden als genoemd in artikel 5.1b, derde en vierde lid, Vb van toepassing zijn.
Als onmiddellijke uitzetting van de vreemdeling door middel van overdracht aan de buitenlandse grensautoriteiten of door plaatsing aan boord van een schip of een vliegtuig mogelijk is, vraagt de DT&V geen geldig document voor grensoverschrijding en de eventueel benodigde visa, transitvisa en ‘re-entry permit’ bij de buitenlandse diplomatieke vertegenwoordiging aan.
De Koninklijke Marechaussee meldt iedere toepassing van bovenstaande hulpmiddelen bij de Inspectie van Justitie en Veiligheid. De Inspectie ziet toe op een goede uitvoering van deze taak.
De politie of de KMar moeten bij elk vertrek van een vreemdeling uit Nederland nagaan of de door de Minister gegeven voorschriften en aanwijzingen zoals genoemd onder paragraaf A2/8 Vc zijn nageleefd over:
Met name als de vreemdeling kort vóór de geplande uitzetting of overdracht aangeeft een verblijfsaanvraag te willen indienen, dan kan de IND op grond van de uitzonderingen als genoemd in artikel 3.1, eerste en tweede lid, Vb besluiten dat uitzetting of overdracht toch doorgang kan vinden.
Met name als de vreemdeling kort vóór de geplande uitzetting of overdracht aangeeft een verblijfsaanvraag te willen indienen, kan de IND op grond van de uitzonderingen als genoemd in artikel 3.1, eerste en tweede lid, Vb besluiten dat uitzetting of overdracht toch doorgang kan vinden.
Als gezinsleden in verband met artikel 64 Vw worden aangemerkt:
Voor de wijze waarop de familierechtelijke relatie en het feitelijke behoren tot het gezin wordt aangetoond, wordt verwezen naar paragraaf C2/4.1.2 Vc. In het kader van deze regeling hoeven officiële bewijsmiddelen waarmee de familierechtelijke relatie wordt aangetoond, niet gelegaliseerd te zijn door de Minister van Buitenlandse Zaken.
Het BMA kan in het medisch advies opnemen dat mantelzorg noodzakelijk wordt geacht, als mantelzorg essentieel is voor het welslagen van de medische behandeling.
De IND kent geen betekenis toe aan niet onderbouwde stellingen over het ontbreken van mantelzorg in het land van herkomst of bestendig verblijf.
De IND kent geen betekenis toe aan niet onderbouwde stellingen over het ontbreken van mantelzorg in het land van herkomst of bestendig verblijf.
De IND stelt het aanvraagformulier en bijlagen beschikbaar via de website www.ind.nl;
8. Uitzetting via aanvoerende vervoersonderneming
9. Verhaal van kosten van uitzetting
Model M32-M34. Gereserveerd
Model M35-A. Aanvraag verblijfsvergunning of wijziging beperking zonder Mvv
Vervallen
De procedure in geval van een lastminuteaanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd staat beschreven in paragraaf C1/2.9 Vc.
Een uitzondering op de definitie van gezinsleden volgt als er sprake is van het achterwege laten van de uitzetting van een minderjarig kind. Als gezinsleden worden dan aangemerkt:
Het verlenen van uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw doet zich niet eerder voor dan vanaf het moment waarop de rechtsplicht ontstaat Nederland te verlaten. Uitzondering hierop is de ambtshalve toets die de IND uit kan voeren in de parallelle procedure (zie paragraaf A3/7.2.3 Vc).
De vreemdeling legt bij de schriftelijke aanvraag alle bewijsmiddelen als bedoeld in paragraaf A3/7.2.4 Vc over. Ook legt de vreemdeling de bijlage ‘Verklaring paspoort bij medische omstandigheden’ over.
9. Verhaal van kosten van uitzetting
Model M35-A-1. Aanvraag verblijfsvergunning met Mvv
Vervallen
Model M35-B. Aanvraag verlenging verblijfsvergunning
Vervallen
De vreemdeling die een aanvraag om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw wil indienen, maakt daarvoor gebruik van het formulier ‘Aanvraag uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw’ en voegt de relevante medische gegevens en bewijsmiddelen als hieronder vermeld toe.
De IND brengt de vreemdeling, die gesignaleerd is in SIS of E&S op de hoogte middels een mededeling in de Staatscourant, als naar aanleiding van de raadplegingsprocedure deze signalering:
De IND signaleert de vreemdeling in E&S na het opleggen van een besluit in de zin van artikel 24, eerste lid, onder a, Vo (EU) 2018/1861.
De IND start de raadplegingsprocedure op grond van artikel 10 van Vo (EU) 2018/1860 of artikel 28 van Vo (EU) 2018/1861 bij de verblijfgevende lidstaat. Dit houdt het volgende in:
In deze paragraaf wordt de raadpleging door de andere lidstaat besproken, als na het invoeren van een signalering door deze andere lidstaat blijkt dat de vreemdeling al in het bezit is van een verblijfsvergunning inclusief asiel in Nederland. Het Bureau SIRENE informeert de IND over het raadplegingsverzoek.
De politie of de KMar moeten bij elk vertrek van een vreemdeling uit Nederland nagaan of de door de Minister gegeven voorschriften en aanwijzingen zoals genoemd onder paragraaf A2/8 Vc zijn nageleefd over:
Een vreemdeling die is geregistreerd in het E&S kan een verzoek indienen om de signalering te wissen in het E&S. Hiertoe moet de vreemdeling een schriftelijk en gemotiveerd verzoek richten aan de DLIO. De DLIO stuurt het verzoek door aan de IND. De IND beslist schriftelijk binnen acht weken nadat het verzoek door de IND is ontvangen.
Een signalering wordt door de IND in het E&S gewist als de termijn van de maatregel die ten grondslag ligt aan de signalering is verstreken.
De IND, de ambtenaar belast met de grensbewaking en AVIM moeten de gronden, als bedoeld in artikel 5.1b, derde en vierde lid, Vb nader toelichten, indien uit deze gronden zelf niet rechtstreeks blijkt dat er sprake is van een risico op onttrekking aan het toezicht. Deze toelichting is in ieder geval vereist bij de gronden als genoemd in artikel 5.1b, vierde lid, Vb.
Er wordt een risico op onttrekking aan het toezicht aangenomen bij een in Nederland geboren kind, indien het kind een terugkeerbesluit ontvangt nadat de ouder (of ouders) eerder een terugkeerbesluit heeft ontvangen en die ouder zich niet heeft gehouden aan zijn vertrekplicht. Daarmee wordt de grond, genoemd in artikel 5.1b, derde lid, sub c, Vb, aan het kind toegerekend. Vereist is wel dat nog minimaal één van de andere gronden in artikel 5.1b, derde en vierde lid, Vb van toepassing is op het kind dan wel zijn ouder om ten aanzien van het gezin als geheel een risico op onttrekking aan het toezicht aan te nemen. Aan dat kind wordt dan in beginsel een vertrektermijn onthouden.
Bij de uitleg van voldoende middelen van bestaan als bedoeld in artikel 5.1b, vierde lid, onder d, Vb wordt aangesloten bij de bestaande invulling van dit begrip in artikel 3.74 Vb en paragraaf B1/4.3.3 Vc.
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen mag in ieder geval geen aantekeningen over het vertrek van de vreemdeling in een identiteitsdocument of een geldig document voor grensoverschrijding plaatsen als:
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen mag verder geen aantekening over de uitzetting in het geldige document voor grensoverschrijding van de vreemdeling maken als aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:
Uitzettingen vinden plaats via één van de justitiële inrichtingen. Hiervan uitgezonderd zijn in ieder geval de volgende vreemdelingen:
Uitzettingen vinden plaats via één van de justitiële inrichtingen. Hiervan uitgezonderd zijn in ieder geval de volgende vreemdelingen:
6.9. Overdracht in het kader van de Verordening (EU) nr. 604/2013
De Commandant der KMar beoordeelt of de vreemdeling wordt overgedragen in de vorm van een gecontroleerd vertrek of onder geleide. Bij de beoordeling beziet de Commandant der KMar of uit de geaccordeerde claim blijkt dat een begeleide overdracht gewenst is. De DT&V adviseert de Commandant der KMar bij de beoordeling voor een gecontroleerd vertrek of onder geleide.
6.10. Bericht van vertrek of ontruiming
De vreemdeling krijgt uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw, als sprake is van een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM om medische redenen.
De vreemdeling krijgt uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw, als sprake is van een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM om medische redenen.
Onder een medische noodsituatie verstaat de IND: die situatie waarbij de vreemdeling lijdt aan een aandoening, waarvan op basis van de huidige medisch-wetenschappelijke inzichten vaststaat dat het achterwege blijven van behandeling binnen een indicatieve termijn van drie tot zes maanden zal leiden tot overlijden, invaliditeit of een andere vorm van ernstige geestelijke of lichamelijke schade.
Het indienen van de aanvraag om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw schort de vertrekplicht niet op. In afwachting van het besluit op de aanvraag, heeft de vreemdeling geen rechtmatig verblijf op grond van artikel 8 Vw.
Het indienen van de aanvraag op grond van artikel 64 Vw schort de door het COA te volgen procedures tot beëindiging van verstrekkingen ingevolge de Rva niet op.
7.2.6. Raadplegen BMA
7.2.6. Raadplegen BMA
7.2.6. Raadplegen BMA
7.3. Verlening uitstel vertrek op grond van artikel 64 Vw
Model M35-C. Aanvraag tot het wijzigen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
Vervallen
Model M35-D. Aanvraag verblijfsvergunning onbepaalde tijd
Vervallen
Model M35-E. Aanvraag om toetsing aan het gemeenschapsrecht (bewijs van rechtmatig verblijf)
Vervallen
Model M35-F. Aanvraag van wettelijk vertegenwoordiger tot het verlenen, wijzigen danwel verlengen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
Vervallen
Model M35-G. Aanvraag om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 van de Vreemdelingenwet tevens geldig te verklaren voor inwonende kinderen beneden 12 jaar
Vervallen
De vreemdeling mag de behandeling van een eerste, tijdig ingediend verzoek om een voorlopige voorziening in beginsel in Nederland afwachten. Een verzoek om een voorlopige voorziening moet binnen 24 uur na bekendmaking van het besluit zijn ingediend. Het indienen van het verzoek om een voorlopige voorziening levert geen rechtmatig verblijf op grond van artikel 8 Vw op en betekent evenmin dat de vreemdeling aanspraak maakt op de verstrekkingen ingevolge de Rva.
Overwegingen:
De vaststelling of er sprake is van het frustreren van de uitzetting moet plaatsvinden aan de hand van alle individuele omstandigheden van de vreemdeling. De DT&V beoordeelt of het de vreemdeling te doen is de geplande uitzetting te frustreren of dat de behandeling van het verzoek in Nederland mag worden afgewacht. De DT&V brengt hierover aan de IND een advies uit, waaraan door de IND bij de besluitvorming rekening mee wordt gehouden.
Als de IND oordeelt dat de behandeling van het eerste, tijdig ingediende verzoek om een voorlopige voorziening niet in Nederland mag worden afgewacht, wordt de vreemdeling of zijn raadsman direct schriftelijk of mondeling op de hoogte gebracht.
De aanvraag van een vreemdeling om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw, die is ingediend voor 1 september 2017 wordt getoetst aan het beleid zoals dat geldt vanaf 1 september 2017. Dit geldt ook als aan de vreemdeling eerder uitstel van vertrek is verleend op grond van artikel 64 Vw.
Artikel 2 – alternatief
Overwegingen:
Indien de IND voor 1 september 2017 om medische redenen aan de vreemdeling een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft verleend op grond van artikel 3 EVRM; en de vreemdeling een aanvraag heeft ingediend om:
Artikel 2 – alternatief
Indien de IND voor 1 september 2017 om medische redenen aan de vreemdeling een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd heeft verleend op grond van artikel 3 EVRM; en de vreemdeling een aanvraag heeft ingediend om:
De au pair en het gastgezin komen derhalve het volgende overeen:
De termijn van uitzetting via een aanvoerende vervoersonderneming, zoals bedoeld in artikel 65, eerste lid, onder b, Vw gaat in op het tijdstip van staande houden van de vreemdeling. De plaatsing van de vreemdeling aan boord van een schip of vliegtuig dat bij dezelfde vervoersonderneming in gebruik is, mag na zes maanden plaatsvinden.
De termijn van uitzetting via een aanvoerende vervoersonderneming, zoals bedoeld in artikel 65, eerste lid, onder b, Vw gaat in op het tijdstip van staande houden van de vreemdeling. De plaatsing van de vreemdeling aan boord van een schip of vliegtuig dat bij dezelfde vervoersonderneming in gebruik is, mag na zes maanden plaatsvinden.
De Staat of andere openbare lichamen die kosten maken bij een uitzetting en deze kosten ten laste brengen van de vreemdeling, moeten, als de vreemdeling zelf niet in staat is de kosten te voldoen, zo veel mogelijk gebruik maken van tenminste één van de volgende mogelijkheden:
De Staat of andere openbare lichamen die kosten maken bij een uitzetting en deze kosten ten laste brengen van de vreemdeling, moeten, als de vreemdeling zelf niet in staat is de kosten te voldoen, zo veel mogelijk gebruik maken van tenminste één van de volgende mogelijkheden:
Het ticket, de garantiesom of de waarborgsom wordt aangewend voor de betaling van de kosten van het vertrek. Een garantsteller mag door de Staat of een ander openbaar lichaam worden aangesproken om aan zijn verplichtingen te voldoen.
Als de Staat of andere openbare lichamen kosten van de uitzetting wil verhalen moet aan alle volgende voorwaarden zijn voldaan:
Artikel 2 – alternatief
De KMar, politie, Openbaar Ministerie, DT&V, DJI en IND moeten ten aanzien van vreemdelingen in de strafrechtketen (VRIS) de werkafspraken hanteren die zijn vastgelegd in de Ketenprocesbeschrijving Vreemdeling In de Strafrechtketen (VRIS).
Hoe vult u dit formulier in?
Als een land een formeel uitleveringsverzoek indient, mogen er geen uitzettingshandelingen plaatsvinden totdat de uitleveringsprocedure is afgerond.
Artikel 1 – weekindeling
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen geeft Bureau SIRENE alle volgende informatie:
Bureau SIRENE moet onmiddellijk de buitenlandse autoriteit verzoeken per ommegaande te berichten of een uitleveringsverzoek wordt ingediend. Bureau SIRENE moet het antwoord van de buitenlandse autoriteit onmiddellijk bekend maken bij de Korpschef of de Commandant der KMar.
Hoe verloopt de procedure?
In de gevallen waarin het antwoord van de buitenlandse autoriteit over het al dan niet indienen van een uitleveringsverzoek nog niet is ontvangen, mag de buitenlandse autoriteit voorafgaand aan het formele uitleveringsverzoek, om voorlopige aanhouding van de vreemdeling vragen. De Korpschef of de Commandant der KMar neemt voor het verzoek om voorlopige aanhouding contact op met de bevoegde officier van justitie.
Een vreemdeling die in vreemdelingenbewaring is gesteld, moet door de Korpschef of de Commandant der KMar in strafrechtelijke bewaring worden geplaatst. De Korpschef of de Commandant der KMar informeert de DT&V over de overplaatsing van de vreemdeling.
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen informeert de DT&V als de voorgenomen uitzetting van de vreemdeling wordt opgeschort gedurende de afhandeling van een verzoek om voorlopige aanhouding of uitlevering en de vreemdeling niet meer op korte termijn kan worden uitgezet.
De vreemdelingenketen moet contact opnemen met de DT&V voor informatie over:
Model M35-H. Aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Model M35-I. Aanvraag Verlenging verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd; of Verblijfsvergunning asiel onbepaalde tijd; of EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen
Model M35-J. Verklaring om een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 tevens geldig te verklaren voor een (de) hier te lande geboren kind(eren)
Model M35-J-1. Aanvraag verblijfsvergunning asiel onbepaalde tijd of verlenging bepaalde tijd
Vervallen
Model M35-K
Vervallen
Model M1
Vervallen
Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
Model M1
Vervallen
Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
Model M1
Vervallen
Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
Model M1
Vervallen
Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
Model M1
Vervallen
Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
8. Bijzondere categorieën
De ambtenaar belast met de grensbewaking weigert de vreemdeling de toegang als de ziekte:
9. Verplichtingen voor vervoerders
Nadat het besluit omtrent weigering van de toegang is genomen, wordt zo spoedig mogelijk krachtens artikel 6, eerste en tweede lid juncto het zesde lid, Vw dan wel artikel 6a, eerste lid, Vw een nieuwe vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. Een beroep tegen deze vrijheidsontnemende maatregel omvat gelet op het bepaalde in artikel 94, tweede lid, Vw van rechtswege een beroep tegen het besluit tot toegangsweigering dat is genomen middels het model M17A. Indien de vreemdeling geen beroep instelt tegen de vrijheidsontnemende maatregel, is het rechtsmiddel dat tegen de toegangsweigering moet worden ingesteld administratief beroep (zie artikel 77, eerste lid, Vw).
Voor een werkzoekende zeeman mag het zeemansboekje niet in de plaats van het paspoort treden om te voldoen aan de voorwaarde dat de vreemdeling in het bezit moet zijn van een geldig document voor grensoverschrijding.
De ambtenaar belast met de grensbewaking controleert de vreemdeling niet op bestaansmiddelen als de vreemdeling aantoont dat hij op een mijnbouwinstallatie op het continentaal plat is tewerkgesteld.
De ambtenaar belast met de grensbewaking weigert niet de toegang aan houders van een geldige Belgische of Luxemburgse verblijfsvergunning enkel op de grond dat zij niet in het bezit zijn van hun geldige document voor grensoverschrijding. De ambtenaar belast met de grensbewaking controleert niet op het bezit van bestaansmiddelen bij deze vreemdelingen, wanneer zij in het bezit zijn van geldige reistickets naar België of Luxemburg. De bovenstaande beleidsregels gelden ook voor vreemdelingen die in het bezit zijn van het vereiste document voor grensoverschrijding en een geldige Belgische of Luxemburgse mvv (autorisation de séjour provisoire), mits in deze machtiging staat vermeld dat zij geldig is voor binnenkomst in het Beneluxgebied.
4.4.4. Middelen van bestaan
Een vervoerder moet zijn personeel zodanig instrueren, dat controle van reisdocumenten plaatsvindt bij het inchecken en bij vertrek naar Nederland. Onder het personeel van de vervoerder valt het personeel dat onder zijn verantwoordelijkheid bepaalde formaliteiten verricht. Het personeel van de vervoerder moet bij de controle van de reisdocumenten vaststellen of een document voor grensoverschrijding geldig is.
Op opstapplaatsen waar door de vervoerder bij de controle van vervoersbewijzen gebruik gemaakt wordt van technische apparatuur, moet de vervoerder deze apparatuur voor de controle van documenten voor grensoverschrijding gebruiken.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen onderzoekt de verblijfsstatus van de staande gehouden persoon die niet de Nederlandse nationaliteit heeft of als een verblijfsstatus die in de BVV gevonden is om nader onderzoek vraagt.
2.5. Overbrengen en ophouden
Als de opgehouden persoon minderjarig is, worden degenen die de ouderlijke macht of de voogdij over de minderjarige uitoefenen geïnformeerd over de ophouding. Als daartoe geen gelegenheid bestaat, moet de Korpschef of de Commandant der KMar de kennisgeving doen aan de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in Nederland.
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet de opgehouden persoon op de hoogte stellen dat:
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet voor het afnemen van vingerafdrukken alle handelingen verrichten, als vermeld in paragraaf A2/3 Vc.
12.8. Opheffing van signaleringen
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen verricht in de volgende situaties de genoemde handelingen, als hij een door Nederland gesignaleerde vreemdeling in het kader van binnenlands toezicht of bij controle op uitreis aantreft.
De DT&V kan een vreemdeling bij de feitelijke terugkeer begeleiden. De DT&V kan dit bijvoorbeeld doen bij:
tenzij de vreemdeling op andere wijze van deze wijziging op de hoogte is gesteld.
Voor zover sprake is van een verdenking van het plegen van een misdrijf wint de IND, de ambtenaar belast met de grensbewaking of AVIM informatie in bij de politie of het OM over de gegrondheid van die verdenking waarbij in ieder geval wordt betrokken of er sprake is van een redelijk vermoeden van schuld.
De IND kan een signalering in het E&S ook wissen als de onderliggende maatregel wordt opgeheven.
De IND wist een signalering in het E&S als de mvv-sticker van de mvv-plichtige vreemdeling die niet (langer) aan de voorwaarden waaronder de mvv is afgegeven voldoet, doorgehaald wordt.
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet ten aanzien van een tijdelijk in bewaring genomen geldig document voor grensoverschrijding van de vreemdeling of een identiteitspapier van de vreemdeling alle volgende handelingen verrichten:
De ambtenaar belast met de grensbewaking stelt het Bureau SIRENE op de hoogte als een vreemdeling die gesignaleerd staat de toegang tot Nederland voor een kort verblijf wordt verleend. Het Bureau SIRENE informeert de andere lidstaten over deze toegangsverlening.
Als de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde, de openbare veiligheid of de nationale veiligheid als bedoeld in artikel 62, tweede lid, onder c, Vw is tenminste een van de volgende besluiten mogelijk:
Het vertrek uit Nederland houdt op grond van de Terugkeerrichtlijn ook het vertrek in uit de andere lidstaten van de EU (zonder Ierland), Noorwegen, IJsland, Liechtenstein en Zwitserland.
De IND, de ambtenaar belast met de grensbewaking of AVIM bepaalt dat de vreemdeling Nederland (en de andere lidstaten van de EU (zonder Ierland), Noorwegen, IJsland, Liechtenstein en Zwitserland) onmiddellijk moet verlaten als het persoonlijk gedrag van de vreemdeling een werkelijke, actuele en voldoende ernstige bedreiging voor een fundamenteel belang van de samenleving vormt.
De IND, de ambtenaar belast met de grensbewaking of AVIM kan de vreemdeling aanmerken als een gevaar voor de openbare orde om één of meer van de redenen zoals opgenomen in paragraaf B1/4.4 Vc. De IND, de ambtenaar belast met de grensbewaking of AVIM kan de vreemdeling ook aanmerken als een gevaar voor de openbare orde als sprake is van een verdenking van het plegen van een misdrijf.
Om in aanmerking te komen voor het REAN-programma moet een vreemdeling alle volgende handelingen verrichten:
Een vreemdeling komt niet in aanmerking voor het REAN-programma als hij de nationaliteit heeft van, of in het bezit is van een geldig (tijdelijke) reguliere verblijfsvergunning, of een asielvergunning voor onbepaalde tijd, van:
De IND concludeert dat de medische behandeling niet in het land van herkomst (of een ander land waar de vreemdeling naar kan vertrekken) beschikbaar is als, in één van de volgende gevallen:
De IND concludeert dat de medische behandeling niet in het land van herkomst (of een ander land waar de vreemdeling naar kan vertrekken) beschikbaar is als, in één van de volgende gevallen:
De bewijslast dat de vreemdeling geen toegang zal hebben tot de vereiste medische zorg rust op de vreemdeling.
De bewijslast dat de vreemdeling geen toegang zal hebben tot de vereiste medische zorg rust op de vreemdeling.
Dit is van belang in die gevallen waarin het BMA in het medisch advies:
Als de vreemdeling zijn identiteit en nationaliteit niet heeft aangetoond middels originele documenten, kan hij in beginsel niet aannemelijk maken dat de noodzakelijke medische zorg in het land van herkomst of het land waarnaar hij kan vertrekken voor hem niet toegankelijk is. Dit is anders als:
Het enkele ontbreken van identiteitsdocumenten is geen reden om de toegankelijkheid van de zorg niet te beoordelen.
Als documenten met betrekking tot de nationaliteit van de vreemdeling gelden in ieder geval:
In beginsel maakt de DT&V geen gebruik van de bevoegdheid tot uitzetting van de vreemdeling, zolang op de aanvraag op grond van artikel 64 Vw niet is beslist.
De IND toetst op grond van artikel 6.1e Vb ambtshalve tijdens de eerste asielprocedure of een vreemdeling in aanmerking komt voor uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw. De IND kan bij de ambtshalve toets medische informatie betrekken, die is verkregen tijdens het medisch advies in de rust- en voorbereidingstermijn. De IND neemt ook overige medische omstandigheden mee, die tijdens de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd tot uiting komen.
De IND toetst op grond van artikel 6.1e Vb ambtshalve tijdens de eerste asielprocedure of een vreemdeling in aanmerking komt voor uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw. De IND kan bij de ambtshalve toets medische informatie betrekken, die is verkregen tijdens het medisch advies in de rust- en voorbereidingstermijn. De IND neemt ook overige medische omstandigheden mee, die tijdens de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd tot uiting komen.
In verband met de ambtshalve toets op grond van artikel 6.1e Vb moet de vreemdeling een recente, volledige ingevulde en ondertekende toestemmingsverklaring verstrekken en zijn identiteit en nationaliteit laten vaststellen zoals beschreven in paragraaf A3/7.2.4 Vc.
De IND past de ambtshalve toets ook toe bij intrekking van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd of bij afwijzing van de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van die vergunning. De IND toetst in dat geval uitsluitend ambtshalve als de vreemdeling de voor die beoordeling relevante medische gegevens en overige bescheiden heeft overgelegd.
Bij tweede of volgende aanvragen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd geldt de ambtshalve toets niet.
Voor de ambtshalve toets in reguliere zaken wordt verwezen naar paragraaf B1/3.4.1.1 Vc.
7.3. Verlening uitstel vertrek op grond van artikel 64 Vw
7.3.1. Algemeen
7.3.1. Algemeen
2.4.2. Uitreiking van het besluit tot uitvaardiging van een inreisverbod
2.3. Aanvang en duur van het inreisverbod
2.4. Procedurele aspecten
2.4.1. Voorbereiding van het besluit tot uitvaardiging van een inreisverbod
2.4.1. Voorbereiding van het besluit tot uitvaardiging van een inreisverbod
2.4.2. Uitreiking van het besluit tot uitvaardiging van een inreisverbod
Artikel 4 – zakgeld
Artikel 3 – culturele uitwisseling
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet bij het aantreffen van een vreemdeling die aan alle volgende kenmerken voldoet onmiddellijk Bureau SIRENE informeren:
Het Ministerie van Justitie en Veiligheid ontvangt het uitleveringsverzoek van de buitenlandse autoriteit en neemt dit in behandeling.
Artikel 6 – meldpunt au pairs 2Het meldpunt is tijdelijk ondergebracht bij de IND. Het telefoonnummer van het meldpunt is: (070) 370 3888.
Artikel 5 – geldigheid
De vreemdelingenketen moet contact opnemen met de DT&V voor informatie over:
A. Inwilliging
In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen als aanvulling op of een uitwerking van:
In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen als aanvulling op of een uitwerking van:
C. Nader onderzoek
Het beleid ten aanzien van de ongewenstverklaring van een vreemdeling op grond van artikel 67, eerste lid, aanhef en onder b tot en met e, Vw, is van overeenkomstige toepassing op het inreisverbod dat wordt opgelegd met toepassing van artikel 66a, zevende lid, aanhef en onder a, b, c en d, Vw, voor zover sprake is van een werkelijke, actuele, voldoende ernstige bedreiging van een fundamenteel belang van de samenleving. Verwezen wordt naar paragraaf A4/3.1 onder b tot en met e Vc.
Het beleid ten aanzien van de ongewenstverklaring van een vreemdeling op grond van artikel 67, eerste lid, aanhef en onder b tot en met e, Vw, is van overeenkomstige toepassing op het inreisverbod dat wordt opgelegd met toepassing van artikel 66a, zevende lid, aanhef en onder a, b, c en d, Vw, voor zover sprake is van een werkelijke, actuele, voldoende ernstige bedreiging van een fundamenteel belang van de samenleving. Verwezen wordt naar paragraaf A4/3.1 onder b tot en met e Vc.
Het beleid ten aanzien van de ongewenstverklaring van een vreemdeling is van overeenkomstige toepassing op de bevoegdheid neergelegd in artikel 66a, tweede lid, Vw om een inreisverbod uit te vaardigen aan een vreemdeling die Nederland niet onmiddellijk moet verlaten. Verwezen wordt naar paragraaf A4/3.1 Vc.
De IND of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen vaardigt daarnaast een inreisverbod uit op grond van artikel 66a, tweede lid, Vw tegen een vreemdeling die:
Model M3
Vervallen
Model M4
Vervallen
Model M5-A. Aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om omzetting van een enkelvoudig visum in een meervoudig visum
Model M5-B. Aanvraag om verlening van een terugkeervisum
Vervallen
Model M5-C. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om wijziging van een visum
Model M1
Vervallen
Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
4.5. Middelen van bestaan
De ambtenaar belast met de grensbewaking mag aan de vreemdeling verzoeken een in zijn bezit zijnd retourticket te deponeren tot zekerheidstelling. In het geval de vreemdeling gebruik heeft gemaakt van electronic ticketing en daarom niet in het bezit is van een retourticket, wijst de ambtenaar belast met de grensbewaking de vreemdeling op de mogelijkheid om alsnog door de luchtvaartmaatschappij een retourticket te laten printen. De ambtenaar belast met de grensbewaking verzoekt de vreemdeling zekerheid te stellen als de betreffende luchtvaartmaatschappij het retourticket niet kan of wil printen. De geldigheidsduur van het retourticket moet langer zijn dan de duur van het voorgenomen verblijf van de vreemdeling.
5. Klachten
De ambtenaar belast met de grensbewaking geeft aan de vreemdeling die een retourticket of een garantiesom deponeert een ontvangstbewijs af. De ambtenaar belast met de grensbewaking geeft ook aan een derde die een garantiesom deponeert een ontvangstbewijs af.
6.1. Algemeen
De overheidsinstantie die de garantiesommen beheert, geeft de garantiesom gedeponeerd door een derde op vertoon van het ontvangstbewijs terug na vertrek van de vreemdeling uit het Schengengebied.
6.2. Het PIL
De ambtenaar belast met de grensbewaking is bevoegd een persoon die stelt Nederlander te zijn, te verplichten op grond van artikel 4.7 Vb om zijn Nederlanderschap aannemelijk te maken. De ambtenaar belast met de grensbewaking neemt contact op met de gemeente waar de persoon zegt te zijn ingeschreven met een adres in de BRP, om de nationaliteit vast te stellen.
6.3. De BVV
Het gaat hier om potentieel epidemische ziekten zoals gedefinieerd in de publicaties van de Wereldgezondheidsorganisatie, en andere infectieziekten of besmettelijke parasitaire ziekten, voor zover in Nederland beschermende regelingen zijn getroffen ten aanzien van de eigen onderdanen. Op www.rijksoverheid.nl worden de laatste ontwikkelingen over infectieziekten bijgehouden.
3. Ambtenaren belast met grensbewaking, geografische verdeling
De Visadienst of de ZHP brengt in het geldige document voor grensoverschrijding van de vreemdeling een nieuwe Schengenvisumsticker aan als een reisvisum voor meer reizen geldig wordt gemaakt. De Visadienst of de ZHP brengt de Schengenvisumsticker op een afzonderlijk vel papier aan als de vreemdeling houder is van een visumverklaring.
4.2.3.1. Reisdoel
De Visadienst merkt in dit verband als zeer bijzondere gevallen aan:
5.3. Terugkeervisa
Zie hiervoor onder ad a voor het plaatsen van een Schengenvisumsticker.
5.3. Terugkeervisa
Een haven of luchthaven wordt hierbij in zijn geheel beschouwd als grensdoorlaatpost.
4.3.3.1. Schengenvisa
De ambtenaar belast met de grensbewaking stelt in het geldige document voor grensoverschrijding van de vreemdeling een aantekening als blijk van de verleende toegang aan de vreemdeling. Deze aantekeningen zien in ieder geval op:
6.7.2.3. Anderen
Clausuleregeling voor onverwacht verblijf binnen Nederland
6.10.2.2. Toelichting op standaard faxformulier
(Model 21A).
7.3. Weigeren van toegang
De schriftelijke toegangsweigering is een besluit waartegen de vreemdeling administratief beroep kan instellen bij de IND. De ambtenaar belast met de grensbewaking reikt aan de vreemdeling naast het model M17, M17A of M18 ook een folder ‘Rechtsmiddelen’ uit.
7.4. Ondersteuning van doorgeleiding via Nederland bij verwijdering door de lucht
Een schriftelijk verzoek om doorgeleiding van een vreemdeling van een andere lidstaat moet worden ingediend bij de KMar op Schiphol. De lidstaat moet het verzoek op een tijdstip indienen, dat het verzoek ten minste twee dagen vóór de doorgeleiding bij de KMar aankomt. In bijzonder dringende en naar behoren gemotiveerde gevallen is de termijn om het verzoek in te dienen korter.
De werkzoekende zeeman moet bovendien met een zeemansboekje (-paspoort) of andere bewijsmiddelen kunnen aantonen dat hij het beroep van zeeman uitoefent.
Wanneer de vreemdeling een redelijke grond kan aanvoeren voor zijn verlate terugkeer mag de ambtenaar belast met de grensbewaking toegang verlenen aan:
De ambtenaar belast met de grensbewaking effectueert het vertrek van vreemdelingen die geen aanvraag om een verblijfsvergunning asiel indienen op ten minste één van de volgende momenten:
Als de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen met toestemming van de bewoner een woning binnentreedt, moet de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen het verloop van het binnentreden van de woning vastleggen in een proces-verbaal.
De politie doet op basis van de vingerafdrukken van de vreemdeling een onderzoek naar de identiteit van de vreemdeling als deze niet bekend is. De vreemdeling met verschillende personalia wordt onder de naam zoals deze in de BVV bekend is, gesignaleerd. De andere personalia worden als aliasnaam opgenomen.
In de subparagrafen hierna worden o.a. de volgende raadplegingsprocedures beschreven:
De ambtenaar belast met grensbewaking of toezicht informeert de IND over de vreemdeling:
Onderstaande raadplegingsprocedure is dan van toepassing.
De andere lidstaat overweegt de vreemdeling te signaleren in SIS en raadpleegt de IND:
De IND verstaat onder kennelijk ongegrond als bedoeld in artikel 62, tweede lid, onder b, Vw de situatie waarin de aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is afgewezen op grond van artikel 30b Vw.
De IND onthoudt een vertrektermijn wegens de kennelijke ongegrondheid bij (eerste) aanvragen asiel voor bepaalde tijd die zijn afgewezen:
Bij het onthouden van een vertrektermijn op deze grond kan worden verwezen naar de motivering uit het besluit waarin de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd kennelijk ongegrond is verklaard.
Het remigratiebeleid zal worden uitgevoerd door de DT&V. De DT&V kan besluiten om de IOM een rol te geven in de uitvoering van deze beleidsregels.
Artikel 23a van de Ambtsinstructie bevat de voorwaarden waaronder hulpmiddelen kunnen worden ingezet.
Het hoofd van de grensdoorlaatpost of het overgave-overnamepunt informeert onmiddellijk de betrokken politie, ZHP, KMar of DT&V of KMar in tenminste een van de volgende situaties:
Het hoofd van de grensdoorlaatpost of het overgave-overnamepunt overlegt met de politie, ZHP, KMar of DT&V of KMar over te volgen handelwijze.
In de volgende gevallen vindt in ieder geval geen uitzetting van vreemdelingen plaats ondanks het feit dat de vertrekplicht van kracht is:
Er is uitsluitend sprake van een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM:
Het indienen van de aanvraag om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw schort de vertrekplicht niet op. In afwachting van het besluit op de aanvraag, heeft de vreemdeling geen rechtmatig verblijf op grond van artikel 8 Vw.
Als de IND de aanvraag afwijst, brengt de IND de vreemdeling hier schriftelijk van op de hoogte.
De aanvraag van een vreemdeling om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw, die is ingediend voor 1 september 2017 wordt getoetst aan het beleid zoals dat geldt vanaf 1 september 2017. Dit geldt ook als aan de vreemdeling eerder uitstel van vertrek is verleend op grond van artikel 64 Vw.
dan zal de IND bij een ongewijzigde medische gesteldheid de vergunninghouder niet tegenwerpen dat het BMA minder stellig is over de waarschijnlijkheid dat zich een medische noodsituatie op korte termijn zal voordoen.
Voor wie is dit formulier?
Artikel 2 – alternatief
De Staat of andere openbare lichamen moeten van het geld dat ontvangen is voor de kosten van de uitzetting schriftelijke opgave doen aan de IND.
De KMar, politie, Openbaar Ministerie, DT&V, DJI en IND moeten ten aanzien van vreemdelingen in de strafrechtketen (VRIS) de werkafspraken hanteren die zijn vastgelegd in de Ketenprocesbeschrijving Vreemdeling In de Strafrechtketen (VRIS).
Hoe verloopt de procedure?
B. Afwijzing
De vreemdelingenketen moet contact opnemen met de DT&V voor informatie over:
In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen als aanvulling op of een uitwerking van:
De IND past artikel 64 niet toe als de vreemdeling afkomstig is uit een lidstaat van de Europese Unie. In dat geval gaat de IND er vanuit dat de medische voorzieningen in de betrokken lidstaat beschikbaar en toegankelijk zijn. De vreemdeling kan dit weerleggen door met bewijsmiddelen aannemelijk te maken dat dit uitgangspunt in zijn geval niet opgaat. Die bewijsmiddelen moeten bij het indienen van de aanvraag worden overgelegd.
Overwegingen:
De vreemdeling mag de behandeling van een eerste, tijdig ingediend verzoek om een voorlopige voorziening in beginsel in Nederland afwachten. Een verzoek om een voorlopige voorziening moet binnen 24 uur na bekendmaking van het besluit zijn ingediend. Het indienen van het verzoek om een voorlopige voorziening levert geen rechtmatig verblijf op grond van artikel 8 Vw op en betekent evenmin dat de vreemdeling aanspraak maakt op de verstrekkingen ingevolge de Rva.
De vreemdeling mag de behandeling van het verzoek om een voorlopige voorziening niet in Nederland afwachten als sprake is van tenminste één van de volgende situaties:
De au pair en het gastgezin komen derhalve het volgende overeen:
Artikel 1 – weekindeling
De IND verleent uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw aan de vreemdeling die een aanvraag heeft ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, als:
Artikel 3 – culturele uitwisseling
dan zal de IND bij een ongewijzigde medische gesteldheid de vergunninghouder niet tegenwerpen dat het BMA minder stellig is over de waarschijnlijkheid dat zich een medische noodsituatie op korte termijn zal voordoen.
Hoe vult u dit formulier in?
Hoe vult u dit formulier in?
In de Paspoortuitvoeringsregeling Koninklijke Marechaussee van 7 september 2001 is vastgelegd in welke gevallen een document voor grensoverschrijding van Nederlanders vervallen wordt verklaard of wordt ingehouden.
De ambtenaar belast met de grensbewaking is bevoegd een persoon die stelt Nederlander te zijn, te verplichten op grond van artikel 4.7 Vb om zijn Nederlanderschap aannemelijk te maken. De ambtenaar belast met de grensbewaking neemt contact op met de gemeente waar de persoon zegt te zijn ingeschreven met een adres in de BRP, om de nationaliteit vast te stellen.
De ambtenaar belast met de grensbewaking neemt de Nederlandse nationaliteit aan op grond van de Rwn (Stb. 1984, 628) of van de Toescheidingsovereenkomst Nederland-Suriname en in ieder geval op grond van de volgende documenten:
Een vreemdeling op wie de wet van 9 september 1976 (Stb. 468) betreffende de positie van Molukkers van toepassing is, wordt als Nederlander behandeld en is geen vreemdeling in de zin van de Vw (zie ook artikel 1, aanhef en onder m, Vw).
Voor de verkrijging van een behandeling als Nederlander en een beschrijving van de bewijsmiddelen, waarmee Molukkers de behandeling als Nederlander moeten aantonen, wordt verwezen naar de Handleiding voor de toepassing van de Rwn.
De ambtenaar belast met de grensbewaking toetst of er sprake is van een duurzame relatie volgens het gestelde in paragraaf B10/2.2 Vc.
In de Paspoortuitvoeringsregeling Koninklijke Marechaussee van 7 september 2001 is vastgelegd in welke gevallen een document voor grensoverschrijding van Nederlanders vervallen wordt verklaard of wordt ingehouden.
In alle gevallen dient het om een bestaande duurzame relatie te gaan.
De visumplichtige vreemdeling moet, om in aanmerking te komen voor de toepassing van de gunstigere regels met betrekking tot de aanvraag en afgifte van visa, met bewijsmiddelen aantonen dat hij:
Als de vreemdeling niet overtuigend kan aantonen dat hij behoort tot de hiervoor genoemde categorieën, dan geldt het reguliere visumbeleid.
De ambtenaar belast met de grensbewaking toetst of er sprake is van een duurzame relatie volgens het gestelde in paragraaf B10/2.2 Vc.
De ambtenaar belast met de grensbewaking baseert de beoordeling uitsluitend op het persoonlijk gedrag van de vreemdeling. De ambtenaar belast met de grensbewaking moet het evenredigheidsbeginsel in acht nemen (artikel 3:4 Awb). Strafrechtelijke veroordelingen op zichzelf vormen onvoldoende grond om de vreemdeling toegang te weigeren. Van een bedreiging van de openbare orde, de nationale veiligheid of de volksgezondheid is in ieder geval sprake in de volgende situaties:
De ambtenaar belast met de grensbewaking moet ook in dat geval aan de hand van het persoonlijke gedrag van de vreemdeling vaststellen dat sprake is van een actuele, werkelijke en ernstige bedreiging voor een fundamenteel belang van de samenleving.
In het geval de vreemdeling ongewenst is verklaard moet de vreemdeling een aanvraag indienen tot opheffing van de ongewenstverklaring. Gedurende de behandeling van deze aanvraag heeft de vreemdeling geen recht van toegang tot Nederland.
De ambtenaar belast met de grensbewaking verstrekt het visum gratis in het geval dat hij een familie- of gezinslid als bedoeld in artikel 8.7, tweede, derde of vierde lid, Vb aan de grens aantreft en hij de vreemdeling verzoekt om een visum aan te vragen om de onderdaan van de EU, de EER en Zwitserland te begeleiden of zich bij die onderdaan te voegen.
In beide gevallen legt de ambtenaar belast met de grensbewaking de vreemdeling een meldplicht op als bedoeld in artikel 4.26 Vb.
4.3.3.1. Schengenvisa
5.2. Kosten van visa
4.2.4. Signalering ter fine van weigering
De IND verstaat onder dwingende en dringende familieomstandigheden in de zin van artikel 1.28 Vb in ieder geval het volgende:
De vreemdeling mag zijn hoofdverblijf niet buiten Nederland vestigen.
De Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging mag een mvv-verklaring, in de vorm van een voorbedrukt formulier, in de plaats stellen van de mvv die in het geldige document voor grensoverschrijding wordt geplaatst. De houder van de mvv-verklaring moet altijd in het bezit zijn van het in de mvv-verklaring aangegeven geldige document voor grensoverschrijding.
Aan een vreemdeling die gevaar oplevert voor de openbare orde, de nationale veiligheid of de volksgezondheid is geen verblijf tijdens de vrije termijn toegestaan. Onder gevaar voor de openbare orde zijn mede begrepen gevaar voor de openbare rust, de goede zeden en de internationale betrekkingen. Voor een toelichting op deze voorwaarde wordt verwezen naar A1/3 Vc.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of de ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen berekent de maximale termijn van 90 dagen door voor iedere dag van het verblijf de 180 voorafgaande dagen in aanmerking te nemen, conform artikel 6, aanhef, SGC. Bij de berekening van de vrije termijn zijn inreisstempels van de Schengenlanden leidend.
De IND verlengt op grond van artikel 3.3, eerste lid, onder c, Vb de vrije termijn van niet-visumplichtige vreemdelingen in geval van bijzondere omstandigheden tot maximaal zes maanden (180 dagen). De vreemdeling moet bij het verzoek om verlenging van de vrije termijn een beroep doen op tenminste één van de volgende situaties:
7.2. Toegang onder voorwaarden
6.7. Adoptie- en pleegkinderen
7. Toezicht aan de buitengrens
7.1. Controle
4.3.4. Verplichting tot aanmelding
6.9.1.3. Controle van personen reizend op een collectief paspoort of lijst
De ambtenaar belast met de grensbewaking mag de toegang weigeren aan vreemdelingen ten aanzien van wie een gegrond vermoeden bestaat dat zij toegang vragen voor een ander doel dan waarvoor deze regeling voor het beperkt territoriaal visum bedoeld is.
Indien een volwassen vreemdeling samen met een minderjarig kind te kennen geeft een aanvraag voor het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te willen indienen, dan handelt de ambtenaar belast met de grensbewaking als volgt:
Indien er indicaties zijn van mogelijke risico’s voor het geestelijk of lichamelijk welzijn van het minderjarige kind of indien nader onderzoek nodig is naar de volwassen vreemdeling of zijn gestelde relatie tot het minderjarige kind, dan kan de ambtenaar belast met de grensbewaking van deze regel afwijken. De ambtenaar belast met de grensbewaking:
Indien er door de ambtenaar belast met de grensbewaking wordt vastgesteld dat er risico’s zijn voor het geestelijk of lichamelijk welzijn van het minderjarige kind en/of dat er geen nader onderzoek nodig is naar de volwassen vreemdeling of zijn gestelde relatie tot het minderjarige kind (de relatie wordt niet aangenomen), dan wordt er als volgt gehandeld. De ambtenaar belast met de grensbewaking:
De ambtenaar belast met de grensbewaking legt een voornemen voor aan de IND als het voornemen bestaat om de toegang te weigeren aan een vreemdeling die een onderdaan van de EU, EER of Zwitserland is of dit stelt te zijn, en vraagt een bijzondere aanwijzing op grond van artikel 8.8, tweede lid, Vb.
De ambtenaar belast met de grensbewaking neemt contact op met de IND als, in andere dan de hierboven genoemde gevallen, het al dan niet verlenen van toegang nauw samenhangt met de toelatingsbeslissing. Dit gebeurt in ieder geval als de ambtenaar belast met grensbewaking het voornemen heeft de toegang te weigeren aan personen behorend tot een van onderstaande categorieën:
De ambtenaar belast met de grensbewaking neemt contact op met de IND als:
7.4. Ondersteuning van doorgeleiding via Nederland bij verwijdering door de lucht
De ambtenaar belast met de grensbewaking stelt bij vertrek uit Nederland naar een mijnbouwinstallatie op het continentaal plat vast of de vreemdeling aan alle voorwaarden voor toegang heeft voldaan.
Een vreemdeling die werkzaam is als medewerker op een mijnbouwinstallatie op het continentaal plat mag een visum, geldig voor meer inreizen, aanvragen op de Nederlandse diplomatieke en consulaire vertegenwoordiging in Antwerpen. De vreemdeling moet zich voor het aanvragen van een visum in persoon melden en moet in het bezit zijn van de volgende bewijsmiddelen:
Als de vreemdeling de bovenstaande bewijsmiddelen overlegt, stelt het Nederlandse Consulaat-Generaal de vreemdeling in het bezit van een visum met een maximale geldigheidsduur van vijf jaar. De geldigheidsduur van het visum mag niet langer zijn dan de geldigheidsduur van het arbeidscontract of het geldige document voor grensoverschrijding.
De vervoerder moet ten minste controleren of:
De ambtenaar belast met de grensbewaking hoeft niet over de exacte gegevens beschikken van de vlucht waarmee de vreemdeling is aangekomen. Een indicatie, verkregen uit de verklaringen van de vreemdeling of uit andere bronnen is hiertoe voldoende.
Voor het vervoer van de vreemdeling door de vervoerder naar een plaats buiten Nederland worden ‘removal orders’ gehanteerd (zie model M30 en het voor de luchtvaart soortgelijke model als bedoeld in Hoofdstuk 5 van Annex 9 bij het Verdrag van Chicago). De ambtenaar belast met de grensbewaking maakt, om het terugvoeren van een vreemdeling naar een plaats buiten Nederland door de vervoerder te faciliteren, gebruik van de daarvoor in internationaal verband gehanteerde attesten, bedoeld voor de met immigratie/grensbewaking belaste autoriteiten in het land van bestemming (zie Appendix 9, onder 1 en 2, van de Annex 9 bij het Verdrag van Chicago).
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen heeft de bevoegdheid om personen staande te houden om de identiteit, nationaliteit en de verblijfsstatus van de persoon vast te stellen. Van deze bevoegdheid mag gebruik gemaakt worden als sprake is van feiten en omstandigheden die, naar objectieve maatstaven gemeten, een redelijk vermoeden van illegaal verblijf opleveren of ter bestrijding van illegaal verblijf na grensoverschrijding. De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet het vermoeden dat de persoon geen rechtmatig verblijf in Nederland heeft, toetsen aan objectieve maatstaven. Deze objectieve maatstaven zijn in ieder geval gebaseerd op tenminste één van de volgende voorwaarden:
4. Rechtsbijstand
De niet beëdigde tolk moet:
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet de wens van de opgehouden persoon respecteren om bepaalde vragen van de ambtenaar niet te beantwoorden voordat de vreemdeling met zijn raadsman overleg heeft gepleegd.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen verhoort de opgehouden persoon over zijn levensloop, woonplaatsen, bezochte onderwijsinstellingen en dergelijke om de identiteit, nationaliteit en de verblijfsstatus van de opgehouden persoon te kunnen vaststellen.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen mag de opgehouden persoon vorderen om in ieder geval gegevens te verstrekken over zijn:
Deze vordering moet door de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen in de vreemdelingenadministratie worden geregistreerd.
De ambtenaar als bedoeld in artikel 5.1 VV maakt de verlenging van de ophouding kenbaar zodra duidelijk is dat de termijn van zes uur naar verwachting wordt overschreden. Dit kan meebrengen dat deze ambtenaar de verlenging (ruim) voor het verstrijken van de zes uur kenbaar maakt aan de opgehouden persoon.
De Korpschef:
12.5. Signaleringen en verblijfstitels/verblijfsaanvragen
12.4. Handelingen na aantreffen gesignaleerde vreemdeling
12.4.1. Handelingen na aantreffen gesignaleerde vreemdeling aan Nederlandse buitengrens bij inreis
12.6. Aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
12.4.2. Handelingen na aantreffen vreemdeling aan Nederlandse buitengrens bij uitreis of in het binnenlands toezicht en die door een andere lidstaat is gesignaleerd
12.6. Aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Een vreemdeling die gesignaleerd staat in het (N)SIS mag bij elk Schengenland een verzoek indienen om opheffing van de signalering.
De terugkeerbevestiging is de uitwisseling van informatie, naar aanleiding van een signalering inzake terugkeer, dat een vreemdeling het grondgebied van de lidstaten daadwerkelijk via een buitengrens heeft verlaten.
Een verzoek tot opheffing van een door Nederland opgenomen signalering moet door de vreemdeling naar de IND worden gestuurd. Binnen vier weken nadat het verzoek van de vreemdeling is ontvangen, wordt door de IND schriftelijk beslist op het verzoek tot opheffing van de signalering.
Bureau SIRENE informeert naar aanleiding van een melding door een ambtenaar belast met de grensbewaking, de lidstaat die een vreemdeling in SIS gesignaleerd heeft inzake terugkeer, als de gesignaleerde vreemdeling het grondgebied van de lidstaten via een Nederlandse buitengrens verlaat.
Een andere lidstaat informeert Nederland als signalerende lidstaat, als de vreemdeling via de buitengrens van die lidstaat het grondgebied van de lidstaten verlaat. De IND wist de signalering inzake terugkeer op grond van artikel 6 Vo (EU) 2018/1860 direct na ontvangst van de terugkeerbevestiging. Als sprake is van een inreisverbod of een besluit in de zin van artikel 24, eerste lid, onder a, Vo (EU) 2018/1861 wordt een signalering met het oog op weigering van toegang en verblijf ingevoerd in SIS.
Een signalering wordt door de IND uit het E&S verwijderd als de signaleringstermijn is verstreken.
Bureau SIRENE informeert, naar aanleiding van een melding door een ambtenaar belast met de grensbewaking, de lidstaat die een vreemdeling in SIS gesignaleerd heeft inzake terugkeer, als de gesignaleerde vreemdeling het grondgebied van de lidstaten via een Nederlandse buitengrens wil inreizen.
Een andere lidstaat informeert Nederland als signalerende lidstaat, als de vreemdeling via de buitengrens van die lidstaat het grondgebied van de lidstaten wil inreizen.
De IND wist de signalering inzake terugkeer op grond van artikel 8 Vo (EU) 2018/1860 direct na de informatie-uitwisseling bij inreis. Als er sprake is van een inreisverbod wordt direct een signalering met het oog op weigering van toegang en verblijf ingevoerd in SIS.
Ook paragraaf A2/12.10.4 Vc is van toepassing als de vreemdeling is gesignaleerd door een andere lidstaat dan Nederland en een verblijfsvergunning inclusief asiel heeft in een andere (derde) lidstaat.
De IND kan een signalering in het E&S opheffen voordat de signaleringstermijn is verstreken als er sprake is van gewijzigde omstandigheden, die nopen tot opheffing.
De IND voert een signalering inzake terugkeer in SIS in van de vreemdeling, die
Bij een afwijzing van een verblijfsvergunning blijft de signalering in E&S of SIS gehandhaafd.
De IND verricht bij een vreemdeling:
Om in aanmerking te komen voor het REAN-programma moet een vreemdeling alle volgende handelingen verrichten:
Om in aanmerking te komen voor het REAN-programma moet een vreemdeling alle volgende handelingen verrichten:
In hoofdstuk 3 zijn beleidsregels opgenomen over onder meer het vertrek en de uitzetting van de vreemdeling. Deze regels zijn deels ook van toepassing op EU-/EER onderdanen en Zwitserse onderdanen, evenals de familieleden als bedoeld in artikel 8.7, tweede en derde, Vb en de vreemdelingen als bedoeld in artikel 8.7, vierde lid, Vb, die geen rechtmatig verblijf (meer) hebben.
De beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van de volgende artikelen:
De IOM kan in afwijking van het voorgaande (mogelijke) slachtoffers van mensenhandel en alleenstaande minderjarige vreemdelingen, of in andere schrijnende gevallen, ongeacht de nationaliteit of land van bestemming van de vreemdeling, assistentie verlenen bij het vertrek.
Een terugkeerbesluit bevat de volgende elementen:
Ad b.
Een vreemdeling met een terugkeerbesluit, een zwaar inreisverbod en rechtmatig verblijf in een andere lidstaat van de EU (met uitzondering van Ierland) aangevuld met Noorwegen, IJsland, Zwitserland en Liechtenstein voldoet met zijn vertrek naar de verblijfgevende lidstaat of een ander hiervoor genoemd land niet aan zijn terugkeerverplichting. De vreemdeling voldoet aan deze terugkeerverplichting als hij vertrekt naar een land buiten de EU, Noorwegen, IJsland, Zwitserland en Liechtenstein.
De DT&V heeft bezwaar tegen vertrek via de IOM van een vreemdeling vanwege een geplande uitzetting of overdracht in het kader van de verordening (EU) nr. 604/2013.
De IND, politie, KMar en ZHP starten een terugkeerprocedure op die gericht is op de terugkeer naar het land van herkomst van de vreemdeling, nadat zij de vreemdeling een terugkeerbesluit al dan niet in combinatie met een inreisverbod hebben uitgereikt. De politie, KMar en ZHP kunnen hierbij gebruik maken van model M107-A.
Gedurende het uitstel van vertrek wordt de amv geacht medewerking te verlenen aan het onderzoek naar adequate opvang.
Een vreemdeling aan wie een vertrektermijn is verleend kan vragen om verlenging van deze termijn, zoals beschreven in artikel 6.3 VV. De vreemdeling krijgt door het indienen of het inwilligen van een verzoek om een verlenging van de vrijwillige vertrektermijn geen rechtmatig verblijf in Nederland. De DT&V mag bij de inwilliging van het verzoek om verlenging van de vrijwillige vertrektermijn niet tot uitzetting overgaan totdat de verlengde vertrektermijn is verstreken. De vreemdeling heeft de plicht gedurende de verlengde vertrektermijn zelfstandig aan zijn vertrek te werken.
Om het besluit over de verlenging te nemen, stelt de IND de vreemdeling in de gelegenheid om feiten en omstandigheden naar voren te brengen die aan het verzoek ten grondslag liggen. De IND biedt geen afzonderlijk herstel verzuim en geeft onmiddellijk een beschikking.
De IND verzendt alle relevante informatie naar de verantwoordelijke lidstaat conform de bepalingen en binnen de termijnen van artikel 31 en, indien van toepassing, artikel 32, Verordening (EU) nr. 604/2013.
De IOM verstrekt de vreemdeling zijn vliegticket en een eventuele eenmalige financiële bijdrage op de luchthaven van vertrek. Hiervoor tekent de vreemdeling een vertrekverklaring van de IOM. De IOM moet de uitreisformaliteiten op de luchthaven afhandelen.
De vreemdeling aan wie een vrijheidsbeperkende of vrijheidsontnemende maatregel is opgelegd, moet door de KMar worden overgedragen aan de IOM. Voor de overdracht van de vreemdeling aan de IOM, heft de ambtenaar belast met de grensbewaking de vrijheidsbeperkende of de vrijheidsontnemende maatregel op.
De IND past de ambtshalve toets niet toe als artikel 6.1e, tweede lid, Vb van toepassing is.
De IND maakt een meeromvattende beschikking over het besluit op de asielaanvraag en de ambtshalve toets aan artikel 64 Vw. De meeromvattende beschikking wordt zoveel mogelijk in de algemene asielprocedure en in ieder geval in de verlengde asielprocedure gemaakt.
De vreemdeling legt bij de aanvraag om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw in ieder geval de volgende bewijsmiddelen over:
De vreemdeling legt bij de aanvraag om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw in ieder geval de volgende bewijsmiddelen over:
De IND vraagt de vreemdeling of zijn gemachtigde in ieder geval om aanvullende informatie of bewijsmiddelen als:
11. Internationale overeenkomsten over terug- en overname
11. Internationale overeenkomsten over terug- en overname
7.3.2. Toepassing van artikel 64 Vw in afwachting van (definitieve) besluitvorming
7.3.2. Toepassing van artikel 64 Vw in afwachting van (definitieve) besluitvorming
7.3.2.1. Tijdens beoordeling aanvraag om uitstel vertrek
De au pair en het gastgezin komen derhalve het volgende overeen:
Artikel 2 – alternatief
Voor wie is dit formulier?
Hoe vult u dit formulier in?
Voor wie is dit formulier?
Wilt u meer informatie?
De IND heft een inreisverbod met de rechtsgevolgen van artikel 66a, zesde lid, Vw op en vaardigt een inreisverbod met de rechtsgevolgen van artikel 66a, zevende lid, 7 Vw uit als artikel 66a, zevende lid, Vw van toepassing is.
Wilt u meer informatie?
De IND of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen vaardigt geen inreisverbod uit als:
De IND of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen vaardigt geen inreisverbod uit als:
In paragraaf A2/12.10 Vc wordt de raadplegingsprocedure met het oog op signalering beschreven in het geval de vreemdeling verblijfsrecht heeft in een andere lidstaat van de EU (zonder Ierland), Noorwegen, IJsland, Liechtenstein of Zwitserland. Een vreemdeling met internationale bescherming in een andere lidstaat van de EU (zonder Ierland), Noorwegen, IJsland, Liechtenstein of Zwitserland kan geen terugkeerbesluit uitgevaardigd krijgen en daarom kan hem ook geen inreisverbod worden opgelegd. Voor het geven van een bevel zich onmiddellijk te begeven naar de verblijfgevende lidstaat, zie paragraaf A3/2 Vc.
Bij het besluit tot het uitvaardigen van een inreisverbod weegt de IND of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen artikel 8 EVRM-aspecten mee. Verwezen wordt naar paragraaf B7/3.8 Vc.
Model M3
Vervallen
Model M4
Vervallen
Model M5-A. Aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om omzetting van een enkelvoudig visum in een meervoudig visum
Model M1
Vervallen
Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
Bij de beoordeling of de vreemdeling een werkelijke, actuele en voldoende ernstige bedreiging voor een fundamenteel belang van de samenleving betrekt de IND, de ambtenaar belast met de grensbewaking of AVIM alle relevante feiten en omstandigheden, waaronder in ieder geval:
Voor zover sprake is van een verdenking van het plegen van een misdrijf wint de IND, de ambtenaar belast met de grensbewaking of AVIM informatie in bij de politie of het OM over de gegrondheid van die verdenking waarbij in ieder geval wordt betrokken of er sprake is van een redelijk vermoeden van schuld.
De IND bepaalt dat de vreemdeling Nederland (en de andere lidstaten van de EU (zonder Ierland), Noorwegen, IJsland, Liechtenstein en Zwitserland) onmiddellijk moet verlaten als de aanvraag is afgewezen omdat artikel 1F van toepassing is of omdat de vreemdeling een gevaar vormt voor de nationale veiligheid.
De IOM kan in afwijking van het voorgaande (mogelijke) slachtoffers van mensenhandel en alleenstaande minderjarige vreemdelingen, of in andere schrijnende gevallen, ongeacht de nationaliteit of land van bestemming van de vreemdeling, assistentie verlenen bij het vertrek.
De IOM moet ten aanzien van het REAN-programma alle volgende handelingen verrichten:
De DT&V is verantwoordelijk voor de effectuering van de uitzetting van vreemdelingen, met uitzondering van uitsluitend de volgende categorieën vreemdelingen:
De volgende hulpmiddelen kunnen, afzonderlijk dan wel gecombineerd, worden gebruikt:
De invoering van de Vreemdelingenwet 2000, het daarbij behorende Vreemdelingenbesluit 2000en het Voorschrift Vreemdelingen 2000op 1 april 2001 hebben geleid tot het opstellen van de Vreemdelingencirculaire 2000. De Vreemdelingencirculaire 2000 is vastgesteld bij beschikking van de toenmalige Staatssecretaris van Justitie en verving op bovengenoemde datum de Vreemdelingencirculaire 1994. De Vreemdelingencirculaire 2000 is in 2006 geheel herzien.
In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen als aanvulling op of een uitwerking van:
In dit hoofdstuk wordt onder ‘toegang’ verstaan de toegang tot het Schengengebied. Onder ‘vertrek’ wordt verstaan het vertrek uit het Schengengebied.
In de Vc wordt de Vw uit 1965 aangeduid met “Vw (oud)” en de artikelen uit die wet met “artikel xx Vw (oud)”.
De ambtenaar belast met de grensbewaking is bevoegd de grensbewakingstaak binnen Nederland uit te oefenen. Hieronder is de geografische verdeling aangegeven van de gebieden waarin de grensbewaking plaatsvindt. De ZHP en de KMar zijn bevoegd afspraken te maken over het verlenen van bijstand aan elkaar bij de grensbewaking.
Alle ambtenaren die zijn tewerkgesteld bij de regionale eenheid van de Nationale Politie in het gebied waarin de haven van Rotterdam is gelegen zijn bevoegd toezicht uit te oefenen op de naleving en de uitvoering van de wettelijke voorschriften met betrekking tot de grensbewaking. De ZHP onderdeel van de regionale eenheid Rotterdam is in ieder geval verantwoordelijk voor deze taken. De ambtenaren van de ZHP zijn belast:
De ambtenaren van de KMar zijn belast:
De Beneluxlidstaten zijn overeengekomen om het havengebied Gent-Terneuzen, met inbegrip van het kanaal Gent-Terneuzen, te beschouwen als buitengrens van het grondgebied van de Benelux voor de personencontrole van opvarenden van zeeschepen in de kanaalzone Gent-Terneuzen. De grensdoorlaatpost in het havengebied Gent-Terneuzen wordt als buitengrens van het Schengengebied beschouwd.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen is bevoegd op grond van de in artikel 50, tweede lid, Vw toegekende bevoegdheid de vreemdeling over te brengen naar een plaats bestemd voor verhoor en de vreemdeling zich op die plaats laten ophouden.
Als een vreemdeling, die in Nederland een verblijfsvergunning bezit of in een andere Schengenstaat een geldige verblijfstitel bezit, in het (N)SIS staat gesignaleerd, meldt de ambtenaar belast met de grensbewaking de treffer bij bureau SIRENE en licht de IND in.
Onder gevaar voor de openbare orde vallen de volgende situaties:
Als een vreemdeling gesignaleerd staat in het SIS of E&S is dat een indicatie dat hij een gevaar vormt voor de openbare orde, de nationale veiligheid of de internationale betrekkingen van één van de Schengenlidstaten.
de volgende handelingen:
De ambtenaar belast met de grensbewaking verricht, na het aantreffen aan de buitengrens van een vreemdeling die in het bezit is van een voor een Schengenlidstaat geldige verblijfsvergunning of visum voor verblijf van langere duur en die door een andere Schengenlidstaat gesignaleerd is in SIS inzake terugkeer, al dan niet in combinatie met een inreisverbod, of met het oog op weigering van toegang en verblijf de volgende handelingen:
De ambtenaar belast met de grensbewaking verricht, na het aantreffen aan de buitengrens van een vreemdeling die in het bezit is van een voor een andere Schengenlidstaat geldige verblijfsvergunning en die door Nederland gesignaleerd is in SIS inzake terugkeer in combinatie met een inreisverbod, de volgende handelingen:
De ambtenaar belast met de grensbewaking geeft met het oog op kort verblijf van de vreemdeling een bijzonder doorlaatbewijs (zie Model M6) af aan een vreemdeling die:
Een bijzonder doorlaatbewijs is na afgifte een geldig document voor grensoverschrijding.
Het geldige document voor grensoverschrijding moet zijn afgegeven door de bevoegde autoriteiten van een door Nederland erkende staat. Een uitzondering op deze regel vormt Taiwan. Taiwan wordt niet door Nederland als staat erkend terwijl het reisdocument van Taiwan wel wordt erkend als geldig document voor grensoverschrijding. Het geldige document voor grensoverschrijding moet zijn voorzien van een goedgelijkende pasfoto van de houder en moet ondertekend zijn door de houder.
Het geldige document voor grensoverschrijding moet in ieder geval de familienaam, de voornaam of voornamen, de nationaliteit, de geboorteplaats en de geboortedatum van de houder bevatten. In artikel 6, eerste lid, onder a van de SGC staan de criteria genoemd waaraan een document voor grensoverschrijding moet voldoen van een onderdaan van een derde land die kort verblijf beoogt.
De ambtenaar belast met de grensbewaking verstaat onder een situatie van overmacht in ieder geval:
De ambtenaar belast met de grensbewaking geeft met het oog op kort verblijf van de vreemdeling een bijzonder doorlaatbewijs (zie Model M6) af aan een vreemdeling die:
Een bijzonder doorlaatbewijs is na afgifte een geldig document voor grensoverschrijding.
De ambtenaar belast met de grensbewaking verstaat onder een situatie van overmacht in ieder geval:
Het document waaruit de identiteit van de vreemdeling blijkt is bij voorkeur een identiteitsbewijs voorzien van een pasfoto afgegeven door een autoriteit van het land van herkomst van de vreemdeling. De ambtenaar belast met de grensbewaking bevestigt op het bijzonder doorlaatbewijs een foto van de vreemdeling als de vreemdeling beschikt over een document waaruit zijn identiteit blijkt, maar dat document niet is voorzien van een foto.
De ambtenaar belast met de grensbewaking verleent het bijzondere doorlaatbewijs gratis aan de vreemdeling.
De ambtenaar belast met de grensbewaking wint met toestemming van de vreemdeling inlichtingen in bij het hiervoor door de betreffende luchtvaartmaatschappij beschikbaar gestelde informatiepunt in het geval de vreemdeling gebruik heeft gemaakt van electronic ticketing en om die reden niet in het bezit is van een retourticket. De ambtenaar belast met de grensbewaking wijst de vreemdeling er op dat de toegang wordt geweigerd als:
De vreemdeling die verzoekt om toegang tot Nederland moet bij binnenkomst in Nederland informatie verstrekken aan de ambtenaar belast met de grensbewaking ter ondersteuning van zijn verzoek om toegang. De informatie die de vreemdeling aan de ambtenaar belast met de grensbewaking verstrekt moet overeenkomen met de informatie die de vreemdeling heeft verstrekt aan de diplomatieke post ter verkrijging van een visum.
De vreemdeling moet, in de gevallen waarin dat vereist is, voor een verblijf van langer dan 90 dagen beschikken over een mvv.
De vreemdeling moet voor een verblijf van ten hoogste drie maanden beschikken over voldoende middelen van bestaan.
De vreemdeling maakt het doel en duur van het voorgenomen verblijf aannemelijk bij de ambtenaar belast met de grensbewaking. De vreemdeling moet ter onderbouwing alle gegevens verstrekken en beschikbare bewijsmiddelen tonen aan de ambtenaar belast met de grensbewaking. In bijlage 1 bij de SGC is een niet-uitputtende lijst van bewijsmiddelen opgenomen.
De ambtenaar belast met de grensbewaking wint met toestemming van de vreemdeling inlichtingen in bij het hiervoor door de betreffende luchtvaartmaatschappij beschikbaar gestelde informatiepunt in het geval de vreemdeling gebruik heeft gemaakt van electronic ticketing en om die reden niet in het bezit is van een retourticket. De ambtenaar belast met de grensbewaking wijst de vreemdeling er op dat de toegang wordt geweigerd als:
De vreemdeling moet voor een verblijf van ten hoogste 90 dagen beschikken over voldoende middelen van bestaan.
De middelen van bestaan moeten, anders dan bepaald in paragraaf B1/4.3.2 Vc, voor de vreemdeling voldoende zijn om te voorzien in zowel de kosten van het verblijf in Nederland als in de kosten van de reis naar een plaats buiten Nederland waar de toegang gewaarborgd is. De ambtenaar belast met de grensbewaking moet in ieder geval de volgende omstandigheden van de vreemdeling meewegen:
Een vreemdeling die zelfstandig reist, moet in staat zijn te voorzien in de kosten van zijn verblijf en onderdak. Voor Nederland geldt een bedrag van ten minste € 55 per persoon per dag. Het bedrag van € 55 is exclusief de eventuele kosten voor een vliegreis naar een plaats buiten Nederland waar de toegang van de vreemdeling is gewaarborgd. De IND hanteert dit bedrag als richtsnoer en betrekt daarbij de hierboven genoemde omstandigheden.
De ambtenaar belast met de grensbewaking verleent onder voorwaarden toegang aan een vreemdeling van wie niet zeker is dat hij in staat is over voldoende middelen van bestaan te beschikken voor de duur van het voorgenomen verblijf en/of voor de terugreis/reis naar een derde land. De ambtenaar belast met de grensbewaking verleent de toegang als voldaan is aan de volgende voorwaarden:
De ambtenaar belast met de grensbewaking is bevoegd de vreemdeling een meldplicht op te leggen met toepassing van artikel 4.24, eerste lid, onder d, Vb.
Een vreemdeling heeft van rechtswege verblijf in de vrije termijn als de vreemdeling voldoet aan de in artikel 12 Vw gestelde voorwaarden en aan die voorwaarden blijft voldoen. De vrije termijn bedraagt 90 dagen.
De ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen mag aan de vreemdeling vragen om zekerheid te stellen als de ambtenaar belast met de grensbewaking dat bij binnenkomst van de vreemdeling niet heeft gedaan.
De overheidsinstantie die de garantiesommen beheert, vergoedt geen rente over gedeponeerde garantiesommen.
De vreemdeling die een retourticket of een garantiesom heeft gedeponeerd, moet zich voor teruggave daarvan rechtstreeks wenden tot de overheidsinstantie die de garantiesommen beheert. Hetzelfde geldt voor derden die een garantiesom ten behoeve van een vreemdeling hebben gedeponeerd.
De overheidsinstantie die de garantiesommen beheert, geeft de garantiesom of het retourticket terug aan de vreemdeling of de derde op vertoon van het ontvangstbewijs als tenminste aan één van de volgende voorwaarden is voldaan:
Een vreemdeling die Nederland heeft verlaten zonder te verzoeken om teruggave van de garantiesom of het retourticket, moet zich tot een in zijn land gevestigde Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging wenden met het verzoek om teruggave van de garantiesom of het retourticket. De overheidsinstantie die de garantiesommen beheert moet een vreemdeling die rechtstreeks vanuit het buitenland een verzoek om teruggave van de garantiesom indient, verwijzen naar de Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in zijn land van herkomst of zijn land van bestendig verblijf.
De Minister van BuZa of de ambtenaar belast met de grensbewaking mag een aanvraag voor een visum kort verblijf afwijzen als een solvabele derde zich al eerder garant heeft gesteld voor een vreemdeling die een visum heeft aangevraagd en hij niet of onvoldoende aannemelijk maakt dat deze vreemdeling tijdig is teruggekeerd naar het land van herkomst of een land waar de toelating van de vreemdeling is gewaarborgd.
In alle gevallen dient het om een bestaande duurzame relatie te gaan.
Wanneer de vreemdeling overtuigend heeft aangetoond dat de aanvrager een familie- of een gezinslid is in de zin van artikel 8.7, tweede, derde of vierde lid, Vb, mag de ambtenaar belast met de grensbewaking de afgifte van een visum uitsluitend weigeren:
De gronden genoemd in artikel 8.8, eerste lid, Vb worden als volgt uitgelegd.
De ambtenaar belast met de grensbewaking weigert toegang aan de vreemdeling op grond van artikel 3, eerste lid, onder d, Vw juncto artikel 8.8 Vb en gebruikt hiervoor model M18. De motivering in model M18 moet concreet zijn. De ambtenaar belast met de grensbewaking mag niet volstaan met de enkele mededeling dat de vreemdeling een gevaar oplevert voor de openbare orde, de nationale veiligheid of de volksgezondheid. Bij de kennisgeving van de toegangsweigering moet de ambtenaar belast met de grensbewaking vermelden dat daartegen binnen vier weken administratief beroep kan worden ingesteld bij de IND. De vreemdeling mag de behandeling van het administratief beroepschrift niet in Nederland afwachten. De vreemdeling moet Nederland op grond van artikel 5, eerste lid, Vw onmiddellijk verlaten, tenzij er sprake is van een eerste verzoek om een voorlopige voorziening. De ambtenaar belast met de grensbewaking moet een (toegangs)weigeringsstempel aanbrengen op het geldige document voor grensoverschrijding van onderdanen van de EU, de EER en Zwitserland en van hun familieleden.
Een zeeman die wil passagieren moet een identiteitsdocument ter inzage aanbieden aan de ambtenaar belast met de grensbewaking. Een geldig document voor grensoverschrijding is in dat geval voldoende.
De vreemdelingen moeten in het bezit zijn van een officieel document waaruit hun bijzondere status en het aantal pakketten welke de diplomatieke of consulaire tas vormen, blijkt.
De pakketten moeten aan de buitenkant duidelijk zichtbare kentekenen hebben, waaruit hun aard blijkt. De koerier geniet persoonlijke onschendbaarheid. De ambtenaar belast met de grensbewaking mag de dwangmiddelen uit artikel 50, tweede, derde, vierde en vijfde lid, Vw niet toepassen. De ambtenaar belast met de grensbewaking mag de diplomatieke of consulaire tas niet openen of innemen.
Een vreemdeling die Nederland wil binnenkomen voor verblijf met als doel ‘adoptiekind’, ‘adoptiefkind’ dan wel ‘pleegkind’ moet in het bezit zijn van een geldig document voor grensoverschrijding. Dit geldig document voor grensoverschrijding is een geldig paspoort voorzien van een geldige mvv als die vereist is.
Een zeeman die wil passagieren moet een identiteitsdocument ter inzage aanbieden aan de ambtenaar belast met de grensbewaking. Een geldig document voor grensoverschrijding is in dat geval voldoende.
Het hoofd van de grensdoorlaatpost stelt een aantekening op de bemanningslijst achter de naam van de zeeman wanneer een zeeman niet of niet langer aan de in de SGC neergelegde voorwaarden voor passagieren voldoet. Het hoofd van de grensdoorlaatpost mag de zeeman bij gevaar voor de openbare orde, de nationale veiligheid of de volksgezondheid met toepassing van artikel 50 Vw overbrengen naar de vreemdelingenpolitie. Het hoofd van de grensdoorlaatpost brengt de zeeman in ieder geval in de volgende situaties daar naar toe:
De ambtenaar belast met de grensbewaking hoeft geen machtiging te vragen voor het verlenen van een visum aan een zeeman die toegang wil tot andere plaatsen dan de gemeente, waarin de haven gelegen is waar zijn zeeschip is afgemeerd of de daaraan grenzende gemeenten.
De ambtenaar belast met de grensbewaking verlangt in het geval er sprake is van klemmende redenen van humanitaire aard van de aspirant pleegouders dat zij een garantverklaring (zie de bijlage 6c VV) ondertekenen. Aspirant adoptieouders of adoptiefouders hoeven geen garantverklaring te ondertekenen.
De IND verleent uitsluitend toestemming voor de inreis in de volgende situaties:
De ambtenaar belast met de grensbewaking verlangt in het geval er sprake is van klemmende redenen van humanitaire aard van de aspirant pleegouders dat zij een garantverklaring (zie de bijlage 6c VV) ondertekenen. Aspirant adoptieouders of adoptiefouders hoeven geen garantverklaring te ondertekenen.
De regels over de procedures en voorwaarden voor de afgifte van visa voor de doorreis over het grondgebied van de lidstaten van de Europese Unie of een voorgenomen verblijf op het grondgebied van die lidstaten van ten hoogste 90 dagen binnen een periode van 180 dagen, zijn neergelegd in de Visumcode.
De Visadienst of de ZHP toetst bij de beoordeling van de aanvraag voor het omzetten naar een meervoudig reisvisum allereerst de noodzaak van de omzetting aan de volgende voorwaarden:
De Visadienst mag, als zich nieuwe feiten en omstandigheden voordoen, bij wijze van uitzondering een visum dat is afgegeven door één van de Schengenlidstaten voor één binnenkomst omzetten naar een visum voor meer binnenkomsten. De ZHP zet visa voor in de regio Rotterdam-Rijnmond verblijvende zeelieden om naar een visum voor meer binnenkomsten.
De Visadienst of de ZHP moet terughoudend zijn bij het omzetten van een enkelvoudig visum naar een visum voor meer binnenkomsten, omdat de integriteit en betrouwbaarheid van de aanvrager in principe slechts in het land van herkomst afdoende kan worden getoetst. Het omzetten van een enkelvoudig visum naar een visum voor meer binnenkomsten wordt gezien als een verlenging van de geldigheidsduur: het maakt een langer verblijf in het Schengengebied mogelijk dan als het visum niet zou worden omgezet.
De vreemdeling moet bij de aanvraag voor het omzetten van enkelvoudige naar meervoudige visa een beroep doen op tenminste één van de volgende situaties:
De Visadienst of de ZHP toetst bij de beoordeling van de aanvraag voor het omzetten naar een meervoudig reisvisum allereerst de noodzaak van de omzetting aan de volgende voorwaarden:
De vreemdeling mag in de laatste 180 dagen voor de aanvraag niet al langer dan 90 dagen in het Schengengebied hebben verbleven.
De Visadienst of de ZHP toetst vervolgens de redenen die de vreemdeling aanvoert voor het omzetten van het enkelvoudige visum in een visum voor meer binnenkomsten. De vreemdeling moet aantonen dat hij belang heeft bij de mogelijkheid meer dan een keer het Schengengebied binnen te reizen. De door de vreemdeling aangevoerde redenen, die kunnen zijn gelegen in de beroepsmatige of persoonlijke omstandigheden van de vreemdeling, moeten van voldoende zwaarwegende aard zijn.
De Visadienst of de ZHP toetst tenslotte bij de omzetting van het visum alle overige voorwaarden voor de afgifte van een visum nogmaals en beoordeelt of:
De vreemdeling mag door de omzetting van het visum niet vaker dan de Visadienst of de ZHP op grond van de aangevoerde omstandigheid noodzakelijk acht, gebruik maken van meervoudige binnenkomsten en van de eerder toegekende vrije termijn.
De vreemdeling mag door de omzetting van het visum niet:
De vreemdeling mag door de omzetting van het visum naar een visum voor meer binnenkomsten in ieder geval niet het visum gebruiken voor een ander doel dan het doel waarvoor het visum is afgegeven.
De ZHP is verantwoordelijk voor het verlengen van de geldigheidsduur van visa voor in de regio Rotterdam-Rijnmond verblijvende zeelieden bij de grensdoorlaatpost Rotterdam-Havens.
De Visadienst mag de geldigheidsduur van een visum, indien zeer bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven, nog eens verlengen met maximaal 90 dagen op grond van artikel 25 Visumcode, in geval van een nationale verlenging van de geldigheidsduur van het visum, waarbij de geldigheid van het visum wordt beperkt tot de Benelux. Deze zeer bijzondere omstandigheden moeten in ieder geval gebaseerd zijn op overmacht of op strikt humanitaire redenen.
Daarnaast mag de Visadienst op grond van het wezenlijk Nederlands belang tot een nationale verlenging van de geldigheidsduur van een visum overgaan. Het betreft hier zeer bijzondere gevallen waarbij in ieder geval de volgende nationale belangen in het geding zijn:
De Visadienst beperkt bij de aanwezigheid van een wezenlijk Nederlands belang de geldigheid van het visum tot Nederland.
Een terugkeervisum is een nationaal visum, dat recht geeft op terugkeer naar Nederland (artikel 1a, onder c Vw).
De IND mag een terugkeervisum afgeven aan een vreemdeling die daarom verzoekt. In de artikelen 2k t/m o en 2w t/m cc Vw en verder de artikelen 1.24, 1.26 t/m 1.28 Vb zijn bepalingen opgenomen inzake de behandeling, afgifte, weigering, geldigheidsduur, wijziging en intrekking van terugkeervisa. De indiening van een aanvraag om een terugkeervisum vindt op dezelfde wijze plaats als een aanvraag tot wijziging of verlenging van de geldigheidsduur van een visum.
De IND beheert het model van de aanvraag om een terugkeervisum, en ook de modellen van de beschikkingen tot afwijzing van deze aanvraag. De Hoofddirecteur van de IND stelt op grond van het basismodel aantekeningensticker het model voor het terugkeervisum vast (zie bijlage 7 VV en de website van de IND).
De IND verstaat onder dringende reden als genoemd in artikel 2x, eerste lid, onder a, Vw in ieder geval:
Molukkers die op grond van de Wet betreffende de positie van Molukkers (Stb. 1976, 468) als Nederlander worden behandeld behoeven voor het verkrijgen van een terugkeervisum geen dringende reden aan te tonen.
Met gebruikmaking van artikel 2y, derde lid Vw, verleent de IND op aanvraag een terugkeervisum
Een vreemdeling die over een geldig reisdocument beschikt en daarbij over een afzonderlijk verblijfsdocument als bedoeld in bijlage 7 VV, of een door het ministerie van Buitenlandse Zaken afgegeven geprivilegieerdendocument, behoeft voor de terugkeer naar Nederland niet te beschikken over een terugkeervisum. De IND verleent in deze gevallen aan de vreemdeling enkel een terugkeervisum indien hij kan aantonen dit nodig te hebben voor de reis door of naar een land gelegen buiten het Schengengebied.
Het document voor grensoverschrijding van de vreemdeling moet ten minste één maand langer geldig zijn dan de termijn waarbinnen de vreemdeling op grond van zijn terugkeervisum kan terugkeren.
Daarnaast verlengt de IND in geval sprake is van een wezenlijk Nederlands belang de vrije termijn tot maximaal zes maanden (180 dagen). Het betreft hier zeer bijzondere gevallen waarbij in ieder geval de volgende nationale belangen in het geding zijn:
Daarnaast verlengt de IND in geval sprake is van een wezenlijk Nederlands belang de vrije termijn tot maximaal zes maanden (180 dagen). Het betreft hier zeer bijzondere gevallen waarbij in ieder geval de volgende nationale belangen in het geding zijn:
De IND maakt, om deze verlenging van de vrije termijn zichtbaar te maken, gebruik van de sticker verblijfsaantekening algemeen, die in het geldige document voor grensoverschrijding wordt aangebracht. Een verzoek om verlenging van de vrije termijn is voor de vreemdeling gratis.
Aan een vreemdeling die gevaar oplevert voor de openbare orde, de nationale veiligheid of de volksgezondheid is geen verblijf tijdens de vrije termijn toegestaan. Onder gevaar voor de openbare orde zijn mede begrepen gevaar voor de openbare rust, de goede zeden en de internationale betrekkingen. Voor een toelichting op deze voorwaarde wordt verwezen naar A1/3 Vc.
Van gevaar voor de openbare orde is sprake zijn als de vreemdeling in het E&S staat gesignaleerd als:
De ambtenaar belast met de grensbewaking verleent toegang onder voorwaarden aan:
De ambtenaar belast met de grensbewaking kan aan de vreemdeling die de toegang onder voorwaarden is verleend niet:
De ambtenaar belast met de grensbewaking stelt bij het opleggen van de meldplicht dat de vreemdeling zich binnen drie dagen moet aanmelden bij de vreemdelingenpolitie in de politieregio waarin de gemeente waar de vreemdeling zal verblijven is gelegen. Als de vreemdeling in verband met een zaterdag, zondag of feestdag niet in staat is te voldoen aan de verplichting tot aanmelding binnen drie dagen, stelt de ambtenaar belast met de grensbewaking in het geldig document voor grensoverschrijding de volgende aantekening: ‘aanmelden uiterlijk op ... (datum)’.
De ambtenaar belast met de grensbewaking geeft onmiddellijke kennis aan de ambtenaren van de KMar belast met het toezicht op vreemdelingen, evenals aan de vreemdelingenpolitie als de vreemdeling aan wie toegang is verleend niet op het voorgeschreven tijdstip is vertrokken.
In artikel 6, vijfde lid, onder b, Schengengrenscode en artikel 35 Visumcode zijn bepalingen opgenomen op basis waarvan toegang wordt verleend aan vreemdelingen die als passagier van een vliegtuig onvoorzien landen op een vliegveld in het Schengengebied en die niet in het bezit zijn van vereiste reisvisum of doorreisvisum voor toegang in het Schengengebied.
De ambtenaar belast met de grensbewaking kan een Schengenvisum verlenen aan visumplichtige vreemdelingen die door omstandigheden buiten hun wil hun reis niet kunnen voortzetten. Conform artikel 35 Visumcode dient de vreemdeling te voldoen aan de voorwaarden van artikel 6 Schengengrenscode met uitzondering van de voorwaarde opgenomen in artikel 6, eerste lid, aanhef en onder b, Schengengrenscode. Een onderbreking van de reis, die plaatsvindt wegens onafhankelijke omstandigheden, zoals weersomstandigheden of technische storingen is een omstandigheid als bedoeld in artikel 35, eerste lid, aanhef en onder b, Visumcode.
De ambtenaar belast met de grensbewaking verstrekt in het geval van toegangsverlening aan de vreemdeling een visum voor de duur die noodzakelijk is om te vertrekken uit het Schengengebied.
De ambtenaar belast met de grensbewaking stelt zonder voorafgaande machtiging een niet-visumplichtige zeeman in het bezit van een bijzonder doorlaatbewijs, mits zijn identiteit op enigerlei wijze kan worden aangetoond, als de vreemdeling:
Het hoofd van de grensdoorlaatpost moet in alle gevallen waarin een zieke zeeman in het bezit wordt gesteld van een bijzonder doorlaatbewijs, de eenheidsleiding van de politieregio waaronder de gemeente valt waarin het ziekenhuis staat, schriftelijk informeren. Het hoofd van de grensdoorlaatpost moet de maatregelen treffen die in A1/7.3 Vc zijn opgenomen als de zieke zeeman lijdt aan een ziekte die een gevaar voor de volksgezondheid kan opleveren.
Indien een volwassen vreemdeling samen met een minderjarig kind te kennen geeft een aanvraag voor het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te willen indienen, dan handelt de ambtenaar belast met de grensbewaking als volgt:
De ambtenaar belast met de grensbewaking:
De ambtenaar belast met de grensbewaking kan altijd de medewerker van de IND consulteren voor advies indien hiertoe naar het oordeel van de ambtenaar belast met de grensbewaking aanleiding bestaat. Het advies van de medewerker van de IND is in deze gevallen bindend.
Indien een alleenstaande minderjarige vreemdeling te kennen geeft een aanvraag voor het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te willen indienen, dan handelt de ambtenaar belast met de grensbewaking als volgt:
De ambtenaar belast met de grensbewaking weigert toegang aan een vreemdeling van wie blijkt dat hij lang verblijf beoogt, als de vereiste mvv ontbreekt. De ambtenaar belast met de grensbewaking mag met machtiging van de IND onder bepaalde voorwaarden in ieder geval toegang verlenen in de volgende situaties:
De ambtenaar belast met de grensbewaking kruist in het standaardformulier zoals opgenomen in bijlage V, deel B, SGC en als model M17 overgenomen als bijlage van de Vc, de redenen aan op grond waarvan de toegang wordt geweigerd aan een vreemdeling uit een derde land die wil inreizen. De ambtenaar belast met de grensbewaking maakt op het model M17 melding van:
In paragraaf A5/3.1 Vc onder het kopje Vrijheidsontneming op grond van artikel 6, derde lid, Vw is toegelicht in welke situaties de grondslag voor vrijheidsontneming in artikel 6, derde lid, Vw wordt toegepast. Wanneer de daar genoemde situaties niet langer van toepassing zijn, neemt de ambtenaar belast met de grensbewaking zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen twee dagen, een besluit omtrent weigering van de toegang als bedoeld in artikel 14 SGC middels het model M17A.
Wanneer het de vreemdeling ingevolge artikel 7.3 tweede lid juncto artikel 3.1, tweede lid onder a of e, Vb niet is toegestaan de uitspraak op een ingediend verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening hier te lande af te wachten, neemt de ambtenaar belast met de grensbewaking zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen twee dagen, na het besluit op de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd een besluit omtrent weigering van de toegang als bedoeld in artikel 14 SGC middels het model M17A.
Indien de vreemdeling de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd intrekt, neemt de ambtenaar belast met de grensbewaking zo spoedig mogelijk een besluit omtrent weigering van de toegang als bedoeld in artikel 14 juncto artikel 6 SGC, middels het model M17. Tevens wordt een nieuwe vrijheidsontnemende maatregel opgelegd op grond van artikel 6, eerste en tweede lid, Vw dan wel artikel 6a, eerste lid, Vw. Het nemen van een besluit omtrent de weigering van toegang en het opleggen van een nieuwe vrijheidsontnemende maatregel dient zo spoedig mogelijk plaats te vinden, maar uiterlijk binnen twee dagen na intrekking van de asielaanvraag.
De ambtenaar belast met de grensbewaking legt een maatregel als bedoeld in artikel 6, eerste lid, Vw op met als aangewezen ruimte het ziekenhuis alwaar de behandeling of de quarantaine plaats zal vinden (zie model M19 en Sigma, het digitale vreemdelingenbeeld).
De ambtenaar belast met de grensbewaking beoordeelt of aan de vreemdeling alsnog toegang tot het grondgebied kan worden verleend na afloop van:
De ambtenaar belast met de grensbewaking informeert de Korpschef over de in het kader van de grensbewaking getroffen maatregelen.
De ambtenaar belast met de grensbewaking weigert de aanvraag om een visum uitsluitend wanneer de vreemdeling overtuigend heeft aangetoond dat de aanvrager een familie- of een gezinslid is in de zin van artikel 8.7, tweede, derde of vierde lid Vb:
De ambtenaar belast met de grensbewaking verstrekt het visum gratis in het geval dat hij een familie- of gezinslid als bedoeld in artikel 8.7, tweede, derde of vierde lid, Vb aan de grens aantreft en hij de vreemdeling verzoekt om een visum aan te vragen om de onderdaan van de EU, de EER en Zwitserland te begeleiden of zich bij die onderdaan te voegen.
Als de ambtenaar belast met de grensbewaking aan een alleenreizende minderjarige vreemdeling de toegang tot Nederland weigert, draagt de ambtenaar de vreemdeling over aan de DT&V voor het terugbrengen van de vreemdeling naar een derde land waar zijn toelating is gewaarborgd.
Als aan alle overige voorwaarden voor toegang wordt voldaan mag het hoofd van de grensdoorlaatpost aan een werkzoekende zeeman aan de grens een visum met een geldigheid van maximaal vijftien dagen afgeven als in het geldig document voor grensoverschrijding het benodigde visum ontbreekt. Indien nodig mag de vreemdeling in uitzonderlijke gevallen na afloop van de termijn van vijftien dagen een verlenging van de geldigheidsduur van het visum vragen bij de Visadienst of voor zover het een in de regio Rotterdam-Rijnmond verblijvende zeeman betreft bij de ZHP.
Werknemers op een mijnbouwinstallatie op het continentaal plat werken afwisselend veertien dagen op die mijnbouwinstallatie en hebben veertien dagen verlof aan de wal. Voor dit verlof aan de wal gelden de normale voorwaarden voor kort verblijf in Nederland.
De Nederlandse overheid is bevoegd de vervoerder aanwijzingen te geven om extra voorzorgsmaatregelen te nemen voor de controle voorafgaand aan het vertrek bij vervoer dat als risicodragend wordt aangemerkt. Deze aanwijzingen kunnen bijvoorbeeld bestaan uit het aanpassen van de wijze van controle (extra controle voor het instappen) of het gebruik van technische hulpmiddelen.
De Nederlandse overheid mag een vervoerder verzoeken, op grond van de daartoe strekkende internationale regelgeving, om op een risicodragende vlucht of vaart een plaats aan boord van het zeeschip of vliegtuig ter beschikking te stellen aan een ambtenaar deskundig op het terrein van reisdocumenten. De ambtenaar deskundig op het terrein van reisdocumenten mag in de opstapplaats, ter gelegenheid van het aan boord gaan, vervoerders adviseren of de aangeboden reisdocumenten echt en onvervalst zijn, en het aangeboden reisdocument voorzien is van de benodigde visa zowel voor Nederland als voor het land van uiteindelijke bestemming. De ambtenaar deskundig op het terrein van reisdocumenten mag deze bevoegdheid uitoefenen als daartoe door de staat waarin de opstapplaats is gelegen toestemming is verleend.
De Nederlandse overheid houdt, om vervoerders in staat te stellen de controle op reisdocumenten zo goed mogelijk te verrichten, vervoerders regelmatig op de hoogte van wijzigingen in de voor toegang tot Nederland vereiste documenten en visa. De Nederlandse overheid geeft aanwijzingen aan de vervoerder die een effectievere en efficiëntere controle kunnen bewerkstelligen.
De vervoerder die op grond van artikel 2.2 Vb verplicht is een afschrift te maken van een geldig document voor grensoverschrijding moet de afbeeldingen desgevraagd binnen één uur na het verzoek geven aan de ambtenaar belast met de grensbewaking, als een vreemdeling bij binnenkomst in Nederland niet over (de juiste) reisdocumenten blijkt te beschikken.
De vervoerder die op vordering van de ambtenaar belast met de grensbewaking op grond van artikel 2.2a Vb passagiersgegevens verzendt, gebruikt hiervoor het International Air Transport Association (IATA)-berichtenformat, type B, met de structuur die is gebaseerd op de vanwege de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties vastgestelde indeling voor elektronische gegevensuitwisseling voor overheid, handel en vervoer, gepubliceerd onder de titel: Electronic Data Interchange For Administration, Commerce and Transport (EDIFACT) Passenger List Message (PAXLST). Het IATA-adres waar de gegevens naartoe verzonden moeten worden, is HDQKMXH.
De vervoerder is verplicht om een vreemdeling die hij naar Nederland heeft vervoerd en aan wie de toegang tot het Schengengebied is geweigerd, op aanwijzing van de ambtenaar belast met de grensbewaking terug te brengen naar een plaats buiten het Schengengebied. Van toegangsweigering is onverminderd sprake indien de toegangsweigering in eerste instantie is uitgesteld of opgeschort omdat de vreemdeling een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft ingediend. De vervoerder brengt de vreemdeling naar in ieder geval één van de volgende landen:
Deze terugvoerplicht van de vervoerder geldt in alle volgende situaties:
De ambtenaar belast met de grensbewaking claimt vreemdelingen aan wie de toegang wordt geweigerd voor terugname bij de vervoerder.
De vreemdeling aan wie de toegang is geweigerd moet zich tot op het tijdstip van uitvoering van de terugbrenging ophouden in de hem daartoe door de ambtenaar belast met de grensbewaking aangewezen ruimte, die kan worden afgesloten of op andere wijze kan worden verzekerd tegen ongeoorloofd vertrek daaruit.
De vervoerder is verantwoordelijk voor de vreemdeling gedurende de gehele periode vanaf het moment dat aan de vervoerder de aanwijzing is gegeven de vreemdeling terug te brengen naar een plaats buiten Nederland, tot aan het moment dat de vreemdeling daadwerkelijk door de vervoerder naar een plaats buiten Nederland is vervoerd.
Als de vervoerder de vreemdeling niet binnen redelijke termijn terug kan brengen, mag de Minister de met de verwijdering gepaard gaande kosten, waaronder de verblijfskosten, op de vervoerder verhalen (zie A1/9 Vc Aansprakelijkheid voor uitzettings- en verblijfskosten).
De ambtenaar belast met de grensbewaking bekijkt opnieuw of de vreemdeling voldoet aan de voorwaarden voor toegang als:
De ambtenaar belast met de grensbewaking weigert de vreemdeling opnieuw de toegang tot Nederland als de vreemdeling niet aan de voorwaarden voldoet.
De vreemdeling die Nederland uit eigen beweging verlaat, maar aan wie door de autoriteiten van het land van bestemming of van transit de toegang wordt geweigerd en wordt teruggezonden moet bij terugkomst in Nederland voldoen aan de voorwaarden voor toegang. De ambtenaar belast met de grensbewaking weigert de toegang tot Nederland als de vreemdeling niet aan de voorwaarden voor toegang voldoet. De ambtenaar belast met de grensbewaking mag de vervoerder door wiens tussenkomst de vreemdeling terug naar Nederland is vervoerd niet de verplichting van artikel 65 Vw opleggen tot het vervoeren van de vreemdeling naar een plaats buiten Nederland.
Als een vreemdeling die als verstekeling is aangetroffen aan boord van een zeeschip niet voldoende gedocumenteerd is, moet de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van het land waar de vreemdeling vermoedelijk vandaan komt de identiteit en/of nationaliteit van de vreemdeling vaststellen en aan de vreemdeling een vervangend reisdocument geven. De diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van het land van waar de vreemdeling vermoedelijk vandaan komt moet de nationaliteit en identiteit vaststellen en de vervangende reisdocumenten afgeven voor het moment waarop het zeeschip waarmee de verstekeling is aangevoerd de haven heeft verlaten. De uitvoering van de terugvoerverplichting op deze wijze mag niet tot gevolg hebben dat een unieke verwijdermogelijkheid verloren gaat.
De gezagvoerder van een zeeschip mag zich niet zonder meer onttrekken aan terugplaatsing van de vreemdeling aan boord, door een beroep te doen op voorschrift 8 Internationaal Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee. De ambtenaar belast met de grensbewaking moet, als de gezagvoerder zich op dit voorschrift beroept, de omstandigheden die de gezagsvoerder aanvoert beoordelen en afwegen tegen het belang van terugplaatsing van de vreemdeling aan boord.
Als de vreemdeling op het moment van vertrek stelt dat zijn leven in het land van waar hij wil vertrekken in direct gevaar is, mag de vervoerder de vreemdeling niet naar de Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging zenden om daar een aanvraag voor een mvv met als doel ‘asiel’ in te dienen. De vervoerder moet contact opnemen met de IND als de vervoerder overweegt een vreemdeling te vervoeren die stelt dat zijn leven in direct gevaar is.
De ambtenaar belast met de grensbewaking maakt proces-verbaal op in alle gevallen waarin als gevolg van het nalaten van de zorg- of afschriftplicht door de vervoerder een niet of onjuist gedocumenteerde vreemdeling binnen Nederland is gebracht (zie artikel 4, eerste, tweede en derde lid, Vw, artikel 5, eerste en tweede lid, Vw, artikel 65, derde lid, Vw en artikel 197a WvSr). De ambtenaar belast met de grensbewaking zendt alle processen-verbaal door aan het OM. Het OM biedt eerst een transactie aan de overtreder van de zorg- of afschriftplicht aan.
De DT&V verhaalt de met de verwijdering gepaard gaande kosten op de vervoerder nadat de vreemdeling rechtmatig verwijderbaar is geworden, en de ambtenaar belast met de grensbewaking de vervoerder de aanwijzing heeft gegeven de vreemdeling terug te vervoeren naar een plaats buiten Nederland.
Nadat een vreemdeling is terugvervoerd door een vervoerder, leveren alle overheidsinstanties de DT&V een overzicht aan van de kosten die zij met betrekking tot de betreffende vreemdeling hebben gemaakt. De overheidsinstanties doen dit aan de hand van de tarievenlijst zoals opgenomen in bijlage 22 van het VV. Deze gestandaardiseerde tarieven betreffen de kosten van uitzetting en de kosten van verblijf die de overheid maakt met betrekking tot vreemdelingen aan wie de toegang tot Nederland is geweigerd. De tarieven zijn gebaseerd op de werkelijk gemaakte kosten van de diverse overheidsinstanties. De DT&V stuurt de vervoerder een rekening die de kosten omvat die door de diverse overheidsinstanties zijn gemaakt.
De terugvoerplicht en de geldende procedure rondom het verhalen van kosten staan beschreven op www.terugvoerplicht.nl.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen heeft de bevoegdheid om personen staande te houden om de identiteit, nationaliteit en de verblijfsstatus van de persoon vast te stellen. Van deze bevoegdheid mag gebruik gemaakt worden als sprake is van feiten en omstandigheden die, naar objectieve maatstaven gemeten, een redelijk vermoeden van illegaal verblijf opleveren of ter bestrijding van illegaal verblijf na grensoverschrijding. De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet het vermoeden dat de persoon geen rechtmatig verblijf in Nederland heeft, toetsen aan objectieve maatstaven. Deze objectieve maatstaven zijn in ieder geval gebaseerd op tenminste één van de volgende voorwaarden:
In de navolgende paragrafen zijn maatregelen van toezicht opgenomen en de mogelijkheden voor het opleggen van bepaalde verplichtingen aan vreemdelingen of aan derden.
De beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van de volgende artikelen:
Een redelijk vermoeden van illegaal verblijf mag in ieder geval in de volgende situaties aangenomen worden:
Als de gegevens van de staande gehouden persoon niet voorkomen in de BVV raadpleegt de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen de opgegeven nationaliteit van de staande gehouden persoon in de BRP.
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet van het staande houden van personen een proces-verbaal opmaken, met gebruikmaking van het model M105 of in geval van Mobiel Toezicht Veiligheid (MTV) van het model M105-D.
Staandehouding van een vreemdeling met rechtmatig verblijf is mogelijk op grond van artikel 50a, eerste lid, Vw. Dit artikel is van toepassing op vreemdelingen die rechtmatig verblijf hebben in verband met een procedure aangaande:
De ophoudingstermijn vangt aan bij de aankomst van de opgehouden persoon op de plaats van de ophouding. Bij het overbrengen van de opgehouden persoon telt de tijd niet mee.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet de gegevens in de BVV raadplegen om te beoordelen of een terugkeerbesluit moet worden genomen (model M107-A) tegen een vreemdeling die niet rechtmatig in Nederland verblijft.
In artikel 4.21 Vb worden de bewijsmiddelen genoemd waarmee personen zich in Nederland op grond van artikel 50, eerste lid, Vw kunnen identificeren. Het visum waarvan sprake is in artikel 4.21, eerste lid, onder e, Vb moet een geldig visum zijn.
Het onderzoeken van kleding of zaken van de opgehouden persoon of het onderzoek verrichten aan het lichaam mag alleen als aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet ten behoeve van de vaststelling van de identiteit van de opgehouden persoon alle volgende handelingen verrichten:
Als de opgehouden persoon aangeeft zich bij het verhoor te willen laten staan door een raadsman, moet de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen tenminste één van de volgende personen inlichten:
De raadsman heeft vrije toegang tot de opgehouden persoon. Hij kan hem alleen spreken of onder toezicht van een ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen. Het gesprek tussen de raadsman en de opgehouden persoon mag uitsluitend onder toezicht van de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen plaatsvinden om te verzekeren dat:
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen mag voor het vaststellen van de identiteit, nationaliteit en de verblijfsstatus van de opgehouden persoon, bij instellingen of andere personen dan de opgehouden persoon zelf, informatie inwinnen die kunnen leiden tot het vaststellen van de identiteit van de opgehouden persoon.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen:
De verlenging van de ophouding, als bedoeld in artikel 50, vierde lid, Vw, is mogelijk, als het onderzoek naar de verblijfsrechtelijke positie van de opgehouden persoon nog niet is afgerond. Het verlengen van de ophouding als bedoeld in artikel 50a, eerste lid, Vw is niet mogelijk.
Op het moment van de verlenging van de termijn van ophouding, als bedoeld in artikel 50, vierde lid, Vw moet duidelijk zijn, welk onderzoek naar het rechtmatig verblijf nog moet plaatsvinden en waarom dit onderzoek nog niet heeft plaatsgevonden.
Een reden dat het onderzoek naar de verblijfsrechtelijke positie van de opgehouden persoon nog niet is afgerond, kan gelegen zijn in de omstandigheid dat een (relatief) grote groep vreemdelingen is staandegehouden, waardoor capaciteitsproblemen zijn ontstaan en niet alle noodzakelijke onderzoekshandelingen binnen de oorspronkelijke ophoudingstermijn kunnen worden verricht.
De ambtenaar als bedoeld in artikel 5.1 VV maakt de verlenging van de ophouding kenbaar zodra duidelijk is dat de termijn van zes uur naar verwachting wordt overschreden. Dit kan meebrengen dat deze ambtenaar de verlenging (ruim) voor het verstrijken van de zes uur kenbaar maakt aan de opgehouden persoon.
De termijn van 48 uur voor verlengde ophouding wordt niet volledig gebruikt als de verlengde ophouding niet langer noodzakelijk is. Gedurende de verlengde ophouding dient voortvarend gewerkt te worden. Zo spoedig mogelijk nadat het onderzoek is afgerond beëindigt deze ambtenaar de verlengde ophouding en stelt de opgehouden persoon in vrijheid dan wel in bewaring.
Ook als de opgehouden persoon een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel of regulier voor bepaalde tijd indient of heeft ingediend, kan de ophouding onder omstandigheden worden verlengd. Daarbij is de stand van zaken van de procedure van belang. Deze ambtenaar kan de ophouding onder meer verlengen als de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is afgewezen of dat rechtmatig verblijf wordt onthouden op grond van artikel 3.1 Vb. Deze ambtenaar treedt hierover, voor zover nodig, in contact met de IND. Immers, deze ambtenaar kan het nodig achten met de IND te overleggen over de stand van die procedure.
De ambtenaar als bedoeld in artikel 5.1 VV moet bij de verlenging van de ophouding van de persoon in ieder geval de volgende handelingen verrichten:
Bij de verlenging van de ophouding van de persoon hoeft de ambtenaar als bedoeld in artikel 5.1 VV de opgehouden persoon niet te horen.
De Korpschef of de Commandant der KMar moet de persoon de gelegenheid bieden de echtgeno(o)t(e) of levenspartner telefonisch in te lichten over zijn vrijheidsontneming. Als de kennisgeving moet worden gedaan aan een persoon buiten Nederland gebeurt dit op de snelst mogelijke manier.
De opgehouden persoon moet door de Korpschef of de Commandant der KMar van deze mogelijkheid op de hoogte worden gesteld.
Als de verlenging van de ophouding een Britse onderdaan betreft, moet de Korpschef of de Commandant der KMar op basis van een tussen Nederland en Groot-Brittannië gesloten overeenkomst de betrokken Britse consul informeren over de verlenging van de ophouding, met het oog op het verlenen van diplomatieke of consulaire bijstand. Ook als de Britse onderdaan niet heeft verzocht de Britse consul te informeren over de verlenging van zijn ophouding, moet de Korpschef of de Commandant der KMar de Britse consul informeren over de verlenging van de ophouding van de Britse onderdaan.
Als de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen op grond van artikel 52, eerste lid Vw, het geldige document voor grensoverschrijding of een identiteitspapier van een persoon inneemt, moet de ambtenaar belast met grensbewaking alle volgende handelingen verrichten:
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet in ieder geval aantekeningen in het geldig document voor grensoverschrijding van een vreemdeling doorhalen ingeval:
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen heeft het recht om een geldig document voor grensoverschrijding of een identiteitspapier van een persoon in ieder geval in de volgende situaties in te nemen:
Als de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen op grond van artikel 52, eerste lid Vw, het geldige document voor grensoverschrijding of een identiteitspapier van een persoon inneemt, moet de ambtenaar belast met grensbewaking alle volgende handelingen verrichten:
In ieder geval de volgende vreemdelingen hebben de plicht een gezichtsopname en vingerafdrukken te laten afnemen door de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen:
Als een bewoner van een woning toestemming heeft gegeven voor het binnentreden van de woning door de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen, heeft de bewoner het recht om op elk moment deze toestemming in te trekken. Als de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen niet in het bezit is van een schriftelijke machtiging voor het binnentreden van de woning, mag deze ambtenaar de woning niet tegen de wil van de bewoner betreden.
De Korpschef of de Commandant der KMar moet een mondelinge of schriftelijke vordering aan een vreemdeling tot het verstrekken van gegevens zoals bedoeld in artikel 4.38 Vb, in een voor de vreemdeling begrijpelijke taal doen.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen mag een vreemdeling die beschikt over een verblijfsdocument niet verplichten informatie zoals bedoeld in artikel 4.38 Vb te verstrekken. Alleen in het geval er gerechtvaardigde aanleiding is te veronderstellen dat de vreemdeling voorschriften op het gebied van toezicht op vreemdelingen niet is nagekomen en/of niet (meer) voldoet aan de beperking die aan de verblijfsvergunning is verbonden, moet de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen de vreemdeling daarover ondervragen.
De Korpschef of de Commandant der KMar moet in de vordering aan de werkgever alle volgende onderdelen vermelden:
De Korpschef of de Commandant der KMar moet een mondelinge of schriftelijke vordering aan een vreemdeling tot het verstrekken van gegevens zoals bedoeld in artikel 4.38 Vb, in een voor de vreemdeling begrijpelijke taal doen.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen mag een vreemdeling die beschikt over een verblijfsdocument niet verplichten informatie zoals bedoeld in artikel 4.38 Vb te verstrekken. Alleen in het geval er gerechtvaardigde aanleiding is te veronderstellen dat de vreemdeling voorschriften op het gebied van toezicht op vreemdelingen niet is nagekomen en/of niet (meer) voldoet aan de beperking die aan de verblijfsvergunning is verbonden, moet de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen de vreemdeling daarover ondervragen.
Personen die aan een vreemdeling, zoals bedoeld in artikel 4.40 Vb, verblijf voor de nacht verschaffen, moeten daarvan mededeling doen aan de Korpschef van de gemeente van het nachtverblijf of de Commandant der KMar. De manier waarop deze mededeling wordt gedaan is vormvrij.
De IND heeft de bevoegdheid schriftelijk een bijzondere aanwijzing aan de Korpschef of de Commandant der KMar te geven over het verstrekken van gegevens van een vreemdeling door een werkgever op grond van artikel 4.41 Vb. De Korpschef of de Commandant der KMar moet een vordering aan de werkgever van de vreemdeling tot het verstrekken van gegevens van de vreemdeling overhandigen of per aangetekende brief verzenden aan de werkgever.
De Korpschef of de Commandant der KMar moet in de vordering aan de werkgever alle volgende onderdelen vermelden:
De Korpschef of de Commandant der KMar van de gemeente waar het bedrijf van de werkgever is gevestigd, doet de vordering tot het verstrekken van gegevens over vreemdelingen die bij de werkgever in dienst zijn of in dienst zijn geweest. De Korpschef of Commandant der KMar moet overleg voeren en gegevens van deze vreemdelingen uitwisselen met de Korpschef of de Commandant der KMar van de gemeente waar de vreemdelingen woonachtig zijn.
Bij de ontheffing van de meldplicht gelden voor de Korpschef de volgende instructies.
De Korpschef verleent in ieder geval in de volgende situaties geen (of niet langer) ontheffing van de meldplicht aan de vreemdeling:
De Korpschef of de Commandant der KMar informeert de vreemdeling die kenbaar heeft gemaakt een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te willen indienen of een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning heeft ingediend, dat op hem, in afwachting van de beslissing op zijn aanvraag, een meldplicht bij de Korpschef rust (zie artikel 54, eerste lid, onder f, Vw juncto artikel 4.51, eerste lid, onder b, Vb). De vreemdeling die een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd kenbaar heeft gemaakt of heeft ingediend, wordt een meldplicht kenbaar gemaakt door gebruik te maken van het model M117-A. Het model M117-A dient ook als proces-verbaal van uitreiking van de meldplicht aan de vreemdeling.
De Korpschef of de Commandant der KMar:
Bij de ontheffing van de meldplicht gelden voor de Korpschef de volgende instructies.
Voor vreemdelingen die in een opvangvoorziening verblijven, laat de Korpschef een adrescontrole door de politie uitvoeren. De politie moet het daadwerkelijke vertrek van de vreemdeling vaststellen. De Korpschef mag concluderen dat de vreemdeling definitief is vertrokken als dat onomstotelijk vast is komen te staan. De Korpschef moet de IND en de DT&V over het (veronderstelde) vertrek van een vreemdeling informeren door middel van een verwijzing in BVV.
De Korpschef legt de vreemdeling die zich niet rechtmatig in Nederland bevindt en zich conform artikel 54, eerste lid onder f, Vw juncto artikel 4.51, eerste lid Vb meldt, het tijdstip en de plaats van melden op. Deze meldplicht gaat gepaard met terugkeerbegeleiding door de DT&V. Het opleggen van de meldplicht met terugkeerbegeleiding kan worden gecombineerd met andere toezichtsmaatregelen.
Aan de vreemdeling op wie een vertrekplicht rust en die in ieder geval aan alle volgende voorwaarden voldoet kan, voorafgaand aan terugkeer, een borgsom worden opgelegd door de DT&V:
Voor iedere meldplicht geldt:
De Korpschef vordert de vreemdeling aan wie een periodieke meldplicht is opgelegd en die zich twee achtereenvolgende keren niet heeft gehouden aan de periodieke meldplicht, om in persoon gegevens te verstrekken over de onttrekking aan de periodieke meldplicht. Als de vreemdeling niet reageert, mag de Korpschef concluderen dat de vreemdeling Nederland heeft verlaten of zich definitief aan het toezicht heeft onttrokken en meldt de vreemdeling af in de vreemdelingenadministratie.
Voor vreemdelingen die in een opvangvoorziening verblijven, laat de Korpschef een adrescontrole door de politie uitvoeren. De politie moet het daadwerkelijke vertrek van de vreemdeling vaststellen. De Korpschef mag concluderen dat de vreemdeling definitief is vertrokken als dat onomstotelijk vast is komen te staan. De Korpschef moet de IND en de DT&V over het (veronderstelde) vertrek van een vreemdeling informeren door middel van een verwijzing in BVV.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet in ieder geval de volgende gedragslijnen in acht nemen bij vreemdelingen zonder bewijsmiddelen:
Het opleggen van de borgsom kan worden gecombineerd met andere toezichtsmaatregelen. Het terugkeercontract bevat in ieder geval een termijn van in beginsel 28 dagen waarbinnen de vreemdeling aan zijn vertrekplicht moet hebben voldaan. Het borgbedrag wordt in beginsel gesteld op € 1.500, de DT&V kan hiervan afwijken. De borgsom wordt geretourneerd door de DT&V als de vreemdeling zich meldt op de luchthaven bij de KMar en daadwerkelijk Nederland verlaat.
De vreemdeling moet voor het vervangen of het vernieuwen van verblijfsdocumenten, om redenen als genoemd in artikel 4.22, eerste lid, Vb, een ingevuld aanvraagformulier verzenden naar de IND.
In artikel 55, derde lid, Vw is de bevoegdheid opgenomen tot een veiligheidsfouillering. Als uitzondering op de bevoegdheden van veiligheidsfouillering geldt dat de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen, een vreemdelingen jonger dan twaalf jaar niet aan een veiligheidsfouillering mag onderwerpen.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet in ieder geval de volgende gedragslijnen in acht nemen bij vreemdelingen zonder bewijsmiddelen:
Als het bewijsmiddel waaruit het rechtmatig verblijf blijkt van een vreemdeling wordt vermist, verloren is gegaan of ondeugdelijk is geworden voor identificatie, moet de vreemdeling hiervan aangifte doen bij de Korpschef. De Korpschef zendt een afschrift van het proces-verbaal van de aangifte aan de IND. De IND draagt zorg dat het nummer van het betreffende bewijsmiddel wordt opgenomen in het Verificatie- en Informatiesysteem van DLOS en de IND signaleert het bewijsmiddel in het (N)SIS voor de duur van tien jaar.
De vreemdeling moet voor het vervangen of het vernieuwen van verblijfsdocumenten, om redenen als genoemd in artikel 4.22, eerste lid, Vb, een ingevuld aanvraagformulier verzenden naar de IND.
De afgifte van documenten ter vaststelling van zijn identiteit, nationaliteit en verblijfsstatus als bedoeld in artikel 4.21 Vb (zowel ingeval van vervanging als van vernieuwing), gebeurt door de IND.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet in ieder geval de volgende gedragslijnen in acht nemen bij vreemdelingen zonder bewijsmiddelen:
De Korpschef of de Commandant der KMar zendt de uitkomsten van het identiteits- en nationaliteitsonderzoek naar de DT&V, zodra dit bekend is door een overdrachtsdossier naar de DT&V te versturen. De DT&V heeft voor het vertrek van de vreemdeling informatie uit het overdrachtsdossier nodig voor het verkrijgen van een geldig document voor grensoverschrijding voor de vreemdeling.
In ieder geval in de volgende situaties volgt opname van de gegevens van een vreemdeling in het (N)SIS:
In dit hoofdstuk wordt met lidstaten bedoeld: de landen van de EU (zonder Ierland), Noorwegen, IJsland, Liechtenstein en Zwitserland.
Ook worden in dit hoofdstuk de verschillende raadplegingsprocedures nader omschreven. De raadplegingsprocedure moet voorkomen dat een vreemdeling die in het bezit is van een verblijfsvergunning in een van de lidstaten, in het SIS gesignaleerd staat inzake terugkeer of met het oog op weigering toegang en verblijf.
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen geeft bij het verzoek tot signalering aan de IND ten minste één van de volgende redenen voor signalering aan:
Het SIS is een computersysteem waarmee binnen de lidstaten specifieke informatie wordt uitgewisseld.
Het SIS geeft bevoegde autoriteiten onder andere informatie over personen die geen recht hebben om in het Schengengebied te verblijven, of gezocht worden voor (betrokkenheid bij) criminele activiteiten.
In dit hoofdstuk gaat het om:
De IND is verantwoordelijk voor de invoering van deze door Nederland opgelegde signaleringen in het SIS. De IND voert signaleringen niet rechtstreeks in het SIS in, maar via NSIS (Nationaal Schengeninformatiesysteem). In dit hoofdstuk wordt enkel nog gesproken over SIS, ook als het om NSIS gaat. Uitwisseling van informatie met andere lidstaten vindt plaats door tussenkomst van Bureau SIRENE.
In het E&S worden signaleringen opgenomen volgens het Nederlandse vreemdelingenrecht die niet in het SIS mogen worden opgenomen. Ook worden signaleringen in het E&S opgenomen, die nog niet in het SIS kunnen worden opgenomen. De vreemdeling wordt dan gesignaleerd ter fine van weigering van toegang tot Nederland.
De IND zorgt voor (aanpassing van) de signalering in SIS.
De IND voert een signalering met het oog op weigering van toegang en verblijf in SIS in van:
De IND voert de signalering inzake terugkeer of met het oog op weigering van toegang en verblijf ook in als de vreemdeling al in SIS is gesignaleerd door een andere lidstaat, zolang de signaleringen niet onverenigbaar zijn met elkaar.
Na de ontvangst van een terugkeerbevestiging van een door Nederland in SIS gesignaleerde vreemdeling, moet de IND:
In het E&S staan o.a. vreemdelingenrechtelijke signaleringen, zoals:
Een terugkeerbesluit bevat de volgende elementen:
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen geeft aan de IND ten minste één van de volgende onderbouwingen voor de signalering aan:
Daarnaast stuurt de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen voor de signalering de volgende documenten mee:
De ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen mag de vreemdeling op grond van artikel 4.38 Vb vorderen om te verschijnen om gegevens te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de voorbereiding van het vertrek uit Nederland. Hieronder vallen in ieder geval de biometrische gegevens van de vreemdeling.
De signalering van een vreemdeling in E&S of het SIS vangt aan op:
In het geval de vreemdeling in één van de lidstaten van de EU (zonder Ierland), Noorwegen, IJsland, Liechtenstein en Zwitserland een geldige reguliere verblijfsvergunning of andere toestemming tot verblijf heeft, wordt in de regel geen terugkeerbesluit uitgevaardigd. Ingevolge artikel 62a, derde lid, Vw wordt aan de vreemdeling in beginsel eerst het bevel gegeven zich onmiddellijk naar het grondgebied van de betrokken lidstaat te begeven (model M106-B). Indien dit bevel niet wordt nageleefd of indien om redenen van openbare orde of nationale veiligheid het onmiddellijke vertrek van de vreemdeling is vereist, wordt tegen de vreemdeling wel een terugkeerbesluit uitgevaardigd door de IND, KMar, politie of ZHP.
Een vreemdeling die door Nederland of door een andere lidstaat in het bezit is gesteld van een verblijfsvergunning wordt niet in SIS gesignaleerd inzake terugkeer of met het oog op weigering toegang en verblijf.
Om te voorkomen dat een vreemdeling zowel in het bezit is van een verblijfsvergunning als gesignaleerd is in het SIS inzake terugkeer of met het oog op weigering toegang en verblijf, moet een lidstaat door tussenkomst van het bureau SIRENE van die lidstaat in contact treden met het bureau SIRENE van de andere lidstaat als zich situaties voordoen als beschreven in deze paragraaf. Het in contact treden met een andere lidstaat heet de raadplegingsprocedure.
Bij iedere beoordeling van een aanvraag tot het verlenen of verlengen van een verblijfsvergunning regulier of asiel in Nederland of een aanvraag om een mvv gaat de IND na of de vreemdeling is gesignaleerd in het E&S of SIS.
Het Bureau SIRENE legt de verrichte raadpleging door een lidstaat vast, als de IND overweegt een verblijfsvergunning te verlenen aan een vreemdeling die in SIS gesignaleerd is:
De IND, de ambtenaar belast met de grensbewaking en AVIM onthouden of verkorten een vertrektermijn aan de hand van de in artikel 62, tweede lid, onder a, b en c, Vw opgenomen gronden, tenzij er redenen zijn om conform paragraaf A3/3.5 of A3/3.7 Vc desondanks een (volledige) vertrektermijn te gunnen.
De IND verricht bij een vreemdeling:
In de volgende paragrafen zijn beleidsregels opgenomen ter invulling van deze gronden om de vertrektermijn te verkorten of onthouden:
In paragraaf A3/3.5 Vc zijn beleidsregels opgenomen over de toepassing van de gronden uit artikel 62, tweede lid onder a en b, Vw bij een eerste aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.
In deze paragraaf wordt de raadpleging door de IND voorafgaand aan het verlenen of verlengen van een verblijfsvergunning besproken, terwijl er sprake is van een signalering door een andere lidstaat.
De IND raadpleegt de signalerende lidstaat op grond van artikel 9, eerste lid, van Vo (EU) 2018/1860 of artikel 27 Vo (EU) 2018/1861 over de motivering van het besluit van de signalering, als de vreemdeling:
Als de signalerende lidstaat het raadplegingsverzoek niet binnen tien dagen beantwoordt, dan neemt de IND aan op grond van artikel 9, eerste lid, onder c, Vo (EU) 2018/1860 of artikel 27, aanhef en onder c, Vo (EU) 2018/1861 dat de signalerende lidstaat geen bezwaar heeft tegen de verlening of verlenging van de verblijfsvergunning.
Als aan de vreemdeling, na eerdergenoemde raadplegingsprocedure, een verblijfsvergunning wordt verleend, stelt de IND de signalerende lidstaat hiervan in kennis. De signalerende lidstaat wist vervolgens de signalering inzake terugkeer of met het oog op weigering van toegang en verblijf.
De IND signaleert de vreemdeling in SIS inzake terugkeer als:
De vreemdeling moet het grondgebied van de lidstaten na de afwijzende beschikking verlaten, als tegen de afwijzende beschikking geen rechtsmiddelen meer open staan of die niet in Nederland mogen worden afgewacht.
de volgende handeling:
De signalerende lidstaat wist onverwijld de signalering inzake terugkeer.
De IND onthoudt een vertrektermijn wegens de kennelijke ongegrondheid bij (eerste) aanvragen asiel voor bepaalde tijd die zijn afgewezen:
In deze paragraaf wordt de raadpleging door de IND voorafgaand aan het invoeren van een signalering besproken, terwijl de vreemdeling in het bezit is van een verblijfsvergunning in een andere lidstaat.
De onderstaande raadplegingsprocedure is ook van toepassing als de IND overweegt een signalering met het oog op weigering van toegang en verblijf in te voeren vanwege:
In deze paragraaf en subparagrafen wordt de raadpleging door de IND besproken als na het invoeren van een signalering blijkt dat de vreemdeling al in het bezit is van een verblijfsvergunning inclusief asiel in een andere lidstaat.
De IND wordt op de volgende wijzen geïnformeerd over de geldige verblijfsvergunning inclusief asiel in een andere lidstaat:
Een vreemdeling is door Nederland gesignaleerd in het SIS inzake terugkeer al dan niet in combinatie met een inreisverbod. Na deze signalering blijkt dat de vreemdeling in een andere lidstaat een geldige verblijfsvergunning inclusief asiel heeft. De IND start de procedure op grond van artikel 11 van Vo (EU) 2018/1860 bij de verblijfgevende lidstaat. Dit houdt het volgende in:
Een vreemdeling is door Nederland gesignaleerd in SIS met het oog op weigering van toegang en verblijf. Na deze signalering blijkt dat de vreemdeling in een andere lidstaat een geldige verblijfsvergunning bezit.
De IND start de procedure op grond van artikel 29 Vo (EU) 2018/1861 bij de verblijfgevende lidstaat. Dit houdt het volgende in:
Als de in SIS gesignaleerde vreemdeling het grondgebied echter nog niet heeft verlaten en het inreisverbod, dat is opgelegd voor 7 maart 2023, dus nog niet in werking is getreden, start de IND alsnog de procedure op grond van artikel 29 Vo (EU) 2018/1861 bij de verblijfgevende lidstaat als een procedurele gebeurtenis daartoe aanleiding geeft. De procedure zoals hierboven omschreven is dan van toepassing. De IND wist de signalering vanwege het niet in werking getreden inreisverbod en voert een signalering inzake terugkeer in, als de verblijfgevende lidstaat de verblijfsvergunning intrekt.
De IND, de ambtenaar belast met de grensbewaking of AVIM ziet af van het onthouden van een vertrektermijn als de persoonlijke omstandigheden van de vreemdeling zodanig zijn dat het onthouden van een vertrektermijn niet proportioneel is. De IND, de ambtenaar belast met de grensbewaking of AVIM betrekt bij de proportionaliteitstoets alle relevante feiten en omstandigheden, waaronder in ieder geval:
Een vreemdeling aan wie een vertrektermijn is verleend kan vragen om verlenging van deze termijn, zoals beschreven in artikel 6.3 VV. De vreemdeling krijgt door het indienen of het inwilligen van een verzoek om een verlenging van de vrijwillige vertrektermijn geen rechtmatig verblijf in Nederland. De DT&V mag bij de inwilliging van het verzoek om verlenging van de vrijwillige vertrektermijn niet tot uitzetting overgaan totdat de verlengde vertrektermijn is verstreken. De vreemdeling heeft de plicht gedurende de verlengde vertrektermijn zelfstandig aan zijn vertrek te werken.
In deze paragraaf wordt de raadpleging door een andere lidstaat voorafgaand aan het verlenen of verlengen van een verblijfsvergunning inclusief asiel besproken, terwijl er al sprake is van een signalering door Nederland. Het Bureau SIRENE informeert de IND over het raadplegingsverzoek.
De IND verricht bij een vreemdeling die door Nederland:
De politie, ZHP of KMar moeten contact opnemen met de IND om te vernemen hoe gehandeld moet worden om het rechtmatig verblijf van een vreemdeling te ontzeggen, als politieke activiteiten van de vreemdeling gevaar opleveren voor tenminste één van de volgende situaties:
De vreemdeling kan de bijzondere aanwijzing worden gegeven dat hij zich moet onthouden van activiteiten of uitlatingen die een gevaar opleveren voor een van de drie genoemde situaties.
De ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen mag de vreemdeling op grond van artikel 4.38 Vb vorderen om te verschijnen om gegevens te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de voorbereiding van het vertrek uit Nederland. Hieronder vallen in ieder geval de biometrische gegevens van de vreemdeling.
De ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen moet de vreemdeling uitleggen welke gegevens de vreemdeling moet verstrekken om het vertrek van de vreemdeling uit Nederland mogelijk te maken. De ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen registreert de vordering tot het verstrekken van gegevens in de vreemdelingenadministratie.
De DT&V kan een vreemdeling bij de feitelijke terugkeer begeleiden. De DT&V kan dit bijvoorbeeld doen bij:
Naast deze begeleiding door de DT&V kunnen andere vormen van begeleiding plaatsvinden, zoals begeleiding:
Deze paragraaf bevat de beleidsregels omtrent de toepassing van artikel 62, tweede lid, Vw.
De vreemdeling die na 4 maart 2023 een aanvraag indient komt niet meer in aanmerking voor dit beleid.
Bij terugkeer van de amv naar het land van herkomst of een ander land waar de amv heen kan gaan, moet de toegang tot adequate opvang geregeld zijn. Zolang niet vaststaat dat adequate opvang beschikbaar is (zie paragraaf B8/6.1 Vc), kan geen terugkeerbesluit worden genomen ten aanzien van de amv. Indien nader onderzoek moet worden gedaan in dit kader, kan hangende dat onderzoek uitstel van vertrek worden verleend.
De IND beoordeelt bij een eerste aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd waar met toepassing van artikel 30a, 30b, 30c of 31 Vw op wordt beslist in de volgende situaties of de vertrektermijn wordt verkort of onthouden op grond van artikel 62, tweede lid, onder a of b, Vw:
Indien géén van deze situaties zich voordoet, onthoudt of verkort de IND bij een eerste aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd geen vertrektermijn op grond van artikel 62, tweede lid onder a, dan wel b, Vw. Indien tenminste één van deze situaties zich voordoet, beoordeelt de IND onverkort of er aanleiding bestaat een vertrektermijn te onthouden of te verkorten op grond van artikel 62, tweede lid onder a, dan wel b, Vw. Voor de gronden waarop de vertrektermijn in die gevallen kan worden verkort of onthouden zijn paragrafen A3/3.2 en A3/3.3 van toepassing.
De IND, de ambtenaar belast met de grensbewaking of AVIM ziet af van het onthouden van een vertrektermijn als de persoonlijke omstandigheden van de vreemdeling zodanig zijn dat het onthouden van een vertrektermijn niet proportioneel is. De IND, de ambtenaar belast met de grensbewaking of AVIM betrekt bij de proportionaliteitstoets alle relevante feiten en omstandigheden, waaronder in ieder geval:
De DT&V mag de vreemdeling of derden verzoeken bewijsmiddelen die de identiteit en nationaliteit van de vreemdeling onderbouwen, aan de DT&V te overhandigen.
Een vreemdeling die uitgezet wordt, moet over tenminste één van de volgende bewijsmiddelen beschikken waarmee de toegang tot het land van bestemming en een eventuele doorreis door een derde land is gewaarborgd:
Als blijkt dat de vreemdeling niet beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding of een re-entry permit dan moet de DT&V zo snel mogelijk tenminste een van de volgende bewijsmiddelen aanvragen bij de buitenlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van het land van herkomst van de vreemdeling:
De DT&V moet beschikbare (kopieën van) bewijsmiddelen die de identiteit of nationaliteit van de vreemdeling kunnen onderbouwen, voegen bij de aanvraag voor een geldig document voor grensoverschrijding.
Als de uitzetting van een vreemdeling in overeenstemming met artikel 65, eerste lid, Vw, niet zonder geldig document voor grensoverschrijding en de eventueel benodigde visa, transitvisa en ‘re-entry permit’ kan worden geëffectueerd, moet de ambtenaar belast met grensbewaking contact opnemen met de DT&V. De DT&V dient voor de effectuering van de uitzetting van de vreemdeling, een aanvraag in bij de buitenlandse diplomatieke vertegenwoordiging voor een geldig document voor grensoverschrijding.
Voor de uitzetting plaatsvindt, wijst de ambtenaar belast met de feitelijke uitzetting de vreemdeling erop dat bewijsmiddelen waaruit blijkt dat de vreemdeling een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft gevraagd, achtergelaten mogen worden.
De Korpschef of de Commandant der KMar moet de vreemdeling aanzeggen dat de vreemdeling Nederland moet verlaten, als aan alle volgende voorwaarden is voldaan:
De informatie over het gedrag van de vreemdeling, opgenomen in het Sigma/ de checklist/ geleidebrief (zie model M118), dient bij deze inschatting te worden betrokken. De gezagvoerder van het luchtvaartuig wordt vooraf, in een zo vroeg mogelijk stadium, geïnformeerd omtrent de begeleide uitzetting. Daarbij wordt het eventuele gebruik van hulpmiddelen aangegeven en bij de gezagvoerder om toestemming gevraagd om dit gebruik van hulpmiddelen voort te zetten. In het geval er nog geen hulpmiddelen zijn ingezet, wordt aan de gezagvoerder van het luchtvaartuig toestemming gevraagd, om indien nodig over te kunnen gaan tot het aanwenden van geweld en/ of het gebruik van hulpmiddelen
Het vertrek van een vreemdeling uit Nederland mag plaatsvinden met behulp van een Europees reisdocument. Het Europees reisdocument wordt afgegeven door de DT&V als op grond van één of meer aanwijzingen de nationaliteit of identiteit van de betrokken vreemdeling wordt aangenomen. Aan het Europees reisdocument worden bewijsmiddelen gevoegd als ondersteuning van de identiteit of nationaliteit van de vreemdeling. De bewijsmiddelen mogen geen asielgerelateerde informatie bevatten.
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen mag aantekeningen over het vertrek van de vreemdeling in een identiteitsdocument of een geldig document voor grensoverschrijding plaatsen als:
De IND biedt de vreemdeling die op grond van artikel 6a of artikel 59a Vw in bewaring is gesteld en ten behoeve waarvan een terug- of overnameverzoek wordt ingediend bij een andere lidstaat niet meer de gelegenheid om uit eigen beweging te vertrekken naar de betreffende lidstaat na accordering van het terug- of overnameverzoek door de andere lidstaat.
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet ten aanzien van een tijdelijk in bewaring genomen geldig document voor grensoverschrijding van de vreemdeling of een identiteitspapier van de vreemdeling alle volgende handelingen verrichten:
De IND verzendt alle relevante informatie naar de verantwoordelijke lidstaat conform de bepalingen en binnen de termijnen van artikel 31 en, indien van toepassing, artikel 32, Verordening (EU) nr. 604/2013.
Een vreemdeling komt ook niet in aanmerking voor het REAN-programma als hij de afgelopen vijf jaar de EU heeft verlaten, zelfstandig of gedwongen, met ondersteuning van de DT&V, Frontex, of de IOM.
De IND heeft bezwaar tegen vertrek via de IOM, als de vreemdeling gesignaleerd staat vanwege opsporing.
De IND informeert de DT&V over de omstandigheid dat bezwaar is geuit tegen vertrek via de IOM.
Als door de DT&V al handelingen zijn gestart om het vertrek van de vreemdeling mogelijk te maken, kan de DT&V tenminste één van de volgende beslissingen nemen:
Als er geen bezwaar is tegen het vrijwillig vertrek zal de vreemdeling door de IOM worden geïnformeerd dat hij via het REAN-programma mag vertrekken.
De vreemdeling moet zorg dragen voor het verkrijgen van een geldig document voor grensoverschrijding. Als de DT&V, de (zeehaven)politie, de KMar of de IND in het bezit is van een geldig document voor grensoverschrijding van de vreemdeling, wordt dit document gebruikt bij het zelfstandige vertrek van de vreemdeling dat wordt gefaciliteerd door de IOM. De vreemdeling die in het bezit is van een W-document moet het W-document voorafgaand aan zijn vertrek uit Nederland bij de politie inleveren.
De vreemdeling tekent bij vertrek een verklaring voor de IND, waarin staat dat de vreemdeling ermee instemt dat:
De IOM moet de IND en de DT&V door middel van een vertrekverklaring berichten dat de vreemdeling is vertrokken met ondersteuning van de IOM.
Het verlenen van uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw doet zich niet eerder voor dan vanaf het moment waarop de rechtsplicht ontstaat Nederland te verlaten. Uitzondering hierop is de ambtshalve toets die de IND uit kan voeren in de parallelle procedure (zie paragraaf A3/7.2.3 Vc).
Het remigratiebeleid beschreven in deze paragraaf is gericht op het ondersteunen van personen uit derde landen die verblijfsrecht hadden in Oekraïne en die als gevolg van de inval van Rusland in Oekraïne naar Nederland zijn gevlucht en op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB) in de Gemeentelijke opvang voor Ontheemden uit Oekraïne (GOO) of de Particuliere Opvang voor ontheemden uit Oekraïne (POO) verblijven.
Om in aanmerking te kunnen komen voor ondersteuning onder het remigratiebeleid, moet de vreemdeling aan alle volgende voorwaarden voldoen:
Een vreemdeling afkomstig uit een lidstaat van de Europese Unie, Australië, Canada, IJsland, Japan, Korea, Mexico, Nieuw-Zeeland, Verenigde Staten of Zwitserland komt niet in aanmerking voor deze regeling.
Deze verklaring op schrift gebeurt door het invullen en ondertekenen van de Verklaring vrijwillig vertrek uit Nederland, te vinden op de website van de IND.
Een verzoek om ondersteuning kan worden geweigerd dan wel de aanspraak op ondersteuning kan vervallen en kan worden teruggevorderd, als:
De DT&V biedt aan de vreemdeling die in aanmerking komt voor dit remigratiebeleid de volgende ondersteuning:
De remigratiebijdrage is afhankelijk van het moment waarop de vreemdeling een schriftelijke aanvraag doet en uitreist onder dit remigratiebeleid:
Het algemene uitgangspunt is dat binnen 1 maand na aanvraag de uitreis plaatsvindt. Mocht het om zwaarwegende redenen noodzakelijk zijn om van deze periode af te wijken dan kan de DT&V hiertoe besluiten.
De vreemdeling die na 15 september 2023 een aanvraag indient komt niet meer in aanmerking voor dit beleid.
Het algemene uitgangspunt is dat binnen 1 maand na aanvraag de uitreis plaatsvindt. Mocht het om zwaarwegende redenen noodzakelijk zijn om van deze periode af te wijken dan kan de DT&V hiertoe besluiten.
De vreemdeling dient de aanvraag voor ondersteuning op basis van het remigratiebeleid schriftelijk in via de website van de DT&V. De DT&V behandelt de aanvraag en zoekt ten behoeve van de beslissing op de aanvraag afstemming met ketenpartners. De DT&V zoekt altijd afstemming met de IND met de vraag of er bezwaren zijn tegen het vertrek van de vreemdeling.
Na het vertrek van een vreemdeling stelt de DT&V de IND op de hoogte van het vertrek van de vreemdeling.
Na het vertrek van een vreemdeling stelt de DT&V de IND op de hoogte van het vertrek van de vreemdeling.
Uitzetting van een vreemdeling vindt plaats op tenminste een van de volgende wijzen:
Voor wat betreft de mogelijkheid om een vreemdeling door de DT&V te laten begeleiden bij de feitelijke terugkeer, wordt verwezen naar paragraaf A3/2 Vc.
De DT&V stelt uiterlijk 36 uur voorafgaand aan een door de DT&V georganiseerde uitzetting of gedwongen overdracht de volgende personen in kennis van de reisgegevens:
De DT&V laat enkel het informeren van de vreemdeling over de aanstaande uitzetting of gedwongen overdracht achterwege als er een risico aanwezig is dat de veiligheid of de gezondheid van de vreemdeling of diens eventuele gezinsleden door het informeren in gevaar komt. De gemachtigde van de vreemdeling wordt wel tijdig in kennis gesteld van de reisgegevens.
De DT&V is niet verplicht om de vreemdeling en/of diens gemachtigde uiterlijk 36 uur voorafgaand aan de uitzetting of gedwongen overdracht in kennis te stellen van de nieuwe reisgegevens als de uitzetting of gedwongen overdracht op het aanvankelijk geplande moment geen doorgang vindt, maar alsnog uiterlijk op de tweede dag na de dag van het geannuleerde vertrek kan plaatsvinden.
De DT&V laat enkel het informeren van de vreemdeling over de aanstaande uitzetting of gedwongen overdracht achterwege als er een risico aanwezig is dat de veiligheid of de gezondheid van de vreemdeling of diens eventuele gezinsleden door het informeren in gevaar komt. De gemachtigde van de vreemdeling wordt wel tijdig in kennis gesteld van de reisgegevens.
Bij terugkeer van de amv naar het land van herkomst of een ander land waar de amv heen kan gaan, moet de toegang tot adequate opvang geregeld zijn. Zolang niet vaststaat dat adequate opvang beschikbaar is (zie paragraaf B8/6.1 Vc), kan geen terugkeerbesluit worden genomen ten aanzien van de amv. Indien nader onderzoek moet worden gedaan in dit kader, kan hangende dat onderzoek uitstel van vertrek worden verleend.
De IND verleent uitstel van vertrek aan de amv, als aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:
Gedurende het uitstel van vertrek wordt de amv geacht medewerking te verlenen aan het onderzoek naar adequate opvang.
De IND stelt het aanvraagformulier en bijlagen beschikbaar via de website www.ind.nl;
Voor het vertrek van het hoofd van een gezin uit Nederland geldt dat de tot het gezin behorende vreemdelingen die Nederland moeten verlaten, zoveel mogelijk met het hoofd van het gezin vertrekken. Als gezamenlijk vertrek van het gezin niet mogelijk is, mag gescheiden vertrek plaatsvinden nadat de situatie van het gezin is beoordeeld en getoetst door de DT&V.
De vreemdeling legt bij de schriftelijke aanvraag alle bewijsmiddelen als bedoeld in paragraaf A3/7.2.4 Vc over. Ook legt de vreemdeling de bijlage ‘Verklaring paspoort bij medische omstandigheden’ over.
De DT&V is verantwoordelijk voor de effectuering van de uitzetting van vreemdelingen, met uitzondering van uitsluitend de volgende categorieën vreemdelingen:
Voor de uitzetting plaatsvindt, wijst de ambtenaar belast met de feitelijke uitzetting de vreemdeling erop dat bewijsmiddelen waaruit blijkt dat de vreemdeling een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft gevraagd, achtergelaten mogen worden.
De informatie over het gedrag van de vreemdeling, opgenomen in het Sigma/ de checklist/ geleidebrief (zie model M118), dient bij deze inschatting te worden betrokken. De gezagvoerder van het luchtvaartuig wordt vooraf, in een zo vroeg mogelijk stadium, geïnformeerd omtrent de begeleide uitzetting. Daarbij wordt het eventuele gebruik van hulpmiddelen aangegeven en bij de gezagvoerder om toestemming gevraagd om dit gebruik van hulpmiddelen voort te zetten. In het geval er nog geen hulpmiddelen zijn ingezet, wordt aan de gezagvoerder van het luchtvaartuig toestemming gevraagd, om indien nodig over te kunnen gaan tot het aanwenden van geweld en/ of het gebruik van hulpmiddelen
De documenten met betrekking tot de identiteit van de vreemdeling moeten officiële, door de overheid van het land van herkomst van de vreemdeling afgegeven documenten zijn met daarin tenminste een pasfoto en de geboorteplaats en -datum van de vreemdeling.
De relevante medische gegevens moeten aan alle volgende voorwaarden voldoen:
Als de vreemdeling niet beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding beschouwt de IND de volgende documenten als een bewijsmiddel van identiteit en nationaliteit:
De IND vraagt de vreemdeling of zijn gemachtigde in ieder geval om aanvullende informatie of bewijsmiddelen als:
Het BMA beoordeelt in dit kader of de relevante medische gegevens zijn aangeleverd. Als het BMA oordeelt dat de vreemdeling niet alle relevante medische gegevens heeft overgelegd, dan meldt het BMA dit bij de IND.
Paragraaf B1/3.4.1.3 Vc is van overeenkomstige toepassing.
Bij de beoordeling van de aanvraag om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw verzoekt de IND het BMA om een advies uit te brengen, als de IND dit op grond van de overgelegde bewijsmiddelen nodig acht om de aanvraag te beoordelen.
Bij de beoordeling van de aanvraag om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw verzoekt de IND het BMA om een advies uit te brengen, als de IND dit op grond van de overgelegde bewijsmiddelen nodig acht om de aanvraag te beoordelen.
Afkomstig uit een land van herkomst ziet niet alleen op personen met de nationaliteit van een van de betrokken landen, maar ook op vreemdelingen die een verblijfsrecht hebben verkregen in de genoemde landen.
Afkomstig uit een land van herkomst ziet niet alleen op personen met de nationaliteit van een van de betrokken landen, maar ook op vreemdelingen die een verblijfsrecht hebben verkregen in de genoemde landen.
De IND doet, onder verwijzing naar het medisch advies van BMA, schriftelijk alle volgende mededelingen aan de vreemdeling:
De IND verleent uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw met als ingangsdatum de datum van de aanvraag om uitstel van vertrek door de vreemdeling.
Uitzondering hierop is de situatie dat:
De duur van het uitstel van vertrek is gelijk aan de periode die in het medisch advies van BMA is genoemd, waarvoor de vreemdeling naar verwachting onder behandeling zal staan, met een maximum van een jaar.
Als de vreemdeling beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding, plaatst de IND daarin een sticker Verblijfsaantekeningen Algemeen (bijlage 7g VV), met vermelding van de duur van het uitstel van vertrek. De periode van dit uitstel mag de geldigheidsduur van het document niet overschrijden. Als de vreemdeling niet beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding, dan geldt een van de volgende situaties:
Na afloop van het uitstel van vertrek ontstaat de plicht voor de vreemdeling om Nederland te verlaten overeenkomstig de vertrektermijn van het gelijktijdig met de toekenning of voordien gegeven terugkeerbesluit. Er is geen nieuw besluit nodig.
De IND trekt het verleende uitstel van vertrek in, als de vreemdeling onvoldoende actief heeft gewerkt aan:
Van een vreemdeling wordt verwacht dat hij:
De DT&V stelt vast of er sprake is van voldoende medewerking door de vreemdeling.
De IND kan besluiten om toepassing te geven aan artikel 64 Vw in afwachting van definitieve besluitvorming.
De IND stelt vast of de vreemdeling alle bewijsmiddelen heeft overgelegd die nodig zijn om bij het BMA een medisch advies op te vragen voor de beoordeling van de aanvraag om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw (zie paragraaf A3/7.2.4 Vc).
De IND stelt vast of de vreemdeling alle bewijsmiddelen heeft overgelegd die nodig zijn om bij het BMA een medisch advies op te vragen voor de beoordeling van de aanvraag om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw (zie paragraaf A3/7.2.4 Vc).
De IND past artikel 64 Vw toe, in afwachting van de beslissing op de aanvraag om uitstel van vertrek, als de IND vaststelt dat:
2.4.1. Voorbereiding van het besluit tot uitvaardiging van een inreisverbod
Als de IND na zes maanden nog geen besluit heeft genomen, past de IND ambtshalve opnieuw artikel 64 Vw toe.
Paragraaf A3/7.3.1 Vc is van toepassing met betrekking tot het plaatsen van een verblijfssticker dan wel het verstrekken van een brief of W2-document.
De vreemdeling aan wie het in deze paragraaf beschreven uitstel van vertrek is verleend, heeft recht op opvang in afwachting van definitieve besluitvorming op zijn aanvraag om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw als hij een uitgeprocedeerde asielzoeker is of een asielzoeker die zich in de hoger beroepsfase van de asielprocedure bevindt.
De IND zal uitstel van vertrek verlenen op grond van artikel 64 Vw in afwachting van het onderzoek door de DT&V als bedoeld in paragraaf A3/7.1.5 Vc.
7.3.2.2. In afwachting van onderzoek DT&V naar feitelijke toegankelijkheid van medische zorg
De IND verleent het voorlopige uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw in dit geval voor zes maanden vanaf de datum van de artikel 64 beschikking.
Als de IND na de periode waarin uitstel van vertrek is verleend nog geen definitief besluit heeft kunnen nemen in afwachting van het onderzoek van DT&V, dan kan de IND ambtshalve opnieuw uitstel van vertrek verlenen op grond van artikel 64 Vw.
Nadat DT&V haar onderzoek heeft afgerond, neemt de IND alsnog een definitief besluit op het verzoek om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw. Als de DT&V heeft meegedeeld dat zij er in is geslaagd om feitelijke toegang tot de medische zorg te realiseren, beëindigt de IND het eerder verleende uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw. Als de DT&V heeft meegedeeld dat men er niet in is geslaagd om feitelijke toegang tot de medische zorg te realiseren, ondanks de bereidwilligheid van de vreemdeling om hieraan mee te werken, dan ontvangt de vreemdeling een definitief besluit dat ertoe strekt dat hij in aanmerking komt voor uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw.
7.3.2.3. Toepassing van artikel 64 Vw in afwachting van definitieve besluitvorming tijdens de algemene asielprocedure
7.3.2.3. Toepassing van artikel 64 Vw in afwachting van definitieve besluitvorming tijdens de algemene asielprocedure
In de algemene asielprocedure kan in afwachting van definitieve besluitvorming uitstel van vertrek worden verleend op grond van artikel 64 Vw, als:
De vreemdeling wordt op moment van (het voornemen tot) afwijzen van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd een toestemmingsverklaring en een ‘verklaring paspoort bij medische omstandigheden’ toegezonden en erop gewezen dat de uitzetting achterwege blijft op grond van artikel 64 Vw, voor een periode van zes maanden of zoveel korter tot dat een ambtshalve besluit wordt genomen.
7.3.2.4. Toepassing van artikel 64 Vw in afwachting van definitieve besluitvorming tijdens verlengde asielprocedure
In de verlengde asielprocedure kan in afwachting van definitieve besluitvorming uitstel van vertrek worden verleend op grond van artikel 64 Vw, als de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wordt afgewezen en de intentie bestaat om BMA-onderzoek op te starten, dan wel reeds opgestart is, in het kader van artikel 64 Vw na ontvangst van de bewijsmiddelen en -stukken.
De vreemdeling wordt op het moment van (het voornemen tot) afwijzen van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd een toestemmingsverklaring en een ‘verklaring paspoort bij medische omstandigheden’ toegezonden en erop gewezen dat de uitzetting achterwege blijft op grond van artikel 64 Vw, voor een periode van zes maanden of zoveel korter totdat een ambtshalve besluit wordt genomen.
Als de IND het BMA advies afwacht dan wordt de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen nadat het BMA advies is afgerond.
De vreemdeling kan, onder voorwaarden, op grond van de Rva in aanmerking komen voor opvang als de IND uitstel van vertrek heeft verleend in afwachting van definitieve besluitvorming als bedoeld in paragraaf A3/7.3.2 Vc.
De vreemdeling kan, onder voorwaarden, op grond van de Rva in aanmerking komen voor opvang als de IND uitstel van vertrek heeft verleend in afwachting van definitieve besluitvorming als bedoeld in paragraaf A3/7.3.2 Vc.
7.3.2.6. Procedure bij zwangerschap/ bevalling
Bij zwangerschap van een vreemdeling blijft de uitzetting per vliegtuig achterwege gedurende de periode van zes weken voor tot zes weken na de bevalling. Dit is de periode van zes weken vanaf de eerste dag dat de vermoedelijke datum van de bevalling uit een verklaring van een arts of verloskundige blijkt. De vreemdeling moet deze verklaring van een arts of verloskundige aan de IND verstrekken.
Bij zwangerschap van een vreemdeling blijft de uitzetting per vliegtuig achterwege gedurende de periode van zes weken voor tot zes weken na de bevalling. Dit is de periode van zes weken vanaf de eerste dag dat de vermoedelijke datum van de bevalling uit een verklaring van een arts of verloskundige blijkt. De vreemdeling moet deze verklaring van een arts of verloskundige aan de IND verstrekken.
De IND schort de uitzetting van de vreemdeling en van zijn gezinsleden op als bij de vreemdeling of een van zijn gezinsleden tbc is geconstateerd. Uitzondering hierop vormt de situatie waarbij deze vreemdeling of een van zijn gezinsleden overgedragen wordt op grond van de Verordening (EU) nr. 604/2013 of overdracht zal plaatsvinden aan een bij de Verordening (EU) nr. 604/2013 aangesloten land waarmee een terug- en overname overeenkomst is gesloten. Zie paragraaf A3/7.4.2 Vc.
De IND schort de uitzetting van de vreemdeling en van zijn gezinsleden op als bij de vreemdeling of een van zijn gezinsleden tbc is geconstateerd. Uitzondering hierop vormt de situatie waarbij deze vreemdeling of een van zijn gezinsleden overgedragen wordt op grond van de Verordening (EU) nr. 604/2013 of overdracht zal plaatsvinden aan een bij de Verordening (EU) nr. 604/2013 aangesloten land waarmee een terug- en overname overeenkomst is gesloten. Zie paragraaf A3/7.4.2 Vc.
2.4.2. Uitreiking van het besluit tot uitvaardiging van een inreisverbod
Als sprake is van verdenking van tbc, zal de vreemdeling in beginsel uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw krijgen tot het onderzoek naar tbc is voltooid.
Als de IND aan de vreemdeling uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw verleent, dan is paragraaf A3/7.3.2 Vc van toepassing.
De IND beëindigt het uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw, als de vreemdeling bij wie tbc is geconstateerd:
In dat geval is er niet langer een reisbeletsel op grond van artikel 64 Vw.
De IND kan uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw verlenen zonder hiervoor medisch advies aan het BMA te vragen. De vreemdeling moet hiervoor een opnameverklaring van het ziekenhuis overleggen, die niet ouder mag zijn dan twee weken.
7.3.2.8. Procedure bij klinische opname
2.5.4. Tijdelijke opheffing van het inreisverbod
De IND verleent in deze gevallen uitstel van vertrek voor de duur van de opname tot een maximum van een half jaar. Het verleende uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw vervalt van rechtswege twee weken na beëindiging van opname.
7.4. Bijzondere procedures
7.4. Bijzondere procedures
De IND wijst een aanvraag op grond van artikel 64 Vw niet af onder verwijzing naar een inreisverbod als:
De IND wijst een aanvraag op grond van artikel 64 Vw niet af onder verwijzing naar een inreisverbod als:
In deze gevallen wordt het inreisverbod opgeschort.
2.5.5. Ambtshalve opheffing van het inreisverbod
De IND past in dat geval artikel 64 Vw niet toe, maar kan wel overgaan tot analoge toepassing van artikel 64 Vw. De gezondheidstoestand van de vreemdeling kan bij analoge toepassing aanleiding zijn om tijdelijk de vreemdeling niet uit te zetten. Uitzetting blijft in dat geval achterwege zonder dat sprake is van rechtmatig verblijf. Het zware inreisverbod behoudt onverminderd zijn werking. De IND maakt in deze situatie geen aantekening in het document voor grensoverschrijding.
7.4.2. Handelwijze aanvraag om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw bij een overdracht op grond van de Verordening (EU) nr.604/2013
De IND past artikel 64 Vw niet toe als de vreemdeling op grond van de Verordening (EU) nr.604/2013 wordt overgedragen aan een bij de Verordening aangesloten lidstaat. In dat geval kan de vreemdeling op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel worden overgedragen aan een andere lidstaat, tenzij de vreemdeling met bewijsmiddelen aannemelijk maakt dat dit uitgangspunt in zijn geval niet opgaat.
De vreemdeling dient in dat geval een aanvraag om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw schriftelijk in bij de IND. Deze aanvraag moet onderbouwd worden met:
Als de vreemdeling geen medische bewijsmiddelen ter onderbouwing van de aanvraag indient en/of een ingevulde toestemmingsverklaring ontbreekt, stelt de IND de vreemdeling in de gelegenheid binnen een redelijke termijn van twee weken de aanvraag aan te vullen en dit verzuim te herstellen. Als de vreemdeling hier niet aan voldoet, wijst de IND de aanvraag af. De termijn van twee weken kan korter zijn als de uitzetting van de vreemdeling eerder is gepland.
7.4.3. Procedure in geval van vreemdelingenbewaring
Als de aanvraag om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw vanuit vreemdelingenbewaring wordt ingediend, moet de DT&V of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen bij het doorzenden van de aanvraag naar de IND melding maken van het feit dat de vreemdeling de vrijheid is ontnomen. De IND behandelt deze aanvragen met voorrang. Als de aanvraag op grond van artikel 64 Vw wordt ingewilligd, wordt de bewaring op grond van artikel 59 Vw opgeheven.
Als de aanvraag om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw vanuit vreemdelingenbewaring wordt ingediend, moet de DT&V of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen bij het doorzenden van de aanvraag naar de IND melding maken van het feit dat de vreemdeling de vrijheid is ontnomen. De IND behandelt deze aanvragen met voorrang. Als de aanvraag op grond van artikel 64 Vw wordt ingewilligd, wordt de bewaring op grond van artikel 59 Vw opgeheven.
Een vreemdeling die een aanvraag om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw indient terwijl hij in bewaring verblijft, komt niet in aanmerking voor toepassing van het beleid zoals neergelegd in paragraaf A3/7.3.2 Vc.
7.5. Rechtsmiddelen
7.5. Rechtsmiddelen
3.4. Uitreiking van het besluit tot ongewenstverklaring
3.7.3. Beoordeling van de aanvraag
2.5.4. Tijdelijke opheffing van het inreisverbod
10. Vreemdelingen in de strafrechtketen
3.1. Gronden voor ongewenstverklaring
3.7.1. Vorm van de aanvraag
2.3. Het lichten van vreemdelingen
11. Internationale overeenkomsten over terug- en overname
2. Het inreisverbod
2.1. Gronden voor het inreisverbod
2.2. Geen inreisverbod
2.3. Aanvang en duur van het inreisverbod
De IND, de politie, KMar en ZHP bepalen de duur van een inreisverbod. Ingevolge artikel 66a, vierde lid, Vw wordt de duur van het inreisverbod berekend met ingang van de datum waarop de vreemdeling de lidstaten van de EU (met uitzondering van Ierland) aangevuld met Noorwegen, IJsland, Zwitserland en Liechtenstein daadwerkelijk heeft verlaten. Met een inreisverbod wordt de toegang tot en het verblijf op het grondgebied van de lidstaten van de EU (met uitzondering van Ierland) aangevuld met Noorwegen, IJsland, Zwitserland en Liechtenstein voor een bepaalde termijn verboden.
3.7.2. Inhoud van de aanvraag
De IND of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen vaardigt, op grond van artikel 66a, tweede lid, Vw, een inreisverbod uit voor de duur van één jaar, in de volgende gevallen:
De IND of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen vaardigt, op grond van artikel 66a, tweede lid, Vw, een inreisverbod uit voor de duur van twee jaar in geval de vrije termijn, als bedoeld in artikel 3.3 Vb, met meer dan 90 dagen is overschreden.
3.7.3. Beoordeling van de aanvraag
De IND vaardigt een inreisverbod uit in beginsel voor de duur van tien jaar als er sprake is van één van de in artikel 6.5a, vijfde lid, Vb genoemde omstandigheden en sprake is van een werkelijke, actuele en voldoende ernstige bedreiging van de openbare orde die een fundamenteel belang van de samenleving aantast.
De IND kan ook buiten de gevallen als bedoeld in artikel 6.5a, vijfde lid, Vb, in beginsel een inreisverbod uitvaardigen voor de duur van tien jaar als er sprake is van een werkelijke, actuele en voldoende ernstige bedreiging van de openbare orde die een fundamenteel belang van de samenleving aantast. Daarbij kan worden gedacht aan een verdenking van een misdrijf of de omstandigheid dat de persoonlijke gedraging van een vreemdeling leidt tot een ernstige bedreiging van de openbare orde.
3.7.5. Binnenkomst, toezicht en vertrek
Ingevolge artikel 6.5a, zesde lid, Vb vaardigt de IND een inreisverbod uit voor de duur van twintig jaar als de vreemdeling een ernstige bedreiging vormt voor de nationale veiligheid of als zwaarwegende belangen nopen tot een duur van meer dan tien jaar.
Met de vrijheidsstraf zoals bedoeld in artikel 6.5a Vb, wordt een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf bedoeld. Als meerdere vrijheidsstraffen zijn opgelegd, worden deze bij elkaar opgeteld.
2.4. Procedurele aspecten
Het beleid dat geldt voor het voorbereiden van het besluit tot ongewenstverklaring is van overeenkomstige toepassing op het voorbereiden van het besluit tot uitvaardiging van een inreisverbod. Zie paragraaf A4/3.3 Vc.
Het beleid dat geldt voor het voorbereiden van het besluit tot ongewenstverklaring is van overeenkomstige toepassing op het voorbereiden van het besluit tot uitvaardiging van een inreisverbod. Zie paragraaf A4/3.3 Vc.
2.4.2. Bekendmaking van het besluit tot uitvaardiging van een inreisverbod
Het beleid dat geldt voor het bekendmaken van het besluit tot ongewenstverklaring is van overeenkomstige toepassing op het bekendmaken van het besluit tot uitvaardiging van een inreisverbod, met uitzondering van onderstaande situatie. Zie paragraaf A4/3.4 Vc.
In artikel 66a, vijfde lid, Vw wordt bepaald dat als een beschikking, waarbij het inreisverbod is uitgevaardigd, bekend wordt gemaakt door toezending, hiervan mededeling wordt gedaan in de Staatscourant.
Als de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen aan de vreemdeling die in het kader van binnenlands toezicht of bij controle aan de buitengrens bij uitreis wordt aangetroffen een inreisverbod oplegt, handelt de ambtenaar als volgt:
Het beleid dat geldt voor het opleggen van een inreisverbod is van overeenkomstige toepassing bij het opleggen van een inreisverbod aan de grensdoorlaatpost. Zie hiervoor Vc A4/2.
2.4.3. Opleggen inreisverbod met voornemenprocedure aan de grensdoorlaatpost
2.4.3. Opleggen inreisverbod met voornemenprocedure aan de grensdoorlaatpost
Wanneer de ambtenaar belast met de grensbewaking van oordeel is dat er gronden zijn voor het uitvaardigen van een inreisverbod, dan moet deze ambtenaar een voornemenprocedure starten.
Voorafgaand aan het opleggen van het terugkeerbesluit geeft deze ambtenaar uitvoering aan de hoorplicht, zoals bedoeld in artikel 4:8 Awb. De vreemdeling wordt erop gewezen dat een inreisverbod kan worden opgelegd, ook als de vreemdeling aan de vertrekverplichting gaat voldoen.
De ambtenaar belast met de grensbewaking biedt de vreemdeling in het kader van het voornemen de gelegenheid zijn adresgegevens in het buitenland kenbaar te maken.
De ambtenaar belast met de grensbewaking maakt in het voornemen kenbaar:
3.7.2. Inhoud van de aanvraag
De hulpofficier van justitie of de ambtenaar met ter zake voldoende kennis en kunde van de Koninklijke Marechaussee die daartoe is aangewezen door de Commandant der Koninklijke Marechaussee betrekt alle feiten en omstandigheden die de vreemdeling in de zienswijze naar voren brengt.
De hulpofficier van justitie of de ambtenaar met ter zake voldoende kennis en kunde van de Koninklijke Marechaussee die daartoe is aangewezen door de Commandant der Koninklijke Marechaussee besluit tot het uitvaardigen van een inreisverbod binnen acht weken nadat de termijn van vier weken voor het naar voren brengen van een zienswijze is verstreken. De beschikking wordt naar het door de vreemdeling opgegeven (e-mail)adres in het buitenland gezonden en van de inhoud wordt mededeling gedaan in de Staatscourant. Als geen geldig (e-mail)adres van de vreemdeling in het buitenland bekend is, wordt volstaan met de bekendmaking van de beschikking door mededeling ervan in de Staatscourant. Als een gemachtigde bekend is, wordt tevens een kopie van het besluit naar de gemachtigde gezonden op dezelfde dag als die waarop het besluit naar het door de vreemdeling opgegeven (e-mail)adres is gezonden.
Het beleid dat geldt voor opneming van signaleringen is van overeenkomstige toepassing. Zie hiervoor paragraaf A2/12 Vc.
Het beleid dat geldt voor opneming van signaleringen is van overeenkomstige toepassing. Zie hiervoor paragraaf A2/12 Vc.
Het beleid dat geldt voor de vorm van de aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring is van overeenkomstige toepassing op de vorm van de aanvraag tot opheffing van het inreisverbod. Zie paragraaf A4/3.5 Vc.
2.5.1. De vorm van de aanvraag tot opheffing van het inreisverbod
De IND merkt een aanvraag tot opheffing van het inreisverbod aan als (grond van het) bezwaar- of beroepschrift als tegen het besluit tot uitvaardiging van een inreisverbod nog rechtsmiddelen kunnen worden aangewend.
2.5.2. Beoordeling van de aanvraag tot opheffing van het inreisverbod
2.5.2. Beoordeling van de aanvraag tot opheffing van het inreisverbod
De IND gaat niet over tot opheffing van het inreisverbod op grond van omstandigheden die reeds bij het opleggen van het inreisverbod zijn betrokken of betrokken hadden kunnen worden.
Overeenkomstig artikel 6.5, vierde lid, Vb heft de IND het inreisverbod – in afwijking van artikel 6.5, tweede en derde lid, Vb – niet op als de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde, de openbare veiligheid of de nationale veiligheid.
In paragraaf A4/2.1 Vc staat opgesomd in welke vier situaties een inreisverbod op grond van artikel 66a, tweede lid, Vw wordt uitgevaardigd.
Artikel 6.5b , eerste lid, Vb geeft de bevoegdheid het inreisverbod dat is opgelegd op basis van artikel 66a, tweede lid, Vw op te heffen, indien de vreemdeling aantoont de Europese Unie geheel in overeenstemming met de op hem rustende verplichting, bedoeld in [artikel 61, eerste lid, van de Wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=61), uit eigen beweging en binnen de aan hem verleende vertrektermijn te hebben verlaten.
2.2. Aanmelding vreemdeling
Het inreisverbod waarop artikel 6.5b, tweede lid, Vb betrekking heeft, betreft de situatie waarin:
Artikel 6.5b , tweede lid, Vb geeft de bevoegdheid het inreisverbod dat is opgelegd in andere gevallen dan bedoeld in het eerste lid, op te heffen, indien de vreemdeling aantoont:
Van deze bevoegdheid wordt gebruik gemaakt, indien de vreemdeling:
tenzij,
2.5.3. Aanvraag tot opheffing van het inreisverbod bij gevaar nationale veiligheid
2.5.3. Aanvraag tot opheffing van het inreisverbod bij gevaar nationale veiligheid
2.5.3. Aanvraag tot opheffing van het inreisverbod bij gevaar nationale veiligheid
Voor de toepassing van het begrip ‘gevaar voor de nationale veiligheid’, zie paragraaf B1/4.4 Vc.
Het beleid dat geldt voor de tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring is van overeenkomstige toepassing op de tijdelijke opheffing van het inreisverbod. Zie paragraaf A4/3.7 Vc.
Het beleid dat geldt voor de tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring is van overeenkomstige toepassing op de tijdelijke opheffing van het inreisverbod. Zie paragraaf A4/3.8 Vc.
Naar aanleiding van de raadplegingsprocedure genoemd in paragraaf A2/12.10 Vc heft de IND ambtshalve het lichte inreisverbod op, als:
2.5.5. Ambtshalve opheffing van het inreisverbod
Als in bovenstaande situatie sprake is van een zwaar inreisverbod en de verblijfgevende lidstaat heeft aangegeven het (voorgenomen) verblijfsrecht te handhaven of het verblijfsrecht niet in te trekken, heft de IND ambtshalve het inreisverbod op.
Als de verblijfgevende lidstaat niet binnen de reactietermijn van het raadplegingsverzoek heeft aangegeven (voornemens te zijn) het verblijfsrecht in te trekken, dan wordt het zware inreisverbod opgeheven als:
De IND beoordeelt bij de opheffing van een inreisverbod of een besluit in de zin van artikel 24, eerste lid, onder a, Vo (EU) 2018/1861 wordt opgelegd.
Hoe de IND omgaat met signaleringen in SIS of E&S naar aanleiding van een verzoek om opheffing van de signalering, staat opgenomen in paragraaf A2/12.10 Vc.
Het inreisverbod vervalt van rechtswege na afloop van de duur die aan het inreisverbod is verbonden.
Het inreisverbod vervalt van rechtswege na afloop van de duur die aan het inreisverbod is verbonden.
Artikel 66a, zesde en zevende lid, Vw blijven buiten toepassing als de vreemdeling het grondgebied van de lidstaten van de EU (zonder Ierland), Noorwegen, IJsland, Liechtenstein of Zwitserland ná het opleggen van het inreisverbod nog niet heeft verlaten. Het inreisverbod heeft in die situatie geen invloed op de mogelijkheid tot het verkrijgen van rechtmatig verblijf, zoals bedoeld in artikel 8 Vw.
Artikel 66a, zesde en zevende lid, Vw blijven buiten toepassing als de vreemdeling het grondgebied van de lidstaten van de EU (zonder Ierland), Noorwegen, IJsland, Liechtenstein of Zwitserland ná het opleggen van het inreisverbod nog niet heeft verlaten. Het inreisverbod heeft in die situatie geen invloed op de mogelijkheid tot het verkrijgen van rechtmatig verblijf, zoals bedoeld in artikel 8 Vw.
2.6. Rechtsgevolgen van het inreisverbod
De vreemdeling tegen wie een inreisverbod is uitgevaardigd anders dan op grond van artikel 66a, zevende lid, Vw en in Nederland verblijft, is strafbaar op grond van artikel 108 Vw. De vreemdeling tegen wie een inreisverbod is uitgevaardigd op grond van artikel 66a, zevende lid, Vw en in Nederland verblijft, is strafbaar op grond van artikel 197 WvSr.
De vreemdeling tegen wie een inreisverbod is uitgevaardigd anders dan op grond van artikel 66a, zevende lid, Vw en in Nederland verblijft, is strafbaar op grond van artikel 108 Vw. De vreemdeling tegen wie een inreisverbod is uitgevaardigd op grond van artikel 66a, zevende lid, Vw en in Nederland verblijft, is strafbaar op grond van artikel 197 WvSr.
3.1. Gronden voor ongewenstverklaring
Bij het besluit tot ongewenstverklaring van een vreemdeling, weegt de IND de belangen van de vreemdeling af tegen het algemeen belang van de Nederlandse staat.
Als de vreemdeling tweemaal een bij de Vw strafbaar gesteld feit heeft begaan, dient de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen een voorstel tot ongewenstverklaring van deze vreemdeling bij de IND in.
4. Beschikbaar houden op grond van artikel 55, eerste lid, Vw
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen geeft bij het opmaken van een eerste proces-verbaal tegelijkertijd aan de vreemdeling de waarschuwing dat, als hij nogmaals een bij de Vw strafbaar gesteld feit begaat, de ambtenaar een voorstel tot ongewenstverklaring indient. Van deze waarschuwing maakt de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen een aantekening in de BVV.
De IND beoordeelt zo snel mogelijk na het onherroepelijk worden van een rechterlijk vonnis waarin de maatregel als bedoeld in artikel 37a WvSr ten aanzien van een vreemdeling is verlengd, of wordt besloten tot ongewenstverklaring.
De IND besluit tot ongewenstverklaring van een vreemdeling als de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde. De IND beschouwt de vreemdeling als een gevaar voor de openbare orde als sprake is van tenminste één van de onderstaande gevallen:
De IND besluit tot ongewenstverklaring van een vreemdeling als deze een gevaar vormt voor de nationale veiligheid. De IND beschouwt een vreemdeling als een gevaar voor de nationale veiligheid als bedoeld in artikel 67, eerste lid, aanhef en onder c, Vw als daarvoor concrete aanwijzingen zijn.
6.5. Bijstand van een advocaat
De IND kan een vreemdeling die in één van de lidstaten van de Benelux of Schengen ongewenst is verklaard, op een met redenen omkleed verzoek van één van lidstaten, ook voor de andere lidstaten ongewenst verklaren.
De IND kan tot ongewenstverklaring op grond van artikel 67, eerste lid, aanhef en onder e, Vw besluiten als de vreemdeling buiten de rechtsmacht van Nederland een ernstig misdrijf heeft begaan. Een vreemdeling die buiten de rechtsmacht van Nederland een ernstig misdrijf heeft begaan, is in ieder geval een vreemdeling van wie de aanvraag voor een verblijfsvergunning is afgewezen of de verblijfsvergunning is ingetrokken op grond van artikel 1F Vluchtelingenverdrag.
3.2. Procedurele aspecten
3.2. Procedurele aspecten
Als de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen van oordeel is dat er gronden zijn voor de ongewenstverklaring van een vreemdeling, dan dient deze ambtenaar onmiddellijk een voorstel tot ongewenstverklaring in bij de IND, door middel van toezending van model M63 of een ander gemotiveerd schrijven. Bij het model M63 of het gemotiveerde schrijven voegt de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen alle gegevens en bewijsmiddelen die voor de beoordeling van het voorstel tot ongewenstverklaring relevant kunnen zijn. De IND beschouwt in ieder geval afschriften van processen-verbaal als relevant.
Als op andere wijze dan op aangeven van de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen, is gebleken dat er gronden zijn voor de ongewenstverklaring van een vreemdeling, besluit de IND ambtshalve tot ongewenstverklaring.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen geeft uitvoering aan de hoorplicht zoals neergelegd in artikel 4:7 en artikel 4:8 Awb in ieder geval in de volgende situaties:
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen geeft uitvoering aan de hoorplicht zoals neergelegd in artikel 4:7 en artikel 4:8 Awb in ieder geval in de volgende situaties:
3.4. Uitreiking van het besluit tot ongewenstverklaring
Bij de uitreiking van het besluit tot ongewenstverklaring handelt de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen als volgt:
Hoe het besluit tot ongewenstverklaring bekend wordt gemaakt is afhankelijk van de situatie en welke gegevens bekend zijn (zie artikel 67a, tweede lid, Vw).
De IND zendt het besluit tot ongewenstverklaring naar de gemachtigde. Daarnaast doet de IND mededeling van het besluit tot ongewenstverklaring in de Staatscourant.
Als de gemachtigde van de vreemdeling niet bekend is of de gemachtigde stelt niet of niet langer gemachtigde te zijn, dan geldt het volgende:
3.5. Rechtsgevolgen ongewenstverklaring
Is er sprake van een adres in het buitenland dan wordt verwezen naar paragraaf C1/3.1.7Vc.
Als geen gemachtigde van de vreemdeling bekend is of de gemachtigde stelt niet of niet langer gemachtigde te zijn, wordt volstaan met de bekendmaking van de beschikking door mededeling ervan in de Staatscourant.
De vreemdeling die ongewenst is verklaard, mag niet langer in Nederland verblijven. De vreemdeling moet Nederland direct verlaten en mag ook niet meer terug naar Nederland reizen. Het verblijf in Nederland van een vreemdeling die ongewenst is verklaard, is strafbaar op grond van artikel 197 WvSr. Voor wat betreft de signalering wordt verwezen naar paragraaf A2/12.6 Vc.
3.6. Opheffing van de ongewenstverklaring
Als een vreemdeling die ongewenst verklaard is vanwege gevaar voor de nationale veiligheid een aanvraag om opheffing van de ongewenstverklaring heeft ingediend, willigt de IND deze aanvraag uitsluitend in als de vreemdeling sinds de ongewenstverklaring en het vertrek uit Nederland tien jaren onafgebroken buiten Nederland heeft verbleven.
Bij de toepassing van artikel 6.6, tweede lid, Vb weegt de IND de belangen van de vreemdeling af tegen het algemeen belang van de Nederlandse Staat.
Als een vreemdeling die ongewenst verklaard is vanwege gevaar voor de nationale veiligheid een aanvraag om opheffing van de ongewenstverklaring heeft ingediend, willigt de IND deze aanvraag uitsluitend in als de vreemdeling sinds de ongewenstverklaring en het vertrek uit Nederland tien jaren onafgebroken buiten Nederland heeft verbleven.
Als er concrete aanwijzingen zijn dat de vreemdeling nog steeds een gevaar vormt voor de nationale veiligheid, wijst de IND de aanvraag om opheffing van de ongewenstverklaring af.
6.11. Plaatsing in een justitiële inrichting
3.6.2. De vorm en inhoud van de aanvraag
6.1. Bewaring op grond van artikel 59 Vw
De vreemdeling hoeft geen verklaring als bedoeld in artikel 6.6 lid 4 onder d Vb over te leggen als het overleggen van deze verklaring niet mogelijk is, bijvoorbeeld vanwege de algemene situatie of het ontbreken van een registratie van gepleegde misdrijven of strafvervolging in het in artikel 6.6 lid 4 onder d Vb bedoelde land.
3.7. Beoordeling van de aanvraag
De vreemdeling hoeft geen verklaring als bedoeld in artikel 6.6 lid 4 onder d Vb over te leggen als het overleggen van deze verklaring niet mogelijk is, bijvoorbeeld vanwege de algemene situatie of het ontbreken van een registratie van gepleegde misdrijven of strafvervolging in het in artikel 6.6 lid 4 onder d Vb bedoelde land.
Bij de beoordeling van de aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring, betrekt de IND in ieder geval alle feiten en omstandigheden die zijn genoemd in de paragrafen B7/3.8 en B9/14 Vc, voor zover deze feiten en omstandigheden sinds de ongewenstverklaring zijn gewijzigd.
De IND neemt uitsluitend in de volgende drie situaties aan dat er sprake is van bijzondere feiten en omstandigheden die leiden tot de inwilliging van de aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring:
Bij de beoordeling van de aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring, betrekt de IND in ieder geval alle feiten en omstandigheden die zijn genoemd in de paragrafen B7/3.8en B9/14 Vc, voor zover deze feiten en omstandigheden sinds de ongewenstverklaring zijn gewijzigd.
6.6. De vorm waarin de maatregel wordt opgelegd
Als een ongewenst verklaarde vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat zijn terugkeer naar het land van herkomst in strijd is met artikel 3 EVRM, beoordeelt de IND bij het nemen van een besluit op de aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring in deze situatie:
De IND neemt aan dat de ongewenstverklaring duurzaam in strijd is met artikel 3 EVRM als aan de volgende voorwaarden is voldaan:
3.2. Gezinnen met minderjarigen en alleenstaande minderjarige vreemdelingen
6.2. Bewaring van Dublinclaimanten op grond van artikel 59a Vw
Als een ongewenstverklaarde vreemdeling een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd indient, beoordeelt de IND of de vreemdeling in aanmerking komt voor deze verblijfsvergunning. De IND verleent de vreemdeling op grond van artikel 3.105c Vb, respectievelijk artikel 3.105e Vb, een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd als de vreemdeling:
Als de IND aan de vreemdeling de hiervoor genoemde verblijfsvergunning verleent, heft de IND de ongewenstverklaring op.
De IND heft de ongewenstverklaring niet op en verleent de vreemdeling geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd als omschreven in artikel 3.105c Vb, respectievelijk artikel 3.105e Vb, als:
Als de IND een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afwijst en de vreemdeling onder het bereik van de Terugkeerrichtlijn valt, heft de IND de ongewenstverklaring op en beoordeelt de IND of de vreemdeling in aanmerking komt voor een inreisverbod.
De IND verstaat onder ‘instantie’ in ieder geval het OM of een internationaal strafhof of tribunaal. Als de aanvraag om tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring wordt ingediend door het OM, moet een Hoofdofficier van Justitie deze ondertekenen. Als de aanvraag om tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring wordt ingediend door een internationaal strafhof of tribunaal, moet een persoon van het niveau van een Hoofdofficier van Justitie, onder wie een rechter, deze ondertekenen.
De IND kan op grond van artikel 6.7 Vb in zeer uitzonderlijke en dringende gevallen een ongewenstverklaring tijdelijk opheffen. De IND stelt bij een tijdelijke opheffing voorwaarden aan de plaats van binnenkomst en de duur van het verblijf in Nederland. De IND beoordeelt een aanvraag om tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring aan de hand van het beleidskader opgenomen in paragraaf A4/3.7.1 t/m A4/3.7.6 Vc. De IND beoordeelt een aanvraag die is ingediend door een internationaal strafhof of tribunaal aan de hand van het specifieke beleidskader in paragraaf A4/3.7.7 Vc.
3.8.1. Vorm van de aanvraag
Een aanvraag tot tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring moet schriftelijk bij de IND worden ingediend, door uitsluitend één van de hierna genoemden:
De IND verstaat onder ‘instantie’ in ieder geval het OM of een internationaal strafhof of tribunaal. Als de aanvraag om tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring wordt ingediend door het OM, moet een Hoofdofficier van Justitie deze ondertekenen. Als de aanvraag om tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring wordt ingediend door een internationaal strafhof of tribunaal, moet een persoon van het niveau van een Hoofdofficier van Justitie, onder wie een rechter, deze ondertekenen.
De IND kan in de volgende situaties de aanvraag om tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring inwilligen:
De aanvraag om tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring moet in ieder geval alle volgende gegevens bevatten:
De vreemdeling, de gemachtigde van de vreemdeling of een instantie die stelt een bijzonder belang te hebben bij de komst van de vreemdeling naar Nederland geeft aan wat de redenen zijn voor het eventueel niet (kunnen) verstrekken van deze gegevens. De IND betrekt dit bij de beoordeling van de aanvraag.
De IND neemt niet aan dat er een noodzaak tot de komst van de vreemdeling bestaat bij:
De IND kan in de volgende situaties de aanvraag om tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring inwilligen:
De IND weegt bij de beoordeling van de aanvraag om tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring altijd de omstandigheden af tegen de ernst en actualiteit van de feiten die aan de ongewenstverklaring ten grondslag hebben gelegen.
De IND neemt uitsluitend aan dat er een noodzaak tot de komst van de vreemdeling bestaat als sprake is van een officiële oproep van het OM of een rechterlijke instantie aan de vreemdeling om te getuigen.
De IND neemt niet aan dat er een noodzaak tot de komst van de vreemdeling bestaat bij:
6.6. De vorm waarin de maatregel wordt opgelegd
In andere zaken dan civiele of een bestuursrechtelijke, waaronder begrepen een vreemdelingrechtelijke, neemt de IND uitsluitend aan dat er een noodzaak tot de komst van de vreemdeling bestaat als:
De vreemdeling moet aannemelijk maken dat sprake is van één van de situaties genoemd onder a, b of c.
Het bovenstaande is van overeenkomstige toepassing op vreemdelingen die om andere redenen dan vanwege nationale veiligheid ongewenst zijn verklaard, maar die op het moment van beoordeling van de aanvraag om tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring een gevaar vormen voor de nationale veiligheid.
De IND heft een ongewenstverklaring van een vreemdeling die een gevaar vormt voor de nationale veiligheid slechts tijdelijk op als aannemelijk is dat de nationale veiligheid niet in gevaar komt met de komst van de vreemdeling naar Nederland. Deze voorwaarde geldt in aanvulling op de voorwaarden a, b en c uit paragraaf A4/3.7.3 Vc.
6.2. Bewaring van Dublinclaimanten op grond van artikel 59a Vw
De IND maakt bij elke aanvraag een individuele afweging van deze belangen. De IND legt dit voor aan Onze Minister. De IND besluit slechts tot tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring met instemming van Onze Minister.
Het bovenstaande is van overeenkomstige toepassing op vreemdelingen die om andere redenen dan vanwege nationale veiligheid ongewenst zijn verklaard, maar die op het moment van beoordeling van de aanvraag om tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring een gevaar vormen voor de nationale veiligheid.
De ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen houdt tijdens het verblijf van de vreemdeling in Nederland toezicht op hem. Welke vorm van toezicht geïndiceerd is, beziet de ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen per vreemdeling. De ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen stemt de toe te passen vorm van toezicht af met de instantie die om het verblijf van de vreemdeling in Nederland heeft verzocht. De ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen past in het bijzonder maatregelen, zoals bijvoorbeeld vrijheidsbeperkende maatregelen, toe met het oog op het waarborgen van de nationale veiligheid, als de vreemdeling een gevaar vormt voor de nationale veiligheid.
Aan de komst van de vreemdeling naar Nederland en de tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring stelt de IND alle volgende voorwaarden:
De IND beoordeelt een aanvraag van een internationaal strafhof of tribunaal om tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring primair aan de hand van de afspraken tussen Nederland en het tribunaal, zoals bijvoorbeeld vervat in een zetelverdrag of een andere overeenkomst.
De ambtenaar belast met de grensbewaking controleert de binnenkomst in en het vertrek uit Nederland van de vreemdeling van wie de ongewenstverklaring tijdelijk is opgeheven. De IND stelt de ambtenaren belast met de grensbewaking op de hoogte van de komst van de vreemdeling naar Nederland. Bij vertrek van de vreemdeling uit Nederland stellen de ambtenaren belast met de grensbewaking de IND van het moment van het vertrek op de hoogte. Tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring gaat gepaard met tijdelijke toegangsverlening aan een met het oog op weigering van toegang in het SIS gesignaleerde vreemdeling.
De ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen houdt tijdens het verblijf van de vreemdeling in Nederland toezicht op hem. Welke vorm van toezicht geïndiceerd is, beziet de ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen per vreemdeling. De ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen stemt de toe te passen vorm van toezicht af met de instantie die om het verblijf van de vreemdeling in Nederland heeft verzocht. De ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen past in het bijzonder maatregelen, zoals bijvoorbeeld vrijheidsbeperkende maatregelen, toe met het oog op het waarborgen van de nationale veiligheid, als de vreemdeling een gevaar vormt voor de nationale veiligheid.
Als de IND de ongewenstverklaring opheft, legt de IND een zwaar inreisverbod op als wordt voldaan aan de voorwaarden.
De IND beoordeelt een aanvraag van een internationaal strafhof of tribunaal om tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring primair aan de hand van de afspraken tussen Nederland en het tribunaal, zoals bijvoorbeeld vervat in een zetelverdrag of een andere overeenkomst.
3.9. Opheffen ongewenstverklaring bij het aantreffen aan de grens bij uitreis of binnen Nederland
6.10. Tenuitvoerlegging
Als de IND de ongewenstverklaring opheft, legt de IND een zwaar inreisverbod op als wordt voldaan aan de voorwaarden.
3.10. EU-/EER-onderdanen, Zwitserse onderdanen en familieleden
In aanvulling op artikel 67 Vw, artikel 8.18, onder b, Vb en artikel 8.22 Vb gaat de IND over tot ongewenstverklaring van de vreemdeling als bedoeld in deze paragraaf van wie het verblijf is ontzegd of beëindigd op grond van de openbare orde en openbare veiligheid als bedoeld in paragraaf B10/2.3 Vc.
Er gelden aanvullende beleidsregels voor de ongewenstverklaring van:
In aanvulling op artikel 67 Vw, artikel 8.18, onder b, Vb en artikel 8.22 Vb gaat de IND over tot ongewenstverklaring van de vreemdeling als bedoeld in deze paragraaf van wie het verblijf is ontzegd of beëindigd op grond van de openbare orde en openbare veiligheid als bedoeld in paragraaf B10/2.3 Vc.
In aanvulling op artikel 8.22 Vb geldt bij de beoordeling door de IND van de aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring als deugdelijk bewijsmiddel:
Voor de toepassing van het begrip 'gevaar voor de nationale veiligheid' wordt verwezen naar paragraaf B1/4.4 Vc.
4.1. Algemeen
De IND legt een besluit tot signalering op als:
Er wordt aangenomen dat er in ieder geval sprake is van een bedreiging van de openbare orde of de nationale veiligheid als:
2. Algemeen
Een inreisverbod en een besluit tot signalering kunnen naast elkaar bestaan. Als een zwaar inreisverbod op grond van artikel 66a, zevende lid, Vw is opgelegd, wordt aangenomen dat wordt voldaan aan de voorwaarden voor het opleggen van een besluit tot signalering
4.4. Het stellen van aantekeningen in reisdocumenten
4.2. Duur besluit tot signalering
Voor de duur van het besluit tot signalering is het beleid uit paragraaf A4/2.3 Vc van overeenkomstige toepassing.
De duur van het besluit tot signalering begint te lopen op het moment dat de vreemdeling, die in het SIS gesignaleerd staat, het grondgebied van de lidstaten van de EU (met uitzondering van Ierland) aangevuld met Noorwegen, IJsland, Zwitserland en Liechtenstein heeft verlaten.
De duur van het besluit tot signalering begint te lopen op het moment dat:
6.5. Bijstand van een advocaat
De IND telt de duur dat de vreemdeling buiten Nederland (maar binnen het grondgebied van de lidstaten) heeft verbleven gedurende de signalering in E&S, mee.
De duur van het besluit tot signalering begint te lopen op het moment dat de vreemdeling, die in het SIS gesignaleerd staat, het grondgebied van de lidstaten van de EU (met uitzondering van Ierland) aangevuld met Noorwegen, IJsland, Zwitserland en Liechtenstein heeft verlaten.
4.3. Opheffing van het besluit tot signalering
2.4. Minderjarigen en gezinnen met minderjarigen
De IND willigt een aanvraag tot opheffing van een besluit tot signalering dat aan een vreemdeling is opgelegd, omdat hij een ernstige bedreiging vormt voor de nationale veiligheid, overeenkomstig artikel 6.5a, zesde lid, Vb, uitsluitend in als de vreemdeling sinds het uitvaardigen van het besluit tot signalering, en:
De IND gaat over tot opheffing van het besluit tot signalering als dringende individuele omstandigheden daar aanleiding toe geven. De paragrafen A4/3.5 en A4/3.6 Vc zijn van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat:
De vreemdeling kan een verzoek tot opheffing van het besluit tot signalering indienen als hij nog niet de vereiste duur buiten het grondgebied van de lidstaten van de EU (met uitzondering van Ierland) aangevuld met Noorwegen, IJsland, Zwitserland en Liechtenstein heeft verbleven. De vreemdeling toont aan wanneer hij buiten Nederland, maar binnen het grondgebied van de lidstaten, heeft verbleven tijdens de periode van signalering in E&S.
De IND gaat niet over tot opheffing van het besluit tot signalering op grond van omstandigheden die reeds bij het opleggen van het besluit tot signalering zijn betrokken of betrokken hadden kunnen worden.
De IND willigt een aanvraag tot opheffing van een besluit tot signalering dat aan een vreemdeling is opgelegd, omdat hij een ernstige bedreiging vormt voor de nationale veiligheid, overeenkomstig artikel 6.5a, zesde lid, Vb, uitsluitend in als de vreemdeling sinds het uitvaardigen van het besluit tot signalering, en:
5.2. Procedure
Als een van deze situaties zich voordoet, is de duur van de bewaring van de alleenstaande minderjarige vreemdeling gebonden aan de wettelijke termijnen van de artikelen 59, 59a en 59b Vw zoals die ook voor volwassen vreemdelingen gelden. Als de alleenstaande minderjarige vreemdeling in bewaring wordt gehouden op grond van artikel 59 Vw en er is sprake van een (gestarte) procedure naar aanleiding van een door de alleenstaande minderjarige vreemdeling ingediende aanvraag voor verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, moet een maatregel als bedoeld in artikel 59b Vw worden opgelegd. In dat geval gelden de wettelijke termijnen genoemd in dat artikel. De alleenstaande minderjarige vreemdeling wordt aansluitend opnieuw op grond van artikel 59 Vw in bewaring gesteld op het moment dat de alleenstaande minderjarige vreemdeling opnieuw verwijderbaar is geworden. De onder c bedoelde termijn vangt op dat moment opnieuw aan.
Het beleid dat geldt voor de tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring is van overeenkomstige toepassing op de tijdelijke opheffing van het besluit tot signalering. Zie paragraaf A4/3.7 Vc.
4.5. Bekendmaking besluit tot signalering
De IND kan het besluit tot signalering zowel uitreiken als toezenden.
A5. Vrijheidsbeperkende en vrijheidsontnemende maatregelen
Toepassing van een vrijheidsontnemende maatregel dient beperkt te blijven tot het strikt noodzakelijke en dient achterwege te blijven indien een ander middel effectief kan worden toegepast. Steeds moet worden nagegaan of met een lichter middel volstaan kan worden. Anders dan bij de oplegging van een vrijheidsontnemende maatregel zoals neergelegd in de Vreemdelingenwet, zal een vrijheidsbeperkende maatregel in de regel niet disproportioneel zijn indien deze nodig is voor de voorbereiding van het vertrek van de vreemdeling. Wel moet worden nagegaan of in de gegeven omstandigheden, de door de vreemdeling gestelde belangen zwaarder moeten wegen dan het belang van de overheid bij het beschikbaar houden van de vreemdeling voor het vertrekproces. De uitvoering van deze maatregelen is met alle volgende waarborgen omkleed:
In dit hoofdstuk zijn de beleidsregels opgenomen die gelden voor vreemdelingen waarvan de vrijheid beperkt wordt of waarvan de vrijheid ontnomen wordt.
Toepassing van een vrijheidsontnemende maatregel dient beperkt te blijven tot het strikt noodzakelijke en dient achterwege te blijven indien een ander middel effectief kan worden toegepast. Steeds moet worden nagegaan of met een lichter middel volstaan kan worden. Anders dan bij de oplegging van een vrijheidsontnemende maatregel zoals neergelegd in de Vreemdelingenwet, zal een vrijheidsbeperkende maatregel in de regel niet disproportioneel zijn indien deze nodig is voor de voorbereiding van het vertrek van de vreemdeling. Wel moet worden nagegaan of in de gegeven omstandigheden, de door de vreemdeling gestelde belangen zwaarder moeten wegen dan het belang van de overheid bij het beschikbaar houden van de vreemdeling voor het vertrekproces. De uitvoering van deze maatregelen is met alle volgende waarborgen omkleed:
De beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van de volgende artikelen:
2. Algemeen
De ambtenaar als bedoeld in artikel 5.3 VV moet in verband met de kennisgeving van de IND aan de rechtbank of een beroep van de vreemdeling tegen de bewaring bij de rechtbank, alle volgende modellen aan de IND verzenden:
6.10. Tenuitvoerlegging
2.2. Aanmelding vreemdeling
De bevoegde ambtenaar moet de vreemdeling erop wijzen dat hij contact mag (laten) opnemen met de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van het land waarvan hij de nationaliteit heeft, en dat geen mededeling over zijn vrijheidsontneming gedaan zal worden, als hij geen contact met de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging verlangt.
Voor het lichten van vreemdelingen op grond van artikel 5.5 Vb, moeten alle volgende voorwaarden in acht worden genomen door de ambtenaar als bedoeld in artikel 5.3 VV:
Bij de uitzetting van een vreemdeling wordt gebruik gemaakt van Sigma, het digitale vreemdelingenbeeld. Sigma, het digitale vreemdelingenbeeld wordt ingevuld door of namens de ambtenaar belast met de grensbewaking of de ambtenaar als bedoeld in artikel 5.3 VV die voor de vrijheidsontnemende maatregel verantwoordelijk is. Deze is ook verantwoordelijk voor het aanbrengen van wijzigingen en aanvullingen in Sigma, het digitale vreemdelingenbeeld. Vanaf het moment dat de vrijheidsontneming in een justitiële inrichting plaatsvindt, rust deze verantwoordelijkheid op de ambtenaren van de DT&V en DJI die in die inrichting werkzaam zijn.
Sigma, het digitale vreemdelingenbeeld wordt bijgewerkt met de gegevens van de betreffende vreemdeling bij iedere vrijheidsontneming op grond van artikel 6, artikel 6a, artikel 59, artikel 59a of artikel 59b Vw van het moment van aanvang van de vrijheidsontnemende maatregel tot aan het moment van uitzetting of invrijheidstelling van de vreemdeling. Bij elke wijziging en aanvulling moet Sigma, het digitale vreemdelingenbeeld worden bijgewerkt.
Vrijheidsontneming op grond van artikel 59 Vw, artikel 59a Vw of artikel 59b Vw is een ingrijpende maatregel. De toepassing daarvan moet daarom tot het strikt noodzakelijke beperkt blijven. Een versterkte mate van terughoudendheid dient te worden betracht bij vrijheidsontneming van alleenstaande minderjarigen en gezinnen met minderjarigen. Zulks brengt met zich mee dat er extra aandacht zal moeten zijn voor de mogelijkheid van het gebruik van minder ingrijpende maatregelen dan vrijheidsontneming. Ten aanzien van alleenstaande minderjarigen en gezinnen met minderjarigen wordt dan ook zoveel mogelijk volstaan met het opleggen van een vrijheidsbeperkende maatregel in plaats van een vrijheidsontnemende maatregel om het vertrek voor te bereiden (zie paragraaf A5/5 Vc). Onder het begrip ‘gezin’ wordt hier verstaan ten minste één ouder of een wettelijk verzorger die in de voogdij voorziet, die samen met één of meer minderjarige kinderen feitelijk een gezin vormt.
2.4. Minderjarigen en gezinnen met minderjarigen
6.12. Het overbrengen en ophouden na strafrechtelijke detentie
In deze gevallen geldt niet de beperking dat uitzetting of overdracht van de alleenstaande minderjarige vreemdeling uiterlijk binnen twee of vier weken moet worden gerealiseerd. Voor de bewaring van de alleenstaande minderjarige vreemdeling gelden de wettelijke termijnen van de artikelen 59, 59a en 59b Vw zoals die ook voor een volwassen vreemdeling gelden.
Vrijheidsontneming op grond van artikel 59 Vw, artikel 59a Vw of artikel 59b Vw is een ingrijpende maatregel. De toepassing daarvan moet daarom tot het strikt noodzakelijke beperkt blijven. Een versterkte mate van terughoudendheid dient te worden betracht bij vrijheidsontneming van alleenstaande minderjarigen en gezinnen met minderjarigen. Zulks brengt met zich mee dat er extra aandacht zal moeten zijn voor de mogelijkheid van het gebruik van minder ingrijpende maatregelen dan vrijheidsontneming. Ten aanzien van alleenstaande minderjarigen en gezinnen met minderjarigen wordt dan ook zoveel mogelijk volstaan met het opleggen van een vrijheidsbeperkende maatregel in plaats van een vrijheidsontnemende maatregel om het vertrek voor te bereiden (zie paragraaf A5/5 Vc). Onder het begrip ‘gezin’ wordt hier verstaan ten minste één ouder of een wettelijk verzorger die in de voogdij voorziet, die samen met één of meer minderjarige kinderen feitelijk een gezin vormt.
Desalniettemin kan kort voor de gedwongen terugkeer het belang van de uitzetting maken dat de alleenstaande minderjarige of het gezin met minderjarigen voor een zo kort mogelijke periode in bewaring worden genomen ten einde de uitzetting zeker te stellen. Dat de in bewaring stellende instantie zich rekenschap heeft gegeven van de individuele omstandigheden van het geval zal door middel van een gedegen motivering eerst en vooral uit het dossier moeten blijken. Hierbij wordt in ieder geval, naast de voorwaarden van 5.1a, 5.1b en 5.1c Vb, de medische achtergrond, de leeftijd van de kinderen en, bij een gezin met minderjarigen, de samenstelling (volledigheid) van het gezin meegewogen.
6.14. Beëindiging vrijheidsontneming
In deze gevallen geldt niet de beperking dat uitzetting of overdracht van de alleenstaande minderjarige vreemdeling uiterlijk binnen twee of vier weken moet worden gerealiseerd. Voor de bewaring van de alleenstaande minderjarige vreemdeling gelden de wettelijke termijnen van de artikelen 59, 59a en 59b Vw zoals die ook voor een volwassen vreemdeling gelden.
6.5. Informatie-uitwisseling ten behoeve van de uitzetting
De bewaring van een alleenstaande minderjarige vreemdeling mag in deze gevallen uitsluitend langer dan twee of vier weken duren als de uitzetting of overdracht niet kan plaats vinden door tenminste één van de volgende omstandigheden:
6.6. Hulpmiddelen ten behoeve van uitzetting
Toezicht omvat alle mogelijke vormen van contact tussen de alleenstaande minderjarige vreemdeling en de toezichthouders als bedoeld in artikelen 46 en 47 Vw in het kader van de uitoefening van hun taken. Een alleenstaande minderjarige vreemdeling wordt voor het eerst in het toezicht aangetroffen als er niet eerder sprake is geweest van contact tussen de alleenstaande minderjarige vreemdeling en een toezichthouder in de hiervoor bedoelde zin. Er is in ieder geval sprake van een situatie waarin de alleenstaande minderjarige vreemdeling voor het eerst in het toezicht wordt aangetroffen als er bij de toezichthouders geen gegevens van de vreemdeling bekend zijn. Omdat van de alleenstaande minderjarige vreemdeling die voor het eerst in het toezicht wordt aangetroffen vaak weinig gegevens bekend zijn waardoor vertrek in veel gevallen niet binnen twee weken kan worden gerealiseerd, geldt voor hen dat bewaring mogelijk is indien vertrek binnen vier weken kan worden gerealiseerd. Voor een alleenstaande minderjarige vreemdeling die al wel eerder in het toezicht is aangetroffen of die bijvoorbeeld in de opvang verblijft, geldt dat bewaring slechts mogelijk is indien het vertrek binnen een termijn van twee weken kan worden gerealiseerd, tenzij sprake is van de onder a of b bedoelde situatie.
Zie voor het beleid omtrent het uitstellen van de toegangsweigering van een volwassen vreemdeling die tezamen met een minderjarig kind inreist en te kennen geeft een aanvraag voor het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te willen indienen paragraaf A1/7.3 Vc.
6.11. Bericht van ontruiming
Bij alle familieleden moet zijn voldaan aan de wettelijke voorwaarden als bedoeld in artikel 5.1a en 5.1b, Vb. In aanvulling daarop geldt bij bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, artikel 59, tweede lid, en artikel 59a, Vw, dat uit nalaten, handelen, of uitlatingen van (één van) de gezinsleden moet blijken dat geen medewerking is verleend aan de vertrekprocedure, waardoor:
3. Vrijheidsontneming op grond van artikel 6 Vw
3.1. Gronden voor vrijheidsontneming op grond van artikel 6 Vw
Als sprake is van een gestarte procedure zoals in de hierboven bedoelde zin, kan de maatregel voortduren tot maximaal twee weken, na het moment dat het gezin verwijderbaar is geworden. Als er sprake is van een (gestarte) procedure naar aanleiding van een door de vreemdeling ingediende aanvraag voor verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd moet een maatregel als bedoeld in artikel 59b Vw worden opgelegd (zie paragraaf A5/6.3 Vc). De ambtenaar als bedoeld in artikel 5.3 VV heft de bewaring als bedoeld in artikel 59b Vw op als de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is afgewezen en de behandeling van het beroep in Nederland afgewacht mag worden. Als de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wordt afgewezen, en de behandeling van het beroep niet in Nederland afgewacht mag worden, wordt de maatregel van bewaring voortgezet op grond van artikel 59 Vw. Als er een verzoek om een voorlopige voorziening is ingediend door de vreemdeling waarvan de behandeling in Nederland mag worden afgewacht betekent dit dat de vrijheidsontnemende maatregel mag voortduren tot uiterlijk twee weken na dagtekening van de uitspraak van de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening.
3.1. Gronden voor vrijheidsontneming op grond van artikel 6 Vw
De ambtenaar belast met grensbewaking of de bevoegde ambtenaar van de IND legt een vrijheidsbeperkende of -ontnemende maatregel op grond van artikel 6 Vw op bij beschikking model M19. De ambtenaar belast met grensbewaking moet een afschrift van de beschikking model M19 uitreiken aan de vreemdeling. De inhoud van de beschikking en de mogelijkheid tot het indienen van een beroepschrift bij de rechtbank moet in een voor de vreemdeling begrijpelijke taal aan hem worden meegedeeld. Bij aanwijzing van een andere ruimte of plaats moet een nieuwe beschikking model M19 worden gemaakt waarbij de inhoud van de beschikking en de mogelijkheid tot het indienen van een beroepschrift bij de rechtbank in een voor de vreemdeling begrijpelijke taal aan hem worden meegedeeld.
3.1. Gronden voor vrijheidsontneming op grond van artikel 6 Vw
Als de ambtenaar belast met grensbewaking de inschatting maakt dat een gezin met één of meer minderjarigen binnen twee weken wordt uitgezet, mag aan een gezin met één of meer minderjarigen dat de toegang is geweigerd vrijheidsontneming op grond van artikel 6, eerste en tweede lid, Vw, al dan niet gelezen in samenhang met of artikel 6a Vw, worden opgelegd.
Als de ambtenaar belast met grensbewaking de inschatting maakt dat het vertrek niet binnen twee weken wordt gerealiseerd wordt in beginsel volstaan met het opleggen van een vrijheidsbeperkende maatregel op grond van artikel 6, eerste lid, Vw, al dan niet gelezen in samenhang met artikel 6a Vw.
De ambtenaar belast met grensbewaking of de bevoegde ambtenaar van de IND legt een vrijheidsbeperkende of -ontnemende maatregel op grond van artikel 6 Vw op bij beschikking model M19. De ambtenaar belast met grensbewaking moet een afschrift van de beschikking model M19 uitreiken aan de vreemdeling. De inhoud van de beschikking en de mogelijkheid tot het indienen van een beroepschrift bij de rechtbank moet in een voor de vreemdeling begrijpelijke taal aan hem worden meegedeeld. Bij aanwijzing van een andere ruimte of plaats moet een nieuwe beschikking model M19 worden gemaakt waarbij de inhoud van de beschikking en de mogelijkheid tot het indienen van een beroepschrift bij de rechtbank in een voor de vreemdeling begrijpelijke taal aan hem worden meegedeeld.
Zodra sprake is van concrete aanknopingspunten voor een overdracht op grond van Verordening (EU) nr. 604/2013 en er een significant risico op onttrekking aan het toezicht aanwezig is, wordt een (nieuwe) de vrijheidsontnemende maatregel krachtens artikel 6a Vw opgelegd. De vreemdeling wordt daarvan schriftelijk op de hoogte gebracht. Indien er geen sprake is van een significant risico op onttrekken aan toezicht, wordt de maatregel niet opgelegd dan wel opgeheven.
De ambtenaar belast met grensbewaking of de bevoegde ambtenaar van de IND hoeft geen nieuwe beschikking model M19 te maken als tijdelijke overplaatsing van de vreemdeling nodig is om redenen die voortvloeien uit toepassing van de Vw. Ook het vervoer naar de aangewezen ruimte of plaats valt onder beschikking model M19.
Als er redenen zijn om de vrijheidsontnemende maatregel met maximaal twaalf maanden te verlengen, moet de vreemdeling voor het verstrijken van de maximale bewaringsduur van zes maanden schriftelijk op de hoogte worden gesteld van dit besluit. De DT&V maakt het verlengingsbesluit op en reikt deze aan de vreemdeling uit.
7.3. Inwilliging
Voor de tenuitvoerlegging van de vrijheidsbeperkende maatregel van artikel 6, eerste lid, Vw of artikel 6a Vw geldt geen regime.
Op grond van artikel 6, derde lid, Vw kan aan een vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel worden opgelegd, zolang hij wordt aangemerkt als verzoeker in de zin van artikel 2, aanhef en onder b, van de Opvangrichtlijn. Deze grondslag voor vrijheidsontneming wordt toegepast zolang het de vreemdeling wordt toegestaan als verzoeker op het grondgebied te verblijven. Dat betreft de volgende situaties:
Ad c.
6. Algemene voorwaarden voor bewaring
7.2. Procedure
Deze situatie is aan de orde indien het beroep op grond van artikel 82, tweede lid, van de Vw geen schorsende werking heeft, maar de behandeling van een (gelijktijdig) ingediend verzoek om een voorlopige voorziening wel mag worden afgewacht op grond van artikel 7.3, eerste lid, van het Vb.
De gevallen waarin de behandeling van het verzoek om een voorlopige voorziening niet mag worden afgewacht zijn omschreven in artikel 7.3, tweede lid, van het Vb, gelezen in samenhang met artikel 3.1, tweede lid, onder a en e, van het Vb. Die situaties kunnen zich enkel voordoen bij opvolgende aanvragen om een verblijfsvergunning asiel.
Voor toepassing van artikel 6, derde lid, Vw op Dublinclaimanten dient tevens sprake te zijn van een ‘significant risico op onttrekken aan het toezicht’. Wanneer er sprake is van een ‘significant risico op onttrekken aan het toezicht’ wordt vermeld in artikel 5.1a, vierde lid, Vb.
Wanneer de hierboven genoemde situaties niet langer aan de orde zijn, neemt de ambtenaar belast met de grensbewaking zo spoedig mogelijk een besluit omtrent weigering van de toegang als bedoeld in artikel 14 SGC middels het model M17A. Verder wordt een nieuwe vrijheidsontnemende maatregel opgelegd als bedoeld in artikel 6, eerste en tweede lid, juncto het zesde lid, Vw dan wel artikel 6a, eerste lid Vw. Het nemen van een besluit omtrent de weigering van toegang en het opleggen van een nieuwe vrijheidsontnemende maatregel dient zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen twee dagen, plaats te vinden nadat de hierboven genoemde situaties niet langer aan de orde zijn.
Op grond van artikel 6, eerste en tweede lid juncto het zesde lid, Vw kan aan een vreemdeling aan wie de toegang is geweigerd en op wie voorafgaand aan de toegangsweigering het derde lid van toepassing was, een vrijheidsontnemende maatregel worden opgelegd met uitzondering van de situatie dat de asielaanvraag voor het nemen van een besluit wordt ingetrokken (in dat laatste geval is het zesde lid niet van toepassing). Het nemen van een besluit omtrent de weigering van toegang en het opleggen van een nieuwe vrijheidsontnemende maatregel dient zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen twee dagen, plaats te vinden binnen twee dagen nadat de onder het kopje Vrijheidsontneming op grond van artikel 6, derde lid, Vw onder a tot en met e genoemde situaties niet langer aan de orde zijn. De nieuwe vrijheidsontnemende maatregel wordt door de bevoegde ambtenaar van de IND opgelegd met gebruikmaking van het model M19 (zie ook paragraaf C1/2.5 Vc).
Op grond van artikel 6a, eerste lid Vw kan de maatregel worden opgelegd of voortgezet met het oog op de overdracht aan een verantwoordelijke lidstaat in het kader van de Verordening (EU) nr. 604/2013.
Wanneer er sprake is geweest van een voorafgaande vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, derde lid, Vw, geldt het volgende. Nadat het besluit omtrent de weigering van toegang is genomen, wordt krachtens artikel 6a, eerste lid, Vw een nieuwe vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. Het nemen van een besluit omtrent de toegangsweigering en het opleggen van een nieuwe maatregel dient plaats te vinden binnen twee dagen nadat de onder het kopje Vrijheidsontneming op grond van artikel 6, derde lid, Vw onder a tot en met e genoemde situaties niet langer aan de orde zijn. De nieuwe vrijheidsontnemende maatregel wordt door de bevoegde ambtenaar van de IND opgelegd met gebruikmaking van het model M19A(zie ook paragraaf C1/2.5 Vc).
Voor toepassing van artikel 6a Vw dient sprake te zijn van een ‘significant risico op onttrekken aan het toezicht’. Wanneer er sprake is van een ‘significant risico op onttrekken aan het toezicht’ wordt vermeld in artikel 5.1a, vierde lid, Vb. Daarnaast dient de maatregel proportioneel en noodzakelijk te zijn met het oog op de overdracht. Bij Dublinclaimanten is de maatregel, anders dan bij andere vreemdelingen, niet gericht op terugkeer naar het land van herkomst of een ander veilig land waar de toelating gewaarborgd is, maar op overdracht aan een andere lidstaat. In de Verordening is een midden gezocht tussen enerzijds het belang van terughoudendheid ten aanzien van vrijheidsontneming en anderzijds het belang van een effectieve overdracht.
Indien geen sprake is van één van de in paragraaf A1/7.3 Vc bedoelde redenen om de tenuitvoerlegging van de vrijheidsontnemende maatregel te beëindigen of te wijzigen, kan de maatregel voortduren tot maximaal twee weken, na het moment dat het gezin verwijderbaar is geworden. Als er een verzoek om een voorlopige voorziening is ingediend door de vreemdeling waarvan de behandeling in Nederland mag worden afgewacht, betekent dit dat de vrijheidsontnemende maatregel mag voortduren tot uiterlijk twee weken na dagtekening van de uitspraak van de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening.
Uit paragraaf A1/7.3 Vc volgt dat gezinnen met minderjarigen die een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd indienen geen vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6 of artikel 6a Vw krijgen opgelegd. Dit geldt ook voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen die een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd indienen. De ambtenaar belast met de grensbewaking legt uitsluitend een vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6 of artikel 6a Vw op indien er getwijfeld wordt aan de minderjarigheid van de vreemdeling en de minderjarigheid nog niet is vastgesteld door de IND. In paragraaf A1/7.3 Vc staat beschreven in welke overige gevallen de oplegging van een vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6 of artikel 6a Vw mogelijk is.
Indien geen sprake is van één van de in paragraaf A1/7.3 Vc bedoelde redenen om de tenuitvoerlegging van de vrijheidsontnemende maatregel te beëindigen of te wijzigen, kan de maatregel voortduren tot maximaal twee weken, na het moment dat het gezin verwijderbaar is geworden. Als er een verzoek om een voorlopige voorziening is ingediend door de vreemdeling waarvan de behandeling in Nederland mag worden afgewacht, betekent dit dat de vrijheidsontnemende maatregel mag voortduren tot uiterlijk twee weken na dagtekening van de uitspraak van de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening.
7.2.1. Beroep op artikel 64 Vw
4. Beschikbaar houden op grond van artikel 55, eerste lid, Vw
Als een vreemdeling een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel of regulier voor bepaalde tijd indient, wijst de Korpschef de gemeente waarin de opvangvoorziening zich bevindt aan als plaats waar de vreemdeling zich in verband met de behandeling van zijn aanvraag moet verblijven. De Korpschef doet de aanwijzing zowel mondeling als schriftelijk. Voor de aanwijzing wordt het model M117-A gebruikt.
Vreemdelingen moeten zich beschikbaar houden op grond van artikel 55 Vw in een AC of opvanglocatie. Voor vreemdelingen die een aanvraag om een verblijfsvergunning regulier hebben ingediend kan dat de woon- of verblijfplaats zijn.
Als een vreemdeling ‘met onbekende bestemming’ is vertrokken, moet de Korpschef dit melden aan de IND, DT&V en het COA. Bij deze melding wordt een kopie van het model M117-A gevoegd. Het ‘met onbekende bestemming vertrokken zijn’ moet vastgesteld zijn door de Korpschef.
Onder overlast wordt onder meer begrepen (herhaaldelijk) agressief verbaal en non-verbaal gedrag richting medebewoners of personeel op de (opvang)locatie of daarbuiten, het aanrichten van vernielingen of het discrimineren of intimideren van medebewoners. Het COA besluit, tenzij het gedrag van de vreemdeling hier eerder aanleiding voor geeft en zich geen gronden voor inbewaringstelling voordoen, uiterlijk na een periode van twaalf weken tot voortzetting van de handhaving en het toezicht op de HTL (in welk geval de vrijheidsbeperkende maatregel voortduurt), terugplaatsing naar een reguliere opvanglocatie of een andere maatregel op grond van de RvA.
6.12. Gedragslijn indien uitzetting niet mogelijk is
Er wordt een nieuwe vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd middels model M108A, zodra de vrijheidsbeperkende maatregel op een andere plaats ten uitvoer wordt gelegd dan waar de vreemdeling verbleef.
Voor zowel de vreemdeling zonder rechtmatig verblijf als de vreemdeling met rechtmatig verblijf op grond van artikel 8, met uitzondering van onderdelen b, d en e, Vw geldt dat indien de vreemdeling gedurende of na de asielprocedure overlast veroorzaakt op de (opvang)locatie waar de vreemdeling verblijft een maatregel op grond van artikel 56 Vw kan worden opgelegd. De vreemdeling wordt opgedragen te verblijven op en in een gebied rondom de handhavings- en toezichtlocatie (HTL). Een dergelijke maatregel kan ook worden opgelegd aan amv’s vanaf de leeftijd van 16 jaar. Voor deze amv’s geldt dat de afstemming die tussen COA en de jeugdbeschermer heeft plaatsgevonden, alsmede de belangen en de specifieke situatie van de minderjarige kenbaar dienen te worden meegewogen in deze maatregel.
Onder overlast wordt onder meer begrepen (herhaaldelijk) agressief verbaal en non-verbaal gedrag richting medebewoners of personeel op de (opvang)locatie of daarbuiten, het aanrichten van vernielingen of het discrimineren of intimideren van medebewoners. Het COA besluit, tenzij het gedrag van de vreemdeling hier eerder aanleiding voor geeft en zich geen gronden voor inbewaringstelling voordoen, uiterlijk na een periode van twaalf weken tot voortzetting van de handhaving en het toezicht op de HTL (in welk geval de vrijheidsbeperkende maatregel voortduurt), terugplaatsing naar een reguliere opvanglocatie of een andere maatregel op grond van de RvA.
6. Algemene voorwaarden voor bewaring
Ten aanzien van gezinnen met minderjarige kinderen wordt om het vertrek voor te bereiden zo veel mogelijk volstaan met het opleggen van een vrijheidsbeperkende maatregel in een gezinslocatie.
Aan een gezin met minderjarige kinderen wordt gedurende (een deel van de periode) waarin het vertrek wordt voorbereid een maatregel op grond van artikel 56 Vw opgelegd als aan een van de volgende voorwaarden wordt voldaan:
7.2.4. Gevolgen indiening aanvraag
Ten aanzien van de gronden voor inbewaringstelling, als bedoeld in artikel 5.1b, derde en vierde lid, Vb, is paragraaf A3/3 Vc van overeenkomstige toepassing.
Een vreemdeling wordt uitsluitend in bewaring gesteld op grond van artikel 59, 59a of 59b Vw, tenzij minder dwingende maatregelen doeltreffend kunnen worden toegepast. Inbewaringstelling vindt slechts plaats als er geen lichter middel voorhanden is, dat even effectief is. De ambtenaar als bedoeld in artikel 5.3 VV maakt een belangenafweging over de toepassing van de maatregel van bewaring.
Ten aanzien van de gronden voor inbewaringstelling, als bedoeld in artikel 5.1b, derde en vierde lid, Vb, is paragraaf A3/3 Vc van overeenkomstige toepassing.
6.2. Bewaring van Dublinclaimanten op grond van artikel 59a Vw
Dublinclaimanten kunnen in bewaring worden gesteld op grond van artikel 59a Vw. Bij Dublinclaimanten is de bewaring, anders dan bij andere vreemdelingen, niet gericht op terugkeer naar het land van herkomst of een ander veilig land waar de toelating gewaarborgd is, maar op overdracht aan een andere lidstaat. In de Verordening (EU) nr. 604/2013 is een midden gezocht tussen enerzijds het belang van terughoudendheid ten aanzien van vrijheidsontneming en anderzijds het belang van een effectieve overdracht.
Een vreemdeling die geen rechtmatig verblijf heeft kan, met het oog op uitzetting, in bewaring worden gesteld (zie artikel 59, eerste lid, onderdeel a, Vw). Artikel 59, eerste lid, onder b Vw wordt alleen toegepast bij een vreemdeling die rechtmatig verblijf heeft in verband met een procedure aangaande:
Voor inbewaringstelling op grond van artikel 59 Vw maakt de ambtenaar als bedoeld in artikel 5.3 VV gebruik van Model 109. In Model M109 dient in ieder geval omschreven te worden dat:
Als op grond van artikel 59a Vw een maatregel van bewaring wordt opgelegd en de vreemdeling ook een asielaanvraag heeft ingediend, dan ontvangt de IND via de ambtenaar als bedoeld in artikel 5.3 VV informatie over het opgemaakte model M109-A.
7.2.3. Het raadplegen van het BMA
9.3. Verhaal van kosten op de vervoerder
(zie ook de paragrafen A3/6.9 en C1/2.6 Vc)
Als op grond van artikel 59a Vw een maatregel van bewaring wordt opgelegd en de vreemdeling ook een asielaanvraag heeft ingediend, dan ontvangt de IND via de ambtenaar als bedoeld in artikel 5.3 VV informatie over het opgemaakte model M109-A.
Als de Dublinclaimant in bewaring is gesteld omdat onmiddellijke overdracht of overdracht op zeer korte termijn noodzakelijk is ten behoeve van het realiseren van de overdracht binnen zes maanden na het akkoord van de lidstaat die verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielverzoek (artikel 5.1b, derde lid, onder m, Vb), duurt de bewaring niet langer dan veertien dagen.
6.3. Bewaring in verband met aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 59b Vw
Als sprake is van een gestarte procedure zoals in de hierboven bedoelde zin kan de maatregel van bewaring voortduren tot maximaal twee weken nadat de vreemdeling of het gezin verwijderbaar is geworden.
Het is mogelijk dat een vreemdeling vanwege meerdere gronden in bewaring wordt gesteld op grond van artikel 59b, eerste lid, Vw.
Bewaring op grond van artikel 59b Vw is mogelijk voor de vreemdeling die een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd indient of wenst in te dienen. Voor bewaring op grond van artikel 59b Vw maakt de ambtenaar als bedoeld in artikel 5.3 VV gebruik van model 109-B. Model M109-B bevat in ieder geval:
Als op grond van artikel 59b Vw een maatregel van bewaring wordt opgelegd, dan ontvangt de IND via de ambtenaar als bedoeld in artikel 5.3 VV informatie over het opgemaakte model M109-B.
Vreemdelingen die een aanvraag indienen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd kunnen op grond van artikel 59b, eerste lid, Vw in bewaring worden gesteld, indien:
Het is mogelijk dat een vreemdeling vanwege meerdere gronden in bewaring wordt gesteld op grond van artikel 59b, eerste lid, Vw.
Hierbij gaat het vooral om situaties waarin een vreemdeling niet in bewaring kan worden gesteld op grond van artikel 59b, eerste lid, onderdeel c, Vw, maar waarbij wel één of meerdere omstandigheden als bedoeld in artikel 5.1c, derde lid, Vb van toepassing zijn. Deze situaties kunnen zich met name voordoen, indien:
6.8. De duur
7.3.2. Inwilliging in de parallelle procedure in afwachting van definitieve besluitvorming
Bewaring op grond van artikel 59b, eerste lid, onderdeel c, Vw is slechts mogelijk als de vreemdeling ten tijde van de indiening van een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd al in bewaring was gesteld op grond van artikel 59 Vw.
Bij bewaring op grond van artikel 59b, eerste lid, onderdeel c, Vw moeten vooral de volgende omstandigheden worden betrokken:
Wanneer er zich meer van de hierboven genoemde omstandigheden voordoen, wordt sneller aangenomen dat een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd slechts is ingediend om de uitvoering van het terugkeerbesluit uit te stellen of te verijdelen. Deze opsomming is niet limitatief.
Het is mogelijk om een vreemdeling in bewaring te stellen op grond van artikel 59b, eerste lid, onderdeel d, Vw, indien deze een gevaar vormt voor de nationale veiligheid of openbare orde. Voor bewaring op deze grond is het niet noodzakelijk dat er sprake is van een risico op onderduiken. Bij het bepalen of een vreemdeling een gevaar vormt voor de nationale veiligheid of openbare orde kunnen de volgende omstandigheden worden betrokken:
6.3. Procedurele aspecten ongewenstverklaring
Indien in de afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is bepaald dat de vreemdeling het beroep dan wel een verzoek om een voorlopige voorziening niet in Nederland mag afwachten, wordt de bewaring op grond van artikel 59b Vw opgeheven. De vreemdeling wordt vervolgens op grond van artikel 59 Vw (opnieuw) in bewaring gesteld door de ambtenaar als bedoeld in artikel 5.3 VV. De vreemdeling dient voordat hij (opnieuw) in bewaring wordt gesteld te worden gehoord.
In het geval dat in de afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is bepaald dat de vreemdeling het beroep in Nederland mag afwachten, wordt de bewaring op grond van artikel 59b Vw niet opgeheven. De bewaring wordt in dat geval op grond van artikel 59b, derde lid, Vw verlengd met ten hoogste drie maanden. De bewaring van gezinnen met minderjarige kinderen wordt echter niet verlengd op grond van artikel 59b, derde lid, Vw (zie paragraaf A5/2.4 Vc). Indien de bewaring met ten hoogste drie maanden verlengd wordt, motiveert de IND dit in de afwijzende beschikking op de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Nadat er beroep is ingesteld tegen de afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd vraagt de IND de rechtbank om het beroep zo spoedig als mogelijk te behandelen.
6.4. Gehoor
Voor zover niet langer sprake is van een situatie dat de vreemdeling het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd dan wel een verzoek om een voorlopige voorziening in Nederland mag afwachten, wordt de (verlengde) bewaring op grond van artikel 59b Vw opgeheven, en wordt de vreemdeling op grond van artikel 59 Vw (opnieuw) in bewaring gesteld. Hiervan is in ieder geval sprake indien:
De vreemdeling dient voordat hij op grond van artikel 59 Vw (opnieuw) in bewaring wordt gesteld te worden gehoord.
De bewaring op grond van artikel 59b, eerste lid, onderdeel d, Vw duurt niet langer dan zes maanden. Deze bewaring kan op grond van artikel 59b, vijfde lid, Vw verlengd worden met ten hoogste negen maanden. De verlenging van de bewaring vindt, na afweging van alle omstandigheden van het geval, plaats door de IND. Hierbij gaat het om zeer uitzonderlijke gevallen waarin er sprake is van complexe feiten en juridische omstandigheden die betrekking hebben op het asielverzoek. Daarnaast dient er een zwaarwegend belang van openbare orde of nationale veiligheid aanwezig te zijn dat in de weg staat aan het verder behandelen van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd terwijl de vreemdeling in vrijheid is gesteld. Een zwaarwegend belang van openbare orde of nationale veiligheid kan niet gelegen zijn in de enkele verdenking of veroordeling in verband met een misdrijf.
6.4. Gehoor
Het uitgangspunt is dat een vreemdeling, voordat hij in bewaring wordt gesteld, gehoord wordt. Het gehoor van de vreemdeling moet afgenomen worden door de ambtenaar als bedoeld in artikel 5.3 VV.
De vreemdeling wordt niet gehoord voordat hij in bewaring wordt gesteld, indien:
De ambtenaar als bedoeld in artikel 5.3 VV moet op verzoek van de advocaat van de vreemdeling een kopie van de beschikking tot bewaring (model M109, M109-A of M109-B) en van het proces-verbaal van gehoor (model M110) geven.
De ambtenaar als bedoeld in artikel 5.3 VV stelt de vreemdeling tijdig in kennis van het recht om in het bijzijn van een advocaat gehoord te worden. Als de vreemdeling een advocaat bij het gehoor wenst en een voorkeursadvocaat heeft, dan wordt de voorkeursadvocaat bericht over de voorgenomen inbewaringstelling. Als de voorkeursadvocaat niet bereikbaar is, wordt de piketcentrale bericht over de voorgenomen inbewaringstelling. Bij een hernieuwde inbewaringstelling als bedoeld in paragraaf A5/6.7 Vc kan dit bericht verzonden worden naar de advocaat die de vreemdeling in de eerdere bewaringsprocedure al bijstond.
Er mag met het gehoor worden begonnen zonder bijzijn van een advocaat:
Indien de vreemdeling wordt gehoord in het bijzijn van een advocaat, wordt de advocaat op diens verzoek in de gelegenheid gesteld om na afloop van het gehoor een zienswijze te geven over de voorgenomen inbewaringstelling.
6.7. Hernieuwde vrijheidsontneming op een andere bewaringsgrond
Als de bewaring wordt opgeheven door de ambtenaar als bedoeld in artikel 5.3 VV, is het mogelijk om de vreemdeling onmiddellijk aansluitend aan de opheffing opnieuw in bewaring te stellen. Voor het opnieuw opleggen van een maatregel van bewaring moet sprake zijn van gewijzigde omstandigheden, op grond waarvan een hernieuwde inbewaringstelling gerechtvaardigd is. Van gewijzigde omstandigheden is onder andere sprake als de voor de terugkeer van de vreemdeling noodzakelijke bescheiden voorhanden zijn of op korte termijn voorhanden zullen zijn, terwijl die er ten tijde van de eerste inbewaringstelling niet waren.
Wanneer aan de in bewaring te stellen vreemdeling ook een terugkeerbesluit, eventueel in combinatie met een inreisverbod (zie paragraaf A4/2 Vc), wordt uitgereikt, vindt uitreiking daarvan plaats voorafgaand aan of gelijktijdig met de maatregel van bewaring. Voor het opleggen van de maatregel van bewaring moet gebruik worden gemaakt van model M109, M109-A of M109-B.
De ambtenaar als bedoeld in artikel 5.3 VV moet afschriften maken van de beschikking waarbij de bewaring, het terugkeerbesluit en/of inreisverbod opgelegd is. De afschriften zijn uitsluitend bedoeld voor de volgende belanghebbenden:
De bewaring of vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6 of 59 Vw duurt niet langer dan zes maanden, met een mogelijkheid deze te verlengen met twaalf maanden. De DT&V ziet toe op naleving van deze termijnen en past daarbij artikel 88 van het WvSr analoog toe. Een maand geldt daarbij als 30 dagen. Bij een verlengingsbesluit als bedoeld in artikel 59, zesde lid, Vw wordt de periode van inbewaringstelling op grond van artikel 59a of artikel 59b Vw buiten beschouwing gelaten. De periode van inbewaringstelling op grond van artikel 59a of artikel 59b Vw telt niet mee, omdat deze inbewaringstelling niet uitzetting als doel heeft. De periode van inbewaringstelling op grond van artikel 59a of artikel 59b Vw wordt wel betrokken bij de kenbare belangenafweging, die door DT&V in het model M120 gemaakt wordt na zes maanden inbewaringstelling.
6.8. De duur
Bij hernieuwde inbewaringstelling op een andere bewaringsgrond moet de vreemdeling in beginsel ook opnieuw gehoord worden (zie paragraaf A5/6.4 Vc). Daarnaast geldt ook voor de nieuwe maatregel van bewaring dat de rechtbank hiervan uiterlijk op de achtentwintigste dag in kennis gesteld moet worden. Kennisgeving blijft achterwege indien de nieuwe maatregel binnen achtentwintig dagen is opgeheven of de vreemdeling eerder zelf beroep tegen de nieuwe bewaringsmaatregel heeft ingesteld. Bij hernieuwde inbewaringstelling dient de ambtenaar als bedoeld in artikel 5.3 VV altijd een afschrift van model M109, M109-A of M109-B te verzenden naar de IND, zodat de rechtbank tijdig in kennis gesteld kan worden.
Als er redenen zijn om de bewaring of vrijheidsontnemende maatregel met een termijn van maximaal twaalf maanden te verlengen moet de DT&V de vreemdeling voor het verstrijken van de zes maanden bewaring van de verlenging met een verlengingsbesluit op de hoogte stellen.
De bewaring of vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6 of 59 Vw duurt niet langer dan zes maanden, met een mogelijkheid deze te verlengen met twaalf maanden. De DT&V ziet toe op naleving van deze termijnen en past daarbij artikel 88 van het WvSr analoog toe. Een maand geldt daarbij als 30 dagen. Bij een verlengingsbesluit als bedoeld in artikel 59, zesde lid, Vw wordt de periode van inbewaringstelling op grond van artikel 59a of artikel 59b Vw buiten beschouwing gelaten. De periode van inbewaringstelling op grond van artikel 59a of artikel 59b Vw telt niet mee, omdat deze inbewaringstelling niet uitzetting als doel heeft. De periode van inbewaringstelling op grond van artikel 59a of artikel 59b Vw wordt wel betrokken bij de kenbare belangenafweging, die door DT&V in het model M120 gemaakt wordt na zes maanden inbewaringstelling.
De DT&V stelt de gemachtigde van de vreemdeling bij het voortduren van een vrijheidsontnemende maatregel als bedoeld in artikel 6, 6a, 59, 59a en 59b Vw iedere drie maanden na het opleggen van een eerste maatregel van bewaring op de hoogte van de mogelijkheid tot het instellen van een beroep als bedoeld in artikel 96 Vw, en verzoekt de gemachtigde om kenbaar te maken, als hij of zij niet meer de gemachtigde van de vreemdeling is.
De mededeling wordt achterwege gelaten, als:
Als er redenen zijn om de bewaring of vrijheidsontnemende maatregel met een termijn van maximaal twaalf maanden te verlengen moet de DT&V de vreemdeling voor het verstrijken van de zes maanden bewaring van de verlenging met een verlengingsbesluit op de hoogte stellen.
A6. Registratie en identificatie
De bewaring of vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6a of 59a Vw kan na aanvaarding van het terug- of overnameverzoek (conform artikel 28, Verordening (EU) nr. 604/2013) door de verantwoordelijke lidstaat afhankelijk van de vraag of beroep is ingesteld en of dat beroep opschortende werking heeft nog maximaal 6 weken voortduren.
Zie paragraaf A5/6.2 Vc voor de duur van de bewaring van een Dublinclaimant die in bewaring is gesteld omdat onmiddellijke overdracht of overdracht op zeer korte termijn noodzakelijk is ten behoeve van het realiseren van de overdracht binnen zes maanden na het akkoord van de lidstaat die verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielverzoek.
om zijn verwijdering uit Nederland te belemmeren, of om zich aan de verdere bewaring te onttrekken, wordt de uitoefening van deze rechten beperkt door de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen.
Als een vreemdeling tijdens de vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, 6a, 59 of 59a Vw een verzoek om een voorlopige voorziening indient met als doel het opschorten van de uitzetting of overdracht, moet de DT&V in overleg met de IND nagaan of de behandeling van dit verzoek in Nederland afgewacht mag worden. Als de behandeling van het verzoek afgewacht mag worden en de bewaring voortduurt, vraagt de IND de rechtbank om het verzoek om een voorlopige voorziening zo spoedig als mogelijk te behandelen.
6.10. Tenuitvoerlegging
Als een redelijk vermoeden bestaat dat de in bewaring gestelde vreemdeling misbruik maakt van een van de volgende rechten:
6.11. Plaatsing in een justitiële inrichting
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen doet direct schriftelijk gemotiveerd mededeling van de opgelegde beperking van de rechten van de vreemdeling aan alle volgende belanghebbenden:
De bewaring van een vreemdeling op een politiebureau of in een cel van de KMar voor een termijn van meer dan vijf dagen moet worden voorkomen. Bij de berekening van deze termijn worden in beginsel alle volgende situaties niet meegeteld:
De termijn van vijf dagen mag uitsluitend overschreden worden op grond van bijzondere omstandigheden of zwaarwegende belangen van de vreemdeling. In welke mate de termijn van vijf dagen kan worden overschreden, is afhankelijk van de aard van de bijzondere omstandigheden en/ of de zwaarte van de belangen en zal daarom ook per vreemdeling moeten worden beoordeeld. In het geval de bewaring op een politiebureau of in een cel van de KMar langer duurt dan vijf dagen, moet uit het dossier van de vreemdeling blijken welke bijzondere omstandigheden of zwaarwegende belangen tot de bewaring hebben geleid.
Wanneer in de algemene procedure de asielaanvraag kan worden afgewezen maar BMA-onderzoek in het kader van artikel 64 Vw is opgestart of zal worden opgestart kan er in beginsel op de asielaanvraag worden beslist. Aan de vreemdeling zal in afwachting van een beslissing om toepassing van artikel 64 Vw, rechtmatig verblijf op grond van artikel 8, aanhef en onder j, Vw worden verleend, ongeacht de mogelijkheid die de vreemdeling heeft tot indienen van beroep tegen de afwijzing van de aanvraag tot een verblijfsvergunning asiel.
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet zo spoedig mogelijk na inbewaringstelling een verzoek tot plaatsing indienen bij DJI. Tegelijkertijd met het verzoek tot plaatsing wordt Sigma, het digitale vreemdelingenbeeld bijgewerkt met de gegevens van de betreffende vreemdeling. Als de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen een verzoek om plaatsing van de vreemdeling wil annuleren, licht de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen DJI direct in. Zodra van DJI bericht ontvangen is in welke justitiële inrichting de vreemdeling gaat verblijven, zendt de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen schriftelijk het dossier van de vreemdeling betreffende de inbewaringstelling aan de directeur van die justitiële inrichting.
Vreemdelingen in vreemdelingenbewaring komen niet in aanmerking voor toepassing artikel 64 Vw in afwachting van de definitieve besluitvorming.
Het moet worden voorkomen dat vreemdelingen na hun strafrechtelijke detentie in bewaring worden gesteld. Als een vreemdeling na zijn strafrechtelijke detentie in bewaring gesteld moet worden omdat feitelijk vertrek aansluitend aan de strafrechtelijke detentie niet mogelijk is, deelt de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen aan de vreemdeling tijdens de strafrechtelijke detentie mee dat hij bij beëindiging van zijn strafrechtelijke detentie op grond van artikel 50, derde lid, dan wel artikel 50a, eerste lid, Vw naar een plaats bestemd voor verhoor wordt overgebracht. Hier wordt de vreemdeling geïnformeerd over de verdere te volgen procedure. Deze mededeling wordt, met gebruikmaking van model M122, aan de vreemdeling uitgereikt. Aan de directeur van de inrichting waarin de vreemdeling zich bevindt moet een afschrift van model M122 worden gestuurd. De ambtenaar moet ook van de toepassing van dit artikel proces-verbaal (zie model M105-A) opmaken.
Van model M113 moet altijd:
Als tijdens de bewaring bekend wordt dat een strafrechtelijk vonnis of arrest nog niet ten uitvoer is gelegd, wordt voor zover de tenuitvoerlegging is toegelaten, een vonnis of arrest zo snel mogelijk ten uitvoer gelegd. In verband hiermee moet de Korpschef, de Commandant der KMar, de Dienst Terugkeer en Vertrek of de directeur van de justitiële inrichting zodra hij op de hoogte is van een strafrechtelijk vonnis contact opnemen met het CJIB over de executie van het vonnis.
Als de vreemdeling het Nederlands grondgebied niet heeft verlaten kan de bewaring voortgezet worden op de bestaande maatregel van bewaring. De ambtenaar als bedoeld in artikel 5.3 VV moet dan een nieuw (spoed)verzoek tot plaatsing aan DJI doen.
Als er geen grond voor bewaring meer is, moet de ambtenaar als bedoeld in artikel 5.3 VV de bewaring opheffen. Hij maakt daarvoor gebruik van het model M113.
Van model M113 moet altijd:
Als de bewaring op grond van artikel 59, eerste of tweede lid, Vw of artikel 59a Vw van een gezin met één of meer minderjarige kinderen langer duurt dan de maximaal gestelde termijn van twee weken, moet de bewaring worden opgeheven door uitsluitend de ambtenaar als bedoeld in artikel 5.3 VV.
7. De behandeling van het beroep
Heeft de vreemdeling Nederland verlaten en keert hij terug, dan moet de vreemdeling opnieuw in bewaring worden gesteld, in beginsel door een hulpofficier van justitie van het politiekorps die verantwoordelijk was voor de eerdere bewaring dan wel door een hulpofficier van het politiekorps van de regio waarbinnen de desbetreffende grensdoorlaatpost is gelegen. De toegang tot Nederland wordt niet geweigerd, ook al voldoet de vreemdeling niet aan de voorwaarden voor toegang. De toegang tot Nederland wordt wel geweigerd als er concrete aanwijzingen zijn dat de vreemdeling toegang heeft verkregen tot zijn eigen land of een derde land.
7. De behandeling van het beroep
De DT&V faxt uiterlijk op dag drie na indiening van het beroepmodel M120 naar de IND.
A6. Registratie en identificatie
6.1. Het Protocol Identificatie en Labeling
De identificatie en registratie van de vreemdeling met behulp van biometrische gegevens (de afname van vingerafdrukken en een gezichtsopname) geschiedt door de ketenpartners, die belast zijn met de uitvoering van het vreemdelingenbeleid en de handhaving van de vreemdelingenwet- en regelgeving en aanverwante wet- en regelgeving, op de wijze als voorgeschreven in het Protocol Identificatie en Labeling.
De vaststelling of er sprake is van het frustreren van de uitzetting dient plaats te vinden aan de hand van alle individuele omstandigheden van de zaak. De DT&V zal derhalve steeds per geval moeten beoordelen of het de vreemdeling te doen is de geplande uitzetting te frustreren of dat de behandeling van het verzoek in Nederland mag worden afgewacht. De DT&V dient hierover aan de IND een advies uit te brengen, waaraan door de IND bij de besluitvorming zwaarwegende betekenis wordt gegeven.
De identificatie en registratie van de vreemdeling met behulp van biometrische gegevens (de afname van vingerafdrukken en een gezichtsopname) geschiedt door de ketenpartners, die belast zijn met de uitvoering van het vreemdelingenbeleid en de handhaving van de vreemdelingenwet- en regelgeving en aanverwante wet- en regelgeving, op de wijze als voorgeschreven in het Protocol Identificatie en Labeling.
De beslissing op de asielaanvraag en de ambtshalve toets aan artikel 64 Vw worden indien mogelijk in de algemene asielprocedure en in ieder geval in de verlengde asielprocedure in een meeromvattende beschikking geslagen. Wanneer de vreemdeling ten behoeve van de beslissing op het asielverzoek in de gelegenheid is gesteld om zijn zienswijze te geven op het voornemen om de uitzetting niet op grond van artikel 64 Vw achterwege te laten, staat tegen de beschikking het rechtsmiddel beroep open.
De beslissing op de asielaanvraag en de ambtshalve toets aan artikel 64 Vw worden indien mogelijk in de algemene asielprocedure en in ieder geval in de verlengde asielprocedure in een meeromvattende beschikking geslagen. Wanneer de vreemdeling ten behoeve van de beslissing op het asielverzoek in de gelegenheid is gesteld om zijn zienswijze te geven op het voornemen om de uitzetting niet op grond van artikel 64 Vw achterwege te laten, staat tegen de beschikking het rechtsmiddel beroep open.
Bij zwangerschap blijft de uitzetting per vliegtuig achterwege gedurende de periode van zes weken voor tot zes weken na de bevalling. Dit is de periode van zes weken vanaf de eerste dag dat de bevalling blijkens een verklaring van een arts of verloskundige, aangevend de vermoedelijke datum van bevalling, binnen zes weken is te verwachten tot zes weken na de bevalling.
Bij zwangerschap blijft de uitzetting per vliegtuig achterwege gedurende de periode van zes weken voor tot zes weken na de bevalling. Dit is de periode van zes weken vanaf de eerste dag dat de bevalling blijkens een verklaring van een arts of verloskundige, aangevend de vermoedelijke datum van bevalling, binnen zes weken is te verwachten tot zes weken na de bevalling.
In geval van zwangerschap of bevalling dient een medische verklaring van een arts te worden overgelegd, waaruit blijkt in welk stadium de zwangerschap verkeert.
De IND doet schriftelijk de mededeling aan de vreemdelinge dat de uitzetting achterwege zal blijven. Ook de duur van de opschorting van het vertrek dient te worden vermeld.
Indien de vreemdelinge niet beschikt over een ingevolge de wet vereist geldig document voor grensoverschrijding, dan geldt het volgende.
In alle gevallen waarin artikel 64 Vwwordt toegepast, wordt de vreemdelinge in het bezit gesteld van een brief van de IND waarin staat dat de uitzetting achterwege blijft op grond van artikel 64 Vw.
In de gevallen waarin artikel 64 Vw voor de duur van meer dan zes weken wordt toegepast, wordt door de vreemdelingenpolitie aan de vreemdelinge een document W2, met een inlegvel, voorzien van een sticker Verblijfsaantekeningen Algemeen, uitgereikt. De geldigheidsduur van het rechtmatig verblijf is gelijk aan de duur van het verleende uitstel van vertrek.
Ten aanzien van andere procedurele bepalingen zij hierbij verder verwezen naar A4/7.3.
7.7. Procedure bij vreemdelingen met TBC
8. Uitzetting via aanvoerende vervoersonderneming
Voor de toepassing van artikel 64 Vw wegens TBC is geen advies van het BMA nodig en is evenmin een toestemmingsverklaring M39-A vereist. TBC wordt vastgesteld door overlegging aan de IND van een gedagtekende verklaring van een GG&GD-arts. Deze verklaring dient te vermelden dat de betrokkene TBC heeft en wat de te verwachten behandeltermijn is. De verklaring mag niet ouder zijn dan twee weken.
De behandeling van TBC duurt in het algemeen 9 tot 12 maanden. Na het verstrijken van de behandeltermijn kan de DT&V tot uitzetting overgaan.
Indien de vreemdeling niet in het bezit is van een document voor grensoverschrijding wordt hij in het bezit gesteld van een document W2, met een inlegvel, voorzien van een Sticker Verblijfsaantekeningen Algemeen (zie bijlage 7g VV). In geval er wel een document voor grensoverschrijding aanwezig is, wordt door de IND een Sticker Verblijfsaantekeningen Algemeen aangebracht met vermelding van de duur van de opschorting van vertrek. De periode van deze opschorting mag de geldigheidsduur van het document niet overschrijden.
Indien de vreemdeling bij wie TBC is geconstateerd zich onttrekt aan de medische behandeling en er geen besmettingsgevaar aanwezig is, dan is er niet langer een reisbeletsel naar analogie van artikel 64 Vw.
Onttrekt de vreemdeling zich aan de medische behandeling en er is een besmettingsgevaar aanwezig, dan is zijn uitzetting uit Nederland met het oog op zijn gezondheidstoestand niet verantwoord te achten in de zin van artikel 64 Vw. Vanwege het zich onttrekken aan de medische behandeling kan de vreemdeling niet uit Nederland worden verwijderd, maar hij vormt daarentegen wel een gevaar voor de algemene volksgezondheid. De Wet Publieke Gezondheid kan in deze situatie uitkomst bieden. Deze wet regelt onder andere gedwongen opname (isolatie) bij gevaar voor de algemene volksgezondheid en gedwongen behandeling.
9.1. Algemeen uitgangspunt
Indien sprake is van verdenking van TBC, zal de uitzetting van vreemdelingen in beginsel worden opgeschort tot het onderzoek naar TBC is voltooid.
Ingevolge artikel 65, eerste lid, Vw kan een vreemdeling worden uitgezet door plaatsing aan boord van een schip of vliegtuig in gebruik bij dezelfde vervoersonderneming als waarmee de vreemdeling Nederland is binnengekomen indien hij Nederland onmiddellijk dient te verlaten danwel indien hij binnen zes maanden na binnenkomst met het oog op uitzetting is aangehouden.
6.3. Procedurele aspecten ongewenstverklaring
Onder de toepassing van artikel 65, eerste lid, Vw vallen niet alleen vreemdelingen aan wie bij binnenkomst aanstonds de toegang is geweigerd, maar ook vreemdelingen – bijvoorbeeld bemanningsleden van schepen of transitpassagiers van vliegtuigen – aan wie aanvankelijk toegang is verleend maar die op illegale wijze zijn achtergebleven. Volledigheidshalve wordt vermeld dat ook verstekelingen onder deze regelgeving vallen.
Voor de vaststelling van de in artikel 65, eerste lid, onder b, Vw genoemde termijn van zes maanden is beslissend het tijdstip van staande houden; de plaatsing van de vreemdeling aan boord van een schip of vliegtuig dat bij dezelfde vervoersonderneming in gebruik is, kan op een tijdstip na zes maanden plaatsvinden.
9. Verhaal van kosten van uitzetting
Van ontvangen gelden dient schriftelijke opgave te worden gedaan aan de IND met gebruikmaking van het daartoe door de IND ontwikkelde formulier.
Uitgangspunt is dat de kosten van uitzetting ten laste van de uit te zetten vreemdelingen dienen te worden gebracht. Daarbij dient zo veel mogelijk gebruik te worden gemaakt van gegeven garanties of gedeponeerde gelden of reisbiljetten. Bovendien kunnen, in geval de vreemdeling niet kan betalen, de kosten van zijn uitzetting verhaalbaar zijn op derden.
9.2. Verhaal van kosten op de vreemdeling
De noodzakelijke kosten van uitzetting die ten laste komen van de Staat of andere openbare lichamen kunnen op de vreemdeling zelf worden verhaald (zie artikel 66 Vw, juncto artikel 6.4 Vb). Voorzover deze minderjarig is, kunnen deze kosten worden verhaald op diegenen die het wettig gezag over hem uitoefenen. Aangezien het effectueren van deze verhaalsbevoegdheid niet tegen de uitdrukkelijke wil van de vreemdeling mag plaatsvinden, dient de vreemdeling een verklaring te ondertekenen waaruit blijkt dat hij geen bezwaar heeft tegen invordering van de noodzakelijke kosten van uitzetting door de vreemdelingenpolitie. Indien de vreemdeling wel bezwaar heeft tegen de effectuering van de verhaalsbevoegdheid dan kan de weg bewandeld worden om deze verhaalsbevoegdheid juridisch af te dwingen (civiele procedure). Voor de te volgen procedure kan contact opgenomen worden met de IND.
De noodzakelijke kosten van uitzetting die ten laste komen van de Staat of andere openbare lichamen kunnen op de vreemdeling zelf worden verhaald (zie artikel 66 Vw, juncto artikel 6.4 Vb). Voorzover deze minderjarig is, kunnen deze kosten worden verhaald op diegenen die het wettig gezag over hem uitoefenen. Aangezien het effectueren van deze verhaalsbevoegdheid niet tegen de uitdrukkelijke wil van de vreemdeling mag plaatsvinden, dient de vreemdeling een verklaring te ondertekenen waaruit blijkt dat hij geen bezwaar heeft tegen invordering van de noodzakelijke kosten van uitzetting door de vreemdelingenpolitie. Indien de vreemdeling wel bezwaar heeft tegen de effectuering van de verhaalsbevoegdheid dan kan de weg bewandeld worden om deze verhaalsbevoegdheid juridisch af te dwingen (civiele procedure). Voor de te volgen procedure kan contact opgenomen worden met de IND.
Indien het niet binnen redelijke tijd mogelijk is de vreemdeling, conform de terugvoerplicht, naar een plaats buiten Nederland te vervoeren, dan kunnen de kosten van uitzetting uit Nederland, waaronder ook de verblijfskosten kunnen worden begrepen, ingevolge artikel 65 Vw, juncto artikel 6.3 Vb, op die vervoersonderneming worden verhaald. Zie voor een nadere uitwerking van deze bepaling A2/7.1.5.
Indien het niet binnen redelijke tijd mogelijk is de vreemdeling, conform de terugvoerplicht, naar een plaats buiten Nederland te vervoeren, dan kunnen de kosten van uitzetting uit Nederland, waaronder ook de verblijfskosten kunnen worden begrepen, ingevolge artikel 65 Vw, juncto artikel 6.3 Vb, op die vervoersonderneming worden verhaald. Zie voor een nadere uitwerking van deze bepaling A2/7.1.5.
Van ontvangen gelden dient schriftelijke opgave te worden gedaan aan de IND met gebruikmaking van het daartoe door de IND ontwikkelde formulier.
Van ontvangen gelden dient schriftelijke opgave te worden gedaan aan de IND met gebruikmaking van het daartoe door de IND ontwikkelde formulier.
De Korpschef of de Commandant der KMar stelt zich hierover op de gebruikelijke wijze in verbinding met de terzake bevoegde officier van justitie.
Wanneer vreemdelingen strafbare feiten plegen, is het van belang dat de vreemdelingrechtelijke consequenties hiervan worden bezien. Zoveel als mogelijk dienen criminele illegale vreemdelingen na ommekomst van hun straf uit Nederland te worden verwijderd, bij voorkeur vanuit strafrechtelijke detentie. Waar mogelijk moeten zij ook ongewenst worden verklaard (zie A5).
Wanneer vreemdelingen strafbare feiten plegen, is het van belang dat de vreemdelingrechtelijke consequenties hiervan worden bezien. Zoveel als mogelijk dienen criminele illegale vreemdelingen na ommekomst van hun straf uit Nederland te worden verwijderd, bij voorkeur vanuit strafrechtelijke detentie. Waar mogelijk moeten zij ook ongewenst worden verklaard (zie A5).
Uitlevering van een vreemdeling heeft een strafrechtelijk doel, namelijk het ter beschikking stellen van een persoon aan buitenlandse autoriteiten ten behoeve van hetzij een tegen de vreemdeling gericht strafrechtelijk onderzoek, hetzij de tenuitvoerlegging van een straf of strafrechtelijke maatregel. Uitlevering geschiedt uitsluitend krachtens verdrag en overeenkomstig de bepalingen van de Uitleveringswet. Uitlevering vindt bovendien slechts plaats op verzoek van een buitenlandse autoriteit. Indien een formeel uitleveringsverzoek is gedaan door het land waarnaar een vreemdeling zou moeten worden uitgezet of door een ander land, mogen er geen handelingen in die richting plaatsvinden totdat de uitleveringsprocedure is afgerond.
Uitlevering van een vreemdeling heeft een strafrechtelijk doel, namelijk het ter beschikking stellen van een persoon aan buitenlandse autoriteiten ten behoeve van hetzij een tegen de vreemdeling gericht strafrechtelijk onderzoek, hetzij de tenuitvoerlegging van een straf of strafrechtelijke maatregel. Uitlevering geschiedt uitsluitend krachtens verdrag en overeenkomstig de bepalingen van de Uitleveringswet. Uitlevering vindt bovendien slechts plaats op verzoek van een buitenlandse autoriteit. Indien een formeel uitleveringsverzoek is gedaan door het land waarnaar een vreemdeling zou moeten worden uitgezet of door een ander land, mogen er geen handelingen in die richting plaatsvinden totdat de uitleveringsprocedure is afgerond.
Indien de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen een vreemdeling aantreft van wie de opsporing (en aanhouding ter fine van uitlevering) door een buitenlandse autoriteit wordt gevraagd dan bericht hij dat direct aan de afdeling SIRENE van de DNRI. Hij vermeldt daarbij de personalia van de vreemdeling, de autoriteit van wie het verzoek uitgaat en de vindplaats van de signalering.
5. Het inreisverbod en de ongewenstverklaring
In beginsel wordt een vreemdeling hangende de beslissing op een uitleveringsverzoek niet uitgezet. Veelal zullen echter enige dagen verstrijken voor het antwoord van de buitenlandse autoriteit omtrent het al dan niet indienen van een uitleveringsverzoek is ontvangen. In die gevallen zal door de buitenlandse autoriteit voorafgaand aan het formele verzoek om uitlevering om voorlopige aanhouding van de vreemdeling worden gevraagd. Zonodig kan aan dit verzoek worden voldaan.
De Korpschef of de Commandant der KMar stelt zich hierover op de gebruikelijke wijze in verbinding met de terzake bevoegde officier van justitie.
Indien de vreemdeling in vreemdelingenbewaring is gesteld, dient hij overgeplaatst te worden naar strafrechtelijke bewaring. De DT&V wordt hierover geïnformeerd.
Wanneer gedurende de afhandeling van een verzoek om voorlopige aanhouding of uitlevering de voorgenomen uitzetting van de vreemdeling wordt opgeschort, kan de situatie ontstaan dat zich een mogelijkheid om betrokkene uit te zetten niet meer op korte termijn zal voordoen. In dat geval dient de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen telefonisch contact op te nemen met de DT&V.
Er bestaan bi- en multilaterale verdragen waarbij Nederland partij is die betrekking hebben op de terug- en overname van personen. Hierbij gaat het in het geval van terugname om eigen onderdanen en in het geval van overname om onderdanen van derde landen. Zo zijn er afspraken over terug- en overname tussen de Benelux-landen en hebben de Benelux en de EU terug- en overnameverdragen met derde landen. Daarnaast is er bijvoorbeeld een in Schengenverband afgesloten terug- en overnameovereenkomst met Polen en bevatten Verordening 343/2003 en de Overeenkomst van Dublin (zie C3/2) terug- en overnamebepalingen. Verder bestaan er bilaterale verdragen tussen de EU/Nederland en derde landen (over uiteenlopende onderwerpen) met een terug- en overnameclausule en sluit Nederland met derde landen memoranda of understanding waarin uitvoeringsafspraken met betrekking tot de terug- en overname worden vastgelegd.
3.2. Voorbereiding
Of – en onder welke omstandigheden – ten behoeve van terug- of overname van een vreemdeling gebruik kan worden gemaakt van een verdrag of internationale overeenkomst (met bepalingen) over terug- en overname, kan worden nagegaan op de website van de vreemdelingenketen (zie A1/3). Over de te volgen procedure en uitvoeringsaspecten bij daadwerkelijke terug- of overname dient afstemming te worden gezocht met de DT&V.
Een aantekening over de ongewenstverklaring wordt in het document voor grensoverschrijding van de vreemdeling gesteld, indien naar het oordeel van de Korpschef gegronde reden bestaat om te vermoeden dat de vreemdeling zal proberen naar Nederland terug te keren. In het kader van de grensbewaking is de ambtenaar belast met grensbewaking bevoegd een aantekening te stellen in het reisdocument van de vreemdeling omtrent de reden van weigering toegang in verband met ongewenstverklaring, zie artikel 4.29, eerste lid, aanhef en onder h, Vb.
Binnen het vreemdelingenbeleid bestaan verschillende maatregelen, die ten doel hebben bepaalde vreemdelingen, aan wie het niet of niet langer is toegestaan in Nederland te verblijven, uit ons land te weren.
Binnen het vreemdelingenbeleid bestaan verschillende maatregelen, die ten doel hebben bepaalde vreemdelingen, aan wie het niet of niet langer is toegestaan in Nederland te verblijven, uit ons land te weren.
Dit zijn:
4. Opheffing van de ongewenstverklaring
Met de invoering van het inreisverbod zal de verklaring tot ongewenst vreemdeling nog zelden voorkomen. Dit is bijvoorbeeld nog wel mogelijk indien een vreemdeling de toegang is geweigerd. De ongewenstverklaring op grond van artikel 67 Vw zal in beginsel beperkt blijven tot gemeenschapsonderdanen en vreemdelingen die niet in Nederland verblijven of aan wie de toegang is geweigerd.
De signalering tot ongewenst vreemdeling is een uitvoeringsmaatregel die genomen wordt in het belang van de openbare orde of de nationale veiligheid. Deze signalering wordt toegepast ten aanzien van de vreemdeling aan wie geen inreisverbod ex artikel 66a Vw kan worden opgelegd en op wie evenmin de maatregel ongewenstverklaring ex artikel 67 Vwvan toepassing is (zie A3/9.2.3)
De gronden die in artikel 66a, zevende lid, Vw worden genoemd voor het opleggen van een inreisverbod zijn vrijwel gelijk aan de gronden die in artikel 67 Vw zijn neergelegd om tot ongewenstverklaring over te gaan. Ten aanzien van de a-grond van artikel 67 Vw geldt dat overeenkomstig het geldende beleid voor de ongewenstverklaring in een dergelijke situatie ook een inreisverbod wordt opgelegd.
De gronden waarop een inreisverbod kan worden opgelegd staan vermeld in artikel 66a, eerste en tweede lid, Vw.
De gronden waarop een inreisverbod kan worden opgelegd staan vermeld in artikel 66a, eerste en tweede lid, Vw.
Op grond van artikel 66a, eerste lid, Vw krijgt een vreemdeling een inreisverbod indien:
De gronden uit artikel 66a, eerste lid, Vw zijn imperatief. Op grond van artikel 66a, achtste lid, Vw is het echter mogelijk om vanwege humanitaire of andere redenen af te zien van het uitvaardigen van een inreisverbod.
4.1. Inleiding
Hierbij kan gedacht worden aan een vreemdeling die een gevaar is voor de openbare orde, openbare veiligheid of nationale veiligheid, indien er redenen bestaan om in een dergelijk geval de vreemdeling – in afwijking van artikel 62, tweede lid, onder c Vw – een vertrektermijn te gunnen dan wel indien er redenen bestaan (de ratio van) artikel 64 Vw op hem van toepassing te achten.
De in artikel 66a, tweede lid neergelegde bevoegdheid wordt toegepast overeenkomstig het beleid zoals dat geldt ten aanzien van de ongewenstverklaring (paragraaf A5/10 Vc).
Op grond van artikel 66a, zesde lid, Vw kan de vreemdeling die een inreisverbod heeft ontvangen of die is gesignaleerd ter fine van weigering van de toegang geen rechtmatig verblijf hebben als bedoeld in artikel 8 Vw.
Uitzonderingen hierop zijn:
Door middel van artikel 66a, zevende lid, Vw wordt gewaarborgd dat de rechtsgevolgen van het inreisverbod voor het rechtmatig verblijf vergelijkbaar zijn met de gevolgen voor het rechtmatig verblijf in geval de vreemdeling ongewenst (ex art. 67 Vw 2000) zou zijn verklaard. Voor het overige is gewaarborgd dat het inreisverbod in vergelijkbare gevallen kan worden gegeven als waarin een ongewenstverklaring kan worden gegeven, doordat in het zevende lid de gronden voor de ongewenstverklaring, beschreven in artikel 67, eerste lid, onder b tot en met e, zijn overgenomen in artikel 66a, zevende lid, onderdelen a tot en met d. Ten aanzien van artikel 67, eerste lid, onder a, Vw geldt dat overeenkomstig het geldende beleid voor de ongewenstverklaring in een dergelijke situatie ook een inreisverbod wordt opgelegd. Voor een uitleg bij de onderdelen a, b en d van artikel 66a, zevende lid, Vw wordt verwezen naar A5/10.2 ad b tot en met e.
Het inreisverbod betekent dus dat behoudens genoemde uitzonderingen artikel 8 Vw niet van toepassing is. Dit heeft tot gevolg dat deze vreemdelingen – zolang het inreisverbod van kracht blijft – niet gedurende de ‘vrije termijn’ in Nederland mogen verblijven. Dit betekent ook dat in het kader van de grensbewaking aan deze vreemdelingen de toegang tot het grondgebied zal worden geweigerd. Evenmin is het hun toegestaan de behandeling van een reguliere aanvraag in Nederland af te wachten.
Vreemdelingen jegens wie een inreisverbod geldt en op wie artikel 66a, zevende lid, Vw niet van toepassing is, kunnen een verblijfsaanvraag indienen die verband houdt met een verblijfsdoel dat wordt genoemd in artikel. 6.5, tweede lid, Vb. Dit geldt ook verblijfsaanvragen voor gezinshereniging/-vorming en medische behandeling. Indien aan alle voorwaarden voor verblijf wordt voldaan, bestaat aanleiding het inreisverbod op te heffen.
4.5. De beslissing op de aanvraag en de signalering
De vreemdeling aan wie een inreisverbod is opgelegd, wordt gesignaleerd in (N)SIS (zie A3/9).
Het verblijf in en de illegale terugkeer naar Nederland van de vreemdeling, die een inreisverbod heeft gekregen, is strafbaar, omdat de vreemdeling zich daardoor schuldig maakt aan een overtreding of een misdrijf.
Het verblijf in en de illegale terugkeer naar Nederland van de vreemdeling, die een inreisverbod heeft gekregen, is strafbaar, omdat de vreemdeling zich daardoor schuldig maakt aan een overtreding of een misdrijf.
De vreemdeling die een inreisverbod heeft gekregen met toepassing van artikel 66a, lid 7 Vw, is strafbaar op grond van artikel 197 van het Wetboek van Strafrecht (misdrijf). Indien het inreisverbod is uitgevaardigd anders dan met toepassing van artikel 66a, lid 7, Vw, is de vreemdeling strafbaar op grond van artikel 108 Vw (overtreding).
3. Aan wie wordt geen inreisverbod opgelegd
5. Duur van het inreisverbod
Daarnaast wordt ook geen inreisverbod uitgevaardigd, als:
Een inreisverbod kan wel uitgevaardigd worden bij uitreis uit Nederland.
6.1. Inleiding
Een opgelegd inreisverbod staat niet in de weg aan inhoudelijke beoordeling van de asielaanvraag (zie A5/2.2). Beoordeling van asielgerelateerde aspecten, waaronder artikel 3 EVRM, vindt dan ook niet plaats in het kader van het inreisverbod. Dit uitgangspunt lijdt uitzondering indien de openbare orde aspecten die aan de vreemdeling worden tegengeworpen, zouden leiden tot weigering van de asielvergunning (zie C4/3.11). In dat geval kan inhoudelijke beoordeling van de asielaanvraag immers niet leiden tot vergunningverlening, zodat het in de rede ligt de aanspraken op vluchtelingschap of artikel 3 EVRM bij de beoordeling van het inreisverbod te betrekken. Toetsing vindt plaats overeenkomstig A5/10.4.4.
Ook wordt geen inreisverbod uitgevaardigd, indien het uitvaardigen van een inreisverbod een schending van artikel 8 EVRM betekent. Dit betekent dat bij het uitvaardigen van een inreisverbod rekening gehouden moet worden met artikel 8 EVRM aspecten (zie B2/10 Vc2000).
Als de vreemdeling in bovengenoemde situaties al eerder een inreisverbod is opgelegd, dan wordt dit inreisverbod inclusief de signalering opgeheven.
Het inreisverbodhoeft niet altijd gelijktijdig met het terugkeerbesluit gegeven te zijn. Het kan zijn dat het terugkeerbesluit al in het verleden aan de vreemdeling is gegeven, terwijl hij sindsdien geen gehoor heeft gegeven aan de uitvoering van zijn terugkeerbesluit. In die situatie wordt het terugkeerbesluit aangevuld met een inreisverbod.
5. Duur van het inreisverbod
Het inreisverbodhoeft niet altijd gelijktijdig met het terugkeerbesluit gegeven te zijn. Het kan zijn dat het terugkeerbesluit al in het verleden aan de vreemdeling is gegeven, terwijl hij sindsdien geen gehoor heeft gegeven aan de uitvoering van zijn terugkeerbesluit. In die situatie wordt het terugkeerbesluit aangevuld met een inreisverbod.
5. Duur van het inreisverbod
Op grond van artikel 66a, vierde lid, Vw, bedraagt de duur van een inreisverbod niet langer dan vijf jaren, tenzij het inreisverbod is gegeven op grond dat de vreemdeling naar het oordeel van de Minister voor Immigratie, Integratie en Asiel een ernstige bedreiging vormt van de openbare orde, openbare veiligheid of nationale veiligheid.
6. Procedurele aspecten
6.1. Inleiding
Met de vrijheidsstraf zoals bedoeld in artikel 6.5a Vb, wordt een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf bedoeld. Bij het bepalen van de duur van het inreisverbod worden de verschillende vrijheidsstraffen bij elkaar opgeteld.
Volgens artikel 6.5a, vierde lid, onder c, Vb bedraagt de duur van het inreisverbod ten hoogte vijf jaren indien het een vreemdeling betreft die reeds het onderwerp is geweest van meer dan één terugkeerbesluit. Van deze mogelijkheid wordt pas bij het uitvaardigen van een derde terugkeerbesluit gebruik gemaakt.
5.3. Inhoud van het verzoek
Het verzoek dient minimaal de volgende gegevens te bevatten:
Op grond van artikel 66a, achtste lid, Vw kan om humanitaire of andere redenen worden afgezien van het uitvaardigen van een inreisverbod. Daarom is het belangrijk dat de vreemdeling in staat gesteld wordt een reactie te geven op het voornemen om hem een inreisverbod op te leggen.
Een inreisverbod kan worden uitgevaardigd door de (HOvJ van de) vreemdelingenpolitie, de ZHP, de KMar en de IND.
In de volgende gevallen vaardigt de vreemdelingenpolitie, ZHP, KMar een inreisverbod uit:
Op grond van artikel 66a, achtste lid, Vw kan om humanitaire of andere redenen worden afgezien van het uitvaardigen van een inreisverbod. Daarom is het belangrijk dat de vreemdeling in staat gesteld wordt een reactie te geven op het voornemen om hem een inreisverbod op te leggen.
In de volgende gevallen vaardigt de vreemdelingenpolitie, ZHP, KMar een inreisverbod uit:
6.3.1. Algemeen
De vreemdelingenpolitie, ZHP, KMar en IND zijn bevoegd om een inreisverbod uit te vaardigen, tenzij zij van oordeel zijn dat er gronden aanwezig zijn om een inreisverbod te geven onder toepassing van artikel 66a, lid 7 Vw. In dat laatste geval wordt dat onmiddellijk na constatering daarvan kenbaar gemaakt aan de IND, hetzij middels een gemotiveerd voorstel (model M63), hetzij middels een ander gemotiveerd schrijven.
In de volgende gevallen vaardigt de vreemdelingenpolitie, ZHP, KMar een inreisverbod uit:
6.4.1. Gegevens
6.3.2. Voorbereiding
Nadat de vreemdelingenpolitie, ZHP, KMar de vreemdeling heeft geïnformeerd over het voornemen om een inreisverbod uit te vaardigen, wordt de vreemdeling overeenkomstig artikel 4:7 en 4:8 Awb in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen en daarbij feiten en omstandigheden naar voren te brengen die naar zijn mening bij de besluitvorming moeten worden betrokken (zie B1/9.7.2).
Van belang is ook dat de vreemdeling de strekking en de gevolgen van het op te leggen inreisverbod begrepen heeft en daarop zijn zienswijze heeft kunnen geven.
Uit de door de vreemdelingenpolitie, ZHP of de KMar aan de IND gezonden bescheiden dient duidelijk naar voren te komen of en hoe uitvoering is gegeven aan de hoorplicht ingevolge artikel 4:7 en 4:8 Awb. Bij voorkeur is de vreemdeling mondeling gehoord en is van het gehoor een proces-verbaal opgemaakt. Een vlotte en goede besluitvorming is ermee gediend dat bij een voorstel of advies aan de IND alle relevante feiten en omstandigheden met betrekking tot het mogelijke inreisverbod en eventueel de verblijfsbeëindiging zo uitvoerig mogelijk worden belicht (zie model M63).
6.3.5. Verzoek signalering in (N)SIS
In de beschikking worden ook de rechtsgevolgen opgenomen. Voor de beroepsmogelijkheden tegen een dergelijke beschikking wordt verwezen naar paragraaf 6.6.
Op het voorstel van de vreemdelingenpolitie, ZHP of KMar maakt de IND een beschikking tot uitvaardiging van een inreisverbod. In de beschikking worden ook de rechtsgevolgen opgenomen. Voor de beroepsmogelijkheden tegen een dergelijke beschikking wordt verwezen naar A5/6.6.
Zie voor de toepasselijke algemene regels voor het uitreiken van beschikkingen B1/9.7.7.1.
Zie voor de toepasselijke algemene regels voor het uitreiken van beschikkingen B1/9.7.7.
Middels de BVV wordt door VP, ZHP, KMar aan IND verzocht de vreemdeling in het (N)sis te signaleren.
Bij een voorstel tot het geven van een inreisverbod onder toepassing van artikel 66a, lid 7, Vw worden in ieder geval alle gegevens en bescheiden (zoals afschriften processen-verbaal en dergelijke) die voor de beoordeling van de zaak van belang kunnen zijn, naar de IND gezonden. Het verdient aanbeveling dat de vreemdelingenpolitie, ZHP of de KMar, in een zo vroeg mogelijk stadium berichten omtrent de antecedenten van de vreemdeling en dat zij niet wachten tot de invrijheidsstelling van de vreemdeling aanstaande is. Ten behoeve van de afstemming tussen de betrokken ketenpartners zijn in dit kader werkafspraken vastgelegd in het protocol VRIS (zie A4/10.1).
Kan uitreiking van de beschikking aan de vreemdeling in persoon niet plaatsvinden, dan wordt deze per aangetekende brief gezonden aan zijn laatst bekende adres, wordt een afschrift aan de gemachtigde gezonden, zo die er is, en vindt tevens mededeling van de beschikking in de Stcrt plaats (zie artikel 66a, vijfde lid, Vw).
Bij een voorstel tot het geven van een inreisverbod onder toepassing van artikel 66a, lid 7, Vw worden in ieder geval alle gegevens en bescheiden (zoals afschriften processen-verbaal en dergelijke) die voor de beoordeling van de zaak van belang kunnen zijn, naar de IND gezonden. Het verdient aanbeveling dat de vreemdelingenpolitie, ZHP of de KMar, in een zo vroeg mogelijk stadium berichten omtrent de antecedenten van de vreemdeling en dat zij niet wachten tot de invrijheidsstelling van de vreemdeling aanstaande is. Ten behoeve van de afstemming tussen de betrokken ketenpartners zijn in dit kader werkafspraken vastgelegd in het protocol VRIS (zie A4/10.1).
Uit de door de vreemdelingenpolitie, ZHP of de KMar aan de IND gezonden bescheiden dient duidelijk naar voren te komen of en hoe uitvoering is gegeven aan de hoorplicht ingevolge artikel 4:7 en 4:8 Awb. Bij voorkeur is de vreemdeling mondeling gehoord en is van het gehoor een proces-verbaal opgemaakt. Een vlotte en goede besluitvorming is ermee gediend dat bij een voorstel of advies aan de IND alle relevante feiten en omstandigheden met betrekking tot het mogelijke inreisverbod en eventueel de verblijfsbeëindiging zo uitvoerig mogelijk worden belicht (zie model M63).
Nadat de vreemdelingenpolitie, ZHP of KMar de vreemdeling heeft geïnformeerd over het voornemen om een inreisverbod uit te vaardigen, wordt de vreemdeling overeenkomstig artikel 4:7 en 4:8 Awb in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen en daarbij feiten en omstandigheden naar voren te brengen die naar zijn mening bij de besluitvorming moeten worden betrokken (zie B1/9.7.2).
Uit de door de vreemdelingenpolitie, ZHP of de KMar aan de IND gezonden bescheiden dient duidelijk naar voren te komen of en hoe uitvoering is gegeven aan de hoorplicht ingevolge artikel 4:7 en 4:8 Awb. Bij voorkeur is de vreemdeling mondeling gehoord en is van het gehoor een proces-verbaal opgemaakt. Een vlotte en goede besluitvorming is ermee gediend dat bij een voorstel of advies aan de IND alle relevante feiten en omstandigheden met betrekking tot het mogelijke inreisverbod en eventueel de verblijfsbeëindiging zo uitvoerig mogelijk worden belicht (zie model M63).
Naast de vreemdelingenpolitie, ZHP of de KMar kan ook de IND uitvoering geven aan de hoorplicht. Hierbij valt te denken aan de situatie waarin bij de afhandeling van een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning regulier een inbreuk op de openbare orde wordt geconstateerd, welke dermate ernstig is dat een inreisverbod ex artikel 66a, lid 7 Vw is geïndiceerd. Het vorenstaande laat onverlet dat er situaties kunnen zijn, waarin horen door de vreemdelingenpolitie, ZHP of de KMar desalniettemin meer voor de hand ligt.
6.4.3. De beschikking
6.4.3. Inhoud van de aanvraag
Het origineel van deze beschikking wordt aan de vreemdeling in persoon uitgereikt door de vreemdelingenpolitie, ZHP of de KMar. Van deze uitreiking wordt door de vreemdelingenpolitie, ZHP of de KMar een proces-verbaal opgemaakt. Bij de uitreiking van (het afschrift van) de beschikking wordt voor de betrokkene in begrijpelijke taal uitleg gegeven met betrekking tot de gevolgen van het inreisverbod en het overtreden ervan.
Zie voor de toepasselijke algemene regels voor het uitreiken van beschikkingen B1/9.7.7.1.
6.4.5. Signalering in het (N)SIS
Na uitreiking van de beschikking draagt de IND zorg voor het signaleren van de vreemdeling in het (N)SIS.
Indien zodanige gemachtigde er niet is, niet bekend is, of stelt niet of niet langer gemachtigde te zijn, wordt volstaan met de bekendmaking van de beschikking door mededeling ervan in de Stcrt.
In aanvulling op paragraaf 6.4.4 kan ook de IND het origineel van de beschikking in persoon aan de vreemdeling uitreiken. Bij de uitreiking van (het afschrift van) de beschikking wordt voor de betrokkene in begrijpelijke taal uitleg gegeven met betrekking tot de gevolgen van het inreisverbod en het overtreden ervan.
Naast een inreisverbod op voorstel van de vreemdelingenpolitie, ZHP of KMar, kan de IND ook zelfstandig een inreisverbod opleggen.
Dit kan bijvoorbeeld indien de informatie zoals vermeld in paragraaf 6.4 bij de IND bekend is geworden in het kader van de behandeling van een verblijfsaanvraag, intrekking of niet-verlenging van een verblijfsvergunning.
Daarnaast kan de IND een inreisverbod geven in een meeromvattende beschikking, indien:
4.3.1. Het doel
De IND draagt er dan wel zorg voor toepassing te geven aan hetgeen gesteld is in paragraaf 6.4.2. Indien overwogen wordt om een inreisverbod te geven bij de afwijzing van een asielaanvraag, dan kan het voornemen tot het geven van een inreisverbod worden meegenomen in de voornemenprocedure.
Daarnaast kan de IND een inreisverbod geven in een meeromvattende beschikking, indien:
Zie voor de toepasselijke algemene regels voor het uitreiken van beschikkingen B1/9.7.7.1.
Het indienen van een bezwaarschrift of beroepschrift leidt er niet toe dat de werking van de beschikking hangende de behandeling van het bezwaar of beroepsschrift wordt opgeschort. De beschikking heeft dus onmiddellijke werking (zie artikel 6:16 Awb).
Op grond van artikel 75, onder c, Vw staat tegen een terugkeerbesluit dat wordt aangevuld met een inreisverbod beroep open bij de rechtbank ’s-Gravenhage (de vreemdelingenkamer). Het indienen van een beroepschrift leidt er niet toe dat de werking van de beschikking hangende de behandeling van het beroepsschrift wordt opgeschort. De beschikking heeft dus onmiddellijke werking (zie artikel 6:16 Awb).
Indien het inreisverbod deel uitmaakt van een meeromvattende beschikking in een toelatingsprocedure wordt de bezwaar- en/of beroepsmogelijkheid gevolgd van de hoofdprocedure.
6.7. Stellen van aantekeningen
Een aantekening over het inreisverbod wordt in het document voor grensoverschrijding van de vreemdeling gesteld, indien naar het oordeel van de Korpschef of (Commandant der) KMar gegronde reden bestaat om te vermoeden dat de vreemdeling zal proberen naar één van de Schengenlanden terug te keren. In het kader van de grensbewaking is de ambtenaar belast met grensbewaking bevoegd een aantekening te stellen in het reisdocument van de vreemdeling omtrent de reden van weigering toegang in verband met het inreisverbod, zie artikel 4.29, eerste lid, aanhef en onder j, Vb.
6.6. Bezwaar en beroep
Indien zodanige gemachtigde er niet is, niet bekend is, of stelt niet of niet langer gemachtigde te zijn, wordt volstaan met de bekendmaking van de beschikking door mededeling ervan in de Stcrt.
6.6. Bezwaar en beroep
Op grond van artikel 75, onder c, Vw staat tegen een terugkeerbesluit dat wordt aangevuld met een inreisverbod beroep open bij de rechtbank ’s-Gravenhage (de vreemdelingenkamer). Het indienen van een beroepschrift leidt er niet toe dat de werking van de beschikking hangende de behandeling van het beroepsschrift wordt opgeschort. De beschikking heeft dus onmiddellijke werking (zie artikel 6:16 Awb).
Een opgelegde maatregel tot plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis (zie artikel 37 WvSr) of in een inrichting voor de opvang van verslaafden (zie artikel 38m WvSr) dan wel een inrichting voor jeugdigen (zie artikel 77h, vierde lid, onder a WvSr) alsook ter beschikkingstelling (zie artikel 37a WvSr) worden tot de vrijheidsontnemende maatregelen gerekend.
6.7. Stellen van aantekeningen
Om te kunnen spreken van gevaar voor de nationale veiligheid is geen strafrechtelijke veroordeling vereist. Wel dienen er concrete aanwijzingen te zijn dat de vreemdeling een gevaar vormt voor de nationale veiligheid. Bij het bestaan van concrete aanwijzingen dient in de eerste plaats te worden gedacht aan een ambtsbericht van de AIVD. In voorkomende gevallen kan echter ook worden uitgegaan van een ambtsbericht van onder andere de Dienst IPOL, (inter)nationale) ministeries of inlichtingendiensten.
7.1. Algemeen
7. Opheffing of tijdelijke opheffing van het inreisverbod
Op grond van artikel 3.103b, eerste lid, Vb wordt een inreisverbod geregistreerd in het Schengen Informatiesysteem. Hiervoor wordt verder verwezen naar A3/9.
Ingevolge artikel 66b, eerste lid, Vw kan ambtshalve dan wel op aanvraag worden beslist tot opheffing of tijdelijke opheffing van het inreisverbod. De redenen voor een mogelijke opheffing staan beschreven in artikel 6.5b Vb.
Daarnaast worden ook in artikel 6.5, tweede lid, Vb redenen genoemd, die tot opheffen van een inreisverbod kunnen leiden.
Een taakstraf is ofwel een werkstraf (het verrichten van onbetaalde arbeid ten algemene nutte) ofwel een leerstraf (het volgen van een leertraject) dan wel een combinatie van beide. De taakstraf komt in plaats van een gevangenisstraf. In geval van een veroordeling tot een taakstraf wordt de duur van de door de rechter bepaalde vervangende hechtenis als uitgangspunt genomen. Dit betekent dat, met inachtneming van het bovenstaande, de taakstraf wordt tegengeworpen ongeacht de duur van de taakstraf (zie de artikelen 22, c en d, WvSr).
De aanvraag om opheffing van het inreisverbod wordt ingediend bij de IND, wordt ondertekend en bevat ten minste de naam en het volledige adres van de vreemdeling, de dagtekening en de aanduiding dat verzocht wordt om opheffing van de maatregel van het inreisverbod (zieA5/4).
De door een vreemdeling, aan wie een inreisverbod is uitgevaardigd, ingediende aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd of onbepaalde tijd wordt niet ambtshalve aangemerkt als aanvraag om opheffing van het inreisverbod.
Indien het voornemen bestaat een uitzondering te maken op a – c vindt overleg tussen de inbewaringstellende instantie en de DT&V plaats.
7.1. Algemeen
Ingevolge artikel 66b, eerste lid, Vw kan ambtshalve dan wel op aanvraag worden beslist tot opheffing of tijdelijke opheffing van het inreisverbod. De redenen voor een mogelijke opheffing staan beschreven in artikel 6.5b Vb.
7.4.1. Algemeen
De aanvraag tot opheffing van het inreisverbod wordt afgewezen, indien de gegevens bedoeld in artikel 6.5b Vb niet zijn aangeleverd of indien blijkt dat niet wordt voldaan aan de voorwaarden genoemd in artikel 6.5b Vb.
Tevens geldt dat op grond van artikel 6.5, tweede lid, Vb, het inreisverbod wordt opgeheven, indien zich een van de gevallen uit het tweede lid van artikel 6.5 Vb voordoet, tenzij er sprake van is dat een vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde, de openbare veiligheid of de nationale veiligheid (artikel 6.5, vierde lid, Vb)
7.3. De inhoud van de aanvraag
In voorkomende gevallen kan ook worden uitgegaan van een ambtsbericht van onder andere (buitenlandse) ministeries of inlichtingendiensten.
Een verzoek om opheffing van een inreisverbod dat is gegeven op grond van een ernstig gevaar voor de nationale veiligheid, als bedoeld in artikel 6.5a, zesde lid, Vb, kan alleen worden ingewilligd indien de vreemdeling sinds het inreisverbod en het vertrek uit Nederland ten minste tien achtereenvolgende jaren buiten Nederland heeft verbleven. Indien op grond van een ambtsbericht van de AIVD kan worden vastgesteld dat de vreemdeling nog steeds een ernstig gevaar vormt voor de nationale veiligheid, dan zal het inreisverbod worden gehandhaafd door het te verlengen. De signalering wordt in dat geval gehandhaafd.
In voorkomende gevallen kan ook worden uitgegaan van een ambtsbericht van onder andere (buitenlandse) ministeries of inlichtingendiensten.
Indien de aanvraag wordt ingewilligd, wordt de signalering uit de systemen verwijderd (zie A3/9.2).
De IND beslist op een aanvraag om opheffing van het inreisverbod. Indien de aanvraag niet wordt ingewilligd kan de vreemdeling of zijn gemachtigde hiertegen beroep instellen bij de rechtbank.
Aangezien een wettelijke beslistermijn ontbreekt, wordt een beschikking op een aanvraag om opheffing van het inreisverbod binnen een redelijke termijn gegeven. Deze termijn wordt gesteld op acht weken. Indien een beschikking niet binnen acht weken kan worden gegeven, deelt de IND dit binnen deze termijn aan de aanvrager mede en noemt de IND een termijn waarbinnen de beslissing alsnog tegemoet kan worden gezien. Verwezen wordt naar art. 4:13-4:15 Awb.
Indien de aanvraag wordt ingewilligd, wordt de signalering uit de systemen verwijderd (zie A3/9.2).
Een verzoek om opheffing van een inreisverbod dat is gegeven op grond van een ernstig gevaar voor de nationale veiligheid, als bedoeld in artikel 6.5a, zesde lid, Vb, kan alleen worden ingewilligd indien de vreemdeling sinds het inreisverbod en het vertrek uit Nederland ten minste tien achtereenvolgende jaren buiten Nederland heeft verbleven. Indien op grond van een ambtsbericht van de AIVD kan worden vastgesteld dat de vreemdeling nog steeds een ernstig gevaar vormt voor de nationale veiligheid, dan zal het inreisverbod worden gehandhaafd door het te verlengen. De signalering wordt in dat geval gehandhaafd.
2.2. Het doel
Paragraaf 10.5 is van overeenkomstige toepassing
9. EU-/EER-onderdanen, Zwitserse onderdanen en familieleden
Het inreisverbod is niet van toepassing op:
10. Ongewenstverklaring
2.5. De vorm
De ongewenstverklaring betekent tevens dat artikel 8 Vw niet van toepassing is. Dit heeft tot gevolg dat deze vreemdelingen – zolang de ongewenstverklaring van kracht blijft – niet gedurende de ‘vrije termijn’ in Nederland mogen verblijven en geen andere titel tot verblijf kunnen verkrijgen. Dit betekent tevens dat in het kader van de grensbewaking aan deze vreemdelingen de toegang tot het grondgebied zal worden geweigerd. Evenmin is het hun toegestaan de behandeling van een aanvraag in Nederland af te wachten. Tevens kan naar aanleiding van de ongewenstverklaring, de vreemdeling als ongewenst worden gesignaleerd in het OPS of (N)SIS (zie A3/9).
10.2. Gronden voor ongewenstverklaring
Door de ongewenstverklaring wordt het verblijf in en illegale terugkeer naar Nederland van de vreemdeling strafbaar. Een vreemdeling die in Nederland verblijft, terwijl hij weet of ernstige redenen heeft om te vermoeden dat hij tot ongewenste vreemdeling is verklaard, maakt zich schuldig aan een misdrijf (zie artikel 197 WvSr).
9. EU-/EER-onderdanen, Zwitserse onderdanen en familieleden
In weerwil van hetgeen in artikel 67, derde lid Vw is bepaald, heeft een vreemdeling die ongewenst is verklaard rechtmatig verblijf indien hij een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 28 Vw heeft ingediend (of te kennen heeft gegeven een dergelijke aanvraag in te willen dienen) zolang op die aanvraag nog niet is beslist.
10.2. Gronden voor ongewenstverklaring
De vreemdeling kan ongewenst worden verklaard (zie artikel 67 Vw):
10.1. Inleiding
Nadat de vreemdeling tweemaal een bij artikel 108 van de Vw strafbaar gesteld feit heeft begaan, wordt zijn ongewenstverklaring voorgesteld aan de hand van de opgemaakte processen-verbaal. Het kan bijvoorbeeld, maar niet uitsluitend, betreffen overtredingen van de artikelen 4.37, 4.38 en 4.39 Vb.
10.2. Gronden voor ongewenstverklaring
Indien een vreemdeling terbeschikking is gesteld (zie artikel 37a WvSr) kan dit met zich meebrengen dat het verblijfsrecht eerst bij verlenging van die maatregel met toepassing van de glijdende schaal kan worden beëindigd en tot ongewenstverklaring kan worden overgegaan. De verlenging kan immers betekenen dat wordt voldaan aan de betreffende norm van artikel 3.86, tweede lid, Vb. Zo spoedig mogelijk nadat een rechterlijk vonnis waarin verlenging van de TBS-maatregel is uitgesproken onherroepelijk is geworden zal (opnieuw) worden beoordeeld of tot ongewenstverklaring kan worden overgegaan.
Het betreft hier vreemdelingen die niet rechtmatig op grond van een verblijfsvergunning noch op basis van het Gemeenschapsrecht, de Overeenkomst EG-Zwitserland of het Associatiebesluit 1/80 hier te lande verblijven. Niet is vereist dat deze vreemdelingen zich feitelijk in Nederland bevinden.
Ten aanzien van deze grond vallen drie categorieën te onderscheiden:
2.7. De duur
3. Verblijf
Het is niet vereist dat de uitspraak of strafbeschikking waarbij de vreemdeling is veroordeeld wegens een misdrijf onherroepelijk is geworden.
Om te kunnen spreken van gevaar voor de nationale veiligheid is geen strafrechtelijke veroordeling vereist. Wel dienen er concrete aanwijzingen te zijn dat de vreemdeling een gevaar vormt voor de nationale veiligheid. Bij het bestaan van concrete aanwijzingen dient in de eerste plaats te worden gedacht aan een ambtsbericht van de AIVD. In voorkomende gevallen kan echter ook worden uitgegaan van een ambtsbericht van onder andere de Dienst IPOL, ((inter)nationale) ministeries of inlichtingendiensten.
Voor zover deze vreemdelingen een aanvraag indienen of hebben ingediend tot het verlenen van een verblijfsvergunning of afgifte van een mvv, wordt die aanvraag afgewezen (zie B1/4.4.1).
3.2. Het doel
Een vreemdeling die buiten de rechtsmacht van Nederland een ernstig misdrijf heeft begaan, kan in het belang van de internationale betrekkingen van Nederland ongewenst worden verklaard. Hierbij kan worden gedacht aan de vreemdelingen van wie het verblijf is geweigerd dan wel is beëindigd op grond van artikel 1F Vluchtelingenverdrag.
Bij de toepassing van artikel 67 Vw worden de persoonlijke belangen van de vreemdeling zorgvuldig afgewogen tegen het algemene belang, dat uit een oogpunt van openbare orde met de ongewenstverklaring is gediend.
Indien wordt overgegaan tot ongewenstverklaring van een vreemdeling is, ook bij eerste toelating – tenzij ook de gezinsleden Nederland (moeten) hebben verlaten – steeds sprake van inmenging.
Daarbij wordt beoordeeld of die inmenging gerechtvaardigd is op grond van artikel 8, tweede lid, EVRM. Hiertoe wordt een belangenafweging gemaakt tussen het belang van de vreemdeling en het belang van de Staat. De omstandigheden die bij deze belangenafweging worden betrokken zijn opgenomen in B2/10.2.3.
Voor zover deze vreemdelingen een aanvraag indienen of hebben ingediend tot het verlenen van een verblijfsvergunning of afgifte van een mvv, wordt die aanvraag afgewezen (zie B1/4.4.1).
Een vreemdeling die in één van de Benelux- of Schengenstaten ongewenst is verklaard, kan op een met redenen omkleed verzoek van één der lidstaten ook voor de andere lidstaten ongewenst worden verklaard.
3.4. De toepassing
Het verdient aanbeveling dat de vreemdelingenpolitie of de KMar, in een zo vroeg mogelijk stadium bericht omtrent de antecedenten van de vreemdeling en dat zij niet wachten tot de invrijheidsstelling van de vreemdeling aanstaande is. Ten behoeve van de afstemming tussen de betrokken ketenpartners zijn in dit kader werkafspraken vastgelegd in het protocol VRIS (zie A4/10.1).
10.3.2. Voorbereiding
10.3.1. Indienen van een voorstel
Aan de hoorplicht ingevolge de Awb wordt in beginsel door de vreemdelingenpolitie uitvoering gegeven.
De vreemdelingenpolitie of de KMar geeft in ieder geval uitvoering aan de hoorplicht indien
10.3.2. Voorbereiding
Door de vreemdeling genoemde personen, die volgens zijn verklaring iets in zijn voordeel zouden kunnen aanvoeren, moeten zoveel mogelijk (schriftelijk) worden gehoord. Een vlotte en goede besluitvorming is ermee gediend dat bij een voorstel of advies tot verblijfsbeëindiging tevens aan de IND alle relevante feiten en omstandigheden met betrekking tot de mogelijke ongewenstverklaring zo uitvoerig mogelijk worden belicht (zie model M63).
10.3.2. Voorbereiding
Overeenkomstig artikel 4:7 en 4:8 Awb wordt de vreemdeling in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen en daarbij feiten en omstandigheden naar voren te brengen die naar zijn mening bij de besluitvorming moeten worden betrokken (zie B1/9.7.2).
Zie voor de toepasselijke algemene regels voor het uitreiken van beschikkingen B1/9.7.7.1.
De vreemdelingenpolitie of de KMar geeft in ieder geval uitvoering aan de hoorplicht indien
10.3.4. Bezwaar en beroep
Door de vreemdeling genoemde personen, die volgens zijn verklaring iets in zijn voordeel zouden kunnen aanvoeren, moeten zoveel mogelijk (schriftelijk) worden gehoord. Een vlotte en goede besluitvorming is ermee gediend dat bij een voorstel of advies tot verblijfsbeëindiging tevens aan de IND alle relevante feiten en omstandigheden met betrekking tot de mogelijke ongewenstverklaring zo uitvoerig mogelijk worden belicht (zie model M63).
Het indienen van een bezwaarschrift leidt er niet toe dat de werking van de beschikking hangende de behandeling van het bezwaarschrift wordt opgeschort. De beschikking heeft dus onmiddellijke werking (zie artikel 6:16 Awb).
10.3.6. Stellen van aantekeningen
10.3.6. Stellen van aantekeningen
Het stellen van een dergelijke aantekening kan onder omstandigheden gevolgen hebben voor de doorreis of toelating tot een derde land. Indien door deze aantekening de doorreis van de vreemdeling door, of diens toelating tot, een derde land zou worden bemoeilijkt, mag de aantekening omtrent ongewenstverklaring niet in het document voor grensoverschrijding worden aangetekend (zie artikel 4.34, derde lid, Vb). De hier bedoelde aantekening luidt: ‘ongewenst verklaard op (datum beschikking Minister)’. Aantekeningen mogen nimmer worden geplaatst in de grensoverschrijdingsdocumenten of identiteitsbewijzen van asielzoekers (zie A3/5.2.1).
Van deze uitreiking wordt door de vreemdelingenpolitie of de KMar een proces-verbaal opgemaakt. Bij de uitreiking van (het afschrift van) de beschikking wordt door de vreemdelingenpolitie of de KMar tevens een brochure in een voor de betrokkene begrijpelijke taal met betrekking tot de ongewenstverklaring ex artikel 67 Vw verstrekt. Dezelfde dag wordt een afschrift van de beschikking gezonden aan de gemachtigde, zo er een gemachtigde is.
Voor wat betreft de signalering van de ongewenstverklaring ex artikel 67 Vw in de systemen wordt verwezen naar A3/9.2.
Indien uitreiking van de beschikking aan de vreemdeling in persoon niet kan plaatsvinden en bekend is dat de vreemdeling niet langer op het laatst bekende adres woont, wordt de beschikking – met de brochure – aan de in Nederland kantoor houdende gemachtigde gezonden, zo die er is en wordt van de beschikking mededeling gedaan in de Stcrt.
Indien zodanige gemachtigde er niet is, niet bekend is, of stelt niet of niet langer gemachtigde te zijn, wordt volstaan met de bekendmaking van de beschikking door mededeling ervan in de Stcrt.
10.3.4. Bezwaar en beroep
De ongewenstverklaring wordt op verzoek in ieder geval opgeheven indien er sinds de ongewenstverklaring en het vertrek van de vreemdeling tien jaren (een geweldsdelict, een opiumdelict of een misdrijf waartegen een gevangenisstraf van meer dan zes jaren is bedreigd), vijf jaren (ingeval van een ander misdrijf), of één jaar (ingeval van het bij herhaling begaan van een bij de Vw strafbaar gesteld feit) is verstreken en de vreemdeling gedurende die periode niet aan strafvervolging ter zake van een misdrijf is onderworpen.
Bij de vaststelling van de bovengrens is er vanuit gegaan dat na het verstrijken van de termijn het gevaar voor de openbare orde of nationale veiligheid (in aanvaardbare mate) is geweken dan wel dat het algemeen belang van de Staat, dat is gediend met de bescherming van de openbare orde en het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten, in redelijkheid dient te wijken voor het persoonlijk belang van de vreemdeling.
5.2.1. De bevoegdheid
10.3.6. Stellen van aantekeningen
Een verzoek om opheffing van een ongewenstverklaring op grond van een gevaar voor de nationale veiligheid kan alleen worden ingewilligd indien de vreemdeling sinds de ongewenstverklaring en het vertrek uit Nederland ten minste tien achtereenvolgende jaren buiten Nederland heeft verbleven. Indien op grond van een ambtsbericht van de AIVD kan worden vastgesteld dat de vreemdeling nog steeds een gevaar vormt voor de nationale veiligheid, dan zal de ongewenstverklaring worden gehandhaafd.
In voorkomende gevallen kan ook worden uitgegaan van een ambtsbericht van onder andere (buitenlandse) ministeries of inlichtingendiensten.
10.3.7. Signalering in verband met de ongewenstverklaring
Voor wat betreft de signalering van de ongewenstverklaring ex artikel 67 Vw in de systemen wordt verwezen naar A3/9.2.
De aanvraag om opheffing van de ongewenstverklaring wordt ingediend bij de IND, wordt ondertekend en bevat ten minste de naam en het volledige adres van de vreemdeling, de dagtekening en de aanduiding dat verzocht wordt om opheffing van de maatregel van ongewenstverklaring (zie A5/4).
De aanvraag om opheffing van de ongewenstverklaring wordt ingediend bij de IND, wordt ondertekend en bevat ten minste de naam en het volledige adres van de vreemdeling, de dagtekening en de aanduiding dat verzocht wordt om opheffing van de maatregel van ongewenstverklaring (zie A5/4).
Bij de aanvraag dient de vreemdeling in ieder geval de volgende informatie te leveren (zie artikel 6.6 vierde lid, Vb):
5.1. Het doel van de maatregelen van artikel 57, 58 en 59 Vw
Bij de vaststelling van de bovengrens is er vanuit gegaan dat na het verstrijken van de termijn het gevaar voor de openbare orde of nationale veiligheid (in aanvaardbare mate) is geweken dan wel dat het algemeen belang van de Staat, dat is gediend met de bescherming van de openbare orde en het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten, in redelijkheid dient te wijken voor het persoonlijk belang van de vreemdeling.
Als uitgangspunt geldt dat slechts in de volgende drie situaties gesproken kan worden van bijzondere feiten en omstandigheden, die mogelijk een opheffing van de ongewenstverklaring rechtvaardigen:
De bijzondere feiten en omstandigheden zijn gelegen in het recht om hier te lande het familie- en gezinsleven als bedoeld in artikel 8 EVRM te kunnen uitoefenen.
In het geval de ongewenstverklaarde vreemdeling in Nederland wenst te verblijven bij familie- en gezinsleden waarvan één of meer rechtmatig verblijf hebben, wordt beoordeeld of het niet-opheffen van de ongewenstverklaring strijdig is met artikel 8 EVRM. Dit betekent dat beoordeeld wordt of op de Nederlandse Staat de verplichting rust om het bestaand familie- en gezinsleven hier te lande mogelijk te maken.
10.4.2. De vorm van de aanvraag
Nu bovenstaande omstandigheden reeds betrokken zijn bij de beoordeling of betrokkene ongewenst kon worden verklaard, en hieraan niet in de weg hebben gestaan, wordt bij de beoordeling omtrent de aanvraag om opheffing van de ongewenstverklaring gekeken of er een wijziging in deze omstandigheden is opgetreden. Immers, indien er geen wijziging is in de feiten en omstandigheden ten opzichte van de datum van de in rechte onaantastbare beschikking tot ongewenstverklaring, kan in redelijkheid niet worden gezegd dat er aan het verzoek om opheffing van de ongewenstverklaring bijzondere feiten en omstandigheden ten grondslag liggen.
Als sprake is van gewijzigde feiten en omstandigheden, wordt vervolgens beoordeeld of deze feiten en omstandigheden bijzonder zijn. Hiervan is sprake als aan het persoonlijk belang van de ongewenstverklaarde vreemdeling bij familie- en gezinsleven hier te lande in redelijkheid meer gewicht toegekend dient te worden dan aan het algemeen belang van de Staat, dat is gediend met de bescherming van de openbare orde en het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten. Dit kan bijvoorbeeld gelegen zijn in een objectieve belemmering om de wijze waarop het familie- en gezinsleven gedurende de ongewenstverklaring wordt uitgeoefend voort te zetten (zie B2/13.2.3.4). Bij de beoordeling van de aangevoerde gewijzigde feiten en omstandigheden op hun bijzonderheid, wordt altijd de duur van het verblijf buiten Nederland afgezet tegen de duur van de opgelegde ongewenstverklaring.
Indien een ongewenst verklaarde vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat hij gegronde redenen heeft om aan te nemen dat juist hij bij terugkeer naar zijn land van herkomst een reëel risico loopt om te worden onderworpen aan een behandeling in de zin van artikel 3 EVRM, dan wel artikel 3 Antifolterverdrag, zal hij niet worden uitgezet naar het land van herkomst. Bij de beoordeling wordt het bepaalde in C2/3 betrokken.
10.4.3. De inhoud van de aanvraag
In deze gevallen wordt bij het nemen van het besluit beoordeeld:
De term duurzaam onder a. houdt ten eerste in dat de vreemdeling zich op het moment dat het besluit wordt genomen reeds gedurende tien jaren zonder verblijfsvergunning in Nederland in de situatie bevindt dat hij wegens schending van artikel 3 EVRM niet kan worden uitgezet, te rekenen vanaf datum eerste asielaanvraag. De term duurzaam houdt verder in dat er geen vooruitzicht is op verandering in deze situatie binnen niet al te lange termijn. Voor een positieve beantwoording van de vraag onder a. dient de vreemdeling tot slot aannemelijk te hebben gemaakt dat vertrek naar een ander land dan het land van herkomst ondanks voldoende inspanningen van de vreemdeling om te voldoen aan zijn vertrekplicht niet mogelijk is.
Indien de toets onder a. leidt tot een bevestigend antwoord, kan dit leiden tot de proportionaliteitstoets onder b. Hiervoor dient de vreemdeling aannemelijk te hebben gemaakt dat hij zich in Nederland in een uitzonderlijke situatie bevindt. Aan de hand van deze door de vreemdeling aangedragen elementen wordt beoordeeld of het handhaven van de ongewenstverklaring disproportioneel is.
5.3.1. Het doel
5.2.3. De tenuitvoerlegging
Instandhouding van de ongewenstverklaring, terwijl de vreemdeling op grond van deze bepalingen in aanmerking zou komen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, zou een schending opleveren van Richtlijn 2004/83/EG.
10.4.5. De beslissing op de aanvraag en de signalering
De IND beslist op een aanvraag om opheffing van de ongewenstverklaring. Indien de aanvraag niet wordt ingewilligd kan de vreemdeling of zijn gemachtigde hiertegen bezwaar maken. Indien de aanvraag wordt ingewilligd wordt de signalering “ONGEW” uit de systemen verwijderd (zie A3/9.2).
Als sprake is van gewijzigde feiten en omstandigheden, wordt vervolgens beoordeeld of deze feiten en omstandigheden bijzonder zijn. Hiervan is sprake als aan het persoonlijk belang van de ongewenstverklaarde vreemdeling bij familie- en gezinsleven hier te lande in redelijkheid meer gewicht toegekend dient te worden dan aan het algemeen belang van de Staat, dat is gediend met de bescherming van de openbare orde en het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten. Dit kan bijvoorbeeld gelegen zijn in een objectieve belemmering om de wijze waarop het familie- en gezinsleven gedurende de ongewenstverklaring wordt uitgeoefend voort te zetten (zie B2/13.2.3.4). Bij de beoordeling van de aangevoerde gewijzigde feiten en omstandigheden op hun bijzonderheid, wordt altijd de duur van het verblijf buiten Nederland afgezet tegen de duur van de opgelegde ongewenstverklaring.
10.5.1. Inleiding
Tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring ingevolge artikel 6.7 Vb kan slechts plaatsvinden in zeer uitzonderlijke en dringende gevallen. Aan de tijdelijke opheffing worden voorwaarden gesteld omtrent de plaats van binnenkomst en de duur van het verblijf in Nederland.
10.5.2. Vorm van het verzoek
Een verzoek tot tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring dient schriftelijk bij de IND te worden ingediend. Het dient afkomstig te zijn van de vreemdeling zelf, van zijn gemachtigde, of van een instantie die stelt een bijzonder belang te hebben bij de komst van betrokkene naar Nederland. In het laatste geval kan bijvoorbeeld worden gedacht aan het OM of een internationaal straftribunaal. Als het verzoek wordt ingediend door het OM dient het te zijn ondertekend door een Hoofdofficier van Justitie. In het geval van bijvoorbeeld een internationaal straftribunaal moet de ondertekening geschieden door iemand van het niveau van een Hoofdofficier van Justitie. Ook een rechter kan een verzoek ondertekenen om tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring.
Indien de toets onder a. leidt tot een bevestigend antwoord, kan dit leiden tot de proportionaliteitstoets onder b. Hiervoor dient de vreemdeling aannemelijk te hebben gemaakt dat hij zich in Nederland in een uitzonderlijke situatie bevindt. Aan de hand van deze door de vreemdeling aangedragen elementen wordt beoordeeld of het handhaven van de ongewenstverklaring disproportioneel is.
Het verzoek dient minimaal de volgende gegevens te bevatten:
Indien een ongewenstverklaarde vreemdeling een asielaanvraag indient en aannemelijk maakt dat hij verdragsvluchteling is, dan wel dat hij bij terugkeer een reëel risico loopt om te worden onderworpen aan een behandeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, onder b, Vw, moet de ongewenstverklaring worden opgeheven en aan hem op grond van artikel 3.105b Vb, respectievelijk artikel 3.105e Vb, een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd worden verleend. Dit is slechts dan niet van toepassing als de vreemdeling zich heeft schuldig gemaakt aan openbare-ordeverstoringen als omschreven in voornoemde bepalingen of als artikel 1F Vluchtelingenverdrag van toepassing is.
10.5.4. Beoordeling van het verzoek
In onderstaande, niet uitputtende lijst, zijn verblijfsdoelen weergegeven die kunnen leiden tot tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring. De bewijslast voor het aannemelijk maken van zijn verblijfsdoel ligt bij de vreemdeling. Voor alle omstandigheden geldt dat de vreemdeling na afloop onverwijld Nederland dient te verlaten.
10.5.5. Voorwaarden aan de tijdelijke opheffing
Aan de overkomst van de vreemdeling naar Nederland moeten voorwaarden worden gesteld.
Ten aanzien van een vreemdeling wiens ongewenstverklaring tijdelijk is opgeheven dient sprake te zijn van een gecontroleerde in- en uitreis van het Nederlands grondgebied via een buitengrens. Ook dient tijdens het verblijf van de vreemdeling in Nederland toezicht op hem te worden uitgeoefend. Tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring gaat gepaard met tijdelijke toegangsverlening aan een gesignaleerde vreemdeling op grond van artikel 5, vierde lid, onder c, SGC. Daarbij dient de handelwijze te worden gehanteerd zoals beschreven in A3/9.6.4.
De ambtenaren belast met de grensbewaking worden door de IND op de hoogte gesteld van de komst van de vreemdeling naar Nederland. Bij vertrek van de vreemdeling uit Nederland moeten de ambtenaren belast met de grensbewaking de IND van het moment van het daadwerkelijke vertrek op de hoogte stellen. Hoe het toezicht op de vreemdeling tijdens zijn verblijf in Nederland moet worden ingericht, dient per individueel geval te worden bezien. Dit hangt onder meer af van de ernst van de onderliggende feiten die tot de ongewenstverklaring hebben geleid en van de reden waarom de vreemdeling in Nederland is. De toe te passen vorm van toezicht moet worden afgestemd met de instantie die om het verblijf van de vreemdeling in Nederland heeft verzocht. Gedacht kan worden aan een vorm van beperking van bewegingsvrijheid op grond van artikel 56, eerste lid, Vw en artikel 5.1 Vb.
De ambtenaren belast met de grensbewaking worden door de IND op de hoogte gesteld van de komst van de vreemdeling naar Nederland. Bij vertrek van de vreemdeling uit Nederland moeten de ambtenaren belast met de grensbewaking de IND van het moment van het daadwerkelijke vertrek op de hoogte stellen. Hoe het toezicht op de vreemdeling tijdens zijn verblijf in Nederland moet worden ingericht, dient per individueel geval te worden bezien. Dit hangt onder meer af van de ernst van de onderliggende feiten die tot de ongewenstverklaring hebben geleid en van de reden waarom de vreemdeling in Nederland is. De toe te passen vorm van toezicht moet worden afgestemd met de instantie die om het verblijf van de vreemdeling in Nederland heeft verzocht. Gedacht kan worden aan een vorm van beperking van bewegingsvrijheid op grond van artikel 56, eerste lid, Vw en artikel 5.1 Vb.
10.6.1. Inleiding
Artikel 8.7 Vb geeft aan welke vreemdelingen onder welke omstandigheden onder de toepassing van het Gemeenschapsrecht inzake vrij verkeer vallen. Het gaat hier om:
5.3.3.2. Het belang van de nationale veiligheid
Ongewenstverklaring ex artikel 67 Vw van een vreemdeling genoemd in artikel 8.7 Vb kan met toepassing van artikel 8.22 Vb geschieden om redenen van openbare orde of openbare veiligheid.
In onderstaande, niet uitputtende lijst, zijn verblijfsdoelen weergegeven die kunnen leiden tot tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring. De bewijslast voor het aannemelijk maken van zijn verblijfsdoel ligt bij de vreemdeling. Voor alle omstandigheden geldt dat de vreemdeling na afloop onverwijld Nederland dient te verlaten.
Er dient sprake te zijn van een actuele, werkelijke en ernstige bedreiging voor een fundamenteel belang van de samenleving door uitsluitend de persoonlijke gedragingen van de EU-/EER-onderdaan, de Zwitserse onderdaan en zijn familielid als bedoeld in artikel 8.7, tweede, derde en vierde lid, Vb (zie artikel 8.22, eerste lid, sub a, Vb).
5.3.4. De procedure
10.5.6. Inreis, toezicht en uitreis
Het rechtmatig verblijf wordt echter niet beëindigd en de vreemdeling wordt niet ongewenst verklaard, bij een verblijfsduur van ten minste tien jaren of indien de vreemdeling minderjarig is, tenzij verwijdering noodzakelijk is in het belang van het kind (zie artikel 8.22, derde lid, Vb en B10).
Indien dwingende redenen van openbare veiligheid daartoe nopen, kan echter weer wel tot beëindiging van het rechtmatig verblijf en tot ongewenstverklaring worden overgegaan.
Bij de voorbereiding van de beschikking tot beëindiging van het rechtmatig verblijf dienen in overweging te worden genomen (zie artikel 28, eerste lid, Richtlijn 2004/38):
10.6.3. Procedurele aspecten ongewenstverklaring
Zie voor de procedurele aspecten met betrekking tot de ongewenstverklaring A5/3.
10.6.4. Opheffing van de ongewenstverklaring
Ongewenstverklaring ex artikel 67 Vw van een vreemdeling genoemd in artikel 8.7 Vb kan met toepassing van artikel 8.22 Vb geschieden om redenen van openbare orde of openbare veiligheid.
10.6.2. Ongewenstverklaring
Of er sprake is van het verstrijken van een redelijke termijn is afhankelijk van de individuele omstandigheden. Die termijn kan korter zijn dan drie jaren, maar ook langer. Een aanvraag die ten minste drie jaren na effectuering van de verwijdering is ingediend, leidt derhalve niet automatisch tot opheffing van de ongewenstverklaring.
De om redenen van openbare orde of openbare veiligheid genomen maatregelen moeten in overeenstemming zijn met het evenredigheidsdbeginsel en uitsluitend gebaseerd zijn op het gedrag van de vreemdeling. Strafrechtelijke veroordelingen vormen als zodanig geen reden voor deze maatregelen. Motiveringen die los staan van het individuele geval of die verband houden met algemene preventieve redenen mogen niet worden aangevoerd (zie artikel 27, tweede lid, Richtlijn 2004/38).
10.6.4.2. Vorm van de aanvraag
Het rechtmatig verblijf wordt echter niet beëindigd en de vreemdeling wordt niet ongewenst verklaard, bij een verblijfsduur van ten minste tien jaren of indien de vreemdeling minderjarig is, tenzij verwijdering noodzakelijk is in het belang van het kind (zie artikel 8.22, derde lid, Vb en B10).
Bij de aanvraag voert de vreemdeling argumenten aan om te bewijzen dat er een wijziging in materiële zin is opgetreden in de omstandigheden die het besluit rechtvaardigden om jegens hem een verwijderingsmaatregel uit te vaardigen, een en ander als bedoeld in artikel 32 van Richtlijn 2004/38, welke op 29 april 2006 is geïmplementeerd. Hierbij dient te worden gedacht aan:
Het kan voorkomen dat een vreemdeling in een individueel geval aanvullende gegevens en bescheiden zal moeten overleggen, ofwel deze eigener beweging overlegt.
Het staat de vreemdeling uiteraard vrij andere dan de hierboven genoemde gegevens en bescheiden te overleggen ten bewijze van het feit dat er een wijziging in materiële zin is opgetreden in de omstandigheden die het besluit rechtvaardigden om jegens hem een verwijderingsmaatregel uit te vaardigen.
10.6.4.4. De beslissing op de aanvraag
10.6.4. Opheffing van de ongewenstverklaring
De beschikking op de aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring moet worden gegeven uiterlijk binnen zes maanden na de datum van indiening van de aanvraag (zie artikel 8.22, vijfde lid, Vb).
6. Vrijheidsbeperkende en vrijheidsontnemende maatregelen
Of er sprake is van het verstrijken van een redelijke termijn is afhankelijk van de individuele omstandigheden. Die termijn kan korter zijn dan drie jaren, maar ook langer. Een aanvraag die ten minste drie jaren na effectuering van de verwijdering is ingediend, leidt derhalve niet automatisch tot opheffing van de ongewenstverklaring.
10.6.4.2. Vorm van de aanvraag
5.3.4. De procedure
Vanwege het ingrijpende karakter dient de toepassing van een vrijheidsbeperkende of vrijheidsontnemende maatregel beperkt te blijven tot het strikt noodzakelijke. Steeds zal nagegaan moeten worden of met een lichter middel volstaan kan worden. De beginselen van proportionaliteit (doelmatigheid) en subsidiariteit (toepassen lichter middel indien mogelijk) dienen voortdurend in acht genomen te worden. Voorts is de uitvoering van deze maatregelen met strikte waarborgen omkleed.
Tegen een besluit tot het opleggen van een vrijheidsbeperkende of vrijheidsontnemende maatregel kan de vreemdeling beroep instellen bij de rechtbank (zie artikel 93 Vw). Het indienen van bezwaar of administratief beroep tegen deze maatregelen is niet mogelijk (zie artikel 75 en 77 Vw).
10.6.4.4. De beslissing op de aanvraag
Het staat de vreemdeling uiteraard vrij andere dan de hierboven genoemde gegevens en bescheiden te overleggen ten bewijze van het feit dat er een wijziging in materiële zin is opgetreden in de omstandigheden die het besluit rechtvaardigden om jegens hem een verwijderingsmaatregel uit te vaardigen.
De Vw kent vijf maatregelen van vrijheidsbeperking:
Naast de vrijheidsbeperkende maatregelen kent de wet vier vrijheidsontnemende maatregelen:
De beschikking op de aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring moet worden gegeven uiterlijk binnen zes maanden na de datum van indiening van de aanvraag (zie artikel 8.22, vijfde lid, Vb).
1.2.1. Mededeling aan de IND
De ambtenaar belast met grensbewaking, de ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen of de hulpofficier van justitie die een vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, artikel 58 of artikel 59 Vw oplegt, dient de IND door middel van model M19 of M110-A daarvan op de eerste dag van het opleggen van de maatregel op de hoogte te brengen (zie artikel 5.6 Vb). Deze mededeling aan de IND dient ook plaats te vinden indien een dergelijke maatregel inmiddels is opgeheven.
Het vreemdelingentoezicht en het terugkeerbeleid maken deel uit van het door de overheid gevoerde vreemdelingenbeleid. De terugkeer van vreemdelingen is in veel gevallen het sluitstuk van het binnenlandse vreemdelingentoezicht. Om deze taken van toezicht en terugkeer te realiseren kan de overheid gebruik maken van vrijheidsbeperkende en vrijheidsontnemende maatregelen.
Op verzoek van de vreemdeling wordt zo spoedig mogelijk mededeling van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, 58of 59 Vw gedaan aan zijn naaste verwanten en aan een in Nederland gevestigde diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van de staat waarvan hij onderdaan is.
5.3.4.3. De vorm waarin de maatregel wordt opgelegd
Wordt een vrijheidsontnemende maatregel aan een minderjarige opgelegd dan wordt daarvan, als daartoe de gelegenheid bestaat, ambtshalve zo spoedig mogelijk mededeling gedaan aan degenen die de ouderlijke macht of de voogdij over die minderjarige uitoefenen, voorzover die zich in Nederland bevinden. Is dat niet mogelijk, dan zal de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging hier te lande ingelicht worden.
De in de vorige alinea’s vermelde verplichting rust op de ambtenaar die de maatregel oplegt.
1.3. Aanmelding vreemdeling
1.3. Aanmelding vreemdeling
Naast de vrijheidsbeperkende maatregelen kent de wet vier vrijheidsontnemende maatregelen:
Zie artikel 5.5 Vb. Voor het lichten van strafrechtelijk gedetineerde vreemdelingen wordt verwezen naar A4/10.1.
Gedurende de tenuitvoerlegging van de vrijheidsontneming op grond van artikel 6, 58 of 59 Vw kan de vreemdeling voor korte duur naar elders (bijvoorbeeld politiebureau, brigade van KMar, een ambassade of consulaat etc.) overgebracht worden, indien dit redelijkerwijs nodig is voor de toepassing van het bepaalde bij of krachtens de Vw. De opdracht tot lichten kan door een hulpofficier van justitie gegeven worden. Van deze mogelijkheid kan gebruik gemaakt worden bijvoorbeeld om de vreemdeling te horen of te presenteren bij een diplomatieke vertegenwoordiging in verband met de uitvoering van de Vw. Hierbij dienen de volgende voorwaarden in acht te worden genomen:
3.4. Aanvragen om toelating als vluchteling
1.5. Vrijheidsontnemende maatregelen bij minderjarigen
Vrijheidsontneming is een ingrijpende maatregel. De toepassing daarvan moet daarom tot het strikt noodzakelijke beperkt blijven. Een versterkte mate van terughoudendheid dient te worden betracht bij vrijheidsontneming van minderjarigen. Zulks brengt met zich mee dat er extra aandacht zal moeten zijn voor de mogelijkheid van het gebruik van minder ingrijpende maatregelen dan vrijheidsontneming. Zie ook A6/1.6 voor vrijheidsbeperkende- dan wel een vrijheidsontnemende maatregelen bij gezinnen met minderjarige kinderen. Bij aannemelijke twijfel omtrent de leeftijd van vreemdelingen die stellen minderjarig te zijn kan een leeftijdsonderzoek worden ingesteld volgens de daarvoor geldende protocollen (zie de website van de IND).
De volgende regels zijn van toepassing:
Indien het voornemen bestaat een uitzondering te maken op a – c vindt overleg tussen de inbewaringstellende instantie en de DT&V plaats.
1.6. gezinnen met minderjarige kinderen
Ten aanzien van gezinnen met minderjarige kinderen wordt zo veel mogelijk volstaan met het opleggen van een vrijheidsbeperkende maatregel in plaats van een vrijheidsontnemende maatregel om het vertrek voor te bereiden (zie A6/4.3.5). Onder het begrip ‘gezin’ wordt hier verstaan ten minste één ouder of een wettelijk verzorger die in de voogdij voorziet, die samen met één of meer minderjarige kinderen feitelijk een gezin vormt.
Indien sprake is van een gezin met twee ouders en het gevaar van onttrekking aan het toezicht of de uitzetting bestaat, wordt zo veel mogelijk volstaan met het opleggen van een vrijheidsontnemende maatregel aan één ouder. Aan de overige gezinsleden wordt in dat geval een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd. Desalniettemin kan het gehele gezin de vrijheidsontnemende maatregel worden opgelegd, ongeacht of sprake is van een één- of tweeoudergezin, in geval het gezin de toegang tot Nederland – en daarmee het Schengengebied – is geweigerd, dit in het belang van een effectieve grensbewaking. Vrijheidsontneming van het gehele gezin blijft verder beperkt tot die situaties waarin gedwongen vertrek op korte termijn kan worden gerealiseerd. De beschikbaarheid van het gezin kan in dat geval noodzakelijk worden geacht en kan grond vormen om een vrijheidsontnemende maatregel op te leggen. In de regel wordt aangenomen dat het gedwongen vertrek op korte termijn realiseerbaar is op het moment dat reisdocumenten beschikbaar zijn of op korte termijn beschikbaar zullen zijn.
Nu de vrijheidsontnemende maatregel slechts aan gezinnen kan worden opgelegd wanneer het noodzakelijk is dat de beschikbaarheid van het gehele gezin is gegarandeerd, kan de duur van de vrijheidsontneming beperkt blijven. Zie A6/2.7 voor de maximale duur bij vrijheidsontneming op grond van artikel 6 Vw en de gronden waarop deze termijn kan worden overschreden. Zie A6/5.3.5 voor de maximale duur bij vrijheidsontneming op grond van artikel 59 Vw en de gronden waarop deze termijn kan worden overschreden. De termijnen hebben overigens uitsluitend betrekking op vrijheidsontneming van het gezin. Deze maximale termijnen zijn niet van toepassing in geval slechts aan één ouder de vrijheidsontnemende maatregel is opgelegd terwijl de overige gezinsleden een vrijheidbeperkende maatregel is opgelegd.
Zie artikel 5.5 Vb. Voor het lichten van strafrechtelijk gedetineerde vreemdelingen wordt verwezen naar A4/10.1.
1.7. Gescheiden plaatsen van strafrechtelijk gedetineerden en vreemdelingen
De op grond van artikel 6, 58 of 59 Vw opgelegde maatregel blijft gedurende de tijd dat de vreemdeling gelicht is van kracht.
De volgende regels zijn van toepassing:
De vreemdeling aan wie de toegang tot Nederland is geweigerd, dient krachtens artikel 5 Vw Nederland onmiddellijk te verlaten. Deze verplichting geldt niet indien de vreemdeling een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 28 of 33 Vw indient (zie artikel 5, derde lid, Vw). Aan een geweigerde vreemdeling kan op grond van artikel 6 Vw een vrijheidsbeperkende of -ontnemende maatregel worden opgelegd.
De volgende regels zijn van toepassing:
2.3. De bevoegdheid
De in artikel 46 Vw genoemde ambtenaren belast met grensbewaking zijn bevoegd tot het opleggen van de verplichting aan een geweigerde vreemdeling om zich op te houden in een aangewezen ruimte of plaats (zie artikel 6, eerste lid, Vw).
Ten aanzien van gezinnen met minderjarige kinderen wordt zo veel mogelijk volstaan met het opleggen van een vrijheidsbeperkende maatregel in plaats van een vrijheidsontnemende maatregel om het vertrek voor te bereiden (zie A6/4.3.5). Onder het begrip ‘gezin’ wordt hier verstaan ten minste één ouder of een wettelijk verzorger die in de voogdij voorziet, die samen met één of meer minderjarige kinderen feitelijk een gezin vormt.
2.4. De toepassing
Verstekelingen (met uitzondering van de asielzoekers) dienen zoveel mogelijk geplaatst te worden aan boord van het schip waarvan zij afkomstig zijn. Deze plaatsing geschiedt op grond van artikel 5, tweede lid en artikel 65 Vw.
De vreemdeling aan wie de toegang is geweigerd en die een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel indient, kan de maatregel van artikel 6, eerste en/of tweede lid, Vw opgelegd worden. Voor de toepassing van deze maatregel bij deze categorie vreemdelingen wordt verwezen naar C9/2.1.1.1 en 2.1.1.2.
2.1. De maatregelen op grond van artikel 6 Vw
Aan een gezin met één of meer minderjarige kinderen dat de toegang is geweigerd kan een vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, eerste en tweede lid, Vw worden opgelegd indien aanleiding bestaat om aan te nemen dat het vertrek binnen twee weken kan worden gerealiseerd. Gelet op het belang van de grensbewaking en de mogelijkheid van het realiseren van het vertrek op korte termijn is het dan noodzakelijk dat de beschikbaarheid van het gezin is gegarandeerd. Om die reden is het opleggen van de vrijheidsontnemende maatregel aan het gezin in beginsel geïndiceerd. Indien het vertrek naar het oordeel van de ambtenaar belast met de grensbewaking niet binnen twee weken kan worden gerealiseerd zal in beginsel worden volstaan met het opleggen van een vrijheidsbeperkende maatregel op grond van artikel 6, eerste lid, Vw.
Indien tenminste één van de gezinsleden een asielaanvraag indient en deze aanvraag binnen de algemene asielprocedure kan worden afgedaan, zal de vrijheidsontnemende maatregel worden toegepast gedurende de asielprocedure. Zie C9/2.1.1.1 en 2.1.1.2 voor de toepassing van de maatregel op grond van artikel 6, eerste of tweede lid, Vw bij vreemdelingen die de toegang tot Nederland zijn geweigerd en die een asielaanvraag indienen. Zie A6/2.7 voor de duur van de maximale termijn die geldt bij vrijheidsontneming van gezinnen met minderjarige kinderen.
De vreemdeling aan wie de toegang tot Nederland is geweigerd, dient krachtens artikel 5 Vw Nederland onmiddellijk te verlaten. Deze verplichting geldt niet indien de vreemdeling een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 28 of 33 Vw indient (zie artikel 5, derde lid, Vw). Aan een geweigerde vreemdeling kan op grond van artikel 6 Vw een vrijheidsbeperkende of -ontnemende maatregel worden opgelegd.
Het opleggen van een vrijheidsbeperkende of -ontnemende maatregel op grond van artikel 6 Vw geschiedt bij beschikking model M19. De bevoegde ambtenaar dient een afschrift daarvan uit te reiken aan de vreemdeling, waarbij de inhoud van de beschikking en de mogelijkheid tot het indienen van beroep bij de rechtbank in een voor de vreemdeling begrijpelijke taal aan hem moeten worden meegedeeld. Bij aanwijzing van een andere ruimte of plaats dient steeds een nieuwe beschikking te worden gemaakt. Als echter om redenen die voortvloeien uit de toepassing van deVw, zoals het afnemen van een gehoor of om medische redenen, tijdelijke overplaatsing (afhankelijk van feiten of omstandigheden, in beginsel ten hoogste 48 uur) van de vreemdeling vanuit de justitiële inrichting of een andere plaats van onderbrenging naar een andere ruimte of plaats nodig is (bijvoorbeeld van een grenslogies naar het AC), dan is de geldende plaatsingsbeschikking van toepassing. Ook het transport naar de aangewezen ruimte of plaats valt onder de gegeven beschikking. In deze gevallen hoeft geen nieuwe plaatsingsbeschikking gemaakt te worden.
Het opleggen van een vrijheidsbeperkende of -ontnemende maatregel op grond van artikel 6 Vw geschiedt bij beschikking model M19. De bevoegde ambtenaar dient een afschrift daarvan uit te reiken aan de vreemdeling, waarbij de inhoud van de beschikking en de mogelijkheid tot het indienen van beroep bij de rechtbank in een voor de vreemdeling begrijpelijke taal aan hem moeten worden meegedeeld. Bij aanwijzing van een andere ruimte of plaats dient steeds een nieuwe beschikking te worden gemaakt. Als echter om redenen die voortvloeien uit de toepassing van deVw, zoals het afnemen van een gehoor of om medische redenen, tijdelijke overplaatsing (afhankelijk van feiten of omstandigheden, in beginsel ten hoogste 48 uur) van de vreemdeling vanuit de justitiële inrichting of een andere plaats van onderbrenging naar een andere ruimte of plaats nodig is (bijvoorbeeld van een grenslogies naar het AC), dan is de geldende plaatsingsbeschikking van toepassing. Ook het transport naar de aangewezen ruimte of plaats valt onder de gegeven beschikking. In deze gevallen hoeft geen nieuwe plaatsingsbeschikking gemaakt te worden.
2.6. De tenuitvoerlegging
2.4. De toepassing
Voor de tenuitvoerlegging van de vrijheidsbeperkende maatregel van artikel 6, eerste lid, Vw geldt geen regime.
5.3.7.2. Tenuitvoerlegging strafrechtelijke vonnis tijdens bewaring
De vreemdeling aan wie de toegang is geweigerd en die een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel indient, kan de maatregel van artikel 6, eerste en/of tweede lid, Vw opgelegd worden. Voor de toepassing van deze maatregel bij deze categorie vreemdelingen wordt verwezen naar C9/2.1.1.1 en 2.1.1.2.
2.7. De duur
De maatregel en de duur daarvan zal, mede gelet op het bepaalde in artikel 94 Vw, binnen 42 dagen getoetst worden door de rechtbank. De rechtbank zal alsdan toetsen of de maatregel voldoet aan het gestelde doel en of de maatregel bij afweging van alle belangen gerechtvaardigd is.
5.3.8. De beëindiging
Indien een vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, eerste en tweede lid, Vw aan een gezin met minderjarige kinderen is opgelegd geldt een maximale duur van twee weken. Indien de vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, eerste en tweede lid, Vw is opgelegd en een asielaanvraag is ingediend, terwijl deze aanvraag binnen de algemene asielprocedure wordt afgedaan zal de vrijheidsontnemende maatregel kunnen worden toegepast gedurende de asielprocedure (zie C9/2.1.1.1 en 2.1.1.2 voor de toepassing van artikel 6 Vw gedurende de algemene asielprocedure). De maatregel kan dan voortduren tot uiterlijk twee weken gerekend vanaf het moment dat het gezin verwijderbaar is geworden. Ingeval er om een voorlopige voorziening is verzocht, waarvan de behandeling in Nederland mag worden afgewacht, betekent dit dat de maatregel mag voortduren tot uiterlijk twee weken nadat de voorzieningenrechter van de rechtbank uitspraak heeft gedaan op het verzoek.
De maximale termijn van de vrijheidsontneming mag slechts worden overschreden indien door toedoen van (één van) de gezinsleden een binnen de hier bedoelde termijn geplande uitzetting geen doorgang kan vinden. Hiervan is sprake indien de uitzetting niet mogelijk is gebleken door fysiek verzet van de vreemdeling dan wel indien de vreemdeling in bewaring een nieuwe procedure start met als kennelijk doel de uitzetting te belemmeren.
2.8. De beëindiging
De vrijheidsbeperkende of -ontnemende maatregel eindigt wanneer de vreemdeling Nederland daadwerkelijk heeft verlaten, dan wel de maatregel opgeheven wordt. Indien de vreemdeling aan boord van een vliegtuig of schip niet het Nederlands grondgebied heeft verlaten (bijvoorbeeld door verzet van de vreemdeling), blijft de oorspronkelijk opgelegde maatregel van kracht. Er wordt geen nieuwe plaatsingsbeschikking genomen. Ook de oorspronkelijke toegangsweigering blijft van kracht.
6.2.2. In kennis stellen van de rechtbank
Indien de rechtbank de opheffing van de vrijheidsontnemende maatregel van artikel 6, eerste en tweede lid, Vw beveelt (zie A6/6) betekent dat niet dat ook de weigering van de toegang ex artikel 3 Vw wordt opgeheven. In die gevallen kan nog steeds op grond van artikel 6, eerste lid, Vw (vrijheidsbeperking) een ruimte of plaats worden aangewezen waar de vreemdeling zich dient op te houden. Indien de toegangsweigering wordt opgeheven, bijvoorbeeld omdat aan de vreemdeling alsnog rechtmatig verblijf toekomt op grond van artikel 8, aanhef en onder a tot en met e, Vw of de rechtbank de beschikking van weigering toegang vernietigt, wordt de maatregel van artikel 6 Vw eveneens opgeheven. Voor het opheffen van de maatregel dient gebruik te worden gemaakt van Model M113.
Dat is anders voor de vrijheidsontnemende maatregel genoemd in artikel 6, eerste en tweede lid, Vw. In dat geval geldt in de door de Minister aangewezen ruimte of plaats het regime van het Reglement grenslogies. Wordt de vrijheidsontneming ten uitvoer gelegd in een andere (dan door de Minister aangewezen) ruimte of plaats dan dient het regime overeen te komen met dat van het Reglement grenslogies.
3.1. Het zich beschikbaar houden (artikel 55, eerste lid, Vw)
Aan een vreemdeling die een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier of asiel voor bepaalde tijd indient en de beslissing daarvan op grond van deze wet in Nederland mag afwachten, kan de vrijheidsbeperkende maatregel van artikel 55, eerste lid, Vw opgelegd worden. De maatregel houdt in dat de vreemdeling die rechtmatig verblijf geniet op grond van artikel 8, aanhef en onder f, Vw een plaats aangewezen krijgt waar hij zich gedurende het onderzoek naar de inwilligbaarheid van die aanvraag dient op de houden, overeenkomstig hem daartoe gegeven aanwijzingen. De aanwijzingen, die betrekking kunnen hebben op het gehoor, het fotograferen of dactyloscoperen, en het verstrekken van gegevens, maken deel uit van de beschikbaarheidsverplichting. Het wél verblijven op de aangewezen plaats maar niet handelen overeenkomstig de gegeven aanwijzingen betekent dat de vreemdeling zich niet overeenkomstig artikel 55, eerste lid, Vw beschikbaar houdt op de aangewezen plaats. Daartegenover staat dat ook de beschikbaarheid noodzakelijk dient te zijn ten behoeve van het onderzoek naar de inwilligbaarheid van de aanvraag. Het ontbreken van dergelijk verband maakt de maatregel onrechtmatig.
Voorzover de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning een aanvraag van een asielzoeker betreft, wijst de Korpschef de gemeente waarin de opvanglocatie zich bevindt aan als plaats waar de vreemdeling zich in verband met de behandeling van zijn aanvraag moet ophouden. Hij doet dit zowel mondeling als schriftelijk. Hiertoe wordt het model M117-A gebruikt. De aanwijzingen betreffen in ieder geval datum, tijdstip en plaats van aanwijzing. Daarnaast kunnen vervolgaanwijzingen worden gegeven met betrekking tot het verschaffen van extra informatie, het uitreiken van het rapport van gehoor of de beschikking. Het model M117-A doet tevens dienst als proces-verbaal van uitreiking.
De asielzoeker wordt erop gewezen dat het niet nakomen van de aanwijzingen consequenties heeft voor de afhandeling van zijn aanvraag. Deze omstandigheid wordt mede betrokken bij het onderzoek naar de aanvraag en kan op grond van artikel 31, tweede lid, onder b, Vw reden zijn de aanvraag af te wijzen.
Het overtreden van artikel 55 Vw is strafbaar gesteld in artikel 108 Vw. Gedurende de tijd dat de vreemdeling zich niet beschikbaar hoeft te houden voor het onderzoek kan hij zich buiten de aangewezen plaats begeven. In dat geval overtreedt hij niet het voorschrift van artikel 55 Vw.
7. Overgangsrecht
Voor het aanwenden van een rechtsmiddel door de vreemdeling wordt verwezen naar A6/6.
Het doel van deze maatregel is niet alleen de bevordering van de waarheidsvinding, maar ook de versnelling van de procedure doordat de vreemdeling steeds bereikbaar is. Meer in het algemeen kan het voorkomen dat tijdens de behandeling van de asielaanvraag nadere vragen opkomen die, als de asielzoeker bereikbaar is, snel beantwoord kunnen worden, wat niet alleen de voortgang van de procedure, maar ook de kwaliteit van de beslissing ten goede zal komen.
Heeft de vreemdeling het Nederlands grondgebied wél verlaten en keert hij terug (bijvoorbeeld na weigering toegang door de autoriteiten van het land van bestemming of van transit), dan dient opnieuw te worden bekeken of de vreemdeling voldoet aan de voorwaarden voor toegang. Indien deze beoordeling leidt tot een (nieuwe) toegangsweigering, dient ook de maatregel van artikel 6, eerste en tweede lid, Vw opnieuw te worden opgelegd en moet een nieuwe plaatsingsbeschikking worden genomen. Tevens zal, ingeval de vreemdeling op grond van artikel 65 Vw is uitgezet, de vervoerder een nieuwe aanwijzing krijgen om de vreemdeling terug te voeren naar een plaats buiten Nederland (zie A2/7.1.5).
3.3. De bevoegdheid
De bevoegde autoriteit die de plaats aanwijst waar de vreemdeling zich beschikbaar dient te houden overeenkomstig hem daartoe gegeven aanwijzingen is de Minister. De Korpschef kan namens de Minister de beschikbaarheidsverplichting opleggen en de daarbij behorende aanwijzingen geven. De Korpschef kan van deze bevoegdheid ondermandaat verlenen aan de onder hem ressorterende ambtenaren (zie artikel 1.4 Vb).
3.1. Het zich beschikbaar houden (artikel 55, eerste lid, Vw)
Voor asielzoekers geldt dat zij zich beschikbaar dienen te houden in een AC of opvangvoorziening. Voor reguliere vreemdelingen kan dat de woon- of verblijfplaats zijn.
Voorzover de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning een aanvraag van een asielzoeker betreft, wijst de Korpschef de gemeente waarin de opvanglocatie zich bevindt aan als plaats waar de vreemdeling zich in verband met de behandeling van zijn aanvraag moet ophouden. Hij doet dit zowel mondeling als schriftelijk. Hiertoe wordt het model M117-A gebruikt. De aanwijzingen betreffen in ieder geval datum, tijdstip en plaats van aanwijzing. Daarnaast kunnen vervolgaanwijzingen worden gegeven met betrekking tot het verschaffen van extra informatie, het uitreiken van het rapport van gehoor of de beschikking. Het model M117-A doet tevens dienst als proces-verbaal van uitreiking.
De beschikbaarheidsverplichting wordt opgelegd door de Korpschef. Hij maakt daarbij gebruik van model M117-A. Dit model doet tevens dienst als proces-verbaal van uitreiking. De daarbij gegeven aanwijzingen kunnen onder meer betrekking hebben op het gehoor, het fotograferen, dactyloscoperen en het verstrekken van gegevens en/of informatie. De vreemdeling wordt daarbij tevens gewezen op de mogelijkheid tot het aanwenden van een rechtsmiddel.
De beschikbaarheidsverplichting houdt in dat de vreemdeling bereikbaar is op een woon- of verblijfplaats zodat hij kan worden opgeroepen voor een gehoor of om in kennis gesteld te worden van voor hem relevante beslissingen. Dit houdt onder meer in dat de vreemdeling die opgeroepen is voor een bepaalde datum (en tijd), in de tussenliggende periode met inachtneming van zijn meldingsplicht (en de huisregels van het centrum), zich naar een andere plaats in Nederland mag begeven.
6.2.3. Behandeling van de kennisgeving/het 1e beroep door de rechtbank
3.2. Het doel
Het doel van deze maatregel is niet alleen de bevordering van de waarheidsvinding, maar ook de versnelling van de procedure doordat de vreemdeling steeds bereikbaar is. Meer in het algemeen kan het voorkomen dat tijdens de behandeling van de asielaanvraag nadere vragen opkomen die, als de asielzoeker bereikbaar is, snel beantwoord kunnen worden, wat niet alleen de voortgang van de procedure, maar ook de kwaliteit van de beslissing ten goede zal komen.
Indien de rechtbank de toepassing of de tenuitvoerlegging van de vrijheidsontnemende maatregel onrechtmatig acht, verklaart zij het beroep gegrond. In dat geval beveelt de rechtbank de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan. Ook kan de rechtbank schadevergoeding toekennen (zie hierna A6/6.4).
Voor het toezicht op vreemdelingen zijn de artikelen 50 en 56 Vw van belang. Artikel 50 Vw betreft de bevoegdheid van het staande- en ophouden van personen (eventueel ook Nederlanders) in het belang van het toezicht op vreemdelingen. Artikel 56 Vw geeft de bevoegdheid om de vrijheid van beweging van bepaalde categorieën vreemdelingen op grond van de openbare orde of de nationale veiligheid te beperken.
Voor het toezicht op vreemdelingen zijn de artikelen 50 en 56 Vw van belang. Artikel 50 Vw betreft de bevoegdheid van het staande- en ophouden van personen (eventueel ook Nederlanders) in het belang van het toezicht op vreemdelingen. Artikel 56 Vw geeft de bevoegdheid om de vrijheid van beweging van bepaalde categorieën vreemdelingen op grond van de openbare orde of de nationale veiligheid te beperken.
In verband met een uitvoerige beschrijving van alle onderdelen die met het toezicht op vreemdelingen te maken hebben, wordt voor de toepassing van artikel 50 Vw verwezen naarA3/3.
Voor asielzoekers geldt dat zij zich beschikbaar dienen te houden in een AC of opvangvoorziening. Voor reguliere vreemdelingen kan dat de woon- of verblijfplaats zijn.
4.3.1. Het doel
Artikel 56 Vw geeft de bevoegdheid om de vrijheid van beweging van bepaalde categorieën vreemdelingen op grond van de openbare orde of de nationale veiligheid te beperken (zie ook artikel 5.1 Vb en artikel 5.2 VV).
De opgelegde beperkingen mogen niet zo verstrekkend zijn, dat zij het karakter van een vrijheidsontnemende maatregel hebben. Neemt de vreemdeling de opgelegde beperking niet in acht, dan begaat hij een in artikel 108 Vw strafbaar gestelde overtreding.
Indien de vreemdeling in strijd met zijn beschikbaarheidsverplichting met onbekende bestemming is vertrokken, dient de Korpschef dit te melden door middel van model M100 met een kopie van het model M117-A. Het met onbekende bestemming vertrokken zijn dient in beginsel concreet vastgesteld te zijn aan de hand van bijvoorbeeld een adrescontrole.
4.3.2. De bevoegdheid
Indien de Korpschef van oordeel is dat de vrijheid van beweging van een vreemdeling beperkt dient te worden, doet de Korpschef daartoe een gemotiveerd voorstel aan de Minister. In spoedeisende gevallen is de Korpschef gemachtigd om, in afwachting van de beslissing van de Minister, de vrijheid van beweging van een vreemdeling voor de duur van ten hoogste een week te beperken. Maakt de Korpschef van deze bevoegdheid gebruik, dan geeft hij daarvan binnen 24 uur kennis aan de Minister.
De Korpschef kan deze bevoegdheid alleen ondermandateren aan een ambtenaar belast met toezicht op vreemdelingen, die tevens hulpofficier van justitie is (zie artikel 1.4 Vb).
2. Omzetting van verblijfsvergunningen
Voor het aanwenden van een rechtsmiddel wordt verwezen naar A6/6.
De beperking van vrijheidsbeweging kan niet toegepast worden ten aanzien van vreemdelingen die voor onbepaalde tijd in Nederland verblijven. Als gevolg van de goedkeuring van het vierde Protocol bij het EVRM (Trb. 1964, 15 en 1969, 241, TK 1980-1981, 15 396 [R 1110], nr. 6) kan deze maatregel ook niet opgelegd worden aan personen die onder het Gemeenschapsrecht inzake vrij verkeer vallen (zie artikel 8.7 Vb en B10).
4.3. Het beperken van de bewegingsvrijheid op grond van artikel 56 Vw
Alleen in uitzonderingsgevallen, met name indien de uitzetting (nog) niet kan plaatsvinden en de toepassing van een andere vrijheidsbeperkende maatregel niet in aanmerking komt, kan deze maatregel in het kader van de openbare orde of nationale veiligheid toegepast worden.
Artikel 56 Vw geeft de bevoegdheid om de vrijheid van beweging van bepaalde categorieën vreemdelingen op grond van de openbare orde of de nationale veiligheid te beperken (zie ook artikel 5.1 Vb en artikel 5.2 VV).
4.3.4. De beëindiging
De maatregel wordt bovendien beëindigd zodra de vreemdeling te kennen geeft Nederland te willen verlaten en daartoe voor hem ook gelegenheid bestaat. Deze gelegenheid bestaat indien de vreemdeling beschikt over een geldig grensoverschrijdingsdocument en vlieg- of reistickets (of voldoende financiële middelen om het beoogde verblijf en de terugkeer te bekostigen). Voor vertrek naar een derde land kan van de vreemdeling gevraagd worden dat hij bovendien beschikt over een geldig visum of een geldige verblijfsvergunning voor dat land.
De bevoegdheid tot het opleggen, wijzigen of opheffen van deze maatregel berust bij de Minister.
De vrijheidsbeperkende maatregel op grond van artikel 56 Vw – al dan niet in combinatie met een toezichtsmaatregel op grond van artikel 54, tweede lid, Vw – kan worden opgelegd in een daartoe bestemde vrijheidsbeperkende locatie. De maatregel wordt opgelegd door de DT&V en in spoedeisende gevallen door de korpschef. Vanuit de vrijheidsbeperkende locatie zal intensieve facilitering van (zelfstandige) terugkeer plaatsvinden.
De vrijheidsbeperking op grond van artikel 56 Vw in een vrijheidsbeperkende locatie zal in beginsel uiterlijk twaalf weken worden opgelegd. Indien niet kan worden voorkomen dat met name bij gezinnen met minderjarige kinderen de vrijheidsbeperkende maatregel langer dan twaalf weken moet worden voortgezet, kan de minister besluiten de vrijheidsbeperkende maatregel op een andere plaats op te leggen.
In het belang van het kind dient vrijheidsontneming slechts als uiterste maatregel en slechts gedurende korte duur te worden gehanteerd. Daarom wordt ten aanzien van gezinnen met minderjarige kinderen zo veel mogelijk volstaan met het opleggen van een vrijheidsbeperkende maatregel in plaats van een vrijheidsontnemende maatregel om het vertrek voor te bereiden. Hierbij valt ook te denken aan gezinnen met minderjarige kinderen waarvan één ouder in bewaring is gesteld. Voor de voorwaarden waaronder vrijheidsontneming van een gezin kan plaatsvinden wordt verwezen naar A6/2.4 en A6/5.3.3.8. Indien sprake is van gronden van openbare orde of nationale veiligheid – ook indien op grond daarvan tot vrijheidsontneming zou kunnen worden overgegaan – en het vertrek van het gezin is niet binnen korte termijn te realiseren, dan kan het gezin gedurende (een deel van de periode) waarin het vertrek wordt voorbereid een maatregel op grond van artikel 56 Vw in een vrijheidsbeperkende locatie worden opgelegd. Dit geldt zowel voor gezinnen die voorafgaande aan de maatregel in de opvang hebben verbleven als gezinnen die in de illegaliteit worden aangetroffen.
Een vreemdeling van wie de asielaanvraag is afgewezen, die een vertrekplicht heeft en die voorafgaande aan de maatregel in de opvang van het COA of gemeentelijke (nood)opvang heeft verbleven, kan in beginsel de maatregel op grond van artikel 56 Vw worden opgelegd. De openbare orde wordt immers geacht de beperking van de bewegingsvrijheid op grond van artikel 56 Vw te vorderen indien een vreemdeling niet heeft voldaan aan zijn rechtsplicht om Nederland te verlaten. Het gegeven dat de vreemdeling niet heeft voldaan aan zijn rechtsplicht om Nederland te verlaten – zijn vertrektermijn is immers ongebruikt verstreken – brengt met zich mee dat het gevaar dat de vreemdeling zich zal onttrekken aan toezicht in beginsel aanwezig is.
4. Rechtsmiddelen
Om de vreemdeling in staat te stellen aan de maatregel te voldoen, kan hem vervoer naar de VBL worden aangeboden. Het vervoer van een vreemdeling naar de VBL vindt op vrijwillige basis plaats en kan dus niet rechtstreeks worden afgedwongen. Weigert hij hiervan gebruik te maken, en heeft hij geen concrete andere mogelijkheid om aan de maatregel te voldoen, dan kan de vreemdeling in beginsel vanwege het niet naleven van de aan hem opgelegde vrijheidsbeperkende maatregel uit hoofde van artikel 50 Vw worden staande gehouden en naar een plaats bestemd voor verhoor worden gebracht.
5. Uitzetting
5.1. Het doel van de maatregelen van artikel 57, 58 en 59 Vw
Om de overheid in staat te stellen haar bevoegdheid tot uitzetting van vreemdelingen die niet dan wel niet langer rechtmatig in Nederland verblijven uit te kunnen laten voeren, zijn in de wet vrijheidsbeperkende en vrijheidsontnemende maatregelen opgenomen.
Artikel 57 (vrijheidsbeperking) en 58 (vrijheidsontneming) Vw maken het mogelijk om vreemdelingen van wie de asielaanvraag is afgewezen te verplichten zich in verband met hun uitzetting beschikbaar te houden in een bepaalde ruimte of op een bepaalde plaats die, indien noodzakelijk, tegen ongeoorloofd vertrek daaruit beveiligd kan worden. Het zich niet houden aan de verplichting van artikel 57 of 58 Vw is strafbaar gesteld in artikel 108 Vw.
Indien de openbare orde of de nationale veiligheid dat vordert, kunnen vreemdelingen, zowel asielzoekers als reguliere vreemdelingen, ter fine van hun uitzetting in bewaring gesteld worden op grond van artikel 59 Vw. Bij deze maatregel gaat het in beginsel – anders dan bij artikel 58 Vw – om vreemdelingen ten aanzien van wie er aanwijzingen zijn voor het vermoeden dat zij zich aan de uitzetting zullen onttrekken.
De vrijheidsbeperkende maatregel op grond van artikel 56 Vw – al dan niet in combinatie met een toezichtsmaatregel op grond van artikel 54, tweede lid, Vw – kan worden opgelegd in een daartoe bestemde vrijheidsbeperkende locatie. De maatregel wordt opgelegd door de DT&V en in spoedeisende gevallen door de korpschef. Vanuit de vrijheidsbeperkende locatie zal intensieve facilitering van (zelfstandige) terugkeer plaatsvinden.
De vrijheidsbeperking op grond van artikel 56 Vw in een vrijheidsbeperkende locatie zal in beginsel uiterlijk twaalf weken worden opgelegd. Indien niet kan worden voorkomen dat met name bij gezinnen met minderjarige kinderen de vrijheidsbeperkende maatregel langer dan twaalf weken moet worden voortgezet, kan de minister besluiten de vrijheidsbeperkende maatregel op een andere plaats op te leggen.
In artikel 57, eerste lid, Vw staat vermeld dat de Minister aan de asielzoeker de aanwijzing geeft om zich in een bepaalde ruimte of op een bepaalde plaats op te houden. Over het algemeen zal een dergelijke aanwijzing in de afwijzende beschikking opgenomen worden (zie artikel 5.7 Vb).
De Korpschef is namens de Minister bevoegd in de daarvoor in aanmerking komende gevallen (zie A6/5.2.2 en artikel 1.4 Vb) de asielzoeker de verplichting op te leggen om zich beschikbaar te houden in een ruimte of plaats die beveiligd is tegen ongeoorloofd vertrek daaruit (zie artikel 58 Vw). Deze aanwijzing dient bij afzonderlijke beschikking gegeven te worden. De beschikking dient gemotiveerd, gedagtekend en ondertekend te zijn. Aan de vreemdeling wordt een afschrift daarvan uitgereikt.
Deze laatst bedoelde aanwijzing wordt gegeven door de Korpschef van de politieregio waaronder de gemeente, waar de vreemdeling zijn woon- of verblijfplaats heeft, ressorteert. De Korpschef kan van zijn bevoegdheid ondermandaat verlenen aan een hulpofficier van justitie (zie artikel 1.4 Vb).
5.2.2. De toepassing
De aanwijzing om zich in een bepaalde ruimte of op een bepaalde plaats op te houden kan gegeven worden ten aanzien van vreemdelingen van wie de aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (zie artikel 28 Vw) is afgewezen.
Het gaat hier dus zowel om de afwijzing van een aanvraag tot het verlenen als de afwijzing van de aanvraag tot het verlengen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op de gronden genoemd in artikel 30 en31 Vw. De motivatie voor het geven van de aanwijzing is gelegen in die gronden.
Bovendien kan deze aanwijzing slechts plaatsvinden indien de afwijzing op de aanvraag binnen acht weken (in verband met de voornemenprocedure) na de indiening daarvan is gegeven. De termijn van acht weken, bedoeld in artikel 57, derde lid, Vw is de termijn tussen indiening van de aanvraag en kennisgeving van de beschikking. Heeft de vreemdeling zich onttrokken aan de beschikbaarheidsplicht (van artikel 55 Vw) nadat het onderzoek is afgerond, maar nog voordat de afwijzende beschikking te zijner kennis is gebracht dan wordt de tijd waarin de vreemdeling zich heeft onttrokken aan de beschikbaarheidsplicht opgeteld bij de eerder genoemde termijn van acht weken (zie artikel 57, derde en vijfde lid, Vw). De afwijzing behoeft niet onherroepelijk te zijn. Dus ook als de vreemdeling procedeert bij de Vreemdelingenkamer tegen de afwijzing van zijn aanvraag kan hem deze aanwijzing gegeven worden.
Voor de aanwijzing op grond van artikel 58 Vw dient de Korpschef gebruikt te maken van een afzonderlijke beschikking. De beschikking dient gemotiveerd, gedagtekend en ondertekend te zijn. Aan de vreemdeling wordt een afschrift daarvan uitgereikt (zie artikel 5.7 Vb). Daarbij wordt tevens (schriftelijk) mededeling gedaan van de mogelijkheid om tegen deze maatregel beroep in te stellen bij de rechtbank (zie A6/6).
5.2.3. De tenuitvoerlegging
De maatregel van artikel 57 en 58 Vw houdt in dat de asielzoeker zich in een bepaalde ruimte of op een bepaalde plaats dient op te houden. Bij de term ‘ruimte’ kan gedacht worden aan bijvoorbeeld: een AC of opvangvoorziening, een gebouw of gebouwencomplex. De term ‘ruimte’ is niet beperkt tot een ‘cel’ waarvan de deur op slot kan. Ook een groter complex, dat de vreemdeling vrij veel bewegingsvrijheid laat, maar waarvan de buitenpoort dicht of afgesloten is, levert een ‘ruimte’ op. Ook een schip of vliegtuig valt onder de term ‘ruimte’. De term ‘plaats’ ziet meer op een geografische situatie, zoals bijvoorbeeld een haventerrein.
5.2.1. De bevoegdheid
5.3.7. Het strafrecht en bewaring
Voor het verkrijgen van een plaats in een grenslogies zie A6/5.3.6.2. Is plaatsing daar niet mogelijk, dan moet de vrijheidsontneming plaatsvinden in een ruimte of plaats met een overeenkomstig regime.
Deze laatst bedoelde aanwijzing wordt gegeven door de Korpschef van de politieregio waaronder de gemeente, waar de vreemdeling zijn woon- of verblijfplaats heeft, ressorteert. De Korpschef kan van zijn bevoegdheid ondermandaat verlenen aan een hulpofficier van justitie (zie artikel 1.4 Vb).
Zodra de vreemdeling zijn vrijheid ontnomen is op grond van artikel 58 Vw, wordt een (door hem gewenste) raadsman of een via de vreemdelingenpiketdienst van het bureau voor rechtshulp aangewezen raadsman ingelicht.
De vreemdeling wordt in de gelegenheid gesteld onverwijld contact met zijn raadsman op te nemen. De raadsman van de vreemdeling heeft ingevolge artikel 104 Vw tijdens de tenuitvoerlegging van de vrijheidsontnemende maatregel vrije toegang tot hem. Hij kan hem alleen spreken en met hem brieven wisselen, zonder dat van de inhoud door anderen kennis wordt genomen. Een en ander onder toezicht indien vereist en met inachtneming van de huishoudelijke reglementen, en zonder dat het onderzoek daardoor mag worden opgehouden. Voor het aanwenden van rechtsmiddelen en de procedure van beroep bij de rechtbank zie A6/6.
5.2.5. De duur
De duur van de vrijheidsbeperkende en -ontnemende maatregel op grond van artikel 57 en 58 Vw is niet aan een termijn gebonden. Overigens mogen de maatregelen niet langer duren dan met het oog op het doel (de uitzetting) daarvan strikt noodzakelijk is.
Voor de aanwijzing op grond van artikel 58 Vw dient de Korpschef gebruikt te maken van een afzonderlijke beschikking. De beschikking dient gemotiveerd, gedagtekend en ondertekend te zijn. Aan de vreemdeling wordt een afschrift daarvan uitgereikt (zie artikel 5.7 Vb). Daarbij wordt tevens (schriftelijk) mededeling gedaan van de mogelijkheid om tegen deze maatregel beroep in te stellen bij de rechtbank (zie A6/6).
Zodra de grond voor het toepassen van de maatregel van artikel 57 of 58 Vw niet meer aanwezig is, heft de Korpschef deze maatregel op. Hiervan kan sprake zijn:
5.3. Bewaring op grond van artikel 59 Vw
De asielzoeker zal in beginsel als vrijheidsbeperkende maatregel de aanwijzing krijgen om zich beschikbaar te houden in een bepaalde opvangvoorziening. Meer dan een beschikbaarheidsverplichting mag de vreemdeling niet opgelegd worden. Daarbij dient hij de aanwijzingen van de bevoegde autoriteit, dat is de Korpschef, in acht te nemen. Deze aanwijzingen houden in ieder geval in dat de vreemdeling zich tweemaal per dag dient te melden bij de Korpschef.
Vreemdelingenbewaring is een maatregel die ten doel heeft de uitzetting van een vreemdeling te effectueren. Indien een vreemdeling niet of niet langer rechtmatig in Nederland verblijft, dient hij in beginsel Nederland zelf te verlaten. Doet hij dat niet, dan vindt uitzetting plaats. Op deze wijze bestaat er een directe relatie tussen de vreemdelingenbewaring en het terugkeerbeleid. Mede vanwege het ingrijpende karakter is ook deze maatregel met strikte waarborgen omkleed.
Voor het verkrijgen van een plaats in een grenslogies zie A6/5.3.6.2. Is plaatsing daar niet mogelijk, dan moet de vrijheidsontneming plaatsvinden in een ruimte of plaats met een overeenkomstig regime.
De bevoegdheid tot inbewaringstelling berust bij de Minister (zie artikel 59, eerste lid, Vw). De maatregel van inbewaringstelling wordt namens hem opgelegd en opgeheven door een ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen, die tevens hulpofficier van justitie is (zie artikel 1.4 Vb en artikel 5.3 VV).
Zodra de vreemdeling zijn vrijheid ontnomen is op grond van artikel 58 Vw, wordt een (door hem gewenste) raadsman of een via de vreemdelingenpiketdienst van het bureau voor rechtshulp aangewezen raadsman ingelicht.
Indien het belang van de openbare orde of van de nationale veiligheid dat vordert, kunnen, met het oog op de uitzetting, in bewaring gesteld worden vreemdelingen die:
Indien het belang van de openbare orde of van de nationale veiligheid dat vordert, kunnen, met het oog op de uitzetting, in bewaring gesteld worden vreemdelingen die:
De openbare orde wordt geacht de bewaring van de vreemdeling te vorderen wanneer de noodzakelijke bescheiden ten behoeve van de uitzetting (zoals een geldig document voor grensoverschrijding, een reisbiljet en/of een claim op een vervoersmaatschappij) voorhanden zijn, dan wel binnen korte termijn voorhanden zullen zijn (zie artikel 59, tweede lid, Vw en A6/5.3.3.5).
Het belang van de openbare orde kan de bewaring vorderen (Vb, art. 5.1a):
Overigens mag bewaring op grond van de Vw niet voor strafvorderingsdoeleinden worden toegepast; wel is het toegestaan om een vreemdeling als verdachte van een strafbaar feit marginaal te horen en daarvan proces-verbaal op te maken.
Een risico dat de vreemdeling zich aan het toezicht zal onttrekken kan worden aangenomen ingeval de vreemdeling (art. 5.1b Vb):
5.3.1. Het doel
6. Rechtsmiddelen
In het algemeen kan worden aangenomen dat de vreemdeling de voorbereiding van het vertrek of de uitzettingsprocedure belemmert indien hij niet binnen de aan hem gegunde vertrektermijn is vertrokken en geen activiteiten onderneemt om dit vertrek mogelijk te maken. Ook indien de vreemdeling de voorbereiding van het vertrek of de uitzettingsprocedure ontwijkt of belemmert kan niet op de enkele grond van 5.1b, eerste lid onder c Vb 2000 de maatregel van bewaring worden gemotiveerd maar zal een aanvullende grond moeten worden vermeld.
5.3.3.2. Het belang van de nationale veiligheid
5.3.3.3. Het niet of niet langer toepassen van bewaring
Gronden om de vreemdelingenbewaring niet of niet langer toe te passen kunnen zijn:
Bewaring mag bovendien niet worden toegepast uitsluitend op basis van overwegingen van algemene aard. De bewaring moet gerelateerd zijn aan feiten en/of omstandigheden die betrekking hebben op de persoon van de vreemdeling. Steeds zal een zorgvuldige afweging moeten plaatsvinden tussen het belang van de openbare orde of van de nationale veiligheid en het individuele belang van de vreemdeling (zie A6/5.3.5).
De openbare orde wordt geacht de bewaring van de vreemdeling te vorderen wanneer de noodzakelijke bescheiden ten behoeve van de uitzetting (zoals een geldig document voor grensoverschrijding, een reisbiljet en/of een claim op een vervoersmaatschappij) voorhanden zijn, dan wel binnen korte termijn voorhanden zullen zijn (zie artikel 59, tweede lid, Vw en A6/5.3.3.5).
5.3.3.4. Vreemdelingen die op korte termijn uitgezet kunnen worden
Aan de gebruikmaking van het bewaringsinstrument ex Artikel 59, eerste en tweede lid, Vw is een aantal belangrijke beperkingen verbonden. Hieronder worden deze opgesomd:
Daarnaast kunnen nog andere, persoonsgebonden belangen een rol spelen.
Uit het bewaringsdossier van de vreemdeling dient te blijken dat een belangenafweging, waarbij het bovenstaande in acht is genomen, heeft plaatsgevonden.
In het algemeen kan worden aangenomen dat de vreemdeling de voorbereiding van het vertrek of de uitzettingsprocedure belemmert indien hij niet binnen de aan hem gegunde vertrektermijn is vertrokken en geen activiteiten onderneemt om dit vertrek mogelijk te maken. Ook indien de vreemdeling de voorbereiding van het vertrek of de uitzettingsprocedure ontwijkt of belemmert kan niet op de enkele grond van 5.1b, eerste lid onder c Vb 2000 de maatregel van bewaring worden gemotiveerd maar zal een aanvullende grond moeten worden vermeld.
5.3.3.2. Het belang van de nationale veiligheid
Indien een vreemdeling die vanwege criminele antecedenten een gevaar vormt voor de openbare orde een (herhaalde) aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier of asiel voor (on)bepaalde tijd wil indienen of heeft ingediend zal in beginsel bewaring op grond van artikel 59, eerste lid Vw of artikel 59 eerste en tweede lid Vw worden toegepast. Voor die toepassing is het noodzakelijk dat een belangenafweging plaatsvindt.
Het toepassen van bewaring bij vreemdelingen die een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel in willen dienen of ingediend hebben, dient verder zo beperkt mogelijk te geschieden. Het kan hierbij gaan om vreemdelingen die een dergelijke aanvraag indienen/ingediend hebben en waarvan bijvoorbeeld om redenen van manifest bedrog of andere gronden genoemd in A6/5.3.3.1 aangenomen kan worden dat zij zich aan de eventuele uitzetting zullen gaan onttrekken. Ook kan het voorkomen dat een vreemdeling eerst nadat hij in bewaring gesteld is een asielaanvraag indient. In beide gevallen zal aan de hand van de bekend geworden feiten en omstandigheden voor de aanvraag bijvoorbeeld het nader gehoor, een concrete afweging gemaakt moeten worden met betrekking tot het toepassen van de maatregel in relatie tot de asielaanvraag.
Ingeval van asielzoekers geldt dat zolang de aanvraag nog niet in eerste aanleg is afgewezen, de inbewaringstelling uitsluitend mag plaatsvinden en voortduren na vooraf overleg met de IND. Van dat overleg dient verslag te worden gelegd in de vreemdelingenadministratie.
Bewaring mag bovendien niet worden toegepast uitsluitend op basis van overwegingen van algemene aard. De bewaring moet gerelateerd zijn aan feiten en/of omstandigheden die betrekking hebben op de persoon van de vreemdeling. Steeds zal een zorgvuldige afweging moeten plaatsvinden tussen het belang van de openbare orde of van de nationale veiligheid en het individuele belang van de vreemdeling (zie A6/5.3.5).
Het is mogelijk om een Dublinclaimant op grond van artikel 59, eerste lid, Vw of artikel 59, eerste én tweede lid, Vw in bewaring te stellen. Voor de toepassing van deze bewaringsgrond is het noodzakelijk dat er een belangenafweging plaatsvindt (zie A6/5.3.3.5). Bij overname- en terugnameverzoeken is de belangenafweging in beginsel al gegeven, nu de betrokken vreemdeling reeds eerder is vertrokken uit de lidstaat zonder af te wachten welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielverzoek (overname), dan wel uit de lidstaat is vertrokken die zich reeds verantwoordelijk had verklaard voor de behandeling van zijn asielverzoek (terugname). Het gegeven dat er gevaar bestaat dat de vreemdeling zich zal onttrekken aan het toezicht voordat de overdracht geëffectueerd kan worden, is dus in beginsel altijd aanwezig bij Dublinclaimanten.
5.3.3.7. Bewaring van EU-/EER-, Zwitserse onderdanen en familieleden
Artikel 8.7 Vb geeft aan welke vreemdelingen onder welke omstandigheden onder de toepassing van het Gemeenschapsrecht inzake vrij verkeer vallen. Voor een nadere uitwerking van de (bepalingen die gelden voor de) de categorieën vermeld in artikel 8.7 Vb wordt verwezen naar B10.
Met de documenten als bedoeld in artikel 50, eerste lid, Vw en artikel 4.21 Vb kan de vreemdeling aantonen verblijfsrecht te ontlenen aan het Gemeenschapsrecht. Hij heeft, als persoon die valt onder het Gemeenschapsrecht inzake vrij verkeer, rechtmatig verblijf in de zin van artikel 8, onder e, Vw, zolang en indien het onderzoek door de Minister niet heeft uitgewezen dat de betrokken persoon geen verblijfsrecht (meer) heeft, of anderszins niet voldaan is aan de beperkingen en voorwaarden van het Gemeenschapsrecht (zie Richtlijn 2004/38, alsmede de uitspraak van de ABRvS d.d. 7 juli 2003, JV 2003, 431).
Een onderdaan van de EU, de EER of Zwitserland, alsmede het familielid als bedoeld in artikel 8.7, tweede, derde en vierde lid, Vb, kan slechts in bewaring worden gesteld indien de Minister een besluit op grond van Richtlijn 2004/38 heeft genomen, waarmee het verblijfsrecht van de vreemdeling is beëindigd of aan hem is ontzegd om redenen van openbare orde, openbare veiligheid of volksgezondheid én
Tenslotte kan ten aanzien van een vreemdeling die stelt gebruik te maken van het Gemeenschapsrecht inzake het vrij verkeer van personen, maar geen geldige identiteitskaart of geldig paspoort toont en evenmin op andere wijze ondubbelzinnig (zonder enige twijfel) zijn identiteit en nationaliteit kan aantonen, als regel niet worden vastgesteld dat hij onder het Gemeenschapsrecht inzake vrij verkeer valt en kan hij in bewaring worden gesteld.
Artikel 59, eerste lid, aanhef en onder b, Vw biedt de mogelijkheid tot het in bewaring stellen van vreemdelingen die een aanvraag tot het verlenen (verlengen) van een verblijfsvergunning regulier of asiel voor (on)bepaalde tijd indienen/ingediend hebben en van wie in afwachting van de beslissing daarop de uitzetting achterwege blijft (zie artikel 8, aanhef en onder f en g, Vw). Voor de procedure tot inbewaringstelling van deze vreemdelingen wordt verwezen naar A6/5.3.4.
5.3.3.8. Bewaring van gezinnen met minderjarige kinderen
De bewaring die op grond van artikel 59, eerste of tweede lid, Vw, is opgelegd aan een gezin met minderjarige kinderen zal niet langer duren dan veertien dagen. Deze termijn kan slechts worden overschreden indien de binnen de hier bedoelde termijn geplande uitzetting geen doorgang kan vinden vanwege:
5.3.3.9. Bewaring na afwijzing tweede of volgende asielaanvraag
Ten aanzien van vreemdelingen van wie de tweede of volgende asielaanvraag met toepassing van artikel 4:6 Awb in de algemene asielprocedure is afgewezen omdat geen nieuwe feiten en omstandigheden naar voren zijn gebracht wordt zo spoedig mogelijk na bekendmaking van de afwijzende beschikking beoordeeld of bewaring op grond van artikel 59 Vw zal worden toegepast. Indien de hier bedoelde vreemdeling zich eerder gedurende enige tijd heeft ontrokken aan toezicht weegt het belang van de openbare orde in beginsel zwaarder dan het individuele belang van de vreemdeling. Voor de beoordeling van tweede of herhaalde aanvragen wordt verwezen naar C14/4.
5.3.4. De procedure
5.3.4.1. Het gehoor
Zie artikel 5.2 Vb. Het uitgangspunt is dat een vreemdeling, voordat hij in bewaring gesteld wordt, gehoord wordt. Het kan voorkomen dat het gehoor na de inbewaringstelling plaatsvindt. Dit geval kan zich bijvoorbeeld voordoen als de vreemdeling aansluitend aan een ontslag uit strafrechtelijke detentie in bewaring gesteld is en vervolgens voor het gehoor overgebracht wordt naar een politiebureau. Een gehoor na de inbewaringstelling kan zich ook voordoen als de advocaat niet tijdig op verzoek van de vreemdeling bij het gehoor aanwezig kan zijn.
2. Omzetting van verblijfsvergunningen
Uit de vreemdelingenadministratie dient duidelijk te blijken om welke reden(en) het gehoor na de inbewaringstelling plaatsgevonden heeft.
3. Behandeling van de aanvraag
5.3.3.8. Bewaring van gezinnen met minderjarige kinderen
Van het gehoor wordt een proces-verbaal M110-B opgemaakt (zie artikel 5.2, vierde lid, Vb).
5.3.4.2. Bijstand van een raadsman
In beginsel wordt de vreemdeling gehoord in het bijzijn van een advocaat. Van dit recht moet door de bevoegde ambtenaar aan de vreemdeling tijdig mededeling gedaan worden (zie artikel 5.2, vijfde lid, Vb). ‘Tijdig’ betekent in dit verband dat, als de vreemdeling rechtsbijstand bij het gehoor wil, de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen zich zodanig dient in te spannen dat die bijstand in redelijkheid gerealiseerd kan worden.
Ten aanzien van deze vorm van rechtsbijstand kunnen zich de volgende situaties voordoen:
Op verzoek van de raadsman wordt hem een afschrift verstrekt van het besluit tot bewaring M110-A en van het proces-verbaal van gehoor M110-B. De raadsman van de vreemdeling heeft ingevolge artikel 104 Vw tijdens de tenuitvoerlegging van de vrijheidsontnemende maatregel vrije toegang tot de vreemdeling. Hij kan hem alleen spreken en met hem brieven wisselen zonder dat van de inhoud door anderen kennis wordt genomen, indien vereist, onder toezicht en met inachtneming van de huishoudelijke reglementen en zonder dat het onderzoek daardoor mag worden opgehouden.
Op verzoek van de raadsman wordt hem een afschrift verstrekt van het besluit tot bewaring M110-A en van het proces-verbaal van gehoor M110-B. De raadsman van de vreemdeling heeft ingevolge artikel 104 Vw tijdens de tenuitvoerlegging van de vrijheidsontnemende maatregel vrije toegang tot de vreemdeling. Hij kan hem alleen spreken en met hem brieven wisselen zonder dat van de inhoud door anderen kennis wordt genomen, indien vereist, onder toezicht en met inachtneming van de huishoudelijke reglementen en zonder dat het onderzoek daardoor mag worden opgehouden.
De maatregel waarbij de bewaring opgelegd wordt, wordt gedagtekend, ondertekend en met redenen omkleed. Aan de vreemdeling op wie de maatregel betrekking heeft, wordt onmiddellijk een afschrift daarvan uitgereikt (zie artikel 5.3 Vb). Deze vereisten gelden ook bij de voortzetting van de bewaring op een andere grond, zie A6/5.3.4.5. Wanneer aan de in bewaring te stellen vreemdeling eveneens een terugkeerbesluit, inclusief een eventueel inreisverbod (zie A5/1), wordt uitgereikt, vindt uitreiking daarvan plaats voorafgaand aan of gelijktijdig met de inbewaringstelling. De vreemdeling moet daarbij schriftelijk en mondeling (in een voor hem begrijpelijke taal) worden gewezen op de mogelijkheid tot het aanwenden van het rechtsmiddel genoemd in artikel 93 Vw (zie A6/6). Voor het opleggen van de maatregel van bewaring dient gebruik te worden gemaakt van een formulier M110-A. Dit model is zodanig ingericht dat daarin, overeenkomstig artikel 59 Vw, steeds de gronden voor de inbewaringstelling worden aangegeven.
3.3. Aanvragen om verlening van een vergunning tot vestiging
Uit de vreemdelingenadministratie dient duidelijk te blijken om welke reden(en) het gehoor na de inbewaringstelling plaatsgevonden heeft.
5.3.4.4. Voortzetting van de bewaring op een andere categorie
Indien de vreemdeling tijdens zijn inbewaringstelling een reguliere aanvraag of een asielaanvraag indient, komt aan de beslissing op de reguliere aanvraag ingevolge artikel 73, vierde lid, Vw en aan de beslissing op de asielaanvraag ingevolge artikel 82, vierde lid, Vw geen opschortende werking toe. Voor de procedure betreffende de indiening van een reguliere aanvraag wordt verwezen naar B1/9.1.1.
3.5. Wijze van behandeling
Voor de specifieke bepalingen ten aanzien van slachtoffers van mensenhandel in bewaring wordt verwezen naar B9/3.1.
Indien de bewaring wordt opgeheven, is het mogelijk om de vreemdeling onmiddellijk aansluitend aan de opheffing – zonder dat de vreemdeling uit de macht van de tot inbewaringstelling en uitzetting bevoegde autoriteiten is geweest – opnieuw in bewaring te stellen. Voor het opnieuw opleggen van een maatregel van bewaring is het noodzakelijk dat er sprake is van gewijzigde omstandigheden, op grond waarvan een hernieuwde inbewaringstelling gerechtvaardigd is. Het maakt in dit verband geen verschil of de opheffing van de eerdere bewaring door de rechtbank is bevolen dan wel op eigen initiatief namens de Minister is opgeheven. Van gewijzigde omstandigheden is onder andere sprake indien de voor de terugkeer van de vreemdeling noodzakelijke bescheiden voorhanden zijn of op korte termijn voorhanden zullen zijn, terwijl die er ten tijde van de eerste inbewaringstelling niet waren.
Ook is het denkbaar dat de bewaringsgrond van artikel 59, tweede lid, Vw wordt omgezet in artikel 59, eerste lid, Vw. Bijvoorbeeld indien de vreemdeling zich verzet bij de uitzetting. Bij een hernieuwde inbewaringstelling dient de vreemdeling uiteraard te worden gehoord.
Op verzoek van de raadsman wordt hem een afschrift verstrekt van het besluit tot bewaring M110-A en van het proces-verbaal van gehoor M110-B. De raadsman van de vreemdeling heeft ingevolge artikel 104 Vw tijdens de tenuitvoerlegging van de vrijheidsontnemende maatregel vrije toegang tot de vreemdeling. Hij kan hem alleen spreken en met hem brieven wisselen zonder dat van de inhoud door anderen kennis wordt genomen, indien vereist, onder toezicht en met inachtneming van de huishoudelijke reglementen en zonder dat het onderzoek daardoor mag worden opgehouden.
5.3.4.3. De vorm waarin de maatregel wordt opgelegd
5.3.4.4. Voortzetting van de bewaring op een andere categorie
Naast de wettelijke termijn van artikel 59, vierde en vijfde lid, Vw geldt een maximale duur van de bewaring indien een gezin met minderjarige kinderen een maatregel op grond van artikel 59 Vw is opgelegd. Voor deze maximale termijn en de voorwaarden waaronder deze termijn mag worden overschreden, wordt verwezen naar A6/5.3.3.8.
5.3.4.4. Voortzetting van de bewaring op een andere categorie
Indien redenen aanwezig zijn om de bewaring met maximaal twaalf maanden te verlengen dient de vreemdeling voor het verstrijken van de zes maanden door de DT&V hiervan schriftelijk op de hoogte te worden gesteld. Van belang hierbij is dat voor de berekening van de zes maanden termijn van de laatste datum inbewaringstelling dient te worden uitgegaan. De termijn die gemoeid is met een periode waarin niet tot uitzetting kan worden overgegaan (gedurende toelatingsaanvragen) wordt niet bij deze termijn meegenomen. De DT&V stelt dit besluit op en reikt deze aan de vreemdeling uit. Tegen deze beslissing kan beroep worden ingesteld. Zie A6/6.2.1. Op deze termijnstelling is de Algemene Termijnenwet niet van toepassing.
Voorts mag de bewaring niet langer duren dan met het oog op het doel van deze maatregel strikt noodzakelijk is.
De DT&V moet gelet hierop alle maatregelen nemen om de uitzetting op zo kort mogelijke termijn te effectueren (onderzoek naar identiteit en nationaliteit, naar aanwezigheid reisdocumenten, verblijfspositie, aanvraag (vervangende) reisdocumenten e.d.). Bij het voortduren van de maatregel zal de nadruk gelegd dienen te worden op de voortvarendheid van het handelen met betrekking tot het verkrijgen van reis- en/of identiteitsdocumenten.
De omstandigheid dat een beroep op de rechtbank (zie artikel 93 Vw) over de rechtmatigheid van de bewaring nog bij de rechter aanhangig is, staat niet aan de uitzetting in de weg.
Indien de bewaring wordt opgeheven, is het mogelijk om de vreemdeling onmiddellijk aansluitend aan de opheffing – zonder dat de vreemdeling uit de macht van de tot inbewaringstelling en uitzetting bevoegde autoriteiten is geweest – opnieuw in bewaring te stellen. Voor het opnieuw opleggen van een maatregel van bewaring is het noodzakelijk dat er sprake is van gewijzigde omstandigheden, op grond waarvan een hernieuwde inbewaringstelling gerechtvaardigd is. Het maakt in dit verband geen verschil of de opheffing van de eerdere bewaring door de rechtbank is bevolen dan wel op eigen initiatief namens de Minister is opgeheven. Van gewijzigde omstandigheden is onder andere sprake indien de voor de terugkeer van de vreemdeling noodzakelijke bescheiden voorhanden zijn of op korte termijn voorhanden zullen zijn, terwijl die er ten tijde van de eerste inbewaringstelling niet waren.
5.3.5.1. Indienen van voorlopige voorziening tijdens bewaring
Indien een vreemdeling gedurende de tenuitvoerlegging van de bewaring een verzoek om een voorlopige voorziening indient, blijft de vreemdelingenbewaring in beginsel voortduren. De ambtenaar van de DT&V zal in overleg met de IND na moeten gaan of deze procedure in Nederland afgewacht mag worden. Indien daartoe besloten wordt en de vreemdelingenbewaring voortduurt, zal de IND aan de rechtbank verzoeken om het verzoek om een voorlopige voorziening zo spoedig als mogelijk te laten plaatsvinden. Ook de advocaat van de vreemdeling kan in deze gevallen aan de rechtbank om bespoediging van de behandeling van het verzoek om een voorlopige voorziening vragen.
In artikel 59, vierde lid, Vw wordt aangegeven hoe lang de maatregel van bewaring mag duren. Daarbij is het volgende onderscheid gemaakt:
Ingevolge artikel 5.4, eerste lid, Vb wordt de maatregel van bewaring ten uitvoer gelegd op een politiebureau, in een cel van de KMar of in een huis van bewaring. Tenuitvoerlegging in een ruimte of plaats als bedoeld in artikel 6, tweede lid, of artikel 58, eerste lid, Vw is eveneens mogelijk. Het regime is geregeld in respectievelijk de Regeling Politiecellencomplex, de Penitentiaire beginselenwet en het Reglement grenslogies. In artikel 5.4, eerste lid, Vb is bepaald dat bij de tenuitvoerlegging van de bewaring de vreemdeling niet verder beperkt wordt in de uitoefening van zijn grondrechten dan wordt gevorderd door het doel van de bewaring en de handhaving van de orde en de veiligheid op de plaats van de tenuitvoerlegging.
Hoewel de tenuitvoerlegging van de bewaring doorgaans op een politiebureau of in een cel van de KMar zal aanvangen, dient deze in beginsel te worden voortgezet in een justitiële inrichting of in een ruimte of plaats waar het Reglement grenslogies van toepassing is, indien en zodra dit redelijkerwijs mogelijk is (zie artikel 5.4, tweede lid, Vb). Het criterium ‘redelijkerwijs mogelijk’ ziet op de beschikbare capaciteit in de desbetreffende inrichtingen, alsmede op de prioriteitstelling die bij de verdeling daarvan gehanteerd dient te worden.
Een uitzetcentrum is in beginsel bedoeld voor illegale vreemdelingen die op korte termijn uitzetbaar zijn. Een uitzetting verloopt in beginsel altijd via een uitzetcentrum (zie A4/6.4). Echter, de duur van het verblijf in het uitzetcentrum is niet aan een wettelijk maximum gebonden. Vreemdelingenbewaring in een uitzetcentrum kan duren zolang de openbare orde of de nationale veiligheid dat vergt en zolang er zicht is op uitzetting. Ook vanuit de optiek van de in het uitzetcentrum aanwezige voorzieningen bestaat er geen limiet aan de verblijfsduur in het uitzetcentrum.
5.3.6.2. Plaatsing in een justitiële inrichting
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen meldt de vreemdeling zo spoedig mogelijk na inbewaringstelling aan bij DJI.
Model M52. Verzoek aan de vreemdeling om in persoon te verschijnen
Model M53. Verklaring tot intrekking van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning
Model M54. Aanvraagformulier Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005
Model M47. Garantverklaring
Vervallen
Model M47-A. Garantverklaring verkorte mvv-procedure (bedrijven en onderwijsinstelingen)
Vervallen
Model M48. Garantverklaring uitwisselingsorganisatie
Vervallen
Model M48-B. Bewust en garantverklaring verblijf bij religieuze en levensbeschouwelijke organisaties
Model M49. Arbeidsongeschiktheidsverklaring
Vervallen
Model M50. Checklist mvv-vereiste
Vervallen
Model M51-A. Verklaring ontvangst waarborgsom
Vervallen
Model M51-B. Verklaring teruggave waarborgsom
Vervallen
Model M52. Verzoek aan de vreemdeling om in persoon te verschijnen
Model M53. Verklaring tot intrekking van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning
Model M54. Aanvraagformulier Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005
Model M119. Dossier vreemdelingenbewaring
Model M120. (Voortgangs) Gegevens met betrekking tot uitzetting
Model M122
Model M123-M129. Gereserveerd
Model M130. Brochure ongewenstverklaring
Vervallen
Model M131-A. Schema van voorrechten en immuniteiten op grond van het Diplomatenverdrag
Vervallen
Model M131-B. Schema van voorrechten en immuniteiten op grond van het Consulaire Verdrag
Vervallen
Model M132. Verzoek om inlichtingen aan de Regionale Directie Arbeidsvoorziening
Vervallen
Model M133-A. Inlichtingenformulier voor het vragen van inlichtingen conform art. 8.1 Vb
Vervallen
Model M133-B. Antwoordformulier
Vervallen
Model M133-C. Informatieformulier voor het verstrekken van gegevens conform art. 8.2 Vb
Vervallen
Model M133-D. Informatieformulier voor het verstrekken van gegevens conform art. 8.2 Vb
Vervallen
Model M134. Verrekeningsstaat
Vervallen
Model M135. Declaratie kosten verwijdering
Vervallen
Model M136. Opgave van ingenomen gelden
Vervallen
Model M137-A. Formulier restitutie garantiesom
Vervallen
Model M137-B. Formulier restitutie passagebiljet
Vervallen
Model M138. Verzoek om advies voor afgifte machtiging tot voorlopig verblijf (MVV)
Vervallen
Model M139. Verzoek om afgifte van een Machtiging tot voorlopig verblijf
Vervallen
Model M55. Kennisgeving bedenktijd/aangifte/verlenen medewerking aan strafproces mensenhandel en beroep op regeling B9 Vreemdelingencirculaire 2000
| Vreemdelingennummer: | ............... |
|---|---|
| Bedrijfsprocessen Systeemnummer: | ............... |
| Aan: de Staatssecretaris van Justitie | Aan: de Staatssecretaris van Justitie |
| --- | --- |
| Immigratie- en Naturalisatiedienst | Immigratie- en Naturalisatiedienst |
| Locatie: | ............... |
| Ter attentie van de contactpersoon mensenhandel: | Ter attentie van de contactpersoon mensenhandel: |
| faxnummer: | ............... |
Conform het gestelde in hoofdstuk B9 van de Vreemdelingencirculaire 2000, deel ik u mede namens de Korpschef van de politieregio ......, dat aan/ door:
| achternaam: | ............... |
|---|---|
| voorna(a)m(en): | ............... |
| geboortedatum: | ............... |
| geboorteplaats: | ............... |
| nationaliteit: | ............... |
| geslacht: | ............... |
| adres: | ............... |
| postcode, plaats: | ............... |
- ( ). Op ...... (datum) bedenktijd op grond van de regeling B9 Vreemdelingencirculaire is verleend. Betrokkene
- •. komt wel/niet voor in het herkenningsdienstsysteem/opsporingsregister/nationaal Schengen informatiesysteem;
- •. is wel/niet in het bezit van een geldig document voor grensoverschrijding. Indien betrokkene niet in het bezit is van een geldig document voor de grensoverschrijding wordt betrokkene voor de duur van de bedenktijdfase in het bezit gesteld van een W2 document. Hiertoe dient een door betrokkene ondertekende fotokaart, voorzien van persoonsgegevens, een pasfoto en het vreemdelingennummer aan de IND contactpersoon separaat nagezonden te worden;
- •. is wel/niet in vreemdelingenbewaring gesteld;
- •. heeft wel/niet alsnog toegang via Schiphol tot Nederland verkregen in verband met bedenktijd;
- •. heeft ......(aantal) in Nederland verblijvende kinderen;
- •. heeft wel/niet een uitkering op grond van de Regeling verstrekkingen bepaalde categorieën vreemdelingen aangevraagd.
- ( ). Te ...... (plaats van aangifte) aangifte is gedaan van het misdrijf genoemd in artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht (mensenhandel). Betrokkene is slachtoffer/ getuige-aangever en doet een beroep op de regeling uit B9, om in aanmerking te komen voor een verblijfsvergunning. De voornoemde aangifte heeft geresulteerd in: ...... (procesverbaal-nummer) Betrokkene:
- •. komt wel/niet voor in het herkenningsdienstsysteem/opsporingsregister/nationaal Schengen informatiesysteem;
- •. is wel/niet in het bezit van een geldig document voor grensoverschrijding;
- •. is wel/niet in vreemdelingenbewaring gesteld;
- •. heeft ......(aantal) in Nederland verblijvende kinderen;
- •. wenst wel/niet te vertrekken na aangifte;
- •. heeft wel/niet gebruik gemaakt van de bedenktijdfase, eindigend op ...... (datum);
- •. heeft wel/niet een uitkering op grond van de Regeling verstrekkingen bepaalde categorieën vreemdelingen aangevraagd.
- ( ). Op ...... (datum verlenen medewerking) medewerking is verleend door middel van ...... (wijze verlenen medewerking) aan de opsporing en vervolging van het misdrijf genoemd in artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht (mensenhandel). Betrokkene is slachtoffer en doet een beroep op de regeling uit B9, om in aanmerking te komen voor een verblijfsvergunning. De medewerking wordt verleend bij: ...... (fase van het onderzoek/evt. zaaknummer) Betrokkene:
- •. komt wel/niet voor in het herkenningsdienstsysteem/opsporingsregister/nationaal Schengen informatiesysteem;
- •. is wel/niet in het bezit van een geldig document voor grensoverschrijding;
- •. is wel/niet in vreemdelingenbewaring gesteld;
- •. heeft ...... (aantal) in Nederland verblijvende kinderen;
- •. wenst wel/niet te vertrekken na medewerking;
- •. heeft wel/niet gebruik gemaakt van de bedenktijdfase, eindigend op ...... (datum);
- •. heeft wel/niet een uitkering op grond van de Regeling verstrekkingen bepaalde categorieën vreemdelingen aangevraagd.
| Document als bedoeld in artikel 4.21 Vreemdelingenbesluit 2000 | Document als bedoeld in artikel 4.21 Vreemdelingenbesluit 2000 |
|---|---|
| Aard: identiteitsbewijs/ paspoort/ anders, te weten: ...... | Aard: identiteitsbewijs/ paspoort/ anders, te weten: ...... |
| afgegeven op | ............... (datum) |
| afgegeven te | ............... (plaats) |
| land van afgifte | ............... |
| geldig tot | ............... (datum) |
Gegevens omtrent in Nederland verblijvende kind(eren) van betrokkene
| Aantal kinderen: | ............... |
|---|---|
| Kind 1 | ............... |
| --- | --- |
| Achternaam: | ............... |
| Voorna(a)m(en): | ............... |
| Geboortedatum: | ............... |
| Geboorteplaats: | ............... |
| Geboorteland: | ............... |
| Nationaliteit: | ............... |
| Betrokkene is wel/ niet in het bezit van een geldig document voor grensoverschrijding. | Betrokkene is wel/ niet in het bezit van een geldig document voor grensoverschrijding. |
Indien aan de ouder van betrokkene bedenktijd is verleend en betrokkene niet in het bezit is van een geldig document voor de grensoverschrijding wordt betrokkene voor de duur van de bedenktijdfase van de ouder in het bezit gesteld van een W2 document. Hiertoe dient een door betrokkene of diens ouder ondertekende fotokaart, voorzien van persoonsgegevens, een pasfoto en het vreemdelingennummer aan de Immigratie- en Naturalisatiedienst contactpersoon separaat nagezonden te worden.
| Kind 2 | ............... |
|---|---|
| Achternaam: | ............... |
| Voorna(a)m(en): | ............... |
| Geboortedatum: | ............... |
| Geboorteplaats: | ............... |
| Geboorteland: | ............... |
| Nationaliteit: | ............... |
| Betrokkene is wel/ niet in het bezit van een geldig document voor grensoverschrijding. | Betrokkene is wel/ niet in het bezit van een geldig document voor grensoverschrijding. |
Indien aan de ouder van betrokkene bedenktijd is verleend en betrokkene niet in het bezit is van een geldig document voor de grensoverschrijding wordt betrokkene voor de duur van de bedenktijdfase van de ouder in het bezit gesteld van een W2 document. Hiertoe dient een door betrokkene of diens ouder ondertekende fotokaart, voorzien van persoonsgegevens, een pasfoto en het vreemdelingennummer aan de Immigratie- en Naturalisatiedienst contactpersoon separaat nagezonden te worden.
Document als bedoeld in artikel 4.21 Vreemdelingenbesluit 2000
| Aard: | bijgeschreven in document voor grensoverschrijding ouder/ identiteitsbewijs/ paspoort/ anders, te weten ............... |
|---|---|
| afgegeven op | ............... (datum) |
| afgegeven te | ............... (plaats) |
| land van afgifte | ............... |
| geldig tot | ............... (datum) |
| Contactpersoon bij de politie: | Contactpersoon bij de politie: |
| --- | --- |
| Naam: | ............... |
| Telefoonnummer: | ............... |
| Faxnummer: | ............... |
| Contactpersoon bij het Openbaar Ministerie | Contactpersoon bij het Openbaar Ministerie |
| --- | --- |
| Parketnummer: | ............... |
| Parket: | ............... |
| Naam: | ............... |
| Telefoonnummer: | ............... |
| Faxnummer: | ............... |
Indien de kennisgeving een aangifte of het verlenen van medewerking aan de opsporing en vervolging van mensenhandel betreft, bericht ik u tevens het onderstaande.
De genoemde aangifte/het verlenen van medewerking aan de opsporing of vervolging dient gezien te worden als een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd “onder de beperking als genoemd in de Vreemdelingencirculaire, B9” en ik verzoek u mij, in het belang van het onderzoek en de te nemen maatregelen in het kader van vreemdelingentoezicht, te berichten over uw beslissing/ de voortgang van de opsporing dan wel vervolging.
Voor de kinderen van slachtoffer-aangevers, getuige-aangevers en slachtoffers die op andere wijze medewerking verlenen aan de opsporing en vervolging van mensenhandel dient een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking “verblijf bij ouder” te worden ingediend.
Voor zover het een aanvraag van een slachtoffer-aangever of een slachtoffer dat medewerking verleend aan de vervolging of opsporing betreft, verzoek ik u mij, in het belang van het onderzoek en de te nemen maatregelen in het kader van vreemdelingentoezicht, binnen 24 uur te berichten over uw beslissing.
de Korpschef,
namens deze,
Datum:
Plaats:
Model M55-A. Kennisgeving aangifte/verlenen medewerking aan strafproces mensenhandel gedurende asielprocedure
Model M56. Voorblad aanvraag verblijfsvergunning door een inbewaringgestelde vreemdeling
Vreemdelingennummer: ..........
Immigratie- en Naturalisatiedienstnummer: ..........
Aan:
de Staatssecretaris van Justitie,
Immigratie en Naturalisatiedienst,
Locatie .........
Ter attentie van de contactpersoon:
faxnummer: ..........
Hierbij deel ik u namens de Korpschef/ Commandant der Koninklijke Marechaussee te .........., mede, dat op .........., door:
achternaam: ..........
voorna(a)m(en): ..........
geboortedatum: ..........
geboorteplaats: ..........
geboorteland: ..........
nationaliteit: ..........
geslacht: ..........
adres: ..........
postcode/plaats: ..........
te .......... (plaats), een aanvraag is ingediend voor:
- ( ). een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 14 Vreemdelingenwet 2000
- ( ). een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 28 Vreemdelingenwet 2000
- –. Betrokkene is op grond van .......... in vreemdelingenbewaring gesteld;
- –. behoort tot de categorie ..........;
- –. komt: niet/ wel voor in het Herkenningsdienstsysteem/ Opsporingsregister/Nationaal Schengen Informatie Systeem ter zake ..........;
- –. betrokkene is niet/ wel in het bezit van een geldig reisdocument;
- –. betrokkene is niet/ wel op korte termijn uitzetbaar.
Naam: ..........
Telefoonnummer: ..........
Faxnummer: ..........
In het belang van de te nemen maatregelen van vreemdelingentoezicht, verzoek ik om mij binnen 24 uur over uw beslissing te berichten.
de Korpschef/ Commandant der Koninklijke Marechaussee,
namens deze,
Model M57. Verklaring inkomen ondernemer
Vervallen
Model M58. Aanvraag verblijfsvergunning kennismigrant met mvv
Vervallen
Model M59. Aanvraag verblijfsvergunning kennismigrant of wijziging beperking zonder mvv
Vervallen
Model M60. Positief advies mvv
Vervallen
Model M61. Negatief advies mvv
Vervallen
Model M62. Staat van inlichtingen mvv
Vervallen
Model M63. Voorstel intrekking verblijfsvergunning en/ of ongewenstverklaring
Model M64. Beschikking tot het niet in behandeling nemen van een aanvraag verblijfsvergunning (on)bepaalde tijd (art. 4:5 Awb)
Vervallen
Model M65-A. Beschikking aanvraag (on)bepaalde tijd afwijzen
Vervallen
Model M65-B. Beschikking afwijzen aanvraag verlengen bepaalde tijd
Vervallen
Model M65-C. Beschikking afwijzen aanvraag wijziging verblijfsvergunning
Vervallen
Model M66. Beschikking intrekking verblijfsvergunning
Vervallen
Model M67. Staat van inlichtingen adoptie
Model M68. Staat van inlichtingen opname als pleegkind
Vervallen
Model M69-M74. Gereserveerd
Model M75-A. Document I
Vervallen
Model M75-B. Document II
Vervallen
Model M75-C. Document III
Vervallen
Model M75-D. Document IV
Vervallen
Model M75-E. Document EU/EER
Vervallen
Model M75-F. Document W
Vervallen
Model M75-G. Document W2
Vervallen
Model M76. Ontvangstbewijs voor het in ontvangst nemen van een verblijfsdocument
Model M77-A. Sticker verblijfsaantekeningen Algemeen
Vervallen
Model M77-B. Sticker verblijfsaantekeningen Gemeenschapsonderdanen
Vervallen
Model M77-C. Sticker verblijfsaantekeningen Vervolgprocedures
Vervallen
Model M77-D
Vervallen
Model M78-A. Rappelbrief omtrent tijdige aanvraag verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd (asiel)
Vervallen
Model M78-B. Rappelbrief omtrent tijdige verlenging / wijziging van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd dan wel aanvraag van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd (regulier)
Vervallen
Model M79. Reizigerslijst voor schoolreizen
Vervallen
Model M80. EU-staat
Model M81. Geprivilegieerdendocument
Model M81-A. Geprivilegieerdendocument (toelichting)
Vervallen
In artikel 3:40 Awb is vastgelegd dat een besluit pas in werking treedt als het bekendgemaakt is. Deze hoofdregel geldt ook hier. Dat betekent dat de beslissing wordt genomen met inachtneming van het nieuwe materiële recht, dus de inhoudelijke toets vindt aan de hand van de Vw plaats. Dit geldt zowel voor aanvragen in eerste aanleg die op of na 1 april 2001 zijn ontvangen als voor aanvragen in eerste aanleg die per 1 april 2001 reeds waren ontvangen, waarop nog niet is beslist.
14. Verwerking persoonsgegevens
Artikel 3.103 Vb is geen bepaling van overgangsrecht per 1 april 2001. Dit artikel is bedoeld voor wijzigingen van na de inwerkingtreding van de Vw en codificeert de in het vreemdelingenrecht geldende uitzondering op het onmiddellijkheidsbeginsel.
Aanvragen tot verlening of verlenging van een vergunning tot verblijf op grond van artikel 9 Vw (oud) voor een regulier verblijfsdoel (onder een beperking) worden aangemerkt als aanvragen tot het verlenen of het verlengen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 Vw.
De artikelen 118–120 Vw regelen het overgangsrecht ten aan zien van de rechtsmiddelen. Voornoemde artikelen bevatte zowel de mogelijkheden tot het instellen van een rechtsmiddel op grond van de Vw (oud) en de behandeling van dit rechtsmiddel.
De au pair en het gastgezin komen derhalve het volgende overeen:
De au pair en het gastgezin komen derhalve het volgende overeen:
Dit betekent dat het mogelijk was een bezwaarschrift in te dienen op grond van de Vw (oud) zolang de bezwaartermijn na inwerkingtreding van de wet nog niet was verstreken. Indien bijvoorbeeld een besluit twee weken voor inwerkingtreding van de Vw bekend was gemaakt, respectievelijk een handeling twee weken voor inwerkingtreding was verricht, kon nog gedurende twee weken na inwerkingtreding van de wet bezwaar daartegen worden gemaakt.
Artikel 2 – alternatief
In artikel 118, tweede lid, Vw is vastgelegd dat op de behandeling van een dergelijk bezwaarschrift de bepalingen van het oude recht van toepassing zijn. Het betreft dan artikel 29 en volgende Vw (oud). Dat betekent ook dat bijvoorbeeld de ACVZ moet worden ingeschakeld indien dat volgens artikel 31, tweede lid, Vw (oud) verplicht is.
Toelichting
In artikel 3:40 Awb is vastgelegd dat een besluit pas in werking treedt als het bekendgemaakt is. Deze hoofdregel geldt ook hier. Dat betekent dat de beslissing wordt genomen met inachtneming van het nieuwe materiële recht, dus de inhoudelijke toets vindt aan de hand van de Vw plaats. Dit geldt zowel voor aanvragen in eerste aanleg die op of na 1 april 2001 zijn ontvangen als voor aanvragen in eerste aanleg die per 1 april 2001 reeds waren ontvangen, waarop nog niet is beslist.
Tegen een besluit op grond van de Vw (oud), dat is bekendgemaakt voor de inwerkingtreding van de wet, kan op grond van het oude recht beroep worden ingesteld. Hetzelfde geldt voor de handeling op grond van de Vw (oud), die is verricht voor inwerkingtreding van de wet. Dit is bepaald in artikel 119, eerste lid, Vw. Dit artikel moet in samenhang met het eerste lid van artikel 118 Vw worden bezien.
Tegen beslissingen waartegen onder het oude recht wel bezwaar open stond, maar onder het nieuwe recht niet, stond bezwaar open als zij voor inwerkingtreding van de wet waren bekendgemaakt. Beroep staat open tegen besluiten die na inwerkingtreding van de Vw zijn bekendgemaakt.
Onder artikel 119, eerste lid, Vw vallen de situaties waarin geen bezwaar kan worden gemaakt op grond van artikel 29 Vw (oud) en anderzijds de gevallen waarin een beslissing op een bezwaarschrift bekend is gemaakt voor de inwerkingtreding. In beide gevallen kan beroep worden ingesteld op grond van het oude recht.
In het derde lid is bepaald dat voor een beroep of een verzoek om een voorlopige voorziening op grond van het oude recht ook de bepalingen van het oude recht van toepassing zijn over de hoogte van het griffierecht. Zie artikel 33f Vw (oud).
Het beroep op de rechtbank tegen een besluit of handeling op grond van de Vw (oud) dat is bekendgemaakt of verricht voor inwerkingtreding van de Vw, of tegen een op bezwaar genomen beslissing, heeft geen opschortende werking (artikel 119, tweede lid, Vw).
Artikel 4 – zakgeld
In artikel 120 Vw is bepaald dat het hoger beroep als bedoeld in artikel 84 Vw slechts kan worden ingesteld tegen de uitspraak die is bekendgemaakt na het tijdstip van inwerkingtreding van de wet. Het betreft een uitspraak van de rechtbank of de president van de rechtbank over de beschikking op de aanvraag tot het verlenen of verlengen van een verblijfsvergunning, dan wel over de beschikking waarbij de verblijfsvergunning is ingetrokken. Dit artikel beoogt het instellen van hoger beroep te beperken tot die zaken, waarin vanaf de eerste aanlegfase de nieuwe wet is toegepast (artikel 117 Vw).
Toelichting
In artikel 118, tweede lid, Vw is vastgelegd dat op de behandeling van een dergelijk bezwaarschrift de bepalingen van het oude recht van toepassing zijn. Het betreft dan artikel 29 en volgende Vw (oud). Dat betekent ook dat bijvoorbeeld de ACVZ moet worden ingeschakeld indien dat volgens artikel 31, tweede lid, Vw (oud) verplicht is.
Toelichting
Tegen beslissingen waartegen onder het oude recht wel bezwaar open stond, maar onder het nieuwe recht niet, stond bezwaar open als zij voor inwerkingtreding van de wet waren bekendgemaakt. Beroep staat open tegen besluiten die na inwerkingtreding van de Vw zijn bekendgemaakt.
Tegen een besluit op grond van de Vw (oud), dat is bekendgemaakt voor de inwerkingtreding van de wet, kan op grond van het oude recht beroep worden ingesteld. Hetzelfde geldt voor de handeling op grond van de Vw (oud), die is verricht voor inwerkingtreding van de wet. Dit is bepaald in artikel 119, eerste lid, Vw. Dit artikel moet in samenhang met het eerste lid van artikel 118 Vw worden bezien.
Artikel 7 – geschillenclausule
Onder artikel 119, eerste lid, Vw vallen de situaties waarin geen bezwaar kan worden gemaakt op grond van artikel 29 Vw (oud) en anderzijds de gevallen waarin een beslissing op een bezwaarschrift bekend is gemaakt voor de inwerkingtreding. In beide gevallen kan beroep worden ingesteld op grond van het oude recht.
In het derde lid is bepaald dat voor een beroep of een verzoek om een voorlopige voorziening op grond van het oude recht ook de bepalingen van het oude recht van toepassing zijn over de hoogte van het griffierecht. Zie artikel 33f Vw (oud).
Het beroep op de rechtbank tegen een besluit of handeling op grond van de Vw (oud) dat is bekendgemaakt of verricht voor inwerkingtreding van de Vw, of tegen een op bezwaar genomen beslissing, heeft geen opschortende werking (artikel 119, tweede lid, Vw).
Contractpartij Au pair,
Model M5-C. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om wijziging van een visum
Model M5-D. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om een terugkeervisum door vreemdelingen die in Nederland zijn toeglaten voor langer dan drie maanden
Vervallen
Model M5-E. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om een terugkeervisum door vreemdelingen aan wie is toegestaan om in Nederland een (definitieve) beslissing over hun verblijf af te wachten
Vervallen
Model M6
Model M7
Model M8. Gereserveerd
Model M9. Gereserveerd
Model M10. Bemanningslijst schip (gezagvoerder)
Vervallen
Model M11
Vervallen
Model M12
Vervallen
Model M13. Modelbeschikking ontheffing artikel 4.11 Vreemdelingenbesluit 2000
Model M14. Passagierslijst luchtvaart
Vervallen
Model M15. Bemanningslijst luchtvaart
Vervallen
Model M16. Garantverklaring zeelieden
Vervallen
Model M17. Standaardformulier voor weigering van toegang aan de grens aan onderdanen van derde landen die kort verblijf beogen
Model M18. Beschikking weigering toegang aan onderdanen van derde landen die lang verblijf beogen en personen die vallen onder het EU-recht inzake vrij verkeer (artikel 8.8 of 8.5 Vreemdelingenbesluit 2000)
Model M19. Beschikking tot aanwijzing van een ruimte of plaats ingevolge artikel 6, eerste lid, of eerste en tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000
| Vreemdelingennummer | Vreemdelingennummer |
|---|---|
| :..... | |
| Immigratie- en Naturalisatiedienstnummer | Immigratie- en Naturalisatiedienstnummer |
| :..... | |
| Koninklijke Marechaussee-incidentnummer/XPOL-registratienummer | Koninklijke Marechaussee-incidentnummer/XPOL-registratienummer |
| :..... | |
| Piketadvocaat | Piketadvocaat |
| :..... | Telefoon:..... |
Ondergetekende, ..... naam of verbalisantennummer)
( ) ambtenaar der Koninklijke Marechaussee, belast met de grensbewaking;
( ) ambtenaar van het regionale politiekorps Rotterdam-Rijnmond;
( ) directeur van een grenslogies, als bedoeld in artikel 3 van het Reglement regime grenslogies,
| overwegende dat, aan | overwegende dat, aan |
| achternaam | ..... |
| voorna(a)m(en) | ..... |
| geboortedatum | ..... |
| geboorteplaats | ..... |
| geboorteland | ..... |
| nationaliteit | ..... |
| geslacht | man/ vrouw |
| burgerlijke staat | ..... |
| tezamen met | ..... (aantal) kinderen jonger dan zestien jaar |
de toegang tot Nederland is geweigerd op grond van:
( ) artikel 13 juncto artikel 5 van de Verordening (EG) Nummer 562/2006 van 15 maart 2006 tot vaststelling van een communautaire code betreffende de overschrijding van de grenzen door personen (voor onderdanen van derde landen – kort verblijf)
( ) artikel 3 van de Vreemdelingenwet 2000 (voor onderdanen van derde landen – lang verblijf)
( ) artikel 3, eerste lid, onder d, van de Vreemdelingenwet 2000 juncto artikel 8.8 of 8.5 van het Vreemdelingenbesluit 2000 (voor personen die vallen onder het Gemeenschapsrecht inzake vrij verkeer of onderdanen van België en Luxemburg)
(eventueel hieronder overige gegevens vermelden)
.....
.....
.....
wordt aan betrokkene(n) op grond van artikel 6, eerste lid, of artikel 6, eerste en tweede lid van de Vreemdelingenwet 2000 de verplichting opgelegd zich op te houden in:
..... (ruimte of plaats)
Deze beschikking is door mij onmiddellijk aan de vreemdeling uitgereikt.
Nadat ik aan betrokkene de strekking en inhoud van deze aanwijzing medegedeeld had,
( ) in de Nederlandse taal, welke door de vreemdeling in voldoende mate beheerst wordt,
( ) in de ..... taal, welke door mij verbalisant en de vreemdeling in voldoende mate beheerst wordt,
( ) door middel van de (telefonische/in persoon) tolk (naam) ..... van het tolkencentrum in de ..... taal,
verklaarde hij/zij deze beschikking te begrijpen.
| Plaats ..... | Datum ..... |
de ambtenaar belast met de grensbewaking / de directeur van een grenslogies als bedoeld in artikel 3 van het Reglement regime grenslogies,
.....
(handtekening van de ambtenaar)
Beroep tegen deze maatregel kan schriftelijk worden ingesteld bij de rechtbank te ’s-Gravenhage, Centraal Inschrijfbureau Vreemdelingenzaken, Postbus 1621, 2003 BR, Haarlem.
Na indiening van een eerste beroep (of eerste kennisgeving van de Immigratie- en Naturalisatiedienst) zult u – indien de maatregel niet voor die tijd opgeheven is – (uiterlijk) op de 35e dag na aanvang van de vrijheidsontneming door een rechtbank gehoord worden. De oproep om op de zitting te verschijnen ontvangt u op het moment dat u naar de rechtbank vervoerd zal worden.
Model M20. Kennisgeving toegang onder voorwaarden
Model M21
Vervallen
Model M22. Bijzonder doorlaatbewijs
Vervallen
Model M23. Standaard fax-bericht t.b.v. regeling transiterende visumplichtige zeelieden
Vervallen
Model M24-A. Opdracht tot verwijdering of overgave
Model M24-B. Rapport van overnemen van personen uit België of Duitsland
Vervallen
Model M25. Fax: Melding incidenten grensbewaking
Vervallen
Model M26. Bewustverklaring kort verblijf
Vervallen
Model M27. Guiding Letter: attest inzake vreemdelingen zonder reisdocumenten
Vervallen
Model M28. Covering Letter: attest inzake vreemdelingen met valse of vervalste reisdocumenten
Vervallen
Model M29. Aanwijzing terugvoerverplichting luchtvaartmaatschappij
Vervallen
Model M30. Aanwijzing terugvoerverplichting rederij
Model M31. Standaardformulier voor weigering van toegang aan de grens
Vervallen
Model M32-M34. Gereserveerd
Model M35-A. Aanvraag verblijfsvergunning of wijziging beperking zonder Mvv
Vervallen
Model M35-A-1. Aanvraag verblijfsvergunning met Mvv
Vervallen
Model M35-B. Aanvraag verlenging verblijfsvergunning
Vervallen
Model M35-C. Aanvraag tot het wijzigen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
Vervallen
Model M35-D. Aanvraag verblijfsvergunning onbepaalde tijd
Vervallen
Model M35-E. Aanvraag om toetsing aan het gemeenschapsrecht (bewijs van rechtmatig verblijf)
Vervallen
Model M35-F. Aanvraag van wettelijk vertegenwoordiger tot het verlenen, wijzigen danwel verlengen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
Vervallen
Model M35-G. Aanvraag om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 van de Vreemdelingenwet tevens geldig te verklaren voor inwonende kinderen beneden 12 jaar
Vervallen
Model M35-H. Aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Vervallen
Model M35-I
Vervallen
Model M35-J
Vervallen
Model M35-J-1. Aanvraag verblijfsvergunning asiel onbepaalde tijd of verlenging bepaalde tijd
Vervallen
Model M35-K
Vervallen
Model M36. Afspraakbevestiging
Vervallen
Model M37. Antecedentenverklaring
Vervallen
Model M38. TBC-formulier
Vervallen
Model M39-A. Bijlage toestemmingsverklaring medische gegevens
Vervallen
Model M39-B. Aanvraagformulier DNA-onderzoek
Vervallen
Model M39-C. Verzoek om een leeftijdsonderzoek in het aanmeldcentrum
Vervallen
Model M39-D. Verzoek om een leeftijdsonderzoek opvanglocatie
Vervallen
Model M39-E. Toestemmingsverklaring herhaald leeftijdsonderzoek
Vervallen
Model M39-F. Verklaring omtrent medische situatie vreemdeling
Vervallen
Model M40. Vragenlijst China
Vervallen
Model M41. Verklaring burgerlijke staat
Vervallen
Model M42. Relatieverklaring
Vervallen
Model M43. Bewustverklaring studie
Vervallen
Model M44. Bewustverklaring Au Pair
Vervallen
Model M44-A. Overeenkomst Au pair – Gastgezin
Vervallen
Model M45. Bewustverklaring geestelijk voorganger / godsdienstleraar
Vervallen
Model M45-A. Bewustverklaring overgangsregeling verblijf op religieuze of levensbeschouwelijke gronden
Model M46-A. Verklaring op grond van artikel 44, eerste lid, onder k Boek I Burgerlijk Wetboek en artikel 36a Wet Gemeentelijke Basisadministratie persoongegevens
Model M46-B. Verklaring op grond van artikel 44, eerste lid, onder k Boek I Burgerlijk Wetboek en artikel 36a Wet Gemeentelijke Basisadministratie persoonsgegevens
Model M46-C. Verklaring op grond van artikel 44, eerste lid, onder k Boek I Burgerlijk Wetboek en artikel 36a Wet Gemeentelijke Basisadministratie persoonsgegevens
Model M46-D. Verklaring op grond van artikel 44, eerste lid, onder k Boek I Burgerlijk Wetboek en artikel 36a Wet Gemeentlijke Basisadministratie persoonsgegevens
Model M47. Garantverklaring
Vervallen
Model M47-A. Garantverklaring verkorte mvv-procedure (bedrijven en onderwijsinstelingen)
Vervallen
Model M48. Garantverklaring uitwisselingsorganisatie
Vervallen
Model M48-B. Bewust en garantverklaring verblijf bij religieuze en levensbeschouwelijke organisaties
Model M49. Arbeidsongeschiktheidsverklaring
Vervallen
Model M50. Checklist mvv-vereiste
Vervallen
Model M51-A. Verklaring ontvangst waarborgsom
Vervallen
Model M51-B. Verklaring teruggave waarborgsom
Vervallen
Model M52. Verzoek aan de vreemdeling om in persoon te verschijnen
Model M53. Verklaring tot intrekking van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning
Model M54. Aanvraagformulier Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005
Model M47. Garantverklaring
Vervallen
Model M47-A. Garantverklaring verkorte mvv-procedure (bedrijven en onderwijsinstelingen)
Vervallen
Model M48. Garantverklaring uitwisselingsorganisatie
Vervallen
Model M48-B. Bewust en garantverklaring verblijf bij religieuze en levensbeschouwelijke organisaties
Model M49. Arbeidsongeschiktheidsverklaring
Vervallen
Model M50. Checklist mvv-vereiste
Vervallen
Model M51-A. Verklaring ontvangst waarborgsom
Vervallen
Model M51-B. Verklaring teruggave waarborgsom
Vervallen
Model M52. Verzoek aan de vreemdeling om in persoon te verschijnen
Model M53. Verklaring tot intrekking van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning
Model M54. Aanvraagformulier Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005
Model M131-A. Schema van voorrechten en immuniteiten op grond van het Diplomatenverdrag
Model M131-B. Schema van voorrechten en immuniteiten op grond van het Consulaire Verdrag
Model M132. Verzoek om inlichtingen aan de Regionale Directie Arbeidsvoorziening
Model M133-A. Inlichtingenformulier voor het vragen van inlichtingen conform art. 8.1 Vb
Vervallen
Model M133-B. Antwoordformulier
Vervallen
Model M133-C. Informatieformulier voor het verstrekken van gegevens conform art. 8.2 Vb
Vervallen
Model M133-D. Informatieformulier voor het verstrekken van gegevens conform art. 8.2 Vb
Vervallen
Model M134. Verrekeningsstaat
Vervallen
Model M135. Declaratie kosten verwijdering
Vervallen
Model M136. Opgave van ingenomen gelden
Vervallen
Model M137-A. Formulier restitutie garantiesom
Vervallen
Model M137-B. Formulier restitutie passagebiljet
Vervallen
Model M138. Verzoek om advies voor afgifte machtiging tot voorlopig verblijf (MVV)
Model M139. Verzoek om afgifte van een Machtiging tot voorlopig verblijf
Model M140. De verklaring van de werkgever
Vervallen
Het hoofd van de grensdoorlaatpost of het overgave-overnamepunt informeert onmiddellijk de betrokken politie, ZHP, KMar of DT&V of KMar in tenminste een van de volgende situaties:
De IND, de ambtenaar belast met de grensbewaking en AVIM onthouden of verkorten een vertrektermijn aan de hand van de in artikel 62, tweede lid, onder a, b en c, Vw opgenomen gronden, tenzij er redenen zijn om conform paragraaf A3/3.5 of A3/3.7 Vc desondanks een (volledige) vertrektermijn te gunnen.
Indien een visum van de vreemdeling nietig is verklaard of ingetrokken om redenen verband houdend met de openbare orde, zal in beginsel steeds eveneens sprake zijn van voldoende redenen om omwille van de openbare orde als bedoeld in artikel 62, tweede lid, Vw, de vertrektermijn te verkorten. Het vorenstaande geldt analoog ook bij de beëindiging van de vrije termijn van niet visumplichtige vreemdelingen, vanwege redenen die verband houden met openbare orde.
De amv aan wie uitstel van vertrek is verleend, wordt geacht rechtmatig verblijf te hebben als bedoeld in artikel 8, aanhef en onder j, Vw 2000.
Voor het vertrek van het hoofd van een gezin uit Nederland geldt dat de tot het gezin behorende vreemdelingen die Nederland moeten verlaten, zoveel mogelijk met het hoofd van het gezin vertrekken. Als gezamenlijk vertrek van het gezin niet mogelijk is, mag gescheiden vertrek plaatsvinden nadat de situatie van het gezin is beoordeeld en getoetst door de DT&V.
Met name als de vreemdeling kort vóór de geplande uitzetting of overdracht aangeeft een verblijfsaanvraag te willen indienen, dan kan de IND op grond van de uitzonderingen als genoemd in artikel 3.1, eerste en tweede lid, Vb besluiten dat uitzetting of overdracht toch doorgang kan vinden.
De DT&V moet een aanvraag voor een geldig document voor grensoverschrijding bij voorkeur samen met de vreemdeling opmaken. De DT&V moet de vreemdeling informeren over welke informatie de vreemdeling moet verstrekken voor het verkrijgen een geldig document voor grensoverschrijding. De vreemdeling is zelf verantwoordelijk voor het door de vreemdeling ingevulde formulier of de aan de DT&V verstrekte bewijsmiddelen geen asielgerelateerde informatie bevatten. De DT&V hoeft deze bewijsmiddelen niet te vertalen en te screenen op gegevens waaruit indirect kan worden afgeleid dat het om een vreemdeling gaat die een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft ingediend voordat het aan een diplomatieke vertegenwoordiging wordt overgelegd.
Het hoofd van de grensdoorlaatpost of het overgave-overnamepunt moet ten aanzien van een tijdelijk in bewaring genomen geldig document voor grensoverschrijding van de vreemdeling of een identiteitspapier van de vreemdeling alle volgende handelingen verrichten:
De DT&V heeft bezwaar tegen vertrek via de IOM van een vreemdeling vanwege een geplande uitzetting of overdracht in het kader van de verordening (EU) nr. 604/2013.
De DT&V kan intussen doorgaan met de voorbereidingen voor een eventueel gedwongen vertrek, mocht de vreemdeling uiteindelijk toch niet met de IOM vertrekken.
De vreemdeling krijgt uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw, als sprake is van een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM om medische redenen.
Deze verklaring op schrift gebeurt door het invullen en ondertekenen van de Verklaring vrijwillig vertrek uit Nederland, te vinden op de website van de IND.
Het remigratiebeleid zal worden uitgevoerd door de DT&V. De DT&V kan besluiten om de IOM een rol te geven in de uitvoering van deze beleidsregels.
Indien in een land van herkomst of bestendig verblijf professionele (thuis)zorg beschikbaar is, dan kan zorg zoals gegeven bij mantelzorg ook verleend worden door medewerkers van deze professionele (thuis)zorg. Het BMA zal in het medisch advies opnemen of deze vorm van professionele (thuis)zorg beschikbaar is.
De DT&V is bij uitzetting per vliegtuig verantwoordelijk voor het boeken van een vlucht voor de vreemdeling. Minimaal 48 uur voor vertrek controleert de DT&V of de vreemdeling voldoet aan alle volgende voorwaarden:
De IND geeft schriftelijk aan de vreemdeling aan, welke gegevens ontbreken. De eerder ingestuurde medische stukken hoeft de vreemdeling niet opnieuw naar de IND te sturen. Als deze medische stukken ouder zijn geworden dan drie maanden dan moet de vreemdeling zorgen voor een actualisering van de medische stukken en deze naar de IND zenden.
De IND doet, onder verwijzing naar het medisch advies van BMA, schriftelijk alle volgende mededelingen aan de vreemdeling:
De IND informeert de DT&V dat uitzetting tijdelijk achterwege blijft. Als de vreemdeling aanspraak wil maken op Rva-verstrekkingen, informeert de IND ook het COA.
De IND kan besluiten om toepassing te geven aan artikel 64 Vw in afwachting van definitieve besluitvorming.
7.3.2.1. Tijdens beoordeling aanvraag om uitstel vertrek
De IND verleent in dat geval uitstel van vertrek voor maximaal zes maanden vanaf de datum van de beschikking, waarbij artikel 64 Vw wordt toegepast. Het uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw vervalt;
2.4.1. Voorbereiding van het besluit tot uitvaardiging van een inreisverbod
De IND zal uitstel van vertrek verlenen op grond van artikel 64 Vw in afwachting van het onderzoek door de DT&V als bedoeld in paragraaf A3/7.1.5 Vc.
2.4.3. Opleggen inreisverbod met voornemenprocedure aan de grensdoorlaatpost
Bij de beoordeling of de vreemdeling bereid is om mee te werken aan het realiseren van feitelijke toegang tot de medische zorg, betrekt de DT&V ook de bereidheid van de vreemdeling om mee te werken aan de vaststelling van zijn identiteit en nationaliteit en het verkrijgen van een vervangend reisdocumenten, als de vreemdeling daar zelf niet over beschikt.
7.3.2.3. Toepassing van artikel 64 Vw in afwachting van definitieve besluitvorming tijdens de algemene asielprocedure
In de verlengde asielprocedure kan in afwachting van definitieve besluitvorming uitstel van vertrek worden verleend op grond van artikel 64 Vw, als de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wordt afgewezen en de intentie bestaat om BMA-onderzoek op te starten, dan wel reeds opgestart is, in het kader van artikel 64 Vw na ontvangst van de bewijsmiddelen en -stukken.
7.3.2.4. Toepassing van artikel 64 Vw in afwachting van definitieve besluitvorming tijdens verlengde asielprocedure
De vreemdeling die meent op grond van vorenstaande in aanmerking te komen voor opvang, richt zich met dat verzoek tot het COA.
7.3.2.6. Procedure bij zwangerschap/ bevalling
Voor de toepassing van artikel 64 Vw wegens tbc is geen advies van het BMA nodig en is ook geen toestemmingsverklaring vereist. Een gedagtekende verklaring van een GG&GD arts geldt als afdoende bewijs, dat de vreemdeling aan tbc lijdt. Deze verklaring moet vermelden dat de vreemdeling tbc heeft en wat de te verwachten behandeltermijn is. De verklaring van de GG&GD-arts mag niet ouder zijn dan twee weken.
2.4.2. Uitreiking van het besluit tot uitvaardiging van een inreisverbod
De IND kan uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw verlenen zonder hiervoor medisch advies aan het BMA te vragen. De vreemdeling moet hiervoor een opnameverklaring van het ziekenhuis overleggen, die niet ouder mag zijn dan twee weken.
2.5.3. Aanvraag tot opheffing van het inreisverbod bij gevaar nationale veiligheid
Opname in klinieken of instellingen die geen direct klinisch behandeldoel hebben maar bv een langdurig verblijfsdoel (bv. begeleid wonen projecten), wordt niet aangemerkt als klinische opname die aan reizen in de weg staat. In dat geval verleent de IND geen uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw.
7.4.1. Handelwijze aanvraag om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw bij een inreisverbod
Artikel 66a, zevende lid, Vw is wel van toepassing als:
7.4.2. Handelwijze aanvraag om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw bij een overdracht op grond van de Verordening (EU) nr.604/2013
De IND past artikel 64 Vw niet toe als de vreemdeling op grond van de Verordening (EU) nr.604/2013 wordt overgedragen aan een bij de Verordening aangesloten lidstaat. In dat geval kan de vreemdeling op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel worden overgedragen aan een andere lidstaat, tenzij de vreemdeling met bewijsmiddelen aannemelijk maakt dat dit uitgangspunt in zijn geval niet opgaat.
7.4.2. Handelwijze aanvraag om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw bij een overdracht op grond van de Verordening (EU) nr.604/2013
Bij de beoordeling van een aanvraag om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw, waarbij sprake is van een overdracht aan één van de bij de Verordening aangesloten lidstaten, kan de IND het BMA verzoeken om een advies uit te brengen.
7.4.3. Procedure in geval van vreemdelingenbewaring
De IND past artikel 64 niet toe als de vreemdeling afkomstig is uit een lidstaat van de Europese Unie. In dat geval gaat de IND er vanuit dat de medische voorzieningen in de betrokken lidstaat beschikbaar en toegankelijk zijn. De vreemdeling kan dit weerleggen door met bewijsmiddelen aannemelijk te maken dat dit uitgangspunt in zijn geval niet opgaat. Die bewijsmiddelen moeten bij het indienen van de aanvraag worden overgelegd.
7.5. Rechtsmiddelen
7.6. Overgangsrecht
2.5.4. Tijdelijke opheffing van het inreisverbod
10. Vreemdelingen in de strafrechtketen
3.5.1. Inleiding
3.6. Beoordeling van de aanvraag
A4. Het inreisverbod, de ongewenstverklaring en het besluit tot signalering
2.1. Gronden voor het inreisverbod
De IND maakt gebruik van de in artikel 6.5, vierde lid, Vb geboden mogelijkheid om af te wijken van het eerste tot en met het derde lid ingeval de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde, de openbare veiligheid of de nationale veiligheid.
2.2. Geen inreisverbod
De IND, de politie, KMar en ZHP bepalen de duur van een inreisverbod. Ingevolge artikel 66a, vierde lid, Vw wordt de duur van het inreisverbod berekend met ingang van de datum waarop de vreemdeling de lidstaten van de EU (met uitzondering van Ierland) aangevuld met Noorwegen, IJsland, Zwitserland en Liechtenstein daadwerkelijk heeft verlaten. Met een inreisverbod wordt de toegang tot en het verblijf op het grondgebied van de lidstaten van de EU (met uitzondering van Ierland) aangevuld met Noorwegen, IJsland, Zwitserland en Liechtenstein voor een bepaalde termijn verboden.
2.3. Aanvang en duur van het inreisverbod
De IND of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen vaardigt een inreisverbod uit voor zover mogelijk voor de maximale duur zoals die in artikel 6.5a Vb is genoemd.
3.8. EU-/EER-onderdanen, Zwitserse onderdanen en familieleden
De IND, de politie, KMar en ZHP maken bij het bepalen van de duur van een inreisverbod geen gebruik van artikel 6.5a, derde en vierde lid, Vb. Gezien de formulering van artikel 6.5a, derde en vierde lid, Vb wordt als aanvullende eis gesteld dat het persoonlijk gedrag van de vreemdeling een werkelijke, actuele en voldoende ernstige bedreiging van de openbare orde vormt die een fundamenteel belang van de samenleving aantast. Als hier sprake van is, is tevens sprake van aanvullende omstandigheden en kan de duur van het inreisverbod onder meer aan de hand van artikel 6.5a, vijfde lid, Vb worden bepaald.
3.5.2. De vorm en inhoud van de aanvraag
De IND of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen verkort de duur van het inreisverbod, of laat een inreisverbod achterwege, als de vreemdeling bijzondere, individuele omstandigheden heeft aangevoerd en onderbouwd.
3.6. Beoordeling van de aanvraag
Met de vrijheidsstraf zoals bedoeld in artikel 6.5a Vb, wordt een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf bedoeld. Als meerdere vrijheidsstraffen zijn opgelegd, worden deze bij elkaar opgeteld.
2.4.1. Voorbereiding van het besluit tot uitvaardiging van een inreisverbod
Het beleid dat geldt voor het uitreiken van het besluit tot ongewenstverklaring is van overeenkomstige toepassing op het uitreiken van het besluit tot uitvaardiging van een inreisverbod met de rechtsgevolgen van artikel 66a, zevende lid, Vw. Zie paragraaf A4/3.4 Vc.
2.4.2. Uitreiking van het besluit tot uitvaardiging van een inreisverbod
Het beleid dat geldt voor het opleggen van een inreisverbod is van overeenkomstige toepassing bij het opleggen van een inreisverbod aan de grensdoorlaatpost. Zie hiervoor Vc A4/2.
3.7.1. Vorm van de aanvraag
De ambtenaar belast met de grensbewaking handelt bij de uitreiking van het voornemen als volgt:
2. Algemeen
Het beleid dat geldt voor de vorm van de aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring is van overeenkomstige toepassing op de vorm van de aanvraag tot opheffing van het inreisverbod. Zie paragraaf A4/3.6.2 Vc.
2.5.2. Beoordeling van de aanvraag tot opheffing van het inreisverbod
De IND gaat over tot opheffing van het inreisverbod indien dringende individuele omstandigheden daar aanleiding toe geven. De paragrafen A4/3.5 en A4/3.6 Vc zijn van overeenkomstige toepassing.
2.5.2. Beoordeling van de aanvraag tot opheffing van het inreisverbod
Van deze bevoegdheid wordt gebruik gemaakt, indien de vreemdeling aantoont sinds zijn vertrek uit de Europese Unie een ononderbroken periode van ten minste de helft van de duur van het inreisverbod buiten de EU te hebben verbleven, tenzij:
3.7.5. Voorwaarden aan de tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring
De IND willigt een aanvraag tot opheffing van een inreisverbod dat een vreemdeling is opgelegd omdat hij een ernstige bedreiging vormt voor de nationale veiligheid, als bedoeld in artikel 6.5a, zesde lid, Vb uitsluitend in als de vreemdeling sinds het uitvaardigen van het inreisverbod en het vertrek uit Nederland ten minste tien aaneengesloten jaren buiten Nederland heeft verbleven.
2.5.4. Tijdelijke opheffing van het inreisverbod
Naar aanleiding van de raadplegingsprocedure genoemd in paragraaf A2/12.10 Vc heft de IND ambtshalve het lichte inreisverbod op, als:
2.5.5. Ambtshalve opheffing van het inreisverbod
De hiervoor genoemde rechtsgevolgen van het inreisverbod treden pas in als de vreemdeling het grondgebied van de lidstaten van de EU (zonder Ierland), Noorwegen, IJsland, Liechtenstein of Zwitserland daadwerkelijk heeft verlaten. In dat geval staat het inreisverbod wel in de weg aan het verkrijgen van rechtmatig verblijf, behoudens (opvolgende) aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel en de uitzonderingen die voortvloeien uit artikel 66a, zesde en zevende lid, Vw.
3. Ongewenstverklaring
Bij het besluit tot ongewenstverklaring van een vreemdeling, weegt de IND de belangen van de vreemdeling af tegen het algemeen belang van de Nederlandse staat.
3.1. Gronden voor ongewenstverklaring
De IND besluit uitsluitend tot ongewenstverklaring van de vreemdeling als ten aanzien van de bij de Vw strafbaar gestelde feiten die de vreemdeling heeft begaan, sprake is van:
2.4. Minderjarigen en gezinnen met minderjarigen
Voor de toepassing van het begrip 'gevaar voor de nationale veiligheid', zie paragraaf B1/4.4 Vc.
4. Beschikbaar houden op grond van artikel 55, eerste lid, Vw
De IND besluit niet tot ongewenstverklaring als de ongewenstverklaring een schending van artikel 8 EVRM betekent. Bij het besluit tot ongewenstverklaring weegt de IND artikel 8 EVRM-aspecten mee. Verwezen wordt naar paragraaf B7/3.8 Vc.
3.2. Procedurele aspecten
De IND geeft uitvoering aan de hoorplicht zoals neergelegd in artikel 4:7 en artikel 4:8 Awb in andere dan de genoemde situaties.
3.4. Bekendmaking van het besluit tot ongewenstverklaring
Indien er geen adres van de vreemdeling is, wordt volstaan met de mededeling van de beschikking in de Staatscourant.
6.2. Bewaring van Dublinclaimanten op grond van artikel 59a Vw
Bij de toepassing van artikel 6.6, tweede lid, Vb weegt de IND de belangen van de vreemdeling af tegen het algemeen belang van de Nederlandse Staat.
3.6.1. Inleiding
Voor de toepassing van het begrip ‘gevaar voor de nationale veiligheid’, zie paragraaf B1/4.4 Vc.
3.6.2. De vorm en inhoud van de aanvraag
De aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring moet de vreemdeling indienen bij de IND.
6.2. Bewaring van Dublinclaimanten op grond van artikel 59a Vw
In het geval van gewijzigde feiten en omstandigheden, beoordeelt de IND of deze feiten en omstandigheden bijzonder zijn. Hiervan is sprake als aan het belang van de ongewenst verklaarde vreemdeling bij familie- of gezinsleven dan wel privéleven in Nederland meer gewicht moet worden toegekend dan aan het algemeen belang van de Nederlandse Staat. Bij deze beoordeling zet de IND altijd de duur van het verblijf van de vreemdeling buiten Nederland af tegen de tijd die sinds het besluit tot ongewenstverklaring is verstreken.
6.1. Bewaring op grond van artikel 59 Vw
Een vreemdeling heeft een inspanningsverplichting om aan te tonen dat er geen derde land is waar hij zich kan vestigen.
3.8. Tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring
De aanvraag om tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring moet in ieder geval alle volgende gegevens bevatten:
3.8.2. Inhoud van de aanvraag
Bij de behandeling door de rechtbank van een civiele of een bestuursrechtelijke zaak, waaronder begrepen een vreemdelingrechtelijke zaak kan, worden volstaan met de gemachtigde van de vreemdeling.
3.8.4. Gevaar voor de nationale veiligheid
De IND betrekt bij de beoordeling of de nationale veiligheid in gevaar komt met de komst van de vreemdeling naar Nederland met name de volgende belangen:
3.8.6. Binnenkomst, toezicht en vertrek
Als de IND de ongewenstverklaring opheft, legt de IND een zwaar inreisverbod op als wordt voldaan aan de voorwaarden.
3.10. EU-/EER-onderdanen, Zwitserse onderdanen en familieleden
Als niet wordt voldaan aan de voorwaarden voor een zwaar inreisverbod, legt de IND een licht inreisverbod op in de volgende situaties:
3.10. EU-/EER-onderdanen, Zwitserse onderdanen en familieleden
Een inreisverbod en een besluit tot signalering kunnen naast elkaar bestaan. Als een zwaar inreisverbod op grond van artikel 66a, zevende lid, Vw is opgelegd, wordt aangenomen dat wordt voldaan aan de voorwaarden voor het opleggen van een besluit tot signalering
6.10. Tenuitvoerlegging
Voor de toepassing van het begrip 'gevaar voor de nationale veiligheid' wordt verwezen naar paragraaf B1/4.4 Vc.
4.2.1. Signalering in E&S
Voor de signalering van de vreemdeling vanwege het besluit tot signalering wordt verwezen naar A2/12 Vc.
4.2.2. Signalering eerst in E&S, daarna in SIS
De vreemdeling toont dit aan bij zijn verzoek tot opheffing van het besluit tot signalering.
4.2.2. Signalering eerst in E&S, daarna in SIS
De IND telt de duur dat de vreemdeling buiten Nederland (maar binnen het grondgebied van de lidstaten) heeft verbleven gedurende de signalering in E&S, mee.
4.3. Opheffing van het besluit tot signalering
Als er concrete aanwijzingen zijn dat de vreemdeling op het moment van het beoordelen van de aanvraag om opheffing van het besluit tot signalering nog steeds een ernstige bedreiging voor de nationale veiligheid vormt, verlengt de IND de duur van het besluit tot signalering.
4.4. Tijdelijke opheffing van het besluit tot signalering
In dit hoofdstuk zijn de beleidsregels opgenomen die gelden voor vreemdelingen waarvan de vrijheid beperkt wordt of waarvan de vrijheid ontnomen wordt.
1. Inleiding
De beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van de volgende artikelen:
1. Inleiding
De bevoegde ambtenaar moet de vreemdeling erop wijzen dat hij contact mag (laten) opnemen met de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van het land waarvan hij de nationaliteit heeft, en dat geen mededeling over zijn vrijheidsontneming gedaan zal worden, als hij geen contact met de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging verlangt.
2.1. Mededeling van vrijheidsontnemende maatregelen
De ambtenaar als bedoeld in artikel 5.3 VV die een vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel (bewaring) op grond van artikel 6 Vw, artikel 6a Vw, artikel 59 Vw, artikel 59a Vw of artikel 59b Vw oplegt, moet de IND door middel van model M19 of door middel van M109, M109-A of M109-B op de eerste dag van het opleggen van bewaring op de hoogte brengen. De ambtenaar als bedoeld in artikel 5.3 VV moet de IND door middel van model M113 op de hoogte brengen als de bewaring is opgeheven.
2.3. Het lichten van vreemdelingen
Voor het lichten van vreemdelingen op grond van artikel 5.5 Vb, moeten alle volgende voorwaarden in acht worden genomen door de ambtenaar als bedoeld in artikel 5.3 VV:
2.4. Minderjarigen en gezinnen met minderjarigen
Nog meer dan bij volwassenen, wordt bewaring bij alleenstaande minderjarige vreemdelingen alleen in uiterste gevallen toegepast en voor een zo kort mogelijke duur. Bij alleenstaande minderjarige vreemdelingen is bewaring alleen gerechtvaardigd als zwaarwegende belangen aanwezig zijn. Van zwaarwegende belangen is uitsluitend sprake in de volgende situaties:
6.4. Aanlevering van de vreemdeling ten behoeve van uitzetting
Bewaring van een alleenstaande minderjarige vreemdeling, door een ambtenaar als bedoeld in artikel 5.3 VV, is in de onder c bedoelde gevallen alleen mogelijk als redelijkerwijs mag worden verwacht dat de uitzetting of overdracht uiterlijk binnen respectievelijk twee of vier weken kan worden gerealiseerd. De bewaring duurt in deze gevallen in beginsel niet langer dan deze twee of vier weken.
6.5. Informatie-uitwisseling ten behoeve van de uitzetting
Als een van deze situaties zich voordoet, is de duur van de bewaring van de alleenstaande minderjarige vreemdeling gebonden aan de wettelijke termijnen van de artikelen 59, 59a en 59b Vw zoals die ook voor volwassen vreemdelingen gelden. Als de alleenstaande minderjarige vreemdeling in bewaring wordt gehouden op grond van artikel 59 Vw en er is sprake van een (gestarte) procedure naar aanleiding van een door de alleenstaande minderjarige vreemdeling ingediende aanvraag voor verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, moet een maatregel als bedoeld in artikel 59b Vw worden opgelegd. In dat geval gelden de wettelijke termijnen genoemd in dat artikel. De alleenstaande minderjarige vreemdeling wordt aansluitend opnieuw op grond van artikel 59 Vw in bewaring gesteld op het moment dat de alleenstaande minderjarige vreemdeling opnieuw verwijderbaar is geworden. De onder c bedoelde termijn vangt op dat moment opnieuw aan.
7. De behandeling van het beroep
Bewaring van een gezin met minderjarigen op grond van artikel 59, eerste lid, artikel 59, tweede lid, artikel 59a en artikel 59b, Vw kan slechts worden opgelegd als sprake is van de volgende omstandigheden.
3.2. Gezinnen met minderjarigen en alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Wanneer één of meerdere leden van het gezin signalen afgeven dat zij niet mee zullen werken aan vertrek, zal dit gevolgen hebben voor het aannemen van een risico dat andere gezinsleden zich ook aan het toezicht zullen onttrekken.
3. Vrijheidsontneming op grond van artikel 6 Vw
Ten aanzien van de plaatsing na inbewaringstelling van zowel alleenstaande minderjarigen als gezinnen met minderjarigen geldt dat zij uiterlijk binnen vijf dagen in de Gesloten Gezinsvoorziening geplaatst moeten worden. Als bij een voorgenomen inbewaringstelling de verblijfplaats van de ouder(s) of wettelijk vertegenwoordigers van de minderjarige vreemdeling bekend is, dient de tenuitvoerlegging in de Gesloten Gezinsvoorziening in beginsel aansluitend aan de staandehouding plaats te vinden.
3. Vrijheidsontneming op grond van artikel 6 Vw
Zodra sprake is van concrete aanknopingspunten voor een overdracht op grond van Verordening (EU) nr. 604/2013 en er een significant risico op onttrekking aan het toezicht aanwezig is, wordt een (nieuwe) de vrijheidsontnemende maatregel krachtens artikel 6a Vw opgelegd. De vreemdeling wordt daarvan schriftelijk op de hoogte gebracht. Indien er geen sprake is van een significant risico op onttrekken aan toezicht, wordt de maatregel niet opgelegd dan wel opgeheven.
7.2.2. Procedure in geval van vreemdelingenbewaring
Voor het opheffen van de vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6 Vw of artikel 6a Vw, moet de ambtenaar belast met de grensbewaking of de bevoegde ambtenaar van de IND, gebruik maken van model M113. Van model M113 moet altijd:
6.10. Bericht van vertrek
Deze situatie is aan de orde indien het beroep op grond van artikel 82, eerste lid, van de Vw schorsende werking heeft.
6.9. Signalering in het opsporingsregister
In afwijking van het voorgaande gelden de volgende voorwaarden bij de weigering en aansluitende detentie van gezinnen met minderjarigen die geen asiel aanvragen. Gezinnen met minderjarigen die landen op luchthaven Schiphol en geen asiel aanvragen worden in de lounge geplaatst in afwachting van de effectuering van de claim op de luchtvaartmaatschappij. Indien het op de luchthaven Schiphol niet mogelijk blijkt het gezin onmiddellijk aansluitend aan de weigering terug te vervoeren en het naar verwachting langer dan 24 uur zal duren voordat terugvervoer mogelijk is zal het gezin geplaatst worden op de Gesloten Gezinsvoorziening met oplegging van een vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, eerste en tweede lid Vw. Aan gezinnen die landen op luchthaven Eindhoven en geen asiel aanvragen wordt een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd op grond van artikel 6, eerste en tweede lid, Vw, nu op deze luchthaven geen lounge of vergelijkbare voorziening aanwezig is, met plaatsing in de Gesloten Gezinsvoorziening in afwachting van de effectuering van de claim op de luchtvaartmaatschappij.
6.3. Bewaring in verband met aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 59b Vw
De ambtenaar als bedoeld in artikel 5.2 VV legt de vrijheidsbeperkende maatregel op grond van artikel 56 Vw – in combinatie met een toezichtmaatregel op grond van artikel 54, eerste lid, Vw – op, op grond van de openbare orde of de nationale veiligheid aan de vreemdeling zonder rechtmatig verblijf, dan wel aan de vreemdeling die rechtmatig verblijf heeft op grond van artikel 8, met uitzondering van de onderdelen b, d en e, Vw. Voorafgaand aan het opleggen van de maatregel van artikel 56 Vw wordt de vreemdeling hierover gehoord, dit wordt vastgelegd in het model M108B. De maatregel van artikel 56 Vw wordt opgelegd met het model M108A. De vreemdeling kan bij de DT&V verzoeken om tijdelijke ontheffing in bijzondere situaties. Van een bijzondere situatie is in ieder geval sprake bij bezoek aan een medisch specialist, aanwezigheid bij een zitting bij de rechtbank, of bezoek aan de advocaat die de vreemdeling vertegenwoordigt.
6.12. Gedragslijn indien uitzetting niet mogelijk is
Bij het opleggen van de maatregel op grond van artikel 56 Vw wordt in beginsel als plek van verblijf een gemeente aangewezen of een kleiner deel dan de gemeente. Dringende redenen van openbare orde rechtvaardigen dat gedurende de kortst mogelijke periode, maar niet langer dan vijf dagen aaneen, de locatie waar de vreemdeling verblijft wordt aangewezen als plaats van uitvoering van de vrijheidsbeperking. Bij dringende redenen van openbare orde kan met name gedacht worden aan het voorkomen van ordeverstoringen waaronder begrepen de situatie dat er indicaties aanwezig zijn dat de vreemdeling op wie deze maatregel wordt toegepast mogelijk bij ordeverstoringen betrokken zal raken. In voorkomende gevallen wordt aan het advies van de burgemeester, Korpschef dan wel het Openbaar Ministerie een zwaarwegend belang toegekend.
7.2.2. Procedure in geval van vreemdelingenbewaring
Om de vreemdeling in staat te stellen aan de maatregel op grond van artikel 56 Vw te voldoen, biedt de DT&V de vreemdeling vervoer naar de VBL aan en het COA vervoer naar de HTL. Als de vreemdeling weigert om gebruik te maken van het aangeboden vervoer wordt daarmee geconcludeerd dat de vreemdeling geen gebruik wenst te maken van het aangeboden onderdak. De Korpschef houdt de vreemdeling vanwege het niet naleven van de aan hem opgelegde vrijheidsbeperkende maatregel op grond van artikel 50 Vw staande en brengt hem naar een plaats bestemd voor verhoor. Vervolgens wordt beoordeeld of een vrijheidsontnemende maatregel dient te worden opgelegd. Als vrijheidsontneming niet mogelijk is, krijgt de vreemdeling van de Korpschef een aanzegging Nederland te verlaten.
6. Algemene voorwaarden voor bewaring
De bewaring wordt met onmiddellijke ingang opgeheven wanneer het doel voor de inbewaringstelling niet langer bestaat (zie artikel 59c, tweede lid, Vw).
6.1. Bewaring op grond van artikel 59 Vw
Dublinclaimanten kunnen in bewaring worden gesteld op grond van artikel 59a Vw. Bij Dublinclaimanten is de bewaring, anders dan bij andere vreemdelingen, niet gericht op terugkeer naar het land van herkomst of een ander veilig land waar de toelating gewaarborgd is, maar op overdracht aan een andere lidstaat. In de Verordening (EU) nr. 604/2013 is een midden gezocht tussen enerzijds het belang van terughoudendheid ten aanzien van vrijheidsontneming en anderzijds het belang van een effectieve overdracht.
6.5. Bijstand van een advocaat
Deze termijn is niet van toepassing als de overdracht niet binnen die veertien dagen kan plaatsvinden door tenminste één van de volgende omstandigheden:
7.2. Procedure
Bewaring op grond van artikel 59b, eerste lid, onderdeel a of b, Vw is slechts mogelijk als ten minste twee van de gronden, bedoeld in artikel 5.1b, derde en vierde lid, Vb zich voordoen.
7.2.1.2. Medische aspecten parallel aan de asielprocedure
De ambtenaar als bedoeld in artikel 5.3 VV kan de vreemdeling aanmerken als een gevaar voor de openbare orde om één of meer van de redenen zoals opgenomen in paragraaf B1/4.4 Vc en er sprake is van een daadwerkelijk en actueel gevaar voor de openbare orde. Bij de beoordeling is paragraaf A3/3 Vc onder het kopje daadwerkelijk en actueel gevaar voor de openbare orde, voor zover relevant, van overeenkomstige toepassing.
7.2.2. Procedure in geval van vreemdelingenbewaring
In het geval dat in de afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is bepaald dat de vreemdeling het beroep dan wel een verzoek om een voorlopige voorziening niet in Nederland mag afwachten, maar een verzoek om een voorlopige voorziening wordt toegewezen heeft de vreemdeling rechtmatig verblijf als bedoeld in artikel 8, onder h, Vw. Het is dan mogelijk om de vreemdeling voor ten hoogste drie maanden opnieuw in bewaring te stellen op grond van artikel 59b, derde lid, Vw. De IND vraagt de rechtbank om het beroep tegen de afwijzing van een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel zo spoedig als mogelijk te behandelen.
6.10. Tenuitvoerlegging
De ambtenaar als bedoeld in artikel 5.3 VV stelt de vreemdeling tijdig in kennis van het recht om in het bijzijn van een advocaat gehoord te worden. Als de vreemdeling een advocaat bij het gehoor wenst en een voorkeursadvocaat heeft, dan wordt de voorkeursadvocaat bericht over de voorgenomen inbewaringstelling. Als de voorkeursadvocaat niet bereikbaar is, wordt de piketcentrale bericht over de voorgenomen inbewaringstelling. Bij een hernieuwde inbewaringstelling als bedoeld in paragraaf A5/6.7 Vc kan dit bericht verzonden worden naar de advocaat die de vreemdeling in de eerdere bewaringsprocedure al bijstond.
6.5. Bijstand van een advocaat
De ambtenaar als bedoeld in artikel 5.3 VV moet op verzoek van de advocaat van de vreemdeling een kopie van de beschikking tot bewaring (model M109, M109-A of M109-B) en van het proces-verbaal van gehoor (model M110) geven.
6.6. De vorm waarin de maatregel wordt opgelegd
Als de bewaring wordt opgeheven door de ambtenaar als bedoeld in artikel 5.3 VV, is het mogelijk om de vreemdeling onmiddellijk aansluitend aan de opheffing opnieuw in bewaring te stellen. Voor het opnieuw opleggen van een maatregel van bewaring moet sprake zijn van gewijzigde omstandigheden, op grond waarvan een hernieuwde inbewaringstelling gerechtvaardigd is. Van gewijzigde omstandigheden is onder andere sprake als de voor de terugkeer van de vreemdeling noodzakelijke bescheiden voorhanden zijn of op korte termijn voorhanden zullen zijn, terwijl die er ten tijde van de eerste inbewaringstelling niet waren.
7.5.2. Rechtsmiddelen parallelle procedure
De DT&V stelt dit besluit op en reikt deze aan de vreemdeling uit. In het verlengingsbesluit wordt nagegaan of er voldaan is aan de voorwaarden voor verlenging, of er nog voldoende gronden voor de bewaring zijn, of de bewaring voor de vreemdeling onredelijk bezwarend is en of er zicht op uitzetting bestaat.
6.10. Tenuitvoerlegging
De bewaring van een vreemdeling op een politiebureau of in een cel van de KMar voor een termijn van meer dan vijf dagen moet worden voorkomen. Bij de berekening van deze termijn worden in beginsel alle volgende situaties niet meegeteld:
3.7. Signalering in verband met de ongewenstverklaring
om zijn verwijdering uit Nederland te belemmeren, of om zich aan de verdere bewaring te onttrekken, wordt de uitoefening van deze rechten beperkt door de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen.
4. Opheffing van de ongewenstverklaring
Als de vreemdeling het Nederlands grondgebied niet heeft verlaten kan de bewaring voortgezet worden op de bestaande maatregel van bewaring. De ambtenaar als bedoeld in artikel 5.3 VV moet dan een nieuw (spoed)verzoek tot plaatsing aan DJI doen.
7.5. Rechtsmiddelen
Als uit de uitspraak van de rechtbank op het beroep blijkt dat de bewaring moet worden opgeheven, informeert de IND direct de DT&V. Hierbij overlegt de IND zo nodig met de DT&V in verband met het in te dienen hoger beroep of het verzoek om een voorlopige voorziening.
6.1. Het Protocol Identificatie en Labeling
Als uit de uitspraak van de rechtbank op het beroep blijkt dat de bewaring moet worden opgeheven, informeert de IND direct de DT&V. Hierbij overlegt de IND zo nodig met de DT&V in verband met het in te dienen hoger beroep of het verzoek om een voorlopige voorziening.
A6. Registratie en identificatie
De uitzetting van de vreemdeling en van zijn gezinsleden wordt opgeschort indien bij de vreemdeling of een van zijn gezinsleden TBC is geconstateerd. Uitzondering hierop vormt de situatie waarbij gesloten TBC is geconstateerd bij deze vreemdeling of een van zijn gezinsleden en de overdracht van de vreemdeling zal plaatsvinden op grond van de verordening 343/2003 (Dublin verordening) dan wel overdracht zal plaatsvinden aan een bij de Dublinverordening aangesloten land waarmee een terug- en overname overeenkomst is gesloten. In dat geval kan de vreemdeling op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel worden overgedragen omdat de medische voorzieningen in beginsel vergelijkbaar worden verondersteld tussen de lidstaten, tenzij de betrokken vreemdeling aannemelijk maakt met concrete aanwijzingen dat dit uitgangspunt in zijn of haar geval niet opgaat (zie hiervoor C3/ 2.3.6.4). In het geval open TBC is geconstateerd bij de vreemdeling of een van zijn gezinsleden blijft de opschorting van uitzetting van kracht ongeacht het land waarnaar de uitzetting wordt beoogd.
1. Inleiding
Ten aanzien van andere procedurele bepalingen zij hierbij verder verwezen naar A4/7.3 en B1/4.5.
8. Uitzetting via aanvoerende vervoersonderneming
Ingevolge artikel 65, eerste lid, Vw kan een vreemdeling worden uitgezet door plaatsing aan boord van een schip of vliegtuig in gebruik bij dezelfde vervoersonderneming als waarmee de vreemdeling Nederland is binnengekomen indien hij Nederland onmiddellijk dient te verlaten danwel indien hij binnen zes maanden na binnenkomst met het oog op uitzetting is aangehouden.
9.3. Verhaal van kosten op de vervoerder
In A2/7.1.3 is de terugvoerplicht voor vervoerders nader uitgewerkt.
9. Verhaal van kosten van uitzetting
Uitgangspunt is dat de kosten van uitzetting ten laste van de uit te zetten vreemdelingen dienen te worden gebracht. Daarbij dient zo veel mogelijk gebruik te worden gemaakt van gegeven garanties of gedeponeerde gelden of reisbiljetten. Bovendien kunnen, in geval de vreemdeling niet kan betalen, de kosten van zijn uitzetting verhaalbaar zijn op derden.
9.2. Verhaal van kosten op de vreemdeling
De afdeling SIRENE vraagt onmiddellijk aan de buitenlandse autoriteit ten spoedigste te berichten of een uitleveringsverzoek zal worden ingediend. Het antwoord van de buitenlandse autoriteit wordt door de afdeling SIRENE zo spoedig mogelijk ter kennis van de Korpschef of de Commandant der KMar gebracht. Het verdient bovendien aanbeveling aanstonds contact op te nemen met het Ministerie van V&J. Het Ministerie van V&J zal het uitleveringsverzoek van de buitenlandse autoriteit ontvangen en in behandeling nemen.
1. Het inreisverbod
Er bestaan bi- en multilaterale verdragen waarbij Nederland partij is die betrekking hebben op de terug- en overname van personen. Hierbij gaat het in het geval van terugname om eigen onderdanen en in het geval van overname om onderdanen van derde landen. Zo zijn er afspraken over terug- en overname tussen de Benelux-landen en hebben de Benelux en de EU terug- en overnameverdragen met derde landen. Daarnaast is er bijvoorbeeld een in Schengenverband afgesloten terug- en overnameovereenkomst met Polen en bevatten Verordening 343/2003 en de Overeenkomst van Dublin (zie C3/2) terug- en overnamebepalingen. Verder bestaan er bilaterale verdragen tussen de EU/Nederland en derde landen (over uiteenlopende onderwerpen) met een terug- en overnameclausule en sluit Nederland met derde landen memoranda of understanding waarin uitvoeringsafspraken met betrekking tot de terug- en overname worden vastgelegd.
5. Het inreisverbod en de ongewenstverklaring
Het inreisverbod wordt of kan worden opgelegd aan derdelanders, niet zijnde gemeenschapsonderdanen. Dit inreisverbod, dat tezamen met een terugkeerbesluit wordt opgelegd door de Vreemdelingenpolitie, Koninklijke Marechaussee, ZHP of de IND, wordt geregistreerd in het Schengen Informatie Systeem (SIS).
4.1. Inleiding
Daarnaast kan op grond van artikel 66a, tweede lid, Vw een inreisverbod worden opgelegd aan de vreemdeling, niet zijnde een gemeenschapsonderdaan, die Nederland niet onmiddellijk moet verlaten.
4.3. De inhoud van de aanvraag
Ten aanzien van een asielaanvraag geldt dat deze in alle gevallen inhoudelijk wordt beoordeeld en dat bij het voldoen aan de voorwaarden opheffing van het inreisverbod plaats vindt.
2.3. Strafbaarheid
Op grond van artikel 66a, eerste lid, Vw wordt geen inreisverbod opgelegd aan diegene die gemeenschapsonderdaan is of op wie artikel 64 Vw van toepassing is.
2.1. De maatregelen op grond van artikel 6 Vw
Verder wordt geen inreisverbod uitgevaardigd in de situatie als beschreven in artikel 6.5, eerste of tweede lid, Vb, tenzij de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde, de openbare veiligheid of de nationale veiligheid.
6. Procedurele aspecten
Op grond van artikel 62a, tweede lid, Vw in combinatie met artikel 66a, eerste en tweede lid, waarin is bepaald dat het moet gaan om een vreemdeling die Nederland moet verlaten, is vereist dat voor de uitvaardiging van een inreisverbod een terugkeerbesluit is vereist. Het inreisverbod wordt derhalve niet gegeven zonder dat er een terugkeerbesluit wordt of is gegeven, in respectievelijk dezelfde of een eerder gegeven beschikking.
6.3. Uitvaardiging van een inreisverbod door vreemdelingenpolitie, ZHP of KMar
Om te voldoen aan de verplichting die is neergelegd in de Terugkeerrichtlijn om de duur te bepalen volgens alle relevante omstandigheden van het individuele geval, is in artikel 6.5a Vb opgenomen dat de duur niet meer mag bedragen dan de daar vermelde maximumduur. De maximum duur is afhankelijk is van de reden waarom het inreisverbod wordt opgelegd.
5. Tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring
Om te voldoen aan de verplichting die is neergelegd in de Terugkeerrichtlijn om de duur te bepalen volgens alle relevante omstandigheden van het individuele geval, is in artikel 6.5a Vb opgenomen dat de duur niet meer mag bedragen dan de daar vermelde maximumduur. De maximum duur is afhankelijk is van de reden waarom het inreisverbod wordt opgelegd.
6. Procedurele aspecten
Volgens artikel 6.5a, lid 4, aanhef en onder d, Vb bedraagt de duur van het inreisverbod ten hoogste vijf jaren indien de vreemdeling zich op het grondgebied van Nederland heeft begeven terwijl een inreisverbod van kracht was. Dit houdt in dat, indien een vreemdeling Nederland en daarmee de EU (met uitzondering van VK en Ierland), EER en Zwitserland niet heeft verlaten, en zich dus in weerwil van het inreisverbod op het grondgebied bevindt, de duur van het inreisverbod wordt verhoogd naar vijf jaren. Ook betekent dit dat indien een vreemdeling Nederland en daarmee de EU (met uitzondering van VK en Ierland), EER en Zwitserland wél heeft verlaten, maar zich vervolgens wederom op het grondgebied bevindt terwijl een inreisverbod van kracht is, de duur van het inreisverbod tevens wordt verhoogd naar vijf jaren.
6. Procedurele aspecten
In de volgende gevallen vaardigt de IND een inreisverbod uit meestal na hiervoor een voorstel van de VP/Kmar te hebben ontvangen:
6.3.2. Voorbereiding
In de volgende gevallen vaardigt de IND een inreisverbod uit meestal na hiervoor een voorstel van de VP/Kmar te hebben ontvangen:
6.4.2. Voorbereiding
Het inreisverbod wordt per beschikking uitgevaardigd. In de beschikking moet naar voren komen hoe uitvoering is gegeven aan de hoorplicht overeenkomstig artikel 4:7 en 4:8 Awb en hoe de verklaringen van de vreemdeling zijn meegewogen.
6.4.3. De beschikking
Het origineel van deze beschikking wordt aan de vreemdeling in persoon uitgereikt door de vreemdelingenpolitie, ZHP of de KMar. Van deze uitreiking wordt door de vreemdelingenpolitie, ZHP of de KMar een proces-verbaal opgemaakt. Bij de uitreiking van (het afschrift van) de beschikking wordt voor de betrokkene in begrijpelijke taal uitleg gegeven met betrekking tot de gevolgen van het inreisverbod en het overtreden ervan.
6.4.4. Uitreiking van de beschikking
Kan uitreiking van de beschikking aan de vreemdeling in persoon niet plaatsvinden, dan wordt deze per aangetekende brief gezonden aan zijn laatst bekende adres, wordt een afschrift aan de gemachtigde gezonden, zo die er is, en vindt tevens mededeling van de beschikking in de Stcrt plaats (zie artikel 66a, vijfde lid, Vw).
6.5.2. De beschikking en de uitreiking van de beschikking
Indien de omstandigheden hiertoe aanleiding geven, kan een reeds uitgevaardigd inreisverbod met de rechtsgevolgen van artikel 66a, zesde lid, Vw door een ambtenaar van de IND die hiertoe bevoegd is bij beschikking worden opgeheven en vervangen door een inreisverbod met de rechtsgevolgen van artikel 66a, zevende lid, Vw.
6.6. Bezwaar en beroep
Dezelfde dag wordt een afschrift van de beschikking gezonden aan de gemachtigde, zo er een gemachtigde is.
6.8. Signalering in verband met het inreisverbod
Het stellen van een dergelijke aantekening kan onder omstandigheden gevolgen hebben voor de doorreis of toelating tot een derde land. Indien door deze aantekening de doorreis van de vreemdeling door, of diens toelating tot, een derde land zou worden bemoeilijkt, mag de aantekening omtrent het inreisverbod niet in het document voor grensoverschrijding worden aangetekend (zie artikel 4.35a, eerste lid, Vb). De hier bedoelde aantekening luidt: ‘inreisverbod uitgevaardigd op (datum beschikking Minister)’. Aantekeningen mogen nimmer worden geplaatst in de grensoverschrijdingsdocumenten of identiteitsbewijzen van asielzoekers (zie A3/5.2.1).
6.8. Signalering in verband met het inreisverbod
Op grond van artikel 3.103b, eerste lid, Vb wordt een inreisverbod geregistreerd in het Schengen Informatiesysteem. Hiervoor wordt verder verwezen naar A3/9.
6.9. Strafbare feiten
Een taakstraf is ofwel een werkstraf (het verrichten van onbetaalde arbeid ten algemene nutte) ofwel een leerstraf (het volgen van een leertraject) dan wel een combinatie van beide. De taakstraf komt in plaats van een gevangenisstraf. In geval van een veroordeling tot een taakstraf wordt de duur van de door de rechter bepaalde vervangende hechtenis als uitgangspunt genomen. Dit betekent dat, met inachtneming van het bovenstaande, de taakstraf wordt tegengeworpen ongeacht de duur van de taakstraf (zie de artikelen 22, c en d, WvSr).
7. Opheffing of tijdelijke opheffing van het inreisverbod
Een vreemdeling die buiten de rechtsmacht van Nederland een ernstig misdrijf heeft begaan, kan in het belang van de internationale betrekkingen van Nederland een inreisverbod worden opgelegd. Hierbij kan worden gedacht aan de vreemdelingen van wie het verblijf is geweigerd dan wel is beëindigd op grond van artikel 1F Vluchtelingenverdrag.
7.1. Algemeen
Bij de aanvraag dient de vreemdeling in ieder geval de informatie te leveren als voorgeschreven in artikel 6.5b Vb.
7.4. Beoordeling van de aanvraag
Daarnaast worden ook in artikel 6.5, tweede lid, Vb redenen genoemd, die tot opheffen van een inreisverbod kunnen leiden.
7.2. De vorm van de aanvraag
Paragraaf 10.4.4 is verder van overeenkomstige toepassing.
7.4.2. Verzoek om opheffing inreisverbod bij gevaar nationale veiligheid
Tijdelijke opheffing van het inreisverbod ingevolge artikel 6.5c Vb kan slechts plaatsvinden in zeer uitzonderlijke en dringende gevallen. Aan de tijdelijke opheffing worden voorwaarden gesteld omtrent de plaats van binnenkomst en de duur van het verblijf in Nederland.
10. Ongewenstverklaring
Onderstaande paragraaf is van toepassing op die vreemdelingen, aan wie op grond van de Wet geen inreisverbod kan worden uitgevaardigd.
10.1. Inleiding
Aangezien een wettelijke beslistermijn ontbreekt, wordt een beschikking op een aanvraag om opheffing van het inreisverbod binnen een redelijke termijn gegeven. Deze termijn wordt gesteld op acht weken. Indien een beschikking niet binnen acht weken kan worden gegeven, deelt de IND dit binnen deze termijn aan de aanvrager mede en noemt de IND een termijn waarbinnen de beslissing alsnog tegemoet kan worden gezien. Verwezen wordt naar art. 4:13-4:15 Awb.
10.1. Inleiding
De ongewenstverklaring betreft een administratieve maatregel die ten doel heeft bepaalde vreemdelingen, aan wie het niet of niet langer is toegestaan in Nederland te verblijven, uit ons land te weren.
3.4. De toepassing
De ongewenstverklaring betekent tevens dat artikel 8 Vw niet van toepassing is. Dit heeft tot gevolg dat deze vreemdelingen – zolang de ongewenstverklaring van kracht blijft – niet gedurende de ‘vrije termijn’ in Nederland mogen verblijven en geen andere titel tot verblijf kunnen verkrijgen. Dit betekent tevens dat in het kader van de grensbewaking aan deze vreemdelingen de toegang tot het grondgebied zal worden geweigerd. Evenmin is het hun toegestaan de behandeling van een aanvraag in Nederland af te wachten. Tevens kan naar aanleiding van de ongewenstverklaring, de vreemdeling als ongewenst worden gesignaleerd in het OPS of (N)SIS (zie A3/9).
5.2.4. Bijstand van een raadsman
Het betreft hier vreemdelingen van wie het verblijfsrecht wegens inbreuk op de openbare orde is beëindigd conform het hiervoor geldende beleid. Het kan hier gaan om zowel intrekking als het niet-verlengen van de verblijfsvergunning (zie B1/5.3.6, C5/3, C8/3 en C8/5).
2.7. De duur
Het betreft hier vreemdelingen die bij herhaling een bij de Vw strafbaar gesteld feit hebben begaan (zie artikel 108 Vw). Er moet een proces-verbaal zijn opgemaakt of sprake zijn van een transactie dan wel een uitgevaardigde strafbeschikking ter zake van de gepleegde overtredingen, om bij de tweede of latere overtreding tot ongewenstverklaring over te kunnen gaan. Bij het opmaken van een (eerste) proces-verbaal wordt de vreemdeling tegelijkertijd gewaarschuwd dat, indien hij nogmaals een overtreding in het kader van de Vw begaat, zijn ongewenstverklaring zal worden voorgesteld. Van deze waarschuwing wordt een aantekening in de vreemdelingenadministratie gemaakt.
2.6. De tenuitvoerlegging
Het betreft hier vreemdelingen van wie het verblijfsrecht wegens inbreuk op de openbare orde is beëindigd conform het hiervoor geldende beleid. Het kan hier gaan om zowel intrekking als het niet-verlengen van de verblijfsvergunning (zie B1/5.3.6, C5/3, C8/3 en C8/5).
2.8. De beëindiging
Een opgelegde maatregel tot plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis (zie artikel 37 WvSr) of in een inrichting voor de opvang van verslaafden (zie artikel 38m WvSr) dan wel een inrichting voor jeugdigen (zie artikel 77h, vierde lid, onder a WvSr) alsook ter beschikkingstelling (zie artikel 37a WvSr) worden tot de vrijheidsontnemende maatregelen gerekend.
3.1. Het zich beschikbaar houden (artikel 55, eerste lid, Vw)
Een vreemdeling die in één van de Benelux- of Schengenstaten ongewenst is verklaard, kan op een met redenen omkleed verzoek van één der lidstaten ook voor de andere lidstaten ongewenst worden verklaard.
10.3. Procedurele aspecten
Is de vreemdelingenpolitie of de KMar van oordeel dat er gronden aanwezig zijn tot ongewenstverklaring van een vreemdeling, dan maken zij dat onverwijld kenbaar aan de IND, hetzij middels een gemotiveerd voorstel (model M63), hetzij middels een ander gemotiveerd schrijven. In ieder geval dienen alle gegevens en bescheiden (zoals afschriften processen-verbaal en dergelijke) die voor de beoordeling van de zaak van belang kunnen zijn, naar de IND te worden gezonden. Gelet op de bewoordingen van artikel 67 Vw, kan de IND, indien op andere wijze is gebleken dat er gronden aanwezig zijn tot ongewenstverklaring, ook ambtshalve tot ongewenstverklaring overgegaan.
4.3.2. De bevoegdheid
Indien wordt overgegaan tot ongewenstverklaring van een vreemdeling is, ook bij eerste toelating – tenzij ook de gezinsleden Nederland (moeten) hebben verlaten – steeds sprake van inmenging.
10.3. Procedurele aspecten
Uit de door de vreemdelingenpolitie of de KMar aan de IND gezonden bescheiden dient duidelijk naar voren te komen of en hoe uitvoering is gegeven aan de hoorplicht ingevolge artikel 4:7 en 4:8 Awb. Bij voorkeur is van het gehoor een proces-verbaal opgemaakt.
3.4. De toepassing
De IND geeft in beginsel uitvoering aan de hoorplicht in andere dan de genoemde situaties. Hierbij valt te denken aan de situatie waarin bij de afhandeling van een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning regulier een inbreuk op de openbare orde wordt geconstateerd, welke dermate ernstig is dat ongewenstverklaring van de vreemdeling ex artikel 67 Vw is geïndiceerd. Het vorenstaande laat onverlet dat er situaties kunnen zijn, waarin horen door de vreemdelingenpolitie of de KMar desalniettemin meer voor de hand ligt.
10.3.3. uitreiking van de beschikking
Tegen een beschikking waarbij de vreemdeling met toepassing van artikel 67 Vw ongewenst is verklaard kan binnen vier weken een bezwaarschrift worden ingediend. Tegen het besluit op bezwaar staat beroep bij de rechtbank ’s-Gravenhage (de vreemdelingenkamer) open.
10.3.5. Geen opschortende werking in bezwaar
Het indienen van een bezwaarschrift leidt er niet toe dat de werking van de beschikking hangende de behandeling van het bezwaarschrift wordt opgeschort. De beschikking heeft dus onmiddellijke werking (zie artikel 6:16 Awb).
4.3.2. De bevoegdheid
Ingevolge artikel 68, eerste lid, Vw kan slechts op aanvraag worden beslist tot opheffing van de ongewenstverklaring. Het eerste lid van artikel 6.6 Vb heeft betrekking op de termijn waarna de ongewenstverklaring op aanvraag in ieder geval wordt opgeheven. Dit heeft het karakter van een bovengrens.
4.3.4. De beëindiging
Indien zwaarwegende belangen zich naar het oordeel van onze Minister verzetten tegen opheffing van de ongewenstverklaring na vijf jaren, bedraagt deze termijn tien jaren (zie artikel 6.6, tweede lid, Vb). Toepassing hiervan vergt een afweging tussen de rechtstreeks in het geding zijnde individuele belangen.
10.3.7. Signalering in verband met de ongewenstverklaring
Er kunnen zich echter (uitzonderlijke) gevallen voordoen waarbij het gevaar voor de openbare orde is geweken of het persoonlijk belang van de vreemdeling dient te prevaleren vóórdat de van toepassing zijnde duur van de ongewenstverklaring is verstreken. Het algemeen belang van de Staat kan alleen wijken voor het persoonlijk belang van de vreemdeling als sprake is van bijzondere feiten en omstandigheden van het individuele geval die bij de totstandkoming van de algemene regel (lees: de bovengrens) niet zijn betrokken. In ieder geval kan het enkele gegeven dat de vreemdeling zich gedurende de ongewenstverklaring niet schuldig heeft gemaakt aan enig strafbaar feit en niet meer in Nederland heeft verbleven, niet worden aangemerkt als een bijzonder feit of omstandigheid.
10.4.2. De vorm van de aanvraag
Het overleggen van een verklaring als bedoeld onder d kan achterwege blijven indien het overleggen van een dergelijke verklaring niet mogelijk is, bijvoorbeeld vanwege de algemene (oorlogs)situatie of het ontbreken van een registratie in dat land.
10.4.4. Beoordeling van de aanvraag
Bij de beoordeling of er op de Nederlandse Staat een verplichting rust om de ongewenstverklaring op te heffen, worden in ieder geval de volgende omstandigheden betrokken (zie B2/13.2.3.3):
5. Uitzetting
Vorenstaande laat onverlet dat de ongewenstverklaring blijft bestaan. Voorts geldt dat op de vreemdeling de plicht blijft rusten om Nederland zelfstandig te verlaten en mitsdien zelf gevolg te geven aan zijn vertrekplicht.
10.4.4. Beoordeling van de aanvraag
Indien de toets inderdaad tot deze conclusie leidt, kan de ongewenstverklaring op verzoek van de vreemdeling worden opgeheven. Bij de beoordeling van dit verzoek tot opheffing wordt in ieder geval de aard en ernst van het gepleegde misdrijf betrokken. Met name vreemdelingen aan wie artikel 1F Vluchtelingenverdrag is tegengeworpen of die een gevaar vormen voor de nationale veiligheid, hebben een grotere inspanningsverplichting om aan te tonen dat er geen derde land is waar zij zich kunnen vestigen.
5.3.2. De bevoegdheid
Bij de beoordeling of er op de Nederlandse Staat een verplichting rust om de ongewenstverklaring op te heffen, worden in ieder geval de volgende omstandigheden betrokken (zie B2/13.2.3.3):
10.4.5. De beslissing op de aanvraag en de signalering
Indien een ongewenst verklaarde vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat hij gegronde redenen heeft om aan te nemen dat juist hij bij terugkeer naar zijn land van herkomst een reëel risico loopt om te worden onderworpen aan een behandeling in de zin van artikel 3 EVRM, dan wel artikel 3 Antifolterverdrag, zal hij niet worden uitgezet naar het land van herkomst. Bij de beoordeling wordt het bepaalde in C2/3 betrokken.
10.5.1. Inleiding
In deze gevallen wordt bij het nemen van het besluit beoordeeld:
10.5.2. Vorm van het verzoek
In onderstaande, niet uitputtende lijst, zijn verblijfsdoelen weergegeven die kunnen leiden tot tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring. De bewijslast voor het aannemelijk maken van zijn verblijfsdoel ligt bij de vreemdeling. Voor alle omstandigheden geldt dat de vreemdeling na afloop onverwijld Nederland dient te verlaten.
10.5.5. Voorwaarden aan de tijdelijke opheffing
Aan de overkomst van de vreemdeling naar Nederland moeten voorwaarden worden gesteld.
10.5.6. Inreis, toezicht en uitreis
Een verzoek tot tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring dient schriftelijk bij de IND te worden ingediend. Het dient afkomstig te zijn van de vreemdeling zelf, van zijn gemachtigde, of van een instantie die stelt een bijzonder belang te hebben bij de komst van betrokkene naar Nederland. In het laatste geval kan bijvoorbeeld worden gedacht aan het OM of een internationaal straftribunaal. Als het verzoek wordt ingediend door het OM dient het te zijn ondertekend door een Hoofdofficier van Justitie. In het geval van bijvoorbeeld een internationaal straftribunaal moet de ondertekening geschieden door iemand van het niveau van een Hoofdofficier van Justitie. Ook een rechter kan een verzoek ondertekenen om tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring.
10.5.3. Inhoud van het verzoek
Voor een nadere uitwerking van (de bepalingen die gelden voor) de categorieën vermeld in artikel 8.7 Vb wordt verwezen naar B10.
10.5.4. Beoordeling van het verzoek
De om redenen van openbare orde of openbare veiligheid genomen maatregelen moeten in overeenstemming zijn met het evenredigheidsdbeginsel en uitsluitend gebaseerd zijn op het gedrag van de vreemdeling. Strafrechtelijke veroordelingen vormen als zodanig geen reden voor deze maatregelen. Motiveringen die los staan van het individuele geval of die verband houden met algemene preventieve redenen mogen niet worden aangevoerd (zie artikel 27, tweede lid, Richtlijn 2004/38).
10.6. EU-/EER-onderdanen, Zwitserse onderdanen en familieleden
Bij de voorbereiding van de beschikking tot beëindiging van het rechtmatig verblijf dienen in overweging te worden genomen (zie artikel 28, eerste lid, Richtlijn 2004/38):
10.6.3. Procedurele aspecten ongewenstverklaring
Voor een nadere uitwerking van (de bepalingen die gelden voor) de categorieën vermeld in artikel 8.7 Vb wordt verwezen naar B10.
10.6.4.1. Inleiding
De aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring kan ingevolge het bepaalde in artikel 8.22, vierde lid, Vb, slechts worden gedaan:
5.3.3.7. Bewaring van EU-/EER-, Zwitserse onderdanen en familieleden
De aanvraag tot opheffing dient te worden ingediend bij de IND. Voor de vormvereisten van de aanvraag wordt verwezen naar A5/4.2 en A5/5.2.
10.6.4.3. Inhoud van de aanvraag
Zie voor de procedurele aspecten met betrekking tot de ongewenstverklaring A5/3.
10.6.4.1. Inleiding
De aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring kan ingevolge het bepaalde in artikel 8.22, vierde lid, Vb, slechts worden gedaan:
1. Algemeen
Het vreemdelingentoezicht en het terugkeerbeleid maken deel uit van het door de overheid gevoerde vreemdelingenbeleid. De terugkeer van vreemdelingen is in veel gevallen het sluitstuk van het binnenlandse vreemdelingentoezicht. Om deze taken van toezicht en terugkeer te realiseren kan de overheid gebruik maken van vrijheidsbeperkende en vrijheidsontnemende maatregelen.
10.6.4.3. Inhoud van de aanvraag
De Minister kan aan de Korpschef, aan de Commandant der Kmar en aan de Algemeen Directeur van de DT&V aanwijzingen geven over de uitvoering van de Vw, ook ten aanzien van de in dit hoofdstuk genoemde maatregelen (zie artikel 48, tweede lid, Vw).
1.1. Overzicht vrijheidsbeperkende en vrijheidsontnemende maatregelen
Het vreemdelingentoezicht en het terugkeerbeleid maken deel uit van het door de overheid gevoerde vreemdelingenbeleid. De terugkeer van vreemdelingen is in veel gevallen het sluitstuk van het binnenlandse vreemdelingentoezicht. Om deze taken van toezicht en terugkeer te realiseren kan de overheid gebruik maken van vrijheidsbeperkende en vrijheidsontnemende maatregelen.
1. Algemeen
De betrokken vreemdeling dient er steeds op gewezen te worden dat hij contact kan (laten) opnemen met de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van de staat waarvan hij de nationaliteit heeft, en dat geen mededeling over zijn vrijheidsontneming gedaan zal worden, indien hij geen contact met de betreffende vertegenwoordiging verlangt.
1.1. Overzicht vrijheidsbeperkende en vrijheidsontnemende maatregelen
De in de vorige alinea’s vermelde verplichting rust op de ambtenaar die de maatregel oplegt.
1.4. Het lichten van vreemdelingen
De op grond van artikel 6, 58 of 59 Vw opgelegde maatregel blijft gedurende de tijd dat de vreemdeling gelicht is van kracht.
1.5. Vrijheidsontnemende maatregelen bij minderjarigen
De in de vorige alinea’s vermelde verplichting rust op de ambtenaar die de maatregel oplegt.
1.3. Aanmelding vreemdeling
Vreemdelingenbewaring vindt in de regel plaats in speciale inrichtingen voor bewaring, namelijk detentie- en uitzetcentra. In bijzondere omstandigheden kan het voorkomen dat vreemdelingenbewaring ten uitvoer wordt gelegd op een (gespecialiseerde) afdeling in een regulier huis van bewaring. Hiervan kan sprake zijn indien de vreemdeling voorzieningen nodig heeft die niet worden geboden in een detentie- of uitzetcentrum. Als voorbeeld kan een Penitentiair Psychiatrisch Centrum en het Justitieel Medisch Centrum worden genoemd. De tenuitvoerlegging vindt daar niet langer plaats dan noodzakelijk. Daarnaast kan een vreemdeling vanwege zijn gedrag in een detentie- of uitzetcentrum om beheersmatige redenen worden geplaatst in een regulier huis van bewaring. Indien een vreemdeling wordt geplaatst in een regulier huis van bewaring wordt hij zoveel mogelijk gescheiden gehouden van strafrechtelijk gedetineerden. De plaatsing in een regulier huis van bewaring vindt plaats door de selectiefunctionaris. Tegen het plaatsingsbesluit van de selectiefunctionaris kan op grond van artikel 17, eerste lid, van de Penitentiaire beginselenwet bezwaar worden gemaakt. Op grond van artikel 72, eerste lid, van de Penitentiaire beginselenwet staat tegen het besluit op bezwaar beroep open bij de Raad voor de Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming.
2. Toegang
Indien het voornemen bestaat een uitzondering te maken op a – c vindt overleg tussen de inbewaringstellende instantie en de DT&V plaats.
1.6. gezinnen met minderjarige kinderen
Artikel 6, eerste lid, Vw geeft aan dat aan de vreemdeling aan wie de toegang tot Nederland is geweigerd, de verplichting opgelegd kan worden om zich op te houden in een door de ambtenaar belast met de grensbewaking aangewezen ruimte of plaats. Deze ruimte kan ingevolge het tweede lid worden beveiligd tegen ongeoorloofd vertrek. Het opleggen van de vrijheidsontnemende maatregel is in ieder geval geïndiceerd wanneer naar het oordeel van de ambtenaar belast met de grensbewaking aanwijzingen bestaan dat de vreemdeling zich niet zal houden aan de aanwijzing om zich op te houden in de bedoelde ruimte of plaats en/of omdat aspecten van openbare orde of nationale veiligheid dit vorderen. Ten aanzien van vreemdelingen die een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel indienen of hebben ingediend, wordt verwezen naar A6/2.5 en C9/2.1.1.1 en 2.1.1.2. De vrijheidsbeneming zal dan een aanvang nemen in een gebouw van de grensdoorlaatpost of een politiebureau. Daarna zal de vreemdeling met een nieuwe beschikking geplaatst moeten worden in een inrichting waar het Reglement grenslogies (Stb. 1993, nr. 45) van toepassing is. Dient deze vreemdeling een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel in dan dient gehandeld te worden zoals hierna vermeld.
5.3.6. De tenuitvoerlegging
De weigering van toegang strekt zich niet enkel uit tot de verdere inreis in Nederland, doch ook tot de verdere inreis in het overige Schengengebied. Voor een toelichting op de situatie waarbij een asielzoeker de toegang geweigerd wordt, terwijl tegelijkertijd op grond van de Verordening 343/2003 een verzoek tot overname van de asielaanvraag ingediend wordt bij een andere staat, wordt verwezen naar A2/5.5.6. Aan Dublinclaimanten aan wie de toegang niet geweigerd kan worden, wordt de vrijheidsbeperkende maatregel van artikel 55 Vw opgelegd of, indien aan de voorwaarden daarvan wordt voldaan, de maatregel van artikel 59 Vw.
2. Toegang
Bij het opleggen van de vrijheidsbeperkende of vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6 Vw aan een geweigerde vreemdeling kan iedere ruimte of plaats in Nederland aangewezen worden. Het kan dus zo zijn dat de ruimte of plaats verder landinwaarts gelegen is. Ook in deze feitelijke situatie blijft de toegang geweigerd.
5.3.6.3. Declaratie van de kosten van bewaring in een politiecel
Dat is anders voor de vrijheidsontnemende maatregel genoemd in artikel 6, eerste en tweede lid, Vw. In dat geval geldt in de door de Minister aangewezen ruimte of plaats het regime van het Reglement grenslogies. Wordt de vrijheidsontneming ten uitvoer gelegd in een andere (dan door de Minister aangewezen) ruimte of plaats dan dient het regime overeen te komen met dat van het Reglement grenslogies.
2.7. De duur
Conform artikel 59 Vw kan de maatregel, zoals bedoeld in artikel 6 Vw, niet langer dan zes maanden duren. De maatregel kan ten hoogste met nog eens twaalf maanden worden verlengd indien:
2.5. De vorm
Indien redenen aanwezig zijn om de vrijheidsontnemende maatregel met maximaal 12 maanden te verlengen, dient de vreemdeling voor het verstrijken van de zes maanden hiervan schriftelijk op de hoogte te worden gesteld. De DT&V stelt dit besluit op en reikt deze aan de vreemdeling uit. Tegen deze beslissing kan beroep worden ingesteld. Zie A6/6.2.1. Op deze termijnstelling is de Algemene Termijnenwet niet van toepassing. Uiteraard kan het tijdvak van vreemdelingenbewaring op grond van artikel 59, eerste lid Vw langer zijn dan 18 maanden indien de vreemdeling gedurende de bewaring rechtmatig verblijf gehad op één van de gronden genoemd in artikel 59, eerste lid, aanhef en onder b Vw. Uit artikel 59, vierde lid van de Vw volgt dat de termijn hierdoor – per doorlopen aanvraag – met maximaal vier weken ingeval het betreft een aanvraag als bedoedl in artikel 14 Vw betreft, of zes weken in geval het betreft een aanvraag als bedoeld in artikel 29 Vw.
2.5. De vorm
De maximale termijn van de vrijheidsontneming mag slechts worden overschreden indien door toedoen van (één van) de gezinsleden een binnen de hier bedoelde termijn geplande uitzetting geen doorgang kan vinden. Hiervan is sprake indien de uitzetting niet mogelijk is gebleken door fysiek verzet van de vreemdeling dan wel indien de vreemdeling in bewaring een nieuwe procedure start met als kennelijk doel de uitzetting te belemmeren.
2.8. De beëindiging
Heeft de vreemdeling het Nederlands grondgebied wél verlaten en keert hij terug (bijvoorbeeld na weigering toegang door de autoriteiten van het land van bestemming of van transit), dan dient opnieuw te worden bekeken of de vreemdeling voldoet aan de voorwaarden voor toegang. Indien deze beoordeling leidt tot een (nieuwe) toegangsweigering, dient ook de maatregel van artikel 6, eerste en tweede lid, Vw opnieuw te worden opgelegd en moet een nieuwe plaatsingsbeschikking worden genomen. Tevens zal, ingeval de vreemdeling op grond van artikel 65 Vw is uitgezet, de vervoerder een nieuwe aanwijzing krijgen om de vreemdeling terug te voeren naar een plaats buiten Nederland (zie A2/7.1.5).
2.7. De duur
De maatregel en de duur daarvan zal, mede gelet op het bepaalde in artikel 94 Vw, binnen 42 dagen getoetst worden door de rechtbank. De rechtbank zal alsdan toetsen of de maatregel voldoet aan het gestelde doel en of de maatregel bij afweging van alle belangen gerechtvaardigd is.
3.1. Het zich beschikbaar houden (artikel 55, eerste lid, Vw)
Voor het aanwenden van een rechtsmiddel door de vreemdeling wordt verwezen naar A6/6.
3.2. Het doel
De bevoegde autoriteit die de plaats aanwijst waar de vreemdeling zich beschikbaar dient te houden overeenkomstig hem daartoe gegeven aanwijzingen is de Minister. De Korpschef kan namens de Minister de beschikbaarheidsverplichting opleggen en de daarbij behorende aanwijzingen geven. De Korpschef kan van deze bevoegdheid ondermandaat verlenen aan de onder hem ressorterende ambtenaren (zie artikel 1.4 Vb).
3.4. De toepassing
De beschikbaarheidsverplichting van artikel 55, eerste lid, Vw kan opgelegd worden aan vreemdelingen die een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier of asiel voor bepaalde tijd indienen. Deze beschikbaarheidsverplichting geldt tot en met de uitreiking van de beschikking in eerste aanleg. Is uitreiking niet mogelijk dan geldt de hierna vermelde procedure.
6.4. Schadevergoeding
Indien de vreemdeling in strijd met zijn beschikbaarheidsverplichting met onbekende bestemming is vertrokken, dient de Korpschef dit te melden door middel van model M100 met een kopie van het model M117-A. Het met onbekende bestemming vertrokken zijn dient in beginsel concreet vastgesteld te zijn aan de hand van bijvoorbeeld een adrescontrole.
4. Toezicht
De beschikbaarheidsverplichting houdt in dat de vreemdeling bereikbaar is op een woon- of verblijfplaats zodat hij kan worden opgeroepen voor een gehoor of om in kennis gesteld te worden van voor hem relevante beslissingen. Dit houdt onder meer in dat de vreemdeling die opgeroepen is voor een bepaalde datum (en tijd), in de tussenliggende periode met inachtneming van zijn meldingsplicht (en de huisregels van het centrum), zich naar een andere plaats in Nederland mag begeven.
4.3.1. Het doel
De bevoegdheid tot het opleggen, wijzigen of opheffen van deze maatregel berust bij de Minister.
4. Toezicht
Voor het aanwenden van een rechtsmiddel wordt verwezen naar A6/6.
4.3.3. De toepassing
Deze maatregel kan derhalve alleen opgelegd worden aan vreemdelingen die:
4.3.1. Het doel
Hoewel de maatregel niet aan een wettelijke termijn gebonden is, dienen ook hierbij de beginselen van proportionaliteit (doelmatigheid) en subsidiariteit (kan een lichter middel toegepast worden) in acht genomen te worden.
4.3.2. De bevoegdheid
Omdat de hier bedoelde vreemdelingen voorafgaande aan de maatregel op grond van de RVA in de opvang, en daarmee in het zicht van de overheid, hebben verbleven wordt het direct opleggen van een vrijheidsontnemende maatregel in deze gevallen in beginsel niet geïndiceerd geacht en kan voor het lichtere middel van een beperking van de bewegingsvrijheid op grond van artikel 56 Vw in de vrijheidsbeperkende locatie worden gekozen. Dit laat overigens onverlet dat, indien het belang van de openbare orde dat vordert, tot het opleggen van bewaring ter fine van uitzetting kan worden overgegaan (zie A6/5.3.3.1).
4.3.4. De beëindiging
Alleen in uitzonderingsgevallen, met name indien de uitzetting (nog) niet kan plaatsvinden en de toepassing van een andere vrijheidsbeperkende maatregel niet in aanmerking komt, kan deze maatregel in het kader van de openbare orde of nationale veiligheid toegepast worden.
5.1. Het doel van de maatregelen van artikel 57, 58 en 59 Vw
Om de vreemdeling in staat te stellen aan de maatregel te voldoen, kan hem vervoer naar de VBL worden aangeboden. Het vervoer van een vreemdeling naar de VBL vindt op vrijwillige basis plaats en kan dus niet rechtstreeks worden afgedwongen. Weigert hij hiervan gebruik te maken, en heeft hij geen concrete andere mogelijkheid om aan de maatregel te voldoen, dan kan de vreemdeling in beginsel vanwege het niet naleven van de aan hem opgelegde vrijheidsbeperkende maatregel uit hoofde van artikel 50 Vw worden staande gehouden en naar een plaats bestemd voor verhoor worden gebracht.
5. Uitzetting
Indien de openbare orde of de nationale veiligheid dat vordert, kunnen vreemdelingen, zowel asielzoekers als reguliere vreemdelingen, ter fine van hun uitzetting in bewaring gesteld worden op grond van artikel 59 Vw. Bij deze maatregel gaat het in beginsel – anders dan bij artikel 58 Vw – om vreemdelingen ten aanzien van wie er aanwijzingen zijn voor het vermoeden dat zij zich aan de uitzetting zullen onttrekken.
5.2. Het zich ophouden op grond van artikel 57 en 58 Vw
De asielzoeker zal in beginsel als vrijheidsbeperkende maatregel de aanwijzing krijgen om zich beschikbaar te houden in een bepaalde opvangvoorziening. Meer dan een beschikbaarheidsverplichting mag de vreemdeling niet opgelegd worden. Daarbij dient hij de aanwijzingen van de bevoegde autoriteit, dat is de Korpschef, in acht te nemen. Deze aanwijzingen houden in ieder geval in dat de vreemdeling zich tweemaal per dag dient te melden bij de Korpschef.
5.2.2. De toepassing
Het gaat hier dus zowel om de afwijzing van een aanvraag tot het verlenen als de afwijzing van de aanvraag tot het verlengen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op de gronden genoemd in artikel 30 en31 Vw. De motivatie voor het geven van de aanwijzing is gelegen in die gronden.
5.2.5. De duur
De maatregel van artikel 57 en 58 Vw houdt in dat de asielzoeker zich in een bepaalde ruimte of op een bepaalde plaats dient op te houden. Bij de term ‘ruimte’ kan gedacht worden aan bijvoorbeeld: een AC of opvangvoorziening, een gebouw of gebouwencomplex. De term ‘ruimte’ is niet beperkt tot een ‘cel’ waarvan de deur op slot kan. Ook een groter complex, dat de vreemdeling vrij veel bewegingsvrijheid laat, maar waarvan de buitenpoort dicht of afgesloten is, levert een ‘ruimte’ op. Ook een schip of vliegtuig valt onder de term ‘ruimte’. De term ‘plaats’ ziet meer op een geografische situatie, zoals bijvoorbeeld een haventerrein.
5.3.1. Het doel
Een zodanig risico of ontwijking of belemmering wordt echter niet aangenomen ingeval slechts een van de vorenvermelde feiten en omstandigheden zich voordoet.
5.3.3.2. Het belang van de nationale veiligheid
In de meeste gevallen waarbij bewaring wordt overwogen, zal de maatregel gebaseerd zijn op het belang van de openbare orde en niet op het belang van de nationale veiligheid (bijv. spionage, terroristische activiteiten) betreffen. Indien er aanleiding is inbewaringstelling op deze laatste grond te baseren, kan dat alleen na een bijzondere aanwijzing van de Minister.
5.3.3.3. Het niet of niet langer toepassen van bewaring
Artikel 59, tweede lid, Vw biedt de mogelijkheid vreemdelingen voor wie de noodzakelijke bescheiden voorhanden zijn, dan wel op korte termijn voorhanden zullen zijn, in bewaring te stellen. Het tweede lid van artikel 59 bepaalt dat in deze gevallen wordt geacht dat de openbare orde de bewaring van de vreemdeling vordert. Met noodzakelijke bescheiden wordt bedoeld dat een paspoort, laissez-passer (of andere geldige documenten voor grensoverschrijding) of een claim op een vervoersmaatschappij voorhanden is, dan wel binnen korte termijn voorhanden zal zijn. Met ‘binnen korte termijn voorhanden zal zijn’ wordt bijvoorbeeld gedoeld op de situatie dat de diplomatieke vertegenwoordiging van het land van herkomst van de vreemdeling een vervangend document voor grensoverschrijding in het vooruitzicht heeft gesteld. De bewaringsgrond van het tweede lid van artikel 59 Vw dient er toe om te voorkomen dat een vreemdeling die goed gedocumenteerd is of op korte termijn goed gedocumenteerd zal zijn, zich alsnog aan uitzetting onttrekt.
6.2.2. In kennis stellen van de rechtbank
Artikel 59, eerste lid, aanhef en onder b, Vw biedt de mogelijkheid tot het in bewaring stellen van vreemdelingen die een aanvraag tot het verlenen (verlengen) van een verblijfsvergunning regulier of asiel voor (on)bepaalde tijd indienen/ingediend hebben en van wie in afwachting van de beslissing daarop de uitzetting achterwege blijft (zie artikel 8, aanhef en onder f en g, Vw). Voor de procedure tot inbewaringstelling van deze vreemdelingen wordt verwezen naar A6/5.3.4.
6.2.3. Behandeling van de kennisgeving/het 1e beroep door de rechtbank
Artikel 59, tweede lid, Vw biedt de mogelijkheid vreemdelingen voor wie de noodzakelijke bescheiden voorhanden zijn, dan wel op korte termijn voorhanden zullen zijn, in bewaring te stellen. Het tweede lid van artikel 59 bepaalt dat in deze gevallen wordt geacht dat de openbare orde de bewaring van de vreemdeling vordert. Met noodzakelijke bescheiden wordt bedoeld dat een paspoort, laissez-passer (of andere geldige documenten voor grensoverschrijding) of een claim op een vervoersmaatschappij voorhanden is, dan wel binnen korte termijn voorhanden zal zijn. Met ‘binnen korte termijn voorhanden zal zijn’ wordt bijvoorbeeld gedoeld op de situatie dat de diplomatieke vertegenwoordiging van het land van herkomst van de vreemdeling een vervangend document voor grensoverschrijding in het vooruitzicht heeft gesteld. De bewaringsgrond van het tweede lid van artikel 59 Vw dient er toe om te voorkomen dat een vreemdeling die goed gedocumenteerd is of op korte termijn goed gedocumenteerd zal zijn, zich alsnog aan uitzetting onttrekt.
5.3.3.7. Bewaring van EU-/EER-, Zwitserse onderdanen en familieleden
Bewaring op grond van artikel 59 Vw kan slechts aan gezinnen met minderjarige kinderen worden opgelegd wanneer gedwongen vertrek op korte termijn gerealiseerd kan worden. Hierbij gaat het om de situatie dat de voor het vertrek noodzakelijke reisdocumenten voorhanden zijn of binnen korte termijn voorhanden zullen zijn. Er kan in dat geval – al naar gelang wordt voldaan aan de voorwaarden – worden gekozen voor een maatregel op grond van artikel 59, eerste dan wel tweede lid, Vw.
5.3.3.6. Bewaring van Dublinclaimanten
Ingeval van asielzoekers geldt dat zolang de aanvraag nog niet in eerste aanleg is afgewezen, de inbewaringstelling uitsluitend mag plaatsvinden en voortduren na vooraf overleg met de IND. Van dat overleg dient verslag te worden gelegd in de vreemdelingenadministratie.
5.3.3.6. Bewaring van Dublinclaimanten
Het is mogelijk om een Dublinclaimant op grond van artikel 59, eerste lid, Vw of artikel 59, eerste én tweede lid, Vw in bewaring te stellen. Voor de toepassing van deze bewaringsgrond is het noodzakelijk dat er een belangenafweging plaatsvindt (zie A6/5.3.3.5). Bij overname- en terugnameverzoeken is de belangenafweging in beginsel al gegeven, nu de betrokken vreemdeling reeds eerder is vertrokken uit de lidstaat zonder af te wachten welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielverzoek (overname), dan wel uit de lidstaat is vertrokken die zich reeds verantwoordelijk had verklaard voor de behandeling van zijn asielverzoek (terugname). Het gegeven dat er gevaar bestaat dat de vreemdeling zich zal onttrekken aan het toezicht voordat de overdracht geëffectueerd kan worden, is dus in beginsel altijd aanwezig bij Dublinclaimanten.
5.3.4.1. Het gehoor
Is het bevel gegeven zonder dat de vreemdeling kon worden gehoord, dan heeft het gehoor zo spoedig mogelijk na de tenuitvoerlegging van de maatregel plaats (zie artikel 5.2, vierde lid, Vb). Wat in dit verband ‘zo spoedig als mogelijk’ is zal afhangen van de feiten of omstandigheden van het individuele geval.
5.3.3.8. Bewaring van gezinnen met minderjarige kinderen
Het gehoor van de vreemdeling moet afgenomen worden door degene die bevoegd is tot het geven van een besluit tot inbewaringstelling.
5.3.3.9. Bewaring na afwijzing tweede of volgende asielaanvraag
De bewaring die op grond van artikel 59, eerste of tweede lid, Vw, is opgelegd aan een gezin met minderjarige kinderen zal niet langer duren dan veertien dagen. Deze termijn kan slechts worden overschreden indien de binnen de hier bedoelde termijn geplande uitzetting geen doorgang kan vinden vanwege:
5.3.3.9. Bewaring na afwijzing tweede of volgende asielaanvraag
Er dienen voldoende afschriften te worden gemaakt van de maatregel waarbij de bewaring, het terugkeerbesluit en/of inreisverbod opgelegd is:
5.3.4.4. Voortzetting van de bewaring op een andere categorie
Het kan voorkomen dat de vreemdeling tijdens zijn inbewaringstelling een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning indient of dat tijdens zijn vrijheidsontneming een door hem ingediende aanvraag wordt afgewezen. In die gevallen kan de bewaring op een andere categorie worden voortgezet (zie voor de verschillende categorieën artikel 59, eerste lid, onder a en b, Vw). De bewaring wordt niet opgeheven, immers de gronden voor de bewaring kunnen dezelfde blijven. Als de bewaring wordt voortgezet op een andere categorie wordt door de hulpofficier van justitie of door de ambtenaar van de DT&V die daartoe bevoegd is onverwijld een nieuw model M110-A aan de vreemdeling uitgereikt (zie artikel 5.3, tweede lid, Vb). Gelet op het bepaalde in artikel 5.2 Vb hoeft de vreemdeling daarbij niet gehoord te worden.
5.3.4.2. Bijstand van een raadsman
Voor de specifieke bepalingen ten aanzien van slachtoffers van mensenhandel in bewaring wordt verwezen naar B9/3.1.
5.3.4.5. Hernieuwde inbewaringstelling op een andere bewaringsgrond
In artikel 59, vierde lid, Vw wordt aangegeven hoe lang de maatregel van bewaring mag duren. Daarbij is het volgende onderscheid gemaakt:
4.1. Inleiding
In het vijfde lid artikel 59 Vw is aangegeven dat bewaring maximaal zes maanden mag duren (de termijn genoemd onder d). Deze termijn kan op grond van het zesde lid van artikel 59 Vw met nog eens maximaal twaalf maanden worden verlengd indien:
4.2. Bezwaar
Indien een vreemdeling gedurende de tenuitvoerlegging van de bewaring een verzoek om een voorlopige voorziening indient, blijft de vreemdelingenbewaring in beginsel voortduren. De ambtenaar van de DT&V zal in overleg met de IND na moeten gaan of deze procedure in Nederland afgewacht mag worden. Indien daartoe besloten wordt en de vreemdelingenbewaring voortduurt, zal de IND aan de rechtbank verzoeken om het verzoek om een voorlopige voorziening zo spoedig als mogelijk te laten plaatsvinden. Ook de advocaat van de vreemdeling kan in deze gevallen aan de rechtbank om bespoediging van de behandeling van het verzoek om een voorlopige voorziening vragen.
5.3.6. De tenuitvoerlegging
Indien redenen aanwezig zijn om de bewaring met maximaal twaalf maanden te verlengen dient de vreemdeling voor het verstrijken van de zes maanden door de DT&V hiervan schriftelijk op de hoogte te worden gesteld. Van belang hierbij is dat voor de berekening van de zes maanden termijn van de laatste datum inbewaringstelling dient te worden uitgegaan. De termijn die gemoeid is met een periode waarin niet tot uitzetting kan worden overgegaan (gedurende toelatingsaanvragen) wordt niet bij deze termijn meegenomen. De DT&V stelt dit besluit op en reikt deze aan de vreemdeling uit. Tegen deze beslissing kan beroep worden ingesteld. Zie A6/6.2.1. Op deze termijnstelling is de Algemene Termijnenwet niet van toepassing.
5.3.6.2. Plaatsing in een justitiële inrichting
Bij het verzoek tot plaatsing dienen de benodigde gegevens over de van zijn vrijheid ontnomen vreemdeling aan DJI verstrekt te worden.
Model M82. Reisdocument voor vluchtelingen
Vervallen
Artikel 3.103 Vb is geen bepaling van overgangsrecht per 1 april 2001. Dit artikel is bedoeld voor wijzigingen van na de inwerkingtreding van de Vw en codificeert de in het vreemdelingenrecht geldende uitzondering op het onmiddellijkheidsbeginsel.
In te vullen door vreemdelingenpolitie of Immigratie- en Naturalisatiedienst
Aanvragen tot verlening van een vergunning tot vestiging worden aangemerkt als aanvragen om verlening van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd regulier als bedoeld in artikel 20 Vw.
Artikel 1 – weekindeling
De nadruk ligt op de datum van het bekendmaken van het besluit om te verzekeren dat in gelijke gevallen hetzelfde recht zou worden toegepast. Indien de datum van het indienen van het rechtsmiddel als uitgangspunt zou zijn genomen, dan zou in gelijke gevallen (de beslissing is op dezelfde dag bekendgemaakt) een ander rechtsregime gelden. Dat is uiteraard niet de bedoeling.
In te vullen door vreemdelingenpolitie of Immigratie- en Naturalisatiedienst
Op het bezwaarschrift zijn de materiële bepalingen van het nieuwe recht van toepassing, omdat in bezwaar op grond van de hoofdregel uit het algemene bestuursrecht ex nunc wordt beslist (Memorie van Toelichting, pagina 94). Wel dient – als een overgangsregeling voor het beleid ontbreekt – het voor de vreemdeling meest gunstige beleid te worden toegepast.
In te vullen door vreemdelingenpolitie of Immigratie- en Naturalisatiedienst
Tegen een besluit op grond van de Vw (oud), dat is bekendgemaakt vóór de inwerkingtreding van de Vw, kan op grond van het oude recht bezwaar worden gemaakt. Hetzelfde geldt voor de handeling op grond van de Vw (oud) die is verricht voor inwerkingtreding van de Vw. Dit is bepaald in artikel 118, eerste lid, Vw.
Artikel 4 – zakgeld
De nadruk ligt op de datum van het bekendmaken van het besluit om te verzekeren dat in gelijke gevallen hetzelfde recht zou worden toegepast. Indien de datum van het indienen van het rechtsmiddel als uitgangspunt zou zijn genomen, dan zou in gelijke gevallen (de beslissing is op dezelfde dag bekendgemaakt) een ander rechtsregime gelden. Dat is uiteraard niet de bedoeling.
Artikel 5 – geldigheid
Op het bezwaarschrift zijn de materiële bepalingen van het nieuwe recht van toepassing, omdat in bezwaar op grond van de hoofdregel uit het algemene bestuursrecht ex nunc wordt beslist (Memorie van Toelichting, pagina 94). Wel dient – als een overgangsregeling voor het beleid ontbreekt – het voor de vreemdeling meest gunstige beleid te worden toegepast.
Artikel 6 – meldpunt au pairs 2Het meldpunt is tijdelijk ondergebracht bij de IND. Het telefoonnummer van het meldpunt is: (070) 370 3888.
Tegen beslissingen waartegen onder het oude recht wel bezwaar open stond, maar onder het nieuwe recht niet, stond bezwaar open als zij voor inwerkingtreding van de wet waren bekendgemaakt. Beroep staat open tegen besluiten die na inwerkingtreding van de Vw zijn bekendgemaakt.
Artikel 7 – geschillenclausule
In artikel 120 Vw is bepaald dat het hoger beroep als bedoeld in artikel 84 Vw slechts kan worden ingesteld tegen de uitspraak die is bekendgemaakt na het tijdstip van inwerkingtreding van de wet. Het betreft een uitspraak van de rechtbank of de president van de rechtbank over de beschikking op de aanvraag tot het verlenen of verlengen van een verblijfsvergunning, dan wel over de beschikking waarbij de verblijfsvergunning is ingetrokken. Dit artikel beoogt het instellen van hoger beroep te beperken tot die zaken, waarin vanaf de eerste aanlegfase de nieuwe wet is toegepast (artikel 117 Vw).
Model M141. Verzoek om advies voor afgifte machtiging tot voorlopig verblijf kennismigrant
De ambtenaar belast met de grensbewaking verleent toegang aan een vreemdeling aan wie als adoptiekind, adoptiefkind dan wel als pleegkind een mvv is afgegeven. De ambtenaar belast met de grensbewaking moet de IND raadplegen als geen mvv voor verblijf als adoptiekind, adoptiefkind dan wel als pleegkind is verleend.
De Visadienst of de ZHP moet terughoudend zijn bij het omzetten van een enkelvoudig visum naar een visum voor meer binnenkomsten, omdat de integriteit en betrouwbaarheid van de aanvrager in principe slechts in het land van herkomst afdoende kan worden getoetst. Het omzetten van een enkelvoudig visum naar een visum voor meer binnenkomsten wordt gezien als een verlenging van de geldigheidsduur: het maakt een langer verblijf in het Schengengebied mogelijk dan als het visum niet zou worden omgezet.
De Visadienst verstaat onder wijziging van een visum:
De IND weigert een terugkeervisum niet op de in artikel 2x, eerste lid, onder a, Vw genoemde grond indien de vreemdeling heeft aangetoond dat hij voor zakelijke doeleinden moet reizen of wegens dwingende en dringende familieomstandigheden Nederland tijdelijk moet verlaten.
De ambtenaar belast met de grensbewaking mag een grenscontrole uitoefenen, in ieder geval:
De terugkeer van de aanvrager naar zijn land van herkomst of verblijf, of zijn doorreis door andere landen dan lidstaten die het Schengenacquis volledig toepassen als bedoeld in artikel 35, eerste lid, aanhef en onder c, Visumcode, wordt zeker geacht als
De ambtenaar belast met de grensbewaking mag de toegang weigeren aan vreemdelingen ten aanzien van wie een gegrond vermoeden bestaat dat zij toegang vragen voor een ander doel dan waarvoor de bepalingen van artikel 6, vijfde lid, onder b, Schengengrenscode en artikel 35 van de Visumcode bedoeld zijn.
7.3. Weigeren van toegang
De ambtenaar belast met de grensbewaking beperkt de territoriale geldigheid van de toegang wanneer het document voor grensoverschrijding van de vreemdeling niet geldig is voor België of Luxemburg. In dat geval geeft de ambtenaar belast met de grensbewaking aan voor welke Beneluxlidsta(a)t(en) de toegang geldig is.
De ambtenaar belast met de grensbewaking neemt contact op met de IND over het al dan niet uitstellen van de weigering tot toegang, als de ambtenaar belast met de grensbewaking concludeert dat het weigeren van toegang mogelijk leidt tot het schaden van een wezenlijk humanitair belang.
De ambtenaar belast met de grensbewaking maakt een proces-verbaal op als de vervoerder een niet of onjuist gedocumenteerde vreemdeling aanvoert zonder voorafgaande toestemming van de bevoegde autoriteiten.
Richtlijn 2004/82/EG, ofwel de API-richtlijn heeft tot doel de grenscontroles te verbeteren en illegale immigratie te bestrijden door erin te voorzien dat luchtvervoerders desgevraagd passagiersgegevens (de zogenoemde Advance Passenger Information, API-gegevens) vooraf verstrekken aan de ambtenaren belast met de grensbewaking. Het gaat hier onder andere om gegevens uit het reisdocument en over de reis van de desbetreffende passagier. De ambtenaar belast met de grensbewaking bepaalt op grond van artikel 2.2a Vb ten aanzien van welke plaatsen van vertrek en van welke vervoerders de passagiersgegevens zullen worden gevorderd. De ambtenaar belast met de grensbewaking vernietigt op grond van artikel 2.2b Vb de verkregen passagiersgegevens binnen 24 uur na binnenkomst van de passagiers in Nederland, tenzij deze later nodig zijn voor de uitoefening van diens taken. Indien de passagier behoort tot een categorie vreemdelingen, ten aanzien waarvan een verhoogd risico bestaat op illegale immigratie vernietigt de ambtenaar belast met de grensbewaking de gegevens 4 dagen na binnenkomst van de passagiers in Nederland, tenzij deze later nodig zijn voor de uitoefening van diens taken. Voor het onderkennen van vreemdelingen die een risico vormen voor illegale immigratie worden risico indicatoren gebruikt. De risico indicatoren zijn gebaseerd op onder andere gegevens van reguliere en asiel gerelateerde weigeringen uit het verleden, op informatie van liaisons, op afwijkende vliegbewegingen en op basis van claims die in het verleden zijn opgelegd in het kader van artikel 4 van de Vreemdelingenwet.
De ambtenaar belast met de grensbewaking geeft de vervoerder een nieuwe aanwijzing om de vreemdeling zonder kostenvergoeding terug te voeren naar een plaats buiten Nederland (zie model M30 en het voor de luchtvaart soortgelijke model als bedoeld in Hoofdstuk 5 van Annex 9 bij het Verdrag van Chicago) als de vreemdeling eerder op grond van artikel 65 Vw is verwijderd.
Als de gegevens van de staande gehouden persoon niet voorkomen in de BVV raadpleegt de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen de opgegeven nationaliteit van de staande gehouden persoon in de BRP.
4. Rechtsbijstand
De opgehouden persoon heeft het recht om onmiddellijk contact op te nemen met zijn raadsman. De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet de opgehouden persoon hiertoe in de gelegenheid stellen.
De raadsman mag de opgehouden persoon spreken als het onderzoek naar de identiteit, nationaliteit en verblijfsstatus van de opgehouden persoon niet wordt vertraagd.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen mag voor het vaststellen van de identiteit, nationaliteit en de verblijfsstatus van de opgehouden persoon, bij instellingen of andere personen dan de opgehouden persoon zelf, informatie inwinnen die kunnen leiden tot het vaststellen van de identiteit van de opgehouden persoon.
De ambtenaar als bedoeld in artikel 5.1 VV neemt aan dat er geen sprake is van rechtmatig verblijf als aanwijzingen daarvoor ontbreken.
Als de verlenging van de ophouding een Britse onderdaan betreft, moet de Korpschef of de Commandant der KMar op basis van een tussen Nederland en Groot-Brittannië gesloten overeenkomst de betrokken Britse consul informeren over de verlenging van de ophouding, met het oog op het verlenen van diplomatieke of consulaire bijstand. Ook als de Britse onderdaan niet heeft verzocht de Britse consul te informeren over de verlenging van zijn ophouding, moet de Korpschef of de Commandant der KMar de Britse consul informeren over de verlenging van de ophouding van de Britse onderdaan.
Als de Korpschef of de Commandant der KMar tot verlenging van de ophouding van de persoon beslist, moet de Korpschef of de Commandant der KMar alle volgende instanties of personen informeren over de verlenging van de ophouding van de persoon:
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen mag in alle volgende bewijsmiddelen geen aantekeningen maken:
Als de sticker of de aantekeningen niet in een geldig document voor grensoverschrijding zijn aangebracht maar op een afzonderlijk inlegblad zijn aangebracht, dan moet de ambtenaar belast met grensbewaking het inlegvel van de vreemdeling innemen.
Als de redenen van de tijdelijke inbewaringneming van het document komen te vervallen, moet de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen het document zo spoedig mogelijk aan de vreemdeling teruggeven.
De werkgever moet op vordering tot het verstrekken van gegevens, de Korpschef of de Commandant der KMar in ieder geval de volgende gegevens verstrekken:
De Korpschef verleent in ieder geval in de volgende situaties geen (of niet langer) ontheffing van de meldplicht aan de vreemdeling:
De Korpschef verleent aan een vreemdeling die een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft ingediend uitsluitend in de volgende situaties ontheffing van de meldplicht:
Aan de vreemdeling op wie een vertrekplicht rust en die in ieder geval aan alle volgende voorwaarden voldoet kan, voorafgaand aan terugkeer, een borgsom worden opgelegd door de DT&V:
Als door de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen wordt geconstateerd dat onregelmatigheden zijn gepleegd met een door de Nederlandse overheid afgegeven geldige document voor grensoverschrijding, moet de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen hiervan een bericht zenden aan het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
In dit hoofdstuk wordt hierna met 'verblijfsvergunning' een verblijfsvergunning regulier of een visum voor verblijf van langere duur bedoeld. Als 'verblijfsvergunning' ook ziet op de verblijfsvergunning asiel, wordt dit aangegeven met 'verblijfsvergunning inclusief asiel'. In Nederland heet een visum voor verblijf van langere duur een mvv.
De IND is verantwoordelijk voor de invoering van bovengenoemde signaleringen in E&S.
De gegevens die een lidstaat bij een signalering in ieder geval in SIS moet invoeren staan vermeld in artikel 4 van Vo (EU) 2018/1860.
Daarnaast voert de IND in ieder geval de gegevens van een verblijfsdocument in SIS in, als:
de volgende handeling(en):
De DT&V maakt voor de overdracht van de vreemdeling aan de KMar ten behoeve van de feitelijke uitzetting model M24-A op. Bij de overdracht van de vreemdeling ondertekent de KMar het exemplaar van het model M24-A en geeft het getekende exemplaar terug aan de ambtenaar die de vreemdeling heeft overgedragen aan de KMar. Afhankelijk van de wijze van vertrek, maakt de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen het relevante bericht op zodat de IND wordt geïnformeerd dat de vreemdeling is vertrokken en of deze gesignaleerd moet worden. Als signalering aan de orde is, wordt dit door de IND opgevoerd.
De doelgroep van het remigratiebeleid beschreven in paragraaf A3/5.2 Vc is de vreemdeling uit een derde land met een (tijdelijk) verblijfsrecht in Oekraïne die voor 19 juli 2022 is ingeschreven in de BRP en in beginsel tot 4 september 2023 onder de RTB valt.
Onder een medische noodsituatie verstaat de IND: die situatie waarbij de vreemdeling lijdt aan een aandoening, waarvan op basis van de huidige medisch-wetenschappelijke inzichten vaststaat dat het achterwege blijven van behandeling binnen een termijn van drie maanden zal leiden tot overlijden, invaliditeit of een andere vorm van ernstige geestelijke of lichamelijke schade.
De IND stelt de aanvraag buiten behandeling of wijst de aanvraag af als de vreemdeling niet binnen de door de IND gegeven termijn het verzuim heeft hersteld.
In de algemene asielprocedure kan in afwachting van definitieve besluitvorming uitstel van vertrek worden verleend op grond van artikel 64 Vw, als:
7.3.2.4. Toepassing van artikel 64 Vw in afwachting van definitieve besluitvorming tijdens verlengde asielprocedure
2.5.3. Aanvraag tot opheffing van het inreisverbod bij gevaar nationale veiligheid
De IND verleent uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw zonder BMA-advies als:
Opname in klinieken of instellingen die geen direct klinisch behandeldoel hebben maar bv een langdurig verblijfsdoel (bv. begeleid wonen projecten), wordt niet aangemerkt als klinische opname die aan reizen in de weg staat. In dat geval verleent de IND geen uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw.
7.4.1. Handelwijze aanvraag om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw bij een inreisverbod
2.5.2. Beoordeling van de aanvraag tot opheffing van het inreisverbod
7.4.3. Procedure in geval van vreemdelingenbewaring
7.4.4. Verzoek toepassing artikel 64 Vw van een vreemdeling afkomstig uit een lidstaat van de Europese Unie
7.6. Overgangsrecht
2.5.5. Ambtshalve opheffing van het inreisverbod
8. Uitzetting via aanvoerende vervoersonderneming
2.6. Rechtsgevolgen van het inreisverbod
3.5.2. De vorm en inhoud van de aanvraag
A4. Het inreisverbod, de ongewenstverklaring en het besluit tot signalering
1. Inleiding
3.5. Opheffing van de ongewenstverklaring
2.4.2. Uitreiking van het besluit tot uitvaardiging van een inreisverbod
Als het niet meer mogelijk is om voor het vertrek van de vreemdeling een inreisverbod uit te vaardigen, dan geldt in afwijking van A4/2.4.1 het volgende:
2.5. Opheffing of tijdelijke opheffing van het inreisverbod
De IND gaat over tot opheffing van het inreisverbod indien dringende individuele omstandigheden daar aanleiding toe geven. De paragrafen A4/3.6 en A4/3.7 Vc zijn van overeenkomstige toepassing.
2.4. Minderjarigen en gezinnen met minderjarigen
3. Vrijheidsontneming op grond van artikel 6 Vw
3.7.6. Binnenkomst, toezicht en vertrek
De IND willigt een aanvraag tot opheffing van een inreisverbod dat een vreemdeling is opgelegd omdat hij een ernstige bedreiging vormt voor de nationale veiligheid, als bedoeld in artikel 6.5a, zesde lid, Vb uitsluitend in als de vreemdeling sinds het uitvaardigen van het inreisverbod en het vertrek uit Nederland ten minste tien aaneengesloten jaren buiten Nederland heeft verbleven.
Als er concrete aanwijzingen zijn dat de vreemdeling op het moment van het beoordelen van de aanvraag om opheffing van het inreisverbod nog steeds een ernstige bedreiging voor de nationale veiligheid vormt, verlengt de IND de duur van het inreisverbod.
2.5.5. Ambtshalve opheffing van het inreisverbod
2.5.6. Van rechtswege vervallen
2.6. Rechtsgevolgen van het inreisverbod
5. Vrijheidsbeperking op grond van artikel 56 Vw
3.4. Uitreiking van het besluit tot ongewenstverklaring
3.5. Rechtsgevolgen ongewenstverklaring
Er kunnen zich bijzondere feiten en omstandigheden voordoen waarbij het gevaar voor de openbare orde is geweken of het belang van de vreemdeling moet prevaleren vóórdat de van toepassing zijnde duur van de ongewenstverklaring is verstreken. De IND kan het algemeen belang van de Nederlandse Staat uitsluitend laten wijken voor het belang van de vreemdeling als sprake is van bijzondere feiten en omstandigheden in het geval van de vreemdeling die bij de totstandkoming van de algemene regel over opheffing van de ongewenstverklaring niet zijn betrokken.
In ieder geval merkt de IND het enkele feit dat de vreemdeling zich gedurende de ongewenstverklaring niet schuldig heeft gemaakt aan enig strafbaar feit en niet meer in Nederland heeft verbleven, niet aan als een bijzonder feit of bijzondere omstandigheid.
3.2. Gezinnen met minderjarigen en alleenstaande minderjarige vreemdelingen
3.8. Tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring
3.8. Tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring
3.8.3. Beoordeling van de aanvraag
6.7. Hernieuwde vrijheidsontneming op een andere bewaringsgrond
3.8.4. Gevaar voor de nationale veiligheid
3.8.4. Gevaar voor de nationale veiligheid
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen verricht bij een vreemdeling die onderdaan is van een derde land, gesignaleerd staat en die in het kader van binnenlands toezicht of bij controle op uitreis wordt aangetroffen in ieder geval de handelingen zoals beschreven in paragraaf A2/12.4.3 Vc. Voor het opleggen van een inreisverbod is paragraaf A4/2 Vc van overeenkomstige toepassing.
4. Het besluit tot signalering
De vreemdeling toont dit aan bij zijn verzoek tot opheffing van het besluit tot signalering.
De vreemdeling moet hiervoor een verzoek tot opheffing van het besluit tot signalering indienen. Zie hiervoor paragraaf A4/4.3Vc.
4.5. Bekendmaking besluit tot signalering
2. Algemeen
2.2. Aanmelding vreemdeling
2.4. Minderjarigen en gezinnen met minderjarigen
2.3. Het lichten van vreemdelingen
De op grond van artikel 6, artikel 6a, artikel 59 Vw, artikel 59a Vw of artikel 59b Vw opgelegde maatregel blijft op het moment dat de vreemdeling gelicht is van kracht.
Bewaring wordt alleen proportioneel geacht als verwacht mag worden dat de uitzetting of overdracht binnen twee weken kan worden gerealiseerd. In de regel wordt aangenomen dat hiervan sprake is op het moment dat reisdocumenten beschikbaar zijn of op korte termijn beschikbaar zullen zijn. Bewaring op grond van artikel 59 of artikel 59a Vw kan bij gezinnen met minderjarige kinderen uitsluitend langer duren dan twee weken als de uitzetting of overdracht niet kan plaats vinden door tenminste één van de volgende omstandigheden:
6.1. Bewaring op grond van artikel 59 Vw
7.4. Afwijzing
Vreemdelingen moeten zich beschikbaar houden op grond van artikel 55 Vw in een AC of opvanglocatie. Voor vreemdelingen die een aanvraag om een verblijfsvergunning regulier hebben ingediend kan dat de woon- of verblijfplaats zijn.
5. Vrijheidsbeperking op grond van artikel 56 Vw
7. Geen uitzetting om gezondheidsredenen
6. Algemene voorwaarden voor bewaring
7.2.3. Het raadplegen van het BMA
6.3. Bewaring in verband met aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 59b Vw
Bewaring op grond van artikel 59b, eerste lid, onderdeel a, Vw is slechts mogelijk indien er sprake is van onduidelijkheid over de identiteit of nationaliteit van de vreemdeling. Dat de identiteit of nationaliteit van de vreemdeling onbekend is, is op zichzelf onvoldoende om een inbewaringstelling te rechtvaardigen.
7.2.1.1. Procedure voor opvang in afwachting van definitieve besluitvorming op een verzoek om toepassing van artikel 64 Vw
6.4. Gehoor
7.2.2. Procedure in geval van vreemdelingenbewaring
6.6. De vorm waarin de maatregel wordt opgelegd
3.1. Indienen van een voorstel
6.9. Voorlopige voorziening
9. Verhaal van kosten van uitzetting
6.13. Tenuitvoerlegging strafrechtelijk vonnis tijdens de vrijheidsontneming
7.5.1. Algemeen
7.5.2. Rechtsmiddelen parallelle procedure
10. Vreemdelingen in de strafrechtketen
7.7. Procedure bij vreemdelingen met TBC
De uitzetting van de vreemdeling en van zijn gezinsleden wordt opgeschort indien bij de vreemdeling of een van zijn gezinsleden TBC is geconstateerd. Uitzondering hierop vormt de situatie waarbij gesloten TBC is geconstateerd bij deze vreemdeling of een van zijn gezinsleden en de overdracht van de vreemdeling zal plaatsvinden op grond van de verordening 343/2003 (Dublin verordening) dan wel overdracht zal plaatsvinden aan een bij de Dublinverordening aangesloten land waarmee een terug- en overname overeenkomst is gesloten. In dat geval kan de vreemdeling op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel worden overgedragen omdat de medische voorzieningen in beginsel vergelijkbaar worden verondersteld tussen de lidstaten, tenzij de betrokken vreemdeling aannemelijk maakt met concrete aanwijzingen dat dit uitgangspunt in zijn of haar geval niet opgaat (zie hiervoor C3/ 2.3.6.4). In het geval open TBC is geconstateerd bij de vreemdeling of een van zijn gezinsleden blijft de opschorting van uitzetting van kracht ongeacht het land waarnaar de uitzetting wordt beoogd.
2. Gronden voor ongewenstverklaring
9.1. Algemeen uitgangspunt
9.4. Verantwoording ontvangen gelden
10. Vreemdelingen in de strafrechtketen
3.3. Uitreiking van de beschikking
11. Internationale overeenkomsten over terug- en overname
11. Internationale overeenkomsten over terug- en overname
1. Het inreisverbod
1. Algemeen
2.1. Voorwaarden
2.2. Geen rechtmatig verblijf
4.3. De inhoud van de aanvraag
4.5. De beslissing op de aanvraag en de signalering
4.4. Beoordeling van de aanvraag
2.3. Strafbaarheid
Op grond van artikel 66a, eerste lid, Vw wordt geen inreisverbod opgelegd aan diegene die gemeenschapsonderdaan is of op wie artikel 64 Vw van toepassing is.
4. Inreisverbod niet zonder terugkeerbesluit
6.1. Inleiding
Bij een voorstel tot het geven van een inreisverbod onder toepassing van artikel 66a, lid 7, Vw worden in ieder geval alle gegevens en bescheiden (zoals afschriften processen-verbaal en dergelijke) die voor de beoordeling van de zaak van belang kunnen zijn, naar de IND gezonden. Het verdient aanbeveling dat de vreemdelingenpolitie, ZHP of de KMar, in een zo vroeg mogelijk stadium berichten omtrent de antecedenten van de vreemdeling en dat zij niet wachten tot de invrijheidsstelling van de vreemdeling aanstaande is. Ten behoeve van de afstemming tussen de betrokken ketenpartners zijn in dit kader werkafspraken vastgelegd in het protocol VRIS (zie A4/10.1).
6.4.4. Uitreiking van de beschikking
6.4.2. Voorbereiding
6.4.5. Signalering in het (N)SIS
6.5. Het inreisverbod door de IND
6.4.1. Inleiding
6.5. Het inreisverbod door de IND
6.5.1. Algemeen
6.7. Stellen van aantekeningen
7.3. De inhoud van de aanvraag
7.5. De beslissing op de aanvraag en de signalering
7.4.2. Verzoek om opheffing inreisverbod bij gevaar nationale veiligheid
10.2. Gronden voor ongewenstverklaring
Een taakstraf is ofwel een werkstraf (het verrichten van onbetaalde arbeid ten algemene nutte) ofwel een leerstraf (het volgen van een leertraject) dan wel een combinatie van beide. De taakstraf komt in plaats van een gevangenisstraf. In geval van een veroordeling tot een taakstraf wordt de duur van de door de rechter bepaalde vervangende hechtenis als uitgangspunt genomen. Dit betekent dat, met inachtneming van het bovenstaande, de taakstraf wordt tegengeworpen ongeacht de duur van de taakstraf (zie de artikelen 22, c en d, WvSr).
4.3.1. Het doel
10.3.1. Indienen van een voorstel
10.3.7. Signalering in verband met de ongewenstverklaring
10.3.7. Signalering in verband met de ongewenstverklaring
In artikel 6.6, derde lid, Vb is opgenomen wanneer de termijnen opnieuw aanvangen.
5.3.4.5. Hernieuwde inbewaringstelling op een andere bewaringsgrond
5.2.5. De duur
5.2. Het zich ophouden op grond van artikel 57 en 58 Vw
Indien een ongewenstverklaarde vreemdeling een asielaanvraag indient en aannemelijk maakt dat hij verdragsvluchteling is, dan wel dat hij bij terugkeer een reëel risico loopt om te worden onderworpen aan een behandeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, onder b, Vw, moet de ongewenstverklaring worden opgeheven en aan hem op grond van artikel 3.105b Vb, respectievelijk artikel 3.105e Vb, een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd worden verleend. Dit is slechts dan niet van toepassing als de vreemdeling zich heeft schuldig gemaakt aan openbare-ordeverstoringen als omschreven in voornoemde bepalingen of als artikel 1F Vluchtelingenverdrag van toepassing is.
10.5. Tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring
10.5.3. Inhoud van het verzoek
Het duurzame verblijfsrecht kan met toepassing van artikel 8.18, onder b, Vb worden beëindigd, indien ernstige redenen van openbare orde of openbare veiligheid daartoe nopen. In dat geval kan ook tot ongewenstverklaring worden overgegaan met toepassing van artikel 8.22, eerste lid, Vb.
10.6.1. Inleiding
Model M5-C. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om verlenging of wijziging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om wijziging van een visum
Model M1
Vervallen
Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
Model M1
Vervallen
Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
Model M3
Vervallen
Model M4
Vervallen
Model M5-A. Aanvraag om verlenging of wijziging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om wijziging van een visum
Model M5-B. Aanvraag om verlening van een terugkeervisum
Vervallen
Model M5-C. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om verlenging of wijziging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om wijziging van een visum
Model M5-D. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om een terugkeervisum door vreemdelingen die in Nederland zijn toeglaten voor langer dan drie maanden
Vervallen
Model M5-E. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om een terugkeervisum door vreemdelingen aan wie is toegestaan om in Nederland een (definitieve) beslissing over hun verblijf af te wachten
Vervallen
Model M6
Model M7
Model M8. Gereserveerd
Model M9. Gereserveerd
Model M10. Bemanningslijst schip (gezagvoerder)
Vervallen
Model M11
Vervallen
Model M12
Vervallen
Model M13. Modelbeschikking ontheffing artikel 4.11 Vreemdelingenbesluit 2000
Model M14. Passagierslijst luchtvaart
Vervallen
Model M15. Bemanningslijst luchtvaart
Vervallen
Model M16. Garantverklaring zeelieden
Vervallen
Model M17. Garantverklaring zeelieden collectief/permanent
Vervallen
Model M18. Beschikking weigering toegang aan personen die vallen onder het Gemeenschapsrecht inzake vrij verkeer (artikel 8.8 of 8.5 Vreemdelingenbesluit 2000)
Model M19. Beschikking tot aanwijzing van een ruimte of plaats ingevolge artikel 6, eerste lid of eerste en tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000
Model M20. Kennisgeving toegang onder voorwaarden
Model M21
Vervallen
Model M22. Bijzonder doorlaatbewijs
Vervallen
Model M1
Vervallen
Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
Model M1
Vervallen
Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
Model M1
Vervallen
Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
Model M1
Vervallen
Model M1
Vervallen
Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
Model M1
Vervallen
Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
Model M1
Vervallen
Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
Model M3
Vervallen
Model M4
Vervallen
Model M1
Vervallen
Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
Overwegingen:
De au pair en het gastgezin komen derhalve het volgende overeen:
Artikel 1 – weekindeling
Artikel 2 – alternatief
Artikel 3 – culturele uitwisseling
Artikel 4 – zakgeld
Artikel 5 – geldigheid
Artikel 6 – meldpunt au pairs 2Het meldpunt is tijdelijk ondergebracht bij de IND. Het telefoonnummer van het meldpunt is: (070) 370 3888.
Voor de bevoegdheden op grond van artikel 55, tweede en derde lid, zie A3/8.
Artikel 7 – geschillenclausule
Model M37. Antecedentenverklaring
Vervallen
Model M38. TBC-formulier
Vervallen
Model M39-A. Bijlage toestemmingsverklaring medische gegevens
Model M39-B. Aanvraagformulier DNA-onderzoek
Vervallen
Model M39-C. Verzoek om een leeftijdsonderzoek in het aanmeldcentrum
Vervallen
Model M18. Beschikking weigering toegang aan onderdanen van derde landen die lang verblijf beogen en personen die vallen onder het Gemeenschapsrecht inzake vrij verkeer (artikel 8.8 of 8.5 Vreemdelingenbesluit 2000)
| Vreemdelingennummer | Vreemdelingennummer |
|---|---|
| :..... | |
| Immigratie- en Naturalisatiedienstnummer | Immigratie- en Naturalisatiedienstnummer |
| :..... | |
| Koninklijke Marechaussee-incidentnummer/XPOL-registratienummer | Koninklijke Marechaussee-incidentnummer/XPOL-registratienummer |
| :..... | |
| Aan: | |
| --- | --- |
| achternaam | ..... |
| voorna(a)m(en) | ..... |
| geboortedatum, -plaats | ..... |
| geboorteland | ..... |
| nationaliteit | ..... |
| geslacht | man/ vrouw |
| burgerlijke staat | ..... |
| adres | ..... |
| postcode/plaats | ..... |
| land | ..... |
houder van document .... (aard), nummer......
afgegeven te ..... (plaats), op ..... (datum)
houder van visum, nummer ..... type ..... ,afgegeven door .....
geldig van..... tot..... (datum)
voor de duur van ..... (aantal) dagen, met het oog op ..... (doel)
komend uit ..... met .....
(gebruikte vervoermiddel vermelden, en bijvoorbeeld vluchtnummer).
werd heden op grond van artikel 3 Vreemdelingenwet 2000 de toegang tot Nederland geweigerd omdat hij/zij:
( ) niet in het bezit is van een geldig document voor grensoverschrijding en/of in het bezit van een document voor grensoverschrijding waarin het benodigde visum ontbreekt.
( ) een gevaar oplevert voor de openbare orde of nationale veiligheid.
( ) niet beschikt over voldoende middelen om te voorzien zowel in de kosten van verblijf in Nederland als in die van zijn reis naar een plaats buiten Nederland waar zijn/haar toegang gewaarborgd is.
( ) niet voldoet aan de gestelde voorwaarden om de hierboven genoemde kosten zeker te stellen en/of het doel van het voorgenomen verblijf of de verblijfsomstandigheden onvoldoende aannemelijk hebben gemaakt, dan wel te staving daarvan onvoldoende documenten heeft overgelegd.
werd heden op grond van artikel 3, eerste lid, onder d, van de Vreemdelingenwet 2000 juncto artikel 8.8 van het Vreemdelingenbesluit 2000 de toegang tot Nederland geweigerd omdat hij/ zij:
( ) op grond van zijn persoonlijke gedrag een actuele, werkelijke en ernstige bedreiging vormt voor een fundamenteel belang van de samenleving, hetgeen blijkt uit het feit dat:
.....
.....
.....
(concrete omschrijving van de feitelijke reden die betrekking heeft op de openbare orde of de nationale veiligheid)
( ) lijdt aan een potentieel epidemische ziekte zoals gedefinieerd in de relevante instrumenten van de Wereldgezondheidsorganisatie dan wel andere infectieziekte of besmettelijke parasitaire ziekte ten aanzien waarvan in Nederland beschermende regelingen ten aanzien van Nederlanders zijn getroffen, namelijk:
.....
.....
.....
(aangeven welke ziekte)
( ) om redenen van openbare orde of nationale veiligheid uit Nederland is verwijderd en sinds de verwijdering nog geen redelijke termijn is verstreken, hetgeen blijkt uit het feit dat:
.....
.....
.....
(vermelden van reden en datum van verwijdering)
(Onderdanen van België of Luxemburg)
( ) werd heden op grond van artikel 3, eerste lid, onder d, van de Vreemdelingenwet 2000 juncto artikel 8.5 van het Vreemdelingenbesluit 2000 de toegang tot Nederland geweigerd omdat hij/zij een actuele bedreiging voor de openbare orde of de nationale veiligheid vormt hetgeen blijkt uit het feit dat:
.....
.....
.....
(concrete omschrijving van de feitelijke reden die betrekking heeft op de openbare orde of de nationale veiligheid)
| Plaats ..... | Datum ..... |
de ambtenaar belast met grensbewaking/ toezicht op vreemdelingen,
.....
(naam ambtenaar belast met grensbewaking/ toezicht of verbalisantnummer)
.....
(handtekening van de ambtenaar)
Tegen deze beschikking kan een administratief beroepschrift worden ingediend. Het administratief beroep kan worden ingesteld door de vreemdeling in persoon, zijn wettelijk vertegenwoordiger, zijn bijzonder gemachtigde of een advocaat, indien deze verklaart daartoe bepaaldelijk te zijn gevolmachtigd.
Het administratief beroepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop de beschikking bekend is gemaakt. Daarbij is aan te bevelen dat een afschrift van de beschikking wordt overgelegd.
Van belang is dat ingevolge artikel 6:9 van de Algemene wet bestuursrecht een administratief beroepschrift tijdig is ingediend, indien het voor het einde van de genoemde termijn van vier weken is ontvangen of indien het voor het einde van deze termijn ter post is bezorgd, mits het in dat geval niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij de:
Minister van Justitie
Immigratie- en Naturalisatiedienst
Grenskantoor Schiphol
Vertrekpassage 264
1118 AW Luchthaven Schiphol
Faxnummer: 020-7951952
Model M18. Beschikking weigering toegang aan onderdanen van derde landen die lang verblijf beogen en personen die vallen onder het Gemeenschapsrecht inzake vrij verkeer (artikel 8.8 of 8.5 Vreemdelingenbesluit 2000)
| Vreemdelingennummer | Vreemdelingennummer |
|---|---|
| :..... | |
| Immigratie- en Naturalisatiedienstnummer | Immigratie- en Naturalisatiedienstnummer |
| :..... | |
| Koninklijke Marechaussee-incidentnummer/XPOL-registratienummer | Koninklijke Marechaussee-incidentnummer/XPOL-registratienummer |
| :..... | |
| Aan: | |
| --- | --- |
| achternaam | ..... |
| voorna(a)m(en) | ..... |
| geboortedatum, -plaats | ..... |
| geboorteland | ..... |
| nationaliteit | ..... |
| geslacht | man/ vrouw |
| burgerlijke staat | ..... |
| adres | ..... |
| postcode/plaats | ..... |
| land | ..... |
houder van document .... (aard), nummer......
afgegeven te ..... (plaats), op ..... (datum)
houder van visum, nummer ..... type ..... ,afgegeven door .....
geldig van..... tot..... (datum)
voor de duur van ..... (aantal) dagen, met het oog op ..... (doel)
komend uit ..... met .....
(gebruikte vervoermiddel vermelden, en bijvoorbeeld vluchtnummer).
werd heden op grond van artikel 3 Vreemdelingenwet 2000 de toegang tot Nederland geweigerd omdat hij/zij:
( ) niet in het bezit is van een geldig document voor grensoverschrijding en/of in het bezit van een document voor grensoverschrijding waarin het benodigde visum ontbreekt.
( ) een gevaar oplevert voor de openbare orde of nationale veiligheid.
( ) niet beschikt over voldoende middelen om te voorzien zowel in de kosten van verblijf in Nederland als in die van zijn reis naar een plaats buiten Nederland waar zijn/haar toegang gewaarborgd is.
( ) niet voldoet aan de gestelde voorwaarden om de hierboven genoemde kosten zeker te stellen en/of het doel van het voorgenomen verblijf of de verblijfsomstandigheden onvoldoende aannemelijk hebben gemaakt, dan wel te staving daarvan onvoldoende documenten heeft overgelegd.
werd heden op grond van artikel 3, eerste lid, onder d, van de Vreemdelingenwet 2000 juncto artikel 8.8 van het Vreemdelingenbesluit 2000 de toegang tot Nederland geweigerd omdat hij/ zij:
( ) op grond van zijn persoonlijke gedrag een actuele, werkelijke en ernstige bedreiging vormt voor een fundamenteel belang van de samenleving, hetgeen blijkt uit het feit dat:
.....
.....
.....
(concrete omschrijving van de feitelijke reden die betrekking heeft op de openbare orde of de nationale veiligheid)
( ) lijdt aan een potentieel epidemische ziekte zoals gedefinieerd in de relevante instrumenten van de Wereldgezondheidsorganisatie dan wel andere infectieziekte of besmettelijke parasitaire ziekte ten aanzien waarvan in Nederland beschermende regelingen ten aanzien van Nederlanders zijn getroffen, namelijk:
.....
.....
.....
(aangeven welke ziekte)
( ) om redenen van openbare orde of nationale veiligheid uit Nederland is verwijderd en sinds de verwijdering nog geen redelijke termijn is verstreken, hetgeen blijkt uit het feit dat:
.....
.....
.....
(vermelden van reden en datum van verwijdering)
(Onderdanen van België of Luxemburg)
( ) werd heden op grond van artikel 3, eerste lid, onder d, van de Vreemdelingenwet 2000 juncto artikel 8.5 van het Vreemdelingenbesluit 2000 de toegang tot Nederland geweigerd omdat hij/zij een actuele bedreiging voor de openbare orde of de nationale veiligheid vormt hetgeen blijkt uit het feit dat:
.....
.....
.....
(concrete omschrijving van de feitelijke reden die betrekking heeft op de openbare orde of de nationale veiligheid)
| Plaats ..... | Datum ..... |
de ambtenaar belast met grensbewaking/ toezicht op vreemdelingen,
.....
(naam ambtenaar belast met grensbewaking/ toezicht of verbalisantnummer)
.....
(handtekening van de ambtenaar)
Tegen deze beschikking kan een administratief beroepschrift worden ingediend. Het administratief beroep kan worden ingesteld door de vreemdeling in persoon, zijn wettelijk vertegenwoordiger, zijn bijzonder gemachtigde of een advocaat, indien deze verklaart daartoe bepaaldelijk te zijn gevolmachtigd.
Het administratief beroepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop de beschikking bekend is gemaakt. Daarbij is aan te bevelen dat een afschrift van de beschikking wordt overgelegd.
Van belang is dat ingevolge artikel 6:9 van de Algemene wet bestuursrecht een administratief beroepschrift tijdig is ingediend, indien het voor het einde van de genoemde termijn van vier weken is ontvangen of indien het voor het einde van deze termijn ter post is bezorgd, mits het in dat geval niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij de:
Minister van Justitie
Immigratie- en Naturalisatiedienst
Grenskantoor Schiphol
Vertrekpassage 264
1118 AW Luchthaven Schiphol
Faxnummer: 020-7951952
Model M19. Beschikking tot aanwijzing van een ruimte of plaats ingevolge artikel 6, eerste lid, of eerste en tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000
| Vreemdelingennummer | Vreemdelingennummer |
|---|---|
| :..... | |
| Immigratie- en Naturalisatiedienstnummer | Immigratie- en Naturalisatiedienstnummer |
| :..... | |
| Koninklijke Marechaussee-incidentnummer/XPOL-registratienummer | Koninklijke Marechaussee-incidentnummer/XPOL-registratienummer |
| :..... | |
| Piketadvocaat | Piketadvocaat |
| :..... | Telefoon:..... |
Ondergetekende, ..... naam of verbalisantennummer)
( ) ambtenaar der Koninklijke Marechaussee, belast met de grensbewaking;
( ) ambtenaar van het regionale politiekorps Rotterdam-Rijnmond;
( ) directeur van een grenslogies, als bedoeld in artikel 3 van het Reglement regime grenslogies,
| overwegende dat, aan | overwegende dat, aan |
| achternaam | ..... |
| voorna(a)m(en) | ..... |
| geboortedatum | ..... |
| geboorteplaats | ..... |
| geboorteland | ..... |
| nationaliteit | ..... |
| geslacht | man/ vrouw |
| burgerlijke staat | ..... |
| tezamen met | ..... (aantal) kinderen jonger dan zestien jaar |
de toegang tot Nederland is geweigerd op grond van:
( ) artikel 13 juncto artikel 5 van de Verordening (EG) Nummer 562/2006 van 15 maart 2006 tot vaststelling van een communautaire code betreffende de overschrijding van de grenzen door personen (voor onderdanen van derde landen – kort verblijf)
( ) artikel 3 van de Vreemdelingenwet 2000 (voor onderdanen van derde landen – lang verblijf)
( ) artikel 3, eerste lid, onder d, van de Vreemdelingenwet 2000 juncto artikel 8.8 of 8.5 van het Vreemdelingenbesluit 2000 (voor personen die vallen onder het Gemeenschapsrecht inzake vrij verkeer of onderdanen van België en Luxemburg)
(eventueel hieronder overige gegevens vermelden)
.....
.....
.....
wordt aan betrokkene(n) op grond van artikel 6, eerste lid, of artikel 6, eerste en tweede lid van de Vreemdelingenwet 2000 de verplichting opgelegd zich op te houden in:
..... (ruimte of plaats)
Deze beschikking is door mij onmiddellijk aan de vreemdeling uitgereikt.
Nadat ik aan betrokkene de strekking en inhoud van deze aanwijzing medegedeeld had,
( ) in de Nederlandse taal, welke door de vreemdeling in voldoende mate beheerst wordt,
( ) in de ..... taal, welke door mij verbalisant en de vreemdeling in voldoende mate beheerst wordt,
( ) door middel van de (telefonische/in persoon) tolk (naam) ..... van het tolkencentrum in de ..... taal,
verklaarde hij/zij deze beschikking te begrijpen.
| Plaats ..... | Datum ..... |
de ambtenaar belast met de grensbewaking / de directeur van een grenslogies als bedoeld in artikel 3 van het Reglement regime grenslogies,
.....
(handtekening van de ambtenaar)
Beroep tegen deze maatregel kan schriftelijk worden ingesteld bij de rechtbank te ’s-Gravenhage, Centraal Inschrijfbureau Vreemdelingenzaken, Postbus 1621, 2003 BR, Haarlem.
Na indiening van een eerste beroep (of eerste kennisgeving van de Immigratie- en Naturalisatiedienst) zult u – indien de maatregel niet voor die tijd opgeheven is – (uiterlijk) op de 35e dag na aanvang van de vrijheidsontneming door een rechtbank gehoord worden. De oproep om op de zitting te verschijnen ontvangt u op het moment dat u naar de rechtbank vervoerd zal worden.
Model M20. Kennisgeving toegang onder voorwaarden
Model M21
Vervallen
Model M22. Bijzonder doorlaatbewijs
Vervallen
Model M18. Beschikking weigering toegang aan onderdanen van derde landen die lang verblijf beogen en personen die vallen onder het Gemeenschapsrecht inzake vrij verkeer (artikel 8.8 of 8.5 Vreemdelingenbesluit 2000)
| Vreemdelingennummer | Vreemdelingennummer |
|---|---|
| :..... | |
| Immigratie- en Naturalisatiedienstnummer | Immigratie- en Naturalisatiedienstnummer |
| :..... | |
| Koninklijke Marechaussee-incidentnummer/XPOL-registratienummer | Koninklijke Marechaussee-incidentnummer/XPOL-registratienummer |
| :..... | |
| Aan: | |
| --- | --- |
| achternaam | ..... |
| voorna(a)m(en) | ..... |
| geboortedatum, -plaats | ..... |
| geboorteland | ..... |
| nationaliteit | ..... |
| geslacht | man/ vrouw |
| burgerlijke staat | ..... |
| adres | ..... |
| postcode/plaats | ..... |
| land | ..... |
houder van document .... (aard), nummer......
afgegeven te ..... (plaats), op ..... (datum)
houder van visum, nummer ..... type ..... ,afgegeven door .....
geldig van..... tot..... (datum)
voor de duur van ..... (aantal) dagen, met het oog op ..... (doel)
komend uit ..... met .....
(gebruikte vervoermiddel vermelden, en bijvoorbeeld vluchtnummer).
werd heden op grond van artikel 3 Vreemdelingenwet 2000 de toegang tot Nederland geweigerd omdat hij/zij:
( ) niet in het bezit is van een geldig document voor grensoverschrijding en/of in het bezit van een document voor grensoverschrijding waarin het benodigde visum ontbreekt.
( ) een gevaar oplevert voor de openbare orde of nationale veiligheid.
( ) niet beschikt over voldoende middelen om te voorzien zowel in de kosten van verblijf in Nederland als in die van zijn reis naar een plaats buiten Nederland waar zijn/haar toegang gewaarborgd is.
( ) niet voldoet aan de gestelde voorwaarden om de hierboven genoemde kosten zeker te stellen en/of het doel van het voorgenomen verblijf of de verblijfsomstandigheden onvoldoende aannemelijk hebben gemaakt, dan wel te staving daarvan onvoldoende documenten heeft overgelegd.
werd heden op grond van artikel 3, eerste lid, onder d, van de Vreemdelingenwet 2000 juncto artikel 8.8 van het Vreemdelingenbesluit 2000 de toegang tot Nederland geweigerd omdat hij/ zij:
( ) op grond van zijn persoonlijke gedrag een actuele, werkelijke en ernstige bedreiging vormt voor een fundamenteel belang van de samenleving, hetgeen blijkt uit het feit dat:
.....
.....
.....
(concrete omschrijving van de feitelijke reden die betrekking heeft op de openbare orde of de nationale veiligheid)
( ) lijdt aan een potentieel epidemische ziekte zoals gedefinieerd in de relevante instrumenten van de Wereldgezondheidsorganisatie dan wel andere infectieziekte of besmettelijke parasitaire ziekte ten aanzien waarvan in Nederland beschermende regelingen ten aanzien van Nederlanders zijn getroffen, namelijk:
.....
.....
.....
(aangeven welke ziekte)
( ) om redenen van openbare orde of nationale veiligheid uit Nederland is verwijderd en sinds de verwijdering nog geen redelijke termijn is verstreken, hetgeen blijkt uit het feit dat:
.....
.....
.....
(vermelden van reden en datum van verwijdering)
(Onderdanen van België of Luxemburg)
( ) werd heden op grond van artikel 3, eerste lid, onder d, van de Vreemdelingenwet 2000 juncto artikel 8.5 van het Vreemdelingenbesluit 2000 de toegang tot Nederland geweigerd omdat hij/zij een actuele bedreiging voor de openbare orde of de nationale veiligheid vormt hetgeen blijkt uit het feit dat:
.....
.....
.....
(concrete omschrijving van de feitelijke reden die betrekking heeft op de openbare orde of de nationale veiligheid)
| Plaats ..... | Datum ..... |
de ambtenaar belast met grensbewaking/ toezicht op vreemdelingen,
.....
(naam ambtenaar belast met grensbewaking/ toezicht of verbalisantnummer)
.....
(handtekening van de ambtenaar)
Tegen deze beschikking kan een administratief beroepschrift worden ingediend. Het administratief beroep kan worden ingesteld door de vreemdeling in persoon, zijn wettelijk vertegenwoordiger, zijn bijzonder gemachtigde of een advocaat, indien deze verklaart daartoe bepaaldelijk te zijn gevolmachtigd.
Het administratief beroepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop de beschikking bekend is gemaakt. Daarbij is aan te bevelen dat een afschrift van de beschikking wordt overgelegd.
Van belang is dat ingevolge artikel 6:9 van de Algemene wet bestuursrecht een administratief beroepschrift tijdig is ingediend, indien het voor het einde van de genoemde termijn van vier weken is ontvangen of indien het voor het einde van deze termijn ter post is bezorgd, mits het in dat geval niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij de:
Minister van Justitie
Immigratie- en Naturalisatiedienst
Grenskantoor Schiphol
Vertrekpassage 264
1118 AW Luchthaven Schiphol
Faxnummer: 020-7951952
Model M19. Beschikking tot aanwijzing van een ruimte of plaats ingevolge artikel 6, eerste lid, of eerste en tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000
| Vreemdelingennummer | Vreemdelingennummer |
|---|---|
| :..... | |
| Immigratie- en Naturalisatiedienstnummer | Immigratie- en Naturalisatiedienstnummer |
| :..... | |
| Koninklijke Marechaussee-incidentnummer/XPOL-registratienummer | Koninklijke Marechaussee-incidentnummer/XPOL-registratienummer |
| :..... | |
| Piketadvocaat | Piketadvocaat |
| :..... | Telefoon:..... |
Ondergetekende, ..... naam of verbalisantennummer)
( ) ambtenaar der Koninklijke Marechaussee, belast met de grensbewaking;
( ) ambtenaar van het regionale politiekorps Rotterdam-Rijnmond;
( ) directeur van een grenslogies, als bedoeld in artikel 3 van het Reglement regime grenslogies,
| overwegende dat, aan | overwegende dat, aan |
| achternaam | ..... |
| voorna(a)m(en) | ..... |
| geboortedatum | ..... |
| geboorteplaats | ..... |
| geboorteland | ..... |
| nationaliteit | ..... |
| geslacht | man/ vrouw |
| burgerlijke staat | ..... |
| tezamen met | ..... (aantal) kinderen jonger dan zestien jaar |
de toegang tot Nederland is geweigerd op grond van:
( ) artikel 13 juncto artikel 5 van de Verordening (EG) Nummer 562/2006 van 15 maart 2006 tot vaststelling van een communautaire code betreffende de overschrijding van de grenzen door personen (voor onderdanen van derde landen – kort verblijf)
( ) artikel 3 van de Vreemdelingenwet 2000 (voor onderdanen van derde landen – lang verblijf)
( ) artikel 3, eerste lid, onder d, van de Vreemdelingenwet 2000 juncto artikel 8.8 of 8.5 van het Vreemdelingenbesluit 2000 (voor personen die vallen onder het Gemeenschapsrecht inzake vrij verkeer of onderdanen van België en Luxemburg)
(eventueel hieronder overige gegevens vermelden)
.....
.....
.....
wordt aan betrokkene(n) op grond van artikel 6, eerste lid, of artikel 6, eerste en tweede lid van de Vreemdelingenwet 2000 de verplichting opgelegd zich op te houden in:
..... (ruimte of plaats)
Deze beschikking is door mij onmiddellijk aan de vreemdeling uitgereikt.
Nadat ik aan betrokkene de strekking en inhoud van deze aanwijzing medegedeeld had,
( ) in de Nederlandse taal, welke door de vreemdeling in voldoende mate beheerst wordt,
( ) in de ..... taal, welke door mij verbalisant en de vreemdeling in voldoende mate beheerst wordt,
( ) door middel van de (telefonische/in persoon) tolk (naam) ..... van het tolkencentrum in de ..... taal,
verklaarde hij/zij deze beschikking te begrijpen.
| Plaats ..... | Datum ..... |
de ambtenaar belast met de grensbewaking / de directeur van een grenslogies als bedoeld in artikel 3 van het Reglement regime grenslogies,
.....
(handtekening van de ambtenaar)
Beroep tegen deze maatregel kan schriftelijk worden ingesteld bij de rechtbank te ’s-Gravenhage, Centraal Inschrijfbureau Vreemdelingenzaken, Postbus 1621, 2003 BR, Haarlem.
Na indiening van een eerste beroep (of eerste kennisgeving van de Immigratie- en Naturalisatiedienst) zult u – indien de maatregel niet voor die tijd opgeheven is – (uiterlijk) op de 35e dag na aanvang van de vrijheidsontneming door een rechtbank gehoord worden. De oproep om op de zitting te verschijnen ontvangt u op het moment dat u naar de rechtbank vervoerd zal worden.
Model M20. Kennisgeving toegang onder voorwaarden
Model M21
Vervallen
Model M18. Beschikking weigering toegang aan onderdanen van derde landen die lang verblijf beogen en personen die vallen onder het Gemeenschapsrecht inzake vrij verkeer (artikel 8.8 of 8.5 Vreemdelingenbesluit 2000)
| Vreemdelingennummer | Vreemdelingennummer |
|---|---|
| :..... | |
| Immigratie- en Naturalisatiedienstnummer | Immigratie- en Naturalisatiedienstnummer |
| :..... | |
| Koninklijke Marechaussee-incidentnummer/XPOL-registratienummer | Koninklijke Marechaussee-incidentnummer/XPOL-registratienummer |
| :..... | |
| Aan: | |
| --- | --- |
| achternaam | ..... |
| voorna(a)m(en) | ..... |
| geboortedatum, -plaats | ..... |
| geboorteland | ..... |
| nationaliteit | ..... |
| geslacht | man/ vrouw |
| burgerlijke staat | ..... |
| adres | ..... |
| postcode/plaats | ..... |
| land | ..... |
houder van document .... (aard), nummer......
afgegeven te ..... (plaats), op ..... (datum)
houder van visum, nummer ..... type ..... ,afgegeven door .....
geldig van..... tot..... (datum)
voor de duur van ..... (aantal) dagen, met het oog op ..... (doel)
komend uit ..... met .....
(gebruikte vervoermiddel vermelden, en bijvoorbeeld vluchtnummer).
werd heden op grond van artikel 3 Vreemdelingenwet 2000 de toegang tot Nederland geweigerd omdat hij/zij:
( ) niet in het bezit is van een geldig document voor grensoverschrijding en/of in het bezit van een document voor grensoverschrijding waarin het benodigde visum ontbreekt.
( ) een gevaar oplevert voor de openbare orde of nationale veiligheid.
( ) niet beschikt over voldoende middelen om te voorzien zowel in de kosten van verblijf in Nederland als in die van zijn reis naar een plaats buiten Nederland waar zijn/haar toegang gewaarborgd is.
( ) niet voldoet aan de gestelde voorwaarden om de hierboven genoemde kosten zeker te stellen en/of het doel van het voorgenomen verblijf of de verblijfsomstandigheden onvoldoende aannemelijk hebben gemaakt, dan wel te staving daarvan onvoldoende documenten heeft overgelegd.
werd heden op grond van artikel 3, eerste lid, onder d, van de Vreemdelingenwet 2000 juncto artikel 8.8 van het Vreemdelingenbesluit 2000 de toegang tot Nederland geweigerd omdat hij/ zij:
( ) op grond van zijn persoonlijke gedrag een actuele, werkelijke en ernstige bedreiging vormt voor een fundamenteel belang van de samenleving, hetgeen blijkt uit het feit dat:
.....
.....
.....
(concrete omschrijving van de feitelijke reden die betrekking heeft op de openbare orde of de nationale veiligheid)
( ) lijdt aan een potentieel epidemische ziekte zoals gedefinieerd in de relevante instrumenten van de Wereldgezondheidsorganisatie dan wel andere infectieziekte of besmettelijke parasitaire ziekte ten aanzien waarvan in Nederland beschermende regelingen ten aanzien van Nederlanders zijn getroffen, namelijk:
.....
.....
.....
(aangeven welke ziekte)
( ) om redenen van openbare orde of nationale veiligheid uit Nederland is verwijderd en sinds de verwijdering nog geen redelijke termijn is verstreken, hetgeen blijkt uit het feit dat:
.....
.....
.....
(vermelden van reden en datum van verwijdering)
(Onderdanen van België of Luxemburg)
( ) werd heden op grond van artikel 3, eerste lid, onder d, van de Vreemdelingenwet 2000 juncto artikel 8.5 van het Vreemdelingenbesluit 2000 de toegang tot Nederland geweigerd omdat hij/zij een actuele bedreiging voor de openbare orde of de nationale veiligheid vormt hetgeen blijkt uit het feit dat:
.....
.....
.....
(concrete omschrijving van de feitelijke reden die betrekking heeft op de openbare orde of de nationale veiligheid)
| Plaats ..... | Datum ..... |
de ambtenaar belast met grensbewaking/ toezicht op vreemdelingen,
.....
(naam ambtenaar belast met grensbewaking/ toezicht of verbalisantnummer)
.....
(handtekening van de ambtenaar)
Tegen deze beschikking kan een administratief beroepschrift worden ingediend. Het administratief beroep kan worden ingesteld door de vreemdeling in persoon, zijn wettelijk vertegenwoordiger, zijn bijzonder gemachtigde of een advocaat, indien deze verklaart daartoe bepaaldelijk te zijn gevolmachtigd.
Het administratief beroepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop de beschikking bekend is gemaakt. Daarbij is aan te bevelen dat een afschrift van de beschikking wordt overgelegd.
Van belang is dat ingevolge artikel 6:9 van de Algemene wet bestuursrecht een administratief beroepschrift tijdig is ingediend, indien het voor het einde van de genoemde termijn van vier weken is ontvangen of indien het voor het einde van deze termijn ter post is bezorgd, mits het in dat geval niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij de:
Minister van Justitie
Immigratie- en Naturalisatiedienst
Grenskantoor Schiphol
Vertrekpassage 264
1118 AW Luchthaven Schiphol
Faxnummer: 020-7951952
Model M19. Beschikking tot aanwijzing van een ruimte of plaats ingevolge artikel 6, eerste lid, of eerste en tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000
| Vreemdelingennummer | Vreemdelingennummer |
|---|---|
| :..... | |
| Immigratie- en Naturalisatiedienstnummer | Immigratie- en Naturalisatiedienstnummer |
| :..... | |
| Koninklijke Marechaussee-incidentnummer/XPOL-registratienummer | Koninklijke Marechaussee-incidentnummer/XPOL-registratienummer |
| :..... | |
| Piketadvocaat | Piketadvocaat |
| :..... | Telefoon:..... |
Ondergetekende, ..... naam of verbalisantennummer)
( ) ambtenaar der Koninklijke Marechaussee, belast met de grensbewaking;
( ) ambtenaar van het regionale politiekorps Rotterdam-Rijnmond;
( ) directeur van een grenslogies, als bedoeld in artikel 3 van het Reglement regime grenslogies,
| overwegende dat, aan | overwegende dat, aan |
| achternaam | ..... |
| voorna(a)m(en) | ..... |
| geboortedatum | ..... |
| geboorteplaats | ..... |
| geboorteland | ..... |
| nationaliteit | ..... |
| geslacht | man/ vrouw |
| burgerlijke staat | ..... |
| tezamen met | ..... (aantal) kinderen jonger dan zestien jaar |
de toegang tot Nederland is geweigerd op grond van:
( ) artikel 13 juncto artikel 5 van de Verordening (EG) Nummer 562/2006 van 15 maart 2006 tot vaststelling van een communautaire code betreffende de overschrijding van de grenzen door personen (voor onderdanen van derde landen – kort verblijf)
( ) artikel 3 van de Vreemdelingenwet 2000 (voor onderdanen van derde landen – lang verblijf)
( ) artikel 3, eerste lid, onder d, van de Vreemdelingenwet 2000 juncto artikel 8.8 of 8.5 van het Vreemdelingenbesluit 2000 (voor personen die vallen onder het Gemeenschapsrecht inzake vrij verkeer of onderdanen van België en Luxemburg)
(eventueel hieronder overige gegevens vermelden)
.....
.....
.....
wordt aan betrokkene(n) op grond van artikel 6, eerste lid, of artikel 6, eerste en tweede lid van de Vreemdelingenwet 2000 de verplichting opgelegd zich op te houden in:
..... (ruimte of plaats)
Deze beschikking is door mij onmiddellijk aan de vreemdeling uitgereikt.
Nadat ik aan betrokkene de strekking en inhoud van deze aanwijzing medegedeeld had,
( ) in de Nederlandse taal, welke door de vreemdeling in voldoende mate beheerst wordt,
( ) in de ..... taal, welke door mij verbalisant en de vreemdeling in voldoende mate beheerst wordt,
( ) door middel van de (telefonische/in persoon) tolk (naam) ..... van het tolkencentrum in de ..... taal,
verklaarde hij/zij deze beschikking te begrijpen.
| Plaats ..... | Datum ..... |
de ambtenaar belast met de grensbewaking / de directeur van een grenslogies als bedoeld in artikel 3 van het Reglement regime grenslogies,
.....
(handtekening van de ambtenaar)
Beroep tegen deze maatregel kan schriftelijk worden ingesteld bij de rechtbank te ’s-Gravenhage, Centraal Inschrijfbureau Vreemdelingenzaken, Postbus 1621, 2003 BR, Haarlem.
Na indiening van een eerste beroep (of eerste kennisgeving van de Immigratie- en Naturalisatiedienst) zult u – indien de maatregel niet voor die tijd opgeheven is – (uiterlijk) op de 35e dag na aanvang van de vrijheidsontneming door een rechtbank gehoord worden. De oproep om op de zitting te verschijnen ontvangt u op het moment dat u naar de rechtbank vervoerd zal worden.
Model M1
Vervallen
Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
Model M3
Vervallen
Model M1
Vervallen
Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
Model M1
Vervallen
Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
Model M3
Vervallen
Model M4
Vervallen
Model M5-A. Aanvraag om verlenging of wijziging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om wijziging van een visum
Model M5-B. Aanvraag om verlening van een terugkeervisum
Vervallen
Model M5-C. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om verlenging of wijziging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om wijziging van een visum
Model M1
Vervallen
Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
Model M1
Vervallen
Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
Model M3
Vervallen
Model M4
Vervallen
Model M5-A. Aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om omzetting van een enkelvoudig visum in een meervoudig visum
Model M5-B. Aanvraag om verlening van een terugkeervisum
Vervallen
Model M5-C. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om wijziging van een visum
Model M5-D. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om een terugkeervisum door vreemdelingen die in Nederland zijn toeglaten voor langer dan drie maanden
Vervallen
Model M5-E. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om een terugkeervisum door vreemdelingen aan wie is toegestaan om in Nederland een (definitieve) beslissing over hun verblijf af te wachten
Vervallen
Model M6
Model M7
Model M8. Gereserveerd
Model M9. Gereserveerd
Model M10. Bemanningslijst schip (gezagvoerder)
Vervallen
Model M11
Vervallen
Model M12
Vervallen
Model M13. Modelbeschikking ontheffing artikel 4.11 Vreemdelingenbesluit 2000
Model M14. Passagierslijst luchtvaart
Vervallen
Model M15. Bemanningslijst luchtvaart
Vervallen
Model M16. Garantverklaring zeelieden
Vervallen
Model M17. Standaardformulier voor weigering van toegang aan de grens aan onderdanen van derde landen die kort verblijf beogen
Model M18. Beschikking weigering toegang aan onderdanen van derde landen die lang verblijf beogen en personen die vallen onder het EU-recht inzake vrij verkeer (artikel 8.8 of 8.5 Vreemdelingenbesluit 2000)
Model M19. Beschikking tot aanwijzing van een ruimte of plaats ingevolge artikel 6, eerste lid, of eerste en tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000
| Vreemdelingennummer | Vreemdelingennummer |
|---|---|
| :..... | |
| Immigratie- en Naturalisatiedienstnummer | Immigratie- en Naturalisatiedienstnummer |
| :..... | |
| Koninklijke Marechaussee-incidentnummer/XPOL-registratienummer | Koninklijke Marechaussee-incidentnummer/XPOL-registratienummer |
| :..... | |
| Piketadvocaat | Piketadvocaat |
| :..... | Telefoon:..... |
Ondergetekende, ..... naam of verbalisantennummer)
( ) ambtenaar der Koninklijke Marechaussee, belast met de grensbewaking;
( ) ambtenaar van het regionale politiekorps Rotterdam-Rijnmond;
( ) directeur van een grenslogies, als bedoeld in artikel 3 van het Reglement regime grenslogies,
| overwegende dat, aan | overwegende dat, aan |
| achternaam | ..... |
| voorna(a)m(en) | ..... |
| geboortedatum | ..... |
| geboorteplaats | ..... |
| geboorteland | ..... |
| nationaliteit | ..... |
| geslacht | man/ vrouw |
| burgerlijke staat | ..... |
| tezamen met | ..... (aantal) kinderen jonger dan zestien jaar |
de toegang tot Nederland is geweigerd op grond van:
( ) artikel 13 juncto artikel 5 van de Verordening (EG) Nummer 562/2006 van 15 maart 2006 tot vaststelling van een communautaire code betreffende de overschrijding van de grenzen door personen (voor onderdanen van derde landen – kort verblijf)
( ) artikel 3 van de Vreemdelingenwet 2000 (voor onderdanen van derde landen – lang verblijf)
( ) artikel 3, eerste lid, onder d, van de Vreemdelingenwet 2000 juncto artikel 8.8 of 8.5 van het Vreemdelingenbesluit 2000 (voor personen die vallen onder het Gemeenschapsrecht inzake vrij verkeer of onderdanen van België en Luxemburg)
(eventueel hieronder overige gegevens vermelden)
.....
.....
.....
wordt aan betrokkene(n) op grond van artikel 6, eerste lid, of artikel 6, eerste en tweede lid van de Vreemdelingenwet 2000 de verplichting opgelegd zich op te houden in:
..... (ruimte of plaats)
Deze beschikking is door mij onmiddellijk aan de vreemdeling uitgereikt.
Nadat ik aan betrokkene de strekking en inhoud van deze aanwijzing medegedeeld had,
( ) in de Nederlandse taal, welke door de vreemdeling in voldoende mate beheerst wordt,
( ) in de ..... taal, welke door mij verbalisant en de vreemdeling in voldoende mate beheerst wordt,
( ) door middel van de (telefonische/in persoon) tolk (naam) ..... van het tolkencentrum in de ..... taal,
verklaarde hij/zij deze beschikking te begrijpen.
| Plaats ..... | Datum ..... |
de ambtenaar belast met de grensbewaking / de directeur van een grenslogies als bedoeld in artikel 3 van het Reglement regime grenslogies,
.....
(handtekening van de ambtenaar)
Beroep tegen deze maatregel kan schriftelijk worden ingesteld bij de rechtbank te ’s-Gravenhage, Centraal Inschrijfbureau Vreemdelingenzaken, Postbus 1621, 2003 BR, Haarlem.
Na indiening van een eerste beroep (of eerste kennisgeving van de Immigratie- en Naturalisatiedienst) zult u – indien de maatregel niet voor die tijd opgeheven is – (uiterlijk) op de 35e dag na aanvang van de vrijheidsontneming door een rechtbank gehoord worden. De oproep om op de zitting te verschijnen ontvangt u op het moment dat u naar de rechtbank vervoerd zal worden.
Model M20. Kennisgeving toegang onder voorwaarden
Model M21
Vervallen
Model M22. Bijzonder doorlaatbewijs
Vervallen
Model M23. Standaard fax-bericht t.b.v. regeling transiterende visumplichtige zeelieden
Vervallen
Model M24-A. Opdracht tot verwijdering of overgave
Model M24-B. Rapport van overnemen van personen uit België of Duitsland
Vervallen
Model M25. Fax: Melding incidenten grensbewaking
Vervallen
Model M26. Bewustverklaring kort verblijf
Vervallen
Model M27. Guiding Letter: attest inzake vreemdelingen zonder reisdocumenten
Vervallen
Model M28. Covering Letter: attest inzake vreemdelingen met valse of vervalste reisdocumenten
Vervallen
Model M29. Aanwijzing terugvoerverplichting luchtvaartmaatschappij
Vervallen
Model M30. Aanwijzing terugvoerverplichting rederij
Model M31. Standaardformulier voor weigering van toegang aan de grens
Vervallen
Model M32-M34. Gereserveerd
Model M35-A. Aanvraag verblijfsvergunning of wijziging beperking zonder Mvv
Vervallen
Model M35-A-1. Aanvraag verblijfsvergunning met Mvv
Vervallen
Model M35-B. Aanvraag verlenging verblijfsvergunning
Vervallen
Model M35-C. Aanvraag tot het wijzigen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
Vervallen
Model M35-D. Aanvraag verblijfsvergunning onbepaalde tijd
Vervallen
Model M35-E. Aanvraag om toetsing aan het gemeenschapsrecht (bewijs van rechtmatig verblijf)
Vervallen
Model M35-F. Aanvraag van wettelijk vertegenwoordiger tot het verlenen, wijzigen danwel verlengen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
Vervallen
Model M35-G. Aanvraag om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 van de Vreemdelingenwet tevens geldig te verklaren voor inwonende kinderen beneden 12 jaar
Vervallen
Model M35-H. Aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Vervallen
Model M35-I
Vervallen
Model M35-J
Vervallen
Model M35-J-1. Aanvraag verblijfsvergunning asiel onbepaalde tijd of verlenging bepaalde tijd
Vervallen
Model M35-K
Vervallen
Model M36. Afspraakbevestiging
Vervallen
Model M37. Antecedentenverklaring
Vervallen
Model M38. TBC-formulier
Vervallen
Model M39-A. Bijlage toestemmingsverklaring medische gegevens
Vervallen
Model M39-B. Aanvraagformulier DNA-onderzoek
Vervallen
Model M39-C. Verzoek om een leeftijdsonderzoek in het aanmeldcentrum
Vervallen
Model M39-D. Verzoek om een leeftijdsonderzoek opvanglocatie
Vervallen
Model M39-E. Toestemmingsverklaring herhaald leeftijdsonderzoek
Vervallen
3. Informatie en contactgegevens
De ambtenaar belast met de grensbewaking verleent toegang aan een vreemdeling als wordt voldaan aan de voorwaarden genoemd in artikel 6 SGC. Een van de voorwaarden is dat de vreemdeling niet mag worden beschouwd als een gevaar voor de openbare orde, nationale veiligheid of de internationale betrekkingen van één van de Schengenlidstaten.
De ambtenaar belast met de grensbewaking weigert niet de toegang aan een vreemdeling op grond van het enkele feit dat het reisdoel dat de vreemdeling heeft opgegeven niet overeenkomt met het land dat bij het aanvragen van het visum is opgegeven. De vreemdeling moet op vordering van de ambtenaar belast met de grensbewaking het doel en de duur van het verblijf alsnog aannemelijk maken. De ambtenaar belast met de grensbewaking controleert de verklaringen van de vreemdeling, tenzij onmiddellijk duidelijk is dat de door de vreemdeling verstrekte informatie niet consistent is of niet overeenkomt met andere gegevens die de ambtenaar belast met de grensbewaking heeft verkregen uit een betrouwbare bron. De ambtenaar belast met de grensbewaking controleert in ieder geval feiten en verklaringen die ten grondslag liggen aan de afgifte van het visum. De ambtenaar belast met de grensbewaking neemt daarover contact op met de bevoegde autoriteit die het visum heeft afgegeven.
De vreemdeling mag in het kader van verblijf in de vrije termijn aantonen dat hij voldoende middelen van bestaan heeft uit inkomsten uit hier te lande te verrichten werkzaamheden of te verlenen diensten. Voor bepaalde werknemers is een tewerkstellingsvergunning vereist, zie hiervoor B5 Vc. De duur van de te verrichten werkzaamheden of diensten mag niet langer zijn dan de duur van de vrije termijn.
De ambtenaar belast met de grensbewaking geeft aan de vreemdeling die een retourticket of een garantiesom deponeert een ontvangstbewijs af. De ambtenaar belast met de grensbewaking geeft ook aan een derde die een garantiesom deponeert een ontvangstbewijs af.
Voor de bewijsmiddelen dat sprake is van een duurzame relatie wordt verwezen naar paragraaf B10/2.4 Vc.
Diplomatieke en consulaire koeriers zijn:
Een vreemdeling die Nederland wil binnenkomen voor verblijf met als doel ‘adoptiekind’, ‘adoptiefkind’ dan wel ‘pleegkind’ moet in het bezit zijn van een geldig document voor grensoverschrijding. Dit geldig document voor grensoverschrijding is een geldig paspoort voorzien van een geldige mvv als die vereist is.
Het Hoofd van de IND bepaalt dan of de betrokken vreemdeling, ook al is hij niet in het bezit van de juiste reisdocumenten, naar Nederland mag worden gebracht. Als een vervoerder een niet of niet juist gedocumenteerde vreemdeling naar Nederlands grondgebied heeft vervoerd met instemming van het hoofd van de IND, geldt geen terugvoerplicht. De ambtenaar belast met de grensbewaking maakt geen proces-verbaal op van vermoedelijke overtreding van de vervoerder van artikel 4 Vw.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen onderzoekt de verblijfsstatus van de staande gehouden persoon die niet de Nederlandse nationaliteit heeft of als een verblijfsstatus die in de BVV gevonden is om nader onderzoek vraagt.
In het geval de vreemdeling ter uitvoering van het VRIS-protocol wordt overgedragen aan de AVIM hoeft geen staandehouding als bedoeld in artikel 50, eerste lid, dan wel artikel 50a, eerste lid, Vw meer plaats te vinden. Er kan gelijk worden overgegaan tot overbrenging en/of de ophouding als bedoeld in artikel 50, tweede of derde lid, dan wel artikel 50a, eerste lid, Vw, mits het tijdstip van ophouding gelijk is aan – dan wel direct aansluit op – het tijdstip van einde detentie of strafrechtelijke heenzending. Dit is het tijdstip waarop de termijn van de vreemdelingenrechtelijke ophouding aanvangt. De overname en de opvolgende ophouding worden verantwoord in het model M105-A (zie ook A5/6.12 Vc).
De ambtenaar belast met de grensbewaking mag diplomatieke ambtenaren en andere geprivilegieerde personen niet in het E&S controleren.
In dit hoofdstuk wordt onder meer beschreven hoe te handelen in de volgende situaties:
Voor het geven van een bevel zich onmiddellijk te begeven naar de betrokken lidstaat, zie paragraaf A3/2 Vc.
2.1. Gronden voor het inreisverbod
2.4.2. Uitreiking van het besluit tot uitvaardiging van een inreisverbod
2.5.1. De vorm van de aanvraag tot opheffing van het inreisverbod
3.3. Voorbereiding van een besluit tot ongewenstverklaring
7.3.2.5. Opvang in afwachting van definitieve besluitvorming op een aanvraag om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw
7.3.2.5. Opvang in afwachting van definitieve besluitvorming op een aanvraag om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw
7.3.2.7. Procedure bij tbc
7.3.2.7. Procedure bij tbc
7.3.2.8. Procedure bij klinische opname
2.5.4. Tijdelijke opheffing van het inreisverbod
3.3. Voorbereiding van een besluit tot ongewenstverklaring
7.6. Overgangsrecht
8. Uitzetting via aanvoerende vervoersonderneming
9. Verhaal van kosten van uitzetting
9. Verhaal van kosten van uitzetting
3.5.1. Inleiding
3.5.2. De vorm en inhoud van de aanvraag
3.7.1. Vorm van de aanvraag
3.7.2. Inhoud van de aanvraag
3.7.3. Beoordeling van de aanvraag
2.5. Opheffing of tijdelijke opheffing van het inreisverbod
2.5.5. Ambtshalve opheffing van het inreisverbod
1. Inleiding
3.1. Gronden voor vrijheidsontneming op grond van artikel 6 Vw
2.6. Rechtsgevolgen van het inreisverbod
3.1. Gronden voor ongewenstverklaring
3.3. Voorbereiding van een besluit tot ongewenstverklaring
3.1. Gronden voor vrijheidsontneming op grond van artikel 6 Vw
3.6.1. Inleiding
6. Algemene voorwaarden voor bewaring
De IND neemt disproportionaliteit aan als de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat hij zich in Nederland in een uitzonderlijke situatie bevindt. Bij de beoordeling betrekt de IND in ieder geval de aard en ernst van het gepleegde misdrijf. Als de vreemdeling disproportionaliteit aannemelijk heeft gemaakt, willigt de IND de aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring in.
3.8.1. Vorm van de aanvraag
3.8.3. Beoordeling van de aanvraag
3.8.3. Beoordeling van de aanvraag
6. Algemene voorwaarden voor bewaring
3.8.7. Aanvraag van een internationaal strafhof of tribunaal
3.9. Opheffen ongewenstverklaring bij het aantreffen aan de grens bij uitreis of binnen Nederland
4.1. Algemeen
6.6. De vorm waarin de maatregel wordt opgelegd
2.1. Mededeling van vrijheidsontnemende maatregelen
De ambtenaar als bedoeld in artikel 5.3 VV moet in verband met de kennisgeving van de IND aan de rechtbank of een beroep van de vreemdeling tegen de bewaring bij de rechtbank, alle volgende modellen aan de IND verzenden:
5. Vrijheidsbeperking op grond van artikel 56 Vw
7. Geen uitzetting om gezondheidsredenen
6.9. Signalering in het opsporingsregister
7.3. Inwilliging
Ad d.
6.9. Signalering in het opsporingsregister
3.2. Gezinnen met minderjarigen en alleenstaande minderjarige vreemdelingen
3.2. Gezinnen met minderjarigen en alleenstaande minderjarige vreemdelingen
7.6. Procedure bij zwangerschap/bevalling
4. Beschikbaar houden op grond van artikel 55, eerste lid, Vw
6.11. Bericht van ontruiming
7. Geen uitzetting om gezondheidsredenen
6.1. Bewaring op grond van artikel 59 Vw
6.2. Bewaring van Dublinclaimanten op grond van artikel 59a Vw
Voor inbewaringstelling op grond van artikel 59a Vw maakt de ambtenaar als bedoeld in artikel 5.3 VV gebruik van model M109-A. In model M109-A dient in ieder geval omschreven te worden dat:
7.2.4. Gevolgen indiening aanvraag
7.2.1.1. Procedure voor opvang in afwachting van definitieve besluitvorming op een verzoek om toepassing van artikel 64 Vw
2. Gronden voor ongewenstverklaring
7.2.1.1. Procedure voor opvang in afwachting van definitieve besluitvorming op een verzoek om toepassing van artikel 64 Vw
6.9. Voorlopige voorziening
6.12. Het overbrengen en ophouden na strafrechtelijke detentie
6.8. De duur
6.8. De duur
3.3. Uitreiking van de beschikking
7.3.2. Inwilliging in de parallelle procedure in afwachting van definitieve besluitvorming
9. Verhaal van kosten van uitzetting
6.14. Beëindiging vrijheidsontneming
7. De behandeling van het beroep
7.6. Procedure bij zwangerschap/bevalling
2. Gronden voor ongewenstverklaring
11. Internationale overeenkomsten over terug- en overname
6. EU-/EER-onderdanen, Zwitserse onderdanen en familieleden
9.3. Verhaal van kosten op de vervoerder
10. Vreemdelingen in de strafrechtketen
3. Procedurele aspecten
2. Het inreisverbod (artikel 66a Vw)
1.4. Het lichten van vreemdelingen
3. Aan wie wordt geen inreisverbod opgelegd
5.5. Voorwaarden aan de tijdelijke opheffing
Model M47-A. Garantverklaring verkorte mvv-procedure (bedrijven en onderwijsinstelingen)
Vervallen
Model M48. Garantverklaring uitwisselingsorganisatie
Vervallen
Model M48-B. Bewust en garantverklaring verblijf bij religieuze en levensbeschouwelijke organisaties
Model M49. Arbeidsongeschiktheidsverklaring
Vervallen
Model M50. Checklist mvv-vereiste
Vervallen
Model M51-A. Verklaring ontvangst waarborgsom
Vervallen
Model M51-B. Verklaring teruggave waarborgsom
Vervallen
Model M52. Verzoek aan de vreemdeling om in persoon te verschijnen
Model M53. Verklaring tot intrekking van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning
Model M54. Aanvraagformulier Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005
Model M55. Kennisgeving bedenktijd/aangifte/verlenen medewerking aan strafproces mensenhandel en beroep op regeling B8/3 Vreemdelingencirculaire 2000
Model M55-A. Kennisgeving aangifte/verlenen medewerking aan strafproces mensenhandel gedurende asielprocedure
Vervallen
Model M56. Voorblad aanvraag verblijfsvergunning door een in bewaring gestelde vreemdeling
Model M57. Verklaring inkomen ondernemer
Vervallen
Model M58. Aanvraag verblijfsvergunning kennismigrant met mvv
Vervallen
Model M59. Aanvraag verblijfsvergunning kennismigrant of wijziging beperking zonder mvv
Vervallen
Model M60. Positief advies mvv
Vervallen
Model M61. Negatief advies mvv
Vervallen
Model M62. Staat van inlichtingen mvv
Vervallen
Model M63. Voorstel intrekking verblijfsvergunning en/ of ongewenstverklaring en/of uitvaardiging inreisverbod
Model M64. Beschikking tot het niet in behandeling nemen van een aanvraag verblijfsvergunning (on)bepaalde tijd (art. 4:5 Awb)
Vervallen
Model M65-A. Beschikking aanvraag (on)bepaalde tijd afwijzen
Vervallen
Model M65-B. Beschikking afwijzen aanvraag verlengen bepaalde tijd
Vervallen
Model M65-C. Beschikking afwijzen aanvraag wijziging verblijfsvergunning
Vervallen
Model M66. Beschikking intrekking verblijfsvergunning
Vervallen
Model M67. Staat van inlichtingen adoptie
Vervallen
Model M68. Staat van inlichtingen opname als pleegkind
Vervallen
Model M69-M74. Gereserveerd
Model M75-A. Document I
Vervallen
Model M75-B. Document II
Vervallen
Model M75-C. Document III
Vervallen
Model M75-D. Document IV
Vervallen
Model M75-E. Document EU/EER
Vervallen
Model M75-F. Document W
Vervallen
Model M75-G. Document W2
Vervallen
Model M76. Ontvangstbewijs voor het in ontvangst nemen van een verblijfsdocument
Model M77-A. Sticker verblijfsaantekeningen Algemeen
Vervallen
Model M77-B. Sticker verblijfsaantekeningen Gemeenschapsonderdanen
Vervallen
Model M77-C. Sticker verblijfsaantekeningen Vervolgprocedures
Vervallen
Model M77-D
Vervallen
Model M78-A. Rappelbrief omtrent tijdige aanvraag verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd (asiel)
Vervallen
Model M78-B. Rappelbrief omtrent tijdige verlenging / wijziging van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd dan wel aanvraag van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd (regulier)
Vervallen
Model M79. Reizigerslijst voor schoolreizen
Vervallen
Model M80. Europees reisdocument voor de terugkeer van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen
Model M81. Geprivilegieerdendocument
Model M81-A. Geprivilegieerdendocument (toelichting)
Vervallen
Model M82. Reisdocument voor vluchtelingen
Vervallen
Model M83. Aanvraag vervanging, vernieuwing of eerste aanvraag vreemdelingendocument
Vervallen
Model M84-M89. Gereserveerd
Model M90. Vordering van de vreemdeling om in persoon te verschijnen
Model M90-A. Vordering van de vreemdeling om in persoon te verschijnen en medewerking te verlenen aan een interview met een diplomatieke vertegenwoordiging
Model M91. Kennisgeving adreswijziging/vertrek
Vervallen
Model M92. Verhuismutaties (melding aan de IND)
Vervallen
Model M93. Bericht omtrent signalering
Vervallen
Model M94-A. Verklaring ex artikel 25 lid 1 Uitvoeringsovereenkomst Schengen
Vervallen
Model M94-B. Verklaring ex artikel 25 lid 2 Uitvoeringsovereenkomst Schengen
Vervallen
Model M95-M99. Gereserveerd
Model M100. Bericht van vertrek
Vervallen
Model M100-A. Bericht van ontruiming
Model M101. Ontvangstbewijs voor het tijdelijk in bewaring nemen van reis- en/ of identiteitspapieren
Model M102. Maatregel ex artikel 56 van de Vreemdelingenwet 2000
Vervallen
Model M102-A. Transit request for the purposes of removal by air
Vervallen
Model M103-M104
Model M105. Proces-verbaal staandehouding/overbrenging/overdracht als bedoeld in artikel 50 dan wel artikel 50a van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw)
M015A. Proces-verbaal staandehouding ter uitvoering van een overdrachtsbesluit
Vervallen
M015B. Proces-verbaal staandehouding als bedoeld in artikel 55 Vreemdelingenwet 2000
Vervallen
Model M105-A. Proces-verbaal ophouding en onderzoek als bedoeld in artikel 50, dan wel artikel 50a, Vw
Model M105-B. Proces-verbaal van staandehouding als bedoeld in artikel 55 Vreemdelingenwet 2000 (Vw)
M105C. Proces-verbaal overbrenging en ophouding
Vervallen
Model M105-D. Proces-verbaal staandehouding / overbrenging
Model M105-E. Beschikking verlenging ophouding, artikel 50, vierde lid, Vw
Model M106-M108
Model M106-A. Bevel ingevolge artikel 62a, 3e lid, Vw; Bevel zich onmiddellijk te begeven naar
Model M106-B. Proces-verbaal van gehoor zich onmiddellijk te begeven naar lidstaat van verblijf (artikel 62a Vw)
M106-C. Intrekking van het bevel zich onmiddellijk te begeven naar lidstaat van verblijf
Model M107-A. Kennisgeving als bedoeld in artikel 62a Vw, al of niet gepaard met een inreisverbod als bedoeld in artikel 66a, eerste of tweede lid, Vw
Model M107-B. Inreisverbod als bedoeld in artikel 66a, eerste en tweede lid, Vw
M107-C. Intrekking Terugkeerbesluit en/of opheffing Inreisverbod
M107-D. Kennisgeving als vervolg op en ter aanvulling van een eerder genomen terugkeerbesluit als bedoeld in artikel 62a Vw
Model M108-A. Maatregel ex artikel 56 Vw
M108-B. Proces-verbaal van gehoor bij de maatregel ex artikel 56 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw)
M109. Maatregel van bewaring als bedoeld in artikel 59 Vw
M109a. Maatregel van bewaring als bedoeld in artikel 59a Vw
M109b. Maatregel van bewaring als bedoeld in artikel 59b Vw
Model M109c. Maatregel van bewaring als bedoeld in artikel 59, tweede lid, Vw
Model M110. Proces-verbaal van gehoor (artikel 59. 59a of 59b, 62a of 66a Vreemdelingenwet 2000 juncto artikel 5.2 Vreemdelingenbesluit 2000)
Model M110-A. Maatregel van bewaring
Vervallen
Model M110-B. Proces-verbaal van gehoor (artikel 59 Vreemdelingenwet 2000 juncto artikel 5.2 Vreemdelingenbesluit 2000 of artikel 59a Vreemdelingenwet 2000
Vervallen
Model M111-A. Proces-verbaal staandehouding/ overbrenging/ ophouding
Vervallen
Model M111-B. Proces-verbaal toepassing art. 50, tweede of derde lid, van de Vw
Vervallen
Model M112. Verzoek opneming van een inbewaringgestelde vreemdeling in een huis van bewaring
Vervallen
Model M113. Opheffing van een aanwijzing/ maatregel als bedoeld in artikel 6/ 50/ 55/ 56/ 57/ 58 / 59/59a of 59b Vreemdelingenwet 2000
Model M114. Verzoek om ontslag uit een justitiële inrichting
Model M115. Lichtingsverzoek
Model M116. Aanwijzing ex artikel 58 Vreemdelingenwet
Vervallen
Model M117-A. Aanwijzing ingevolge artikel 55 en/of meldplicht ingevolge artikel 54 Vw
Model M117-B. Vervolgaanwijzing ingevolge artikel 55 van de Vreemdelingenwet (asielzoekers)
Vervallen
Model M117-C. Aanwijzing ingevolge artikel 55 Vw
Model M117-D. Aanwijzing op grond van artikel 55 Vw (regulier)
Model M117-E. Aanwijzing ingevolge artikel 55 Vw
Model M118. Aanmeldformulier vreemdeling
Vervallen
Model M119. Dossier vreemdelingenbewaring
Model M120. (Voortgangs) Gegevens met betrekking tot uitzetting
Model M122. Mededeling toepassing artikel 50, derde lid, dan wel artikel 50a, eerste lid, Vreemdelingenwet
Model M123-M129. Gereserveerd
Model M130. Brochure ongewenstverklaring
Vervallen
Model M131-A. Schema van voorrechten en immuniteiten op grond van het Diplomatenverdrag
Vervallen
Model M131-B. Schema van voorrechten en immuniteiten op grond van het Consulaire Verdrag
Vervallen
Model M132. Verzoek om inlichtingen aan de Regionale Directie Arbeidsvoorziening
Vervallen
Model M133-A. Inlichtingenformulier voor het vragen van inlichtingen conform art. 8.1 Vb
Vervallen
Model M133-B. Antwoordformulier
Vervallen
Model M133-C. Informatieformulier voor het verstrekken van gegevens conform art. 8.2 Vb
Vervallen
Model M133-D. Informatieformulier voor het verstrekken van gegevens conform art. 8.2 Vb
Vervallen
Model M134. Verrekeningsstaat
Vervallen
Model M135. Declaratie kosten verwijdering
Vervallen
Model M136. Opgave van ingenomen gelden
Vervallen
Model M137-A. Formulier restitutie garantiesom
Vervallen
Model M137-B. Formulier restitutie passagebiljet
Vervallen
Model M138. Verzoek om advies voor afgifte machtiging tot voorlopig verblijf (MVV)
Vervallen
Model M139. Verzoek om afgifte van een Machtiging tot voorlopig verblijf
Vervallen
Model M140. De verklaring van de werkgever
Vervallen
Model M141. Verzoek om advies voor afgifte machtiging tot voorlopig verblijf kennismigrant
Vervallen
Model M5-D. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om een terugkeervisum door vreemdelingen die in Nederland zijn toeglaten voor langer dan drie maanden
Vervallen
Model M5-E. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om een terugkeervisum door vreemdelingen aan wie is toegestaan om in Nederland een (definitieve) beslissing over hun verblijf af te wachten
Vervallen
Model M6
Gereserveerd.
Model M7
Gereserveerd.
Model M8
Gereserveerd.
Model M9
Gereserveerd.
Model M10. Bemanningslijst schip (gezagvoerder)
Vervallen
Model M11
Vervallen
Model M12
Vervallen
Model M13. Modelbeschikking ontheffing artikel 4.11 Vreemdelingenbesluit 2000
Model M14. Passagierslijst luchtvaart
Vervallen
Model M15. Bemanningslijst luchtvaart
Vervallen
Model M1
Vervallen
Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
Model M1
Vervallen
Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
Model M3
Vervallen
Model M4
Vervallen
Model M5-A. Aanvraag om verlenging of wijziging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om wijziging van een visum
Model M5-B. Aanvraag om verlening van een terugkeervisum
Vervallen
Model M5-C. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om verlenging of wijziging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om wijziging van een visum
Model M5-D. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om een terugkeervisum door vreemdelingen die in Nederland zijn toeglaten voor langer dan drie maanden
Vervallen
Model M5-E. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om een terugkeervisum door vreemdelingen aan wie is toegestaan om in Nederland een (definitieve) beslissing over hun verblijf af te wachten
Vervallen
Model M6
Gereserveerd.
Model M7
Gereserveerd.
Model M8
Gereserveerd.
Model M9
Gereserveerd.
Model M10. Bemanningslijst schip (gezagvoerder)
Vervallen
Model M11
Vervallen
Model M12
Vervallen
Model M13. Modelbeschikking ontheffing artikel 4.11 Vreemdelingenbesluit 2000
Model M14. Passagierslijst luchtvaart
Vervallen
Model M15. Bemanningslijst luchtvaart
Vervallen
Model M16. Garantverklaring zeelieden
Vervallen
Model M17. Garantverklaring zeelieden collectief/permanent
Vervallen
Model M18. Beschikking weigering toegang aan personen die vallen onder het Gemeenschapsrecht inzake vrij verkeer (artikel 8.8 of 8.5 Vreemdelingenbesluit 2000)
Model M19. Beschikking tot aanwijzing van een ruimte of plaats ingevolge artikel 6, eerste lid of eerste en tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000
Model M20. Kennisgeving toegang onder voorwaarden
Model M21
Vervallen
Model M22. Bijzonder doorlaatbewijs
Vervallen
Model M23. Standaard fax-bericht t.b.v. regeling transiterende visumplichtige zeelieden
Vervallen
Model M24-A. Opdracht tot verwijdering of overgave
Model M24-B. Rapport van overnemen van personen uit België of Duitsland
Vervallen
Model M25. Fax: Melding incidenten grensbewaking
Vervallen
Model M26. Bewustverklaring kort verblijf
Vervallen
De ambtenaren van politie, de KMar en de ZHP maken de beslissing tot nietigverklaring of intrekking van een visum, anders dan een mvv, en de gronden waarop deze beslissing is gebaseerd aan de vreemdeling kenbaar door middel van een standaardformulier (bijlage VI Visumcode). De ambtenaren van politie, de KMar en de ZHP maken de beslissing tot annulering (nietigverklaring) of intrekking van een mvv bekend door middel van Model M8. De ambtenaren van politie, de KMar en de ZHP stellen de IND in kennis van de intrekking of nietig verklaren van het visum.
2. Bevoegdheden
De ambtenaar belast met de grensbewaking confronteert de vreemdeling met afwijkende informatie en stelt de vreemdeling in staat hier een verklaring voor te geven. De ambtenaar belast met de grensbewaking weigert de vreemdeling de toegang en verklaart het visum nietig, als de ambtenaar belast met de grensbewaking:
De ambtenaar belast met de grensbewaking weigert de toegang aan iedere vreemdeling die niet aan de toegangsvoorwaarden voldoet. De weigering van toegang is een met redenen omklede beslissing:
De vervoerder mag de in bijlage 14c en 14d VV genoemde passagierslijsten gebruiken voor de opgave van aangetroffen verstekelingen.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen raadpleegt de gegevens over de identiteit, nationaliteit en verblijfsstatus van de staande gehouden persoon in de BVV, als deze gegevens niet vastgesteld kunnen worden aan de hand van een document zoals omschreven onder artikel 4.21 Vb. De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen beoordeelt op basis van de gegevens in de BVV of een terugkeerbesluit moet worden genomen tegen een vreemdeling die niet rechtmatig in Nederland verblijft. Het terugkeerbesluit wordt opgelegd met het model M107-A.
2.4.3. Opleggen inreisverbod met voornemenprocedure aan de grensdoorlaatpost
2.5.6. Van rechtswege vervallen
9. Verhaal van kosten van uitzetting
2.6. Rechtsgevolgen van het inreisverbod
11. Internationale overeenkomsten over terug- en overname
2. Het inreisverbod
3.4. Uitreiking van het besluit tot ongewenstverklaring
2.3. Aanvang en duur van het inreisverbod
2.4.2. Uitreiking van het besluit tot uitvaardiging van een inreisverbod
3.7.4. Gevaar voor de nationale veiligheid
2.5.3. Aanvraag tot opheffing van het inreisverbod bij gevaar nationale veiligheid
2.6. Rechtsgevolgen van het inreisverbod
5. Vrijheidsbeperking op grond van artikel 56 Vw
Als de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen van oordeel is dat er gronden zijn voor de ongewenstverklaring van een vreemdeling, dan dient deze ambtenaar onmiddellijk een voorstel tot ongewenstverklaring in bij de IND, door middel van toezending van model M63 of een ander gemotiveerd schrijven. Bij het model M63 of het gemotiveerde schrijven voegt de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen alle gegevens en bewijsmiddelen die voor de beoordeling van het voorstel tot ongewenstverklaring relevant kunnen zijn. De IND beschouwt in ieder geval afschriften van processen-verbaal als relevant.
3.7. Beoordeling van de aanvraag
6. Algemene voorwaarden voor bewaring
3.8.5. Voorwaarden aan de tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring
4.1. Algemeen
6.7. Hernieuwde vrijheidsontneming op een andere bewaringsgrond
2.3. Het lichten van vreemdelingen
7. De behandeling van het beroep
6.8. Overdracht aan het voor het asielverzoek verantwoordelijke land
6.10. Bericht van vertrek
5. Vrijheidsbeperking op grond van artikel 56 Vw
6.2. Bewaring van Dublinclaimanten op grond van artikel 59a Vw
10.2. Gedragslijn indien buitenlandse autoriteiten uitlevering vragen
6.7. Hernieuwde vrijheidsontneming op een andere bewaringsgrond
9.4. Verantwoording ontvangen gelden
7. De behandeling van het beroep
7.7. Procedure bij vreemdelingen met TBC
6.12. Het overbrengen en ophouden na strafrechtelijke detentie
6.1. Het Protocol Identificatie en Labeling
7.5.2. Rechtsmiddelen parallelle procedure
10.2. Gedragslijn indien buitenlandse autoriteiten uitlevering vragen
8. Uitzetting via aanvoerende vervoersonderneming
3. Procedurele aspecten
4. Inreisverbod niet zonder terugkeerbesluit
De maximale duur van het inreisverbod is afhankelijk van het bepaalde in artikel 6.5a Vb. In dit artikel is reeds verdisconteerd de ernst van de aanleiding om tot het opleggen van een inreisverbod over te gaan. Om die reden wordt, behoudens door de vreemdeling aangevoerde en nader onderbouwde bijzondere individuele omstandigheden, de maximale duur opgelegd zoals die in de verschillende onderdelen van artikel 6.5a Vb staan genoemd.
6.2. Belangenafwegingen
6.4. Voorstel voor een inreisverbod door vreemdelingenpolitie, ZHP of KMar
6.3.4. Uitreiking van de beschikking
6.4. Voorstel voor een inreisverbod door vreemdelingenpolitie, ZHP of KMar
Op het voorstel van de vreemdelingenpolitie, ZHP of KMar maakt de IND een beschikking tot uitvaardiging van een inreisverbod. In de beschikking worden ook de rechtsgevolgen opgenomen. Voor de beroepsmogelijkheden tegen een dergelijke beschikking wordt verwezen naar A5/6.6.
6.5.1. Algemeen
6.7. Stellen van aantekeningen
6.9. Strafbare feiten
4.3.4. De beëindiging
7.3. De inhoud van de aanvraag
7. Opheffing of tijdelijke opheffing van het inreisverbod
7.5. De beslissing op de aanvraag en de signalering
8. Tijdelijke opheffing van het inreisverbod
3.2. Het doel
Overeenkomstig artikel 4:7 en 4:8 Awb wordt de vreemdeling in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen en daarbij feiten en omstandigheden naar voren te brengen die naar zijn mening bij de besluitvorming moeten worden betrokken (zie B1/9.7.2).
Model M27. Guiding Letter: attest inzake vreemdelingen zonder reisdocumenten
Vervallen
Model M28. Covering Letter: attest inzake vreemdelingen met valse of vervalste reisdocumenten
Vervallen
Model M29. Aanwijzing terugvoerverplichting luchtvaartmaatschappij
Vervallen
Model M30. Aanwijzing terugvoerverplichting rederij
Model M31. Standaardformulier voor weigering van toegang aan de grens
Vervallen
Model M32-M34. Gereserveerd
Model M35-A. Aanvraag verblijfsvergunning of wijziging beperking zonder Mvv
Vervallen
Model M35-A-1. Aanvraag verblijfsvergunning met Mvv
Vervallen
Model M35-B. Aanvraag verlenging verblijfsvergunning
Vervallen
Model M35-C. Aanvraag tot het wijzigen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
Vervallen
Model M35-D. Aanvraag verblijfsvergunning onbepaalde tijd
Vervallen
Model M35-E. Aanvraag om toetsing aan het gemeenschapsrecht (bewijs van rechtmatig verblijf)
Vervallen
Model M35-F. Aanvraag van wettelijk vertegenwoordiger tot het verlenen, wijzigen danwel verlengen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
Vervallen
Model M35-G. Aanvraag om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 van de Vreemdelingenwet tevens geldig te verklaren voor inwonende kinderen beneden 12 jaar
Vervallen
Model M35-H. Aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Vervallen
Model M1
Vervallen
Model M1
Vervallen
Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
Model M1
Vervallen
Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
Model M3
Vervallen
Model M4
Vervallen
Model M5-A. Aanvraag om verlenging of wijziging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om wijziging van een visum
Model M5-B. Aanvraag om verlening van een terugkeervisum
Vervallen
Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
Model M3
Vervallen
Model M4
Vervallen
Model M5-A. Aanvraag om verlenging of wijziging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om wijziging van een visum
Model M5-B. Aanvraag om verlening van een terugkeervisum
Vervallen
Model M5-C. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om verlenging of wijziging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om wijziging van een visum
Model M5-D. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om een terugkeervisum door vreemdelingen die in Nederland zijn toeglaten voor langer dan drie maanden
Vervallen
Model M5-E. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om een terugkeervisum door vreemdelingen aan wie is toegestaan om in Nederland een (definitieve) beslissing over hun verblijf af te wachten
Vervallen
Model M6
Model M7
Model M8. Gereserveerd
Model M9. Gereserveerd
Model M10. Bemanningslijst schip (gezagvoerder)
Vervallen
Model M11
Vervallen
Model M12
Vervallen
Model M13. Modelbeschikking ontheffing artikel 4.11 Vreemdelingenbesluit 2000
Model M14. Passagierslijst luchtvaart
Vervallen
Model M15. Bemanningslijst luchtvaart
Vervallen
Model M16. Garantverklaring zeelieden
Vervallen
Model M17. Standaardformulier voor weigering van toegang aan de grens aan onderdanen van derde landen die kort verblijf beogen
Model M16. Garantverklaring zeelieden
Vervallen
Model M17. Standaardformulier voor weigering van toegang aan de grens aan onderdanen van derde landen die kort verblijf beogen
Model M35-G. Aanvraag om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 van de Vreemdelingenwet tevens geldig te verklaren voor inwonende kinderen beneden 12 jaar
Vervallen
Model M35-H. Aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Vervallen
Model M35-I
Vervallen
Model M35-J
Vervallen
Model M35-J-1. Aanvraag verblijfsvergunning asiel onbepaalde tijd of verlenging bepaalde tijd
Vervallen
Model M35-K
Vervallen
De ambtenaar belast met de grensbewaking informeert de Korpschef over de toegangsverlening onder voorwaarden door middel van model M20.
4.2. Rapportage Vreemdelingenketen
6.2. Het PIL
7.3.2.2. In afwachting van onderzoek DT&V naar feitelijke toegankelijkheid van medische zorg
3.7. Tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring
3.4. Uitreiking van het besluit tot ongewenstverklaring
2.2. Geen inreisverbod
3.7.3. Beoordeling van de aanvraag
2.4.3. Opleggen inreisverbod met voornemenprocedure aan de grensdoorlaatpost
3. Ongewenstverklaring
3.3. Voorbereiding van een besluit tot ongewenstverklaring
3.8.2. Inhoud van de aanvraag
3.8.3. Beoordeling van de aanvraag
3.8.4. Gevaar voor de nationale veiligheid
3.8.5. Voorwaarden aan de tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring
3.8.6. Binnenkomst, toezicht en vertrek
3.9. Opheffen ongewenstverklaring bij het aantreffen aan de grens bij uitreis of binnen Nederland
4.2.1. Signalering in E&S
4.5. Toezending van reisdocumenten aan de grensdoorlaatpost van uitreis
4.4. Tijdelijke opheffing van het besluit tot signalering
1. Inleiding
6.13. Tenuitvoerlegging strafrechtelijk vonnis tijdens de vrijheidsontneming
7.1. Beleid
3.2. Gezinnen met minderjarigen en alleenstaande minderjarige vreemdelingen
7.2. Procedure
6.5. Bijstand van een advocaat
6.6. De vorm waarin de maatregel wordt opgelegd
6.9. Voorlopige voorziening
7.3.1. Inwilliging in afwachting van definitieve besluitvorming
6.12. Het overbrengen en ophouden na strafrechtelijke detentie
8. Uitzetting via aanvoerende vervoersonderneming
10.1. Protocol VRIS
11. Internationale overeenkomsten over terug- en overname
9.4. Verantwoording ontvangen gelden
10.2. Gedragslijn indien buitenlandse autoriteiten uitlevering vragen
3.4. Bezwaar en beroep
5. Het inreisverbod en de ongewenstverklaring
5.1. Inleiding
5.2. Vorm van het verzoek
6.4.1. Gegevens
6.4.1. Gegevens
6.4.3. De beschikking
6.5.1. Algemeen
1.4. Het lichten van vreemdelingen
7.3.2.1. Tijdens beoordeling aanvraag om uitstel vertrek
7.3.2.7. Procedure bij tbc
7.4.4. Verzoek toepassing artikel 64 Vw van een vreemdeling afkomstig uit een lidstaat van de Europese Unie
2.4.3. Opleggen inreisverbod met voornemenprocedure aan de grensdoorlaatpost
2.4. Minderjarigen en gezinnen met minderjarigen
3.4. Uitreiking van het besluit tot ongewenstverklaring
3.7. Beoordeling van de aanvraag
3.8.7. Aanvraag van een internationaal strafhof of tribunaal
4.2.2. Signalering eerst in E&S, daarna in SIS
2.1. Mededeling van vrijheidsontnemende maatregelen
6.14. Beëindiging vrijheidsontneming
6.3. Bewaring in verband met aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 59b Vw
6.7. Hernieuwde vrijheidsontneming op een andere bewaringsgrond
6.11. Plaatsing in een justitiële inrichting
9.3. Verhaal van kosten op de vervoerder
10.2. Gedragslijn indien buitenlandse autoriteiten uitlevering vragen
3.7. Signalering in verband met de ongewenstverklaring
2.2. Geen rechtmatig verblijf
3. Aan wie wordt geen inreisverbod opgelegd
6.3.3. De beschikking
6.3.5. Verzoek signalering in (N)SIS
6.5. Het inreisverbod door de IND
6.6. Bezwaar en beroep
2. Toegang
10. Vreemdelingen in de strafrechtketen
2.4. Procedurele aspecten
3.7.7. Aanvraag van een internationaal strafhof of tribunaal
2.5.4. Tijdelijke opheffing van het inreisverbod
6.7. Hernieuwde vrijheidsontneming op een andere bewaringsgrond
3.6.1. Inleiding
6.7. Hernieuwde vrijheidsontneming op een andere bewaringsgrond
7.5. Rechtsmiddelen
11. Internationale overeenkomsten over terug- en overname
6.5. Bijstand van een advocaat
7.4. Afwijzing
De ambtenaar als bedoeld in artikel 5.3 VV heft de bewaring op met gebruikmaking van het model M113. Hiertoe richt deze ambtenaar een schriftelijk verzoek om invrijheidstelling aan de directeur van de justitiële inrichting, vergezeld van een model M113. De ambtenaar als bedoeld in artikel 5.3 VV zendt een afschrift van model M113 naar de DT&V.
5.2. Vorm van het verzoek
6.5.2. De beschikking en de uitreiking van de beschikking
Ingevolge artikel 66b, eerste lid, Vw kan ambtshalve dan wel op aanvraag worden beslist tot opheffing of tijdelijke opheffing van het inreisverbod. De redenen voor een mogelijke opheffing staan beschreven in artikel 6.5b Vb.
7.2. De vorm van de aanvraag
Onderstaande paragraaf is van toepassing op die vreemdelingen, aan wie op grond van de Wet geen inreisverbod kan worden uitgevaardigd.
6.2. Bewaring van Dublinclaimanten op grond van artikel 59a Vw
6.7. Hernieuwde vrijheidsontneming op een andere bewaringsgrond
10.1. Protocol VRIS
2. Het inreisverbod (artikel 66a Vw)
5.3. Inhoud van het verzoek
6.4. Opheffing van de ongewenstverklaring
7.4.2. Verzoek om opheffing inreisverbod bij gevaar nationale veiligheid
7.4. Beoordeling van de aanvraag
2. Toegang
2.8. De beëindiging
7.3.2.2. In afwachting van onderzoek DT&V naar feitelijke toegankelijkheid van medische zorg
3.7.5. Voorwaarden aan de tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring
2.5.6. Van rechtswege vervallen
3.3. Voorbereiding van een besluit tot ongewenstverklaring
6.13. Tenuitvoerlegging strafrechtelijk vonnis tijdens de vrijheidsontneming
3.8.2. Inhoud van de aanvraag
9. Verhaal van kosten van uitzetting
4. Inreisverbod niet zonder terugkeerbesluit
6.1. Inleiding
6.3. Uitvaardiging van een inreisverbod door vreemdelingenpolitie, ZHP of KMar
3.1. Het zich beschikbaar houden (artikel 55, eerste lid, Vw)
10.3.1. Indienen van een voorstel
3.1. Het zich beschikbaar houden (artikel 55, eerste lid, Vw)
10.3.4. Bezwaar en beroep
Een aantekening over de ongewenstverklaring wordt in het document voor grensoverschrijding van de vreemdeling gesteld, indien naar het oordeel van de Korpschef gegronde reden bestaat om te vermoeden dat de vreemdeling zal proberen naar Nederland terug te keren. In het kader van de grensbewaking is de ambtenaar belast met grensbewaking bevoegd een aantekening te stellen in het reisdocument van de vreemdeling omtrent de reden van weigering toegang in verband met ongewenstverklaring, zie artikel 4.29, eerste lid, aanhef en onder h, Vb.
Model M36. Afspraakbevestiging
Vervallen
4. Opheffing van de ongewenstverklaring
5.6. Inreis, toezicht en uitreis
3.2. Voorbereiding
6.3. Uitvaardiging van een inreisverbod door vreemdelingenpolitie, ZHP of KMar
8. Tijdelijke opheffing van het inreisverbod
10.3.1. Indienen van een voorstel
2.5.4. Tijdelijke opheffing van het inreisverbod
7.3.2.8. Procedure bij klinische opname
2.5.1. De vorm van de aanvraag tot opheffing van het inreisverbod
4. Beschikbaar houden op grond van artikel 55, eerste lid, Vw
3.8.7. Aanvraag van een internationaal strafhof of tribunaal
7.6. Procedure bij zwangerschap/bevalling
10.3. Procedurele aspecten
3.5. De vorm
10.4. Opheffing van de ongewenstverklaring
10.4. Opheffing van de ongewenstverklaring
10.4.3. De inhoud van de aanvraag
10.4.4. Beoordeling van de aanvraag
5.2. Het zich ophouden op grond van artikel 57 en 58 Vw
10.4.2. De vorm van de aanvraag
10.3.5. Geen opschortende werking in bezwaar
10.4.1. Inleiding
10.4.3. De inhoud van de aanvraag
5.2.4. Bijstand van een raadsman
10.4.4. Beoordeling van de aanvraag
7.3.2.5. Opvang in afwachting van definitieve besluitvorming op een aanvraag om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw
3.8.5. Voorwaarden aan de tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring
10.5.3. Inhoud van het verzoek
10.6. EU-/EER-onderdanen, Zwitserse onderdanen en familieleden
10.5.5. Voorwaarden aan de tijdelijke opheffing
10.5.4. Beoordeling van het verzoek
10.6.2. Ongewenstverklaring
10.6. EU-/EER-onderdanen, Zwitserse onderdanen en familieleden
10.5.1. Inleiding
5.3.3. De toepassing
10.6.4.3. Inhoud van de aanvraag
5.3.3.8. Bewaring van gezinnen met minderjarige kinderen
Zie voor de algemeen toepasselijke regels ter zake van de beslissing op de aanvraag A5/4.4.
10.6.4.4. De beslissing op de aanvraag
6. Vrijheidsbeperkende en vrijheidsontnemende maatregelen
5.3.5.1. Indienen van voorlopige voorziening tijdens bewaring
Ten behoeve van een zorgvuldige en efficiënte informatievoorziening aan alle betrokkenen bij de uitzetting van een vreemdeling wordt een aanmeldformulier vreemdeling (zie model M118) opgemaakt. Het ingevulde formulier geeft informatie om de vrijheidsontneming en de uitzetting van een vreemdeling zo probleemloos mogelijk te doen verlopen. Het wordt opgemaakt bij iedere vrijheidsontneming op grond van artikel 6, artikel 58 of artikel 59 Vw en dient de vreemdeling te begeleiden van het moment van ingang van de vrijheidsontnemende maatregel tot zijn uitzetting of invrijheidstelling. Eventuele wijzigingen en aanvullingen dienen terstond te worden aangebracht.
De op grond van artikel 6, 58 of 59 Vw opgelegde maatregel blijft gedurende de tijd dat de vreemdeling gelicht is van kracht.
Model M39-F. Verklaring omtrent medische situatie vreemdeling
Vervallen
Model M40. Vragenlijst China
Vervallen
Model M41. Verklaring burgerlijke staat
Vervallen
Model M42. Relatieverklaring
Vervallen
Model M43. Bewustverklaring studie
Vervallen
Model M44. Bewustverklaring Au Pair
Vervallen
Model M44-A. Overeenkomst Au pair – Gastgezin
Vervallen
Model M45. Bewustverklaring geestelijk voorganger / godsdienstleraar
Vervallen
Model M45-A. Bewustverklaring overgangsregeling verblijf op religieuze of levensbeschouwelijke gronden
10.6.4.2. Vorm van de aanvraag
Vrijheidsbeperking en vrijheidsontneming zijn alleen geoorloofd op basis van een wettelijke bepaling. Voor vrijheidsontneming volgt dat tevens uit artikel 15 Grondwet en artikel 5 EVRM. De in artikel 5 EVRM genoemde waarborgen zijn niet van toepassing op vrijheidsbeperkende maatregelen. Het verdragsartikel ziet alleen op vrijheidsontneming.
5.3.3.8. Bewaring van gezinnen met minderjarige kinderen
1.2.2. Mededeling aan derden
1.2. Mededeling van vrijheidsontnemende maatregelen
1.3. Aanmelding vreemdeling
Model M46-A. Verklaring op grond van artikel 44, eerste lid, onder k Boek I Burgerlijk Wetboek en artikel 36a Wet Gemeentelijke Basisadministratie persoongegevens
Model M46-B. Verklaring op grond van artikel 44, eerste lid, onder k Boek I Burgerlijk Wetboek en artikel 36a Wet Gemeentelijke Basisadministratie persoonsgegevens
Model M46-C. Verklaring op grond van artikel 44, eerste lid, onder k Boek I Burgerlijk Wetboek en artikel 36a Wet Gemeentelijke Basisadministratie persoonsgegevens
Model M46-D. Verklaring op grond van artikel 44, eerste lid, onder k Boek I Burgerlijk Wetboek en artikel 36a Wet Gemeentlijke Basisadministratie persoonsgegevens
Model M47. Garantverklaring
Vervallen
Model M47-A. Garantverklaring verkorte mvv-procedure (bedrijven en onderwijsinstelingen)
Vervallen
Model M48. Garantverklaring uitwisselingsorganisatie
Vervallen
Model M48-B. Bewust en garantverklaring verblijf bij religieuze en levensbeschouwelijke organisaties
Model M49. Arbeidsongeschiktheidsverklaring
Vervallen
Model M50. Checklist mvv-vereiste
Vervallen
2.1. De maatregelen op grond van artikel 6 Vw
Model M51-A. Verklaring ontvangst waarborgsom
Vervallen
Model M51-B. Verklaring teruggave waarborgsom
Vervallen
10.6.3. Procedurele aspecten ongewenstverklaring
1.2. Mededeling van vrijheidsontnemende maatregelen
1.2.2. Mededeling aan derden
5.3.6.2. Plaatsing in een justitiële inrichting
1.7. Gescheiden plaatsen van strafrechtelijk gedetineerden en vreemdelingen
Model M52. Verzoek aan de vreemdeling om in persoon te verschijnen
Model M53. Verklaring tot intrekking van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning
Model M54. Aanvraagformulier Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005
4. Het besluit tot signalering
10.3.5. Geen opschortende werking in bezwaar
Opmerkingen
Model M49. Arbeidsongeschiktheidsverklaring
Vervallen
Model M50. Checklist mvv-vereiste
Vervallen
Model M51-A. Verklaring ontvangst waarborgsom
Vervallen
Model M51-B. Verklaring teruggave waarborgsom
Vervallen
1.2.1. Mededeling aan de IND
5.3.5.1. Indienen van voorlopige voorziening tijdens bewaring
2.1. De maatregelen op grond van artikel 6 Vw
Opmerkingen
Opmerkingen
1.4. Het lichten van vreemdelingen
2.2. Het doel
Opmerkingen
Opmerkingen
2.4. De toepassing
1.7. Gescheiden plaatsen van strafrechtelijk gedetineerden en vreemdelingen
2.6. De tenuitvoerlegging
De vrijheidsontnemende maatregel van artikel 6, eerste en tweede lid, Vw wordt zoveel mogelijk ten uitvoer gelegd in een door de Minister voor deze categorie vreemdelingen aangewezen ruimte of plaats.
Opmerkingen
De maatregel wordt bovendien beëindigd zodra de vreemdeling te kennen geeft Nederland te willen verlaten en daartoe voor hem ook gelegenheid bestaat. Deze gelegenheid bestaat indien de vreemdeling beschikt over een geldig grensoverschrijdingsdocument en vlieg- of reistickets (of voldoende financiële middelen om het beoogde verblijf en de terugkeer te bekostigen). Voor vertrek naar een derde land kan van de vreemdeling gevraagd worden dat hij bovendien beschikt over een geldig visum of een geldige verblijfsvergunning voor dat land.
2.5. De vorm
Opmerkingen
1. Aanvrager
Met de documenten als bedoeld in artikel 50, eerste lid, Vw en artikel 4.21 Vb kan de vreemdeling aantonen verblijfsrecht te ontlenen aan het Gemeenschapsrecht. Hij heeft, als persoon die valt onder het Gemeenschapsrecht inzake vrij verkeer, rechtmatig verblijf in de zin van artikel 8, onder e, Vw, zolang en indien het onderzoek door de Minister niet heeft uitgewezen dat de betrokken persoon geen verblijfsrecht (meer) heeft, of anderszins niet voldaan is aan de beperkingen en voorwaarden van het Gemeenschapsrecht (zie Richtlijn 2004/38, alsmede de uitspraak van de ABRvS d.d. 7 juli 2003, JV 2003, 431).
2. Reis- en/of identiteitsdocument
3. Verblijfadres aanvrager
4. Correspondentieadres aanvrager, indien dit afwijkt van het verblijfadres
5. Medische verklaring
6. Categorie voorzieningen
De termijn genoemd onder a en b begint te lopen op de dag waarop de aanvraag door het bestuursorgaan ontvangen is en eindigt op de dag na de dag waarop de beslissing bekend gemaakt is. Waar de termijn van vreemdelingenbewaring is gesteld in maanden, wordt analoog aan artikel 88 van het Wetboek van Strafrecht een maand beschouwd als een tijdvak van 30 dagen.
7. Mate van mate van zelfredzaamheid
1. Aanvrager
9. Persoonsgegevens van de (huwelijkse) partner (indien van toepassing)
Indien van het verzoek om opname geen gebruik gemaakt wordt, bijvoorbeeld omdat de vreemdeling inmiddels is uitgezet, licht de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen DJI terstond in. Een dergelijke afmelding is noodzakelijk om de benodigde capaciteit zo efficiënt mogelijk te gebruiken.
Zodra van DJI bericht ontvangen is in welke inrichting de vreemdeling gaat verblijven, richt de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen een schriftelijk verzoek tot plaatsing aan de directeur van die inrichting.
Indien een vreemdeling gedurende de tenuitvoerlegging van de bewaring een verzoek om een voorlopige voorziening indient, blijft de vreemdelingenbewaring in beginsel voortduren. De ambtenaar van de DT&V zal in overleg met de IND na moeten gaan of deze procedure in Nederland afgewacht mag worden. Indien daartoe besloten wordt en de vreemdelingenbewaring voortduurt, zal de IND aan de rechtbank verzoeken om het verzoek om een voorlopige voorziening zo spoedig als mogelijk te laten plaatsvinden. Ook de advocaat van de vreemdeling kan in deze gevallen aan de rechtbank om bespoediging van de behandeling van het verzoek om een voorlopige voorziening vragen.
De kosten van bewaring in een politiecel kunnen – met uitsluiting van die van de eerste vier dagen van de bewaring – op grond van de Circulaire afbakening tussen politie- en Justitiekosten 2004-2008 van de toenmalige Minister van Justitie (Stcrt 2004, nr. 92, pag. 22), gedeclareerd worden bij het ministerie van V&J.
2. Reis- en/of identiteitsdocument
11. Financiële gegevens van de aanvrager en de aanwezige gezinsleden
12. Verklaring van onvermogen
Voor alle duidelijkheid dient te worden opgemerkt dat indien de identiteit van de vreemdeling én de onrechtmatigheid van zijn verblijf vaststaan, verlenging van de termijn, als bedoeld in artikel 50, vierde lid, Vw, niet mogelijk is.
13. Bankrelatie van de aanvrager
Voorts dient van de toepassing van dit artikel proces-verbaal (zie Model M111-A) opgemaakt te worden.
Bij het verzoek tot plaatsing dienen de benodigde gegevens over de van zijn vrijheid ontnomen vreemdeling aan DJI verstrekt te worden.
4. Correspondentieadres aanvrager, indien dit afwijkt van het verblijfadres
Voor zover de tenuitvoerlegging is toegelaten, wordt een vonnis of arrest zodra mogelijk ten uitvoer gelegd. In verband hiermee dient de Korpschef, de Commandant der KMar of de directeur van de vreemdelingenrechtelijke inrichting zodra hij op de hoogte is van een strafrechtelijk vonnis contact op te nemen met het OM over de executie van het vonnis.
Indien tot executie overgegaan kan worden, dient de vreemdelingenbewaring opgeheven en het vonnis op de daarvoor bestemde plaats ten uitvoer gelegd te worden.
De kosten van bewaring in een politiecel kunnen – met uitsluiting van die van de eerste vier dagen van de bewaring – op grond van de Circulaire afbakening tussen politie- en Justitiekosten 2004-2008 van de toenmalige Minister van Justitie (Stcrt 2004, nr. 92, pag. 22), gedeclareerd worden bij het ministerie van V&J.
De maatregel van bewaring wordt namens de Minister opgeheven door een ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen of met de grensbewaking, die tevens hulpofficier van justitie is, of door de ambtenaar van de DT&V die daartoe bevoegd is, zodra er geen grond voor bewaring meer aanwezig is (zie artikel 5.4, derde lid, Vb).
De bewaring moet worden opgeheven:
Deze laatstgenoemde gelegenheid bestaat indien de vreemdeling beschikt over een geldig grensoverschrijdingsdocument, een vlieg- of reisticket (of voldoende middelen van bestaan). Voor vertrek naar een derde land kan van de vreemdeling gevraagd worden dat hij bovendien beschikt over een geldig visum of een geldige verblijfsvergunning voor dat land.
Bewaring krachtens artikel 59, eerste lid, aanhef en onder b, of tweede lid, Vw duurt in geen geval langer dan vier weken. Indien voorafgaande aan de beslissing op de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel de voornemenprocedure (artikel 39 Vw) toegepast is, duurt de bewaring krachtens artikel 59, eerste lid, aanhef en onder b, Vw in geen geval langer dan zes weken. Deze bewaring eindigt van rechtswege en behoeft, als de termijn verstreken is, niet opgeheven te worden.
3. Verblijfadres aanvrager
De ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen of met de grensbewaking, die tevens hulpofficier van justitie is, of de ambtenaar van de DT&V die daartoe bevoegd is, zal in de hierboven genoemde gevallen de bewaring uitdrukkelijk moeten opheffen. Hij kan daarvoor gebruik maken van het model M113. Het origineel van dit formulier moet in het archief worden opgeborgen en een afschrift wordt aan de vreemdeling uitgereikt. Ten behoeve van de informatievoorziening dient tevens een afschrift te worden verzonden naar de IND en de DT&V. Tezamen met het verzoek om ontslag uit de inrichting (zie model M114) wordt een afschrift van het model toegezonden aan de directeur van de inrichting waarin de vreemdeling zich bevindt.
De ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen of met de grensbewaking of de ambtenaar van de DT&V die daartoe bevoegd is ziet toe op beëindiging van de bewaring. Hij draagt zorg voor invrijheidstelling van de vreemdeling.
Heeft de vreemdeling het Nederlands grondgebied niet verlaten (bijvoorbeeld door verzet van de vreemdeling), dan kan de bewaring gecontinueerd worden op de bestaande maatregel van bewaring. In dat geval zal wel een nieuw (spoed) verzoek tot plaatsing aan DJI moeten worden gedaan. In dit geval dient uiteraard geen M113 te worden verzonden.
Heeft de vreemdeling het Nederlands grondgebied verlaten en keert hij terug (bijvoorbeeld na weigering toegang door de autoriteiten in het land van bestemming of van transit), dan dient de vreemdeling (na aankomst op bijvoorbeeld de luchthaven Schiphol) opnieuw in bewaring te worden gesteld, in beginsel door een hulpofficier van justitie van het politiekorps die verantwoordelijk was voor de eerdere bewaring dan wel door een hulpofficier van het politiekorps van de regio waarbinnen de desbetreffende grensdoorlaatpost is gelegen. De toegang tot Nederland zal niet worden geweigerd, ondanks het feit dat betrokkene strikt genomen niet aan de voorwaarden voor toegang voldoet, tenzij er concrete aanwijzingen zijn dat de vreemdeling in de tussentijd toegang heeft verkregen in een derde land. Een dergelijke aanwijzing kan bestaan uit het feit dat hij na meerdere dagen terugkeert dan wel uit een inreisstempel in zijn reisdocument.
Zonodig kan met betrekking tot de vreemdeling in afwachting van de hernieuwde inbewaringstelling gebruik gemaakt worden van de maatregel als bedoeld in artikel 50, derde lid, Vw.
Zonodig kan met betrekking tot de vreemdeling in afwachting van de hernieuwde inbewaringstelling gebruik gemaakt worden van de maatregel als bedoeld in artikel 50, derde lid, Vw.
De maatregel van bewaring wordt namens de Minister opgeheven door een ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen of met de grensbewaking, die tevens hulpofficier van justitie is, of door de ambtenaar van de DT&V die daartoe bevoegd is, zodra er geen grond voor bewaring meer aanwezig is (zie artikel 5.4, derde lid, Vb).
De bepalingen van hoofdstuk 8 van de Awb zijn, met uitzondering van de in artikel 93 tot en met 107 Vwgenoemde afwijkingen, van overeenkomstige toepassing met betrekking tot het opleggen van de in artikel 93 Vw genoemde vrijheidsbeperkende en vrijheidsontnemende maatregelen op grond van deVw. Artikel 8, eerste lid, Awb stelt het opleggen van deze maatregelen gelijk met een besluit. Op grond van artikel 75 en 77 Vw kan geen bezwaar en administratief beroep worden ingediend en dient tegen het opleggen van deze maatregelen beroep ingesteld te worden bij de rechtbank. Het gaat hierbij om de volgende maatregelen:
Deze laatstgenoemde gelegenheid bestaat indien de vreemdeling beschikt over een geldig grensoverschrijdingsdocument, een vlieg- of reisticket (of voldoende middelen van bestaan). Voor vertrek naar een derde land kan van de vreemdeling gevraagd worden dat hij bovendien beschikt over een geldig visum of een geldige verblijfsvergunning voor dat land.
Toelichting
De vreemdeling zelf, zijn wettelijk vertegenwoordiger, zijn bijzonder gemachtigde of een in Nederland ingeschreven advocaat, indien deze verklaart daartoe gevolmachtigd te zijn, kan tegen een vrijheidsbeperkende of vrijheidsontnemende maatregel genoemd onder 6.1 beroep instellen bij de rechtbank Den Haag (zie artikel 70 Vw). Het beroep kan ook ingesteld worden door middel van een schriftelijke verklaring, bedoeld in artikel 451a van het WvSv. Voor het instellen van beroep geldt geen termijn (zie artikel 69, derde lid, Vw).
Het beroepschrift moet in tweevoud ingediend worden bij de rechtbank Den Haag. Daarbij moet een afschrift van de bestreden beschikking overgelegd worden.
Model M83. Aanvraag vervanging, vernieuwing of eerste aanvraag vreemdelingendocument
Vervallen
Model M84-M89. Gereserveerd
Model M55. Kennisgeving bedenktijd/aangifte/verlenen medewerking aan strafproces mensenhandel en beroep op regeling B9 Vreemdelingencirculaire 2000
Model M55-A. Kennisgeving aangifte/verlenen medewerking aan strafproces mensenhandel gedurende asielprocedure
Model M56. Voorblad aanvraag verblijfsvergunning door een inbewaringgestelde vreemdeling
Model M55. Kennisgeving bedenktijd/aangifte/verlenen medewerking aan strafproces mensenhandel en beroep op regeling B9 Vreemdelingencirculaire 2000
Model M55-A. Kennisgeving aangifte/verlenen medewerking aan strafproces mensenhandel gedurende asielprocedure
Model M56. Voorblad aanvraag verblijfsvergunning door een inbewaringgestelde vreemdeling
Model M57. Verklaring inkomen ondernemer
Vervallen
Model M58. Aanvraag verblijfsvergunning kennismigrant met mvv
Vervallen
Model M59. Aanvraag verblijfsvergunning kennismigrant of wijziging beperking zonder mvv
Vervallen
Model M60. Positief advies mvv
Vervallen
Model M61. Negatief advies mvv
Vervallen
Model M62. Staat van inlichtingen mvv
Vervallen
Model M63. Voorstel intrekking verblijfsvergunning en/ of ongewenstverklaring
Model M64. Beschikking tot het niet in behandeling nemen van een aanvraag verblijfsvergunning (on)bepaalde tijd (art. 4:5 Awb)
Vervallen
Model M65-A. Beschikking aanvraag (on)bepaalde tijd afwijzen
Vervallen
Model M65-B. Beschikking afwijzen aanvraag verlengen bepaalde tijd
Vervallen
Model M1
Vervallen
Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
Model M3
Vervallen
Model M4
Vervallen
Model M5-A. Aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om omzetting van een enkelvoudig visum in een meervoudig visum
Model M5-B. Aanvraag om verlening van een terugkeervisum
Vervallen
4.2. Duur besluit tot signalering
2.1. De maatregelen op grond van artikel 6 Vw
2.2. Het doel
3. Verblijf
6. Rechtsmiddelen
3.3. De bevoegdheid
3.5. De vorm
3.2. Het doel
4.1. Algemeen
4.3.2. De bevoegdheid
4.3.3. De toepassing
4.3.5. De vrijheidsbeperkende locatie
Opmerkingen
In de meeste gevallen waarbij bewaring wordt overwogen, zal de maatregel gebaseerd zijn op het belang van de openbare orde en niet op het belang van de nationale veiligheid (bijv. spionage, terroristische activiteiten) betreffen. Indien er aanleiding is inbewaringstelling op deze laatste grond te baseren, kan dat alleen na een bijzondere aanwijzing van de Minister.
Ingevolge artikel 5.4, eerste lid, Vb wordt de maatregel van bewaring ten uitvoer gelegd op een politiebureau, in een cel van de KMar of in een huis van bewaring. Tenuitvoerlegging in een ruimte of plaats als bedoeld in artikel 6, tweede lid, of artikel 58, eerste lid, Vw is eveneens mogelijk. Het regime is geregeld in respectievelijk de Regeling Politiecellencomplex, de Penitentiaire beginselenwet en het Reglement grenslogies. In artikel 5.4, eerste lid, Vb is bepaald dat bij de tenuitvoerlegging van de bewaring de vreemdeling niet verder beperkt wordt in de uitoefening van zijn grondrechten dan wordt gevorderd door het doel van de bewaring en de handhaving van de orde en de veiligheid op de plaats van de tenuitvoerlegging.
Het uitgangspunt is dat zoveel mogelijk voorkomen dient te worden dat vreemdelingen na hun strafrechtelijke detentie in bewaring gesteld moeten worden (zie A4/10). Toch kan het voorkomen dat een vreemdeling na zijn detentie in vreemdelingenrechtelijke bewaring gesteld moet worden. Dit kan zich voordoen bij detentie waarvan niet bij voorbaat de datum van ontslag vaststaat, zoals bij voorlopige hechtenis of een nog niet onherroepelijk vonnis. De inbewaringstelling dient alsdan binnen een redelijke termijn na de (strafrechtelijke) invrijheidstelling te geschieden met toepassing van artikel 50, derde lid, Vw. Dit artikel verschaft een rechtstitel van vrijheidsontneming om vreemdelingen na een strafrechtelijke detentie ter inbewaringstelling te vervoeren naar een plaats bestemd voor verhoor. Aldaar kan de vreemdeling maximaal zes uren worden opgehouden waarbij de tijd tussen middernacht en negen uur ’s ochtends niet wordt meegerekend. De termijn van ophouding vangt aan op het moment dat de vreemdeling op de plaats bestemd voor verhoor is aangekomen. Zie A3/3.5.
Aan de vreemdeling wordt tijdens de strafrechtelijke detentie mededeling gedaan van het feit dat hij bij beëindiging van zijn strafrechtelijke detentie op grond van artikel 50, derde lid, Vw naar een plaats bestemd voor verhoor wordt overgebracht. Deze mededeling wordt, met gebruikmaking van Model M122, op schrift gesteld en aan de vreemdeling uitgereikt. Aan de directeur van de inrichting waarin de vreemdeling zich bevindt, moet eveneens een afschrift van deze mededeling worden gestuurd.
Gedurende de tenuitvoerlegging van de bewaring kan het voorkomen dat bekend wordt dat de vreemdeling nog een strafrechtelijk vonnis moet ondergaan.
2. Reis- en/of identiteitsdocument
7. Mate van mate van zelfredzaamheid
5. Medische verklaring
Bewaring krachtens artikel 59, eerste lid, aanhef en onder b, of tweede lid, Vw duurt in geen geval langer dan vier weken. Indien voorafgaande aan de beslissing op de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel de voornemenprocedure (artikel 39 Vw) toegepast is, duurt de bewaring krachtens artikel 59, eerste lid, aanhef en onder b, Vw in geen geval langer dan zes weken. Deze bewaring eindigt van rechtswege en behoeft, als de termijn verstreken is, niet opgeheven te worden.
In afwijking van artikel 8:41 van de Awb wordt door de griffier van de rechtbank geen griffierecht geheven (zie artikel 93, derde lid, Vw).
7. Mate van mate van zelfredzaamheid
De Minister (in de praktijk de IND) dient uiterlijk op de 28e dag na de bekendmaking van een besluit tot oplegging van een vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, 58 of 59 Vw de rechtbank daarvan in kennis te stellen, tenzij de vreemdeling zelf beroep heeft ingesteld (zie artikel 94, eerste lid, Vw). Op deze termijnstelling is de Algemene Termijnenwet van toepassing. Dit heeft tot gevolg dat de termijn van 28 dagen een aanvang neemt op de dag nadat de vreemdeling in bewaring is gesteld. De kennisgeving, die gelijk wordt gesteld met een beroep van de vreemdeling, dient dus uiterlijk op de 29e dag van de vrijheidsontneming door de rechtbank te zijn ontvangen.
9. Persoonsgegevens van de (huwelijkse) partner (indien van toepassing)
In het geval dat binnen de termijn van 28 dagen meerdere besluiten tot vrijheidsontneming zijn genomen, bijvoorbeeld als gevolg van het indienen van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning, telt voor de termijn van kennisgeving het eerste besluit.
De kennisgeving hoeft niet gedaan te worden indien de bewaring uiterlijk de 28e dag van de vrijheidsontneming is opgeheven. Stelt de vreemdeling dan wel zijn advocaat of gemachtigde beroep in binnen de termijn van 28 dagen, dan hoeft de IND evenmin een kennisgeving aan de rechtbank te zenden.
De Minister (in de praktijk de IND) dient uiterlijk op de 28e dag na de bekendmaking van het besluit om de maatregel op grond van artikel 59, zesde lid, Vw langer dan zes maanden te laten voortduren, de rechtbank daarvan in kennis te stellen, tenzij de vreemdeling zelf beroep heeft ingesteld (zie artikel 94, vijfde lid, Vw). Op deze termijnstelling is de Algemene Termijnenwet van toepassing.
De Minister (in de praktijk de IND) dient uiterlijk op de 28e dag na de bekendmaking van het besluit om de maatregel op grond van artikel 59, zesde lid, Vw langer dan zes maanden te laten voortduren, de rechtbank daarvan in kennis te stellen, tenzij de vreemdeling zelf beroep heeft ingesteld (zie artikel 94, vijfde lid, Vw). Op deze termijnstelling is de Algemene Termijnenwet van toepassing.
In artikel 94, lid 2 Vw is voorgeschreven dat de rechtbank onmiddellijk het tijdstip van het onderzoek ter zitting bepaalt. De zitting vindt uiterlijk op de 14e dag na ontvangst van het beroepschrift of de kennisgeving plaats. De rechtbank roept de vreemdeling op om in persoon dan wel in persoon bij raadsman te verschijnen om te worden gehoord. Tevens roept de rechtbank de gemachtigde van de Minister op. Tijdens dit onderzoek ter zitting kan de vreemdeling zich alleen doen bijstaan door een raadsman. Als raadsman wordt slechts toegelaten een in Nederland ingeschreven advocaat of een rechtshulpverlener die in dienst is van de SRA, indien deze persoon aan de daarvoor gestelde eisen voldoet (zie artikel 98, derde lid, Vw).
De rechtbank doet mondeling ter zitting of schriftelijk uitspraak. De schriftelijke uitspraak wordt binnen zeven dagen na de sluiting van het onderzoek gedaan.
Indien de rechtbank de toepassing of de tenuitvoerlegging van de vrijheidsontnemende maatregel onrechtmatig acht, verklaart zij het beroep gegrond. In dat geval beveelt de rechtbank de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan. Ook kan de rechtbank schadevergoeding toekennen (zie hierna A6/6.4).
10. (Meegereisde) kinderen (indien van toepassing)
11. Financiële gegevens van de aanvrager en de aanwezige gezinsleden
De Minister (in de praktijk de IND) dient uiterlijk op de 28e dag na de bekendmaking van een besluit tot oplegging van een vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, 58 of 59 Vw de rechtbank daarvan in kennis te stellen, tenzij de vreemdeling zelf beroep heeft ingesteld (zie artikel 94, eerste lid, Vw). Op deze termijnstelling is de Algemene Termijnenwet van toepassing. Dit heeft tot gevolg dat de termijn van 28 dagen een aanvang neemt op de dag nadat de vreemdeling in bewaring is gesteld. De kennisgeving, die gelijk wordt gesteld met een beroep van de vreemdeling, dient dus uiterlijk op de 29e dag van de vrijheidsontneming door de rechtbank te zijn ontvangen.
Indien de rechtbank na een eerste beoordeling het beroep ongegrond heeft verklaard dan wel een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging heeft bevolen, en de maatregel van vrijheidsontneming duurt voort, kan de vreemdeling op ieder moment opnieuw beroep instellen tegen het voortduren van de maatregel van vrijheidsontneming.
In het geval dat binnen de termijn van 28 dagen meerdere besluiten tot vrijheidsontneming zijn genomen, bijvoorbeeld als gevolg van het indienen van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning, telt voor de termijn van kennisgeving het eerste besluit.
Op grond van artikel 95, juncto artikel 69, derde lid, Vw kan de vreemdeling of zijn advocaat, of de IND binnen één week tegen een uitspraak van de rechtbank, bedoeld in artikel 94, derde lid Vw (eerste beroep/kennisgeving tegen een vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, artikel 58 en artikel 59 Vw) hoger beroep instellen bij de ABRvS. Afdeling 4 van hoofdstuk 7 Vw is van toepassing, met uitzondering van artikel 84 en 86 Vw.
De Minister (in de praktijk de IND) dient uiterlijk op de 28e dag na de bekendmaking van het besluit om de maatregel op grond van artikel 59, zesde lid, Vw langer dan zes maanden te laten voortduren, de rechtbank daarvan in kennis te stellen, tenzij de vreemdeling zelf beroep heeft ingesteld (zie artikel 94, vijfde lid, Vw). Op deze termijnstelling is de Algemene Termijnenwet van toepassing.
Zie artikel 106 Vw. Indien de rechtbank de maatregel van vrijheidsontneming onrechtmatig acht (beroep gegrond verklaart) en de opheffing beveelt, of de maatregel voor de behandeling van het beroep wordt opgeheven, kan zij aan de vreemdeling schadevergoeding toekennen. Onder schade is begrepen het nadeel dat niet in vermogensschade bestaat. De artikelen 90 (toekenning van schade als er gronden voor billijkheid zijn) en 93 (uitbetaling door de griffier) WvSv zijn van overeenkomstige toepassing.
In artikel 94, lid 2 Vw is voorgeschreven dat de rechtbank onmiddellijk het tijdstip van het onderzoek ter zitting bepaalt. De zitting vindt uiterlijk op de 14e dag na ontvangst van het beroepschrift of de kennisgeving plaats. De rechtbank roept de vreemdeling op om in persoon dan wel in persoon bij raadsman te verschijnen om te worden gehoord. Tevens roept de rechtbank de gemachtigde van de Minister op. Tijdens dit onderzoek ter zitting kan de vreemdeling zich alleen doen bijstaan door een raadsman. Als raadsman wordt slechts toegelaten een in Nederland ingeschreven advocaat of een rechtshulpverlener die in dienst is van de SRA, indien deze persoon aan de daarvoor gestelde eisen voldoet (zie artikel 98, derde lid, Vw).
De rechtbank doet mondeling ter zitting of schriftelijk uitspraak. De schriftelijke uitspraak wordt binnen zeven dagen na de sluiting van het onderzoek gedaan.
In dit hoofdstuk wordt het overgangsrecht van de Vw beschreven. Het overgangsrecht betreft zowel de verblijfsvergunningen als de procedurele aspecten.
De griffier van de rechtbank zendt zo spoedig mogelijk een afschrift van de uitspraak aan de vreemdeling of zijn advocaat en aan de IND. De IND informeert vervolgens de DT&V. De DT&V geeft aan hoe verder ten aanzien van de vreemdeling gehandeld moet worden. Een opheffing van de vrijheidsontnemende maatregel kan enkel geschieden na overleg met de DT&V en eventueel met de IND, gelet op het eventueel in te dienen hoger beroep of het verzoeken om een voorlopige voorziening.
12. Verklaring van onvermogen
11. Financiële gegevens van de aanvrager en de aanwezige gezinsleden
13. Bankrelatie van de aanvrager
In artikel 117 Vw is geregeld welk rechtsregime van toepassing is op de aanvragen die op het tijdstip van inwerkingtreding reeds in behandeling waren. Deze aanvragen worden aangemerkt als een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning op grond van de Vw.
13. Bankrelatie van de aanvrager
Aanvragen tot verlening of verlenging van een vergunning tot verblijf op grond van artikel 9 Vw (oud) voor een regulier verblijfsdoel (onder een beperking) worden aangemerkt als aanvragen tot het verlenen of het verlengen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 Vw.
Zie artikel 106 Vw. Indien de rechtbank de maatregel van vrijheidsontneming onrechtmatig acht (beroep gegrond verklaart) en de opheffing beveelt, of de maatregel voor de behandeling van het beroep wordt opgeheven, kan zij aan de vreemdeling schadevergoeding toekennen. Onder schade is begrepen het nadeel dat niet in vermogensschade bestaat. De artikelen 90 (toekenning van schade als er gronden voor billijkheid zijn) en 93 (uitbetaling door de griffier) WvSv zijn van overeenkomstige toepassing.
10. (Meegereisde) kinderen (indien van toepassing)
Aanvragen tot verlening van een vergunning tot vestiging worden aangemerkt als aanvragen om verlening van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd regulier als bedoeld in artikel 20 Vw.
Aanvragen om toelating als vluchteling als bedoeld in artikel 15 Vw (oud) worden aangemerkt als een aanvraag om een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 28 Vw, de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd asiel.
Aanvragen om toelating als vluchteling als bedoeld in artikel 15 Vw (oud) worden aangemerkt als een aanvraag om een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 28 Vw, de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd asiel.
Een aanvraag tot verlening of verlenging die is ingediend vóór 1 april 2001 wordt op grond van artikel 117, tweede lid, Vw behandeld op grond van de Vw (oud). Op deze aanvragen blijft het recht van toepassing zoals dat gold vóór inwerkingtreding van de Vw.
Dit houdt in dat de procedurele bepalingen van de Vw (oud) van toepassing zijn. Ook de bepalingen omtrent het betalen van leges (artikel 16, tweede lid, Vw (oud)) blijven van toepassing. Dit voorkomt dat in een lopende aanvraagprocedure stappen moeten worden overgedaan.
Tegen een besluit op grond van de Vw (oud), dat is bekendgemaakt vóór de inwerkingtreding van de Vw, kan op grond van het oude recht bezwaar worden gemaakt. Hetzelfde geldt voor de handeling op grond van de Vw (oud) die is verricht voor inwerkingtreding van de Vw. Dit is bepaald in artikel 118, eerste lid, Vw.
Toelichting
4.1. Algemeen
4.2. Het staandehouden en ophouden op grond van artikel 50 Vw
6.4. Schadevergoeding
4.3.5. De vrijheidsbeperkende locatie
In het algemeen kan worden aangenomen dat de vreemdeling de voorbereiding van het vertrek of de uitzettingsprocedure belemmert indien hij niet binnen de aan hem gegunde vertrektermijn is vertrokken en geen activiteiten onderneemt om dit vertrek mogelijk te maken. Ook indien de vreemdeling de voorbereiding van het vertrek of de uitzettingsprocedure ontwijkt of belemmert kan niet op de enkele grond van 5.1b, eerste lid onder c Vb 2000 de maatregel van bewaring worden gemotiveerd maar zal een aanvullende grond moeten worden vermeld.
Opmerkingen
Voorts kan de beëindiging van de bewaring door de rechtbank (zie artikel 94 en 96 Vw) worden bevolen (zie hierna onder rechtsmiddelen).
7. Mate van mate van zelfredzaamheid
4. Correspondentieadres aanvrager, indien dit afwijkt van het verblijfadres
Heeft de vreemdeling het Nederlands grondgebied niet verlaten (bijvoorbeeld door verzet van de vreemdeling), dan kan de bewaring gecontinueerd worden op de bestaande maatregel van bewaring. In dat geval zal wel een nieuw (spoed) verzoek tot plaatsing aan DJI moeten worden gedaan. In dit geval dient uiteraard geen M113 te worden verzonden.
8. Gezinssamenstelling van de aanvrager
Daarnaast geldt dat, indien de gestelde termijn eindigt op een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag, de termijn wordt verlengd tot en met de eerstvolgende dag die niet een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag is.
6. Categorie voorzieningen
9. Persoonsgegevens van de (huwelijkse) partner (indien van toepassing)
De griffier van de rechtbank zendt zo spoedig mogelijk een afschrift van de uitspraak aan de vreemdeling of zijn advocaat en aan de IND. De IND informeert vervolgens de DT&V. De DT&V geeft aan hoe verder ten aanzien van de vreemdeling gehandeld moet worden. Een opheffing van de vrijheidsontnemende maatregel kan enkel geschieden na overleg met de DT&V en eventueel met de IND, gelet op het eventueel in te dienen hoger beroep of het verzoeken om een voorlopige voorziening.
Indien uit informatie van de rechtbank blijkt dat de vrijheidsontnemende maatregel onmiddellijk dient te worden opgeheven, informeert de IND onverwijld de DT&V. De maatregel dient onverwijld door een daartoe bevoegd ambtenaar van de Vreemdelingenpolitie, de Kmar of de DT&V te worden opgeheven onder gebruikmaking van het Model M113. De vreemdeling wordt dus niet zonder voorafgaande opheffing heengezonden. Indien in de inrichting waar de vreemdeling zich bevindt geen tot opheffing bevoegde ambtenaar aanwezig is, kan een wel bevoegde ambtenaar een schriftelijk verzoek om invrijheidstelling richten aan de directeur, vergezeld van een Model M113. Voorts kan de directeur van de inrichting verzocht worden om de vreemdeling een mededeling te doen omtrent melding of vertrek. Een afschrift van het opheffingsbewijs (zie Model M113) dient naar de DT&V te worden verzonden.
13. Bankrelatie van de aanvrager
9. Persoonsgegevens van de (huwelijkse) partner (indien van toepassing)
Sinds de datum van inwerkingtreding van de Vw, op 1 april 2001, worden de tot dan toe geldige verblijfsvergunningen van rechtswege aangemerkt als een verblijfsvergunning op grond van deze wet (artikel 115, eerste lid, Vw), met de daaraan verbonden rechten en verplichtingen. Een opsomming van de omzettingen volgt hieronder.
Sinds de datum van inwerkingtreding van de Vw, op 1 april 2001, worden de tot dan toe geldige verblijfsvergunningen van rechtswege aangemerkt als een verblijfsvergunning op grond van deze wet (artikel 115, eerste lid, Vw), met de daaraan verbonden rechten en verplichtingen. Een opsomming van de omzettingen volgt hieronder.
Indien de rechtbank na een eerste beoordeling het beroep ongegrond heeft verklaard dan wel een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging heeft bevolen, en de maatregel van vrijheidsontneming duurt voort, kan de vreemdeling op ieder moment opnieuw beroep instellen tegen het voortduren van de maatregel van vrijheidsontneming.
Op grond van artikel 95, juncto artikel 69, derde lid, Vw kan de vreemdeling of zijn advocaat, of de IND binnen één week tegen een uitspraak van de rechtbank, bedoeld in artikel 94, derde lid Vw (eerste beroep/kennisgeving tegen een vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, artikel 58 en artikel 59 Vw) hoger beroep instellen bij de ABRvS. Afdeling 4 van hoofdstuk 7 Vw is van toepassing, met uitzondering van artikel 84 en 86 Vw.
11. Financiële gegevens van de aanvrager en de aanwezige gezinsleden
10. (Meegereisde) kinderen (indien van toepassing)
12. Verklaring van onvermogen
6.2.3. Behandeling van de kennisgeving/het 1e beroep door de rechtbank
3.5. De vorm
4.3.4. De beëindiging
3.5. Wijze van behandeling
Opmerkingen
1. Aanvrager
5. Medische verklaring
3. Verblijfadres aanvrager
9. Persoonsgegevens van de (huwelijkse) partner (indien van toepassing)
5. Medische verklaring
8. Gezinssamenstelling van de aanvrager
14. Verwerking persoonsgegevens
Aanvragen tot verlening van een vergunning tot vestiging worden aangemerkt als aanvragen om verlening van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd regulier als bedoeld in artikel 20 Vw.
11. Financiële gegevens van de aanvrager en de aanwezige gezinsleden
In te vullen door vreemdelingenpolitie of Immigratie- en Naturalisatiedienst
Toelichting
4.2. Rapportage Vreemdelingenketen
6.3. De BVV
2.8. De beëindiging
4.2. Het staandehouden en ophouden op grond van artikel 50 Vw
4.3. Het beperken van de bewegingsvrijheid op grond van artikel 56 Vw
4.1. Algemeen
5.2.1. De bevoegdheid
4.4. Hoger beroep
2. Reis- en/of identiteitsdocument
5. Medische verklaring
4. Correspondentieadres aanvrager, indien dit afwijkt van het verblijfadres
6. Categorie voorzieningen
12. Verklaring van onvermogen
11. Financiële gegevens van de aanvrager en de aanwezige gezinsleden
In te vullen door vreemdelingenpolitie of Immigratie- en Naturalisatiedienst
4.3.3. De toepassing
4.3.3. De toepassing
3.5. Wijze van behandeling
4. Rechtsmiddelen
5. Uitzetting
Houdt de asielzoeker zich opzettelijk niet aan de verplichting om zich beschikbaar te houden en volgt hij de gegeven aanwijzingen niet op dan kan hem de verplichting opgelegd worden zich op te houden in een inrichting waar het Reglement grenslogies geldt. In dat geval is er sprake van vrijheidsbeneming.
1. Aanvrager
De kosten van bewaring in een politiecel kunnen – met uitsluiting van die van de eerste vier dagen van de bewaring – op grond van de Circulaire afbakening tussen politie- en Justitiekosten 2004-2008 van de toenmalige Minister van Justitie (Stcrt 2004, nr. 92, pag. 22), gedeclareerd worden bij het ministerie van V&J.
4. Correspondentieadres aanvrager, indien dit afwijkt van het verblijfadres
3. Verblijfadres aanvrager
8. Gezinssamenstelling van de aanvrager
11. Financiële gegevens van de aanvrager en de aanwezige gezinsleden
14. Verwerking persoonsgegevens
3.2. Het doel
4.3.5. De vrijheidsbeperkende locatie
1. Aanvrager
3. Verblijfadres aanvrager
5. Medische verklaring
6. Categorie voorzieningen
10. (Meegereisde) kinderen (indien van toepassing)
12. Verklaring van onvermogen
In te vullen door vreemdelingenpolitie of Immigratie- en Naturalisatiedienst
5.2. Het zich ophouden op grond van artikel 57 en 58 Vw
5.3.1. Het doel
5.3.3. De toepassing
5.3.3.1. Het belang van de openbare orde
5.2.6. De beëindiging
5.3.1. Het doel
5.3.3.2. Het belang van de nationale veiligheid
5.3.3.4. Vreemdelingen die op korte termijn uitgezet kunnen worden
5.3.3.5. Bewaring van vreemdelingen met rechtmatig verblijf
Indien de vreemdeling de Nederlandse taal niet dan wel onvoldoende beheerst, dient het gehoor plaats te vinden met behulp van een tolk in een taal die de vreemdeling voldoende begrijpt.
5.3.4.1. Het gehoor
5.3.4.3. De vorm waarin de maatregel wordt opgelegd
5.3.4.5. Hernieuwde inbewaringstelling op een andere bewaringsgrond
5.3.5.1. Indienen van voorlopige voorziening tijdens bewaring
5.3.5.1. Indienen van voorlopige voorziening tijdens bewaring
5.3.5.1. Indienen van voorlopige voorziening tijdens bewaring
5.3.6.3. Declaratie van de kosten van bewaring in een politiecel
5.3.7.1. Het overbrengen en ophouden na strafrechtelijke detentie
5.3.7.2. Tenuitvoerlegging strafrechtelijke vonnis tijdens bewaring
5.3.6.3. Declaratie van de kosten van bewaring in een politiecel
5.3.8. De beëindiging
5.3.7.2. Tenuitvoerlegging strafrechtelijke vonnis tijdens bewaring
5.3.8. De beëindiging
6.2.2. In kennis stellen van de rechtbank
6.1. Algemeen
6.1. Algemeen
6.2.1. Beroep instellen bij de rechtbank
6.2.2. In kennis stellen van de rechtbank
6.3. Hoger Beroep
2. Omzetting van verblijfsvergunningen
3. Behandeling van de aanvraag
6.3. Hoger Beroep
6.4. Schadevergoeding
3.3. Aanvragen om verlening van een vergunning tot vestiging
3.4. Aanvragen om toelating als vluchteling
3.5. Wijze van behandeling
3.5. Wijze van behandeling
3.1. Inleiding
4. Rechtsmiddelen
3.3. Aanvragen om verlening van een vergunning tot vestiging
3.4. Aanvragen om toelating als vluchteling
4.3. Beroep
4.3. Beroep
4.1. Inleiding
4.3. Beroep
4.4. Hoger beroep
1. Aanvrager
Datum verblijfsaanvraag.....Doel verblijfsaanvraag.....
Stand procedure verblijfsaanvraag.....
Vreemdelingennummer.....
Soort.....
Documentnummer.....
Achternaam.....
Straat en huisnummer.....
Postcode.....Woonplaats.....
Telefoonnummer.....
Nationaliteit.....Datum binnenkomst in Nederland.....
Straat en huisnummer.....
2. Reis- en/of identiteitsdocument
Telefoonnummer.....
Telefoonnummer.....
5. Medische verklaring
Ter staving wordt daarbij overgelegd:
Dit aanvraagformulier dient vergezeld te gaan van een medische verklaring en ondertekend te zijn door een arts/ medisch specialist. Zonder deze bijgevoegde verklaring wordt de aanvraag niet in behandeling genomen.
De aanvrager verklaart door middel van ondertekening van dit aanvraagformulier akkoord te gaan met het inwinnen van inlichtingen omtrent zijn/ haar gezondheid door het Bureau Medische Advisering van de Immigratie- en Naturalisatiedienst bij de behandelend arts/ medisch specialist (conform model M39-A Vreemdelingencirculaire 2000) en machtigt deze de gevraagde gegevens te verstrekken.
4. Correspondentieadres aanvrager, indien dit afwijkt van het verblijfadres
Telefoonnummer.....
De aanvrager doet een beroep op de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 en verzoekt om:
Straat en huisnummer.....
7. Mate van mate van zelfredzaamheid
.....
.....
.....
.....
.....
6. Categorie voorzieningen
De aanvrager verklaart tevens de behandelend arts/ medisch specialist te machtigen gegevens te verstrekken omtrent de tuberculosebehandeling en het al dan niet aanwezig zijn van besmettingsgevaar; in de overige gevallen omtrent hetgeen dient ter onderbouwing van het beroep op artikel 64 Vw en/of de verblijfsaanvraag op medische gronden.
9. Persoonsgegevens van de (huwelijkse) partner (indien van toepassing)
Vreemdelingennummer.....
Immigratie- en Naturalisatiedienstnummer .....
Achternaam.....Geslacht .....
Door huwelijk verkregen naam.....
Voorna(a)m(en).....
Geboortedatum......-plaats......-land.....
Nationaliteit....
8. Gezinssamenstelling van de aanvrager
9. Persoonsgegevens van de (huwelijkse) partner (indien van toepassing)
Doel verblijfsaanvraag.....
Doel verblijfsaanvraag.....
Vreemdelingennummer.....
Immigratie- en Naturalisatiedienstnummer .....
Hierbij verklaart de aanvrager dat hij, noch één van zijn gezinsleden, beschikt over voldoende middelen om in de noodzakelijke kosten van het bestaan te voorzien. Indien deze verklaring in strijd met de waarheid is ingevuld, eindigen de verstrekkingen.
Door huwelijk verkregen naam.....
Als een toelage wordt toegekend, dan moet deze worden toegekend via de volgende bank- of girorekening:
Rekeningnummer.....Ten name van:.....
Nationaliteit....
De aanvrager verklaart ermee bekend te zijn en gaat ermee akkoord dat het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers de persoonsgegevens verwerkt in het kader van de uitvoering van de Wet Centraal Orgaan opvang Asielzoekers. Daarbij worden de navolgende soorten van persoonsgegevens verwerkt:
10. (Meegereisde) kinderen (indien van toepassing)
11. Financiële gegevens van de aanvrager en de aanwezige gezinsleden
10. (Meegereisde) kinderen (indien van toepassing)
De aanvrager verklaart alle gegevens in dit formulier naar waarheid te hebben verstrekt, en verklaart tevens dat hij/zij niet op grond van artikel 67 Vw ongewenst is verklaard:
12. Verklaring van onvermogen
Handtekening aanvrager:....
Handtekening aanvrager:....
In te vullen door vreemdelingenpolitie of Immigratie- en Naturalisatiedienst
( ) De aanvrager verblijft rechtmatig in Nederland op grond van artikel 8, onder f of h, Vreemdelingenwet 2000 en kan analoog aan de situatie als bedoeld in artikel 64 Vreemdelingenwet 2000 worden behandeld.
Indien er sprake is van acuut besmettingsgevaar of ziekenhuisopname waardoor het voor de vreemdeling praktisch niet mogelijk is zich te melden bij de vreemdelingenpolitie, kan de aanvrager voor..... weken vrijgesteld worden van de meldplicht bij de vreemdelingenpolitie.
Deze aanvraag heeft betrekking op de periode van .....(datum) tot.....datum).
Indien de vreemdeling een uitgeprocedeerde asielzoeker betreft op wie artikel 64 Vw is toegepast in afwachting van besluitvorming op de aanvraag om toepassing van artikel 64 Vw of om verlening van een verblijfsvergunning regulier bepaalde tijd voor het ondergaan van medische behandeling of vanwege een medische noodsituatie heeft deze aanvraag betrekking op de periode van maximaal drie maanden, van ..... (datum) tot ..... (datum) of zoveel korter tot dat een beslissing op de aanvraag is genomen.
Datum: .....
Verklaring vreemdelingenpolitie/ Immigratie- en Naturalisatiedienst te.....
Naam behandelend ambtenaar.....
In te vullen door vreemdelingenpolitie of Immigratie- en Naturalisatiedienst
Handtekening aanvrager:....
Dit formulier is bedoeld voor vreemdelingen wier vertrek uit Nederland, met het oog op hun gezondheidstoestand of die van één van hun gezinsleden, niet verantwoord is te achten en die niet over voldoende middelen van bestaan beschikken. Het gaat hier om vreemdelingen die niet kunnen worden uitgezet, hetzij op grond van artikel 64 Vreemdelingenwet 2000 wegens een medisch beletsel, hetzij omdat zij zich in een procedure feitelijk in dezelfde medische situatie bevinden.
Zij kunnen een beroep doen op de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 en in aanmerking komen voor een financiële toelage en een dekking van de medische verstrekkingen, overeenkomstig de door Centraal Orgaan opvang Asielzoekers getroffen ziektekostenregeling. Dit betekent dat zij aanspraak kunnen maken op opvang en onderdak in een opvangcentrum, dan wel op verblijf buiten een opvangcentrum, de zogenaamde administratieve plaatsing. Het recht op voorzieningen ontstaat pas op het moment dat in het individuele geval hiertoe door het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers is beslist.
( ) De aanvrager verblijft rechtmatig in Nederland op grond van artikel 8, onder f of h, Vreemdelingenwet 2000 en kan analoog aan de situatie als bedoeld in artikel 64 Vreemdelingenwet 2000 worden behandeld.
Indien er sprake is van acuut besmettingsgevaar of ziekenhuisopname waardoor het voor de vreemdeling praktisch niet mogelijk is zich te melden bij de vreemdelingenpolitie, kan de aanvrager voor..... weken vrijgesteld worden van de meldplicht bij de vreemdelingenpolitie.
Deze aanvraag heeft betrekking op de periode van .....(datum) tot.....datum).
Indien de vreemdeling een uitgeprocedeerde asielzoeker betreft op wie artikel 64 Vw is toegepast in afwachting van besluitvorming op de aanvraag om toepassing van artikel 64 Vw of om verlening van een verblijfsvergunning regulier bepaalde tijd voor het ondergaan van medische behandeling of vanwege een medische noodsituatie heeft deze aanvraag betrekking op de periode van maximaal drie maanden, van ..... (datum) tot ..... (datum) of zoveel korter tot dat een beslissing op de aanvraag is genomen.
Datum: .....
Verklaring vreemdelingenpolitie/ Immigratie- en Naturalisatiedienst te.....
Toelichting
Telefoonnummer.....
Zij kunnen een beroep doen op de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 en in aanmerking komen voor een financiële toelage en een dekking van de medische verstrekkingen, overeenkomstig de door Centraal Orgaan opvang Asielzoekers getroffen ziektekostenregeling. Dit betekent dat zij aanspraak kunnen maken op opvang en onderdak in een opvangcentrum, dan wel op verblijf buiten een opvangcentrum, de zogenaamde administratieve plaatsing. Het recht op voorzieningen ontstaat pas op het moment dat in het individuele geval hiertoe door het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers is beslist.
Model M63. Voorstel intrekking verblijfsvergunning en/ of ongewenstverklaring en/of uitvaardiging inreisverbod
Model M64. Beschikking tot het niet in behandeling nemen van een aanvraag verblijfsvergunning (on)bepaalde tijd (art. 4:5 Awb)
Vervallen
Model M65-A. Beschikking aanvraag (on)bepaalde tijd afwijzen
Vervallen
Model M65-B. Beschikking afwijzen aanvraag verlengen bepaalde tijd
Vervallen
Model M65-C. Beschikking afwijzen aanvraag wijziging verblijfsvergunning
Vervallen
Model M66. Beschikking intrekking verblijfsvergunning
Vervallen
Model M67. Staat van inlichtingen adoptie
Vervallen
Model M68. Staat van inlichtingen opname als pleegkind
Vervallen
Model M69-M74. Gereserveerd
Model M75-A. Document I
Vervallen
Model M75-B. Document II
Vervallen
Model M75-C. Document III
Vervallen
Model M75-D. Document IV
Vervallen
Model M75-E. Document EU/EER
Vervallen
Model M75-F. Document W
Vervallen
Model M75-G. Document W2
Vervallen
Model M76. Ontvangstbewijs voor het in ontvangst nemen van een verblijfsdocument
Model M77-A. Sticker verblijfsaantekeningen Algemeen
Vervallen
Model M77-B. Sticker verblijfsaantekeningen Gemeenschapsonderdanen
Vervallen
Model M77-C. Sticker verblijfsaantekeningen Vervolgprocedures
Vervallen
Model M77-D
Vervallen
Model M78-A. Rappelbrief omtrent tijdige aanvraag verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd (asiel)
Vervallen
Model M78-B. Rappelbrief omtrent tijdige verlenging / wijziging van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd dan wel aanvraag van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd (regulier)
Vervallen
Model M79. Reizigerslijst voor schoolreizen
Vervallen
Model M80. EU-staat
Model M81. Geprivilegieerdendocument
Model M81-A. Geprivilegieerdendocument (toelichting)
Vervallen
Model M82. Reisdocument voor vluchtelingen
Vervallen
Model M83. Aanvraag vervanging, vernieuwing of eerste aanvraag vreemdelingendocument
Vervallen
Model M84-M89. Gereserveerd
Model M90. Vordering van de vreemdeling om in persoon te verschijnen
Model M90-A. Vordering van de vreemdeling om in persoon te verschijnen en medewerking te verlenen aan een interview met een diplomatieke vertegenwoordiging
Model M91. Kennisgeving adreswijziging/vertrek
Vervallen
Model M92. Verhuismutaties (melding aan de IND)
Vervallen
Model M93. Bericht omtrent signalering
Model M94-A. Verklaring ex artikel 25 lid 1 Uitvoeringsovereenkomst Schengen
Vervallen
Model M94-B. Verklaring ex artikel 25 lid 2 Uitvoeringsovereenkomst Schengen
Vervallen
Model M95-M99. Gereserveerd
Model M100. Bericht van vertrek
Model M100-A. Bericht van ontruiming
Model M101. Ontvangstbewijs voor het tijdelijk in bewaring nemen van reis- en/of identiteitspapieren
Model M102. Maatregel ex artikel 56 van de Vreemdelingenwet 2000
Model M102-A. Transit request for the purposes of removal by air
Vervallen
Model M103-M109
Model M110-A. Maatregel van bewaring
Model M110-B. Proces-verbaal van gehoor (artikel 59 Vreemdelingenwet 2000 juncto artikel 5.2 Vreemdelingenbesluit 2000)
Model M111-A. Proces-verbaal staandehouding/ overbrenging/ ophouding
Model M111-B. Proces-verbaal toepassing art. 50, tweede of derde lid, van de Vw
Vervallen
Model M111-C. Proces-verbaal staandehouding/ overbrenging/ ophouding
Model M111-D. Beschikking verlenging ophouding artikel 50, vierde lid, van de Vreemdelingenwet 2000
Model M112. Verzoek opneming van een inbewaringgestelde vreemdeling in een huis van bewaring
Vervallen
Model M113. Opheffing van een aanwijzing/ maatregel als bedoeld in artikel 6/ 50/ 55/ 56/ 57/ 58 of 59 Vreemdelingenwet 2000
Model M114. Verzoek om ontslag uit een justitiële inrichting
Model M115. Lichtingsverzoek
Model M116. Aanwijzing ex artikel 58 Vreemdelingenwet
Vervallen
Model M117-A. Aanwijzing ingevolge artikel 55 en/ of meldplicht ingevolge artikel 54 van de Vreemdelingenwet 2000
Model M117-B. Vervolgaanwijzing ingevolge artikel 55 van de Vreemdelingenwet (asielzoekers)
Vervallen
Model M117-C. Aanwijzingingevolge artikel 55 van de Vreemdelingenwet 2000
Model M118. Aanmeldformulier vreemdeling
Model M119. Dossier vreemdelingenbewaring
Model M120. (Voortgangs) Gegevens met betrekking tot uitzetting
Model M122. Mededeling toepassing artikel 50, derde lid, Vreemdelingenwet
Model M123-M129. Gereserveerd
Model M130. Brochure ongewenstverklaring
Vervallen
Model M131-A. Schema van voorrechten en immuniteiten op grond van het Diplomatenverdrag
Vervallen
Model M131-B. Schema van voorrechten en immuniteiten op grond van het Consulaire Verdrag
Vervallen
Model M132. Verzoek om inlichtingen aan de Regionale Directie Arbeidsvoorziening
Vervallen
Model M133-A. Inlichtingenformulier voor het vragen van inlichtingen conform art. 8.1 Vb
Vervallen
Model M133-B. Antwoordformulier
Vervallen
Model M133-C. Informatieformulier voor het verstrekken van gegevens conform art. 8.2 Vb
Vervallen
Model M133-D. Informatieformulier voor het verstrekken van gegevens conform art. 8.2 Vb
Vervallen
Model M134. Verrekeningsstaat
Vervallen
Model M135. Declaratie kosten verwijdering
Vervallen
Model M136. Opgave van ingenomen gelden
Vervallen
Model M137-A. Formulier restitutie garantiesom
Vervallen
Model M137-B. Formulier restitutie passagebiljet
Vervallen
Model M138. Verzoek om advies voor afgifte machtiging tot voorlopig verblijf (MVV)
Vervallen
Model M139. Verzoek om afgifte van een Machtiging tot voorlopig verblijf
Vervallen
Model M140. De verklaring van de werkgever
Vervallen
Model M141. Verzoek om advies voor afgifte machtiging tot voorlopig verblijf kennismigrant
Vervallen
Model M133-C. Informatieformulier voor het verstrekken van gegevens conform art. 8.2 Vb
Vervallen
Model M133-D. Informatieformulier voor het verstrekken van gegevens conform art. 8.2 Vb
Vervallen
Model M134. Verrekeningsstaat
Vervallen
Model M135. Declaratie kosten verwijdering
Vervallen
Model M136. Opgave van ingenomen gelden
Vervallen
Model M137-A. Formulier restitutie garantiesom
Vervallen
Model M137-B. Formulier restitutie passagebiljet
Vervallen
Model M138. Verzoek om advies voor afgifte machtiging tot voorlopig verblijf (MVV)
Vervallen
Model M139. Verzoek om afgifte van een Machtiging tot voorlopig verblijf
Vervallen
5.2.1. De bevoegdheid
5.2.2. De toepassing
5.2.3. De tenuitvoerlegging
5.2.4. Bijstand van een raadsman
5.3.3. De toepassing
5.3.3.1. Het belang van de openbare orde
5.3.3.4. Vreemdelingen die op korte termijn uitgezet kunnen worden
5.3.4.3. De vorm waarin de maatregel wordt opgelegd
5.3.4.5. Hernieuwde inbewaringstelling op een andere bewaringsgrond
5.3.6.1. Plaats van tenuitvoerlegging
5.3.6.1. Plaats van tenuitvoerlegging
5.3.6. De tenuitvoerlegging
5.3.7.1. Het overbrengen en ophouden na strafrechtelijke detentie
5.3.7. Het strafrecht en bewaring
6.1. Algemeen
6.1. Algemeen
6.2.1. Beroep instellen bij de rechtbank
6.2.1. Beroep instellen bij de rechtbank
6.2.1. Beroep instellen bij de rechtbank
6.2.4. Procedure bij voortduren van de vrijheidsontneming
6.2.3. Behandeling van de kennisgeving/het 1e beroep door de rechtbank
1. Inleiding
1. Inleiding
2. Omzetting van verblijfsvergunningen
3.1. Inleiding
7. Overgangsrecht
3.4. Aanvragen om toelating als vluchteling
4.1. Inleiding
4.4. Hoger beroep
1. Aanvrager
.....
Immigratie- en Naturalisatiedienstnummer.....
Achternaam.....
Door huwelijk verkregen naam.....
Voorna(a)m(en).....Geslacht man/ vrouw
Geboortedatum..... -plaats..... -land.....
Nationaliteit.....Datum binnenkomst in Nederland.....
Burgerlijke staat....
2. Reis- en/of identiteitsdocument
3. Verblijfadres aanvrager
4. Correspondentieadres aanvrager, indien dit afwijkt van het verblijfadres
Postcode.....Woonplaats....
De aanvrager verklaart tevens de behandelend arts/ medisch specialist te machtigen gegevens te verstrekken omtrent de tuberculosebehandeling en het al dan niet aanwezig zijn van besmettingsgevaar; in de overige gevallen omtrent hetgeen dient ter onderbouwing van het beroep op artikel 64 Vw en/of de verblijfsaanvraag op medische gronden.
4. Correspondentieadres aanvrager, indien dit afwijkt van het verblijfadres
.....
9. Persoonsgegevens van de (huwelijkse) partner (indien van toepassing)
Burgerlijke staat.....
Datum binnenkomst in Nederland.....Datum verblijfsaanvraag.....
11. Financiële gegevens van de aanvrager en de aanwezige gezinsleden
12. Verklaring van onvermogen
12. Verklaring van onvermogen
13. Bankrelatie van de aanvrager
14. Verwerking persoonsgegevens
De persoonsgegevens die over de aanvrager worden verwerkt, zijn bestemd voor de navolgende doeleinden: het beschikbaar hebben van de meeste recente gegevens in verband met de opvang bij het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers om een adequaat opvangbeleid te kunnen ontwikkelen, bepalen en uitvoeren.
Het is mogelijk dat uw gegevens betreffende de opvangrechtelijke positie worden verstrekt aan andere bestuursorganen, indien zij deze behoeven ter uitvoering van hun taak. Andere bestuursorganen kunnen tevens aan het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers persoonsgegevens over u verstrekken, indien deze noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de Wet Centraal Orgaan opvang Asielzoekers. Verantwoordelijk voor deze gegevensverstrekking is het bestuur van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers. In het geval u vragen heeft over deze gegevensverwerking, kunt u schriftelijk contact opnemen met: Het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers, Directie Beleid en Juridische Zaken onder vermelding van Wet bescherming persoonsgegevens, Postbus 3002, 2280 ME Rijswijk.
Dit is tevens het adres waar u een schriftelijk verzoek kunt indienen voor een volledig overzicht van de over u verwerkte gegevens. Naar aanleiding van dat verzoek kunt u onder omstandigheden verzoeken uw persoonsgegevens te wijzigen, te verbeteren, te verwijderen of af te schermen.
Datum:.....
Telefoonnummer.....
In te vullen door vreemdelingenpolitie of Immigratie- en Naturalisatiedienst
Model M55-A. Kennisgeving aangifte/verlenen medewerking aan strafproces mensenhandel gedurende asielprocedure
Vervallen
Model M56. Voorblad aanvraag verblijfsvergunning door een in bewaring gestelde vreemdeling
Model M57. Verklaring inkomen ondernemer
Vervallen
Model M58. Aanvraag verblijfsvergunning kennismigrant met mvv
Vervallen
Model M59. Aanvraag verblijfsvergunning kennismigrant of wijziging beperking zonder mvv
Vervallen
Model M60. Positief advies mvv
Vervallen
Model M61. Negatief advies mvv
Vervallen
Model M62. Staat van inlichtingen mvv
Vervallen
5.1. Het doel van de maatregelen van artikel 57, 58 en 59 Vw
5.3. Bewaring op grond van artikel 59 Vw
5.3.3.1. Het belang van de openbare orde
5.3.3.3. Het niet of niet langer toepassen van bewaring
5.3.3.5. Bewaring van vreemdelingen met rechtmatig verblijf
5.3.4. De procedure
5.3.4.3. De vorm waarin de maatregel wordt opgelegd
5.3.4.5. Hernieuwde inbewaringstelling op een andere bewaringsgrond
5.3.7. Het strafrecht en bewaring
5.3.6.2. Plaatsing in een justitiële inrichting
5.3.7.1. Het overbrengen en ophouden na strafrechtelijke detentie
5.3.7.2. Tenuitvoerlegging strafrechtelijke vonnis tijdens bewaring
6. Rechtsmiddelen
6. Rechtsmiddelen
6.2.3. Behandeling van de kennisgeving/het 1e beroep door de rechtbank
6.2.2. In kennis stellen van de rechtbank
3. Behandeling van de aanvraag
3.5. Wijze van behandeling
4. Rechtsmiddelen
4.2. Bezwaar
4.3. Beroep
4.4. Hoger beroep
1. Aanvrager
5. Medische verklaring
Deze regeling staat open voor vreemdelingen wier vertrek uit Nederland met het oog op hun gezondheidstoestand of die van één van hun gezinsleden niet verantwoord is te achten;
3. Verblijfadres aanvrager
Toelichting.....
5. Medische verklaring
7. Mate van mate van zelfredzaamheid
8. Gezinssamenstelling van de aanvrager
10. (Meegereisde) kinderen (indien van toepassing)
11. Financiële gegevens van de aanvrager en de aanwezige gezinsleden
In te vullen door vreemdelingenpolitie of Immigratie- en Naturalisatiedienst
( ) Op de aanvrager is de situatie van artikel 64 Vreemdelingenwet 2000 van toepassing.
14. Verwerking persoonsgegevens
Naam behandelend ambtenaar.....
Toelichting
Dit formulier is bedoeld voor vreemdelingen wier vertrek uit Nederland, met het oog op hun gezondheidstoestand of die van één van hun gezinsleden, niet verantwoord is te achten en die niet over voldoende middelen van bestaan beschikken. Het gaat hier om vreemdelingen die niet kunnen worden uitgezet, hetzij op grond van artikel 64 Vreemdelingenwet 2000 wegens een medisch beletsel, hetzij omdat zij zich in een procedure feitelijk in dezelfde medische situatie bevinden.
Zij kunnen een beroep doen op de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 en in aanmerking komen voor een financiële toelage en een dekking van de medische verstrekkingen, overeenkomstig de door Centraal Orgaan opvang Asielzoekers getroffen ziektekostenregeling. Dit betekent dat zij aanspraak kunnen maken op opvang en onderdak in een opvangcentrum, dan wel op verblijf buiten een opvangcentrum, de zogenaamde administratieve plaatsing. Het recht op voorzieningen ontstaat pas op het moment dat in het individuele geval hiertoe door het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers is beslist.
Model M140. De verklaring van de werkgever
Vervallen
Model M141. Verzoek om advies voor afgifte machtiging tot voorlopig verblijf kennismigrant
Vervallen
5.2. Het zich ophouden op grond van artikel 57 en 58 Vw
5.2.4. Bijstand van een raadsman
5.2.6. De beëindiging
5.3.2. De bevoegdheid
5.3.3.4. Vreemdelingen die op korte termijn uitgezet kunnen worden
5.3.3.5. Bewaring van vreemdelingen met rechtmatig verblijf
5.3.3.6. Bewaring van Dublinclaimanten
5.3.3.8. Bewaring van gezinnen met minderjarige kinderen
5.3.5. De duur
5.3.7.2. Tenuitvoerlegging strafrechtelijke vonnis tijdens bewaring
6.2. Beroep bij de rechtbank
6.2.2. In kennis stellen van de rechtbank
6.2.4. Procedure bij voortduren van de vrijheidsontneming
6.3. Hoger Beroep
6.4. Schadevergoeding
7. Overgangsrecht
3.2. Aanvragen verlening of verlenging van een vergunning tot verblijf
4.2. Bezwaar
4.4. Hoger beroep
1. Aanvrager
Vreemdelingennummer.....
2. Reis- en/of identiteitsdocument
3. Verblijfadres aanvrager
4. Correspondentieadres aanvrager, indien dit afwijkt van het verblijfadres
6. Categorie voorzieningen
7. Mate van mate van zelfredzaamheid
8. Gezinssamenstelling van de aanvrager
13. Bankrelatie van de aanvrager
14. Verwerking persoonsgegevens
Toelichting
Model M55. Kennisgeving bedenktijd/aangifte/verlenen medewerking aan strafproces mensenhandel en beroep op regeling B9 Vreemdelingencirculaire 2000
4. Bewijsmiddelen
4.1. Document voor grensoverschrijding
4.2. Afgifte van bijzondere doorlaatbewijzen aan de grens
4.3. Visum
B. Afwijzing
B. Afwijzing
A. Inwilliging
C. Nader onderzoek
Let op!
Wilt u meer informatie?
10. (Meegereisde) kinderen (indien van toepassing)
11. Financiële gegevens van de aanvrager en de aanwezige gezinsleden
3. Verblijfadres aanvrager
13. Bankrelatie van de aanvrager
13. Bankrelatie van de aanvrager
4. Correspondentieadres aanvrager, indien dit afwijkt van het verblijfadres
5. Medische verklaring
7. Mate van mate van zelfredzaamheid
9. Persoonsgegevens van de (huwelijkse) partner (indien van toepassing)
Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
Model M3
Vervallen
Model M4
Vervallen
Model M5-A. Aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om omzetting van een enkelvoudig visum in een meervoudig visum
Model M1
Vervallen
Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
Model M1
Vervallen
Model M1
Vervallen
Model M1
Vervallen
Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
Model M1
Vervallen
Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
Model M3
Vervallen
Model M1
Vervallen
Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
Model M3
Vervallen
Model M1
Vervallen
Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
Model M3
Vervallen
Model M4
Vervallen
Model M5-A. Aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om omzetting van een enkelvoudig visum in een meervoudig visum
Model M5-B. Aanvraag om verlening van een terugkeervisum
Vervallen
Model M5-C. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om wijziging van een visum
Model M5-D. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om een terugkeervisum door vreemdelingen die in Nederland zijn toeglaten voor langer dan drie maanden
Vervallen
Model M5-E. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om een terugkeervisum door vreemdelingen aan wie is toegestaan om in Nederland een (definitieve) beslissing over hun verblijf af te wachten
Vervallen
Model M1
Vervallen
Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
Model M3
Vervallen
Model M4
Vervallen
Model M5-A. Aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om omzetting van een enkelvoudig visum in een meervoudig visum
Model M1
Vervallen
Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
Model M1
Vervallen
Model M1
Vervallen
Model M1
Vervallen
Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
A. Inwilliging
Voor wie is dit formulier?
2. Reis- en/of identiteitsdocument
Hoe vult u dit formulier in?
Hoe verloopt de procedure?
6. Categorie voorzieningen
Wilt u meer informatie?
12. Verklaring van onvermogen
13. Bankrelatie van de aanvrager
10. (Meegereisde) kinderen (indien van toepassing)
4. Correspondentieadres aanvrager, indien dit afwijkt van het verblijfadres
6. Categorie voorzieningen
Hoe vult u dit formulier in?
Hoe verloopt de procedure?
C. Nader onderzoek
B. Afwijzing
C. Nader onderzoek
Bijlage I bij Kennisgeving tweede of volgende asielaanvraag
1. Aanvrager
2. Reis- en/of identiteitsdocument
2. Reis- en/of identiteitsdocument
3. Verblijfadres aanvrager
In te vullen door vreemdelingenpolitie of Immigratie- en Naturalisatiedienst
Toelichting
Hoe verloopt de procedure?
Hoe verloopt de procedure?
Let op!
1. Aanvrager
8. Gezinssamenstelling van de aanvrager
10. (Meegereisde) kinderen (indien van toepassing)
In te vullen door vreemdelingenpolitie of Immigratie- en Naturalisatiedienst
Toelichting
Let op!
A. Inwilliging
B. Afwijzing
9. Persoonsgegevens van de (huwelijkse) partner (indien van toepassing)
14. Verwerking persoonsgegevens
8. Gezinssamenstelling van de aanvrager
Voor wie is dit formulier?
Hoe vult u dit formulier in?
5. Medische verklaring
6. Categorie voorzieningen
7. Mate van mate van zelfredzaamheid
9. Persoonsgegevens van de (huwelijkse) partner (indien van toepassing)
11. Financiële gegevens van de aanvrager en de aanwezige gezinsleden
12. Verklaring van onvermogen
12. Verklaring van onvermogen
13. Bankrelatie van de aanvrager
14. Verwerking persoonsgegevens
In te vullen door vreemdelingenpolitie of Immigratie- en Naturalisatiedienst
Toelichting
Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
Model M1
Vervallen
Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
Model M3
Vervallen
Model M4
Vervallen
Model M5-A. Aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om omzetting van een enkelvoudig visum in een meervoudig visum
Model M1
Vervallen
Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
Model M3
Vervallen
Model M4
Vervallen
Model M1
Vervallen
Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
Model M3
Vervallen
Model M4
Vervallen
Model M5-A. Aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om omzetting van een enkelvoudig visum in een meervoudig visum
Model M5-B. Aanvraag om verlening van een terugkeervisum
Vervallen
Model M5-C. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om wijziging van een visum
Model M5-D. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om een terugkeervisum door vreemdelingen die in Nederland zijn toeglaten voor langer dan drie maanden
Vervallen
Model M5-E. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om een terugkeervisum door vreemdelingen aan wie is toegestaan om in Nederland een (definitieve) beslissing over hun verblijf af te wachten
Vervallen
Model M6
Model M7
Model M8. Standaardformulier voor kennisgeving en motivering van annulering of intrekking van een nationaal visum
Voor wie is dit formulier?
Hoe vult u dit formulier in?
Voor wie is dit formulier?
10. (Meegereisde) kinderen (indien van toepassing)
13. Bankrelatie van de aanvrager
14. Verwerking persoonsgegevens
In te vullen door vreemdelingenpolitie of Immigratie- en Naturalisatiedienst
Toelichting
Voor wie is dit formulier?
Voor wie is dit formulier?
B. Afwijzing
Hoe vult u dit formulier in?
Hoe verloopt de procedure?
A. Inwilliging
Voor wie is dit formulier?
C. Nader onderzoek
Kennisgeving tweede of volgende asielaanvraag
Kennisgeving tweede of volgende asielaanvraag
Kennisgeving tweede of volgende asielaanvraag
Model M9. Gereserveerd
Model M10. Bemanningslijst schip (gezagvoerder)
Vervallen
Model M11
Vervallen
Model M12
Vervallen
Model M13. Modelbeschikking ontheffing artikel 4.11 Vreemdelingenbesluit 2000
Vervallen
Model M14. Passagierslijst luchtvaart
Vervallen
Model M1
Vervallen
Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
Model M3
Vervallen
Model M4
Vervallen
Model M5-A. Aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om omzetting van een enkelvoudig visum in een meervoudig visum
Model M5-B. Aanvraag om verlening van een terugkeervisum
Vervallen
Model M5-C. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om wijziging van een visum
Model M5-D. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om een terugkeervisum door vreemdelingen die in Nederland zijn toeglaten voor langer dan drie maanden
Vervallen
Model M5-E. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om een terugkeervisum door vreemdelingen aan wie is toegestaan om in Nederland een (definitieve) beslissing over hun verblijf af te wachten
Vervallen
Model M6
Model M7
Model M8. Standaardformulier voor kennisgeving en motivering van annulering of intrekking van een nationaal visum
Model M9. Gereserveerd
Model M10. Bemanningslijst schip (gezagvoerder)
Vervallen
Model M11
Vervallen
Model M12
Vervallen
Model M13. Modelbeschikking ontheffing artikel 4.11 Vreemdelingenbesluit 2000
Vervallen
Model M14. Passagierslijst luchtvaart
Vervallen
Model M15. Bemanningslijst luchtvaart
Vervallen
Model M16. Garantverklaring zeelieden
Vervallen
Model M17. Standaardformulier voor weigering van toegang aan de grens aan onderdanen van derde landen
Model M17A. Formulier voor het weigeren van toegang aan de grens aan onderdanen van derde landen na afhandeling van de asielaanvraag in de grensprocedure
Model M18. Beschikking weigering toegang personen die vallen onder het EU-recht inzake vrij verkeer (artikel 8.8 of 8.5 Vreemdelingenbesluit 2000)
Model M18A. Beschikking uitstellen van de toegangsweigering van asielzoekers
Model M19. Beschikking tot aanwijzing van een ruimte of plaats ingevolge artikel 6, eerste lid, of eerste en tweede lid, of derde lid, Vw
Model M19A. Beschikking tot aanwijzing van een ruimte of plaats ingevolge artikel 6, derde lid of artikel 6a Vw aan Dublinclaimanten
Model M20. Kennisgeving toegang onder voorwaarden
Model M21
Vervallen
Model 21-A. Verklaring ex. art. 6, vijfde lid en onder c Schengengrenscode
| Koninklijke Marechaussee | Koninklijke Marechaussee | Koninklijke Marechaussee | Koninklijke Marechaussee |
|---|---|---|---|
| District [[DistrictNaam]] | District [[DistrictNaam]] | District [[DistrictNaam]] | District [[DistrictNaam]] |
| Brigade [[BrigOmschrijving]] | Brigade [[BrigOmschrijving]] | Brigade [[BrigOmschrijving]] | Brigade [[BrigOmschrijving]] |
| Postbus [[BrigPostbusNummer]] Telefoon [[BrigTelefoonNummer]] [[BrigAdres]] | Postbus [[BrigPostbusNummer]] Telefoon [[BrigTelefoonNummer]] [[BrigAdres]] | ||
| [[BrigPostbusPostCode]][[BrigPostbusPlaats]] Telefax [[BrigFaxNummer]] | [[BrigPostbusPostCode]][[BrigPostbusPlaats]] Telefax [[BrigFaxNummer]] | ||
| [[BrigPostCode]] [[BrigPlaats]] | [[BrigPostCode]] [[BrigPlaats]] | [[BrigPostCode]] [[BrigPlaats]] | [[BrigPostCode]] [[BrigPlaats]] |
| Nummer Rapport | Nummer Rapport | : [[ProcId]] | Datum: [[Systeem datum]] |
| Onderwerp | Onderwerp | : Clausule (Permit to leave the airport) | : Clausule (Permit to leave the airport) |
| Clausule | Clausule | Clausule | Clausule |
| Aan de onderstaande vreemdeling wordt toegang tot Nederland verleend op grond van artikel 6, vijfde lid en onder c Schengengrenscode. | Aan de onderstaande vreemdeling wordt toegang tot Nederland verleend op grond van artikel 6, vijfde lid en onder c Schengengrenscode. | Aan de onderstaande vreemdeling wordt toegang tot Nederland verleend op grond van artikel 6, vijfde lid en onder c Schengengrenscode. | Aan de onderstaande vreemdeling wordt toegang tot Nederland verleend op grond van artikel 6, vijfde lid en onder c Schengengrenscode. |
| V-nummer | V-nummer | : [[VreemdelingVreemdelingNr]] | : [[VreemdelingVreemdelingNr]] |
| Naam | Naam | : [[VreemdelingGeslachtsNaam]] | : [[VreemdelingGeslachtsNaam]] |
| Voorletters | Voorletters | : [[VreemdelingVoorLetters]] | : [[VreemdelingVoorLetters]] |
| Geboortedatum | Geboortedatum | : [[VreemdelingGeboorteDatum]] | : [[VreemdelingGeboorteDatum]] |
| Geboorteplaats | Geboorteplaats | : [[VreemdelingGeboortePlaats]] | : [[VreemdelingGeboortePlaats]] |
| Nationaliteit | Nationaliteit | : [[VreemdelingNationaliteit]] | : [[VreemdelingNationaliteit]] |
| Paspoortnummer | Paspoortnummer | : [[VreemdelingDocumentNr]] | : [[VreemdelingDocumentNr]] |
| Burgerlijke staat | Burgerlijke staat | : [[A1]] | : [[A1]] |
| Bestemming | Bestemming | : [[VliegtuigUit1AankomstLuchtHaven]] | : [[VliegtuigUit1AankomstLuchtHaven]] |
| Vluchtnummer | Vluchtnummer | : [[VliegtuigUit1VertrekVluchtNr2]] | : [[VliegtuigUit1VertrekVluchtNr2]] |
| Datum vertrek | Datum vertrek | : [[VliegtuigUit1VertrekDatumZonderTijd]] | : [[VliegtuigUit1VertrekDatumZonderTijd]] |
| Tijdstip vertrek | Tijdstip vertrek | : [[VliegtuigUit1VertrekTijd]] | : [[VliegtuigUit1VertrekTijd]] |
| Naam doorlaatpost | Naam doorlaatpost | : [[ProcFiatteerderNaam]] | (Stempel) |
| Hoofd van de doorlaatpost | Hoofd van de doorlaatpost | Hoofd van de doorlaatpost | Hoofd van de doorlaatpost |
| Voor deze: [[StellerNaam]] | Voor deze: [[StellerNaam]] | Voor deze: [[StellerNaam]] | Voor deze: [[StellerNaam]] |
| WAARSCHUWING | WAARSCHUWING | WAARSCHUWING | WAARSCHUWING |
| 1. | De vreemdeling dient dit document in zijn/haar bezit te houden en op het moment van uitreis uit Nederland te overhandigen aan de ambtenaar belast met de grensbewaking. Indien dit niet gebeurt kan dit in de toekomst een reden zijn toegang tot Nederland te weigeren. | De vreemdeling dient dit document in zijn/haar bezit te houden en op het moment van uitreis uit Nederland te overhandigen aan de ambtenaar belast met de grensbewaking. Indien dit niet gebeurt kan dit in de toekomst een reden zijn toegang tot Nederland te weigeren. | De vreemdeling dient dit document in zijn/haar bezit te houden en op het moment van uitreis uit Nederland te overhandigen aan de ambtenaar belast met de grensbewaking. Indien dit niet gebeurt kan dit in de toekomst een reden zijn toegang tot Nederland te weigeren. |
| 2. | Het zich niet houden aan de hierboven gestelde voorwaarde voor toegang leidt tot illegaal verblijf. | Het zich niet houden aan de hierboven gestelde voorwaarde voor toegang leidt tot illegaal verblijf. | Het zich niet houden aan de hierboven gestelde voorwaarde voor toegang leidt tot illegaal verblijf. |
Model M22. Bijzonder doorlaatbewijs
Vervallen
Model M23. Standaard fax-bericht t.b.v. regeling transiterende visumplichtige zeelieden
Vervallen
Model M24-A. Opdracht tot verwijdering of overgave
Model M24-B. Rapport van overnemen van personen uit België of Duitsland
Vervallen
Model M25. Fax: Melding incidenten grensbewaking
Vervallen
Model M26. Bewustverklaring kort verblijf
Vervallen
Model M27. Guiding Letter: attest inzake vreemdelingen zonder reisdocumenten
Vervallen
Model M28. Covering Letter: attest inzake vreemdelingen met valse of vervalste reisdocumenten
Vervallen
Model M29. Aanwijzing terugvoerverplichting luchtvaartmaatschappij
Vervallen
Model M30. Aanwijzing terugvoerverplichting rederij
Model M31. Standaardformulier voor weigering van toegang aan de grens
Vervallen
Model M32-M34. Gereserveerd
Model M35-A. Aanvraag verblijfsvergunning of wijziging beperking zonder Mvv
Vervallen
Model M35-A-1. Aanvraag verblijfsvergunning met Mvv
Vervallen
Model M35-B. Aanvraag verlenging verblijfsvergunning
Vervallen
Model M35-C. Aanvraag tot het wijzigen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
Vervallen
Model M35-D. Aanvraag verblijfsvergunning onbepaalde tijd
Vervallen
Model M35-E. Aanvraag om toetsing aan het gemeenschapsrecht (bewijs van rechtmatig verblijf)
Vervallen
Model M35-F. Aanvraag van wettelijk vertegenwoordiger tot het verlenen, wijzigen danwel verlengen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
Vervallen
Model M35-G. Aanvraag om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 van de Vreemdelingenwet tevens geldig te verklaren voor inwonende kinderen beneden 12 jaar
Vervallen
Model M35-H. Aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Model M35-I. Aanvraag Verlenging verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd; of Verblijfsvergunning asiel onbepaalde tijd; of EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen
Model M35-J. Verklaring om een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 tevens geldig te verklaren voor een (de) hier te lande geboren kind(eren)
Model M35-J-1. Aanvraag verblijfsvergunning asiel onbepaalde tijd of verlenging bepaalde tijd
Vervallen
Model M35-K
Vervallen
Aanvraagformulier M35-O. Tweede of volgende asielaanvraag
Model M36. Afspraakbevestiging
Vervallen
Model M37. Antecedentenverklaring
Vervallen
Model M38. TBC-formulier
Vervallen
Model M39-A. Bijlage toestemmingsverklaring medische gegevens
Vervallen
Model M39-B. Aanvraagformulier DNA-onderzoek
Vervallen
Model M39-C. Verzoek om een leeftijdsonderzoek in het aanmeldcentrum
Vervallen
Model M39-D. Verzoek om een leeftijdsonderzoek opvanglocatie
Vervallen
Model M39-E. Toestemmingsverklaring herhaald leeftijdsonderzoek
Vervallen
Model M39-F. Verklaring omtrent medische situatie vreemdeling
Vervallen
Model M40. Vragenlijst China
Vervallen
Model M41. Verklaring burgerlijke staat
Vervallen
Model M42. Relatieverklaring
Vervallen
Model M43. Bewustverklaring studie
Vervallen
Model M44. Bewustverklaring Au Pair
Vervallen
Model M44-A. Overeenkomst Au pair – Gastgezin
Vervallen
Model M45. Bewustverklaring geestelijk voorganger / godsdienstleraar
Vervallen
Model M45-A. Bewustverklaring overgangsregeling verblijf op religieuze of levensbeschouwelijke gronden
Model M46-A. Verklaring op grond van artikel 44, eerste lid, onder k Boek I Burgerlijk Wetboek en artikel 36a Wet Gemeentelijke Basisadministratie persoongegevens
Vervallen
Model M46-B. Verklaring op grond van artikel 44, eerste lid, onder k Boek I Burgerlijk Wetboek en artikel 36a Wet Gemeentelijke Basisadministratie persoonsgegevens
Vervallen
Model M46-C. Verklaring op grond van artikel 44, eerste lid, onder k Boek I Burgerlijk Wetboek en artikel 36a Wet Gemeentelijke Basisadministratie persoonsgegevens
Vervallen
Model M46-D. Verklaring op grond van artikel 44, eerste lid, onder k Boek I Burgerlijk Wetboek en artikel 36a Wet Gemeentlijke Basisadministratie persoonsgegevens
Vervallen
Model M47. Garantverklaring
Vervallen
Model M47-A. Garantverklaring verkorte mvv-procedure (bedrijven en onderwijsinstelingen)
Vervallen
Model M48. Garantverklaring uitwisselingsorganisatie
Vervallen
Model M48-B. Bewust en garantverklaring verblijf bij religieuze en levensbeschouwelijke organisaties
Model M49. Arbeidsongeschiktheidsverklaring
Vervallen
Model M50. Checklist mvv-vereiste
Vervallen
Model M51-A. Verklaring ontvangst waarborgsom
Vervallen
Model M51-B. Verklaring teruggave waarborgsom
Vervallen
Model M52. Verzoek aan de vreemdeling om in persoon te verschijnen
Model M53. Verklaring tot intrekking van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning
Model M54. Aanvraagformulier Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005
Model M55. Kennisgeving bedenktijd/aangifte/verlenen medewerking aan strafproces mensenhandel en beroep op regeling B8/3 Vreemdelingencirculaire 2000
Model M55-A. Kennisgeving aangifte/verlenen medewerking aan strafproces mensenhandel gedurende asielprocedure
Vervallen
Model M56. Voorblad aanvraag verblijfsvergunning door een in bewaring gestelde vreemdeling
Model M57. Verklaring inkomen ondernemer
Vervallen
Model M58. Aanvraag verblijfsvergunning kennismigrant met mvv
Vervallen
Model M1
Vervallen
Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
Model M3
Vervallen
Model M4
Vervallen
Model M5-A. Aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om omzetting van een enkelvoudig visum in een meervoudig visum
Model M5-B. Aanvraag om verlening van een terugkeervisum
Vervallen
Model M5-C. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om wijziging van een visum
7.3. Weigeren van toegang
Model M5-D. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om een terugkeervisum door vreemdelingen die in Nederland zijn toeglaten voor langer dan drie maanden
Vervallen
Model M5-E. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om een terugkeervisum door vreemdelingen aan wie is toegestaan om in Nederland een (definitieve) beslissing over hun verblijf af te wachten
Vervallen
Model M6
Model M7
Model M8. Standaardformulier voor kennisgeving en motivering van annulering of intrekking van een nationaal visum
Model M9. Gereserveerd
Model M10. Bemanningslijst schip (gezagvoerder)
Vervallen
Model M11
Vervallen
Model M12
Vervallen
Model M13. Modelbeschikking ontheffing artikel 4.11 Vreemdelingenbesluit 2000
Vervallen
Model M14. Passagierslijst luchtvaart
Vervallen
Model M15. Bemanningslijst luchtvaart
Vervallen
Model M1
Vervallen
Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
Model M1
Vervallen
Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
Model M3
Vervallen
Model M4
Vervallen
Model M5-A. Aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om omzetting van een enkelvoudig visum in een meervoudig visum
Model M5-B. Aanvraag om verlening van een terugkeervisum
Vervallen
Model M5-C. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om wijziging van een visum
Model M5-D. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om een terugkeervisum door vreemdelingen die in Nederland zijn toeglaten voor langer dan drie maanden
Vervallen
Model M5-E. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om een terugkeervisum door vreemdelingen aan wie is toegestaan om in Nederland een (definitieve) beslissing over hun verblijf af te wachten
Vervallen
Model M6
Model M7
Model M8. Standaardformulier voor kennisgeving en motivering van annulering of intrekking van een nationaal visum
Model M9. Gereserveerd
Model M10. Bemanningslijst schip (gezagvoerder)
Vervallen
Model M11
Vervallen
Model M12
Vervallen
Model M13. Modelbeschikking ontheffing artikel 4.11 Vreemdelingenbesluit 2000
Vervallen
Model M14. Passagierslijst luchtvaart
Vervallen
Model M15. Bemanningslijst luchtvaart
Vervallen
Model M16. Garantverklaring zeelieden
Vervallen
Model M17. Standaardformulier voor weigering van toegang aan de grens aan onderdanen van derde landen
Model M17A. Formulier voor het weigeren van toegang aan de grens aan onderdanen van derde landen na afhandeling van de asielaanvraag in de grensprocedure
Model M18. Beschikking weigering toegang personen die vallen onder het EU-recht inzake vrij verkeer (artikel 8.8 of 8.5 Vreemdelingenbesluit 2000)
Model M18A. Beschikking uitstellen van de toegangsweigering van asielzoekers
Model M19. Beschikking tot aanwijzing van een ruimte of plaats ingevolge artikel 6, eerste lid, of eerste en tweede lid, of derde lid, Vw
Model M19A. Beschikking tot aanwijzing van een ruimte of plaats ingevolge artikel 6, derde lid of artikel 6a Vw aan Dublinclaimanten
Model M20. Kennisgeving toegang onder voorwaarden
Model M21
Vervallen
Model 21-A. Verklaring ex. art. 6, vijfde lid en onder c Schengengrenscode
| Koninklijke Marechaussee | Koninklijke Marechaussee | Koninklijke Marechaussee | Koninklijke Marechaussee |
|---|---|---|---|
| District [[DistrictNaam]] | District [[DistrictNaam]] | District [[DistrictNaam]] | District [[DistrictNaam]] |
| Brigade [[BrigOmschrijving]] | Brigade [[BrigOmschrijving]] | Brigade [[BrigOmschrijving]] | Brigade [[BrigOmschrijving]] |
| Postbus [[BrigPostbusNummer]] Telefoon [[BrigTelefoonNummer]] [[BrigAdres]] | Postbus [[BrigPostbusNummer]] Telefoon [[BrigTelefoonNummer]] [[BrigAdres]] | ||
| [[BrigPostbusPostCode]][[BrigPostbusPlaats]] Telefax [[BrigFaxNummer]] | [[BrigPostbusPostCode]][[BrigPostbusPlaats]] Telefax [[BrigFaxNummer]] | ||
| [[BrigPostCode]] [[BrigPlaats]] | [[BrigPostCode]] [[BrigPlaats]] | [[BrigPostCode]] [[BrigPlaats]] | [[BrigPostCode]] [[BrigPlaats]] |
| Nummer Rapport | Nummer Rapport | : [[ProcId]] | Datum: [[Systeem datum]] |
| Onderwerp | Onderwerp | : Clausule (Permit to leave the airport) | : Clausule (Permit to leave the airport) |
| Clausule | Clausule | Clausule | Clausule |
| Aan de onderstaande vreemdeling wordt toegang tot Nederland verleend op grond van artikel 6, vijfde lid en onder c Schengengrenscode. | Aan de onderstaande vreemdeling wordt toegang tot Nederland verleend op grond van artikel 6, vijfde lid en onder c Schengengrenscode. | Aan de onderstaande vreemdeling wordt toegang tot Nederland verleend op grond van artikel 6, vijfde lid en onder c Schengengrenscode. | Aan de onderstaande vreemdeling wordt toegang tot Nederland verleend op grond van artikel 6, vijfde lid en onder c Schengengrenscode. |
| V-nummer | V-nummer | : [[VreemdelingVreemdelingNr]] | : [[VreemdelingVreemdelingNr]] |
| Naam | Naam | : [[VreemdelingGeslachtsNaam]] | : [[VreemdelingGeslachtsNaam]] |
| Voorletters | Voorletters | : [[VreemdelingVoorLetters]] | : [[VreemdelingVoorLetters]] |
| Geboortedatum | Geboortedatum | : [[VreemdelingGeboorteDatum]] | : [[VreemdelingGeboorteDatum]] |
| Geboorteplaats | Geboorteplaats | : [[VreemdelingGeboortePlaats]] | : [[VreemdelingGeboortePlaats]] |
| Nationaliteit | Nationaliteit | : [[VreemdelingNationaliteit]] | : [[VreemdelingNationaliteit]] |
| Paspoortnummer | Paspoortnummer | : [[VreemdelingDocumentNr]] | : [[VreemdelingDocumentNr]] |
| Burgerlijke staat | Burgerlijke staat | : [[A1]] | : [[A1]] |
| Bestemming | Bestemming | : [[VliegtuigUit1AankomstLuchtHaven]] | : [[VliegtuigUit1AankomstLuchtHaven]] |
| Vluchtnummer | Vluchtnummer | : [[VliegtuigUit1VertrekVluchtNr2]] | : [[VliegtuigUit1VertrekVluchtNr2]] |
| Datum vertrek | Datum vertrek | : [[VliegtuigUit1VertrekDatumZonderTijd]] | : [[VliegtuigUit1VertrekDatumZonderTijd]] |
| Tijdstip vertrek | Tijdstip vertrek | : [[VliegtuigUit1VertrekTijd]] | : [[VliegtuigUit1VertrekTijd]] |
| Naam doorlaatpost | Naam doorlaatpost | : [[ProcFiatteerderNaam]] | (Stempel) |
| Hoofd van de doorlaatpost | Hoofd van de doorlaatpost | Hoofd van de doorlaatpost | Hoofd van de doorlaatpost |
| Voor deze: [[StellerNaam]] | Voor deze: [[StellerNaam]] | Voor deze: [[StellerNaam]] | Voor deze: [[StellerNaam]] |
| WAARSCHUWING | WAARSCHUWING | WAARSCHUWING | WAARSCHUWING |
| 1. | De vreemdeling dient dit document in zijn/haar bezit te houden en op het moment van uitreis uit Nederland te overhandigen aan de ambtenaar belast met de grensbewaking. Indien dit niet gebeurt kan dit in de toekomst een reden zijn toegang tot Nederland te weigeren. | De vreemdeling dient dit document in zijn/haar bezit te houden en op het moment van uitreis uit Nederland te overhandigen aan de ambtenaar belast met de grensbewaking. Indien dit niet gebeurt kan dit in de toekomst een reden zijn toegang tot Nederland te weigeren. | De vreemdeling dient dit document in zijn/haar bezit te houden en op het moment van uitreis uit Nederland te overhandigen aan de ambtenaar belast met de grensbewaking. Indien dit niet gebeurt kan dit in de toekomst een reden zijn toegang tot Nederland te weigeren. |
| 2. | Het zich niet houden aan de hierboven gestelde voorwaarde voor toegang leidt tot illegaal verblijf. | Het zich niet houden aan de hierboven gestelde voorwaarde voor toegang leidt tot illegaal verblijf. | Het zich niet houden aan de hierboven gestelde voorwaarde voor toegang leidt tot illegaal verblijf. |
Model M22. Bijzonder doorlaatbewijs
Vervallen
Model M23. Standaard fax-bericht t.b.v. regeling transiterende visumplichtige zeelieden
Vervallen
Model M24-A. Opdracht tot verwijdering of overgave
Model M24-B. Rapport van overnemen van personen uit België of Duitsland
Vervallen
Model M25. Fax: Melding incidenten grensbewaking
Vervallen
Model M26. Bewustverklaring kort verblijf
Vervallen
Model M27. Guiding Letter: attest inzake vreemdelingen zonder reisdocumenten
Vervallen
Model M28. Covering Letter: attest inzake vreemdelingen met valse of vervalste reisdocumenten
Vervallen
Model M29. Aanwijzing terugvoerverplichting luchtvaartmaatschappij
Vervallen
Model M30. Aanwijzing terugvoerverplichting rederij
Model M31. Standaardformulier voor weigering van toegang aan de grens
Vervallen
Model M32-M34. Gereserveerd
Model M35-A. Aanvraag verblijfsvergunning of wijziging beperking zonder Mvv
Vervallen
Model M35-A-1. Aanvraag verblijfsvergunning met Mvv
Vervallen
Model M35-B. Aanvraag verlenging verblijfsvergunning
Vervallen
Model M35-C. Aanvraag tot het wijzigen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
Vervallen
Model M35-D. Aanvraag verblijfsvergunning onbepaalde tijd
Vervallen
Model M35-E. Aanvraag om toetsing aan het gemeenschapsrecht (bewijs van rechtmatig verblijf)
Vervallen
Model M35-F. Aanvraag van wettelijk vertegenwoordiger tot het verlenen, wijzigen danwel verlengen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
Vervallen
Model M35-G. Aanvraag om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 van de Vreemdelingenwet tevens geldig te verklaren voor inwonende kinderen beneden 12 jaar
Vervallen
Model M35-H. Aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Model M35-I. Aanvraag Verlenging verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd; of Verblijfsvergunning asiel onbepaalde tijd; of EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen
Model M35-J. Verklaring om een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 tevens geldig te verklaren voor een (de) hier te lande geboren kind(eren)
Model M35-J-1. Aanvraag verblijfsvergunning asiel onbepaalde tijd of verlenging bepaalde tijd
Vervallen
Model M35-K
Vervallen
Aanvraagformulier M35-O. Tweede of volgende asielaanvraag
Model M36. Afspraakbevestiging
Vervallen
Model M37. Antecedentenverklaring
Vervallen
Model M38. TBC-formulier
Vervallen
Model M39-A. Bijlage toestemmingsverklaring medische gegevens
Vervallen
Model M39-B. Aanvraagformulier DNA-onderzoek
Vervallen
Model M39-C. Verzoek om een leeftijdsonderzoek in het aanmeldcentrum
Vervallen
Model M39-D. Verzoek om een leeftijdsonderzoek opvanglocatie
Vervallen
Model M39-E. Toestemmingsverklaring herhaald leeftijdsonderzoek
Vervallen
Model M39-F. Verklaring omtrent medische situatie vreemdeling
Vervallen
Model M40. Vragenlijst China
Vervallen
Model M41. Verklaring burgerlijke staat
Vervallen
Model M42. Relatieverklaring
Vervallen
Model M43. Bewustverklaring studie
Vervallen
Model M44. Bewustverklaring Au Pair
Vervallen
Model M44-A. Overeenkomst Au pair – Gastgezin
Vervallen
Model M45. Bewustverklaring geestelijk voorganger / godsdienstleraar
Vervallen
Model M45-A. Bewustverklaring overgangsregeling verblijf op religieuze of levensbeschouwelijke gronden
Model M46-A. Verklaring op grond van artikel 44, eerste lid, onder k Boek I Burgerlijk Wetboek en artikel 36a Wet Gemeentelijke Basisadministratie persoongegevens
Vervallen
Model M46-B. Verklaring op grond van artikel 44, eerste lid, onder k Boek I Burgerlijk Wetboek en artikel 36a Wet Gemeentelijke Basisadministratie persoonsgegevens
Vervallen
Model M46-C. Verklaring op grond van artikel 44, eerste lid, onder k Boek I Burgerlijk Wetboek en artikel 36a Wet Gemeentelijke Basisadministratie persoonsgegevens
Vervallen
Model M46-D. Verklaring op grond van artikel 44, eerste lid, onder k Boek I Burgerlijk Wetboek en artikel 36a Wet Gemeentlijke Basisadministratie persoonsgegevens
Vervallen
Model M47. Garantverklaring
Vervallen