Vreemdelingencirculaire 2000 (B)
Het looncriterium is een bijzondere voorwaarde voor de verlening van een verblijfsvergunning voor verblijf als ‘houder van een Europese blauwe kaart’. Uit de arbeidsovereenkomst, aangegaan voor ten minste één jaar, moet blijken dat de vreemdeling een salaris ontvangt dat in ieder geval gelijk is aan het looncriterium. De wettelijk toegestane arbeid moet verricht worden voor één en dezelfde werkgever en de vereiste premies en belastingen moeten worden afgedragen.
Voor het looncriterium wordt verwezen naar artikel 1i van het Buwav. De Minister van SZW zal dit bedrag jaarlijks herzien.
9. Gronden voor intrekking en niet-verlenging
De IND telt niet in geld uitgekeerd loon en onzekere loonbestanddelen (overwerkvergoedingen, fooien en uitkeringen) niet mee. Vaste toeslagen (zoals vakantietoeslag en een dertiende maand) rekent de IND bij het brutoloon mee.
De aanvrager legt een kopie van de arbeidsovereenkomst over, waaruit blijkt dat voldaan wordt aan het looncriterium. Daarnaast wordt voor de bewijsmiddelen aangesloten bij B15/5.1.2.
9.1. Wijziging werkgever
Als de houder van een Europese blauwe kaart niet langer voldoet aan de beperking waaronder aan hem verblijf is toegestaan kan de verblijfsvergunning worden ingetrokken met toepassing van artikel 18, eerste lid, sub f, Vw. Relevante wijzigingen, zoals wijziging van werkgever, moeten aan de IND worden gemeld (zie artikel 4.43 Vb). De houder van een Europese blauwe kaart heeft na drie jaar vrije toegang tot de arbeidsmarkt.
4.4. Diploma
Onder benodigde getuigschriften van het hoger onderwijs in de zin van artikel 2, onder h, Richtlijn 2009/50 wordt verstaan:
Bij de aanvraag moet altijd de originele diplomawaardering van het Nuffic worden meegestuurd. Betrokkene zelf of de werkgever draagt zelf zorg voor de diplomawaardering door een aanvraag hiertoe in te dienen bij het Informatiecentrum Diplomawaardering van het Nuffic. Bij deze aanvraag moet een gewaarmerkte kopie van het diploma en de bijbehorende cijferlijst worden overgelegd zonodig voorzien van een vertaling door een beëdigde vertaler.
Volgens artikel 3.30b, eerste lid onder c, Vb moet een ‘gereglementeerd’ beroep (bijvoorbeeld een chirurg, notaris, boswachter en brandweerofficier) erkend zijn. De werkgever en de vreemdeling dragen de verantwoordelijkheid om bij een bezoek van een inspectie aan te tonen dat de vreemdeling beschikt over de vereiste beroepskwalificaties voor het betreffende gereglementeerde beroep.
3.2. Aanvraag tot erkenning als referent
Toets op inschrijving bij de Nederlandse Kamer van Koophandel
3.1. Biometrische gegevens
De aanvrager moet binnen een termijn van acht weken nadat de IND daarom verzoekt een VOG overleggen. De IND verlengt deze termijn als sprake is van bijzondere omstandigheden. Zie verder paragraaf B1/3.4.1.2 Vc.
3.3.2. Aanvraagprocedure mvv door de vreemdeling
De Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging vraagt de vreemdeling:
3.3.4. Afwachten van de mvv-aanvraag in het buitenland
De IND wijst de aanvraag voor een mvv niet af omdat de vreemdeling op grond van artikel 8, aanhef en onder i, Vw rechtmatig in Nederland verblijft, als uit de duur en het doel van dit verblijf blijkt dat de vreemdeling niet in Nederland verblijft met het oogmerk de TEV-procedure te omzeilen.
3.3.5. Ambtshalve verlening verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
3.4.1. Algemene bepalingen
3.4. Overige aanvraagprocedures voor een verblijfsvergunning regulier
3.4.1.3. Herstel verzuim
3.4.2. Specifieke bepalingen over een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
4. Afwijzingsgronden verblijfsvergunning regulier bepaalde tijd
4.2.1. Terminologie
4.2.3. Vrijstelling paspoortvereiste
4.2.4. Bewijsmiddelen
4.2.5. Paspoort, afgegeven zonder deugdelijk identificatieproces (‘blanco paspoort’)
4.5. Medisch onderzoek
7. Rechtsmiddelen
6.3. Niet-verlenging en intrekking verblijfsvergunning regulier bepaalde tijd
6.3. Niet-verlenging en intrekking verblijfsvergunning regulier bepaalde tijd
8.2.2. Bewijsmiddelen erkenning als referent
3. Grensoverschrijdende dienstverlening
2.2.3. Voorschrift
3.2. Bewijsmiddelen
7. Gronden voor intrekking en niet-verlenging
7.4. Beperking en arbeidsmarktaantekening
20. Eergerelateerd geweld
4. Beperking
1. Inleiding
2. Voorwaarden voor verlening van een verblijfsvergunning
3. Procedurele bepalingen slachtoffer eergerelateerd geweld
3.3. Kosten van levensonderhoud
2.3. Algemene voorwaarden:
Naast voornoemde bijzondere voorwaarden voor toelating, moet worden voldaan aan de algemene toelatingsvoorwaarden van artikel 16 Vw. Daarbij geldt ten aanzien van middelen van bestaan het navolgende.
3. Procedure
4. Beperking
4. De beslissing
In het kader van vergroting van de veiligheid van het slachtoffer van eergerelateerd geweld kan de aanvraag, eventueel door tussenkomst van de vrouwenopvang, schriftelijk worden ingediend (zie B1/9.1.1).
De arbeidsmarktaantekening luidt: ‘Twv niet vereist. Andere arbeid niet toegestaan’. Op het verblijfsdocument wordt de aantekening geplaatst: ‘een beroep op de publieke middelen kan gevolgen hebben voor het verblijfsrecht’. In het geval de vreemdeling onderdaan is van een lidstaat van de EU, de EER of Zwitserland luidt de arbeidsmarktaantekening: ‘Arbeid vrij toegestaan. Twv niet vereist’.
Het slachtoffer van dreigend eergerelateerd geweld en de minderjarige kinderen van het slachtoffer zijn geen leges verschuldigd voor het indienen van een aanvraag (zie de artikel 3.34b, eerste lid, onder j, en m VV).
Als de gezinsleden tegelijkertijd met de hoofdpersoon een verzoek om advies indienen, moeten zij gebruik maken van het aanvraagformulier ‘verzoek om advies in verband met afgifte mvv als gezinslid bij de houder van een Europese blauwe kaart in de zin van Richtlijn 2009/50’.
1. Inleiding
3.1. Briefadres
3. Procedurele bepalingen slachtoffer eergerelateerd geweld
Huiselijk geweld is geweld dat door iemand uit de huiselijke kring van het slachtoffer is gepleegd. Met ‘de huiselijke kring’ worden (ex-)partners, gezins- en familieleden en huisvrienden bedoeld. De term ‘huiselijk’ verwijst dus niet naar de plaats waar het geweld zich voordoet, maar naar de relatie tussen pleger en slachtoffer. Huiselijk geweld kan de vorm aannemen van kindermishandeling, (ex-)partnergeweld in alle denkbare verschijningsvormen, en mishandeling, uitbuiting en/of verwaarlozing van ouderen. Het gaat bij huiselijk geweld om lichamelijke, seksuele maar ook psychische vormen van geweld zoals belaging en bedreiging (‘stalking’).
Bij de beoordeling van de vraag of er sprake is van een dreiging van eergerelateerd of huiselijk geweld waarvoor een verblijfsvergunning af moet worden gegeven is van belang waar de vreemdeling gevaar loopt.
9.1. Wijziging werkgever
In het kader van de aanpak van eergerelateerd en huiselijk geweld is de Rvb gewijzigd zodat slachtoffers van eergerelateerd of huiselijk geweld zonder een verblijfstitel, mits een aanvraag om een verblijfsvergunning vanwege dreigend eergerelateerd geweld is ingediend bij de IND, gebruik kunnen maken van de voorzieningen van de Rvb. Deze regeling maakt niet alleen toegang tot opvang door een instelling voor vrouwenopvang mogelijk, maar ook financiering van hulpverlening en een ziektekostenverzekering.
2.3. Leges
Indien de dreiging in de zeer nabije toekomst kan worden weggenomen doordat een bevredigende oplossing voor het conflict kan worden bereikt, zal er in principe geen noodzaak zijn verblijf in Nederland toe te staan. In de rapportage van het Landelijk Expertisecentrum Eergerelateerd Geweld van de Nederlandse Politie zal worden opgenomen wat de verwachte duur is van het conflict. Een verblijfsvergunning zal echter niet alleen worden verleend indien sprake is van een blijvende dreiging, maar daarnaast is het ook mogelijk om in acute situaties een vergunning te verlenen. De verblijfsvergunning zal een tijdelijk karakter hebben.
2. Voorwaarden verblijfsvergunning slachtoffer eergerelateerd geweld en slachtoffer huiselijk geweld
Indien er sprake is van een dreiging met eergerelateerd geweld die alleen in het land van herkomst bestaat, is er aanleiding om het slachtoffer een asielaanvraag in te laten dienen wegens asielgerelateerde gronden. Er zal derhalve voor verlening van een reguliere verblijfsvergunning in ieder geval sprake moeten zijn van een dreiging in Nederland. Naast dreiging in Nederland, dient ook in het land van herkomst dreiging aanwezig te zijn. De vreemdeling dient in dit kader aannemelijk te maken dat er familieleden in het land van herkomst wonen, welke familieleden dat zijn en waar zij woonachtig zijn.
7. Geldigheidsduur van de verblijfsvergunning
Er kan een verblijfsvergunning worden verleend:
Uit de inhoud van de overgelegde stukken moet blijken dat er sprake is van (een reële dreiging van) huiselijk geweld, die heeft geleid tot het feitelijk verbreken van de relatie met de (huwelijks)partner.
In gevallen waarin het OM ambtshalve vervolging tegen de dader heeft ingesteld, dus zonder dat de betrokkene aangifte van geweld heeft gedaan, kan geweld worden aangetoond door middel van een recente verklaring van het OM dan wel van de politie. Tevens is vereist: recente informatie van een (vertrouwens)arts of een andere hulpverlener; de vertrouwensarts hoeft niet de eigen huisarts te zijn; of recente gegevens over verblijf in de opvang; of andere recente gegevens, voorzover het gaat objectieve gegevens uit betrouwbare bron. Uit de inhoud van de overgelegde stukken moet blijken dat er sprake is van (een reële dreiging van) huiselijk geweld, die geleid heeft tot het feitelijk verbreken van de relatie met de (huwelijks)partner.
10. Leges
11. Wijziging beperking en voortgezet verblijf ex artikel 3.52 Vb
12. Gezinshereniging
4.2. Looncriterium
Het slachtoffer van huiselijk geweld en de minderjarige kinderen van het slachtoffer zijn geen leges verschuldigd voor het indienen van een aanvraag (zie artikel 3.34b, eerste lid, onder l, en m VV).
Om te verzekeren dat de minderjarige kinderen slechts verblijf krijgen gedurende de periode van toelating van het slachtoffer van dreigend eergerelateerd geweld, krijgt de aan hen verstrekte verblijfsvergunning dezelfde geldigheidsduur als die van het slachtoffer.
1. Inleiding
Het is niet de bedoeling dat niet terzake gespecialiseerde ambtenaren van de IND zich een eigenstandig oordeel vormen over de mogelijke dreiging van eergerelateerd geweld.
4.3. Werkgever
2.1. Verzoek om advies mvv
Als de gezinsleden tegelijkertijd met de hoofdpersoon een verzoek om advies indienen, moeten zij gebruik maken van het aanvraagformulier ‘verzoek om advies in verband met afgifte mvv als gezinslid bij de houder van een Europese blauwe kaart in de zin van Richtlijn 2009/50’.
2.2. Aanvraag om een verblijfsvergunning
Als de gezinsleden naar Nederland reizen nadat de vreemdeling, die in Nederland wil verblijven als houder van een Europese blauwe kaart een aanvraag heeft ingediend, moeten deze gezinsleden een aanvraag indienen. Hiervoor moeten zij gebruik maken van het daartoe bestemde aanvraagformulier ter verlening van een verblijfsvergunning regulier voor nareizende gezinsleden.
Bij voortduring van de dreiging in verband waarmee de verblijfsvergunning is verleend of indien er sprake is van klemmende redenen van humanitaire aard kan na 1 jaar een aanvraag worden ingediend voor een verblijfsvergunning onder de beperking ‘voortgezet verblijf’. Zie paragraaf B16/14.9.
12. Gezinshereniging
Voor verlening van een verblijfsvergunning in het kader van gezinshereniging komen in aanmerking:
2.5. Sticker verblijfsaantekeningen algemeen
In dit hoofdstuk zijn de beleidsregels opgenomen die gelden voor vreemdelingen die in Nederland willen verblijven in het kader van Richtlijn 2009/50, onder de beperking ‘houder van een Europese blauwe kaart’. De richtlijn regelt de voorwaarden van toegang en verblijf voor langer dan drie maanden op het grondgebied van de lidstaten van derdelanders die als houder van een Europese blauwe kaart hooggekwalificeerde werkzaamheden vervullen en van hun gezinsleden.
2.1. Verzoek om advies mvv
De vreemdeling dient het verzoek om advies schriftelijk in bij de IND. Betrokkene kan dit zelf doen, of door tussenkomst van de werkgever. De vreemdeling maakt gebruik van het aanvraagformulier ‘verzoek om advies in verband met afgifte mvv houder van een Europese blauwe kaart in de zin van Richtlijn 2009/50’.
4.1. Vrijstelling mvv
4.1. Vrijstelling mvv
Ten aanzien van de beslistermijnen wordt aangesloten bij de algemene bepalingen hieromtrent als opgenomen in paragraaf B1/1.
4.4. Diploma
De IND controleert bij de Belastingdienst of de loonbelasting of premies voor de werknemers- of volksverzekeringen zijn afgedragen.
Onder benodigde getuigschriften van het hoger onderwijs in de zin van artikel 2, onder h, Richtlijn 2009/50 wordt verstaan:
Het bepaalde in B1/4.5 is van toepassing.
2.5. Sticker verblijfsaantekeningen algemeen
De werkgever neemt contact op met het Loket kennis- en arbeidsmigratie van de IND. Vervolgens moet betrokkene of de werkgever met het paspoort van de betrokkene zich melden bij dit loket. Als de vreemdeling in het bezit is van een mvv wordt op de sticker aangetekend: ‘Arbeid wel toegestaan. TWV niet vereist’. Dit geldt ook voor zijn gezinsleden. Als de vreemdeling niet over een mvv beschikt wordt de volgende arbeidsmarktaantekening geplaatst: ‘Arbeid niet toegestaan. TWV wel vereist’. Dit geldt ook voor de afhankelijke gezinsleden.
5. Gezinsleden
2.6. In kennis stellen eerste lidstaat bij afwijzing
Uitgesloten van een verblijfsvergunning onder de beperking ‘houder van een Europese blauwe kaart’ is (zie artikel 3.30b, tweede lid, Vb):
4. Voorwaarden
6. Geldigheidsduur
De verblijfsvergunning van de gezinsleden wordt op grond van artikel 3.59c, tweede lid, Vb verleend en verlengd met een geldigheidsduur die gelijk is aan de duur van de verblijfsvergunning van de houder van een Europese blauwe kaart.
Bij het beoordelen van het looncriterium kent de IND uitsluitend betekenis toe aan loon in geld. Het gaat daarbij om het vaste contractueel overeengekomen en in geld vastgestelde brutoloon.
8. Wijziging van werkgever, zoekperiode
Bij de beoordeling van aanvragen om een mvv of een eerste verblijfsvergunning zal in de regel geen rekening kunnen worden gehouden met een eventuele toekenning van de 30% regeling, omdat de Belastingdienst in dat stadium nog geen beschikking heeft afgegeven.
4.3. Werkgever
De houder van een Europese blauwe kaart heeft als hij werkloos is geworden, binnen de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning, drie maanden de tijd om een nieuwe baan te zoeken. De vreemdeling en zijn (voormalige) werkgever moeten de IND direct informeren als de vreemdeling werkloos is geworden.
9. Gronden voor intrekking en niet-verlenging
9.2. Werkloosheid
De werkgever en/of de vreemdeling moet bij de aanvraag de bewijsmiddelen overleggen waaruit blijkt dat de vreemdeling aan de vereisten voldoet om een bepaald beroep uit te oefenen.
Als de houder van een Europese blauwe kaart niet langer voldoet aan de beperking waaronder aan hem verblijf is toegestaan kan de verblijfsvergunning worden ingetrokken met toepassing van artikel 18, eerste lid, sub f, Vw. Relevante wijzigingen, zoals wijziging van werkgever, moeten aan de IND worden gemeld (zie artikel 4.43 Vb). De houder van een Europese blauwe kaart heeft na drie jaar vrije toegang tot de arbeidsmarkt.
Een vreemdeling die niet beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding komt niet in aanmerking voor een Europese blauwe kaart. In afwijking van B1/4.2 wordt de vreemdeling niet vrijgesteld van dit vereiste ook als de vreemdeling kan aantonen dat hij vanwege de regering van het land waarvan hij onderdaan is, niet of niet meer in het bezit van een geldig document voor grensoverschrijding kan worden gesteld.
3.2.1. Begin van de TEV-procedure
3.3.1. Begin van de TEV-procedure
3.3.2. Aanvraagprocedure mvv door de vreemdeling
3.3.5. Ambtshalve verlening verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
3.3.5.1. Uitzondering in geval van nareis
4.1.2. Vrijstelling mvv-vereiste vanwege het Associatierecht EEG-Turkije
4.1.3. Hardheidsclausule
4.2.5. Paspoort, afgegeven zonder deugdelijk identificatieproces (‘blanco paspoort’)
4.8. Onjuiste gegevens
6.1. Toetsing aanvraag van het verlengen van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning
6.3. Niet-verlenging en intrekking verblijfsvergunning regulier bepaalde tijd
9.3. Opleggen van een bestuurlijke boete
2.1. Versnelde toelatingsprocedure
2.3. Algemene voorwaarden:
9. Plaats van indienen van de aanvraag
2.2. Bijzondere voorwaarden
3. Procedurele bepalingen slachtoffer eergerelateerd geweld
20. Eergerelateerd geweld
6. Afgifte van het verblijfsdocument
7.2.2. Bijzondere voorwaarden
3.2. Landelijk Expertisecentrum Eergerelateerd Geweld
Naast levensbedreigende delicten kunnen ook andere uitingsvormen van eergerelateerd geweld, waarbij sprake is van een strafbaar feit gericht tegen het slachtoffer zoals verminking, mishandeling en wederrechtelijke vrijheidsberoving, tot vergunningverlening leiden.
7. Geldigheidsduur van de verblijfsvergunning
De vreemdeling toontde (reële dreiging van) huiselijk geweld aan met:
3.1. Briefadres
De aanvrager legt een kopie van de arbeidsovereenkomst over, waaruit blijkt dat voldaan wordt aan het looncriterium. Daarnaast wordt voor de bewijsmiddelen aangesloten bij B15/5.1.2.
2. Procedureel
5. Gezinsleden
4.5. Geldig document voor grensoverschrijding
7. Geldigheidsduur van de verblijfsvergunning
Betaling van de verschuldigde leges vindt plaats door tussenkomst van de werkgever door een machtiging tot automatische incasso. Als de werkgever dit niet bij de aanvraag doet dan vindt betaling van de verschuldigde leges plaats door een acceptgiro van het CJIB.
8. Wijziging van werkgever, zoekperiode
3. Uitsluitingen
Uitgesloten van een verblijfsvergunning onder de beperking ‘houder van een Europese blauwe kaart’ is (zie artikel 3.30b, tweede lid, Vb):
4. Voorwaarden
De werkgever kan voor de vreemdeling die in Nederland wil verblijven als ‘houder van een Europese blauwe kaart’ het ingevulde en ondertekende formulier, vergezeld van de vereiste stukken, per post aan het IND-loket kennis- en arbeidsmigratie sturen.
4.3. Werkgever
4.4. Diploma
5.1. Inleiding
7. Beperkingen, arbeidsmarktaantekening en voorschriften
Voor beroepen in de individuele gezondheidszorg is registratie in het ‘beroepen in de individuele gezondheidszorg’-register verplicht. Als een vreemdeling in Nederland een beroep wil uitoefenen waarvoor registratie in het BIG (dit register) verplicht is, maar deze registratie niet blijkt wijst de IND de aanvraag af omdat er geen sprake is van wettelijk toegestane arbeid.
9.1. Wijziging werkgever
9.2. Werkloosheid
Werkloosheid is van invloed op de verblijfsrechtelijke positie van de houder van een Europese blauwe kaart in de zin van Richtlijn 2009/50. De aanvraag om verlenging van de verblijfsvergunning wordt afgewezen (zie artikel 3.89b, tweede lid, Vb en artikel 18, eerste lid, sub d, Vw) en de verblijfsvergunning wordt ingetrokken (zie artikel 3.91c Vb) als:
De houder van een Europese blauwe kaart moet in alle gevallen melding maken van zijn werkloosheid (zie artikel 4.43 Vb). Een beroep op de algemene middelen kan gevolgen hebben op het verblijfsrecht.
Voor verlening van een verblijfsvergunning verleend onder een beperking verband houdende met gezinshereniging komen in aanmerking de echtgeno(o)te of geregistreerd partner, alsmede de minderjarige kinderen die feitelijk behoren tot het gezin van de houder van een Europese blauwe kaart.
2.1.8.2. Voorwaarden
2.6.3. Zoekperiode
3.3.2. Aanvraagprocedure mvv door de vreemdeling
3.4.1. Algemene bepalingen
3.3.5. Afgifte mvv en inreis in Nederland
3.3.5.2. Geen ambtshalve verlening verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
3.3.5.3. Ingangsdatum ambtshalve verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
4.3.3.1. Inkomen uit arbeid in loondienst
4.3.3.2. Inkomen uit arbeid als zelfstandige
4.5. Medisch onderzoek
4.9. Illegaal verblijf
8.1.1. Gelegaliseerde bescheiden
9.7.3. De administratieplicht
4.1. Vrijstellingen
7.2.2. Bijzondere voorwaarden
7.5. Voorschriften
3.2. Landelijk Expertisecentrum Eergerelateerd Geweld
7. Pilot religieus verblijf
21. Verblijf als houder van een Europese blauwe kaart
21. Verblijf als houder van een Europese blauwe kaart
2.1. Verzoek om advies mvv
3.2. Landelijk Expertisecentrum Eergerelateerd Geweld
9. Gronden voor intrekking en niet-verlenging
4.3. Middelen van bestaan
4.3.2. Algemene beleidsregels
4.3.3.2. Inkomen uit arbeid als zelfstandige
5.5. Geldigheidsduur van de verblijfsvergunning
6. Wijziging werkgever, zoekperiode
19. Verblijf op religieuze of levensbeschouwelijke gronden
7.3. Procedure
6. Voorschriften
2.2. Aanvraag om een verblijfsvergunning
2.4. TBC-verklaring
Er zijn verschillende vormen van eergerelateerd geweld, van verstoting door familieleden tot levensdelicten. Niet in alle gevallen zal het noodzakelijk zijn verblijf in Nederland toe te staan. Indien sprake is van levensbedreigende delicten of kinderontvoering of indien het geweld leidt tot schrijnende omstandigheden als gedwongen scheiding tussen ouder en kind of een dreigende gedwongen uithuwelijking, ligt vergunningverlening voor de hand.
6. Afgifte van het verblijfsdocument
21. Verblijf als houder van een Europese blauwe kaart
3.3. Kosten van levensonderhoud
3.4. Beëindiging Rvb
5.2. Voorwaarden in het kader van gezinshereniging
5. Beperking en arbeidsmarktaantekening
7. Beperkingen, arbeidsmarktaantekening en voorschriften
9. Plaats van indienen van de aanvraag
7. Geldigheidsduur van de verblijfsvergunning
7.2. Voorwaarden voor verlening van een verblijfsvergunning
1. Inleiding
2.1. Verzoek om advies mvv
5. Gezinsleden
6. Afgifte van het verblijfsdocument
Als Nederland als tweede lidstaat een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd niet verleent, verlengt of intrekt, stelt de IND de eerste lidstaat, die de status als houder van een Europese blauwe kaart aan de vreemdeling heeft verleend, in kennis en verstrekt de IND informatie betreffende het verwijderingsbesluit. De eerste lidstaat is verplicht de vreemdeling en zijn gezinsleden terug te nemen (zie artikel 3.103a, vierde lid, Vb).
1. Inleiding
4. Beperking
10. Leges
1. Inleiding
2. Procedureel
5.1. Inleiding
7. Beperkingen, arbeidsmarktaantekening en voorschriften
2.6. In kennis stellen eerste lidstaat bij afwijzing
3. Seizoenarbeid
2.3. Bewijsmiddelen
2.2.1. Beperking
4.1. Beleidsregels
5. Beperking en arbeidsmarktaantekening
11. Wijziging beperking en voortgezet verblijf ex artikel 3.52 Vb
4. Voorwaarden
4.2. Looncriterium
4.3. Werkgever
2.5. Arbeid als zelfstandige
2.6. Houder van een Europese blauwe kaart
2.7. Overplaatsing binnen een onderneming
7.3. Procedure
7.4. Beperking en arbeidsmarktaantekening
2.2. Aanvraag om een verblijfsvergunning
Het koppelingsbureau van de IND fungeert in dergelijke gevallen als contactpunt voor het verstrekken en ontvangen van informatie.
3. Uitsluitingen
4.1. Vrijstelling mvv
4.5. Geldig document voor grensoverschrijding
5. Gezinsleden
5.1. Inleiding
5.2. Voorwaarden in het kader van gezinshereniging
Op grond van artikel 3.23b Vb wordt de verblijfsvergunning in het kader van gezinshereniging verleend als aan onderstaande voorwaarden wordt voldaan. Het is niet nodig om te beschikken over een geldige mvv:
Het gezinslid legt bescheiden over waaruit de duur en aard van het eerdere verblijf als gezinslid in de andere staat die partij is bij het EU-verdrag blijkt.
Als de gezinsleden niet aan de bovengenoemde voorwaarden voldoen dan zijn de algemene regels van B2 van toepassing. Dit is ook het geval indien het gezin in de andere lidstaat nog niet was gevormd.
6. Geldigheidsduur
De verblijfsvergunning wordt verleend voor ten minste één jaar en ten hoogste vier jaren (zie artikel 3.59c, eerste lid, Vb). Een verblijfsvergunning als houder van een Europese blauwe kaart wordt verleend voor de duur van de arbeidsovereenkomst aangevuld met drie maanden.
De verblijfsvergunning van de gezinsleden wordt op grond van artikel 3.59c, tweede lid, Vb verleend en verlengd met een geldigheidsduur die gelijk is aan de duur van de verblijfsvergunning van de houder van een Europese blauwe kaart.
7. Beperkingen, arbeidsmarktaantekening en voorschriften
De verblijfsvergunning wordt verleend op grond van artikel 3.4, eerste lid onder cc, Vb onder de beperking ‘houder van een Europese blauwe kaart’. Het verblijfsrecht wordt met toepassing van artikel 3.5, derde lid, Vb aangemerkt als een niet-tijdelijk verblijfsrecht.
Op het verblijfsdocument wordt de aantekening geplaatst: ‘Andere arbeid alleen toegestaan indien werkgever beschikt over TWV. Een beroep op publieke middelen kan gevolgen hebben voor het verblijfsrecht’.
De verblijfsvergunning voor de echtgeno(o)t(e) of (geregistreerd) partner wordt verleend onder de beperking ‘verblijf bij echtgeno(o)t(e)/(geregistreerd)partner/ (naam). Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist’.
De verblijfsvergunning aan minderjarige kinderen wordt verleend onder de beperking ‘gezinshereniging bij (naam ouder(s)). Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist’.
Aan de afgifte van de verblijfsvergunning wordt het voorschrift verbonden voldoende verzekerd te zijn tegen ziektekosten met inbegrip van de kosten verbonden aan opname en verpleging in een sanatorium of psychiatrische inrichting.
8. Wijziging van werkgever, zoekperiode
De houder van een Europese blauwe kaart heeft als hij werkloos is geworden, binnen de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning, drie maanden de tijd om een nieuwe baan te zoeken. De vreemdeling en zijn (voormalige) werkgever moeten de IND direct informeren als de vreemdeling werkloos is geworden.
Als de vreemdeling geen baan vindt binnen de termijn van drie maanden, moeten de werkgever en de vreemdeling dit melden bij de IND. De verblijfsvergunning wordt dan ingetrokken. Als er een nieuwe werkgever is gevonden moet deze dit schriftelijk doorgeven aan de IND. De IND zal dan controleren of bij deze werkgever nog wordt voldaan aan alle voorwaarden voor de Europese blauwe kaart. Als niet meer wordt voldaan aan deze voorwaarden trekt de IND de verblijfsvergunning in. Als de vreemdeling een wijziging wil aanvragen naar een ander verblijfsdoel dient hij daartoe een aanvraag in bij de IND.
9. Gronden voor intrekking en niet-verlenging
Een verblijfsvergunning kan worden ingetrokken of niet verlengd als sprake is geweest van fraude bij de verkrijging ervan of als het verblijfsdocument is vervalst of veranderd (zie artikel 3.84, tweede lid, Vb).
De IND wijst de aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning af en trekt de verblijfsvergunning in als de vreemdeling niet langer voldoet aan de beperking waaronder de verblijfsvergunning is verleend (zie artikel 3.89b, eerste lid, Vb). Intrekking (zie artikel 3.91c Vb) of niet-verlenging is ook mogelijk op gronden die verband houden met openbare orde, openbare veiligheid of volksgezondheid, een voorschrift dat aan de verblijfsvergunning is verbonden of als een van de andere in artikel 18 Vw genoemde afwijzingsgronden van toepassing is (zie B1/5.3.1 t/m B1/5.3.6).
9.1. Wijziging werkgever
Als de houder van een Europese blauwe kaart niet langer voldoet aan de beperking waaronder aan hem verblijf is toegestaan kan de verblijfsvergunning worden ingetrokken met toepassing van artikel 18, eerste lid, sub f, Vw. Relevante wijzigingen, zoals wijziging van werkgever, moeten aan de IND worden gemeld (zie artikel 4.43 Vb). De houder van een Europese blauwe kaart heeft na drie jaar vrije toegang tot de arbeidsmarkt.
9.2. Werkloosheid
Werkloosheid is van invloed op de verblijfsrechtelijke positie van de houder van een Europese blauwe kaart in de zin van Richtlijn 2009/50. De aanvraag om verlenging van de verblijfsvergunning wordt afgewezen (zie artikel 3.89b, tweede lid, Vb en artikel 18, eerste lid, sub d, Vw) en de verblijfsvergunning wordt ingetrokken (zie artikel 3.91c Vb) als:
De houder van een Europese blauwe kaart moet in alle gevallen melding maken van zijn werkloosheid (zie artikel 4.43 Vb). Een beroep op de algemene middelen kan gevolgen hebben op het verblijfsrecht.
De vreemdeling die niet meer voldoet aan de beperking verband houdend met het doel waarvoor de oorspronkelijke verblijfsvergunning is verleend, kan een aanvraag indienen tot wijziging van de beperking van de verblijfsvergunning.
22. Langdurig verblijvende kinderen
1. Inleiding
In het Regeerakkoord van 29 oktober 2012 is opgenomen dat langdurig in Nederland verblijvende kinderen en alleenstaande minderjarige vreemdelingen, onder voorwaarden in aanmerking kunnen komen voor een verblijfsvergunning. Daartoe wordt een definitieve regeling getroffen, met als onderdeel daarvan een overgangsregeling. In dit hoofdstuk zijn de beleidsregels van beide regelingen opgenomen. Voor zover in dit hoofdstuk niet anders is bepaald, gelden de bepalingen van hoofdstuk B1 onverkort.
2. Definitieve regeling
2.1. Voorwaarden voor verlening van een verblijfsvergunning
De IND verleent een vergunning aan de vreemdeling die in het kader van de regeling als hoofdpersoon kan worden beschouwd:
De IND verleent ook een vergunning aan gezinsleden die op het moment van de beoordeling deel uitmaken van het gezin van de vreemdeling aan wie een vergunning wordt verleend, tenzij de feitelijke gezinsband inmiddels is verbroken. De IND beoordeelt of de gezinsband is verbroken aan de hand van het bepaalde in hoofdstuk B2. Het toetsmoment is het moment van de aanvraag.
Het is aan de vreemdeling om bij het indienen van de aanvraag aan te geven wie er feitelijk tot zijn gezin hoort. Indien blijkt dat de vreemdeling gegevens heeft achtergehouden, dan wel onjuiste of onvolledige informatie heeft verstrekt, kan dit consequenties hebben voor zijn verblijfsaanspraken en die van zijn gezinsleden.
Ten aanzien van een alleenstaande minderjarige vreemdeling (amv) geldt dat indien bij de beoordeling van de aanvraag blijkt dat door de amv onjuiste gegevens zijn verstrekt met betrekking tot zijn ouder(s), de IND geen vergunning op grond van deze regeling verleent. Wanneer de betreffende amv inmiddels een verblijfsvergunning heeft gekregen op grond van deze regeling en blijkt dat door de amv onjuiste gegevens zijn verstrekt met betrekking tot zijn ouder(s) kan dat leiden tot intrekking van zijn verblijfsvergunning.
Onder gezinsleden verstaat de IND:
En indien de feitelijke gezinsband met bovenstaande perso(o)n(en) is verbroken:
De IND werpt niet tegen dat door of namens de vreemdeling geen asielaanvraag is ingediend indien een ouder van de vreemdeling een asielaanvraag heeft ingediend en de vreemdeling na de start van de asielprocedure is geboren. De overige voorwaarden gelden onverkort.
Indien de vreemdeling voldoet aan de voorwaarde genoemd in onderdeel c (niet langdurig onttrekken aan toezicht) én hij tenminste vijf jaar voor het bereiken van de leeftijd van 18 jaar een asielaanvraag heeft ingediend, neemt de IND aan dat de vreemdeling sinds dat moment tenminste vijf jaar in Nederland heeft verbleven tenzij één van de omstandigheden als neergelegd in paragraaf B1/5.3.2 (verplaatsing hoofdverblijf) zich voordoet.
De IND neemt aan dat sprake is van niet langdurig onttrekken aan het toezicht indien de vreemdeling of zijn eventuele gezinsleden:
Indien sprake is van meerdere perioden, alle korter dan drie maanden, waarbij de vreemdeling uit beeld is geweest, werpt de IND dit niet tegen ook al is het totaal aantal drie of meer maanden.
Indien de vreemdeling of een gezinslid naar een andere Europese lidstaat is vertrokken en deze lidstaat de verantwoordelijkheid voor de vreemdeling of het gezinslid overneemt ingevolge artikel 30, eerste lid onder d, Vw, dan neemt de IND aan dat sprake is van langdurig onttrekken aan het toezicht ongeacht de termijn van drie maanden.
Indien de gezinsband is verbroken, geldt deze contra-indicatie uitsluitend voor het betreffende gezinslid.
De vreemdeling en eventuele gezinsleden dienen voorafgaand aan vergunningverlening schriftelijk aan te geven dat lopende procedures onvoorwaardelijk worden ingetrokken bij vergunningverlening op grond van de regeling. De IND zal eventueel al betaalde leges of griffierechten niet restitueren.
2.2. Contra-indicaties
De IND verleent de vergunning niet als bij de hoofdpersoon of een gezinslid sprake is van de volgende contra-indicaties, zoals die ten tijde van de beoordeling van de aanvraag geconstateerd worden:
De IND verleent de vergunning niet indien de vreemdeling of een gezinslid een gevaar vormt voor de openbare orde. Dit is het geval indien:
In die gevallen dat sprake is van een lopend onderzoek naar gedragingen als bedoeld in artikel 1F Vluchtelingenverdrag, wordt dit onderzoek afgerond alvorens een beoordeling in het kader van de regeling plaats zal vinden.
In geval van een veroordeling tot een taakstraf wegens drugs-, zeden- dan wel geweldsmisdrijven wordt de duur van de door de rechter bepaalde vervangende hechtenis als uitgangspunt genomen bij de beoordeling.
Bij de berekening of er sprake is van een straf of maatregel van ten minste één maand, worden meerdere veroordelingen bij elkaar opgeteld. Het is niet vereist dat de uitspraak waarbij de vreemdeling is veroordeeld wegens een misdrijf onherroepelijk is geworden.
Strafbare feiten die in het buitenland zijn gepleegd of bestraft, worden eveneens bij de beoordeling van het gevaar voor de openbare orde betrokken, doch slechts voor zover het gaat om strafbare feiten die naar Nederlands recht misdrijven zijn. Dat geldt ook indien het strafbare feit naar buitenlands recht een overtreding, maar naar Nederlands recht een misdrijf is. Of het feit naar Nederlands recht een misdrijf is, wordt beoordeeld aan de hand van de strafbepalingen in het Wetboek van Strafrecht of de bijzondere Nederlandse strafwetten.
Wanneer er sprake is van openbare orde-aspecten van één van de gezinsleden dan wordt aan het gehele gezin een vergunning onthouden, tenzij de gezinsband is verbroken.
Indien het betreffende gezinslid dat feitelijk tot het gezin behoort en bij wie sprake is van openbare orde-aspecten niet wordt opgenomen bij het indienen van de aanvraag, beoordeelt de IND dit ook als een contra-indicatie en wordt de vergunning niet verleend.
Indien het betreffende gezinslid later in het kader van gezinshereniging dan wel op grond van artikel 8 EVRM een aanvraag indient voor een vergunning, zal de IND bezien of de vergunning van de overige gezinsleden wordt ingetrokken.
Indien bij beschikking van de IND artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag is tegengeworpen, geldt geen verjaringstermijn.
Een eens gepleegd misdrijf wordt – gelijk het staande beleid inzake eerste toelating – niet blijvend tegengeworpen. Hierbij maakt de IND onderscheid tussen drugs-, zeden- en geweldsmisdrijven enerzijds en overige misdrijven anderzijds.
Ingeval van een veroordeling wegens drugs-, zeden- dan wel geweldsmisdrijven bedraagt de termijn, gedurende welke de veroordeling een contra-indicatie vormt voor vergunningverlening, tien jaren. Ingeval van een veroordeling wegens een ander misdrijf bedraagt die termijn vijf jaren.
De termijn vangt aan op de dag van de invrijheidstelling na tenuitvoerlegging van de vrijheidsbenemende straf of maatregel.
De termijn van vijf, onderscheidenlijk tien jaren, is niet van toepassing indien sprake is van het bij herhaling plegen van misdrijven of van ernstige redenen om te veronderstellen dat de vreemdeling (of diens gezinslid) zich schuldig heeft gemaakt aan gedragingen als bedoeld in artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag.
De IND verleent de verblijfsvergunning niet indien de vreemdeling of een gezinslid mogelijk een gevaar vormt voor de nationale veiligheid. Hiervoor is geen strafrechtelijke veroordeling vereist. Wel dienen er concrete aanwijzingen te zijn dat de vreemdeling mogelijk een gevaar vormt voor de nationale veiligheid. Bij het bestaan van concrete aanwijzingen dient in de eerste plaats te worden gedacht aan een ambtsbericht van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst.
In voorkomende gevallen kan echter ook worden uitgegaan van een ambtsbericht van onder andere (buitenlandse) ministeries of inlichtingendiensten.
Indien een gezinslid al houder is van een verblijfsvergunning, geldt deze contra-indicatie uitsluitend voor dat gezinslid.
Indien de vreemdeling of een gezinslid rechtmatig verblijf heeft op grond van artikel 8 onder j, Vw (uitstel van vertrek wegens medische redenen) dan werpt de IND dit niet tegen.
Ingevolge het bepaalde in artikel 31, tweede lid onder f, Vw moet de vreemdeling bij zijn asielaanvraag in beginsel zijn identiteit aantonen met documenten. Indien dat niet kan, dan moet hij consistent en naar waarheid verklaard hebben over zijn identiteit en nationaliteit.
Wanneer de vreemdeling of een gezinslid zich na vergunningverlening in de GBA inschrijft met andere gegevens, dan trekt de IND de vergunning in.
Voor de vaststelling of de vreemdeling al dan niet heeft meegewerkt aan zijn vertrek toetst de IND of de vreemdeling in redelijkheid de stappen heeft ondernomen om invulling te geven aan de wettelijke vertrekplicht. Hierbij wordt in elk geval van de vreemdeling verlangd dat hij aannemelijk maakt dat hij zich, met het oog op zijn vertrek, heeft gewend tot:
De IND beschouwt in het kader van deze regeling de landen Zwitserland, Noorwegen, IJsland en Liechtenstein als landen die deel uitmaken van de Europese Unie.
Aantoonbaar vertrek buiten de Europese Unie wordt altijd tegengeworpen ook als dit plaatsvond voor 27 juli 2010. De duur van het verblijf buiten de Europese Unie is hierbij niet van belang.
Uitsluitend in het geval dat de vreemdeling in het bezit van een terugkeervisum is vertrokken, wordt deze contra-indicatie niet tegengeworpen.
Indien de gezinsband is verbroken, beschouwt de IND dit niet als een contra-indicatie ten aanzien van de overige gezinsleden.
2.3. Overige vereisten
De IND beoordeelt op grond van de aanvraag of de vreemdeling in aanmerking komt voor verblijf. Voor het indienen van de aanvraag zijn geen leges verschuldigd. De IND verleent vrijstelling van het paspoortvereiste en de inkomenseis.
In aanvulling op het bepaalde in paragraaf B1/4.1.1. merkt de IND de groep vreemdelingen die voldoet aan de voorwaarden van de regeling aan als bijzondere groep aan wie in het kader van de hardheidsclausule als bedoeld in artikel 3.71, vierde lid, Vreemdelingenbesluit vrijstelling van het mvv-vereiste wordt verleend.
Indien de vreemdeling niet voldoet aan de voorwaarden van de regeling en ook overigens niet is gebleken van omstandigheden als neergelegd in paragraaf B1/4.1.1, wijst de IND de aanvraag af wegens het ontbreken van een mvv met toepassing van het bepaalde in artikel 16, eerste lid onder a, Vw.
2.4. Procedureke bepalingen
De verblijfsvergunning op grond van de regeling wordt op aanvraag verleend. De vreemdeling moet eerst telefonisch een afspraak maken met de IND alvorens de aanvraag in persoon, met gebruikmaking van een daartoe vastgesteld formulier, in te dienen bij een IND-loket.
Het kind, dat in het kader van de regeling als hoofdpersoon kan worden beschouwd, kan bij zijn aanvraag tevens verblijf aanvragen voor zijn gezinsleden, tenzij de gezinsband inmiddels is verbroken.
De IND verleent de verblijfsvergunning aan zowel de hoofdpersoon als het gezinslid onder de beperking ‘definitieve regeling langdurig verblijvende kinderen’.
De arbeidsmarktaantekening luidt: ‘Arbeid vrij toegestaan, TWV niet vereist.’, wat inhoud dat de betreffende vreemdeling vrij is op de arbeidsmarkt en er geen tewerkstellingsvergunning nodig is.
Op het verblijfsdocument wordt vermeld: 'verblijf onder beperking cf. beschikking Staatssecretaris. Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist.'
Ingevolge artikel 26, eerste lid, Vw verleent de IND de verblijfsvergunning met ingang van de datum waarop de aanvraag is ontvangen. De verblijfsvergunning wordt verleend voor de duur van een jaar.
De verblijfsvergunning regulier onder de beperking ‘definitieve regeling langdurig verblijvende kinderen’ betreft een niet-tijdelijk verblijfsrecht als bedoeld in artikel 3.5 Vb.
3. Overgangsregeling
3.1. Voorwaarden voor verlening van een verblijfsvergunning
De IND verleent een vergunning aan de vreemdeling die in het kader van de regeling als hoofdpersoon kan worden beschouwd:
De IND verleent ook een vergunning aan gezinsleden die deel uitmaken van het gezin van de vreemdeling aan wie een vergunning wordt verleend, tenzij de feitelijke gezinsband inmiddels is verbroken. De gezinsleden en de gezinsband wordt beoordeeld naar de stand van zaken op 29 oktober 2012 (startdatum peilperiode). De IND beoordeelt of de gezinsband is verbroken aan de hand van het bepaalde in hoofdstuk B2.
Het is aan de vreemdeling om bij het indienen van de aanvraag aan te geven wie er feitelijk tot zijn gezin hoort. Indien blijkt dat de vreemdeling gegevens heeft achtergehouden, dan wel onjuiste of onvolledige informatie heeft vertrekt kan dit consequenties hebben voor zijn verblijfsaanspraken en die van zijn gezinsleden.
Ten aanzien van een alleenstaande minderjarige vreemdeling (amv) geldt dat indien bij de beoordeling van de aanvraag blijkt dat door de amv onjuiste gegevens zijn verstrekt met betrekking tot zijn ouder(s), de IND geen vergunning op grond van deze regeling verleent. Wanneer de betreffende amv inmiddels een verblijfsvergunning heeft gekregen op grond van deze regeling en blijkt dat door de amv onjuiste gegevens zijn verstrekt met betrekking tot zijn ouder(s) kan dat leiden tot intrekking van zijn verblijfsvergunning.
Onder gezinsleden verstaat de IND:
En indien de feitelijke gezinsband met bovenstaande perso(o)n(en) is verbroken:
De IND hanteert als peilperiode 29 oktober 2012 (de datum van het Regeerakkoord) en de datum inwerkingtreding van de overgangsregeling.
Indien de vreemdeling tussen 29 oktober 2012 en de datum van inwerkingtreding van deze regeling 21 jaar wordt, werpt de IND dit niet tegen.
Indien de termijn van vijf jaar verblijf in Nederland eerst wordt bereikt op de datum van inwerkingtreding van deze regeling, werpt de IND dit eveneens niet tegen.
Indien de vreemdeling op startdatum van de peilperiode niet voldoet aan de overige voorwaarden, wijst de IND de aanvraag af.
De IND werpt niet tegen dat door of namens de vreemdeling geen asielaanvraag is ingediend indien een ouder van de vreemdeling een asielaanvraag heeft ingediend en de vreemdeling na de start van de asielprocedure is geboren.
De overige voorwaarden gelden onverkort.
Indien de vreemdeling voldoet aan de voorwaarde genoemd in onderdeel c (niet langdurig onttrekken aan toezicht) én hij ten minste vijf jaar voor het bereiken van de leeftijd van 18 jaar een asielaanvraag heeft ingediend, neemt de IND aan dat de vreemdeling vijf jaar in Nederland heeft verbleven tenzij één van de omstandigheden als neergelegd in paragraaf B1/5.3.2 (verplaatsing hoofdverblijf) zich voordoet.
De IND neemt aan dat sprake is van niet langdurig onttrokken aan het toezicht indien de vreemdeling en zijn eventuele gezinsleden:
Indien sprake is van meerdere perioden, alle korter dan drie maanden, waarbij de vreemdeling uit beeld is geweest, werpt de IND dit niet tegen ook al is het totaal aantal drie of meer maanden.
Indien de vreemdeling of een gezinslid naar een andere Europese lidstaat is vertrokken en deze lidstaat de verantwoordelijkheid overneemt voor de vreemdeling of het gezinslid ingevolge artikel 30, eerste lid onder d, Vw, dan neemt de IND aan dat sprake is van langdurig onttrekken aan het toezicht ongeacht de termijn van drie maanden.
Indien de gezinsband is verbroken, geldt deze contra-indicatie uitsluitend voor het betreffende gezinslid.
Indien de vreemdeling of een gezinslid naar een andere Europese lidstaat is vertrokken en dit land een uiteindelijk gehonoreerde claim legt op Nederland om de behandeling over te nemen, geldt dat de claim binnen drie maanden na 27 juli 2010 bekend moet zijn bij de Nederlandse autoriteiten en dient de vreemdeling voor de startdatum van de peilperiode (29 oktober 2012) succesvol te zijn overgedragen aan Nederland.
Wanneer de vreemdeling of een gezinslid op 27 juli 2010 in beeld was en vervolgens naar een andere Europese lidstaat is vertrokken, geldt dat de claim op Nederland binnen drie maanden nadat de vreemdeling of het gezinslid uit beeld is geraakt, bekend moet zijn bij de Nederlandse autoriteiten. Daarnaast geldt onverkort de algemene voorwaarde dat de vreemdeling of het gezinslid voor de startdatum van de peilperiode (29 oktober 2012) succesvol dient te zijn overgedragen aan Nederland.
De vreemdeling en eventuele gezinsleden dienen voorafgaand aan vergunningverlening schriftelijk aan te geven dat lopende procedures onvoorwaardelijk worden ingetrokken bij vergunningverlening op grond van de regeling. De IND zal eventueel al betaalde leges of griffierechten niet restitueren.
3.2. Contra-indicaties
De IND verleent de vergunning niet als bij de hoofdpersoon of een gezinslid sprake is van de volgende contra-indicaties, zoals die ten tijde van de beoordeling van de aanvraag geconstateerd worden:
De IND verleent de vergunning niet indien de vreemdeling of een gezinslid een gevaar vormt voor de openbare orde. Dit is het geval indien
In die gevallen dat sprake is van een lopend onderzoek naar gedragingen als bedoeld in artikel 1F Vluchtelingenverdrag, wordt dit onderzoek afgerond alvorens een beoordeling in het kader van de regeling plaats zal vinden.
In geval van een veroordeling tot een taakstraf wegens drugs-, zeden- dan wel geweldsmisdrijven wordt de duur van de door de rechter bepaalde vervangende hechtenis als uitgangspunt genomen bij de beoordeling. Bij de berekening of er sprake is van een straf of maatregel van ten minste één maand, worden meerdere veroordelingen bij elkaar opgeteld. Het is niet vereist dat de uitspraak waarbij de vreemdeling is veroordeeld wegens een misdrijf onherroepelijk is geworden.
Strafbare feiten die in het buitenland zijn gepleegd of bestraft, worden eveneens bij de beoordeling van het gevaar voor de openbare orde betrokken, doch slechts voor zover het gaat om strafbare feiten die naar Nederlands recht misdrijven zijn. Dat geldt ook indien het strafbare feit naar buitenlands recht een overtreding, maar naar Nederlands recht een misdrijf is. Of het feit naar Nederlands recht een misdrijf is, wordt beoordeeld aan de hand van de strafbepalingen in het Wetboek van Strafrecht of de bijzondere Nederlandse strafwetten.
Wanneer er sprake is van openbare orde-aspecten van één van de gezinsleden dan wordt aan het gehele gezin een vergunning onthouden, tenzij de gezinsband is verbroken. Indien het betreffende gezinslid dat feitelijk tot het gezin behoort en bij wie sprake is van openbare orde-aspecten niet wordt opgenomen bij het indienen van de aanvraag, beoordeelt de IND dit ook als een contra-indicatie. De IND verleent in dat geval de vergunning niet aan de vreemdeling en de overige gezinsleden.
Indien het betreffende gezinslid later in het kader van gezinshereniging dan wel op grond van artikel 8 EVRM een aanvraag indient voor een vergunning, zal de IND bezien of de vergunning van de overige gezinsleden wordt ingetrokken.
Indien bij beschikking van de IND artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag is tegengeworpen, geldt geen verjaringstermijn.
Een eens gepleegd misdrijf wordt – gelijk het staande beleid inzake eerste toelating – niet blijvend tegengeworpen. Hierbij maakt de IND onderscheid tussen drugs-, zeden- en geweldsmisdrijven enerzijds en overige misdrijven anderzijds.
Ingeval van een veroordeling wegens drugs-, zeden- dan wel geweldsmisdrijven bedraagt de termijn, gedurende welke de veroordeling een contra-indicatie vormt voor vergunningverlening, tien jaren. Ingeval van een veroordeling wegens een ander misdrijf bedraagt die termijn vijf jaren.
De termijn vangt aan op de dag van de invrijheidstelling na tenuitvoerlegging van de vrijheidsbenemende straf of maatregel.
De termijn van vijf, onderscheidenlijk tien jaren, is niet van toepassing indien sprake is van het bij herhaling plegen van misdrijven of van ernstige redenen om te veronderstellen dat de vreemdeling (of diens gezinslid) zich schuldig heeft gemaakt aan gedragingen als bedoeld in artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag.
Voor de beoordeling of sprake is van verjaring met het oog op deze regeling neemt de IND de datum van inwerkingtreding van deze regeling aan als het bepalende toetsmoment. Indien na deze datum sprake is van verjaring in het kader van de openbare orde, is er geen aanspraak op een vergunning in het kader van deze regeling.
De IND verleent de verblijfsvergunning niet indien de vreemdeling of een gezinslid mogelijk een gevaar vormt voor de nationale veiligheid. Hiervoor is geen strafrechtelijke veroordeling vereist. Wel dienen er concrete aanwijzingen te zijn dat de vreemdeling mogelijk een gevaar vormt voor de nationale veiligheid. Bij het bestaan van concrete aanwijzingen dient in de eerste plaats te worden gedacht aan een ambtsbericht van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst.
In voorkomende gevallen kan echter ook worden uitgegaan van een ambtsbericht van onder andere (buitenlandse) ministeries of inlichtingendiensten.
Indien een gezinslid al houder is van een verblijfsvergunning, geldt deze contra-indicatie uitsluitend voor dat gezinslid.
Indien de vreemdeling of een gezinslid rechtmatig verblijf heeft op grond van artikel 8 onder j, Vw (uitstel van vertrek wegens medische redenen) dan werpt de IND dit niet tegen.
Vreemdelingen die al in het bezit zijn van een verblijfsvergunning, komen niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning op grond van deze overgangsregeling. Zij hebben immers al duidelijkheid over hun verblijf.
Een uitzondering wordt gevormd door de vreemdeling die voldoet aan de voorwaarden van de overgangsregeling en die in het bezit is van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van een beleid van categoriale bescherming danwel een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op medische gronden, B9, alleenstaande minderjarige vreemdeling, vreemdeling die buiten zijn schuld niet uit Nederland kan vertrekken of het volgen van studie.
Deze vergunningen zijn meestal verleend in het verlengde van een asielaanvraag of hebben specifiek betrekking op de doelgroep jongeren.
De houder van een dergelijke vergunning kan éénmalig een aanvraag indienen tot wijziging van die vergunning in een verblijfsvergunning op grond van deze regeling.
Deze mogelijkheid geldt eveneens voor een eventueel gezinslid van de hoofdpersoon.
De vreemdeling die tijdig een aanvraag op grond van deze regeling heeft ingediend en die niet meer dan één keer een identiteit heeft opgegeven waarover twijfel bestaat, wordt door de IND eenmalig de gelegenheid geboden om alsnog de juiste identiteitsgegevens naar voren te brengen.
Op deze wijze kan op basis van de juiste identiteitsgegevens een vergunning worden verleend. In de overige gevallen is identiteitsherstel niet aan de orde.
Voorwaarde voor identiteitsherstel is dat voorafgaand aan het identiteitsherstel reeds is voldaan aan alle overige voorwaarden van de overgangsregeling. Het is dus niet mogelijk om enkel door het identiteitsherstel alsnog te voldoen aan de voorwaarden van de regeling.
Er is sprake van twijfel indien:
Ten behoeve van het identiteitsherstel dienen primair documenten overgelegd te worden waaruit de identiteit blijkt. Indien de vreemdeling zijn identiteit niet door middel van documenten kan aantonen, stelt de IND hem in de gelegenheid om een verklaring af te leggen en de schriftelijke vastlegging hiervan te ondertekenen.
Indien op enig moment blijkt dat de op deze wijze door de vreemdeling naar voren gebrachte identiteit niet juist is, kan de IND de verblijfsvergunning intrekken of de geldigheidsduur daarvan niet verlengen.
De IND beschouwt in het kader van deze regeling de landen Zwitserland, Noorwegen, IJsland en Liechtenstein als landen die deel uitmaken van de Europese Unie.
Aantoonbaar vertrek buiten de Europese Unie wordt altijd tegengeworpen, ook als dit plaatsvond voor 27 juli 2010. De duur van het verblijf buiten de Europese Unie is hierbij niet van belang.
Uitsluitend in het geval dat de vreemdeling in het bezit van een terugkeervisum is vertrokken, wordt deze contra-indicatie niet tegengeworpen.
Indien de gezinsband is verbroken, beschouwt de IND dit niet als een contra-indicatie ten aanzien van de overige gezinsleden.
3.3. Overige vereisten
De IND beoordeelt op grond van de aanvraag of de vreemdeling in aanmerking komt voor verblijf. Voor het indienen van de aanvraag zijn geen leges verschuldigd. De IND verleent vrijstelling van het paspoortvereiste en de inkomenseis.
In aanvulling op het bepaalde in paragraaf B1/4.1.1. merkt de IND de groep vreemdelingen die voldoet aan de voorwaarden van de regeling aan als bijzondere groep aan wie in het kader van de hardheidsclausule als bedoeld in artikel 3.71, vierde lid, Vreemdelingenbesluit vrijstelling van het mvv-vereiste wordt verleend.
Indien de vreemdeling niet voldoet aan de voorwaarden van de regeling en ook overigens niet is gebleken van omstandigheden als neergelegd in paragraaf B1/4.1.1, wijst de IND de aanvraag af wegens het ontbreken van een mvv met toepassing van het bepaalde in artikel 16, eerste lid onder a, Vw.
3.4. Procedurele bepalingen
De verblijfsvergunning op grond van de regeling wordt op aanvraag verleend.
De vreemdeling moet eerst telefonisch een afspraak maken met de IND alvorens de aanvraag in persoon, met gebruikmaking van een daartoe vastgesteld formulier, in te dienen bij een IND-loket.
De aanvraag moet uiterlijk drie maanden na inwerkingtreding van deze overgangsregeling zijn ingediend bij de IND. De IND neemt aan dat een aanvraag tijdig is ingediend, als de vreemdeling binnen deze termijn telefonisch een afspraak heeft gemaakt.
Het kind, dat in het kader van de regeling als hoofdpersoon kan worden beschouwd, kan bij zijn aanvraag tevens verblijf aanvragen voor zijn gezinsleden, tenzij de gezinsband inmiddels is verbroken.
De IND verleent de verblijfsvergunning aan zowel de hoofdpersoon als het gezinslid onder de beperking ‘overgangsregeling langdurig verblijvende kinderen’.
De arbeidsmarktaantekening luidt: ‘Arbeid vrij toegestaan, TWV niet vereist.’, wat inhoud dat de betreffende vreemdeling vrij is op de arbeidsmarkt en er geen tewerkstellingsvergunning nodig is.
Op het verblijfsdocument wordt vermeld: 'verblijf onder beperking cf. beschikking Staatssecretaris. Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist.'
Ingevolge artikel 26, eerste lid, Vw verleent de IND de verblijfsvergunning met ingang van de datum waarop de aanvraag is ontvangen. De verblijfsvergunning wordt verleend voor de duur van een jaar.
De verblijfsvergunning regulier onder de beperking 'overgangsregeling langdurig verblijvende kinderen' betreft een niet-tijdelijk verblijfsrecht, als bedoeld in artikel 3.5 Vb.
2. Erkenning als referent
2.1. De erkenning als referent
2.2. Schorsen en intrekken van de erkenning als referent
2.3. Beoordeling continuïteit en solvabiliteit van de onderneming
2.3. Beoordeling continuïteit en solvabiliteit van de onderneming
3.2. TEV-procedure
3.3. TEV-procedure
3.3.4. Afgifte mvv en inreis in Nederland
3.3.3. Aanvraagprocedure mvv door de referent in Nederland
3.3.3. Aanvraagprocedure mvv door de referent in Nederland
3.3.4. Afgifte mvv en inreis in Nederland
3.3.4. Afgifte mvv en inreis in Nederland
3.3.5.1. Uitzondering in geval van nareis
4.1.4. Niet-bijzondere gevallen in het kader van de hardheidsclausule
4.1.4. Bijzondere gevallen in het kader van de hardheidsclausule
4.3.3.3. Inkomsten uit eigen vermogen
4.3.3.1.1. Flexibele arbeid
4.3.3.1.1. Flexibele arbeid
5.3. Wijziging van de aan de verblijfsvergunning verbonden beperking
5.4. Voorschriften
6.1. Toetsing aanvraag van het verlengen van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning
4.8. Onjuiste gegevens
6.2.3. Openbare orde en nationale veiligheid
4.9. Illegaal verblijf
5.5. Geldigheidsduur van de verblijfsvergunning
8.1.2. Gebruik van gegevens uit aangewezen administraties als bedoeld in artikel 2d Vw
6.2.3. Openbare orde en nationale veiligheid
4.2. WHS/WHP
B2. Uitwisseling
2.1.1. WHS/WHP Australië, Canada en Nieuw-Zeeland
2.1.1. Arbeid op een mijnbouwinstallatie op het continentaal plat en arbeid op een Nederlands zeeschip
5.5. Geldigheidsduur van de verblijfsvergunning
4.8. Onjuiste gegevens
5.2. Aantekening beroep algemene middelen
4.8. Onjuiste gegevens
5. De verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
6.2.1. Hoofdverblijf
6. Het verlengen en intrekken van de verblijfsvergunning regulier bepaalde tijd
8.1. Algemeen
7. Rechtsmiddelen
3.3.2. Aanvraagprocedure mvv door de vreemdeling
3.3.1.2. Bestendig verblijf
3.3.2. Aanvraagprocedure mvv door de vreemdeling
3.3.4. Afgifte mvv en inreis in Nederland
3.3.3. Aanvraagprocedure mvv door de referent in Nederland
3.3.3. Aanvraagprocedure mvv door de referent in Nederland
3.3.4. Afgifte mvv en inreis in Nederland
3.3.6.2. Uitzondering in geval van nareis
3.4.1.2. Vereisten voor de indiening van de aanvraag
4.2.5. Paspoort, afgegeven zonder deugdelijk identificatieproces (‘blanco paspoort’)
4.3.3.1. Inkomen uit arbeid in loondienst
5.5. Geldigheidsduur van de verblijfsvergunning
3. Aanvraagprocedures
3.2. Aanvraag tot erkenning als referent
3.3.1. Algemeen
3.3.3. Aanvraagprocedure mvv door de referent in Nederland
3.3.6.1. Algemeen
3.3.5.3. Ingangsdatum ambtshalve verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
5.5. Geldigheidsduur van de verblijfsvergunning
5. De verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
5.3. Wijziging van de aan de verblijfsvergunning verbonden beperking
6.2. Gronden voor het niet-verlengen en intrekken van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
4.1.2. Vrijstelling mvv-vereiste vanwege het Associatierecht EEG-Turkije
4.3.1. Inleiding
4.9. Illegaal verblijf
6.3. Niet-verlenging en intrekking verblijfsvergunning regulier bepaalde tijd
4.4. Onderzoek in de zin van richtlijn (EU) 2016/801
4.6. Niet voldoen aan de beperking
5.1. Algemeen
6.2.4. Middelen van bestaan
5.4. Voorschriften
6.2. Gronden voor het niet-verlengen en intrekken van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
3.3.5. Ambtshalve verlening verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
3.3.3. Aanvraagprocedure mvv door de referent in Nederland
4.3.3.1.3. Kortdurende werkloosheid
5.1. Algemeen
4.3.3.1. Inkomen uit arbeid in loondienst
4.3.3.1.5. Proeftijd
3. Aanvraagprocedures
4.3.3.3. Inkomsten uit eigen vermogen
3.1. Biometrische gegevens
3.3.6. Ambtshalve verlening verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
3. Aanvraagprocedures
2.3. Beoordeling continuïteit en solvabiliteit van de onderneming
2.2. Schorsen en intrekken van de erkenning als referent
2.3. Beoordeling continuïteit en solvabiliteit van de onderneming
3.3.1.1. Begin van de TEV-procedure
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)