Vreemdelingencirculaire 2000 (B)

Type Circulaire
Publication 2026-08-07
Laatst bijgewerkt 2026-08-11
State In force
Source BWB
artikelen 10
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De verblijfsvergunning van de echtgeno(o)t(e) van de langdurig ingezetene met rechtmatig verblijf in de zin van artikel 8, onder a, b dan wel l, Vw en het minderjarige kind van de echtgeno(o)t(e) of de langdurig ingezetene, wordt op grond van artikel 3.67, derde lid, Vb, in afwijking van artikel 3.57 Vb, verleend en verlengd met een geldigheidsduur die gelijk is aan de duur van de vergunning van de langdurig ingezetene.

De geregistreerde partner van de langdurig ingezetene en het kind van die partner worden daarbij gelijk gesteld met de echtgeno(o)t(e) dan wel het kind van die echtgeno(o)t(e).

5.8. overige algemene bepalingen

De overige algemene bepalingen van B17/4 zijn van overeenkomstige toepassing

6. In kennis stellen eerste lidstaat

In de volgende gevallen dient Nederland als tweede lidstaat, de (eerste) lidstaat, die de EG-status langdurig ingezetene aan de vreemdeling heeft verleend, te informeren:

Indien Nederland als tweede lidstaat een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd verleent, (niet) verlengt of intrekt van een vreemdeling die de status van langdurig ingezetene in een andere (eerste) lidstaat heeft verkregen, dient deze eerste lidstaat hiervan in kennis te worden gesteld (zie artikel 3.103a, eerste en tweede lid, Vb en B1/9.4). In het geval Nederland als tweede lidstaat een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd niet verlengt of intrekt, dient aan de eerste lidstaat tevens informatie te worden verstrekt betreffende het verwijderingsbesluit. De eerste lidstaat is verplicht de langdurig ingezetene terug te nemen.

19. Verblijf op religieuze of levensbeschouwelijke gronden

De Minister kan (als tweede lidstaat) om ernstige redenen in verband met de openbare orde of de nationale veiligheid besluiten om de vreemdeling die houder is van een EG-status als langdurig ingezetene, die is afgegeven door een andere EU-lidstaat, uit te zetten naar een staat buiten het grondgebied van de EU. Van zodanige redenen is sprake indien de vreemdeling een actuele en ernstige bedreiging voor de openbare orde of de nationale veiligheid vormt (zie artikel 22 Vw en B1/8.3). Hiertoe moet de Minister ingevolge artikel 3.103a, derde lid, Vb de autoriteiten van de eerste lidstaat raadplegen. Indien de Minister dienovereenkomstig besluit uit te zetten, wordt alle noodzakelijke informatie met betrekking tot de uitzetting aan de betreffende lidstaat verstrekt zodat de eerste lidstaat de status van langdurig ingezetene kan intrekken of de vreemdeling terugneemt.

Indien de autoriteiten van de tweede lidstaat bereid zijn de betrokken vreemdeling tot hun grondgebied toe te laten, kan Nederland volstaan met de minder ingrijpende maatregel van intrekking van de (Nederlandse) verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met toepassing van de waarborgen van artikel 17 van richtlijn 2003/109 en met verwijdering van de vreemdeling naar die (eerste) lidstaat in plaats van het land van herkomst. Vorenstaande laat onverlet dat de eerste lidstaat, ook na terugname, kan besluiten de vreemdeling alsnog te verwijderen naar het land van herkomst (na de status van langdurig ingezetene te hebben ingetrokken).

Omdat in het geval van verblijf bij organisaties waarbij niet eerder verblijf is toegestaan op religieuze of levensbeschouwelijke gronden, in het verleden geen uitspraak is gedaan over een wezenlijk Nederlands belang, en pas in het kader van een definitieve regeling voor verblijf op religieuze doeleinden een oordeel kan worden uitgesproken over het wezenlijk Nederlands belang dat wordt gediend met (de aard van) het verblijf van een vreemdeling bij deze organisaties, staat de onderhavige regeling niet open voor religieuze of levensbeschouwelijke organisaties bij wie niet in de afgelopen vijf jaar verblijf is verleend. Zoals hierboven gesteld geldt zulks niet voor bovengenoemde categorie kloosters. Onderhavige regeling is evenmin van toepassing op religieuze of levensbeschouwelijke organisaties waarbij tot dusverre uitsluitend verblijf is toegestaan voor het verrichten van arbeid als godsdienstleraar of geestelijk voorganger, of voor studie.

2.7. Sticker verblijfsaantekeningen algemeen

De onderzoeksinstelling neemt contact op met het Loket kennis- en arbeidsmigratie van de IND voor een afspraak om ter plaatse van voornoemd loket de sticker ‘verblijfsaantekening algemeen’ (zie bijlage 7g VV) in het reisdocument van de onderzoeker(s) en eventuele gezinsleden te laten plaatsen. Daartoe meldt de vreemdeling dan wel de onderzoeksinstelling zich met het paspoort van de vreemdeling die verblijf als onderzoeker beoogt, en eventuele gezinsleden, bij het Loket kennis- en arbeidsmigratie van de IND (zie artikel 3.9, derde lid, VV).

Op de sticker wordt aangetekend: ‘Arbeid toegestaan; TWV niet vereist’. Dit geldt ook voor de sticker verblijfsaantekening van de echtgeno(o)t(e) of geregistreerd partner en de minderjarige kinderen van de onderzoeker.

Daarna dient de vreemdeling zich bij de gemeente, waarin hij woonachtig is, te vervoegen met het oog op inschrijving in de GBA. Afgifte van het verblijfsdocument geschiedt door de IND na de inwilliging van de aanvraag.

De toelatingsaanvragen kunnen worden ingediend door de onderzoekers, al dan niet door tussenkomst van de onderzoeksinstellingen (zie artikel 14 Richtlijn 2005/71). Erkende onderzoeksinstellingen kunnen gebruik maken van een versnelde toelatingsprocedure.

6. Het verlengen en intrekken van de verblijfsvergunning regulier bepaalde tijd

8.3.2. Bewijsmiddelen vrijstelling leges op grond van artikel 8 EVRM

4. Schepelingendienst als lid van de bemanning aan boord van een zeeschip

2.1.7. Arbeid in loondienst na verblijf als familie- of gezinslid

2.2.4. Geldigheidsduur verblijfsvergunning regulier arbeid in loondienst – algemeen

B6. Kennis en talent

7.1. Voortgezet Verblijf op grond van de Regeling nalatenschap oude Vw

7. Beperking en arbeidsmarktaantekening

2. Algemene voorwaarden

2.2. Middelen van bestaan

5.6. Arbeidsmarktaantekening

7. Gronden voor intrekking en niet-verlenging

De onderzoeksinstelling dient het ingevulde en door de onderzoeker ondertekende aanvraagformulier (de printversie), vergezeld van de vereiste stukken, per post te verzenden naar het Loket kennis- en arbeidsmigratie van de IND.

De echtgeno(o)te of geregistreerd partner en de minderjarige kinderen die verblijf bij de onderzoeker beogen, doen met het daarvoor bestemde aanvraagformulier ter verlening van een verblijfsvergunning regulier voor gezinsleden van onderzoeker in de zin van Richtlijn 2005/71, een verblijfsaanvraag. Voor de behandeling van alle aanvragen van gezinsleden van een onderzoeker geldt een streeftermijn van twee weken.

2.4. Leges

Indien de houder van EG-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetene die door een andere lidstaat (de eerste lidstaat) is afgegeven, na vijf jaar de status van langdurig ingezetene in Nederland heeft verkregen (zie B1/6) dient de eerste lidstaat hiervan in kennis te worden gesteld (zie artikel 3.103a, eerste lid, Vb en B1/9.7.7.4);

19. Verblijf op religieuze of levensbeschouwelijke gronden

18. Verblijf als onderzoeker in de zin van Richtlijn 2005/71

2. Procedureel

2.5. mvv-vereiste

Bij de inwerkingtreding van deze regeling op 8 januari 2004 zijn bijzondere regelingen met een religieuze of levensbeschouwelijke organisatie vervallen. De afspraken over het maximaal per jaar toe te laten vreemdelingen bij een organisatie blijven echter onverkort gehandhaafd.

Erkende onderzoeksinstellingen komen in aanmerking voor de versnelde procedure. Dit betekent dat de IND in de regel binnen twee weken na ontvangst van een verzoek om advies of een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning zal beslissen, mits het verzoek of de aanvraag op de voorgeschreven wijze is ingediend, is voorzien van alle vereiste stukken en geen nader onderzoek is vereist. In enkele hierna te noemen gevallen is de behandeltermijn van twee weken niet van toepassing.

Nadat het Loket kennis- en arbeidsmigratie het registratieformulier heeft ontvangen en – indien noodzakelijk – de onderzoeksinstelling heeft erkend, wordt hiervan bericht gestuurd aan de onderzoeksinstelling en worden de aanvraagformulieren beschikbaar gesteld.

2.1.1. Erkenning van de onderzoeksinstelling

Toelating in het kader van onderzoek kan ingevolge de richtlijn alleen plaatsvinden bij vooraf erkende onderzoeksinstellingen. Dit vereiste wordt gesteld om de kwaliteit van de ontvangende onderzoeksinstellingen te waarborgen. Een onderzoeksinstelling in de zin van de richtlijn kan zowel publiek als particulier zijn.

Bij artikel 3.18b VV zijn als erkende onderzoeksinstellingen aangewezen:

De Nederlandse Onderzoek Databank is een openbare online databank met informatie over wetenschappelijk onderzoek, onderzoekers en onderzoekinstituten. De Nederlandse Onderzoek Databank bestrijkt alle wetenschappelijke disciplines en beoordeelt of een project daadwerkelijk valt onder de term wetenschappelijk onderzoek. Bij deze beoordeling wordt door de IND aangesloten.

Op basis van deze wet hoeft voor werknemers die wetenschappelijk onderzoek doen of nieuwe producten, processen of programmatuur ontwikkelen, minder loonbelasting te worden afgedragen. Teneinde erkend te worden als private onderzoeksinstelling dient de instelling een Speur en Ontwikkelingswerk verklaring te overleggen waaruit blijkt dat met succes een beroep is gedaan op de hier bedoelde regeling.

Naast de beleidsregels in deze paragraaf zijn ook de beleidsregels met betrekking tot de algemene voorwaarden van artikel 16 Vw van toepassing (zie B1/4).

3.1. Middelen van bestaan

Voorafgaande aan de indiening van de aanvraag om een mvv bij de Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in het buitenland dient de onderzoeksinstelling in Nederland door middel van het formulier ‘Verzoek om advies in verband met afgifte mvv onderzoeker in de zin van Richtlijn 2005/71’ te verzoeken om een advies in verband met het voornemen van de onderzoeker om een mvv aan te vragen in het buitenland.

4. Beperking

De onderzoeksinstelling vult het formulier in en verzendt het ingevulde en ondertekende formulier (de printversie), vergezeld van de vereiste stukken, per post naar het loket kennis- en arbeidsmigratie van de IND.

Indien naar aanleiding van een verzoek om advies van de onderzoeksinstelling door de IND een positief advies is verstrekt en de verschuldigde leges zijn betaald, kan aan de vreemdeling in diens land van herkomst of bestendig verblijf door de Nederlandse diplomatieke vertegenwoordiging een mvv worden afgegeven. Het indienen van een mvv-aanvraag zonder dat daar een adviesprocedure aan vooraf is gegaan, ligt, gelet op het feit dat de toelatingsprocedure bij beoogd verblijf als onderzoeker in de zin van Richtlijn 2005/71 bij uitstek een referentprocedure is, niet in de rede. Vreemdelingen die zonder voorafgaande referentprocedure een mvv-aanvraag voor verblijf als onderzoeker in de zin van Richtlijn 2005/71 willen indienen op een Nederlandse diplomatieke vertegenwoordiging in het buitenland, worden er door de vertegenwoordiging op gewezen dat het de voorkeur verdient dat de onderzoeksinstelling bij wie zij verblijf als onderzoeker in de zin van Richtlijn 2005/71 beogen, een verzoek om advies ter verlening van een mvv aan de vreemdeling indient. Dat leidt slechts uitzondering wanneer in het kader van een door de onderzoeksinstelling gestart verzoek om adviesprocedure negatief door de IND is geadviseerd. De streeftermijn van twee weken is niet van toepassing op deze aanvragen.

7.5. Voorschriften

Daarnaast worden in aanvulling op de inkomstenbronnen genoemd in B1/4.3.1, ten aanzien van onderzoekers, tevens aangemerkt als zelfstandig verworven bestaansmiddel de inkomsten uit arbeid in loondienst of arbeid als zelfstandige, gewoonlijk buiten Nederland verricht.

5. Arbeidsmarktaantekening

4. Beperking

De onderzoeksinstelling dient het ingevulde en door de onderzoeker ondertekende aanvraagformulier (de printversie), vergezeld van de vereiste stukken, per post te verzenden naar het Loket kennis- en arbeidsmigratie van de IND.

Als de vreemdeling die verblijf als onderzoeker beoogt, de aanvraag persoonlijk wil indienen bij het Loket kennis- en arbeidsmigratie van de IND, maakt hij daartoe een afspraak met het loket.

De echtgeno(o)te of geregistreerd partner en de minderjarige kinderen die verblijf bij de onderzoeker beogen, doen met het daarvoor bestemde aanvraagformulier ter verlening van een verblijfsvergunning regulier voor gezinsleden van onderzoeker in de zin van Richtlijn 2005/71, een verblijfsaanvraag. Voor de behandeling van alle aanvragen van gezinsleden van een onderzoeker geldt een streeftermijn van twee weken.

De beslistermijn van twee weken is tevens van toepassing op aanvragen om wijziging van de beperking waaronder eerder een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd is verleend in de beperking ‘verblijf als onderzoeker in de zin van Richtlijn 2005/71/EG’. Hierbij kan worden gedacht aan het geval dat een vreemdeling die in het bezit is van een verblijfsvergunning onder de beperking ‘arbeid in loondienst’, deze beperking wil wijzigen in de beperking ‘verblijf als onderzoeker’.

Echtgenoten en geregistreerd partners van onderzoekers krijgen op grond van artikel 3.57 Vb een verblijfsvergunning voor de duur van maximaal één jaar. Na één jaar kan op grond van artikel 3.67, eerste lid, onder a, Vb de verblijfsvergunning worden verlengd voor de duur van vijf jaren (zie B2/9). Voor minderjarige kinderen van onderzoekers wordt tevens verwezen naar het bepaalde in B2/5. De geldigheidsduur van de verblijfsvergunning van de gezinsleden kan echter de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning van de onderzoeker niet overschrijden.

Betaling van de door de betrokken vreemdeling(en) verschuldigde leges vindt plaats door de onderzoeksinstelling door middel van een machtiging tot automatische incasso. Deze machtiging wordt door de onderzoeksinstelling bij elke individuele aanvraag afgegeven. Ten behoeve van de automatische incasso geeft de onderzoeksinstelling een Nederlands bankrekeningnummer op. Als de onderzoeksinstelling geen machtiging tot automatische incasso afgeeft bij de aanvraag ontvangt de vreemdeling die verblijf als onderzoeker beoogt een factuur met een acceptgiro van het CJIB ter betaling van de verschuldigde leges. De beslistermijn van twee weken is dan niet van toepassing.

De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt, mits ook aan de algemene voorwaarden voor verlening van een verblijfsvergunning wordt voldaan, verleend onder de beperking ‘verblijf als onderzoeker in de zin van Richtlijn 2005/71/EG’.

Ingevolge artikel 3.71, tweede lid, onder i, Vb is de houder van een verblijfsvergunning voor onderzoekers in de zin van Richtlijn 2005/71 afgegeven door een andere staat die partij is bij het EG-Verdrag dan wel de echtgenoot, geregistreerd partner of het minderjarig kind is van die houder, in geval het gezin reeds was gevormd in die andere staat, vrijgesteld van het mvv-vereiste (zie B1/4.1.1).

Aan de gezinsleden van de onderzoeker wordt de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd verleend onder de beperking ‘verblijf bij (naam onderzoeker)’. Bij de verlening aan de gezinsleden wordt de arbeidsmarktaantekening gesteld ‘Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist.

Aan de afgifte van de verblijfsvergunning wordt het voorschrift verbonden de verplichting voldoende verzekerd te zijn tegen ziektekosten met inbegrip van de kosten verbonden aan opname en verpleging in een sanatorium of een psychiatrische inrichting.

6. Wijziging werkgever, zoekperiode

Op de sticker wordt aangetekend: ‘Arbeid toegestaan; TWV niet vereist’. Dit geldt ook voor de sticker verblijfsaantekening van de echtgeno(o)t(e) of geregistreerd partner en de minderjarige kinderen van de onderzoeker.

Daarna dient de vreemdeling zich bij de gemeente, waarin hij woonachtig is, te vervoegen met het oog op inschrijving in de GBA. Afgifte van het verblijfsdocument geschiedt door de IND na de inwilliging van de aanvraag.

Voor de onderzoeker die op grond van artikel 17, eerste lid, onder a, Vw is vrijgesteld van het mvv-vereiste, staat de mogelijkheid open om bij de Nederlandse diplomatieke vertegenwoordiging in het buitenland onverplicht een mvv aan te vragen teneinde zijn verblijfsaanspraak vooraf te laten toetsen (zie B1/4.1.1). De onderzoeksinstelling in Nederland kan voorafgaande aan de indiening van de aanvraag om een mvv middels het formulier ‘Verzoek om advies in verband met afgifte mvv kennismigrant’ verzoeken om een advies omtrent de afgifte van een mvv aan of bij de onderzoeker in zin van Richtlijn 2005/71.

Een verblijfsvergunning kan worden ingetrokken of niet verlengd indien er sprake is geweest van fraude bij de verkrijging, indien de houder niet voldeed of niet langer voldoet aan de voorwaarden voor verkrijging (artikel 6 en 7 Richtlijn 2005/71) of indien hij in de EU verblijft voor een ander doel dan waarvoor hij is toegelaten. Intrekking of niet-verlenging is ook mogelijk op gronden die verband houden met openbare orde, openbare veiligheid of volksgezondheid.

Ingevolge artikel 3.56a Vb kan een verblijfsvergunning onder een beperking verband houdend met het verblijf als onderzoeker in de zin van de richtlijn worden verleend aan de vreemdeling:

Een vooraf erkende instelling die een onderzoeker wil uitnodigen dient met die onderzoeker een gastovereenkomst te sluiten (zie artikel 3.56a Vb, artikel 5 Richtlijn 2005/71 en artikel 6 Richtlijn 2005/71). Hierin verbindt de onderzoeker zich ertoe het onderzoeksproject uit te voeren, terwijl de instelling zich ertoe verplicht de onderzoeker voor dat doel als gast te ontvangen. Gelet op de Richtlijn 2005/71 is de gastovereenkomst vormvrij. Desgewenst kan bij de IND een voorbeeld gastovereenkomst verkregen worden.

Uit de gastovereenkomst dient in elk geval het volgende te blijken:

Het onderzoeksproject dient door de instelling te worden goedgekeurd, waarbij getoetst wordt aan het doel en de duur van het onderzoek inclusief de benodigde financiële middelen.

Er dient een door een notaris of gemeente gewaarmerkte kopie van het vereiste diploma te worden toegevoegd. Voor de beoordeling of de vreemdeling beschikt over een passend diploma wordt aangesloten bij het oordeel van de onderzoeksinstelling.

1. Inleiding

7.3. Procedure

Naast de beleidsregels in deze paragraaf zijn ook de beleidsregels met betrekking tot de algemene voorwaarden van artikel 16 Vw van toepassing (zie B1/4).

3.1. Middelen van bestaan

Voor de beoordeling of de vreemdeling beschikt over voldoende middelen van bestaan wordt in beginsel aangesloten bij het oordeel van de onderzoeksinstelling. De onderzoeksinstelling kan gelet op artikel 6, onder c, Richtlijn 2005/71, immers alleen een gastovereenkomst sluiten indien de onderzoeker gedurende zijn verblijf beschikt over voldoende middelen, uitgaande van het minimumbedrag dat daartoe door de lidstaat is vastgesteld.

Wel dienen schriftelijke bewijsstukken van de inkomsten te worden overgelegd.

De hierna genoemde bepalingen inzake middelen van bestaan zijn ook van toepassing op de echtgeno(o)te of geregistreerd partner van de onderzoeker en de minderjarige kinderen.

De in B1/4.3 genoemde bepalingen ten aanzien van het middelenvereiste zijn ook hier van toepassing.

20. Eergerelateerd geweld

Daarnaast worden in aanvulling op de inkomstenbronnen genoemd in B1/4.3.1, ten aanzien van onderzoekers, tevens aangemerkt als zelfstandig verworven bestaansmiddel de inkomsten uit arbeid in loondienst of arbeid als zelfstandige, gewoonlijk buiten Nederland verricht.

In afwijking van B1/4.3.1 worden inkomsten uit arbeid, waarbij de vreemdelingen de arbeid (gewoonlijk) buiten Nederland verricht, eveneens meegeteld, voor zover de op grond van de toepasselijke wetgeving vereiste premies en belastingen zijn afgedragen. Inkomsten uit arbeid in loondienst worden in geval van buitenlandse dienstbetrekkingen aangetoond met een verklaring van de werkgever waaruit de duur van de dienstbetrekking en de hoogte van het salaris blijkt. Een afschrift van de door de uitvoeringstelling gewaarmerkte aanmelding van de arbeidsovereenkomst hoeft in een dergelijk geval niet te worden overgelegd. In alle andere gevallen van arbeid in loondienst worden de inkomsten aangetoond overeenkomstig B1/4.3.1 (onder ‘bewijsstukken inkomsten uit arbeid in loondienst’).

1. Inleiding

Zie B19/2.1.

De middelen van bestaan zijn overeenkomstig artikel 3.75, eerste lid, Vbduurzaam, indien zij nog één jaar beschikbaar zijn op het tijdstip waarop de aanvraag is ontvangen of de beschikking wordt gegeven. Indien de werkzaamheden korter dan één jaar duren, wordt de aanvraag niet afgewezen als wordt aangetoond dat voldoende middelen beschikbaar zijn voor de duur van het beoogde verblijf.

4. Geldigheidsduur

Ingevolge artikel 3.68 Vb kan, in afwijking van artikel 3.57 Vb de verblijfsvergunning onder een beperking verband houdend met verblijf als onderzoeker in de zin van de richtlijn worden verleend voor de duur van het onderzoek als omschreven in de gastovereenkomst met een maximum van vijf jaren.

Echtgenoten en geregistreerd partners van onderzoekers krijgen op grond van artikel 3.57 Vb een verblijfsvergunning voor de duur van maximaal één jaar. Na één jaar kan op grond van artikel 3.67, eerste lid, onder a, Vb de verblijfsvergunning worden verlengd voor de duur van vijf jaren (zie B2/9). Voor minderjarige kinderen van onderzoekers wordt tevens verwezen naar het bepaalde in B2/5. De geldigheidsduur van de verblijfsvergunning van de gezinsleden kan echter de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning van de onderzoeker niet overschrijden.

5. Beperkingen, arbeidsmarktaantekeningen en voorschriften

De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt, mits ook aan de algemene voorwaarden voor verlening van een verblijfsvergunning wordt voldaan, verleend onder de beperking ‘verblijf als onderzoeker in de zin van Richtlijn 2005/71/EG’.

2. Voorwaarden verblijfsvergunning slachtoffer eergerelateerd geweld en slachtoffer huiselijk geweld

Aan de gezinsleden van de onderzoeker wordt de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd verleend onder de beperking ‘verblijf bij (naam onderzoeker)’. Bij de verlening aan de gezinsleden wordt de arbeidsmarktaantekening gesteld ‘Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist.

3. Procedure

Voor zover op de vreemdeling de plicht berust om te beschikken over een mvv, dient de procedure ter verkrijgen van de mvv bij voorkeur in Nederland te worden gestart door de religieuze of levensbeschouwelijke organisatie waarbij de vreemdeling verblijf beoogt. Daartoe dient de religieuze of levensbeschouwelijke organisatie een verzoek om advies ter verlening van een mvv aan betrokken vreemdeling te richten aan de IND. Bij het verzoek om advies dienen de in B19/2.2 genoemde bescheiden te worden meegezonden. Tevens dient bij het verzoek om advies een aanvullende brief te worden meegezonden waarin uiteengezet wordt dat de vreemdeling verblijf beoogt voor religieuze of levensbeschouwelijke doeleinden, niet zijnde verblijf voor arbeid of studie. Indien door de religieuze of levensbeschouwelijke organisatie op het verzoek om advies een verblijfsdoel is aangekruist terwijl uit de overgelegde bescheiden nadrukkelijk blijkt dat verblijf op religieuze of levensbeschouwelijke gronden wordt beoogd, dient de aanvraag getoetst te worden aan de voorwaarden, verbonden aan de onderhavige regeling.

Ingevolge artikel 3.89a juncto artikel 3.91a Vb wordt, indien de erkenning van de onderzoeksinstelling niet wordt verlengd of wordt ingetrokken vanwege fraude, eerst aan de vreemdeling – mits die te goeder trouw is – een zoektermijn van drie maanden gegund. Eerst daarna wordt overgegaan tot intrekking of niet verlenging van de verblijfsvergunning van de onderzoeker op grond van artikel 18, eerste lid, onder f, Vw.

Voor zover mogelijk zal hij zijn onderzoek zoals voorzien afronden bij de instelling. Als dat niet mogelijk blijkt wordt de onderzoeker de mogelijkheid geboden om een nieuwe gastovereenkomst te sluiten met een andere instelling. Hij krijgt daarvoor drie maanden de tijd. Als binnen drie maanden geen nieuwe gastovereenkomst wordt overgelegd wordt overgegaan tot intrekking van de verblijfsvergunning.

7. Gronden voor intrekking en niet-verlenging

Een verblijfsvergunning kan worden ingetrokken of niet verlengd indien er sprake is geweest van fraude bij de verkrijging, indien de houder niet voldeed of niet langer voldoet aan de voorwaarden voor verkrijging (artikel 6 en 7 Richtlijn 2005/71) of indien hij in de EU verblijft voor een ander doel dan waarvoor hij is toegelaten. Intrekking of niet-verlenging is ook mogelijk op gronden die verband houden met openbare orde, openbare veiligheid of volksgezondheid.

Als uitgangspunt wordt de aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning afgewezen indien niet wordt voldaan aan de beperking waaronder de verblijfsvergunning is verleend of aan een voorschrift dat aan de verblijfsvergunning is verbonden of indien een van de andere in artikel 18 Vw genoemde afwijzingsgronden van toepassing is (zie B1/5.3.1 t/m B1/5.3.6). De vreemdeling die niet meer voldoet aan de beperking verband houdend met het doel waarvoor de oorspronkelijke verblijfsvergunning was verleend, kan uiteraard een aanvraag indienen tot wijziging van de verblijfsvergunning. De tijdig ingediende aanvraag komt voor inwilliging in aanmerking indien wordt voldaan aan de voorwaarden voor de eerste verblijfsaanvaarding voor het nieuw beoogde verblijfsdoel.

7.1. Werkloosheid, ziekte en arbeidsongeschiktheid

Werkloosheid is van invloed op de verblijfsrechtelijke positie van onderzoekers in loondienst, die houder zijn van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor verblijf als onderzoeker in de zin van Richtlijn 2005/71.

2.2. Aanvraag om een verblijfsvergunning

Er kan een verblijfsvergunning worden verleend:

Aan de verblijfsvergunning wordt als voorschrift verbonden het aantonen van voldoende verzekerd te zijn tegen ziektekosten met inbegrip van de kosten van opname en verpleging in een sanatorium of psychiatrische inrichting.

7. Pilot religieus verblijf

Omdat in het geval van verblijf bij organisaties waarbij niet eerder verblijf is toegestaan op religieuze of levensbeschouwelijke gronden, in het verleden geen uitspraak is gedaan over een wezenlijk Nederlands belang, en pas in het kader van een definitieve regeling voor verblijf op religieuze doeleinden een oordeel kan worden uitgesproken over het wezenlijk Nederlands belang dat wordt gediend met (de aard van) het verblijf van een vreemdeling bij deze organisaties, staat de onderhavige regeling niet open voor religieuze of levensbeschouwelijke organisaties bij wie niet in de afgelopen vijf jaar verblijf is verleend. Zoals hierboven gesteld geldt zulks niet voor bovengenoemde categorie kloosters. Onderhavige regeling is evenmin van toepassing op religieuze of levensbeschouwelijke organisaties waarbij tot dusverre uitsluitend verblijf is toegestaan voor het verrichten van arbeid als godsdienstleraar of geestelijk voorganger, of voor studie.

Vooruitlopend op de invoering van het Modern Migratiebeleid wordt een pilot religieus verblijf ingericht om, in nauwe samenwerking met het UWV WERKbedrijf, toe te werken naar deze toekomstige situatie. De pilot biedt de mogelijkheid om nader kennis te maken met de religieuze en levensbeschouwelijke organisaties in hun rol als referent. Tevens biedt de pilot de mogelijkheid om nadere invulling te kunnen geven aan de Wav uitvoeringsregels ten aanzien van religieuzen, in het bijzonder in welke gevallen toetsing op betaling van tenminste het wettelijk minimumloon bij aanvragen om een tewerkstellingsvergunning achterwege kan blijven en in welke gevallen kan worden afgezien van de verplichte vacaturemelding en de arbeidsmarkttoets.

De vreemdeling kan aannemelijk maken dat hij zich niet aan het geweld kan onttrekken als hij zich zou vestigen in het land van herkomst. Naast geweld of dreiging van geweld in Nederland dient ook in het land van herkomst dreiging aanwezig te zijn. De vreemdeling dient in dit kader aannemelijk te maken dat van de kant van de familieleden die in het land van herkomst wonen, dreiging voor betrokkene uitgaat.

7.2.1. Algemene voorwaarden

Sommige van de hierboven genoemde organisaties waarbij verblijf kan worden toegestaan, hebben meerdere vestigingen in Nederland. Indien een dergelijke vestiging aantoont onderdeel te vormen van één van de in bovenstaand overzicht genoemde organisaties, kan ook bij die vestiging verblijf worden toegestaan. Indien een religieuze of levensbeschouwelijke organisatie die niet in bovenstaand overzicht wordt genoemd, kan aantonen dat in de laatste vijf jaren, te rekenen vanaf de datum van inwerkingtreding van deze regeling, aan een vreemdeling verblijf op religieuze of levensbeschouwelijke gronden is verleend bij de desbetreffende organisatie, zal worden beoordeeld of deze organisatie onder de werking van de onderhavige regeling valt. Zulks is niet van toepassing als verblijf is verleend voor het verrichten van arbeid als godsdienstleraar of geestelijk voorganger, of voor studie.

Géén verblijf zal worden toegestaan bij organisaties waarbij op enig moment is of wordt vastgesteld dat het verblijf op oneigenlijke gronden is verleend dan wel dat verblijfsvergunningen van vreemdelingen die verblijf bij de desbetreffende organisatie hadden, zijn ingetrokken. In het geval sprake is van beoogd verblijf bij een religieuze of levensbeschouwelijke organisatie ten behoeve van het verrichten van arbeid in de zin van de Wav, dan wel ten behoeve van studie, zijn de voorwaarden ten aanzien van arbeid in loondienst (zie B5), respectievelijk studie (zie B6) onverkort van toepassing. Indien sprake is van een aanvraag voor verblijf bij een religieuze of levensbeschouwelijke organisatie, zal aan de hand van de door betrokken vreemdeling, respectievelijk de betrokken religieuze of levensbeschouwelijke organisatie te verschaffen informatie, allereerst worden getoetst of er sprake is van verblijf op grond van arbeid of studie. Bij twijfel of betrokkene verblijf beoogt voor het verrichten van arbeid zal advies worden gevraagd aan UWV WERKbedrijf. Van arbeid in loondienst is in elk geval sprake als er een arbeidsovereenkomst is tussen de vreemdeling en de organisatie. In het geval uit de door betrokken vreemdeling dan wel door de desbetreffende organisatie bij het doen van de aanvraag te verschaffen informatie valt op te maken dat primair verblijf wordt beoogd in het kader van studie, zal worden getoetst aan de voorwaarden voor verblijf voor studie (zie B6).

Bij de inwerkingtreding van deze regeling op 8 januari 2004 zijn bijzondere regelingen met een religieuze of levensbeschouwelijke organisatie vervallen. De afspraken over het maximaal per jaar toe te laten vreemdelingen bij een organisatie blijven echter onverkort gehandhaafd.

Het slachtoffer van huiselijk geweld en de minderjarige kinderen van het slachtoffer zijn geen leges verschuldigd voor het indienen van een aanvraag (zie artikel 3.34b, eerste lid, onder l, en m VV).

9.7.3. De administratieplicht

2.1.5. Arbeid in het kader van de Regeling internationaal handelsverkeer

4.6. Amv

2.4. Aantonen verblijfstatus eerste lidstaat

1. Inleiding

7.1. Voortgezet Verblijf op grond van de Regeling nalatenschap oude Vw

5.2. Algemene voorwaarden

3. Voorwaarden toelating onderzoeker in de zin van Richtlijn 2005/71

5.3. Verblijfstatus in eerste lidstaat

Ingevolge artikel 3.89a juncto artikel 3.91a Vb wordt, indien de erkenning van de onderzoeksinstelling niet wordt verlengd of wordt ingetrokken vanwege fraude, eerst aan de vreemdeling – mits die te goeder trouw is – een zoektermijn van drie maanden gegund. Eerst daarna wordt overgegaan tot intrekking of niet verlenging van de verblijfsvergunning van de onderzoeker op grond van artikel 18, eerste lid, onder f, Vw.

In de in deze paragraaf genoemde gevallen zal het koppelingsbureau van de IND fungeren als contactpunt voor het verstrekken en ontvangen van informatie.

2.2. Bijzondere voorwaarden

2.6. TBC-verklaring

2.3. Algemene voorwaarden:

3. Voorwaarden toelating onderzoeker in de zin van Richtlijn 2005/71

De toelatingsprocedure met betrekking tot onderzoekers in de zin van Richtlijn 2005/71 is bij uitstek een referentprocedure.

De onderzoeksinstelling kan namens de gezinsleden, te weten de echtgeno(o)te of geregistreerd partner van de onderzoeker en hun minderjarige kinderen, die verblijf in Nederland bij de onderzoeker beogen, verzoeken om afgifte van een mvv. Ten behoeve van deze gezinsleden dient gebruik te worden gemaakt van de formulieren ‘Verzoek om advies in verband met afgifte mvv gezinsleden van onderzoeker in de zin van Richtlijn 2005/71’. De onderzoeksinstelling kan alleen ten behoeve van de echtgeno(o)t(e) of geregistreerde partner, alsmede ten behoeve van de minderjarige kinderen die feitelijk behoren tot het gezin, een verzoek om advies indienen. De algemene bepalingen van B1/4 en B2/2, B2/4 en B2/5 zijn van toepassing, tenzij navolgend anders is bepaald.

De aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning als onderzoeker in de zin van Richtlijn 2005/71 wordt door de vreemdeling in persoon dan wel schriftelijk, al dan niet door tussenkomst van de onderzoeksinstelling, ingediend bij het Loket kennis- en arbeidsmigratie van de IND, en wel door middel van een aanvraagformulier:

6. Voorschriften

2.4. Leges

2.5. mvv-vereiste

7. Pilot religieus verblijf

De onderzoeksinstelling neemt contact op met het Loket kennis- en arbeidsmigratie van de IND voor een afspraak om ter plaatse van voornoemd loket de sticker ‘verblijfsaantekening algemeen’ (zie bijlage 7g VV) in het reisdocument van de onderzoeker(s) en eventuele gezinsleden te laten plaatsen. Daartoe meldt de vreemdeling dan wel de onderzoeksinstelling zich met het paspoort van de vreemdeling die verblijf als onderzoeker beoogt, en eventuele gezinsleden, bij het Loket kennis- en arbeidsmigratie van de IND (zie artikel 3.9, derde lid, VV).

5. Beperking en arbeidsmarktaantekening

Het begrip arbeidsvoorwaarden ziet in dit geval niet noodzakelijkerwijs op een dienstverband maar ook op de aard van de rechtsbetrekking waarin is vastgelegd wat de onderzoeksinstelling de onderzoeker aan faciliteiten biedt en wat van de onderzoeker verwacht wordt.

Hierbij is van belang dat lesgeven wordt gezien als een onlosmakelijk deel van de werkzaamheden van een onderzoeker, en het verrichten van onderzoek niet van bijkomende aard is, maar het hoofddoel.

Aan de verblijfsvergunning wordt als voorschrift verbonden het aantonen van voldoende verzekerd te zijn tegen ziektekosten met inbegrip van de kosten van opname en verpleging in een sanatorium of psychiatrische inrichting.

2.2. Bijzondere voorwaarden

Ten aanzien van verblijf op religieuze of levensbeschouwelijke gronden bij een klooster of een religieuze of levensbeschouwelijke organisatie gelden de navolgende voorwaarden:

1. Inleiding

Gezinsleden, die verblijf beogen bij een vreemdeling aan wie op grond van onderhavige regeling verblijf is toegestaan voor religieuze of levensbeschouwelijke doeleinden, dienen te voldoen aan de voorwaarden genoemd in B2.

Aan de afgifte van de verblijfsvergunning wordt het voorschrift verbonden de verplichting voldoende verzekerd te zijn tegen ziektekosten met inbegrip van de kosten verbonden aan opname en verpleging in een sanatorium of een psychiatrische inrichting.

6. Wijziging werkgever, zoekperiode

4. Beperking

Naast levensbedreigende delicten kunnen ook andere uitingsvormen van eergerelateerd geweld, waarbij sprake is van een strafbaar feit gericht tegen het slachtoffer zoals verminking, mishandeling en wederrechtelijke vrijheidsberoving, tot vergunningverlening leiden.

5. Arbeidsmarktaantekening

Ziekte en arbeidsongeschiktheid zijn van invloed op de verblijfsrechtelijke positie van onderzoeker in de zin van Richtlijn 2005/71 indien zij in loondienst zijn. Bij ziekte blijft de onderzoeker aan de voorwaarden voldoen zolang er sprake is van een arbeidsovereenkomst voor het verrichten van onderzoek op basis van een met de onderzoeksinstelling gesloten gastovereenkomst en hij, hetzij vanwege het ontvangen loon, hetzij op grond van een uitkering, hetzij op grond van een combinatie van beide, hetzij vanwege eigen inkomsten uit arbeid in loondienst of arbeid als zelfstandige, gewoonlijk buiten Nederland verricht, over voldoende middelen van bestaan in de hier bedoelde zin blijft beschikken.

2.1. Bekende religieuze of levensbeschouwelijke organisaties

Verblijf bij een religieuze of levensbeschouwelijke organisatie op religieuze of levensbeschouwelijke gronden kan worden toegestaan bij de navolgende religieuze of levensbeschouwelijke organisaties:

7.2.2. Bijzondere voorwaarden

2.2. Bijzondere voorwaarden

De verblijfsvergunning kan worden verleend aan:

De ondergrens van 18 jaar wordt gesteld omdat het niet wenselijk wordt geacht om jongeren in de (gedeeltelijk) leerplichtige leeftijd verblijf in Nederland toe te staan met het oog op verblijf bij een religieuze of levensbeschouwelijke organisatie, anders dan voor studiedoeleinden waarop het reguliere beleid van toepassing is.

Zie B19/2.1.

3.2. Landelijk Expertisecentrum Eergerelateerd Geweld

Ten aanzien van verblijf op religieuze of levensbeschouwelijke gronden bij een klooster of een religieuze of levensbeschouwelijke organisatie gelden de navolgende voorwaarden:

Het klooster of de religieuze of levensbeschouwelijke organisatie verschaft ter beoordeling of aan bovengenoemde voorwaarden wordt voldaan, de volgende gegevens en bescheiden:

Indien verblijf wordt gevraagd bij een klooster, waarbij niet eerder verblijf is toegestaan, dient dat klooster in aanvulling op bovenvermelde bescheiden met schriftelijke bewijsstukken aan te tonen dat eerder verblijf is toegestaan bij (een) ander(e) klooster(s) behorende tot dezelfde orde, congregatie of organisatie.

Gezinsleden, die verblijf beogen bij een vreemdeling aan wie op grond van onderhavige regeling verblijf is toegestaan voor religieuze of levensbeschouwelijke doeleinden, dienen te voldoen aan de voorwaarden genoemd in B2.

8. Bewijsmiddelen

8.1.1. Gelegaliseerde bescheiden

6.2.4. Middelen van bestaan

8.3.5. Bewijsmiddelen aanvraag verlenging verblijfsvergunning

1. Inleiding

8.1. Algemeen

7.2. Het opschorten van de werking van het (afwijzende) besluit

8.1.2. Gebruik van gegevens uit aangewezen administraties als bedoeld in artikel 2d Vw

2. Beleidsregels

3.2. Bewijsmiddelen

3.2.1. Het zoeken naar en verrichten van arbeid al dan niet in loondienst

4.4. Onderzoek in de zin van richtlijn (EU) 2016/801

2.4. Leges

4.1. Vrijstellingen

6. Wijziging werkgever, zoekperiode

6.1. Contactpunt IND

1. Inleiding

2. Voorwaarden verblijfsvergunning slachtoffer eergerelateerd geweld en slachtoffer huiselijk geweld

Uit de gastovereenkomst dient in elk geval het volgende te blijken:

2.7. Sticker verblijfsaantekeningen algemeen

2.2. Verzoek om advies

3. Procedure

2.3. Aanvraag om een verblijfsvergunning

4. Geldigheidsduur

7. Pilot religieus verblijf

5. Beperkingen, arbeidsmarktaantekeningen en voorschriften

5.4. Middelen van bestaan

Het aanvraagformulier ‘Verzoek om advies in verband met afgifte mvv onderzoeker in de zin van Richtlijn 2005/71’ dat gebruikt dient te worden voor de aanvragen in het kader van verblijf bij/als onderzoeker in de zin van Richtlijn 2005/71, wordt door het Hoofd IND vastgesteld en wordt alleen elektronisch door de IND ter beschikking gesteld.

2.3. Algemene voorwaarden:

Het aanvraagformulier kan uitsluitend elektronisch worden verkregen van de IND.

3.1.1. Duurzame middelen

2.7. Sticker verblijfsaantekeningen algemeen

7.2.1. Algemene voorwaarden

7.2. Voorwaarden voor verlening van een verblijfsvergunning

6.3. Niet-verlenging en intrekking verblijfsvergunning regulier bepaalde tijd

8.3.4. Bewijsmiddelen afwijzingsgronden verblijfsvergunning regulier bepaalde tijd

4.3. Beperking, arbeidsmarktaantekening en geldigheidsduur

2.1.6. Pilot ‘Arbeid als essentieel startup personeel’

2.1.8. Arbeid in loondienst op grond van de handels- en samenwerkingsovereenkomst met het Verenigd Koninkrijk

B6. Kennis en talent

10. Beperking en arbeidsmarktaantekening

5.4. Middelen van bestaan

2.6. TBC-verklaring

7. Gronden voor intrekking en niet-verlenging

3. Voorwaarden toelating onderzoeker in de zin van Richtlijn 2005/71

2.1. Bekende religieuze of levensbeschouwelijke organisaties

7.5. Voorschriften

In aanvulling op de inkomstenbronnen genoemd in B1/4.3.1 worden ten aanzien van alle onderzoekers de volgende inkomsten tevens aangemerkt als zelfstandig verworven bestaansmiddel:

3.1.1. Duurzame middelen

Bij de verlening wordt de arbeidsmarktaantekening gesteld ‘Andere arbeid alleen toegestaan indien werkgever beschikt over TWV’.

Op het verblijfsdocument dat aan de vreemdeling wordt verstrekt, wordt de beperking vermeld ‘verblijf conform beschikking Minister’.

2. Voorwaarden verblijfsvergunning slachtoffer eergerelateerd geweld en slachtoffer huiselijk geweld

Aan vreemdelingen kan verblijf bij religieuze of levensbeschouwelijke organisaties worden toegestaan indien bij die organisaties de afgelopen vijf jaar aan vreemdelingen verblijf is toegestaan voor religieuze of levensbeschouwelijke doeleinden, niet zijnde arbeid als godsdienstleraar of geestelijk voorganger, of studie. Het betreft hier een overgangsregeling in afwachting van een definitief beleidskader.

3.2. Landelijk Expertisecentrum Eergerelateerd Geweld

3.3. Kosten van levensonderhoud

Vreemdelingen die verblijf beogen bij een religieuze of levensbeschouwelijke organisatie waarbij niet gedurende de laatste vijf jaar aan vreemdelingen verblijf is verleend op religieuze of levensbeschouwelijke gronden, dienen te voldoen aan één van bestaande beperkingen zoals genoemd in artikel 3.4 Vb of een beperking als genoemd in de Vc.

2.6. In kennis stellen eerste lidstaat bij afwijzing

De verblijfsvergunning wordt met toepassing van artikel 3.4, derde lid, Vb, verleend in verband met de pilot religieus verblijf. Op het verblijfsdocument dat aan de vreemdeling wordt verstrekt, wordt de beperking vermeld ‘verblijf conform beschikking Minister’. De verblijfsvergunning voor verblijf in het kader van de pilot religieus verblijf wordt voor ten hoogste één jaar verleend. Omdat deze pilot een tijdelijke regeling betreft in afwachting van een definitief beleidskader, wordt gebruik gemaakt van de mogelijkheid die artikel 3.5, derde lid, Vb biedt om een beperking, anders dan de in artikel 3.5, tweede lid, Vb, genoemde beperkingen, aan te merken als een tijdelijk verblijfsrecht. Hoofdstuk B5/5 is niet van toepassing.

3.4. Beëindiging Rvb

Vreemdelingen aan wie verblijf wordt toegestaan op religieuze of levensbeschouwelijke gronden, dienen tijdens hun verblijf in Nederland in hun onderhoud te kunnen voorzien. Derhalve dient te kunnen worden beoordeeld of de vreemdeling gedurende zijn verblijf in Nederland bij de levensbeschouwelijke of religieuze organisatie over voldoende middelen van bestaan beschikt. Uit de aard van het verblijf vloeit voort dat in de kosten van levensonderhoud wordt voorzien door derden, in de regel de religieuze of levensbeschouwelijke organisatie. De religieuze of levensbeschouwelijke organisatie waarbij de vreemdeling gaat verblijven dient door middel van een opgave van de aan de vreemdeling te verstrekken voorzieningen gedurende zijn verblijf en een bewijs dat de organisatie over voldoende financiële middelen voor dat doel beschikt, aan te tonen dat deze voorzieningen ook daadwerkelijk (kunnen) worden verstrekt. De religieuze of levensbeschouwelijke organisatie dient zich schriftelijk garant te stellen voor de kosten die voor de Staat en andere openbare lichamen uit het verblijf van de vreemdeling kunnen voortvloeien alsmede voor de kosten van diens reis naar een plaats buiten Nederland waar diens toegang gewaarborgd is door middel van een model M48-B. De organisatie verklaart in model M48-B tevens zich bewust te zijn van de in dat model genoemde verplichtingen die uit hoofde van de toelating van een vreemdeling voor verblijf bij de desbetreffende organisatie op de organisatie rusten.

Aan de verblijfsvergunning wordt als voorschrift verbonden het aantonen van voldoende verzekerd te zijn tegen ziektekosten met inbegrip van de kosten van opname en verpleging in een sanatorium of psychiatrische inrichting.

20. Eergerelateerd geweld

De contactpersoon gender van de IND vraagt een analyse aan het Landelijk Expertisecentrum Eergerelateerd Geweld van de Nederlandse Politie over de aanwezigheid van dreiging van eergerelateerd geweld.

De verblijfsvergunning wordt verleend onder de beperking ‘verblijf op religieuze of levensbeschouwelijke gronden bij (naam religieuze of levensbeschouwelijke groepering)’.

5. Beperking en arbeidsmarktaantekening

De verblijfsvergunning voor verblijf voor religieuze of levensbeschouwelijke doeleinden wordt conform artikel 3.57 Vb voor ten hoogste één jaar verleend en kan telkens voor ten hoogste één jaar worden verlengd.

Omdat het een overgangsregeling betreft in afwachting van een definitief beleidskader, wordt gebruik gemaakt van de mogelijkheid die artikel 3.5, derde lid, Vb biedt om een beperking, anders dan de in artikel 3.5, tweede lid, Vb genoemde beperkingen, aan te merken als een tijdelijk verblijfsrecht. In de beschikking op een aanvraag voor verblijf voor religieuze of levensbeschouwelijke doeleinden wordt bepaald dat het verblijfsrecht tijdelijk is. Daartoe dient de vreemdeling een verklaring M45-A te tekenen.

5. Arbeidsmarktaantekening

Vreemdelingen die in dit kader verblijf beogen hebben geen TWV nodig voor zover en aangezien het werkzaamheden betreft met een overwegend religieus of levensbeschouwelijk karakter zoals die van kloosterling of uitvoerder van activiteiten ten bate van de organisatie zelf. Dientengevolge geldt de arbeidsmarktaantekening: ‘Arbeid niet toegestaan’ Op het verblijfsdocument wordt de aantekening geplaatst ‘een beroep op publieke middelen kan gevolgen hebben voor verblijfsrecht’.

9. Plaats van indienen van de aanvraag

Is er slechts sprake van gevaar in het land van herkomst, maar is er in Nederland geen dreiging van eergerelateerd of huiselijk geweld, dan is de asielprocedure de aangewezen weg.

11. Wijziging beperking en voortgezet verblijf ex artikel 3.52 Vb

In het kader van de aanpak van eergerelateerd en huiselijk geweld is de Rvb gewijzigd zodat slachtoffers van eergerelateerd of huiselijk geweld zonder een verblijfstitel, mits een aanvraag om een verblijfsvergunning vanwege dreigend eergerelateerd geweld is ingediend bij de IND, gebruik kunnen maken van de voorzieningen van de Rvb. Deze regeling maakt niet alleen toegang tot opvang door een instelling voor vrouwenopvang mogelijk, maar ook financiering van hulpverlening en een ziektekostenverzekering.

7.1. Inleiding

Vooruitlopend op de invoering van het Modern Migratiebeleid wordt een pilot religieus verblijf ingericht om, in nauwe samenwerking met het UWV WERKbedrijf, toe te werken naar deze toekomstige situatie. De pilot biedt de mogelijkheid om nader kennis te maken met de religieuze en levensbeschouwelijke organisaties in hun rol als referent. Tevens biedt de pilot de mogelijkheid om nadere invulling te kunnen geven aan de Wav uitvoeringsregels ten aanzien van religieuzen, in het bijzonder in welke gevallen toetsing op betaling van tenminste het wettelijk minimumloon bij aanvragen om een tewerkstellingsvergunning achterwege kan blijven en in welke gevallen kan worden afgezien van de verplichte vacaturemelding en de arbeidsmarkttoets.

Indien de dreiging in de zeer nabije toekomst kan worden weggenomen doordat een bevredigende oplossing voor het conflict kan worden bereikt, zal er in principe geen noodzaak zijn verblijf in Nederland toe te staan. In de rapportage van het Landelijk Expertisecentrum Eergerelateerd Geweld van de Nederlandse Politie zal worden opgenomen wat de verwachte duur is van het conflict. Een verblijfsvergunning zal echter niet alleen worden verleend indien sprake is van een blijvende dreiging, maar daarnaast is het ook mogelijk om in acute situaties een vergunning te verlenen. De verblijfsvergunning zal een tijdelijk karakter hebben.

7.2.1. Algemene voorwaarden

11. Wijziging beperking en voortgezet verblijf ex artikel 3.52 Vb

12. Gezinshereniging

12. Gezinshereniging

Onder levensbedreigende delicten wordt ook verstaan het aanzetten tot zelfmoord, waartegen het slachtoffer geen verweer kan bieden.

De religieuze of levensbeschouwelijke organisatie, die aan deze pilot meedoet, moet aan de volgende voorwaarden voldoen:

Bij het indienen van een aanvraag geldt dat de organisatie:

Gezinsleden, die verblijf beogen bij een vreemdeling aan wie verblijf op religieuze of levensbeschouwelijke gronden in het kader van de pilot is verleend, moeten voldoen aan de voorwaarden als genoemd in hoofdstuk B2.

4.3.3.1. Inkomen uit arbeid in loondienst

5. De verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd

5.4. Voorschriften

5.5. Geldigheidsduur van de verblijfsvergunning

5.4. Voorschriften

6.2.2. Onjuiste gegevens

8. Bewijsmiddelen

3.2. Beperking, arbeidsmarktaantekening en geldigheidsduur

2.1.5. Arbeid in het kader van de Regeling internationaal handelsverkeer

2.1. Algemeen

2.6.1. Looncriterium

6. Wijziging werkgever, zoekperiode

7. Gronden voor intrekking en niet-verlenging

2.5. mvv-vereiste

7.1. Werkloosheid, ziekte en arbeidsongeschiktheid

7.2.2. Bijzondere voorwaarden

De inkomsten uit arbeid als zelfstandige worden aangetoond overeenkomstig B1/4.3.4 (onder ‘Berekening van het inkomen van een gevestigde ondernemer’). Voor zover de bewijsstukken zijn overgelegd in een vreemde taal, wordt verwezen naar B1/9.3.

21. Verblijf als houder van een Europese blauwe kaart

2.3. Algemene voorwaarden:

4. Beperking

19. Verblijf op religieuze of levensbeschouwelijke gronden

7.1. Inleiding

7.4. Beperking en arbeidsmarktaantekening

7.5. Voorschriften

Voor zover op de vreemdeling de plicht berust om te beschikken over een mvv, dient de procedure ter verkrijgen van de mvv bij voorkeur in Nederland te worden gestart door de religieuze of levensbeschouwelijke organisatie waarbij de vreemdeling verblijf beoogt. Daartoe dient de religieuze of levensbeschouwelijke organisatie een verzoek om advies ter verlening van een mvv aan betrokken vreemdeling te richten aan de IND. Bij het verzoek om advies dienen de in B19/2.2 genoemde bescheiden te worden meegezonden. Tevens dient bij het verzoek om advies een aanvullende brief te worden meegezonden waarin uiteengezet wordt dat de vreemdeling verblijf beoogt voor religieuze of levensbeschouwelijke doeleinden, niet zijnde verblijf voor arbeid of studie. Indien door de religieuze of levensbeschouwelijke organisatie op het verzoek om advies een verblijfsdoel is aangekruist terwijl uit de overgelegde bescheiden nadrukkelijk blijkt dat verblijf op religieuze of levensbeschouwelijke gronden wordt beoogd, dient de aanvraag getoetst te worden aan de voorwaarden, verbonden aan de onderhavige regeling.

Op het verblijfsdocument dat aan de vreemdeling wordt verstrekt, wordt de beperking vermeld ‘verblijf conform beschikking Minister’.

Al enige jaren is er - onder andere in de media en de politiek - aandacht voor eergerelateerd en huiselijk geweld en de bestrijding ervan. Het merendeel van de slachtoffers is in het bezit van de Nederlandse nationaliteit of is in het bezit van een zelfstandige verblijfsvergunning. Het komt ook voor dat een slachtoffer een afhankelijke verblijfsvergunning heeft, of in het geheel niet of niet meer in het bezit is van een verblijfsvergunning. Voor deze laatste groep ontbreekt daarmee veelal de grond voor financiering van opvang en hulpverlening.

In het geval betrokken vreemdeling onderdaan is van een lidstaat van de EU, de EER of Zwitserland is de arbeidsmarktaantekening: ‘Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist’.

Aan de verblijfsvergunning wordt als voorschrift verbonden het aantonen van voldoende verzekerd te zijn tegen ziektekosten met inbegrip van de kosten van opname en verpleging in een sanatorium of psychiatrische inrichting.

De vreemdeling aan wie ingevolge de bepalingen van B2 een verblijfsvergunning voor verblijf bij het slachtoffer is verleend, komt niet in aanmerking voor een zelfstandige verblijfsvergunning voor voortgezet verblijf, zoals bedoeld in artikel 3.50 Vb, aangezien het hier gaat om een verblijfsrecht van tijdelijke aard (zie artikel 3.5, tweede lid, aanhef en onder a Vb en B16).

In het kader van de pilot religieus verblijf kan, in aanvulling op B5/4.1 en B19/1.2, verblijf worden toegestaan aan de vreemdeling die een geestelijk, godsdienstig of levensbeschouwelijk ambt bekleedt en ten behoeve van een kerkgenootschap of een ander genootschap op geestelijke of levensbeschouwelijke grondslag werkzaamheden van overwegend godsdienstige, geestelijke of levensbeschouwelijke aard verricht of anderszins met een religieuze of levensbeschouwelijke boodschap naar buiten treedt. Tevens kan verblijf worden toegestaan aan de vreemdeling, die activiteiten voor een religieuze of levensbeschouwelijke organisatie verricht als interne functionaris of als contemplatieve. Daarvoor is vereist dat het UWV WERKbedrijf een positief advies heeft afgegeven aan de IND betreffende de vreemdeling. Indien geen positief advies wordt afgegeven door het UWV WERKbedrijf wordt de aanvraag afgewezen. Indien door het UWV WERKbedrijf een positief advies is afgegeven, wordt zonodig vrijstelling van het middelenvereiste verleend, mits wordt voldaan aan de onder paragraaf 7.2.2 genoemde bijzondere voorwaarden. De vreemdeling moet beschikken over een geldig document voor grensoverschrijding. Het mvv-vereiste is onverkort van toepassing.

De IND stelt een onderzoek in of er uit het oogpunt van de openbare orde en nationale veiligheid bezwaar bestaat tegen het verblijf van de vreemdeling.

Indien sprake is van beoogd verblijf bij een religieuze of levensbeschouwelijke organisatie ten behoeve van arbeid in loondienst als geestelijk voorganger/godsdienstleraar, ten behoeve van studie of ten behoeve van uitwisseling, zijn de voorwaarden ten aanzien van respectievelijk arbeid in loondienst (B5), studie (zie B6) of uitwisseling (zie B7) van toepassing. De Wet arbeid vreemdelingen blijft onverkort van toepassing.

De religieuze of levensbeschouwelijke organisatie legt ter beoordeling of aan bovengenoemde voorwaarden wordt voldaan de volgende gegevens en bescheiden ten aanzien van de organisatie over:

De religieuze of levensbeschouwelijke organisatie legt ter beoordeling of aan bovengenoemde voorwaarden wordt voldaan de volgende gegevens en bescheiden met betrekking tot de individuele aanvraag over:

Uit de inhoud van de overgelegde stukken moet blijken dat er sprake is van (een reële dreiging van) huiselijk geweld, die heeft geleid tot het feitelijk verbreken van de relatie met de (huwelijks)partner.

Voor zover op de vreemdeling de plicht rust om te beschikken over een mvv, wordt de procedure ter verkrijging van de mvv in Nederland gestart door de religieuze of levensbeschouwelijke organisatie die de overkomst van de vreemdeling wenst. Daartoe richt de religieuze of levensbeschouwelijke organisatie een verzoek om advies omtrent afgifte van een mvv aan betrokken vreemdeling aan de IND, onder vermelding van ‘pilot religieus verblijf’. Bij het verzoek zendt de organisatie de in B19/7.2.2 genoemde bescheiden mee.

Hierbij is het niet van belang wie tot verbreking van de (huwelijks)relatie heeft besloten. Alleen bij minderjarige slachtoffers is het in verband met de leeftijd niet noodzakelijk dat de gezinsband is verbroken.

De verblijfsvergunning wordt met toepassing van artikel 3.4, derde lid, Vb, verleend in verband met de pilot religieus verblijf. Op het verblijfsdocument dat aan de vreemdeling wordt verstrekt, wordt de beperking vermeld ‘verblijf conform beschikking Minister’. De verblijfsvergunning voor verblijf in het kader van de pilot religieus verblijf wordt voor ten hoogste één jaar verleend. Omdat deze pilot een tijdelijke regeling betreft in afwachting van een definitief beleidskader, wordt gebruik gemaakt van de mogelijkheid die artikel 3.5, derde lid, Vb biedt om een beperking, anders dan de in artikel 3.5, tweede lid, Vb, genoemde beperkingen, aan te merken als een tijdelijk verblijfsrecht. Hoofdstuk B5/5 is niet van toepassing.

7. Beperkingen, arbeidsmarktaantekening en voorschriften

7.5. Voorschriften

Aan de verblijfsvergunning wordt als voorschrift verbonden het aantonen van voldoende verzekerd te zijn tegen ziektekosten met inbegrip van de kosten van opname en verpleging in een sanatorium of psychiatrische inrichting.

20. Eergerelateerd geweld

Als een gezinslid niet gelijktijdig een verzoek om advies wordt indient moet hij maken van het formulier voor nareizende gezinsleden.

In dit hoofdstuk wordt het rechtmatig verblijf van slachtoffers van eergerelateerd geweld geregeld. Daarnaast biedt dit hoofdstuk richtlijnen voor het bieden van opvang en bescherming van slachtoffers van eergerelateerd geweld.

Tevens wordt in dit hoofdstuk het rechtmatig verblijf van slachtoffers van huiselijk geweld geregeld die niet in aanmerking kunnen komen voor voortgezet verblijf op grond van huiselijk geweld (B16), omdat zij niet eerder in het bezit zijn geweest van een verblijfsvergunning. Daarnaast biedt dit hoofdstuk ook richtlijnen voor het bieden van opvang en bescherming van slachtoffers van huiselijk geweld.

Onder eergerelateerd geweld wordt verstaan elke vorm van geestelijk of lichamelijk geweld gepleegd vanuit een collectieve mentaliteit in een reactie op een (dreiging van) schending van de eer van een man of vrouw en daarmee van zijn of haar familie, waarvan de buitenwereld op de hoogte dreigt te raken. Dit type geweld vindt plaats in een specifieke culturele en sociale context en heeft geen religieuze basis. Eergerelateerd geweld kan verschillende vormen aannemen en in het uiterste geval tot moord of doodslag leiden.

2.2. Aanvraag om een verblijfsvergunning

Al enige jaren is er - onder andere in de media en de politiek - aandacht voor eergerelateerd en huiselijk geweld en de bestrijding ervan. Het merendeel van de slachtoffers is in het bezit van de Nederlandse nationaliteit of is in het bezit van een zelfstandige verblijfsvergunning. Het komt ook voor dat een slachtoffer een afhankelijke verblijfsvergunning heeft, of in het geheel niet of niet meer in het bezit is van een verblijfsvergunning. Voor deze laatste groep ontbreekt daarmee veelal de grond voor financiering van opvang en hulpverlening.

Dit hoofdstuk voorziet alleen in beleid voor het verlenen van een verblijfsvergunning indien de vreemdeling niet in het bezit is geweest van een verblijfsvergunning of indien de geldigheidsduur van zijn verblijfsvergunning twee jaar of langer is verlopen en de vreemdeling, gelet op het bepaalde in paragraaf B1/5.1 Vc, niet tijdig danwel binnen de redelijke termijn een aanvraag om verlenging of wijziging beperking heeft ingediend. Dit hoofdstuk is niet bedoeld voor slachtoffers van huiselijk geweld of eergerelateerd geweld die hun verblijfsrecht dreigen te verliezen maar hun verblijf kunnen voortzetten op grond van een van de beperkingen als genoemd in artikel 3.4 eerste lid Vb. Zij dienen een aanvraag wijziging beperking in te dienen en komen niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning op grond van dit hoofdstuk.

3.3. Kosten van levensonderhoud

Is er slechts sprake van gevaar in het land van herkomst, maar is er in Nederland geen dreiging van eergerelateerd of huiselijk geweld, dan is de asielprocedure de aangewezen weg.

Indien er in Nederland sprake is van een dreiging van eergerelateerd of huiselijk geweld dan is de reguliere procedure de meest aangewezen weg. Voor verlening van een verblijfsvergunning in het kader van dit hoofdstuk dient echter wel, naast dreiging in Nederland, ook dreiging in het land van herkomst aanwezig te zijn. In dat geval kan betrokkene zich immers niet aan het gevaar onttrekken door zich in het land van herkomst te vestigen.

3.4. Beëindiging Rvb

In het kader van vergroting van de veiligheid van het slachtoffer van eergerelateerd geweld kan de aanvraag, eventueel door tussenkomst van de vrouwenopvang, schriftelijk worden ingediend (zie B1/9.1.1).

Om te beoordelen of sprake is van dreiging van eergerelateerd geweld vraagt de IND, ten behoeve van de beoordeling of dit verstrekking van een verblijfsvergunning rechtvaardigt, een analyse bij het Landelijk Expertisecentrum Eergerelateerd Geweld van de Nederlandse Politie. Uit de analyse moet in ieder geval blijken of er sprake is van dreiging van eergerelateerd geweld die de verstrekking van een verblijfsvergunning rechtvaardigt. Wanneer het Landelijk Expertisecentrum Eergerelateerd Geweld van de Nederlandse Politie mogelijkheden ziet waardoor de dreiging in die periode op de een of andere wijze afgewend kan worden, moet dit in de analyse worden meegenomen.

4. De beslissing

De contactpersoon gender van de IND vraagt een analyse aan het Landelijk Expertisecentrum Eergerelateerd Geweld van de Nederlandse Politie over de aanwezigheid van dreiging van eergerelateerd geweld.

2.5. Sticker verblijfsaantekeningen algemeen

Indien de dreiging in de zeer nabije toekomst kan worden weggenomen doordat een bevredigende oplossing voor het conflict kan worden bereikt, zal er in principe geen noodzaak zijn verblijf in Nederland toe te staan. In de rapportage van het Expertisecentrum Eergerelateerd Geweld van de Nederlandse Politie zal worden opgenomen wat de verwachte duur is van het conflict.

2.5. Sticker verblijfsaantekeningen algemeen

Onder levensbedreigende delicten wordt ook verstaan het aanzetten tot zelfmoord, waartegen het slachtoffer geen verweer kan bieden.

8. Verlenging

Eergerelateerd geweld kan zich ook uiten in de vorm van verstoting. Hierbij gaat het om een sociale doodverklaring van het slachtoffer door de familie. Bij de beoordeling van de verblijfsaanvraag wordt de vraag betrokken of het slachtoffer zich door vestiging elders aan de gevolgen van de verstoting zou kunnen onttrekken en of betrokkene zich vervolgens zelfstandig zou kunnen handhaven.

Naast deze voorwaarden zijn de algemene voorwaarden van artikel 16, eerste lid, Vw van toepassing (zie B1/4), behoudens de voorwaarden die hieronder worden genoemd.

8. Verlenging

10. Leges

4. Voorwaarden

9. Plaats van indienen van de aanvraag

Hierbij is het niet van belang wie tot verbreking van de (huwelijks)relatie heeft besloten. Alleen bij minderjarige slachtoffers is het in verband met de leeftijd niet noodzakelijk dat de gezinsband is verbroken.

De vreemdeling kan aannemelijk maken dat hij zich niet aan het geweld kan onttrekken als hij zich zou vestigen in het land van herkomst. Naast geweld of dreiging van geweld in Nederland dient ook in het land van herkomst dreiging aanwezig te zijn. De vreemdeling dient in dit kader aannemelijk te maken dat van de kant van de familieleden die in het land van herkomst wonen, dreiging voor betrokkene uitgaat.

In afwijking van de algemene voorwaarden genoemd in artikel 16 Vw wordt de aanvraag niet afgewezen:

Het slachtoffer van dreigend eergerelateerd geweld en de minderjarige kinderen van het slachtoffer zijn geen leges verschuldigd voor het indienen van een aanvraag (zie de artikel 3.34b, eerste lid, onder j, en m VV).

21. Verblijf als houder van een Europese blauwe kaart

3. Procedurele bepalingen slachtoffer eergerelateerd geweld

De vreemdeling aan wie ingevolge de bepalingen van B2 een verblijfsvergunning voor verblijf bij het slachtoffer is verleend, komt niet in aanmerking voor een zelfstandige verblijfsvergunning voor voortgezet verblijf, zoals bedoeld in artikel 3.50 Vb, aangezien het hier gaat om een verblijfsrecht van tijdelijke aard (zie artikel 3.5, tweede lid, aanhef en onder a Vb en B16).

Indien het slachtoffer van dreigend eergerelateerd of huiselijk geweld tijdens de verdere procedure feitelijk verblijft op een opvangadres, kan het slachtoffer voor de GBA een zogenoemd briefadres kiezen. Daarvoor is een aanwijzing van het betreffende gemeentebestuur nodig op grond van artikel 67, vierde lid, Wet GBA. Het briefadres hoeft niet noodzakelijkerwijs te worden gehouden in de gemeente waar het slachtoffer op een opvangadres verblijft. Dat kan bijvoorbeeld ook het adres van het regionale politiekorps of van een zorginstelling zijn of van een particulier adres, mits de houder van dat adres daarmee instemt.

3.2. Landelijk Expertisecentrum Eergerelateerd Geweld

Ter beoordeling van de vraag of sprake is van dreigend eergerelateerd geweld in Nederland, wordt advies ingewonnen bij het Landelijk Expertisecentrum Eergerelateerd Geweld van de Nederlandse Politie.

4.3. Werkgever

Uit de analyse moet in ieder geval blijken of er sprake is van langdurige dreiging van eergerelateerd geweld die de verstrekking van een verblijfsvergunning rechtvaardigt. Wanneer het Landelijk Expertisecentrum Eergerelateerd Geweld mogelijkheden ziet waardoor de dreiging in die periode op de een of andere manier afgewend kan worden, moet dit in de analyse worden meegenomen.

De inhoud van de analyse van het Landelijk Expertisecentrum Eergerelateerd Geweld vormt de basis van de beslissing omtrent de aanvraag om een verblijfsvergunning. De IND zal opnieuw om een analyse verzoeken indien daaraan zodanige gebreken kleven dat dit niet als basis kan dienen voor een zorgvuldig besluit omtrent de verlening van een verblijfsvergunning.

Bij de aanvraag moet altijd de originele diplomawaardering van het Nuffic worden meegestuurd. Betrokkene zelf of de werkgever draagt zelf zorg voor de diplomawaardering door een aanvraag hiertoe in te dienen bij het Informatiecentrum Diplomawaardering van het Nuffic. Bij deze aanvraag moet een gewaarmerkte kopie van het diploma en de bijbehorende cijferlijst worden overgelegd zonodig voorzien van een vertaling door een beëdigde vertaler.

Indien de vreemdeling, in verband met dreiging van eergerelateerd of huiselijk geweld, in een instelling voor vrouwenopvang is opgenomen, dient de vreemdeling, indien gewenst met behulp van de instelling voor vrouwenopvang, het aanvraagformulier voor de Rvb via het COA aan te vragen. De Rvb wordt verstrekt teneinde het slachtoffer in staat te stellen in haar of zijn kosten van levensonderhoud te voorzien.

Aan verstrekking op grond van de Rvb wordt de voorwaarde verbonden dat er een aanvraag voor een verblijfsvergunning op grond van dreigend eergerelateerd geweld is ingediend en dat er sprake is van verblijf bij een instelling voor vrouwenopvang. Het COA gaat bij de IND en bij de instelling voor vrouwenopvang na of aan deze voorwaarde is voldaan.

De werkgever kan voor de vreemdeling, die in Nederland verblijf beoogt als houder van een Europese blauwe kaart het ingevulde en ondertekende formulier, vergezeld van de vereiste stukken, per post naar het IND-loket kennis- en arbeidsmigratie sturen. Het bepaalde in B1/1.1.1 en B1/1.1.2 is van toepassing. Als de vreemdeling, conform het bepaalde in B1/1.1.1 zonder voorafgaand verzoek om een advies van de werkgever een aanvraag om een mvv indient bij de Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in zijn land van herkomst of bestendig verblijf, wordt de aanvraag ter afhandeling doorgezonden naar het IND-loket kennis- en arbeidsmigratie.

Zolang er nog geen beslissing is op het verzoek om de verblijfsvergunning kan een slachtoffer van dreigend eergerelateerd of huiselijk geweld aanspraak maken op de Rvb.

Het COA beëindigt de verstrekking krachtens de Rvb niet eerder dan nadat een verblijfsvergunning is afgegeven of de aanvraag om een verblijfsvergunning op grond van dreigend eergerelateerd geweld is afgewezen en hiertegen geen bezwaar of beroep is ingesteld dat de vreemdeling hier te lande mag afwachten. Na afgifte van de verblijfsvergunning maakt het slachtoffer eergerelateerd geweld aanspraak op een uitkering ingevolge de Wwb.

4. De beslissing

De contactpersoon gender van de IND vraagt een analyse aan het Landelijk Expertisecentrum Eergerelateerd Geweld van de Nederlandse Politie over de aanwezigheid van dreiging van eergerelateerd geweld.

Gelet hierop zal de wettelijke beslistermijn, op grond van artikel 25, tweede lid, Vw met ten hoogste zes maanden kunnen worden verlengd.

De werkgever kan voor de vreemdeling die in Nederland wil verblijven als ‘houder van een Europese blauwe kaart’ het ingevulde en ondertekende formulier, vergezeld van de vereiste stukken, per post aan het IND-loket kennis- en arbeidsmigratie sturen.

Aan de vergunning wordt als voorschrift verbonden de verplichting voldoende verzekerd te zijn tegen ziektekosten, met inbegrip van de kosten verbonden aan opname en verpleging in een sanatorium of een psychiatrische inrichting.

De Hoofddirecteur van de IND stelt het aanvraagformulier vast en het aanvraagformulier kan alleen elektronisch worden verkregen van de IND (zie website).

Het verblijfsdocument van een slachtoffer van eergerelateerd geweld wordt afgegeven door de korpschef onder wiens verantwoordelijkheid het slachtoffer van dreigend eergerelateerd geweld valt.

Als de vreemdeling die in Nederland wil verblijven als ‘houder van een Europese blauwe kaart’, de aanvraag persoonlijk wil indienen bij de IND, maakt hij een afspraak via de afsprakenlijn.

De verblijfsvergunning wordt in beginsel voor een periode van één jaar verleend.

8. Verlenging

De geldigheidsduur van de verblijfsvergunning van het slachtoffer kan niet worden verlengd.

2.4. TBC-verklaring

Op het verblijfsdocument wordt de aantekening geplaatst: ‘Andere arbeid alleen toegestaan indien werkgever beschikt over TWV. Een beroep op publieke middelen kan gevolgen hebben voor het verblijfsrecht’.

10. Leges

De verblijfsvergunning aan minderjarige kinderen wordt verleend onder de beperking ‘gezinshereniging bij (naam ouder(s)). Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist’.

Het bepaalde in B1/4.5 is van toepassing.

2.5. Sticker verblijfsaantekeningen algemeen

Op deze aanvraag zijn de algemene toelatingsvoorwaarden als verwoord in artikel 16 Vw en de algemene bepalingen van B2 van toepassing, met uitzondering van de bepalingen in zake het middelenvereiste.

Om te verzekeren dat de minderjarige kinderen slechts verblijf krijgen gedurende de periode van toelating van het slachtoffer van dreigend eergerelateerd geweld, krijgt de aan hen verstrekte verblijfsvergunning dezelfde geldigheidsduur als die van het slachtoffer.

De vreemdeling aan wie ingevolge de bepalingen van B2 een verblijfsvergunning voor verblijf bij het slachtoffer is verleend, komt niet in aanmerking voor een zelfstandige verblijfsvergunning voor voortgezet verblijf, zoals bedoeld in artikel 3.50 Vb, aangezien het hier gaat om een verblijfsrecht van tijdelijke aard (zie artikel 3.5, tweede lid, aanhef en onder a Vb en B16).

21. Verblijf als houder van een Europese blauwe kaart

Het koppelingsbureau van de IND fungeert in dergelijke gevallen als contactpunt voor het verstrekken en ontvangen van informatie.

9.1. Wijziging werkgever

In aanvulling op de algemene voorwaarden voor de verlening van een verblijfsvergunning (regulier) voor bepaalde tijd genoemd in B1/4, gelden voor de verlening van een verblijfsvergunning onder de beperking ‘houder van een Europese blauwe kaart’ de in dit hoofdstuk neergelegde bijzondere voorwaarden, zoals het voldoen aan het looncriterium (zie B21/3.2) en het voldoen aan de opleidingseis (zie B21/3.4).

2. Procedureel

De volgende categorieën vreemdelingen komen in aanmerking voor verblijf op grond van Richtlijn 2009/50:

Op grond van artikel 3.30b Vb wordt de verblijfsvergunning verleend als:

4.1. Vrijstelling mvv

De Hoofddirecteur van de IND stelt het aanvraagformulier vast en het aanvraagformulier kan alleen elektronisch worden verkregen via de website van de IND.

De werkgever kan voor de vreemdeling, die in Nederland verblijf beoogt als houder van een Europese blauwe kaart het ingevulde en ondertekende formulier, vergezeld van de vereiste stukken, per post naar het IND-loket kennis- en arbeidsmigratie sturen. Het bepaalde in B1/1.1.1 en B1/1.1.2 is van toepassing. Als de vreemdeling, conform het bepaalde in B1/1.1.1 zonder voorafgaand verzoek om een advies van de werkgever een aanvraag om een mvv indient bij de Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in zijn land van herkomst of bestendig verblijf, wordt de aanvraag ter afhandeling doorgezonden naar het IND-loket kennis- en arbeidsmigratie.

De echtgeno(o)te of (geregistreerd) partner en de minderjarige kinderen die verblijf bij de houder van een Europese blauwe kaart willen, moeten een aanvraag indienen voor verlening van een verblijfsvergunning regulier voor gezinsleden van de houder van een Europese blauwe kaart in de zin van Richtlijn 2009/50.

De werkgever kan een verzoek om advies met het oog op de afgifte van een mvv in het kader van gezinshereniging bij de houder van een Europese blauwe kaart ook bij het IND-loket kennis- en arbeidsmigratie indienen als:

Als de gezinsleden tegelijkertijd met de hoofdpersoon een verzoek om advies indienen, moeten zij gebruik maken van het aanvraagformulier ‘verzoek om advies in verband met afgifte mvv als gezinslid bij de houder van een Europese blauwe kaart in de zin van Richtlijn 2009/50’.

Als een gezinslid niet gelijktijdig een verzoek om advies wordt indient moet hij maken van het formulier voor nareizende gezinsleden.

4.3. Werkgever

De aanvrager legt een kopie van de arbeidsovereenkomst over, waaruit blijkt dat voldaan wordt aan het looncriterium. Daarnaast wordt voor de bewijsmiddelen aangesloten bij B15/5.1.2.

Betrokkene dient de aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning als houder van een Europese blauwe kaart in de zin van Richtlijn 2009/50 schriftelijk in bij de IND. Betrokkene kan dit zelf doen, of door tussenkomst van de werkgever. Betrokkene maakt gebruik van het aanvraagformulier ‘aanvraag verblijfsvergunning zonder mvv of wijziging verblijfsdoel als houder van een Europese blauwe kaart in de zin van Richtlijn 2009/50’ of ‘aanvraag verblijfsvergunning houder van een Europese blauwe kaart met mvv’.

De Hoofddirecteur van de IND stelt het aanvraagformulier vast en het aanvraagformulier kan alleen elektronisch worden verkregen van de IND (zie website).

4.4. Diploma

Als de vreemdeling die in Nederland wil verblijven als ‘houder van een Europese blauwe kaart’, de aanvraag persoonlijk wil indienen bij de IND, maakt hij een afspraak via de afsprakenlijn.

Met het aanvraagformulier voor een verblijfsvergunning voor de houder van een Europese blauwe kaart kunnen de gezinsleden gelijktijdig een aanvraag voor een verblijfsvergunning indienen.

Als de gezinsleden naar Nederland reizen nadat de vreemdeling, die in Nederland wil verblijven als houder van een Europese blauwe kaart een aanvraag heeft ingediend, moeten deze gezinsleden een aanvraag indienen. Hiervoor moeten zij gebruik maken van het daartoe bestemde aanvraagformulier ter verlening van een verblijfsvergunning regulier voor nareizende gezinsleden.

De vreemdeling, die direct voorafgaande aan de indiening van de aanvraag houder was van een blauwe kaart uit een andere lidstaat, mag de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning in Nederland afwachten. De uitzetting blijft dan achterwege. Ook de leden van het reeds in de eerste lidstaat bestaande gezin – er mag dus geen sprake zijn van gezinsvorming – mogen de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning in Nederland afwachten (zie artikel 3.1b Vb).

Ingevolge richtlijn 2009/50 neemt de IND binnen een termijn van 90 dagen een beslissing op de aanvraag om een verblijfsvergunning regulier onder de beperking ‘verblijf als houder van een Europese blauwe kaart’.

2.3. Leges

Betaling van de verschuldigde leges vindt plaats door tussenkomst van de werkgever door een machtiging tot automatische incasso. Als de werkgever dit niet bij de aanvraag doet dan vindt betaling van de verschuldigde leges plaats door een acceptgiro van het CJIB.

2.4. TBC-verklaring

5.1. Inleiding

Voor verlening van een verblijfsvergunning verleend onder een beperking verband houdende met gezinshereniging komen in aanmerking de echtgeno(o)te of geregistreerd partner, alsmede de minderjarige kinderen die feitelijk behoren tot het gezin van de houder van een Europese blauwe kaart.

5.2. Voorwaarden in het kader van gezinshereniging

Daarna moet de vreemdeling naar de gemeente gaan waar hij woont om zich te laten inschrijven in de GBA.

Het gezinslid legt bescheiden over waaruit de duur en aard van het eerdere verblijf als gezinslid in de andere staat die partij is bij het EU-verdrag blijkt.

Als Nederland als tweede lidstaat een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd niet verleent, verlengt of intrekt, stelt de IND de eerste lidstaat, die de status als houder van een Europese blauwe kaart aan de vreemdeling heeft verleend, in kennis en verstrekt de IND informatie betreffende het verwijderingsbesluit. De eerste lidstaat is verplicht de vreemdeling en zijn gezinsleden terug te nemen (zie artikel 3.103a, vierde lid, Vb).

6. Geldigheidsduur

De toegang wordt niet geweigerd als de vreemdeling of zijn gezinsleden uit een andere staat die partij is bij het EU-Verdrag naar Nederland terugkeert als ‘houder’ of voormalig houder van een door Onze Minister afgegeven Europese blauwe kaart. Dit geldt ook als de geldigheid van de door de Nederlandse autoriteiten afgegeven verblijfsvergunning verleend onder de beperking ‘verblijf als houder van een Europese blauwe kaart’ is verstreken of de verblijfsvergunning tijdens behandeling van de aanvraag is ingetrokken (zie artikel 2.1a, tweede lid, onder a, Vb).

De verblijfsvergunning van de gezinsleden wordt op grond van artikel 3.59c, tweede lid, Vb verleend en verlengd met een geldigheidsduur die gelijk is aan de duur van de verblijfsvergunning van de houder van een Europese blauwe kaart.

7. Beperkingen, arbeidsmarktaantekening en voorschriften

De verblijfsvergunning wordt verleend op grond van artikel 3.4, eerste lid onder cc, Vb onder de beperking ‘houder van een Europese blauwe kaart’. Het verblijfsrecht wordt met toepassing van artikel 3.5, derde lid, Vb aangemerkt als een niet-tijdelijk verblijfsrecht.

Op grond van artikel 3.30b Vb wordt de verblijfsvergunning verleend als:

De verblijfsvergunning voor de echtgeno(o)t(e) of (geregistreerd) partner wordt verleend onder de beperking ‘verblijf bij echtgeno(o)t(e)/(geregistreerd)partner/ (naam). Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist’.

De vreemdeling moet beschikken over een geldige mvv afgegeven onder een beperking verband houdend met verblijf als houder van een Europese blauwe kaart. Het mvv-vereiste geldt niet als:

Het is aan de vreemdeling om bescheiden over te leggen waaruit dit blijkt. Richtlijn 2009/50 is niet bindend voor de lidstaten Ierland, het Verenigd Koninkrijk en Denemarken.

4.2. Looncriterium

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)