Vreemdelingencirculaire 2000 (B)

Type Circulaire
Publication 2026-08-07
Laatst bijgewerkt 2026-08-11
State In force
Source BWB
artikelen 10
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Na drie jaar verblijf als houder van een verblijfsvergunning onder de beperking voor het ondergaan van medische behandeling kan de vreemdeling op grond van artikel 3.51, eerste lid, aanhef en onder b, Vb een aanvraag doen voor een verblijfsvergunning onder een beperking verband houdend met voortgezet verblijf, indien de medische behandeling naar het oordeel van de Minister nog voor ten minste één jaar noodzakelijk zal zijn. De vreemdeling moet gedurende de gehele periode hebben voldaan aan de voorwaarden voor verlenging van de geldigheidsduur van de oorspronkelijke verblijfsvergunning.

Voorts moet de vreemdeling, op het moment waarop de aanvraag om een verblijfsvergunning onder de beperking ‘voortgezet verblijf’ wordt ingediend, nog steeds aan alle voorwaarden genoemd in B8/2.1 Vc voldoen.

3.6.2. Na het zoeken en verrichten van arbeid, al dan niet in loondienst

Indien de verblijfsvergunning regulier onder de beperking ‘medische behandeling’ is verleend nadat ten minste een jaar direct voorafgaande aan de aanvraag tegen de uitzetting beletselen hebben bestaan als bedoeld in artikel 64 Vw, of nadat de vreemdeling ten minste een jaar direct voorafgaande aan de aanvraag in het bezit is geweest van een verblijfsvergunning regulier onder de beperking ‘verblijf vanwege medische noodsituatie’ telt deze laatst genoemde periode van ten minste een jaar mee voor de periode van drie jaar die nodig is om aanspraak te maken op een verblijfsvergunning onder de beperking ‘voortgezet verblijf’. In deze situatie kan de vreemdeling op grond van artikel 3.52 Vb onder meetelling van de periode als hiervoor beschreven na drie jaar een aanvraag doen voor een verblijfsvergunning onder de beperking ‘voorgezet verblijf’, indien de vreemdeling nog steeds aan de voorwaarden voldoet op grond waarvan de oorspronkelijke verblijfsvergunning is verlengd.

3.3. Na verblijf als Amv

Indien de Amv niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning voor voortgezet verblijf op grond van artikel 3.51 Vb, kan op grond van klemmende redenen van humanitaire aard voortgezet verblijf worden toegestaan. Hierin voorziet artikel 3.52 Vb.

4.6. Amv

Op grond van artikel 3.51, eerste lid, onder c, Vb kan aan een Amv op aanvraag een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘voortgezet verblijf’ worden verleend, indien:

De peildatum voor de vraag of de vreemdeling aan deze voorwaarden voldoet, ligt, gezien de bewoordingen van artikel 3.51 Vb, op de laatste dag van geldigheid van de verblijfsvergunning regulier onder de beperking ‘verblijf als Amv’.

In afwijking van B1/4.2 en B1/4.3 wordt de verblijfsvergunning ook verleend indien de vreemdeling:

Amv’s die in afwachting zijn van een beslissing op de aanvraag verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘voortgezet verblijf’ worden in het bezit gesteld van het verblijfsdocument conform bijlage 7f2 VV (W2-document), voor zover zij niet reeds in het bezit zijn van een geldig document voor grensoverschrijding.

4.6. Amv

De verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘verblijf als Amv’ wordt in de hierboven genoemde gevallen ten hoogste verlengd tot de dag waarop de vreemdeling meerderjarig wordt.

Als uitwerking van de onder a, b en c genoemde factoren kan gedacht worden aan:

4.9. Slachtoffer van geweld

Indien betrokkene vóór 4 januari 2001 (ingangsdatum huidige beleid) achttien jaar oud is geworden, en hij op grond van het toenmalig geldende beleid inzake Amv’s in aanmerking komt voor verblijf, dient voor de periode tot en met 3 januari 2001 een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘verblijf als Amv’ te worden verleend. Vanaf 4 januari 2001 komt betrokkene op grond van artikel 9.4 Vb in aanmerking voor een verblijfsvergunning onder de beperking ‘voortgezet verblijf’.

Indien betrokkene op of na 4 januari 2001 achttien jaar oud is geworden, wordt aan hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘verblijf als Amv’ verleend tot de datum waarop hij achttien jaar oud wordt. Vanaf de datum waarop betrokkene achttien jaar oud wordt, komt hij in aanmerking voor een verblijfsvergunning onder de beperking ‘voortgezet verblijf’ op grond van artikel 9.4 Vb.

5.1. Inleiding

Aan deze factor wordt in de belangenafweging een zwaar gewicht toegekend. Dit betekent dat naast deze factor niet aan één van de andere factoren (genoemd onder a tot en met d en f) dient te worden getoetst. Geweld, waaronder seksueel geweld, dat heeft geleid tot de feitelijke verbreking van de (huwelijks)relatie, wordt aangetoond aan de hand van:

De ABRvS heeft in haar uitspraak van 14 mei 2003 (20031352/1) geoordeeld dat de beslissing van destijds, om aan een minderjarige vreemdeling de verblijfsvergunning te weigeren omdat hij begeleid was, niet in overeenstemming is met de Vw. Daarom is de volgende voorziening getroffen voor hen die voor hun achttiende verjaardag een tweede aanvraag indienen.

4.9. Slachtoffer van geweld

1. Inleiding

Zie voor het beleid inzake de uitgeprocedeerde begeleide vreemdeling die nog minderjarig is B14/2.10.3.2.

Zie voor het beleid inzake uitgeprocedeerde vreemdelingen die inmiddels meerderjarig zijn geworden B14/2.10.3.3 en B16/4.7.

3.4. Na verblijf op grond van het buitenschuldcriterium

4.2.1. Minderjarigen en ondervonden (seksueel) geweld

In afwijking van B1/4.2 en B1/4.3 wordt de verblijfsvergunning ook verleend indien de vreemdeling:

Hierbij zijn de bepalingen ten aanzien van aantoonbaar ondervonden (seksueel) geweld binnen de familie (zie B16/4.2) van overeenkomstige toepassing. In verband met de leeftijd van de vreemdeling is hiervoor niet noodzakelijk dat de gezinsband is verbroken.

Op grond van artikel 3.51, zesde lid, onder a en b, Vb komen de gezinsleden van de houder van de Europese blauwe kaart in aanmerking voor een verblijfsvergunning onder een beperking verband houdend met voortgezet verblijf als:

Indien binnen vijf jaar na verblijfsaanvaarding niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden van verruimde gezinshereniging of het ouderenbeleid, zoals dat gold voor 1 oktober 2012, wordt voortgezet verblijf toegestaan, indien er sprake is van een combinatie van klemmende redenen van humanitaire aard die daartoe aanleiding geven. De beoordeling of in het concrete geval op grond van een dergelijke combinatie van klemmende redenen van humanitaire aard in het voortgezet verblijf van de vreemdeling behoort te worden berust, is aan de Minister.

5. Geldigheid en rechtspositie

Indien binnen vijf jaar na verblijfsaanvaarding aantoonbaar ondervonden (seksueel) geweld binnen de familie heeft geleid tot verbreking van de familierelatie, wordt hieraan in de belangenafweging een zwaar gewicht toegekend. Hierbij is niet van belang wie tot verbreking van de familierelatie heeft besloten. Dit betekent dat, indien het ondervonden geweld binnen de familie is aangetoond, de vreemdeling in aanmerking komt voor voortgezet verblijf.

Ingevolge artikel 3.31b Vb wordt de verblijfsvergunning op aanvraag verleend aan de vreemdeling:

De verblijfsvergunning wordt verleend onder de beperking ‘het zoeken en verrichten van arbeid, al dan niet in loondienst’. De arbeidsmarktaantekening luidt: ‘arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist’.

Een aantal internationale verdragen, waarbij Nederland is aangesloten, kan gevolgen hebben voor het voortgezet verblijf van een vreemdeling in Nederland. Zie hiervoor B10 en B11. Indien de inmenging in het privé- en gezinsleven niet op grond van het tweede lid van artikel 8 EVRM is gerechtvaardigd, is verblijfsbeëindiging niet aan de orde en kan voortgezet verblijf op grond van artikel 8 EVRM worden aanvaard (zie B2/10).

Ingevolge artikel 3.51, zevende lid, Vb kan de verblijfsvergunning onder de beperking ‘het zoeken en verrichten van arbeid, al dan niet in loondienst’ worden gewijzigd in een verblijfsvergunning onder een beperking verband houdend met voortgezet verblijf, indien de vreemdeling uiterlijk op het moment waarop de geldigheidsduur verstrijkt, voor nog een jaar beschikt over een arbeidsplaats waarmee hij zelfstandig en duurzaam voldoende middelen van bestaan zoals bedoeld in de artikelen 3.73 tot en met 3.75 Vb verwerft.

Hetgeen onder paragraaf B16/3.2 , ‘Meetellen rechtmatig verblijf op grond van artikel 8, onder j van de Vw’ is opgenomen is hier ook van toepassing.

Indien de eerdere verblijfsvergunning was verleend onder de beperking ‘medische behandeling’ of ‘verblijf vanwege medische noodsituatie’ luidt de arbeidsmarktaantekening: ‘arbeid uitsluitend toegestaan indien werkgever beschikt over TWV’. Deze arbeidsmarktaantekening geldt ook voor het gezinslid aan wie eerder een verblijfsvergunning was verleend voor verblijf bij een houder van een verblijfsvergunning onder de beperking ‘medische behandeling’ of ‘verblijf vanwege medische noodsituatie’. In de overige gevallen luidt de arbeidsmarktaantekening: arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist’.

Indien de vreemdeling niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning voor voortgezet verblijf op grond van artikel 3.50 of 3.51 Vb (zie B16/2 tot en met B16/6), kan op grond van klemmende redenen van humanitaire aard voortgezet verblijf worden toegestaan (zie artikel 3.52 Vb). In individuele gevallen, waarin niet aan de voorwaarden voor voortgezet verblijf wordt voldaan, wordt altijd bezien of het voortgezet verblijf moet worden aanvaard op grond van klemmende redenen van humanitaire aard.

4.2. (Huwelijks)relatie verbroken binnen vijf jaar

Indien de (huwelijks)relatie op grond waarvan het verblijf was toegestaan binnen vijf jaar na verblijfsaanvaarding en anders dan door overlijden, is verbroken, wordt voortgezet verblijf toegestaan, indien sprake is van een combinatie van klemmende redenen van humanitaire aard die daartoe aanleiding geven. De beoordeling of in het concrete geval op grond van een dergelijke combinatie van klemmende redenen van humanitaire aard in het voortgezet verblijf van de vreemdeling behoort te worden berust, is aan de Minister.

Klemmende redenen van humanitaire aard kunnen zijn gelegen in:

17. Verblijf als (economisch niet-actieve) langdurig ingezetene

De vreemdeling die zich hierop beroept, geeft aan welke klemmende redenen van humanitaire aard naar zijn mening tot aanvaarding van zijn voortgezet verblijf dienen te leiden en onderbouwt zijn beroep met ter zake relevante gegevens en bescheiden. Het is nadrukkelijk de eigen verantwoordelijkheid van de vreemdeling om bij het indienen van de aanvraag om voortgezet verblijf aan te geven dat er sprake is van een dergelijke combinatie van factoren, en die met ter zake relevante gegevens en bescheiden te onderbouwen. Hij is daartoe de meest gerede partij. Indien het beroep op klemmende redenen van humanitaire aard niet of niet afdoende met terzake relevante gegevens en bescheiden is onderbouwd bij het indienen van de aanvraag om voortgezet verblijf, stelt de IND de vreemdeling in de gelegenheid dit gebrek te herstellen. In beginsel wordt de vreemdeling hiertoe een termijn van twee weken gegund. Bij de beoordeling van het beroep op klemmende redenen van humanitaire aard, wordt altijd een belangenafweging gemaakt, waarbij de belangen van de vreemdeling worden afgewogen tegen die van de staat.

17. Verblijf als (economisch niet-actieve) langdurig ingezetene

Als uitwerking van de onder a, b en c genoemde factoren kan gedacht worden aan:

Aan de hand van de door de vreemdeling overgelegde informatie omtrent factoren a, b en c kan de IND zonodig een individueel ambtsbericht opvragen bij het Ministerie van BuZa.

Van belang is de mate van worteling in de Nederlandse samenleving en de mogelijkheid om het familie- en gezinsleven elders voort te zetten.

Daarnaast kan als uitwerking van de onder d en f genoemde factoren gedacht worden aan:

2.1. Geldig document voor grensoverschrijding

Aan deze factor wordt in de belangenafweging een zwaar gewicht toegekend. Dit betekent dat naast deze factor niet aan één van de andere factoren (genoemd onder a tot en met d en f) dient te worden getoetst. Geweld, waaronder seksueel geweld, dat heeft geleid tot de feitelijke verbreking van de (huwelijks)relatie, wordt aangetoond aan de hand van:

Uit de inhoud van de overgelegde stukken moet blijken dat er sprake is van huiselijk geweld, dat geleid heeft tot het feitelijk verbreken van de relatie met de (huwelijks)partner.

2.1.1. Erkenning van de onderzoeksinstelling

Uit de inhoud van de overgelegde stukken moet blijken dat er sprake is van huiselijk geweld, dat geleid heeft tot het feitelijk verbreken van de relatie met de (huwelijks)partner.

3.3.6.3. Geen ambtshalve verlening verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd

Als de geldigheidsduur van de mvv is verlopen op het moment dat de vreemdeling zich meldt bij de IND dan kan de verblijfsvergunning regulier ambtshalve worden verleend als de medewerker van de IND oordeelt dat er verschoonbare redenen zijn waarom de vreemdeling zich na het verlopen van de geldigheidsduur van de mvv bij de IND meldt.

4. Afwijzingsgronden verblijfsvergunning regulier bepaalde tijd

De IND beschouwt een verzoek om heroverweging van een in rechte onaantastbaar geworden beschikking als een aanvraag die niet is ingediend overeenkomstig de formele vereisten voor de indiening van een aanvraag.

3.4.1.3. Herstel verzuim

Bij afwijzing van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 3.6, tweede lid, Vb, beoordeelt de IND ambtshalve of de vreemdeling in aanmerking komt voor verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op een van de gronden genoemd in artikel 3.6, eerste lid, Vb.

3.4.1.1. De aanvraag

De IND beoordeelt slechts één verblijfsbeperking per aanvraag, met uitzondering van de gronden genoemd in artikel 3.6, eerste lid, Vb dan wel artikel 3.6a Vb.

3.4.1.3. Herstel verzuim

De IND beoordeelt ambtshalve of de vreemdeling in aanmerking komt voor verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op een van de gronden genoemd in artikel 3.6, eerste lid, Vb als de IND:

3.4.1.3. Herstel verzuim

Als de IND ambtshalve geen verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd verleent op grond van artikel 3.6, eerste lid, Vb, beoordeelt de IND:

3.4.2. Specifieke bepalingen over een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd

De IND merkt als wettelijke vertegenwoordiger, bedoeld in artikel 23 Vw juncto artikel 3.99 Vb aan:

3.4.1.3. Herstel verzuim

De IND kan de vreemdeling met het oog op zijn beschikbaarheid tijdens de behandeling van een aanvraag als bedoeld in artikel 3.99, tweede lid, aanhef en onder a, Vb een aanwijzing geven door middel van model M117D, op de dag dat de vreemdeling de aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd aan een IND-loket indient. De IND licht de aanwijzing mondeling toe.

4. Afwijzingsgronden verblijfsvergunning regulier bepaalde tijd

Als degene die een aanvraag indient namens een minderjarig kind niet aantoont diens wettelijke vertegenwoordiger te zijn, geeft de IND een termijn van drie maanden na vaststelling van dit verzuim om dat gebrek te herstellen. Het herstellen van het gebrek geschiedt door:

3.4.1.4. Beslistermijn

De IND streeft ernaar om binnen een termijn van twee weken na ontvangst te beslissen op een door een erkende referent ingediende aanvraag met het oog op afgifte van een mvv of op een aanvraag tot het verlenen, verlengen van de geldigheidsduur of wijziging van de beperking van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd.

3.4.1.5. Bekendmaking van de beschikking

De IND geeft geen herstel verzuim als de IND van tevoren vaststelt dat de vreemdeling niet voldoet aan één of meer voorwaarden van het beoogde verblijfsdoel. De IND verlengt de in de brief genoemde termijn om de aanvraag aan te vullen als sprake is van bijzondere omstandigheden.

3.4.1.5. Bekendmaking van de beschikking

De IND verzendt geen beschikking in het volgende geval:

3.4.1.6. Intrekking van de aanvraag

De IND beslist niet binnen twee weken op voornoemde aanvragen als sprake is van één van de volgende gevallen:

3.4.2. Specifieke bepalingen over een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd

De IND merkt in geval van een mvv-aanvraag die verband houdt met gezinshereniging bij een statushouder de volgende omstandigheden in ieder geval aan als bijzondere omstandigheid:

3.4.1.5. Bekendmaking van de beschikking

De vreemdeling moet een gezichtopname laten maken en tien digitale vingerafdrukken laten afnemen door de IND voor het vaststellen van zijn identiteit (artikel 3.102a Vb).

4. Afwijzingsgronden verblijfsvergunning regulier bepaalde tijd

De IND verstrekt de sticker ‘Verblijfsaantekening algemeen’ (bijlage 7g VV):

4.1.1. Vrijstelling mvv-vereiste op medische grond

4.1.3. Hardheidsclausule

4.3.3. Inkomen per inkomstenbron

4.2.1. Terminologie

4.3.3.1. Inkomen uit arbeid in loondienst

4.3.3.2. Inkomen uit arbeid als zelfstandige

4.3. Middelen van bestaan

4.3.2. Algemene beleidsregels

5.1. Algemeen

4.3.3. Inkomen per inkomstenbron

4.3.3.2. Inkomen uit arbeid als zelfstandige

4.3.3.3. Inkomsten uit eigen vermogen

4.4. Openbare orde en nationale veiligheid

6.2.1. Hoofdverblijf

5.2. Aantekening beroep algemene middelen

6.2.4. Middelen van bestaan

7. Rechtsmiddelen

9.8. De omstandigheden waaronder de overtreding is gepleegd en de evenredigheid

9.7.3. De administratieplicht

B2. Uitwisseling

3. Beperking, arbeidsmarktaantekening en geldigheidsduur

2.4. Europees Vrijwilligerswerk

5. Bewijsmiddelen

B4. Arbeid tijdelijk

4.4. Bewijsmiddelen

4.1. Beleidsregels

2.5. Arbeid als zelfstandige

4.6.6. Erkenning beroepskwalificaties

3.6.3. Afwachten van het onderzoek naar de geschiktheid van de aspirant-adoptiefouders

5.1.2. Bewijsmiddelen looncriterium

Werkloosheid is van invloed op de verblijfsrechtelijke positie van kennismigranten die houder zijn van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor verblijf als kennismigrant.

9.2. Ziekte en arbeidsongeschiktheid

11.3. Geldigheidsduur van de verblijfsvergunning

De in Nederland afgestudeerde vreemdeling dient een geaccrediteerde opleiding, als opgenomen in het Centraal Register Opleidingen Hoger Onderwijs te hebben afgerond met een Master-graad of een Doctor-graad te hebben behaald.

11.4. Beperkingen, arbeidsmarktaantekeningen en voorschriften

10.4. Verlenging en zoekperiode

16. Voortgezet verblijf

3.1.2. Verruimde gezinshereniging of ouderenbeleid

3.2. Na medische behandeling

3.3. Na verblijf als Amv

3.3. Na verblijf als Amv

3.3.3. Begeleide minderjarige vreemdelingen

Zie voor het beleid inzake uitgeprocedeerde vreemdelingen die inmiddels meerderjarig zijn geworden B14/2.10.3.3 en B16/4.7.

4.3. Verruimde gezinshereniging en ouderenbeleid

Ingevolge artikel 3.51, derde lid, Vb kan de zelfstandige verblijfsvergunning voor voortgezet verblijf na (verruimde) gezinshereniging of gezinsvorming eveneens worden verleend indien de hoofdpersoon met niet-tijdelijk verblijfsrecht is overleden en de gezinsband om die reden is verbroken. In deze gevallen wordt in beginsel altijd gebruikgemaakt van de bevoegdheid om de verblijfsvergunning te verlenen. Als regel levert het overlijden een zodanig schrijnende situatie op dat het voortgezet verblijf van de vreemdeling in Nederland behoort te worden aanvaard (zie artikel 3.51, derde lid, Vb). Daarbij hoeft de aanwezigheid van (andere) klemmende redenen van humanitaire aard niet te worden gesteld of onderzocht. Het vorengaande geldt echter niet indien verblijf is verleend in het kader van het ouderenbeleid (B2/7).

4.5. Slachtoffer/getuige-aangever van mensenhandel

In afwijking van B1/4.2 en B1/4.3 wordt de verblijfsvergunning niet afgewezen op de grond dat de vreemdeling niet (meer) beschikt over voldoende middelen van bestaan.

3.2. Beperking

Indien er sprake is van een te late indiening van de aanvraag om verlenging of de aanvraag om wijziging van de beperking, is het gestelde in B1/5.1 van toepassing.

3.3.2. Bijzonder overgangsrecht voor achttienjarigen

Indien er sprake is van een eerste beslissing op de asielaanvraag waarbij ambtshalve een vergunning op grond van het beleid inzake Amv’s wordt verleend, geldt het volgende.

5. Gezinshereniging

Als er sprake is van een eerste beslissing op de asielaanvraag en de vreemdeling is inmiddels achttien, dan wordt in deze gevallen de asielaanvraag mede aangemerkt als een aanvraag om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘voortgezet verblijf’. De vreemdeling hoeft deze vergunning dus niet apart aan te vragen.

4.3. Verruimde gezinshereniging en ouderenbeleid

Een Amv, aan wie een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘verblijf als Amv’ wordt verleend, kan in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning onder de beperking ‘voortgezet verblijf’ op grond van artikel 3.52 Vb:

Hierbij gelden de volgende (cumulatieve) voorwaarden:

5.3. Verblijfstatus in eerste lidstaat

4.2.1. Minderjarigen en ondervonden (seksueel) geweld

Indien er een beroep wordt gedaan op (seksueel) geweld, zonder dat dit op de voorgaande wijze kan worden aangetoond, kan dit betrokken worden bij de beoordeling of sprake is van een combinatie van klemmende redenen van humanitaire aard die aanleiding geven voortgezet verblijf toe te staan.

Op grond van artikel 3.51, eerste lid, onder d, Vb kan aan een vreemdeling aan wie verblijf is verleend omdat hij buiten zijn schuld niet uit Nederland kan vertrekken op aanvraag een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘voortgezet verblijf’ worden verleend, indien:

4.10. Medische noodsituatie

3.5. Verblijf als gezinslid bij een houder van een Europese blauwe kaart

Naar aanleiding van de uitspraak van 9 december 2010 van het Hof van Justitie van de Europese Unie in de gevoegde zaken Toprak en Oguz (C-300/09 en C-301/09) is het beleid dat tussen 1982 en 2001 gold met betrekking tot voortzetting van het verblijf na verbreking van het huwelijk voor Turkse onderdanen weer ingevoerd. Deze regeling is vastgelegd in artikel 7.2b VV.

5.1. Overgangsrecht

Indien de eerdere verblijfsvergunning was verleend onder de beperking ‘medische behandeling’ of ‘verblijf vanwege medische noodsituatie’ luidt de arbeidsmarktaantekening: ‘arbeid uitsluitend toegestaan indien werkgever beschikt over TWV’. Deze arbeidsmarktaantekening geldt ook voor het gezinslid aan wie eerder een verblijfsvergunning was verleend voor verblijf bij een houder van een verblijfsvergunning onder de beperking ‘medische behandeling’ of ‘verblijf vanwege medische noodsituatie’. In de overige gevallen luidt de arbeidsmarktaantekening: arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist’.

10. Beperking en arbeidsmarktaantekening

De hiervoor gegeven opsomming is richtinggevend en uitdrukkelijk niet limitatief bedoeld.

1. Inleiding

Indien sprake is van in Nederland geboren kinderen, dan wel kinderen met (tevens) de Nederlandse nationaliteit en aannemelijk wordt gemaakt dat deze kinderen niet eenvoudig op te lossen problemen ondervinden bij toegang tot een schoolopleiding wordt aan deze factor in de belangenafweging een zwaar gewicht toegekend.

2. Algemene voorwaarden

In gevallen waarin het OM ambtshalve vervolging tegen de dader heeft ingesteld, dus zonder dat betrokkene aangifte van (seksueel) geweld heeft gedaan, kan geweld worden aangetoond door middel van een recente verklaring van het OM dan wel van de politie. Tevens is vereist:

4.6. Amv

Deze regeling treedt met terugwerkende kracht in werking op 17 oktober 2003. Dit is de datum waarop de brief van de Minister, waarin deze regeling wordt aangekondigd, aan de Tweede Kamer is aangeboden.

3.4.1.2. Vereisten voor de indiening van de aanvraag

Bij afwijzing van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 3.6, tweede lid, Vb, beoordeelt de IND ambtshalve of de vreemdeling in aanmerking komt voor verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op een van de gronden genoemd in artikel 3.6, eerste lid, Vb.

Op grond van artikel 3.101 Vb worden de volgende aanvragen ingediend bij de IND:

3.4.1.4. Beslistermijn

3.4.1.5. Bekendmaking van de beschikking

3.4.1.6. Intrekking van de aanvraag

4.3. Middelen van bestaan

4.1.3. Hardheidsclausule

4.3. Middelen van bestaan

4.3.3. Inkomen per inkomstenbron

4.2.5. Paspoort, afgegeven zonder deugdelijk identificatieproces (‘blanco paspoort’)

4.2.4. Bewijsmiddelen

4.3.1. Inleiding

4.3.1. Inleiding

4.3.3.4. Inkomsten uit overige bron

5.4. Voorschriften

4.6. Niet voldoen aan de beperking

6.2.3. Openbare orde en nationale veiligheid

8.1. Algemeen

8.2. Bewijsmiddelen aanvraag tot erkenning

8.3.4. Bewijsmiddelen afwijzingsgronden verblijfsvergunning regulier bepaalde tijd

9.4. Berekening hoogte van de bestuurlijke boete

9.5. De ernst van de overtreding

9.5. De ernst van de overtreding

9.7.2.2. Verdere matiging wegens melden uit eigen beweging

4.5. Europees vrijwilligerswerk

2.2.4. Geldigheidsduur verblijfsvergunning regulier arbeid in loondienst – algemeen

2.2.4.2. Geldigheidsduur vergunning wegens arbeid op grond van een zetelovereenkomst

3.1.3. Onderzoek in de zin van richtlijn (EU) 2016/801

2.4. Onderzoek in de zin van richtlijn (EU) 2016/801

3.2.3. Onderzoek in de zin van richtlijn (EU) 2016/801

4.6.1. Loon

1. Inleiding

2.10.1. Toepasselijkheid van het beleid

5.1.3. Loon niet marktconform

8.3. Af- en aanmelding, intrekking

8.3. Af- en aanmelding, intrekking

Onze Minister beoordeelt door middel van het puntensysteem of de vreemdeling in aanmerking komt voor het zoekjaar hoogopgeleiden.

1. Inleiding

16. Voortgezet verblijf

11.1. Zoekjaar

3. Na drie jaar verblijf onder bepaalde beperkingen

11.2. Voorwaarden

3.2. Na medische behandeling

3.1. Na verblijf in het kader van gezinshereniging of -vorming

2. Na verblijf als minderjarige

De verblijfsvergunning wordt op aanvraag verleend indien:

Voor de verlening van deze verblijfsvergunning is niet noodzakelijk dat de (huwelijks)relatie is ontwricht of ontbonden.

3.3.2. Bijzonder overgangsrecht voor achttienjarigen

3.4. Na verblijf op grond van het buitenschuldcriterium

3.6. Turkse onderdanen

3.2. Na medische behandeling

4.4. Gezinsleden van houders van een verblijfsvergunning onder de beperking voor het ondergaan van medische behandeling

4.1. Inleiding

In afwijking van B1/4.2 en B1/4.3 wordt de aanvraag niet afgewezen op grond van het feit dat de vreemdeling niet beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding of niet zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan.

De verblijfsvergunning onder de beperking verband houdend met verblijf als Amv kan op aanvraag worden gewijzigd in een verblijfsvergunning onder de beperking verband houdend met voortgezet verblijf.

4.3. Verruimde gezinshereniging en ouderenbeleid

3.6.1. Na verbreking van het huwelijk

3.6.2. Na het zoeken en verrichten van arbeid, al dan niet in loondienst

4.1. Inleiding

7.1. Voortgezet Verblijf op grond van de Regeling nalatenschap oude Vw

Bij de beoordeling wordt in voorkomende gevallen rekening gehouden met de situatie van vreemdelingen en hun eventuele kinderen, die tegen hun wil en zonder identiteits- en verblijfsdocumenten in het land van herkomst zijn achtergelaten (zie ten aanzien hiervan tevens B1/5.1, B1/5.3.2, en B16/7).

2. Algemene voorwaarden

Hierbij is niet van belang wie tot verbreking van de (huwelijks)relatie heeft besloten.

2.4. Aantonen verblijfstatus eerste lidstaat

Is van een voortduring van (de dreiging van) het geweld of van een medische of psychische beperking, waardoor het slachtoffer geen medewerking kan verlenen aan het strafproces, geen sprake meer, dan kan de verblijfsvergunning onder de beperking ‘voortgezet verblijf’ worden verleend als er sprake is van klemmende redenen van humanitaire aard (zie B16/4.2 en B16/4.5).

Onder de in artikel 3.50 Vb (zie B16/2) genoemde voorwaarden komt een als minderjarige in het kader van gezinshereniging toegelaten vreemdeling, ook indien de gezinsband niet is verbroken, na een jaar in aanmerking voor een zelfstandige verblijfsvergunning voor voorgezet verblijf. Echter, indien de minderjarige of diens wettelijk vertegenwoordiger, een aanvraag om voortgezet verblijf indient en op grond van artikel 3.50 Vb niet in aanmerking komt voor verlening van een zelfstandige verblijfsvergunning, dient beoordeeld te worden of betrokkene op grond van artikel 3.52 Vb in aanmerking komt voor voortgezet verblijf.

4.10. Medische noodsituatie

Na drie jaar verblijf als houder van een verblijfsvergunning onder de beperking 'verblijf vanwege medische noodsituatie' kan de vreemdeling op grond van artikel 3.52 Vb een aanvraag doen voor een verblijfsvergunning onder de beperking 'voorgezet verblijf', indien de medische noodsituatie naar het oordeel van de Minister nog ten minste één jaar zal duren. De vreemdeling moet gedurende de gehele periode hebben voldaan aan de voorwaarden voor verlenging van de geldigheidsduur van de oorspronkelijke verblijfsvergunning.

4.9. Slachtoffer van geweld

De vreemdeling die zich hierop beroept, geeft aan welke klemmende redenen van humanitaire aard naar zijn mening tot aanvaarding van zijn voortgezet verblijf dienen te leiden en onderbouwt zijn beroep met terzake relevante gegevens en bescheiden. Het is nadrukkelijk de eigen verantwoordelijkheid van de vreemdeling om bij het indienen van de aanvraag om voortgezet verblijf aan te geven dat er sprake is van een dergelijke combinatie van factoren, en die met terzake relevante gegevens en bescheiden te onderbouwen. Hij is daartoe de meest gerede partij. Indien het beroep op klemmende redenen van humanitaire aard niet of niet afdoende met terzake relevante gegevens en bescheiden is onderbouwd bij het indienen van de aanvraag om voortgezet verblijf, stelt de IND de vreemdeling in de gelegenheid dit gebrek te herstellen. In beginsel wordt de vreemdeling hiertoe een termijn van twee weken gegund. Bij de beoordeling van het beroep op klemmende redenen van humanitaire aard, wordt altijd een belangenafweging gemaakt, waarbij de belangen van de vreemdeling worden afgewogen tegen die van de staat.

Indien binnen vijf jaar na verblijfsaanvaarding aantoonbaar ondervonden (seksueel) geweld binnen de familie heeft geleid tot verbreking van de familierelatie, wordt hieraan in de belangenafweging een zwaar gewicht toegekend. Hierbij is niet van belang wie tot verbreking van de familierelatie heeft besloten. Dit betekent dat, indien het ondervonden geweld binnen de familie is aangetoond, de vreemdeling in aanmerking komt voor voortgezet verblijf.

Geweld, waaronder seksueel geweld, dat heeft geleid tot de feitelijke verbreking van de familierelatie, wordt aangetoond door:

In gevallen waarin het OM ambtshalve vervolging tegen de dader heeft ingesteld, dus zonder dat betrokkene aangifte van (seksueel) geweld heeft gedaan, kan geweld worden aangetoond door middel van een verklaring van het OM dan wel van de politie. Ook in dat geval is een verklaring van een (vertrouwens)arts of andere hulpverlener vereist.

4.4. Gezinsleden van houders van een verblijfsvergunning onder de beperking voor het ondergaan van medische behandeling

Vreemdelingen in het bezit van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor verblijf bij een houder van een verblijfsvergunning onder de beperking ‘medische behandeling’ kunnen op grond van artikel 3.51, eerste lid, onder a, Vb in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning onder de beperking ‘voortgezet verblijf’. Dit is slechts van toepassing als aan alle onderstaande genoemde voorwaarden wordt voldaan:

Hetgeen onder paragraaf B16/3.2 , ‘Meetellen rechtmatig verblijf op grond van artikel 8, onder j van de Vw’ is opgenomen is hier ook van toepassing.

4.5. Slachtoffer/getuige-aangever van mensenhandel

Het slachtoffer dat drie jaar op basis van een verblijfsvergunning op grond van B9 in Nederland verblijft, kan ook indien er nog een strafzaak loopt voortgezet verblijf aanvragen. In die gevallen kan de aanvraag, mits zich verder geen algemene weigeringsgrond voordoet, in ieder geval worden ingewilligd.

3.3.5.1. Uitzondering in geval van nareis

De IND merkt de datum van het verlenen van de verblijfsvergunning asiel aan de in Nederland verblijvende referent van de vreemdeling aan als de startdatum van de nareistermijn van drie maanden. De IND beschouwt de aanvraag tot het verlenen van een (onverplichte) mvv die het familie- of gezinslid binnen drie maanden na het verlenen van de verblijfsvergunning asiel van de in Nederland verblijvende vreemdeling indient als een tijdig verzoek om nareis.

3.4.1.2. Vereisten voor de indiening van de aanvraag

4.1. Mvv-vereiste

4.1. MVV-vereiste

4.1. Mvv-vereiste

4.1.4. Niet-bijzondere gevallen in het kader van de hardheidsclausule

4.3.3. Inkomen per inkomstenbron

4.3.3.1. Inkomen uit arbeid in loondienst

4.3.3.4. Inkomsten uit overige bron

4.7. Inburgeringsvereiste buitenland

4.3.3.1.1. Flexibele arbeid

6. Het verlengen en intrekken van de verblijfsvergunning regulier bepaalde tijd

4.9. Illegaal verblijf

4.6. Niet voldoen aan de beperking

4.9. Illegaal verblijf

5.5. Geldigheidsduur van de verblijfsvergunning

6.2.3. Openbare orde en nationale veiligheid

7.3. Het verzoek om een voorlopige voorziening

8. Bewijsmiddelen

9. Bestuurlijke boete

8.3.5. Bewijsmiddelen aanvraag verlenging verblijfsvergunning

9.2. Waarschuwing

9.7. Uitwerking wettelijke verplichtingen

10. Verhalen van de kosten van uitzetting op de referent

2.3. Bewijsmiddelen

4.4. Bewijsmiddelen

2.2.2. Arbeidsmarktaantekening

1. Inleiding

2.5. Arbeid als zelfstandige

3.1.5. Verblijf als houder van de Europese blauwe kaart

4.3.3. Sticker verblijfsaantekeningen algemeen

10.1. Zoekjaar

3.1.3. Overlijden van de hoofdpersoon

11.5. Verlenging en zoekperiode

3.3.2. Bijzonder overgangsrecht voor achttienjarigen

3.6. Turkse onderdanen

3. Na drie jaar verblijf onder bepaalde beperkingen

Indien er sprake is van een eerste beslissing op de asielaanvraag waarbij ambtshalve een vergunning op grond van het beleid inzake Amv’s wordt verleend, geldt het volgende.

4.2.1. Minderjarigen en ondervonden (seksueel) geweld

4.7. Meerderjarige ex-bama’s

4.7. Meerderjarige ex-bama’s

4. Bijzondere individuele omstandigheden

4.7. Meerderjarige ex-bama’s

4.8. Voortgezet Verblijf op grond van de Regeling nalatenschap oude Vw

1.1. Procedureel

2.2. Middelen van bestaan

Indien er een beroep wordt gedaan op (seksueel) geweld, zonder dat dit op de voorgaande wijze kan worden aangetoond, kan dit betrokken worden bij de beoordeling of sprake is van een combinatie van klemmende redenen van humanitaire aard die aanleiding geven voortgezet verblijf toe te staan.

2. Algemene voorwaarden

Hierbij zijn de bepalingen ten aanzien van aantoonbaar ondervonden (seksueel) geweld binnen de familie (zie B16/4.2) van overeenkomstige toepassing. In verband met de leeftijd van de vreemdeling is hiervoor niet noodzakelijk dat de gezinsband is verbroken.

9.2.1. Kosten van uitzetting

9.1. Inleiding

9.8. De omstandigheden waaronder de overtreding is gepleegd en de evenredigheid

5. Bewijsmiddelen

2.1.7. Arbeid in loondienst na verblijf als familie- of gezinslid

2.2.4.1. Geldigheidsduur vergunning wegens arbeid op een mijnbouwinstallatie op het continentaal plat en arbeid op een Nederlands zeeschip

2.1.5. Arbeid in het kader van de Regeling internationaal handelsverkeer

2.2.4.3. Geldigheidsduur vergunning wegens arbeid in loondienst op grond van de handelsovereenkomst met het Verenigd Koninkrijk

3.2. Bewijsmiddelen

5.1.1. Bestanddelen bruto jaarloon

De in het buitenland afgestudeerde vreemdeling dient een opleiding te hebben afgerond met een Master-graad of een Doctor of Philosophy-graad of equivalent daarvan aan een onderwijsinstelling die voorkomt in de top-200 van de meest recent gepubliceerde lijsten van de ‘Times Higher Education World University Rankings’, ‘de QS World University Rankings’ of de ‘Academic Ranking of World Universities’ (ook wel genoemd de Shanghai Jiao Tong ranking).

5.3. Verblijfstatus in eerste lidstaat

1. Inleiding

3.3.1. Algemeen

2.1. Geldig document voor grensoverschrijding

3.1.3. Overlijden van de hoofdpersoon

3.3.3. Begeleide minderjarige vreemdelingen

9. Internationale verplichtingen

4.9. Slachtoffer van geweld

4.2.1. Minderjarigen en ondervonden (seksueel) geweld

4.3. Verruimde gezinshereniging en ouderenbeleid

Een aantal internationale verdragen, waarbij Nederland is aangesloten, kan gevolgen hebben voor het voortgezet verblijf van een vreemdeling in Nederland. Zie hiervoor B10 en B11. Indien de inmenging in het privé- en gezinsleven niet op grond van het tweede lid van artikel 8 EVRM is gerechtvaardigd, is verblijfsbeëindiging niet aan de orde en kan voortgezet verblijf op grond van artikel 8 EVRM worden aanvaard (zie B2/10).

De verblijfsvergunning wordt verleend onder de beperking ‘voortgezet verblijf’.

Indien de Amv niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning voor voortgezet verblijf op grond van artikel 3.51 Vb, kan op grond van klemmende redenen van humanitaire aard voortgezet verblijf worden toegestaan. Hierin voorziet artikel 3.52 Vb.

Bijzondere individuele omstandigheden als bedoeld in artikel 3.52 Vb kunnen indien het om een Amv gaat worden aangenomen, indien:

Van de bevoegdheid om de vergunning in een dergelijk geval aldus te wijzigen zal geen gebruik worden gemaakt indien er een of meer van de algemene gronden voor weigering van toepassing zijn.

8. Geldigheid en rechtspositie

Het betreft hier met name vreemdelingen van wie de verblijfsvergunning asiel is ingetrokken, dan wel niet is verlengd, en aan wie vervolgens een verblijfsvergunning is verleend op grond van het bijzondere beleid inzake Amv’s. Indien deze vreemdelingen op het moment dat zij meerderjarig worden meer dan drie jaar op grond van een verblijfsvergunning in Nederland verblijven, maar nog geen drie jaar in het bezit zijn van laatstgenoemde verblijfsvergunning, kunnen zij niet op grond van artikel 3.51 Vb in aanmerking komen voor voortgezet verblijf. Van deze vreemdelingen kan, in de geest van het bijzondere beleid inzake Amv’s, echter niet gevergd worden dat zij na meer dan drie jaar verblijf in Nederland op grond van een verblijfsvergunning Nederland alsnog verlaten. Daarom kan in deze zaken artikel 3.52 Vb worden toegepast.

De verblijfsvergunning wordt niet verleend aan de ongehuwde partner of het kind van die partner, indien de relatie van die partner met de langdurig ingezetene niet duurzaam is of niet naar behoren is geattesteerd.

17. Verblijf als (economisch niet-actieve) langdurig ingezetene

In afwijking van B1/4.2 en B1/4.3 wordt de verblijfsvergunning ook verleend indien de vreemdeling:

4.8. Voortgezet Verblijf op grond van de Regeling nalatenschap oude Vw

Een bijzondere categorie verblijfsvergunningen in verband met voortgezet verblijf wordt gevormd door de vergunningen die worden verleend op grond van de Regeling nalatenschap oude Vw.

Op grond van artikel 3.6 Vb en artikel 17a, onder b, VV wordt de verblijfsvergunning onder de beperking ‘afwikkeling nalatenschap oude Vreemdelingenwet’ ambtshalve verleend (zie B14/5.4).

In verband met het bijzondere karakter van de regeling is besloten dat aan de houder van een verblijfsvergunning onder deze beperking ten tijde van de eerste verlenging een verblijfsvergunning onder de beperking ‘voortgezet verblijf’ wordt verleend op grond van artikel 3.52 Vb. Dit houdt in dat de verblijfsvergunning regulier onder de beperking ‘afwikkeling nalatenschap oude Vreemdelingenwet’ – behoudens contra-indicaties – na één jaar ambtshalve wordt gewijzigd in een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘voortgezet verblijf na verblijf op grond van de Regeling afwikkeling nalatenschap oude Vreemdelingenwet’ op grond van de artikelen 3.6 en 3.52 Vb en artikel 3.17a, onder c, VV.

In afwijking van B1/4.2 en B1/4.3 wordt de verblijfsvergunning ook verleend indien de vreemdeling:

4.9. Slachtoffer van geweld

Een vreemdeling kan een aanvraag indienen om een verblijfsvergunning onder de beperking ‘voortgezet verblijf’ op grond van artikel 3.52 Vb:

In bovengenoemde gevallen wordt de verblijfsvergunning onder de beperking ‘voortgezet verblijf’ verleend als aangetoond wordt dat de dreiging op grond waarvan de vergunning is verleend voortduurt.

5.6. Arbeidsmarktaantekening

Is van een voortduring van (de dreiging van) het geweld of van een medische of psychische beperking, waardoor het slachtoffer geen medewerking kan verlenen aan het strafproces, geen sprake meer, dan kan de verblijfsvergunning onder de beperking ‘voortgezet verblijf’ worden verleend als er sprake is van klemmende redenen van humanitaire aard (zie B16/4.2 en B16/4.5).

11.3. Geldigheidsduur van de verblijfsvergunning

4.3. Verruimde gezinshereniging en ouderenbeleid

4.8. Voortgezet Verblijf op grond van de Regeling nalatenschap oude Vw

4.5. Medisch onderzoek

4.6. Niet voldoen aan de beperking

5.1.1. Overgangsrecht nieuwe arbeidsmarktaantekening

6.3. Niet-verlenging en intrekking verblijfsvergunning regulier bepaalde tijd

8.1.1. Gelegaliseerde bescheiden

3.3.2. Arbeid als kennismigrant

4.6.8. Langetermijnmobiliteit

5. Looncriterium

10.2. Voorwaarden

11.4. Beperkingen, arbeidsmarktaantekeningen en voorschriften

11.4. Beperkingen, arbeidsmarktaantekeningen en voorschriften

4.6. Amv

4.8. Voortgezet Verblijf op grond van de Regeling nalatenschap oude Vw

8.3.3. Bewijsmiddelen TEV-procedure

8.3.2. Bewijsmiddelen vrijstelling leges op grond van artikel 8 EVRM

9. Bestuurlijke boete

8.4. Bewijsmiddelen

9.6. Verwijtbaarheid van de overtreding

10.2. Kosten van uitzetting

2.2. Au pairs

3. Seizoenarbeid

3.3. Bewijsmiddelen

3.1. Beperking, arbeidsmarktaantekening en geldigheidsduur

7. Beperkingen, arbeidsmarktaantekeningen en voorschriften

4. Bijzondere individuele omstandigheden

3.1.1. Na (huwelijks)relatie

8.2. Zoekperiode

10.2. Voorwaarden

2.3. Openbare orde en nationale veiligheid

3.4.1.4. Beslistermijn

4.3.3.2. Inkomen uit arbeid als zelfstandige

4.3. Middelen van bestaan

4.5. Medisch onderzoek

4.3.3.1.2. Samenvoegen van inkomstenbronnen

5.1.1. Overgangsrecht nieuwe arbeidsmarktaantekening

8.2.2. Bewijsmiddelen erkenning als referent

9.4. Berekening hoogte van de bestuurlijke boete

9.5. De ernst van de overtreding

9.7. Uitwerking wettelijke verplichtingen

4.3. Au pair

2. Arbeid in loondienst

2.4. Onderzoek in de zin van richtlijn (EU) 2016/801

3.3.1. Algemeen

3.6. Turkse onderdanen

1. Inleiding

7. Beperking en arbeidsmarktaantekening

Indien binnen vijf jaar na verblijfsaanvaarding niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden van verruimde gezinshereniging of het ouderenbeleid, zoals dat gold voor 1 oktober 2012, wordt voortgezet verblijf toegestaan, indien er sprake is van een combinatie van klemmende redenen van humanitaire aard die daartoe aanleiding geven. De beoordeling of in het concrete geval op grond van een dergelijke combinatie van klemmende redenen van humanitaire aard in het voortgezet verblijf van de vreemdeling behoort te worden berust, is aan de Minister.

5. Geldigheid en rechtspositie

3.1. Middelen van bestaan

Voor wat betreft de geldigheidsduur zie artikel 3.64 Vb en B1/3.

In afwijking van B1/4.2 en B1/4.3 wordt de aanvraag niet afgewezen op grond van het feit dat de vreemdeling niet beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding of niet zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan.

In deze paragraaf worden de algemene voorwaarden behandeld voor de verlening van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd aan de houder van een, door een andere lidstaat afgegeven, EG-verblijfsvergunning als langdurig ingezetene.

5.3. Verblijfstatus in eerste lidstaat

5.3. Verblijfstatus in eerste lidstaat

De vreemdeling die houder is van een door een andere lidstaat afgegeven EG-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen en diens gezinslid zoals genoemd in B17/5 komt een vrije termijn toe van drie maanden (zie artikel 3.3, eerste lid, onderdeel d, Vb en A2/4.4.7).

In afwijking van B1/4.3 wordt de verblijfsvergunning ook verleend indien de vreemdeling niet (meer) beschikt over voldoende middelen van bestaan.

4.10. Medische noodsituatie

Na drie jaar verblijf als houder van een verblijfsvergunning onder de beperking 'verblijf vanwege medische noodsituatie' kan de vreemdeling op grond van artikel 3.52 Vb een aanvraag doen voor een verblijfsvergunning onder de beperking 'voorgezet verblijf', indien de medische noodsituatie naar het oordeel van de Minister nog ten minste één jaar zal duren. De vreemdeling moet gedurende de gehele periode hebben voldaan aan de voorwaarden voor verlenging van de geldigheidsduur van de oorspronkelijke verblijfsvergunning.

5.3. Wijziging van de aan de verblijfsvergunning verbonden beperking

8. Bewijsmiddelen

8.3.5. Bewijsmiddelen aanvraag verlenging verblijfsvergunning

8.4. Bewijsmiddelen

8.4. Bewijsmiddelen

9.3. Opleggen van een bestuurlijke boete

9.7.2. De informatieplicht

9.2. Waarschuwing

9.5. De ernst van de overtreding

9.7.2. De informatieplicht

4.1. Algemeen

2.3. Pilot ‘Inkomende mobiliteit mbo4’

2.4. Aantonen verblijfstatus eerste lidstaat

6. Internationale verplichtingen

4.7. Meerderjarige ex-bama’s

De verblijfsvergunning onder de beperking ‘verblijf als meerderjarige ex-bama’ kan ten tijde van de eerste verlenging, indien de houder hiertoe een aanvraag indient, worden gewijzigd in een verblijfsvergunning onder de beperking ‘voortgezet verblijf’ op grond van artikel 3.52 Vb.

8. Geldigheid en rechtspositie

2. Algemene voorwaarden

In geval van de slachtoffers van mensenhandel wordt de vergunning onder de beperking ‘voortgezet verblijf’ ook verleend als uit de medische informatie blijkt dat een fysieke of psychische aandoening het slachtoffer in de weg staat om medewerking te verlenen aan het strafproces. De medische informatie moet afkomstig zijn van een behandelaar die hetzij in het register van Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg hetzij in het register van het Nederlands Instituut van Psychologen is ingeschreven.

5.6. Arbeidsmarktaantekening

Op het document wordt aangetekend ‘Arbeid toegestaan, TWV alleen gedurende eerste twaalf maanden vereist’.

6. Geldigheidsduur van de verblijfsvergunning

3. Specifieke voorwaarde en bepalingen economisch niet-actieve

7. Beperking en arbeidsmarktaantekening

1. Inleiding

1.1. Procedureel

2.1. Geldig document voor grensoverschrijding

6. In kennis stellen eerste lidstaat

Voorts moet de vreemdeling, op het moment waarop de aanvraag om een verblijfsvergunning onder de beperking ‘voortgezet verblijf’ wordt ingediend, nog steeds aan alle voorwaarden voldoen op grond waarvan de oorspronkelijke verblijfsvergunning is verlengd.

4.8. Onjuiste gegevens

6.1. Toetsing aanvraag van het verlengen van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning

8.2.1. Gegevens en bescheiden uit aangewezen administraties

8.1.1. Gelegaliseerde bescheiden

8.3.3. Bewijsmiddelen TEV-procedure

9.7.1. De zorgplicht

2.1. Hoger onderwijs

4.3. Bewijsmiddelen

4. Arbeid als niet-geprivilegieerd militair of niet-geprivilegieerd burgerpersoneel

3.2. Arbeidsmarktaantekening

4.2. (Huwelijks)relatie verbroken binnen vijf jaar

4.2. Voorschrift

9. Internationale verplichtingen

In afwijking van B1/4.2 en B1/4.3 wordt de verblijfsvergunning niet afgewezen op de grond dat de vreemdeling niet (meer) beschikt over voldoende middelen van bestaan.

Voorts wordt rekening gehouden met de leeftijd van de vreemdeling, de gevolgen voor de vreemdeling en de leden van zijn gezin, het bestaan van banden met Nederland dan wel het ontbreken van banden met het land van herkomst.

De aard van de verblijfsvergunning onder de beperking ‘voortgezet verblijf’ brengt verder met zich dat de verblijfsvergunning niet wordt ingetrokken, en de aanvraag tot verlenging niet wordt afgewezen, indien de vreemdeling niet langer voldoet aan de voorwaarden van het bijzonder beleid op grond waarvan eerder verblijf was toegestaan.

3.4. Beëindiging Rvb

6. In kennis stellen eerste lidstaat

Indien de houder van EG-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetene die door een andere lidstaat (de eerste lidstaat) is afgegeven, na vijf jaar de status van langdurig ingezetene in Nederland heeft verkregen (zie B1/6) dient de eerste lidstaat hiervan in kennis te worden gesteld (zie artikel 3.103a, eerste lid, Vb en B1/9.7.7.4);

6. Internationale verplichtingen

Een aantal internationale verdragen, waarbij Nederland is aangesloten, kan gevolgen hebben voor het voortgezet verblijf van een vreemdeling in Nederland. Zie hiervoor B10 en B11. Indien de inmenging in het privé- en gezinsleven niet op grond van het tweede lid van artikel 8 EVRM is gerechtvaardigd, is verblijfsbeëindiging niet aan de orde en kan voortgezet verblijf op grond van artikel 8 EVRM worden aanvaard (zie B2/10).

De economisch niet-actieve langdurig ingezetene dient duurzaam en zelfstandig over de middelen van bestaan te beschikken. De bron waaruit deze middelen komen (erfenis, alimentatie, onroerend goed, arbeid buiten Nederland, een uitkering, pensioen, etcetera) is niet van belang, mits de langdurig ingezetene de vrije beschikking heeft over vaste en regelmatige inkomsten, of het recht op (periodieke) uitkering ervan, die voldoende zijn om zichzelf en zijn gezinsleden te onderhouden zonder een beroep te doen op het stelsel van sociale bijstand. Hierbij wordt aangesloten bij de bestaande invulling van het middelenvereiste zoals dat reeds bij aanvragen om gezinshereniging, niet zijnde gezinsvorming wordt gehanteerd. Voor wat betreft de wijze waarop de inkomsten dienen te worden aangetoond wordt verwezen naar B1/4.3.1.

De verblijfsvergunning wordt verleend onder de beperking ‘voortgezet verblijf’.

Indien de eerdere verblijfsvergunning was verleend onder de beperking ‘medische behandeling’ of ‘verblijf vanwege medische noodsituatie’ luidt de arbeidsmarktaantekening: ‘arbeid uitsluitend toegestaan indien werkgever beschikt over TWV’. In de overige gevallen luidt de arbeidsmarktaantekening: arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist’.

3.3. Arbeidsmarktaantekening

Op het document wordt aangetekend ‘Arbeid toegestaan, TWV alleen gedurende eerste twaalf maanden vereist’.

De toelatingsaanvragen kunnen worden ingediend door de onderzoekers, al dan niet door tussenkomst van de onderzoeksinstellingen (zie artikel 14 Richtlijn 2005/71). Erkende onderzoeksinstellingen kunnen gebruik maken van een versnelde toelatingsprocedure.

9. Internationale verplichtingen

Erkende onderzoeksinstellingen komen in aanmerking voor de versnelde procedure. Dit betekent dat de IND in de regel binnen twee weken na ontvangst van een verzoek om advies of een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning zal beslissen, mits het verzoek of de aanvraag op de voorgeschreven wijze is ingediend, is voorzien van alle vereiste stukken en geen nader onderzoek is vereist. In enkele hierna te noemen gevallen is de behandeltermijn van twee weken niet van toepassing.

Aan de vergunning wordt als voorschrift verbonden de verplichting voldoende verzekerd te zijn tegen ziektekosten met inbegrip van de kosten verbonden aan opname en verpleging in een sanatorium of een psychiatrische inrichting.

1. Inleiding

In deze paragraaf worden de algemene voorwaarden behandeld voor de verlening van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd aan de houder van een, door een andere lidstaat afgegeven, EG-verblijfsvergunning als langdurig ingezetene.

De houder van een EG-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen (zie B1/6.1) die door een andere lidstaat (de eerste lidstaat) is afgegeven heeft het recht om onder bepaalde voorwaarden, gedurende een periode van meer dan drie maanden te verblijven in Nederland (de tweede lidstaat) als werknemer of als zelfstandige, om een studie of beroepsopleiding te volgen, of om andere redenen, bijvoorbeeld als economisch niet-actieve.Hij kan hiertoe een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd aanvragen.

4. Overige algemene bepalingen

De in de andere (eerste) lidstaat verkregen status wordt derhalve niet direct omgezet in een Nederlandse verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd. Daarvoor is vereist dat de langdurig ingezetene uit een andere lidstaat vijf jaar op grond van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd in Nederland (tweede lidstaat) heeft verbleven en ook aan de overige voorwaarden voor verlening van de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd voldoet (zie B1/6).

1.1. Procedureel

De vreemdeling die houder is van een door een andere lidstaat afgegeven EG-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen en diens gezinslid zoals genoemd in B17/5 komt een vrije termijn toe van drie maanden (zie artikel 3.3, eerste lid, onderdeel d, Vb en A2/4.4.7).

2.2. Verzoek om advies

Verblijf onder deze beperking wordt slechts verleend aan bovenstaande gezinsleden die reeds in de eerste lidstaat bij de langdurig ingezetene verbleven. Op andere aanvragen, bijvoorbeeld om gezinsvorming, zijn de algemene regels (zie artikelen 3.13 tot en met 3.28 Vb en B2) van toepassing. Ook indien het gezin in de andere lidstaat nog niet was gevormd zijn de algemene regels van B2 van toepassing.

De algemene voorwaarden waaronder de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd onder daarmee verband houdende beperkingen wordt verleend hebben betrekking op:

De onderzoeksinstelling vult het formulier in en verzendt het ingevulde en ondertekende formulier (de printversie), vergezeld van de vereiste stukken, per post naar het loket kennis- en arbeidsmigratie van de IND.

2.4. Leges

Indien het een minderjarig kind betreft, wordt de verblijfsvergunning verleend onder de beperking ‘verblijf bij ....(naam ouder(s))’.

De langdurig ingezetene dient bewijzen over te leggen waaruit blijkt dat hij beschikt over vaste en regelmatige inkomsten die voldoende zijn om zichzelf en zijn gezinsleden te onderhouden zonder een beroep te hoeven doen op het stelsel van sociale bijstand van de betrokken lidstaat. Hierbij wordt aangesloten bij de bestaande invulling van het middelenvereiste. (zie B1/4.3).

2.3. Openbare orde en nationale veiligheid

Ingevolge artikel 3.77, vijfde en zesde lid, Vb wordt bij de toepassing van artikel 3.77, eerste lid, onder c, Vb mede rekening gehouden met de ernst van de inbreuk of het soort van inbreuk die door de langdurig ingezetene of diens gezinslid op de openbare orde is gepleegd, respectievelijk met het gevaar dat van de langdurig ingezetene of diens gezinslid uitgaat.

5.7. Geldigheidsduur

De verblijfsvergunning van de echtgeno(o)t(e) van de langdurig ingezetene met rechtmatig verblijf in de zin van artikel 8, onder a, b dan wel l, Vw en het minderjarige kind van de echtgeno(o)t(e) of de langdurig ingezetene, wordt op grond van artikel 3.67, derde lid, Vb, in afwijking van artikel 3.57 Vb, verleend en verlengd met een geldigheidsduur die gelijk is aan de duur van de vergunning van de langdurig ingezetene.

De langdurig ingezetene dient een afschrift over te leggen van de aan hem door de andere lidstaat afgeven EG-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen.

5.8. overige algemene bepalingen

De overige algemene bepalingen van B17/4 zijn van overeenkomstige toepassing

De onderzoeksinstelling neemt contact op met het Loket kennis- en arbeidsmigratie van de IND voor een afspraak om ter plaatse van voornoemd loket de sticker ‘verblijfsaantekening algemeen’ (zie bijlage 7g VV) in het reisdocument van de onderzoeker(s) en eventuele gezinsleden te laten plaatsen. Daartoe meldt de vreemdeling dan wel de onderzoeksinstelling zich met het paspoort van de vreemdeling die verblijf als onderzoeker beoogt, en eventuele gezinsleden, bij het Loket kennis- en arbeidsmigratie van de IND (zie artikel 3.9, derde lid, VV).

Voor de verblijfsvergunning als economisch niet-actieve geldt, in afwijking van het gestelde onder B17/2.2 het volgende.

5.7. Geldigheidsduur

Indien de houder van EG-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetene die door een andere lidstaat (de eerste lidstaat) is afgegeven, na vijf jaar de status van langdurig ingezetene in Nederland heeft verkregen (zie B1/6) dient de eerste lidstaat hiervan in kennis te worden gesteld (zie artikel 3.103a, eerste lid, Vb en B1/9.7.7.4);

De verblijfsvergunning wordt verleend onder de beperking: ‘verblijf als economisch niet-actieve langdurig ingezetene’.

Indien de autoriteiten van de tweede lidstaat bereid zijn de betrokken vreemdeling tot hun grondgebied toe te laten, kan Nederland volstaan met de minder ingrijpende maatregel van intrekking van de (Nederlandse) verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met toepassing van de waarborgen van artikel 17 van richtlijn 2003/109 en met verwijdering van de vreemdeling naar die (eerste) lidstaat in plaats van het land van herkomst. Vorenstaande laat onverlet dat de eerste lidstaat, ook na terugname, kan besluiten de vreemdeling alsnog te verwijderen naar het land van herkomst (na de status van langdurig ingezetene te hebben ingetrokken).

Op het document wordt aangetekend ‘Arbeid toegestaan, TWV alleen gedurende eerste twaalf maanden vereist’.

6. Internationale verplichtingen

5.1. Overgangsrecht

5.4. Middelen van bestaan

Dit laat echter onverlet dat onder toepassing van artikel 18, eerste lid, onder c, Vw de aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van de vergunning kan worden afgewezen als blijkt dat de vreemdeling onjuiste gegevens heeft verstrekt of gegevens heeft achtergehouden, terwijl die gegevens tot afwijzing van de oorspronkelijke aanvraag zouden hebben geleid. Op grond van artikel 19 Vw kan de vergunning om dezelfde reden worden ingetrokken.

Voor wat betreft de geldigheidsduur zie artikel 3.64 Vb en B1/3.

De Minister kan (als tweede lidstaat) om ernstige redenen in verband met de openbare orde of de nationale veiligheid besluiten om de vreemdeling die houder is van een EG-status als langdurig ingezetene, die is afgegeven door een andere EU-lidstaat, uit te zetten naar een staat buiten het grondgebied van de EU. Van zodanige redenen is sprake indien de vreemdeling een actuele en ernstige bedreiging voor de openbare orde of de nationale veiligheid vormt (zie artikel 22 Vw en B1/8.3). Hiertoe moet de Minister ingevolge artikel 3.103a, derde lid, Vb de autoriteiten van de eerste lidstaat raadplegen. Indien de Minister dienovereenkomstig besluit uit te zetten, wordt alle noodzakelijke informatie met betrekking tot de uitzetting aan de betreffende lidstaat verstrekt zodat de eerste lidstaat de status van langdurig ingezetene kan intrekken of de vreemdeling terugneemt.

3.2. Beperking

De verblijfsvergunning bedoeld in paragraaf B16/3.5.1 wordt verleend onder de beperking ‘het zoeken en verrichten van arbeid, al dan niet in loondienst’. De arbeidsmarktaantekening luidt: ‘arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist.

Toelating in het kader van onderzoek kan ingevolge de richtlijn alleen plaatsvinden bij vooraf erkende onderzoeksinstellingen. Dit vereiste wordt gesteld om de kwaliteit van de ontvangende onderzoeksinstellingen te waarborgen. Een onderzoeksinstelling in de zin van de richtlijn kan zowel publiek als particulier zijn.

Erkende onderzoeksinstellingen komen in aanmerking voor de versnelde procedure. Dit betekent dat de IND in de regel binnen twee weken na ontvangst van een verzoek om advies of een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning zal beslissen, mits het verzoek of de aanvraag op de voorgeschreven wijze is ingediend, is voorzien van alle vereiste stukken en geen nader onderzoek is vereist. In enkele hierna te noemen gevallen is de behandeltermijn van twee weken niet van toepassing.

2.1.1. Erkenning van de onderzoeksinstelling

Voor de behandeling van de aanvraag om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, ingediend door een langdurig ingezetene of diens gezinslid zoals genoemd in B17/3, geldt een afwijkende beslistermijn van vier maanden (zie artikel 25, vierde lid, Vw en B1/9.7.3)

2.1. Geldig document voor grensoverschrijding

Indien de aanvraag plaatsvindt terwijl de langdurig ingezetene zich nog in een andere lidstaat bevindt (onverplichte aanvraag mvv), kan worden volstaan met overlegging van een afschrift van het geldige reisdocument, opdat nog in het bezit van het originele reisdocument kan worden gereisd. Er wordt daarbij niet verlangd dat de over te leggen afschriften gewaarmerkt zijn. De verificatie van het reisdocument vindt immers plaats bij gelegenheid van de indiening van de aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning (zie B1/4.2).

5.6. Arbeidsmarktaantekening

Op het document wordt aangetekend ‘Arbeid toegestaan, TWV alleen gedurende eerste twaalf maanden vereist’.

3.1. Middelen van bestaan

6.1. Contactpunt IND

In de in deze paragraaf genoemde gevallen zal het koppelingsbureau van de IND fungeren als contactpunt voor het verstrekken en ontvangen van informatie.

Het onderzoeksproject dient door de instelling te worden goedgekeurd, waarbij getoetst wordt aan het doel en de duur van het onderzoek inclusief de benodigde financiële middelen.

4.2. Voorschrift

Aan de vergunning wordt als voorschrift verbonden de verplichting voldoende verzekerd te zijn tegen ziektekosten met inbegrip van de kosten verbonden aan opname en verpleging in een sanatorium of een psychiatrische inrichting.

5. Gezinshereniging

Naast de beleidsregels in deze paragraaf zijn ook de beleidsregels met betrekking tot de algemene voorwaarden van artikel 16 Vw van toepassing (zie B1/4).

Ingevolge 3.23a Vb wordt, aan de echtgenoot of de geregistreerde partner van de langdurig ingezetene met rechtmatig verblijf in de zin van artikel 8, onder a, b dan wel l, Vw en het minderjarige kind van die echtgenoot, geregistreerd partner of langdurig ingezetene (zie artikel 3.23a, eerste lid, Vb) onder bepaalde voorwaarden verblijf verleend onder een beperking verband houdende met gezinshereniging. Deze voorwaarden houden verband met:

7.2.1. Algemene voorwaarden

In afwijking van B1/4.3.1 worden inkomsten uit arbeid, waarbij de vreemdelingen de arbeid (gewoonlijk) buiten Nederland verricht, eveneens meegeteld, voor zover de op grond van de toepasselijke wetgeving vereiste premies en belastingen zijn afgedragen. Inkomsten uit arbeid in loondienst worden in geval van buitenlandse dienstbetrekkingen aangetoond met een verklaring van de werkgever waaruit de duur van de dienstbetrekking en de hoogte van het salaris blijkt. Een afschrift van de door de uitvoeringstelling gewaarmerkte aanmelding van de arbeidsovereenkomst hoeft in een dergelijk geval niet te worden overgelegd. In alle andere gevallen van arbeid in loondienst worden de inkomsten aangetoond overeenkomstig B1/4.3.1 (onder ‘bewijsstukken inkomsten uit arbeid in loondienst’).

De algemene voorwaarden en bepalingen voor zover deze afwijken van de in B17/2 genoemde bepalingen hebben betrekking op:

Bij artikel 3.18b VV zijn als erkende onderzoeksinstellingen aangewezen:

7.2.2. Bijzondere voorwaarden

Verblijf onder deze beperking wordt slechts verleend aan bovenstaande gezinsleden die reeds in de eerste lidstaat bij de langdurig ingezetene verbleven. Op andere aanvragen, bijvoorbeeld om gezinsvorming, zijn de algemene regels (zie artikelen 3.13 tot en met 3.28 Vb en B2) van toepassing. Ook indien het gezin in de andere lidstaat nog niet was gevormd zijn de algemene regels van B2 van toepassing.

Ingevolge artikel 3.68 Vb kan, in afwijking van artikel 3.57 Vb de verblijfsvergunning onder een beperking verband houdend met verblijf als onderzoeker in de zin van de richtlijn worden verleend voor de duur van het onderzoek als omschreven in de gastovereenkomst met een maximum van vijf jaren.

De toelatingsprocedure met betrekking tot onderzoekers in de zin van Richtlijn 2005/71 is bij uitstek een referentprocedure.

De verblijfsvergunning wordt, indien het de echtgeno(o)t(e) of geregistreerd partner betreft, verleend onder de beperking: ‘Verblijf bij echtgeno(o)t(e)/geregistreerd partner (naam).’

2.3. Openbare orde en nationale veiligheid

18. Verblijf als onderzoeker in de zin van Richtlijn 2005/71

5.2. Algemene voorwaarden

De algemene voorwaarden en bepalingen voor zover deze afwijken van de in B17/2 genoemde bepalingen hebben betrekking op:

5.3. Verblijfstatus in eerste lidstaat

Voorts wordt rekening gehouden met de leeftijd van de vreemdeling, de gevolgen voor de vreemdeling en de leden van zijn gezin, het bestaan van banden met Nederland dan wel het ontbreken van banden met het land van herkomst.

2.4. Aantonen verblijfstatus eerste lidstaat

Voor een overzicht waarop de equivalenten in alle EU-talen van de aantekening ‘EG-langdurig ingezetene’ zijn vermeld wordt verwezen naar de website van de IND.

3. Specifieke voorwaarde en bepalingen economisch niet-actieve

2.7. Sticker verblijfsaantekeningen algemeen

De economisch niet-actieve langdurig ingezetene dient duurzaam en zelfstandig over de middelen van bestaan te beschikken. De bron waaruit deze middelen komen (erfenis, alimentatie, onroerend goed, arbeid buiten Nederland, een uitkering, pensioen, etcetera) is niet van belang, mits de langdurig ingezetene de vrije beschikking heeft over vaste en regelmatige inkomsten, of het recht op (periodieke) uitkering ervan, die voldoende zijn om zichzelf en zijn gezinsleden te onderhouden zonder een beroep te doen op het stelsel van sociale bijstand. Hierbij wordt aangesloten bij de bestaande invulling van het middelenvereiste zoals dat reeds bij aanvragen om gezinshereniging, niet zijnde gezinsvorming wordt gehanteerd. Voor wat betreft de wijze waarop de inkomsten dienen te worden aangetoond wordt verwezen naar B1/4.3.1.

3.2. Beperking

4. Overige algemene bepalingen

Er dient een door een notaris of gemeente gewaarmerkte kopie van het vereiste diploma te worden toegevoegd. Voor de beoordeling of de vreemdeling beschikt over een passend diploma wordt aangesloten bij het oordeel van de onderzoeksinstelling.

2. Procedureel

De toelatingsaanvragen kunnen worden ingediend door de onderzoekers, al dan niet door tussenkomst van de onderzoeksinstellingen (zie artikel 14 Richtlijn 2005/71). Erkende onderzoeksinstellingen kunnen gebruik maken van een versnelde toelatingsprocedure.

5.1. Inleiding

Indien aan één of meer verblijfsvoorwaarden niet is voldaan, is de Minister niet verplicht doch wel bevoegd de verblijfsvergunning te verlenen. De gevallen waarin van de bevoegdheid om de verblijfsvergunning te verlenen gebruik wordt gemaakt worden aangegeven in deze Vc.

5.2. Algemene voorwaarden

Het betreft hier het gezinslid dat in een andere staat die partij is bij het EG-verdrag is toegelaten als gezinslid van de langdurig ingezetene.

4. Geldigheidsduur

Indien het een minderjarig kind betreft, wordt de verblijfsvergunning verleend onder de beperking ‘verblijf bij ....(naam ouder(s))’.

5.8. overige algemene bepalingen

5. Geldigheid en rechtspositie

5.1. Overgangsrecht

8. Geldigheid en rechtspositie

17. Verblijf als (economisch niet-actieve) langdurig ingezetene

5.1. Inleiding

De specifieke voorwaarden per verblijfsdoel worden per materiehoofdstuk behandeld (voor arbeid zie B5/4.12 en B5/7.7.1, voor studie zie B6/2.1.1 en B6/3.1 en voor economisch niet-actieve zie B17). Voor zover in de materiehoofdstukken niets is opgenomen over langdurig ingezetenen, geldt dat zij aan alle terzake geldende specifieke voorwaarden dienen te voldoen, met uitzondering van het mvv-vereiste en het vereiste een onderzoek naar of behandeling van TBC aan de ademhalingsorganen te ondergaan.

3.3. Arbeidsmarktaantekening

3.1. Middelen van bestaan

1. Inleiding

5.5. Beperking

5. Beperkingen, arbeidsmarktaantekeningen en voorschriften

De onderzoeksinstelling vult het formulier in en verzendt het ingevulde en ondertekende formulier (de printversie), vergezeld van de vereiste stukken, per post naar het loket kennis- en arbeidsmigratie van de IND.

Op het document wordt aangetekend ‘Arbeid toegestaan, TWV alleen gedurende eerste twaalf maanden vereist’.

Verder wordt op het document de aantekening ‘beroep op de publieke middelen kan gevolgen hebben voor het verblijfsrecht’ gesteld.

5.7. Geldigheidsduur

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)