Vreemdelingencirculaire 2000 (B)
4. Driejarenbeleid in de asielprocedure
3. Beperking, arbeidsmarktaantekening en geldigheidsduur
3.2. Contra-indicaties
4.4. Aanvraagprocedure
3.2. Contra-indicaties
2. Au pairs
6.5. Opvang en financiën
3.5. Verblijfsrecht bij onderbreking of beëindiging werkzaamheden
10. Europees verdrag betreffende sociale en medische bijstand
3.4. Verblijfsvoorwaarden
2. Samenhang Vw en de Wav
5. Looncriterium
De toelatingsprocedure met betrekking tot kennismigranten is bij uitstek een referentprocedure.
De werkgever kan namens de gezinsleden te weten de echtgeno(o)te of (geregistreerd) partner van de kennismigrant en hun minderjarige kinderen, die verblijf in Nederland bij de kennismigrant beogen, verzoeken om afgifte van een mvv. In het geval de gezinsleden tegelijkertijd met de kennismigrant een verzoek om advies doen, dient gebruik gemaakt te worden van het formulier ‘Verzoek om advies in verband met afgifte mvv kennismigrant’. In het geval voor de gezinsleden niet gelijktijdig met de kennismigrant een verzoek om advies wordt ingediend, dient gebruik gemaakt te worden van de formulieren voor nareizende gezinsleden. De werkgever kan alleen ten behoeve van de echtgeno(o)t(e) of (geregistreerde) partner, alsmede ten behoeve van de minderjarige kinderen die feitelijk behoren tot het gezin, een verzoek om advies indienen. De algemene bepalingen, uitgezonderd de middelen van bestaan, van B1/4 en B2/2. B2/4 en B2/5 zijn van toepassing, tenzij navolgend anders is bepaald.
4.3. Aanvraag om een verblijfsvergunning
De aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning als kennismigrant wordt door de vreemdeling in persoon dan wel schriftelijk, al of niet door tussenkomst van de werkgever, ingediend bij het Loket kennis- en arbeidsmigratie van de IND, en wel door middel van een aanvraagformulier:
Het aanvraagformulier kan worden verkregen via de website van de IND, en wel op de kennismigrantenmodule. Het aanvraagformulier dient elektronisch te worden ingevuld.
10.4. Verlenging en zoekperiode
Als de vreemdeling die verblijf als kennismigrant beoogt, de aanvraag persoonlijk wil indienen bij het Loket kennis- en arbeidsmigratie van de IND, maakt hij daartoe een afspraak met het loket.
5.1.4. Kortlopende arbeidsovereenkomsten
Als de gezinsleden nareizen nadat de vreemdeling die verblijf als kennismigrant beoogt een aanvraag heeft ingediend, doen deze gezinsleden, zijnde de echtgeno(o)t(e) of geregistreerd partner en de minderjarige kinderen, met het daarvoor bestemde aanvraagformulier ter verlening van een verblijfsvergunning regulier voor nareizende gezinsleden, een aanvraag. Voor de behandeling van alle aanvragen van gezinsleden van kennismigranten geldt een streeftermijn van twee weken. Daarbij is de IND afhankelijk van buiten de IND gelegen procedures, zoals de verplichte inschrijving van het huwelijk in de GBA, die moeten zijn afgerond voordat de IND een beslissing kan nemen op de aanvraag.
De beslistermijn van twee weken is tevens van toepassing op aanvragen om wijziging van de beperking waaronder eerder een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd is verleend in de beperking ‘verblijf als kennismigrant’. Hierbij kan worden gedacht aan het geval dat een vreemdeling die in het bezit is van een verblijfsvergunning onder de beperking ‘arbeid in loondienst’, deze beperking wil wijzigen in de beperking ‘verblijf als kennismigrant’.
Indien een vreemdeling voldoet aan het looncriterium wordt zondermeer aangenomen dat hij voldoet aan het vereiste om duurzaam te beschikken over voldoende zelfstandig verworven middelen van bestaan.
Betaling van de door de betrokken vreemdeling(en) verschuldigde leges vindt plaats door de werkgever door middel van een machtiging tot automatische incasso. Deze machtiging wordt door de werkgever bij elke individuele aanvraag afgegeven. Ten behoeve van de automatische incasso geeft de werkgever een Nederlands bankrekeningnummer op. Als de werkgever geen machtiging tot automatische incasso afgeeft bij de aanvraag ontvangt de vreemdeling die verblijf als kennismigrant beoogt een factuur met een acceptgiro van het CJIB ter betaling van de verschuldigde leges. De beslistermijn van twee weken is dan niet van toepassing.
4.3.2. TBC-verklaring
De verblijfsvergunning voor verblijf als kennismigrant wordt verleend voor de duur van de arbeidsovereenkomst tot een maximum van vijf jaar.
De werkgever neemt contact op met het Loket kennis- en arbeidsmigratie van de IND voor een afspraak om ter plaatse van voornoemd loket de sticker ‘verblijfsaantekening algemeen’(zie bijlage 7g VV) in het reisdocument van de kennismigrant(en) en eventuele gezinsleden te laten plaatsen. Daartoe meldt de vreemdeling dan wel de werkgever zich met het paspoort van de vreemdeling die verblijf als kennismigrant beoogt, en eventuele gezinsleden, bij het Loket kennis- en arbeidsmigratie van de IND (zie artikel 3.9, derde lid, VV).
6. Geldigheidsduur van de verblijfsvergunning
Indien de kennismigrant niet over een mvv beschikt wordt de volgende arbeidsmarktaantekening geplaatst: ‘Arbeid niet toegestaan; TWV vereist’. Dit geldt ook voor diens echtgeno(o)t(e) of geregistreerd partner.
2.1. De duur van het verblijf in Nederland
1. Inleiding
3.3.2. Recht voortzetting verblijf
3.3. Afwijzingsgronden
4.3.3. Sticker verblijfsaantekeningen algemeen
Als het loket kennis- en arbeidsmigratie van de IND de volledig ingevulde en ondertekende verklaring, vergezeld van de hierboven genoemde stukken heeft ontvangen, stuurt het loket de werkgever een ontvangstbevestiging. Als de te overleggen stukken geheel of gedeeltelijk ontbreken, wordt de werkgever erop gewezen dat de ontbrekende stukken alsnog in het kader van het eerste verzoek om advies in verband van de afgifte van een mvv dan wel de eerste verblijfsaanvraag dienen te worden overgelegd. Bij de ontvangstbevestiging krijgt de werkgever een toegangscode waarmee hij op de website van de IND toegang krijgt tot:
4.2. Verzoek om advies
6.2.1. Hoofdverblijf
8.1.2. Gebruik van gegevens uit aangewezen administraties als bedoeld in artikel 2d Vw
8.3. Bewijsmiddelen aanvragen voor een verblijfsvergunning regulier
7.1. Het indienen van rechtsmiddelen
8.3.4. Bewijsmiddelen afwijzingsgronden verblijfsvergunning regulier bepaalde tijd
9.1. Inleiding
2.4. Europees Vrijwilligerswerk
8.3.5. Bewijsmiddelen aanvraag verlenging verblijfsvergunning
8.3.6. Bewijsmiddelen aanvraag vervanging of vernieuwing document
9.3. Opleggen van een bestuurlijke boete
9.3. Opleggen van een bestuurlijke boete
9.7.2.1. De aard van de niet-gemelde gegevens
9.7.2. De informatieplicht
9.7.2.1. De aard van de niet-gemelde gegevens
2. Lerend werken
10.1. Geen kostenverhaal op de referent
10. Verhalen van de kosten van uitzetting op de referent
10. Verhalen van de kosten van uitzetting op de referent
2.1. Working Holiday Scheme (WHS) / Working Holiday Programme (WHP)
2.4. Europees Vrijwilligerswerk
4.4. Particuliere uitwisselingsorganisaties
4.2. WHS/WHP
4.5. Europees vrijwilligerswerk
B3. Studie
4.5. Europees vrijwilligerswerk
4.5. Europees vrijwilligerswerk
2.4. Middelen van bestaan
2.2. Middelbaar beroepsonderwijs en voortgezet onderwijs
B4. Arbeid tijdelijk
2.1.2. Arbeid op grond van een zetelovereenkomst
2.1.4. Geestelijk bedienaren
4.2. Beperking, arbeidsmarktaantekening en geldigheidsduur
3. Grensoverschrijdende dienstverlening
2.2.2.1. Aantekening omtrent algemene middelen
4.3. Bewijsmiddelen
2.2.4.1. Geldigheidsduur vergunning wegens arbeid op een mijnbouwinstallatie op het continentaal plat en arbeid op een Nederlands zeeschip
4.3. Bewijsmiddelen
3.1.1. Het zoeken naar en verrichten van arbeid al dan niet in loondienst
2.7. Overplaatsing binnen een onderneming
3.1.5. Verblijf als houder van de Europese blauwe kaart
2.6.3. Zoekperiode
3.2.5. Verblijf als houder van de Europese blauwe kaart
3. Beperking, arbeidsmarktaantekening en geldigheidsduur
3.1.1. Het zoeken naar en verrichten van arbeid al dan niet in loondienst
4.6.7. Mvv-vereiste voor de houder van de Europese blauwe kaart
5. Verlenging
5.2.1. Werkloosheid
2.2. Referent met tijdelijk verblijfsrecht
3.1.5. Verbreking huwelijk
5. Verblijfsvergunning in het kader van remigratie op grond van de Remigratiewet
3.3. Bewijsmiddelen
9.1.7. Feitelijke toegankelijkheid
4.4.3. Onderbrekingen van de termijn
6. Het verlengen en intrekken van de verblijfsvergunning regulier bepaalde tijd
6.2. Gronden voor het niet-verlengen en intrekken van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
5.1.1. Overgangsrecht nieuwe arbeidsmarktaantekening
6.1. Toetsing aanvraag van het verlengen van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning
5.4. Voorschriften
6.1. Toetsing aanvraag van het verlengen van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning
8.3. Bewijsmiddelen aanvragen voor een verblijfsvergunning regulier
7.1. Het indienen van rechtsmiddelen
8.1.1. Gelegaliseerde bescheiden
8.2.2. Bewijsmiddelen erkenning als referent
8.2.2. Bewijsmiddelen erkenning als referent
B2. Uitwisseling
8.3.1. Gegevens en bescheiden uit aangewezen administraties
8.3.5. Bewijsmiddelen aanvraag verlenging verblijfsvergunning
8.3.6. Bewijsmiddelen aanvraag vervanging of vernieuwing document
8.3.6. Bewijsmiddelen aanvraag vervanging of vernieuwing document
8.3.5. Bewijsmiddelen aanvraag verlenging verblijfsvergunning
9.1. Inleiding
9.7.2.1. De aard van de niet-gemelde gegevens
9.7.1. De zorgplicht
2. Beleidsregels
9.8. De omstandigheden waaronder de overtreding is gepleegd en de evenredigheid
10.1. Geen kostenverhaal op de referent
10.2. Kosten van uitzetting
2.1. Working Holiday Scheme (WHS) / Working Holiday Programme (WHP)
2.1. Working Holiday Scheme (WHS) / Working Holiday Programme (WHP)
2.3. Particuliere uitwisselingsorganisaties
2.4. Europees Vrijwilligerswerk
4. Bewijsmiddelen
4. Bewijsmiddelen
2. Beleidsregels
3. Beperking, arbeidsmarktaantekening en geldigheidsduur
3. Seizoenarbeid
4.4. Bewijsmiddelen
2.2.3. Voorschrift
2.2.2. Arbeidsmarktaantekening
1. Inleiding
2. Beleidsregels
4.1. Beleidsregels
3.1. Beperking
2.6.1. Looncriterium
3.2. Arbeidsmarktaantekening
3.1.4. Arbeid als zelfstandige
3.2.4. Arbeid als zelfstandige
5.2.1. Werkloosheid
4.6.5. Individuele gezondheidszorg
5. Verlenging
4.7. Overplaatsing binnen een onderneming
1. Inleiding
2.1. Middelen van bestaan
3.1.4. Polygamie
3.1.4. Polygamie
3.6.2. Wobka
B8. Humanitair tijdelijk
9.1.4. Noodzakelijke medische behandeling
9.1.3. Medische noodsituatie
9.1.4. Noodzakelijke medische behandeling
15. Plaatsing in een pleeggezin of instelling op verzoek van een ander land op grond van het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996 (HKBV)
2.6. Voorschrift
6. Het Nederlands-Zwitserse Traktaat
5.5.1. Beperking en arbeidsmarktaantekening
5.1. Het looncriterium
5.1.3. Kortlopende arbeidsovereenkomsten
De werkgever dient het ingevulde en door de kennismigrant ondertekende aanvraagformulier (de printversie), vergezeld met de vereiste stukken, per post te verzenden naar het Loket kennis- en arbeidsmigratie van de IND.
5.1.4. Kortlopende arbeidsovereenkomsten
De werkgever of de vreemdeling die verblijf als kennismigrant beoogt, kan met een aanvraagformulier ter verlening van een verblijfsvergunning voor een kennismigrant, tevens tegelijkertijd een aanvraag doen voor de meegereisde echtgeno(o)t(e) of geregistreerd partner en de minderjarige kinderen. Het aanvraagformulier wordt zowel door de vreemdeling die verblijf als kennismigrant beoogt als door de gezinsleden ondertekend.
5.2. Zelfstandige, voldoende en duurzame middelen
Voor beroepen in de individuele gezondheidszorg is registratie in het beroepen in de individuele gezondheidszorg register verplicht. Indien een kennismigrant in Nederland een beroep wil uitoefenen waarvoor beroepen in de individuele gezondheidszorg registratie verplicht is, maar niet in het register geregistreerd staat wordt de aanvraag om een verblijfsvergunning of verzoek om advies voor verblijf als kennismigrant afgewezen omdat er geen sprake is van wettelijk toegestane arbeid (zie B15/5.1). Indien aan de beroepen in de individuele gezondheidszorg registratie voorwaarden zijn verbonden betreffende de inhoud van de uitoefening van het beroep, bijvoorbeeld dat bepaalde handelingen slechts onder supervisie verricht mogen worden, wordt de vergunning verleend. Het is de verantwoordelijkheid van de werkgever dat aan de voorwaarden voor de beroepen in de individuele gezondheidszorg registratie wordt voldaan.
4.3.3. Sticker verblijfsaantekeningen algemeen
Indien de kennismigrant in het bezit is van een mvv wordt op de sticker aangetekend: ‘Arbeid toegestaan; TWV niet vereist’. Dit geldt ook voor diens echtgeno(o)t(e) of geregistreerd partner.
11.3. Geldigheidsduur van de verblijfsvergunning
Daarna dient de vreemdeling zich bij de gemeente, waarin hij woonachtig is, te vervoegen met het oog op inschrijving in de GBA. Afgifte van het verblijfsdocument geschiedt door de IND na de inwilliging van de aanvraag.
2.1.6. Pilot ‘Arbeid als essentieel startup personeel’
5. Zoekperiode
3. Beperking, arbeidsmarktaantekening en geldigheidsduur
2.2. Het zoeken naar en verrichten van arbeid al dan niet in loondienst
3.2.5. Verblijf als houder van de Europese blauwe kaart
2.7. Overplaatsing binnen een onderneming
2.6.1. Looncriterium
4.6.2. Diploma
3.1.1. Duurzame en exclusieve relatie
3.8.1. Familie- of gezinsleven
2.3. Bewijsmiddelen
3.3. Bewijsmiddelen
6.2.1. Vertrek kan buiten de schuld van de minderjarige vreemdeling niet worden gerealiseerd binnen drie jaar na de eerste verblijfsaanvraag (ambtshalve verlening zonder nader onderzoek)
12.1. Beleidsregels
5.1.2. Bewijsmiddelen looncriterium
4.3.1. Leges
9. Werkloosheid, ziekte en arbeidsongeschiktheid
Voor de kennismigrant die op grond van artikel 17, eerste lid, onder a, Vw is vrijgesteld van het mvv-vereiste, staat de mogelijkheid open om bij de Nederlandse diplomatieke vertegenwoordiging in het buitenland onverplicht een mvv aan te vragen teneinde zijn verblijfsaanspraak vooraf te laten toetsen (zie B1/4.1.1). De werkgever in Nederland kan voorafgaande aan de indiening van de aanvraag om een mvv middels het formulier ‘Verzoek om advies in verband met afgifte mvv kennismigrant’ verzoeken om een advies omtrent de afgifte van een mvv (zie B15/4.2).
Echtgenoten en partners van kennismigranten krijgen op grond van artikel 3.57 Vb een verblijfsvergunning voor de duur van één jaar. Na één jaar kan op grond van artikel 3.67, eerste lid, onder a, Vb de verblijfsvergunning worden verlengd voor de duur van vijf jaren (zie B2/9). Voor minderjarige kinderen van kennismigranten wordt tevens verwezen naar het bepaalde in B2/5.
De vreemdeling die in het bezit is gesteld van een verblijfsvergunning als kennismigrant hoeft geen wijziging van de beperking aan te vragen als hij van werkgever verandert mits nog steeds aan de voorwaarden voor verblijf als kennismigrant wordt voldaan.
3.2. Na medische behandeling
Voor de vreemdeling die verblijf beoogt als kennismigrant gelden looncriteria, te weten een looncriterium voor vreemdelingen die ouder zijn dan dertig jaar, een looncriterium voor vreemdelingen die jonger zijn dan dertig jaar en een looncriterium voor in Nederland afgestudeerde vreemdelingen die in aansluiting op hun studie dan wel gedurende het zoekjaar, werk als kennismigrant vinden. Het looncriterium houdt in dat uit wettelijk toegestane arbeid in loondienst voor één en dezelfde werkgever, een bruto jaarloon dient te worden ontvangen ten minste ter hoogte van een bedrag dat jaarlijks door de Minister van SZW wordt vastgesteld. Het looncriterium voor kennismigranten wordt conform het gestelde in artikel 1d, derde lid, van het Besluit tot uitvoering van de Wav (zie paragraaf 21, onderdeel f, inkomenscriterium kennismigranten), jaarlijks met ingang van 1 januari van elk kalenderjaar herzien met de procentuele wijziging van het meest recente indexcijfer van de CAO-lonen, gepubliceerd door het Centraal Bureau voor de Statistiek. Het inkomenscriterium wordt gepubliceerd in paragraaf 21, onderdeel f, inkomenscriterium kennismigranten van de Uitvoeringsregels Wav.
De vereiste premies en belastingen moeten worden afgedragen.
Op het moment dat een vreemdeling die in het bezit is van een verblijfsvergunning als kennismigrant de leeftijd van dertig jaar bereikt, blijft de vreemdeling, ongeacht de functie die hij vervult, gelet op het gestelde in de toelichting van het Besluit van 28 september 2004 tot wijziging van het Besluit uitvoering Wav voldoen aan de voorwaarden voor verblijf als kennismigrant, mits hij nog steeds voldoet aan de jaarloonbepalingen die voor hem golden bij de eerste verlening van de verblijfsvergunning als kennismigrant en hij niet van werkgever is veranderd. Indien de vreemdeling na het bereiken van het dertigste levensjaar van werkgever verandert en hij verblijf als kennismigrant blijft beogen, dient hij te voldoen aan het jaarloonvereiste voor vreemdelingen van dertig jaar en ouder zoals door de Minister van SZW vastgesteld.
Indien voor een vreemdeling bij de eerste verlening de verblijfsvergunning als kennismigrant het looncriterium voor afgestudeerde buitenlandse studenten geldt, blijft bij wijziging van werkgever en bij de verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning dit looncriterium van toepassing.
Er kan verblijf als kennismigrant worden toegestaan zonder dat hoeft te zijn voldaan aan het looncriterium zoals dat door de Minister van SZW is vastgesteld voor verblijf als kennismigrant, aan wetenschappelijk onderzoekers en aan artsen in opleiding tot specialist. Alsdan geldt het algemene middelenvereiste onverkort (Zie B1/4.3).
5.1.1. Bestanddelen bruto jaarloon
In tegenstelling tot het middelenvereiste wordt bij de beoordeling van het looncriterium uitsluitend betekenis toegekend aan het loon in geld. Het gaat daarbij om het vaste contractueel overeengekomen en in geld vastgestelde bruto loon. De waarde van niet in geld uitgekeerd loon en de waarde van onzekere loonbestanddelen als overwerkvergoedingen, fooien en uitkeringen uit fondsen worden derhalve niet meegeteld. Vaste toeslagen zoals de vakantietoeslag en een dertiende maand kunnen bij dit bruto loon wel worden meegerekend.
5.1.2. Bewijsmiddelen looncriterium
Het beschikken over inkomen uit arbeid in loondienst wordt in het kader van dit beleidsonderdeel aangetoond door het overleggen van:
5.1.3. Loon niet marktconform
De IND wijst een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf of een verblijfsvergunning onder de beperking ‘verblijf als kennismigrant’ af of trekt deze in als sprake is van een loon dat naar het oordeel van de minister van SZW niet marktconform is.
Als de IND indicaties heeft dat het loon niet marktconform is, wordt een advies gevraagd aan het UWV WERKbedrijf of een bepaalde beloning wel of niet marktconform is.
De IND stelt de werkgever eerst in de gelegenheid om het volgende met (aanvullende) stukken inzichtelijk te maken:
Als geen sprake is van een CAO moet de werkgever informatie verstrekken dat het loon en andere arbeidsvoorwaarden overeenkomen met vergelijkbare functies.
9. Werkloosheid, ziekte en arbeidsongeschiktheid
De nieuwe voorwaarde geldt, ingevolge artikel 3.103 Vb, voor alle aanvragen om een verblijfsvergunning of machtiging tot voorlopig verblijf met als doel: ‘verblijf als kennismigrant’, die zijn ingediend op of na 19 juni 2011.
Werkloosheid is van invloed op de verblijfsrechtelijke positie van kennismigranten die houder zijn van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor verblijf als kennismigrant.
9.2. Ziekte en arbeidsongeschiktheid
Ziekte en arbeidsongeschiktheid zijn van invloed op de verblijfsrechtelijke positie van kennismigranten. Bij ziekte blijft de kennismigrant aan de voorwaarden voldoen zolang er sprake is van een dienstverband met een werkgever die een verklaring heeft afgelegd in het kader van het kennismigrantenbeleid en hij, hetzij vanwege het ontvangen loon, hetzij op grond van een uitkering, hetzij op grond van een combinatie van beide, aan het loonvereiste blijft voldoen.
Indien een vreemdeling voldoet aan het looncriterium wordt zondermeer aangenomen dat hij voldoet aan het vereiste om duurzaam te beschikken over voldoende zelfstandig verworven middelen van bestaan.
5.3. Beroepen in de individuele gezondheidszorg
Voor beroepen in de individuele gezondheidszorg is registratie in het beroepen in de individuele gezondheidszorg register verplicht. Indien een kennismigrant in Nederland een beroep wil uitoefenen waarvoor beroepen in de individuele gezondheidszorg registratie verplicht is, maar niet in het register geregistreerd staat wordt de aanvraag om een verblijfsvergunning of verzoek om advies voor verblijf als kennismigrant afgewezen omdat er geen sprake is van wettelijk toegestane arbeid (zie B15/5.1). Indien aan de beroepen in de individuele gezondheidszorg registratie voorwaarden zijn verbonden betreffende de inhoud van de uitoefening van het beroep, bijvoorbeeld dat bepaalde handelingen slechts onder supervisie verricht mogen worden, wordt de vergunning verleend. Het is de verantwoordelijkheid van de werkgever dat aan de voorwaarden voor de beroepen in de individuele gezondheidszorg registratie wordt voldaan.
Indien een kennismigrant na een periode van ziekte arbeidsongeschikt wordt verklaard, geldt het volgende.
5.1.4. Kortlopende arbeidsovereenkomsten
10. Studenten die hun opleiding in Nederland hebben voltooid
Als de kennismigrant als arts in opleiding tot specialist staat ingeschreven in een opleidingsregister wordt de verblijfsvergunning verleend voor ten hoogste de duur van de opleiding.
Indien de vreemdeling voor een beperkte periode in het beroepen in de individuele gezondheidszorg register staat geregistreerd wordt de verblijfsvergunning verleend voor de duur van de registratie.
10.1. Zoekjaar
3.1.3. Overlijden van de hoofdpersoon
Als de vreemdeling gedurende het zoekjaar een beroep doet op de algemene middelen kan dit gevolgen hebben voor het verblijfsrecht.
Indien aan de voorwaarden van het bepaalde in dit hoofdstuk wordt voldaan, wordt aan de vreemdeling op grond van artikel 3.4, eerste lid, onder y, Vb een verblijfsvergunning verleend onder de beperking ‘verblijf als kennismigrant’.
Op het verblijfsdocument wordt de aantekening geplaatst: ‘Andere arbeid alleen toegestaan indien werkgever beschikt over TWV’.
De arbeidsmarktaantekening ‘Andere arbeid alleen toegestaan indien werkgever beschikt over TWV’ houdt in dat een vreemdeling, die in het bezit is van een verblijfsvergunning als kennismigrant, arbeid als kennismigrant mag verrichten. Voor andere arbeid is een TWV vereist.
10.3. Beperkingen, arbeidsmarktaantekeningen en voorschriften
Aan de afgifte van de verblijfsvergunning wordt het voorschrift verbonden de verplichting voldoende verzekerd te zijn tegen ziektekosten met inbegrip van de kosten verbonden aan opname en verpleging in een sanatorium of een psychiatrische inrichting.
Op het verblijfsdocument wordt de aantekening geplaatst: ‘Arbeid vrij toegestaan; TWV niet vereist. Beroep op publieke middelen kan gevolgen hebben voor het verblijfsrecht’.
De verblijfsvergunning aan echtgeno(o)t(e) of geregistreerd partner wordt verleend onder de beperking ‘verblijf bij echtgeno(o)t(e)/geregistreerd partner (naam)’. Arbeid vrij toegestaan; TWV niet vereist’. De verblijfsvergunning aan minderjarige kinderen wordt verleend onder de beperking ‘gezinshereniging bij (naam ouder(s)). Arbeid vrij toegestaan; TWV niet vereist’.
Indien de kennismigrant van werkgever verandert, moet hij nog steeds voldoen aan de voorwaarden voor verblijf als kennismigrant. Op de nieuwe werkgever rust de verplichting aan het loket kennis- en arbeidsmigratie van de IND te melden dat betrokken kennismigrant in dienst is getreden en daarbij de van toepassing zijnde bewijsmiddelen zoals genoemd in B15/5.1.2 te overleggen.
Op het verblijfsdocument wordt de aantekening geplaatst: ‘Arbeid vrij toegestaan; TWV niet vereist. Beroep op publieke middelen kan gevolgen hebben voor het verblijfsrecht’.
Indien de arbeidsovereenkomst van de kennismigrant gedurende de geldigheidsduur van zijn verblijfsvergunning door de werkgever voortijdig wordt ontbonden, zonder dat de kennismigrant daarvan een verwijt kan worden gemaakt, wordt hem een zoektermijn van drie maanden gegund. De werkgever maakt schriftelijk melding van de beëindiging van het dienstverband bij het loket kennis- en arbeidsmigratie van de IND. Vanaf de datum waarop de arbeidsovereenkomst is beëindigd geldt een zoekperiode van drie maanden voor de vreemdeling om een nieuwe functie als kennismigrant te verwerven. Indien de vreemdeling erin slaagt opnieuw werk te vinden als kennismigrant doet de (nieuwe) werkgever daarvan schriftelijk mededeling aan het loket kennis- en arbeidsmigratie van de IND onder overlegging van de van toepassing zijnde bewijsmiddelen zoals genoemd in B15/5.1.2 . In het geval dat de kennismigrant een nieuwe werkgever vindt, dient deze toegelaten te zijn tot de kennismigrantenregeling op grond van een ondertekende verklaring (zie bijlage 12a VV) en dient de vreemdeling te voldoen aan het looncriterium, respectievelijk dient hij een functie als wetenschappelijk onderzoeker dan wel arts in opleiding tot specialist te vervullen. Slaagt de vreemdeling er niet in binnen drie maanden een dergelijke functie te vinden dan wordt zijn verblijfsvergunning ingetrokken.
Indien de zoekperiode van drie maanden zich uitstrekt voorbij de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning van de kennismigrant, dient de kennismigrant om verlenging van zijn verblijfsvergunning als kennismigrant te vragen. Bij de behandeling van de aanvraag zal rekening gehouden worden met de (resterende) zoekperiode die de vreemdeling wordt gegund om een functie als kennismigrant te verwerven. Voor deze aanvraag is de gangbare behandeltermijn van twee weken niet van toepassing. Indien de vreemdeling erin slaagt opnieuw werk te vinden als kennismigrant dient de kennismigrant, dan wel diens (nieuwe) werkgever, daarvan schriftelijk melding te doen onder overlegging van de van toepassing zijnde bewijsmiddelen zoals genoemd in B15/5.1.2. In het geval de kennismigrant een nieuwe werkgever vindt, deze is toegelaten tot de kennismigrantenregeling op grond van een ondertekende verklaring (zie bijlage 12a VV) en de vreemdeling voldoet aan het looncriterium, respectievelijk een functie als wetenschappelijk onderzoeker dan wel arts in opleiding tot specialist vervult, kan de verblijfsvergunning voor verblijf als kennismigrant worden verlengd. Vindt de vreemdeling geen baan als kennismigrant dan zal de aanvraag tot verlenging worden afgewezen.
Voor de vreemdeling die als arts in opleiding tot specialist een verblijfsvergunning als kennismigrant aanvraagt geldt dat deze zal worden verleend voor de duur van zijn opleiding. Na beëindiging van zijn opleiding is verlenging van de verblijfsvergunning voor verblijf als kennismigrant slechts mogelijk indien de arts in opleiding tot specialist een andere functie als kennismigrant verwerft. In dat geval dient hij verlenging van de vergunning voor verblijf als kennismigrant aan te vragen.
8.3. Af- en aanmelding, intrekking
Op de vreemdeling rust de verplichting om onmiddellijk aan de Korpschef melding te maken van het feit dat hij niet meer aan de beperking voldoet. Op de werkgever rust de verplichting om de IND schriftelijk in kennis te stellen van het feit dat de kennismigrant niet langer bij deze werkgever werkzaam is, niet langer aan het looncriterium voldoet, of niet langer werkzaamheden als wetenschappelijk onderzoeker of arts in opleiding tot specialist vervult (zie daarvoor ook artikelen 4.41 en 4.43 Vb en A3/7.3.5 en A3/7.3.7).
De verblijfsvergunning onder de beperking ‘verblijf als kennismigrant’ kan op grond van het bepaalde in artikel 19, Vw, juncto artikel 18 eerste lid, aanhef en onder g, Vw, worden ingetrokken als betrokkene niet meer voldoet aan de voorwaarden van de beperking ‘verblijf als kennismigrant’.
9. Werkloosheid, ziekte en arbeidsongeschiktheid
Deze regeling wijkt op de volgende punten af van het beleid inzake het zoekjaar afgestudeerden (zie B15/10):
11.2. Voorwaarden
De verblijfsvergunning kan op aanvraag worden verleend, indien:
Ziekte en arbeidsongeschiktheid zijn van invloed op de verblijfsrechtelijke positie van kennismigranten. Bij ziekte blijft de kennismigrant aan de voorwaarden voldoen zolang er sprake is van een dienstverband met een werkgever die een verklaring heeft afgelegd in het kader van het kennismigrantenbeleid en hij, hetzij vanwege het ontvangen loon, hetzij op grond van een uitkering, hetzij op grond van een combinatie van beide, aan het loonvereiste blijft voldoen.
Indien een kennismigrant na een periode van ziekte arbeidsongeschikt wordt verklaard, geldt het volgende.
Onder een kennismigrant die arbeidsongeschikt is wordt verstaan de vreemdeling die in het bezit is van een verblijfsvergunning als kennismigrant en die een uitkering uit hoofde van de WAO/WIA geniet. De verblijfsvergunning van de kennismigrant wordt ingetrokken bij volledige arbeidsongeschiktheid. Indien sprake is van gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid (percentage minder dan 80%) en de kennismigrant in dienst blijft bij de werkgever dient hij, op grond van de uitkering uit hoofde van de WAO/WIA en zijn inkomen uit het dienstverband met de werkgever, nog steeds te voldoen aan het looncriterium dat geldt voor verblijf als kennismigrant. Als de kennismigrant gedeeltelijk arbeidsgeschikt is en zijn dienstverband bij de werkgever is beëindigd zonder dat hem daarvan een verwijt kan worden gemaakt, kan hij gebruik maken van de zoekperiode van drie maanden na de datum waarop het dienstverband (voortijdig) is beëindigd. Indien betrokken vreemdeling er niet in slaagt om in die periode werk te vinden waarmee hij voldoet aan de voorwaarden voor verblijf als kennismigrant, wordt de verblijfsvergunning voor verblijf als kennismigrant ingetrokken. Bij de beoordeling of de gedeeltelijk arbeidsongeschikte vreemdeling voldoet aan het looncriterium dat geldt voor verblijf als kennismigrant wordt een uitkering uit hoofde van de WAO/WIA meegerekend als bestanddeel van het brutoloon.
10. Studenten die hun opleiding in Nederland hebben voltooid
Omdat nog niet alle studenten een geaccrediteerde opleiding met een Master-graad afronden, maar er ook nog studenten afstuderen aan een ongedeelde opleiding, wordt een getuigschrift van een geaccrediteerde ongedeelde opleiding in het wetenschappelijk onderwijs als bedoeld in artikel 18:15 WHW, gelijkgesteld met een Master-graad als hierbedoeld.
Vreemdelingen die met goed gevolg een hogere beroepsopleiding of wetenschappelijke studie in Nederland hebben afgerond, krijgen de mogelijkheid om binnen maximaal één jaar (zoekperiode) na de datum van voltooiing van de studie of opleiding een functie als kennismigrant te vinden. Het gaat hier om vreemdelingen die op basis van een verblijfsvergunning onder de beperking ‘studie’ in Nederland hun studie hebben afgerond. Indien de vreemdeling gebruik wil maken van het zoekjaar, dient de vreemdeling een aanvraag tot wijziging van de beperking in (zie B15/10.2 en B15/10.3).
11.5. Verlenging en zoekperiode
Het zoekjaar geldt niet voor vreemdelingen die verblijf hebben voor studie aan voortgezet of beroepsonderwijs. Aan hen is verblijf toegestaan onder meer om een positieve bijdrage aan de ontwikkeling in het land van herkomst te kunnen leveren. Het bieden van een mogelijkheid om zich na beëindiging van de studie aan voortgezet en beroepsonderwijs op een functie als kennismigrant te oriënteren, is niet in overeenstemming met de intentie van het toestaan van verblijf voor studie aan voortgezet of beroepsonderwijs.
4.3.3.1. Inkomen uit arbeid in loondienst
4.3.3.1.4. Beroep op de algemene middelen
4.3.3.1.5. Proeftijd
4.8. Onjuiste gegevens
De IND merkt inkomsten uit eigen vermogen van de vreemdeling op grond van artikel 3.75, tweede lid, Vb aan als duurzaam als deze op het moment van de aanvraag (of het beoordelen van de aanvraag) gedurende één jaar beschikbaar zijn geweest en nog steeds beschikbaar zijn.
4.9. Illegaal verblijf
4.6. Niet voldoen aan de beperking
4.6. Niet voldoen aan de beperking
5. De verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
5.1.1. Overgangsrecht nieuwe arbeidsmarktaantekening
7.3. Het verzoek om een voorlopige voorziening
7.1. Het indienen van rechtsmiddelen
8.1. Algemeen
8.1.1. Gelegaliseerde bescheiden
8.1.2. Gebruik van gegevens uit aangewezen administraties als bedoeld in artikel 2d Vw
8.3.5. Bewijsmiddelen aanvraag verlenging verblijfsvergunning
8.4. Bewijsmiddelen
9.7.3. De administratieplicht
9.6. Verwijtbaarheid van de overtreding
9.6. Verwijtbaarheid van de overtreding
9.6. Verwijtbaarheid van de overtreding
9.8. De omstandigheden waaronder de overtreding is gepleegd en de evenredigheid
B2. Uitwisseling
4.1. Algemeen
4. Verlenging en intrekking
1. Inleiding
4. Verlenging en intrekking
2. Lerend werken
2.1.3. Intra-concern uitzendingen anders dan voor overplaatsing binnen een onderneming
2.2.4.1. Geldigheidsduur vergunning wegens arbeid op een mijnbouwinstallatie op het continentaal plat en arbeid op een Nederlands zeeschip
2.3. Bewijsmiddelen
3.2. Bewijsmiddelen
2.1. Algemeen
2.7. Overplaatsing binnen een onderneming
3.2.1. Gezinsband
3.3. Bewijsmiddelen
5.1.3. Loon niet marktconform
5.1.3. Loon niet marktconform
5.3. Beroepen in de individuele gezondheidszorg
11.4. Beperkingen, arbeidsmarktaantekeningen en voorschriften
5.1. Het looncriterium
Het looncriterium is een bijzondere voorwaarde voor verlening van een verblijfsvergunning voor verblijf als kennismigrant en wordt derhalve onderscheiden van het vereiste duurzaam te beschikken over voldoende zelfstandig verworven middelen van bestaan.
7. Beperkingen, arbeidsmarktaantekeningen en voorschriften
5.1. Het looncriterium
7. Beperkingen, arbeidsmarktaantekeningen en voorschriften
8. Wijziging van werkgever, zoekperiode, af- en aanmelding en intrekking
De verblijfsvergunning aan echtgeno(o)t(e) of geregistreerd partner wordt verleend onder de beperking ‘verblijf bij echtgeno(o)t(e)/geregistreerd)partner/ouder (naam). Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist’. De verblijfsvergunning aan minderjarige kinderen wordt verleend onder de beperking ‘gezinshereniging bij (naam ouder(s)). Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist’.
8.1. Wijziging van werkgever
Indien de zoekperiode van drie maanden zich uitstrekt voorbij de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning van de kennismigrant, dient de kennismigrant om verlenging van zijn verblijfsvergunning als kennismigrant te vragen. Bij de behandeling van de aanvraag zal rekening gehouden worden met de (resterende) zoekperiode die de vreemdeling wordt gegund om een functie als kennismigrant te verwerven. Voor deze aanvraag is de gangbare behandeltermijn van twee weken niet van toepassing. Indien de vreemdeling erin slaagt opnieuw werk te vinden als kennismigrant dient de kennismigrant, dan wel diens (nieuwe) werkgever, daarvan schriftelijk melding te doen onder overlegging van de van toepassing zijnde bewijsmiddelen zoals genoemd in B15/5.1.2. In het geval de kennismigrant een nieuwe werkgever vindt, deze is toegelaten tot de kennismigrantenregeling op grond van een ondertekende verklaring (zie bijlage 12a VV) en de vreemdeling voldoet aan het looncriterium, respectievelijk een functie als wetenschappelijk onderzoeker dan wel arts in opleiding tot specialist vervult, kan de verblijfsvergunning voor verblijf als kennismigrant worden verlengd. Vindt de vreemdeling geen baan als kennismigrant dan zal de aanvraag tot verlenging worden afgewezen.
8.2. Zoekperiode
5.1.2. Bewijsmiddelen looncriterium
Alle stukken moeten zijn opgesteld in het Nederlands of zijn vertaald door een vertaler die door de Nederlandse rechtbank is beëdigd.
5.1.4. Kortlopende arbeidsovereenkomsten
Indien de vreemdeling beschikt over een arbeidsovereenkomst voor een kortere duur dan één jaar, dient de vreemdeling gedurende de duur van de arbeidsovereenkomst naar rato te voldoen aan het criterium van het bruto jaarloon. De vreemdeling dient derhalve een loon in geld te genieten dat de uitkomst is van de rekensom: geldend looncriterium, gedeeld door twaalf en vermenigvuldigd met het aantal maanden van de arbeidsovereenkomst.
9. Werkloosheid, ziekte en arbeidsongeschiktheid
Onder een kennismigrant die arbeidsongeschikt is wordt verstaan de vreemdeling die in het bezit is van een verblijfsvergunning als kennismigrant en die een uitkering uit hoofde van de WAO/WIA geniet. De verblijfsvergunning van de kennismigrant wordt ingetrokken bij volledige arbeidsongeschiktheid. Indien sprake is van gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid (percentage minder dan 80%) en de kennismigrant in dienst blijft bij de werkgever dient hij, op grond van de uitkering uit hoofde van de WAO/WIA en zijn inkomen uit het dienstverband met de werkgever, nog steeds te voldoen aan het looncriterium dat geldt voor verblijf als kennismigrant. Als de kennismigrant gedeeltelijk arbeidsgeschikt is en zijn dienstverband bij de werkgever is beëindigd zonder dat hem daarvan een verwijt kan worden gemaakt, kan hij gebruik maken van de zoekperiode van drie maanden na de datum waarop het dienstverband (voortijdig) is beëindigd. Indien betrokken vreemdeling er niet in slaagt om in die periode werk te vinden waarmee hij voldoet aan de voorwaarden voor verblijf als kennismigrant, wordt de verblijfsvergunning voor verblijf als kennismigrant ingetrokken. Bij de beoordeling of de gedeeltelijk arbeidsongeschikte vreemdeling voldoet aan het looncriterium dat geldt voor verblijf als kennismigrant wordt een uitkering uit hoofde van de WAO/WIA meegerekend als bestanddeel van het brutoloon.
6. Geldigheidsduur van de verblijfsvergunning
De verblijfsvergunning voor verblijf als kennismigrant wordt verleend voor de duur van de arbeidsovereenkomst tot een maximum van vijf jaar.
De verblijfsvergunning kan voor vijf jaar worden verleend als de vreemdeling, die verblijf als kennismigrant beoogt, een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd overlegt. Als de vreemdeling, die verblijf als kennismigrant beoogt, een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd heeft, wordt de verblijfsvergunning voor verblijf als kennismigrant voor ten hoogste de duur van de arbeidsovereenkomst afgegeven (zie artikelen 3.57 en 3.59a Vb).
10.1. Zoekjaar
Echtgenoten en partners van kennismigranten krijgen op grond van artikel 3.57 Vb een verblijfsvergunning voor de duur van één jaar. Na één jaar kan op grond van artikel 3.67, eerste lid, onder a, Vb de verblijfsvergunning worden verlengd voor de duur van vijf jaren (zie B2/9). Voor minderjarige kinderen van kennismigranten wordt tevens verwezen naar het bepaalde in B2/5.
8. Wijziging van werkgever, zoekperiode, af- en aanmelding en intrekking
8.1. Wijziging van werkgever
3.3. Na verblijf als Amv
8. Wijziging van werkgever, zoekperiode, af- en aanmelding en intrekking
Voor de mvv-aanvraag in het kader van de regeling hoogopgeleiden wordt gestreefd naar afhandeling van de aanvraag binnen een termijn van vier weken na voldoening van de leges. Voor de aanvraag om een verblijfsvergunning zal afhandeling binnen zes weken worden na gestreefd.
Indien de vreemdeling erin slaagt binnen de periode van één jaar na voltooiing van zijn opleiding of studie een baan als kennismigrant te vinden, de werkgever op grond van een ondertekende verklaring (zie bijlage 12a VV) is toegelaten tot de kennismigrantenregeling en de vreemdeling aan het looncriterium voldoet, kan de vreemdeling een aanvraag om wijziging van de beperking in ‘verblijf als kennismigrant’ indienen (zie B15/3 en verder).
10.2. Voorwaarden
De verblijfsvergunning kan op aanvraag worden verleend, indien:
10. Studenten die hun opleiding in Nederland hebben voltooid
Als de vreemdeling gedurende het zoekjaar een beroep doet op de algemene middelen kan dit gevolgen hebben voor het verblijfsrecht.
1. Inleiding
De algemene bepalingen van B1/4, B2/2, B2/4 en B2/5 zijn van toepassing, tenzij navolgend anders is bepaald.
1. Inleiding
Bij de in 1999 ondertekende Bologna-verklaring hebben de aangesloten Europese landen zich gecommitteerd te komen tot een Europa-breed vergelijkbaar en uitwisselbaar onderwijssysteem. De aangesloten landen hebben hierin vast gelegd dat zij vóór 2010 het Bachelor-Master stelsel invoeren. De achterliggende gedachte is dat het hoger onderwijs op deze manier flexibeler, opener en aantrekkelijker wordt. Gelet hierop zal een vreemdeling die een opleiding heeft voltooid aan een hoger onderwijsinstelling in een land aangesloten bij de Bologna-verklaring gemakkelijker aansluiting vinden met de Nederlandse arbeidsmarkt.
4.2. (Huwelijks)relatie verbroken binnen drie jaar
Op het verblijfsdocument wordt de aantekening geplaatst: ‘Arbeid vrij toegestaan; TWV niet vereist. Beroep op publieke middelen kan gevolgen hebben voor het verblijfsrecht’.
De verblijfsvergunning aan echtgeno(o)t(e) of geregistreerd partner wordt verleend onder de beperking ‘verblijf bij echtgeno(o)t(e)/geregistreerd partner (naam)’. Arbeid vrij toegestaan; TWV niet vereist’. De verblijfsvergunning aan minderjarige kinderen wordt verleend onder de beperking ‘gezinshereniging bij (naam ouder(s)). Arbeid vrij toegestaan; TWV niet vereist’.
Aan de afgifte van de verblijfsvergunning wordt het voorschrift verbonden de verplichting voldoende verzekerd te zijn tegen ziektekosten met inbegrip van de kosten verbonden aan opname en verpleging in een sanatorium of een psychiatrische inrichting.
De verblijfsvergunning onder de beperking ‘voortgezet verblijf’ kan, tenzij hierna anders aangegeven, alleen op aanvraag worden verleend.
3. Na drie jaar verblijf onder bepaalde beperkingen
Tenzij:
Indien aan de voorwaarden van het bepaalde in dit hoofdstuk wordt voldaan, wordt aan de vreemdeling op grond van artikel 3.4, derde lid, Vb een verblijfsvergunning verleend onder de beperking ‘verblijf gedurende zoekjaar hoogopgeleide’.
Vreemdelingen die in Nederland zijn afgestudeerd aan een geaccrediteerde opleiding, als opgenomen in het Centraal Register Opleidingen Hoger Onderwijs met een Master-graad alsmede vreemdelingen die in Nederland gepromoveerd zijn, krijgen binnen de regeling hoogopgeleiden de mogelijkheid om binnen maximaal één jaar (zoekjaar) een functie als kennismigrant te vinden of een innovatief bedrijf te starten.
Hetzelfde geldt voor vreemdelingen die zijn afgestudeerd met een Master-graad of gepromoveerd aan een opleiding die is opgenomen in de top-200 van de meest recent gepubliceerde lijsten van de ‘Times Higher Education World University Rankings’, ‘de QS World University Rankings’ of de ‘Academic Ranking of World Universities’ (ook wel genoemd de Shanghai Jiao Tong ranking).
Daarnaast wordt de vreemdeling die om toelating vraagt in het kader van de regeling hoogopgeleiden getoetst aan de hand van een puntensysteem. Er wordt getoetst op opleiding, op leeftijd en op indicatoren voor het welslagen in Nederland. De vreemdeling dient minimaal 35 punten te halen in het puntensysteem om voor toelating in aanmerking te komen.
3.1.1. Na (huwelijks)relatie
Deze regeling wijkt op de volgende punten af van het beleid inzake het zoekjaar afgestudeerden (zie B15/10):
11.2. Voorwaarden
De verblijfsvergunning kan op aanvraag worden verleend, indien:
3.1. Na verblijf in het kader van gezinshereniging of -vorming
Als de vreemdeling gedurende het zoekjaar hoogopgeleide een beroep doet op de algemene middelen kan dit gevolgen hebben voor het verblijfsrecht.
De vreemdeling die reeds een verblijfsvergunning onder de beperking ‘verblijf gedurende zoekjaar afgestudeerde’ heeft gehad, kan geen verblijfsvergunning meer krijgen onder de beperking ‘verblijf gedurende zoekjaar hoogopgeleide’.
De in Nederland afgestudeerde vreemdeling dient een geaccrediteerde opleiding, als opgenomen in het Centraal Register Opleidingen Hoger Onderwijs te hebben afgerond met een Master-graad of een Doctor-graad te hebben behaald.
Omdat nog niet alle studenten een geaccrediteerde opleiding met een Master-graad afronden, maar er ook nog studenten afstuderen aan een ongedeelde opleiding, wordt een getuigschrift van een geaccrediteerde ongedeelde opleiding in het wetenschappelijk onderwijs als bedoeld in artikel 18:15 WHW, gelijkgesteld met een Master-graad als hier bedoeld.
3.1.2. Verruimde gezinshereniging of ouderenbeleid
De vreemdeling dient zelf zorg te dragen voor waardering van zijn diploma door de Nuffic. Hiertoe dient hij een gewaarmerkt kopie van zijn diploma en de bijbehorende cijferlijst, zonodig voorzien van een vertaling door een beëdigde vertaler voor waardering aan de Nuffic voor te leggen. De aanvraag dient te worden ingediend bij het Informatiecentrum Diplomawaardering. De Nuffic zal aan de hand van de gewaarmerkte kopieën zomogelijk de authenticiteit van het diploma beoordelen. Betrokkene toont dit aan door overlegging van de schriftelijke diplomawaardering van Nuffic bij de aanvraag bij de IND.
De vreemdeling heeft tot drie jaar na datum afstuderen of promoveren de mogelijkheid van de regeling hoogopgeleiden gebruik te maken.
3.1.3. Overlijden van de hoofdpersoon
In het puntensysteem kan de vreemdeling maximaal 40 punten behalen.
De vreemdeling heeft minimaal 35 punten nodig om voor verblijf in aanmerking te komen. De onderdelen waarvoor punten kunnen worden toegekend zijn:
16. Voortgezet verblijf
Hoe jonger een vreemdeling binnenkomt, hoe langer hij/zij een positieve bijdrage kan leveren aan de welvaartstaat. Een jongere leeftijd betekent doorgaans ook dat de vreemdeling zich snel aan Nederland zal kunnen aanpassen en gemakkelijker een baan zal kunnen vinden. De vreemdeling die tussen de 21 en 40 jaar is, scoort 5 extra punten.
Hieronder wordt verstaan eerder verblijf in Nederland voor arbeid of studie, de Nederlandse of Engelse taal sprekend of opleiding voltooid aan een hoger onderwijsinstelling in een land aangesloten bij de Bologna-verklaring.
16. Voortgezet verblijf
3.3. Na verblijf als Amv
Puntensysteem hoogopgeleiden:
Om mogelijke excessieve gebruikmaking van de regeling hoogopgeleiden te kunnen bestrijden kan, na besluitvorming daarover onder verantwoordelijkheid van onze Minister en de Minister van SZW en OCW, besloten worden voor toelating in het kader van de regeling hoogopgeleiden een quotum in te stellen.
3.3.1. Algemeen
2.3. Openbare orde en nationale veiligheid
Indien sprake is van eerste toelating geldt het algemene middelenvereiste (zie B1/4.3, B2/2.9, B2/4.12 en B2/5.10). Indien sprake is van voortgezet verblijf geldt het volgende. Als de aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning kan worden afgewezen, omdat het gezinslid bij wie de vreemdeling verblijft niet meer duurzaam en zelfstandig beschikt over voldoende middelen van bestaan, wordt bezien of de gevolgen voor de vreemdeling niet onevenredig zijn in verhouding tot de met het middelenvereiste te dienen doelen. Voor die afweging van belangen wordt verwezen naar B2/8.5.2.
Amv’s die in afwachting zijn van een beslissing op de aanvraag verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘voortgezet verblijf’ worden in het bezit gesteld van het verblijfsdocument conform bijlage 7f2 VV (W2-document), voor zover zij niet reeds in het bezit zijn van een geldig document voor grensoverschrijding.
De verblijfsvergunning zoekjaar hoogopgeleide wordt verleend met ingang van de datum aanvraag van de verblijfsvergunning en wordt altijd, ongeacht de datum van afstuderen of promoveren, verleend voor de duur van één jaar.
De verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘verblijf als Amv’ wordt in de hierboven genoemde gevallen ten hoogste verlengd tot de dag waarop de vreemdeling meerderjarig wordt.
3.3.2. Bijzonder overgangsrecht voor achttienjarigen
Op het verblijfsdocument wordt de aantekening geplaatst: ‘Arbeid uitsluitend toegestaan indien werkgever beschikt over TWV’.
‘Beroep op publieke middelen kan gevolgen hebben voor het verblijfsrecht’.
De verblijfsvergunning aan echtgeno(o)t(e) of geregistreerd partner wordt verleend onder de beperking ‘verblijf bij echtgeno(o)t(e)/geregistreerd partner/ouder (naam). Arbeid uitsluitend toegestaan indien werkgever beschikt over TWV’. De verblijfsvergunning aan minderjarige kinderen wordt verleend onder de beperking ‘gezinshereniging bij (naam ouder(s)). Arbeid uitsluitend toegestaan indien werkgever beschikt over TWV’.
Aan de afgifte van de verblijfsvergunning wordt het voorschrift verbonden de verplichting voldoende verzekerd te zijn tegen ziektekosten met inbegrip van de kosten verbonden aan opname en verpleging in een sanatorium of een psychiatrische inrichting.
De vreemdeling hoeft niet direct voorafgaand aan (dat wil zeggen aansluitend op) de aanvraag om wijziging van de beperking in het bezit geweest te zijn van een verblijfsvergunning onder een beperking verband houdend met gezinshereniging of -vorming. Wel dient de aanvraag tijdig ingediend te zijn (zie B1/5.1). Daarnaast is van belang dat de aanvraag om een verblijfsvergunning onder de beperking ‘voortgezet verblijf’ altijd volgt op eerder bezit van een verblijfsvergunning onder een beperking verband houdend met gezinshereniging of -vorming. De vreemdeling komt derhalve niet voor voortgezet verblijf op grond van artikel 3.51, eerste lid, onder a, Vb in aanmerking indien hij na verbreking van de relatie in het bezit is geweest van een verblijfsvergunning onder een andere beperking.
De verblijfsvergunning onder de beperking ‘verblijf gedurende zoekperiode hoogopgeleide’ is van tijdelijke aard en wordt verleend voor ten hoogste één jaar. De geldigheidsduur van de verblijfsvergunning kan derhalve niet worden verlengd.
De geldigheidsduur van een TWV verleend in samenhang met een verblijfsvergunning in het kader van de regeling hoogopgeleiden zal gelet hierop in beginsel maximaal een jaar zijn. Aan een langere geldigheidsduur van de TWV kunnen geen verblijfsrechten worden ontleend.
Indien de vreemdeling erin slaagt binnen de periode van één jaar, na verlening van de verblijfsvergunning, een baan als kennismigrant te vinden bij een werkgever die op grond van een ondertekende verklaring (zie bijlage 12a VV) is toegelaten tot de kennismigrantenregeling en de vreemdeling aan het looncriterium voldoet, kan de vreemdeling een aanvraag om wijziging van de beperking van de verblijfsvergunning in ‘verblijf als kennismigrant’ indienen (zie B15/3 en verder). Voor de hoogopgeleiden wordt aangesloten bij het looncriterium voor in Nederland afgestudeerde vreemdelingen die in aansluiting op hun studie dan wel gedurende het zoekjaar, werk als kennismigrant vinden.
3.1.3. Overlijden van de hoofdpersoon
Voor de verlening van deze verblijfsvergunning is niet noodzakelijk dat de feitelijke gezinsband is verbroken.
Zie voor het beleid inzake de uitgeprocedeerde begeleide vreemdeling die nog minderjarig is B14/2.10.3.2.
3.1.2. Verruimde gezinshereniging of ouderenbeleid
Ingevolge artikel 3.51 Vb kan, onder bepaalde voorwaarden, aan de volgende categorieën vreemdelingen een verblijfsvergunning onder de beperking ‘voortgezet verblijf’ worden verleend:
3.5. Verblijf als gezinslid bij een houder van een Europese blauwe kaart
Indien niet wordt voldaan aan de voorwaarden van artikel 3.50 of 3.51 Vb, wordt de verblijfsvergunning niet verleend. Artikel 3.51 Vb geeft geen verplichting, maar een bevoegdheid om de verblijfsvergunning te verlenen. In B16 wordt uiteengezet onder welke voorwaarden van die bevoegdheid gebruik wordt gemaakt en de verblijfsvergunning in het kader van voortgezet verblijf kan worden verleend. Deze voorwaarden hebben het karakter van beleidsregels.
Indien niet aan de voorwaarden wordt voldaan, is artikel 3.52 Vb van belang (zie B16/7) Indien de vreemdeling niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning voor voortgezet verblijf op grond van artikel 3.50 of 3.51 Vb, kan op grond van klemmende redenen van humanitaire aard voortgezet verblijf worden toegestaan. In B16/4 wordt het beleid voor de volgende gevallen nader uitgewerkt:
De verblijfsvergunning onder de beperking ‘voortgezet verblijf’ kan, tenzij hierna anders aangegeven, alleen op aanvraag worden verleend.
Naast de beleidsregels in B16 zijn, tenzij hieronder anders is aangegeven, ook de beleidsregels met betrekking tot de algemene voorwaarden van artikel 16 Vw van toepassing. Verwezen wordt naar B1/4. Voor wat betreft de aanvraag zijn tevens de algemene bepalingen van B1/5 en B1/9 van toepassing.
4. Bijzondere individuele omstandigheden
Voorts bevat artikel 3.51, zevende lid, Vb een bijzondere regeling voor het voortgezet verblijf van de Turkse onderdaan wiens huwelijk na drie jaar is ontbonden of ontwricht en die op grond van dit huwelijk één jaar rechtmatig verblijf heeft gehad.
Indien de (huwelijks)relatie op grond waarvan het verblijf was toegestaan binnen drie jaar na verblijfsaanvaarding en anders dan door overlijden, is verbroken, wordt voortgezet verblijf toegestaan, indien sprake is van een combinatie van klemmende redenen van humanitaire aard die daartoe aanleiding geven. De beoordeling of in het concrete geval op grond van een dergelijke combinatie van klemmende redenen van humanitaire aard in het voortgezet verblijf van de vreemdeling behoort te worden berust, is aan de Minister.
4.2. (Huwelijks)relatie verbroken binnen drie jaar
Tenzij:
2.2.3. Voorschrift
2.2.4.1. Geldigheidsduur vergunning wegens arbeid op een mijnbouwinstallatie op het continentaal plat en arbeid op een Nederlands zeeschip
4.1. Beleidsregels
4.3. Bewijsmiddelen
2.6.1. Looncriterium
3.1.1. Duurzame en exclusieve relatie
19. Verlenging en intrekking
5.2. Zelfstandige, voldoende en duurzame middelen
5. Looncriterium
1. Inleiding
5.1.2. Bewijsmiddelen looncriterium
9.1. Werkloosheid
5.2. Zelfstandige, voldoende en duurzame middelen
10. Studenten die hun opleiding in Nederland hebben voltooid
10.3. Beperkingen, arbeidsmarktaantekeningen en voorschriften
3.2. Na medische behandeling
De verblijfsvergunning aan echtgeno(o)t(e) of geregistreerd partner wordt verleend onder de beperking ‘verblijf bij echtgeno(o)t(e)/geregistreerd partner (naam)’. Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist’. De verblijfsvergunning aan minderjarige kinderen wordt verleend onder de beperking ‘gezinshereniging bij (naam ouder(s)). Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist’.
8.2. Zoekperiode
11. Regeling hoogopgeleiden
11.1. Zoekjaar
11.1. Zoekjaar
In afwijking van B1/4.3 wordt de verblijfsvergunning ook verleend indien de vreemdeling niet (meer) beschikt over voldoende duurzame middelen van bestaan.
Indien de vreemdeling gebruik wil maken van het zoekjaar, dient hij een aanvraag tot wijziging van de beperking in door middel van een aanvraagformulier (zie bijlage 13 VV) dat te verkrijgen is bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst. Deze aanvraag dient bij één van de loketten van de Immigratie- en Naturalisatiedienst te worden ingediend.
16. Voortgezet verblijf
Indien sprake is van eerste toelating geldt het algemene middelenvereiste (zie B1/4.3, B2/2.10, B2/4.11 en B2/5.10). Indien sprake is van voortgezet verblijf geldt het volgende. Als de aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning kan worden afgewezen, omdat het gezinslid bij wie de vreemdeling verblijft niet meer duurzaam en zelfstandig beschikt over voldoende middelen van bestaan, wordt bezien of de gevolgen voor de vreemdeling niet onevenredig zijn in verhouding tot de met het middelenvereiste te dienen doelen. Omtrent die afweging van belangen wordt verwezen naar B2/9.5.2.
10.3. Beperkingen, arbeidsmarktaantekeningen en voorschriften
Indien aan de voorwaarden van het bepaalde in dit hoofdstuk wordt voldaan, wordt aan de vreemdeling op grond van artikel 3.4, derde lid, Vb een verblijfsvergunning verleend onder de beperking ‘verblijf gedurende zoekjaar afgestudeerde’.
2. Na verblijf als minderjarige
10.3. Beperkingen, arbeidsmarktaantekeningen en voorschriften
3.1. Na verblijf in het kader van gezinshereniging of -vorming
Voor de mvv-aanvraag in het kader van de regeling hoogopgeleiden wordt gestreefd naar afhandeling van de aanvraag binnen een termijn van vier weken na voldoening van de leges. Voor de aanvraag om een verblijfsvergunning zal afhandeling binnen zes weken worden na gestreefd.
De verblijfsvergunning onder de beperking ‘verblijf gedurende zoekperiode hoogopgeleide’ is van tijdelijke aard en wordt verleend voor ten hoogste één jaar. De geldigheidsduur van de verblijfsvergunning kan derhalve niet worden verlengd.
In afwijking van B1/4.3 wordt de verblijfsvergunning ook verleend indien de vreemdeling niet (meer) beschikt over voldoende duurzame middelen van bestaan, mits geen beroep wordt gedaan op de publieke middelen.
3.1.1. Na (huwelijks)relatie
1. Inleiding
Onze Minister beoordeelt door middel van het puntensysteem of de vreemdeling in aanmerking komt voor het zoekjaar hoogopgeleiden.
3.2. Na medische behandeling
De afgestudeerde of gepromoveerde aan een Nederlandse hoger onderwijsinstelling of een buitenlandse topuniversiteit krijgt maximaal 30 punten.
2. Na verblijf als minderjarige
Een eerdere ervaring met Nederland of het spreken van de Nederlandse taal (Nederlands als tweede taal op niveau A2) of in elk geval de Engelse taal (op International English Language Testing System niveau 6) of een Bachelor-, Master-graad of een Doctor-graad, behaald aan een onderwijsinstelling in een land aangesloten bij de Bologna-verklaring kan rekenen op extra punten.
Bij de in 1999 ondertekende Bologna-verklaring hebben de aangesloten Europese landen zich gecommitteerd te komen tot een Europa-breed vergelijkbaar en uitwisselbaar onderwijssysteem. De aangesloten landen hebben hierin vast gelegd dat zij vóór 2010 het Bachelor-Master stelsel invoeren. De achterliggende gedachte is dat het hoger onderwijs op deze manier flexibeler, opener en aantrekkelijker wordt. Gelet hierop zal een vreemdeling die een opleiding heeft voltooid aan een hoger onderwijsinstelling in een land aangesloten bij de Bologna-verklaring gemakkelijker aansluiting vinden met de Nederlandse arbeidsmarkt.
3.3.1. Algemeen
De opsomming van de genoemde bewijsstukken is indicatief en niet uitputtend bedoeld. Vreemdelingen die zijn afgestudeerd aan een hoger onderwijsinstelling gevestigd in een Engelstalig land, zullen geen verklaring van een taalinstituut hoeven te overleggen.
2. Na verblijf als minderjarige
11.4. Beperkingen, arbeidsmarktaantekeningen en voorschriften
11.5. Verlenging en zoekperiode
Indien de vreemdeling erin slaagt binnen de periode van één jaar een innovatief bedrijf te starten en daarmee voldoet aan de toelatingsvoorwaarden voor verblijf als zelfstandige (zie B5/7), kan de vreemdeling een aanvraag om wijziging van de beperking van de verblijfsvergunning in ‘verblijf voor arbeid als zelfstandige’ indienen.
Artikel 3.50 Vb bevat een bijzondere regeling voor het voortgezet verblijf van de vreemdeling die als minderjarige in het bezit is gesteld van een verblijfsvergunning in het kader van gezinshereniging met een persoon met een niet-tijdelijk verblijfsrecht. Artikel 3.50 Vb bevat algemeen verbindende voorschriften. Indien aan de voorwaarden van artikel 3.50 Vb wordt voldaan, moet de verblijfsvergunning worden verleend (zie B16/2).
4. Bijzondere individuele omstandigheden
Ingevolge artikel 3.50 Vb wordt de verblijfsvergunning voor voortgezet verblijf verleend aan de vreemdeling die:
7. Beperking en arbeidsmarktaantekening
Reden hiervoor is dat het kind van de houder van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd asiel, dat niet zelf in aanmerking is gekomen voor een verblijfsvergunning asiel, maar wel voor een verblijfsvergunning regulier, niet reeds na een jaar in een betere positie komt te verkeren dan de houder van de verblijfsvergunning asiel bij wie het verblijft. Ook komt dit kind niet in een betere positie te verkeren dan waarin het zou hebben verkeerd, indien wel zou zijn voldaan aan de voorwaarden (van artikel 29, eerste lid, onder e, Vw) voor de verlening van de asielvergunning.
Ingevolge artikel 3.50, vierde lid, Vb wordt de verblijfsvergunning voor voortgezet verblijf aan de minderjarige vreemdeling verleend indien een van de ouders in Nederland is gevestigd en de Nederlandse nationaliteit heeft, tenzij de vreemdeling onjuiste gegevens heeft verstrekt dan wel gegevens heeft achtergehouden die tot afwijzing van de oorspronkelijke aanvraag tot het verlenen zouden hebben geleid, of de vreemdeling het hoofdverblijf buiten Nederland heeft verplaatst.
7.1. Voortgezet Verblijf op grond van de Regeling nalatenschap oude Vw
Voor de verlening van de verblijfsvergunning is het niet noodzakelijk dat de gezinsband is verbroken. Ook indien het kind nog feitelijk bij de ouder(s) woont, kan de zelfstandige verblijfsvergunning worden verleend, indien aan de voorwaarden wordt voldaan. Wel moet daartoe een aanvraag worden ingediend.
4.3.3. Inkomen per inkomstenbron
4.3.3. Inkomen per inkomstenbron
4.3.3.1.2. Samenvoegen van inkomstenbronnen
4.3.3.3. Inkomsten uit eigen vermogen
4.3.3.4. Inkomsten uit overige bron
4.5. Medisch onderzoek
4.7. Inburgeringsvereiste buitenland
4.9. Illegaal verblijf
5.4. Voorschriften
8. Bewijsmiddelen
8.3.2. Bewijsmiddelen vrijstelling leges op grond van artikel 8 EVRM
8.3.5. Bewijsmiddelen aanvraag verlenging verblijfsvergunning
8.3.6. Bewijsmiddelen aanvraag vervanging of vernieuwing document
9.3. Opleggen van een bestuurlijke boete
9.4. Berekening hoogte van de bestuurlijke boete
9.7.2.2. Verdere matiging wegens melden uit eigen beweging
10.2. Kosten van uitzetting
2.3. Particuliere uitwisselingsorganisaties
B4. Arbeid tijdelijk
4. Verlenging en intrekking
2.2. Beperking, arbeidsmarktaantekening en geldigheidsduur
2.5. Arbeid als zelfstandige
3.1. Beleidsregels
4.2. Middelen van bestaan
4.2. Middelen van bestaan
2.1.1. Arbeid op een mijnbouwinstallatie op het continentaal plat en arbeid op een Nederlands zeeschip
2.2.4.2. Geldigheidsduur vergunning wegens arbeid op grond van een zetelovereenkomst
9.1. Beleidsregels
17. Beschermde getuige in beschermingsprogramma van de Politie Landelijke Eenheid
3.2.3. Briefadres
De verblijfsvergunning aan echtgeno(o)t(e) of geregistreerd partner wordt verleend onder de beperking ‘verblijf bij echtgeno(o)t(e)/geregistreerd)partner/ouder (naam). Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist’. De verblijfsvergunning aan minderjarige kinderen wordt verleend onder de beperking ‘gezinshereniging bij (naam ouder(s)). Arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist’.
De vreemdeling die in het bezit is gesteld van een verblijfsvergunning als kennismigrant hoeft geen wijziging van de beperking aan te vragen als hij van werkgever verandert mits nog steeds aan de voorwaarden voor verblijf als kennismigrant wordt voldaan.
Vreemdelingen die in Nederland zijn afgestudeerd aan een geaccrediteerde opleiding, als opgenomen in het Centraal Register Opleidingen Hoger Onderwijs met een Master-graad alsmede vreemdelingen die in Nederland gepromoveerd zijn, krijgen binnen de regeling hoogopgeleiden de mogelijkheid om binnen maximaal één jaar (zoekjaar) een functie als kennismigrant te vinden of een innovatief bedrijf te starten.
11. Regeling hoogopgeleiden
9.1. Werkloosheid
3.3. Arbeidsmarktaantekening
De verblijfsvergunning onder de beperking ‘verblijf gedurende zoekperiode afgestudeerde’ is van tijdelijke aard en wordt verleend voor ten hoogste één jaar. De geldigheidsduur van de verblijfsvergunning kan derhalve niet worden verlengd.
11. Regeling hoogopgeleiden
10.4. Verlenging en zoekperiode
11.5. Verlenging en zoekperiode
3.1.1. Na (huwelijks)relatie
3.3. Na verblijf als Amv
De algemene bepalingen van B1/4, B2/2, B2/4 en B2/5 zijn van toepassing, tenzij navolgend anders is bepaald.
3.1. Na verblijf in het kader van gezinshereniging of -vorming
Indien aan de voorwaarden van het bepaalde in dit hoofdstuk wordt voldaan, wordt aan de vreemdeling op grond van artikel 3.4, derde lid, Vb een verblijfsvergunning verleend onder de beperking ‘verblijf gedurende zoekjaar hoogopgeleide’.
3. Na drie jaar verblijf onder bepaalde beperkingen
3.1.1. Na (huwelijks)relatie
3.1.2. Verruimde gezinshereniging of ouderenbeleid
3.4. Na verblijf op grond van het buitenschuldcriterium
16. Voortgezet verblijf
3.4. Na verblijf op grond van het buitenschuldcriterium
Artikel 3.51 Vb geeft het kader waarbinnen aan deze vreemdeling een verblijfsvergunning kan worden verleend. Dit artikel bevat algemeen verbindende voorschriften.
4.1. Inleiding
Voor Turkse onderdanen die toegang hebben tot de Nederlandse arbeidsmarkt en diens gezinsleden geldt dat de in artikel 3.51, eerste lid Vb genoemde periode van vijf jaar niet van toepassing is. Voor hen geldt dat zij in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning onder de beperking voortgezet verblijf indien:
3.3.1. Algemeen
Onder persoon met niet-tijdelijk verblijfsrecht wordt in dit kader niet verstaan de houder van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, bedoeld in artikel 28 Vw.
Ook de vreemdeling die in het jaar na zijn verblijfsaanvaarding meerderjarig is geworden, komt in aanmerking voor een zelfstandige verblijfsvergunning.
8. Geldigheid en rechtspositie
Daarnaast kan als uitwerking van de onder d en f genoemde factoren gedacht worden aan:
3.1. Na verblijf in het kader van gezinshereniging of -vorming
Indien betrokkene vóór 4 januari 2001 (ingangsdatum huidige beleid) achttien jaar oud is geworden, en hij op grond van het toenmalig geldende beleid inzake Amv’s in aanmerking komt voor verblijf, dient voor de periode tot en met 3 januari 2001 een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘verblijf als Amv’ te worden verleend. Vanaf 4 januari 2001 komt betrokkene op grond van artikel 9.4 Vb in aanmerking voor een verblijfsvergunning onder de beperking ‘voortgezet verblijf’.
1. Inleiding
In afwijking van B1/4.2 en B1/4.3 wordt de verblijfsvergunning ook verleend indien de vreemdeling:
3.3.3. Begeleide minderjarige vreemdelingen
De verblijfsvergunning wordt niet verleend indien de hoofdpersoon zelf verblijfsrecht van tijdelijk aard heeft. Dat is bijvoorbeeld het geval indien deze een verblijfsvergunning voor studie of medische behandeling heeft. Zie artikel 3.5 Vb. De verblijfsvergunning wordt evenmin verleend indien de hoofdpersoon houder is van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Daarmee wordt voorkomen dat de vreemdeling met een verblijfsrecht dat afhankelijk is van een andere vreemdeling die zelf verblijfsrecht van tijdelijke aard heeft, na ommekomst van vijf jaren een sterker verblijfsrecht kan verkrijgen dan degene bij wie verblijf was toegestaan.
Indien de vreemdeling aanvankelijk houder was van een verblijfsvergunning op grond van een relatie, en aansluitend houder was van een verblijfsvergunning op grond van een huwelijk of geregistreerd partnerschap met dezelfde hoofdpersoon, wordt de duur van deze perioden opgeteld.
De vreemdeling hoeft niet direct voorafgaand aan (dat wil zeggen aansluitend op) de aanvraag om wijziging van de beperking in het bezit geweest te zijn van een verblijfsvergunning onder een beperking verband houdend met gezinshereniging of -vorming. Wel dient de aanvraag tijdig ingediend te zijn (zie B1/5.1). Daarnaast is van belang dat de aanvraag om een verblijfsvergunning onder de beperking ‘voortgezet verblijf’ altijd volgt op eerder bezit van een verblijfsvergunning onder een beperking verband houdend met gezinshereniging of -vorming. De vreemdeling komt derhalve niet voor voortgezet verblijf op grond van artikel 3.51, eerste lid, onder a, Vb in aanmerking indien hij na verbreking van de relatie in het bezit is geweest van een verblijfsvergunning onder een andere beperking.
Zie B1/4.7.2 en verder voor de uitwerking van dit vereiste.
3.1.2. Verruimde gezinshereniging of ouderenbeleid
De verblijfsvergunning wordt op aanvraag verleend, indien:
In afwijking van B1/4.2 en B1/4.3 wordt de verblijfsvergunning ook verleend indien de vreemdeling:
Voor de verlening van deze verblijfsvergunning is niet noodzakelijk dat de feitelijke gezinsband is verbroken.
De vreemdeling die zich hierop beroept, geeft aan welke klemmende redenen van humanitaire aard naar zijn mening tot aanvaarding van zijn voortgezet verblijf dienen te leiden en onderbouwt zijn beroep met terzake relevante gegevens en bescheiden. Het is nadrukkelijk de eigen verantwoordelijkheid van de vreemdeling om bij het indienen van de aanvraag om voortgezet verblijf aan te geven dat er sprake is van een dergelijke combinatie van factoren, en die met terzake relevante gegevens en bescheiden te onderbouwen. Hij is daartoe de meest gerede partij. Indien het beroep op klemmende redenen van humanitaire aard niet of niet afdoende met terzake relevante gegevens en bescheiden is onderbouwd bij het indienen van de aanvraag om voortgezet verblijf, stelt de IND de vreemdeling in de gelegenheid dit gebrek te herstellen. In beginsel wordt de vreemdeling hiertoe een termijn van twee weken gegund. Bij de beoordeling van het beroep op klemmende redenen van humanitaire aard, wordt altijd een belangenafweging gemaakt, waarbij de belangen van de vreemdeling worden afgewogen tegen die van de staat.
2.2. Middelen van bestaan
De verblijfsvergunning wordt niet verleend indien:
In afwijking van B1/4.2 en B1/4.3 wordt de aanvraag niet afgewezen op de grond dat de vreemdeling:
Geweld, waaronder seksueel geweld, dat heeft geleid tot de feitelijke verbreking van de familierelatie, wordt aangetoond door:
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)