Vreemdelingencirculaire 2000 (B)

Type Circulaire
Publication 2026-08-07
Laatst bijgewerkt 2026-08-11
State In force
Source BWB
artikelen 10
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De IND verstaat onder adequate opvang in het land van herkomst: iedere opvang (ongeacht de vorm) waarvan de omstandigheden vergelijkbaar zijn met de omstandigheden waaronder opvang wordt geboden aan leeftijdsgenoten die zich in een gelijkwaardige positie als de vreemdeling bevinden.

8.1. Beleidsregels

Een opvangvoorziening wordt aangemerkt als adequaat indien de opvangvoorziening de minderjarige in ieder geval naar lokale maatstaven biedt:

Bij het zoeken naar een vorm van opvang die voor een niet-begeleide minderjarige vreemdeling als adequaat mag worden beschouwd, zal primair worden getracht om de minderjarige met de ouder(s) te herenigen. Opvang bij ouders is in beginsel aan te merken als adequaat.

13.3. Afwijzing van de aanvraag zonder advies DT&V

7.1. Overgangsrecht naar aanleiding van wijziging beleid voor niet-begeleide minderjarige vreemdelingen per 1 juni 2013

8.1. Beleidsregels

9. Medische behandeling

9. Medische behandeling

13.3. Afwijzing van de aanvraag zonder advies DT&V

De IND verleent geen verblijfsvergunning regulier medisch als de vreemdeling onvoldoende actief heeft gewerkt aan:

9.1.3. Medische noodsituatie

9.1.5. Deugdelijke financiering van de medische behandeling

9.1.6. Raadplegen BMA

Het gestelde in paragraaf A3/7.1.3 en A3/7.1.4 Vc is van overeenkomstige toepassing.

De IND wijst de aanvraag voor een verblijfsvergunning af bij niet deugdelijke financiering van de medische behandeling.

9.1.7. Feitelijke toegankelijkheid

Paragraaf A3/7.1.5 Vc is van overeenkomstige toepassing.

Het gestelde in paragraaf A3/7.3.2.4 Vc is van overeenkomstige toepassing.

De IND wijst de aanvraag voor verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning regulier met als doel ‘medische behandeling’ niet af op grond van het gegeven dat uit het BMA advies blijkt dat professionele thuiszorg beschikbaar is in het land van herkomst, als de medische gesteldheid van de vreemdeling ongewijzigd is.

10.3. Verlenging en intrekking

12.4. Gezinsleden

11. Plaatsing in een pleeggezin of instelling in Nederland

13.1. Ondertoezichtstelling

13. Verblijf als minderjarige vreemdeling met een kinderbeschermingsmaatregel

11.4. Bewijsmiddelen

12.3. Bewijsmiddelen

13. Verblijf als minderjarige vreemdeling met een kinderbeschermingsmaatregel

Op grond van artikel 3.4, eerste lid, aanhef en onder q, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning onder de beperking: ‘tijdelijke humanitaire gronden’.

Op grond van artikel 3.1, vijfde lid, onder a, VV, luidt de arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument ‘arbeid vrij toegestaan, TWV niet vereist’.

Op grond van artikel 3.58, eerste lid, aanhef en onder q, Vb, verleent de IND de verblijfsvergunning voor de duur van maximaal één jaar. De einddatum van de geldigheidsduur van de verblijfsververgunning kan niet later zijn dan de einddatum van de ondertoezichtstelling.

Op grond van artikel 3.4, eerste lid, aanhef en onder q, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning onder de beperking: ‘tijdelijke humanitaire gronden’.

15.1. Beleidsregels voor de hoofdpersoon

15.2. Beleidsregels voor de gezinsleden van de hoofdpersoon

15.3. Middelen van bestaan

2.2. Buiten Nederland geboren oud-Nederlanders

B9. Humanitair niet-tijdelijk

6.7. Vereisten aanvraagprocedure

6.4. Herbeoordeling Definitieve Regeling

6.8. Procedurele bepalingen

6.7. Vereisten aanvraagprocedure

8.1. Algemene verblijfsvoorwaarden

8.1. Algemene verblijfsvoorwaarden

Deze contra-indicatie leidt niet tot weigering van de verblijfsvergunning indien de vreemdeling in het bezit is van een verblijfsvergunning onder een beperking verband houdend met:

6.7. Vereisten aanvraagprocedure

6.8. Procedurele bepalingen

8.1.1. Verblijfsgat

8.1. Algemene verblijfsvoorwaarden

De IND verlangt niet dat de vreemdeling gedurende de acht jaren als bedoeld in artikel 3.80a, tweede lid, aanhef en onder b, Vb ononderbroken was ingeschreven als ingezetene in de BRP of rechtmatig in Nederland verbleef.

De inburgeringseisen van de Wi 2013, inclusief vrijstellingen en ontheffingen, werken door naar de Vreemdelingenwet en het Vreemdelingenbesluit voor vreemdelingen die op tijdelijke basis in Nederland verblijven en op enig moment sterker verblijf aanvragen. Deze doorwerking van de Wi 2013 blijft ook gelden na 1 januari 2022 voor:

8.5. Gezinsleden van houders van een verblijfsvergunning regulier bepaalde tijd onder de beperking ‘niet-tijdelijke humanitaire gronden’ verleend na verblijf in het kader van medische behandeling

Inburgeringsplichtige vreemdelingen die onder de Wi 2021 vallen en onder dat regime hun inburgeringsplicht vervullen of daarvan worden vrijgesteld, of ontheven, op basis van hun inburgeringsdiploma, -certificaat, vrijstelling of ontheffing voldoen hiermee tevens aan het inburgeringsvereiste en kunnen op basis hiervan ook sterker verblijf aanvragen. De doorwerking van het inburgeringsregime blijft derhalve gehandhaafd.

De IND wijst de aanvraag op grond van artikel 3.51, eerste lid, aanhef en onder c, Vb niet af op grond van artikel 16, eerste lid, onder b, Vw.

De IND verleent een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘niet-tijdelijke humanitaire gronden’ op grond van artikel 3.51, vierde lid, Vb jo artikel 3.24aa, tweede lid, aanhef en onder d, VV, als:

De IND kent aan deze factoren zwaar gewicht toe als:

14.1. Privéleven

13. Na verblijf als getuige-aangever van mensenhandel

16.2. Gezagsbeëindiging

16.5. Niet-tijdelijk verblijf na verblijf als minderjarige vreemdeling met een kinderbeschermingsmaatregel

15. Plaatsing in een pleeggezin of instelling op verzoek van een ander land op grond van het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996 (HKBV)

16.6. Gezinsleden

16. Verblijf als minderjarige vreemdeling met een kinderbeschermingsmaatregel

17. Beschermde getuige in beschermingsprogramma van de Politie Landelijke Eenheid

16.5. Niet-tijdelijk verblijf na verblijf als minderjarige vreemdeling met een kinderbeschermingsmaatregel

20.1. Algemene bewijsmiddelen

De IND beschouwt het inburgeringsdiploma of bewijsstukken waaruit blijkt dat de vreemdeling is vrijgesteld of ontheven van het inburgeringsexamen als bewijsmiddel dat de vreemdeling voldoet aan het inburgeringsvereiste, met inachtneming van het gestelde in paragraaf B9/8.1.2 Vc over de inwerkingtreding van de Wi 2021.

20. Bewijsmiddelen

21.4. Gezinshereniging

21.1. Inleiding

21.3.4. De Surinaamse vreemdeling is binnen de periode van tien jaar voorafgaand aan de datum van de indiening van de aanvraag van de verblijfsvergunning niet veroordeeld voor een misdrijf

1. Inleiding

1. Inleiding

2. Het recht van de Europese Unie

2.2.1.2. Behouden status werknemer

2.2.1.3. Zelfstandige

2.5.1.1. Identiteit en nationaliteit

In de overige gevallen geldt dat het uit een derde land afkomstige familielid van een Unieburger die op grond van het EU-recht verblijft in een andere EU-lidstaat alleen in Nederland arbeid mag verrichten als de werkgever beschikt over een geldige tewerkstellingsvergunning, tenzij de Wav anders bepaalt.

De minderjarige Unieburger voldoet aan het middelenvereiste als die minderjarige Unieburger voldoende middelen ter beschikking staan als bedoeld in artikel 8.12, eerste lid Vb.

2.5.1.2. Ouderschap

2.5.1.3.3. Ouderlijk gezag

2.5.1.3.4. Rol andere ouder

Een vreemdeling heeft een affectieve band met het kind als er is aangetoond dat er sprake is van een duurzame emotionele band tussen de vreemdeling en het kind. Bij het beoordelen van de duurzaamheid van de affectieve band worden in elk geval de volgende omstandigheden betrokken:

2.5.1.3.6. Woonsituatie van het kind

In aanvulling op artikel 8.13, derde lid, Vb beschouwt de IND in ieder geval als bewijsmiddel:

2.7.4. Derdelands familielid

3.2. Europees Verdrag betreffende sociale en medische bijstand

2.8.6. Openbare orde en openbare veiligheid

4.3. Beperking, arbeidsmarktaantekening, voorschrift en geldigheidsduur

4.5. Bewijsmiddelen

B11. Bijzonder verblijf

2.4. Pilot huisvesting Akense niet-EU studenten

2.4. Pilot huisvesting Akense niet-EU studenten

3.2.1. Aantekening omtrent algemene middelen

2.6.1. Medische ontheffing

4.2. vermogende vreemdeling (buitenlandse investeerder)

4.3. Pilot huisvesting Akense niet-EU studenten

2.7.1.1. Algemene beleidsregels

B13. Verblijfsrecht VK-onderdanen en hun familieleden

3.4.2. Aanvraagprocedure indien eerder aan de VK onderdaan en zijn familielid een verblijfsdocument is verleend als bedoeld in paragraaf B13/2.1 Vc

Op grond van artikel 18, eerste lid onder b, eerste alinea, van het terugtrekkingsakkoord kunnen de VK-onderdaan en zijn familielid die vóór het einde van de overgangsperiode naar Nederland zijn gekomen ook na 31 december 2020 nog een aanvraag indienen. De VK-onderdaan en zijn familielid hebben in dat geval de gelegenheid om tot en met uiterlijk 30 september 2021 (negen maanden na het einde van de overgangsperiode) een aanvraag voor een verblijfsdocument als bedoeld in paragraaf B13/2.1 Vc in te dienen.

3.5. Beeindiging van het verblijfsrecht

3.1. Voorwaarden voor verlening van een verblijfsdocument voor duurzaam verblijf

3.4. Procedurele bepalingen

7.1. Inleiding

7. Gezinshereniging en -vorming

10. Overgangsregeling studie hoger onderwijs

2.2. Aard van het verblijf en werkzaamheden

2.4. Beperking

3. Programma’s van particuliere organisaties

4. Programma’s met Canada, Australië en Nieuw-Zeeland

4.3. Verblijf voor Working Holiday Program en Working Holiday Scheme

5. Europees Vrijwilligerswerk

5.4. Beperking

De aanvraag wordt niet afgewezen indien de vreemdeling gehuwd is of de zorg heeft voor kinderen. De aanvraag wordt evenmin afgewezen indien de vreemdeling niet in een gastgezin verblijft.

10. Afwijzing

5. Ongewisse situatie in land van herkomst

3.1. Aanwijzing dat er sprake is van mensenhandel

Indien het slachtoffer minderjarig is, dan dient in het gezag te worden voorzien.

3.1. Aanwijzing dat er sprake is van mensenhandel

7. De beslissing

7. De beslissing

4.2.1. Beëindiging Rvb

9.2. Getuige-aangever

12. Slachtoffers van mensenhandel die geen medewerking verlenen aan opsporing en vervolging

1.6. Terminologie

11. Gezinshereniging

3.3.1. Werknemers

3.5.3. Verwijtbaar werkloos

3.3. Voor verblijf van langer dan drie maanden over te leggen stukken

2.6.1. Niet betalen van leges

3.4. Werkzaamheden buiten Nederlands grondgebied

4.2.1. Beroepsopleiding

5.1. Samenwoningvereiste

4. Economisch niet-actieven

5.3.2. Nederlanders die rechten kunnen ontlenen aan gemeenschapsrecht

8.4. Beperking, (arbeidsmarkt)aantekeningen en voorschrift

12.3. Gezinshereniging

13. Overeenkomst EEG-Algerije, Israël, Jordanië, Marokko en Tunesië

12. Europees Verdrag inzake de rechtspositie van migrerende werknemers

14. Het BuPo

14.1. Begunstigde en belang

2.1.2.2. Verblijfsvoorwaarden gezinsleden ex-geprivilegieerden

2.2.1. Lokaal geworven personeel

2.1.2. Positie na verlies van de bijzondere status

3.1.4. Verblijfsvoorwaarden gezinsleden van (ex-)geprivilegieerden

3.4.1. Verblijfsdocument

3.2.3. Geldigheidsduur

2.5.1. Beperking en arbeidsmarktaantekening

3.4.4. Geldigheidsduur verblijfsvergunning

4. EU- en EER-onderdanen, Zwitserse onderdanen en hun gezinsleden

2.2.3. Zelfstandig handhaven in land van herkomst of een ander land

2.7. Intrekken van de verblijfsvergunning

2.4.5. Aard van het verblijfsrecht

2.5.2. Ingangsdatum van de verblijfsvergunning

2.10.3.1. Inleiding

2.10.3. Overgangsrecht voor begeleide minderjarigen

2.10.3.1. Inleiding

3.2.2.2. Uitgeprocedeerde Amv’s

3.4.2. Ambtshalve verlening

5.1. Algemeen

4.4. Berekening termijn

4.4.2. Einde termijn

5.5.2. Ingangsdatum van de verblijfsvergunning

1. Inleiding

4. De procedurele aspecten

4. De procedurele aspecten

De toelatingsprocedure met betrekking tot de kennismigranten behelst een versnelde procedure. Dit betekent dat de IND in de regel binnen twee weken na ontvangst van een verzoek om advies of een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning zal beslissen, mits het verzoek of de aanvraag op de voorgeschreven wijze is ingediend, is voorzien van alle vereiste stukken en geen nader onderzoek is vereist. In enkele hierna te noemen gevallen is de behandeltermijn van twee weken niet van toepassing.

2.1.3. Intra-concern uitzendingen anders dan voor overplaatsing binnen een onderneming

2.1.8.1. Algemeen

2.2.2. Arbeidsmarktaantekening

2.3. Bewijsmiddelen

B6. Kennis en talent

4.1. Beleidsregels

2.6.2. Hogere beroepskwalificaties

2.6.3. Zoekperiode

2.6.3. Zoekperiode

3. Beperking, arbeidsmarktaantekening en geldigheidsduur

3.1. Beperking

3.1.1. Het zoeken naar en verrichten van arbeid al dan niet in loondienst

3.1. Beperking

3.2.3. Onderzoek in de zin van richtlijn (EU) 2016/801

3.3.4. Arbeid als zelfstandige

4.5. Arbeid als zelfstandige

4.6.3. Hogere beroepsvaardigheden

4.6.2. Diploma

1. Inleiding

4.4. Onderzoek in de zin van richtlijn (EU) 2016/801

4.6.1. Loon

4.6.2. Diploma

4.6.8. Langetermijnmobiliteit

4.6.4. Economische activiteit

4.6. Houder van een Europese blauwe kaart

4.6.3. Hogere beroepsvaardigheden

4.6.2. Diploma

Dit bewijs moet aangevuld worden met een of meerdere overige stukken zoals bijvoorbeeld:

2.1. Middelen van bestaan

De IND beschouwt de volgende stukken als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat er economische activiteit plaats vindt bij de referent:

4.6.5. Individuele gezondheidszorg

2.1.3. Referent met verblijfsrecht als bedoeld in B3 of B6

3.1.5. Verbreking huwelijk

3.1. Huwelijk en (geregistreerd) partnerschap

3.2.2. Zorgrecht en gezag

3.2. Minderjarige kinderen

3.2.1. Gezinsband

3.4.2. Alleenstaand

3.4.2. Alleenstaand

3.4. Gezinshereniging bij minderjarige houder verblijfsvergunning asiel

3.6.1. Buitenlandse adoptiekinderen

3.6.1. Buitenlandse adoptiekinderen

3.6.3. Afwachten van het onderzoek naar de geschiktheid van de aspirant-adoptiefouders

3.7.1.1. Geen aanvaardbare toekomst

3.7.1.1. Geen aanvaardbare toekomst

3.8.1. Familie- of gezinsleven

3.8.2. Inmenging

3.4. Afspraken ketenpartners

3.8.3. Belangenafweging

Om te kunnen bepalen of weigering van (voortzetting van) het verblijf van de vreemdeling in strijd is met artikel 8 EVRM, neemt de IND alle relevante feiten en omstandigheden in ogenschouw en brengt deze tot uitdrukking in een belangenafweging. Welke belangen de IND bij de belangenafweging betrekt, hangt af van de concrete individuele casus. Van belang is dat het altijd gaat om de feitelijke situatie in het individuele geval, die per casus verschilt. Aangezien het gaat om de beoordeling en afweging van diverse belangen van verschillende aard, heeft de IND hierbij een zekere beoordelingsvrijheid.

Bij deze bewijsmiddelen dient ook recente medische informatie van de (vertrouwens)arts of een recente verklaring van een andere hulpverlener of recente gegevens over verblijf in de opvang of andere objectieve gegevens uit betrouwbare bron te worden overgelegd, waaruit voldoende blijkt dat het huiselijk geweld heeft plaatsgevonden.

3.1. Beleidsregels

3.3. Bewijsmiddelen

3.2. Verlenging en intrekking

3. Slachtoffers en getuige-aangevers van mensenhandel

2.2. Verlenging en intrekking

Daarnaast beschouwt de IND ook als bewijsmiddel van huiselijk geweld:

5.1. Beleidsregels

3.4. Afspraken ketenpartners

4.2. Beperking, arbeidsmarktaantekening en geldigheidsduur

4.2. Beperking, arbeidsmarktaantekening en geldigheidsduur

5.3. Bewijsmiddelen

7.1.3. Vreemdelingen in het bezit van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met als beperking ‘als alleenstaande minderjarige vreemdeling’ of ‘voortgezet verblijf’

5.3. Bewijsmiddelen

6.2. Vertrek kan buiten de schuld van de niet-begeleide minderjarige vreemdeling niet worden gerealiseerd binnen de maximale termijn van drie jaar na de eerste verblijfsaanvraag

7.1.2. Lopende procedures

9.1.7. Feitelijke toegankelijkheid

9.1.4. Noodzakelijke medische behandeling

De IND verleent de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd in verband met medische behandeling met als ingangsdatum de datum van de aanvraag van de verblijfsvergunning.

9.1.6. Raadplegen BMA

9.1.7. Feitelijke toegankelijkheid

9.1.8. Artikel 64 Vw

9.1.6. Raadplegen BMA

9.1.8. Artikel 64 Vw

9.1.7. Feitelijke toegankelijkheid

10.1. Beleidsregels voor de hoofdpersoon

10.2. Beleidsregels voor de gezinsleden van de hoofdpersoon

10.4. Beperking, arbeidsmarktaantekening en geldigheidsduur

11.1. Plaatsing in een pleeggezin of instelling op verzoek van een ander land op grond van het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996 (HKBV)

13.5. MVV-vrijstelling

12.2. Beperking, arbeidsmarktaantekening en geldigheidsduur

13.1. Ondertoezichtstelling

13.6. Beperking, arbeidsmarktaantekening en geldigheidsduur

De IND wijst de aanvraag af indien niet aan alle hiervoor genoemde voorwaarden wordt voldaan.

De IND verleent op grond van 3.48, tweede lid, aanhef en onder b, Vb in samenhang met artikel 3.24aa, eerste lid, aanhef en onder f, VV op aanvraag of ambtshalve op grond van artikel 3.6b Vb een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd aan een minderjarige vreemdeling die door de kinderrechter onder toezicht is gesteld, als aan alle hierna volgende voorwaarden wordt voldaan:

14.4. Beperking, arbeidsmarktaantekening en geldigheidsduur

15.1. Beleidsregels voor de hoofdpersoon

2.3.3. Bijzondere voorwaarden oud-Nederlanders door het afleggen van een verklaring van afstand (artikel 15, eerste lid, onder b, RWN)

2.3. Oud-Nederlanders (artikel 15, eerste lid, aanhef en onder b, d en e, RWN)

De IND gaat ten aanzien van de hiervoor bedoelde groep over tot ambtshalve herbeoordeling indien:

De IND beoordeelt in alle gevallen of de vreemdeling zich op de peildatum van 29 januari 2019 in Nederland bevond. De IND verleent geen verblijfsvergunning aan vreemdelingen die zich op de peildatum niet in Nederland bevonden.

16.1. Inleiding

6.6. Contra-indicaties

7. Verblijfsvergunning na eerder verblijf als minderjarige vreemdeling in het kader van verblijf als familie- of gezinslid

In het geval dat de vreemdeling in het bezit van een terugkeervisum is vertrokken, wordt deze contra-indicatie niet tegengeworpen.

8.1.1. Verblijfsgat

8.1.2. Vrijstellingen en ontheffingen inburgeringsvereiste

8.2. Bijzondere voorwaarden na een (huwelijks)relatie

10. Na verblijf als slachtoffer van mensenhandel die hiervan geen aangifte kan of wil doen

14.2. Inmenging

9. Na verblijf in het kader van medische behandeling

12. Na verblijf als slachtoffer of slachtoffer-aangever van mensenhandel

14.2. Inmenging

14.3. Belangenafweging

16.2. Gezagsbeëindiging

De IND beschouwt als bewijsmiddel ten behoeve van de beoordeling of de IND kan overgaan tot een medische ontheffing als bedoeld in paragraaf B9/8.1.2.2 Vc:

21. Tijdelijke regeling voor de verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd aan langdurig in Nederland verblijvende Surinaamse vreemdelingen, die als gevolg van de onafhankelijkheid van Suriname in 1975 de Nederlandse nationaliteit van rechtswege zijn kwijtgeraakt

21. Tijdelijke regeling voor de verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd aan langdurig in Nederland verblijvende Surinaamse vreemdelingen, die als gevolg van de onafhankelijkheid van Suriname in 1975 de Nederlandse nationaliteit van rechtswege zijn kwijtgeraakt

21.3.4. De Surinaamse vreemdeling is binnen de periode van tien jaar voorafgaand aan de datum van de indiening van de aanvraag van de verblijfsvergunning niet veroordeeld voor een misdrijf

2.2.4.2. Rechtstreekse bloedverwant in neergaande lijn

2.5. Gezinsleden van een (minderjarig) Nederlands kind

2.5.1.3.1. Hoofdregel

4.1. Inleiding

2.1. Economisch niet-actieve langdurig ingezetene

1. Inleiding

6. Bewijsmiddelen verlenging

3.2.1. Aantekening omtrent algemene middelen

3.3. Geldigheidsduur

1.1. Indiening aanvraag

2.6.1. Medische ontheffing

1.1. Indiening aanvraag

3.1. EG-Langdurig ingezetenen

10. Overgangsregeling studie hoger onderwijs

3.5. Arbeidsmarktaantekening

3.1. Inleiding

Voor de leges voor de verblijfsvergunning voor betaalde werkvakanties geldt een bijzonder, verlaagd tarief ( zie artikel 3.34a, onder b, VV).

5.5. Arbeidsmarktaantekening

4. Mantelzorgnetwerk

9. Gezinsleden

9. Mensenhandel

6. Procedurele bepalingen getuige-aangever

4.1. Aangifte wordt ambtshalve aangemerkt als aanvraag

7.3. Afgifte van het verblijfsdocument

6.1. Aangifte wordt ambtshalve aangemerkt als aanvraag

3.7. Overige categorieën

4. Economisch niet-actieven

3.6.1. Uitzondering (artikel 8.17, zesde lid, Vb)

4.2.4. Beëindiging van de studie

5.2.2. Familielid niet zelf EU/EER- of Zwitsers onderdaan

5.4.3. Familielid onderdaan derde land

7.2. Uitzetting

8.7. Seksuele dienstverlening

3.4.1. Nationaal recht

3.2. Aard van het verblijf van Turkse werknemers en hun gezinsleden

4.1. Begunstigde

8. Het Nederlands-Amerikaans Vriendschapsverdrag

11.1. Begunstigde

10.2. Repatriëring en bijstand

2.1.2.2. Verblijfsvoorwaarden gezinsleden ex-geprivilegieerden

17.1. Begunstigde

2. Personeel van ambassades en consulaten, alsmede de gezinsleden

3.2.4. Gezinsleden

3.3.2. NAVO-statusverdrag en Partnership for Peace-statusverdrag

3.2.2.1. Vreemdelingen die vruchteloos gepoogd hebben te vertrekken

4.5. Aard van de verblijfsvergunning

5.2. Voorwaarden

5.4.1. Ambtshalve toets

De verblijfsvergunning wordt verleend onder de beperking ‘tijdsverloop in de asielprocedure’.

4. De procedurele aspecten

2.1. Beleidsregels

2.1.4. Geestelijk bedienaren

2.1.8.3. Bewijsmiddelen

4.2. Beperking, arbeidsmarktaantekening en geldigheidsduur

3.1. Beperking, arbeidsmarktaantekening en geldigheidsduur

3.1. Beperking

5. Zoekperiode

4. Arbeid als niet-geprivilegieerd militair of niet-geprivilegieerd burgerpersoneel

1. Inleiding

2.3. Arbeid als kennismigrant

2.3. Arbeid als kennismigrant

2.3. Arbeid als kennismigrant

2.3. Arbeid als kennismigrant

2.5. Arbeid als zelfstandige

3.1.4. Arbeid als zelfstandige

2.6.3. Zoekperiode

3.2.4. Arbeid als zelfstandige

3.2.5. Verblijf als houder van de Europese blauwe kaart

2.1.1. Vrijstellingsgronden middelen van bestaan

3.3.2. Arbeid als kennismigrant

4.1. Algemeen

4.1. Algemeen

4.6.3. Hogere beroepsvaardigheden

4.6.5. Individuele gezondheidszorg

3.2.1. Gezinsband

2.1. Middelen van bestaan

3.1.4. Polygamie

2.1.1. Vrijstellingsgronden middelen van bestaan

3.1.2. Leeftijd echtgenoten of geregistreerd partners

3.1.3. Samenwoning

3.2.6. Polygamie

3.7. Buitenlandse pleegkinderen

3.7. Buitenlandse pleegkinderen

5. Bewijsmiddelen

De IND neemt in ieder geval aan dat sprake is van familie- of gezinsleven als bedoeld in artikel 8 EVRM tussen:

De IND beschouwt een akte van geregistreerd partnerschap als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de vreemdeling een geregistreerd partnerschap is aangegaan met de referent.

2. Eergerelateerd en huiselijk geweld

4.3. Bewijsmiddelen

2. Eergerelateerd en huiselijk geweld

De IND beschouwt bescheiden waaruit de familierechtelijke relatie blijkt als bewijsmiddel dat de referent een bloed- of aanverwant is van de vreemdeling in de zin dat hij een grootouder, broer of halfbroer, zuster of halfzuster, schoonzus of zwager, oom of tante van de vreemdeling is. Als bewijsmiddel geldt bijvoorbeeld een familieboekje.

De IND beschouwt gegevens en bescheiden waaruit de duur en aard van het eerdere verblijf als gezinslid in de andere staat die partij is bij het EU-verdrag als bewijsmiddel dat de vreemdeling geen mvv hoeft over te leggen.

De IND verleent de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als uit het deskundigenadvies van het Landelijk Expertisecentrum Eergerelateerd Geweld voor de Nederlandse politie (LEC EGG) blijkt dat sprake is van een reële en langdurige dreiging van eergerelateerd geweld in Nederland. Het LEC EGG betrekt in haar advies in ieder geval de mogelijkheid om de dreiging af te wenden.

6. Amv die buiten zijn schuld niet uit Nederland kan vertrekken

3.3. Bewijsmiddelen

4.1. Beleidsregels

4.4. Verlenging en intrekking

5. Verblijfsvergunning in het kader van remigratie op grond van de Remigratiewet

5.3. Bewijsmiddelen

8.3. Bewijsmiddelen

9.1.6. Raadplegen BMA

9.1. Beleidsregels

9.1.5. Deugdelijke financiering van de medische behandeling

9.1.9. Opvang in afwachting van definitieve besluitvorming op een aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd verband houdend met medische behandeling

9.1.9. Opvang in afwachting van definitieve besluitvorming op een aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd verband houdend met medische behandeling

9.4. Overgangsrecht

11.3. Verlenging en intrekking

10. Verwesterde schoolgaande minderjarige vrouwen

10.4. Beperking, arbeidsmarktaantekening en geldigheidsduur

11.2. Beperking, arbeidsmarktbeperking en geldigheidsduur

11. Plaatsing in een pleeggezin of instelling in Nederland

12.4. Gezinsleden

Na het overlijden van de hoofdpersoon vervalt het verblijfsrecht van de gezinsleden. De IND trekt een nog geldige verblijfsvergunning van gezinsleden niet eerder in dan per de datum, gelegen twaalf weken na de dag van het overlijden van de hoofdpersoon. Wanneer de referent is komen te overlijden, wordt een verlengingsaanvraag afgewezen.

14.1. Beleidsregels voor de hoofdpersoon

13.8. Bewijsmiddelen

14.4. Beperking, arbeidsmarktaantekening en geldigheidsduur

15. Mensenrechtenverdedigers

5. Terugkeeroptie (minderjarige vreemdelingen)

8.1.2. Vrijstellingen en ontheffingen inburgeringsvereiste

Indien de vreemdeling of een gezinslid zich na vergunningverlening in de BRP inschrijft met een andere identiteit of nationaliteit, dan trekt de IND de vergunning in.

13. Na verblijf als getuige-aangever van mensenhandel

14. Privéleven als bedoeld in artikel 8 EVRM

21.3.1. De Surinaamse vreemdeling is voor 1975 Nederlander geweest en heeft het Nederlanderschap als gevolg van de Toescheidingsovereenkomst tussen Nederland en Suriname in 1975 verloren

21.3.4. De Surinaamse vreemdeling is binnen de periode van tien jaar voorafgaand aan de datum van de indiening van de aanvraag van de verblijfsvergunning niet veroordeeld voor een misdrijf

21.3.3. De Surinaamse vreemdeling toont zijn identiteit aan door het bezit van een geldig identiteitsbewijs, paspoort, een verklaring van nationaliteit of bewijs van voormalig Nederlanderschap

2.5. Gezinsleden van een (minderjarig) Nederlands kind

2.5. Gezinsleden van een (minderjarig) Nederlands kind

De regels in paragraaf B10/2.5 Vc die zien op ‘identiteit en nationaliteit’, ‘minderjarigheid’ en ‘zodanige afhankelijkheid’ zijn van overeenkomstige toepassing op deze paragraaf.

2.6. Procedurele voorwaarden

2.8.1. Beroep op de algemene middelen

B11. Bijzonder verblijf

4.4.2. Ontzegging recht op arbeid en verblijf

B11. Bijzonder verblijf

3. Beperking, arbeidsmarktaantekening en geldigheidsduur

2.1. Economisch niet-actieve langdurig ingezetene

4.3. Pilot huisvesting Akense niet-EU studenten

3.4.4. Ingangsdatum en geldigheidsduur van het verblijfsdocument

4.1. Definitie grensarbeider

7.2. Middelen van bestaan

4.5. Arbeidsmarktaantekening

4.2. De situatie na de aangifte of verlenen medewerking

9.2. Getuige-aangever

12. Gezinshereniging

12. Slachtoffers van mensenhandel die geen medewerking verlenen aan opsporing en vervolging

6. Onderdanen van België en Luxemburg

6.4. Beperking, (arbeidsmarkt)aantekeningen en voorschrift

7. Europa-overeenkomsten met Bulgarije en Roemenië

12. Europees Verdrag inzake de rechtspositie van migrerende werknemers

12.1. Begunstigde

Niet-duurzaam verblijvend personeel bezit een bijzondere status op grond van het Diplomatenverdrag en het Consulaire verdrag. Op dit personeel alsmede op hun afhankelijke gezinsleden en particuliere bedienden zijn de bepalingen van de Vw niet van toepassing. Zij zijn in het algemeen niet onderworpen aan de verplichtingen die in het belang van het toezicht op vreemdelingen zijn gesteld. Evenmin kunnen op hen de maatregelen van uitzetting en bewaring krachtens de Vw worden toegepast (zie A2/6.2.3.1 en A2/6.2.3.4). Hun toegang, toelating en verblijf hier te lande richten zich naar de algemene regelen van volkenrecht.

2.1.1. Algemeen

2.2. Duurzaam verblijvend personeel

2.2.2.1. Verblijfsvoorwaarden

3. Vreemdelingen werkzaam bij een internationale organisatie

De verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd (zie artikel 20 Vw) kan op aanvraag worden verleend aan de meerderjarige vreemdeling die:

3.3.5. Verblijfsdocument

14. Ambtshalve verlening van een verblijfsvergunning regulier

2.10. Overgangsrecht

5.1. Algemeen

5.5.2. Ingangsdatum van de verblijfsvergunning

Dat de bewijsmiddelen in de beleidsregels zijn opgenomen, betekent niet in alle gevallen dat de (erkende) referent of de vreemdeling deze over moet leggen bij de aanvraag (zie paragrafen 8.2.1 en 8.3.1). De IND maakt aan de hand van de aanvraagformulieren kenbaar welke bescheiden de aanvrager over moet leggen bij de aanvraag.

8.2. Bewijsmiddelen aanvraag tot erkenning

8.3. Bewijsmiddelen aanvragen voor een verblijfsvergunning regulier

8.3.1. Gegevens en bescheiden uit aangewezen administraties

9.4. Berekening hoogte van de bestuurlijke boete

9. Bestuurlijke boete

9.1. Inleiding

9.4. Berekening hoogte van de bestuurlijke boete

9.7.1. De zorgplicht

9.7.1. De zorgplicht

9.7.2.2. Verdere matiging wegens melden uit eigen beweging

2.1.2. WHP Argentinië, Hongkong, Zuid-Korea, Japan, Taiwan en Uruguay

9.7.2.1. De aard van de niet-gemelde gegevens

9.7.2.2. Verdere matiging wegens melden uit eigen beweging

2.3. Particuliere uitwisselingsorganisaties

2.3. Pilot ‘Inkomende mobiliteit mbo4’

2.2. Au pairs

2.3. Particuliere uitwisselingsorganisaties

2.1. Hoger onderwijs

2.2. Middelbaar beroepsonderwijs en voortgezet onderwijs

2.4. Middelen van bestaan

In aanvulling op artikel 3.22 VV en paragraaf B1/4.3 beschouwt de IND de middelen van bestaan uit de volgende inkomensbronnen als zelfstandig in de zin van artikel 3.73 Vb:

5. Bewijsmiddelen

B4. Arbeid tijdelijk

De vreemdeling die uitsluitend om studieredenen in Nederland verblijft, is niet verzekeringsplichtig in het kader van de Zorgverzekeringswet (Zvw). De vreemdeling kan dan geen basisverzekering afsluiten in Nederland.

2.1. Beleidsregels

B4. Arbeid tijdelijk

Indien de vreemdeling zijn vooropleiding heeft genoten in het Engels en is vrijgesteld van de verplichting om een taaltest af te leggen, moet dat blijken uit een verklaring van de onderwijsinstelling.

1. Inleiding

2. Lerend werken

2.1. Beleidsregels

3. Seizoenarbeid

De IND beslist op grond van 2u, eerste lid Vw binnen 90 dagen na ontvangst van een aanvraag om verlening of wijziging van een machtiging tot voorlopig verblijf voor ‘seizoenarbeid’.

4.1. Beleidsregels

B5. Arbeid regulier

2.1.8. Arbeid in loondienst op grond van de handels- en samenwerkingsovereenkomst met het Verenigd Koninkrijk

2.2.3. Voorschrift

4. Arbeid als niet-geprivilegieerd militair of niet-geprivilegieerd burgerpersoneel

4.1. Beleidsregels

5. Zoekperiode

2.1. Algemeen

2.2. Het zoeken naar en verrichten van arbeid al dan niet in loondienst

3.1.3. Onderzoek in de zin van richtlijn (EU) 2016/801

4.6. Richtlijn 2009/50/EG

2.6.2. Hogere beroepskwalificaties

3.2.5. Verblijf als houder van de Europese blauwe kaart

3.2.2. Arbeid als kennismigrant

3.2. Arbeidsmarktaantekening

3.3. Geldigheidsduur

4.4. Onderzoek in de zin van richtlijn (EU) 2016/801

3.3.5. Houder van een Europese blauwe kaart

3.2. Minderjarige kinderen

4.6. Houder van een Europese blauwe kaart

4.6.3. Hogere beroepsvaardigheden

2.1.1. Vrijstellingsgronden middelen van bestaan

2. Algemene beleidsregels

3.1.2. Leeftijd echtgenoten of geregistreerd partners

2.1.2. Gezinsvorming en alimentatie

3.1.3. Samenwoning

3.1.3. Samenwoning

3.6.3. Afwachten van het onderzoek naar de geschiktheid van de aspirant-adoptiefouders

3.7. Buitenlandse pleegkinderen

3.2.4. Bereiken meerderjarigheid

3.5. Gezinsleden van een verblijfsvergunninghouder medische behandeling

3.7.1.1. Geen aanvaardbare toekomst

3.6.4. Buitenlandse adoptiefkinderen

3.7.2.2. Aanvullende voorwaarden voor verlening van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd

3.8.3. Belangenafweging

2.3. Bewijsmiddelen

B8. Humanitair tijdelijk

3.4. Afspraken ketenpartners

4.1. Beleidsregels

3.4. Afspraken ketenpartners

5.1. Beleidsregels

5.1. Beleidsregels

4.1. Beleidsregels

4.3. Bewijsmiddelen

4.3. Bewijsmiddelen

8. Verblijfsvergunning in afwachting van verzoek ex artikel 17 RWN

9.1.1. Algemene voorwaarden

8.2. Verlenging

9.1.2. Meest aangewezen land

9.2. Beperking, arbeidsmarktaantekening, en geldigheidsduur

10.2. Beleidsregels voor de gezinsleden van de hoofdpersoon

11.2. Beperking, arbeidsmarktbeperking en geldigheidsduur

De IND beschouwt het instemmingsbesluit van de Centrale autoriteit van het land van herkomst van de vreemdeling als bewijsmiddel dat de Centrale autoriteit van het land van herkomst van de vreemdeling heeft besloten om in te stemmen de plaatsing van de vreemdeling in een pleeggezin of instelling in Nederland.

13.11. Beperking, arbeidsmarktaantekening en geldigheidsduur

2.3.2. Bijzondere voorwaarden oud-Nederlanders door intrekking (artikel 15, eerste lid, onder d en f, RWN)

16.1. Inleiding

16.4. Gezinsleden van de minderjarige vreemdeling over wie het gezag van de ouders is beëindigd

21. Tijdelijke regeling voor de verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd aan langdurig in Nederland verblijvende Surinaamse vreemdelingen, die als gevolg van de onafhankelijkheid van Suriname in 1975 de Nederlandse nationaliteit van rechtswege zijn kwijtgeraakt

21.2. Aanvraagprocedure

21.2. Aanvraagprocedure

B10. EU-recht en Internationale Verdragen

21.3. Voorwaarden

21.3.2. De Surinaamse vreemdeling zonder rechtmatig verblijf heeft voorafgaand aan 1 januari 2025 een minimale en aaneengesloten verblijfsduur in Nederland gehad van tien jaar, zoals vastgelegd in de Burgemeestersverklaring, afgegeven door de gemeente Amsterdam

2.2.1. Economisch actieve Unieburgers

2.7.3. Duurzame relatie

2.6. Grenswachters van de grensbewakingsdienst van het Verenigd Koninkrijk

3.2. Arbeidsmarktaantekening

6.2. Pilot huisvesting Akense niet-EU studenten

4. Aanvraagprocedure terugtrekkingsakkoord Grensarbeiders

7.2. Middelen van bestaan

7. Gezinshereniging en -vorming

2.2. Mvv-vereiste

3.2. Reële en daadwerkelijke arbeid

3.7. Overige categorieën

8.6. Reguliere verblijfsaanvraag

3.3.1. Begrippen

5.1. Begunstigde

11.3. Intrekking verblijfsvergunning

2.2.2. Personeel dat uitgezonden status per 1 januari 2000 verliest

3.4.4. Geldigheidsduur verblijfsvergunning

4.3. Bewijsmiddelen

3.2.1. Het zoeken naar en verrichten van arbeid al dan niet in loondienst

4.3. Bewijsmiddelen

2.5. Arbeid als zelfstandige

2.6. Houder van een Europese blauwe kaart

2.6.2. Hogere beroepskwalificaties

3.1.3. Onderzoek in de zin van richtlijn (EU) 2016/801

3.2.5. Verblijf als houder van de Europese blauwe kaart

3.2. Arbeidsmarktaantekening

3.3.1. Het zoeken naar en verrichten van arbeid al dan niet in loondienst

3.3.1. Het zoeken naar en verrichten van arbeid al dan niet in loondienst

4. Bewijsmiddelen

4.2. Het zoeken naar en verrichten van arbeid, al dan niet in loondienst

4.3. Arbeid als kennismigrant

4.5. Arbeid als zelfstandige

4.4. Onderzoek in de zin van richtlijn (EU) 2016/801

5.2.1. Werkloosheid

3.1. Huwelijk en (geregistreerd) partnerschap

2.1. Middelen van bestaan

2.1.3. Referent met verblijfsrecht als bedoeld in B3 of B6

3.6.1. Buitenlandse adoptiekinderen

3.4.1. Leeftijd van de referent

3.5. Gezinsleden van een verblijfsvergunninghouder medische behandeling

De pleegouders hoeven geen bloed- of aanverwant te zijn van het kind.

3.7.2.2. Aanvullende voorwaarden voor verlening van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd

3.2. Verlenging en intrekking

4.1. Beleidsregels

5.2. Verlenging

4.3. Bewijsmiddelen

4.4. Verlenging en intrekking

6.1. Beleidsregels

5.4. Beperking, arbeidsmarktaantekening en geldigheidsduur

8. Verblijfsvergunning in afwachting van verzoek ex artikel 17 RWN

9. Medische behandeling

9.1.2. Meest aangewezen land

9.1.8. Artikel 64 Vw

9.4. Overgangsrecht

10.3. Verlenging en intrekking

11.4. Bewijsmiddelen

13.11. Beperking, arbeidsmarktaantekening en geldigheidsduur

B9. Humanitair niet-tijdelijk

15.1. Beleidsregels voor de hoofdpersoon

1. Inleiding

2.1. Als Nederlander in Nederland geboren en getogen oud-Nederlanders

8.1. Algemene verblijfsvoorwaarden

8.1.2.1. Vrijstellingen

8.2. Bijzondere voorwaarden na een (huwelijks)relatie

11. Na verblijf als slachtoffer van (dreigend) eergerelateerd geweld of van (dreigend) huiselijk geweld

14.1. Privéleven

15. Plaatsing in een pleeggezin of instelling op verzoek van een ander land op grond van het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996 (HKBV)

14.1. Privéleven

21. Tijdelijke regeling voor de verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd aan langdurig in Nederland verblijvende Surinaamse vreemdelingen, die als gevolg van de onafhankelijkheid van Suriname in 1975 de Nederlandse nationaliteit van rechtswege zijn kwijtgeraakt

21.5. Beperking, arbeidsmarktaantekening, geldigheidsduur en vrijstelling mvv

2.4.2. Verblijfsrecht van de familieleden van Nederlanders die naar hun lidstaat terugkeren

2.7.1. Algemeen

4. Aanvraagprocedure terugtrekkingsakkoord Grensarbeiders

3.4.3. Beperking en arbeidsmarktaantekening

3.4.4. Ingangsdatum en geldigheidsduur van het verblijfsdocument

4.3. Contra-indicaties

2.5. Arbeidsmarktaantekening

3.1. Verblijfstermijn voor werkzoekenden

3.5.2. Onvrijwillige werkloosheid

3.5.2. Onvrijwillige werkloosheid

8. Overgangsrecht onderdanen van Bulgarije en Roemenië

1. Inleiding

3.4.1. Nationaal recht

2. EVRM

3.4.2. Voorwaarden Associatiebesluit 1/80

6.3.2. Arbeid in loondienst

6.3.3. Vestiging

13.1. Belang

3.3.2. NAVO-statusverdrag en Partnership for Peace-statusverdrag

1. Inleiding

2.4.3.1. Herhaald leeftijdsonderzoek

5.6. De verlenging van de verblijfsvergunning

5.1. Algemeen

De vreemdeling voldoet aan het voorschrift van artikel 3.7, tweede lid, Vb als hij voor zijn verblijf een passagebiljet deponeert dat geldig is tot na het verstrijken van de geldigheidsduur van zijn verblijfsvergunning.

7.2. Het opschorten van de werking van het (afwijzende) besluit

6.2.1. Hoofdverblijf

6.2.4. Middelen van bestaan

6.2.4. Middelen van bestaan

7.3. Het verzoek om een voorlopige voorziening

8.3.5. Bewijsmiddelen aanvraag verlenging verblijfsvergunning

8.1. Algemeen

8.2. Bewijsmiddelen aanvraag tot erkenning

1. Inleiding

3.2. Beperking, arbeidsmarktaantekening en geldigheidsduur

3.2. Beperking, arbeidsmarktaantekening en geldigheidsduur

4.2. Middelen van bestaan

4.3. Beperking, arbeidsmarktaantekening en geldigheidsduur

2.1.2. Arbeid op grond van een zetelovereenkomst

2.2.4. Geldigheidsduur verblijfsvergunning regulier arbeid in loondienst – algemeen

2.2. Beperking, arbeidsmarktaantekening en geldigheidsduur

4.2. Beperking, arbeidsmarktaantekening en geldigheidsduur

2. Beleidsregels

2.5. Arbeid als zelfstandige

2.6.1. Looncriterium

3.1.2. Arbeid als kennismigrant

3.2.1. Het zoeken naar en verrichten van arbeid al dan niet in loondienst

3.1.4. Arbeid als zelfstandige

3.1.6. Overplaatsing binnen een onderneming

4.1. Algemeen

4. Bewijsmiddelen

4.6.4. Economische activiteit

B7. Gezinsmigratie

3.2.1. Gezinsband

3.2.2. Zorgrecht en gezag

3.4.1. Leeftijd van de referent

3.7. Buitenlandse pleegkinderen

3.8.1. Familie- of gezinsleven

3.4. Afspraken ketenpartners

4. Vreemdelingen die buiten hun schuld niet uit Nederland kunnen vertrekken

4.4. Verlenging en intrekking

6.3. Verlening en intrekking van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van het buitenschuldbeleid voor amv’s

6.3. Verlening en intrekking van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van het buitenschuldbeleid voor amv’s

6.2. Vertrek kan buiten de schuld van de niet-begeleide minderjarige vreemdeling niet worden gerealiseerd binnen de maximale termijn van drie jaar na de eerste verblijfsaanvraag

6.4. Beperking, arbeidsmarktaantekening en geldigheidsduur

11.3. Verlenging en intrekking

4.2. Geldig document voor grensoverschrijding

De IND neemt geen belemmering aan voor het uitoefenen van voornoemde vrijheden in Nederland als de bijzondere, individuele omstandigheden zien op de:

4.2. Geldig document voor grensoverschrijding

4.3.3.1. Inkomen uit arbeid in loondienst

In artikel 3.72 Vb is geregeld dat de aanvraag niet wordt afgewezen als de vreemdeling naar het oordeel van de IND heeft aangetoond dat hij door de autoriteiten van het land waarvan hij onderdaan is, niet of niet meer in het bezit van een geldig document voor grensoverschrijding kan worden gesteld.

In artikel 3.72 Vb is geregeld dat de aanvraag niet wordt afgewezen als de vreemdeling naar het oordeel van de IND heeft aangetoond dat hij door de autoriteiten van het land waarvan hij onderdaan is, niet of niet meer in het bezit van een geldig document voor grensoverschrijding kan worden gesteld.

4.2.2. Belang paspoort

Het is aan de vreemdeling om te onderbouwen dat hij door de autoriteiten van het land waarvan hij onderdaan is, niet of niet meer in het bezit gesteld kan worden van een geldig paspoort.

4.2.4. Bewijsmiddelen

Als de referent een genaturaliseerde voormalig asielstatushouder is, wordt in beginsel vastgehouden aan het paspoortvereiste van de vreemdeling, tenzij de vreemdeling individuele redenen aanlevert, op grond waarvan toch van het paspoortvereiste moet worden afgezien.

4.2.4. Bewijsmiddelen

Een indicatie dat sprake is van een dergelijk paspoort kan zijn:

4.3.1. Inleiding

4.3. Middelen van bestaan

4.8. Onjuiste gegevens

Als de IND gerede twijfel heeft of bij de aanvraag en afgifte van een nationaal paspoort een goede identiteitsvaststelling heeft plaatsgevonden en daarom ook twijfel bestaat aan de identiteit en nationaliteit van de vreemdeling, dan kan de IND de vreemdeling vragen om een nationale identiteitskaart over te leggen. Zeker als bij een identiteitskaart sprake is van een chip met biografische en biometrische gegevens, dan kan een dergelijke identiteitskaart mogelijk de twijfel aan de identiteit en nationaliteit wegnemen.

Als het niet mogelijk is om alsnog een handtekening in het paspoort te plaatsen, dan moet de vreemdeling een nieuw paspoort aanvragen bij de autoriteiten van het land van herkomst. De IND ontheft de vreemdeling in dat geval in beginsel niet van de verplichting van het overleggen van een geldig paspoort.

Op grond van artikel 16, eerste lid, aanhef en onder c, Vw wijst de IND de aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af als de vreemdeling niet zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan.

4.7. Inburgeringsvereiste buitenland

4.3.3. Inkomen per inkomstenbron

In de navolgende paragrafen worden, in aanvulling op de artikelen 3.73, 3.74 en 3.75 Vb en 3.19 VV, per bron de beleidsregels genoemd die bij de beoordeling van de zelfstandigheid, duurzaamheid en voldoende hoogte van de middelen van bestaan van toepassing zijn.

4.3.3.1.4. Beroep op de algemene middelen

Op grond van artikel 3.75, eerste lid, Vb beoordeelt de IND de middelen van bestaan uit arbeid in loondienst als duurzaam, wanneer de vreemdeling voor een periode van minder dan één jaar in Nederland wil verblijven en de middelen van bestaan gedurende deze periode beschikbaar zijn.

De inkomsten uit arbeid in loondienst, bedoeld in artikel 3.75, derde lid, Vb en artikel 3.24b VV, mogen met andere zelfstandige en duurzame inkomsten worden samengevoegd (bijvoorbeeld inkomsten uit arbeid als zelfstandige) om te voldoen aan het toepasselijke normbedrag.

4.3.3.1.4. Beroep op de algemene middelen

4.8. Onjuiste gegevens

De IND beoordeelt de middelen van bestaan van een vreemdeling op basis van een overeenkomst van opdracht als freelancer op dezelfde wijze als het inkomen van een vreemdeling die arbeid als zelfstandige verricht.

4.4. Openbare orde en nationale veiligheid

De IND beoordeelt aan de hand van de inkomsten uit het verleden van de zelfstandige of de duurzaamheid van zijn inkomen voor de toekomst gewaarborgd is. Deze beoordeling is alleen van toepassing op referenten die arbeid als zelfstandige verrichten.

Vanaf 1 januari 2018 geldt het volgende: Het inkomen uit eigen vermogen is voldoende als het voordeel uit de grondslag sparen en beleggen, zoals opgegeven aan de Belastingdienst over het fiscale jaar voorafgaand aan de aanvraag, omgerekend per maand ten minste gelijk is aan het van toepassing zijnde normbedrag.

5.3. Wijziging van de aan de verblijfsvergunning verbonden beperking

5.1. Algemeen

6.3. Gronden voor intrekking verblijfsvergunning bepaalde tijd

Op grond van artikel 16, eerste lid, aanhef en onder i, Vw en artikel 3.77, zevende lid, Vb, wijst de IND de aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af als de vreemdeling:

6.3. Niet-verlenging en intrekking verblijfsvergunning regulier bepaalde tijd

5.5. Geldigheidsduur van de verblijfsvergunning

6.1. Toetsing aanvraag van het verlengen van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning

6.2. Gronden voor het niet-verlengen en intrekken van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd

6.2.3. Openbare orde en nationale veiligheid

7.1. Het indienen van rechtsmiddelen

8.3.1. Gegevens en bescheiden uit aangewezen administraties

7.2. Het opschorten van de werking van het (afwijzende) besluit

8.1.1. Gelegaliseerde bescheiden

7.3. Het verzoek om een voorlopige voorziening

8.1.2. Gebruik van gegevens uit aangewezen administraties als bedoeld in artikel 2d Vw

8.3.3. Bewijsmiddelen TEV-procedure

8.3.4. Bewijsmiddelen afwijzingsgronden verblijfsvergunning regulier bepaalde tijd

8.3. Bewijsmiddelen aanvragen voor een verblijfsvergunning regulier

8.3.4. Bewijsmiddelen afwijzingsgronden verblijfsvergunning regulier bepaalde tijd

9. Bestuurlijke boete

8.4. Bewijsmiddelen

9.8. De omstandigheden waaronder de overtreding is gepleegd en de evenredigheid

9.3. Opleggen van een bestuurlijke boete

9.6. Verwijtbaarheid van de overtreding

10.1. Geen kostenverhaal op de referent

9.7.3. De administratieplicht

B2. Uitwisseling

10. Verhalen van de kosten van uitzetting op de referent

2.1. Working Holiday Scheme (WHS) / Working Holiday Programme (WHP)

10. Verhalen van de kosten van uitzetting op de referent

10.1. Geen kostenverhaal op de referent

10.1. Geen kostenverhaal op de referent

1. Inleiding

3. Beperking, arbeidsmarktaantekening en geldigheidsduur

4.1. Algemeen

B3. Studie

4.6. Au pair

3. Beperking, arbeidsmarktaantekening en geldigheidsduur

3. Beperking, arbeidsmarktaantekening en geldigheidsduur

2.2. Beperking, arbeidsmarktaantekening en geldigheidsduur

2.2. Beperking, arbeidsmarktaantekening en geldigheidsduur

4.2. Beperking, arbeidsmarktaantekening en geldigheidsduur

2.2.1. Beperking

2.2.4.2. Geldigheidsduur vergunning wegens arbeid op grond van een zetelovereenkomst

4. Arbeid als niet-geprivilegieerd militair of niet-geprivilegieerd burgerpersoneel

3. Grensoverschrijdende dienstverlening

3. Grensoverschrijdende dienstverlening

3.1. Beperking, arbeidsmarktaantekening en geldigheidsduur

2.7. Overplaatsing binnen een onderneming

2.4. Onderzoek in de zin van richtlijn (EU) 2016/801

3.1.3. Onderzoek in de zin van richtlijn (EU) 2016/801

3.2. Arbeidsmarktaantekening

3. Beperking, arbeidsmarktaantekening en geldigheidsduur

3.1.6. Overplaatsing binnen een onderneming

3.2.2. Arbeid als kennismigrant

3.3.4. Arbeid als zelfstandige

2.1.2. Gezinsvorming en alimentatie

4.6.4. Economische activiteit

3. Specifieke beleidsregels

3.1.1. Duurzame en exclusieve relatie

3.2.5. Meetellen gezinsinkomen

3.2. Minderjarige kinderen

3.2.5. Meetellen gezinsinkomen

3.7.2. Het kind behoorde in het land van herkomst feitelijk reeds tot het gezin van de pleegouders

3.8.2. Inmenging

3.2. Verlenging en intrekking

6.4. Beperking, arbeidsmarktaantekening en geldigheidsduur

1. Inleiding

8.5. Gezinsleden van houders van een verblijfsvergunning regulier bepaalde tijd onder de beperking ‘niet-tijdelijke humanitaire gronden’ verleend na verblijf in het kader van medische behandeling

19. Verlenging en intrekking

3.2. Arbeidsmarktaantekening

5.2. Pilot huisvesting Akense niet-EU studenten

1. Inleiding

5.1. Vermogende vreemdeling (buitenlandse investeerder)

7.9.2. Vreemdeling werkzaam is (geweest) internationale arbeidsmarkt

3.4.3. Beperking en arbeidsmarktaantekening

7.4. Geldigheidsduur van de verblijfsvergunning

3.2. Reële en daadwerkelijke arbeid

3.4. Werkzaamheden buiten Nederlands grondgebied

5.3.2. Nederlanders die rechten kunnen ontlenen aan gemeenschapsrecht

3.3.1. Verdrag van Ottawa

3.5.3. Geldigheidsduur

3.5.2. Ingangsdatum van de verblijfsvergunning

4.4.2. Einde termijn

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)