Vreemdelingencirculaire 2000 (B)

Type Circulaire
Publication 2026-08-07
Laatst bijgewerkt 2026-08-11
State In force
Source BWB
artikelen 10
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Surinaamse vreemdeling die binnen de periode van tien jaar voorafgaand aan de datum van de indiening van de aanvraag van de verblijfsvergunning is veroordeeld tot een onherroepelijke vrijheidsbenemende straf of maatregel of een taakstraf, wegens het plegen van één of meerdere misdrijven komt op grond van de openbare orde niet in aanmerking voor deze regeling als:

21.4. Gezinshereniging

21.5. Beperking, arbeidsmarktaantekening, geldigheidsduur en vrijstelling mvv

In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen ten aanzien van:

2. Het recht van de Europese Unie

In aanvulling op artikel 8.12, eerste lid, aanhef en onder a, Vb beschouwt de IND een Unieburger als werknemer als:

2.5.1.2. Ouderschap

2.5.1.3. Zodanige afhankelijkheid

2.5.1. Derdelands ouder van een minderjarig Nederlands kind

2.6. Procedurele voorwaarden

2.5.1.3.3. Ouderlijk gezag

Gezag is geen zelfstandige voorwaarde, maar speelt wel een rol bij de beoordeling van de zodanige afhankelijkheidsverhouding. Gezag is een indicatie dat sprake is van een zodanige afhankelijkheid.

2.5.1.3.6. Woonsituatie van het kind

2.8.6. Openbare orde en openbare veiligheid

Op grond van artikel 8.25 Vb ontzegt of beëindigt de IND het rechtmatig verblijf van de vreemdeling als er sprake is van fraude of misbruik.

4.2. Beleidsregels

2.8.6. Openbare orde en openbare veiligheid

3.1. Inleiding

1. Inleiding

4. Associatieovereenkomst EG – Turkije, aanvullend protocol EG – Turkije en Besluit 1/80

4.4. Ontzegging of beëindiging rechtmatig verblijf

4.4.2. Ontzegging recht op arbeid en verblijf

2.2. Vermogende vreemdeling (buitenlandse investeerder)

B11. Bijzonder verblijf

2.5. Verblijf conform artikel 3.6ba Vb (ambtshalve toets schrijnende situatie)

2.5.1. Verblijf conform artikel 3.6ba Vb (ambtshalve toets schrijnende situatie bij eerste aanvraag)

De IND verstaat onder bijzondere omstandigheden in de zin vanartikel 3.6ba Vb in ieder geval dat omstandigheden individueel van aard zijn. Tenzij in deze paragraaf anders is bepaald, kent de IND niet op voorhand een bepaald gewicht toe aan omstandigheden. Hoe omstandigheden meewegen in de beoordeling hangt af van het samenstel van aangevoerde omstandigheden.

4. Bewijsmiddelen

4.6.4.5. Middelen van bestaan

2.7. Beoefenaars van een vrij beroep in de zin van het handels- en samenwerkingsovereenkomst met het Verenigd Koninkrijk

2.7. Beoefenaars van een vrij beroep in de zin van het handels- en samenwerkingsovereenkomst met het Verenigd Koninkrijk

2.7.2. Voorwaarden

4.4. Grenswachters van de grensbewakingsdienst van het Verenigd Koninkrijk

4. Bewijsmiddelen

4.3. Pilot huisvesting Akense niet-EU studenten

2.5. Hoofdverblijf

2.6.1. Medische ontheffing

2.7.3. (Ex) geprivilegieerde en diens afhankelijke gezinsleden

2.1. De duur van het verblijf in Nederland

2.3. Middelen van bestaan

De vrijstellingen staan genoemd in artikel 3.96a, tweede lid, Vb, met inachtneming van het gestelde in paragraaf B9/8.1.2 Vc over de inwerkingtreding van de Wi 2021.

2.7. Bijzondere categorieën verblijfsvergunning onbepaalde tijd

2.6.2. Onbillijkheid van overwegende aard (ook wel: hardheidsclausule)

In tegenstelling tot voornoemde paragraaf past de IND de hardheidsclausule niet toe indien de vreemdeling tegen zijn of haar wil in het land van herkomst is achtergelaten en voldoet aan de voorwaarden van artikel 3.51, eerste lid, aanhef en onder a, sub 1, Vb.

2.7. Bijzondere categorieën verblijfsvergunning onbepaalde tijd

2.7.3. (Ex) geprivilegieerde en diens afhankelijke gezinsleden

2.4. Beëindiging van het verblijfsrecht

2.2. Contra-indicaties

3.4.3. Beperking en arbeidsmarktaantekening

5. Het verrichten van arbeid

3. Aanvraagprocedure terugtrekkingsakkoord duurzaam verblijfsrecht

2.4. Beëindiging van het verblijfsrecht

4.1. Definitie grensarbeider

2.8. Uitsluiting van gastgezin bij misbruik

7.4. Geldigheidsduur van de verblijfsvergunning

9. Verlenging en voorbereidend jaar

1.3. Geldigheidsduur

4. Voorwaarden voor de voorbereiding op een studie hoger onderwijs

2.1. Inleiding

7.4. Geldigheidsduur van de verblijfsvergunning

2.3. Voorwaarden voor verblijf als au pair

3.6. Voorschrift

2. Au pairs

3.8. Verplichte en onverplichte mvv en verkorte aanvraagprocedure

2.2. Aard van het verblijf en werkzaamheden

Het verblijf van een au pair heeft primair een cultureel karakter. De werkzaamheden die een au pair verricht zijn arbeid in de zin van de Wet arbeid vreemdelingen, maar indien de au pair en het gastgezin zich houden aan de onderstaande cumulatieve voorwaarden geldt geen twv-plicht. Indien het gastgezin en/of de au pair zich hier niet aan houden wordt de Wet arbeid vreemdelingen overtreden. Zie ook het gestelde in B5/6 (wettelijke maatregelen tegen illegale tewerkstelling). Bovendien wordt dan door de au pair niet (langer) voldaan aan de voorwaarden van het verblijf in Nederland, zie onder 2.3 en kan de verblijfsvergunning worden ingetrokken.

3.5. Arbeidsmarktaantekening

3.5. Arbeidsmarktaantekening

4.1. Inleiding

Nederland heeft met Canada (Working Holiday Program), Australië en Nieuw-Zeeland (Working Holiday Scheme) afspraken gemaakt op grond waarvan jongeren die de nationaliteit van één van die landen bezitten via een zogenoemde betaalde werkvakantie kennis kunnen maken met de cultuur van de Nederlandse samenleving.

5.7. Wijziging van verblijfplaats

Vreemdelingen die – tijdens de procedure inzake de verlening van een verblijfsvergunning voor het ondergaan van medische behandeling – een aanvraag indienen tot het verlenen van een terugkeervisum (zie A2/4.3.3.2) voor een bezoek aan het land van herkomst met een langere duur dan één maand, komen niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning regulier onder de beperking ‘medische behandeling’ in verband met een medische noodsituatie. De vreemdeling geeft immers, met het indienen van een aanvraag tot het verlenen van een terugkeervisum, te kennen dat een (tijdelijke) terugkeer naar het land van herkomst niet zal leiden tot een medische noodsituatie op korte termijn. In deze gevallen wordt geen advies ingewonnen bij het BMA.

3. Procedurele bepalingen slachtoffer

2. Medische behandeling

2.1.1. Een jaar direct voorafgaande aan de aanvraag

3. Medisch advies

2.2. Voorwaarden als de vreemdeling de Surinaamse nationaliteit heeft

Voor deze beoordeling is slechts van belang of de vreemdeling voldoet aan alle voorwaarden die genoemd worden in één van de onder 1 tot 6 genoemde situaties.

3.4. Feitelijke toegankelijkheid

6. Beperking en arbeidsmarktaantekening

7. Aard van het verblijfsrecht

12. Analoge toepassing van artikel 64 Vw in afwachting van definitieve besluitvorming

12. Analoge toepassing van artikel 64 Vw in afwachting van definitieve besluitvorming

3.4. Feitelijke toegankelijkheid

4. Mantelzorgnetwerk

3.2. Bedenktijdfase

In verband met deze wijziging is de volgende overgangsregeling getroffen:

3.2. Bedenktijdfase

11. Artikel 64

3.2.6. Aanmelding bij het Coördinatiecentrum Mensenhandel

12. Analoge toepassing van artikel 64 Vw in afwachting van definitieve besluitvorming

9. Mensenhandel

De DT&V regelt het vertrek en zorgt voor de benodigde papieren (indien noodzakelijk regelt de DT&V een laissez-passer). De DT&V en de zorgcoördinator kunnen bij vertrek ook bemiddeling vragen aan de IOM.

4. Aangifte door een slachtoffer van mensenhandel

Het COA beëindigt de verstrekking krachtens de RvB vanaf de datum waarop de vertrektermijn van het slachtoffer eindigt.

4.1.1. Bescheid rechtmatig verblijf

De politie verstrekt het bescheid rechtmatig verblijf (bijlage 7g VV) aan het slachtoffer van mensenhandel. Op het bescheid rechtmatig verblijf wordt aangetekend dat het verrichten van arbeid niet is toegestaan.

4.1.1. Bescheid rechtmatig verblijf

6. Procedurele bepalingen getuige-aangever

4.3. Wens tot vertrek na aangifte

6.5. Opvang en financiën

9.2. Getuige-aangever

9.1. Slachtoffer

9.3. Plaats van indienen van de aanvraag

7.1. Beslissing op de aanvraag

De contactpersoon mensenhandel van de IND stelt de politie per fax in kennis van de beslissing op de aanvraag om een verblijfsvergunning.

9. Verlenging

1.5. Definitie gemeenschapsonderdanen

1.4. De Overeenkomst EG-Zwitserland

Aan een slachtoffer van mensenhandel kan op grond van artikel 3.4, derde lid, Vb een verblijfsvergunning worden verleend als aangetoond wordt dat het slachtoffer geen aangifte kan of wil doen of anderszins medewerking kan of wil verlenen aan de strafrechtelijke opsporing en vervolging van de mensenhandelaar in verband met:

1.1. Associatie- en samenwerkingsovereenkomsten

2.5.3. Duurzaam verblijfsrecht

Het onderscheid tussen rechtmatig verblijf in de vrije termijn en rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan is wel gehandhaafd ten aanzien van de familieleden die geen onderdaan zijn van EU- of EER- lidstaat of onderdaan van Zwitserland. Deze nemen een andere positie in dan de burgers van de Unie en artikel 18 EG-Verdrag is op hen niet van toepassing (zie verder B10/5).

2.5.2. Verblijfsrecht voor langer dan drie maanden

2.7. Wav

2.6. Bewijs van rechtmatig verblijf

3.3.1. Werknemers

3.4. Werkzaamheden buiten Nederlands grondgebied

3.5.3. Verwijtbaar werkloos

3.5. Verblijfsrecht bij onderbreking of beëindiging werkzaamheden

3.5.2. Onvrijwillige werkloosheid

3.7. Overige categorieën

3.5.3. Verwijtbaar werkloos

4.2.4. Beëindiging van de studie

De volgende persoonlijke omstandigheden worden in ieder geval betrokken bij de belangenafweging in het kader van de evenredigheidstoets:

5.2. Het verblijfsrecht van het familie- of gezinslid

4.1.1. Voldoende middelen van bestaan

Bij het vorenstaande wordt geen genoegen genomen met inkomsten uit illegale activiteiten. Daarmee wordt met name bedoeld de situatie waarin de echtgenoot, bedoelde geregistreerd partner of derde, zijnde onderdaan van een derde land, niet rechtmatig in de Unie verblijft, waardoor de door deze persoon uit arbeid verworven inkomsten illegaal zijn.

5.3.2.3. Voortzetting van verblijf bij naturalisatie

5. Familie- en gezinsleden van gemeenschapsonderdanen

Ook voor het verblijfsrecht voor langer dan drie maanden geldt voor deze familieleden, die EU- of EER-onderdaan of onderdaan van Zwitserland zijn, de verplichting tot aanmelding ter inschrijving in de vreemdelingenadministratie als opgenomen in artikel 8.12, vierde lid, Vb. Zie verder B10/2.5.2, welke van overeenkomstige toepassing is. Als het bewijs dat aan de voorwaarden voor verblijf van langer dan drie maanden wordt voldaan is geleverd, wordt de burger van de Unie ingeschreven in de vreemdelingenadministratie en wordt onmiddellijk een verklaring van inschrijving afgegeven.

Nederlanders zijn weliswaar burgers van de Unie, maar zij zijn in beginsel geen gemeenschapsonderdaan. Richtlijn 2004/38/EG is namelijk niet van toepassing op een burger van de Unie die verblijft in de lidstaat waarvan hij de nationaliteit bezit. De richtlijn beoogt derhalve niet het verblijf van een burger van de Unie in zijn eigen lidstaat te regelen. Een en ander blijkt zowel uit de tekst, de doelstelling als de inhoud van de richtlijn.

7.1. Verblijfsbeëindiging

Het vorenstaande is slechts anders indien de Nederlander gebruik heeft gemaakt van het recht op vrij verkeer. Het beroep op het gemeenschapsrecht ten behoeve van zijn familieleden kan in dat geval worden gehonoreerd indien en voor zover de aanwezigheid van het familielid noodzakelijk is voor de effectieve uitoefening van het recht op vrij verkeer door de Nederlander. In de zaken Surinder Singh (zie in dit verband B10/5.3.2.1), Eind (zie in dit verband B10/5.3.2.1) en Carpenter (zie in dit verband B10/5.3.2.2) heeft het Hof van Justitie van de EG een dergelijke noodzaak aangenomen.

7.2. Uitzetting

Het evenredigheidsbeginsel is van toepassing (zie artikel 3:4 Awb). In voorkomende gevallen beëindigt de Minister het verblijfsrecht per beschikking.

8.2.1. Grensoverschrijdende dienstverrichters

Het verblijfsrecht van familieleden, die geen EU- of EER-onderdaan of onderdaan van Zwitserland zijn, voordat zij het duurzame verblijfsrecht te verkrijgen, blijft onderworpen aan de voorwaarde dat is aangetoond dat zij werknemer of zelfstandige zijn, of voor zichzelf en hun familieleden beschikken over toereikende bestaansmiddelen om te voorkomen dat zij tijdens hun verblijf ten laste komen van het sociale bijstandsstelsel en om te garanderen dat zij beschikken over een verzekering die de ziektekosten in Nederland volledig dekt. Onder toereikende middelen wordt verstaan dat de vreemdeling beschikt over een inkomen ter hoogte van het normbedrag dat ingevolge de Wwb voor de desbetreffende categorie is vastgesteld. Het vorenstaande is eveneens van toepassing, indien het familielid gezinslid is van het reeds in Nederland gevormde gezin van een persoon die aan deze voorwaarden voldoet.

8.3. Gezinsleden van werknemers

7. Verblijfsbeëindiging en uitzetting

8.6. Reguliere verblijfsaanvraag

8.1. Werkzoekenden

3.3.2. Recht voortzetting verblijf

Aan de vreemdeling, die voor een ander doel dan het zoeken of verrichten van arbeid in loondienst in Nederland verblijft (zelfstandige, dienstenverlener, dienstenontvanger, gepensioneerde, blijvend arbeidsongeschikte, economisch niet-actieve en student), wordt door Nederland geen vrije toegang tot de Nederlandse arbeidsmarkt verleend, zolang Nederland als nationale maatregel de TWV-plicht handhaaft.

8.6. Reguliere verblijfsaanvraag

Indien de in B10/8.5 bedoelde onderdanen dan wel gezinsleden niet voor afgifte van een verblijfsdocument in aanmerking komen in het kader van B10/8.2 tot en met B10/8.4, noch in het kader van een der voorafgaande paragrafen van dit hoofdstuk, omdat zij geen verblijfsrecht aan het gemeenschapsrecht ontlenen, staat het hen vanzelfsprekend vrij om een aanvraag in te dienen tot het verlenen, verlengen of wijzigen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder beperkingen, verband houdende met een door hen aan te geven verblijfsdoel. Zij dienen daarbij in beginsel een keuze te maken uit de verblijfsdoelen, omschreven in artikel 3.4, eerste lid, Vb. Daarbij is het gestelde in B1/2.1 van toepassing, alsmede het gestelde in de desbetreffende materiehoofdstukken, afhankelijk van het aangegeven verblijfsdoel.

3.1. Begunstigde

4.2.1. Twee jaar rechtmatig verblijf

Turkse werknemers die werkzaam zijn in het internationaal verkeer als chauffeur, zijn doorgaans in het bezit van een visum (een zogenoemde ‘multiple entry visum’) en niet in het bezit van een verblijfsvergunning. Dat betekent niet dat daardoor geen sprake is van legale arbeid (zie hierbovengenoemde zaak Bozkurt). Immers, het bezit van een verblijfsvergunning is slechts een bevestiging van een rechtstreeks door het Associatiebesluit 1/80 toegekend recht en is derhalve geen voorwaarde voor ‘legale arbeid’. De door de Turkse chauffeur verrichte werkzaamheden moeten wel verricht zijn op grond van een TWV.

Jaarlijkse vakanties en perioden van afwezigheid wegens zwangerschap, arbeidsongeval of kortdurende ziekte worden gelijkgesteld met tijdvakken van legale arbeid.

4.2. Waarborgen

4.3. Aantekening in de identiteitspapieren

8. Het Nederlands-Amerikaans Vriendschapsverdrag

8.1. Verblijfsvoorwaarden

Hier wordt aangesloten bij de lijst van besmettelijke ziekten die als bijlage bij het Vb is gevoegd.

7.1.1. Verblijfsvoorwaarden

6.3.3. Vestiging

6.3.2. Arbeid in loondienst

6.3.3. Vestiging

9. Het Verdrag van handel en scheepvaart tussen Nederland en Japan

10.2. Repatriëring en bijstand

7.1. Verblijf van werknemers

11.1. Begunstigde

9. Het Verdrag van handel en scheepvaart tussen Nederland en Japan

12.4. Tijdelijke arbeidsongeschiktheid en werkloosheid

Partij bij het Verdrag zijn: Nederland, Frankrijk, Italië, Noorwegen, Portugal, Spanje, Turkije en Zweden.

16.2.1. Beperking, (arbeidsmarkt)aantekeningen en voorschrift

13.1. Belang

Artikel 9 houdt onder meer in dat een kind niet wordt gescheiden van zijn ouders tegen hun wil en schept procedurele waarborgen.

2. Personeel van ambassades en consulaten, alsmede de gezinsleden

3.2. Werkzaam zonder een geprivilegieerde verblijfsstatus

2.2. Duurzaam verblijvend personeel

2.1.1. Algemeen

Voor ‘zelfstandig’: zie artikel 3.73 Vb en B1/4.3.1. Voor ‘voldoende’: zie artikel 3.74 Vb en B1/4.3.3. Ten aanzien van de duurzaamheid van de middelen geldt ingevolge artikel 3.93, tweede lid, Vb een afwijkende bepaling. De middelen van bestaan zijn duurzaam indien zij op het tijdstip waarop de aanvraag werd ingediend of waarop de beschikking wordt gegeven, of enig tussenliggend moment nog gedurende ten minste één jaar beschikbaar zijn.

3.1.5. Inleveren identiteitsbewijs geprivilegieerden

3.3.4. Verblijfsvoorwaarden

3.3.3. Gezinsleden

3.3.4. Verblijfsvoorwaarden

3.2. Werkzaam zonder een geprivilegieerde verblijfsstatus

3.3.7. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift

14. Ambtshalve verlening van een verblijfsvergunning regulier

2.1. Algemeen

3.4.1. Verblijfsdocument

2.4.3. Leeftijdsonderzoek

2.3.2. Frustreren van het onderzoek naar adequate opvang

2.5.4. Herhaald onderzoek naar adequate opvang

2.6.4. Geldigheidsduur van de verblijfsvergunning

2.9. De verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd

3. Vreemdelingen die buiten hun schuld niet kunnen vertrekken

2.10.3.2. Uitgeprocedeerde minderjarigen

3.2.3. Vrijstelling mvv

3.2.4. Ontheffing van het paspoortvereiste

3.4. Procedurele bepalingen

3. Vreemdelingen die buiten hun schuld niet kunnen vertrekken

3.8. Intrekking en niet-verlenging van de verblijfsvergunning

De verblijfsvergunning onder de beperking ‘verblijf als vreemdeling die buiten schuld niet uit Nederland kan vertrekken’ kan hetzij ambtshalve, hetzij op aanvraag worden verleend.

De verblijfsvergunning wordt verleend onder de beperking ‘verblijf als vreemdeling die buiten zijn schuld niet uit Nederland kan vertrekken’. De arbeidsmarktaantekening luidt: ‘arbeid uitsluitend toegestaan indien de werkgever beschikt over een TWV’.

In onderdeel a is neergelegd dat niet in aanmerking wordt genomen de periode waarin de vreemdeling al rechtmatig verblijf had op grond van een verblijfsvergunning, als gemeenschapsonderdaan of als vreemdeling die verblijfsrecht ontleent aan het Associatiebesluit 1/80. Dat betekent dat het verlenen van een verblijfsvergunning, van welke aard ook (met name regulier, voor bepaalde of onbepaalde tijd), of de vaststelling dat de vreemdeling een verblijfsrecht ontleent aan het gemeenschapsrecht of het Associatiebesluit 1/80 de opbouw van de relevante tijd stopt. De gehele geldigheidsduur van de verblijfsvergunning telt niet mee, ook al wordt de verblijfsvergunning verleend met ingang van een datum die ligt voor de datum waarop de beschikking, strekkende tot verlening, is genomen. Let wel: in zaken waarin het relevante tijdsverloop moet worden beoordeeld naar de stand van zaken vóór 1 april 2001, en dus moet worden vastgesteld of de driejarentermijn is volgelopen vóór 1 april 2001, is dit op grond van een uitspraak van de Rechtseenheidskamer van de Rechtbank ’s-Gravenhage van 1 november 2000 anders. Indien de vreemdeling in de loop van de procedure reeds in het bezit is gesteld van een andere verblijfstitel ongeacht de vraag of deze verblijfstitel naar zijn aard tijdelijk is of niet, telt die periode niet mee in de opbouw van het relevante tijdsverloop voor de nog openstaande procedure. Buiten beschouwing blijft derhalve de periode vanaf de datum waarop de vreemdeling of diens gemachtigde kennis neemt van de beslissing waarbij de vreemdeling een verblijfstitel wordt toegekend tot en met de datum waarop de vreemdeling of diens gemachtigde kennis neemt van de beslissing waarbij de verblijfstitel wordt ingetrokken dan wel, bij niet verlenging van de geldigheidsduur van deze verblijfstitel, de expiratiedatum daarvan. Bij verzending per post wordt de dag na de verzending als dag van ontvangst gezien, tenzij deze dag valt op een zondag of een algemeen erkende feestdag. In dit laatste geval wordt de dag van ontvangst geacht te zijn de eerstvolgende dag die niet een zondag of algemeen erkende feestdag is. Ter verduidelijking wordt opgemerkt dat in deze gevallen in twee stappen gekeken wordt naar de driejarentermijn. Eerst wordt bepaald aan de hand van de lijn van bovengenoemde uitspraak – het feitelijk bezit van de verblijfsvergunning – op welke datum de vreemdeling drie jaar relevant tijdsverloop heeft opgebouwd. Indien deze termijn volloopt vóór 1 april 2001, dan is in ieder geval voldaan aan één van de voorwaarden van het driejarenbeleid en kan, indien aan de overige voorwaarden van dit hoofdstuk is voldaan, een verblijfsvergunning worden verleend. Indien de termijn, op deze wijze berekend, volloopt op of ná 1 april 2001 dan geldt de hoofdregel dat de gehele periode van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning niet wordt meegeteld.

4.4.3. Onderbrekingen van de termijn

Zie C4/2.5 voor toepassing van deze grond.

5.2. Voorwaarden

B9/2 is van overeenkomstige toepassing. In afwijking van de algemene voorwaarden genoemd in artikel 16 Vw wordt de aanvraag niet afgewezen indien zich een situatie voordoet als genoemd in B9/2 onder c. Voorts geldt dat als op het moment van ambtshalve beslissen de strafzaak door het OM is geseponeerd of tegen de uitspraak van de rechtbank in het proces tegen de verdachte geen beroep is ingesteld danwel het gerechtshof uitspraak heeft gedaan, de verblijfsvergunning niet wordt verleend.

5.4. Procedurele bepalingen

Voor de toepassing van dit beleid wordt een bezwaarschrift of een beroepschrift (indien geen bezwaar mogelijk was) tegen de intrekking van een verblijfsvergunning gelijkgesteld met een aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van deze vergunning. In deze gevallen gaat de termijn lopen vanaf de datum van ontvangst van het rechtsmiddel. Let wel, deze procedure staat los van de procedure omtrent de aanvraag van de verblijfsvergunning. Het tijdsverloop van de oorspronkelijke procedure mag niet worden opgeteld bij het tijdsverloop van de intrekkingprocedure.

Er wordt geen tijdsverloop meer opgebouwd vanaf de datum waarop de beslissing rechtens onaantastbaar wordt. Daarvan zal in beginsel sprake zijn vier weken na de datum waarop de beslissing, met inachtneming van de artikelen 3:40 en 3:41 Awb in werking treedt, als de vreemdeling tenminste binnen de daarvoor gestelde termijn geen beroep heeft ingesteld tegen deze beslissing.

5.5. De verlening van de verblijfsvergunning

Indien de vreemdeling verzet doet tegen de uitspraak in (hoger) beroep wordt geen tijdsverloop opgebouwd vanaf de datum waarop het verzetschrift ontvangen is, tenzij het verzet gegrond wordt verklaard en het (hoger) beroep vervolgens alsnog gegrond wordt verklaard met een (partiële) vernietiging van de beslissing zonder instandhouding van de rechtsgevolgen ervan.

5.5.1. Beperking en arbeidsmarktaantekening

B9.7.2 is van overeenkomstige toepassing.

5.5.3. Geldigheidsduur van de verblijfsvergunning

Het besluitmoratorium kan in een individueel geval nooit langer zijn dan een jaar. Na afloop van de periode van het besluitmoratorium zal de opbouw van de relevante termijn verder gaan.

In onderdeel d is bepaald dat indien de vreemdeling gegevens of bescheiden heeft overgelegd waarnaar onderzoek heeft moeten plaatsvinden, terwijl achteraf blijkt dat die in redelijkheid niet tot inwilliging van de aanvraag zouden hebben kunnen leiden, deze periode niet meetelt voor de opbouw van de driejarentermijn. De noodzaak tot het verrichten van onderzoek wordt dan beschouwd als voort te vloeien uit een handeling van de vreemdeling, waardoor de extra proceduretijd die met het onderzoek gemoeid is voor rekening van de vreemdeling komt.

4.5. Aard van de verblijfsvergunning

Op grond van artikel 3.61 Vb (zoals dat luidde vóór 15 mei 2004) kon de verblijfsvergunning onder een beperking verband houdend met het feit dat na drie jaren niet onherroepelijk is beslist op een asielaanvraag, worden verleend voor vijf jaren. De verblijfsvergunning kon op grond van artikel 3.6 Vb (zoals dat luidde vóór 15 mei 2004) ambtshalve worden verleend. Beide bepaling worden nog toegepast in die gevallen waarin op grond van het overgangsrecht een verblijfsvergunning op grond van het driejarenbeleid wordt verleend.

De arbeidsmarktaantekening luidt: ‘arbeid vrij toegestaan; TWV niet vereist’.

Tevens worden aangemerkt als kennismigrant vreemdelingen die in Nederland worden tewerkgesteld in het kader van het doen van wetenschappelijk onderzoek in dienst van een bekostigde of aangewezen onderwijsinstelling of een van overheidswege direct of indirect, geheel of gedeeltelijk bekostigde of gesubsidieerde onderzoeksinstelling, of als arts in opleiding tot specialist bij een door de Medisch Specialisten Registratie Commissie, de Sociaal-Geneeskundigen registratie Commissie of de Huisarts en Verpleeghuisarts Registratie Commissie aangewezen opleidingsinstituut. Voor hen geldt geen looncriterium.

5.3. Afwijzingsgronden

B9/2 is van overeenkomstige toepassing. In afwijking van de algemene voorwaarden genoemd in artikel 16 Vw wordt de aanvraag niet afgewezen indien zich een situatie voordoet als genoemd in B9/2 onder c. Voorts geldt dat als op het moment van ambtshalve beslissen de strafzaak door het OM is geseponeerd of tegen de uitspraak van de rechtbank in het proces tegen de verdachte geen beroep is ingesteld danwel het gerechtshof uitspraak heeft gedaan, de verblijfsvergunning niet wordt verleend.

5.4.1. Ambtshalve toets

De toetsing is ex nunc. Van belang is niet de situatie op het moment van indienen van de aanvraag, noch die op het moment waarop aangifte is gedaan, maar die op het moment van het ambtshalve beslissen.

5.5. De verlening van de verblijfsvergunning

5.5.3. Geldigheidsduur van de verblijfsvergunning

5.5.3. Geldigheidsduur van de verblijfsvergunning

4.2. Verzoek om advies

B9.8 is van overeenkomstige toepassing.

15. Kennismigranten

De werkgever vult het formulier elektronisch in en verzendt het ingevulde en ondertekende formulier (de printversie), vergezeld van de vereiste stukken, per post naar het loket kennis- en arbeidsmigratie van de IND.

2. Samenhang Vw en de Wav

4.3. Aanvraag om een verblijfsvergunning

Voor de definiëring van kennismigranten is in het Besluit uitvoering Wav gekozen voor een éénduidig en objectief criterium, namelijk het looncriterium (zie B15/5.1).

4.3. Aanvraag om een verblijfsvergunning

Voorts worden aangemerkt als kennismigrant vreemdelingen die niet langer dan één jaar na het afronden van een hogere beroepsopleiding of een wetenschappelijke studie in Nederland worden tewerkgesteld op basis van een arbeidsovereenkomst of een ambtelijke aanstelling en een bruto jaarloon verdienen dat ten minste gelijk is aan het geldende looncriterium voor afgestudeerde buitenlandse studenten. Voor bijzondere bepalingen met betrekking tot het looncriterium voor afgestudeerde buitenlandse studenten wordt verwezen naar B15/5.1.

Tevens worden aangemerkt als kennismigrant vreemdelingen die in Nederland worden tewerkgesteld in het kader van het doen van wetenschappelijk onderzoek in dienst van een bekostigde of aangewezen onderwijsinstelling of een van overheidswege direct of indirect, geheel of gedeeltelijk bekostigde of gesubsidieerde onderzoeksinstelling, of als arts in opleiding tot specialist bij een door de Medisch Specialisten Registratie Commissie, de Sociaal-Geneeskundigen registratie Commissie of de Huisarts en Verpleeghuisarts Registratie Commissie aangewezen opleidingsinstituut. Voor hen geldt geen looncriterium.

4. De procedurele aspecten

Aan vreemdelingen die voldoen aan het looncriterium dan wel aan de kwalificatie van wetenschappelijk onderzoeker of arts in opleiding tot specialist kan verblijf als kennismigrant worden toegestaan mits de werkgever bij wie zij in dienst treden op grond van een ondertekende verklaring (zie bijlage 12a VV), is toegelaten tot de kennismigrantenregeling. Zie voor deze verklaring B15/4.1.

Als de gezinsleden nareizen nadat de vreemdeling die verblijf als kennismigrant beoogt een aanvraag heeft ingediend, doen deze gezinsleden, zijnde de echtgeno(o)t(e) of (geregistreerd) partner en de minderjarige kinderen, met het daarvoor bestemde aanvraagformulier ter verlening van een verblijfsvergunning regulier voor nareizende gezinsleden, een aanvraag. Voor de behandeling van alle aanvragen van gezinsleden van kennismigranten geldt een streeftermijn van twee weken. Daarbij is de IND afhankelijk van buiten de IND gelegen procedures, zoals de verplichte inschrijving van het huwelijk in de GBA, die moeten zijn afgerond voordat de IND een beslissing kan nemen op de aanvraag.

4.3.2. TBC-verklaring

Als de gezinsleden nareizen nadat de vreemdeling die verblijf als kennismigrant beoogt een aanvraag heeft ingediend, doen deze gezinsleden, zijnde de echtgeno(o)t(e) of (geregistreerd) partner en de minderjarige kinderen, met het daarvoor bestemde aanvraagformulier ter verlening van een verblijfsvergunning regulier voor nareizende gezinsleden, een aanvraag. Voor de behandeling van alle aanvragen van gezinsleden van kennismigranten geldt een streeftermijn van twee weken. Daarbij is de IND afhankelijk van buiten de IND gelegen procedures, zoals de verplichte inschrijving van het huwelijk in de GBA, die moeten zijn afgerond voordat de IND een beslissing kan nemen op de aanvraag.

Slechts werkgevers die in Nederland gevestigd zijn, kunnen een beroep op de kennismigrantenregeling doen. De regeling is niet van toepassing op werkgevers die in het buitenland gevestigd zijn, tenzij tevens sprake is van een vestiging in Nederland. De verklaring dient steeds door de in Nederland gevestigde werkgever te worden ondertekend.

4.3.2. TBC-verklaring

In deze verklaring geeft de werkgever garanties met betrekking tot onder meer de volledigheid van het verzoek om advies in verband met de afgifte van een mvv of de aanvraag om een verblijfsvergunning die hij ten behoeve van of namens de kennismigrant indient, het voldoen aan de voorwaarden voor verblijf als kennismigrant door de vreemdeling en het niet ten koste komen van de Nederlandse Staat van het verblijf van kennismigranten. Daarnaast neemt de werkgever de verplichting op zich de IND te informeren zodra de situatie van de werknemer zich wijzigt. Doordat de werkgever een aantal verplichtingen op zich neemt, wordt de IND in staat gesteld de aanvragen om verblijf als kennismigrant via een versnelde procedure af te doen.

4.3.2. TBC-verklaring

Als de werkgever verzuimt deze stukken samen met de verklaring te overleggen, worden deze ten behoeve van een versnelde behandeling van verzoeken om advies of aanvragen van kennismigranten die de werkgever in dienst wil nemen, alsnog overgelegd bij het eerste verzoek om advies in verband met de afgifte van een mvv of bij de eerste aanvraag ter verlening van een verblijfsvergunning. De – alsnog – overgelegde stukken worden bij de beoordeling van het verzoek om advies of de verblijfsaanvraag betrokken.

Als de stukken niet of niet volledig zijn overgelegd dan wel de inhoud van de stukken daartoe aanleiding geeft, kan de IND nader onderzoek (laten) doen naar de werkgever. De gebruikelijke behandeltermijn van twee weken is in het geval van nader onderzoek niet van toepassing.

Van startende ondernemingen kan niet worden verwacht dat zij een verklaring omtrent betalingsgedrag, afgegeven door de Belastingdienst, overleggen, aangezien het bedrijf nog geen (belasting) verleden in Nederland heeft. Verblijf als kennismigrant bij startende ondernemingen is evenwel mogelijk in de navolgende situaties en onder de daarbij genoemde voorwaarden. Verblijf als kennismigrant kan worden toegestaan bij:

Bij vreemdelingen die een bedrijf uitoefenen op grond van een verblijfsvergunning voor het verrichten van arbeid als zelfstandige, kan verblijf als kennismigrant worden toegestaan. In het geval het bedrijf van deze vreemdeling een startende onderneming is, gelden voor wat betreft verblijf van vreemdelingen als kennismigrant bij dat bedrijf, de hierboven genoemde voorwaarden die van toepassing zijn op startende ondernemingen.

De IND verstrekt een negatief advies aan de werkgever dan wel wijst de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning af als niet aannemelijk is dat de werkgever de in de overgelegde verklaring neergelegde verplichtingen zal (kunnen) nakomen.

5.1. Het looncriterium

De verklaring dient elektronisch door de werkgever te worden ingevuld. De door de werkgever ingevulde en ondertekende verklaring (de printversie) dient, met de hierboven vermelde stukken, door de werkgever per post te worden verzonden naar het op de verklaring vermelde adres van de IND.

21.2. Aanvraagprocedure

De IND beschouwt een afschrift van de overlijdensakte als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de huwelijks- of (geregistreerd) partner, ouder, adoptie- of pleegouder van de vreemdeling is overleden.

21.2. Aanvraagprocedure

21.2. Aanvraagprocedure

21.5. Beperking, arbeidsmarktaantekening, geldigheidsduur en vrijstelling mvv

2.2.1.5. Legale arbeidsmarkt

In aanvulling op artikel 8.12, tweede lid, Vb gaat de IND ingeval van werkloosheid uit van onvrijwillige werkloosheid tenzij door de gemeentelijke sociale dienst of het UWV genoegzaam is vastgesteld dat hier geen sprake van is

3. Internationale Verdragen

3.3. Europees Verdrag inzake de rechtspositie van migrerende werknemers

4.4. Ontzegging of beëindiging rechtmatig verblijf

2.4. Pilot huisvesting Akense niet-EU studenten

4.3. Contra-indicaties

4.4.1. Verlies van het recht op arbeid en verblijf

2. Beleidsregels

4.1. economisch niet-actieve langdurig ingezetene

2.3. Het zoeken en verrichten van arbeid al dan niet in loondienst

De IND neemt geen ambtshalve besluit in de zin van artikel 3.6ba Vb als:

3.1. Beperking

B12. De verblijfsvergunning regulier onbepaalde tijd

4.2. vermogende vreemdeling (buitenlandse investeerder)

2.8. Intrekking verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd

5.2. Pilot huisvesting Akense niet-EU studenten

2.7.2. Terugkeeroptie

3.4.1. Aanvraagprocedure indien niet eerder een verblijfsdocument is verleend als bedoeld in paragraaf B13/2.1 Vc

2.3. Procedurele bepalingen

4.5. Document, arbeidsmarktaantekening en geldigheidsduur

3. Aanvraagprocedure terugtrekkingsakkoord duurzaam verblijfsrecht

De IND verstrekt een verblijfsdocument indien de VK-onderdaan en zijn familielid voor duurzaam verblijfsrecht op grond van artikel 15 van het terugtrekkingsakkoord in aanmerking komen en derhalve voldoen aan de artikelen 16, 17 en 18 van de richtlijn 2004/38/EG, nader uitgewerkt in de artikelen 8.17 t/m 8.25 Vb en de beleidsregels als bedoeld in het deel van paragraaf B10/2 Vc dat ziet op de artikelen 8.17 t/m 8.25 Vb.

2.1.2. (Voorlopige) inschrijving aan de onderwijsinstelling

3.2. Contra-indicaties

4.2. Voorwaarden voor voortzetting van het recht om na de overgangsperiode op grond van het terugtrekkingsakkoord een economische activiteit als grensarbeider in Nederland uit te oefenen

4.4. Aanvraagprocedure

7. Gezinshereniging en -vorming

8. Verandering van opleiding of onderwijsinstelling

6. Beperkingen, arbeidsmarktaantekeningen en voorschriften

2.1. Inleiding

7.3. Beperkingen, arbeidsmarktaantekeningen en voorschrift

De particuliere uitwisselingsorganisatie moet kunnen bevestigen dat het programma daadwerkelijk tweezijdig werkt (zie B7/1.1).

4.1. Inleiding

4.1. Inleiding

4.4. Beperking

5.1. Inleiding

4.9. Indiening aanvraag verblijfsvergunning in land van herkomst

Op grond van artikel 3.46, eerste lid, Vb, moet aan drie cumulatieve voorwaarden zijn voldaan alvorens voor dit doel verblijf wordt toegestaan:

2.1.1. Een jaar direct voorafgaande aan de aanvraag

3.2. Bedenktijdfase

3.2.1. Opschorting van de verwijdering

Het Nationaal Agentschap voor het EVS is ondergebracht bij het Nederlands Jeugdinstituut (NJi).De jongeren doen vrijwilligerswerk in Nederland in lokale organisaties, de zogenaamde gastorganisaties. Deze organisaties worden door het NJi geaccrediteerd. Dit houdt in dat het NJi de organisatie en de inhoud van het geboden vrijwilligerswerk beoordeelt. Ook wordt bij de beoordeling betrokken of de organisatie in staat is de jongeren goed te begeleiden en de praktische zaken te regelen, zoals huisvesting, voeding en vervoer. Het Nederlands Jeugdinstituut is opgenomen in de lijst met uitwisselingsorganisaties.

5.2. Aard van het verblijf en de werkzaamheden

5.4. Beperking

3.1. Bewijslast medische omstandigheden

1.1. Inleiding

3.1. Bewijslast medische omstandigheden

3.3.1. Procedure toestemmingsverklaring

2. Voorwaarden verblijfsvergunning slachtoffer-aangever

De in Nederland verblijvende of meereizende gezinsleden van een houder van een verblijfsvergunning regulier bepaalde tijd voor het ondergaan van medische behandeling kunnen op grond van artikel 3.13, tweede lid, Vb in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning regulier voor verblijf bij de hoofdpersoon tijdens diens medische behandeling. Dit beleid heeft betrekking op de volgende gezinsleden:

12. Analoge toepassing van artikel 64 Vw in afwachting van definitieve besluitvorming

11. Artikel 64

3. Procedurele bepalingen slachtoffer

3. Procedurele bepalingen slachtoffer

4.2.3. Medisch onderzoek

4.2.4. Rechtshulp

6.1. Aangifte wordt ambtshalve aangemerkt als aanvraag

6.2. Opschorting van de verwijdering

6.3. Meldplicht

4.2.2. Opvang

4.3. Wens tot vertrek na aangifte

9.2. Getuige-aangever

1.3. Partijen bij de Overeenkomst betreffende de EER

1.6. Terminologie

3.3.1. Werknemers

1.5. Definitie gemeenschapsonderdanen

1.4. De Overeenkomst EG-Zwitserland

Aan vreemdelingen als hier bedoeld wordt voor de duur van een jaar een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd verleend op grond van artikel 3.4, derde lid, Vb met de beperking ‘conform beschikking Minister’. De arbeidsmarktaantekening luidt: ‘arbeid vrij toegestaan’.

1.3. Partijen bij de Overeenkomst betreffende de EER

2.5.3. Duurzaam verblijfsrecht

2. Algemeen

2.2. Mvv-vereiste

2.5.1. Verblijfsrecht van maximaal drie maanden

3. Economisch actieven

4. Economisch niet-actieven

4.2.3. Recht op studiefinanciering

5.1. Samenwoningvereiste

Het verschil met de (andere) economisch niet-actieven, die als regel langere tijd of permanent in Nederland beogen te verblijven, is dat verblijf voor studiedoeleinden van deze categorie studenten per definitie tijdelijk van aard is, omdat het beperkt is tot de duur van de opleiding (zaak C-424/98).

5.3.2.2. Nederlandse dienstverrichters

5.2. Het verblijfsrecht van het familie- of gezinslid

5.4.3. Familielid onderdaan derde land

4.2. Waarborgen

5.3.2.1. Terugkeer naar Nederland

8.2.1. Grensoverschrijdende dienstverrichters

3.5. Verlies van opgebouwde rechten

3. Associatieovereenkomst EG en Turkije, besluit nr. 1/80

8.6. Reguliere verblijfsaanvraag

6. Het Nederlands-Zwitserse Traktaat

3.4.1. Nationaal recht

4.2. Waarborgen

5.1. Begunstigde

5.1. Begunstigde

4.1. Begunstigde

10.2. Repatriëring en bijstand

Zulks is niet meer dan al geldt ingevolge de algemene regels inzake verblijfsbeëindiging op grond van openbare orde (zie B1/4.4).

Het dient te gaan om eigen kapitaal, niet om geleend geld. Het belegde ‘aanzienlijk kapitaal’ dient op peil te worden gehouden. Dit houdt in dat het kapitaal nooit lager mag zijn dan het voor de desbetreffende ondernemingsvorm geldende minimum. De vreemdeling dient ter staving van zijn aanvraag recente cijfers over te leggen die zijn gecontroleerd door een daartoe bevoegde externe deskundige.

6.1. Inleiding

8.2. Arbeid in loondienst

8. Het Nederlands-Amerikaans Vriendschapsverdrag

7.2.2. Beperking, (arbeidsmarkt)aantekeningen en voorschrift

10.3. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift

12.2. Verblijfsvoorwaarden migrerende werknemer

10. Europees verdrag betreffende sociale en medische bijstand

13.1. Belang

12.2. Verblijfsvoorwaarden migrerende werknemer

2.1.2.2. Verblijfsvoorwaarden gezinsleden ex-geprivilegieerden

17.2. Bewijs staatloosheid

2.2.1.2. Verblijfsvoorwaarden gezinsleden

1. Inleiding

3.1. Werkzaam met een geprivilegieerde verblijfsstatus

3.3.5. Verblijfsdocument

3.2.1. Verblijfsvoorwaarden

3.4.1. Verblijfsdocument

3.2.2. Beperkingen, arbeidsmarktaantekeningen en voorschriften

3.4.3. Beperking, arbeidsmarktaantekening en voorschrift

3.4.1. Verblijfsdocument

2.1. Algemeen

3.4.2. Registratie

2.2.2. Alleenstaand

2. Voorwaarden familiebezoek

2.4. Procedurele bepalingen

2.4.2. Toetsing ex nunc

2.10.3.3. Uitgeprocedeerde meerderjarigen

3.1. Algemeen

2.10.2. Bijzonder overgangsrecht voor achttienjarigen

3.2.2.2. Uitgeprocedeerde Amv’s

3.4.2. Ambtshalve verlening

3.1. Algemeen

3.5.1. Beperking en arbeidsmarktaantekening

3.2.4. Ontheffing van het paspoortvereiste

3.6.1. Gezinshereniging en -vorming in geval van medische aspecten

3.7. Verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning

De verlening van een verblijfsvergunning asiel houdt in dat de vreemdeling heeft gekregen waarom hij heeft gevraagd, en daarmee komt een einde aan de procedure.

5.7. Intrekken van de verblijfsvergunning

In de toelichting op artikel 3.6 Vb werd aangegeven dat in het geval de in dit artikel bedoelde vergunning niet ambtshalve wordt verleend en de vreemdeling zich daar niet mee kan verenigen, deze de eventuele gronden tegen de niet-verlening van de hier bedoelde verblijfsvergunning bij voorkeur in beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag aanvoert. Dit is van belang voor de voortgang van de verblijfsrechtelijke procedure en de samenhang met de asielprocedure.

4.6. Beperking en arbeidsmarktaantekeningen

Voor de definiëring van kennismigranten is in het Besluit uitvoering Wav gekozen voor een éénduidig en objectief criterium, namelijk het looncriterium (zie B15/5.1).

Asielzoekers kunnen aangifte doen van mensenhandel of op andere wijze medewerking verlenen aan het opsporings- of vervolgingsonderzoek hangende de asielprocedure. In hoofdstuk B9 is uitgewerkt onder welke voorwaarden in dat geval een verblijfsvergunning onder een beperking verband houdend met de vervolging van mensenhandel kan worden verleend. De asielzoeker kan bij het doen van de aangifte terzake mensenhandel of het op andere wijze medewerking verlenen aan een strafrechtelijk opsporings- of vervolginsonderzoek echter ook aangeven eerst de inhoudelijke beoordeling van zijn asielaanvraag te wensen (zie Model M55a). In geval van een afwijzing van de asielaanvraag kan de vreemdeling ambtshalve (alsnog) in het bezit worden gesteld van een verblijfsvergunning regulier onder genoemde beperking, mits op dat moment (nog steeds) wordt voldaan aan de voorwaarden.

5.4.2. Toetsing ex nunc

B9.7.2 is van overeenkomstige toepassing.

5.5.2. Ingangsdatum van de verblijfsvergunning

Indien de verlening plaatsvindt naar aanleiding van het intrekken van een verblijfsvergunning asiel, ligt de ingangsdatum niet voor de datum van de intrekking van de verblijfsvergunning asiel.

4.2. Verzoek om advies

Als het loket kennis- en arbeidsmigratie van de IND de volledig ingevulde en ondertekende verklaring, vergezeld van de hierboven genoemde stukken heeft ontvangen, stuurt het loket de werkgever een ontvangstbevestiging. Als de te overleggen stukken geheel of gedeeltelijk ontbreken, wordt de werkgever erop gewezen dat de ontbrekende stukken alsnog in het kader van het eerste verzoek om advies in verband van de afgifte van een mvv dan wel de eerste verblijfsaanvraag dienen te worden overgelegd. Bij de ontvangstbevestiging krijgt de werkgever een toegangscode waarmee hij op de website van de IND toegang krijgt tot:

5.7. Intrekken van de verblijfsvergunning

4.3. Aanvraag om een verblijfsvergunning

2. Samenhang Vw en de Wav

3. Kennismigranten

2. Samenhang Vw en de Wav

Uitgezonderd van verblijf als kennismigrant zijn beroepssporters in het betaalde voetbal, geestelijke voorgangers en godsdienstleraren, en vreemdelingen die werkzaamheden verrichten die geheel of ten dele bestaan uit het verrichten van seksuele handelingen met derden of voor derden.

4.3.1. Leges

De toelatingsprocedure met betrekking tot de kennismigranten behelst een versnelde procedure. Dit betekent dat de IND in de regel binnen twee weken na ontvangst van een verzoek om advies of een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning zal beslissen, mits het verzoek of de aanvraag op de voorgeschreven wijze is ingediend, is voorzien van alle vereiste stukken en geen nader onderzoek is vereist. In enkele hierna te noemen gevallen is de behandeltermijn van twee weken niet van toepassing.

4.1. De verklaring van de werkgever (bijlage 12a VV)

Om in aanmerking te komen voor de versnelde procedure voor toelating van kennismigranten, dient de werkgever een volledig ingevulde en ondertekende verklaring (zie bijlage 12a VV) in te dienen bij de IND. Het gaat hier om de verklaring, bedoeld in artikel 1d Besluit uitvoering Wav.

4.3.3. Sticker verblijfsaantekeningen algemeen

Nu de IND zich verplicht tot een versnelde procedure, is het voor de IND van belang om vast te stellen of het aannemelijk is dat de werkgever de verplichtingen die hij in de verklaring (zie artikel 3.25a VV) aangaat, ook daadwerkelijk zal (kunnen) nakomen. Daarom dient de werkgever bij de verklaring steeds de volgende stukken te overleggen:

5. Looncriterium

5. Looncriterium

De verklaring kan worden verkregen via de website van de IND, onder de kennismigrantenmodule.

5.1. Het looncriterium

Indien voor een vreemdeling bij de eerste verlening de verblijfsvergunning als kennismigrant het looncriterium voor afgestudeerde buitenlandse studenten geldt, blijft bij wijziging van werkgever en bij de verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning dit looncriterium van toepassing.

5.1.1. Bestanddelen bruto jaarloon

Voorafgaande aan de indiening van de aanvraag om een mvv bij de Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in het buitenland dient de werkgever in Nederland door middel van het formulier ‘Verzoek om advies in verband met afgifte mvv kennismigrant’ te verzoeken om een advies in verband met het voornemen van de kennismigrant om een mvv aan te vragen in het buitenland.

Het aanvraagformulier ‘Verzoek om advies in verband met afgifte mvv kennismigrant’ wordt door het hoofd IND vastgesteld en wordt alleen via de website van de IND (en wel op de kennismigrantenmodule) ter beschikking gesteld.

De werkgever vult het formulier elektronisch in en verzendt het ingevulde en ondertekende formulier (de printversie), vergezeld van de vereiste stukken, per post naar het loket kennis- en arbeidsmigratie van de IND.

Indien naar aanleiding van een verzoek van de werkgever door de IND een positief advies is verstrekt en de verschuldigde leges zijn betaald, kan aan de vreemdeling in diens land van herkomst of bestendig verblijf door de Nederlandse diplomatieke vertegenwoordiging een mvv worden afgegeven. Het doen van een mvv-aanvraag zonder dat daar een verzoek om adviesprocedure aan vooraf is gegaan, ligt, gelet op het feit dat de toelatingsprocedure bij beoogd verblijf als kennismigrant bij uitstek een referentprocedure is, niet in de rede. Vreemdelingen die zonder voorafgaande referentprocedure een mvv-aanvraag voor verblijf als kennismigrant willen indienen op een Nederlandse diplomatieke vertegenwoordiging in het buitenland, worden er door de vertegenwoordiging op gewezen dat het de voorkeur verdient dat de werkgever bij wie zij verblijf als kennismigrant beogen, een verzoek om advies ter verlening van een mvv aan de vreemdeling indient. Dat leidt slechts uitzondering wanneer in het kader van een door de werkgever gestart verzoek om adviesprocedure negatief door de IND is geadviseerd. De streeftermijn van twee weken is niet van toepassing op deze aanvragen.

De werkgever kan namens de gezinsleden, te weten de echtgeno(o)te of (geregistreerd) partner van de vreemdeling die verblijf als kennismigrant beoogt, en hun minderjarige kinderen, verzoeken om afgifte van een mvv aan de gezinsleden. De algemene bepalingen, uitgezonderd de middelen van bestaan, van de hoofdstukken B1 en B2 van de Vreemdelingencirculaire 2000 zijn van toepassing, tenzij navolgend anders is bepaald

5.1.2. Bewijsmiddelen looncriterium

Als de IND indicaties heeft dat het loon niet marktconform is, wordt een advies gevraagd aan het UWV WERKbedrijf of een bepaalde beloning wel of niet marktconform is.

4.5. Medisch onderzoek

De IND werpt het bovenstaande niet tegen bij de beoordeling van de voortzetting van het rechtmatig verblijf.

5.1. Algemeen

5.4. Voorschriften

De IND stelt de vreemdeling vooraf schriftelijk in kennis dat een beroep op de algemene middelen gevolgen kan hebben voor het verblijfsrecht. De IND doet dit door een aantekening op te nemen op:

5.2. Aantekening beroep algemene middelen

De IND stelt de vreemdeling vooraf schriftelijk in kennis dat een beroep op de algemene middelen gevolgen kan hebben voor het verblijfsrecht. De IND doet dit door een aantekening op te nemen op:

De IND verlengt de verblijfsvergunning in beginsel aansluitend aan de geldigheidsduur van de eerder verleende verblijfsvergunning, als:

8.1.1. Gelegaliseerde bescheiden

8. Bewijsmiddelen

De IND beoordeelt of de vreemdeling het hoofdverblijf, als bedoeld in artikel 18, eerste lid, aanhef en onder a, Vw, heeft verplaatst aan de hand van feiten en omstandigheden van feitelijke aard. Voor de beoordeling of sprake is van verplaatsing van het hoofdverblijf zijn de hieronder genoemde termijnen leidend, waarbij de IND rekening houdt met de intenties van de vreemdeling, voor zover die intenties blijken uit de gedragingen van de vreemdeling.

Wat ‘zo snel mogelijk’ is, beoordeelt de IND per geval, waarbij de IND rekening houdt met de moeilijkheden die de positie van de achtergelaten vreemdeling met zich heeft meegebracht.

8.3.1. Gegevens en bescheiden uit aangewezen administraties

7.1. Het indienen van rechtsmiddelen

Zie ook paragraaf B1/3.4.1.1 Vc onder het kopje ambtshalve toets.

De IND verleent geen uitstel als de besproken tolk een al gemaakte afspraak afzegt, tenzij sprake is van overmacht van de zijde van de tolk.

7.3. Het verzoek om een voorlopige voorziening

8. Bewijsmiddelen

8.1. Algemeen

Er is sprake van een in werking getreden inreisverbod als:

De IND baseert zich voor de legalisatie van buitenlandse bescheiden op de Circulaire inzake de legalisatie en verificatie van buitenlandse bewijsstukken betreffende de staat van personen (verder de Circulaire).

Op grond van artikel 24a, derde lid, Vw vraagt de IND bij de vreemdeling of de (erkende) referent gegevens en bescheiden op als:

8.2.1. Gegevens en bescheiden uit aangewezen administraties

8.3.1. Gegevens en bescheiden uit aangewezen administraties

De IND beschouwt als bewijsmiddel voor de waarborging van de continuïteit en solvabiliteit van een religieuze of levensbeschouwelijke organisatie:

8.3. Bewijsmiddelen aanvragen voor een verblijfsvergunning regulier

Dit ondernemingsplan kan aangevuld worden met bijvoorbeeld de volgende bewijsmiddelen waaruit de continuïteit en solvabiliteit blijkt:

8.3. Bewijsmiddelen aanvragen voor een verblijfsvergunning regulier

Op grond van artikel 24a Vw juncto artikel 3.34l VV vraagt de IND voor de beoordeling van de verblijfsaanvraag de volgende gegevens en bescheiden op bij de aangewezen administraties:

De IND beschouwt als aanvullend bewijsmiddel, waaruit moet blijken dat de vreemdeling zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan uit arbeid als zelfstandige:

8.4. Bewijsmiddelen

9. Bestuurlijke boete

9.4. Berekening hoogte van de bestuurlijke boete

9.6. Verwijtbaarheid van de overtreding

9.8. De omstandigheden waaronder de overtreding is gepleegd en de evenredigheid

9.7. Uitwerking wettelijke verplichtingen

9.7.1. De zorgplicht

9.7.2. De informatieplicht

10.1. Geen kostenverhaal op de referent

4.3. WHS/WHP

1. Inleiding

4.4. Europees vrijwilligerswerk

2. Beleidsregels

2.1. Working Holiday Scheme (WHS) / Working Holiday Programme (WHP)

2.1.2. WHP Argentinië, Hongkong, Zuid-Korea, Japan, Taiwan en Uruguay

2.1.1. WHS/WHP Australië, Canada en Nieuw-Zeeland

Per 1 april 2020 treedt het tussen Nederland en Taiwan afgesloten MoU aangaande het WHP in werking. Dit MoU is afgesloten tussen het Netherlands Trade and Investment Office (NTIO) te Taipei en het Taipei Representative Office in the Netherlands. Jaarlijks wordt een maximum van 100 WHP-verblijfsvergunningen aan Taiwanese jongeren verstrekt door de IND. Een aanvraag kan alleen worden ingediend bij het NTIO in Taipei.

2.3. Particuliere uitwisselingsorganisaties

4.2. WHS/WHP

4.2. WHS/WHP

4.5. Europees vrijwilligerswerk

B3. Studie

4.6. Au pair

2.1. Hoger onderwijs

2.3. Pilot ‘Inkomende mobiliteit mbo4’

2.4. Middelen van bestaan

De werkzaamheden mogen verricht worden zonder TWV als de vreemdeling:

De vreemdeling die uitsluitend om studieredenen in Nederland verblijft, is niet verzekeringsplichtig in het kader van de Zorgverzekeringswet (Zvw). De vreemdeling kan dan geen basisverzekering afsluiten in Nederland.

1. Inleiding

Indien de vreemdeling zijn vooropleiding heeft genoten in het Engels en is vrijgesteld van de verplichting om een taaltest af te leggen, moet dat blijken uit een verklaring van de onderwijsinstelling.

B4. Arbeid tijdelijk

2. Lerend werken

2.1. Beleidsregels

2.1. Beleidsregels

Op grond van artikel 3.58, eerste lid, aanhef en onder k, Vb verleent de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met een geldigheidsduur van maximaal één jaar. Ook is het niet mogelijk om na verblijf als stagiair (beperking lerend werken), dat verblijf voort te zetten als praktikant (beperking lerend werken).

De IND beschouwt een door de bevoegde autoriteiten gewaarmerkt afschrift van het diploma als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de vreemdeling op het moment van de aanvraag niet langer dan twaalf maanden geleden is afgestudeerd.

3.1. Beleidsregels

3.3. Bewijsmiddelen

De IND verleent de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 3.4, vierde lid, Vb in combinatie met artikel 3.16c VV aan de vreemdeling die in Nederland wil verblijven om schepelingendienst als lid van de bemanning aan boord van een zeeschip te verrichten. De verblijfsvergunning is gekoppeld aan één specifiek schip, ook als de vergunning wordt verlengd. De verblijfsvergunning voor schepelingendienst wordt alleen verleend aan zeevarenden voor schepelingendienst op schepen die langer dan 90 dagen in de haven liggen. Het aantal zeevarenden mag in beginsel de minimumbemanning voor dat schip niet overschrijden.

3.3. Bewijsmiddelen

2.1. Beleidsregels

2.1.3. Intra-concern uitzendingen anders dan voor overplaatsing binnen een onderneming

2.2.4.1. Geldigheidsduur vergunning wegens arbeid op een mijnbouwinstallatie op het continentaal plat en arbeid op een Nederlands zeeschip

4. Arbeid als niet-geprivilegieerd militair of niet-geprivilegieerd burgerpersoneel

4.3. Bewijsmiddelen

3.1. Beperking, arbeidsmarktaantekening en geldigheidsduur

4. Arbeid als niet-geprivilegieerd militair of niet-geprivilegieerd burgerpersoneel

2.6.2. Hogere beroepskwalificaties

2.6.2. Hogere beroepskwalificaties

3.1.5. Verblijf als houder van de Europese blauwe kaart

2.5. Arbeid als zelfstandige

2.6. Houder van een Europese blauwe kaart

2.6.2. Hogere beroepskwalificaties

De IND trekt de verblijfsvergunning in als het aanzienlijk kapitaal onder het voor de ondernemingsvorm geldende minimum komt.

2.6.1. Looncriterium

3. Beperking, arbeidsmarktaantekening en geldigheidsduur

3.1.5. Verblijf als houder van de Europese blauwe kaart

3.1.3. Onderzoek in de zin van richtlijn (EU) 2016/801

3.1.1. Het zoeken naar en verrichten van arbeid al dan niet in loondienst

3.3.1. Het zoeken naar en verrichten van arbeid al dan niet in loondienst

3.3.3. Onderzoek in de zin van richtlijn (EU) 2016/801

4.3. Arbeid als kennismigrant

4.2. Het zoeken naar en verrichten van arbeid, al dan niet in loondienst

4.5. Arbeid als zelfstandige

4.6.4. Economische activiteit

4.5. Arbeid als zelfstandige

4.6.2. Diploma

De IND beschouwt een bewijs van inschrijving in het BIG-register als bewijsmiddel dat de vreemdeling in het BIG-register is geregistreerd.

De IND wijst de aanvraag voor verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning regulier bepaalde tijd onder de beperking ‘arbeid als kennismigrant’ niet af, op grond van artikel 3.30a, eerste lid, Vb, als sprake is van alle volgende omstandigheden:

2.1.1. Vrijstellingsgronden middelen van bestaan

De IND neemt blijvende en volledige arbeidsongeschiktheid als bedoeld in artikel 3.22, tweede lid, Vb aan als de referent geen uitkering op grond van de WIA, WAO, WAZ, Wet Wajong of Wajong ontvangt en als wordt voldaan aan alle volgende voorwaarden:

3.1.4. Polygamie

2.2. Referent met tijdelijk verblijfsrecht

3. Specifieke beleidsregels

2.2. Referent met tijdelijk verblijfsrecht

3.1.2. Leeftijd echtgenoten of geregistreerd partners

3.2.4. Bereiken meerderjarigheid

3.1.5. Verbreking huwelijk

3.2.5. Meetellen gezinsinkomen

3.4.1. Leeftijd van de referent

De IND wijst de aanvraag niet af wegens het niet bereid zijn een onderzoek naar of behandeling voor TBC te ondergaan en daaraan niet mee te werken.

3.7.1. Het kind maakte in het land van herkomst nog geen deel uit van het gezin van de aspirant-pleegouders

3.4.2. Alleenstaand

3.6. Buitenlandse adoptiekinderen en adoptiefkinderen

De IND maakt een onderscheid tussen buitenlandse adoptiekinderen en buitenlandse adoptiefkinderen (zie paragraaf 3.6.4).

3.7. Buitenlandse pleegkinderen

3.7.1. Het kind maakte in het land van herkomst nog geen deel uit van het gezin van de aspirant-pleegouders

3.6.2. Wobka

3.7.2.2. Aanvullende voorwaarden voor verlening van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd

3.8.2. Inmenging

3.6.4. Buitenlandse adoptiefkinderen

3.7.2.2. Aanvullende voorwaarden voor verlening van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd

De referent moet een grootouder, broer of halfbroer, zuster of halfzuster, schoonzus of zwager, of oom of tante van het pleegkind zijn.

De pleegouders hoeven geen bloed- of aanverwant te zijn van het kind.

3.7.2. Het kind behoorde in het land van herkomst feitelijk reeds tot het gezin van de pleegouders

3.8.3. Belangenafweging

3.7.3. Meetellen gezinsinkomen

3.3. Bewijsmiddelen

2. Eergerelateerd en huiselijk geweld

B8. Humanitair tijdelijk

2. Eergerelateerd en huiselijk geweld

5. Bewijsmiddelen

De IND beschouwt als de referent een uitkering op grond van de WIA of Wet Wajong ontvangt als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat hij blijvend en volledig arbeidsongeschikt is:

5. Bewijsmiddelen

De IND beschouwt als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de referent blijvend niet in staat is om aan de verplichting tot arbeidsinschakeling conform artikel 9 Pw te voldoen:

De IND beschouwt een ongehuwdverklaring uit het land van herkomst en/of het land van bestendig verblijf, als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de referent in het land van herkomst en/of het land van bestendig verblijf niet is gehuwd. De ongehuwdverklaring mag niet ouder zijn dan zes maanden.

Daarnaast beschouwt de IND ook als bewijsmiddel van huiselijk geweld:

4.2. Beperking, arbeidsmarktaantekening en geldigheidsduur

De IND verlangt niet van een minderjarige dat deze aangifte doet tegen zijn eigen ouder(s) of een melding maakt van huiselijk geweld door zijn eigen ouder(s).

1. Inleiding

2.1. Beleidsregels

6.3. Verlening en intrekking van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van het buitenschuldbeleid voor amv’s

2.2. Verlenging en intrekking

6. Amv die buiten zijn schuld niet uit Nederland kan vertrekken

2.1. Beleidsregels

4.4. Verlenging en intrekking

2.1. Beleidsregels

De vreemdeling moet aannemelijk maken dat hij zich niet aan het geweld kan onttrekken als hij zich zou vestigen in het land van herkomst. Naast geweld of dreiging van geweld in Nederland moet ook in het land van herkomst dreiging aanwezig zijn. De vreemdeling moet aannemelijk maken dat van de kant van de familieleden die in het land van herkomst wonen, dreiging voor betrokkene uitgaat.

Ad a: De IND verlangt niet van een minderjarige dat deze aangifte doet tegen zijn eigen ouder(s) of een melding maakt van huiselijk geweld door zijn eigen ouder(s).

De IND beoordeelt op basis van de inhoud van alle hiervoor genoemde bewijsmiddelen de aannemelijkheid van het gestelde huiselijk geweld.

De Commandant van de Koninklijke Marechaussee heeft dezelfde bevoegdheden als de Korpschef van de Nationale Politie voor zover indicaties van mensenhandel zich voordoen bij een vreemdeling.

EU-/EER onderdanen en Zwitserse onderdanen kunnen rechten ontlenen aan de in deze paragraaf neergelegde bepalingen voor zover zij geen rechten ontlenen aan het gemeenschapsrecht.

De IND onderscheidt drie verblijfsrechtelijke situaties met betrekking tot het tijdelijke verblijfsrecht van slachtoffers en getuige-aangevers van mensenhandel:

De bedenktijd staat niet open voor getuige-aangevers van mensenhandel.

In aanvulling op artikel 3.48, derde lid, Vb wijst de IND de aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning niet af als de vreemdeling:

Als de vreemdeling te kennen geeft aangifte te willen doen van mensenhandel en geen aangifte heeft gedaan voorafgaand aan de overdracht, kan de DTenV besluiten de overdracht naar de verantwoordelijke lidstaat doorgang te laten vinden.

4. Vreemdelingen die buiten hun schuld niet uit Nederland kunnen vertrekken

3.2. Verlenging en intrekking

4.2. Beperking, arbeidsmarktaantekening en geldigheidsduur

3.4. Afspraken ketenpartners

4.1. Beleidsregels

6. Amv die buiten zijn schuld niet uit Nederland kan vertrekken

4.4. Verlenging en intrekking

7.1.1. Algemeen

5.1. Beleidsregels

5.1. Beleidsregels

4.2. Beperking, arbeidsmarktaantekening en geldigheidsduur

Op grond van artikel 3.58, eerste lid, aanhef en onder q, Vb, verleent de IND de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van het buitenschuldbeleid met een geldigheidsduur van één jaar.

4.3. Bewijsmiddelen

5.4. Beperking, arbeidsmarktaantekening en geldigheidsduur

5.1. Beleidsregels

5. Verblijfsvergunning in het kader van remigratie op grond van de Remigratiewet

5.2. Verlenging

De IND beschouwt een geldig paspoort dat door Nederland wordt erkend als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de vreemdeling meerderjarig is.

De IND beschouwt een geldig paspoort dat door Nederland wordt erkend als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de vreemdeling meerderjarig is.

De IND plaatst in het geldig document voor grensoverschrijding de aantekening ‘in afwachting van remigratievoorzieningen’.

6. Niet-begeleide minderjarige vreemdeling die buiten zijn schuld niet uit Nederland kan vertrekken

6.4. Beperking, arbeidsmarktaantekening en geldigheidsduur

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)