Wijzigingsgeschiedenis

Wet van 26 april 2001, houdende intrekking van de Wet tegemoetkoming studiekosten en vervanging door de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten (Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten)

72 versions · 2026-01-01
2026-01-01
Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten — art. 5
2025-01-01
Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten — art. 5
2024-08-01
Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten — art. 5
2024-01-01
Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten — art. 5
2023-08-01
Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten — art. 5
2023-06-09
Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten
2023-01-01
Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten — art. 5

Wijzigingen op 2023-01-01

@@ -18,7 +18,7 @@
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
**achterstallige schuld**: achterstallige schuld als bedoeld in de [WSF 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453), berekend op grond van [artikel 6.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=6&artikel=6.3&z=2022-08-01&g=2022-08-01),
**achterstallige schuld**: achterstallige schuld als bedoeld in de [WSF 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453), berekend op grond van [artikel 6.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=6&artikel=6.3&z=2023-01-01&g=2023-01-01),
**AWIR**: [Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018472),
@@ -30,7 +30,7 @@
**havo**: hoger algemeen voortgezet onderwijs als bedoeld in [artikel 2.5 WVO 2020](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0044212&artikel=2.5),
**ho-student**: degene die hoger onderwijs volgt als bedoeld in de [artikelen 2.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=2&paragraaf=2.4&artikel=2.11&z=2022-08-01&g=2022-08-01) en [2.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=2&paragraaf=2.4&artikel=2.12&z=2022-08-01&g=2022-08-01),
**ho-student**: degene die hoger onderwijs volgt als bedoeld in de [artikelen 2.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=2&paragraaf=2.4&artikel=2.11&z=2023-01-01&g=2023-01-01) en [2.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=2&paragraaf=2.4&artikel=2.12&z=2023-01-01&g=2023-01-01),
**leerling**: scholier of vavo-student,
@@ -52,15 +52,15 @@
- b. voor een niet uit 's Rijks kas bekostigde school de verschuldigde bijdrage aan de school,
- c. voor de toepassing van [afdeling 5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=5&afdeling=5.1&z=2022-08-01&g=2022-08-01), voorzover het een uit 's Rijks kas bekostigde school betreft: het bedrag, bedoeld in [artikel 5.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=5&afdeling=5.1&paragraaf=5.1.2&artikel=5.3&z=2022-08-01&g=2022-08-01), of
- d. voor de toepassing van [afdeling 5.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=5&afdeling=5.2&z=2022-08-01&g=2022-08-01), voorzover het een uit 's Rijks kas bekostigde school betreft: de bedragen, bedoeld in [artikel 5.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=5&afdeling=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=5.10&z=2022-08-01&g=2022-08-01),
- c. voor de toepassing van [afdeling 5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=5&afdeling=5.1&z=2023-01-01&g=2023-01-01), voorzover het een uit 's Rijks kas bekostigde school betreft: het bedrag, bedoeld in [artikel 5.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=5&afdeling=5.1&paragraaf=5.1.2&artikel=5.3&z=2023-01-01&g=2023-01-01), of
- d. voor de toepassing van [afdeling 5.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=5&afdeling=5.2&z=2023-01-01&g=2023-01-01), voorzover het een uit 's Rijks kas bekostigde school betreft: de bedragen, bedoeld in [artikel 5.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=5&afdeling=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=5.10&z=2023-01-01&g=2023-01-01),
**onderwijsnummer**: door Onze Minister uitgegeven persoonsgebonden nummer, toegekend aan een persoon aan wie niet van overheidswege een burgerservicenummer is verstrekt,
**Onze Minister**: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
**partner**: degene die in het kalenderjaar waarin het school- of studiejaar aanvangt gedurende meer dan 6 maanden partner als bedoeld in [artikel 3 AWIR](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018472&artikel=3) van de aanvrager is, met dien verstande dat voor de toepassing van [hoofdstuk 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=4&z=2022-08-01&g=2022-08-01) voor «belanghebbende» gelezen wordt: TOS-ouder,
**partner**: degene die in het kalenderjaar waarin het school- of studiejaar aanvangt gedurende meer dan 6 maanden partner als bedoeld in [artikel 3 AWIR](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018472&artikel=3) van de aanvrager is, met dien verstande dat voor de toepassing van [hoofdstuk 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=4&z=2023-01-01&g=2023-01-01) voor «belanghebbende» gelezen wordt: TOS-ouder,
**peiljaar**: tweede jaar voorafgaand aan het jaar waarin het schooljaar of studiejaar aanvangt,
@@ -76,7 +76,7 @@
**tegemoetkoming**: door Onze Minister verstrekte toekenning in verband met het volgen van een opleiding in het onderwijs waarop uitsluitend op grond van deze wet aanspraak bestaat,
**termijnbetaling**: termijnbetaling als bedoeld in de [WSF 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453), berekend op grond van [artikel 6.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=6&artikel=6.3&z=2022-08-01&g=2022-08-01),
**termijnbetaling**: termijnbetaling als bedoeld in de [WSF 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453), berekend op grond van [artikel 6.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=6&artikel=6.3&z=2023-01-01&g=2023-01-01),
**thuiswonende leerling**: scholier of vavo-student die woont op het adres van de TOS-ouder of partner van de TOS-ouder,
@@ -88,7 +88,7 @@
**vavo**: opleiding voortgezet algemeen volwassenenonderwijs als bedoeld in [artikel 7.3.1, eerste lid, onderdeel a, WEB](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&artikel=7.3.1),
**vavo-student**: degene die vavo volgt als bedoeld in [artikel 2.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=2&paragraaf=2.3&artikel=2.10&z=2022-08-01&g=2022-08-01),
**vavo-student**: degene die vavo volgt als bedoeld in [artikel 2.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=2&paragraaf=2.3&artikel=2.10&z=2023-01-01&g=2023-01-01),
**voortgezet onderwijs**: onderwijs in de zin van de [WVO 2020](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0044212), en, tenzij anders is bepaald, speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de [WEC](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003549),
@@ -114,7 +114,7 @@
1. Een aanvraag kan worden gedaan door een leerling of ho-student.
2. Bij ministeriële regeling kan worden bepaald aan welke voorwaarden een aanvraag moet voldoen. In ieder geval wordt daarbij bepaald dat de aanvrager in de zin van [hoofdstuk 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=5&z=2022-08-01&g=2022-08-01) en zijn partner alsmede de TOS-ouder en zijn partner hun burgerservicenummer of onderwijsnummer verstrekken.
2. Bij ministeriële regeling kan worden bepaald aan welke voorwaarden een aanvraag moet voldoen. In ieder geval wordt daarbij bepaald dat de aanvrager in de zin van [hoofdstuk 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=5&z=2023-01-01&g=2023-01-01) en zijn partner alsmede de TOS-ouder en zijn partner hun burgerservicenummer of onderwijsnummer verstrekken.
##### Artikel 1.4. Minderjarigheid
@@ -152,13 +152,13 @@
Deze wet regelt de tegemoetkoming en is van toepassing indien wordt voldaan aan de voorwaarden inzake:
- a. nationaliteit als bedoeld in [artikel 2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=2.2&z=2022-08-01&g=2022-08-01),
- b. leeftijd als bedoeld in [artikel 2.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=2.3&z=2022-08-01&g=2022-08-01),
- c. onderwijssoort als bedoeld in de [paragrafen 2.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=2&paragraaf=2.3&z=2022-08-01&g=2022-08-01) en [2.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=2&paragraaf=2.4&z=2022-08-01&g=2022-08-01), en
- d. inkomen als bedoeld in [paragraaf 2.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=2&paragraaf=2.7&z=2022-08-01&g=2022-08-01).
- a. nationaliteit als bedoeld in [artikel 2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=2.2&z=2023-01-01&g=2023-01-01),
- b. leeftijd als bedoeld in [artikel 2.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=2&paragraaf=2.1&artikel=2.3&z=2023-01-01&g=2023-01-01),
- c. onderwijssoort als bedoeld in de [paragrafen 2.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=2&paragraaf=2.3&z=2023-01-01&g=2023-01-01) en [2.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=2&paragraaf=2.4&z=2023-01-01&g=2023-01-01), en
- d. inkomen als bedoeld in [paragraaf 2.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=2&paragraaf=2.7&z=2023-01-01&g=2023-01-01).
##### Artikel 2.2. Nationaliteit
@@ -170,7 +170,7 @@
- c. niet de Nederlandse nationaliteit bezit maar wel behoort tot een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen groep van personen die op het terrein van de tegemoetkoming met Nederlanders worden gelijkgesteld.
2. Voor de toepassing van de [hoofdstukken 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=4&z=2022-08-01&g=2022-08-01) en [5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=5&z=2022-08-01&g=2022-08-01) geldt in aanvulling op het eerste lid, onderdeel c, dat de aanvrager in Nederland woont, tenzij deze voorwaarde niet mag worden gesteld op grond van een verdrag of een besluit van een volkenrechtelijke organisatie. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld in verband met een goede uitvoering van dit lid.
2. Voor de toepassing van de [hoofdstukken 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=4&z=2023-01-01&g=2023-01-01) en [5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=5&z=2023-01-01&g=2023-01-01) geldt in aanvulling op het eerste lid, onderdeel c, dat de aanvrager in Nederland woont, tenzij deze voorwaarde niet mag worden gesteld op grond van een verdrag of een besluit van een volkenrechtelijke organisatie. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld in verband met een goede uitvoering van dit lid.
3. Onverminderd het eerste lid, onderdeel b, kunnen bij algemene maatregel van bestuur groepen van personen worden aangewezen voor wie de gelijkstelling, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, slechts een tegemoetkoming in de kosten van de toegang tot het onderwijs betreft. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de hoogte en de vorm van deze tegemoetkoming.
@@ -178,11 +178,11 @@
##### Artikel 2.3. Leeftijd
1. Op tegemoetkoming ingevolge [hoofdstuk 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=4&z=2022-08-01&g=2022-08-01) kan aanspraak bestaan met ingang van de eerste dag van het kwartaal volgend op het kwartaal waarin de leerling de leeftijd van 18 jaren heeft bereikt tot en met de maand waarin hij de leeftijd van 30 jaren heeft bereikt.
2. Op tegemoetkoming ingevolge [afdeling 5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=5&afdeling=5.1&z=2022-08-01&g=2022-08-01) bestaat aanspraak ongeacht de leeftijd.
3. Op tegemoetkoming ingevolge [afdeling 5.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=5&afdeling=5.2&z=2022-08-01&g=2022-08-01) kan aanspraak bestaan met ingang van de eerste dag van het kwartaal volgend op het kwartaal waarin de leerling de leeftijd van 18 jaren heeft bereikt.
1. Op tegemoetkoming ingevolge [hoofdstuk 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=4&z=2023-01-01&g=2023-01-01) kan aanspraak bestaan met ingang van de eerste dag van het kwartaal volgend op het kwartaal waarin de leerling de leeftijd van 18 jaren heeft bereikt tot en met de maand waarin hij de leeftijd van 30 jaren heeft bereikt.
2. Op tegemoetkoming ingevolge [afdeling 5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=5&afdeling=5.1&z=2023-01-01&g=2023-01-01) bestaat aanspraak ongeacht de leeftijd.
3. Op tegemoetkoming ingevolge [afdeling 5.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=5&afdeling=5.2&z=2023-01-01&g=2023-01-01) kan aanspraak bestaan met ingang van de eerste dag van het kwartaal volgend op het kwartaal waarin de leerling de leeftijd van 18 jaren heeft bereikt.
#### Paragraaf 2.2. Onderwijssoorten in de zin van hoofdstuk 3
@@ -210,7 +210,7 @@
##### Artikel 2.9. Voortgezet onderwijs
Voor tegemoetkoming ingevolge [hoofdstuk 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=4&z=2022-08-01&g=2022-08-01) kan een scholier in aanmerking komen die is ingeschreven:
Voor tegemoetkoming ingevolge [hoofdstuk 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=4&z=2023-01-01&g=2023-01-01) kan een scholier in aanmerking komen die is ingeschreven:
- a. aan een school die op grond van de [WVO 2020](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0044212), de [WEC](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003549) of de [Experimentenwet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002718) volledig en rechtstreeks uit de openbare kas wordt bekostigd, waaronder het volgen van onderwijs in de vorm van contractactiviteiten niet is mede begrepen;
@@ -224,29 +224,29 @@
##### Artikel 2.10. Vavo
Voor tegemoetkoming ingevolge [hoofdstuk 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=4&z=2022-08-01&g=2022-08-01) kan een vavo-student in aanmerking komen die is ingeschreven aan een school als bedoeld in [artikel 1.1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&artikel=1.1.1) en [artikel 1.4a.1 WEB](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&artikel=1.4a.1), voorzover het betreft een opleiding vavo.
Voor tegemoetkoming ingevolge [hoofdstuk 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=4&z=2023-01-01&g=2023-01-01) kan een vavo-student in aanmerking komen die is ingeschreven aan een school als bedoeld in [artikel 1.1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&artikel=1.1.1) en [artikel 1.4a.1 WEB](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&artikel=1.4a.1), voorzover het betreft een opleiding vavo.
#### Paragraaf 2.4. Onderwijssoorten in de zin van hoofdstuk 5
##### Artikel 2.11. Lerarenopleidingen bekostigde en niet bekostigde instellingen hoger onderwijs
1. Voor tegemoetkoming ingevolge [afdeling 5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=5&afdeling=5.1&z=2022-08-01&g=2022-08-01) kan een ho-student in aanmerking komen die is ingeschreven voor het volgen van een bacheloropleiding of masteropleiding voor het beroep van leraar bij een bekostigde universiteit of hogeschool, genoemd in de [bijlage van de WHW](onbekend), dan wel bij een rechtspersoon voor hoger onderwijs als bedoeld in [artikel 1.1, onderdeel aa, WHW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=1.1), voor zover aan die opleiding accreditatie als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel q, WHW is verleend.
1. Voor tegemoetkoming ingevolge [afdeling 5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=5&afdeling=5.1&z=2023-01-01&g=2023-01-01) kan een ho-student in aanmerking komen die is ingeschreven voor het volgen van een bacheloropleiding of masteropleiding voor het beroep van leraar bij een bekostigde universiteit of hogeschool, genoemd in de [bijlage van de WHW](onbekend), dan wel bij een rechtspersoon voor hoger onderwijs als bedoeld in [artikel 1.1, onderdeel aa, WHW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=1.1), voor zover aan die opleiding accreditatie als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel q, WHW is verleend.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing gedurende de termijn, bedoeld in de [artikelen 5.21, tweede en zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=5.21), 5.33 en [6.5, tweede lid, WHW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=6.5).
##### Artikel 2.12. Post-hoger onderwijs lerarenopleidingen en didactische cursus educatie en beroepsonderwijs
Voor tegemoetkoming ingevolge [afdeling 5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=5&afdeling=5.1&z=2022-08-01&g=2022-08-01) kan een ho-student in aanmerking komen indien hij als leraar is benoemd of tewerkgesteld zonder benoeming vanwege het bezit van een geschiktheidsverklaring als bedoeld in [artikel 176b van de Wet op het primair onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003420&artikel=176b), [artikel 162e WEC](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003549&artikel=162e), [artikel 7.28 WVO 2020](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0044212&artikel=7.28), of [artikel 4.2.4, WEB](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&artikel=4.2.4).
Voor tegemoetkoming ingevolge [afdeling 5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=5&afdeling=5.1&z=2023-01-01&g=2023-01-01) kan een ho-student in aanmerking komen indien hij als leraar is benoemd of tewerkgesteld zonder benoeming vanwege het bezit van een geschiktheidsverklaring als bedoeld in [artikel 176b van de Wet op het primair onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003420&artikel=176b), [artikel 162e WEC](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003549&artikel=162e), [artikel 7.28 WVO 2020](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0044212&artikel=7.28), of [artikel 4.2.4, WEB](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&artikel=4.2.4).
##### Artikel 2.13. Voortgezet onderwijs en vavo
Voor tegemoetkoming ingevolge [afdeling 5.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=5&afdeling=5.2&z=2022-08-01&g=2022-08-01) kan een leerling in aanmerking komen indien hij is ingeschreven voor:
Voor tegemoetkoming ingevolge [afdeling 5.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=5&afdeling=5.2&z=2023-01-01&g=2023-01-01) kan een leerling in aanmerking komen indien hij is ingeschreven voor:
- a. een opleiding of een gedeelte daarvan aan een school als bedoeld in [artikel 1.1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&artikel=1.1.1) en [artikel 1.4a.1 WEB](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&artikel=1.4a.1), voor zover het betreft een opleiding vavo,
- b. een opleiding of een gedeelte daarvan aan een school als bedoeld in [artikel 2.9, onderdelen a tot en met c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=2&paragraaf=2.3&artikel=2.9&z=2022-08-01&g=2022-08-01), of
- c. een cursus als bedoeld in [artikel 2.9, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=2&paragraaf=2.3&artikel=2.9&z=2022-08-01&g=2022-08-01), met dien verstande dat deze opleidingen of een gedeelte daarvan of die cursus die leiden tot het diploma:
- b. een opleiding of een gedeelte daarvan aan een school als bedoeld in [artikel 2.9, onderdelen a tot en met c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=2&paragraaf=2.3&artikel=2.9&z=2023-01-01&g=2023-01-01), of
- c. een cursus als bedoeld in [artikel 2.9, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=2&paragraaf=2.3&artikel=2.9&z=2023-01-01&g=2023-01-01), met dien verstande dat deze opleidingen of een gedeelte daarvan of die cursus die leiden tot het diploma:
- 1°. voorbereidend wetenschappelijk onderwijs,
@@ -260,29 +260,29 @@
Geen aanspraak op tegemoetkoming bestaat indien de leerling of ho-student is ingeschreven aan een opleiding waarvan de duur, daaronder begrepen ten hoogste 12 vakantieweken, korter is dan 1 jaar.
##### Artikel 2.15. Geen aanspraak tegemoetkoming [hoofdstuk 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=4&z=2022-08-01&g=2022-08-01)
De aanspraak op tegemoetkoming van een leerling die gedurende een aaneengesloten periode van 8 weken niet aan het onderwijs heeft deelgenomen, vervalt met ingang van de eerste dag van de maand volgend op die waarin de school de afwezigheid, bedoeld in [artikel 4.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.12&z=2022-08-01&g=2022-08-01) aan Onze Minister heeft medegedeeld. De periode van 8 weken wordt verlengd met de weken waarin vanwege vakantie geen onderwijs werd verzorgd.
##### Artikel 2.16. Geen aanspraak tegemoetkoming [hoofdstuk 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=5&z=2022-08-01&g=2022-08-01)
Een ho-student heeft geen aanspraak op tegemoetkoming indien hij gedurende 24 maanden een tegemoetkoming in de zin van [afdeling 5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=5&afdeling=5.1&z=2022-08-01&g=2022-08-01) heeft ontvangen of indien 48 maanden zijn verlopen gerekend vanaf de maand waarover de tegemoetkoming voor het eerst is toegekend.
##### Artikel 2.17. Aanspraak tegemoetkoming [hoofdstuk 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=4&z=2022-08-01&g=2022-08-01)
Een leerling die onderwijs volgt als bedoeld in de [artikelen 2.9, onderdelen b en c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=2&paragraaf=2.3&artikel=2.9&z=2022-08-01&g=2022-08-01), of [2.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=2&paragraaf=2.3&artikel=2.10&z=2022-08-01&g=2022-08-01) heeft slechts aanspraak op tegemoetkoming indien de opleiding een studielast heeft van ten minste 850 klokuren per schooljaar die worden besteed aan het volgen van lessen of stages.
##### Artikel 2.15. Geen aanspraak tegemoetkoming [hoofdstuk 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=4&z=2023-01-01&g=2023-01-01)
De aanspraak op tegemoetkoming van een leerling die gedurende een aaneengesloten periode van 8 weken niet aan het onderwijs heeft deelgenomen, vervalt met ingang van de eerste dag van de maand volgend op die waarin de school de afwezigheid, bedoeld in [artikel 4.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.12&z=2023-01-01&g=2023-01-01) aan Onze Minister heeft medegedeeld. De periode van 8 weken wordt verlengd met de weken waarin vanwege vakantie geen onderwijs werd verzorgd.
##### Artikel 2.16. Geen aanspraak tegemoetkoming [hoofdstuk 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=5&z=2023-01-01&g=2023-01-01)
Een ho-student heeft geen aanspraak op tegemoetkoming indien hij gedurende 24 maanden een tegemoetkoming in de zin van [afdeling 5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=5&afdeling=5.1&z=2023-01-01&g=2023-01-01) heeft ontvangen of indien 48 maanden zijn verlopen gerekend vanaf de maand waarover de tegemoetkoming voor het eerst is toegekend.
##### Artikel 2.17. Aanspraak tegemoetkoming [hoofdstuk 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=4&z=2023-01-01&g=2023-01-01)
Een leerling die onderwijs volgt als bedoeld in de [artikelen 2.9, onderdelen b en c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=2&paragraaf=2.3&artikel=2.9&z=2023-01-01&g=2023-01-01), of [2.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=2&paragraaf=2.3&artikel=2.10&z=2023-01-01&g=2023-01-01) heeft slechts aanspraak op tegemoetkoming indien de opleiding een studielast heeft van ten minste 850 klokuren per schooljaar die worden besteed aan het volgen van lessen of stages.
##### Artikel 2.18. Bekendmaking bij niet voldoen aan artikel 2.17 en aanspraak op tegemoetkoming
Vervallen
##### Artikel 2.19. Aanspraak bij einde studie [hoofdstuk 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=4&z=2022-08-01&g=2022-08-01)
1. De aanspraak op tegemoetkoming ingevolge [hoofdstuk 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=4&z=2022-08-01&g=2022-08-01) vervalt met ingang van de maand die volgt op de dag waarop de leerling het laatste schooljaar met goed gevolg heeft afgesloten.
##### Artikel 2.19. Aanspraak bij einde studie [hoofdstuk 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=4&z=2023-01-01&g=2023-01-01)
1. De aanspraak op tegemoetkoming ingevolge [hoofdstuk 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=4&z=2023-01-01&g=2023-01-01) vervalt met ingang van de maand die volgt op de dag waarop de leerling het laatste schooljaar met goed gevolg heeft afgesloten.
2. Indien de leerling aansluitend aan het schooljaar dat als laatste schooljaar was aangemerkt, opnieuw dat laatste schooljaar aanvangt, ontstaat aanspraak op tegemoetkoming voor het resterende gedeelte van het kalenderjaar.
3. Indien de leerling na zijn uitschrijving voor een opleiding binnen 4 maanden opnieuw een opleiding in de zin van deze wet of van de [WSF 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453) aanvangt, blijft, in afwijking van het eerste lid, op zijn aanvraag de aanspraak op tegemoetkoming in de tussen beide opleidingen liggende periode voor ten hoogste 4 maanden bestaan. Indien dit de maanden augustus, september, oktober of november betreft, heeft de leerling die op grond van [hoofdstuk 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=4&z=2022-08-01&g=2022-08-01) nog geen tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage is toegekend en een opleiding als bedoeld in [artikel 2.9, onderdelen b tot en met d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=2&paragraaf=2.3&artikel=2.9&z=2022-08-01&g=2022-08-01), of [2.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=2&paragraaf=2.3&artikel=2.10&z=2022-08-01&g=2022-08-01), of een opleiding waarvoor aanspraak op studiefinanciering bestaat, gaat volgen, over die maanden naast een tegemoetkoming in de zin van [hoofdstuk 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=4&z=2022-08-01&g=2022-08-01) ook aanspraak op een bedrag aan tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage, ter grootte van eentwaalfde van het bedrag, bedoeld in [artikel 5, tweede lid, van de Les- en cursusgeldwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004188&artikel=5), per maand. Voor de vaststelling van de hoogte van de tegemoetkoming in die maanden wordt uitgegaan van de draagkracht, zoals die gold op 31 juli van het voorafgaande schooljaar. In afwijking van [artikel 4.10, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=4&paragraaf=4.3&artikel=4.10&z=2022-08-01&g=2022-08-01), wordt die aanvraag ingediend voor het einde van de periode van 4 maanden.
3. Indien de leerling na zijn uitschrijving voor een opleiding binnen 4 maanden opnieuw een opleiding in de zin van deze wet of van de [WSF 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453) aanvangt, blijft, in afwijking van het eerste lid, op zijn aanvraag de aanspraak op tegemoetkoming in de tussen beide opleidingen liggende periode voor ten hoogste 4 maanden bestaan. Indien dit de maanden augustus, september, oktober of november betreft, heeft de leerling die op grond van [hoofdstuk 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=4&z=2023-01-01&g=2023-01-01) nog geen tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage is toegekend en een opleiding als bedoeld in [artikel 2.9, onderdelen b tot en met d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=2&paragraaf=2.3&artikel=2.9&z=2023-01-01&g=2023-01-01), of [2.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=2&paragraaf=2.3&artikel=2.10&z=2023-01-01&g=2023-01-01), of een opleiding waarvoor aanspraak op studiefinanciering bestaat, gaat volgen, over die maanden naast een tegemoetkoming in de zin van [hoofdstuk 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=4&z=2023-01-01&g=2023-01-01) ook aanspraak op een bedrag aan tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage, ter grootte van eentwaalfde van het bedrag, bedoeld in [artikel 5, tweede lid, van de Les- en cursusgeldwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004188&artikel=5), per maand. Voor de vaststelling van de hoogte van de tegemoetkoming in die maanden wordt uitgegaan van de draagkracht, zoals die gold op 31 juli van het voorafgaande schooljaar. In afwijking van [artikel 4.10, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=4&paragraaf=4.3&artikel=4.10&z=2023-01-01&g=2023-01-01), wordt die aanvraag ingediend voor het einde van de periode van 4 maanden.
4. Het derde lid is niet van toepassing op personen die op grond van [artikel 2.12, onder b, c of d, WSF 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&artikel=2.12) het levenlanglerenkrediet, bedoeld in de [WSF 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453), ontvangen.
@@ -294,13 +294,13 @@
##### Artikel 2.21. Geen aanspraak bij aanspraak [WSF 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453)
1. De scholier, bedoeld in [hoofdstuk 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=4&z=2022-08-01&g=2022-08-01), die tevens aanspraak heeft op reguliere studiefinanciering, heeft geen aanspraak op tegemoetkoming.
2. De vavo-student, bedoeld in [hoofdstuk 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=4&z=2022-08-01&g=2022-08-01), voor wie onderwijsbijdrage is verschuldigd en die tevens aanspraak heeft op reguliere studiefinanciering, heeft geen aanspraak op tegemoetkoming.
1. De scholier, bedoeld in [hoofdstuk 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=4&z=2023-01-01&g=2023-01-01), die tevens aanspraak heeft op reguliere studiefinanciering, heeft geen aanspraak op tegemoetkoming.
2. De vavo-student, bedoeld in [hoofdstuk 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=4&z=2023-01-01&g=2023-01-01), voor wie onderwijsbijdrage is verschuldigd en die tevens aanspraak heeft op reguliere studiefinanciering, heeft geen aanspraak op tegemoetkoming.
##### Artikel 2.22. Geen aanspraak na hoger onderwijs
De leerling heeft geen aanspraak op tegemoetkoming in de zin van [hoofdstuk 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=4&z=2022-08-01&g=2022-08-01), indien hij geen aanspraak meer heeft op prestatiebeurs in de zin van [hoofdstuk 5 WSF 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=5).
De leerling heeft geen aanspraak op tegemoetkoming in de zin van [hoofdstuk 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=4&z=2023-01-01&g=2023-01-01), indien hij geen aanspraak meer heeft op prestatiebeurs in de zin van [hoofdstuk 5 WSF 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&hoofdstuk=5).
#### Paragraaf 2.7. Inkomen
@@ -308,7 +308,7 @@
1. De tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage en in de schoolkosten is afhankelijk van de hoogte van de op grond van [artikel 7, eerste lid, AWIR](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018472&artikel=7) berekende draagkracht.
2. Volledige tegemoetkoming ingevolge de [hoofdstukken 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=4&z=2022-08-01&g=2022-08-01) en [5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=5&z=2022-08-01&g=2022-08-01) bestaat tot en met het grensbedrag van de draagkracht. Naar de maatstaf van het schooljaar of studiejaar 2012–2013 bedraagt het grensbedrag € 32 142,16 met ingang van het schooljaar 2022–2023: € 38.074,46.
2. Volledige tegemoetkoming ingevolge de [hoofdstukken 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=4&z=2023-01-01&g=2023-01-01) en [5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=5&z=2023-01-01&g=2023-01-01) bestaat tot en met het grensbedrag van de draagkracht. Naar de maatstaf van het schooljaar of studiejaar 2012–2013 bedraagt het grensbedrag € 32 142,16 met ingang van het schooljaar 2023–2024: € 38.778,84.
3. Indien het toe te kennen bedrag per aanvrager minder bedraagt dan € 10,–, wordt de tegemoetkoming op nihil gesteld.
@@ -318,11 +318,11 @@
##### Artikel 2.25. Korting op tegemoetkoming
1. De tegemoetkoming wordt verminderd met een ingevolge het derde lid en [artikel 2.27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=2&paragraaf=2.7&artikel=2.27&z=2022-08-01&g=2022-08-01) berekende korting wegens overschrijding van het grensbedrag, bedoeld in [artikel 2.23, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=2&paragraaf=2.7&artikel=2.23&z=2022-08-01&g=2022-08-01).
2. De korting wordt niet toegepast op de basistoelage, bedoeld in [artikel 4.2, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.2&z=2022-08-01&g=2022-08-01).
3. De korting is 30% van het verschil tussen de draagkracht in het peiljaar en het grensbedrag, bedoeld in [artikel 2.23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=2&paragraaf=2.7&artikel=2.23&z=2022-08-01&g=2022-08-01), tweede lid.
1. De tegemoetkoming wordt verminderd met een ingevolge het derde lid en [artikel 2.27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=2&paragraaf=2.7&artikel=2.27&z=2023-01-01&g=2023-01-01) berekende korting wegens overschrijding van het grensbedrag, bedoeld in [artikel 2.23, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=2&paragraaf=2.7&artikel=2.23&z=2023-01-01&g=2023-01-01).
2. De korting wordt niet toegepast op de basistoelage, bedoeld in [artikel 4.2, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.2&z=2023-01-01&g=2023-01-01).
3. De korting is 30% van het verschil tussen de draagkracht in het peiljaar en het grensbedrag, bedoeld in [artikel 2.23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=2&paragraaf=2.7&artikel=2.23&z=2023-01-01&g=2023-01-01), tweede lid.
4. Het kortingsbedrag voor een kalendermaand is de korting, bedoeld in het derde lid, gedeeld door 12.
@@ -334,11 +334,11 @@
##### Artikel 2.27. Verdeling kortingsbedrag wegens telkinderen
Het kortingsbedrag, bedoeld in [artikel 2.25, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=2&paragraaf=2.7&artikel=2.25&z=2022-08-01&g=2022-08-01), wordt verdeeld over het aantal telkinderen. Onder telkind wordt verstaan: iedere aanvrager die een TOS-ouder heeft waarbij die TOS-ouder of diens partner tevens de TOS-ouder is van een andere leerling die voor het desbetreffende schooljaar aanspraak heeft op tegemoetkoming in de zin van [hoofdstuk 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=4&z=2022-08-01&g=2022-08-01).
Het kortingsbedrag, bedoeld in [artikel 2.25, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=2&paragraaf=2.7&artikel=2.25&z=2023-01-01&g=2023-01-01), wordt verdeeld over het aantal telkinderen. Onder telkind wordt verstaan: iedere aanvrager die een TOS-ouder heeft waarbij die TOS-ouder of diens partner tevens de TOS-ouder is van een andere leerling die voor het desbetreffende schooljaar aanspraak heeft op tegemoetkoming in de zin van [hoofdstuk 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=4&z=2023-01-01&g=2023-01-01).
##### Artikel 2.28. Peiljaarverlegging bij terugval in inkomen
1. Op aanvraag van de aanvrager of diens partner of TOS-ouder of diens partner wordt bij toepassing van [artikel 1.8, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=1&artikel=1.8&z=2022-08-01&g=2022-08-01), indien sprake is van een terugval in inkomen over het eerste of het tweede jaar na het peiljaar,uitgegaan van dat jaar. Deze aanvraag wordt gelijktijdig gedaan met de aanvraag ingevolge de [artikelen 5.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=5&afdeling=5.1&paragraaf=5.1.3&artikel=5.5&z=2022-08-01&g=2022-08-01) of [5.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=5&afdeling=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.11&z=2022-08-01&g=2022-08-01).
1. Op aanvraag van de aanvrager of diens partner of TOS-ouder of diens partner wordt bij toepassing van [artikel 1.8, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=1&artikel=1.8&z=2023-01-01&g=2023-01-01), indien sprake is van een terugval in inkomen over het eerste of het tweede jaar na het peiljaar,uitgegaan van dat jaar. Deze aanvraag wordt gelijktijdig gedaan met de aanvraag ingevolge de [artikelen 5.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=5&afdeling=5.1&paragraaf=5.1.3&artikel=5.5&z=2023-01-01&g=2023-01-01) of [5.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=5&afdeling=5.2&paragraaf=5.2.3&artikel=5.11&z=2023-01-01&g=2023-01-01).
2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder een terugval in inkomen verstaan een vermindering van de draagkracht met ten minste 15% ten opzichte van het peiljaar, met dien verstande dat:
@@ -348,7 +348,7 @@
##### Artikel 2.29
Voor de toepassing van [artikel 1.8, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=1&artikel=1.8&z=2022-08-01&g=2022-08-01), en [artikel 2.25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=2&paragraaf=2.7&artikel=2.25&z=2022-08-01&g=2022-08-01) wordt zolang het toetsingsinkomen over het kalenderjaar waarover het toetsingsinkomen berekend wordt, het eerste of het tweede jaar na dat kalenderjaar nog niet is bepaald, door Onze Minister daarvoor in de plaats gesteld een bedrag dat het desbetreffende toetsingsinkomen zo goed mogelijk benadert.
Voor de toepassing van [artikel 1.8, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=1&artikel=1.8&z=2023-01-01&g=2023-01-01), en [artikel 2.25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=2&paragraaf=2.7&artikel=2.25&z=2023-01-01&g=2023-01-01) wordt zolang het toetsingsinkomen over het kalenderjaar waarover het toetsingsinkomen berekend wordt, het eerste of het tweede jaar na dat kalenderjaar nog niet is bepaald, door Onze Minister daarvoor in de plaats gesteld een bedrag dat het desbetreffende toetsingsinkomen zo goed mogelijk benadert.
### Hoofdstuk 3. Leerlingen tot 18 jaar in voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs
@@ -416,15 +416,15 @@
- b. tegemoetkoming in de schoolkosten.
2. Voor leerlingen als bedoeld in [artikel 2.9, onderdelen b, c en d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=2&paragraaf=2.3&artikel=2.9&z=2022-08-01&g=2022-08-01), en voor vavo-studenten als bedoeld in [artikel 2.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=2&paragraaf=2.3&artikel=2.10&z=2022-08-01&g=2022-08-01) bestaat de tegemoetkoming eveneens uit een tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage.
2. Voor leerlingen als bedoeld in [artikel 2.9, onderdelen b, c en d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=2&paragraaf=2.3&artikel=2.9&z=2023-01-01&g=2023-01-01), en voor vavo-studenten als bedoeld in [artikel 2.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=2&paragraaf=2.3&artikel=2.10&z=2023-01-01&g=2023-01-01) bestaat de tegemoetkoming eveneens uit een tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage.
##### Artikel 4.3. Basistoelage
De basistoelage is naar de maatstaf van 1 januari 2001 per kalendermaand voor een:
- a. thuiswonende leerling: € 84,59 per 1 januari 2022: € 121,81, en
- b. uitwonende leerling: € 197,21 per 1 januari 2022: € 284,01.
- a. thuiswonende leerling: € 84,59 per 1 januari 2023: € 125,07, en
- b. uitwonende leerling: € 197,21 per 1 januari 2023: € 291,62.
##### Artikel 4.4. Tegemoetkoming onderwijsbijdrage vavo en niet bekostigd onderwijs
@@ -440,7 +440,7 @@
- b. bovenbouw of overige leerjaren.
2. De bedragen van de onderscheiden tegemoetkomingen zijn opgenomen in [artikel 4.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.6&z=2022-08-01&g=2022-08-01).
2. De bedragen van de onderscheiden tegemoetkomingen zijn opgenomen in [artikel 4.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.6&z=2023-01-01&g=2023-01-01).
##### Artikel 4.6. Overzicht hoogte tegemoetkoming schoolkosten
@@ -454,15 +454,15 @@
| e. speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs | € 46,67 |
| f. vavo | € 102,89 |
met ingang van schooljaar 2022–2023:
| a. onderbouw op grond van de [WVO 2020](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0044212) bekostigd onderwijs | € 85,89 |
met ingang van schooljaar 2023–2024:
| a. onderbouw op grond van de WVO bekostigd onderwijs | € 88,19 |
| --- | --- |
| b. bovenbouw op grond van de [WVO 2020](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0044212) bekostigd onderwijs | € 94,03 |
| c. onderbouw niet volledig en rechtstreeks bekostigd vo | € 117,59 |
| d. bovenbouw niet volledig en rechtstreeks bekostigd vo | € 125,78 |
| e. speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs | € 57,05 |
| f. voortgezet algemeen volwassenen onderwijs (vavo) | € 125,78 |
| b. bovenbouw op grond van de WVO bekostigd onderwijs | € 96,55 |
| c. onderbouw niet volledig en rechtstreeks bekostigd vo | € 120,74 |
| d. bovenbouw niet volledig en rechtstreeks bekostigd vo | € 129,15 |
| e. speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs | € 58,58 |
| f. voortgezet algemeen volwassenen onderwijs (vavo) | € 129,15 |
##### Artikel 4.7. Voorschot onderwijsbijdrage vavo en niet bekostigd onderwijs
@@ -502,7 +502,7 @@
##### Artikel 4.12. Langdurige afwezigheid in het voortgezet onderwijs of vavo
1. De tegemoetkoming van de leerling die is ingeschreven aan een school als bedoeld in de [artikelen 2.9, onderdelen a, b en c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=2&paragraaf=2.3&artikel=2.9&z=2022-08-01&g=2022-08-01), of [2.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=2&paragraaf=2.3&artikel=2.10&z=2022-08-01&g=2022-08-01), of ingeschreven voor een cursus als bedoeld in [artikel 2.9, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=2&paragraaf=2.3&artikel=2.9&z=2022-08-01&g=2022-08-01), en die zonder geldige reden niet aan het onderwijs heeft deelgenomen gedurende een aaneengesloten periode van ten minste 5 weken, bestaat geheel uit lening met ingang van de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin de afwezigheid zonder geldige reden aanving. De periode van 5 weken wordt verlengd met de weken waarin vanwege vakantie geen onderwijs werd verzorgd.
1. De tegemoetkoming van de leerling die is ingeschreven aan een school als bedoeld in de [artikelen 2.9, onderdelen a, b en c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=2&paragraaf=2.3&artikel=2.9&z=2023-01-01&g=2023-01-01), of [2.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=2&paragraaf=2.3&artikel=2.10&z=2023-01-01&g=2023-01-01), of ingeschreven voor een cursus als bedoeld in [artikel 2.9, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=2&paragraaf=2.3&artikel=2.9&z=2023-01-01&g=2023-01-01), en die zonder geldige reden niet aan het onderwijs heeft deelgenomen gedurende een aaneengesloten periode van ten minste 5 weken, bestaat geheel uit lening met ingang van de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin de afwezigheid zonder geldige reden aanving. De periode van 5 weken wordt verlengd met de weken waarin vanwege vakantie geen onderwijs werd verzorgd.
2. In afwijking van het eerste lid kan bij ministeriële regeling worden bepaald dat voor soorten van voortgezet onderwijs of voor soorten van vavo het eerste lid van overeenkomstige toepassing is, indien een leerling in een of meer vakken zonder geldige reden niet aan het onderwijs heeft deelgenomen.
@@ -514,7 +514,7 @@
##### Artikel 4.14. Langdurige afwezigheid in het niet bekostigd voortgezet onderwijs
1. Het bestuur van de rechtspersoon waarvan de school, bedoeld in de [artikelen 2.9, onderdelen b, c en d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=2&paragraaf=2.3&artikel=2.9&z=2022-08-01&g=2022-08-01), of [2.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=2&paragraaf=2.3&artikel=2.10&z=2022-08-01&g=2022-08-01) voor zover het betreft een school als bedoeld in [artikel 1.4a.1 WEB](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&artikel=1.4a.1), uitgaat of de natuurlijke persoon die deze school in stand houdt, stelt uiterlijk op de derde werkdag na afloop van een periode van afwezigheid van 4 weken de leerling in kennis dat daarvan in de administratie van de school een aantekening is gemaakt en verzoekt de leerling om opgaaf van de reden van de afwezigheid.
1. Het bestuur van de rechtspersoon waarvan de school, bedoeld in de [artikelen 2.9, onderdelen b, c en d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=2&paragraaf=2.3&artikel=2.9&z=2023-01-01&g=2023-01-01), of [2.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=2&paragraaf=2.3&artikel=2.10&z=2023-01-01&g=2023-01-01) voor zover het betreft een school als bedoeld in [artikel 1.4a.1 WEB](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&artikel=1.4a.1), uitgaat of de natuurlijke persoon die deze school in stand houdt, stelt uiterlijk op de derde werkdag na afloop van een periode van afwezigheid van 4 weken de leerling in kennis dat daarvan in de administratie van de school een aantekening is gemaakt en verzoekt de leerling om opgaaf van de reden van de afwezigheid.
2. Uiterlijk op de vijfde werkdag na de periode van 8 weken stelt het bestuur van de rechtspersoon of de natuurlijke persoon vast:
@@ -528,7 +528,7 @@
5. De periodes van 5 en 8 weken worden verlengd met de weken waarin vanwege vakantie geen onderwijs werd verzorgd.
6. Het bestuur van de rechtspersoon of de natuurlijke persoon stuurt gelijktijdig met de mededelingen, bedoeld in het vierde lid, een afschrift van de gegevens die over de betrokkene aan Onze Minister zijn verstrekt, aan deze betrokkene en geeft daarbij tevens aan dat afwezigheid als bedoeld in [artikel 4.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.12&z=2022-08-01&g=2022-08-01), gevolgen heeft voor de tegemoetkoming van betrokkene, alsmede welke beroepsgang voor betrokkene open staat tegen de mededelingen, bedoeld in het vierde lid.
6. Het bestuur van de rechtspersoon of de natuurlijke persoon stuurt gelijktijdig met de mededelingen, bedoeld in het vierde lid, een afschrift van de gegevens die over de betrokkene aan Onze Minister zijn verstrekt, aan deze betrokkene en geeft daarbij tevens aan dat afwezigheid als bedoeld in [artikel 4.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.12&z=2023-01-01&g=2023-01-01), gevolgen heeft voor de tegemoetkoming van betrokkene, alsmede welke beroepsgang voor betrokkene open staat tegen de mededelingen, bedoeld in het vierde lid.
### Hoofdstuk 5. Leraren alsmede leerlingen in deeltijd vo 18+ en vavo
@@ -538,7 +538,7 @@
##### Artikel 5.1. Reikwijdte
Deze afdeling is van toepassing op ho-studenten die als ho-student zijn ingeschreven aan een school als bedoeld in [artikel 2.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=2&paragraaf=2.4&artikel=2.11&z=2022-08-01&g=2022-08-01) of op degenen die onder de reikwijdte van [artikel 2.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=2&paragraaf=2.4&artikel=2.12&z=2022-08-01&g=2022-08-01) vallen en die geen aanspraak hebben op reguliere studiefinanciering.
Deze afdeling is van toepassing op ho-studenten die als ho-student zijn ingeschreven aan een school als bedoeld in [artikel 2.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=2&paragraaf=2.4&artikel=2.11&z=2023-01-01&g=2023-01-01) of op degenen die onder de reikwijdte van [artikel 2.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=2&paragraaf=2.4&artikel=2.12&z=2023-01-01&g=2023-01-01) vallen en die geen aanspraak hebben op reguliere studiefinanciering.
#### Paragraaf 5.1.1. Reikwijdte
@@ -556,7 +556,7 @@
##### Artikel 5.4. Tegemoetkoming schoolkosten
De tegemoetkoming in de schoolkosten bedraagt naar de maatstaf van 1 januari 2008 € 647,16 met ingang van het schooljaar 2022–2023: € 791,17.
De tegemoetkoming in de schoolkosten bedraagt naar de maatstaf van 1 januari 2008 € 647,16 met ingang van het schooljaar 2023–2024: € 812,37.
#### Paragraaf 5.1.3. Toekenning
@@ -584,7 +584,7 @@
##### Artikel 5.7. Reikwijdte
Deze afdeling is van toepassing op leerlingen die zijn ingeschreven aan een opleiding als bedoeld in [artikel 2.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=2&paragraaf=2.4&artikel=2.13&z=2022-08-01&g=2022-08-01) en die geen aanspraak hebben op tegemoetkoming ingevolge de [hoofdstuk 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=4&z=2022-08-01&g=2022-08-01) of op reguliere studiefinanciering.
Deze afdeling is van toepassing op leerlingen die zijn ingeschreven aan een opleiding als bedoeld in [artikel 2.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=2&paragraaf=2.4&artikel=2.13&z=2023-01-01&g=2023-01-01) en die geen aanspraak hebben op tegemoetkoming ingevolge de [hoofdstuk 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=4&z=2023-01-01&g=2023-01-01) of op reguliere studiefinanciering.
#### Paragraaf 5.2.1. Reikwijdte
@@ -598,9 +598,9 @@
##### Artikel 5.9. Tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten
1. De hoogte van de tegemoetkoming is afhankelijk van de periode waarin en van het aantal minuten per week dat de leerling onderwijs volgt. De hoogte van de tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage en in de schoolkosten is opgenomen in [artikel 5.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=5&afdeling=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=5.10&z=2022-08-01&g=2022-08-01).
2. Indien de leerling zijn studie na 30 september wegens ziekte staakt, wordt de tegemoetkoming in de schoolkosten in afwijking van de overzichten 1 en 2, bedoeld in [artikel 5.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=5&afdeling=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=5.10&z=2022-08-01&g=2022-08-01) niet verminderd.
1. De hoogte van de tegemoetkoming is afhankelijk van de periode waarin en van het aantal minuten per week dat de leerling onderwijs volgt. De hoogte van de tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage en in de schoolkosten is opgenomen in [artikel 5.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=5&afdeling=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=5.10&z=2023-01-01&g=2023-01-01).
2. Indien de leerling zijn studie na 30 september wegens ziekte staakt, wordt de tegemoetkoming in de schoolkosten in afwijking van de overzichten 1 en 2, bedoeld in [artikel 5.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=5&afdeling=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=5.10&z=2023-01-01&g=2023-01-01) niet verminderd.
##### Artikel 5.10. Overzicht hoogte tegemoetkoming
@@ -608,19 +608,19 @@
| aantal minuten per week | onderwijsbijdrage | schoolkosten |
| --- | --- | --- |
| 540 of meer | onderwijsbijdrage voor een uit 's Rijks kas bekostigde school voor 540 minuten onderwijs (= o1) | € 226,– met ingang van het schooljaar 2022–2023: € 338,53 |
| 540 of meer en voor 1 januari 270 tot 540 | 0,5 x [o1 + (o1 naar rato aantal minuten dat onderwijs wordt gevolgd)] | € 113 met ingang van het schooljaar 2022–2023: € 169,27 + € 113 met ingang van het schooljaar 2022–2023: € 169,27 naar rato aantal minuten dat onderwijs wordt gevolgd |
| 270 tot 540 | onderwijsbijdrage voor een uit 's Rijks kas bekostigde school voor 360 minuten onderwijs (= o2) | € 152,– met ingang van het schooljaar 2022–2023: € 228,07 |
| 270 tot 540 en voor 1 januari minder dan 270 | 0,5 x [o2 + (o2 naar rato aantal minuten dat onderwijs wordt gevolgd)] | € 76,- met ingang van het schooljaar 2022–2023: € 114,04+ € 76,-met ingang van het schooljaar 2022–2023: € 114,04 naar rato aantal minuten dat onderwijs wordt gevolgd |
| minder dan 270 | nihil | nihil met ingang van het schooljaar 2022–2023: Nihil |
| 540 of meer | onderwijsbijdrage voor een uit 's Rijks kas bekostigde school voor 540 minuten onderwijs (= o1) | € 226,– met ingang van het schooljaar 2023–2024: € 347,60 |
| 540 of meer en voor 1 januari 270 tot 540 | 0,5 x [o1 + (o1 naar rato aantal minuten dat onderwijs wordt gevolgd)] | € 113 met ingang van het schooljaar 2023–2024: € 173,80 + € 113 met ingang van het schooljaar 2023–2024: € 173,80 naar rato aantal minuten dat onderwijs wordt gevolgd |
| 270 tot 540 | onderwijsbijdrage voor een uit 's Rijks kas bekostigde school voor 360 minuten onderwijs (= o2) | € 152,– met ingang van het schooljaar 2023–2024: € 234,18 |
| 270 tot 540 en voor 1 januari minder dan 270 | 0,5 x [o2 + (o2 naar rato aantal minuten dat onderwijs wordt gevolgd)] | € 76,- met ingang van het schooljaar 2023–2024: € 117,09+ € 76,-met ingang van het schooljaar 2023–2024: € 117,09 naar rato aantal minuten dat onderwijs wordt gevolgd |
| minder dan 270 | nihil | nihil met ingang van het schooljaar 2023–2024: Nihil |
| aantal minuten per week | onderwijsbijdrage | schoolkosten |
| --- | --- | --- |
| 540 of meer | de helft van de onderwijsbijdrage voor een uit 's Rijks kas bekostigde school voor 540 minuten onderwijs (= o1) | € 113,- met ingang van het schooljaar 2022–2023: € 169,27 |
| 540 of meer en voor 1 januari 270 tot 540 | 0,25 x [o1 + (o1 naar rato aantal minuten dat onderwijs wordt gevolgd)] | € 56,50 met ingang van het schooljaar 2022–2023: € 84,64 + € 56,50 met ingang van het schooljaar 2022–2023: € 84,64 naar rato aantal minuten dat onderwijs wordt gevolgd |
| 270 tot 540 | de helft van de onderwijsbijdrage voor een uit 's Rijks kas bekostigde school voor 360 minuten onderwijs (= o2) | € 76,- met ingang van het schooljaar 2022–2023: € 114,04 |
| 270 tot 540 en voor 1 januari minder dan 270 | 0,25 x [o2 + (o2 naar rato aantal minuten dat onderwijs wordt gevolgd)] | € 38,- met ingang van het schooljaar 2022–2023: € 57,02 + € 38,- met ingang van het schooljaar 2022–2023: € 57,02 naar rato aantal minuten dat onderwijs wordt gevolgd |
| minder dan 270 | nihil | nihil met ingang van het schooljaar 2022–2023: Nihil |
| 540 of meer | de helft van de onderwijsbijdrage voor een uit 's Rijks kas bekostigde school voor 540 minuten onderwijs (= o1) | € 113,- met ingang van het schooljaar 2023–2024: € 173,80 |
| 540 of meer en voor 1 januari 270 tot 540 | 0,25 x [o1 + (o1 naar rato aantal minuten dat onderwijs wordt gevolgd)] | € 56,50 met ingang van het schooljaar 2023–2024: € 86,90 + € 56,50 met ingang van het schooljaar 2023–2024: € 86,90 naar rato aantal minuten dat onderwijs wordt gevolgd |
| 270 tot 540 | de helft van de onderwijsbijdrage voor een uit 's Rijks kas bekostigde school voor 360 minuten onderwijs (= o2) | € 76,- met ingang van het schooljaar 2023–2024: € 117,09 |
| 270 tot 540 en voor 1 januari minder dan 270 | 0,25 x [o2 + (o2 naar rato aantal minuten dat onderwijs wordt gevolgd)] | € 38,- met ingang van het schooljaar 2023–2024: € 58,55 + € 38,- met ingang van het schooljaar 2023–2024: € 58,55 naar rato aantal minuten dat onderwijs wordt gevolgd |
| minder dan 270 | nihil | nihil met ingang van het schooljaar 2023–2024: Nihil |
| aantal minuten per week | onderwijsbijdrage | schoolkosten |
| --- | --- | --- |
@@ -654,11 +654,11 @@
1. Ontvangst van een lening of omzetting in een lening als bedoeld in de artikelen 4.11, 4.12 en 4.13, of omzetting als bedoeld in artikel 6.2, verplicht degene die tegemoetkoming in de zin van hoofdstuk 4 heeft ontvangen tot terugbetaling van de lening vermeerderd met de volgens dit hoofdstuk berekende rente.
##### Artikel 6.2. Omzetting niet meer verrekenbare schulden uit [hoofdstuk 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=4&z=2022-08-01&g=2022-08-01) in hetzij lening, hetzij verrekenbare schuld op grond van de [WSF 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453)
1. De schuld van een leerling in de zin van [hoofdstuk 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=4&z=2022-08-01&g=2022-08-01) van wie het recht op tegemoetkoming eindigt zonder dat over de maand volgend op de beëindiging reguliere studiefinanciering wordt verstrekt, wordt van rechtswege omgezet in lening. De in de vorige volzin bedoelde lening wordt rentedragend met ingang van het tijdstip van die omzetting.
2. De schuld, niet zijnde een schuld waarop [artikel 6.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=6&artikel=6.3&z=2022-08-01&g=2022-08-01) van toepassing is, van een leerling in de zin van [hoofdstuk 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=4&z=2022-08-01&g=2022-08-01) van wie het recht op tegemoetkoming eindigt en aan wie over de maand volgend op de beëindiging reguliere studiefinanciering wordt verstrekt, wordt aangemerkt als een schuld waarop [artikel 7.4 van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&artikel=7.4) van toepassing is.
##### Artikel 6.2. Omzetting niet meer verrekenbare schulden uit [hoofdstuk 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=4&z=2023-01-01&g=2023-01-01) in hetzij lening, hetzij verrekenbare schuld op grond van de [WSF 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453)
1. De schuld van een leerling in de zin van [hoofdstuk 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=4&z=2023-01-01&g=2023-01-01) van wie het recht op tegemoetkoming eindigt zonder dat over de maand volgend op de beëindiging reguliere studiefinanciering wordt verstrekt, wordt van rechtswege omgezet in lening. De in de vorige volzin bedoelde lening wordt rentedragend met ingang van het tijdstip van die omzetting.
2. De schuld, niet zijnde een schuld waarop [artikel 6.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=6&artikel=6.3&z=2023-01-01&g=2023-01-01) van toepassing is, van een leerling in de zin van [hoofdstuk 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=4&z=2023-01-01&g=2023-01-01) van wie het recht op tegemoetkoming eindigt en aan wie over de maand volgend op de beëindiging reguliere studiefinanciering wordt verstrekt, wordt aangemerkt als een schuld waarop [artikel 7.4 van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453&artikel=7.4) van toepassing is.
##### Artikel 6.3. [WSF 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453) van overeenkomstige toepassing
@@ -674,13 +674,13 @@
- b. de hoogte van het toetsingsinkomen van de aanvrager of diens partner of van de TOS-ouder of diens partner wordt vastgesteld of gewijzigd, of
- c. tegemoetkoming ingevolge [artikel 2.22b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=2&paragraaf=2.6&artikel=2.22b&z=2022-08-01&g=2022-08-01) is geweigerd of stopgezet.
- c. tegemoetkoming ingevolge [artikel 2.22b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=2&paragraaf=2.6&artikel=2.22b&z=2023-01-01&g=2023-01-01) is geweigerd of stopgezet.
2. Herziening vindt plaats op grond van het feit dat:
- a. een beschikking genomen is waarvan de aanvrager of de TOS-ouder wist of redelijkerwijs had kunnen weten dat deze onjuist was,
- b. de situatie, bedoeld in de [artikelen 5.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=5&afdeling=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=5.9&z=2022-08-01&g=2022-08-01) of [5.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=5&afdeling=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=5.10&z=2022-08-01&g=2022-08-01) zich voordoet,
- b. de situatie, bedoeld in de [artikelen 5.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=5&afdeling=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=5.9&z=2023-01-01&g=2023-01-01) of [5.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=5&afdeling=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=5.10&z=2023-01-01&g=2023-01-01) zich voordoet,
- c. te veel of te weinig tegemoetkoming is toegekend op basis van onjuiste of onjuist verwerkte gegevens,
@@ -688,13 +688,13 @@
- e. aanvrager of TOS-ouder heeft gehandeld in strijd met het bepaalde bij of krachtens deze wet,
- f. geen gevolg is gegeven aan de aanvraag op grond van [artikel 2.28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=2&paragraaf=2.7&artikel=2.28&z=2022-08-01&g=2022-08-01) omdat niet kon worden voldaan aan de voorwaarde genoemd in artikel 2.28, tweede lid, onderdeel b, en is gebleken dat gedurende 3 kalenderjaren is voldaan aan de voorwaarden genoemd in artikel 2.28, tweede lid, aanhef alsmede onderdeel a,
- g. gevolg is gegeven aan de aanvraag op grond van [artikel 2.28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=2&paragraaf=2.7&artikel=2.28&z=2022-08-01&g=2022-08-01), en is gebleken dat niet gedurende 3 kalenderjaren is voldaan aan de voorwaarden genoemd in artikel 2.28, tweede lid, aanhef alsmede onderdeel a,
- h. de situatie van langdurige afwezigheid, bedoeld in [artikel 4.12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.12&z=2022-08-01&g=2022-08-01), zich niet heeft voorgedaan,
- i. achteraf is gebleken van feiten of omstandigheden, die, waren zij eerder bekend geweest, niet tot toepassing van [artikel 2.22b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=2&paragraaf=2.6&artikel=2.22b&z=2022-08-01&g=2022-08-01) zouden hebben geleid, of
- f. geen gevolg is gegeven aan de aanvraag op grond van [artikel 2.28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=2&paragraaf=2.7&artikel=2.28&z=2023-01-01&g=2023-01-01) omdat niet kon worden voldaan aan de voorwaarde genoemd in artikel 2.28, tweede lid, onderdeel b, en is gebleken dat gedurende 3 kalenderjaren is voldaan aan de voorwaarden genoemd in artikel 2.28, tweede lid, aanhef alsmede onderdeel a,
- g. gevolg is gegeven aan de aanvraag op grond van [artikel 2.28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=2&paragraaf=2.7&artikel=2.28&z=2023-01-01&g=2023-01-01), en is gebleken dat niet gedurende 3 kalenderjaren is voldaan aan de voorwaarden genoemd in artikel 2.28, tweede lid, aanhef alsmede onderdeel a,
- h. de situatie van langdurige afwezigheid, bedoeld in [artikel 4.12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.12&z=2023-01-01&g=2023-01-01), zich niet heeft voorgedaan,
- i. achteraf is gebleken van feiten of omstandigheden, die, waren zij eerder bekend geweest, niet tot toepassing van [artikel 2.22b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=2&paragraaf=2.6&artikel=2.22b&z=2023-01-01&g=2023-01-01) zouden hebben geleid, of
- j. andere, nader gebleken feiten of omstandigheden, die, waren zij eerder bekend geweest, tot een andere beschikking zouden hebben geleid.
@@ -710,9 +710,9 @@
##### Artikel 7.3. Verrekening teveel toegekende en uitbetaalde tegemoetkoming
1. Indien een herzieningsbeschikking als bedoeld in [artikel 7.1, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=7&artikel=7.1&z=2022-08-01&g=2022-08-01), of een beslissing op bezwaar daartoe aanleiding geeft, wordt het bedrag van de tegemoetkoming dat teveel is uitbetaald, door de aanvrager terugbetaald of met hem verrekend.
2. Indien een herzieningsbeschikking als bedoeld in [artikel 7.1, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=7&artikel=7.1&z=2022-08-01&g=2022-08-01), of een beslissing op bezwaar daartoe aanleiding geeft, wordt voor zover het bedrag waarvoor het recht om een lening af te sluiten te hoog is toegekend, het deel dat te hoog is toegekend en uitbetaald door de betrokkene terugbetaald of met hem verrekend.
1. Indien een herzieningsbeschikking als bedoeld in [artikel 7.1, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=7&artikel=7.1&z=2023-01-01&g=2023-01-01), of een beslissing op bezwaar daartoe aanleiding geeft, wordt het bedrag van de tegemoetkoming dat teveel is uitbetaald, door de aanvrager terugbetaald of met hem verrekend.
2. Indien een herzieningsbeschikking als bedoeld in [artikel 7.1, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=7&artikel=7.1&z=2023-01-01&g=2023-01-01), of een beslissing op bezwaar daartoe aanleiding geeft, wordt voor zover het bedrag waarvoor het recht om een lening af te sluiten te hoog is toegekend, het deel dat te hoog is toegekend en uitbetaald door de betrokkene terugbetaald of met hem verrekend.
3. Indien na een voorlopige voorziening als bedoeld in [titel 8.3 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&titeldeel=8.3), de beslissing in hoofdzaak daartoe aanleiding geeft, wordt het bedrag dat op grond van de voorlopige voorziening teveel is uitbetaald, door de betrokkene terugbetaald of met hem verrekend.
@@ -760,9 +760,9 @@
##### Artikel 9.4. Verstrekken van inlichtingen door scholen
1. De natuurlijke persoon van wie of het bestuur van de rechtspersoon waarvan een school uitgaat die onderwijs aanbiedt als bedoeld in de [paragrafen 2.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=2&paragraaf=2.3&z=2022-08-01&g=2022-08-01) en [2.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=2&paragraaf=2.4&z=2022-08-01&g=2022-08-01), is verplicht op een bij ministeriële regeling aan te geven wijze kosteloos inlichtingen te verstrekken, benodigd voor de uitvoering van deze wet.
2. De natuurlijke persoon van wie of het bestuur van de rechtspersoon waarvan een school uitgaat die onderwijs aanbiedt als bedoeld in de [artikelen 2.9, onderdelen a tot en met d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=2&paragraaf=2.3&artikel=2.9&z=2022-08-01&g=2022-08-01), en [2.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=2&paragraaf=2.3&artikel=2.10&z=2022-08-01&g=2022-08-01), is verplicht voor 1 mei aan Onze Minister te melden indien onderwijs dat in dat schooljaar voldeed aan de voorwaarden, genoemd in [artikel 2.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=2&paragraaf=2.5&artikel=2.18&z=2022-08-01&g=2022-08-01), in het daaropvolgende schooljaar niet aan deze voorwaarde zal voldoen.
1. De natuurlijke persoon van wie of het bestuur van de rechtspersoon waarvan een school uitgaat die onderwijs aanbiedt als bedoeld in de [paragrafen 2.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=2&paragraaf=2.3&z=2023-01-01&g=2023-01-01) en [2.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=2&paragraaf=2.4&z=2023-01-01&g=2023-01-01), is verplicht op een bij ministeriële regeling aan te geven wijze kosteloos inlichtingen te verstrekken, benodigd voor de uitvoering van deze wet.
2. De natuurlijke persoon van wie of het bestuur van de rechtspersoon waarvan een school uitgaat die onderwijs aanbiedt als bedoeld in de [artikelen 2.9, onderdelen a tot en met d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=2&paragraaf=2.3&artikel=2.9&z=2023-01-01&g=2023-01-01), en [2.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=2&paragraaf=2.3&artikel=2.10&z=2023-01-01&g=2023-01-01), is verplicht voor 1 mei aan Onze Minister te melden indien onderwijs dat in dat schooljaar voldeed aan de voorwaarden, genoemd in [artikel 2.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=2&paragraaf=2.5&artikel=2.18&z=2023-01-01&g=2023-01-01), in het daaropvolgende schooljaar niet aan deze voorwaarde zal voldoen.
##### Artikel 9.5. Verstrekken van inlichtingen door organen met een publiekrechtelijke taak
@@ -774,19 +774,19 @@
#### Paragraaf 9.3. Administratieve sanctie
##### Artikel 9.7. Niet verstrekken van inlichtingen over langdurige afwezigheid van leerlingen als bedoeld in [hoofdstuk 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=4&z=2022-08-01&g=2022-08-01)
Indien een niet volledig en rechtstreeks uit de openbare kas bekostigde school als bedoeld in de [artikel 2.9, onderdelen b, c en d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=2&paragraaf=2.3&artikel=2.9&z=2022-08-01&g=2022-08-01), op enig moment in een schooljaar niet een administratie als bedoeld in [artikel 4.14, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.14&z=2022-08-01&g=2022-08-01), voert of niet na afloop van de in artikel 4.14 bedoelde periodes van onafgebroken afwezigheid zonder geldige reden van een leerling als bedoeld in [hoofdstuk 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=4&z=2022-08-01&g=2022-08-01) aan Onze Minister de vereiste gegevens verstrekt, ontstaat er een vordering van Onze Minister op de school ter grootte van 15% van het bedrag van de tegemoetkomingen, bedoeld in [artikel 4.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.2&z=2022-08-01&g=2022-08-01), voorzover die als gift zijn toegekend aan de leerlingen aan die school in het schooljaar waarin deze school in gebreke was, is toegekend.
##### Artikel 9.7. Niet verstrekken van inlichtingen over langdurige afwezigheid van leerlingen als bedoeld in [hoofdstuk 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=4&z=2023-01-01&g=2023-01-01)
Indien een niet volledig en rechtstreeks uit de openbare kas bekostigde school als bedoeld in de [artikel 2.9, onderdelen b, c en d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=2&paragraaf=2.3&artikel=2.9&z=2023-01-01&g=2023-01-01), op enig moment in een schooljaar niet een administratie als bedoeld in [artikel 4.14, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=4&paragraaf=4.4&artikel=4.14&z=2023-01-01&g=2023-01-01), voert of niet na afloop van de in artikel 4.14 bedoelde periodes van onafgebroken afwezigheid zonder geldige reden van een leerling als bedoeld in [hoofdstuk 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=4&z=2023-01-01&g=2023-01-01) aan Onze Minister de vereiste gegevens verstrekt, ontstaat er een vordering van Onze Minister op de school ter grootte van 15% van het bedrag van de tegemoetkomingen, bedoeld in [artikel 4.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.2&z=2023-01-01&g=2023-01-01), voorzover die als gift zijn toegekend aan de leerlingen aan die school in het schooljaar waarin deze school in gebreke was, is toegekend.
##### Artikel 9.8. Niet verstrekken van inlichtingen over studielast
Indien een school als bedoeld in de [artikelen 2.9, onderdelen a tot en met c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=2&paragraaf=2.3&artikel=2.9&z=2022-08-01&g=2022-08-01), en [2.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=2&paragraaf=2.3&artikel=2.10&z=2022-08-01&g=2022-08-01), niet uiterlijk 1 mei de gegevens, bedoeld in [artikel 9.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=9&paragraaf=9.2&artikel=9.4&z=2022-08-01&g=2022-08-01), heeft verstrekt, ontstaat er een vordering van Onze Minister op de school ter grootte van de tegemoetkomingen op grond van de [hoofdstukken 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=3&z=2022-08-01&g=2022-08-01) en [4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=4&z=2022-08-01&g=2022-08-01) die ten behoeve van leerlingen aan die opleiding in het schooljaar waarin deze in gebreke was, is toegekend.
Indien een school als bedoeld in de [artikelen 2.9, onderdelen a tot en met c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=2&paragraaf=2.3&artikel=2.9&z=2023-01-01&g=2023-01-01), en [2.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=2&paragraaf=2.3&artikel=2.10&z=2023-01-01&g=2023-01-01), niet uiterlijk 1 mei de gegevens, bedoeld in [artikel 9.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=9&paragraaf=9.2&artikel=9.4&z=2023-01-01&g=2023-01-01), heeft verstrekt, ontstaat er een vordering van Onze Minister op de school ter grootte van de tegemoetkomingen op grond van de [hoofdstukken 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=3&z=2023-01-01&g=2023-01-01) en [4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=4&z=2023-01-01&g=2023-01-01) die ten behoeve van leerlingen aan die opleiding in het schooljaar waarin deze in gebreke was, is toegekend.
#### Paragraaf 9.4. Strafbepalingen
##### Artikel 9.9. Niet verstrekken van inlichtingen
Hij die niet voldoet aan een van de verplichtingen, bedoeld in [artikel 9.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=9&paragraaf=9.2&artikel=9.4&z=2022-08-01&g=2022-08-01), wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste 6 maanden of geldboete van de derde categorie.
Hij die niet voldoet aan een van de verplichtingen, bedoeld in [artikel 9.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=9&paragraaf=9.2&artikel=9.4&z=2023-01-01&g=2023-01-01), wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste 6 maanden of geldboete van de derde categorie.
##### Artikel 9.10. Overtreding van een bepaling krachtens deze wet
@@ -846,9 +846,9 @@
##### Artikel 11.1. Wijziging van bedragen
1. Per 1 januari van ieder kalenderjaar wijzigt Onze Minister de bedragen, genoemd in de [artikelen 2.23, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=2&paragraaf=2.7&artikel=2.23&z=2022-08-01&g=2022-08-01), [4.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.3&z=2022-08-01&g=2022-08-01), [4.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.6&z=2022-08-01&g=2022-08-01), [5.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=5&afdeling=5.1&paragraaf=5.1.2&artikel=5.4&z=2022-08-01&g=2022-08-01) en [5.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=5&afdeling=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=5.10&z=2022-08-01&g=2022-08-01), op een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aan te geven wijze aan de hand van de loon- of prijsontwikkelingen in het tweede daaraan voorafgaande kalenderjaar.
2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen de maatstaven, genoemd in de [artikelen 4.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.3&z=2022-08-01&g=2022-08-01), [4.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.6&z=2022-08-01&g=2022-08-01) en [5.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=5&afdeling=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=5.10&z=2022-08-01&g=2022-08-01), alsmede de bedragen, genoemd in die artikelen, worden gewijzigd.
1. Per 1 januari van ieder kalenderjaar wijzigt Onze Minister de bedragen, genoemd in de [artikelen 2.23, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=2&paragraaf=2.7&artikel=2.23&z=2023-01-01&g=2023-01-01), [4.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.3&z=2023-01-01&g=2023-01-01), [4.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.6&z=2023-01-01&g=2023-01-01), [5.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=5&afdeling=5.1&paragraaf=5.1.2&artikel=5.4&z=2023-01-01&g=2023-01-01) en [5.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=5&afdeling=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=5.10&z=2023-01-01&g=2023-01-01), op een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aan te geven wijze aan de hand van de loon- of prijsontwikkelingen in het tweede daaraan voorafgaande kalenderjaar.
2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen de maatstaven, genoemd in de [artikelen 4.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.3&z=2023-01-01&g=2023-01-01), [4.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=4&paragraaf=4.2&artikel=4.6&z=2023-01-01&g=2023-01-01) en [5.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=5&afdeling=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=5.10&z=2023-01-01&g=2023-01-01), alsmede de bedragen, genoemd in die artikelen, worden gewijzigd.
3. De voordracht voor een krachtens het tweede lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
@@ -874,7 +874,7 @@
- c. het begrip vreemdeling, en
- d. [artikel 1.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=1&artikel=1.8&z=2022-08-01&g=2022-08-01).
- d. [artikel 1.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=1&artikel=1.8&z=2023-01-01&g=2023-01-01).
### Hoofdstuk 11. Overige bepalingen
@@ -890,9 +890,9 @@
Artikel 1.5 is niet van toepassing op scholieren die voor 1 augustus volgend op het tijdstip van inwerkingtreding van dat artikel, een basistoelage als bedoeld in artikel 4.3 of als bedoeld in artikel 26 van de Wet tegemoetkoming studiekosten ontvingen.
##### Artikel 12.4. Afwijking van [artikel 2.22a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=2&paragraaf=2.6&artikel=2.22a&z=2022-08-01&g=2022-08-01)
Voor een scholier of vavo-student als bedoeld in [hoofdstuk 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=4&z=2022-08-01&g=2022-08-01) die reeds voor de inwerkingtreding van [artikel 2.22a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=2&paragraaf=2.6&artikel=2.22a&z=2022-08-01&g=2022-08-01) tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten ontving en wiens vrijheid op de dag voorafgaande aan de inwerkingtreding van [artikel 2.22a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=2&paragraaf=2.6&artikel=2.22a&z=2022-08-01&g=2022-08-01) rechtens was ontnomen wordt voor de toepassing van [dat artikel](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=2&paragraaf=2.6&artikel=2.22a&z=2022-08-01&g=2022-08-01) als eerste dag waarop de vrijheidsontneming plaatsvindt, aangemerkt de dag van inwerkingtreding van [artikel 2.22a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=2&paragraaf=2.6&artikel=2.22a&z=2022-08-01&g=2022-08-01) en eindigt de aanspraak op basistoelage voor uitwonenden in afwijking van [artikel 2.22a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=2&paragraaf=2.6&artikel=2.22a&z=2022-08-01&g=2022-08-01), vanaf de dag dat deze vrijheidsontneming zes maanden heeft geduurd. De beëindiging gaat in op de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin de vrijheidsontneming als bedoeld in de eerste zin zes maanden heeft geduurd.
##### Artikel 12.4. Afwijking van [artikel 2.22a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=2&paragraaf=2.6&artikel=2.22a&z=2023-01-01&g=2023-01-01)
Voor een scholier of vavo-student als bedoeld in [hoofdstuk 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=4&z=2023-01-01&g=2023-01-01) die reeds voor de inwerkingtreding van [artikel 2.22a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=2&paragraaf=2.6&artikel=2.22a&z=2023-01-01&g=2023-01-01) tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten ontving en wiens vrijheid op de dag voorafgaande aan de inwerkingtreding van [artikel 2.22a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=2&paragraaf=2.6&artikel=2.22a&z=2023-01-01&g=2023-01-01) rechtens was ontnomen wordt voor de toepassing van [dat artikel](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=2&paragraaf=2.6&artikel=2.22a&z=2023-01-01&g=2023-01-01) als eerste dag waarop de vrijheidsontneming plaatsvindt, aangemerkt de dag van inwerkingtreding van [artikel 2.22a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=2&paragraaf=2.6&artikel=2.22a&z=2023-01-01&g=2023-01-01) en eindigt de aanspraak op basistoelage voor uitwonenden in afwijking van [artikel 2.22a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=2&paragraaf=2.6&artikel=2.22a&z=2023-01-01&g=2023-01-01), vanaf de dag dat deze vrijheidsontneming zes maanden heeft geduurd. De beëindiging gaat in op de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin de vrijheidsontneming als bedoeld in de eerste zin zes maanden heeft geduurd.
##### Artikel 12.5. Afwijking van de artikelen 2.24, 2.29 en 10.6 in verband met de [Wet inkomstenbelasting 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353)
@@ -914,7 +914,7 @@
Vervallen
##### Artikel 12.10. Tijdelijke afwijking van [artikel 11.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=11&artikel=11.1&z=2022-08-01&g=2022-08-01)
##### Artikel 12.10. Tijdelijke afwijking van [artikel 11.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=11&artikel=11.1&z=2023-01-01&g=2023-01-01)
Vervallen
@@ -1042,11 +1042,11 @@
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 12.3a. Afwijking van [artikel 2.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=2&paragraaf=2.4&artikel=2.11&z=2022-08-01&g=2022-08-01)
1. In afwijking van [artikel 2.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=2&paragraaf=2.4&artikel=2.11&z=2022-08-01&g=2022-08-01), komt tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip voor tegemoetkoming ingevolge [afdeling 5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=5&afdeling=5.1&z=2022-08-01&g=2022-08-01) mede in aanmerking een ho-student die is ingeschreven voor het volgen van een voltijdse opleiding als bedoeld in [artikel 18.64 WHW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=18.64), voor zover aan die opleiding accreditatie als bedoeld in [artikel 1.1, onderdeel q, WHW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=1.1) is verleend.
2. In afwijking van [artikel 2.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=2&paragraaf=2.4&artikel=2.11&z=2022-08-01&g=2022-08-01) komt tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip voor tegemoetkoming ingevolge [afdeling 5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=5&afdeling=5.1&z=2022-08-01&g=2022-08-01) mede in aanmerking een ho-student die is ingeschreven voor het volgen voor het volgen van een bacheloropleiding of masteropleiding voor het beroep van leraar aan een aangewezen instelling als bedoeld in de [artikelen 6.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=6.9) of [16.14 WHW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=16.14), zoals die artikelen luidden op 31 augustus 2010.
##### Artikel 12.3a. Afwijking van [artikel 2.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=2&paragraaf=2.4&artikel=2.11&z=2023-01-01&g=2023-01-01)
1. In afwijking van [artikel 2.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=2&paragraaf=2.4&artikel=2.11&z=2023-01-01&g=2023-01-01), komt tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip voor tegemoetkoming ingevolge [afdeling 5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=5&afdeling=5.1&z=2023-01-01&g=2023-01-01) mede in aanmerking een ho-student die is ingeschreven voor het volgen van een voltijdse opleiding als bedoeld in [artikel 18.64 WHW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=18.64), voor zover aan die opleiding accreditatie als bedoeld in [artikel 1.1, onderdeel q, WHW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=1.1) is verleend.
2. In afwijking van [artikel 2.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=2&paragraaf=2.4&artikel=2.11&z=2023-01-01&g=2023-01-01) komt tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip voor tegemoetkoming ingevolge [afdeling 5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=5&afdeling=5.1&z=2023-01-01&g=2023-01-01) mede in aanmerking een ho-student die is ingeschreven voor het volgen voor het volgen van een bacheloropleiding of masteropleiding voor het beroep van leraar aan een aangewezen instelling als bedoeld in de [artikelen 6.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=6.9) of [16.14 WHW](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=16.14), zoals die artikelen luidden op 31 augustus 2010.
### Hoofdstuk 13. Wijzigingen in andere wetten
@@ -1060,7 +1060,7 @@
- a. [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018472&artikel=6),
- b. [artikel 7, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018472&artikel=7), met dien verstande dat voor de toepassing van [hoofdstuk 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=4&z=2022-08-01&g=2022-08-01) voor «belanghebbende» gelezen wordt: TOS-ouder,
- b. [artikel 7, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018472&artikel=7), met dien verstande dat voor de toepassing van [hoofdstuk 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=4&z=2023-01-01&g=2023-01-01) voor «belanghebbende» gelezen wordt: TOS-ouder,
- c. [artikel 9, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018472&artikel=9), en
@@ -1166,7 +1166,7 @@
##### Artikel 2.22a. Rechtens ontnomen vrijheid
1. Een scholier of een vavo-student als bedoeld in [hoofdstuk 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=4&z=2022-08-01&g=2022-08-01) die voor ten minste één maand rechtens zijn vrijheid is ontnomen, heeft, behoudens in de gevallen, bedoeld in de [Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040635), in de [Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040632) en in [artikel 2.3 van de Wet forensische zorg](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040634&artikel=2.3) en de gevallen, bedoeld in [hoofdstuk 6 van de Jeugdwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034925&hoofdstuk=6), met ingang van de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin de vrijheidsontneming tenminste één maand heeft geduurd slechts aanspraak op een basistoelage voor een thuiswonende leerling.
1. Een scholier of een vavo-student als bedoeld in [hoofdstuk 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=4&z=2023-01-01&g=2023-01-01) die voor ten minste één maand rechtens zijn vrijheid is ontnomen, heeft, behoudens in de gevallen, bedoeld in de [Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040635), in de [Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040632) en in [artikel 2.3 van de Wet forensische zorg](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040634&artikel=2.3) en de gevallen, bedoeld in [hoofdstuk 6 van de Jeugdwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034925&hoofdstuk=6), met ingang van de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin de vrijheidsontneming tenminste één maand heeft geduurd slechts aanspraak op een basistoelage voor een thuiswonende leerling.
2. Voor de toepassing van het eerste lid worden perioden van vrijheidsontneming samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen.
@@ -1288,21 +1288,21 @@
##### Artikel 7.1a. Herziening van rechtswege
Indien een leerling of ho-student op grond van [artikel 2.22b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=2&paragraaf=2.6&artikel=2.22b&z=2022-08-01&g=2022-08-01) geen aanspraak meer heeft op een tegemoetkoming wordt de beschikking waarbij de tegemoetkoming is toegekend van rechtswege herzien.
Indien een leerling of ho-student op grond van [artikel 2.22b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=2&paragraaf=2.6&artikel=2.22b&z=2023-01-01&g=2023-01-01) geen aanspraak meer heeft op een tegemoetkoming wordt de beschikking waarbij de tegemoetkoming is toegekend van rechtswege herzien.
### Hoofdstuk 9. Toezicht en sancties
#### Paragraaf 9.2. Verstrekken van inlichtingen
##### Artikel 9.5a. Verwerking van gegevens voor de toepassing van [artikel 2.22b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=2&paragraaf=2.6&artikel=2.22b&z=2022-08-01&g=2022-08-01)
1. Onze Minister verwerkt de persoonsgegevens die hij ontvangt of bezit ten behoeve van de toepassing van [artikel 2.22b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=2&paragraaf=2.6&artikel=2.22b&z=2022-08-01&g=2022-08-01).
2. Bij de verwerking van gegevens op grond van het eerste lid kunnen bijzondere categorieën van persoonsgegevens en persoonsgegevens van strafrechtelijke aard als bedoeld in [paragraaf 3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040940&paragraaf=3.1) onderscheidenlijk [paragraaf 3.2 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040940&paragraaf=3.2) worden verwerkt, voor zover deze gegevens noodzakelijk zijn voor de toepassing van [artikel 2.22b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=2&paragraaf=2.6&artikel=2.22b&z=2022-08-01&g=2022-08-01).
3. Ten behoeve van de toepassing van [artikel 2.22b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=2&paragraaf=2.6&artikel=2.22b&z=2022-08-01&g=2022-08-01) verstrekt Onze Minister uitsluitend het gegeven of een persoon een tegemoetkoming heeft aangevraagd dan wel reeds ontvangt.
4. [Artikel 1.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=1&artikel=1.7&z=2022-08-01&g=2022-08-01) is voor de gegevensverwerking, bedoeld in dit artikel, van overeenkomstige toepassing voor een persoon die een tegemoetkoming heeft aangevraagd.
##### Artikel 9.5a. Verwerking van gegevens voor de toepassing van [artikel 2.22b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=2&paragraaf=2.6&artikel=2.22b&z=2023-01-01&g=2023-01-01)
1. Onze Minister verwerkt de persoonsgegevens die hij ontvangt of bezit ten behoeve van de toepassing van [artikel 2.22b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=2&paragraaf=2.6&artikel=2.22b&z=2023-01-01&g=2023-01-01).
2. Bij de verwerking van gegevens op grond van het eerste lid kunnen bijzondere categorieën van persoonsgegevens en persoonsgegevens van strafrechtelijke aard als bedoeld in [paragraaf 3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040940&paragraaf=3.1) onderscheidenlijk [paragraaf 3.2 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040940&paragraaf=3.2) worden verwerkt, voor zover deze gegevens noodzakelijk zijn voor de toepassing van [artikel 2.22b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=2&paragraaf=2.6&artikel=2.22b&z=2023-01-01&g=2023-01-01).
3. Ten behoeve van de toepassing van [artikel 2.22b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=2&paragraaf=2.6&artikel=2.22b&z=2023-01-01&g=2023-01-01) verstrekt Onze Minister uitsluitend het gegeven of een persoon een tegemoetkoming heeft aangevraagd dan wel reeds ontvangt.
4. [Artikel 1.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=1&artikel=1.7&z=2023-01-01&g=2023-01-01) is voor de gegevensverwerking, bedoeld in dit artikel, van overeenkomstige toepassing voor een persoon die een tegemoetkoming heeft aangevraagd.
5. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld ter waarborging van de persoonlijke levenssfeer. Daarbij worden in ieder geval regels gesteld over:
@@ -1332,4 +1332,4 @@
##### Artikel 12.12a. Overgangsbepaling in verband met [Wet op het kindgebonden budget](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022751)
Een aanvrager die per 1 januari 2010 aanspraak heeft op een verhoging van het kindgebonden budget als bedoeld in de Wet van 18 juni 2009 tot wijziging van de Wet op het kindgebonden budget, de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten en de Wet studiefinanciering 2000 in verband met de integratie van hoofdstuk 3 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten in de Wet op het kindgebonden budget (Stb. 331), kan voor het tijdvak tot 1 januari 2010 voor tegemoetkoming ingevolge [hoofdstuk 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=3&z=2022-08-01&g=2022-08-01) van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten zoals deze luidde voor de datum van inwerkingtreding van voormelde wet van 18 juni 2009, in aanmerking komen indien de scholier, de student als bedoeld in de [WEB](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625) of de vavo-student op wie de aanvraag betrekking heeft, jonger is dan 18 jaren en is ingeschreven aan een school als bedoeld in [paragraaf 2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=2&paragraaf=2.2&z=2022-08-01&g=2022-08-01) van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten zoals deze luidde voor de inwerkingtreding van voormelde wet van 18 juni 2009.
Een aanvrager die per 1 januari 2010 aanspraak heeft op een verhoging van het kindgebonden budget als bedoeld in de Wet van 18 juni 2009 tot wijziging van de Wet op het kindgebonden budget, de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten en de Wet studiefinanciering 2000 in verband met de integratie van hoofdstuk 3 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten in de Wet op het kindgebonden budget (Stb. 331), kan voor het tijdvak tot 1 januari 2010 voor tegemoetkoming ingevolge [hoofdstuk 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=3&z=2023-01-01&g=2023-01-01) van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten zoals deze luidde voor de datum van inwerkingtreding van voormelde wet van 18 juni 2009, in aanmerking komen indien de scholier, de student als bedoeld in de [WEB](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625) of de vavo-student op wie de aanvraag betrekking heeft, jonger is dan 18 jaren en is ingeschreven aan een school als bedoeld in [paragraaf 2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=2&paragraaf=2.2&z=2023-01-01&g=2023-01-01) van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten zoals deze luidde voor de inwerkingtreding van voormelde wet van 18 juni 2009.
2022-08-01
Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten — art. 5
2022-01-01
Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten — art. 5
2021-10-01
Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten — art. 5
2021-01-01
Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten — art. 5
2020-08-01
Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten — art. 5
2020-07-01
Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten — art. 5
2020-04-01
Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten — art. 5
2020-01-01
Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten — arts. 5, 10
2019-02-01
Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten — arts. 5, 10
2019-01-01
Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten — arts. 5, 10
2018-09-19
Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten — arts. 5, 10
2018-07-28
Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten — arts. 5, 10
2018-07-06
Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten — arts. 5, 5, 10,
2018-05-25
Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten — arts. 5, 5, 5 y
2018-01-01
Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten — arts. 5, 5, 10,
2017-10-01
Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten — arts. 5, 5, 10,
2017-09-01
Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten — arts. 5, 5, 10,
2017-08-01
Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten
2017-01-01
Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten — arts. 5, 10
2016-01-01
Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten — arts. 5, 10
2015-09-01
Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten — arts. 5, 10
2015-08-01
Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten — arts. 5, 10
2015-01-01
Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten — arts. 5, 10
2014-01-06
Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten — arts. 5, 10
2014-01-01
Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten — arts. 5, 10
2013-07-01
Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten — arts. 5, 10
2013-01-01
Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten — arts. 5, 10
2012-01-05
Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten — arts. 5, 10
2012-01-01
Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten — arts. 5, 5, 10,
2011-01-01
Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten — arts. 5, 10
2010-09-01
Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten — arts. 5, 10
2010-01-01
Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten — art. 2
2009-08-01
Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten
2009-07-31
Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten — art. 2
2009-07-01
Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten
2009-03-25
Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten — arts. 2, 2
2009-01-14
Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten — arts. 2, 2
2009-01-01
Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten
2008-10-22
Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten — arts. 2, 2
2008-09-01
Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten — arts. 2, 2, 2
2008-08-01
Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten
2008-04-30
Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten — arts. 2, 2
2008-01-01
Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten — arts. 2, 2, 2
2007-09-01
Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten — arts. 2, 2, 2 y
2007-08-01
Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten — arts. 2, 2, 2 y
2007-01-01
Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten — arts. 2, 2, 2
2006-10-11
Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten — arts. 2, 2, 2
2006-08-01
Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten — arts. 2, 2, 2
2006-01-01
Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten — arts. 2, 2, 2
2005-12-30
Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten — arts. 2, 2, 2
2005-12-29
Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten — arts. 2, 2, 2 y
2005-12-21
Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten — arts. 2, 2, 2 y
2005-09-01
Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten — arts. 2, 2, 2 y
2005-08-01
Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten
2005-03-01
Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten — arts. 2, 2, 2 y
2005-01-01
Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten — arts. 2, 2, 2 y
2004-07-01
Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten — arts. 2, 2, 2 y
2004-02-13
Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten — arts. 2, 2, 2
2004-01-01
Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten — arts. 2, 2, 2, 7
2003-11-21
Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten — arts. 2, 2, 2, 7
2003-01-01
Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten — arts. 2, 2, 2, 7
2002-09-01
Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten — arts. 2, 2, 2, 7
2002-08-01
Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten
2002-02-17
Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten — arts. 1, 1, 1 y
2002-02-17
Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten — versión origi
original version Tekst op deze datum