← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling erkenning scholings- en trainingsprogramma

Geldende tekst a fecha 2011-07-17

Gelet op artikel 3, tweede lid, van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen en artikel 2, vierde lid, van het Reglement justitiële jeugdinrichtingen;

Gezien het advies van het College van advies voor de justitiële kinderbescherming van 1 februari 2001 nr. 5078699/01/TH/rb;

Besluit:

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2
1.

De sectordirectie Justitiële Jeugdinrichtingen kan een scholings- en trainingsprogramma erkennen.

2.

De directeur, de reclassering, de gezinsvoogdij-instelling of een derde-organisatie kan een voordracht voor erkenning van een scholings- en trainingsprogramma doen aan de sectordirectie Justitiële Jeugdinrichtingen.

Artikel 3

Voor erkenning kan worden voorgedragen:

Artikel 4
1.

De erkenning geschiedt voor de periode van maximaal drie jaren.

2.

De erkenning kan door de sectordirectie Justitiële Jeugdinrichtingen worden ingetrokken indien:

3.

Indien de erkenning niet is ingetrokken wordt deze geacht, na ommekomst van drie jaar, stilzwijgend verlengd te zijn voor de periode van drie jaar.

Artikel 5
1.

Het standaard programma of de module van een scholings- en trainingsprogramma dient een beschrijving te bevatten van de wijze waarop het programma een bijdrage levert aan een geslaagde terugkeer van de jeugdige in de samenleving.

2.

Het standaard programma of de module van een scholings- en trainingsprogramma kan activiteiten bevatten die zich richten op de gebieden:

3.

De voordracht voor erkenning van een standaardprogramma of module bevat tenminste:

Artikel 6
1.

De activiteiten in het kader van een scholing- en trainingsprogramma kunnen aangeboden worden door de reclassering, de stichting bedoeld in artikel 1, onderdeel f, van de Wet op de jeugdzorg, een werkgever of een derde organisatie.

2.

Indien het scholings- en trainingsprogramma of een substantieel gedeelte daarvan uitgevoerd wordt door een derde-organisatie die:

3.

Indien het scholing- en trainingsprogramma of een substantieel gedeelte daarvan uitgevoerd wordt door een derde-organisatie, die niet door een in het tweede lid genoemd Ministerie of krachtens een daar genoemde wet erkend of toegelaten is, wordt bij de aanvraag om erkenning van het scholings- en trainingsprogramma de betrouwbaarheid van de derde-organisatie getoetst.

Artikel 7

Deze regeling treedt in werking op 1 september 2001.

Artikel 8

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling erkenning scholings- en trainingsprogramma.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.