Regeling van de Minister voor Grote Steden- en Integratiebeleid van 7 september 2001, houdende regels in verband met de verstrekking van reisdocumenten door de Minister van Buitenlandse Zaken en de hoofden van de door hem aangewezen consulaire posten in het buitenland
Gelet op de artikelen 2, eerste lid, onder g, tweede en derde lid, 3, eerste, derde, vierde en zevende lid, 16, tweede lid, 26, eerste lid, onder d en derde lid, 27, eerste lid, 30, eerste lid, 31, derde lid, 40, eerste lid, onder d en zesde lid, 43, 57 en 59 van de Paspoortwet;
Besluit:
Hoofdstuk I. Algemene bepalingen
§ 1. Definities en reikwijdte
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. de wet: de Paspoortwet; b. aanvraag, weigering, verstrekking, uitreiking, houder, wijziging, inhouding, vervallen of vervallenverklaring en vermissing: hetgeen ingevolge artikel 1, eerste lid, van de wet daaronder wordt verstaan; c. aanvrager: degene die een aanvraag als bedoeld in artikel 1, onder a, van de wet indient of op wie een dergelijke aanvraag betrekking heeft; d. register paspoortsignaleringen: het register, bedoeld in artikel 25, derde lid, van de wet; e. signalerende autoriteit: de autoriteit, bedoeld in de artikelen 18 tot en met 24 van de wet, die op grond van artikel 25 van de wet een verzoek tot weigering of vervallenverklaring heeft ingediend; f. basisadministratie: de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens als bedoeld in artikel 2 van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens, dan wel een basisadministratie als bedoeld in artikel 2 van de Wet basisadministraties persoonsgegevens BES, dan wel een bij Landsverordening van Aruba, Curaçao of Sint Maarten ingestelde bevolkingsadministratie; g. basisregister reisdocumenten: het register, bedoeld in artikel 4a van de wet; h. aanvraagsysteem reisdocumenten: het geheel van apparatuur, programmatuur, opslagmedia en overige materialen, waarvan door de bevoegde autoriteit gebruik wordt gemaakt bij de aanvraag, verstrekking, uitreiking en registratie van reisdocumenten; i. reisdocumentenstation: de door de leverancier beschikbaar gestelde apparatuur en programmatuur, waarin gegevens met betrekking tot aangevraagde en uitgereikte reisdocumenten worden verwerkt en gearchiveerd en waarmee de gegevensuitwisseling tussen de bevoegde autoriteit en de leverancier plaatsvindt (reisdocumentenaanvraag- en archiefstation); j. reisdocumentenadministratie: de in het reisdocumentenstation en op andere wijze bij de bevoegde autoriteit opgeslagen gegevens met betrekking tot aangevraagde en uitgereikte reisdocumenten; k. reisdocumentenmodule: de apparatuur en programmatuur, waarmee de bevoegde autoriteit bij de aanvraag en uitreiking gegevens uitwisselt met het reisdocumentenstation en de basisadministratie; l. standaardclausule: een clausule, waarvan de tekst in bijlage A van deze regeling is opgenomen en die door de leverancier dan wel de bevoegde autoriteit in het reisdocument wordt aangebracht; m. standaardformulier: een voorbedrukt formulier, opgenomen in bijlage B van deze regeling; n. modelformulier: een model voor een formulier, opgenomen in bijlage C van deze regeling; o. aanvraag-informatieformulier: een door de Minister van Buitenlandse Zaken voorgeschreven formulier, dat bestemd is voor het opmaken van een aanvraag voor een reisdocument; p. openbaar lichaam: openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba; q. aanvraagnummer: het nummer dat voorgedrukt is op het foto- en handtekeningformulier; r. administratienummer: het administratienummer, bedoeld in artikel 50 van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens, dan wel in de artikelen 10 en 11 van de Wet basisadministraties persoonsgegevens BES; s. burgerservicenummer: het nummer, bedoeld in artikel 1, onder b, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer; t. agentschap BPR: het agentschap Basisadministratie Persoonsgegevens en Reisdocumenten van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties; u. identificatiekaart: een document als bedoeld in artikel 88, waarmee op elektronische wijze toegang kan worden verkregen tot het reisdocumentenstation en de daarin opgeslagen programmatuur en gegevens; v. leverancier: een bedrijf dat in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties belast is met het verrichten van een of meerdere diensten die verband houden met de verstrekking van reisdocumenten; w. distributeur: het bedrijf dat zorg draagt voor de distributie van reisdocumenten, identificatiekaarten en overige materialen die door de leverancier worden geleverd; x. uitgiftelocatie: de locatie bij een bevoegde autoriteit waar de aanvragen aan de leverancier worden verzonden en de documenten en overige materialen door de distributeur worden afgeleverd; y. vervallen; z. verblijfsdocument: een document waaruit het verblijfsrecht van de vreemdeling ingevolge de Vreemdelingenwet 2000, de Wet toelating en uitzetting BES of de Landsverordening Toelating en Uitzetting van Aruba, Curaçao of Sint Maarten blijkt; aa. aanvraagstation: de door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aangewezen apparatuur en programmatuur voor het ondersteunen van het aanvraag- en uitgifteproces van reisdocumenten; bb. foto- en handtekeningformulier: het in bijlage B van deze regeling opgenomen standaardformulier B8 dat bestemd is voor het in de aanvraag opnemen van de foto en handtekening, bedoeld in artikel 51, eerste en tweede lid; cc. Aanvraagstationlocatie: de locatie waar de bevoegde autoriteit met inachtneming van artikel 91 één of meerdere aanvraagstations heeft geplaatst; dd. mobiel vingerafdrukopname-apparaat: de door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aangewezen apparatuur en bijbehorende programmatuur voor het opnemen van vingerafdrukken indien de aanvrager op grond van artikel 28, derde lid, van de wet niet in persoon verschijnt.
Deze regeling is van toepassing op de verstrekking van reisdocumenten door de Minister van Buitenlandse Zaken en de hoofden van door hem aangewezen consulaire posten in het buitenland.
§ 2. Andere reisdocumenten van het Koninkrijk der Nederlanden
Artikel 2
Andere reisdocumenten van het Koninkrijk der Nederlanden ingevolge artikel 2, eerste lid, onder g, van de wet zijn:
- a. faciliteitenpaspoort;
- b. tweede paspoort;
- c. een voorlopig reisdocument.
§ 3. Modellen van de reisdocumenten
Artikel 3
Met betrekking tot de in artikel 2, eerste lid, onder a tot en met e, van de wet bedoelde reisdocumenten bestaan de navolgende modellen:
- a. nationaal paspoort: model nationaal paspoort met 34 bladzijden, dan wel met 66 bladzijden (zakenpaspoort);
- b. diplomatiek paspoort: model diplomatiek paspoort;
- c. dienstpaspoort: model dienstpaspoort en model nationaal paspoort voorzien van standaardclausule IX;
- d. reisdocument voor vluchtelingen: model reisdocument voor vluchtelingen;
- e. reisdocument voor vreemdelingen: model reisdocument voor vreemdelingen.
Met betrekking tot het in artikel 2, eerste lid, onder f, van de wet bedoelde nooddocument bestaan de navolgende modellen:
- a. noodpaspoort: model noodpaspoort;
- b. laissez-passer: model laissez-passer.
Met betrekking tot de ingevolge artikel 2, eerste lid, onder g, van de wet vastgestelde reisdocumenten bestaan de navolgende modellen:
- a. faciliteitenpaspoort: model nationaal paspoort met 34 bladzijden, dan wel met 66 bladzijden (zakenpaspoort), voorzien van standaardclausule VI;
- b. tweede paspoort: model nationaal paspoort met 34 bladzijden, dan wel met 66 bladzijden (zakenpaspoort), voorzien van standaardclausule VII;
- c. voorlopig reisdocument: model noodpaspoort en model laissez-passer, voorzien van standaardclausule XIII.
Met betrekking tot de ingevolge artikel 2, tweede lid, van de wet genoemde Nederlandse identiteitskaart bestaat het navolgende model: model Nederlandse identiteitskaart.
In de modellen, genoemd in het eerste lid, derde lid, onder a en b, en vierde lid, is een machineleesbare strook en een chip opgenomen.
In het model noodpaspoort, genoemd in het tweede lid, onder a, en in het derde lid, onder c, is een machineleesbare strook opgenomen.
Op de houderpagina van de in het eerste lid, onder a, derde lid en vierde lid, genoemde modellen van reisdocumenten wordt, indien de aanvrager Nederlander is en als ingezetene staat ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens, bedoeld in artikel 2 van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens, het burgerservicenummer van de houder vermeld. In afwijking van de eerste zin wordt geen burgerservicenummer vermeld op een voorlopig reisdocument, dat wordt verstrekt als model laissez-passer.
De woonplaats en het adres worden niet opgenomen in de in het eerste tot en met vierde lid genoemde modellen.
§ 4. Register paspoortsignaleringen
Artikel 4. Vestigingsplaats van het register
Het register paspoortsignaleringen is ondergebracht bij het agentschap BPR.
Artikel 5. Administratie van kennisgevingen uit het register
De tot verstrekking dan wel inhouding bevoegde autoriteiten dragen er zorg voor dat de administratie, bedoeld in artikel 25, vierde en vijfde lid, van de wet, te allen tijde de naam, voornamen, geboortedatum en geboorteplaats bevat van de personen ten aanzien van wie zij op grond van de wet bevoegd zijn tot verstrekking dan wel inhouding.
De in het eerste lid bedoelde administratie is op naam toegankelijk en kan desgewenst worden gevoerd door het bewaren en raadplegen van de regelmatig toegezonden signaleringslijst en de tussentijdse aanvullingen daarop.
§ 5. Aangewezen autoriteiten
Artikel 6
De Minister van Buitenlandse Zaken neemt naast de in de wet genoemde gevallen tevens aanvragen in ontvangst voor en gaat over tot de verstrekking van laissez-passer’s ten behoeve van de in artikel 15, tweede lid, van de wet bedoelde personen.
Artikel 7. Het hoofd van de post
Vervallen
Artikel 8. Heffing en kwijtschelding van rechten
Het hoofd van de post die een aanvraag in ontvangst neemt, is bevoegd tot heffing van rechten, dan wel het verlenen van gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van rechten als bedoeld in het Besluit paspoortgelden.
Hoofdstuk II. Vaststelling aanspraken op reisdocumenten en geldigheid
§ 1. Nationale paspoorten en Nederlandse identiteitskaarten
Artikel 9. Vaststelling van het Nederlanderschap
Voor het verkrijgen van de nodige zekerheid over het Nederlanderschap van de aanvrager wordt gebruik gemaakt van het door deze overgelegde Nederlandse reisdocument, alsmede van de door de aanvrager bij de aanvraag verstrekte gegevens.
Indien de aanvrager niet in staat is een eerder uitgereikt Nederlands reisdocument over te leggen, worden de in de reisdocumentenadministratie opgenomen gegevens behorende bij het eerder aan betrokkene uitgereikte reisdocument, niet zijnde een nooddocument, geraadpleegd.
Berusten de in het tweede lid bedoelde gegevens bij een andere autoriteit, dan wordt deze verzocht om kosteloze verstrekking van een afschrift van de gevraagde gegevens uit de reisdocumentenadministratie. In de aanvraag wordt vermeld bij welke autoriteit de gegevens zijn opgevraagd.
Indien onzekerheid blijft bestaan over het Nederlanderschap van de aanvrager wordt daarnaar een gericht onderzoek ingesteld. Dit onderzoek omvat zoveel mogelijk verificatie van de nationaliteit met behulp van door de aanvrager over te leggen documenten die zijn afgegeven door een bevoegde autoriteit, waaronder zijn geboorteakte, en eventuele andere bewijsstukken.
Artikel 10. Geldigheid
Het nationaal paspoort is geldig voor vijf jaren en voor alle landen.
De Nederlandse identiteitskaart is geldig voor vijf jaren en voor de landen die behoren tot de Europese Unie, alsmede voor Andorra, Liechtenstein, Monaco, Noorwegen, San Marino, Turkije, IJsland en Zwitserland.
Indien als gevolg van een tijdelijke verhindering bij de aanvrager geen vingerafdrukken in het document worden opgenomen, bedraagt in afwijking van het eerste en tweede lid, de geldigheidsduur van het betreffende reisdocument één jaar.
§ 2. Reisdocumenten voor niet-Nederlanders
§ 2.1. Reisdocumenten voor vluchtelingen en reisdocumenten voor vreemdelingen ten behoeve van personen die in Nederland rechtmatig verblijf hebben
Artikel 11. Gebruik van het modelformulier
Bij de aanvraag van een reisdocument voor vluchtelingen, dan wel een reisdocument voor vreemdelingen wordt gebruik gemaakt van modelformulier C1.
Een in het eerste lid bedoeld formulier kan worden verstrekt nadat daartoe een verzoek is gedaan door het hoofd van de post, onder vermelding van de personalia van de aanvrager en de reden van de aanvraag.
In het formulier worden naast de geslachtsnaam, voornamen, geboortedatum en geboorteplaats van de aanvrager de navolgende gegevens vermeld:
- I. met betrekking tot de nationaliteit:
- a. welke nationaliteit de aanvrager bezit, dan wel
- b. door welke oorzaak de aanvrager zonder of van onbekende nationaliteit is, dan wel
- c. op grond van welke wettelijke regeling of administratieve beslissing de aanvrager zijn nationaliteit heeft verloren;
- II. met betrekking tot de (gewezen) echtgenoot, echtgenote of geregistreerd partner: de geslachtsnaam, voornamen, geboortedatum, geboorteplaats, nationaliteit en burgerlijke staat van de echtgenoot, echtgenote of geregistreerd partner, dan wel laatste gewezen echtgenoot, echtgenote of geregistreerd partner, alsmede het bezit van een verblijfsdocument met vermelding van het verblijfsrecht, het documentnummer en de geldigheidsduur van het document indien de betrokkene niet het Nederlanderschap bezit;
- III. met betrekking tot de binnenkomst in het Europese dan wel Caribische deel van Nederland:
- a. de datum van binnenkomst van de aanvrager;
- b. het land van waar de aanvrager voor binnenkomst laatstelijk was vertrokken of het deel van Nederland, indien de aanvrager voor binnenkomst laatstelijk was vertrokken uit het Europese dan wel Caribische deel van Nederland;
- c. de gemeente dan wel het openbaar lichaam waar de aanvrager bij binnenkomst voor het eerst als ingezetene in de basisadministratie is ingeschreven;
- d. het documentnummer, de geldigheidsduur, alsmede de datum en autoriteit van vertrekking van het reisdocument waarover de aanvrager bij binnenkomst beschikte;
- IV. met betrekking tot het rechtmatig verblijf van de aanvrager in het Europese dan wel Caribische deel van Nederland:
- a. de in de basisadministratie opgenomen gegevens over het verblijfsrecht van de aanvrager;
- b. het door de aanvrager ter inzage overgelegde verblijfsdocument met vermelding van het verblijfsrecht, het documentnummer en de geldigheidsduur van het document, dan wel de reden waarom geen geldig verblijfsdocument ter inzage kan worden overgelegd;
- c. de datum van vertrek en de gemeente dan wel het openbaar lichaam waar betrokkene als ingezetene in de basisadministratie is of voor het laatst was ingeschreven;
- d. de reden van het buitenlands verblijf of van het verblijf in het andere deel van Nederland, indien de aanvrager in het Europese dan wel het Caribische deel van Nederland verblijft.
De daartoe aangewezen ambtenaar voorziet het formulier op de bestemde plaats van zijn handtekening.
Het hoofd van de post waar de aanvraag is ingediend zendt het formulier, vergezeld van (foto)kopieën van de in het bezit van de aanvrager zijnde reisdocumenten, dan wel van de reisdocumenten waarin hij staat bijschreven (met alle bestempelde visumbladzijden), alsmede van het verblijfsdocument aan de Minister van Buitenlandse Zaken.
Artikel 12. Opmerkingen van de Nederlandse Minister van Justitie
Het formulier en de eventuele overgelegde bewijsstukken worden door tussenkomst van de Minister van Buitenlandse Zaken doorgezonden aan de Nederlandse Minister van Justitie in wiens vreemdelingenadministratie de aanvrager ten tijde van de aanvraag is opgenomen.
In het formulier worden de navolgende gegevens die over de aanvrager in de vreemdelingenadministratie zijn opgenomen, vermeld:
- a. geslachtsnaam, voornamen, geboortedatum, geboorteplaats en nationaliteit;
- b. de datum sedert welke de aanvrager in de vreemdelingenadministratie is ingeschreven;
- c. het verblijfsrecht van de aanvrager met de datum waarop dit eindigt;
- d. het aan de aanvrager verstrekte verblijfsdocument met vermelding van het documentnummer en de geldigheidsduur, dan wel de reden waarom de aanvrager niet in aanmerking komt voor een verblijfsdocument.
In het formulier wordt tevens vermeld of en zo ja, op welke punten de ingevolge artikel 11 vermelde gegevens afwijken van de gegevens die omtrent de aanvrager in de vreemdelingenadministratie zijn opgenomen.
Indien de aanvraag betrekking heeft op een reisdocument voor vreemdelingen als bedoeld in artikel 14 van de wet en tegen het verlenen daarvan op verblijfsrechtelijke gronden bedenkingen bestaan, vermeldt de Nederlandse Minister van Justitie als bedenkingen:
- a. de aanvrager dient in het bezit te zijn van een geldig reisdocument voor grensoverschrijding, verstrekt door de autoriteiten van een ander land, dan wel
- b. de verblijfstitel van de aanvrager zal niet meer worden verlengd, dan wel
- c. de verblijfstitel van de aanvrager is of zal vervallen, dan wel
- d. andere bedenkingen.
De daartoe aangewezen ambtenaar voorziet het formulier op de bestemde plaats van zijn handtekening.
De Nederlandse Minister van Justitie zendt het formulier terug aan de Minister van Buitenlandse Zaken.
Artikel 13. Vaststelling aanspraken op reisdocumenten als bedoeld in artikel 11 en 13 van de wet
De vaststelling van de aanspraak op een reisdocument voor vluchtelingen als bedoeld in artikel 11 van de wet geschiedt op grond van de gegevens die in het formulier zijn opgenomen, alsmede aan de hand van het door de aanvrager overgelegde verblijfsdocument waaruit diens nationaliteit blijkt, en:
- a. waaruit diens verblijfsrecht ingevolge artikel 28 of 33 van de Vreemdelingenwet 2000 blijkt, of
- b. waaruit diens verblijfsrecht ingevolge artikel 12a van de Wet toelating en uitzetting BES in de openbare lichamen blijkt.
De vaststelling van het recht op een reisdocument voor vreemdelingen als bedoeld in artikel 13 van de wet geschiedt op grond van de gegevens die in het formulier zijn opgenomen, alsmede aan de hand van het door de aanvrager overgelegde verblijfsdocument, waaruit het gegeven van diens staatloosheid blijkt, en:
- a. waaruit diens verblijfsrecht ingevolge artikel 14 of 20 van de Vreemdelingenwet 2000 blijkt, of
- b. waaruit diens toelating als staatloze in de openbare lichamen blijkt.
Artikel 14. Vaststelling aanspraken op reisdocumenten als bedoeld in artikel 14 van de wet
Indien de aanvraag betrekking heeft op een reisdocument als bedoeld in artikel 14 van de wet worden in het formulier naast de gegevens, bedoeld in artikel 11, nog de navolgende gegevens vermeld:
- a. de reden waarom de aanvrager geen reisdocument van een ander land kan verkrijgen, dan wel
- b. de reden waarom van de aanvrager niet kan worden gevergd, dat hij een reisdocument van een ander land aanvraagt, dan wel
- c. indien de aanvrager een verzoek om naturalisatie tot Nederlander heeft ingediend, op welke datum dit is geschied, in welk stadium de procedure zich bevindt en wat het daarop betrekking hebbende behandelingsnummer van het ministerie van Justitie is.
De vaststelling van de aanspraak op een reisdocument voor vreemdelingen als bedoeld in artikel 14 van de wet geschiedt aan de hand van het door de aanvrager overgelegde verblijfsdocument, waaruit diens verblijfsrecht ingevolge artikel 14 of 20 van de Vreemdelingenwet 2000, dan wel ingevolge de Wet toelating en uitzetting BES, en diens nationaliteit blijkt, alsmede op grond van de gegevens die in het formulier zijn opgenomen.
Artikel 15. Beslissing inzake de aanspraak op een reisdocument als bedoeld in de artikelen 11, 13 of 14 van de wet
Indien de in de basisadministratie opgenomen gegevens afwijken van de gegevens die omtrent de aanvrager in zijn verblijfsdocument of in de vreemdelingenadministratie zijn opgenomen dan wel anderszins onzekerheid bestaat over deze gegevens, wordt daarnaar een gericht onderzoek ingesteld.
De Minister van Buitenlandse Zaken vermeldt in het formulier zijn beslissing met betrekking tot de aanspraak van de aanvrager op het aangevraagde reisdocument.
De Minister van Buitenlandse Zaken zendt het formulier terug aan het hoofd van de post waar de aanvraag is ingediend.
Artikel 16. Reisdocumenten als bedoeld in artikel 12 en 15, tweede lid, van de wet
Indien de aanvraag betrekking heeft op een reisdocument als bedoeld in artikel 12 of 15, tweede lid, van de wet worden in het formulier naast de gegevens, bedoeld in artikel 11, derde liden 14, eerste lid, de navolgende gegevens vermeld:
- a. het door de aanvrager overgelegde document, waaruit diens verblijfsrecht ingevolge de Vreemdelingenwet 2000, dan wel de Wet toelating en uitzetting BES, en diens nationaliteit blijkt;
- b. het doel waarvoor de aanvrager het gevraagde reisdocument nodig heeft;
- c. het land van bestemming of het andere deel van Nederland indien de aanvrager zich naar het Europese dan wel het Caribische deel van Nederland wenst te begeven.
De artikelen 11, vierde en vijfde lid, 12 en 15 zijn van overeenkomstige toepassing.
§ 2.2. Reisdocumenten voor vluchtelingen en reisdocumenten voor vreemdelingen ten behoeve van personen die in de Nederlandse Antillen dan wel Aruba rechtmatig verblijf hebben
Artikel 17. Gebruik van een informatieformulier
Bij de aanvraag van een reisdocument voor vluchtelingen, dan wel een reisdocument voor vreemdelingen wordt gebruik gemaakt van een daartoe bestemd informatieformulier. Dit kan een aanvraag-informatieformulier zijn als bedoeld in artikel 35.
Het invullen van het formulier, bedoeld in het eerste lid, geschiedt zoveel mogelijk overeenkomstig de artikelen 11, derde lid, 14, eerste lid en 16, eerste lid.
Artikel 11, vierde en vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 18. Vaststelling aanspraken op een reisdocument
Het informatieformulier en de eventuele overgelegde bewijsstukken worden door tussenkomst van de Minister van Buitenlandse Zaken doorgezonden aan de Gouverneur van Aruba, Curaçao of Sint Maarten.
De Gouverneur vermeldt in het formulier of, en zo ja welke bedenkingen bestaan tegen verstrekking van het aangevraagde reisdocument.
Indien de aanvraag betrekking heeft op een reisdocument als bedoeld in artikel 12 of 14 van de wet gaat de Gouverneur niet over tot de in het tweede lid bedoelde vermelding in het formulier alvorens hij het advies van de Minister van Buitenlandse Zaken over de desbetreffende aanvraag heeft ingewonnen.
Behoudens het bepaalde in het vijfde lid zendt de Gouverneur het formulier aan het hoofd van de post waar de aanvraag is ingediend.
Indien de aanvraag betrekking heeft op een reisdocument voor vreemdelingen als bedoeld in artikel 15, tweede lid, van de wet zendt de Gouverneur het formulier aan de Minister van Buitenlandse Zaken die daarin vermeldt of en zo ja, welke bedenkingen hij heeft tegen de verstrekking van het aangevraagde reisdocument en het formulier doorstuurt aan het hoofd van de post waar de aanvraag is ingediend.
§ 2.3. Nooddocumenten voor niet-Nederlanders als bedoeld in artikel 15, tweede lid, van de wet
Artikel 19. Laissez-passer voor vreemdelingen
De vaststelling van een aanspraak op verstrekking van een laissez-passer ingevolge artikel 15, tweede lid, van de wet geschiedt met gebruikmaking van het door de aanvrager overgelegde verblijfsdocument waaruit diens rechtmatig verblijf in het Europese dan wel Caribische deel van Nederland, Aruba, Curaçao of Sint Maarten en diens nationaliteit blijkt, alsmede aan de hand van de door de aanvrager bij de aanvraag verstrekte gegevens.
In geval van twijfel aan de gegevens die in het verblijfsdocument zijn vermeld dan wel door de aanvrager zijn verstrekt, vindt verificatie daarvan plaats in de vreemdelingenadministratie waarin de aanvrager is opgenomen.
De verstrekking van een laissez-passer ten behoeve van een in het eerste lid bedoelde persoon door het hoofd van de post vindt slechts plaats na machtiging van de Minister van Buitenlandse Zaken.
§ 2.4. Geldigheid
Artikel 20
Een reisdocument voor vluchtelingen, verstrekt aan een persoon die beschikt over een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 33 van de Vreemdelingenwet 2000, dan wel over een toelating als vluchteling in Aruba, Curaçao of Sint Maarten, is geldig voor vijf jaren en voor alle landen, met uitzondering van het land waarvan de houder de nationaliteit bezit.
Een reisdocument voor vluchtelingen, verstrekt aan een persoon die beschikt over een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 of als bedoeld in artikel 12a van de Wet toelating en uitzetting BES, dan wel over een overeenkomstige verblijfsvergunning in Aruba, Curaçao of Sint Maarten, is geldig:
- a. tot de datum waarop de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning eindigt, met een minimale geldigheidsduur van een jaar en een maximale geldigheidsduur van drie jaren, en
- b. voor alle landen, met uitzondering van het land waarvan de houder de nationaliteit bezit.
Een reisdocument voor vreemdelingen, verstrekt aan een persoon die beschikt over een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 20 van de Vreemdelingenwet 2000 of als bedoeld in de Wet toelating en uitzetting BES, dan wel over een overeenkomstige verblijfsvergunning in Aruba, Curaçao of Sint Maarten, is geldig voor vijf jaren en voor alle landen, met uitzondering van het land waarvan de houder de nationaliteit bezit.
Een reisdocument voor vreemdelingen als bedoeld in artikel 14 van de wet, verstrekt aan een persoon die beschikt over een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 van de Vreemdelingenwet 2000 of als bedoeld in de Wet toelating en uitzetting BES, dan wel over een overeenkomstige verblijfsvergunning in Aruba, Curaçao of Sint Maarten, is geldig:
- a. tot de datum waarop de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning eindigt, met een maximale geldigheidsduur van vijf jaren, en
- b. voor alle landen, met uitzondering van het land waarvan de houder de nationaliteit bezit.
Een reisdocument voor vreemdelingen, verstrekt aan een persoon die op grond van de Wet betreffende de positie van Molukkers als Nederlander wordt behandeld, is geldig voor vijf jaren en voor alle landen.
Een reisdocument voor vreemdelingen dan wel een nooddocument als bedoeld in artikel 15, tweede lid, van de wet, is geldig:
- a. voor het land van bestemming en de landen waarvan de houder op zijn doorreis de grens passeert, met uitzondering van het land waarvan de houder de nationaliteit bezit;
- b. voor de duur van de reis, waarbij rekening wordt gehouden met de door het land van bestemming en de landen van doorreis vereiste minimale geldigheid van het reisdocument na binnenkomst, dan wel na vertrek van de houder, met een maximum van een jaar.
Indien als gevolg van een tijdelijke verhindering bij de aanvrager geen vingerafdrukken in het document worden opgenomen, bedraagt in afwijking van het eerste, tweede, derde en vijfde lid, de geldigheidsduur van het betreffende reisdocument één jaar en bedraagt in afwijking van het vierde en zesde lid, de geldigheidsduur van het betreffende reisdocument maximaal één jaar.
§ 3. Faciliteitenpaspoorten
Artikel 21. Aanspraken
Artikel 9 is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 22. Geldigheid
Een faciliteitenpaspoort is geldig voor vijf jaren en voor alle landen.
Indien als gevolg van een tijdelijke verhindering bij de aanvrager geen vingerafdrukken in het document worden opgenomen, bedraagt in afwijking van het eerste lid, de geldigheidsduur van het betreffende reisdocument één jaar.
§ 4. Tweede paspoorten
Artikel 23. Aanspraken
Ingevolge artikel 30, eerste lid, van de wet kan een tweede paspoort worden verstrekt op verzoek van houders van een nationaal paspoort, die aantonen dat zij voor zakelijke of beroepsmatige redenen:
- a. in een reis achtereenvolgens verschillende landen moeten bezoeken waarbij zij de gerede kans lopen dat hun toelating tot een land op problemen zal stuiten, omdat uit het daartoe over te leggen nationaal paspoort blijkt dat zij eerder in een ander land zijn geweest, dan wel
- b. regelmatig dringend moeten reizen op een tijdstip dat hun nationaal paspoort zich in verband met visering bij een buitenlandse vertegenwoordiging bevindt.
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties stelt na overleg met de Minister van Buitenlandse Zaken een overzicht op van de in het eerste lid, onder a, bedoelde landen.
Bij de aanvraag dient het oorspronkelijke paspoort en het eventueel eerder uitgereikte tweede paspoort te worden overgelegd.
In afwijking van het derde lid kan bij de aanvraag worden volstaan met afschriften van de houderpagina en van alle bestempelde visumbladzijden van het oorspronkelijke paspoort en het eventueel eerder uitgereikte tweede paspoort, indien de aanvrager met een door een buitenlandse vertegenwoordiging verstrekte verklaring of ander schriftelijk bewijs kan aantonen, dat het over te leggen reisdocument zich op dat moment in verband met visering bij de desbetreffende buitenlandse vertegenwoordiging bevindt.
Indien bij de aanvraag blijkt dat de geldigheidsduur van het oorspronkelijke paspoort binnen zes maanden zal verstrijken, wordt de beslissing op de aanvraag pas genomen nadat het oorspronkelijke paspoort is vervangen door een nieuw nationaal paspoort.
Artikel 24. Geldigheid
Een tweede paspoort is geldig voor twee jaren en voor alle landen.
Indien als gevolg van een tijdelijke verhindering bij de aanvrager geen vingerafdrukken in het document worden opgenomen, bedraagt in afwijking van het eerste lid, de geldigheidsduur van het betreffende reisdocument één jaar.
§ 5. Nooddocumenten
Artikel 25. Nooddocumenten voor Nederlanders als bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de wet
Op het vaststellen van de aanspraak van een Nederlander dan wel een persoon die op grond van de Wet betreffende de positie van Molukkers als Nederlander wordt behandeld, op een nooddocument zijn de artikelen 9 en 21 zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing.
Aan een in het eerste lid bedoelde persoon, die aanspraak heeft op verstrekking van een nooddocument, wordt een noodpaspoort verstrekt.
In afwijking van het tweede lid wordt aan een in het eerste lid bedoelde persoon een laissez-passer verstrekt, indien bij de verstrekking geen gebruik kan worden gemaakt van het reisdocumentenstation en de reis van de betrokken aanvrager geen uitstel gedoogt.
Artikel 26. Nooddocumenten voor niet-Nederlanders als bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de wet
Op het vaststellen van de aanspraak van een vreemdeling op een nooddocument zijn de artikelen 13 en 14, tweede lid, zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing. De verstrekking vindt slechts plaats na machtiging van de Minister van Buitenlandse Zaken, die de in de aanvraag vermelde verblijfsrechtelijke gegevens verifieert bij:
- a. de Minister van Justitie, indien de aanvrager tot het Europese of Caribische deel van Nederland is toegelaten;
- b. de Gouverneur, indien de aanvrager in Aruba, Curaçao of Sint Maarten is toegelaten.
Aan een in het eerste lid bedoelde persoon, die aanspraak heeft op verstrekking van een nooddocument, wordt een laissez-passer verstrekt.
Artikel 27. Geldigheid
Een nooddocument is maximaal een jaar geldig.
Bij het vaststellen van de geldigheidsduur wordt rekening gehouden met de duur van de reis, alsmede de door het land van bestemming en de landen van doorreis vereiste minimale geldigheid van het reisdocument na binnenkomst, dan wel vertrek van de houder.
De territoriale geldigheid van een noodpaspoort omvat alle landen en die van een laissez-passer, behoudens het bepaalde in het vierde lid, het land van bestemming en de landen waarvan de houder op zijn doorreis de grens passeert.
Indien de verstrekking van het laissez-passer geschiedt ten behoeve van een niet-Nederlander, omvat de territoriale geldigheid nimmer het land waarvan de houder de nationaliteit bezit.
Artikel 28. In nooddocumenten te vermelden tijdstip en autoriteit van inlevering
In een nooddocument wordt de datum waarop het reisdocument uiterlijk moet worden ingeleverd en de autoriteit bij wie de inlevering dient plaats te vinden, vermeld.
De in het eerste lid bedoelde datum is de datum waarop de geldigheidsduur van het nooddocument eindigt.
De ingevolge het eerste lid te vermelden autoriteit is:
- a. de burgemeester van de gemeente of de gezaghebber van het openbaar lichaam waar de houder woont of verblijft, dan wel
- b. de door de Gouverneur aangewezen autoriteit, indien de houder in Aruba, Curaçao of Sint Maarten woonachtig is, dan wel
- c. de Gouverneur van Aruba, Curaçao of Sint Maarten, indien de houder het nieuwe reisdocument bij de Gouverneur zal aanvragen, dan wel
- d. het hoofd van de Nederlandse consulaire post in het buitenland, waar de houder het nieuwe reisdocument zal aanvragen.
Artikel 29. Aanspraken noodverlengingen
Vervallen
Artikel 30. Geldigheid noodverlengingen
Vervallen
§ 6. Diplomatieke paspoorten en dienstpaspoorten
Artikel 31. Aanspraken en geldigheid
De vaststelling van een aanspraak op verstrekking van een diplomatiek paspoort of een dienstpaspoort geschiedt door de Minister van Buitenlandse Zaken, met gebruikmaking van de gegevens die door de aanvrager bij de aanvraag zijn verstrekt.
De geldigheid van een diplomatiek paspoort of een dienstpaspoort wordt bij elke verstrekking afzonderlijk vastgesteld door de Minister van Buitenlandse Zaken, met een maximale geldigheid van vijf jaar. Indien als gevolg van een tijdelijke verhindering bij de aanvrager geen vingerafdrukken in het paspoort kunnen worden opgenomen, wordt de geldigheidsduur vastgesteld met een maximale geldigheid van één jaar.
Artikel 32. Verplicht bezit nationaal paspoort
Tot de uitreiking van een diplomatiek paspoort of een dienstpaspoort wordt slechts overgegaan indien de aanvrager beschikt over een nationaal paspoort dat nog minimaal zes maanden geldig is.
Indien bij de aanvraag van een diplomatiek paspoort of een dienstpaspoort blijkt dat de geldigheidsduur van het nationaal paspoort binnen zes maanden zal verstrijken, wordt de beslissing op de aanvraag pas genomen nadat het nationaal paspoort is vervangen door een nieuw nationaal paspoort.
De Minister van Buitenlandse Zaken kan een verstrekt diplomatiek paspoort of dienstpaspoort intrekken, indien de houder daarvan niet meer beschikt over een geldig nationaal paspoort dan wel het diplomatiek paspoort of het dienstpaspoort in strijd met de voorwaarden waaronder het werd verstrekt heeft gebruikt, ondanks het feit dat hij op dat moment beschikte over een nationaal paspoort.
De houder van een nationaal paspoort wordt tijdig op de hoogte gesteld van het verstrijken van de geldigheidsduur van zijn reisdocument en de mogelijkheid een nieuw nationaal paspoort aan te vragen.
Artikel 33. Dienstpaspoortclausule
De vaststelling van een aanspraak op plaatsing van een dienstpaspoortclausule in een nationaal paspoort, waardoor dat paspoort tijdelijk de status van een dienstpaspoort verkrijgt, geschiedt door de Minister van Buitenlandse Zaken, met gebruikmaking van de gegevens die door de aanvrager bij de aanvraag zijn verstrekt.
De plaatsing van de dienstpaspoortclausule geschiedt met behulp van standaardclausule IX. In de clausule worden de datum waarop deze is aangebracht, de datum waarop de geldigheidsduur ervan eindigt en het bijbehorende administratienummer ingevuld.
De clausule wordt ondertekend door de Minister van Buitenlandse Zaken of de door hem daartoe aangewezen ambtenaar en gewaarmerkt met het in artikel 102, eerste lid, bedoelde dienststempel.
De clausule wordt aangebracht op de bladzijde bestemd voor ambtelijke aantekeningen of op een visumbladzijde.
De geldigheidsduur van een dienstpaspoortclausule mag de geldigheidsduur van het nationaal paspoort waarin deze wordt aangebracht, niet overschrijden.
Artikel 34. Noodverlenging diplomatiek paspoort of dienstpaspoort
Vervallen
Hoofdstuk III. Aanvraagprocedure
§ 1. Algemeen
Artikel 35. Het opmaken van de aanvraag voor een reisdocument
De foto, vingerafdrukken en handtekening van de aanvrager worden opgenomen met behulp van het aanvraagstation. Bij het opmaken van een aanvraag voor een reisdocument kan, in nader door de Minister van Buitenlandse Zaken te bepalen gevallen, gebruik worden gemaakt van een daartoe bestemd aanvraag-informatieformulier.
In de aanvraag wordt de in artikel 91 bedoelde locatiecode, behorende bij de uitgiftelocatie, vermeld.
In de aanvraag wordt aangegeven op welk model reisdocument deze betrekking heeft.
In de aanvraag wordt het aanvraagnummer vermeld.
Artikel 36. Vaststelling van de identiteit van de aanvrager
Voor het verkrijgen van de nodige zekerheid over de identiteit van de aanvrager wordt gebruik gemaakt van het door de aanvrager overgelegde Nederlandse reisdocument, alsmede van de gegevens die door de aanvrager bij de aanvraag zijn verstrekt.
Indien de aanvrager niet in staat is een eerder uitgereikt Nederlands reisdocument over te leggen, de in het overgelegde reisdocument vermelde gegevens afwijken van de gegevens die door de aanvrager bij de aanvraag zijn verstrekt, dan wel anderszins onvoldoende zekerheid bestaat over de identiteit van de aanvrager, worden de in de reisdocumentenadministratie opgenomen gegevens behorende bij het eerder aan betrokkene uitgereikte reisdocument, niet zijnde een nooddocument, geraadpleegd. Tevens worden in dat geval nadere identificerende vragen gesteld.
Berusten de in het tweede lid bedoelde gegevens bij een andere autoriteit, dan wordt deze verzocht om kosteloze verstrekking van een afschrift van de gevraagde gegevens uit de reisdocumentenadministratie. In de aanvraag wordt vermeld bij welke autoriteit de gegevens zijn opgevraagd.
In afwijking van het tweede en het derde lid kan bij vermissing van een eerder uitgereikt reisdocument het raadplegen van de gegevens uit de reisdocumentenadministratie achterwege blijven, indien de identiteit van de aanvrager met voldoende zekerheid kan worden vastgesteld aan de hand van een ander op grond van artikel 30 van de wet aan de aanvrager uitgereikt geldig reisdocument.
De aanvrager aan wie niet eerder een Nederlands reisdocument is verstrekt, dient bij zijn aanvraag andere identiteitsdocumenten die voorzien zijn van zijn foto en handtekening over te leggen. Indien hij dergelijke documenten niet kan overleggen of ondanks overlegging van deze documenten twijfel blijft bestaan over zijn identiteit, wordt daarnaar een gericht onderzoek ingesteld. Dit onderzoek omvat zoveel mogelijk verificatie van de identiteit met behulp van door de aanvrager over te leggen documenten die zijn afgegeven door een bevoegde autoriteit, waaronder zijn geboorteakte, en eventuele andere bewijsstukken.
In de aanvraag wordt vermeld dat de identiteit van de aanvrager is vastgesteld en met welke documenten of andere bewijsstukken de identiteitsvaststelling heeft plaatsgevonden.
Artikel 37. Persoonsgegevens van de aanvrager
In de aanvraag voor een reisdocument worden de volgende persoonsgegevens van de aanvrager vermeld:
- a. geslachtsnaam en voornamen;
- b. geboortedatum en geboorteplaats;
- c. adres en woonplaats;
- d. geslacht;
- e. nationaliteit;
- f. lengte.
De geslachtsnaam omvat tevens de voorvoegsels en adellijke titels, de voornaam omvat tevens de adellijke predikaten. Op verzoek van de aanvrager kan de vermelding van adellijke titels en predikaten achterwege blijven.
Indien alleen een naam, voornaam of een roepnaam bekend is, wordt deze als geslachtsnaam beschouwd.
Indien de naam van de geboorteplaats niet kan worden ontleend aan de basisadministratie waarin de aanvrager als ingezetene is ingeschreven, dient de naam te worden vermeld zoals deze is opgenomen in zijn geboorteakte. In alle andere gevallen wordt de naam gevolgd zoals deze luidde ten tijde van de geboorte van de aanvrager, waarbij zoveel mogelijk de Nederlandse schrijfwijze wordt gebruikt. Indien de geboorteplaats niet kan worden vastgesteld, blijft de vermelding daarvan in de aanvraag achterwege. Het vermelden van het land achter de geboorteplaats is slechts toegestaan op verzoek van de aanvrager die aantoont daarbij een zwaarwegend belang te hebben en voorzover het reisdocument daartoe voldoende ruimte bevat.
De geboortedatum omvat de dag, de maand en het jaar. Van vermelding van de dag en de maand kan worden afgezien, voor zover deze niet bekend zijn.
In de aanvraag voor een nationaal paspoort, een zakenpaspoort, een tweede paspoort, een faciliteitenpaspoort of een Nederlandse identiteitskaart wordt tevens het burgerservicenummer van de aanvrager, die als ingezetene in de basisadministratie is ingeschreven, vermeld.
Artikel 38. Vermelding pseudoniem aanvrager
In de aanvraag voor een reisdocument, niet zijnde een Nederlandse identiteitskaart of een nooddocument, kan op verzoek van de aanvrager die door middel van schriftelijke bewijsstukken aantoont in het maatschappelijk verkeer zakelijk of beroepshalve bekend te staan onder een andere naam, tevens deze andere naam worden vermeld ter opneming van dit gegeven in het reisdocument.
Artikel 39. Gegevens van de (gewezen) echtgenoot, echtgenote of geregistreerd partner
In de aanvraag voor een reisdocument, niet zijnde een nooddocument, worden tevens de geslachtsnaam van de huidige echtgenoot, echtgenote of geregistreerd partner, dan wel van de laatste gewezen echtgenoot, echtgenote of geregistreerd partner, alsmede de burgerlijke staat op het moment van de aanvraag vermeld, indien de aanvrager om opneming van deze gegevens in het aangevraagde reisdocument verzoekt.
Indien de aanvraag betrekking heeft op de Nederlandse identiteitskaart wordt aan het in het eerste lid bedoelde verzoek slechts gevolg gegeven voorzover het reisdocument voldoende ruimte bevat voor vermelding van deze gegevens.
Artikel 40. Bezit van of vermelding in andere reisdocumenten
Van de door de aanvrager overgelegde Nederlandse of buitenlandse reisdocumenten die op zijn naam zijn gesteld, dan wel van de buitenlandse reisdocumenten waarin hij staat vermeld, worden het soort reisdocument, het documentnummer, de datum waarop de geldigheid van het document eindigt en de autoriteit die het document heeft verstrekt, in de aanvraag vermeld.
Indien het overgelegde Nederlandse reisdocument bladzijden met een nog geldig visum of een geldige verblijfstitel bevat, wordt op verzoek van de aanvrager in de aanvraag vermeld, dat in het aangevraagde reisdocument standaardclausule XII met het documentnummer van het in te leveren reisdocument wordt opgenomen.
Artikel 41. Vermist of ingenomen reisdocument bij aanvraag
Indien een eerder uitgereikt Nederlands reisdocument is vermist of op andere gronden dan ingevolge de wet door een daartoe bevoegde autoriteit is ingenomen, wordt dit gegeven, alsmede het nummer van het desbetreffende reisdocument en de autoriteit die het heeft verstrekt, in de aanvraag vermeld. Indien deze gegevens op het moment van de aanvraag niet voorhanden zijn, wordt hiernaar een gericht onderzoek ingesteld.
De ingevolge artikel 31, eerste lid, van de wet door de aanvrager af te leggen schriftelijke verklaring omtrent de vermissing geschiedt ten overstaan van de daartoe aangewezen ambtenaar overeenkomstig modelformulier C2. Indien een proces-verbaal van de plaatselijke politie wordt overgelegd, wordt daarvan een kopie gemaakt die aan de schriftelijke verklaring omtrent de vermissing wordt toegevoegd.
De daartoe aangewezen ambtenaar maakt een kopie van de door de aanvrager over te leggen schriftelijke verklaring omtrent de inname van zijn reisdocument als bedoeld in artikel 31, vierde lid, van de wet.
De schriftelijke verklaring omtrent de vermissing en de eventueel bijgevoegde kopie van het proces-verbaal van de politie dan wel de kopie van de schriftelijke verklaring omtrent de inname worden bewaard in de reisdocumentenadministratie.
De datum waarop de schriftelijke verklaring omtrent de vermissing wordt afgelegd dan wel de schriftelijke verklaring omtrent de inname wordt overgelegd, wordt in de aanvraag vermeld.
Artikel 42
Bij het indienen van een aanvraag voor een reisdocument wordt een pasfoto overgelegd die een goedgelijkend beeld van de aanvrager geeft.
De overgelegde pasfoto voldoet aan de acceptatiecriteria van de in bijlage L bij deze regeling opgenomen fotomatrix.
In afwijking van het tweede lid kan een pasfoto worden geaccepteerd indien de aanvrager heeft aangetoond dat godsdienstige of levensbeschouwelijke redenen zich verzetten tegen het niet bedekken van het hoofd.
In afwijking van het tweede lid kan een pasfoto worden geaccepteerd indien op grond van objectief vast te stellen fysieke of medische redenen, door de aanvrager niet kan worden voldaan aan alle in de fotomatrix opgenomen acceptatiecriteria. Bij gerede twijfel aan de medische redenen kan van de aanvrager worden verlangd, dat deze daartoe een door een bevoegde arts of medische instelling ondertekende verklaring overlegt.
In afwijking van het tweede lid kan een pasfoto van een aanvrager die de leeftijd van zes jaar nog niet heeft bereikt worden geaccepteerd, indien de foto voldoet aan de in de fotomatrix voor die leeftijdscategorie opgenomen minimum vereisten.
Bij het indienen van een aanvraag voor een laissez-passer op een post waar geen reisdocumentenstation aanwezig is, dan wel waar de opneming van de in de aanvraag vermelde gegevens in het reisdocumentstation plaatsvindt na de uitreiking van het laissez-passer, worden in afwijking van het eerste lid twee gelijke pasfoto’s overgelegd.
In afwijking van het eerste tot en met het zesde lid kan in noodgevallen, indien de aanvrager niet over een pasfoto beschikt en er redelijkerwijs voor hem geen mogelijkheid bestaat om pasfoto’s te laten maken, bij de verstrekking van een laissez-passer worden afgezien van de overlegging van een pasfoto. Indien de houder beschikt over een ander reis- of identiteitsdocument, voorzien van een foto, wordt uitsluitend een laissez-passer verstrekt dat uitsluitend tezamen met het andere reis- of identiteitsdocument kan worden gebruikt. In het laissez-passer wordt aangetekend tezamen met welk ander reis- of identiteitsdocument het laissez-passer aldus bruikbaar is. Indien de houder niet beschikt over een ander reisdocument of identiteitsdocument, kan van deze verplichting worden afgezien.
Artikel 43. Onbekwaamheid tot het plaatsen van een handtekening
Indien de persoon aan wie het aangevraagde reisdocument moet worden verstrekt door leeftijd of een handicap niet in staat is zijn handtekening te plaatsen, wordt daarvan in de aanvraag melding gemaakt.
Artikel 44. Verschijning van de aanvrager in persoon
Indien de aanvrager ingevolge artikel 28, derde lid, van de wet niet persoonlijk bij het indienen van de aanvraag is verschenen, wordt dit gegeven met de reden daarvan in de aanvraag vermeld.
§ 2. Aanvraag ten behoeve van een handelingsonbekwame
Artikel 45. Overleggen verklaring van toestemming
De verklaring van toestemming als bedoeld in de artikelen 34 tot en met 37 van de wet dient schriftelijk te worden overgelegd.
In de verklaring van toestemming worden tevens de naam en de handtekening vermeld van degene die de aanvraag ten behoeve van een handelingsonbekwame indient.
Indien gebruik wordt gemaakt van het aanvraag-informatieformulier, bedoeld in artikel 35, kan voor het overleggen van de verklaring van toestemming worden volstaan met het (mede) ondertekenen van dat formulier door degenen die het gezag over de minderjarige uitoefenen.
In de aanvraag wordt melding gemaakt van de overlegging van de betreffende verklaring van toestemming.
Artikel 46. Vaststelling identiteit en bevoegdheid van degene die het gezag uitoefent of curator
Op de procedure voor het verkrijgen van de nodige zekerheid over de identiteit van degene die het gezag over de minderjarige uitoefent of van de curator is artikel 36 van overeenkomstige toepassing.
Indien degene die een verklaring van toestemming moet afgeven niet in persoon verschijnt, kan de aanvraag slechts in behandeling worden genomen indien uit de overgelegde schriftelijke verklaring van toestemming en eventuele andere overgelegde stukken met de nodige zekerheid kan worden afgeleid dat de verklaring van toestemming van de betreffende persoon afkomstig is.
Voor het verkrijgen van de nodige zekerheid over de bevoegdheid tot het afgeven van de verklaring van toestemming van degene die het gezag over de minderjarige uitoefent of van de curator wordt gebruik gemaakt van de door de betreffende persoon overgelegde stukken.
Indien onzekerheid bestaat over de bevoegdheid van degene die het gezag over de minderjarige uitoefent of van de curator wordt daarnaar een gericht onderzoek ingesteld.
§ 3. Aanvraag voor een bijschrijving
Artikel 47. Algemeen
Vervallen
Artikel 48. Vaststelling van de identiteit en de nationaliteit van het bij to schrijven kind
Vervallen
Artikel 49. Aanvraaggegevens van het bij te schrijven kind
Vervallen
Artikel 50. Overleggen verklaring van toestemming
Vervallen
§ 4. Het opnemen van de foto en handtekening
Artikel 51
De daartoe aangewezen ambtenaar vergelijkt, behoudens in het artikel 44 bedoelde geval, nauwkeurig de overgelegde foto van de aanvrager dan wel van degene ten behoeve van wie de aanvraag wordt ingediend met de persoon die voor hem staat en brengt deze foto op de bestemde plaats in het foto- en handtekeningformulier aan.
De in het eerste lid bedoelde ambtenaar ziet, behoudens in het in artikel 43 bedoelde geval, er op toe dat in het foto- en handtekeningformulier op de bestemde plaats de duidelijk leesbare handtekening wordt geplaatst van de aanvrager dan wel van de persoon ten behoeve van wie de aanvraag van het reisdocument wordt gedaan. In de gevallen waarin gebruik wordt gemaakt van een aanvraag-informatieformulier, wordt dit formulier door de aanvrager ondertekend.
Het foto- en handtekeningformulier wordt door de in het eerste lid bedoelde ambtenaar met gebruikmaking van het aanvraagstation gedigitaliseerd.
Het opnemen van de vingerafdrukken als bedoeld in artikel 42a, geschiedt met gebruikmaking van het aanvraagstation. Indien de aanvrager op grond van artikel 28, derde lid, van de wet niet in persoon verschijnt, worden zijn vingerafdrukken opgenomen met behulp van het mobiel vingerafdrukopname-apparaat.
§ 4. Het opnemen van de foto, de vingerafdrukken en de handtekening
Artikel 52
Een aanvraag waarbij niet is voldaan aan het bepaalde in de artikelen 9 tot en met 51 wordt niet in behandeling genomen.
Indien de daartoe aangewezen ambtenaar, met inachtneming van het bij of krachtens de wet bepaalde, heeft beslist dat het aangevraagde reisdocument kan worden uitgereikt, worden in de aanvraag vermeld het feit van deze verstrekking, de datum van deze verstrekking en de datum waarop de geldigheidsduur van het uit te reiken reisdocument eindigt.
In de aanvraag voor een reisdocument waarbij sprake is van een weigering of vervallenverklaring wordt, afhankelijk van de genomen beslissing, vermeld voor welke landen het reisdocument geldig is.
In de aanvraag voor een reisdocument voor vluchtelingen dan wel een reisdocument voor vreemdelingen wordt, afhankelijk van de nationaliteit van de persoon aan wie het reisdocument wordt uitgereikt, aangegeven welk land van de territoriale geldigheid is uitgesloten.
In de aanvraag voor een reisdocument voor vreemdelingen, uit te reiken aan een staatloze, wordt aangegeven dat diens status van staatloze in het reisdocument moet worden vermeld.
De daartoe aangewezen ambtenaar vermeldt in de aanvraag de verstrekkende autoriteit.
Artikel 53
De daartoe aangewezen ambtenaar draagt zorg dat de aanvraaggegevens, genoemd in de artikelen 35 tot en met 41, 44 tot en met 50 en 52 in het reisdocumentenstation en de foto, vingerafdrukken en handtekening in het aanvraagstation worden vastgelegd.
Indien bij de aanvraag voor het opnemen van de vingerafdrukken gebruik is gemaakt van het mobiel vingerafdrukopname-apparaat worden de gegevens uitsluitend verwerkt in een aanvraagstation dat zich op de uitgiftelocatie bevindt. Het mobiel vingerafdrukopname-apparaat wordt in het locale netwerk van de uitgiftelocatie aangesloten, waarna de daarin vastgelegde vingerafdrukken door het aanvraagstation uit het mobiel vingerafdrukopname-apparaat worden opgehaald en samengevoegd met de ingevolge artikel 51, derde lid, gedigitaliseerde foto en handtekening.
De in het aanvraagstation vastgelegde gegevens worden verwerkt en doorgezonden naar het reisdocumentenstation.
§ 6. Personaliseren van nooddocumenten
Artikel 54
Op een post waar een reisdocumentenstation aanwezig is wordt het foto- en handtekeningformulier met betrekking tot een nooddocument op de in artikel 51, derde lid, bedoelde wijze gedigitaliseerd en met de aanvraaggegevens, bedoeld in artikel 53, samengevoegd tot een aanvraagbestand in het reisdocumentenstation.
Bij de aanvraag van een nooddocument wordt tevens, overeenkomstig de gebruikershandleiding bij het reisdocumentenstation, bedoeld in artikel 101, en met inachtneming van het bepaalde in artikel 28, de datum waarop het desbetreffende reisdocument uiterlijk moet worden ingeleverd en de autoriteit bij wie de inlevering dient plaats te vinden, in het aanvraagbestand opgenomen.
De daartoe aangewezen ambtenaar controleert het aanvraagbestand in het reisdocumentenstation op volledigheid en autoriseert het gebruik van dit bestand voor het personaliseren van het nooddocument.
Het personaliseren van een nooddocument geschiedt met behulp van het in het reisdocumentenstation opgenomen aanvraagbestand en met gebruikmaking van de daartoe bestemde reisdocumentenprinter, overeenkomstig de gebruikershandleiding bij het reisdocumentenstation, bedoeld in artikel 101.
Na het personaliseren van het nooddocument wordt het bijbehorende laminaat over de houderpagina aangebracht.
Het personaliseren van een laissez-passer geschiedt door de gegevens met de pen op onuitwisbare wijze in de daartoe bestemde rubrieken van het reisdocument in te vullen, overeenkomstig de in bijlage J opgenomen invulinstructie laissez-passer. Vervolgens wordt op de in de invulinstructie aangegeven wijze de autoriteit vermeld, die het document heeft verstrekt en het laissez-passer gewaarmerkt met het in artikel 102, eerste lid, bedoelde dienststempel. Het scannen van het aanvraagformulier en de opneming van de gegevens in het reisdocumentenstation, bedoeld in het eerste en tweede lid, kan in afwijking van het derde lid ook na uitreiking van het laissez-passer plaatsvinden.
Hoofdstuk IV. Verzending van het aanvraagbestand en levering van gepersonaliseerde documenten
Artikel 55. Het toevoegen van de foto, de vingerafdrukken en de handtekening aan de aanvraag
De in het aanvraagstation vastgelegde foto, handtekening en vingerafdrukken worden met de aanvraaggegevens, bedoeld in artikel 53, samengevoegd tot een aanvraagbestand in het reisdocumentenstation.
Artikel 56. Het verzenden van het aanvraagbestand
De daartoe aangewezen ambtenaar zendt nadat is vastgesteld dat het aangevraagde reisdocument kan worden uitgereikt, het aanvraagbestand met gebruikmaking van het reisdocumentenstation naar de leverancier van de reisdocumenten. Het te verzenden aanvraagbestand wordt met gebruikmaking van de aan hem toegekende identificatiekaart voorzien van een digitale handtekening.
Artikel 57. In ontvangstneming van de geleverde documenten bij het ministerie
De gepersonaliseerde reisdocumenten en identificatiekaarten worden bij het ministerie van Buitenlandse Zaken in ontvangst genomen door een daartoe aangewezen ambtenaar als bedoeld inartikel 89, eerste lid.
De in het eerste lid genoemde ambtenaar toont de in artikel 89, tweede lid, bedoelde machtiging van de distributeur en legitimeert zich, op verzoek van de distributeur, met een identiteitsdocument als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht.
De aflevering van de zending bij het ministerie van Buitenlandse Zaken vindt plaats op de afgesproken tijdstippen.
Indien de persoon die de zending in ontvangst neemt zich desgevraagd niet of niet voldoende kan legitimeren dan wel onvoldoende zekerheid bestaat met betrekking tot zijn bevoegdheid om de zending in ontvangst te nemen, dan wel om enige andere reden door een handelen of nalaten van de bevoegde autoriteit een veilige aflevering op de uitgiftelocatie niet mogelijk is, draagt de distributeur de zending niet over.
Artikel 58. Controle zending bij het ministerie en verdere distributie van de documenten
De tot ontvangst bevoegde ambtenaar bij het ministerie van Buitenlandse Zaken controleert, aan de hand van de voormelding van de leverancier, in het bijzijn van de distributeur of de zending voor het ministerie onderscheidenlijk de uitgiftelocaties in het buitenland bestemd is. Indien dit het geval is en het pakket is onbeschadigd, tekent de tot ontvangst bevoegde ambtenaar de door de distributeur overgelegde distributielijst voor ontvangst.
Indien de zending niet voor het ministerie van Buitenlandse Zaken bestemd is, afwijkingen vertoont, beschadigd is dan wel documenten ontbreken, wordt gehandeld overeenkomstig bijlage D. Het in kennis stellen van de leverancier geschiedt met gebruikmaking van modelformulier C9.
De documenten die voor een andere autoriteit blijken te zijn bestemd, worden op de in artikel 93 aangegeven wijze opgeslagen tot ze worden opgehaald door de leverancier. Het overdragen van de verkeerd geleverde documenten aan de leverancier geschiedt met gebruikmaking van standaardformulier B4.
Bij de constatering dat het pakket beschadigd is, wordt het pakket in het bijzijn van de distributeur in een voor het publiek afgesloten ruimte gecontroleerd. Ook in geval van beschadiging wordt het pakket in ontvangst genomen.
Indien de tot ontvangst bevoegde ambtenaar vaststelt dat er documenten zijn beschadigd of ontbreken, wordt hiervan door de distributeur een proces-verbaal opgemaakt.
Het afschrift van het proces-verbaal wordt door de autoriteit bewaard.
De Minister van Buitenlandse Zaken draagt zorg voor het op beveiligde wijze beschikbaar stellen van de zendingen gepersonaliseerde reisdocumenten en identificatiekaarten aan de tot uitreiking daarvan bevoegde ambtenaren op het ministerie en de posten.
Artikel 59. Nabezorgen niet ontvangen documenten
Indien documenten niet op het verwachte tijdstip bij het ministerie van Buitenlandse Zaken worden ontvangen, wordt op een speciaal daarvoor bestemd telefoonnummer bij de leverancier informatie ingewonnen over de te verwachten levertijd.
In het geval de zending zich nog onder de distributeur bevindt, draagt deze er zorg voor dat de zending alsnog de volgende dag wordt afgeleverd.
In het geval documenten op een verkeerde uitgiftelocatie in Nederland zijn afgeleverd, draagt de leverancier er zorg voor dat de desbetreffende documenten, zo mogelijk nog dezelfde dag, bij het ministerie van Buitenlandse Zaken worden aangeboden.
Het in ontvangst nemen van documenten als bedoeld in het derde lid geschiedt overeenkomstig bijlage D, met gebruikmaking van standaardformulier B4.
Artikel 60. Controle zending in het reisdocumentenstation
De daartoe aangewezen ambtenaar op het ministerie of de tot uitreiking bevoegde post gaat na of de in de zending aanwezige documenten overeenkomen met de aanvraagnummers in het op de zending betrekking hebbende elektronische bericht in het reisdocumentenstation, dat door de leverancier is verzonden.
In het reisdocumentenstation wordt geregistreerd of een document overeenkomstig de opgave in het elektronisch bericht, bedoeld in het eerste lid, is ontvangen, al dan niet is beschadigd en op de juiste wijze is geproduceerd of gepersonaliseerd.
Indien de zending niet voor de uitgiftelocatie bestemd is, afwijkingen vertoont, beschadigd is dan wel documenten ontbreken wordt gehandeld overeenkomstig bijlage D. Het in kennis stellen van de leverancier geschiedt met gebruikmaking van modelformulier C9.
Artikel 61. Terugzenden en vernietigen van verkeerd geleverde documenten
De documenten die na de controle van de zending op de post als bedoeld in artikel 60 voor een andere post of voor het ministerie blijken te zijn bestemd, worden op de door de Minister van Buitenlandse Zaken voorgeschreven wijze teruggezonden naar het ministerie en alsnog overeenkomstig artikel 58, zesde lid, beschikbaar gesteld aan de tot uitreiking daarvan bevoegde ambtenaren op de post of het ministerie.
De documenten die na de in het eerste lid bedoelde controle voor een andere uitgiftelocatie dan een post of het ministerie blijken te zijn bestemd, worden bij de post vernietigd op de in artikel 78, tweede lid, aangegeven wijze.
Artikel 62. Herzending van de aanvraag
Indien een reisdocument is beschadigd, onjuist is geproduceerd of gepersonaliseerd, dan wel niet is ontvangen en niet alsnog ingevolge artikel 61, eerste lid, zal worden bezorgd, wordt het op het reisdocument betrekking hebbende aanvraagbestand opnieuw verzonden aan de leverancier.
Artikel 63. Terugzending onjuist geproduceerde, gepersonaliseerde of beschadigde documenten
Reisdocumenten die bij de controle van de zending in het reisdocumentenstation dan wel bij de uitreiking onjuist blijken te zijn geproduceerd of gepersonaliseerd, dan wel blijken te zijn beschadigd, worden overeenkomstig bijlage D, met gebruikmaking van modelformulier C10, teruggestuurd aan de leverancier.
Hoofdstuk V. Uitreiking van het reisdocument en bijschrijvingssticker
Artikel 64. Algemeen
Tot uitreiking van het aangevraagde reisdocument wordt slechts overgegaan, nadat de identiteit van de aanvrager in zijn aanwezigheid is vastgesteld, tenzij artikel 28, derde lid, van de wet van toepassing is.
Artikel 65. Vermist of ingenomen reisdocument bij de uitreiking
Indien het bij de uitreiking van het aangevraagde reisdocument in te leveren reisdocument is vermist of op andere gronden dan ingevolge de wet door een daartoe bevoegde autoriteit is ingenomen, wordt dit gegeven, alsmede het nummer van het desbetreffende reisdocument en de autoriteit die het heeft verstrekt, alsnog in de aanvraag met betrekking tot het uit te reiken reisdocument opgenomen. Indien deze gegevens op het moment van de uitreiking niet voorhanden zijn, wordt hiernaar een gericht onderzoek ingesteld.
Artikel 41, tweede tot en met vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 66. Bijschrijving door middel van een sticker
Vervallen
Artikel 67
Indien de aanvrager bij de aanvraag aannemelijk heeft gemaakt dat van hem redelijkerwijs niet kan worden gevergd dat hij in persoon verschijnt bij de uitreiking, wordt het reisdocument per aangetekende post dan wel op een andere veilige wijze aan hem toegezonden.
De inlevering van de Nederlandse reisdocumenten als bedoeld in artikel 32 van de wet geschiedt in dat geval door deze reisdocumenten toe te sturen aan het hoofd van de consulaire post op een door deze daartoe voorgeschreven wijze.
Tot toezending van het uit te reiken reisdocument wordt niet overgegaan dan na ontvangst van de ingevolge het tweede lid toegestuurde reisdocumenten.
Artikel 68. Registratie in het reisdocumentenstation
De daartoe aangewezen ambtenaar registreert de uitreiking van een reisdocument, alsmede de inlevering van het vorige reisdocument, in het reisdocumentenstation.
Indien bij de uitreiking blijkt dat het reisdocument is beschadigd, onjuist is geproduceerd of gepersonaliseerd dan wel uit de opslag is verdwenen, wordt dit in het reisdocumentenstation geregistreerd.
Indien binnen drie maanden na ontvangst bij de uitgiftelocatie geen uitreiking van een geleverd reisdocument heeft plaatsgevonden, wordt dit geregistreerd in het reisdocumentenstation.
Hoofdstuk VI. Procedures inzake weigering en vervallenverklaring
Artikel 69. Uitsluiting Nederlandse identiteitskaart
Dit hoofdstuk is niet van toepassing op Nederlandse identiteitskaarten.
Artikel 70. Informatie over de gesignaleerde persoon
Het hoofd van een post die een aanvraag in behandeling neemt dan wel een ingehouden reisdocument ontvangt betreffende een persoon die, blijkens de in artikel 5 bedoelde administratie, in het register paspoortsignaleringen is opgenomen, doet hiervan terstond mededeling aan de Minister van Buitenlandse Zaken.
De Minister van Buitenlandse Zaken verzoekt, hetzij na ontvangst van de in het eerste lid bedoelde mededeling, hetzij indien hij zelf een aanvraag in behandeling neemt dan wel een ingehouden reisdocument ontvangt betreffende een in het eerste lid bedoelde persoon, terstond bij brief of per faxbericht aan het agentschap BPR hem mede te delen of de desbetreffende persoon nog steeds in het register paspoortsignaleringen is opgenomen.
In afwijking van het tweede lid kan in spoedgevallen het verzoek ook met gebruikmaking van andere communicatiemiddelen worden gedaan, mits het daarna bij brief of per faxbericht wordt bevestigd.
Indien de Minister van Buitenlandse Zaken ingevolge artikel 44, derde lid, van de wet de in het register paspoortsignaleringen opgenomen gegevens van een persoon wenst te ontvangen, doet hij daartoe op de in het tweede en derde lid voorgeschreven wijze een verzoek aan het agentschap BPR. Dit verzoek kan ook tegelijkertijd met het in het tweede lid bedoelde verzoek worden gedaan.
Artikel 71. Kennisgeving van de beslissing op grond van artikel 45, tweede lid, van de wet
De Minister van Buitenlandse Zaken geeft het agentschap BPR met gebruikmaking van modelformulier C6 kennis van zijn beslissing, bedoeld in artikel 45, tweede lid, van de wet.
Hoofdstuk VII. Procedures inzake vermiste, ingenomen, ingehouden, ingeleverde, van rechtswege vervallen en gevonden reisdocumenten
§ 1. Vermiste of ingenomen reisdocumenten
Artikel 72. Vermist of ingenomen reisdocument anders dan bij aanvraag of uitreiking
Indien de houder van een uitgereikt reisdocument aan de Minister van Buitenlandse Zaken of het hoofd van een post buiten de gevallen, bedoeld in de artikelen 41 en 65, mededeling doet van de vermissing of de inname van het desbetreffende reisdocument, wordt de ingevolge artikel 31, eerste lid, van de wet af te leggen schriftelijke verklaring omtrent de vermissing door de houder gedaan ten overstaan van de daartoe aangewezen ambtenaar, die de mededeling omtrent de vermissing in ontvangst neemt, overeenkomstig modelformulier C2. Indien een proces-verbaal van de plaatselijke politie wordt overgelegd, wordt daarvan een kopie gemaakt die aan de schriftelijke verklaring omtrent de vermissing wordt toegevoegd.
De schriftelijke verklaring omtrent de vermissing en de eventueel bijgevoegde kopie van het proces-verbaal van de politie dan wel de overgelegde kopie van de schriftelijke verklaring die omtrent de inname is overgelegd, worden bewaard in de reisdocumentenadministratie van de autoriteit waar de in het eerste lid bedoelde mededeling is gedaan.
Artikel 73. Melding van de vermissing of inname van een reisdocument
Van de vermissing of de inname van een Nederlands reisdocument als bedoeld in de artikelen 41, 65 en 72 wordt terstond melding gemaakt aan het agentschap BPR met gebruikmaking van modelformulier C7.
§ 1. Vermiste of ingenomen reisdocumenten
Artikel 74. Reisdocumenten van gesignaleerde personen
Het hoofd van de post die een reisdocument heeft ingehouden, dan wel bij wie een reisdocument is ingeleverd van een houder die, in verband met het bepaalde in de artikelen 18 tot en met 24 van de wet, in het register paspoortsignaleringen is opgenomen, houdt dit reisdocument voor de Minister van Buitenlandse Zaken onder zich totdat deze heeft beslist over de vervallenverklaring daarvan.
Zodra is beslist dat het reisdocument niet vervallen moet worden verklaard, wordt dit aan de houder teruggegeven, dan wel op de meest beveiligde wijze naar het door de houder opgegeven adres gezonden.
Indien het reisdocument vervallen wordt verklaard, wordt dit hetzij ingevolge artikel 75 doorgezonden, hetzij op de in artikel 78 bepaalde wijze definitief aan het verkeer onttrokken.
Artikel 75. Definitief aan het verkeer te onttrekken reisdocumenten
Het hoofd van de post waar een reisdocument is ingehouden of ingeleverd, dan wel waar een gevonden reisdocument is ontvangen dat blijkens artikel 78 definitief aan het verkeer moet worden onttrokken, zendt indien hij daartoe niet bevoegd is het desbetreffende reisdocument, per aangetekende post dan wel op een andere verantwoorde wijze, met vermelding van de reden terstond door aan het hoofd van de post die daartoe wel bevoegd is.
Een diplomatiek paspoort, een dienstpaspoort of een op grond van artikel 15, tweede lid, van de wet verstrekt laissez-passer, wordt doorgezonden aan de Minister van Buitenlandse Zaken.
De Minister van Buitenlandse Zaken zendt indien hij niet bevoegd is een door hem ingehouden, bij hem ingeleverd, door hem ontvangen of aan hem toegezonden reisdocument definitief aan het verkeer te onttrekken, het desbetreffende reisdocument terstond door aan de autoriteit die daartoe wel bevoegd is.
§ 2. Doorzending ingehouden reisdocumenten
Artikel 76. Mededelingen inzake vermelding en verwijdering van de vermelding
Het hoofd van de post onderscheidenlijk de Minister van Buitenlandse Zaken deelt met het oog op een vermelding in het register paspoortsignaleringen op grond van artikel 47, derde lid, van de wet het agentschap BPR de gegevens mede van de houder van een reisdocument dat van rechtswege is vervallen, indien de houder weigert het reisdocument in te leveren dan wel de woon- of verblijfplaats van de houder niet kan worden achterhaald.
Het hoofd van de post onderscheidenlijk de Minister van Buitenlandse Zaken deelt, met het oog op de verwijdering van de in het eerste lid bedoelde vermelding uit het register paspoortsignaleringen, het agentschap BPR terstond mede dat hij het in het eerste lid bedoelde reisdocument heeft ingehouden, dan wel het desbetreffende reisdocument bij hem is ingeleverd.
De in het eerste en tweede lid bedoelde mededeling geschiedt met gebruikmaking van modelformulier C7.
Van het van rechtswege vervallen van een reisdocument ingevolge artikel 47, eerste lid, onder a, b, c, e, f of h van de wet wordt, met het oog op de vermelding daarvan in het basisregister reisdocumenten, terstond melding gedaan aan het agentschap BPR met gebruikmaking van modelformulier C7.
§ 3. Melding van rechtswege vervallen reisdocumenten aan het register paspoortsignaleringen en het basisregister reisdocumenten
Artikel 77
De Minister van Buitenlandse Zaken geeft van een gevonden reisdocument, niet zijnde een nooddocument, met gebruikmaking van modelformulier C4 terstond kennis aan het Expertise Centrum Identiteitsfraude en Documenten van de Koninklijke Marechaussee.
Hoofdstuk VIII. Definitieve onttrekking van reisdocumenten en ongedaan maken van bijschrijvingen
§ 4. Melding inzake gevonden reisdocumenten
Artikel 78. Redenen en wijze van onttrekking
Het hoofd van de post onttrekt een nationaal paspoort, een Nederlandse identiteitskaart, een faciliteitenpaspoort, een tweede paspoort, een reisdocument voor vluchtelingen, een reisdocument voor vreemdelingen of een op grond van artikel 16, eerste lid, van de wet verstrekt nooddocument en de Minister van Buitenlandse Zaken onttrekt een diplomatiek paspoort, een dienstpaspoort of een op grond van artikel 15, tweede lid, van de wet verstrekt laissez-passer, terstond definitief aan het verkeer, indien:
- a. het niet binnen drie maanden, nadat het voor uitreiking beschikbaar is gesteld, door de aanvrager in ontvangst is genomen;
- b. het daartoe, al dan niet bij de uitreiking van een nieuw reisdocument, is ingeleverd;
- c. het vervallen is verklaard dan wel ingevolge artikel 54, eerste lid, van de wet is ingehouden, tenzij nog een beroepstermijn open staat, een beroepsprocedure aanhangig is of het reisdocument anderszins in een gerechtelijke procedure nodig is;
- d. het na uitreiking als onbruikbaar is beschouwd ten gevolge van misdruk of verkeerde personalisatie en dientengevolge is ingehouden of ingeleverd;
- e. het als gevonden reisdocument is ontvangen, tenzij hij in de gelegenheid is om het in persoon terug te geven aan de houder, die nog geen verklaring als bedoeld in artikel 31 van de wet heeft afgelegd.
Het reisdocument wordt definitief aan het verkeer onttrokken door het deugdelijk te vernietigen, dan wel het geheel of gedeeltelijk onbruikbaar gemaakt aan de houder terug te geven ingevolge het derde lid. De vernietiging geschiedt door het reisdocument op gecontroleerde wijze te verbranden of te versnipperen, zodat reconstructie van het reisdocument niet meer mogelijk is.
Op verzoek van de houder wordt diens nationaal paspoort, Nederlandse identiteitskaart, faciliteitenpaspoort, tweede paspoort, reisdocument voor vluchtelingen, reisdocument voor vreemdelingen, diplomatiek paspoort of dienstpaspoort na inlevering, onbruikbaar gemaakt aan hem teruggegeven.
Het onbruikbaar maken geschiedt door het aanbrengen van drie ponsgaten (elk van tenminste 12 mm) door het gehele reisdocument op zodanige wijze dat het in het reisdocument aangebrachte kinegram gedeeltelijk en de aangebrachte chip geheel onbruikbaar worden gemaakt.
Indien het ingeleverde reisdocument bladzijden met een nog geldig visum of een geldige verblijfstitel bevat en in verband daarmee het verzoek is gedaan, bedoeld in artikel 40, tweede lid, worden de desbetreffende bladzijden en het documentnummer intact gelaten.
In afwijking van het tweede lid wordt een reisdocument, dat ingevolge het eerste lid, onder d, tengevolge van misdruk of verkeerde personalisatie is ingehouden of ingeleverd, definitief aan het verkeer onttrokken door het, met gebruikmaking van modelformulier C10, terug te sturen aan de leverancier.
De in het eerste lid, onder e, en in het derde lid bedoelde teruggave van een reisdocument vindt niet plaats, indien het reisdocument op grond van artikel 47, eerste lid, onder a, b, c, g of h, van de wet van rechtswege is vervallen, op grond van 54, eerste lid, onder b, c en e, van de wet is ingehouden, dan wel artikel 110, tweede lid, of artikel 111, tweede lid, van toepassing is.
§ 1. Definitieve onttrekking van een reisdocument aan het verkeer
Artikel 79. Wijze van ongedaan maken bijschrijving
Vervallen
§ 3. Kennisgevingen
Artikel 80
Van de definitieve onttrekking aan het verkeer van een reisdocument, niet zijnde een nooddocument of een gevonden reisdocument, alsmede de uitreiking van een vervangend reisdocument, niet zijnde een nooddocument, wordt met gebruikmaking van modelformulier C3 kennis gegeven aan:
- a. de burgemeester van de gemeente of de gezaghebber van het openbaar lichaam waar de houder als ingezetene in de basisadministratie is ingeschreven, dan wel
- b. de autoriteit in Aruba, Curaçao of Sint Maarten, die het reisdocument heeft verstrekt, dan wel
- c. het hoofd van de Nederlandse consulaire post in het buitenland of de burgemeester van Bergen op Zoom, Echt-Susteren, Enschede, ’s-Gravenhage, Maastricht of Oldambt, die het reisdocument heeft verstrekt, dan wel
- d. de burgemeester van de gemeente of de gezaghebber van het openbaar lichaam waar de houder voor het laatst als ingezetene in de basisadministratie was ingeschreven, indien het reisdocument niet door een in b of c genoemde autoriteit is verstrekt.
§ 4. Registratie definitief aan het verkeer onttrokken reisdocumenten
Artikel 81
De Minister van Buitenlandse Zaken of het hoofd van de post die:
- a. een door hem verstrekt reisdocument definitief aan het verkeer onttrekt, dan wel
- b. door toezending van modelformulier C3 in kennis wordt gesteld van de definitieve onttrekking aan het verkeer van een door hem verstrekt reisdocument en de uitreiking van een vervangend reisdocument, registreert deze feiten in de reisdocumentenadministratie, bedoeld in artikel 82.
Hoofdstuk IX. Reisdocumentenadministratie
Artikel 82. Opgenomen gegevens, raadpleegbaarheid, bewaartermijn
Van elk verstrekt reisdocument wordt een administratie bijgehouden.
De in het eerste lid bedoelde reisdocumentenadministratie wordt bijgehouden in het reisdocumentenstation, voor zover het de daarin overeenkomstig de artikelen 53, 54 en 68 opgenomen gegevens betreft.
De overige gegevens met betrekking tot de aanvraag, verstrekking en uitreiking worden als afzonderlijke documenten in de reisdocumentenadministratie opgenomen op een wijze die raadpleging in samenhang met de in het tweede lid bedoelde gegevens mogelijk maakt.
De in de reisdocumentenadministratie opgenomen gegevens worden gedurende elf jaren na de datum van verstrekking van het betreffende reisdocument bewaard.
In afwijking van het vierde lid worden de in de reisdocumentenadministratie opgenomen vingerafdrukken, bedoeld in artikel 42a, bewaard tot het moment dat de uitreiking van het aangevraagde reisdocument dan wel de reden voor het niet uitreiken daarvan, in het reisdocumentenstation is geregistreerd.
Artikel 83. Administratie laissez-passer buiten het reisdocumentenstation
In afwijking van het bepaalde in artikel 82 wordt op een post waar geen reisdocumentenstation aanwezig is van elk verstrekt laissez-passer het originele aanvraag-informatieformulier, voorzien van de foto van de houder, met de bij de aanvraag overgelegde bewijsstukken en verklaringen als bijlagen in een administratie opgeborgen, die jaarlijks wordt afgesloten. De formulieren worden daarbij alfabetisch op de naam van de houder gerangschikt.
Van elk verstrekt laissez-passer wordt een kopie van het aanvraag-informatieformulier in de in artikel 98 bedoelde nummeradministratie opgeborgen. De kopie-formulieren worden daarbij op het documentnummer van het verstrekte laissez-passer gerangschikt.
De administratie, bedoeld in het eerste lid, blijft gedurende twee jaren na afloop van het kalenderjaar waarin het laissez-passer is verstrekt, raadpleegbaar.
Artikel 84. Administratie noodverlenging buiten het reisdocumentenstation
Vervallen
Artikel 85. Verstrekking van gegevens
Onverminderd het bepaalde in artikel 65, tweede lid, van de wet, wordt de verstrekking van gegevens uit de in de artikelen 82 en 83 bedoelde reisdocumentenadministratie uitsluitend toegestaan aan:
- a. degenen die bij of krachtens de wet belast zijn met de uitvoering daarvan, voor zover die gegevens noodzakelijk zijn voor het verrichten van werkzaamheden met betrekking tot reisdocumenten;
- b. de ambtenaren, werkzaam bij het ministerie van Buitenlandse Zaken, een Nederlandse consulaire vertegenwoordiging in het buitenland onderscheidenlijk het Kabinet van de Gouverneur van Aruba, Curaçao of Sint Maarten, voor zover die gegevens noodzakelijk zijn voor consulaire handelingen waarbij de identiteit van de betrokken persoon moet worden vastgesteld;
- c. de opsporingsambtenaren bedoeld in artikel 141 en 142 van het Wetboek van Strafvordering en artikel 184 en 185 van het Wetboek van Strafvordering BES, voor zover die gegevens noodzakelijk zijn voor de opsporing van strafbare feiten in het kader van het onderzoek waarbij zij zijn betrokken of voor zover die noodzakelijk zijn voor de identificatie van slachtoffers;
- d. de ambtenaren van het openbaar ministerie, voor zover die gegevens noodzakelijk zijn voor de uitoefening van de hun opgedragen werkzaamheden;
- e. de ambtenaren werkzaam bij de autoriteiten, bedoeld in de artikelen 18 tot en met 24 van de wet, voor zover die gegevens noodzakelijk zijn voor het verzoek tot weigering of vervallenverklaring en de daarmee verband houdende vermelding van deze gegevens in het register paspoortsignaleringen als bedoeld in artikel 25, derde lid, van de wet;
- f. de ambtenaren werkzaam bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, voor zover die gegevens noodzakelijk zijn voor de hun opgedragen werkzaamheden in verband met de verwerking van gegevens in het basisregister reisdocumenten, in verband met de uitoefening van hun taak als bedoeld in artikel 58 van de wet, alsmede in verband met onderzoek naar onregelmatigheden met reisdocumenten;
- g. degene die in opdracht van de Minister van Buitenlandse Zaken belast is met de controle op de uitvoering van de bij of krachtens de wet gestelde regels, de toepassing van de beveiligingsmaatregelen of de werking van het aanvraagsysteem reisdocumenten, voor zover die gegevens, de rechtstreekse toegang daaronder begrepen, noodzakelijk zijn voor de hun opgedragen werkzaamheden;
- h. de houder, beheerder, bewerker en degene die belast is met de invoer, wijziging, of verwijdering van gegevens, voor zover die gegevens, de rechtstreekse toegang daaronder begrepen, noodzakelijk zijn voor de uitoefening van de hun in verband daarmee opgedragen werkzaamheden;
- i. de ambtenaren werkzaam bij de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst en de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst, voor zover die gegevens noodzakelijk zijn voor de uitvoering van hun taken als bedoeld in artikel 6, tweede lid, en artikel 7, tweede lid, van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002.
Hoofdstuk X. Organisatie en beheer van het aanvraagsysteem reisdocumenten
§ 1. Aanwijzing en registratie bevoegde personen
Artikel 86. Aanwijzing en registratie algemeen
De Minister van Buitenlandse Zaken onderscheidenlijk het hoofd van de post of de door hem daartoe aangewezen ambtenaar wijst de personen aan die bevoegd zijn tot het verrichten van de handelingen die bij of krachtens de wet zijn voorgeschreven.
De in het eerste lid bedoelde aanwijzing van personen, alsmede de registratie van hun bevoegdheden geschiedt met inachtneming van de functionele beschrijvingen met betrekking tot het aanvraagsysteem reisdocumenten en overeenkomstig de beveiligingsprocedure, bedoeld in artikel 107.
Artikel 87. De autorisatiebevoegden reisdocumenten
De Minister van Buitenlandse Zaken onderscheidenlijk het hoofd van de post wijst per uitgiftelocatie tenminste twee ambtenaren aan die binnen het aanvraagsysteem reisdocumenten zullen functioneren als autorisatiebevoegde reisdocumentenstation overeenkomstig de gebruikershandleiding bij het reisdocumentenstation, bedoeld in artikel 101. Tevens wijst de minister onderscheidenlijk het hoofd van de post per aanvraagstationlocatie tenminste twee ambtenaren aan die zullen functioneren als autorisatiebevoegde aanvraagstation overeenkomstig de gebruikershandleiding bij het aanvraagstation, bedoeld in artikel 101.
Van de aanwijzing of de vervanging van een autorisatiebevoegde wordt terstond met gebruikmaking van standaardformulier B3 melding gedaan aan het agentschap BPR, die een registratie bijhoudt van de autorisatiebevoegden.
De in het eerste lid bedoelde autoriteit draagt er zorg voor, dat een autorisatiebevoegde in staat wordt gesteld alle handelingen te verrichten die uit zijn taak voortvloeien.
De autorisatiebevoegden zijn rechtstreeks verantwoording verschuldigd aan de Minister van Buitenlandse Zaken onderscheidenlijk het hoofd van de post.
Artikel 88. De identificatiekaart
Per reisdocumentenstation worden ten minste 2 en ten hoogste 20 identificatiekaarten beschikbaar gesteld aan de autorisatiebevoegde reisdocumentenstation.
De autorisatiebevoegde reisdocumentenstation is, met inachtneming van de gebruikershandleiding bij het reisdocumentenstation, bedoeld in artikel 101, verantwoordelijk voor het autorisatiebeheer, de bewaring van de identificatiekaarten en de registratie van de personen aan wie hij in een bepaald tijdvak een kaart verstrekt. Identificatiekaarten worden slechts verstrekt aan ambtenaren, aangesteld door of vanwege de Minister van Buitenlandse Zaken.
De autorisatiebevoegde reisdocumentenstation registreert in het reisdocumentenstation met inachtneming van de gebruikershandleiding de intrekking van identificatiekaarten indien deze na verlies, diefstal of defect verloren zijn gegaan of onbruikbaar zijn geworden of anderszins niet langer gebruikt mogen worden. De autorisatiebevoegde draagt zorg voor de vernietiging van ingetrokken identificatiekaarten voor zover deze in zijn bezit zijn en geen nader onderzoek daaraan hoeft plaats te vinden.
De leverancier houdt een registratie bij van de uitgegeven en ingetrokken identificatiekaarten.
Artikel 89. De tot ontvangst van gepersonaliseerde documenten bevoegde ambtenaren
De Minister van Buitenlandse Zaken of de door hem daartoe aangewezen ambtenaar wijst op zijn ministerie ten minste drie ambtenaren aan om zendingen van gepersonaliseerde documenten in ontvangst te nemen. Identificatiekaarten en daarop betrekking hebbende codes worden uitsluitend in ontvangst genomen door een autorisatiebevoegde reisdocumentenstation.
De aanmelding, registratie en vervanging van de tot ontvangst bevoegde ambtenaren, bedoeld in de eerste zin van het eerste lid, vindt plaats bij de distributeur met gebruikmaking van de door de distributeur daartoe kosteloos beschikbaar gestelde machtiging.
De machtiging wordt gewaarmerkt met een afdruk van een dienststempel als bedoeld in artikel 102, eerste lid, en de handtekening van de Minister van Buitenlandse Zaken of de door hem daartoe aangewezen ambtenaar.
Een kopie van het in het derde lid genoemde formulier wordt op het ministerie bewaard.
Artikel 90. Registratie parafen
De Minister van Buitenlandse Zaken onderscheidenlijk het hoofd van de post houdt een administratie bij van de parafen van de personen die tot parafering van aanvraagformulieren bevoegd zijn.
Een paraaf als bedoeld in het eerste lid wordt in ieder geval net zo lang bewaard als de aanvragen waarin een paraaf van de desbetreffende persoon is opgenomen.
§ 2. Aflevering van zendingen
Artikel 91. Aanmelding en registratie van aanvraagstationlocaties en uitgiftelocaties
De Minister van Buitenlandse Zaken of de door hem daartoe aangewezen ambtenaar meldt met gebruikmaking van standaardformulier B2 aan het agentschap BPR de aanvraagstationlocaties waar één of meerdere aanvraagstations zijn geplaatst alsmede de uitgiftelocatie waar de verzending van de aanvragen naar de leverancier geschiedt, alsmede de locatie in Nederland waar de aflevering van de zendingen door de distributeur plaatsvindt.
Wijzigingen met betrekking tot aanvraagstationlocaties en uitgiftelocaties worden, met gebruikmaking van standaardformulier B2, tijdig gemeld aan het agentschap BPR.
Het agentschap BPR houdt een registratie bij van de ingevolge het eerste en tweede lid aangemelde aanvraagstationlocaties en uitgiftelocaties en geeft deze gegevens door aan de leverancier.
De leverancier wijst aan elke uitgiftelocatie een unieke locatiecode toe en meldt deze terug aan het agentschap BPR en aan de Minister van Buitenlandse Zaken.
Artikel 92. Vastlegging tijdstip van aflevering
De vastlegging van de tijdstippen waarop een zending wordt afgeleverd, geschiedt in overleg met de distributeur.
§ 2. Aflevering van zendingen
Artikel 93. Bewaring gepersonaliseerde reisdocumenten
De geleverde gepersonaliseerde reisdocumenten worden bij het ministerie van Buitenlandse Zaken, in een daartoe bestemde ruimte, bewaard op de in artikel 105 voorgeschreven wijze tot het tijdstip, dat zij door de bevoegde afdeling beschikbaar worden gesteld aan de bij het ministerie tot uitreiking bevoegde ambtenaren of doorgezonden aan de tot uitreiking bevoegde posten, dan wel worden opgehaald door de leverancier ingevolge artikel 60.
De ingevolge het eerste lid beschikbaar gestelde of doorgezonden reisdocumenten worden, bij de desbetreffende afdeling op het ministerie of bij de desbetreffende post, bewaard op de in artikel 105 voorgeschreven wijze tot het tijdstip, dat zij door de daartoe bevoegde ambtenaar worden uitgereikt, dan wel worden geretourneerd aan de in het eerste lid bedoelde afdeling om te worden teruggestuurd aan de leverancier ingevolge artikel 63.
Aan de hand van de gegevens in het reisdocumentenstation wordt bij de desbetreffende afdeling op het ministerie of bij de desbetreffende post nagegaan welke gepersonaliseerde reisdocumenten binnen drie maanden na de datum van ontvangst nog niet zijn uitgereikt, teneinde deze ingevolge artikel 78 definitief aan het verkeer te onttrekken.
Artikel 94. Ontbrekende gepersonaliseerde reisdocumenten
Indien op enig moment een gepersonaliseerd reisdocument na aflevering en registratie daarvan in het reisdocumentenstation blijkt te ontbreken, wordt terstond een inventarisatie opgemaakt van de nog aanwezige reisdocumenten aan de hand van de gegevens in het reisdocumentenstation.
De ontbrekende reisdocumenten worden geregistreerd in het reisdocumentenstation.
Artikel 62 is van overeenkomstige toepassing.
§ 3. Beheer van ontvangen gepersonaliseerde reisdocumenten
Artikel 95. De tot bestelling en ontvangst van blanco documenten bevoegde ambtenaren
De Minister van Buitenlandse Zaken of de door hem daartoe aangewezen ambtenaar wijst op zijn ministerie ten minste drie ambtenaren aan om namens hem bestellingen te doen van blanco noodpaspoorten en laissez-passer's bij de leverancier en tevens drie ambtenaren om leveringen daarvan in ontvangst te nemen.
De aanmelding van de tot bestelling en van de tot ontvangst bevoegde ambtenaren, bedoeld in het eerste lid, alsmede wijzigingen in deze gegevens, vindt plaats bij het agentschap BPR, met gebruikmaking van de standaardformulieren B6 en B7.
Het ingevulde registratieformulier wordt gewaarmerkt met een afdruk van een dienststempel als bedoeld in artikel 102, eerste lid.
Het agentschap BPR houdt een registratie bij van de ingevolge het eerste lid aangemelde personen en geeft deze gegevens door aan de leverancier.
Artikel 96. Bestelling en aflevering nooddocumenten
De nooddocumenten worden met gebruikmaking van modelformulier C11 door de daartoe aangewezen ambtenaar maximaal vier maal binnen een jaar bij de leverancier besteld. De bestelopdracht wordt gesteld op briefpapier van het ministerie van Buitenlandse Zaken en, na ondertekening van de daartoe aangewezen ambtenaar, gewaarmerkt met een afdruk van het in artikel 102, eerste lid, bedoelde dienststempel.
Het aantal blanco noodpaspoorten en laissez-passer's dat binnen een jaar kan worden besteld, wordt bepaald door de leverancier en is gebaseerd op het jaarlijkse aantal verstrekte documenten, in de periode tussen 1 oktober en 30 september, vermeerderd met vijf procent. De leverancier maakt jaarlijks voor 1 november het aantal te bestellen nooddocumenten voor het daaropvolgende jaar bekend aan de Minister van Buitenlandse Zaken.
Indien tussen twee bestellingen blijkt dat de voorraad noodpaspoorten dan wel laissez-passer's ontoereikend zal zijn, kan een opdracht voor een spoedbestelling worden geplaatst. De opdracht voor een spoedbestelling kan slechts worden gedaan, nadat in overleg met de leverancier is vastgesteld dat het aflevertijdstip van de eerstvolgende bestelopdracht niet kan worden vervroegd. De omvang van de spoedbestelling is niet groter dan noodzakelijk om de periode tot de levering van de eerstvolgende bestelling te overbruggen.
Alvorens een bestelopdracht te plaatsen, wordt nagegaan of de in artikel 95 bedoelde gegevens nog juist zijn.
Indien gegevens zijn gewijzigd, dient het nieuwe registratieformulier minstens vijf werkdagen voor het plaatsen van een nieuwe bestelopdracht in het bezit van het agentschap BPR te zijn.
De bestelling wordt door de leverancier bevestigd door toezending van een leveringsbevestiging aan de Minister van Buitenlandse Zaken.
De daadwerkelijke aflevering vindt gemiddeld maximaal vijf werkdagen na de op de leveringsbevestigingen vermelde dagtekening plaats door een waardetransporteur.
Bij aflevering door de leverancier ondertekent de tot ontvangst bevoegde persoon, bedoeld in artikel 95, eerste lid, de strook die aan de leveringsbevestiging is gehecht.
De tot ontvangst bevoegde persoon legitimeert zich, op verzoek van de waardetransporteur, met een identiteitsdocument als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht of met een Nederlands rijbewijs.
De aflevering van de zending vindt plaats in de kluisruimte. Indien aflevering in de kluisruimte niet mogelijk of niet doelmatig is, vindt aflevering plaats in een voor het publiek afgesloten ruimte zo dicht mogelijk bij de kluis.
De tot ontvangst bevoegde persoon controleert in het bijzijn van de waardetransporteur aan de hand van de leveringsbevestiging het aantal pakketten alsmede de verzegeling. Indien de zending niet voor het ministerie van Buitenlandse Zaken bestemd is, afwijkingen vertoont, beschadigd is dan wel documenten ontbreken, wordt hiervan aantekening gemaakt op de aan de leveringsbevestiging gehechte strook en het agentschap BPR hiervan terstond in kennis gesteld.
De ingevulde en ondertekende strook wordt aan de waardetransporteur overhandigd.
Indien de persoon die de zending in ontvangst neemt zich desgevraagd niet of niet voldoende kan legitimeren dan wel onvoldoende zekerheid bestaat met betrekking tot zijn bevoegdheid om de zending in ontvangst te nemen, dan wel om enige andere reden door een handelen of nalaten van het ministerie van Buitenlandse Zaken een veilige aflevering niet mogelijk is, draagt de waardetransporteur de zending niet over.
Artikel 97. Ontvangst en verdere verspreiding van de nooddocumenten door het ministerie
Na ontvangst van de zending wordt deze terstond veilig gesteld. Indien de aflevering niet aan de kluis geschiedt, ziet de ambtenaar die de zending in ontvangst heeft genomen erop toe, dat de zending terstond in de kluis wordt opgeslagen.
De bij de zending gevoegde ontvangstbevestiging wordt na vergelijking van de verpakkingseenheden van de zending met de opgave in de leveringsbevestiging binnen vijf werkdagen na aflevering van de zending, aan de leverancier geretourneerd.
De controle van de inhoud van de verpakkingseenheden als bedoeld in het tweede lid geschiedt door de tot ontvangst bevoegde persoon, en tenminste één andere persoon. Van de controle wordt een proces-verbaal opgemaakt, dat bij de in het vijfde lid bedoelde nummeradministratie wordt gearchiveerd.
Bij constatering van afwijkingen tussen de inhoud van de zending en de opgave in de leveringsbevestiging wordt terstond contact opgenomen met de leverancier. De geconstateerde afwijkingen worden schriftelijk medegedeeld aan het agentschap BPR.
De Minister van Buitenlandse Zaken houdt van de door hem ontvangen blanco nooddocumenten, uitgesplitst naar soort, een serienummeradministratie bij, waaruit aan de hand van de documentnummers te allen tijde dient te blijken welke documenten:
- a. in de voorraad aanwezig zijn;
- b. aan de voorraad zijn toegevoegd;
- c. aan tot verstrekking bevoegde autoriteiten beschikbaar zijn gesteld;
- d. zijn gestolen, vermist of anderszins als onbruikbaar moeten worden beschouwd.
De Minister van Buitenlandse Zaken verstrekt per kwartaal een opgave aan de leverancier van het voorraadverloop van de noodpaspoorten en laissez-passer's. Uit deze opgave blijkt tevens op welk tijdstip welke blanco nooddocumenten, uitgesplitst naar soort en onder vermelding van de documentnummers, aan welke autoriteit beschikbaar zijn gesteld.
De Minister van Buitenlandse Zaken draagt zorg voor het op beveiligde wijze beschikbaar stellen van de blanco nooddocumenten aan de tot uitreiking daarvan bevoegde ambtenaren op het ministerie en de posten.
Artikel 98. Voorraadadministratie nooddocumenten bij de verstrekkende autoriteiten
Van de beschikbaar gestelde nooddocumenten wordt, uitgesplitst naar soort, door de tot verstrekking bevoegde autoriteiten, een voorraadadministratie bijgehouden.
Eén maal per jaar wordt het aantal in voorraad zijnde blanco nooddocumenten met vermelding van soort en documentnummer vastgesteld.
Uit de voorraadadministratie dient te allen tijde te blijken hoeveel nooddocumenten:
- a. in de voorraad aanwezig zijn;
- b. aan de voorraad zijn toegevoegd;
- c. aan de voorraad zijn onttrokken in verband met uitreiking;
- d. zijn verschreven, gestolen, vermist of anderszins als onbruikbaar moeten worden beschouwd.
Met betrekking tot de uitgereikte nooddocumenten wordt per opeenvolgend documentnummer apart geregistreerd aan wie uitreiking van het desbetreffende nooddocument heeft plaatsgevonden.
De tot verstrekking bevoegde autoriteit die beschikt over een reisdocumentenstation houdt de in het derde en vierde lid bedoelde voorraadadministratie bij in het desbetreffende reisdocumentenstation.
Indien door de in het vijfde lid bedoelde autoriteit laissez-passer's beschikbaar worden gesteld aan een andere autoriteit, wordt het aantal laissez-passer's en de autoriteit aan wie deze beschikbaar zijn gesteld in het reisdocumentenstation vermeld.
Artikel 99. Inventarisatie van de voorraad
Indien op enig moment een omissie in de voorraad of in de administratie wordt geconstateerd, maakt de desbetreffende autoriteit terstond een inventarisatie op van de aanwezige nooddocumenten.
De inventarisatie wordt opgesteld door tenminste twee personen.
Van de inventarisatie wordt een proces-verbaal opgemaakt, dat naar het agentschap BPR en in afschrift aan de Minister van Buitenlandse Zaken wordt gezonden.
Artikel 100. Verbruik van nooddocumenten
De blanco nooddocumenten worden in volgorde van de nummers verbruikt.
Het is een tot verstrekking bevoegde autoriteit niet toegestaan nooddocumenten te verbruiken die aan een andere autoriteit daartoe ter beschikking zijn gesteld.
§ 5. Te gebruiken apparatuur, programmatuur en overige materialen
Artikel 101. Reisdocumentenstation, aanvraagstation, mobiel vingerafdrukopname-apparaat en reisdocumentenmodule
De Minister van Buitenlandse Zaken maakt binnen het aanvraagsysteem reisdocumenten gebruik van het reisdocumentenstation, het aanvraagstation, het mobiel vingerafdrukopname-apparaat en de overige materialen, overeenkomstig het bepaalde in deze regeling en met inachtneming van de bijgeleverde gebruikershandleidingen.
Artikel 102. Dienststempel en clausulestempels
Het dienststempel is een inktstempel van een rond formaat met een diameter van 15 mm, dat voorzien is van het Rijkswapen dan wel het wapen van de tot verstrekking bevoegde autoriteit.
Voor het ongedaan maken van een bijschrijving wordt een door de leverancier beschikbaar gesteld clausulestempel gebruikt, dat in drie talen de tekst “vervallen” bevat.
Artikel 103. Foto- en handtekeningformulieren en andere standaardformulieren
De in artikel 51 bedoelde foto- en handtekeningformulieren worden vier maal binnen een jaar door de leverancier beschikbaar gesteld.
Het aantal foto- en handtekeningformulieren dat jaarlijks beschikbaar wordt gesteld, wordt bepaald en bekendgemaakt door de leverancier op de in artikel 96, tweede lid, aangegeven wijze.
Indien tussen twee aflevertijdstippen blijkt dat de voorraad foto- en handtekeningformulieren ontoereikend zal zijn, kan een spoedbestelling worden gedaan. De opdracht voor een spoedbestelling kan echter slechts worden gedaan, nadat in overleg met de leverancier is vastgesteld dat het reguliere aflevertijdstip niet kan worden vervroegd. De omvang van de spoedbestelling is niet groter dan noodzakelijk om de periode tot het eerstvolgende aflevertijdstip te overbruggen.
De foto- en handtekeningformulieren worden door de leverancier binnen tien werkdagen na de spoedbestelling geleverd op de uitgiftelocatie waarvoor de bestelling is gedaan.
De overige standaardformulieren worden eenmalig door de leverancier ter beschikking gesteld en kunnen desgewenst worden nabesteld.
De foto- en handtekeningformulieren en andere standaardformulieren worden kosteloos verstrekt.
Hoofdstuk XI. Beveiliging
Artikel 104. Algemeen
De met de uitvoering van de wet belaste autoriteiten treffen maatregelen om de onder hen berustende reisdocumenten, apparatuur, programmatuur, opslagmedia, documentatie en overige materialen te beveiligen tegen ontvreemding dan wel vernietiging ten gevolge van inbraak, diefstal, verduistering, overvallen, brand of anderszins.
Artikel 105. Fysieke beveiliging
Buiten de werkuren worden de van de leverancier ontvangen reisdocumenten, de ingehouden reisdocumenten, de opslagmedia, de documentatie en de overige materialen opgeslagen in een inbraakvertragende en brandwerende voorziening, zoals een gesloten inbraakwerende waardekast of kluis, met een waardebergingsindicatie van € 1.000,-. Deze voorziening is in een af te sluiten ruimte geplaatst.
De plaatsen waar de reisdocumenten, de documentatie en de overige materialen zijn opgeslagen, alsmede de ruimte waarin de apparatuur en de programmatuur zich bevinden, zijn uitgerust met een inbraakalarmeringssysteem.
De apparatuur en programmatuur, alsmede de tijdens de werkuren uit te reiken of ingehouden reisdocumenten, en de te gebruiken documentatie en overige materialen bevinden zich, onder voortdurend toezicht, op een voor onbevoegden onbereikbare en afsluitbare plaats.
In afwijking van het eerste lid blijft de authenticatiekaart ook tijdens de werkuren opgeslagen in de voorziening, bedoeld in het eerste lid. De authenticatiekaart mag zich uitsluitend buiten de desbetreffende voorziening bevinden op het moment dat deze nodig is om het mobiel vingerafdrukopname-apparaat in het locale netwerk van de uitgiftelocatie aan te sluiten.
In afwijking van het tweede en derde lid, staat een aanvraagstation of een mobiel vingerafdrukopname-apparaat gedurende de werkuren onder voortdurend toezicht van degene die bevoegd is tot het gebruik ervan en bevindt het zich buiten de werkuren in een voor onbevoegden onbereikbare, afsluitbare en bij voorkeur beveiligde ruimte.
Artikel 106. Back-up en herstel van gegevens in het aanvraagsysteem reisdocumenten
Van de in de reisdocumentenmodule en de in het reisdocumentenstation opgeslagen gegevens wordt dagelijks een back-up gemaakt. Na het maken van de back-up wordt gecontroleerd of deze is geslaagd.
De bewaring van de back-ups geschiedt zodanig, dat afwisselend een exemplaar op de uitgiftelocatie wordt bewaard in de voorziening, bedoeld in artikel 105, eerste lid, terwijl een ander exemplaar elders wordt bewaard, in een vergelijkbare voorziening als bedoeld in artikel 105, eerste lid, zodat tegelijkertijd twee opeenvolgende back-ups op verschillende plaatsen voorhanden zijn.
De verstrekkende autoriteit beschikt over een op schrift gestelde procedure inzake back-up en herstel, die er in voorziet dat reconstructie van de gegevens mogelijk is.
Artikel 107. Beveiligingsprocedure en beveiligingsfunctionaris
De verstrekkende autoriteit beschikt over een op schrift gestelde beveiligingsprocedure. In deze beveiligingsprocedure worden in ieder geval maatregelen vastgelegd inzake:
- a. de ontvangst, het transport, de bewaring en het beheer van de ontvangen reisdocumenten, de ingehouden reisdocumenten, de apparatuur, de programmatuur, de documentatie en de overige materialen;
- b. de verantwoordelijkheden van de beveiligingsfunctionaris als bedoeld in het derde lid;
- c. de functiescheiding tussen de bij het beheer en de uitreiking van de reisdocumenten betrokken functionarissen;
- d. de beveiliging van het aanvraagsysteem reisdocumenten, onder meer gericht op het voorkomen van onbevoegde toegang of gebruik van gegevens die in het systeem of tot het systeem behorende opslagmedia zijn opgenomen.
Vervallen.
De Minister van Buitenlandse Zaken onderscheidenlijk het hoofd van de post wijst een beveiligingsfunctionaris aan die belast is met het beheer van en het toezicht op de naleving van de beveiligingsprocedure.
Van de aanwijzing of de vervanging van de beveiligingsfunctionaris wordt door het hoofd van de post terstond melding gedaan aan de Minister van Buitenlandse Zaken.
De functie van beveiligingsfunctionaris is niet verenigbaar met het verrichten van andere handelingen ter uitvoering van de wet.
De taken en verantwoordelijkheden van de beveiligingsfunctionaris worden vastgelegd in een functieomschrijving.
De Minister van Buitenlandse Zaken onderscheidenlijk het hoofd van de post draagt er zorg voor dat de beveiligingsfunctionaris in staat wordt gesteld alle handelingen te verrichten die uit zijn taak voortvloeien.
De beveiligingsfunctionaris is rechtstreeks verantwoording verschuldigd aan de Minister van Buitenlandse Zaken onderscheidenlijk het hoofd van de post.
De maatregelen bedoeld in het eerste tot en met het achtste lid maken deel uit van de reguliere accountantscontrole.
De Minister van Buitenlandse Zaken onderscheidenlijk het hoofd van de post draagt er zorg voor, dat de bij de uitvoering van de wet betrokken ambtenaren regelmatig worden geïnformeerd over ontvreemdingsrisico's en ten minste één maal per jaar worden geïnstrueerd met betrekking tot risicobeperkende afspraken en maatregelen terzake.
Artikel 108. Controle op de toepassing van de beveiligingsmaatregelen
De Minister van Buitenlandse Zaken onderscheidenlijk het hoofd van de post voert een keer per jaar een controle uit op de toepassing van de beveiligingsmaatregelen, genoemd in de artikelen 104 tot en met 107.
Indien de in het eerste lid bedoelde controle daartoe aanleiding geeft, wordt de beveiligingsprocedure aangepast.
Artikel 109. Ontvreemding of vernietiging
In het geval van ontvreemding dan wel vernietiging van reisdocumenten, apparatuur, programmatuur, opslagmedia, documentatie en overige materialen ten gevolge van inbraak, diefstal, verduistering, overvallen, brand of anderszins dient de met de uitvoering van de wet belaste autoriteit daarvan terstond aangifte te doen bij de plaatselijke politie en tevens terstond het agentschap BPR daarvan in kennis te stellen.
De Minister van Buitenlandse Zaken zendt het agentschap BPR vervolgens binnen één werkdag, eventueel per fax, een schriftelijke kennisgeving waarin de navolgende gegevens zijn opgenomen:
- a. het tijdstip en de exacte toedracht van de ontvreemding of vernietiging;
- b. de nummers van de ontvreemde of vernietigde reisdocumenten, alsmede de daarin vermelde persoonsgegevens;
- c. de ontvreemde of vernietigde apparatuur, programmatuur, opslagmedia, documentatie en overige materialen met de eventueel daarop vermelde nummers.
Zodra het door de plaatselijke politie opgemaakte proces-verbaal beschikbaar is, wordt daarvan een afschrift gezonden aan het agentschap BPR.
Hoofdstuk XII. Voorkoming en bestrijding van misbruik met reisdocumenten
Artikel 110. Onderzoek op onregelmatigheden en melding
De autoriteit die in verband met een handeling op grond van deze regeling enig Nederlands reis- of identiteitsdocument krijgt overgelegd, gaat aan de hand van de door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties verstrekte lijst van toetsingspunten na of met het desbetreffende reisdocument enige onregelmatigheid is gepleegd.
Indien het vermoeden bestaat dat met een overgelegd reisdocument enige onregelmatigheid is gepleegd, wordt daarvan met gebruikmaking van modelformulier C5 melding gemaakt aan het Expertise Centrum Identiteitsfraude en Documenten van de Koninklijke Marechaussee.
Artikel 111. Aangifte bij de politie en definitieve onttrekking aan het verkeer
Indien het vermoeden bestaat dat de met het reisdocument gepleegde onregelmatigheden strafbare feiten opleveren en de vermoedelijke dader bekend is, wordt het desbetreffende reisdocument met gebruikmaking van modelformulier C5 aan het Expertise Centrum Identiteitsfraude en Documenten van de Koninklijke Marechaussee gezonden.
De autoriteit die van mening is dat met het reisdocument onregelmatigheden zijn gepleegd die geen strafbare feiten opleveren, onttrekt dit document op de in artikel 78 bedoelde wijze definitief aan het verkeer.
Hoofdstuk XII. Voorkoming en bestrijding van misbruik met reisdocumenten
Artikel 112
De Minister van Buitenlandse Zaken verstrekt, met gebruikmaking van modelformulier C12, per kwartaal een schriftelijke verantwoording van het totale voorraadverloop met betrekking tot nooddocumenten over het voorgaande kwartaal.
Deze verantwoording bevat, uitgesplitst naar noodpaspoorten en laissez-passer's:
- a. de totale voorraad blanco nooddocumenten aan het begin van het kwartaal;
- b. de in de loop van het kwartaal aan de voorraad toegevoegde blanco nooddocumenten;
- c. de in de loop van het kwartaal aan de voorraad onttrokken nooddocumenten die zijn uitgereikt;
- d. de in de loop van het kwartaal aan de voorraad onttrokken nooddocumenten die niet zijn uitgereikt, omdat zij zijn verschreven, gestolen, vermist of anderszins als onbruikbaar moeten worden beschouwd;
- e. de totale voorraad blanco nooddocumenten aan het einde van het kwartaal.
Nooddocumenten die onjuist blijken te zijn geproduceerd of beschadigd worden met het in het eerste lid bedoelde verantwoordingsformulier meegezonden aan de leverancier.
Nooddocumenten die als gevolg van verschrijvingen of anderszins onbruikbaar zijn geworden, worden definitief aan het verkeer onttrokken door ze deugdelijk te vernietigen op de in artikel 78, tweede lid, aangegeven wijze.
Het in het eerste lid bedoelde verantwoordingsformulier wordt ondertekend door of namens de Minister van Buitenlandse Zaken.
Hoofdstuk XII. Voorkoming en bestrijding van misbruik met reisdocumenten
Artikel 113. Geldigheid van reisdocumenten verstrekt voor de inwerkingtreding van deze regeling
De reisdocumenten die voor de inwerkingtreding van deze regeling zijn verstrekt, behouden de geldigheid die daarin is vermeld.
Artikel 114. Raadpleging originele aanvraagformulieren
Indien ingevolge artikel 9 of 36 raadpleging moet plaatsvinden van gegevens, behorende bij een reisdocument dat is uitgereikt voor de inwerkingtreding van deze regeling, verstrekt de autoriteit bij wie de gegevens in de reisdocumentenadministratie berusten op verzoek van de autoriteit die de aanvraag in ontvangst neemt kosteloos het originele aanvraagformulier, behorende bij het desbetreffende reisdocument. Alvorens tot verstrekking van het originele aanvraagformulier wordt overgegaan, maakt de desbetreffende autoriteit daarvan een kopie die in zijn reisdocumentenadministratie wordt bewaard, waarop wordt aangetekend aan welke autoriteit het originele aanvraagformulier is verstrekt.
Na vergelijking wordt het originele aanvraagformulier bewaard als onderdeel van de reisdocumentenadministratie, behorende bij het uitgereikte nieuwe reisdocument. Indien geen nieuw reisdocument wordt uitgereikt, zendt de autoriteit die de aanvraag in behandeling heeft genomen het originele aanvraagformulier terug naar de autoriteit die het heeft verstrekt.
Artikel 115. Ongedaan maken bijschrijving in reisdocumenten verstrekt voor de inwerkingtreding van deze regeling
Vervallen
Artikel 116. Tijdelijke verlenging bewaartermijn reisdocumentenadministratie
Vervallen
Artikel 117. Gebruik aanvraagstation
Vervallen
Artikel 118. Intrekking Paspoortuitvoeringsregeling Buitenland 1995
De Paspoortuitvoeringsregeling Buitenland 1995 wordt ingetrokken.
Artikel 119. Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 oktober 2001.
Artikel 120. Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als “Paspoortuitvoeringsregeling Buitenland 2001”.
Deze regeling zal in de Staatscourant worden geplaatst.
Bijlagen. Paspoortuitvoeringsregelingen
- A. Standaardclausules
- B. Standaardformulieren
- B1. Aanvraagformulier reisdocument
- B2. Registratie afleveradres uitgiftelocatie
- B3. Registratie autorisatiebevoegde reisdocumenten
- B4. Overdracht reisdocumenten buiten locatie Enschedé/Sdu
- B5. Registratie beveiligingsfunctionaris
- B6. Registratie bestelbevoegde blanco nooddocumenten
- B7. Registratie ontvangstbevoegde blanco nooddocumenten en afleveradres
- C. Modelformulieren
- C1. Vaststelling aanspraak reisdocument voor vreemdelingen
- C2. Verklaring vermissing reisdocument
- C3. Kennisgeving uitreiking, onttrekking reisdocument, bijschrijving/verwijdering bijschrijving
- C4. Melding gevonden reisdocument
- C5. Melding onregelmatigheid reisdocument
- C6. Melding beslissing signalering
- C7. Melding vermissing reisdocument
- C8. Spoedbestelling aanvraagformulieren
- C9. Melding ontvangst verkeerde of beschadigde zending reisdocumenten
- C10. Geleideformulier terugzenden reisdocumenten
- C11. Bestelopdracht blanco nooddocumenten
- C12. Kwartaalverantwoording nooddocumenten
- D. Foutafhandelingsprocedures
-
- Nederland (Gemeenten en Ministerie van Buitenlandse Zaken)
-
- Buitenland (Nederlandse posten)
-
- Nederlandse Antillen en Aruba (Autoriteiten in de Nederlandse Antillen en Aruba)
- E. Beveiligingsnet
- F. Overzicht aanvraaggegevens
-
- Reisdocumenten niet zijnde nooddocumenten
-
- Nooddocumenten
- G. Tot verstrekking van paspoorten bevoegde buitenlandse posten
- H. Tot verstrekking van Nederlandse identiteitskaarten bevoegde buitenlandse posten
- I. Normering IAR-kaarten
- J. Invulinstructie laissez-passer
Bijlagen. Paspoortuitvoeringsregelingen
- A. Standaardclausules
- B. Standaardformulieren
- B1. Aanvraagformulier reisdocument
- B2. Registratie afleveradres uitgiftelocatie
- B3. Registratie autorisatiebevoegde reisdocumenten
- B4. Overdracht reisdocumenten buiten locatie Enschedé/Sdu
- B5. Registratie beveiligingsfunctionaris
- B6. Registratie bestelbevoegde blanco nooddocumenten
- B7. Registratie ontvangstbevoegde blanco nooddocumenten en afleveradres
- C. Modelformulieren
- C1. Vaststelling aanspraak reisdocument voor vreemdelingen
- C2. Verklaring vermissing reisdocument
- C3. Kennisgeving uitreiking, onttrekking reisdocument, bijschrijving/verwijdering bijschrijving
- C4. Melding gevonden reisdocument
- C5. Melding onregelmatigheid reisdocument
- C6. Melding beslissing signalering
- C7. Melding vermissing reisdocument
- C8. Spoedbestelling aanvraagformulieren
- C9. Melding ontvangst verkeerde of beschadigde zending reisdocumenten
- C10. Geleideformulier terugzenden reisdocumenten
- C11. Bestelopdracht blanco nooddocumenten
- C12. Kwartaalverantwoording nooddocumenten
- D. Foutafhandelingsprocedures
-
- Nederland (Gemeenten en Ministerie van Buitenlandse Zaken)
-
- Buitenland (Nederlandse posten)
-
- Nederlandse Antillen en Aruba (Autoriteiten in de Nederlandse Antillen en Aruba)
- E. Beveiligingsnet
- F. Overzicht aanvraaggegevens
-
- Reisdocumenten niet zijnde nooddocumenten
-
- Nooddocumenten
- G. Tot verstrekking van paspoorten bevoegde buitenlandse posten
- H. Tot verstrekking van Nederlandse identiteitskaarten bevoegde buitenlandse posten
- I. Normering IAR-kaarten
- J. Invulinstructie laissez-passer
Bijlage A. Standaardclausules
- I. Standaardclausules m.b.t. de burgerlijke staat
| Burgerlijke Staat | Standaardclausule I (uitgeschreven) *De ambtenaar geeft in het aanvraagformulier desgewenst de burgerlijke staat van de aanvrager aan. Afhankelijk van de ruimte op de houderpagina brengt de producent de uitgeschreven of afgekorte versie van de betreffende standaardclausule aan. Indien er niet genoeg ruimte is op de houderpagina wordt de tekst van de standaardclausule op een vervolgpagina aangebracht. | *** De ambtenaar geeft in het aanvraagformulier desgewenst de burgerlijke staat van de aanvrager aan. Afhankelijk van de ruimte op de houderpagina brengt de producent de uitgeschreven of afgekorte versie van de betreffende standaardclausule aan. Indien er niet genoeg ruimte is op de houderpagina wordt de tekst van de standaardclausule op een vervolgpagina aangebracht.** |
|---|---|---|
| H – gehuwd | ||
| (geslacht houder = ‘V’) | echtgenote van/Wife of/Epouse de | e/v |
| (geslacht houder = ‘M’) | echtgenoot van/Husband of/ Epoux de | e/v |
| W - weduwe/weduwnaar | gehuwd geweest met/ formerly married to/ anciennement marié(e) à | w/v |
| S - gescheiden | gehuwd geweest met/ formerly married to/ anciennement marié(e) à | g/v |
| P - geregistreerde partner | geregistreerde partner van/registered partner of/partenaire enregistré(e) de | p/v |
| B - gescheiden geregistreerde partner | geregistreerd partner geweest van/ former registered partner of/ancien partenaire enregistré(e) de | b/v |
| A - achtergebleven geregistreerde partner | geregistreerd partner geweest van/ former registered partner of/ancien partenaire enregistré(e) de | a/v |
- II. Zie pagina/See page/Voir page
- III. Vervallen.
- IV. Pseudoniem/Pseudonym/Pseudonyme
- V. Niet in staat tot tekening/Unable to sign/Incapable de signer
- VI. Wordt als Nederlander behandeld op grond van de Wet van/Treated as Netherlands citizen pursuant to Act of/Traité comme Néerlandais conf. Loi 9-9-1976, Stb. 468
- VII. Dit paspoort is verstrekt op grond van art. 30 van de Paspoortwet (tweede paspoort)
- VIII. Houder dezes kan aan het bezit van dit reisdocument geen enkel recht op verblijf in Nederland ontlenen.
- IX. Dienstpaspoort/Service Passport/Passeport de Service Van/From/De... No... Tot/Until/Jusqu'au...
- X.
- Xa. Uitgezonderd/Except/à l'Exception de…
- Xb. Geldig voor reizen naar/Valid for travelling in/Valable pour voyages en...
- XI.
- XIa. Nederlandse/Netherlands/Néerlandaise
- XIb. XXA (Staatloze/Stateless person/Apatride)
- XII. Dit paspoort is afgegeven ter vervanging van paspoort nummer/This passport has been issued to replace passport number/Le présent passeport remplace le passeport antérieur no...
Bijlagen. Paspoortuitvoeringsregelingen
- A. Standaardclausules
- B. Standaardformulieren
- B1. Aanvraagformulier reisdocument
- B2. Registratie afleveradres uitgiftelocatie
- B3. Registratie autorisatiebevoegde reisdocumenten
- B4. Overdracht reisdocumenten buiten locatie leverancier
- B5. Registratie beveiligingsfunctionaris
- B6. Registratie bestelbevoegde blanco nooddocumenten
- B7. Registratie ontvangstbevoegde blanco nooddocumenten en afleveradres
- C. Modelformulieren
- C1. Vaststelling aanspraak reisdocument voor vreemdelingen
- C2. Verklaring vermissing reisdocument
- C3. Kennisgeving uitreiking, onttrekking reisdocument, bijschrijving/verwijdering bijschrijving
- C4. Melding gevonden reisdocument
- C5. Melding onregelmatigheid reisdocument
- C6. Melding beslissing signalering
- C7. Melding vermissing reisdocument
- C8. Spoedbestelling aanvraagformulieren
- C9. Melding ontvangst verkeerde of beschadigde zending reisdocumenten
- C10. Geleideformulier terugzenden reisdocumenten
- C11. Bestelopdracht blanco nooddocumenten
- C12. Kwartaalverantwoording nooddocumenten
- D. Foutafhandelingsprocedures
-
- Nederland (Gemeenten en Ministerie van Buitenlandse Zaken)
-
- Buitenland (Nederlandse posten)
-
- Aruba, Curaçao en Sint Maarten (Autoriteiten in Aruba, Curaçao en Sint Maarten)
- E. Beveiligingsnet
- F. Overzicht aanvraaggegevens
-
- Reisdocumenten niet zijnde nooddocumenten
-
- Nooddocumenten
- G. Tot verstrekking van paspoorten bevoegde buitenlandse posten
- H. Tot verstrekking van Nederlandse identiteitskaarten bevoegde buitenlandse posten
- I. Normering IAR-kaarten
- J. Invulinstructie laissez-passer
Bijlage A. Standaardclausules
- I. Standaardclausules m.b.t. de burgerlijke staat * De ambtenaar geeft in het aanvraagformulier desgewenst de burgerlijke staat van de aanvrager aan. Afhankelijk van de ruimte op de houderpagina brengt de producent de uitgeschreven of afgekorte versie van de betreffende standaardclausule aan. Indien er niet genoeg ruimte is op de houderpagina wordt de tekst van de standaardclausule op een vervolgpagina aangebracht.
| Burgerlijke Staat | **Standaardclausule I (uitgeschreven) *** | * |
|---|---|---|
| H – gehuwd | ||
| (geslacht houder = ‘V’) | echtgenote van/Wife of/Epouse de | e/v |
| (geslacht houder = ‘M’) | echtgenoot van/Husband of/ Epoux de | e/v |
| W - weduwe/weduwnaar | gehuwd geweest met/ formerly married to/ anciennement marié(e) à | w/v |
| S - gescheiden | gehuwd geweest met/ formerly married to/ anciennement marié(e) à | g/v |
| P - geregistreerde partner | geregistreerde partner van/registered partner of/partenaire enregistré(e) de | p/v |
| B - gescheiden geregistreerde partner | geregistreerd partner geweest van/ former registered partner of/ancien partenaire enregistré(e) de | b/v |
| A - achtergebleven geregistreerde partner | geregistreerd partner geweest van/ former registered partner of/ancien partenaire enregistré(e) de | a/v |
- II. Zie pagina/See page/Voir page
- III. Vervallen.
- IV. Pseudoniem/Pseudonym/Pseudonyme
- V. Niet in staat tot tekening/Unable to sign/Incapable de signer
- VI. Wordt als Nederlander behandeld op grond van de Wet van/Treated as Netherlands citizen pursuant to Act of/Traité comme Néerlandais conf. Loi 9-9-1976, Stb. 468
- VII. Dit paspoort is verstrekt op grond van art. 30 van de Paspoortwet (tweede paspoort)
- VIII. Houder dezes kan aan het bezit van dit reisdocument geen enkel recht op verblijf in Nederland ontlenen.
- IX. Dienstpaspoort/Service Passport/Passeport de Service Van/From/De... No... Tot/Until/Jusqu'au...
- X.
- Xa. Uitgezonderd/Except/à l'Exception de…
- Xb. Geldig voor reizen naar/Valid for travelling in/Valable pour voyages en...
- XI.
- XIa. Nederlandse/Netherlands/Néerlandaise
- XIb. XXA (Staatloze/Stateless person/Apatride)
- XII. Dit paspoort is afgegeven ter vervanging van paspoort nummer/This passport has been issued to replace passport number/Le présent passeport remplace le passeport antérieur no...
- XIII. Dit paspoort is verstrekt als een tijdelijke vervanging van een door de houder aangevraagd regulier reisdocument, dat nog niet is uitgereikt.
In deze bijlage zijn de procedures weergegeven die moeten worden gevolgd indien een aangekondigde zending gepersonaliseerde reisdocumenten niet op het afgesproken tijdstip arriveert, de ontvangen zending beschadigd is, afwijkingen vertoont of indien bij controle van de zending documenten ontbreken.
In deze bijlage zijn de procedures weergegeven die moeten worden gevolgd indien een aangekondigde zending gepersonaliseerde reisdocumenten niet op het afgesproken tijdstip arriveert, de ontvangen zending beschadigd is, afwijkingen vertoont of indien bij controle van de zending documenten ontbreken.
De foutafhandelingsprocedures zijn beschreven voor:
In deze bijlage zijn de procedures weergegeven die moeten worden gevolgd indien een aangekondigde zending gepersonaliseerde reisdocumenten niet op het afgesproken tijdstip arriveert, de ontvangen zending beschadigd is, afwijkingen vertoont of indien bij controle van de zending documenten ontbreken.
De foutafhandelingsprocedures zijn beschreven voor:
1. Foutafhandelingsprocedures Europese deel van Nederland (Gemeenten en Ministerie van Buitenlandse Zaken te Den Haag)
In deze bijlage zijn de procedures weergegeven die moeten worden gevolgd indien een aangekondigde zending niet op het afgesproken tijdstip arriveert, de ontvangen zending beschadigd is, afwijkingen vertoont of indien bij controle van de zending documenten ontbreken. Er worden vijf hoofdfouten onderscheiden, waarvan er een tweetal nog nader onderverdeeld zijn. De foutsituaties worden onderstaand beschreven. Per foutsituatie wordt vervolgens per pagina schematisch aangegeven hoe gehandeld dient te worden.
I. De aangekondigde zending wordt niet op het afgesproken tijdstip ontvangen
Hiervan is sprake indien een uitgiftelocatie een aangekondigde zending niet op het met de distributeur afgesproken tijdstip ontvangt. De procedure die gevolgd dient te worden, is weergegeven in schema I.
II. De ontvangen zending bevat een andere inhoud dan aangekondigd
Dit is het geval indien de inhoud van de zending niet overeenkomt met de op de verzendbrief vermelde inhoud of met hetgeen in de elektronische vooraankondiging van de producent staat vermeld. De volgende situaties worden onderscheiden:
-
- de zending bevat niet alle aangekondigde documenten (er ontbreken dus documenten) In dit geval dient de procedure, vermeld in schema II 1, te worden gevolgd.
-
- de zending bevat (ook) andere documenten dan aangekondigd (het pakket bevat documenten die niet voor de uitgiftelocatie zijn bestemd; het kan zijn dat bijvoorbeeld het adresetiket op het pakket niet juist was, dat er niet voor de uitgiftelocatie bedoelde colli in het pakket zitten of dat er zich niet voor de uitgiftelocatie bedoelde documenten in een collo bevinden). In deze gevallen moet de procedure, vermeld in schema II 2, worden gevolgd.
III. De ontvangen zending is beschadigd
Hiervan is sprake indien bij ontvangst van het pakket geconstateerd wordt dat de verpakking van het pakket beschadigingen vertoont. Er worden verschillende situaties onderscheiden:
-
- De verpakking is beschadigd maar de inhoud is onbeschadigd en compleet (Alle aangekondigde documenten zijn aanwezig en onbeschadigd). In dit geval dient schema III 1 te worden gevolgd.
-
- Zowel de verpakking als de inhoud zijn beschadigd, maar de inhoud is wel compleet (alle aangekondigde documenten zijn aanwezig maar één of meerdere documenten zijn beschadigd). In dit geval dienst schema III 2 te worden gevolgd.
-
- Zowel de verpakking als de inhoud zijn beschadigd en de inhoud is bovendien incompleet (Eén of meerdere documenten zijn beschadigd en daarnaast zijn niet alle aangekondigde documenten aanwezig). In dit geval dient schema III 3 te worden gevolgd.
IV. De inhoud van de zending is goed, maar niet op de afgesproken wijze verpakt
Hiervan is sprake indien de inhoud van de zending wel overeenkomt met hetgeen door de producent is aangekondigd, maar de inhoud is niet op de juiste wijze is verpakt. Het pakket bevat bijvoorbeeld colli met verschillende documenten (er zitten bijvoorbeeld zakenpaspoorten tussen de nationale paspoorten) of de zending bevat geen of een onjuiste verzendbrief. In dit geval dient de procedure, beschreven in schema IV te worden gevolgd.
V. Overige calamiteiten
Voor het geval er zich een situatie voordoet, die niet in een van de voornoemde categorieën is onder te brengen, dient de in schema V beschreven procedure te worden gevolgd.
I. De aangekondigde zending wordt niet ontvangen op het afgesproken tijdstip
I. De aangekondigde zending wordt niet ontvangen op het afgesproken tijdstip
II. De ontvangen zending bevat een andere inhoud dan aangekondigd:
II. De ontvangen zending bevat een andere inhoud:
I. De aangekondigde zending wordt niet ontvangen op het afgesproken tijdstip
I. De aangekondigde zending wordt niet ontvangen op het afgesproken tijdstip
II. De ontvangen zending bevat een andere inhoud dan aangekondigd:
II. De ontvangen zending bevat een andere inhoud:
III. De ontvangen zending is beschadigd:
In deze paragraaf zijn de procedures weergegeven die moeten worden gevolgd indien een aangekondigde zending niet op het afgesproken tijdstip arriveert, de ontvangen zending beschadigd is, afwijkingen vertoont of indien bij controle van de zending documenten ontbreken. Er worden vijf hoofdfouten onderscheiden, waarvan er een tweetal nog nader onderverdeeld zijn. De foutsituaties worden onderstaand beschreven. Per foutsituatie wordt vervolgens per pagina schematisch aangegeven hoe gehandeld dient te worden.
I. De ontvangen zending bevat een andere inhoud dan aangekondigd
Dit is het geval indien de inhoud van de zending niet overeenkomt met de op de verzendbrief vermelde inhoud of met hetgeen in de elektronische vooraankondiging van de producent staat vermeld. De volgende situaties worden onderscheiden:
-
- de zending bevat niet alle aangekondigde documenten (er ontbreken dus documenten) In dit geval dient de procedure, vermeld in schema I 1, te worden gevolgd.
-
- de zending bevat (ook) andere documenten dan aangekondigd (het pakket bevat documenten die niet voor de uitgiftelocatie zijn bestemd; het kan zijn dat bijvoorbeeld het adresetiket op het pakket niet juist was, dat er niet voor de uitgiftelocatie bedoelde colli in het pakket zitten of dat er zich niet voor de uitgiftelocatie bedoelde documenten in een collo bevinden). In deze gevallen moet de procedure, vermeld in schema I 2, worden gevolgd.
II. De ontvangen zending is beschadigd
Hiervan is sprake indien bij ontvangst van het pakket geconstateerd wordt dat de verpakking van het pakket beschadigingen vertoont. Er worden verschillende situaties onderscheiden:
-
- De verpakking is beschadigd maar de inhoud is onbeschadigd en compleet (Alle aangekondigde documenten zijn aanwezig en onbeschadigd). In dit geval dient schema II 1 te worden gevolgd.
-
- Zowel de verpakking als de inhoud zijn beschadigd, maar de inhoud is wel compleet (alle aangekondigde documenten zijn aanwezig maar één of meerdere documenten zijn beschadigd). In dit geval dienst schema II 2 te worden gevolgd.
-
- Zowel de verpakking als de inhoud zijn beschadigd en de inhoud is bovendien incompleet (Eén of meerdere documenten zijn beschadigd en daarnaast zijn niet alle aangekondigde documenten aanwezig). In dit geval dient schema II 3 te worden gevolgd.
III. De inhoud van de zending is goed, maar niet op de afgesproken wijze verpakt
Hiervan is sprake indien de inhoud van de zending wel overeenkomt met hetgeen door de producent is aangekondigd, maar de inhoud is niet op de juiste wijze is verpakt. Het pakket bevat bijvoorbeeld colli met verschillende documenten (er zitten bijvoorbeeld zakenpaspoorten tussen de nationale paspoorten) of de zending bevat geen of een onjuiste verzendbrief. In dit geval dient de procedure, beschreven in schema III te worden gevolgd.
IV. Overige calamiteiten
Voor het geval er zich een situatie voordoet, die niet in een van de voornoemde categorieën is onder te brengen, dient de in schema IV beschreven procedure te worden gevolgd.
I. De ontvangen zending bevat een andere inhoud dan aangekondigd:
I. De ontvangen zending bevat een andere inhoud dan aangekondigd:
I. De ontvangen zending bevat een andere inhoud:
II. De ontvangen zending is beschadigd:
I. De ontvangen zending bevat een andere inhoud dan aangekondigd:
I. De ontvangen zending bevat een andere inhoud dan aangekondigd:
I. De ontvangen zending bevat een andere inhoud:
II. De ontvangen zending is beschadigd:
In deze paragraaf zijn de procedures weergegeven die moeten worden gevolgd indien een aangekondigde zending niet op het afgesproken tijdstip arriveert, de ontvangen zending beschadigd is, afwijkingen vertoont of indien bij controle van de zending documenten ontbreken. Er worden vijf hoofdfouten onderscheiden, waarvan er een tweetal nog nader onderverdeeld zijn. De foutsituaties worden onderstaand beschreven. Per foutsituatie wordt vervolgens per pagina schematisch aangegeven hoe gehandeld dient te worden.
I. De aangekondigde zending wordt niet op het afgesproken tijdstip ontvangen
Hiervan is sprake indien een uitgiftelocatie een aangekondigde zending niet op het met de distributeur afgesproken tijdstip ontvangt. De procedure die gevolgd dient te worden, is weergegeven in schema I.
II. De ontvangen zending bevat een andere inhoud dan aangekondigd
Dit is het geval indien de inhoud van de zending niet overeenkomt met de op de verzendbrief vermelde inhoud of met hetgeen in de elektronische vooraankondiging van de producent staat vermeld. De volgende situaties worden onderscheiden:
-
- de zending bevat niet alle aangekondigde documenten (er ontbreken dus documenten) In dit geval dient de procedure, vermeld in schema II 1, te worden gevolgd.
-
- de zending bevat (ook) andere documenten dan aangekondigd (het pakket bevat documenten die niet voor de uitgiftelocatie zijn bestemd; het kan zijn dat bijvoorbeeld het adresetiket op het pakket niet juist was, dat er niet voor de uitgiftelocatie bedoelde colli in het pakket zitten of dat er zich niet voor de uitgiftelocatie bedoelde documenten in een collo bevinden). In deze gevallen moet de procedure, vermeld in schema II 2, worden gevolgd.
III. De ontvangen zending is beschadigd
Hiervan is sprake indien bij ontvangst van het pakket geconstateerd wordt dat de verpakking van het pakket beschadigingen vertoont. Er worden verschillende situaties onderscheiden:
-
- De verpakking is beschadigd maar de inhoud is onbeschadigd en compleet (Alle aangekondigde documenten zijn aanwezig en onbeschadigd). In dit geval dient schema III 1 te worden gevolgd.
-
- Zowel de verpakking als de inhoud zijn beschadigd, maar de inhoud is wel compleet (alle aangekondigde documenten zijn aanwezig maar één of meerdere documenten zijn beschadigd). In dit geval dienst schema III 2 te worden gevolgd.
-
- Zowel de verpakking als de inhoud zijn beschadigd en de inhoud is bovendien incompleet (Eén of meerdere documenten zijn beschadigd en daarnaast zijn niet alle aangekondigde documenten aanwezig). In dit geval dient schema III 3 te worden gevolgd.
IV. De inhoud van de zending is goed, maar niet op de afgesproken wijze verpakt
Hiervan is sprake indien de inhoud van de zending wel overeenkomt met hetgeen door de producent is aangekondigd, maar de inhoud is niet op de juiste wijze is verpakt. Het pakket bevat bijvoorbeeld colli met verschillende documenten (er zitten bijvoorbeeld zakenpaspoorten tussen de nationale paspoorten) of de zending bevat geen of een onjuiste verzendbrief. In dit geval dient de procedure, beschreven in schema IV te worden gevolgd.
V. Overige calamiteiten
Voor het geval er zich een situatie voordoet, die niet in een van de voornoemde categorieën is onder te brengen, dient de in schema V beschreven procedure te worden gevolgd.
I. De aangekondigde zending wordt niet ontvangen op het afgesproken tijdstip:
I. De aangekondigde zending wordt niet ontvangen op het afgesproken tijdstip:
II. De ontvangen zending bevat een andere inhoud dan aangekondigd:
II. De ontvangen zending bevat een andere inhoud:
I. De aangekondigde zending wordt niet ontvangen op het afgesproken tijdstip:
I. De aangekondigde zending wordt niet ontvangen op het afgesproken tijdstip:
II. De ontvangen zending bevat een andere inhoud dan aangekondigd:
II. De ontvangen zending bevat een andere inhoud:
Bijlage E. BeveiligingsNet
QC822/2001V0167/HK/mh
16 augustus 2001
Versie 1.0
V. Overige calamiteiten
Het BeveiligingsNet 2001 is ontwikkeld door Stavoor Circon in opdracht van het agentschap Basisadministratie Persoonsgegevens en Reisdocumenten (BPR). De ontwikkeling is tot stand gekomen in nauwe samenwerking met een begeleidingscommissie, bestaande uit vertegenwoordigers van de Nederlandse Vereniging van Burgerzaken, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, verschillende gemeenten, de Binnenlandse Veiligheidsdienst, de Accountantsdienst van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, en het agentschap BPR.
Voor vragen of opmerkingen over dit instrument kunt u contact opnemen met de Infodesk van het agentschap BPR, telefoonnummer: 070 - 36 22 435 of per e-mail: agentschap@bprbzk.nl.
INLEIDING
Het BeveiligingsNet is een hulpmiddel waarmee u kunt nagaan hoe veilig de opslag, uitgifte en administratie van reisdocumenten verloopt in uw gemeente. Naast het toetsen van de kwaliteit van de feitelijke beveiligingsmaatregelen kunt u het BeveiligingsNet gebruiken bij het opzetten, invoeren of beoordelen van het beveiligingsplan. Het resultaat geeft aan in hoeverre en op welke gebieden aanvullende maatregelen of voorzieningen nodig zijn.
Deze tweede uitgave van het BeveiligingsNet (versie 2001) is een aangepaste en geactualiseerde versie van het in 2000 geïntroduceerde BeveiligingsNet. Het instrument is aangepast aan de situatie waarin de reisdocumenten centraal gepersonaliseerd worden (NGR), alsmede aan de ontwikkelingen op het terrein van met reisdocumenten samenhangende fraude en misbruik.
Het BeveiligingsNet wil het procesmatige karakter van de beveiligingsproblematiek benadrukken (bewustwording, continuïteit, optimalisering). Relevante regelgeving wordt beschreven in korte inleidingen op de betreffende onderdelen. Specifieke maatregelen of voorzieningen worden, waar nodig, toegelicht. Aansluitend op de resultaatbepaling is een model voor een rapportage opgenomen waarin u wordt uitgedaagd een actieplan met concrete verbeterpunten op te stellen. Tot slot zijn enkele bijlagen opgenomen met onder meer enkele voorbeeldprocedures en een checklist voor het opstellen van een beveiligingsplan.
VOOR WIE?
Het BeveiligingsNet is bestemd voor:
DOEL
Het BeveiligingsNet is leidraad bij het in de PUN verplicht gestelde jaarlijkse onderzoek naar de staat van de beveiliging rondom de reisdocumenten. De gemeente kan met het BeveiligingsNet toetsen hoe veilig de opslag, verstrekking, uitreiking en administratie van reisdocumenten verloopt. Daarnaast kan het BeveiligingsNet worden gebruikt bij het opzetten, verder vormgeven of aanpassen van het beveiligingsplan.
MAATREGELEN EN AANBEVELINGEN
In het BeveiligingsNet wordt onderscheid gemaakt tussen krachtens wetDe wettelijke eisen zijn gebaseerd op de Paspoortwet en de Paspoortuitvoeringsregeling Nederland 2001 (PUN), inclusief toelichtingen en aanvullende ministeriële circulaires. voorgeschreven maatregelen en aanbevelingen. De maatregelen zijn voorschriften, procedures of voorzieningen die deel uitmaken van het verplichte minimum beveiligingsniveau. De aanbevelingen zijn procedures of voorzieningen die niet verplicht zijn, maar waarmee de beveiliging kan worden geoptimaliseerd.
Als alle maatregelen zijn doorgevoerd, beschikt de gemeente over een voldoende beveiligingsniveau. Als daarboven alle aanbevelingen zijn doorgevoerd, beschikt de gemeente over een optimaal beveiligingsniveau.
RESULTAATBEPALING
De maatregelen en aanbevelingen zijn in het BeveiligingsNet in de vorm van vragen geformuleerd waarop met ‘ja’ of ‘nee’ kan worden geantwoord. De vragen zijn verdeeld over negen hoofdstukken die samen de bouwstenen vormen van het beveiligingssysteem.
Het ontbreken van of niet voldoen aan een maatregel in uw gemeente levert een zogenoemde ‘lacune’ (hiaat, tekort) op. Het totaal aantal lacunes geeft per hoofdstuk een indicatie van de beveiligingsachterstand, d.w.z. hoeveel maatregelen moeten nog worden ingevoerd om te komen tot een beveiligingsniveau dat zowel wettelijk als beveiligingstechnisch voldoende is.
U ontvangt punten voor de maatregelen en aanbevelingen die in uw gemeente zijn ingevoerd. De procentuele verhouding tussen de behaalde en maximaal te behalen punten geeft per hoofdstuk een indicatie van de gerealiseerde beveiligingsinspanning, d.w.z. de inzet die uw gemeente nu pleegt om de reisdocumenten te beveiligen.
Na het invullen van alle subtotalen op de resultaatpagina ziet u per beveiligingsaspect:
INVULINSTRUCTIE
De vragen zijn verdeeld over zeven hoofdstukken. Elk hoofdstuk bevat een aantal thema's. Onder deze thema's staat soms een samenvatting van het relevante PUN-artikel, een verwijzing naar een bijlage of een korte beveiligingstechnische uitleg. Daarna volgen de vragen die met ‘ja’ of ‘nee’ beantwoord kunnen worden.
Een voorbeeld van enkele vragen uit de paragraaf over het jaarlijkse onderzoek naar en actualisering van de beveiligingsmaatregelen (paragraaf 2.4):
BEVEILIGINGSBELEID, BEVEILIGINGSPLAN, COMMUNICATIE EN ONDERZOEK
AANDACHTSPUNTEN BIJ DE WAARDERING VAN HET RESULTAAT
Het BeveiligingsNet levert een beeld op van de mate waarin uw beveiligingssysteem voldoet aan de wettelijke verplichtingen en aan actuele beveiligingstechnische inzichten. Het aantal lacunes in uw beveiliging heeft een grote invloed op de hoogte van de risico's die u loopt bij de opslag, verstrekking en uitreiking van reisdocumenten. Het bestaan van dergelijke tekortkomingen kan daarom niet worden gecompenseerd door een relatief hoge score op de beveiligingsinspanning. Zonder goede fundering blijft een huis kwetsbaar, hoe goed en gedetailleerd de rest ook is gebouwd en ingericht.
Het beoordelen van een beveiligingssysteem is een complexe aangelegenheid die veel aandacht vraagt. U kunt bijvoorbeeld bij het gebruik van het BeveiligingsNet bepaalde zaken over het hoofd zien. Ook betekent een goede uitkomst (nul lacunes en een hoge beveiligingsinspanning) niet automatisch dat u geen risico meer loopt. We geven enkele voorbeelden:
Periodieke observatie van de feitelijke uitvoering van procedures is dus nodig. En zelfs dán valt te verwachten dat de geobserveerde uitvoering wordt beïnvloed door sociaal wenselijk gedrag (bijvoorbeeld iedereen doet vandaag extra zijn best) of door andere specifieke factoren (bijvoorbeeld tijdelijk personeelstekort). Daarom is het raadzaam om regelmatig de naleving van procedures te controleren aan de hand van registraties, tellingen, parafen, etc. Ook periodieke instructiebijeenkomsten dragen bij aan het scherp houden van het veiligheidsbewustzijn van alle medewerkers.
De inventarisatie met het BeveiligingsNet vormt een momentopname. De feitelijke gang van zaken rond de beveiliging kan – bijvoorbeeld een week later – daarvan min of meer afwijken. U wordt daarom geadviseerd niet blind te varen op het verkregen resultaat, maar dit te gebruiken als hulpmiddel bij het doorlopend proces van opbouwen, bewaken en bijstellen van uw beveiligingssysteem en bij het optimaal op elkaar afstemmen van de verschillende elementen van dat systeem.
Wij wensen u veel succes bij het meten en zo nodig optimaliseren van uw beveiliging!
1. TAKEN, VERANTWOORDELIJKHEDEN EN BEVOEGDHEDEN
2. BEVEILIGINGSBELEID, BEVEILIGINGSPLAN, COMMUNICATIE EN ONDERZOEK
3. ORGANISATORISCHE MAATREGELEN EN AUTORISATIES
4. BOUWKUNDIGE EN ELEKTROTECHNISCHE VOORZIENINGEN
5. ICT BEVEILIGING
6. IDENTITEITSVERIFICATIE
7. DE BESLISSING OP DE AANVRAAG
8. ONTVANGST, UITREIKEN EN ONTTREKKING VAN REISDOCUMENTEN
9. BEHEER EN ADMINISTRATIE VAN REISDOCUMENTEN, FORMULIEREN EN MATERIALEN
Resultaat BeveiligingsNet
Het BeveiligingsNet levert twee soorten resultaten op. Ten eerste noteert u de aantallen lacunes en de beveiligingsinspanning per hoofdstuk in het onderstaande schema. Ten tweede neemt u de lacunes op in het actieplan. Dit actieplan vult u verder in op basis van afspraken in uw gemeente.
Actieplan De elektronische versie van het BeveiligingsNet print het resultatenschema en het actieplan. Tevens wordt het actieplan als Word-document opgeslagen. U kunt zelf in dit document verder werken. De PUN (art. 94) schrijft voor dat de beveiliging rondom de reisdocumenten jaarlijks wordt geëvalueerd aan de hand van het BeveiligingsNet. De geconstateerde afwijkingen moeten schriftelijk worden vastgelegd en tenminste vijf jaar naast het beveiligingsplan worden bewaard. Het resultatenschema en een ingevuld actieplan kunnen dienen als basis voor deze jaarlijkse rapportage.
Het actieplan bestaat uit een lijst met specifieke tekortkomingen (de lacunes). De lijst beschrijft dus wat nog moet gebeuren om het beveiligingssysteem in overeenstemming te brengen met de wettelijke vereisten. Per punt dient u aan te geven wie actie moet ondernemen en op welk moment e.e.a. gereed moet zijn, dan wel op welk moment er over deze actie gerapporteerd zal worden.
BIJLAGE 1. RISICO'S EN MAATREGELEN
Beveiligingsmaatregelen zijn bedoeld om risico's af te dekken. Het beveiligingssysteem bestaat uit een samenhangend stelsel van bouwkundige en electrotechnische voorzieningen en organisatorische maatregelen (procedures, werkafspraken).
De risico's die spelen rondom het proces van aanvraag, verstrekking, beheer, opslag, uitreiking en administratie van documenten zijn de volgende:
BIJLAGE 2. ASPECTEN VAN BEVEILIGINGSBELEID
Het gemeentebestuur is eindverantwoordelijk voor de ontwikkeling van het beveiligingsbeleid. In dit beleid wordt de verbinding gelegd tussen de totale visie op de beveiliging, de inschatting van risico's die de gemeente loopt (risico-inventarisatie), de verdeling van verantwoordelijkheden m.b.t. de noodzakelijke beveiligingsmaatregelen en de instandhouding van een goede beveiligingsattitude (kennis en houding). Vanuit dit beveiligingsbeleid wordt door de verschillende afdelingen een beveiligingsplan geschreven. In zo'n beveiligingsplan worden de bouwkundige/fysieke maatregelen beschreven en relevante werkprocessen vastgelegd. Daarnaast wordt aandacht besteed aan de beveiligingsorganisatie en aan de manier waarop wordt gewerkt aan het instandhouden van een goede beveiligingsattitude.
De volgende elementen maken deel uit van het beveiligingsbeleid:
BIJLAGE 3. FUNCTIEBESCHRIJVING BEVEILIGINGSFUNCTIONARIS
Rechtstreekse verantwoordelijkheid naar de burgemeester zonder tussenkomst van leidinggevenden in de lijn.
De beveiligingsfunctionaris wordt conform de PUN2001 door de burgemeester in deze taak benoemd. Daarbij dient in ieder geval sprake te zijn van functiescheiding tussen de beveiligingsfunctie en uitvoerende taken bij reisdocumenten (in overeenstemming met PUN art. 93 lid 10).
De beveiligingsfunctionaris is verantwoordelijk voor:
De werkzaamheden omvatten tenminste de volgende onderdelen:
BIJLAGE 4. AANDACHTSPUNTEN BIJ HET SCHRIJVEN VAN PROCEDURES
Procedures in het beveiligingsplan reisdocumenten hebben tot doel de voor de beveiliging relevante processen rondom de aanvraag, verstrekking, beheer, opslag en administratie van reisdocumenten vast te leggen. Procedures zijn een gestructureerde weerslag van de dagelijkse werkzaamheden en worden gebruikt voor instructie van medewerkers en als kader voor de (op beveiligingsaspecten gerichte) controle van de dagelijkse werkzaamheden door de leidinggevende of een (externe) onderzoeker. In de procedures staat hoe het is afgesproken en met behulp van de schriftelijke procedures kan worden nagegaan of wordt gewerkt zoals afgesproken.
Om aan deze tweeledige doelstelling (instructie en controle) te kunnen voldoen, is het van belang dat procedures de dagelijkse werkzaamheden zo precies mogelijk beschrijven en dat er elementen in zijn opgenomen, die maken dat achteraf kan worden nagegaan of werkelijk is gewerkt zoals afgesproken.
Procedures worden opgebouwd volgens de volgende aandachtspunten:
BIJLAGE 5. FUNCTIESCHEIDING
Functiescheiding heeft als doel misbruik of oneigenlijk gebruik van bevoegdheden te voorkomen. Functiescheiding maakt dat collega's elkaar (direct of achteraf) onderling kunnen controleren. Daarmee wordt de kans verkleind dat zij door ‘kwaadwillenden’ worden misleid (externe fraude) of dat zij, al dan niet onder druk van chantage, bedreiging of omkoping, misbruik maken van hun bevoegdheden (interne fraude).
De taken/verantwoordelijkheden in het proces van aanvraag tot uitreiking van reisdocumenten zijn de volgende:
De taken zijn uiteraard op verschillende manieren te groeperen. Daarbij dienen de verplichtingen uit de PUN als uitgangspunt te worden gehanteerd. De PUN schrijft functiescheiding voor:
Een mogelijke groepering van taken over de medewerkers is:
De implicaties van de verplichtingen op het vlak van de functiescheiding voor de verdeling van deze taken zijn de volgende:
BIJLAGE 6. AANDACHTSPUNTEN LOGISCHE EN FYSIEKE TOEGANGSBEVEILIGING
Voor de controle op de logische en fysieke toegangsbeveiliging maken we gebruik van sleutels, key-cards, persoonsgebonden identificatiekaarten (Identificatiekaarten Aanvraagsysteem Reisdocumenten - IAR) en codes (PIN-codes van het RAAS en codes van het toegangssysteem). Een procedure voor de uitgifte en het beheer van deze middelen dient niet alleen om de afdeling Burgerzaken en de opslagvoorzieningen te vrijwaren tegen bezoekers die daar niets te zoeken hebben, maar is ook een instrument in het kader van zorgvuldige autorisatie. Een goede procedure bevat in elk geval de volgende elementen:
BIJLAGE 7A. VOORBEELDPROCEDURE IDENTIFICERENDE VRAGEN
Inleiding
In situaties waarin geen oud document kan worden overgelegd, of wanneer om enigerlei reden getwijfeld wordt aan de identiteit van de aanvrager geschiedt de identiteitsverificatie onder meer op basis van identificerende vragen. Kwaadwillende aanvragers kunnen zich hierop voorbereiden. Daarom worden zoveel mogelijk moeilijke en gevarieerde vragen gesteld en wordt een norm gehanteerd omtrent het aantal foute antwoorden dat wordt toegestaan. Het vragenformulier wordt ondertekend door de ambtenaar.
Opmerking:
identificerende vragen stellen aan kinderen en zeker aan jonge kinderen die geen of nauwelijks Nederlands spreken, is in de praktijk slecht toepasbaar. Helaas zijn de mogelijkheden voor nadere verificatie van de identiteit beperkt. Ook bij allochtone aanvragers is het verifiëren van de identiteit op basis van identificerende vragen gecompliceerd. In andere culturen hebben verjaardagen en geboortedata een andere status dan in de West-Europese, hetgeen maakt dat aanvragers minder bekend zijn met deze gegevens. Dit vraagt extra aandacht en een manier van identiteitsvaststelling die recht doet aan deze cultuurverschillen zonder de identiteitsbepaling te versoepelen.
BIJLAGE 8. TIPS VOOR FOTO-FOTO EN FOTO-PERSOON VERGELIJKING
De pasfoto voor een nieuw reisdocument moet voldoen aan de acceptatiecriteria zoals vermeld in de fotomatrix. De fotomatrix is opgenomen in bijlage L van de paspoortuitvoeringsregelingen. In de uitvoeringsregelingen (art. 28 PUN, art. 42 PUB, art. 17 PUKMAR, art. 40 PUNA) is bepaald onder welke voorwaarden van één of meer acceptatiecriteria kan worden afgeweken.
Bij de controle op overeenkomsten tussen de persoon van de aanvrager en de foto die hij inlevert of de foto in het oude document dat hij overlegt, moet worden gelet op typische bij voorkeur onveranderbare kenmerken:
Probeer, zeker bij twijfel, de persoon te bekijken vanuit het perspectief van de foto, dus met het hoofd in dezelfde houding. Vergelijk:
Bij vergelijking van verschillende pasfoto's gelden dezelfde aandachtspunten als bij foto-persoon vergelijking. Extra tips zijn:
Tip: Bekijk de foto's op de kop. Omdat de invloed van het gehele gezicht dan minder dominant wordt, wordt het makkelijker de foto's objectief/wetenschappelijk te bekijken en onderlinge afstanden, verhoudingen en vormen te vergelijken.
BIJLAGE 9. CHECKLIST BEVEILIGINGSPLAN
Het beveiligingsplan is een ‘levend document’ dat jaarlijks wordt bijgesteld naar aanleiding van het periodieke onderzoek naar de effectiviteit en doelmatigheid van de beveiliging of na tussentijdse wijzigingen van procedures of voorzieningen. Het beveiligingsplan dient in ieder geval de volgende onderdelen te bevatten:
Bijlage F. Overzicht aanvraaggegevens
-
- Reisdocumenten niet zijnde nooddocumenten Deze lijst geldt voor reisdocumenten niet zijnde nooddocumenten. De onderstaande rubrieken moeten worden ingevuld, voor zover op de aanvraag van toepassing.
- Aanvraagnummer
- Datum aanvraag
- Spoedaanvraag (alleen voor gemeenten)
- Soort reisdocument
- Huidig reisdocument/ bijschrijving – soort
- Huidig reisdocument/ bijschrijving – nummer
- Huidig reisdocument/ bijschrijving – datum einde geldigheid
- Huidig reisdocument/ bijschrijving – autoriteit verstrekking
- Sofi-nummer (alleen voor Nederlanders die in een gemeentelijke basisadministatie zijn ingeschreven)
- Nationaliteit
- Geslachtsnaam
- Voorvoegsel geslachtsnaam
- Adellijke titel/ predikaat
- Voornamen
- Geboortedatum
- Geboorteplaats
- Geslacht
- Lengte
- Adres
- Postcode+Woonplaats
- Bijschrijven kinderen (aantal kb)
- Documentnummer ouder (als ks)
- Toestemming wettelijke vertegenwoordiger(s)
- Verblijfsdocument – nummer
- Verblijfsdocument – datum einde geldigheid
- Aanduiding vermissing
- Datum Verklaring vermissing
- Proces verbaal vermissing vorig document – nummer
- Vermist reisdocument – nummer
- Vermist reisdocument – autoriteit verstrekking
- Verzoek originele aanvraag vermist document
- Vermelding partner (SC I)
- Geslachtsnaam partner
- Voorvoegsel geslachtsnaam partner
- Adellijke titel partner
- Pseudoniem (SC IV)
- Niet in staat tot ondertekening (SC V)
- XXA (staatloze) (SC XIb)
- Dit paspoort is afgegeven ter vervanging van (SC XII)
-
- Nooddocumenten Deze lijst geldt voor nooddocumenten. De onderstaande rubrieken moeten worden ingevuld, voor zover op de aanvraag van toepassing.
- Aanvraagnummer
- Datum aanvraag
- Soort reisdocument
- Huidig reisdocument/ bijschrijving – soort
- Huidig reisdocument/ bijschrijving – nummer
- Huidig reisdocument/ bijschrijving – datum einde geldigheid
- Huidig reisdocument/ bijschrijving – autoriteit verstrekking
- Nationaliteit
- Geslachtsnaam
- Voorvoegsel geslachtsnaam
- Adellijke titel/ predikaat
- Voornamen
- Geboortedatum
- Geboorteplaats
- Geslacht
- Lengte
- Adres
- Postcode+Woonplaats
- Toestemming wettelijke vertegenwoordiger(s)
- Aanduiding vermissing
- Datum Verklaring vermissing
- Proces verbaal vermissing vorig document – nummer
- Vermist reisdocument – nummer
- Vermist reisdocument – autoriteit verstrekking
- Niet in staat tot ondertekening (SC V)
- Dit paspoort is afgegeven ter vervanging van (SC XII)
Bijlage G. Tot verstrekking van paspoorten bevoegde buitenlandse posten
Vervallen
Bijlage H. Tot verstrekking van Nederlandse identiteitskaarten bevoegde buitenlandse posten
Vervallen
Bijlage I. IAR-kaarten
Identificatiekaarten (IAR-kaarten) worden door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) verstrekt.
BZK verstrekt standaard vijf identificatiekaarten (IAR-kaarten) per door BZK beschikbaar gesteld reisdocumentenstation (RAAS). In de gevallen waar door BZK aanvullend nog een werkstation beschikbaar is gesteld, geldt dat voor dit werkstation drie IAR-kaarten worden verstrekt.
Een uitgiftelocatie kan extra IAR-kaarten aanvragen. IAR-kaarten mogen alleen worden aangevraagd voor vaste medewerkers, waarbij er per uitgiftelocatie in totaal niet meer dan 20 operationele IAR-kaarten mogen zijn. Deze grens is vastgesteld uit oogpunt van beveiliging.
De autorisatiebevoegde dient diefstal, verlies of onzorgvuldig gebruik van IAR-kaarten direct te melden bij Sdu Identification, zodat deze IAR-kaarten kunnen worden geblokkeerd. IAR-kaarten die defect raken bij initiële uitlevering of wegens technische mankementen worden op aanvraag vervangen.
De leveringstermijn van IAR-kaarten bedraagt circa een week. Spoedaanvragen worden alleen gehonoreerd als het een calamiteit betreft, in samenhang met het plaatsen van een nieuw RAAS en/of werkstation.
Bijlage J. Invulinstructie laissez-passer
| Algemene opmerkingen | ||
|---|---|---|
| Het laissez passer wordt handmatig ingevuld op de hierna weergegeven wijze. | ||
| Invulinstructie per rubriek | ||
| Type | LP | |
| Code | NLD | |
| Document- nummer | Het documentnummer dat in het document geperforeerd is, overnemen. | |
| Naam | De naam van de houder in volgorde: | |
| – Adellijke titel | – voluit | |
| – Voorvoegsel voor de achternaam | – voluit | |
| – Achternaam | – geslachtsnaam houder | |
| Voornamen | Voornamen van de houder in volgorde: | |
| – Adellijke predikaat | – voluit (facultatief) | |
| – Voornamen | – voluit | |
| Indien geen voornamen worden ingevuld wordt dit aangegeven met drie liggende streepjes, ---. | ||
| Algemene opmerking: Indien de naam niet past in de hiervoor bestemde ruimte m.b.v. standaardclausule II verwijzen naar pagina 3. | ||
| Nationaliteit | Alleen in te vullen bij Nederlanders. In andere gevallen drie liggende streepjes, ---. | |
| Geslacht | M: man V/F: vrouw | |
| Lengte | Voorbeeld: 1,82m (Cijfermatig in meters en centimeters vermelden gevolgd door afkorting m). | |
| Geboortedatum | Vermelden iVermelden in volgorde: n formaat dd XXX eejj – Twee posities dagaanduiding in cijfers. – Spatie – Eerste drie posities voor maandaanduiding (zie lijst hierna vermeld) – Spatie – Laatste vier posities eeuw- en jaartalaanduiding | |
| Lijst maandafkortingen: JAN FEB MAA APR MEI JUN JUL AUG SEP OKT NOV DEC | ||
| Voorbeelden: 00 --- 1956 00 JAN 1984 19 JAN 1984 Bij de toekenning van een reisdocument wordt altijd een eeuw- en jaartal aanduiding opgenomen. | ||
| Afgiftedatum | Zie geboortedatum | |
| Geboorteplaats | Geboorteplaatsnaam vermelden | |
| Geldig tot | Datum tot wanneer het document geldig is. Datum weergeven zoals aangegeven bij geboortedatum. | |
| Autoriteit | Gouverneur van Minister van Buitenlandse Zaken Ambassadeur te Consul-Generaal te Consul te Hfd. cons. afd. te | |
| Waarmerking | Stempel autoriteit moet over de foto vallen. | |
| Handtekening | De houder plaatst zijn handtekening op de bestemde plaats onder de foto. | |
| Opmerkingen | Pagina 3 is te gebruiken voor opmerkingen van bevoegde instanties. Op deze pagina worden de datum waarop het reisdocument uiterlijk moet worden ingeleverd en de autoriteit bij wie de inlevering dient plaats te vinden ingevuld. | |
| Lamineren | Het document wordt na invulling van de houderpagina gelamineerd. Dit gebeurt niet met een laminator maar door middel van koud laminaat dat als een sticker wordt geplakt. Door de beschermlaag op de achterzijde van de folie te verwijderen kan de folie, zonder gebruik van hulpmiddelen, over de houderpagina worden geplakt. |
Bijlage L. Fotomatrix
Ligt ter inzage bij het Agentschap Basisadministratie Persoonsgegevens en Reisdocumenten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Artikel 88a. De opstartkaart
Per aanvraagstationlocatie worden door de leverancier twee opstartkaarten verstrekt, waarmee het aanvraagstation in werking kan worden gesteld.
De autorisatiebevoegde aanvraagstation is, met inachtneming van de gebruikershandleiding bij het aanvraagstation, bedoeld in artikel 101, verantwoordelijk voor de bewaring en het gebruik van de opstartkaart.
Bij defect of verlies van een opstartkaart wordt terstond contact opgenomen met de leverancier.
Een defecte opstartkaart wordt terstond aan de leverancier toegestuurd.
De leverancier houdt een registratie bij van de uitgegeven opstartkaarten. Tevens registreert hij welke opstartkaarten vermist zijn.
§ 2. Aflevering van zendingen
§ 2. Aflevering van zendingen
§ 3. Beheer van ontvangen gepersonaliseerde reisdocumenten en bijschrijvingsstickers
§ 5. Te gebruiken apparatuur, programmatuur en overige materialen
Hoofdstuk XI. Beveiliging
Hoofdstuk XII. Voorkoming en bestrijding van misbruik met reisdocumenten
Hoofdstuk XII. Voorkoming en bestrijding van misbruik met reisdocumenten
Hoofdstuk XIII. Verantwoording nooddocumenten
Bijlage B. Standaardformulieren
In deze bijlage zijn de procedures weergegeven die moeten worden gevolgd indien een aangekondigde zending gepersonaliseerde reisdocumenten niet op het afgesproken tijdstip arriveert, de ontvangen zending beschadigd is, afwijkingen vertoont of indien bij controle van de zending documenten ontbreken.
1. Foutafhandelingsprocedures Nederland
Hoewel de beschreven problemen naar verwachting zelden zullen optreden, is er toch voor gekozen om in deze bijlage alle denkbare problemen die zich bij de aflevering zouden kunnen voordoen, in detail te beschrijven.
III. De ontvangen zending is beschadigd:
In deze paragraaf zijn de procedures weergegeven die moeten worden gevolgd indien een aangekondigde zending niet op het afgesproken tijdstip arriveert, de ontvangen zending beschadigd is, afwijkingen vertoont of indien bij controle van de zending documenten ontbreken. Er worden vijf hoofdfouten onderscheiden, waarvan er een tweetal nog nader onderverdeeld zijn. De foutsituaties worden onderstaand beschreven. Per foutsituatie wordt vervolgens per pagina schematisch aangegeven hoe gehandeld dient te worden.
I. De ontvangen zending bevat een andere inhoud dan aangekondigd
Dit is het geval indien de inhoud van de zending niet overeenkomt met de op de verzendbrief vermelde inhoud of met hetgeen in de elektronische vooraankondiging van de producent staat vermeld. De volgende situaties worden onderscheiden:
-
- de zending bevat niet alle aangekondigde documenten (er ontbreken dus documenten) In dit geval dient de procedure, vermeld in schema I 1, te worden gevolgd.
-
- de zending bevat (ook) andere documenten dan aangekondigd (het pakket bevat documenten die niet voor de uitgiftelocatie zijn bestemd; het kan zijn dat bijvoorbeeld het adresetiket op het pakket niet juist was, dat er niet voor de uitgiftelocatie bedoelde colli in het pakket zitten of dat er zich niet voor de uitgiftelocatie bedoelde documenten in een collo bevinden). In deze gevallen moet de procedure, vermeld in schema I 2, worden gevolgd.
II. De ontvangen zending is beschadigd
Hiervan is sprake indien bij ontvangst van het pakket geconstateerd wordt dat de verpakking van het pakket beschadigingen vertoont. Er worden verschillende situaties onderscheiden:
-
- De verpakking is beschadigd maar de inhoud is onbeschadigd en compleet (Alle aangekondigde documenten zijn aanwezig en onbeschadigd). In dit geval dient schema II 1 te worden gevolgd.
-
- Zowel de verpakking als de inhoud zijn beschadigd, maar de inhoud is wel compleet (alle aangekondigde documenten zijn aanwezig maar één of meerdere documenten zijn beschadigd). In dit geval dienst schema II 2 te worden gevolgd.
-
- Zowel de verpakking als de inhoud zijn beschadigd en de inhoud is bovendien incompleet (Eén of meerdere documenten zijn beschadigd en daarnaast zijn niet alle aangekondigde documenten aanwezig). In dit geval dient schema II 3 te worden gevolgd.
III. De inhoud van de zending is goed, maar niet op de afgesproken wijze verpakt
Hiervan is sprake indien de inhoud van de zending wel overeenkomt met hetgeen door de producent is aangekondigd, maar de inhoud is niet op de juiste wijze is verpakt. Het pakket bevat bijvoorbeeld colli met verschillende documenten (er zitten bijvoorbeeld zakenpaspoorten tussen de nationale paspoorten) of de zending bevat geen of een onjuiste verzendbrief. In dit geval dient de procedure, beschreven in schema III te worden gevolgd.
IV. Overige calamiteiten
Voor het geval er zich een situatie voordoet, die niet in een van de voornoemde categorieën is onder te brengen, dient de in schema IV beschreven procedure te worden gevolgd.
II. De ontvangen zending is beschadigd:
In deze paragraaf zijn de procedures weergegeven die moeten worden gevolgd indien een aangekondigde zending niet op het afgesproken tijdstip arriveert, de ontvangen zending beschadigd is, afwijkingen vertoont of indien bij controle van de zending documenten ontbreken. Er worden vijf hoofdfouten onderscheiden, waarvan er een tweetal nog nader onderverdeeld zijn. De foutsituaties worden onderstaand beschreven. Per foutsituatie wordt vervolgens per pagina schematisch aangegeven hoe gehandeld dient te worden.
I. De aangekondigde zending wordt niet op het afgesproken tijdstip ontvangen
Hiervan is sprake indien een uitgiftelocatie een aangekondigde zending niet op het met de distributeur afgesproken tijdstip ontvangt. De procedure die gevolgd dient te worden, is weergegeven in schema I.
II. De ontvangen zending bevat een andere inhoud dan aangekondigd
Dit is het geval indien de inhoud van de zending niet overeenkomt met de op de verzendbrief vermelde inhoud of met hetgeen in de elektronische vooraankondiging van de producent staat vermeld. De volgende situaties worden onderscheiden:
-
- de zending bevat niet alle aangekondigde documenten (er ontbreken dus documenten) In dit geval dient de procedure, vermeld in schema II 1, te worden gevolgd.
-
- de zending bevat (ook) andere documenten dan aangekondigd (het pakket bevat documenten die niet voor de uitgiftelocatie zijn bestemd; het kan zijn dat bijvoorbeeld het adresetiket op het pakket niet juist was, dat er niet voor de uitgiftelocatie bedoelde colli in het pakket zitten of dat er zich niet voor de uitgiftelocatie bedoelde documenten in een collo bevinden). In deze gevallen moet de procedure, vermeld in schema II 2, worden gevolgd.
III. De ontvangen zending is beschadigd
Hiervan is sprake indien bij ontvangst van het pakket geconstateerd wordt dat de verpakking van het pakket beschadigingen vertoont. Er worden verschillende situaties onderscheiden:
-
- De verpakking is beschadigd maar de inhoud is onbeschadigd en compleet (Alle aangekondigde documenten zijn aanwezig en onbeschadigd). In dit geval dient schema III 1 te worden gevolgd.
-
- Zowel de verpakking als de inhoud zijn beschadigd, maar de inhoud is wel compleet (alle aangekondigde documenten zijn aanwezig maar één of meerdere documenten zijn beschadigd). In dit geval dienst schema III 2 te worden gevolgd.
-
- Zowel de verpakking als de inhoud zijn beschadigd en de inhoud is bovendien incompleet (Eén of meerdere documenten zijn beschadigd en daarnaast zijn niet alle aangekondigde documenten aanwezig). In dit geval dient schema III 3 te worden gevolgd.
IV. De inhoud van de zending is goed, maar niet op de afgesproken wijze verpakt
Hiervan is sprake indien de inhoud van de zending wel overeenkomt met hetgeen door de producent is aangekondigd, maar de inhoud is niet op de juiste wijze is verpakt. Het pakket bevat bijvoorbeeld colli met verschillende documenten (er zitten bijvoorbeeld zakenpaspoorten tussen de nationale paspoorten) of de zending bevat geen of een onjuiste verzendbrief. In dit geval dient de procedure, beschreven in schema IV te worden gevolgd.
V. Overige calamiteiten
Voor het geval er zich een situatie voordoet, die niet in een van de voornoemde categorieën is onder te brengen, dient de in schema V beschreven procedure te worden gevolgd.
III. De ontvangen zending is beschadigd
Bijlage E. BeveiligingsNet
Vervallen
Bijlage F. Overzicht aanvraaggegevens
-
- Reisdocumenten niet zijnde nooddocumenten Deze lijst geldt voor reisdocumenten niet zijnde nooddocumenten. De onderstaande rubrieken moeten worden ingevuld, voor zover op de aanvraag van toepassing.
- Aanvraagnummer
- Datum aanvraag
- Spoedaanvraag (alleen voor gemeenten)
- Soort reisdocument
- Huidig reisdocument/ bijschrijving – soort
- Huidig reisdocument/ bijschrijving – nummer
- Huidig reisdocument/ bijschrijving – datum einde geldigheid
- Huidig reisdocument/ bijschrijving – autoriteit verstrekking
- Sofi-nummer (alleen voor Nederlanders die in een gemeentelijke basisadministatie zijn ingeschreven)
- Nationaliteit
- Geslachtsnaam
- Voorvoegsel geslachtsnaam
- Adellijke titel/ predikaat
- Voornamen
- Geboortedatum
- Geboorteplaats
- Geslacht
- Lengte
- Adres
- Postcode+Woonplaats
- Bijschrijven kinderen (aantal kb)
- Documentnummer ouder (als ks)
- Toestemming wettelijke vertegenwoordiger(s)
- Verblijfsdocument – nummer
- Verblijfsdocument – datum einde geldigheid
- Aanduiding vermissing
- Datum Verklaring vermissing
- Proces verbaal vermissing vorig document – nummer
- Vermist reisdocument – nummer
- Vermist reisdocument – autoriteit verstrekking
- Verzoek originele aanvraag vermist document
- Vermelding partner (SC I)
- Geslachtsnaam partner
- Voorvoegsel geslachtsnaam partner
- Adellijke titel partner
- Pseudoniem (SC IV)
- Niet in staat tot ondertekening (SC V)
- XXA (staatloze) (SC XIb)
- Dit paspoort is afgegeven ter vervanging van (SC XII)
-
- Nooddocumenten Deze lijst geldt voor nooddocumenten. De onderstaande rubrieken moeten worden ingevuld, voor zover op de aanvraag van toepassing.
- Aanvraagnummer
- Datum aanvraag
- Soort reisdocument
- Huidig reisdocument/ bijschrijving – soort
- Huidig reisdocument/ bijschrijving – nummer
- Huidig reisdocument/ bijschrijving – datum einde geldigheid
- Huidig reisdocument/ bijschrijving – autoriteit verstrekking
- Nationaliteit
- Geslachtsnaam
- Voorvoegsel geslachtsnaam
- Adellijke titel/ predikaat
- Voornamen
- Geboortedatum
- Geboorteplaats
- Geslacht
- Lengte
- Adres
- Postcode+Woonplaats
- Toestemming wettelijke vertegenwoordiger(s)
- Aanduiding vermissing
- Datum Verklaring vermissing
- Proces verbaal vermissing vorig document – nummer
- Vermist reisdocument – nummer
- Vermist reisdocument – autoriteit verstrekking
- Niet in staat tot ondertekening (SC V)
- Dit paspoort is afgegeven ter vervanging van (SC XII)
Bijlage G. Tot verstrekking van paspoorten bevoegde buitenlandse posten
Vervallen
Bijlage E. BeveiligingsNet
Vervallen
Bijlage E. BeveiligingsNet
Vervallen
Bijlage F. Overzicht aanvraaggegevens
-
- Reisdocumenten niet zijnde nooddocumenten Deze lijst geldt voor reisdocumenten niet zijnde nooddocumenten. De onderstaande rubrieken moeten worden ingevuld, voor zover op de aanvraag van toepassing.
- Aanvraagnummer
- Datum aanvraag
- Spoedaanvraag (alleen voor gemeenten)
- Soort reisdocument
- Huidig reisdocument/ bijschrijving – soort
- Huidig reisdocument/ bijschrijving – nummer
- Huidig reisdocument/ bijschrijving – datum einde geldigheid
- Huidig reisdocument/ bijschrijving – autoriteit verstrekking
- Sofi-nummer (alleen voor Nederlanders die in een gemeentelijke basisadministatie zijn ingeschreven)
- Nationaliteit
- Geslachtsnaam
- Voorvoegsel geslachtsnaam
- Adellijke titel/ predikaat
- Voornamen
- Geboortedatum
- Geboorteplaats
- Geslacht
- Lengte
- Adres
- Postcode+Woonplaats
- Bijschrijven kinderen (aantal kb)
- Documentnummer ouder (als ks)
- Toestemming wettelijke vertegenwoordiger(s)
- Verblijfsdocument – nummer
- Verblijfsdocument – datum einde geldigheid
- Aanduiding vermissing
- Datum Verklaring vermissing
- Proces verbaal vermissing vorig document – nummer
- Vermist reisdocument – nummer
- Vermist reisdocument – autoriteit verstrekking
- Verzoek originele aanvraag vermist document
- Vermelding partner (SC I)
- Geslachtsnaam partner
- Voorvoegsel geslachtsnaam partner
- Adellijke titel partner
- Pseudoniem (SC IV)
- Niet in staat tot ondertekening (SC V)
- XXA (staatloze) (SC XIb)
- Dit paspoort is afgegeven ter vervanging van (SC XII)
-
- Nooddocumenten Deze lijst geldt voor nooddocumenten. De onderstaande rubrieken moeten worden ingevuld, voor zover op de aanvraag van toepassing.
- Aanvraagnummer
- Datum aanvraag
- Soort reisdocument
- Huidig reisdocument/ bijschrijving – soort
- Huidig reisdocument/ bijschrijving – nummer
- Huidig reisdocument/ bijschrijving – datum einde geldigheid
- Huidig reisdocument/ bijschrijving – autoriteit verstrekking
- Nationaliteit
- Geslachtsnaam
- Voorvoegsel geslachtsnaam
- Adellijke titel/ predikaat
- Voornamen
- Geboortedatum
- Geboorteplaats
- Geslacht
- Lengte
- Adres
- Postcode+Woonplaats
- Toestemming wettelijke vertegenwoordiger(s)
- Aanduiding vermissing
- Datum Verklaring vermissing
- Proces verbaal vermissing vorig document – nummer
- Vermist reisdocument – nummer
- Vermist reisdocument – autoriteit verstrekking
- Niet in staat tot ondertekening (SC V)
- Dit paspoort is afgegeven ter vervanging van (SC XII)
Bijlage G. Tot verstrekking van paspoorten bevoegde buitenlandse posten
Vervallen
Artikel 3a. Documenten zonder vingerafdrukken
Een nooddocument als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder f, van de wet, of een voorlopig reisdocument als bedoeld in artikel 3, derde lid, onder c, wordt niet voorzien van vingerafdrukken van de houder.
§ 4. Register paspoortsignaleringen
§ 5. Aangewezen autoriteiten
Hoofdstuk II. Vaststelling aanspraken op reisdocumenten en geldigheid
§ 1. Nationale paspoorten en Nederlandse identiteitskaarten
§ 2. Reisdocumenten voor niet-Nederlanders
§ 2.1. Reisdocumenten voor vluchtelingen en reisdocumenten voor vreemdelingen ten behoeve van personen die in het Europese dan wel Caribische deel van Nederland rechtmatig verblijf hebben
§ 2.2. Reisdocumenten voor vluchtelingen en reisdocumenten voor vreemdelingen ten behoeve van personen die in Aruba, Curaçao of Sint Maarten rechtmatig verblijf hebben
§ 2.3. Nooddocumenten voor niet-Nederlanders als bedoeld in artikel 15, tweede lid, van de wet
§ 2.4. Geldigheid
§ 3. Faciliteitenpaspoorten
§ 4. Tweede paspoorten
§ 5. Nooddocumenten
§ 6. Diplomatieke paspoorten en dienstpaspoorten
Hoofdstuk III. Aanvraagprocedure
§ 1. Algemeen
Artikel 42a. Vingerafdrukken
Bij het indienen van een aanvraag voor een reisdocument, niet zijnde een nooddocument, worden de afdrukken van vier vingers van de aanvrager opgenomen.
Bij de aanvrager worden platte afdrukken van de linker- en de rechterwijsvinger opgenomen voor opslag in het reisdocument. Indien de kwaliteit van de vingerafdrukken van de wijsvingers ontoereikend is, worden platte afdrukken van de middelvingers, ringvingers of duimen opgenomen.
In de reisdocumentenadministratie worden de vingerafdrukken opgeslagen die ingevolge het tweede lid zijn opgenomen. Daarnaast worden bij de aanvrager platte afdrukken van twee andere in het tweede lid genoemde vingers opgenomen voor opslag in de reisdocumentenadministratie. Indien de kwaliteit van deze vingers ontoereikend is, worden platte afdrukken van de pinken opgenomen.
Indien van slechts één vinger een afdruk van voldoende kwaliteit kan worden opgenomen, wordt uitsluitend de afdruk van die vinger opgeslagen in het reisdocument en in de reisdocumentenadministratie.
In afwijking van het eerste lid wordt van het opnemen van vingerafdrukken afgezien, indien de aanvrager op het moment van het indienen van de aanvraag de leeftijd van twaalf jaar nog niet heeft bereikt.
Indien de daartoe aangewezen ambtenaar van oordeel is dat het fysiek dan wel als gevolg van een tijdelijke verhindering onmogelijk is om van de aanvrager te verlangen dat bij hem op het moment van het indienen van de aanvraag vier vingerafdrukken worden opgenomen, worden in ieder geval de afdrukken opgenomen van de vingers waarbij dit volgens de daartoe aangewezen ambtenaar wel mogelijk is. Bij gerede twijfel of het fysiek dan wel als gevolg van een tijdelijke verhindering onmogelijk is om vier vingerafdrukken op te nemen, kan van de aanvrager worden verlangd, dat deze daartoe een door een bevoegde arts of medische instelling ondertekende verklaring overlegt.
Indien van de aanvrager geen vingerafdrukken worden opgenomen, wordt in de aanvraag de reden voor het niet opnemen vermeld.
§ 2. Aanvraag ten behoeve van een handelingsonbekwame
§ 3. Aanvraag voor een bijschrijving
§ 5. Beslissing op de aanvraag en vastlegging van de gegevens in het reisdocumentenstation
§ 6. Personaliseren van nooddocumenten
Hoofdstuk IV. Verzending van het aanvraagbestand en levering van gepersonaliseerde documenten
Hoofdstuk V. Uitreiking van het reisdocument en bijschrijvingssticker
Artikel 64a. Verificatie vingerafdrukken bij uitreiking
Indien de tot uitreiking bevoegde ambtenaar twijfelt aan de identiteit van de aanvrager worden de vingerafdrukken van de aanvrager geverifieerd tegen de vingerafdrukken die in het uit te reiken reisdocument zijn opgenomen.
Indien de verificatie niet slaagt, wordt het reisdocument niet uitgereikt.
Hoofdstuk VI. Procedures inzake weigering en vervallenverklaring
Hoofdstuk VII. Procedures inzake vermiste, ingenomen, ingehouden, ingeleverde, van rechtswege vervallen en gevonden reisdocumenten
§ 3. Melding van rechtswege vervallen reisdocumenten aan het register paspoortsignaleringen en het basisregister reisdocumenten
Hoofdstuk VIII. Definitieve onttrekking van reisdocumenten en ongedaan maken van bijschrijvingen
§ 1. Definitieve onttrekking van een reisdocument aan het verkeer
§ 2. Kennisgevingen
§ 3. Registratie definitief aan het verkeer onttrokken reisdocumenten
§ 4. Registratie definitief aan het verkeer onttrokken reisdocumenten
Hoofdstuk IX. Reisdocumentenadministratie
Hoofdstuk X. Organisatie en beheer van het aanvraagsysteem reisdocumenten
§ 1. Aanwijzing en registratie bevoegde personen
§ 4. Bestelling, aflevering en beheer van nooddocumenten
§ 5. Te gebruiken apparatuur, programmatuur en overige materialen
Hoofdstuk XI. Beveiliging
Hoofdstuk XIII. Verantwoording nooddocumenten
Hoofdstuk XIV. Overgangs- en slotbepalingen
Bijlage C. Modelformulieren
Bijlage D. Foutafhandelingsprocedures
Bijlage C. Modelformulieren
In deze paragraaf zijn de procedures weergegeven die moeten worden gevolgd indien een aangekondigde zending niet op het afgesproken tijdstip arriveert, de ontvangen zending beschadigd is, afwijkingen vertoont of indien bij controle van de zending documenten ontbreken. Er worden vijf hoofdfouten onderscheiden, waarvan er een tweetal nog nader onderverdeeld zijn. De foutsituaties worden onderstaand beschreven. Per foutsituatie wordt vervolgens per pagina schematisch aangegeven hoe gehandeld dient te worden.
3. Foutafhandelingsprocedure Aruba, Curaçao, Sint Maarten en het Caribische deel van Nederland (Bonaire, Sint Eustatius en Saba)
In deze paragraaf zijn de procedures weergegeven die moeten worden gevolgd indien een aangekondigde zending niet op het afgesproken tijdstip arriveert, de ontvangen zending beschadigd is, afwijkingen vertoont of indien bij controle van de zending documenten ontbreken. Er worden vijf hoofdfouten onderscheiden, waarvan er een tweetal nog nader onderverdeeld zijn. De foutsituaties worden onderstaand beschreven. Per foutsituatie wordt vervolgens per pagina schematisch aangegeven hoe gehandeld dient te worden.
III. De ontvangen zending is beschadigd:
IV. De inhoud van de zending is goed, maar niet op de juiste wijze verpakt
V. Overige calamiteiten
In deze paragraaf zijn de procedures weergegeven die moeten worden gevolgd indien een aangekondigde zending niet op het afgesproken tijdstip arriveert, de ontvangen zending beschadigd is, afwijkingen vertoont of indien bij controle van de zending documenten ontbreken. Er worden vijf hoofdfouten onderscheiden, waarvan er een tweetal nog nader onderverdeeld zijn. De foutsituaties worden onderstaand beschreven. Per foutsituatie wordt vervolgens per pagina schematisch aangegeven hoe gehandeld dient te worden.
I. De ontvangen zending bevat een andere inhoud dan aangekondigd
Dit is het geval indien de inhoud van de zending niet overeenkomt met de op de verzendbrief vermelde inhoud of met hetgeen in de elektronische vooraankondiging van de producent staat vermeld. De volgende situaties worden onderscheiden:
-
- de zending bevat niet alle aangekondigde documenten (er ontbreken dus documenten) In dit geval dient de procedure, vermeld in schema I 1, te worden gevolgd.
-
- de zending bevat (ook) andere documenten dan aangekondigd (het pakket bevat documenten die niet voor de uitgiftelocatie zijn bestemd; het kan zijn dat bijvoorbeeld het adresetiket op het pakket niet juist was, dat er niet voor de uitgiftelocatie bedoelde colli in het pakket zitten of dat er zich niet voor de uitgiftelocatie bedoelde documenten in een collo bevinden). In deze gevallen moet de procedure, vermeld in schema I 2, worden gevolgd.
II. De ontvangen zending is beschadigd
Hiervan is sprake indien bij ontvangst van het pakket geconstateerd wordt dat de verpakking van het pakket beschadigingen vertoont. Er worden verschillende situaties onderscheiden:
-
- De verpakking is beschadigd maar de inhoud is onbeschadigd en compleet (Alle aangekondigde documenten zijn aanwezig en onbeschadigd). In dit geval dient schema II 1 te worden gevolgd.
-
- Zowel de verpakking als de inhoud zijn beschadigd, maar de inhoud is wel compleet (alle aangekondigde documenten zijn aanwezig maar één of meerdere documenten zijn beschadigd). In dit geval dienst schema II 2 te worden gevolgd.
-
- Zowel de verpakking als de inhoud zijn beschadigd en de inhoud is bovendien incompleet (Eén of meerdere documenten zijn beschadigd en daarnaast zijn niet alle aangekondigde documenten aanwezig). In dit geval dient schema II 3 te worden gevolgd.
III. De inhoud van de zending is goed, maar niet op de afgesproken wijze verpakt
Hiervan is sprake indien de inhoud van de zending wel overeenkomt met hetgeen door de producent is aangekondigd, maar de inhoud is niet op de juiste wijze is verpakt. Het pakket bevat bijvoorbeeld colli met verschillende documenten (er zitten bijvoorbeeld zakenpaspoorten tussen de nationale paspoorten) of de zending bevat geen of een onjuiste verzendbrief. In dit geval dient de procedure, beschreven in schema III te worden gevolgd.
IV. Overige calamiteiten
Voor het geval er zich een situatie voordoet, die niet in een van de voornoemde categorieën is onder te brengen, dient de in schema IV beschreven procedure te worden gevolgd.
II. De ontvangen zending is beschadigd:
III. De inhoud van de zending is goed, maar niet op de juiste wijze verpakt
IV. Overige calamiteiten
In deze paragraaf zijn de procedures weergegeven die moeten worden gevolgd indien een aangekondigde zending niet op het afgesproken tijdstip arriveert, de ontvangen zending beschadigd is, afwijkingen vertoont of indien bij controle van de zending documenten ontbreken. Er worden vijf hoofdfouten onderscheiden, waarvan er een tweetal nog nader onderverdeeld zijn. De foutsituaties worden onderstaand beschreven. Per foutsituatie wordt vervolgens per pagina schematisch aangegeven hoe gehandeld dient te worden.
I. De aangekondigde zending wordt niet op het afgesproken tijdstip ontvangen
Hiervan is sprake indien een uitgiftelocatie een aangekondigde zending niet op het met de distributeur afgesproken tijdstip ontvangt. De procedure die gevolgd dient te worden, is weergegeven in schema I.
II. De ontvangen zending bevat een andere inhoud dan aangekondigd
Dit is het geval indien de inhoud van de zending niet overeenkomt met de op de verzendbrief vermelde inhoud of met hetgeen in de elektronische vooraankondiging van de producent staat vermeld. De volgende situaties worden onderscheiden:
-
- de zending bevat niet alle aangekondigde documenten (er ontbreken dus documenten) In dit geval dient de procedure, vermeld in schema II 1, te worden gevolgd.
-
- de zending bevat (ook) andere documenten dan aangekondigd (het pakket bevat documenten die niet voor de uitgiftelocatie zijn bestemd; het kan zijn dat bijvoorbeeld het adresetiket op het pakket niet juist was, dat er niet voor de uitgiftelocatie bedoelde colli in het pakket zitten of dat er zich niet voor de uitgiftelocatie bedoelde documenten in een collo bevinden). In deze gevallen moet de procedure, vermeld in schema II 2, worden gevolgd.
III. De ontvangen zending is beschadigd
Hiervan is sprake indien bij ontvangst van het pakket geconstateerd wordt dat de verpakking van het pakket beschadigingen vertoont. Er worden verschillende situaties onderscheiden:
-
- De verpakking is beschadigd maar de inhoud is onbeschadigd en compleet (Alle aangekondigde documenten zijn aanwezig en onbeschadigd). In dit geval dient schema III 1 te worden gevolgd.
-
- Zowel de verpakking als de inhoud zijn beschadigd, maar de inhoud is wel compleet (alle aangekondigde documenten zijn aanwezig maar één of meerdere documenten zijn beschadigd). In dit geval dienst schema III 2 te worden gevolgd.
-
- Zowel de verpakking als de inhoud zijn beschadigd en de inhoud is bovendien incompleet (Eén of meerdere documenten zijn beschadigd en daarnaast zijn niet alle aangekondigde documenten aanwezig). In dit geval dient schema III 3 te worden gevolgd.
IV. De inhoud van de zending is goed, maar niet op de afgesproken wijze verpakt
Hiervan is sprake indien de inhoud van de zending wel overeenkomt met hetgeen door de producent is aangekondigd, maar de inhoud is niet op de juiste wijze is verpakt. Het pakket bevat bijvoorbeeld colli met verschillende documenten (er zitten bijvoorbeeld zakenpaspoorten tussen de nationale paspoorten) of de zending bevat geen of een onjuiste verzendbrief. In dit geval dient de procedure, beschreven in schema IV te worden gevolgd.
V. Overige calamiteiten
Voor het geval er zich een situatie voordoet, die niet in een van de voornoemde categorieën is onder te brengen, dient de in schema V beschreven procedure te worden gevolgd.
III. De ontvangen zending is beschadigd
III. De ontvangen zending is beschadigd
IV. De inhoud van de zending is goed, maar niet op de juiste wijze verpakt
Bijlage H. Tot verstrekking van Nederlandse identiteitskaarten bevoegde buitenlandse posten
Vervallen
Bijlage I. IAR-kaarten
Identificatiekaarten (IAR-kaarten) worden door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) verstrekt.
BZK verstrekt standaard vijf identificatiekaarten (IAR-kaarten) per door BZK beschikbaar gesteld reisdocumentenstation (RAAS). In de gevallen waar door BZK aanvullend nog een werkstation beschikbaar is gesteld, geldt dat voor dit werkstation drie IAR-kaarten worden verstrekt.
Een uitgiftelocatie kan extra IAR-kaarten aanvragen. IAR-kaarten mogen alleen worden aangevraagd voor vaste medewerkers, waarbij er per uitgiftelocatie in totaal niet meer dan 20 operationele IAR-kaarten mogen zijn. Deze grens is vastgesteld uit oogpunt van beveiliging.
De autorisatiebevoegde dient diefstal, verlies of onzorgvuldig gebruik van IAR-kaarten direct te melden bij Sdu Identification, zodat deze IAR-kaarten kunnen worden geblokkeerd. IAR-kaarten die defect raken bij initiële uitlevering of wegens technische mankementen worden op aanvraag vervangen.
De leveringstermijn van IAR-kaarten bedraagt circa een week. Spoedaanvragen worden alleen gehonoreerd als het een calamiteit betreft, in samenhang met het plaatsen van een nieuw RAAS en/of werkstation.
Bijlage J. Invulinstructie laissez-passer
| Algemene opmerkingen | ||
|---|---|---|
| Het laissez passer wordt handmatig ingevuld op de hierna weergegeven wijze. | ||
| Invulinstructie per rubriek | ||
| Type | LP | |
| Code | NLD | |
| Document- nummer | Het documentnummer dat in het document geperforeerd is, overnemen. | |
| Naam | De naam van de houder in volgorde: | |
| – Adellijke titel | – voluit | |
| – Voorvoegsel voor de achternaam | – voluit | |
| – Achternaam | – geslachtsnaam houder | |
| Voornamen | Voornamen van de houder in volgorde: | |
| – Adellijke predikaat | – voluit (facultatief) | |
| – Voornamen | – voluit | |
| Indien geen voornamen worden ingevuld wordt dit aangegeven met drie liggende streepjes, ---. | ||
| Algemene opmerking: Indien de naam niet past in de hiervoor bestemde ruimte m.b.v. standaardclausule II verwijzen naar pagina 3. | ||
| Nationaliteit | Alleen in te vullen bij Nederlanders. In andere gevallen drie liggende streepjes, ---. | |
| Geslacht | M: man V/F: vrouw | |
| Lengte | Voorbeeld: 1,82m (Cijfermatig in meters en centimeters vermelden gevolgd door afkorting m). | |
| Geboortedatum | Vermelden iVermelden in volgorde: n formaat dd XXX eejj – Twee posities dagaanduiding in cijfers. – Spatie – Eerste drie posities voor maandaanduiding (zie lijst hierna vermeld) – Spatie – Laatste vier posities eeuw- en jaartalaanduiding | |
| Lijst maandafkortingen: JAN FEB MAA APR MEI JUN JUL AUG SEP OKT NOV DEC | ||
| Voorbeelden: 00 --- 1956 00 JAN 1984 19 JAN 1984 Bij de toekenning van een reisdocument wordt altijd een eeuw- en jaartal aanduiding opgenomen. | ||
| Afgiftedatum | Zie geboortedatum | |
| Geboorteplaats | Geboorteplaatsnaam vermelden | |
| Geldig tot | Datum tot wanneer het document geldig is. Datum weergeven zoals aangegeven bij geboortedatum. | |
| Autoriteit | Gouverneur van Minister van Buitenlandse Zaken Ambassadeur te Consul-Generaal te Consul te Hfd. cons. afd. te | |
| Waarmerking | Stempel autoriteit moet over de foto vallen. | |
| Handtekening | De houder plaatst zijn handtekening op de bestemde plaats onder de foto. | |
| Opmerkingen | Pagina 3 is te gebruiken voor opmerkingen van bevoegde instanties. Op deze pagina worden de datum waarop het reisdocument uiterlijk moet worden ingeleverd en de autoriteit bij wie de inlevering dient plaats te vinden ingevuld. | |
| Lamineren | Het document wordt na invulling van de houderpagina gelamineerd. Dit gebeurt niet met een laminator maar door middel van koud laminaat dat als een sticker wordt geplakt. Door de beschermlaag op de achterzijde van de folie te verwijderen kan de folie, zonder gebruik van hulpmiddelen, over de houderpagina worden geplakt. |
Artikel 88b. Het mobiel vingerafdrukopname-apparaat
De Minister van Buitenlandse Zaken onderscheidenlijk het hoofd van de post of de door hem daartoe aangewezen ambtenaar wijst per uitgiftelocatie ten hoogste drie ambtenaren aan die aanvragen in behandeling mogen nemen met behulp van het mobiel vingerafdrukopname-apparaat overeenkomstig de gebruikershandleiding bij het mobiel vingerafdrukopname-apparaat, bedoeld in artikel 101.
De leverancier verstrekt aan de autorisatiebevoegde aanvraagstation een wachtwoord waarmee toegang tot het mobiel vingerafdrukopname-apparaat kan worden verkregen en een authenticatiekaart waarmee het mobiel vingerafdrukopname-apparaat in het locale netwerk van de uitgiftelocatie kan worden aangesloten.
De autorisatiebevoegde aanvraagstation brengt het wachtwoord uitsluitend ter kennis aan de aangewezen ambtenaren bedoeld in het eerste lid en ziet er op toe dat het wachtwoord te allen tijde gescheiden van het mobiel vingerafdrukopname-apparaat wordt bewaard. Alle betrokkenen nemen alle daartoe noodzakelijke maatregelen om te voorkomen dat het wachtwoord bekend wordt. Indien het wachtwoord is zoekgeraakt of ter kennis is gekomen van een onbevoegde wordt terstond contact opgenomen met de leverancier.
Artikel 88a, tweede tot en met vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing op de verstrekte authenticatiekaart.
§ 2. Aflevering van zendingen
§ 3. Beheer van ontvangen gepersonaliseerde reisdocumenten en bijschrijvingsstickers
§ 4. Bestelling, aflevering en beheer van nooddocumenten
§ 5. Te gebruiken apparatuur, programmatuur en overige materialen
Hoofdstuk XI. Beveiliging
Hoofdstuk XIV. Overgangs- en slotbepalingen
Hoofdstuk XIV. Overgangs- en slotbepalingen
Bijlage D. Foutafhandelingsprocedures
Voor de Nederlandse vertegenwoordigingen in het buitenland zijn de procedures op een aantal punten afwijkend, zie de detailbeschrijving.
1. Foutafhandelingsprocedures Nederland
In deze bijlage zijn de procedures weergegeven die moeten worden gevolgd indien een aangekondigde zending niet op het afgesproken tijdstip arriveert, de ontvangen zending beschadigd is, afwijkingen vertoont of indien bij controle van de zending documenten ontbreken. Er worden vijf hoofdfouten onderscheiden, waarvan er een tweetal nog nader onderverdeeld zijn. De foutsituaties worden onderstaand beschreven. Per foutsituatie wordt vervolgens per pagina schematisch aangegeven hoe gehandeld dient te worden.
2. Foutafhandelingsprocedures Buitenland (Nederlandse Posten)
In deze paragraaf zijn de procedures weergegeven die moeten worden gevolgd indien een aangekondigde zending niet op het afgesproken tijdstip arriveert, de ontvangen zending beschadigd is, afwijkingen vertoont of indien bij controle van de zending documenten ontbreken. Er worden vijf hoofdfouten onderscheiden, waarvan er een tweetal nog nader onderverdeeld zijn. De foutsituaties worden onderstaand beschreven. Per foutsituatie wordt vervolgens per pagina schematisch aangegeven hoe gehandeld dient te worden.
I. De ontvangen zending bevat een andere inhoud dan aangekondigd
Dit is het geval indien de inhoud van de zending niet overeenkomt met de op de verzendbrief vermelde inhoud of met hetgeen in de elektronische vooraankondiging van de producent staat vermeld. De volgende situaties worden onderscheiden:
-
- de zending bevat niet alle aangekondigde documenten (er ontbreken dus documenten) In dit geval dient de procedure, vermeld in schema I 1, te worden gevolgd.
-
- de zending bevat (ook) andere documenten dan aangekondigd (het pakket bevat documenten die niet voor de uitgiftelocatie zijn bestemd; het kan zijn dat bijvoorbeeld het adresetiket op het pakket niet juist was, dat er niet voor de uitgiftelocatie bedoelde colli in het pakket zitten of dat er zich niet voor de uitgiftelocatie bedoelde documenten in een collo bevinden). In deze gevallen moet de procedure, vermeld in schema I 2, worden gevolgd.
II. De ontvangen zending is beschadigd
Hiervan is sprake indien bij ontvangst van het pakket geconstateerd wordt dat de verpakking van het pakket beschadigingen vertoont. Er worden verschillende situaties onderscheiden:
-
- De verpakking is beschadigd maar de inhoud is onbeschadigd en compleet (Alle aangekondigde documenten zijn aanwezig en onbeschadigd). In dit geval dient schema II 1 te worden gevolgd.
-
- Zowel de verpakking als de inhoud zijn beschadigd, maar de inhoud is wel compleet (alle aangekondigde documenten zijn aanwezig maar één of meerdere documenten zijn beschadigd). In dit geval dienst schema II 2 te worden gevolgd.
-
- Zowel de verpakking als de inhoud zijn beschadigd en de inhoud is bovendien incompleet (Eén of meerdere documenten zijn beschadigd en daarnaast zijn niet alle aangekondigde documenten aanwezig). In dit geval dient schema II 3 te worden gevolgd.
III. De inhoud van de zending is goed, maar niet op de afgesproken wijze verpakt
Hiervan is sprake indien de inhoud van de zending wel overeenkomt met hetgeen door de producent is aangekondigd, maar de inhoud is niet op de juiste wijze is verpakt. Het pakket bevat bijvoorbeeld colli met verschillende documenten (er zitten bijvoorbeeld zakenpaspoorten tussen de nationale paspoorten) of de zending bevat geen of een onjuiste verzendbrief. In dit geval dient de procedure, beschreven in schema III te worden gevolgd.
IV. Overige calamiteiten
Voor het geval er zich een situatie voordoet, die niet in een van de voornoemde categorieën is onder te brengen, dient de in schema IV beschreven procedure te worden gevolgd.
3. Foutafhandelingsprocedures Nederlandse Antillen en Aruba
In deze paragraaf zijn de procedures weergegeven die moeten worden gevolgd indien een aangekondigde zending niet op het afgesproken tijdstip arriveert, de ontvangen zending beschadigd is, afwijkingen vertoont of indien bij controle van de zending documenten ontbreken. Er worden vijf hoofdfouten onderscheiden, waarvan er een tweetal nog nader onderverdeeld zijn. De foutsituaties worden onderstaand beschreven. Per foutsituatie wordt vervolgens per pagina schematisch aangegeven hoe gehandeld dient te worden.
I. De aangekondigde zending wordt niet op het afgesproken tijdstip ontvangen
Hiervan is sprake indien een uitgiftelocatie een aangekondigde zending niet op het met de distributeur afgesproken tijdstip ontvangt. De procedure die gevolgd dient te worden, is weergegeven in schema I.
II. De ontvangen zending bevat een andere inhoud dan aangekondigd
Dit is het geval indien de inhoud van de zending niet overeenkomt met de op de verzendbrief vermelde inhoud of met hetgeen in de elektronische vooraankondiging van de producent staat vermeld. De volgende situaties worden onderscheiden:
-
- de zending bevat niet alle aangekondigde documenten (er ontbreken dus documenten) In dit geval dient de procedure, vermeld in schema II 1, te worden gevolgd.
-
- de zending bevat (ook) andere documenten dan aangekondigd (het pakket bevat documenten die niet voor de uitgiftelocatie zijn bestemd; het kan zijn dat bijvoorbeeld het adresetiket op het pakket niet juist was, dat er niet voor de uitgiftelocatie bedoelde colli in het pakket zitten of dat er zich niet voor de uitgiftelocatie bedoelde documenten in een collo bevinden). In deze gevallen moet de procedure, vermeld in schema II 2, worden gevolgd.
III. De ontvangen zending is beschadigd
Hiervan is sprake indien bij ontvangst van het pakket geconstateerd wordt dat de verpakking van het pakket beschadigingen vertoont. Er worden verschillende situaties onderscheiden:
-
- De verpakking is beschadigd maar de inhoud is onbeschadigd en compleet (Alle aangekondigde documenten zijn aanwezig en onbeschadigd). In dit geval dient schema III 1 te worden gevolgd.
-
- Zowel de verpakking als de inhoud zijn beschadigd, maar de inhoud is wel compleet (alle aangekondigde documenten zijn aanwezig maar één of meerdere documenten zijn beschadigd). In dit geval dienst schema III 2 te worden gevolgd.
-
- Zowel de verpakking als de inhoud zijn beschadigd en de inhoud is bovendien incompleet (Eén of meerdere documenten zijn beschadigd en daarnaast zijn niet alle aangekondigde documenten aanwezig). In dit geval dient schema III 3 te worden gevolgd.
IV. De inhoud van de zending is goed, maar niet op de afgesproken wijze verpakt
Hiervan is sprake indien de inhoud van de zending wel overeenkomt met hetgeen door de producent is aangekondigd, maar de inhoud is niet op de juiste wijze is verpakt. Het pakket bevat bijvoorbeeld colli met verschillende documenten (er zitten bijvoorbeeld zakenpaspoorten tussen de nationale paspoorten) of de zending bevat geen of een onjuiste verzendbrief. In dit geval dient de procedure, beschreven in schema IV te worden gevolgd.
V. Overige calamiteiten
Voor het geval er zich een situatie voordoet, die niet in een van de voornoemde categorieën is onder te brengen, dient de in schema V beschreven procedure te worden gevolgd.
Bijlage L. Fotomatrix
Ligt ter inzage bij het Agentschap Basisadministratie Persoonsgegevens en Reisdocumenten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
2. Foutafhandelingsprocedures Buitenland (Nederlandse Posten)
3. Foutafhandelingsprocedure Aruba, Curaçao, Sint Maarten en het Caribische deel van Nederland (Bonaire, Sint Eustatius en Saba)
In deze paragraaf zijn de procedures weergegeven die moeten worden gevolgd indien een aangekondigde zending niet op het afgesproken tijdstip arriveert, de ontvangen zending beschadigd is, afwijkingen vertoont of indien bij controle van de zending documenten ontbreken. Er worden vijf hoofdfouten onderscheiden, waarvan er een tweetal nog nader onderverdeeld zijn. De foutsituaties worden onderstaand beschreven. Per foutsituatie wordt vervolgens per pagina schematisch aangegeven hoe gehandeld dient te worden.
Bijlage G. Tot verstrekking van paspoorten bevoegde buitenlandse posten
Vervallen
Bijlage H. Tot verstrekking van Nederlandse identiteitskaarten bevoegde buitenlandse posten
Vervallen
Bijlage I. IAR-kaarten
Vervallen
Bijlage J. Invulinstructie laissez-passer
| Algemene opmerkingen | ||
|---|---|---|
| Het laissez passer wordt handmatig ingevuld op de hierna weergegeven wijze. | ||
| Invulinstructie per rubriek | ||
| Type | LP | |
| Code | NLD | |
| Document- nummer | Het documentnummer dat in het document geperforeerd is, overnemen. | |
| Naam | De naam van de houder in volgorde: | |
| – Adellijke titel | – voluit | |
| – Voorvoegsel voor de achternaam | – voluit | |
| – Achternaam | – geslachtsnaam houder | |
| Voornamen | Voornamen van de houder in volgorde: | |
| – Adellijke predikaat | – voluit (facultatief) | |
| – Voornamen | – voluit | |
| Indien geen voornamen worden ingevuld wordt dit aangegeven met drie liggende streepjes, ---. | ||
| Algemene opmerking: Indien de naam niet past in de hiervoor bestemde ruimte m.b.v. standaardclausule II verwijzen naar pagina 3. | ||
| Nationaliteit | Alleen in te vullen bij Nederlanders. In andere gevallen drie liggende streepjes, ---. | |
| Geslacht | M: man V/F: vrouw | |
| Lengte | Voorbeeld: 1,82m (Cijfermatig in meters en centimeters vermelden gevolgd door afkorting m). | |
| Geboortedatum | Vermelden iVermelden in volgorde: n formaat dd XXX eejj – Twee posities dagaanduiding in cijfers. – Spatie – Eerste drie posities voor maandaanduiding (zie lijst hierna vermeld) – Spatie – Laatste vier posities eeuw- en jaartalaanduiding | |
| Lijst maandafkortingen: JAN FEB MAA APR MEI JUN JUL AUG SEP OKT NOV DEC | ||
| Voorbeelden: 00 --- 1956 00 JAN 1984 19 JAN 1984 Bij de toekenning van een reisdocument wordt altijd een eeuw- en jaartal aanduiding opgenomen. | ||
| Afgiftedatum | Zie geboortedatum | |
| Geboorteplaats | Geboorteplaatsnaam vermelden | |
| Geldig tot | Datum tot wanneer het document geldig is. Datum weergeven zoals aangegeven bij geboortedatum. | |
| Autoriteit | Gouverneur van Minister van Buitenlandse Zaken Ambassadeur te Consul-Generaal te Consul te Hfd. cons. afd. te | |
| Waarmerking | Stempel autoriteit moet over de foto vallen. | |
| Handtekening | De houder plaatst zijn handtekening op de bestemde plaats onder de foto. | |
| Opmerkingen | Pagina 3 is te gebruiken voor opmerkingen van bevoegde instanties. Op deze pagina worden de datum waarop het reisdocument uiterlijk moet worden ingeleverd en de autoriteit bij wie de inlevering dient plaats te vinden ingevuld. | |
| Lamineren | Het document wordt na invulling van de houderpagina gelamineerd. Dit gebeurt niet met een laminator maar door middel van koud laminaat dat als een sticker wordt geplakt. Door de beschermlaag op de achterzijde van de folie te verwijderen kan de folie, zonder gebruik van hulpmiddelen, over de houderpagina worden geplakt. |
Bijlage L. Fotomatrix
Ligt ter inzage bij het Agentschap Basisadministratie Persoonsgegevens en Reisdocumenten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Bijlage J. Invulinstructie laissez-passer
| Algemene opmerkingen | ||
|---|---|---|
| Het laissez passer wordt handmatig ingevuld op de hierna weergegeven wijze. | ||
| Invulinstructie per rubriek | ||
| Type | LP | |
| Code | NLD | |
| Document- nummer | Het documentnummer dat in het document geperforeerd is, overnemen. | |
| Naam | De naam van de houder in volgorde: | |
| – Adellijke titel | – voluit | |
| – Voorvoegsel voor de achternaam | – voluit | |
| – Achternaam | – geslachtsnaam houder | |
| Voornamen | Voornamen van de houder in volgorde: | |
| – Adellijke predikaat | – voluit (facultatief) | |
| – Voornamen | – voluit | |
| Indien geen voornamen worden ingevuld wordt dit aangegeven met drie liggende streepjes, ---. | ||
| Algemene opmerking: Indien de naam niet past in de hiervoor bestemde ruimte m.b.v. standaardclausule II verwijzen naar pagina 3. | ||
| Nationaliteit | Alleen in te vullen bij Nederlanders. In andere gevallen drie liggende streepjes, ---. | |
| Geslacht | M: man V/F: vrouw | |
| Lengte | Voorbeeld: 1,82m (Cijfermatig in meters en centimeters vermelden gevolgd door afkorting m). | |
| Geboortedatum | Vermelden iVermelden in volgorde: n formaat dd XXX eejj – Twee posities dagaanduiding in cijfers. – Spatie – Eerste drie posities voor maandaanduiding (zie lijst hierna vermeld) – Spatie – Laatste vier posities eeuw- en jaartalaanduiding | |
| Lijst maandafkortingen: JAN FEB MAA APR MEI JUN JUL AUG SEP OKT NOV DEC | ||
| Voorbeelden: 00 --- 1956 00 JAN 1984 19 JAN 1984 Bij de toekenning van een reisdocument wordt altijd een eeuw- en jaartal aanduiding opgenomen. | ||
| Afgiftedatum | Zie geboortedatum | |
| Geboorteplaats | Geboorteplaatsnaam vermelden | |
| Geldig tot | Datum tot wanneer het document geldig is. Datum weergeven zoals aangegeven bij geboortedatum. | |
| Autoriteit | Gouverneur van Minister van Buitenlandse Zaken Ambassadeur te Consul-Generaal te Consul te Hfd. cons. afd. te | |
| Waarmerking | Stempel autoriteit moet over de foto vallen. | |
| Handtekening | De houder plaatst zijn handtekening op de bestemde plaats onder de foto. | |
| Opmerkingen | Pagina 3 is te gebruiken voor opmerkingen van bevoegde instanties. Op deze pagina worden de datum waarop het reisdocument uiterlijk moet worden ingeleverd en de autoriteit bij wie de inlevering dient plaats te vinden ingevuld. | |
| Lamineren | Het document wordt na invulling van de houderpagina gelamineerd. Dit gebeurt niet met een laminator maar door middel van koud laminaat dat als een sticker wordt geplakt. Door de beschermlaag op de achterzijde van de folie te verwijderen kan de folie, zonder gebruik van hulpmiddelen, over de houderpagina worden geplakt. |
Bijlage L. Fotomatrix
Ligt ter inzage bij het Agentschap Basisadministratie Persoonsgegevens en Reisdocumenten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
§ 3. Het opnemen van de foto, de vingerafdrukken en de handtekening
§ 4. Beslissing op de aanvraag en vastlegging van de gegevens in het reisdocumentenstation
§ 5. Personaliseren van nooddocumenten
Hoofdstuk IV. Verzending van het aanvraagbestand en levering van gepersonaliseerde documenten
Hoofdstuk V. Uitreiking van het reisdocument
Hoofdstuk VI. Procedures inzake weigering en vervallenverklaring
Hoofdstuk VII. Procedures inzake vermiste, ingenomen, ingehouden, ingeleverde, van rechtswege vervallen en gevonden reisdocumenten
§ 1. Vermiste of ingenomen reisdocumenten
§ 2. Doorzending ingehouden reisdocumenten
§ 4. Melding inzake gevonden reisdocumenten
Hoofdstuk VIII. Definitieve onttrekking van reisdocumenten
Hoofdstuk IX. Reisdocumentenadministratie
Hoofdstuk X. Organisatie en beheer van het aanvraagsysteem reisdocumenten
§ 1. Aanwijzing en registratie bevoegde personen
§ 4. Bestelling, aflevering en beheer van nooddocumenten
§ 5. Te gebruiken apparatuur, programmatuur en overige materialen
Hoofdstuk XI. Beveiliging
Bijlage E. BeveiligingsNet
Vervallen
Bijlage F. Overzicht aanvraaggegevens
-
- Reisdocumenten niet zijnde nooddocumenten Deze lijst geldt voor reisdocumenten niet zijnde nooddocumenten. De onderstaande rubrieken moeten worden ingevuld, voor zover op de aanvraag van toepassing.
- Aanvraagnummer
- Datum aanvraag
- Spoedaanvraag (alleen voor gemeenten)
- Soort reisdocument
- Huidig reisdocument – soort
- Huidig reisdocument – nummer
- Huidig reisdocument – datum einde geldigheid
- Huidig reisdocument – autoriteit verstrekking
- burgerservicenummer (alleen voor Nederlanders die in een gemeentelijke basisadministatie zijn ingeschreven)
- Nationaliteit
- Geslachtsnaam
- Voorvoegsel geslachtsnaam
- Adellijke titel/ predikaat
- Voornamen
- Geboortedatum
- Geboorteplaats
- Geslacht
- Lengte
- Adres
- Postcode+Woonplaats
- Documentnummer ouder (als ks)
- Toestemming wettelijke vertegenwoordiger(s)
- Verblijfsdocument – nummer
- Verblijfsdocument – datum einde geldigheid
- Aanduiding vermissing
- Datum Verklaring vermissing
- Proces verbaal vermissing vorig document – nummer
- Vermist reisdocument – nummer
- Vermist reisdocument – autoriteit verstrekking
- Verzoek originele aanvraag vermist document
- Vermelding partner (SC I)
- Geslachtsnaam partner
- Voorvoegsel geslachtsnaam partner
- Adellijke titel partner
- Pseudoniem (SC IV)
- Niet in staat tot ondertekening (SC V)
- XXA (staatloze) (SC XIb)
- Dit paspoort is afgegeven ter vervanging van (SC XII)
-
- Nooddocumenten Deze lijst geldt voor nooddocumenten. De onderstaande rubrieken moeten worden ingevuld, voor zover op de aanvraag van toepassing.
- Aanvraagnummer
- Datum aanvraag
- Soort reisdocument
- Huidig reisdocument – soort
- Huidig reisdocument – nummer
- Huidig reisdocument – datum einde geldigheid
- Huidig reisdocument – autoriteit verstrekking
- Nationaliteit
- Geslachtsnaam
- Voorvoegsel geslachtsnaam
- Adellijke titel/ predikaat
- Voornamen
- Geboortedatum
- Geboorteplaats
- Geslacht
- Lengte
- Adres
- Postcode+Woonplaats
- Toestemming wettelijke vertegenwoordiger(s)
- Aanduiding vermissing
- Datum Verklaring vermissing
- Proces verbaal vermissing vorig document – nummer
- Vermist reisdocument – nummer
- Vermist reisdocument – autoriteit verstrekking
- Niet in staat tot ondertekening (SC V)
- Dit paspoort is afgegeven ter vervanging van (SC XII)