Wet van 29 november 2001, houdende regels tot vaststelling van een structuur voor de uitvoering van taken met betrekking tot de arbeidsvoorziening en socialeverzekeringswetten (Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen)

Type Wet
Publication 2026-01-01
State In force
Source BWB
artikelen 141
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de organisatie van de uitvoering van de taken van de overheid met betrekking tot de arbeidsvoorziening en de uitvoering van de werknemersverzekeringen te wijzigen, zulks mede ter bevordering van de inschakeling van werkzoekenden in het arbeidsproces, en daartoe – onder intrekking van de Arbeidsvoorzieningswet 1996 en de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997 – één nieuwe wet vast te stellen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

De artikelen 3, 4 en 5, voorzover het betreft de Sociale verzekeringsbank, treden in werking met ingang van 1 januari 2003. De artikelen 21, onderdeel f, 28 en 29 treden voorzover het betreft aanvragen van uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. De artikelen 21, onderdeel f, 28 en 29, treden voorzover het betreft aanvragen van toeslag op grond van de Toeslagenwet, in werking met ingang van 1 april 2002.

Hoofdstuk 1. Definities

Artikel 1. Algemene begrippen

1.

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • a. Onze Minister: Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
  • b. Raad voor werk en inkomen: de Raad voor werk en inkomen, genoemd in hoofdstuk 4 zoals dat luidde op 30 juni 2012;
  • c. Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen: het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5;
  • d. Sociale verzekeringsbank: de Sociale verzekeringsbank, genoemd in hoofdstuk 6;
  • e. Nederlandse Arbeidsinspectie: de Nederlandse Arbeidsinspectie, voor zover belast met de taken, genoemd in hoofdstuk 7;
  • f. Raad van bestuur: een Raad van bestuur als bedoeld in artikel 3;
  • g. uitvoeringskosten: de kosten ten behoeve van de uitvoering van wetten door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de Sociale verzekeringsbank;
  • h. vervallen;
  • k. werknemer: werknemer in de zin van de werknemersverzekeringen of een werknemer, artiest, beroepssporter, lid van een buitenlands gezelschap of een aangewezen andere natuurlijke persoon als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de loonbelasting 1964;
  • l. uitkeringsgerechtigde: de persoon die een uitkering of voorziening ontvangt of recht heeft op arbeidsondersteuning op grond van:
  • m. het Inlichtingenbureau: de als zodanig door Onze Minister aangewezen instelling die is belast met de coördinatie en dienstverlening ten behoeve van de gemeenten bij de verwerking van gegevens, voor zover dit noodzakelijk is voor de uitvoering van taken op het gebied van sociale zekerheid;
  • n. doeltreffendheid: de mate waarin de doelstellingen van de bij of krachtens de wet gestelde regels werden bereikt;
  • o. re-integratiebedrijf: een natuurlijke persoon dan wel rechtspersoon die in het kader van de uitoefening van beroep of bedrijf de inschakeling van personen in de arbeid bevordert;
  • q. vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel: een bij onherroepelijk geworden vonnis opgelegde vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel als bedoeld in het Wetboek van Strafrecht;
  • r. ondersteunende instantie:
2.

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt onder gegevens mede verstaan persoonsgegevens als bedoeld in de Algemene verordening gegevensbescherming en wordt onder verwerking, verwerkingsverantwoordelijke en verwerker verstaan hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 4, onderdelen 2, 7 en 8, van de Algemene verordening gegevensbescherming.

Hoofdstuk 2. Zelfstandige bestuursorganen voor werk en inkomen

Artikel 2. Instelling Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen

1.

Er is een Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, dat belast is met de taken, bedoeld in hoofdstuk 5.

2.

Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen heeft rechtspersoonlijkheid en heeft zijn zetel op een door Onze Minister te bepalen plaats.

Artikel 3. Instelling Sociale verzekeringsbank

1.

Er is een Sociale verzekeringsbank, die belast is met de taken, bedoeld in hoofdstuk 6.

2.

De Sociale verzekeringsbank heeft rechtspersoonlijkheid en heeft haar zetel op een door Onze Minister te bepalen plaats.

Artikel 4. Toepassing Kaderwet zelfstandige bestuursorganen

1.

De Kaderwet zelfstandige bestuursorganen is van toepassing op het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de Sociale verzekeringsbank, met uitzondering van artikel 15 van die wet.

2.

Indien de mandaatverlening, bedoeld in artikel 8 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, het mandateren van de uitvoering van taken van één van de op grond van artikel 9, eerste lid, samenwerkende bestuursorganen aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of de Sociale verzekeringsbank betreft, is in afwijking van artikel 8 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen geen goedkeuring van Onze Minister vereist.

Artikel 5. Andere werkzaamheden

1.

Een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of de Sociale verzekeringsbank om andere werkzaamheden te verrichten dan de uitvoering van de in hoofdstuk 5 of 6 bedoelde taken behoeft de goedkeuring van Onze Minister.

2.

De goedkeuring kan, onverminderd artikel 79, worden onthouden op de grond dat de uitvoering van de andere werkzaamheden door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of de Sociale verzekeringsbank een goede taakuitoefening door het bestuursorgaan kan belemmeren.

3.

Onze Minister kan bij de goedkeuring verplichtingen opleggen in verband met de uitvoering van andere werkzaamheden als bedoeld in het eerste lid.

4.

Het eerste lid is niet van toepassing op een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of de Sociale verzekeringsbank om in het kader van de samenwerking, bedoeld in artikel 9, werkzaamheden uit te voeren voor elkaar of voor de colleges van burgemeester en wethouders, indien het de uitvoering van werkzaamheden op grond van de in artikel 9, eerste lid, bedoelde wetten betreft, respectievelijk elkaar bij te staan bij de uitvoering van taken, mits het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, onderscheidenlijk de Sociale verzekeringsbank, dit binnen een redelijke termijn meldt bij Onze Minister.

5.

Onze Minister kan bepalen dat de uitvoering van andere werkzaamheden als bedoeld in het eerste lid en de uitvoering van werkzaamheden als bedoeld in het vierde lid door het betrokken bestuursorgaan wordt beëindigd.

6.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over dit artikel.

Artikel 6. Raden van bestuur

1.

Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de Sociale verzekeringsbank hebben elk een Raad van bestuur die met de dagelijkse leiding is belast.

2.

Een Raad van bestuur bestaat uit een door Onze Minister te bepalen aantal leden, onder wie de voorzitter.

3.

Onze Minister bepaalt de periode van benoeming van de leden van een Raad van bestuur en kan ook de mogelijkheid van hun herbenoeming regelen.

4.

Onze Minister stelt de rechtspositie van de leden van de Raad van bestuur vast.

5.

De Raad van bestuur oefent de taken en bevoegdheden uit die bij of krachtens deze wet of enige andere wet aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de Sociale verzekeringsbank zijn opgedragen.

6.

Een Raad van bestuur stelt een bestuursreglement vast.

Artikel 7. Cliëntenparticipatie

1.

Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de Sociale verzekeringsbank stellen elk een regeling vast die gericht is op de realisatie en vormgeving van adequate cliëntenparticipatie op centraal niveau bij de uitvoering van hun wettelijke taken. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen regelt, na overleg met de personen en vertegenwoordigers, bedoeld in het tweede lid, in deze regeling tevens de cliëntenparticipatie op decentraal niveau.

2.

In de regeling, bedoeld in het eerste lid, wordt op het centrale niveau voorzien in overleg met personen of vertegenwoordigers van personen die als cliënt betrokken zijn bij de uitvoering van de taken van de in het eerste lid genoemde bestuursorganen. Dit overleg vindt periodiek plaats, doch ten minste twee maal per jaar.

3.

In de regeling, bedoeld in het eerste lid, wordt in ieder geval geregeld de wijze waarop de in het tweede lid bedoelde personen of vertegenwoordigers:

  • a. onderwerpen voor de agenda van het overleg, bedoeld in het tweede lid, kunnen aanmelden;
  • b. voorzien worden van de voor een adequate deelname aan het overleg benodigde informatie;
  • c. betrokken worden bij de totstandkoming van de planning, begroting en verslaglegging, bedoeld in hoofdstuk 8;
  • d. gevraagd en ongevraagd kunnen adviseren over de uitvoering van de wettelijke taken van het betrokken bestuursorgaan;
  • e. in staat gesteld worden op een adequate manier aan het overleg deel te nemen, waarbij ten minste aandacht besteed wordt aan logistieke faciliteiten, onkostenvergoedingen en deskundigheidsbevordering;
  • f. beschermd worden tegen benadeling in verband met hun deelname aan het overleg.
4.

Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen regelt in de regeling, bedoeld in het eerste lid, in het kader van de cliëntenparticipatie op decentraal niveau in ieder geval de wijze waarop:

  • a. personen en vertegenwoordigers van personen die als cliënt betrokken zijn bij de decentrale uitvoering van de taken van de in het eerste lid genoemde bestuursorganen, hierop invloed kunnen uitoefenen;
  • b. door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op centraal niveau rekening wordt gehouden met de resultaten van cliëntenparticipatie op decentraal niveau.
5.

Indien de regeling, bedoeld in het eerste lid, voorziet in overleg op decentraal niveau, zijn het tweede en derde lid ten aanzien van dit overleg van overeenkomstige toepassing.

6.

In iedere vestiging wordt bekendheid gegeven aan de wijze waarop door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of de Sociale verzekeringsbank uitvoering wordt gegeven aan dit artikel.

7.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen andere onderwerpen worden aangewezen die in elk geval in de regeling, bedoeld in het eerste lid, worden geregeld en kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot dit artikel.

Artikel 8. Landelijke cliëntenraad

1.

Er is een landelijke cliëntenraad.

2.

De landelijke cliëntenraad bestaat uit negen vertegenwoordigers van landelijke cliëntenorganisaties, drie afgevaardigden uit elk van de overleggen, bedoeld in artikel 7, tweede lid, alsmede uit drie afgevaardigden uit de cliëntenparticipatie bij de gemeenten. De afgevaardigden betreffen personen of vertegenwoordigers van personen die als cliënt betrokken zijn bij de uitvoering van de taken van het desbetreffende bestuursorgaan.

3.

De landelijke cliëntenraad heeft tot taak periodiek, doch ten minste eenmaal per jaar, te overleggen met:

  • a. het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, de Sociale verzekeringsbank, de gemeenten en Onze Minister over de vormgeving en realisatie van cliëntenparticipatie bij de desbetreffende organen;
  • b. Onze Minister over voorstellen van de landelijke cliëntenraad inzake beleidsvragen op het gebied van werk en inkomen.
4.

De landelijke cliëntenraad heeft een secretariaat en vervult zijn taak met de middelen die hem door Onze Minister ter beschikking worden gesteld.

5.

De landelijke cliëntenraad krijgt alle informatie van de in het derde lid genoemde instanties, voor zover hij deze voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft.

6.

Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de financiering, de werkwijze en de ondersteuning van de landelijke cliëntenraad.

Artikel 9. Samenwerking

1.

Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, de Sociale verzekeringsbank en de colleges van burgemeester en wethouders werken samen bij de uitvoering van taken op grond van deze wet, de Participatiewet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen en de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening met het oog op een doeltreffende en klantgerichte uitoefening van die taken.

2.

De bestuursorganen, bedoeld in het eerste lid, werken voorts samen met betrekking tot andere taken met de uitvoering waarvan die bestuursorganen zijn belast en die verband houden met de uitoefening van de taken, bedoeld in het eerste lid, en met instellingen en diensten die werkzaamheden verrichten die verband houden met deze taken.

3.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent de vorm van de samenwerking, de afstemming van de samenwerking op de uitvoering van taken opgedragen bij of krachtens andere wetten dan die bedoeld in het eerste lid, en vergoeding van kosten.

4.

Bij algemene maatregel van bestuur worden indicatoren vastgesteld voor de taakuitoefening, bedoeld in dit artikel.

5.

Onze Minister kan, indien hij ernstige tekortkomingen vaststelt met betrekking tot de uitvoering van dit artikel en in samenhang daarmee van artikel 62, aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, de Sociale verzekeringsbank of het college van burgemeester en wethouders een aanwijzing geven met betrekking tot die uitvoering. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, de Sociale verzekeringsbank of het college van burgemeester en wethouders worden in de gelegenheid gesteld de uitvoering in overeenstemming te brengen met de aanwijzing binnen een door Onze Minister te stellen termijn. Indien Onze Minister van oordeel is dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, de Sociale verzekeringsbank of het college van burgemeester en wethouders na afloop van deze termijn niet aan de aanwijzing heeft voldaan, kan Onze Minister de noodzakelijke voorzieningen treffen.

Artikel 10. Regionale samenwerking bij dienstverlening

1.

Met het oog op de dienstverlening met betrekking tot de in artikel 9, eerste lid, bedoelde wetten werken het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de colleges van burgemeester en wethouders samen ten aanzien van de registratie van werkzoekenden en vacatures met behulp van de elektronische voorzieningen, bedoeld in artikel 62, tweede lid, en werken zij in regio’s samen bij de dienstverlening aan werkgevers en het verrichten van taken met betrekking tot de regionale arbeidsmarkt.

2.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent de vormgeving en geografische spreiding van de samenwerking, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 11. Certificering re-integratiebedrijven

1.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan bepaald worden dat werkzaamheden gericht op de inschakeling in de arbeid van werknemers en uitkeringsgerechtigden, indien zij op grond van de in artikel 9, eerste lid, bedoelde wetten, niet verricht worden door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of de colleges van burgemeester en wethouders, slechts worden verricht door re-integratiebedrijven, die in het bezit zijn van een in het tweede lid bedoeld certificaat.

2.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld voor de afgifte aan een re-integratiebedrijf van een certificaat waaruit blijkt dat hij voldoet aan bij of krachtens deze algemene maatregel van bestuur gestelde kwaliteits- en deskundigheidseisen.

3.

Onze Minister dan wel een door Onze Minister op grond van artikel 12 aangewezen instelling beslist op aanvraag over de afgifte van het certificaat, bedoeld in het eerste lid, en is tevens bevoegd een afgegeven certificaat in te trekken.

4.

Een certificaat wordt afgegeven voor een beperkte tijdsduur. Aan een certificaat kunnen voorschriften worden verbonden.

5.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld die in ieder geval betrekking hebben op:

  • a. de wijze waarop de aanvraag om een certificaat moet worden gedaan en de gegevens die daarbij van de aanvrager worden verlangd;
  • b. de gronden waarop en de gevallen waarin de afgifte van een certificaat kan worden geweigerd dan wel een afgegeven certificaat kan worden ingetrokken;
  • c. de vergoeding die verschuldigd is in verband met de afgifte van een certificaat en de wijze van betaling daarvan.

Artikel 12. Certificerende instelling

1.

Onze Minister kan op verzoek een instelling aanwijzen die de bevoegdheden, bedoeld in artikel 11, derde lid, uitoefent.

2.

Aan een aanwijzing krachtens het eerste lid kunnen voorschriften worden verbonden.

3.

Een krachtens dit artikel aangewezen instelling verstrekt desgevraagd kosteloos aan Onze Minister de voor de uitoefening van zijn taak benodigde inlichtingen. Onze Minister kan inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is.

4.

De artikelen 36, 37, en 42 van deze wet en de artikelen 21 en 23 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen zijn ten aanzien van de instelling, bedoeld in het eerste lid, van overeenkomstige toepassing.

5.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld voor:

  • a. de gronden waarop de in het eerste lid bedoelde aanwijzing kan worden gegeven, ingetrokken dan wel gewijzigd;
  • b. het opstellen van een verslag van werkzaamheden ten behoeve van Onze Minister.

Artikel 13. Andere taken

Vervallen

Artikel 14. Reïntegratiebedrijven

Vervallen

Artikel 15. Certificerende instelling

Vervallen

Hoofdstuk 3. De Raad voor werk en inkomen

Artikel 16. Raad voor werk en inkomen

Vervallen

Artikel 17. Taken van de Raad voor werk en inkomen

Vervallen

Artikel 18. Commissies

Vervallen

Artikel 19. Goedkeuring besluiten

Vervallen

Artikel 20. Subsidieverstrekking

Vervallen

Hoofdstuk 4. De Centrale organisatie werk en inkomen

Artikel 21. Taken van de Centrale organisatie werk en inkomen

Vervallen

Artikel 22. Non-discriminatiecode Centrale organisatie werk en inkomen

Vervallen

Artikel 23. Regionale platforms

Vervallen

Artikel 24. Centra voor werk en inkomen

Vervallen

Artikel 25. Registratie werkzoekenden en vacatures

Vervallen

Artikel 26. Beoordeling kans op werk, administratieve indeling en advies inschakeling arbeidsproces

Vervallen

Artikel 27. Werkstaking, uitsluiting of bedrijfsbezetting

Vervallen

Artikel 28. Aanvraag van een uitkering en een toeslag en aangifte van werkloosheid

Vervallen

Artikel 29. Het verstrekken van gegevens in verband met een uitkeringsaanvraag

Vervallen

Hoofdstuk 5. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen

Artikel 30. Taken in verband met uitkeringsverstrekking en algemene taken

1.

Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen heeft tot taak uitvoering te geven aan de wettelijke arbeidsongeschiktheidsverzekeringen, de wettelijke ziekengeldverzekering, de wettelijke werkloosheidsverzekering, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, de Toeslagenwet, de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen, alsmede aan wetten die de uitvoering van deze wetten beheersen, voor zover die uitvoering niet bij of krachtens enige wet aan anderen is opgedragen.

2.

Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen heeft tot taak het beheren en administreren van de fondsen, bedoeld in artikel 1, onderdelen j tot en met m en w, van de Wet financiering sociale verzekeringen, het Toeslagenfonds, genoemd in artikel 31 van de Toeslagenwet, en het Arbeidsongeschiktheidsfonds jonggehandicapten, genoemd in artikel 5:1 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten en het voeren van een adequate administratie ten behoeve van de uitoefening van zijn taken.

3.

Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verstrekt aan Onze Minister op zijn verzoek de inlichtingen die nodig zijn voor de beoordeling van de uitvoerbaarheid van beleidsvoornemens en wettelijke voorschriften, voor zover deze betrekking hebben op onderwerpen als bedoeld in dit hoofdstuk.

4.

Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verricht in opdracht van Onze Minister of uit eigen beweging onderzoek met betrekking tot de wettelijke taken van dit instituut en verzamelt en analyseert informatie ten behoeve van de bevordering van de werking van en het inzicht in de arbeidsmarkt.

5.

Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verricht diensten voor gegevensverkeer met het buitenland, waarbij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de hierna genoemde bestuursorganen de omvang van die diensten nader kunnen overeenkomen of voor zover dit voortvloeit uit internationaalrechtelijke voorschriften:

  • a. ten behoeve van een rechtmatige uitvoering van bij of krachtens deze wet of enige andere wet aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de Sociale verzekeringsbank opgedragen taken;
  • c. ten behoeve van Onze Minister met het oog op het toezicht op de naleving van wetten.
6.

Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verstrekt aan Onze Minister op zijn verzoek inlichtingen die nodig zijn voor de beoordeling van een verzoek om ontheffing als bedoeld in artikel 8, derde lid, van het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945.

Artikel 31. Beoordeling kans op werk en informatie over de arbeidsmarkt en sociale verzekeringen

1.

Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen draagt zorg voor een actueel oordeel over de kans op werk van iedere op grond van artikel 30b geregistreerde werkzoekende en onderzoekt zonodig op welke wijze die kans kan worden verbeterd.

2.

Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen draagt zorg voor gevraagde en ongevraagde verstrekking van deugdelijke informatie en advies over de arbeidsmarkt alsmede over de uitvoering van zijn taak aan werkgevers, werknemers, uitkeringsgerechtigden, verzekerden, werkzoekenden en andere belanghebbenden in verband met de uitvoering van de in artikel 30, eerste lid, genoemde verzekeringen en wetten alsmede de in artikel 30a bedoelde taak.

3.

Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen geeft voorlichting met betrekking tot de keuze van een beroep alsmede de voor een beroep benodigde opleiding.

4.

Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld betreffende de registratie van de beoordeling, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 32. Taak onderzoek en informatie op verzoek van werkgever, werknemer of eigenrisicodrager

1.

Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen stelt op verzoek van een werkgever of een werknemer een onderzoek in naar en geeft een oordeel over het bestaan van ongeschiktheid tot werken, indien de werknemer een geschil heeft met zijn werkgever over recht op loon als bedoeld in artikel 629, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek of recht op bezoldiging als bedoeld in artikel 76a, eerste lid, van de Ziektewet.

2.

Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen stelt op verzoek van een werkgever of een werknemer dan wel een eigenrisicodrager als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel h, van de Ziektewet of personen als bedoeld in artikel 29, tweede lid, onderdelen a, b en c, van die wet die laatstelijk tot hem in dienstbetrekking stonden, een onderzoek in naar en geeft een oordeel over de nakoming door de werknemer of de persoon die recht heeft op ziekengeld van verplichtingen als bedoeld in artikel 660a van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek dan wel overeenkomstige bepalingen.

3.

Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen stelt op verzoek van een werkgever of een werknemer dan wel een eigenrisicodrager als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel h, van de Ziektewet of personen als bedoeld in artikel 29, tweede lid, onderdelen a, b en c, van die wet die laatstelijk tot hem in dienstbetrekking stonden, een onderzoek in naar en geeft een oordeel over:

  • a. de aanwezigheid van passende arbeid, die de zieke werknemer voor de werkgever, respectievelijk de persoon die recht heeft op ziekengeld voor de eigenrisicodrager, in staat is te verrichten;
  • b. de vraag of de werkgever ten aanzien van zijn zieke werknemer, respectievelijk de eigenrisicodrager ten aanzien van de persoon aan wie hij ziekengeld moet betalen, voldoende en geschikte re-integratie-inspanningen heeft verricht; of
  • c. de vraag of de werknemer bij regelmaat de bedongen arbeid niet kan verrichten als gevolg van ziekte of gebreken van de werknemer, die niet het gevolg zijn van onvoldoende zorg van de werkgever voor de arbeidsomstandigheden, of het aannemelijk is dat binnen 26 weken geen herstel zal optreden en dat binnen die periode de bedongen arbeid niet in aangepaste vorm kan worden verricht, en of herplaatsing van de werknemer in een andere passende functie, al dan niet met behulp van scholing, niet tot de mogelijkheden behoort.
4.

Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen stelt op verzoek van een eigenrisicodrager als bedoeld in artikel 1 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen of de verzekerde, bedoeld in artikel 82, eerste lid, van die wet, die recht heeft op uitkering een onderzoek in naar en geeft een oordeel over de vraag of de eigenrisicodrager ten aanzien van genoemde verzekerde voldoende en geschikte re-integratie-inspanningen heeft verricht voor zover hieromtrent door de eigenrisicodrager geen besluit is afgegeven.

5.

Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen adviseert een overheidswerkgever als bedoeld in artikel 1, onderdeel i, van de Werkloosheidswet op diens verzoek met betrekking tot door die werkgever te verlenen ondersteuning aan de overheidswerknemer, bedoeld in artikel 1, onderdeel j, van de Werkloosheidswet aan wie toestemming als bedoeld in artikel 77a van de Werkloosheidswet is verleend.

6.

Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen stelt op verzoek van een overheidswerkgever als bedoeld in artikel 1, onderdeel i, van de Werkloosheidswet een onderzoek in naar en geeft een oordeel over de vraag of een overheidswerknemer als bedoeld in artikel 1, onderdeel j, van de Werkloosheidswet die gedurende een ononderbroken periode van 104 weken ongeschikt tot werken is geweest, nog ongeschikt tot werken is en over de vraag of het aannemelijk is dat de ongeschiktheid tot werken langer dan zesentwintig weken zal voortduren of over de vraag of redelijkerwijs niet de mogelijkheid bestaat om die overheidswerknemer binnen zesentwintig weken, indien nodig door middel van scholing, te herplaatsen in een aangepaste of andere functie, die voor die overheidswerknemer als passend kan worden beschouwd.

7.

Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verstrekt op verzoek van een werkgever of een werknemer informatie over de sociale verzekeringsaspecten van arbeidsongeschiktheid, werkloosheid en re-integratie.

Artikel 33. Polisadministratie

1.

Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen draagt zorg voor de inrichting en adequate werking van de polisadministratie.

2.

De polisadministratie heeft tot doel:

  • a. van de werknemer gegevens over zijn arbeidsverhouding en uitkeringsverhouding – daaronder begrepen duur, loon en premies werknemersverzekeringen – vast te leggen ten behoeve van de werknemersverzekeringen en de uitvoering van taken die bij of krachtens enige andere wet dan bedoeld in artikel 30, eerste lid, aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen zijn opgedragen;
  • b. besluiten over recht op uitkering of verstrekking te baseren op gegevens als bedoeld in onderdeel a met het oog waarop de werknemer wordt geïnformeerd over die gegevens en het al dan niet verzekerd zijn voor de werknemersverzekeringen;
  • d. de verwerking van gegevens van de werknemer over genoten loon in de zin van de Wet op de loonbelasting 1964, ingehouden loonbelasting, premie volksverzekeringen in de zin van de Wet financiering sociale verzekeringen, inkomensafhankelijke bijdrage als bedoeld in de Zorgverzekeringswet, alsmede andere gegevens van belang voor de heffing van de inkomstenbelasting ten behoeve van de uitvoering van de taken van de Belastingdienst;
  • e. de verwerking van overige gegevens van de werknemers van belang voor statistische doeleinden op het gebied van arbeid en lonen ten behoeve van het Centraal bureau voor de statistiek.
3.

Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen is de verwerkingsverantwoordelijke voorzover het betreft de verwerking van de gegevens, bedoeld in het tweede lid, onderdelen a, b en c, en de verwerker voorzover het betreft de verwerking van de gegevens, bedoeld in het tweede lid, onderdelen d en e.

4.

De verwerkingsverantwoordelijke voor de verwerking van de gegevens, bedoeld in het tweede lid, d en e, zijn respectievelijk Onze Minister van Financiën en het Centraal bureau voor de statistiek.

5.

De Belastingdienst verstrekt aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, in het kader van zijn taak bedoeld in het eerste lid, alle gegevens en inlichtingen, die verkregen zijn bij de uitvoering van de heffing van loonbelasting en van de artikelen 58, tweede lid, en 59 van de Wet financiering sociale verzekeringen, voorzover die gegevens en inlichtingen noodzakelijk zijn voor de verwerking van gegevens in de polisadministratie.

6.

De basisregistratie personen wordt ter verificatie geraadpleegd voor de verwerking van gegevens door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op grond van dit artikel.

7.

Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verstrekt aan de Belastingdienst alle gegevens en inlichtingen, die noodzakelijk zijn ten behoeve van de uitvoering van de taken van de Belastingdienst.

8.

De gegevens, bedoeld in het tweede lid, onderdeel e, kunnen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, de Sociale verzekeringsbank en de colleges van burgemeester en wethouders tevens verwerkt worden voor de uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 62.

9.

Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verstrekt Onze Minister en bestuursorganen als bedoeld in de artikelen, 62, 72 en 73, zevende lid, gegevens die op grond van het tweede lid, onderdelen a tot en met c, verwerkt worden in de polisadministratie, tenzij de gegevens, bedoeld in het tweede lid, onderdeel e, tevens verwerkt kunnen worden op grond van het achtste lid.

10.

Gegevens als bedoeld in het tweede lid, onderdeel e, over lonen kunnen voor de uitvoering van de pensioenregelingen of beroepspensioenregelingen tevens verwerkt worden door de pensioenuitvoerders en beroepspensioenfondsen, genoemd in artikel 73, eerste lid, onderdeel a, en voor regelingen inzake vervroegd uittreden op grond van een algemeen verbindend voorschrift door de stichtingen, genoemd in artikel 73, eerste lid, onderdeel b. Artikel 73, eerste en vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.

11.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld, in ieder geval over de inrichting, de gegevensset en de wijze van verkrijging van de gegevens van de polisadministratie. Tevens worden regels gesteld over het elektronische gegevensverkeer, de daarbij te gebruiken elektronische infrastructuur en de eisen die aan de gegevensverstrekking uit de polisadministratie worden gesteld.

Hoofdstuk 6. De Sociale verzekeringsbank

Artikel 34. Taken van de Sociale verzekeringsbank

1.

De Sociale verzekeringsbank heeft tot taak:

  • c. zorgdragen voor gevraagde en ongevraagde verstrekking van deugdelijke informatie aan werkgevers, werknemers, uitkeringsgerechtigden, verzekerden en andere belanghebbenden in verband met de uitvoering van de in onderdeel a genoemde wetten;
  • d. het uitvoeren van taken die bij of krachtens enige andere wet dan de in onderdeel a bedoelde wetten, aan de Sociale verzekeringsbank zijn opgedragen;
  • e. het in opdracht van Onze Minister of uit eigen beweging verrichten van onderzoek met betrekking tot de wettelijke taken van deze organisatie;
  • f. het aan Onze Minister op zijn verzoek verstrekken van de inlichtingen die nodig zijn voor de beoordeling van de uitvoerbaarheid van beleidsvoornemens en wettelijke voorschriften, voorzover deze betrekking hebben op onderwerpen als bedoeld in dit artikel;
  • g. het voeren van een adequate administratie ten behoeve van de uitoefening van haar taak.
2.

De Sociale verzekeringsbank verricht diensten voor gegevensverkeer met het buitenland, waarbij de Sociale verzekeringsbank en de hierna genoemde bestuursorganen de omvang van die diensten nader kunnen overeenkomen of voor zover dit voortvloeit uit internationaalrechtelijke voorschriften:

  • a. ten behoeve van een rechtmatige uitvoering van bij of krachtens deze wet of enige andere wet aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen opgedragen taken;
  • c. ten behoeve van Onze Minister met het oog op het toezicht op de naleving van wetten.
3.

De Sociale verzekeringsbank verwerkt gegevens afkomstig uit het buitenland en verricht taken in verband met deze gegevensverwerking:

  • c. ten behoeve van de vaststelling van het verzekerd zijn op grond van de werknemersverzekeringen, de volksverzekeringen, of het verzekeringsplichtig zijn op grond van de Zorgverzekeringswet, voor zover dit voortvloeit uit internationaalrechtelijke voorschriften, dan wel stelt op basis van door de Sociale verzekeringsbank te verwerken gegevens op verzoek van de genoemde bestuursorganen en de zorgverzekeraars, genoemd in de Zorgverzekeringswet, verzekering of verzekeringstijdvakken vast;
4.

De Sociale verzekeringsbank verstrekt op verzoek van een verzekerde, een Wlz-uitvoerder als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet langdurige zorg, een zorgverzekeraar als bedoeld in artikel 1 van de Zorgverzekeringswet of andere belanghebbende informatie over de verzekeringsstatus van de verzekerde voor zover deze informatie noodzakelijk is voor de uitvoering van de Wet langdurige zorg en de Zorgverzekeringswet en verstrekt op verzoek van een verzekerde informatie over de verzekeringstijdvakken en daarop gebaseerde aanspraak op ouderdomspensioen.

5.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de financiering van deze taken.

Artikel 35. Verzekerdenadministratie Sociale verzekeringsbank

1.

De Sociale verzekeringsbank is de verwerkingsverantwoordelijke voor de verwerking van gegevens over verzekerden en uitkeringsgerechtigden in de zin van de volksverzekeringen en over bij de verzekerden behorende personen in de verzekerdenadministratie.

2.

De verwerking van gegevens in de verzekerdenadministratie heeft tot doel:

  • a. van verzekerden, pensioengerechtigden, nabestaanden en andere uitkeringsgerechtigden gegevens te verwerken noodzakelijk voor de uitvoering van de wetten, genoemd in artikel 34, eerste lid, onderdeel a;
  • e. gegevens vast te leggen over verzekerde en niet verzekerde tijdvakken op grond van verplichte of vrijwillige verzekering voor de volksverzekeringen;
  • f. gegevens te verwerken om te voldoen aan verplichtingen van de Sociale verzekeringsbank op grond van internationaalrechtelijke voorschriften.
3.

Voorzover de Sociale verzekeringsbank geen verwerkingsverantwoordelijke is, is de Sociale verzekeringsbank verwerker voor de verwerking van gegevens ter uitvoering van de taak, bedoeld in artikel 34, tweede en derde lid.

4.

De Sociale verzekeringsbank verstrekt Onze Minister en bestuursorganen als bedoeld in de artikelen 62, 72 en 73, zevende lid, gegevens als bedoeld in het tweede lid die verwerkt worden in de verzekerdenadministratie, voorzover deze gegevens niet verwerkt worden in de polisadministratie, bedoeld in artikel 33, en verstrekt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen alle gegevens, die noodzakelijk zijn voor verwerking van gegevens in de polisadministratie.

5.

De gegevens, die door de Sociale verzekeringsbank worden verwerkt worden niet verkregen van de in het tweede lid genoemde personen, voorzover zij verkregen kunnen worden uit de basisregistratie personen of de polisadministratie, bedoeld in artikel 33, tenzij hierdoor een goede vervulling van de taak van de Sociale verzekeringsbank op grond van dit artikel wordt belet of bij wettelijk voorschrift anders is bepaald. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen andere administraties worden aangewezen waarvoor de eerste zin van toepassing is, worden regels gesteld over de gegevens die het betreft en kunnen administraties worden aangewezen waarvoor de eerste zin tijdelijk niet van toepassing is. Indien het authentieke gegevens uit andere basisregistraties betreft, is dit lid van overeenkomstige toepassing.

6.

Artikel 33b is van overeenkomstige toepassing.

7.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld, in ieder geval over de inrichting en de gegevensset van de verzekerdenadministratie. Tevens worden regels gesteld over het elektronische gegevensverkeer, de daarbij te gebruiken elektronische infrastructuur en de eisen die aan de gegevensverstrekking uit de verzekerdenadministratie worden gesteld.

8.

De voordracht voor een krachtens het vijfde lid, tweede zin, vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan twee weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.

Hoofdstuk 7. Toezicht

Artikel 36. Toezicht door Inspectie Werk en Inkomen

Vervallen

Artikel 37. Taken Nederlandse Arbeidsinspectie op het gebied van werk en inkomen

1.

De Nederlandse Arbeidsinspectie is belast met het toezicht op de doeltreffendheid van de uitvoering van de bij of krachtens deze wet of enige andere wet aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de Sociale verzekeringsbank opgedragen taken.

2.

De Nederlandse Arbeidsinspectie is belast met het toezicht op de wijze waarop het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, de Sociale verzekeringsbank, en de colleges van burgemeester en wethouders bij de uitvoering van de aan hen opgedragen taken samenwerken als bedoeld in de artikelen 9, 10 en 10a.

3.

De Nederlandse Arbeidsinspectie is belast met het toezicht op de wijze waarop de colleges van burgemeester en wethouders gezamenlijk bijdragen aan het behalen van de doelen op het terrein van werk en inkomen.

Artikel 38. Jaarplan, jaarverslag en rapportages van Nederlandse Arbeidsinspectie

1.

De Nederlandse Arbeidsinspectie stelt eens per vier jaar vóór 1 juli een meerjarig toezichtsplan en jaarlijks vóór 1 juli een plan van werkzaamheden vast.

2.

Jaarlijks vóór 1 mei stelt de Nederlandse Arbeidsinspectie een verslag op over de uitkomsten van de toezichtswerkzaamheden in het afgelopen kalenderjaar. Onze Minister brengt het jaarverslag, voorzien van zijn oordeel, vóór de derde woensdag in mei ter kennis van de beide Kamers der Staten-Generaal.

3.

Onze Minister brengt de bescheiden, bedoeld in het eerste lid, alsmede alle overige, door de Nederlandse Arbeidsinspectie relevant geachte, rapportages, in de vorm waarin deze hem zijn voorgelegd en voorzien van zijn oordeel, binnen vier weken na ontvangst, ter kennis aan de beide kamers der Staten-Generaal.

Artikel 39. Andere taken en werkzaamheden

1.

De Nederlandse Arbeidsinspectie is met betrekking tot de haar bij of krachtens de wet opgedragen taken bevoegd tot het verrichten van niet in het jaarplan opgenomen of aanvullende werkzaamheden.

2.

Onze Minister stelt vast met welke andere dan de in artikel 37 bedoelde taken en werkzaamheden de Nederlandse Arbeidsinspectie wordt belast. Deze taken en werkzaamheden worden opgenomen in het jaarplan, bedoeld in artikel 38, eerste lid.

3.

Indien Onze Minister met de Nederlandse Arbeidsinspectie geen overeenstemming bereikt over werkzaamheden als bedoeld in het eerste lid dan wel overweegt aan de Nederlandse Arbeidsinspectie andere dan de in dit hoofdstuk genoemde of in het jaarplan opgenomen taken op te dragen, stelt hij de beide kamers der Staten-Generaal hiervan in kennis.

Artikel 40. Voorlichting en communicatie

1.

De Nederlandse Arbeidsinspectie draagt zorg voor de verspreiding van het jaarverslag en de overige rapportages, bedoeld in artikel 38, en verzorgt de voorlichting over de daarin opgenomen bevindingen.

2.

De Nederlandse Arbeidsinspectie geeft niet eerder uitvoering aan het eerste lid dan nadat Onze Minister het desbetreffende jaarverslag of de desbetreffende rapportage openbaar heeft gemaakt.

Artikel 41. Toezichtbaarheidstoets

De Nederlandse Arbeidsinspectie beoordeelt op verzoek van Onze Minister de mogelijkheden van het houden van toezicht op de uitvoering van beleidsvoornemens en voorgenomen wettelijke voorschriften door de in artikel 37 genoemde bestuursorganen.

Artikel 42. Gegevensverstrekking aan de Nederlandse Arbeidsinspectie

1.

Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, de Sociale verzekeringsbank en de colleges van burgemeester en wethouders verstrekken op verzoek, kosteloos, aan de Nederlandse Arbeidsinspectie alle gegevens, waaronder het burgerservicenummer, bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer, en gegevens over gezondheid in de zin van artikel 9 van de Algemene verordening gegevensbescherming, en inlichtingen en verlenen de Nederlandse Arbeidsinspectie op verzoek toegang tot en inzage in gegevens en bescheiden die voor de uitoefening van haar taak, bedoeld in hoofdstuk 7, noodzakelijk zijn.

2.

De Nederlandse Arbeidsinspectie kan de gegevens, bedoeld in het eerste lid, verwerken voor de uitoefening van haar taak, bedoeld in hoofdstuk 7.

3.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot de verstrekking en verwerking van gegevens over gezondheid.

4.

De Nederlandse Arbeidsinspectie bepaalt de termijn waarbinnen en de wijze waarop aan de in het eerste lid bedoelde verplichtingen wordt voldaan.

Artikel 43. Kennisgeving besluiten

Vervallen

Artikel 44. Inrichting en positie Inspectie Werk en Inkomen

Vervallen

Hoofdstuk 8. Financiële bepalingen, planning en verslaglegging

Artikel 45. Uitvoeringskosten

1.

De uitvoeringskosten van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen komen ten laste van:

  • b. vervallen;
  • e. de daartoe door Onze Minister of Onze Minister wie het aangaat toegekende rijksbijdrage.
2.

De uitvoeringskosten van de Sociale verzekeringsbank komen ten laste van:

  • c. de daartoe door Onze Minister toegekende rijksbijdrage, die in ieder geval strekt tot financiering van subsidies en uitkeringen op grond van de Kaderwet SZW-subsidies, of de daartoe door Onze Minister wie het aangaat toegekende rijksbijdrage.
3.

Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent de verdeling van de uitvoeringskosten over de fondsen en de rijksbijdragen.

Artikel 46. Jaarplan met begroting en meerjarenbeleidsplan

1.

Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de Sociale verzekeringsbank stellen ieder elk jaar een jaarplan met begroting voor het komende kalenderjaar vast en bieden dit vóór een door hem vast te stellen datum aan Onze Minister aan. Een besluit tot vaststelling van het jaarplan met begroting behoeft de goedkeuring van Onze Minister.

2.

Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent de inhoud en de indiening van het jaarplan met begroting. Ten aanzien van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen hebben deze regels in ieder geval betrekking op de dienstverlening.

3.

Onze Minister brengt het in het eerste lid bedoelde jaarplan alsmede zijn oordeel daarover jaarlijks ter kennis van de beide Kamers der Staten-Generaal.

Artikel 47. Voorafgaande instemming besluiten

1.

Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de Sociale verzekeringsbank behoeven, tenzij het desbetreffende besluit in het door Onze Minister goedgekeurde jaarplan met begroting is opgenomen, de voorafgaande instemming van Onze Minister voor een besluit tot:

  • a. het oprichten dan wel deelnemen in een rechtspersoon;
  • b. het in eigendom verwerven, het vervreemden of het bezwaren van registergoederen;
  • c. het aangaan en beëindigen van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding of bezwaring van registergoederen of tot huur, verhuur of pacht daarvan;
  • d. het aangaan van kredietovereenkomsten en van overeenkomsten van geldlening;
  • e. het aangaan van overeenkomsten waarbij de betrokken rechtspersoon zich verbindt tot zekerheidstelling met inbegrip van zekerheidstelling voor schulden van derden of waarbij deze zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt of zich voor een derde sterk maakt;
  • f. het vormen van fondsen en reserveringen;
  • g. het doen van aangifte tot faillissement of het aanvragen van surséance van betaling van de betrokken rechtspersoon.
2.

Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot het eerste lid, waarin in ieder geval kan worden bepaald, dat ten aanzien van de situaties, bedoeld in het eerste lid, onderdelen b tot en met f, beneden een bepaald bedrag de voorafgaande instemming van Onze Minister niet is vereist.

Artikel 48. Vaststelling budget uitvoeringskosten en budgetdiscipline

1.

Onze Minister stelt jaarlijks vóór 1 december het budget voor de uitvoeringskosten van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de Sociale verzekeringsbank voor het eerstvolgende kalenderjaar vast.

2.

Onze Minister kan besluiten het budget voor de uitvoeringskosten van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de Sociale verzekeringsbank te wijzigen.

3.

Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de Sociale verzekeringsbank gaan met betrekking tot de uitvoering van verzekeringen en wetten geen verplichtingen aan en doen geen uitgaven die leiden tot overschrijden van het voor hen vastgestelde budget voor de uitvoeringskosten.

4.

Wanneer het budget voor de uitvoeringskosten van de in het eerste lid genoemde rechtspersonen niet is vastgesteld vóór 1 januari van het kalenderjaar waarop de begroting betrekking heeft, zijn deze rechtspersonen bevoegd, teneinde hun activiteiten gaande te houden, te beschikken over ten hoogste een derde gedeelte van het budget dat laatstelijk voor hen voor een geheel jaar is vastgesteld.

5.

Onze Minister kan besluiten dat een in het tweede lid genoemde rechtspersoon, in een geval als bedoeld in het vierde lid, kan beschikken over meer dan een derde gedeelte van het budget dat laatstelijk voor deze rechtspersoon voor een geheel jaar is vastgesteld.

Artikel 49. Nadere regels jaarverslag, jaarrekening, tussentijdse rapportages en accountantscontrole

1.

Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de Sociale verzekeringsbank bieden jaarlijks een jaarverslag en een jaarrekening vóór 15 maart aan Onze Minister aan en zenden het jaarverslag vóór de derde woensdag in mei aan beide Kamers der Staten-Generaal.

2.

Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de Sociale verzekeringsbank stellen tussentijdse verslagen op en bieden deze op een bij ministeriële regeling te bepalen tijdstip aan Onze Minister aan.

3.

Indien het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de Sociale verzekeringsbank accountants in dienst hebben aangesteld, is:

  • c. het bepaalde bij en krachtens de artikelen 15 en 16 van de Wet toezicht accountantsorganisaties van overeenkomstige toepassing op de personen die de dagelijkse leiding hebben over het onderdeel van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de Sociale verzekeringsbank waarbij de in de aanhef bedoelde accountants werkzaam zijn.
4.

Onze Minister brengt de jaarrekeningen en jaarverslagen van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de Sociale verzekeringsbank alsmede zijn oordeel daaromtrent jaarlijks vóór de derde woensdag in mei ter kennis van de beide Kamers der Staten-Generaal.

5.

Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over het jaarverslag, de jaarrekening, de accountantscontrole, de accountantsverklaring en het aan die verklaring ten grondslag liggende onderzoek en de tussentijdse verslagen.

Artikel 50. Jaarverslag, jaarrekening, accountantscontrole en tussentijdse verslagen Raad voor werk en inkomen

Vervallen

Artikel 51. Financiering uitvoering Participatiewet door de Sociale verzekeringsbank

1.

Onze minister verstrekt jaarlijks ten laste van ’s Rijks kas aan de Sociale verzekeringsbank een uitkering voor de kosten van de door haar toegekende algemene bijstand in de vorm van een aanvullende inkomensvoorziening ouderen, bedoeld in artikel 47a, eerste lid, van de Participatiewet en voor de daarbij verschuldigde loonbelasting, premies voor de volksverzekeringen en de inkomensafhankelijke bijdrage, bedoeld in artikel 42 van de Zorgverzekeringswet.

2.

De Sociale verzekeringsbank beheert en administreert de uitkering afzonderlijk.

3.

Dit hoofdstuk is van toepassing voor begroting, beheer en verantwoording door de Sociale verzekeringsbank van de uitvoering van paragraaf 5.4 van de Participatiewet.

4.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld voor de berekening van het bedrag van de uitkering en de daarvoor noodzakelijke gegevens.

Artikel 52. Egalisatiereserve

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over onder meer de maximaal toegestane omvang van de door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de Sociale verzekeringsbank te vormen egalisatiereserve.

Artikel 53. Regels omtrent afdracht van gelden door het Rijk

Vervallen

Hoofdstuk 9. Informatiebepalingen

Artikel 54. Verstrekking van gegevens aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, de Sociale verzekeringsbank, de Nederlandse Arbeidsinspectie en de minister

1.

Een ieder verstrekt op verzoek aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, de Sociale verzekeringsbank en Onze Minister en de Nederlandse Arbeidsinspectie, kosteloos, alle gegevens en inlichtingen die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van bij of krachtens deze wet of enige andere wet door het desbetreffende bestuursorgaan en de Nederlandse Arbeidsinspectie uit te voeren taken ten opzichte van:

  • a. de betrokken persoon zelf;
  • b. de persoon in wiens dienst of voor wie hij arbeid verricht, heeft verricht of zou kunnen gaan verrichten;
  • c. de persoon, die in zijn dienst of voor hem arbeid verricht, heeft verricht of zou kunnen gaan verrichten.
2.

Een ieder kan uit eigen beweging de in het eerste lid bedoelde gegevens en inlichtingen aan de in het eerste lid bedoelde bestuursorganen en aan de Nederlandse Arbeidsinspectie verstrekken.

3.

Alle gegevens en inlichtingen die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de in het eerste lid bedoelde taken worden aan de in dat lid genoemde bestuursorganen en aan de Nederlandse Arbeidsinspectie op verzoek, kosteloos, tevens verstrekt door:

  • a. de colleges van burgemeester en wethouders;
  • b. de Belastingdienst;
  • e. de bedrijfstakpensioenfondsen, ondernemingspensioenfondsen, risicofondsen, stichtingen tot uitvoering van een regeling inzake vervroegd uittreden, en andere organen belast met het doen van uitkeringen of verstrekkingen die bij of krachtens artikel 6 van de Toeslagenwet als inkomen worden aangemerkt;
  • f. de Kamer van Koophandel, met dien verstande dat dit, in afwijking van de aanhef van dit lid, geschiedt tegen betaling van de daarvoor op grond van de Handelsregisterwet 2007 vastgestelde vergoeding;
  • g. de korpschef en de bevelhebber van de Koninklijke marechaussee in de zin van de Vreemdelingenwet 2000;
  • h. Onze Minister van Veiligheid en Justitie voor zover het betreft de persoon die rechtens zijn vrijheid is ontnomen of de persoon die zich onttrekt aan de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel;
  • j. griffiers van colleges, geheel of ten dele met rechtspraak belast, desgevraagd in de vorm van uittreksels uit of afschriften van uitspraken, registers en andere stukken;
  • k. Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
  • n. Onze Minister en de colleges van burgemeester en wethouders voor zover het gegevens betreft die verwerkt worden in het landelijk register kinderopvang, bedoeld in de Wet kinderopvang.
4.

De in het eerste en derde lid bedoelde gegevens en inlichtingen worden op verzoek, binnen de daarbij gestelde termijn, verstrekt in schriftelijke vorm of in een andere vorm die redelijkerwijs kan worden verlangd.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)