Wet van 29 november 2001, houdende regels tot vaststelling van een structuur voor de uitvoering van taken met betrekking tot de arbeidsvoorziening en socialeverzekeringswetten (Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen)
Degene op wie de in het eerste en derde lid bedoelde verplichting rust geeft op verzoek aan een bestuursorgaan als bedoeld in het eerste lid, alsmede aan de Nederlandse Arbeidsinspectie inzage in alle bescheiden en andere gegevensdragers, stelt deze op verzoek ter beschikking voor het nemen van afschrift en verleent de ter zake verlangde medewerking, voorzover dit noodzakelijk is voor de uitvoering van de in het eerste lid bedoelde taken door het in dat lid bedoelde bestuursorgaan en de Nederlandse Arbeidsinspectie.
De Belastingdienst verstrekt aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de Sociale verzekeringsbank, zonder dat daaraan een verzoek ten grondslag ligt, gegevens over samenloop van een uitkering met inkomen uit of in verband met arbeid of bedrijf of over vermogen, die bij de uitvoering van een belastingwet of bij de invordering van enige rijksbelasting bekend zijn geworden, voor zover die gegevens noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de in het eerste lid bedoelde taken met betrekking tot het verstrekken van uitkeringen en taken, bedoeld in artikel 30, vijfde lid, en artikel 34, tweede lid. Voorts verstrekt de Belastingdienst aan de Sociale verzekeringsbank, zonder dat daaraan een verzoek ten grondslag ligt, gegevens over verzekerde en niet verzekerde tijdvakken, die bij de uitvoering van een belastingwet of bij de invordering van enige rijksbelasting bekend zijn geworden, voor zover die gegevens noodzakelijk zijn voor de verzekerdenadministratie, bedoeld in artikel 35.
Onze Minister van Buitenlandse Zaken verstrekt ten aanzien van de Nederlander die in het buitenland rechtens zijn vrijheid is ontnomen, onverwijld en kosteloos de gegevens en inlichtingen waarover hij beschikt en die noodzakelijk zijn voor het recht op uitkering, aan de Sociale verzekeringsbank en het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, waarbij hij gebruik kan maken van het burgerservicenummer. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de uitvoering van dit lid.
Alle gegevens en inlichtingen die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de in het eerste lid bedoelde taken, worden aan de in dat lid genoemde bestuursorganen tevens verstrekt door:
- a. de instanties die in het kader van de openbare nutsvoorzieningen energie en water leveren;
- b. de instanties en personen die woonruimte verhuren.
Onze Minister van Veiligheid en Justitie verstrekt ten aanzien van de persoon die rechtens zijn vrijheid is ontnomen of de persoon die zich onttrekt aan de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel, onverwijld en kosteloos de gegevens en alle overige opgaven en inlichtingen, waarover deze beschikt en die noodzakelijk zijn voor het recht op uitkering, aan de Sociale verzekeringsbank en het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, waarbij hij gebruik kan maken van het burgerservicenummer.
Re-integratiebedrijven verstrekken aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen alle gegevens en inlichtingen die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de krachtens deze wet aan het Uitvoeringsinstituut opgedragen taken. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld voor de gegevens die worden verstrekt.
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen andere instanties dan genoemd in het derde, zesde, zevende, achtste en negende lid worden aangewezen, waarvoor de verplichtingen, bedoeld in het derde, vierde en vijfde lid, eveneens gelden, voor zover het betreft de verstrekking van nader bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen gegevens en inlichtingen, en bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld voor het verder verwerken van voor het toezicht op de naleving van wetten ontvangen gegevens met het oog op de opsporing van strafbare feiten als bedoeld in artikel 85.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld voor de voorwaarden, die aan de gegevensverstrekking op grond van dit artikel worden verbonden.
Artikel 55. Vaststelling identiteit
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de Sociale verzekeringsbank stellen bij de uitoefening van hun taak de identiteit van de belanghebbende vast aan de hand van een document als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder 1° tot en met 3°, van de Wet op de identificatieplicht, voorzover dit noodzakelijk is voor de uitoefening van die taak.
Een ieder verstrekt op verzoek onverwijld aan de in het eerste lid genoemde rechtspersonen inzage in een op hem betrekking hebbend document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht, voorzover dit redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van wettelijke taken door de betrokken rechtspersoon.
De werkgever treft in zijn bedrijf zodanige maatregelen dat de daar werkzame personen gedurende de arbeidstijd aan de verplichting bedoeld in het tweede lid kunnen voldoen.
Artikel 56. Melding door de Centrale organisatie werk en inkomen van het niet nakomen van verplichtingen
Vervallen
Artikel 57. Melding in verband met aanspraak op wettelijk geldend minimumloon
Vervallen
Artikel 58. Meldingen door werkgever aan Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
Vervallen
Artikel 59. Meldingen door verzekerde aan Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
Vervallen
Artikel 60. Verzekerdenadministratie van de werkgever
Vervallen
Artikel 61. Melding bij vermoeden van misdrijf
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, de Belastingdienst en de Sociale verzekeringsbank zijn verplicht, indien zij bij de uitvoering van deze wet en de Wet financiering sociale verzekeringen het gegronde vermoeden krijgen van een misdrijf dat is gepleegd ten nadele van deze organen of een ander orgaan, voorzover dit is belast met het verrichten van uitkeringen, het doen van verstrekkingen dan wel het heffen van premies en bijdragen, het betrokken orgaan hiervan in kennis te stellen.
Artikel 62. Onderlinge gegevensverstrekking door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, de Sociale verzekeringsbank en de gemeenten
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, de Sociale verzekeringsbank en de colleges van burgemeester en wethouders verstrekken elkaar uit eigen beweging en op verzoek, kosteloos, alle gegevens en inlichtingen die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de taken die bij of krachtens deze wet of enige andere wet aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, de Sociale verzekeringsbank en bij of krachtens de Participatiewet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening of bij of krachtens andere wetten aan de colleges van burgemeester en wethouders zijn opgedragen, voor zover dit voortvloeit uit de samenwerking, bedoeld in artikel 9.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, de Sociale verzekeringsbank en de colleges van burgemeester en wethouders dragen gezamenlijk zorg voor de instandhouding van elektronische voorzieningen voor de verwerking van de gegevens, bedoeld in het eerste lid, voor zover dat noodzakelijk is voor de uitvoering van de taken die bij of krachtens deze wet of enige andere wet aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, de Sociale verzekeringsbank en bij of krachtens de Participatiewet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen of de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening aan colleges van burgemeester en wethouders zijn opgedragen. De elektronische voorzieningen hebben mede betrekking op de verwerking van gegevens waarvan de verkrijging en verstrekking door de in de eerste zin genoemde bestuursorganen op grond van enig wettelijk voorschrift is toegestaan.
Bij de gegevensverwerking voor de uitvoering van de diensten en taken, bedoeld in artikel 10, zijn het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de colleges van burgemeester en wethouders gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijken als bedoeld in artikel 26 van de Algemene verordening gegevensbescherming voor de verwerking van gegevens voor de uitvoering van taken ten aanzien van dezelfde uitkeringsgerechtigde of werkzoekende.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot het tweede en derde lid in ieder geval met betrekking tot de inrichting, het beheer en de beveiliging van de elektronische voorzieningen.
Artikel 63. Nadere regels Inlichtingenbureau
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld voor de taken, de financiering en het beheer van het Inlichtingenbureau bij de toepassing van de in artikel 62 genoemde wetten.
Artikel 64. Gegevensverstrekking ten behoeve van samenwerkingsverband
Ten behoeve van een integraal overheidsoptreden ten aanzien van de voorkoming en bestrijding van onrechtmatig gebruik van overheidsgelden en overheidsvoorzieningen op het terrein van de sociale zekerheid en de inkomensafhankelijke regelingen, de voorkoming en bestrijding van belasting- en premiefraude en het niet naleven van de arbeidswetten, wordt samengewerkt door:
- a. de colleges van burgemeester en wethouders, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de Sociale verzekeringsbank, in verband met de uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 62;
- b. de personen die bij of krachtens wettelijk voorschrift zijn belast met het houden van toezicht op de naleving dan wel de uitvoering van andere regelgeving op het terrein van Onze Minister;
- c. de Belastingdienst;
- d. andere bestuursorganen en personen voor zover zij zijn belast met een publiekrechtelijke taak en daartoe bij regeling van Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Financiën zijn aangewezen.
In een samenwerkingsverband van twee of meer van de bestuursorganen en personen, bedoeld in het eerste lid, worden gegevens verwerkt, die ten behoeve van het doel, bedoeld in het eerste lid, noodzakelijk zijn voor dat samenwerkingsverband. Bij de gegevensverwerking in het samenwerkingsverband zijn de samenwerkende bestuursorganen en personen gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijken als bedoeld in artikel 26 van de Algemene verordening gegevensbescherming.
Ingeval twee of meer van de in het eerste lid genoemde bestuursorganen en personen besluiten tot deelname aan een samenwerkingsverband zijn deze bestuursorganen en personen verplicht de noodzakelijke gegevens, bedoeld in het tweede lid, te verstrekken aan de in het samenwerkingsverband deelnemende bestuursorganen en personen.
In afwijking van het derde lid worden de noodzakelijke gegevens, bedoeld in het tweede lid, aan Onze Minister verstrekt indien een verzoek als bedoeld in artikel 65, eerste lid, is gedaan.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het samenwerkingsverband, bedoeld in het tweede lid.
Artikel 65. Systeem risico indicatie (SyRI)
Met inachtneming van het bepaalde in artikel 64 verwerkt Onze Minister als verwerkingsverantwoordelijke op verzoek van de bestuursorganen en personen, bedoeld in artikel 64, eerste lid, gegevens, bedoeld in artikel 64, tweede lid, in het systeem risico indicatie voor het uitvoeren van risicoanalyses ten behoeve van het doel, bedoeld in artikel 64, eerste lid.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, kunnen uitsluitend worden gebruikt voor het doen van een risicomelding over een natuurlijke persoon of rechtspersoon ten behoeve van het doel, bedoeld in artikel 64, eerste lid. Onder risicomelding wordt verstaan de verstrekking op naam uit het systeem risico indicatie die een constatering van een verhoogd risico op onrechtmatig gebruik van overheidsgelden en overheidsvoorzieningen op het terrein van de sociale zekerheid en de inkomensafhankelijke regelingen, belasting- en premiefraude dan wel het niet naleven van de arbeidswetten door een natuurlijke persoon of rechtspersoon bevat en waarvan de risicoanalyse, die bestaat uit gegevens uit het systeem risico indicatie die in samenhang wordt gepresenteerd, onderdeel is.
Onze Minister:
- a. doet in individuele gevallen risicomeldingen aan de bestuursorganen en personen, bedoeld in artikel 64, eerste lid, voor zover het verzoek, bedoeld in het eerste lid, van hen afkomstig is en voor zover dat noodzakelijk is voor een goede uitvoering van hun wettelijke taak; en
- b. kan op verzoek risicomeldingen doen aan het openbaar ministerie en de politie voor zover dat noodzakelijk is voor de uitoefening van hun wettelijke taak.
Een ieder die krachtens dit artikel de beschikking krijgt over in een risicomelding neergelegde gegevens met betrekking tot een natuurlijke persoon of rechtspersoon als bedoeld in het tweede lid, is verplicht tot geheimhouding daarvan met overeenkomstige toepassing van de ten aanzien van de gegevens geldende wettelijke geheimhoudingsplicht.
Onze Minister bewaart het gegeven dat een risicomelding heeft plaatsgevonden niet langer dan noodzakelijk is voor het doel van het verwerken van de risicomeldingen maar niet langer dan twee jaar.
Het bestuursorgaan of de persoon die een risicomelding ontvangt, kan gedurende twee jaren gebruik maken van de risicomelding en koppelt de resultaten van de risicomelding terug aan Onze Minister.
De gegevens, bedoeld in het tweede lid, worden uit het systeem risico indicatie verwijderd uiterlijk twee jaren na opneming in het systeem.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent het bepaalde in dit artikel. Deze regels hebben in ieder geval betrekking op:
- a. het samenwerkingsverband;
- b. de voorwaarden voor het verzoek, bedoeld in het eerste lid;
- c. de wijze waarop de gegevens ten behoeve van het systeem risico indicatie worden verstrekt en de gegevens die in het systeem worden verwerkt;
- d. het aanwijzen van een verwerker;
- e. de taak van de verwerker waaronder pseudonimisering van de in het tweede lid genoemde gegevens voor het uitvoeren van een risicoanalyse in het systeem risico indicatie;
- f. de analyse van de gegevens door Onze Minister;
- g. de wijze waarop de verstrekking van gegevens uit het systeem risico indicatie plaatsvindt;
- h. een door Onze Minister uit te voeren evaluatie naar aanleiding van de ontvangen terugkoppelingen, bedoeld in het zesde lid.
Artikel 66. Stelselontwerp Suwinet
Vervallen
Artikel 67. Beheertaken Suwinet
Vervallen
Artikel 68. Jaarlijks verslag
Vervallen
Artikel 69. Toerekening van kosten
Vervallen
Artikel 70. Sociale verzekeringsbank
Vervallen
Artikel 71. Overleg over nadere regels
Vervallen
Artikel 72. Gegevensverstrekking door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, de colleges van burgemeester en wethouders en de Sociale verzekeringsbank aan de Minister
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, de colleges van burgemeester en wethouders en de Sociale verzekeringsbank verstrekken op verzoek, kosteloos, aan Onze Minister en, in overeenstemming met Onze Minister, aan de Minister die belast is met aangelegenheden betreffende beleid bij de uitvoering waarvan het betrokken bestuursorgaan een taak heeft, alle gegevens en inlichtingen die voor de uitoefening van de taak van Onze Minister en van Onze betrokken Minister noodzakelijk zijn. Zij verlenen Onze Minister op verzoek toegang tot en inzage in gegevens en bescheiden voor zover dat voor de uitoefening van zijn taken en van Onze Minister wie het aangaat noodzakelijk is. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld voor de termijn waarbinnen en de wijze waarop aan de in dit artikel bedoelde verplichtingen wordt voldaan.
Artikel 73. Gegevensverstrekking door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de Sociale verzekeringsbank en de Minister
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de Sociale verzekeringsbank zijn bevoegd op verzoek uit de onder hun verantwoordelijkheid gevoerde administratie aan:
- a. pensioenuitvoerders als bedoeld in artikel 1 van de Pensioenwet en beroepspensioenfondsen als bedoeld in artikel 1 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, die pensioenregelingen respectievelijk beroepspensioenregelingen uitvoeren, alle gegevens en inlichtingen te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van die pensioenregelingen respectievelijk beroepspensioenregelingen;
- b. stichtingen die regelingen inzake vervroegd uittreden op grond van een algemeen verbindend voorschrift uitvoeren, alle gegevens en inlichtingen te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van die regelingen;
- c. financiële ondernemingen die ingevolge de Wet op het financieel toezicht in Nederland het bedrijf van levensverzekeraar of schadeverzekeraar mogen uitoefenen alle gegevens, en inlichtingen te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van verzekeringen van uitkeringen ten gevolge van arbeidsongeschiktheid of overlijden die tussen werkgevers en werknemers zijn overeengekomen,
onder de voorwaarde dat de bedoelde gegevens uitsluitend voor dat doel worden verwerkt.
Bij de gegevensverwerking, bedoeld in de onderdelen a en c, kan het burgerservicenummer worden gebruikt.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de Sociale verzekeringsbank zijn bevoegd op verzoek uit de onder hun verantwoordelijkheid gevoerde administratie aan risicofondsen of bij collectieve arbeidsovereenkomst aangewezen instellingen die belast zijn met de uitvoering van de in de collectieve arbeidsovereenkomst opgenomen collectieve voorzieningen voor werknemers of instellingen die belast zijn met de uitvoering van de in een rechtspositieregeling opgenomen collectieve voorzieningen voor overheidswerknemers als bedoeld in artikel 1, onderdeel j, van de Werkloosheidswet, alle gegevens en inlichtingen te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de statuten en reglementen van die fondsen of van de taken voortvloeiend uit de in de collectieve arbeidsovereenkomst of rechtspositieregeling opgenomen collectieve voorziening, voor zover die uitvoering betrekking heeft op taken die naar hun aard gelijk zijn aan de taken, die bij of krachtens deze wet aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de Sociale verzekeringsbank zijn opgedragen. Bij de gegevensverwerking op grond van dit lid kan het burgerservicenummer worden gebruikt.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen is bevoegd op verzoek alle gegevens en inlichtingen uit de onder zijn verantwoordelijkheid gevoerde administraties te verstrekken aan:
- a. werkgevers in de zin van de Wet financiering sociale verzekeringen, voor zover die noodzakelijk zijn voor de informatieverstrekking bij de aanvraag, het aangaan of beëindigen van overeenkomsten tot verzekering van het risico van het betalen van loon in geval van ziekte van de werknemer dan wel van het risico van het betalen van de gedifferentieerde premie voor de arbeidsongeschiktheidsverzekering op grond van de Wet financiering sociale verzekeringen en van de betalingen als gevolg van het eigenrisicodragen, bedoeld in artikel 40, eerste lid, van die wet;
- b. financiële ondernemingen die ingevolge de Wet op het financieel toezicht in Nederland het bedrijf van levensverzekeraar of schadeverzekeraar mogen uitoefenen, voor zover die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van overeenkomsten met werkgevers in de zin van de Wet financiering sociale verzekeringen als bedoeld in onderdeel a, indien die werkgevers daartoe machtiging hebben verleend, met dien verstande, dat die werkgevers bij de verwerking van persoonsgegevens van hun werknemers slechts met het oog op het aangaan van en de uitvoering van deze overeenkomsten die persoonsgegevens verstrekken aan die financiële ondernemingen.
Bij de gegevensverwerking op grond van dit lid kan het burgerservicenummer worden gebruikt. Het burgerservicenummer kan bij de verwerking van gegevens tevens worden gebruikt door een financiële onderneming als bedoeld in onderdeel b, voor zover dit noodzakelijk is voor de uitvoering van de overeenkomsten, genoemd in de onderdelen a en b.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de Sociale verzekeringsbank verstrekken op verzoek uit de onder hun verantwoordelijkheid gevoerde administratie aan de persoon, bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet die belast is met de taken, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel b, van die wet en de arbodienst, bedoeld in de Arbeidsomstandighedenwet, alle gegevens en inlichtingen, waaronder het burgerservicenummer, die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van die taken door die persoon of die arbodienst, en het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen is bevoegd met het oog op de uitvoering van die taken uit eigen beweging gegevens te verstrekken, die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van die taken.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt bepaald welke gegevens op grond van het eerste tot en met vierde lid worden verstrekt, en kunnen regels worden gesteld voor de wijze waarop de gegevensverstrekking plaatsvindt en voor de kosten die daarvoor in rekening kunnen worden gebracht.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de Sociale verzekeringsbank kunnen gegevens inzake de uitvoering van hun wettelijke taken ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek of statistiek verzamelen en aan derden verstrekken. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld voor de gegevens en de derden aan wie gegevens mogen worden verstrekt.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de verstrekking van gegevens door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, de Sociale verzekeringsbank of Onze Minister aan andere bestuursorganen, die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van aan die andere bestuursorganen opgedragen taken, waarbij regels worden gesteld voor het door opsporingsambtenaren als bedoeld in artikel 85, tweede lid, verwerken van gegevens bij de uitvoering van hun taak, die verder verwerkt worden door toezichthouders, en de daarvoor in rekening te brengen kosten.
Onze Minister kan aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, de Sociale verzekeringsbank en de colleges van burgemeester en wethouders alle gegevens verstrekken die zij voor een goede uitvoering van hun wettelijke taken nodig hebben.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verstrekt aan een re-integratiebedrijf alle gegevens en inlichtingen die noodzakelijk zijn voor het verrichten van werkzaamheden als bedoeld in artikel 30a, achtste lid, alsmede het burgerservicenummer van de persoon wiens inschakeling in de arbeid door het re-integratiebedrijf wordt bevorderd.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen is bevoegd uit de onder zijn verantwoordelijkheid gevoerde administratie aangelegd voor de uitoefening van taken als bedoeld in artikel 30a, tweede lid, 30b en 30d, aan een re-integratiebedrijf gegevens, waaronder het burgerservicenummer, te verstrekken die noodzakelijk zijn voor het verrichten van werkzaamheden door dat re-integratiebedrijf in zijn opdracht of in opdracht van de colleges van burgemeester en wethouders dan wel een eigenrisicodrager als bedoeld in artikel 42 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen of een eigenrisicodrager in de zin van de Ziektewet.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verstrekt aan een ondersteunende instantie de gegevens die noodzakelijk zijn om contact met de uitkeringsgerechtigde op te nemen ten behoeve van hulpverlening. Dit geschiedt uitsluitend met instemming van de uitkeringsgerechtigde.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld voor de gegevens die op grond van het negende tot en met elfde lid worden verstrekt en de structuur en schrijfwijze van die gegevens.
Artikel 74. Geheimhoudingsplicht
Het is een ieder verboden hetgeen hem uit of in verband met enige werkzaamheid bij de uitvoering van deze wet over de persoon of zaken van een ander blijkt of wordt meegedeeld, verder bekend te maken dan voor de uitvoering van deze wet noodzakelijk is dan wel op grond van deze wet is voorgeschreven of toegestaan.
Het in het eerste lid vervatte verbod is niet van toepassing indien:
- a. enig wettelijk voorschrift tot de bekendmaking verplicht;
- b. degene op wie de gegevens betrekking hebben schriftelijk heeft verklaard tegen de verstrekking van deze gegevens geen bezwaar te hebben;
- c. de gegevens niet herleidbaar zijn tot individuele natuurlijke personen.
Degene die op grond van de artikelen 62, 72 of 73 gegevens verstrekt dient na te gaan of degene aan wie de gegevens worden verstrekt redelijkerwijs bevoegd is te achten om die gegevens te verkrijgen.
Onverminderd het eerste tot en met derde lid is artikel 464 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek voorzover het betreft de overeenkomstige toepassing van de artikelen 457 en 464, tweede lid, onderdeel b, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek niet van toepassing indien in verband met de uitvoering van deze wet handelingen worden verricht op het gebied van de geneeskunst door personen, voor wie het in het eerste lid vervatte verbod geldt.
Artikel 75. Openbaarheid van gegevens
De door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in het kader van zijn in artikel 30a, tweede lid, genoemde taak, en op grond van artikel 30b geregistreerde gegevens zijn openbaar voor zover die van belang zijn voor de uitoefening van de in artikel 30a, tweede lid, genoemde taak, met dien verstande dat openbaarmaking van persoonsgegevens van een individuele werkzoekende of een individuele werkgever plaatsvindt met inachtneming van de Algemene verordening gegevensbescherming.
Artikel 76. Beveiliging van gegevens
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de Sociale verzekeringsbank dragen op de voet van de ter zake voor de Rijksdienst geldende voorschriften zorg voor de nodige technische en organisatorische voorzieningen ter beveiliging van hun gegevens tegen verlies of aantasting en tegen onbevoegde kennisneming, wijziging en verstrekking van die gegevens.
Artikel 77. Nadere regels gegevensverstrekking aan Minister
Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld omtrent de verstrekking van inlichtingen en het verlenen van inzage in gegevens en bescheiden door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, de colleges van burgemeester en wethouders en de Sociale verzekeringsbank aan Onze Minister en aan de Nederlandse Arbeidsinspectie op grond van deze wet en kunnen regels worden gesteld omtrent de inrichting van de administraties.
Hoofdstuk 10. Overige bepalingen
Artikel 78. Aanwijzingsbevoegdheid Onze Minister
Vervallen
Artikel 79. Goedkeuringsvereiste
Indien een besluit goedkeuring behoeft op grond van deze wet of enige andere wet die wordt uitgevoerd door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of de Sociale verzekeringsbank kan de goedkeuring worden onthouden op de grond dat het besluit in strijd met het recht of met het algemeen belang is.
Artikel 80. Vernietiging van besluiten
Vervallen
Artikel 81. Taakverwaarlozing
Vervallen
Artikel 82. Regelgevende bevoegdheden
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen, indien de spoed dat vereist, regels worden gesteld die noodzakelijk zijn in verband met de goede uitvoering door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of de Sociale verzekeringsbank van hun wettelijke taken.
De voordracht voor een krachtens het eerste lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
Na de plaatsing in het Staatsblad van een krachtens het eerste lid vastgestelde algemene maatregel van bestuur wordt een voorstel van wet tot regeling van het betrokken onderwerp zo spoedig mogelijk bij de Staten-Generaal ingediend. Indien het voorstel wordt ingetrokken of indien een van beide Kamers der Staten-Generaal besluit het voorstel niet aan te nemen, wordt de algemene maatregel van bestuur onverwijld ingetrokken. Wordt het voorstel tot wet verheven, dan wordt de algemene maatregel van bestuur ingetrokken op het tijdstip van inwerkingtreding van die wet.
Artikel 83. Afwijkende beslistermijn in bezwaarschriftprocedure
Indien bezwaar wordt gemaakt tegen een besluit waaraan een medische of arbeidskundige beoordeling ten grondslag ligt, beslist het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen binnen zeventien weken of, indien het advies vraagt aan een deskundige die niet onder zijn verantwoordelijkheid werkzaam is, binnen een en twintig weken, gerekend vanaf de dag na die waarop de termijn voor het indienen van het bezwaarschrift is verstreken.
Hoofdstuk 11. Straf- en slotbepalingen
Artikel 84. Overtredingen en misdrijven
Overtreding van de artikelen 54, eerste, vierde en vijfde lid, en 55, tweede en derde lid, van deze wet, 27a, negende lid, en 36, zevende lid, van de Werkloosheidswet, 33, zevende lid, en 45a, negende lid, van de Ziektewet, 77, zevende lid, en 91, negende lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, 29a, negende lid, en 57, zevende lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, 48, negende lid, en 63, zevende lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, artikel 2:59, zesde lid, 2:69, negende lid, 3:40, negende lid, en 3:56, zevende lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, 14a, negende lid, en 20, zesde lid, van de Toeslagenwet, 21, negende lid, en 34, derde lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen, 17c, negende lid, en 24, zesde lid, van de Algemene Ouderdomswet, 17a, achtste lid, en 24, zesde lid, van de Algemene Kinderbijslagwet, 39, achtste lid, en 53, zesde lid, van de Algemene nabestaandenwet, 18a, achtste lid, 47g, achtste lid, en 60, eerste lid, van de Participatiewet, 20a, achtste lid, en 27 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, 20a, achtste lid, en 27 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van de tweede categorie.
De in het eerste lid strafbaar gestelde feiten zijn overtredingen.
Artikel 85. Opsporing
Met de opsporing van feiten die zijn strafbaar gesteld bij of krachtens deze wet dan wel bij of krachtens wetten waarvan de uitvoering bij of krachtens deze wet is opgedragen aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de Sociale verzekeringsbank alsmede, voorzover het feit voor de toepassing van deze wet, onderscheidenlijk de andere hiervoor genoemde wetten, van belang is, van de feiten omschreven in de artikelen 225 tot en met 227b, 447b, 447c en 447d van het Wetboek van Strafrecht zijn, onverminderd artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering, belast de personen, aangewezen bij besluit van Onze Minister van Veiligheid en Justitie. Deze personen zijn tevens belast met de opsporing van feiten, strafbaar gesteld in de artikelen 179 tot en met 182 en 184 van het Wetboek van Strafrecht, voorzover deze feiten betrekking hebben op een bevel, vordering of handeling, gedaan of ondernomen door henzelf.
Met de opsporing van feiten strafbaar gesteld bij deze of enige andere wet zijn tevens belast bij besluit van Onze Minister van Veiligheid en Justitie aangewezen opsporingsambtenaren werkzaam bij de bijzondere opsporingsdienst, ressorterend onder Onze Minister.
De in het eerste en tweede lid bedoelde personen hebben toegang tot alle plaatsen, indien de betreding van die plaatsen redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak nodig is.
Wordt aan de in het eerste en tweede lid bedoelde personen de toegang geweigerd of belemmerd of wordt niet geantwoord op hun aanmelding tot toelating, dan verschaffen zij zich toegang.
Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
Artikel 86. Evaluatie
Onze Minister zendt gedurende drie jaar na de inwerkingtreding van deze wet jaarlijks, en vervolgens telkens na vijf jaar, aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.
Onze Minister zendt twee jaar na de inwerkingtreding van de Wet eenmalige gegevensuitvraag werk en inkomen en vervolgens telkens als onderdeel van het verslag, bedoeld in het eerste lid, aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten in de praktijk van de onderdelen van deze wet en andere wetten, die bij die wet zijn gewijzigd.
Artikel 87. Inwerkingtreding
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden gesteld.
Indien het bij koninklijke boodschap van 2 maart 2000 ingediende voorstel van een Tijdelijke referendumwet (Kamerstukken II 1999/2000, 27 034) tot wet wordt verheven en in werking treedt, en deze wet wordt bekrachtigd op of na het tijdstip van inwerkingtreding van de Tijdelijke referendumwet, kan bij de toepassing van het eerste lid worden afgeweken van de artikelen 12 en 13 van de Tijdelijke referendumwet en vindt in dat geval artikel 16 van laatstgenoemde wet toepassing.
Artikel 88. Citeertitel
Deze wet wordt aangehaald als: Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 82a. Innovatie
Bij algemene maatregel van bestuur kan bij wijze van experiment, met het oog op het onderzoeken van mogelijkheden om deze wet, de Participatiewet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen, de Werkloosheidswet, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, de Ziektewet en de Toeslagenwet doeltreffender uit te voeren, worden afgeweken van het bepaalde bij of krachtens:
- a. de artikelen 9, 10, 30 en 30a van deze wet;
- b. de artikelen 7, 7a, 8, 8a, 9, 10, 10b, 10c en 10d, en 55 van de Participatiewet;
- h. afdeling 5 van hoofdstuk 2, afdeling 5 van hoofdstuk 3 en hoofdstuk 5 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten;
Bij een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het eerste lid wordt geregeld op welke wijze van welke artikelen wordt afgeweken en kunnen alleen regels worden gesteld:
- a. ter verbetering van de samenwerking tussen de uitvoeringsorganisaties van de in het eerste lid genoemde wetten;
- b. met betrekking tot de inzet van re-integratie-instrumenten, de financiering daarvan en de verantwoordelijkheidsverdeling tussen werkgevers en de bij onderdeel a bedoelde uitvoeringsorganisaties;
- c. over de verantwoording van de uitgaven ten laste van de fondsen, de uitkeringen, bedoeld in de Wet participatiebudget, en rijksbijdragen;
- d. het verstrekken van inlichtingen over de resultaten van de experimenten.
Een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het eerste lid vervalt vijf jaar na de inwerkingtreding, tenzij:
- a. in de algemene maatregel van bestuur is bepaald dat deze eerder vervalt;
- b. binnen deze vijf jaar een voorstel van wet is ingediend bij de Staten-Generaal om het experiment om te zetten in een wettelijke regeling.
Indien het voorstel wordt ingetrokken of indien een van de beide Kamers der Staten-Generaal besluit het voorstel niet aan te nemen, wordt de algemene maatregel van bestuur onverwijld ingetrokken. Wordt het voorstel tot wet verheven, dan wordt de algemene maatregel van bestuur ingetrokken op het tijdstip van inwerkingtreding van die wet.
Onze Minister kan op gezamenlijk verzoek van een college van burgemeester en wethouders, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en in voorkomend geval de Sociale verzekeringsbank, gemeenten aanwijzen waar door het college van burgemeester en wethouders, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of de Sociale verzekeringsbank wordt deelgenomen aan een experiment. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de toepassing van deze bevoegdheid.
Onze Minister meldt aan de Staten-Generaal hoe het experiment in de praktijk is verlopen, alsmede zijn standpunt inzake de voortzetting ervan anders dan als experiment.
De voordracht voor een krachtens dit artikel vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
Hoofdstuk 10. Overige bepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 21a. Indicatie en herindicatie Wet sociale werkvoorziening
Ten behoeve van de uitvoering van de Wet sociale werkvoorziening door burgemeester en wethouders van gemeenten heeft de Centrale organisatie werk en inkomen tot taak:
- a. na het verrichten van een onderzoek te besluiten over de indicatie, bedoeld in artikel 11, eerste lid, en de herindicatie, bedoeld in artikel 11, tweede lid, van die wet;
- b. in het geval betrokkene tot de doelgroep van die wet behoort of blijft behoren aan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar betrokkene woonachtig is te adviseren:
- 1°. welke aanpassing van omstandigheden nodig is bij het verrichten van arbeid door de betrokkene, en
- 2°. of betrokkene in aanmerking komt voor toepassing van hoofdstuk 3 van die wet;
- c. in het geval betrokkene niet of niet meer tot de doelgroep van genoemde wet behoort aan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar betrokkene woonachtig is of het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen te adviseren over de wijze waarop de mogelijkheden tot inschakeling in het arbeidsproces van betrokkene kunnen worden verbeterd, dan wel aan het college van burgemeester en wethouders waar betrokkene woonachtig is te adviseren over een doorgeleiding naar een indicatie voor een voorziening voor ondersteunende en activerende begeleiding. In het advies over de wijze waarop de mogelijkheden tot inschakeling in het arbeidsproces kunnen worden verbeterd, wordt van de opvattingen van de betrokkene, desgewenst in de door deze aangegeven bewoordingen, en, indien het advies hiervan afwijkt, van de redenen daarvoor, melding gedaan;
- d. in de gevallen, bedoeld in artikel 6, derde lid, van die wet aan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar betrokkene woonachtig is te adviseren omtrent de opzegging van de dienstbetrekking, bedoeld in die wet.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over het besluit, waaronder de minimale en de maximale geldigheidsduur van het besluit, de advisering en de wijze waarop de indicatie en de herindicatie tot stand komt.
Hoofdstuk 5. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
Hoofdstuk 6. De Sociale verzekeringsbank
Hoofdstuk 6. De Sociale verzekeringsbank
Hoofdstuk 8. Financiële bepalingen, planning en verslaglegging
Hoofdstuk 9. Informatiebepalingen
Hoofdstuk 10. Overige bepalingen
Hoofdstuk 10. Overige bepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 33a. Gegevensverwerking voor vervulling taken UWV
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen is de verwerkingsverantwoordelijke voor de verwerking van gegevens van werknemers, uitkeringsgerechtigden als bedoeld in artikel 1, onderdeel l, aanhef en onder 2, en bij de werknemer of uitkeringsgerechtigde behorende personen, noodzakelijk voor het uitvoeren van de taak, bedoeld in artikel 30, eerste lid en artikel 30a, eerste lid.
De gegevens, die door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen worden verwerkt, worden door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen niet verkregen van de in het eerste lid genoemde personen, voor zover zij verkregen kunnen worden uit de polisadministratie, bedoeld in artikel 33, de verzekerdenadministratie, bedoeld in artikel 35, alsmede de basisregistratie personen, tenzij hierdoor een goede vervulling van de taak van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op grond van dit artikel wordt belet of bij wettelijk voorschrift anders is bepaald. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen andere administraties worden aangewezen waarvoor de eerste zin van toepassing is, worden regels gesteld over de gegevens die het betreft en kunnen administraties worden aangewezen waarvoor de eerste zin tijdelijk niet van toepassing is. Indien het authentieke gegevens uit andere basisregistraties betreft, is dit lid van overeenkomstige toepassing.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen is, voorzover het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen niet verwerkingsverantwoordelijke is, verwerker voor de verwerking van gegevens ter uitvoering van de taak, bedoeld in artikel 30, vijfde lid.
De voordracht voor een krachtens het tweede lid, tweede zin, vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan twee weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
Artikel 33b. Verificatie burgerservicenummer
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verifieert het burgerservicenummer in relatie tot de bijbehorende persoonsidentificerende gegevens van de natuurlijke persoon, bedoeld in artikel 33, tweede lid, onderdeel a, bij de eerste opname in de polisadministratie en doet indien daartoe aanleiding is mededeling aan het college van burgemeester en wethouders als bedoeld in artikel 2.34, eerste lid, van de Wet basisregistratie personen.
Artikel 33c. Informatie over verwerkte gegevens
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen informeert de werknemer periodiek als bedoeld in artikel 33, tweede lid, onderdeel b.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen stelt de werknemer tevens in de gelegenheid kennis te nemen van te verwachten hoogte en duur van de uitkering die door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen wordt verstrekt, indien de werknemer werkloos, arbeidsongeschikt of gedeeltelijk arbeidsgeschikt zou worden.
Indien de gegevens niet juist of niet volledig zijn, dient de werknemer een verzoek tot onverwijlde rectificatie van onjuiste gegevens in bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen met aanduiding van de juiste gegevens.
Indien de werknemer vaststelt, dat gegevens als bedoeld in het eerste lid niet zijn opgenomen in de polisadministratie en hij dit redelijkerwijs wel kon verwachten, dient hij terstond een verzoek tot vervollediging van de gegevens in bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen met aanduiding van de ontbrekende gegevens.
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld voor de periodiciteit van de informatie en voor de wijze van informatieverstrekking die voor verschillende soorten werknemers verschillend kan zijn, en in samenhang daarmee voor de inhoud van de informatie.
Hoofdstuk 7. Toezicht
Hoofdstuk 6. De Sociale verzekeringsbank
Hoofdstuk 9. Informatiebepalingen
Hoofdstuk 10. Overige bepalingen
Hoofdstuk 11. Straf- en slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Hoofdstuk 10A. Bepalingen in verband met de Algemene wet bestuursrecht
Artikel 83a. Afzien van horen in bezwaarschriftprocedure
Vervallen
Artikel 83b. Beslistermijn bezwaarschriftprocedure
Vervallen
Hoofdstuk 10A. Bepalingen in verband met de Algemene wet bestuursrecht
Artikel 83c
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan een bestuurlijke boete van ten hoogste € 1500 opleggen aan de persoon, bedoeld in artikel 54, eerste lid, onderdelen b en c, die op grond van artikel 54, eerste lid, gehouden is tot het verstrekken van gegevens en inlichtingen aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, indien hij deze niet dan wel niet binnen de op grond van artikel 54, vierde lid, gestelde termijn verstrekt.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan een bestuurlijke boete van ten hoogste € 5000 opleggen aan de persoon, bedoeld in het eerste lid, indien het aan opzet of grove schuld van hem is te wijten dat geen, dan wel onjuiste of onvolledige inlichtingen zijn verstrekt.
Hoofdstuk 11. Straf- en slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 83d. Voorschriften rond voorgenomen boeteoplegging
Vervallen
Hoofdstuk 11. Straf- en slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 83e. Voorschriften rond boetebeschikking
Vervallen
Artikel 83f. Niet-oplegging boete bij strafvervolging
Vervallen
Artikel 83g. Termijn boeteoplegging
Vervallen
Artikel 83h. Boeteoplegging in geval van overlijden
Vervallen
Hoofdstuk 10. Overige bepalingen
Artikel 83i. Overgangsrecht arbeidsverledeninformatie
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen informeert de werknemer, bedoeld in de Werkloosheidswet, van wie door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen gegevens zijn verwerkt op grond van deze wet, over het tijdvak vanaf 1 januari 1998 op de wijze, bedoeld in artikel 33c, over ieder kalenderjaar in dat tijdvak of hij over 52 of meer dagen loon heeft ontvangen als bedoeld in artikel 42 van de Werkloosheidswet en artikel 15 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, dan wel artikel 42a van de Werkloosheidswet in een kalenderjaar van toepassing is.
Artikel 83j. Overgangsrecht artikel 20
Vervallen
Hoofdstuk 11. Straf- en slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 21b. Gebruik sociaal-fiscaal nummer
De Centrale organisatie werk en inkomen gebruikt het sociaal-fiscaalnummer bij de verwerking van persoonsgegevens voor de uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 21, onderdelen a, e, f, en h, voorzover dit betreft de uitvoering van het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945, en artikel 21a.
De Centrale organisatie werk en inkomen verifieert het sociaal-fiscaalnummer in relatie tot de bijbehorende persoonsidentificerende gegevens van personen van wie persoonsgegevens worden verwerkt bij de rijksbelastingdienst, tenzij die gegevens afkomstig zijn van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of de Sociale verzekeringsbank.
Hoofdstuk 5. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
Artikel 30a. Taak re-integratie van personen en arbeidsbemiddeling
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen heeft tot taak de inschakeling in het arbeidsproces te bevorderen van:
- a. personen die recht hebben op een uitkering of arbeidsondersteuning op grond van wetten als bedoeld in artikel 30, eerste lid;
- b. werknemers, die kunnen aantonen dat de dienstbetrekking binnen vier maanden zal eindigen en van wie naar het oordeel van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen redelijkerwijs valt aan te nemen dat zij recht zullen hebben op een uitkering op grond van hoofdstuk II van de Werkloosheidswet;
- c. personen die ingezetene zijn als bedoeld in artikel 1:2 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, de leeftijd van 18 jaar nog niet hebben bereikt en in verband met ziekte of gebrek een belemmering ondervinden of hebben ondervonden bij het volgen van onderwijs.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen heeft tot taak het registreren van werkzoekenden en van vacatures van werkgevers en het voordragen van geschikte vacatures aan werkzoekenden en het voordragen van geschikte werkzoekenden voor vacatures. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen maakt in dit kader afspraken met werkgevers op basis waarvan concrete, passende arbeid kan worden aangeboden aan personen, die aanspraak maken op ziekengeld op grond van de Ziektewet of die ten minste 52 weken onafgebroken recht op een uitkering op grond van de Werkloosheidswet hebben gehad. Voor het bepalen van het tijdvak van 52 weken worden perioden meegeteld waarin ten hoogste gedurende vier weken geen recht op uitkering bestaat. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen maakt in dit kader tevens afspraken met werkgevers op basis waarvan concrete, passende arbeid kan worden aangeboden aan personen die recht op arbeidsondersteuning of recht op een arbeidsongeschiktheidsuitkering hebben op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen heeft de taak, bedoeld in het eerste lid, niet:
- a. ten aanzien van personen, bedoeld in het eerste lid, indien het college van burgemeester en wethouders op grond van artikel 7, derde lid, onderdeel c, en zevende lid, van de Participatiewet die personen ondersteunt en aan die personen voorzieningen aanbiedt;
- b. ten aanzien van personen die een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangen op grond van hoofdstuk 6 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen;
- c. ten aanzien van de verzekerde, bedoeld in artikel 82, eerste lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, tenzij de artikelen 72, derde lid, 82, tweede lid, of 133l, tweede lid, van die wet van toepassing zijn en ten aanzien van de personen, bedoeld in artikel 63a van de Ziektewet, voor de betaling van het ziekengeld aan wie de eigenrisicodrager in de zin van de Ziektewet het risico draagt;
- d. indien artikel 72a van de Werkloosheidswet van toepassing is;
- e. ten aanzien van de werknemer, bedoeld in artikel 29b van de Ziektewet;
- f. ten aanzien van de jonggehandicapte die duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft als bedoeld in de artikelen 1a:1, eerste lid, 2:4, eerste lid, en 3:8a, eerste lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten.
Nadat het recht op een uitkering op grond van wetten als bedoeld in artikel 30, eerste lid, uitgezonderd de wettelijke ziekengeldverzekering en het recht op arbeidsondersteuning op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, is vastgesteld, stelt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, indien gelet op de aard van de uitkering het eerste lid van toepassing is, in samenspraak met de uitkeringsgerechtigde een re-integratievisie vast waarin verplichtingen en rechten van de uitkeringsgerechtigde zijn vermeld.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen evalueert, in samenspraak met de uitkeringsgerechtigde, periodiek de re-integratievisie en kan deze bijstellen.
Indien de re-integratievisie dan wel het participatieplan daartoe aanleiding geeft draagt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen ten behoeve van de uitkeringsgerechtigde, bedoeld in het vierde lid, zorg voor een plan gericht op behoud en verkrijging van mogelijkheden tot het verrichten van arbeid en inschakeling in arbeid. Het re-integratieplan wordt in samenspraak met de uitkeringsgerechtigde opgesteld. Voor zover noodzakelijk in verband met de aard van de voorziening, stelt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de uitkeringsgerechtigde in de gelegenheid zelf een re-integratieplan op te stellen.
In het re-integratieplan worden verplichtingen en rechten van de uitkeringsgerechtigde vermeld voor zover die niet in de re-integratievisie zijn vermeld.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verricht de werkzaamheden, bedoeld in het vierde tot en met zevende lid, niet ten aanzien van een uitkeringsgerechtigde op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen en niet ten aanzien van een uitkeringsgerechtigde op grond van de Werkloosheidswet behalve:
- a. wanneer een werknemer gedurende de eerste dertien weken van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte hierdoor niet beschikbaar voor arbeid is of minder beschikbaar voor arbeid is dan het aantal arbeidsuren dat hij heeft verloren;
- b. wanneer na afloop van de wachttijd, bedoeld in artikel 23, eerste lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, of het tijdvak, bedoeld in artikel 24, eerste lid, 25, negende lid, 26, tweede, lid, tweede zin, van die wet, 629, elfde lid, onderdeel a, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, 29, tiende lid, onderdeel a, of 76a, zesde lid, onderdeel a, van de Ziektewet, geen recht is ontstaan op een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, maar op grond van de Werkloosheidswet;
- c. wanneer na afloop van het tijdvak van 52 weken, bedoeld in artikel 19aa, eerste lid, van de Ziektewet, niet langer een recht op een uitkering op grond van de Ziektewet bestond, omdat de verzekerde in staat is met arbeid meer dan 65% van het maatmaninkomen per uur te verdienen, maar een recht op een uitkering op grond van de Werkloosheidswet is ontstaan.
Uitgezonderd uitkeringsgerechtigden als bedoeld in het achtste lid, laat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de werkzaamheden in het kader van zijn taak, bedoeld in het eerste en zesde lid, in elk geval indien het personen met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt betreft, verrichten door een re-integratiebedrijf.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld voor het derde en het negende lid in ieder geval voor de situaties van samenloop van de taak, bedoeld in het eerste lid met de vergelijkbare taak van werkgevers of in geval van samenloop van uitkeringen, de inhoud van de overeenkomst met het re-integratiebedrijf, de verwerking van gegevens en de soort werkzaamheden.
Artikel 30b. Registratie werkzoekenden en vacatures
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen registreert op diens verzoek als werkzoekende:
- a. Nederlanders;
- b. vreemdelingen op wie artikel 1 van Verordening (EU) nr. 492/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 5 april 2011 betreffende het vrije verkeer van werknemers binnen de Unie (PbEU L 141) of artikel 23 van Richtlijn 2004/38/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten voor de burgers van de Unie en hun familieleden, tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1612/68 en tot intrekking van de Richtlijnen 64/221/EEG, 68/360/EEG, 72/194/EEG, 73/148/EEG, 75/34/EEG, 75/35/EEG, 90/364/EEG, 90/365/EEG en 93/96/EEG (PbEU L 158) van toepassing is;
- c. vreemdelingen die beschikken over een krachtens de Vreemdelingenwet 2000 afgegeven vergunning die is voorzien van een aantekening van Onze Minister van Veiligheid en Justitie waaruit blijkt dat aan die vergunning geen beperkingen zijn verbonden voor het verrichten van arbeid;
- d. vreemdelingen die behoren tot een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorie.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)