Wijzigingsgeschiedenis

Wet van 29 november 2001 tot invoering van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (Invoeringswet Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen)

5 versions · 2009-08-01
2009-08-01
Invoeringswet Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen — ar
2008-01-01
Invoeringswet Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen — ar
2007-01-01
Invoeringswet Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen — ar
2004-01-01
Invoeringswet Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen — ar

Wijzigingen op 2004-01-01

@@ -60,17 +60,17 @@
4. De vermogensbestanddelen die deel uitmaken van de Arbeidsongeschiktheidskas en op grond van het eerste lid overgaan, gaan deel uitmaken van de Arbeidsongeschiktheidskas die op grond van [artikel 73 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002524&artikel=73) door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen afzonderlijk wordt beheerd en geadministreerd.
5. De vermogensbestanddelen die deel uitmaken van het Arbeidsongeschiktheidsfonds zelfstandigen en op grond van het eerste lid overgaan, gaan deel uitmaken van de Arbeidsongeschiktheidsfonds zelfstandigen dat op grond van [artikel 78 van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008656&artikel=78) door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen afzonderlijk wordt beheerd en geadministreerd.
5. De vermogensbestanddelen die deel uitmaken van het Arbeidsongeschiktheidsfonds zelfstandigen en op grond van het eerste lid overgaan, gaan deel uitmaken van het Arbeidsongeschiktheidsfonds zelfstandigen dat op grond van [artikel 78 van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008656&artikel=78) door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen afzonderlijk wordt beheerd en geadministreerd.
6. De vermogensbestanddelen die deel uitmaken van het Arbeidsongeschiktheidsfonds jonggehandicapten en op grond van het eerste lid overgaan, gaan deel uitmaken van het Arbeidsongeschiktheidsfonds jonggehandicapten dat op grond van [artikel 63 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008657&artikel=63) door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen afzonderlijk wordt beheerd en geadministreerd.
7. De vermogensbestanddelen die deel uitmaken van het Reïntegratiefonds en op grond van het eerste lid overgaan, gaan deel uitmaken van het Reïntegratiefonds dat op grond van [artikel 41 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009565&artikel=41) door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen afzonderlijk wordt beheerd en geadministreerd.
8. De vermogensbestanddelen die deel uitmaken van een wachtgeldfonds en op grond van het eerste lid overgaan, gaan deel uitmaken van het wachtgeldfonds dat voor het desbetreffende onderdeel van het bedrijfs- en beroepsleven dat op grond van [artikel 102 van de Werkloosheidswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004045&artikel=102) door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen afzonderlijk wordt beheerd en geadministreerd.
8. De vermogensbestanddelen die deel uitmaken van een wachtgeldfonds en op grond van het eerste lid overgaan, gaan deel uitmaken van het wachtgeldfonds dat voor het desbetreffende onderdeel van het bedrijfs- en beroepsleven op grond van [artikel 102 van de Werkloosheidswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004045&artikel=102) door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen afzonderlijk wordt beheerd en geadministreerd.
9. De vermogensbestanddelen die deel uitmaken van het Uitvoeringsfonds voor de overheid en op grond van het eerste lid overgaan, gaan deel uitmaken van het Uitvoeringsfonds voor de overheid dat op grond van [artikel 104 van de Werkloosheidswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004045&artikel=104) door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen afzonderlijk wordt beheerd en geadministreerd.
10. De vermogensbestanddelen die deel uitmaken van het Toeslagenfonds en op grond van het eerste lid overgaan, gaan deel uitmaken van het Toeslagenfonds dat op grond van [artikel 31 van de Toeslagenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004043&artikel=31) door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen wordt beheerd en geadministreerd.
10. De vermogensbestanddelen die deel uitmaken van het Toeslagenfonds en op grond van het eerste lid overgaan, gaan deel uitmaken van het Toeslagenfonds dat op grond van [artikel 31 van de Toeslagenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004043&artikel=31) door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen afzonderlijk wordt beheerd en geadministreerd.
##### Artikel 5. Overgang vermogensbestanddelen van uitvoeringsinstellingen naar UWV
@@ -86,9 +86,9 @@
##### Artikel 8. Overdrachtsbelasting inschrijving openbare registers
1. Met betrekking tot de ingevolge de [artikelen 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013061&hoofdstuk=2&artikel=4&z=2002-04-01&g=2002-04-01), [5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013061&hoofdstuk=2&artikel=5&z=2002-04-01&g=2002-04-01), [6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013061&hoofdstuk=2&artikel=6&z=2002-04-01&g=2002-04-01) en [7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013061&hoofdstuk=2&artikel=7&z=2002-04-01&g=2002-04-01) overgaande vermogensbestanddelen die in openbare registers te boek zijn gesteld, zal verandering van de tenaamstelling in die registers plaatsvinden door de bewaarders van die registers. De daartoe benodigde opgaven worden door de zorg van Onze Minister aan de bewaarders van de desbetreffende registers gedaan.
2. Ter zake van de in de [artikelen 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013061&hoofdstuk=2&artikel=4&z=2002-04-01&g=2002-04-01), [5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013061&hoofdstuk=2&artikel=5&z=2002-04-01&g=2002-04-01), [6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013061&hoofdstuk=2&artikel=6&z=2002-04-01&g=2002-04-01) en [7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013061&hoofdstuk=2&artikel=7&z=2002-04-01&g=2002-04-01) bedoelde overgang van vermogensbestanddelen blijft heffing van overdrachtsbelasting achterwege.
1. Met betrekking tot de ingevolge de [artikelen 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013061&hoofdstuk=2&artikel=4&z=2004-01-01&g=2004-01-01), [5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013061&hoofdstuk=2&artikel=5&z=2004-01-01&g=2004-01-01), [6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013061&hoofdstuk=2&artikel=6&z=2004-01-01&g=2004-01-01) en [7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013061&hoofdstuk=2&artikel=7&z=2004-01-01&g=2004-01-01) overgaande vermogensbestanddelen die in openbare registers te boek zijn gesteld, zal verandering van de tenaamstelling in die registers plaatsvinden door de bewaarders van die registers. De daartoe benodigde opgaven worden door de zorg van Onze Minister aan de bewaarders van de desbetreffende registers gedaan.
2. Ter zake van de in de [artikelen 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013061&hoofdstuk=2&artikel=4&z=2004-01-01&g=2004-01-01), [5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013061&hoofdstuk=2&artikel=5&z=2004-01-01&g=2004-01-01), [6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013061&hoofdstuk=2&artikel=6&z=2004-01-01&g=2004-01-01) en [7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013061&hoofdstuk=2&artikel=7&z=2004-01-01&g=2004-01-01) bedoelde overgang van vermogensbestanddelen blijft heffing van overdrachtsbelasting achterwege.
##### Artikel 9. Overgang publiekrechtelijke rechten en verplichtingen van Lisv en uvi's naar UWV
@@ -158,11 +158,11 @@
##### Artikel 20. Rechtspositionele aanspraken bestuursleden
De door Onze Minister op grond van de artikelen 7, 22 en 35 van de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997 gestelde regels blijven na de inwerkingtreding van de [Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013060&wetgeving) van kracht voor zolang daaraan door de in [artikel 19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013061&hoofdstuk=2&artikel=19&z=2002-04-01&g=2002-04-01) bedoelde functionarissen aanspraken kunnen worden ontleend.
De door Onze Minister op grond van de artikelen 7, 22 en 35 van de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997 gestelde regels blijven na de inwerkingtreding van de [Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013060&wetgeving) van kracht voor zolang daaraan door de in [artikel 19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013061&hoofdstuk=2&artikel=19&z=2004-01-01&g=2004-01-01) bedoelde functionarissen aanspraken kunnen worden ontleend.
##### Artikel 21. Overgang personeel Lisv en uvi's
De rechten en verplichtingen van het Lisv en de uitvoeringsinstellingen die voortvloeien uit de arbeidsovereenkomsten met hun werknemers, daaronder begrepen die welke voortvloeien uit een toezegging omtrent pensioen als bedoeld in [artikel 1 van de Pensioen- en spaarfondsenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002089&artikel=1), gaan over op het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
De rechten en verplichtingen van het Landelijk instituut sociale verzekeringen en de uitvoeringsinstellingen die voortvloeien uit de arbeidsovereenkomsten met hun werknemers, daaronder begrepen die welke voortvloeien uit een toezegging omtrent pensioen als bedoeld in [artikel 1 van de Pensioen- en spaarfondsenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002089&artikel=1), gaan over op het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
##### Artikel 22. Overgang personeel Ctsv
@@ -194,7 +194,7 @@
2. Verplichtingen, opgelegd aan een uitvoeringsinstelling of aan de Sociale verzekeringsbank op grond van artikel 50, tweede lid, of artikel 25, vierde lid, van de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997, worden aangemerkt als verplichtingen, opgelegd aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, onderscheidenlijk de Sociale verzekeringsbank, op grond van a[rtikel 13, tweede lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013060&artikel=13).
3. De door Onze Minister op grond van artikel 25, eerste lid, onderdeel f, of artikel 38, eerste lid, onderdeel k, van de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997 aangewezen algemene maatregelen van bestuur en ministeriële regelingen, waarvan de uitvoering is opgedragen aan de Sociale verzekeringsbank, onderscheidenlijk het Landelijk instituut sociale verzekeringen, worden aangemerkt als algemene maatregelen van bestuur en ministeriële regelingen waarvan de uitvoering op grond van [artikel 34, eerste lid, onderdeel f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013060&artikel=34), of [artikel 30, eerste lid, onderdeel i, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013060&artikel=30) is opgedragen aan de Sociale verzekeringsbank, onderscheidenlijk het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
3. De door Onze Minister op grond van artikel 25, eerste lid, onderdeel f, of artikel 38, eerste lid, onderdeel k, van de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997 aangewezen algemene maatregelen van bestuur en ministeriële regelingen, waarvan de uitvoering is opgedragen aan de Sociale verzekeringsbank, onderscheidenlijk het Landelijk instituut sociale verzekeringen, worden aangemerkt als algemene maatregelen van bestuur en ministeriële regelingen waarvan de uitvoering op grond van [artikel 34, eerste lid, onderdeel e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013060&artikel=34), of [artikel 30, eerste lid, onderdeel i, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013060&artikel=30) is opgedragen aan de Sociale verzekeringsbank, onderscheidenlijk het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
### Hoofdstuk 3. Overgangsrecht [Arbeidsvoorzieningswet 1996](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008367)
@@ -262,43 +262,43 @@
##### Artikel 38. Overgangsbepalingen overgang verantwoordelijkheid arbeidsgehandicapten
1. In afwijking van [artikel 29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013061&hoofdstuk=3&artikel=29&z=2002-04-01&g=2002-04-01) geldt een besluit van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie op grond van [artikel 4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008367&artikel=4), en [artikel 81a van de Arbeidsvoorzieningswet 1996](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008367&artikel=81a) als een besluit van de gemeente, waarin de arbeidsgehandicapte, bedoeld in die artikelen van de [Arbeidsvoorzieningswet 1996](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008367), woonachtig is, op grond van de[Wet inschakeling werkzoekenden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009083).
1. In afwijking van [artikel 29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013061&hoofdstuk=3&artikel=29&z=2004-01-01&g=2004-01-01) geldt een besluit van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie op grond van [artikel 4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008367&artikel=4), en [artikel 81a van de Arbeidsvoorzieningswet 1996](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008367&artikel=81a) als een besluit van de gemeente, waarin de arbeidsgehandicapte, bedoeld in die artikelen van de [Arbeidsvoorzieningswet 1996](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008367), woonachtig is, op grond van de[Wet inschakeling werkzoekenden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009083).
2. Een tot de Arbeidsvoorzieningsorganisatie gericht verzoek om een besluit te nemen als bedoeld in het eerste lid geldt als te zijn gericht tot de gemeente, bedoeld in het eerste lid.
3. In afwijking van [artikel 32](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013061&hoofdstuk=3&artikel=32&z=2002-04-01&g=2002-04-01) gaat de behandeling van bezwaarschriften met betrekking tot de besluiten, bedoeld in het eerste lid, over naar de daar bedoelde gemeente en staat bij die gemeente bezwaar open tegen die besluiten, gedurende het resterende gedeelte van de bezwaartermijn die voor de inwerkingtreding van deze wet is aangevangen.
4. In afwijking van [artikel 29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013061&hoofdstuk=3&artikel=29&z=2002-04-01&g=2002-04-01) treedt de gemeente, bedoeld in het eerste lid, in de plaats van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie in civielrechtelijke en bestuursrechtelijke gedingen waarin de Arbeidsvoorzieningsorganisatie partij is en die verband houden met de uitvoering van de artikelen van de [Arbeidsvoorzieningswet 1996](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008367), bedoeld in het eerste lid, zonder dat daarvoor een betekening nodig is en met overneming van procureurstelling onderscheidenlijk aanwijzing van een gemachtigde.
3. In afwijking van [artikel 32](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013061&hoofdstuk=3&artikel=32&z=2004-01-01&g=2004-01-01) gaat de behandeling van bezwaarschriften met betrekking tot de besluiten, bedoeld in het eerste lid, over naar de daar bedoelde gemeente en staat bij die gemeente bezwaar open tegen die besluiten, gedurende het resterende gedeelte van de bezwaartermijn die voor de inwerkingtreding van deze wet is aangevangen.
4. In afwijking van [artikel 29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013061&hoofdstuk=3&artikel=29&z=2004-01-01&g=2004-01-01) treedt de gemeente, bedoeld in het eerste lid, in de plaats van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie in civielrechtelijke en bestuursrechtelijke gedingen waarin de Arbeidsvoorzieningsorganisatie partij is en die verband houden met de uitvoering van de artikelen van de [Arbeidsvoorzieningswet 1996](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008367), bedoeld in het eerste lid, zonder dat daarvoor een betekening nodig is en met overneming van procureurstelling onderscheidenlijk aanwijzing van een gemachtigde.
5. Beroep waarvoor de termijn is aangevangen vóór de inwerkingtreding van deze wet staat voor de in het eerste lid bedoelde gemeente open gedurende het resterende gedeelte van de beroepstermijn.
6. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent de overgang van werknemers van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie naar gemeenten, in afwijking van [artikel 34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013061&hoofdstuk=3&artikel=34&z=2002-04-01&g=2002-04-01), in verband met de overgang van verantwoordelijkheden, bedoeld in dit artikel.
6. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent de overgang van werknemers van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie naar gemeenten, in afwijking van [artikel 34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013061&hoofdstuk=3&artikel=34&z=2004-01-01&g=2004-01-01), in verband met de overgang van verantwoordelijkheden, bedoeld in dit artikel.
##### Artikel 39. Bijzondere overgangsbepalingen in verband met verzelfstandiging van onderdelen van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie
1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald, dat in afwijking van [artikel 28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013061&hoofdstuk=3&artikel=28&z=2002-04-01&g=2002-04-01), vermogensbestanddelen van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie die worden toegerekend aan de uitvoering van in die maatregel genoemde taken of het verrichten van bepaalde diensten overgaan op bij die maatregel aan te wijzen rechtspersonen dan wel op de Staat.
2. [Artikel 28, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013061&hoofdstuk=3&artikel=28&z=2002-04-01&g=2002-04-01), [30, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013061&hoofdstuk=3&artikel=30&z=2002-04-01&g=2002-04-01), en [artikel 34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013061&hoofdstuk=3&artikel=34&z=2002-04-01&g=2002-04-01) zijn ten aanzien van de overgang, bedoeld in het eerste lid, van overeenkomstige toepassing.
1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald, dat in afwijking van [artikel 28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013061&hoofdstuk=3&artikel=28&z=2004-01-01&g=2004-01-01), vermogensbestanddelen van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie die worden toegerekend aan de uitvoering van in die maatregel genoemde taken of het verrichten van bepaalde diensten overgaan op bij die maatregel aan te wijzen rechtspersonen dan wel op de Staat.
2. [Artikel 28, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013061&hoofdstuk=3&artikel=28&z=2004-01-01&g=2004-01-01), [30, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013061&hoofdstuk=3&artikel=30&z=2004-01-01&g=2004-01-01), en [artikel 34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013061&hoofdstuk=3&artikel=34&z=2004-01-01&g=2004-01-01) zijn ten aanzien van de overgang, bedoeld in het eerste lid, van overeenkomstige toepassing.
3. Bij of krachtens de maatregel, bedoeld in het eerste lid, kunnen regels worden gesteld voor de overgang van personeel, de gegevensoverdracht en de waardering van de vermogensbestanddelen.
##### Artikel 40. Ontslagbescherming werknemers van de Centrale organisatie werk en inkomen
1. De arbeidsovereenkomsten van personeelsleden die in dienst zijn van de Centrale organisatie werk en inkomen kunnen door die organisatie niet worden opgezegd zonder voorafgaande toestemming van de ontslagcommissie, bedoeld in [artikel 41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013061&hoofdstuk=3&artikel=41&z=2002-04-01&g=2002-04-01).
1. De arbeidsovereenkomsten van personeelsleden die in dienst zijn van de Centrale organisatie werk en inkomen kunnen door die organisatie niet worden opgezegd zonder voorafgaande toestemming van de ontslagcommissie, bedoeld in [artikel 41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013061&hoofdstuk=3&artikel=41&z=2004-01-01&g=2004-01-01).
2. Het eerste lid is niet van toepassing indien de opzegging geschiedt om een dringende aan de werknemer onverwijld meegedeelde reden dan wel indien de opzegging geschiedt met wederzijds goedvinden.
3. Een opzegging in strijd met het tweede lid is vernietigbaar. De werknemer kan binnen twee maanden na de opzegging een beroep doen op deze vernietigingsgrond. [Artikel 55 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291&artikel=55) is niet van toepassing.
3. Een opzegging in strijd met het eerste lid is vernietigbaar. De werknemer kan binnen twee maanden na de opzegging een beroep doen op deze vernietigingsgrond. [Artikel 55 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291&artikel=55) is niet van toepassing.
4. Een rechtsvordering in verband met de vernietiging verjaart door verloop van zes maanden na de dag waartegen is opgezegd.
5. De Centrale organisatie werk en inkomen kan niet opzeggen gedurende de tijd dat de werknemer ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte, tenzij de ongeschiktheid een aanvang heeft genomen nadat het voornemen van die organisatie tot opzegging van de arbeidsovereenkomst ter toetsing aan de ontslagcommissie, bedoeld in [artikel 41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013061&hoofdstuk=3&artikel=41&z=2002-04-01&g=2002-04-01), is voorgelegd en door die commissie is ontvangen. Van de eerste volzin kan slechts worden afgeweken bij collectieve arbeidsovereenkomst of bij regeling door of namens een daartoe bevoegd bestuursorgaan.
5. De Centrale organisatie werk en inkomen kan niet opzeggen gedurende de tijd dat de werknemer ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte, tenzij de ongeschiktheid een aanvang heeft genomen nadat het voornemen van die organisatie tot opzegging van de arbeidsovereenkomst ter toetsing aan de ontslagcommissie, bedoeld in [artikel 41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013061&hoofdstuk=3&artikel=41&z=2004-01-01&g=2004-01-01), is voorgelegd en door die commissie is ontvangen. Van de eerste volzin kan slechts worden afgeweken bij collectieve arbeidsovereenkomst of bij regeling door of namens een daartoe bevoegd bestuursorgaan.
6. Indien de toestemming, bedoeld in het eerste lid, is verleend, wordt de door de Centrale organisatie werk en inkomen in acht te nemen termijn van opzegging, verkort met een maand, met dien verstande dat de resterende termijn van opzegging ten minste één maand bedraagt. Van de eerste volzin kan slechts worden afgeweken bij collectieve arbeidsovereenkomst of bij regeling door of namens een daartoe bevoegd bestuursorgaan.
##### Artikel 41. Ontslagcommissie
1. Er is een ontslagcommissie, die tot taak heeft voornemens van de Centrale organisatie werk en inkomen tot opzegging van de arbeidsovereenkomsten, bedoeld in [artikel 40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013061&hoofdstuk=3&artikel=40&z=2002-04-01&g=2002-04-01) te toetsen, alvorens toestemming voor de voorgenomen opzegging te verlenen.
1. Er is een ontslagcommissie, die tot taak heeft voornemens van de Centrale organisatie werk en inkomen tot opzegging van de arbeidsovereenkomsten, bedoeld in [artikel 40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013061&hoofdstuk=3&artikel=40&z=2004-01-01&g=2004-01-01) te toetsen, alvorens toestemming voor de voorgenomen opzegging te verlenen.
2. Bij de toetsing ingevolge het eerste lid neemt de ontslagcommissie de door Onze Minister krachtens [artikel 6, derde lid, van het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002014&artikel=6) gestelde regels in acht.
@@ -320,13 +320,13 @@
##### Artikel 42. Overgang ontslagbescherming
1. De commissie die is ingesteld op grond van [artikel 43 van de Arbeidsvoorzieningswet 1996](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008367&artikel=43) wordt gehandhaafd en geldt met ingang van de datum van inwerkingtreding van de [artikelen 40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013061&hoofdstuk=3&artikel=40&z=2002-04-01&g=2002-04-01) en [41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013061&hoofdstuk=3&artikel=41&z=2002-04-01&g=2002-04-01) als commissie, bedoeld in [artikel 41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013061&hoofdstuk=3&artikel=41&z=2002-04-01&g=2002-04-01), en behandelt de voor die datum bij eerstgenoemde commissie ingediende verzoeken om toestemming van een voorgenomen opzegging van een arbeidsovereenkomst.
2. De [artikelen 40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013061&hoofdstuk=3&artikel=40&z=2002-04-01&g=2002-04-01) en [41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013061&hoofdstuk=3&artikel=41&z=2002-04-01&g=2002-04-01) zijn van toepassing totdat in een collectieve arbeidsovereenkomst een regeling betreffende toestemming van een voorgenomen opzegging van een arbeidsovereenkomst van het personeel van de Centrale organisatie werk en inkomen is opgenomen.
3. Indien twee jaar na inwerkingtreding van de [artikelen 40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013061&hoofdstuk=3&artikel=40&z=2002-04-01&g=2002-04-01) en [41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013061&hoofdstuk=3&artikel=41&z=2002-04-01&g=2002-04-01) de in het tweede lid bedoelde collectieve arbeidsovereenkomst niet tot stand is gekomen dan wel in die collectieve arbeidsovereenkomst een dergelijke regeling niet is opgenomen, vervallen genoemde artikelen en wordt aan de zittende leden ontslag verleend.
4. Verzoeken om toestemming van een voorgenomen opzegging van een arbeidsovereenkomst waaromtrent op de dag waarop de [artikelen 40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013061&hoofdstuk=3&artikel=40&z=2002-04-01&g=2002-04-01) en [41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013061&hoofdstuk=3&artikel=41&z=2002-04-01&g=2002-04-01) overeenkomstig het derde lid vervallen door de in die artikelen bedoelde ontslagcommissie nog niet is beslist, worden met inachtneming van het daaromtrent in die artikelen bepaalde afgehandeld, doch uiterlijk binnen zes maanden na die dag.
1. De commissie die is ingesteld op grond van [artikel 43 van de Arbeidsvoorzieningswet 1996](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008367&artikel=43) wordt gehandhaafd en geldt met ingang van de datum van inwerkingtreding van de [artikelen 40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013061&hoofdstuk=3&artikel=40&z=2004-01-01&g=2004-01-01) en [41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013061&hoofdstuk=3&artikel=41&z=2004-01-01&g=2004-01-01) als commissie, bedoeld in [artikel 41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013061&hoofdstuk=3&artikel=41&z=2004-01-01&g=2004-01-01), en behandelt de voor die datum bij eerstgenoemde commissie ingediende verzoeken om toestemming van een voorgenomen opzegging van een arbeidsovereenkomst.
2. De [artikelen 40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013061&hoofdstuk=3&artikel=40&z=2004-01-01&g=2004-01-01) en [41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013061&hoofdstuk=3&artikel=41&z=2004-01-01&g=2004-01-01) zijn van toepassing totdat in een collectieve arbeidsovereenkomst een regeling betreffende toestemming van een voorgenomen opzegging van een arbeidsovereenkomst van het personeel van de Centrale organisatie werk en inkomen is opgenomen.
3. Indien twee jaar na inwerkingtreding van de [artikelen 40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013061&hoofdstuk=3&artikel=40&z=2004-01-01&g=2004-01-01) en [41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013061&hoofdstuk=3&artikel=41&z=2004-01-01&g=2004-01-01) de in het tweede lid bedoelde collectieve arbeidsovereenkomst niet tot stand is gekomen dan wel in die collectieve arbeidsovereenkomst een dergelijke regeling niet is opgenomen, vervallen genoemde artikelen en wordt aan de zittende leden ontslag verleend.
4. Verzoeken om toestemming van een voorgenomen opzegging van een arbeidsovereenkomst waaromtrent op de dag waarop de [artikelen 40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013061&hoofdstuk=3&artikel=40&z=2004-01-01&g=2004-01-01) en [41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013061&hoofdstuk=3&artikel=41&z=2004-01-01&g=2004-01-01) overeenkomstig het derde lid vervallen door de in die artikelen bedoelde ontslagcommissie nog niet is beslist, worden met inachtneming van het daaromtrent in die artikelen bepaalde afgehandeld, doch uiterlijk binnen zes maanden na die dag.
5. De ontslagcommissie blijft in stand voor zolang dat in verband met de toepassing van het vierde lid noodzakelijk is.
2002-04-01
Invoeringswet Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen —
original version Tekst op deze datum