Wijzigingsgeschiedenis
Regeling houdende vaststelling van bepalingen inzake toetsing van ambtenaren van politie en buitengewoon opsporingsambtenaren terzake van geweldsbeheersing, aanhoudings- en zelfverdedigingsvaardigheden en schietvaardigheid
14 versions
· 2019-08-01
2019-08-01
Regeling toetsing geweldsbeheersing politie — art. 7
2019-07-18
Regeling toetsing geweldsbeheersing politie — art. 7
2019-07-01
Regeling toetsing geweldsbeheersing politie — arts. 7, 7
2018-01-01
Regeling toetsing geweldsbeheersing politie — art. 7
2017-01-01
Regeling toetsing geweldsbeheersing politie — art. 7
2016-01-01
Regeling toetsing geweldsbeheersing politie — art. 7
2013-09-11
Regeling toetsing geweldsbeheersing politie
2013-01-01
Regeling toetsing geweldsbeheersing politie
Wijzigingen op 2013-01-01
@@ -8,7 +8,7 @@
1. In deze regeling wordt verstaan onder:
- a. ambtenaar: de ambtenaar van politie, bedoeld in [artikel 3, eerste lid, onderdelen a en c, en tweede lid, van de Politiewet 1993](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006299&artikel=3), die rechtens is uitgerust met een of meer geweldsmiddelen;
- a. ambtenaar: de ambtenaar van politie, bedoeld in [artikel 2, onderdelen a, c, en d, van de Politiewet 2012](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0031788&artikel=2), die rechtens is uitgerust met een of meer geweldsmiddelen;
- b. geweldsmiddel: geweldsmiddel als bedoeld in [artikel 1, derde lid, onderdeel d, onder 1e, van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006589&artikel=1);
@@ -22,13 +22,7 @@
- g. toetser: de ambtenaar van politie die heeft voldaan aan de competentiegerichte eindtermen van de daartoe strekkende opleiding en is gecertificeerd door het LSOP om de toets geweldsbeheersing, de toets aanhoudings- en zelfverdedigingsvaardigheden, of de toets schietvaardigheid af te nemen.
- h. de korpsbeheerder:
- 1°. de burgemeester, bedoeld in [artikel 23 van de Politiewet 1993](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006299&artikel=23), voor zover het ambtenaren van een regionaal politiekorps, bedoeld in [artikel 3 van de Politiewet 1993](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006299&artikel=3), betreft,
- 2°. de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor zover het ambtenaren van het Korps landelijke politiediensten, bedoeld in [artikel 38 van de Politiewet 1993](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006299&artikel=38), betreft,
- 3°. de Minister van Justitie voor zover het bijzondere ambtenaren van politie, bedoeld in [artikel 43, eerste lid, van de Politiewet 1993](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006299&artikel=43), betreft.
- h. bevoegd gezag: bevoegd gezag, als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onderdeel l, van het Besluit algemene rechtspositie politie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006516&artikel=1).
##### Artikel 2
@@ -44,27 +38,27 @@
4. Onverminderd het eerste tot en met derde lid, wordt de ambtenaar van wie een geweldsmiddel op grond van het vijfde lid is ingenomen, voor de resterende duur van het lopende kalenderjaar of kalenderhalfjaar, geacht wederom geoefend te zijn in het gebruik van dat geweldsmiddel, vanaf het moment dat hij de toetsen die hij niet of niet met voldoende resultaat had afgelegd, alsnog met voldoende resultaat aflegt.
5. De korpsbeheerder draagt er voor zorg dat de ambtenaar slechts over een geweldsmiddel beschikt, anders dan voor het vervoer en het gebruik ervan voor het volgen van onderwijs, indien hij geoefend is in het gebruik van dat geweldsmiddel. Indien een ambtenaar op de laatste dag van een kalenderjaar of kalenderhalfjaar de in het eerste, tweede en derde lid bedoelde toetsen nog niet met voldoende resultaat heeft afgelegd, wordt het geweldsmiddel in het gebruik waarvan hij dientengevolge niet langer is geoefend, door de korpsbeheerder ingenomen.
5. Het bevoegd gezag draagt er voor zorg dat de ambtenaar slechts over een geweldsmiddel beschikt, anders dan voor het vervoer en het gebruik ervan voor het volgen van onderwijs, indien hij geoefend is in het gebruik van dat geweldsmiddel. Indien een ambtenaar op de laatste dag van een kalenderjaar of kalenderhalfjaar de in het eerste, tweede en derde lid bedoelde toetsen nog niet met voldoende resultaat heeft afgelegd, wordt het geweldsmiddel in het gebruik waarvan hij dientengevolge niet langer is geoefend, door het bevoegd gezag ingenomen.
##### Artikel 3
1. De korpsbeheerder biedt de ambtenaar de gelegenheid tot het volgen van ten minste 32 uren training ter voorbereiding op de af te leggen toetsen, en toetsing.
1. Het bevoegd gezag biedt de ambtenaar de gelegenheid tot het volgen van ten minste 32 uren training ter voorbereiding op de af te leggen toetsen, en toetsing.
2. Vervallen.
3. De toets geweldsbeheersing, de toets aanhoudings- en zelfverdedigingsvaardigheden en de toets schietvaardigheid worden afgenomen door een door de korpsbeheerder daartoe aangewezen toetser.
3. De toets geweldsbeheersing, de toets aanhoudings- en zelfverdedigingsvaardigheden en de toets schietvaardigheid worden afgenomen door een door het bevoegd gezag daartoe aangewezen toetser.
##### Artikel 4
Indien een ambtenaar, op de laatste dag van de in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013200&artikel=2&z=2004-12-29&g=2004-12-29) bedoelde perioden, een van de in dat artikel bedoelde toetsen niet of niet met voldoende resultaat heeft afgelegd, doet de toetser hiervan onverwijld mededeling aan de korpsbeheerder.
Indien een ambtenaar, op de laatste dag van de in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013200&artikel=2&z=2013-01-01&g=2013-01-01) bedoelde perioden, een van de in dat artikel bedoelde toetsen niet of niet met voldoende resultaat heeft afgelegd, doet de toetser hiervan onverwijld mededeling aan het bevoegd gezag.
##### Artikel 5
1. De korpsbeheerder draagt zorg voor registratie van de deelname aan en de resultaten van de in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013200&artikel=2&z=2004-12-29&g=2004-12-29) bedoelde toetsen.
1. Het bevoegd gezag draagt zorg voor registratie van de deelname aan en de resultaten van de in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013200&artikel=2&z=2013-01-01&g=2013-01-01) bedoelde toetsen.
2. Het regionale college publiceert jaarlijks in het in [artikel 31 van de Politiewet 1993](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006299&artikel=31) bedoelde jaarverslag een overzicht van de stand van zaken betreffende de in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013200&artikel=2&z=2004-12-29&g=2004-12-29) bedoelde toetsen.
2. De korpschef publiceert jaarlijks in het in [artikel 36 van de Politiewet 2012](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0031788&artikel=36) bedoelde jaarverslag een overzicht van de stand van zaken betreffende de in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013200&artikel=2&z=2013-01-01&g=2013-01-01) bedoelde toetsen.
3. Het regionale college verstrekt jaarlijks in het in [artikel 31 van de Politiewet 1993](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006299&artikel=31) bedoelde beleidsplan een overzicht betreffende de deelname aan en de resultaten van de in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013200&artikel=2&z=2004-12-29&g=2004-12-29) bedoelde toetsen alsmede het gevoerde beleid hieromtrent.
3. De korpschef verstrekt jaarlijks in het in [artikel 36 van de Politiewet 2012](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0031788&artikel=36) bedoelde beleidsplan een overzicht betreffende de deelname aan en de resultaten van de in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013200&artikel=2&z=2013-01-01&g=2013-01-01) bedoelde toetsen alsmede het gevoerde beleid hieromtrent.
##### Artikel 6
@@ -74,12 +68,18 @@
1. Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2002. Indien de Staatscourant waarin deze regeling wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 31 december 2001, treedt zij in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, en werkt zij terug tot en met 1 januari 2002.
2. [Artikel 2, eerste lid, onder 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013200&artikel=2&z=2004-12-29&g=2004-12-29), treedt met ingang van 1 januari 2003 in werking.
2. [Artikel 2, eerste lid, onder 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013200&artikel=2&z=2013-01-01&g=2013-01-01), treedt met ingang van 1 januari 2003 in werking.
3. De [artikelen 2, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013200&artikel=2&z=2004-12-29&g=2004-12-29), en [3, eerste lid, tweede volzin, en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013200&artikel=3&z=2004-12-29&g=2004-12-29), vervallen met ingang van 1 januari 2004.
3. De [artikelen 2, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013200&artikel=2&z=2013-01-01&g=2013-01-01), en [3, eerste lid, tweede volzin, en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013200&artikel=3&z=2013-01-01&g=2013-01-01), vervallen met ingang van 1 januari 2004.
##### Artikel 8
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling toetsing geweldsbeheersing politie.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
##### Artikel 7a
Deze regeling berust op [artikel 3a van de Wet wapens en munitie](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008804&artikel=3a) en [artikel 21 van de Politiewet 2012](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0031788&artikel=21).
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
2004-12-29
Regeling toetsing geweldsbeheersing politie — arts. 4, 5
2004-01-01
Regeling toetsing geweldsbeheersing politie — arts. 2, 3, 7
2003-12-18
Regeling toetsing geweldsbeheersing politie — art. 7
2003-10-02
Regeling toetsing geweldsbeheersing politie — arts. 4, 4, 5 y 3 más
2003-01-01
Regeling toetsing geweldsbeheersing politie — arts. 2, 4, 5 y 3 más
2003-01-01
Regeling toetsing geweldsbeheersing politie
original version
Tekst op deze datum