Besluit van 20 december 2001 tot vaststelling van een algemene maatregel van bestuur ter uitvoering van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, en in verband daarmee van enige andere socialezekerheidswetten (Besluit SUWI)
Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, gedaan mede namens de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J. F. Hoogervorst, van 19 oktober 2001, Nr SUWI/SEC/2001/71128;
Gelet op de artikelen 13, vijfde lid, 25, eerste lid, onderdeel d, 28, derde lid, en73, vijfde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, de artikelen 125, derde lid, en 145, eerste lid, van de Algemene bijstandswet, de artikelen 48, derde lid, en 64, eerste lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de artikelen 48, derde lid, en 64, eerste lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, de artikelen 8, zevende lid, 10, vijfde lid, 14, tweede lid, 15, tweede lid, en33a, vierde lid, van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten, artikel 72, vijfde lid, van de Werkloosheidswet en artikel 8, vijfde lid, van de Wet inschakeling werkzoekenden;
De Raad van State gehoord (advies van 12 december 2001, nr. W12.01.0543/IV);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J. F. Hoogervorst, van 13 december 2001, nr. SUWI/SEC/2001/366;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1.1. Begripsbepalingen
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- a. WWB: Wet werk en bijstand;
- d. WWIK: Wet werk en inkomen kunstenaars;
- e. Wet REA: Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten;
- f. WW: Werkloosheidswet;
- g. Wet SUWI: Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
- h. CWI: de Centrale organisatie werk en inkomen, genoemd in hoofdstuk 4 van de Wet SUWI;
- i. UWV: het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd inhoofdstuk 5 van de Wet SUWI;
- j. SVB: de Sociale verzekeringsbank, genoemd in hoofdstuk 6 van de Wet SUWI;
- k. arbeidsgehandicapte: arbeidsgehandicapte als bedoeld inartikel 2 van de Wet REA;
- l. reïntegratiebedrijf: natuurlijke persoon of rechtspersoon die in het kader van de uitoefening van beroep of bedrijf de inschakeling van personen in het arbeidsproces bevordert;
- m. arbodienst: een arbodienst als bedoeld in de Arbeidsomstandighedenwet 1998;
- n. deskundige persoon: een persoon als bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet 1998 die belast is met de taken, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel b, van die wet.
Hoofdstuk 2. CWI
Artikel 2.1. Registratie vreemdelingen als werkzoekende
Het recht zich als werkzoekende door de CWI te laten registreren, komt toe aan:
- a. een vreemdeling die rechtmatig in Nederland verblijft, in de zin van artikel 8, onderdeel b of l, van de Vreemdelingenwet 2000;
- b. een vreemdeling die rechtmatig in Nederland verblijft, in de zin van artikel 8, onderdeel a, van de Vreemdelingenwet 2000, die onvrijwillig werkloos is terwijl het verbod, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen nog van toepassing is, mits de vergunning tot verblijf het in Nederland verrichten van arbeid niet uitsluit;
- c. een vreemdeling die rechtmatig in Nederland verblijf heeft gehouden in de zin van artikel 8, onderdeel a tot en met e, of m, van de Vreemdelingenwet 2000, mits de vergunning tot verblijf het in Nederland verrichten van arbeid niet uitsloot, indien de vreemdeling onvrijwillig werkloos is, en mits hij:
- 1°. voor de beëindiging van dit verblijf een aanvraag heeft ingediend om voortgezette toelating, of
- 2°. binnen de termijn, genoemd inartikel 69, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, of buiten die termijn, in geval artikel 6:11 van de Algemene wet bestuursrecht toepassing heeft gevonden, bezwaar heeft gemaakt of beroep heeft ingesteld tegen intrekking van de toelating in de zin van artikel 8, onderdeel a tot en met e, of m, van de Vreemdelingenwet 2000.
Het recht op registratie eindigt voor een vreemdeling als bedoeld in het eerste lid, onder c, zodra:
- a. onherroepelijk op de aanvraag, het bezwaar of het beroep is beslist, of
- b. de uitzetting van de vreemdeling is gelast, tenzij die uitzetting ingevolge de Vreemdelingenwet 2000 of op grond van een rechterlijke beslissing achterwege dient te blijven.
Artikel 2.2. Overdracht aanvraag door de CWI aan het UWV
De overdracht van een aanvraag aan het UWV van een uitkering op grond van de WW of van de aangifte van werkloosheid op grond van artikel 26, eerste lid, onderdeel a, van voornoemde wet, vindt plaats binnen acht werkdagen na deze aangifte.
Artikel 2.3. Termijnen bijstandsaanvraag
Burgemeester en wethouders kunnen, in overeenstemming met de CWI, de in het eerste lid bedoelde termijn van acht werkdagen verlengen. Indien burgemeester en wethouders de bedoelde termijn verlengen, dragen zij zorg voor adequate bekendmaking daarvan.
Bij de melding, bedoeld in artikel 44, tweede lid, van de WWB, artikel 16a, tweede lid, van de IOAW of artikel 16a, tweede lid, van de IOAZ wordt door de CWI of, bij een aanvraag als bedoeld in artikel 63a, tweede of derde lid, artikel 11a, tweede lid, van de IOAW of artikel 11a, tweede lid, van de IOAZ, door burgemeester en wethouders met de belanghebbende een afspraak gemaakt voor een gesprek waarin de aanvraag in ontvangst wordt genomen. Door de CWI onderscheidenlijk burgemeester en wethouders wordt bevorderd dat het gesprek op een zo kort mogelijke termijn na de melding plaatsheeft.
Hoofdstuk 3. Verrichten andere taken CWI, UWV en SVB
Artikel 3.1. Voorwaarden verrichten andere taken
Onze Minister kan een besluit van de CWI, het UWV of de SVB om andere dan de in de Wet SUWI bedoelde taken uit te voeren uitsluitend goedkeuren, indien:
- a. de goede uitvoering van de in die wet bedoelde taken daardoor niet in gevaar komt;
- b. de andere taken in opdracht en voor rekening en risico van de opdrachtgever worden uitgevoerd;
- c. de taakuitoefening van de Inspectie Werk en Inkomen met betrekking tot het toezicht op de uitvoering van de wetten door de CWI, het UWV en de SVB, bedoeld in artikel 37, onderdeel a, van de Wet SUWI voldoende gewaarborgd is;
- d. voorzover de Wet toezicht verzekeringsbedrijf van toepassing is, deze in acht wordt genomen;
- e. de uitvoering van die andere taken gescheiden van de uitvoering van de wettelijke taken plaatsvindt, voorzover de andere taak niet noodzaakt tot een gezamenlijke uitvoering.
Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent de berekening van de prijzen die voor het verrichten van andere taken in rekening worden gebracht.
Hoofdstuk 4. Reïntegratie
§ 4.1. Contracteisen voor publieke opdrachtgevers
Artikel 4.1. Inhoud van contracten publieke uitvoerders/reïntegratiebedrijven
Het UWV en burgemeester en wethouders laten de werkzaamheden, bedoeld in de artikelen 72, derde lid, van de WW, 10, derde lid van de Wet REA en 7, vierde lid, van de WWB, 34, derde lid, van de IOAW, artikel 34, derde lid, van de IOAZ en artikel 21, tweede lid, van de WWIK door een reïntegratiebedrijf of arbodienst verrichten op grond van een schriftelijke overeenkomst waarin in elk geval is geregeld dat het reïntegratiebedrijf, de deskundige persoon of de arbodienst verplicht is:
- a. alle gegevens en inlichtingen omtrent deze werkzaamheden op verzoek aan het UWV of het burgemeester en wethouders te verstrekken, voor zover dit noodzakelijk is voor de uitvoering van de in de aanhef genoemde wetten;
- b. de persoonlijke levenssfeer van de personen van wie de inschakeling in de arbeid wordt bevorderd, te beschermen overeenkomstig een reglement dat aan die personen, het UWV of het burgemeester en wethouders wordt overgelegd;
- c. in geval van een geschil tussen de te reïntegreren persoon en het reïntegratiebedrijf, de deskundige persoon of de arbodienst een klachten- en geschillenregeling toe te passen die door het reïntegratiebedrijf, de deskundige persoon of de arbodienst aan de te reïntegreren persoon en de partij met wie de in de aanhef bedoelde overeenkomst is gesloten, is overgelegd;
- d. toegang tot en inzage in alle gegevens te verlenen die een accountant naar zijn oordeel nodig heeft voor het instellen van een nader onderzoek als bedoeld in artikel 42, vierde lid, van de Wet SUWI;
- e. op verzoek aan het UWV of het burgemeester en wethouders een schriftelijk oordeel van een accountant of een gelijkwaardige deskundige over de verwerking van informatie en de genomen maatregelen ter beveiliging van informatie door het reïntegratiebedrijf, de deskundige persoon of de arbodienst over te leggen;
- f. de gegevens die het reïntegratiebedrijf, de deskundige persoon of de arbodienst in verband met deze werkzaamheden verkrijgt uitsluitend te verwerken voorzover dat noodzakelijk is voor het verrichten van die werkzaamheden dan wel voor de naleving van verplichtingen als bedoeld in de onderdelen a tot en met e;
- g. indien dit reïntegratiebedrijf, deze deskundige persoon of deze arbodienst deze werkzaamheden laat verrichten door een ander reïntegratiebedrijf, een andere deskundige persoon of een andere arbodienst, in een schriftelijke overeenkomst met dat andere reïntegratiebedrijf, die andere deskundige persoon of deze andere arbodienst te regelen dat voor dat bedrijf, die persoon of dienst de verplichtingen jegens het UWV of burgemeester en wethouders, bedoeld in de onderdelen a tot en met f en h, gelden;
- h. het UWV, onderscheidenlijk burgemeester en wethouders van de betrokken gemeente op verzoek en uit eigen beweging kennis te geven van het gegronde vermoeden dat een persoon, van wie de inschakeling in de arbeid wordt bevorderd, onvoldoende medewerking verleent aan deze werkzaamheden, voor zover dit noodzakelijk is voor de uitvoering van de in de aanhef genoemde wetten door het UWV en burgemeester en wethouders.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent het eerste lid.
Bij ministeriële regeling kunnen werkzaamheden in het kader van bepaalde voorzieningen, bedoeld in artikel 7, vierde lid, van de WWB, 34, derde lid, van de IOAW, 34, derde lid, van de IOAZ of 21, tweede lid, van de WWIK worden aangewezen waarop het eerste lid niet van toepassing is en kan worden geregeld dat een deel van de werkzaamheden, bedoeld in genoemde artikelen of werkzaamheden in het kader van bepaalde voorzieningen, bedoeld in genoemde artikelen, niet door derden hoeft te worden verricht.
§ 4.2. Individuele reïntegratieovereenkomst
Artikel 4.2. Mogelijkheid individuele reïntegratieovereenkomst
Het UWV kan ten behoeve van de arbeidsgehandicapte, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Wet REA en de werknemer, bedoeld in artikel 72, eerste lid, van de WW, op diens aanvraag een individuele reïntegratieovereenkomst sluiten met een reïntegratiebedrijf, deskundige persoon of arbodienst, overeenkomstig de voorkeur van de aanvrager, ter uitvoering van werkzaamheden die zijn gericht op de inschakeling in het arbeidsproces.
Het UWV bepaalt het ten hoogste aan het reïntegratiebedrijf, de deskundige persoon of de arbodienst verschuldigde bedrag voor de uitvoering van de individuele reïntegratieovereenkomst en het tijdvak waarvoor de individuele reïntegratieovereenkomst wordt gesloten.
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent de voorwaarden waaronder door het UWV een individuele reïntegratieovereenkomst kan worden gesloten en omtrent de inhoud van de individuele reïntegratieovereenkomst.
Artikel 4.3. Termijn sluiten van een individuele reïntegratieovereenkomst
In geval van een toekennende beschikking op een aanvraag als bedoeld in artikel 4.2, eerste lid, sluit het UWV binnen zes weken na het nemen van die beschikking een overeenkomst met een reïntegratiebedrijf, deskundige persoon of arbodienst dat de in artikel 4.2, eerste lid, bedoelde werkzaamheden uitvoert.
De arbeidsgehandicapte of de werknemer ten behoeve van wie een individuele reïntegratieovereenkomst wordt gesloten tekent een exemplaar van die overeenkomst voor gezien en verstrekt dit aan het UWV.
Artikel 4.4. Weigering van sluiting van een individuele reïntegratieovereenkomst
De aanvraag om een individuele reïntegratieovereenkomst kan in ieder geval worden geweigerd in de gevallen waarin op grond van artikel 4:35, eerste lid, onderdelen a en b en tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht een subsidieverlening kan worden geweigerd, en indien niet wordt voldaan aan de krachtens artikel 4.2, vierde lid, door het UWV gestelde voorwaarden.
Artikel 4.5. Evaluatie
Onze Minister zendt binnen vier jaar na de inwerkingtreding van de artikelen 4.2 tot en met 4.4 aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze artikelen in de praktijk.
Artikel 4.6. Hoogte van subsidie en tijdstip van betaling
Vervallen
§ 4.3. Persoonsgebonden reïntegratiebudgetten
§ 4.3.1. Algemene bepalingen omtrent het persoonsgebonden reïntegratiebudget voor arbeidsgehandicapte werknemers
Artikel 4.7. Nadere begripsbepalingen
In deze paragraaf en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- a. arbeidsgehandicapte werknemer: een arbeidsgehandicapte werknemer als bedoeld in artikel 31, eerste lid, van de Wet REA;
- b. subsidie: een subsidie als bedoeld in artikel 33a, eerste lid, onderdeel a, van de Wet REA;
- c. subsidie-ontvanger: de arbeidsgehandicapte werknemer aan wie een subsidie is verstrekt als bedoeld in artikel 33a, eerste lid, onderdeel a, van de Wet REA;
- d. persoonsgebonden reïntegratie-overeenkomst: een overeenkomst als bedoeld in artikel 33a, eerste lid, onderdeel b, van de Wet REA;
- e. begunstigde: de arbeidsgehandicapte werknemer ten behoeve van wie een overeenkomst is gesloten als bedoeld in artikel 33a, eerste lid, onderdeel b, van de Wet REA.
Artikel 4.8. Bestedingsdoel
Het UWV kan op een aanvraag als bedoeld in artikel 33a van de Wet REA een subsidie verstrekken ter voldoening van de noodzakelijk te maken kosten van werkzaamheden die zijn gericht op behoud, herstel of bevordering van mogelijkheden tot het verrichten van arbeid, waaronder begrepen het behouden en verkrijgen van een dienstbetrekking, of een persoonsgebonden reïntegratie-overeenkomst sluiten ter uitvoering van die werkzaamheden.
Onder werkzaamheden als bedoeld in het eerste lid worden uitsluitend verstaan:
- a. begeleiding en advisering;
- b. opleiding;
- c. arbeidsbemiddeling en andere werkzaamheden die, in aansluiting op de onder a en b bedoelde werkzaamheden, zijn gericht op behoud, herstel of bevordering van mogelijkheden tot het verrichten van arbeid.
Kosten van werkzaamheden die niet zijn beschreven in het in artikel 4.10, onderdeel b, bedoelde trajectplan komen niet voor subsidiëring in aanmerking en ter uitvoering van die werkzaamheden wordt geen persoonsgebonden reïntegratie-overeenkomst gesloten, tenzij het UWV voor het verrichten van die werkzaamheden schriftelijk goedkeuring heeft verleend.
Artikel 4.9. Keuze voor subsidie of contract
Bij de aanvraag, bedoeld in artikel 33a, eerste lid, van de Wet REA, vermeldt de aanvrager of zijn aanvraag betrekking heeft op verstrekking van subsidie dan wel het sluiten van een persoonsgebonden reïntegratie-overeenkomst door het UWV.
Artikel 4.10. Voorwaarden voor het verstrekken van een persoonsgebonden reïntegratiebudget
Het UWV kan uitsluitend een subsidie verstrekken of een persoonsgebonden reïntegratie-overeenkomst sluiten indien:
- a. de aanvraag wordt ingediend binnen zes weken nadat het oordeel van het UWV omtrent de aanwezigheid van passende arbeid in het bedrijf van zijn werkgever of in een ander bedrijf, als bedoeld in artikel 33a, tweede lid, van de Wet REA, aan de arbeidsgehandicapte werknemer bekend is gemaakt;
- b. de aanvraag vergezeld gaat van een door of namens de werknemer opgesteld trajectplan waarin in elk geval zijn opgenomen:
- 1°. het opleidingsniveau en het sociaal-fiscaalnummer van de arbeidsgehandicapte werknemer;
- 2°. een beschrijving van de werkzaamheden die de aanvrager op grond van artikel 33a, eerste lid, van de Wet REA zal laten verrichten;
- 3°. de verwachte begin- en einddatum van de werkzaamheden, bedoeld in artikel 33a, van de Wet REA;
- 4°. de beroepsactiviteiten die de aanvrager naar verwachting na afloop van die periode kan vervullen;
- 5°. een begroting van de kosten van de in artikel 4.8 bedoelde werkzaamheden.
Artikel 4.11. Verhaal van kosten op de werkgever
De werkgever vergoedt aan het UWV 50 procent van de kosten die door het reïntegratiebedrijf, de deskundige persoon of arbodienst aan het UWV in rekening worden gebracht voor het verrichten van werkzaamheden ter uitvoering van de persoonsgebonden reïntegratie-overeenkomst, tenzij de arbeidsgehandicapte werknemer binnen drie maanden nadat de werkzaamheden ter uitvoering van de persoonsgebonden reïntegratie-overeenkomst zijn geëindigd een dienstbetrekking met een andere werkgever is aangegaan en deze arbeidsgehandicapte werknemer voor een aaneengesloten periode van ten minste 26 weken daadwerkelijk in dienstbetrekking met deze andere werkgever heeft gestaan of met die arbeid in een periode van één jaar ten minste gedurende 26 weken inkomsten heeft verworven waardoor hij geen recht meer heeft op een uitkering anders dan een arbeidsongeschiktheidsuitkering in verband met het verwerven van die inkomsten of verrichten van die arbeid.
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing indien de werknemer voor het verrichten van de werkzaamheden een subsidie als bedoeld in deze paragraaf heeft ontvangen.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent het eerste lid.
§ 4.3.2. Persoonsgebonden reïntegratiebudget in de vorm van een subsidie
Artikel 4.12. Verlening van subsidie
Op de aanvraag om een subsidie wordt een beschikking omtrent subsidieverlening gegeven.
In de subsidievoorwaarden bij een beschikking als bedoeld in het eerste lid wordt in elk geval opgenomen dat in een overeenkomst die de subsidie-ontvanger met een reïntegratiebedrijf sluit wordt geregeld:
- a. de duur van de overeenkomst alsmede de hoogte van de kosten die door het reïntegratiebedrijf in rekening zullen worden gebracht;
- b. dat de overeenkomst door beide partijen wegens gewichtige redenen tussentijds door opzegging kan worden beëindigd;
- c. dat het reïntegratiebedrijf verplicht is:
- 1º. toegang tot en inzage in alle gegevens te verlenen die een accountant naar zijn oordeel nodig heeft voor het instellen van een nader onderzoek als bedoeld in artikel 42, vierde lid, van de Wet SUWI;
- 2º. de persoonlijke levenssfeer van de personen van wie de inschakeling in de arbeid wordt bevorderd, te beschermen overeenkomstig een reglement dat aan die personen en de werkgever wordt overgelegd;
- 3º. in geval van een geschil tussen de te reïntegreren persoon en het reïntegratiebedrijf een klachten- en geschillenregeling toe te passen die door het reïntegratiebedrijf aan de te reïntegreren persoon en de werkgever is overgelegd;
- 4º. op verzoek aan de werkgever een schriftelijk oordeel van een accountant of een gelijkwaardige deskundige over de verwerking van informatie en de genomen maatregelen ter beveiliging van informatie door het reïntegratiebedrijf over te leggen;
- 5º. de gegevens die het reïntegratiebedrijf in verband met deze werkzaamheden verkrijgt uitsluitend te verwerken voorzover dat noodzakelijk is voor het verrichten van die activiteiten of werkzaamheden dan wel voor de naleving van verplichtingen als bedoeld in de subonderdelen 1° tot en met 4°;
- 6º. indien dit reïntegratiebedrijf deze werkzaamheden laat verrichten door een ander reïntegratiebedrijf, in een schriftelijke overeenkomst met dat andere reïntegratiebedrijf te regelen dat voor dat bedrijf de verplichtingen, bedoeld in de subonderdelen 1° tot en met 6°, gelden;
- d. dat het reïntegratiebedrijf aan het UWV op verzoek of na toestemming van de subsidie-ontvanger uit eigen beweging gegevens verstrekt over de besteding van de subsidie.
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent het tweede lid.
Artikel 4.13. Hoogte van de subsidie en tijdvak van gesubsidieerde werkzaamheden
De subsidie bedraagt ten hoogste een bij ministeriële regeling vastgesteld bedrag.
De subsidie wordt verleend voor werkzaamheden als bedoeld in artikel 4.8 gedurende een tijdvak van ten hoogste een jaar.
Indien de aanvrager van een subsidie of de subsidie-ontvanger aantoont dat de noodzakelijke kosten van de werkzaamheden die zijn gericht op behoud, herstel of bevordering van mogelijkheden tot het verrichten van arbeid hoger zijn dan het in het eerste lid bedoelde bedrag of die werkzaamheden langer zullen duren dan een tijdvak van een jaar, kan subsidie worden verleend voor een hoger bedrag of een langere periode.
De in het derde lid bedoelde bevoegdheid bestaat uitsluitend indien het in het eerste lid bedoelde bedrag of de in het tweede lid bedoelde werkzaamheden gedurende een tijdvak van een jaar redelijkerwijs niet zullen kunnen leiden tot behoud, herstel of bevordering van mogelijkheden tot het verrichten van arbeid.
Artikel 4.14. Voorschotten
Het UWV kan aan de subsidie-ontvanger voorschotten op de vast te stellen subsidie verlenen aan de hand van aan het UWV overgelegde declaraties voor de werkzaamheden, die voortvloeien uit het trajectplan.
Indien het UWV besluit tot het verlenen van voorschotten, betaalt het UWV de voorschotten binnen één week na het nemen van dat besluit aan de subsidie-ontvanger of aan het reïntegratiebedrijf, waarmee de subsidie-ontvanger een overeenkomst heeft gesloten.
Artikel 4.15. Inlichtingenverstrekking
De subsidie-ontvanger dient iedere drie maanden bij het UWV een rapportage in waarin een beschrijving is opgenomen van de ten behoeve van de subsidie-ontvanger verrichte werkzaamheden, bedoeld in artikel 4.8. In de rapportage worden in ieder geval de resultaten van de uitvoering van het trajectplan en de prognose voor de resterende periode van het traject beschreven en wordt een overzicht gegeven van de tot op dat moment gemaakte kosten.
De subsidie-ontvanger verstrekt onverwijld en uit eigen beweging alle gegevens en inlichtingen omtrent voortijdige beëindiging van gesubsidieerde trajecten aan het UWV.
De subsidie-ontvanger verstrekt op verzoek aan het UWV alle gegevens en inlichtingen die van belang zijn voor de vaststelling van de rechtmatigheid en doelmatigheid van de uitvoering van artikel 33a van de Wet REA, alsmede binnen vier weken alle hem betreffende informatie die noodzakelijk is voor de evaluatie van deze regeling.
Artikel 4.16. Subsidievaststelling
De subsidie-ontvanger dient binnen zes weken na afloop van het tijdvak waarvoor de subsidie is verleend een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in.
§ 4.3.3. Persoonsgebonden reïntegratiebudget in de vorm van een overeenkomst
Artikel 4.17. Sluiten van een persoonsgebonden reïntegratie-overeenkomst
In geval van een toekennende beschikking op een aanvraag om een persoonsgebonden reïntegratie-overeenkomst, sluit het UWV binnen zes weken na het nemen van die beschikking een overeenkomst met een reïntegratiebedrijf dat, een deskundige persoon die of een arbodienst die de in artikel 4.8 bedoelde werkzaamheden uitvoert.
Het UWV sluit een overeenkomst met een reïntegratiebedrijf, deskundige persoon of arbodienst als bedoeld in het eerste lid overeenkomstig de voorkeur voor een reïntegratiebedrijf, deskundige persoon of arbodienst van de aanvrager of begunstigde.
Artikel 4.18. Weigering van sluiting van een persoonsgebonden reïntegratie-overeenkomst
Het sluiten van een persoonsgebonden reïntegratie-overeenkomst kan in ieder geval worden geweigerd in de gevallen, bedoeld in artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht.
Artikel 4.19. Prijs en duur van de persoonsgebonden reïntegratie-overeenkomst
Het door het UWV aan het reïntegratiebedrijf, de deskundige persoon of de arbodienst verschuldigde bedrag voor de uitvoering van de persoonsgebonden reïntegratie-overeenkomst bedraagt ten hoogste een bij ministeriële regeling vastgesteld bedrag.
De persoonsgebonden reïntegratie-overeenkomst wordt gesloten voor een tijdvak van ten hoogste een jaar.
Indien de aanvrager van een persoonsgebonden reïntegratie-overeenkomst of begunstigde aantoont dat de noodzakelijke kosten van de in artikel 4.8 bedoelde werkzaamheden hoger zijn dan het in het eerste lid bedoelde bedrag of die werkzaamheden langer zullen duren dan een tijdvak van een jaar, kan een overeenkomst worden gesloten voor een hoger bedrag of een langere periode.
De in het derde lid bedoelde bevoegdheid bestaat uitsluitend indien het in het eerste lid bedoelde bedrag of de in het derde lid bedoelde werkzaamheden gedurende een tijdvak van een jaar redelijkerwijs niet zullen kunnen leiden tot behoud, herstel of bevordering van mogelijkheden tot het verrichten van arbeid.
Artikel 4.20. Inhoud van de persoonsgebonden reïntegratie-overeenkomst
In de persoonsgebonden reïntegratie-overeenkomst wordt in elk geval geregeld:
- a. de duur van de overeenkomst alsmede de hoogte van de kosten die door het reïntegratiebedrijf, de deskundige persoon of de arbodienst in rekening zullen worden gebracht;
- b. dat het reïntegratiebedrijf, de deskundige persoon of de arbodienst iedere drie maanden bij het UWV een rapportage indient waarin een beschrijving is opgenomen van de werkzaamheden die zijn verricht ten behoeve van het behoud, herstel of bevordering van mogelijkheden tot het verrichten van arbeid van de arbeidsgehandicapte werknemer. In de rapportage worden tevens de resultaten van de uitvoering van het trajectplan, bedoeld in artikel 4.10, onderdeel b, en de prognose voor de resterende periode van het traject beschreven en wordt een overzicht gegeven van de tot op dat moment gemaakte kosten;
- c. dat de overeenkomst door beide partijen wegens gewichtige redenen tussentijds door opzegging kan worden beëindigd;
- d. dat de prijs voor de overeenkomst uitsluitend wordt betaald voor die werkzaamheden, die zijn beschreven in het in artikel 4.10, onderdeel b, bedoelde trajectplan, tenzij het UWV voor het verrichten van andere werkzaamheden schriftelijk goedkeuring heeft verleend;
- e. dat het reïntegratiebedrijf voldoet aan verplichtingen als bedoeld in artikel 4.12, eerste lid, onderdeel c;
- f. dat het reïntegratiebedrijf aan het UWV op verzoek of na toestemming van de subsidie-ontvanger uit eigen beweging gegevens verstrekt over de uitvoering van de overeenkomst.
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent het eerste lid.
Hoofdstuk 5. Gegevensuitwisseling
Artikel 5.1. Kosteloze melding bij misdrijf
Indien de CWI, het UWV of de SVB, bij de uitvoering van een wet een misdrijf vermoedt, waardoor een bestuursorgaan bij het verstrekken van uitkeringen, het doen van verstrekkingen dan wel het heffen van bijdragen wordt benadeeld, stellen de CWI, het UWV en de SVB het betrokken bestuursorgaan hiervan, kosteloos, in kennis.
Artikel 5.2. Gegevensverstrekking door het UWV en de SVB
Het UWV en de SVB zijn bevoegd uit eigen beweging en verplicht op verzoek, kosteloos, uit de onder hun verantwoordelijkheid gevoerde administratie, aan de hieronder vermelde instanties te verstrekken:
- a. aan de rijksbelastingdienst de gegevens die noodzakelijk zijn voor de heffing of invordering van enige rijksbelasting of premies volksverzekeringen;
- b. aan het College voor zorgverzekeringen, het college van toezicht op de zorgverzekeringen, ziekenfondsen, ziektekostenverzekeraars, uitvoerende organen van publierechtelijke ziektekostenregelingen voor ambtenaren, het centraal administratiekantoor, bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van het Administratiebesluit Bijzondere Ziektekostenverzekering en verbindingskantoren, bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van het Administratiebesluit Bijzondere Ziektekostenverzekering, de gegevens voorzover die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de Ziekenfondswet, Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten en de Overgangswet verzorgingshuizen;
- c. aan de Informatie Beheer Groep de gegevens die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van bij of krachtens enige wet aan de Informatie Beheer Groep opgedragen taken;
- d. aan de Pensioen- en Uitkeringsraad, bedoeld in artikel 2 van de Wet op de Pensioen- en Uitkeringsraad, de gegevens die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de Wet buitengewoon pensioen 1940–1945, deWet buitengewoon pensioen zeelieden-oorlogsslachtoffers, deWet buitengewoon pensioen Indisch verzet, de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940–1945 en de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940–1945;
- e. aan Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer de gegevens die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de Wet individuele huursubsidie en de Huursubsidiewet;
- f. aan de raden voor de kinderbescherming de gegevens die noodzakelijk zijn voor een goede uitoefening van hun taak of van hun bevoegdheden op grond van één van de bepalingen van de titels 9, 10, 13, 14, 15 en 17 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek.
Artikel 5.3. Gegevensverstrekking door het UWV
Het UWV is bevoegd uit eigen beweging en verplicht op verzoek uit de onder zijn verantwoordelijkheid gevoerde administratie gegevens kosteloos te verstrekken aan:
- a. de Sociaal-Economische Raad de gegevens die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van artikel 46a van de Wet op de ondernemingsraden;
- b. organen van de publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie, de totale loonsom per werkgever;
- c. het Vervangingsfonds de gegevens die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de Wet op het primair onderwijs, de Wet op het voortgezet onderwijs en deWet op de expertisecentra;
- d. de Kamers van Koophandel en Fabrieken de gegevens die nodig zijn voor de uitvoering van de in de artikelen 2, 3 en 4 Handelsregisterwet 1996 opgedragen taken.
Artikel 5.4. Gegevensverstrekking door de CWI aan derden
De CWI is bevoegd om bij de uitoefening van de taken, bedoeld in artikel 21, eerste lid, onderdeel b, van de Wet SUWI uit de onder haar verantwoordelijkheid gevoerde administratie, waaraan informatie omtrent individuele personen ontleend kan worden, aan een reïntegratiebedrijf gegevens omtrent naam, adres, telefoonnummer, postcode, woonplaats, opleiding en werkervaring te verstrekken.
Artikel 5.5. Gegevensverstrekking aan buitenlandse bestuursorganen
De CWI, het UWV en de SVB zijn bevoegd uit de onder hun verantwoordelijkheid gevoerde administraties gegevens te verstrekken aan buitenlandse organen, voorzover die verstrekking noodzakelijk is voor de vervulling van een taak van zwaarwegend algemeen belang.
Artikel 5.6. Gegevensverstrekking aan toezichthouders in verband met uitvoering van diverse wetten
De CWI en het UWV zijn bevoegd uit eigen beweging en verplicht op verzoek, uit de onder hun verantwoordelijkheid gevoerde administratie, kosteloos aan de door Onze Minister aangewezen ambtenaren, bedoeld in artikel 14 van de Wet arbeid vreemdelingen, artikel 24 van de Arbeidsomstandighedenwet 1998 en artikel 13, eerste lid, van de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs, gegevens te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de Wet arbeid vreemdelingen, de Arbeidsomstandighedenwet 1998 en de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs.
Artikel 5.7. Gebruik sociaal-fiscaalnummer
Bij het verstrekken van gegevens maken de CWI, het UWV en de SVB gebruik van het sociaal-fiscaalnummer, voorzover het gebruik van dit nummer wettelijk is voorgeschreven of toegestaan bij de uitvoering van de in dit besluit vermelde wettelijk voorschriften.
Artikel 5.8. Bekendmaking systematische gegevensverstrekking buiten SUWI-domein
De CWI, het UWV en de SVB verstrekken in de in artikel 73, eerste lid, van de Wet SUWI en in de artikelen 5.2 en 5.3 van dit besluit vermelde gevallen, slechts systematisch gegevens, niet zijnde persoonsgegevens als bedoeld in artikel 16 van de Wet bescherming persoonsgegevens, indien met de desbetreffende bestuursorganen of rechtspersonen overeenstemming is bereikt over in ieder geval de systematisch te verstrekken gegevens, alsmede de omstandigheid waaronder, de regelmaat waarmee en de wijze waarop die verstrekking plaatsvindt.
De in het eerste lid bedoelde overeenstemming wordt opgenomen in een schriftelijk besluit, dat door de CWI, het UWV of de SVB op adequate wijze bekend wordt gemaakt.
Artikel 5.9. Kosten gegevensverstrekking
Bij het verstrekken van gegevens op verzoek, bedoeld in artikel 73 van de Wet SUWI, brengen de CWI, het UWV en de SVB kosten in rekening, voorzover niet is bepaald dat gegevensverstrekking kosteloos dient te geschieden.
Indien de CWI, het UWV en de SVB in verband met het opdragen van werkzaamheden voor de uitvoering van hun taken aan privaatrechtelijke rechtspersonen gegevens verstrekken die voor die opdracht noodzakelijk zijn, worden die gegevens kosteloos verstrekt.
Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing voor het verstrekken van gegevens aan arbodiensten en reïntegratiebedrijven die de gegevens van de CWI, het UWV en de SVB nodig hebben in verband met het verrichten van werkzaamheden ter uitvoering van de taak, bedoeld in artikel 10 van de Wet REA, artikel 72 van de WW en artikel 7, vierde lid, van de WWB, 34, derde lid, van de IOAW en 34, derde lid, van de IOAZ.
Hoofdstuk 6. Slotbepalingen
Artikel 6.1. Wijziging wettelijke grondslag
Dit besluit berust mede op artikelen 7, zesde lid, en 67, derde lid, van de Wet werk en bijstand, artikel 34, vijfde lid, van de IOAW, artikel 34, vijfde lid, van de IOAZ en de artikelen 21, tweede lid en 43, derde lid, van de WWIK.
Artikel 6.2. Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2002, met uitzondering van de artikelen 4.7 tot en met 4.20, die in werking treden op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Artikel 5.2a. Gegevensverstrekking door de SVB
De SVB is bevoegd op verzoek, kosteloos, uit de door hem gevoerde administratie, aan de Stichting Administratie Indonesische Pensioenen alle gegevens en inlichtingen te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de wet van 21 april 1955, Stb. 189 (en de daarbij behorende overeenkomst) en overeenkomstige wet- en regelgeving.
Hoofdstuk 6. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Artikel 6.3. Citeertitel
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit SUWI.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Artikel 5.11. Gegevensverstrekking in verband met reïntegratietaak overheidswerkgevers
Het UWV en de CWI verstrekken uit de onder hun verantwoordelijkheid gevoerde administraties aan overheidswerkgevers als bedoeld in artikel 1, onderdeel i, van de WW, kosteloos de gegevens die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de taak, bedoeld in artikel 72a van de WW.
Het UWV en de CWI verstrekken uit de onder hun verantwoordelijkheid gevoerde administraties aan het participatiefonds, bedoeld in artikel 1 van het Besluit participatiefonds, kosteloos de gegevens die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de taak van het participatiefonds waarborgen te bieden voor de kosten van werkloosheidsuitkeringen, voorzover die taak samenhangt met de uitvoering van artikel 72a van de WW.
Hoofdstuk 6. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.