← Geldende tekst · Geschiedenis

Regels op grond van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen en de Invoeringswet Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen

Geldende tekst a fecha 2004-07-23

Gelet op de artikelen 2, tweede lid, 6, tweede lid, 13, vierde lid, 16, eerste en derde lid, 19, tweede lid, 26, tweede lid, 28, tweede en vierde lid, 33, zesde lid, 45, vierde lid, 46, eerste, tweede en derde lid, 50, zesde lid, 52, tweede lid, 54, zevende lid, 62, vierde lid, 64, tweede lid, 66, eerste lid, 67, eerste en tweede lid, 68, tweede lid, en 77, eerste en derde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, de artikelen 127 en 128 van de Invoeringswet Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, de artikelen 93b, derde lid, 97g, derde lid, 130, tweede lid, 130c, tweede lid, van de Werkloosheidswet, artikel XV van de Wet verbetering poortwachter, de artikelen 3.1, tweede lid, 4.13, eerste lid, en 4.19, eerste lid, van het Besluit SUWI en de artikelen 3, tweede lid, 4, tweede lid, 5, eerste lid, 9, tweede en vijfde lid, 10 en 11 van het Besluit Inlichtingenbureau gemeenten;

Besluiten:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1.1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 1.2. Vaststelling zetels
1.

De RWI heeft zijn zetel te 's-Gravenhage.

2.

De SVB heeft haar zetel te Amstelveen.

3.

Het UWV en de CWI hebben elk hun zetel te Amsterdam.

Artikel 1.3. Aanwijzing van een de gemeenten vertegenwoordigende rechtspersoon

Als rechtspersoon die de gemeenten vertegenwoordigt, als bedoeld in de artikelen 16, derde lid, en 71 van de Wet SUWI wordt aangewezen de VNG.

Artikel 1.4. Goedkeuring besluiten CWI, UWV, SVB en RWI
1.

Besluiten van de CWI, het UWV en de SVB,

behoeven niet de goedkeuring van de minister, bedoeld in artikel 6 van de Wet SUWI.

2.

Besluiten van de RWI

behoeven niet de goedkeuring van de minister, bedoeld in artikel 19 van de Wet SUWI.

Artikel 1.5. Gegevensverwerking en -verstrekking in verband met verrichten andere taken
1.

De CWI, het UWV en de SVB kunnen gegevens die zij hebben verkregen bij de uitvoering van in de Wet SUWI bedoelde taken verwerken bij de uitvoering van hun andere in die wet bedoelde taken en bij de uitvoering van hun andere dan wettelijke taken.

2.

De verwerking van gegevens door de CWI, het UWV en de SVB bij hun uitvoering van andere dan wettelijke taken, bedoeld in artikel 13, eerste lid, van de Wet SUWI, geschiedt slechts indien:

3.

De gegevensverstrekking door de CWI, het UWV en de SVB aan derden, bedoeld in artikel 13, vierde lid, tweede volzin, van de Wet SUWI, geschiedt slechts indien de gegevens systematisch worden verstrekt.

4.

Bij het verstrekken van gegevens op verzoek aan een derde, bedoeld in artikel 13, vierde lid, tweede volzin, van de Wet SUWI, brengen de CWI, het UWV en de SVB de kosten van die verstrekking in rekening aan die derde.

Artikel 1.6. Kostentoerekening in verband met verrichten andere taken

De CWI, het UWV en de SVB brengen voor het verrichten van andere taken, bedoeld in artikel 13 van de Wet SUWI, zodanige prijzen in rekening aan de opdrachtgever dat valt aan te nemen dat, gerekend over het desbetreffende jaar, alle directe en indirecte aan die andere taken toe te rekenen lasten door de te verwachten baten zijn gedekt.

Hoofdstuk 2. Centrale organisatie voor werk en inkomen

§ 2.1. Fasering

Artikel 2.1. Administratieve indeling werkzoekenden
1.

De CWI deelt iedere op grond van artikel 25 van de Wet SUWI geregistreerde werkzoekende administratief in in een van de vier hierna genoemde fasen:

2.

De CWI hanteert bij de administratieve indeling een landelijk uniforme methode. Deze methode bestaat in ieder geval uit:

3.

Werkzoekenden die administratief zijn ingedeeld in fase 1 worden in elk geval binnen zes maanden na deze indeling herbeoordeeld.

4.

De landelijk uniforme methode, bedoeld in het tweede lid, bevat voldoende waarborgen voor een zorgvuldige beoordeling van de mogelijkheden tot inschakeling in het arbeidsproces van de werkzoekende en de daaruit voortvloeiende administratieve indeling. Tot deze waarborgen behoort in ieder geval het besteden van aandacht aan:

5.

De CWI overlegt periodiek met het UWV en de VNG over de nadere invulling van de uniforme landelijke methode en past deze zo nodig aan.

§ 2.2. Uitkeringsintake en overdracht aanvraag door de CWI

Artikel 2.2. Door de belanghebbende te verstrekken gegevens en bewijsstukken
1.

De belanghebbende verstrekt aan de CWI in ieder geval:

2.

Indien, in het geval van een aanvraag van bijstand op grond van de WWB of uitkering op grond van de IOAW, bij de melding dan wel, in het geval van een aanvraag van een uitkering op grond van de WW of een toeslag op grond van de TW, bij de aangifte van werkloosheid blijkt dat bepaalde gegevens en bewijsstukken reeds aan de CWI, burgemeester en wethouders of het UWV zijn verstrekt, deelt de CWI de belanghebbende mede welke gegevens en bewijsstukken dit betreft. De belanghebbende wordt, voorzover laatstgenoemde gegevens en bewijsstukken naar zijn oordeel onjuist, onvolledig of inconsistent zijn, door de CWI in staat gesteld deze gegevens en bewijsstukken alsnog te verstrekken. Artikel 2.3 is van toepassing op deze alsnog verstrekte gegevens en bewijsstukken.

Artikel 2.3. Onderzoek verstrekte gegevens en bewijsstukken door de CWI
1.

De CWI controleert of de belanghebbende alle gegevens en bewijsstukken als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, heeft verstrekt. De CWI vraagt de belanghebbende ontbrekende gegevens en bewijsstukken zo spoedig mogelijk alsnog te verstrekken.

2.

De CWI onderzoekt de door de belanghebbende verstrekte gegevens en bewijsstukken alsmede de gegevens en bewijsstukken, bedoeld in artikel 2.2, tweede lid, eerste volzin, op juistheid, volledigheid en consistentie door deze in ieder geval te vergelijken met de gegevens die over de belanghebbende zijn opgenomen:

3.

Indien op grond van het onderzoek, bedoeld in het tweede lid, gegevens of bewijsstukken naar haar oordeel onjuist, onvolledig of inconsistent zijn, vraagt de CWI de belanghebbende hiervoor een verklaring te geven en stelt hem in staat deze gegevens of bewijsstukken te corrigeren of aan te vullen.

Artikel 2.4. Overdracht aanvraag door de CWI aan de gemeente of het UWV
1.

Bij de overdracht van een aanvraag aan burgemeester en wethouders onderscheidenlijk het UWV geeft de CWI aan:

2.

De CWI draagt alle door de belanghebbende verstrekte gegevens en bewijsstukken of afschriften van de bewijsstukken over aan burgemeester en wethouders onderscheidenlijk het UWV.

Artikel 2.5. Directe doorverwijzing door de CWI naar de gemeente of het UWV

Indien de noodzaak daartoe naar haar oordeel aannemelijk is, verwijst de CWI de belanghebbende, nadat zij hem een lijst met de gegevens en bewijsstukken, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, heeft overhandigd, rechtstreeks door naar burgemeester en wethouders onderscheidenlijk het UWV.

Artikel 2.6. Overeenkomsten tussen de CWI, de gemeente en het UWV

De CWI sluit overeenkomsten met burgemeester en wethouders onderscheidenlijk het UWV over de uitvoering van de artikelen 2.2 tot en met 2.5.

Hoofdstuk 3. Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen

§ 3.1. Registratiemelding, statusoverzicht en bewaarplicht identiteitsdocumenten

Artikel 3.1. Registratiemelding
1.

Het door het UWV op grond van artikel 33, vierde lid, van de Wet SUWI aan de verzekerde te verstrekken melding bevat tenminste de volgende gegevens:

2.

De in het eerste lid bedoelde melding gaat vergezeld van een toelichting bij de opgenomen gegevens, waarbij de verzekerde tevens gewezen wordt op:

Artikel 3.2. Statusoverzicht
1.

Het UWV verstrekt aan de verzekerde en aan de uitkeringsgerechtigde eenmaal per jaar, in het derde, doch uiterlijk in het vierde kwartaal van elk kalenderjaar, het overzicht, bedoeld in artikel 33, vijfde lid, van de Wet SUWI.

2.

In het in het eerste lid bedoelde overzicht worden ten minste de volgende de volgende gegevens opgenomen:

3.

Het in het eerste lid bedoelde overzicht gaat vergezeld van een toelichting bij de opgenomen gegevens, waarbij de verzekerde en de uitkeringsgerechtigde tevens gewezen worden op:

4.

In afwijking van het eerste lid blijft in het kalenderjaar 2004 de verstrekking door het UWV van het in dat lid bedoelde overzicht achterwege.

Artikel 3.3. Bewaarplicht identiteitsdocumenten
1.

Ter uitvoering van het bepaalde in artikel 60, tweede lid, van de Wet SUWI, kan de werkgever volstaan met het bewaren van een afschrift van het document als bedoeld in artikel 55, derde lid, van de Wet SUWI, indien dat afschrift van zodanige kwaliteit is dat daaruit de aard en het nummer van dat document blijken.

2.

De inspecteur van de rijksbelastingdienst die voor de heffing van de loonbelasting bevoegd is ten aanzien van de werkgever, kan, al dan niet onder door hem te stellen voorwaarden, in overeenstemming met het UWV, al dan niet op verzoek van de werkgever, een andere plaats aanwijzen waar het in artikel 55, derde lid, van de Wet SUWI, bedoelde afschrift en de gegevens van het document worden bewaard.

3.

De werkgever bewaart de bescheiden bedoeld in artikel 55, derde en vierde lid, tot ten minste vijf jaren na het einde van het kalenderjaar waarin de werkzaamheden door de verzekerde zijn geëindigd.

§ 3.2. Verzekerdenadministratie UWV

Artikel 3.4. Nadere begripsbepalingen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

Artikel 3.5. Vastleggen van gegevens
1.

Ten behoeve van de uitvoering van de Ziekenfondswet, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen en de wettelijke regelingen, bedoeld in artikel 30 van de Wet SUWI, worden in de verzekerdenadministratie ten aanzien van elke verzekerde ten minste de volgende gegevens door het UWV vastgelegd:

2.

In de verzekerdenadministratie kunnen door het UWV andere dan de in het eerste lid genoemde gegevens worden vastgelegd als aan de volgende voorwaarden is voldaan:

Artikel 3.6. Onderling verband gegevens in verzekerdenadministratie
1.

Tussen de in de verzekerdenadministratie opgenomen gegevens moeten ten minste zodanige verbanden kunnen worden gelegd, dat vastgesteld kan worden:

2.

Het leggen van een verband met een wet gebeurt door aanduiding van de desbetreffende wet met de code SZ-wet.

Artikel 3.7. Bewaren van gegevens
1.

Het UWV houdt de gegevens bedoeld in artikel 3.5, onderdelen a tot en met e, gedurende ten minste vijf kalenderjaren na het jaar waarin deze gegevens zijn opgenomen, beschikbaar ten behoeve van raadplegingen.

2.

Vanaf het moment dat een verzekerde de leeftijd van 65 jaar bereikt of voor het bereiken van die leeftijd overlijdt, worden de hem betreffende, in de verzekerdenadministratie opgenomen gegevens, gedurende vijf jaren te rekenen vanaf dat moment door het UWV bewaard.

Artikel 3.8. Vulling en onderhoud van de verzekerdenadministratie
1.

Het UWV baseert de vulling en het onderhoud van de verzekerdenadministratie op ontvangst, verificatie en verwerking van onder meer de volgende berichten en gegevensstromen:

2.

In afwijking van het bepaalde in het eerste lid vindt de vastlegging van een arbeidsverhouding en verzekeringsverhouding door middel van de berichten bedoeld in de onderdelen b tot en met d en f van het eerste lid plaats zodra het bestaan van de arbeidsverhouding en verzekeringsverhouding wordt aangetoond.

3.

De in het eerste lid, onderdelen a tot en met c, bedoelde berichten en gegevensstromen worden bewaard voor een periode van ten minste 5 jaren na afloop van het kalenderjaar waarin de gegevens in de verzekerdenadministratie zijn verwerkt.

Artikel 3.9. Verwerking van gegevens in de verzekerdenadministratie
1.

Na ontvangst van de melding sociale verzekering verwerkt het UWV de daaraan te ontlenen gegevens binnen een week in de verzekerdenadministratie.

2.

Na ontvangst van de jaaropgave verwerkt het UWV de daaraan te ontlenen gegevens binnen zesentwintig weken in de verzekerdenadministratie.

Artikel 3.10. Verificatie van gegevens
1.

Het UWV verifieert de in het tweede lid genoemde gegevens bij de authentieke bron bij de eerste opname van gegevens over de verzekerde in de verzekerdenadministratie en vervolgens, indien daartoe aanleiding is.

2.

Voor de in artikel 3.5 bedoelde gegevens gelden als authentieke bron:

3.

Voor de in artikel 3.5 genoemde gegevens waarvoor in het tweede lid geen persoon of instelling als authentieke bron is aangemerkt, geldt als authentieke bron het UWV.

4.

De verificatie bij eerste opname van gegevens over de verzekerde vindt plaats binnen vier weken na ontvangst van die gegevens.

Artikel 3.11. Gemeenschappelijke verwijsindex
1.

Het UWV houdt in het belang van de gegevensuitwisseling die noodzakelijk is voor de uitvoering van de in artikel 30 Wet SUWI genoemde wetten een gemeenschappelijke verwijsindex op de verzekerdenadministratie in stand.

2.

Van de verzekerde, met wie het UWV een verzekeringsverhouding of een uitkeringsverhouding heeft, worden in de gemeenschappelijk verwijsindex, zodanig dat zij direct te raadplegen zijn, ten minste de volgende verwijsgegevens opgenomen:

3.

Wanneer een verzekerde geen verzekeringsverhouding of uitkeringsverhouding meer heeft met het UWV, blijven de verwijsgegevens ten minste vijf jaar na het einde van de laatste verzekeringsverhouding of uitkeringsverhouding in de gemeenschappelijke verwijsindex bewaard.

Hoofdstuk 4. Reïntegratie

§ 4.1. Persoonsgebonden reïntegratie-overeenkomst en persoonsgebonden reïntegratiebudget

Artikel 4.1. Hoogte persoonsgebonden reïntegratiebudget

De subsidie, bedoeld in artikel 33a, eerste lid, onderdeel a, van de Wet REA, en de door het UWV aan het reïntegratiebedrijf of de arbodienst maximaal te vergoeden kosten van de uitvoering van de persoonsgebonden reïntegratieovereenkomst, bedoeld in artikel 33a, eerste lid, onderdeel b van de Wet REA bedragen ten hoogste € 3630,- per cliënt.

§ 4.2. Budgetten WW

Artikel 4.2. Budget ex artikel 130 WW

Vervallen

Artikel 4.3. Budget ex artikel 130c WW 2003

De hoogte van het budget ex artikel 130c WW voor het kalenderjaar 2003 ten laste van de wachtgeldfondsen en het Uitvoeringsfonds voor de overheid is vastgesteld op € 5.000.000.

Artikel 4.4. Budget ex artikel 93b WW 2003

De hoogte van het budget ex artikel 93b WW voor het kalenderjaar 2003 ten laste van het Algemeen Werkloosheidsfonds bedraagt € 7.500.000.

Artikel 4.5. Budget ex artikel 130c WW 2004

De hoogte van het budget ex artikel 130c WW voor het kalenderjaar 2004 ten laste van de wachtgeldfondsen en het Uitvoeringsfonds voor de overheid is vastgesteld op € 5.000.000.

Hoofdstuk 5. Financiering, verantwoording en informatievoorziening

§ 4.4. Individuele reïntegratieovereenkomst

Artikel 5.1. Toerekening uitvoeringskosten UWV en SVB
1.

De uitvoeringskosten van het UWV komen ten laste van de fondsen, genoemd in artikel 45, tweede lid, van de Wet SUWI, naar de mate waarin deze kosten voor elk fonds kunnen worden toegerekend aan de uitvoering van de wetten waarin deze fondsen worden genoemd.

2.

De uitvoeringskosten van de SVB komen ten laste van de fondsen, genoemd in artikel 45, derde lid, van de Wet SUWI, naar de mate waarin deze kosten voor elk fonds kunnen worden toegerekend aan de uitvoering van de wetten waarin deze fondsen worden genoemd.

3.

De uitvoeringskosten van het UWV en de SVB die niet met toepassing van het eerste en tweede lid kunnen worden toegerekend, worden zoveel mogelijk met overeenkomstige toepassing van die bepalingen ten laste van de bedoelde fondsen gebracht.

4.

Over de toepassing van het eerste tot en met het derde lid overleggen het UWV en de SVB met de minister.

5.

De uitvoeringskosten van het UWV voor de uitvoering van de Ziekenfondswet en de Wet op de ondernemingsraden worden ten laste gebracht van de in het eerste lid bedoelde fondsen in dezelfde verhouding als de kosten voor de premie-inning met toepassing van het eerste en derde lid ten laste van die fondsen worden gebracht.

Artikel 5.2. Indiening ontwerpen van begroting, jaarplan en meerjarenbeleidsplan door RWI, CWI, UWV en SVB
1.

De RWI, de CWI, het UWV en de SVB dienen ieder jaarlijks vóór 1 juli een ontwerp-begroting en een ontwerp-jaarplan bij de minister in.

2.

De CWI, het UWV en de SVB dienen ieder jaarlijks vóór 1 juli tevens een ontwerp-meerjarenbeleidsplan bij de minister in.

Artikel 5.3. Tijdstip aanbieding begroting en jaarplan door RWl, CWI, UWV, SVB en IB en voorlegging aan Staten-Generaal
1.

De RWI, de CWI, het UWV, de SVB en het IB bieden ieder hun begroting en hun jaarplan jaarlijks vóór 1 oktober aan de minister aan.

2.

De minister brengt het jaarplan van het IB alsmede zijn oordeel daarover, tezamen met de in artikel 46, vierde lid, van de Wet SUWI bedoelde stukken van de RWI, de CWI, het UWV en de SVB, ter kennis van de beide kamers der Staten-Generaal.

Artikel 5.4. Tijdstip aanbieding meerjarenbeleidsplan door CWI, UWV en SVB

De CWI, het UWV en de SVB bieden ieder hun meerjarenbeleidsplan jaarlijks vóór 1 oktober aan de minister aan.

Artikel 5.5. Inhoud jaarplan en meerjarenbeleidsplan
1.

De jaarplannen van de CWI, het UWV en de SVB bevatten in elk geval een omschrijving van:

2.

Het jaarplan van de RWI bevat in elk geval een omschrijving van:

3.

Het jaarplan van het IB bevat in elk geval een omschrijving van:

4.

De meerjarenbeleidsplannen van de CWI, het UWV en de SVB bevatten in elk geval een omschrijving van de ontwikkelingen die ten aanzien van de in het eerste lid genoemde onderwerpen in de jaren waarop het plan betrekking heeft worden verwacht.

5.

De omschrijving van een voornemen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel f, het tweede lid, onderdeel e, en het derde lid, onderdeel e, omvat in elk geval de volgende informatie:

Artikel 5.6. De raming van baten en lasten
1.

De in de begroting van het UWV en van de SVB op te nemen raming van baten en lasten omvat:

2.

De in de begroting van de CWI op te nemen raming van baten en lasten omvat:

3.

De in de begroting van de RWI op te nemen raming van baten en lasten omvat:

4.

De in de begroting van het IB op te nemen raming van baten en lasten omvat:

5.

De raming van de CWI bevat een afzonderlijke opgave van de kosten van het organisatieonderdeel dat in het bijzonder is belast met het beheer van Suwinet, bedoeld in artikel 6.3, tweede lid. Deze kosten worden in een verdiepingsbijlage nader gespecificeerd.

Artikel 5.7. De raming van inkomsten en uitgaven

De in de begroting van de RWI, de CWI, het UWV, de SVB en het IB op te nemen raming van inkomsten en uitgaven omvat:

Artikel 5.8. De raming van investeringsuitgaven
1.

De in de begroting van de RWI, de CWI, het UWV, de SVB en het IB op te nemen raming van de investeringsuitgaven omvat:

2.

De raming wordt gespecificeerd naar:

Artikel 5.9. De toelichting op de begroting

De toelichting bij de begroting bevat een omschrijving van:

Artikel 5.10. Financiële middelen van SVB en UWV buiten de rekening-courant
1.

De SVB en het UWV zijn bevoegd een bedrag van ten hoogste 2,5 miljoen euro buiten de rekeningen-courant, bedoeld in artikel 50, vierde lid, van de Wet SUWI te houden.

2.

In afwijking van het eerste lid is de SVB bevoegd naast het bedrag genoemd in het eerste lid, tevens een bedrag buiten de rekening-courant te houden ten behoeve van de kosten van het betalingsverkeer.

3.

In afwijking van het eerste lid is het UWV bevoegd naast het bedrag in het eerste lid, tevens de financiële middelen, bedoeld in de ministeriële regeling van 15 december 1995, Stcrt. 248, laatstelijk gewijzigd 25 februari 1997, Stcrt. 41, buiten de rekening-courant te houden.

§ 5.2. Informatievoorziening

§ 5.2.1. Informatieverstrekking CWI, UWV en SVb aan de minister en de IWI

Artikel 5.11. Basisgegevens
1.

De CWI, het UWV en de SVB dragen zorg voor de elektronische beschikbaarheid van ten minste de basisgegevens die zijn opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlagen III, V en VII ten behoeve van de minister en de IWI, voorzover die gegevens noodzakelijk zijn voor het toezicht en de andere taken van de minister.

2.

De CWI, het UWV en de SVB dragen er zorg voor dat de gegevens, bedoeld in het eerste lid, ieder kwartaal worden geactualiseerd en binnen zes weken na afronding van ieder kwartaal direct leverbaar zijn.

3.

De CWI, het UWV en de SVB dragen er zorg voor dat de gegevens, bedoeld in het eerste lid, voorzover zij zijn verwerkt voor de uitvoering van de aan de CWI, het UWV en de SVB opgedragen taken, tenminste vijf jaar worden bewaard nadat de taak ten aanzien van de geregistreerde persoon is geëindigd.

4.

Na afloop van de termijn, bedoeld in het derde lid, bewaren de CWI, het UWV en de SVB de gegevens slechts ten behoeve van historische of wetenschappelijke doeleinden, of dragen ze de gegevens voor die doeleinden gedocumenteerd over aan het Steinmetzarchief van het Nederlands Instituut voor Wetenschappelijke Informatiediensten. Bij de overdracht worden de richtlijnen van het Steinmetzarchief in acht genomen.

Artikel 5.12. Periodieke informatieverstrekking
1.

De CWI, het UWV en de SVB verstrekken ten behoeve van de beleidsvorming aan de minister de informatie, bedoeld in de bij deze regeling behorende bijlagen IV, onder b, VI, onder b, en VIII, onder b, op de daarbij telkens aangegeven tijdstippen.

2.

Uiterlijk binnen zes weken na het verstrijken van elke maand verstrekt het UWV ten behoeve van de beleidsvorming aan de minister de in de bij deze regeling behorende bijlage VI, onder c, genoemde maandcijfers.

3.

Uiterlijk op 1 februari, 1 juli en 1 november van ieder kalenderjaar verstrekken het UWV en de SVB aan de minister en de IWI een rapportage over de door hen beheerde fondsen op de wijze als in de bijlagen VI, onder d, en VIII, onder c, is aangegeven.

4.

Binnen zes maanden na afloop van elk kalenderjaar verstrekken het UWV en de SVB aan de minister de in de bij deze regeling behorende bijlage VI, onder e, respectievelijk bijlage VIII, onder d, genoemde statistische rapportages.

Artikel 5.13. Jaarlijkse informatieverstrekking voor de Rijksbegroting

De SVB verstrekt jaarlijks aan de minister in mei een gedetailleerde raming van het aantal personen dat een uitkering ontvangt krachtens de Algemene Ouderdomswet, de Algemene nabestaandenwet, de Algemene Kinderbijslagwet en de Regeling tegemoetkoming onderhoudskosten thuiswonende gehandicapte kinderen 2000.

Artikel 5.14. Informatieverstrekking aan derden
1.

Op verzoek van de minister respectievelijk de IWI verstrekken de CWI, het UWV en de SVB gegevens en informatie aan personen of instanties die in zijn opdracht of met zijn instemming onderzoek of analyses uitvoeren.

2.

Op verzoek van de minister respectievelijk de IWI verstrekken de CWI, het UWV en de SVB gegevens en informatie aan personen of instanties die in zijn opdracht bewerker zijn van de gegevens uit deze regeling.

3.

Op verzoek van de minister verstrekken de CWI, het UWV en de SVB informatie aan door hem aangewezen internationaalrechtelijke organisaties.

4.

Op verzoek van de minister verstrekt het UWV gegevens en informatie aan de minister van Binnenlands Zaken en Koninkrijksrelaties. Het UWV levert in ieder geval binnen zes weken na afloop van elk kwartaal de in bijlage IX genoemde rapportages en jaarlijks, binnen drie maanden na afloop van het jaar, de in bijlage IX genoemde bestanden.

5.

De CWI, het UWV en de SVB plegen overleg met de personen of instanties, bedoeld in het eerste, tweede, derde en vierde lid, over de inhoud, de vorm, de wijze en het tijdstip waarop de informatieverstrekking, bedoeld in het eerste, tweede, derde en vierde lid, plaatsvindt.

6.

De minister en de IWI dragen er zorg voor, dat de personen en instanties, bedoeld in het eerste, tweede, derde en vierde lid, van de CWI, het UWV en de SVB niet meer gegevens en informatie krijgen dan noodzakelijk is voor de uitvoering van het onderzoek dan wel voor de taak ten behoeve waarvan bedoelde personen of instanties de gegevens en informatie ontvangen en overleggen met de CWI, het UWV en de SVB over de wijze waarop dit kan worden bereikt.

Artikel 5.15. Openbaarmaking onderzoeksrapporten en statistische rapportages
1.

De CWI, het UWV en de SVB brengen rapporten over onderzoek dat door of in opdracht van de uitvoeringsorganisatie is uitgevoerd, ter kennis van de minister. De rapporten over onderzoeken, waarvan de minister niet reeds op de hoogte was of kon zijn, worden uiterlijk twee weken voor openbaarmaking aan de minister verstrekt.

2.

De CWI, het UWV en de SVB maken rapporten met informatie als bedoeld in artikel 5.12 en artikel 5.14, eerste lid, niet eerder dan twee dagen na verstrekking aan de minister, openbaar.

3.

In geval van de openbaarmaking, bedoeld in dit artikel, wordt de minister uiterlijk 48 uur voor de verwachte publicatietermijn geïnformeerd over de wijze waarop dit zal plaatsvinden.

4.

De minister kan op verzoek van de CWI, het UWV en de SVB toestaan, dat van de termijnen, bedoeld in dit artikel wordt afgeweken.

Artikel 5.16
1.

De CWI, het UWV en de SVB dragen zorg voor een deugdelijke administratie en organisatie, waaronder begrepen dusdanige procedures en voorzieningen dat er, mede gelet op de stand van de kennis op het terrein van de kwaliteitszorg, voldoende waarborgen aanwezig zijn voor:

2.

De CWI, het UWV en de SVB rapporteren uiterlijk tegelijk met het jaarverslag over de kwaliteit van de informatievoorziening en de wijze waarop deze gewaarborgd.

Artikel 5.17. Stukken Raad van bestuur en Raad van advies
1.

De CWI, het UWV en de SVB verstrekken de agenda en een verkort verslag van de vergaderingen van de Raad van bestuur en de Raad van advies aan de minister en de IWI.

2.

De stukken voor de Raden van bestuur en de Raden van advies worden op verzoek binnen drie dagen na agendering aan de minister en de IWI ter beschikking gesteld.

Artikel 5.17a. Melding van belangrijke voornemens tot uitbesteding
1.

De CWI, het UWV, de SVB, de RWI en het IB stellen de minister en de IWI zo spoedig mogelijk in kennis van hun voornemens tot het door één of meer andere rechtspersonen of natuurlijke personen laten verrichten van werkzaamheden op het terrein van facilitaire dienstverlening of personeelsbeleid, indien het zwaarwegend karakter ervan daartoe naar hun oordeel aanleiding geeft.

2.

Een kennisgeving als bedoeld in het eerste lid omvat in elk geval de volgende informatie:

Artikel 5.18. Wijziging informatieverstrekking

De minister wijzigt de bepalingen in deze paragraaf en de daarbij behorende bijlagen slechts na overleg met de CWI, het UWV en de SVB.

§ 5.2.2. Informatieverstrekking aan de RWI

Artikel 5.19. Informatieverstrekking door CWI, UWV, SVB en gemeenten
1.

De CWI, het UWV en de SVB verstrekken de RWI op zijn verzoek de informatie, bedoeld in artikel 5.12, eerste, tweede, vijfde en zesde lid en de gegevens, bedoeld in het vierde en zevende lid van dat artikel, voorzover hij die nodig heeft voor de uitoefening van zijn taak.

2.

De minister kan nader bepalen dat de informatieverstrekking, bedoeld in het eerste lid, zal plaatsvinden door zijn tussenkomst.

3.

De gemeenten verstrekken aan de RWI, door tussenkomst van de minister, de in de bij deze regeling behorende bijlage X opgenomen informatie, die de RWI nodig heeft voor de uitvoering van zijn taak, en die betrekking hebben op de uitvoering van de Wet SUWI en andere wetten.

4.

De gegevens, bedoeld in het eerste lid, zijn zodanig, dat natuurlijke personen niet geïdentificeerd of identificeerbaar zijn.

5.

De in dit artikel genoemde informatieverstrekkingen vinden kosteloos plaats.

6.

De CWI, het UWV en de SVB stellen de RWI in kennis van de onderzoeken, die door hen of in hun opdracht zijn uitgevoerd.

Artikel 5.20. Nadere bepalingen voor informatieverstrekking
1.

Artikel 5.14, eerste, tweede, vijfde en zesde lid, is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de informatieverstrekking aan de RWI.

2.

Artikel 5.18 is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van wijziging van deze paragraaf.

3.

De RWI kan de CWI, het UWV, de SVB en de gemeenten verzoeken andere informatie dan bedoeld in artikel 5.19 te verstrekken, die hij nodig heeft voor de uitvoering van zijn taak en daarbij aangeven op welke wijze en op binnen welke termijn die informatie worden verstrekt.

§ 5.2.3. Informatieverstrekking IB aan de minister en de IWI

Artikel 5.21. Reguliere informatieverstrekking IB
1.

Binnen zes weken na afloop van elk kwartaal verstrekt het IB de minister en de IWI een overzicht van de gegevens die zijn opgenomen in de bijlage XI, behorende bij deze regeling.

Het kwartaalverslag bevat in elk geval een omschrijving van de onderwerpen die zijn genoemd in onderdeel a van bijlage XI.

2.

Het jaarverslag van het IB bevat in elk geval een omschrijving van de onderwerpen die zijn genoemd in onderdeel a van bijlage XI.

§ 5.2.2. Informatieverstrekking aan de RWI

Artikel 5.22. Verantwoording gegevensverwerking
1.

De CWI, het UWV, de SVB en het IB rapporteren vóór 15 maart van elk jaar over de opzet en werking van het stelsel van maatregelen en procedures, gericht op het waarborgen van een exclusieve, integere, beschikbare en controleerbare gegevensverwerking.

2.

De rapportage wordt vergezeld van een oordeel en een rapport van bevindingen van een tot de Nederlandse Orde van Register EDP-Auditors toegelaten persoon.

§ 5.2.2. Informatieverstrekking aan de RWI

Artikel 5.23. Aanwijzing voor te leggen besluiten CWI, UWV en SVB
1.

De CWI, het UWV en de SVB brengen hun besluiten van algemene strekking binnen twee weken na vaststelling schriftelijk ter kennis van de IWI.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing ten aanzien van besluiten die goedkeuring van de minister behoeven.

Hoofdstuk 6. Suwinet en IB

§ 6.1. Suwinet

Artikel 6.1. Functies Suwinet

Suwinet biedt de Suwinet-partijen de mogelijkheid:

Artikel 6.2. Gegevensregister SUWI
1.

Het Gegevensregister SUWI alsmede de regeling, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van het Besluit Inlichtingenbureau gemeenten, zijn opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage XII (`Gegevensregister SUWI 1.0').

2.

In het Gegevensregister SUWI worden eveneens de berichten, te weten de specifieke gegevens, documenten of andere informatie die met behulp van de mogelijkheden, bedoeld in artikel 6.1, worden verstrekt, vastgelegd. Hierbij wordt per bericht bepaald:

Artikel 6.3. Beheer en Stelselontwerp Suwinet
1.

De CWI voert ten behoeve van Suwinet de volgende beheertaken uit:

2.

De CWI belast een afzonderlijk en herkenbaar organisatieonderdeel met de taken, bedoeld in het eerste lid.

3.

De Suwinet-partijen voeren ten behoeve van het beheer en gebruik van onderdelen van Suwinet de volgende taken uit:

4.

In de bij deze regeling behorende bijlage XIII (`Stelselontwerp Suwinet 1.0') wordt beschreven op welke wijze en volgens welke specificaties het organisatieonderdeel, bedoeld in artikel 6.3, tweede lid, en de Suwinet-partijen invulling geven aan het eerste lid onderscheidenlijk het derde lid.

Artikel 6.4. Beveiliging Suwinet
1.

De Suwinet-partijen dragen zorg voor de beveiliging van de gegevensuitwisseling tegen inbreuken op de beschikbaarheid, de integriteit en de vertrouwelijkheid, overeenkomstig hetgeen over de voor het stelsel van maatregelen en procedures te hanteren normen wordt bepaald in de bij deze regeling behorende bijlage XIV (`Beveiliging Suwinet 1.0').

2.

De Suwinet-partijen geven ieder in een beveiligingsplan aan op welke wijze zij invulling geven aan het eerste lid.

3.

Artikel 5.22 is van overeenkomstige toepassing op het gebruik en de inrichting van Suwinet.

§ 6.1. Suwinet

Artikel 6.5. Aansluitvoorwaarden gemeenten op IB

In de bij deze regeling behorende bijlage XV (`Aansluitvoorwaarden gemeenten op IB 1.0') wordt bepaald op welke wijze en op welk tijdstip de elektronische gegevensuitwisseling tussen burgemeester en wethouders en het IB plaatsvindt.

Artikel 6.6. Ontwerp elektronische voorzieningen IB

In de bij deze regeling behorende bijlage XVI (Ontwerp elektronische voorzieningen IB 1.0') wordt, in aanvulling op het gestelde in de [bijlage XIII](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013280&bijlage=III&z=2004-07-23&g=2004-07-23) (Stelselontwerp Suwinet 1.0'), bedoeld in artikel 6.3, vierde lid, bepaald:

Artikel 6.7. Overgangsbepaling aansluiting gemeenten op IB en Suwinet
1.

In de bij deze regeling behorende bijlage XVII (`Aansluitschema gemeenten op IB') wordt voor de gemeenten bepaald welke datum ze de gegevens, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van het Besluit Inlichtingenbureau gemeenten, in elk geval door tussenkomst van het IB vragen.

2.

Vanaf de in het eerste lid bedoelde datum maken burgemeester en wethouders van de desbetreffende gemeenten eveneens gebruik van Suwinet.

Hoofdstuk 7. Overgangsbepalingen en afwijkingen van de Wet SUWI en van het Besluit Inlichtingenbureau gemeenten i.v.m. invoering

Artikel 7.1. Afwijking van hoofdstuk 2 Wet SUWI

In afwijking van artikel 3, derde lid, tweede volzin, van de Wet SUWI kan de eerste benoeming van de leden van de Raden van advies van de CWI en het UWV plaatsvinden zonder dat de ondernemingsraad met betrekking tot één lid van elke raad een aanbeveling heeft gedaan. In dat geval stelt de minister zoveel mogelijk een vertegenwoordiging van het betrokken personeel in de gelegenheid een aanbeveling voor de benoeming van één lid van de Raad van advies te doen.

Artikel 7.2. Afwijking van hoofdstuk 3 Wet SUWI

In afwijking van artikel 17, tweede lid, van de Wet SUWI kan het beleidskader, bedoeld in dat artikel, voor de eerste maal worden vastgesteld zonder dat de daar bedoelde personen of vertegenwoordigers tevoren in de gelegenheid zijn gesteld daaromtrent met de RWI te overleggen.

Artikel 7.3. Overgangsbepalingen i.v.m. hoofdstuk 4 Wet SUWI
1.

Op gezamenlijk verzoek van de CWI en van burgemeester en wethouders besluit de minister dat, in afwijking van de artikelen 21, onderdeel f, 28 en 29 van de Wet SUWI, artikel 76, onderdelen E en Ha, van de Invoeringswet SUWI, voorzover het betreft de artikelen 63a, eerste lid, en 68a, tweede lid, van de Abw, en artikel 77, onderdelen B en Ea, van de Invoeringswet SUWI, voorzover het betreft de artikelen 11a, eerste lid, en 16a, tweede lid, van de IOAW, aanvragen van algemene bijstand op grond van de Awb en van uitkering op grond van de IOAW, niet bij de CWI maar bij burgemeester en wethouders van de betrokken gemeente worden ingediend.

2.

Met betrekking tot de aanvragen waarvoor een besluit als bedoeld in het eerste lid van kracht is, blijft het bepaalde bij en krachtens de Abw en de IOAW, zoals deze wetten luidden voor 1 januari 2002, van kracht.

3.

Een verzoek als bedoeld in het eerste lid kan worden gedaan door een Centrum voor werk en inkomen namens de CWI en burgemeester en wethouders van een gemeente die is gelegen in het gebied van het betrokken Centrum voor werk en inkomen.

4.

Een besluit van de minister op grond van het eerste lid geldt van 1 januari 2002 tot 1 april 2002.

5.

De minister besluit op gezamenlijk verzoek van de CWI, vertegenwoordigd door het Centrum voor werk en inkomen, en van burgemeester en wethouders, dat een besluit op grond van het eerste lid in afwijking van het vierde lid geldt tot 1 februari 2002 of 1 maart 2002. Een verzoek als bedoeld in dit lid dient uiterlijk op 15 januari 2002, onderscheidenlijk 15 februari 2002, te zijn ontvangen.

6.

De gemeenten waarvoor een besluit op grond van dit artikel van kracht is worden vermeld in de bij deze regeling behorende bijlage XVIII.

7.

De CWI, het betrokken Centrum voor werk en inkomen en de betrokken gemeente dragen zorg voor bekendmaking aan belanghebbenden van de besluiten op grond van dit artikel in door hen uitgegeven bladen, in daarvoor in aanmerking komende dag-, nieuws- of huis-aan-huisbladen, dan wel op andere geschikte wijzen.

8.

De minister besluit op gezamenlijk verzoek van de CWI, vertegenwoordigd door het Centrum voor werk en inkomen, en van burgemeester en wethouders, dat een besluit op grond van het eerste lid in afwijking van het vierde lid geldt tot uiterlijk 1 juni 2002. Een verzoek als bedoeld in dit lid dient uiterlijk op 15 april 2002 te zijn ontvangen.

Artikel 7.3a. Overgangsbepaling aanvragen Toeslagenwet

In afwijking van de artikelen 21, onderdeel f, 28, eerste lid, en 29 van de Wet SUWI en van artikel 46, onderdeel C, van de Invoeringswet SUWI, voorzover het betreft artikel 11, tweede lid, van de Toeslagenwet, wordt de aanvraag van een toeslag op grond van de Toeslagenwet ingediend bij het UWV indien het een aanvraag betreft tot toekenning van een toeslag in aanvulling op een uitkering op grond van de Werkloosheidswet waarvan de aanvraag is of wordt behandeld door het UWV.

Artikel 7.4. Overgangsbepaling gebiedsindeling CWI's
1.

Tot het tijdstip van publicatie door de Centrale organisatie werk en inkomen van een besluit ter uitvoering van het eerste of tweede lid van artikel 24 van de Wet SUWI, zijn de plaatsen van vestiging van de CWI met de aanduiding van de werkgebieden vastgesteld overeenkomstig bijlage XIX die bij deze regeling behoort.

2.

Tot het in het eerste lid genoemde tijdstip wordt de beslissing over het verlenen van toestemming voor de opzegging van de arbeidsverhouding, op grond van het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945, uitsluitend uitgevoerd door de in het Ontslagbesluit genoemde functionaris in de navolgende locaties van vestiging van de CWI met de daarbij aangegeven werkgebieden. Daar waar in een gemeente meerdere CWI's zijn gevestigd, wordt de hoofdvestiging bedoeld:

3.

Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op de afgifte van de verklaring langdurig werkloze, bedoeld in hoofdstuk IV van de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen.

4.

Tot het in het eerste lid genoemde tijdstip wordt de bevoegdheid inzake het afgeven, verlengen of intrekken van tewerkstellingsvergunningen, op grond van Delegatie- en uitvoeringsbesluit Wet arbeid vreemdelingen, uitsluitend uitgevoerd in het CWI te Zoetermeer. Verzoeken tot het afgeven, verlengen of het intrekken van tewerkstellingsvergunningen kunnen worden ingediend bij de hieronder opgenomen vestigingen van de CWI met de daarbij aangegeven werkgebieden:

Artikel 7.5. Overgangsbepalingen i.v.m. hoofdstuk 7 Wet SUWI
1.

De IWI legt vóór 1 februari 2002 een plan van werkzaamheden voor (het resterende deel van) het jaar 2002 en vóór 1 juli 2002 een meerjarig toezichtsplan voor de periode 2002 tot en met 2005 aan de minister voor. De IWI stelt deze plannen, nadat daarover met de minister overleg is gepleegd, vast.

2.

De IWI stelt een jaarverslag, een jaarrekening en een verslag op over de uitkomsten van de toezichtswerkzaamheden met betrekking tot de over het jaar 2001 door het College van toezicht sociale verzekeringen verrichte werkzaamheden, op grond van de gegevens die zij van dat college heeft ontvangen. Ten aanzien van de verslagen en de jaarrekening, bedoeld in dit lid, alsmede de accountantsverklaring en het accountantsonderzoek die daarop betrekking hebben, zijn de regels die daarvoor krachtens de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997 tot 1 januari 2002 golden, van overeenkomstige toepassing.

3.

De IWI stelt een verslag op over de uitkomsten van de door het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in het jaar 2001 verrichte toezichtswerkzaamheden met betrekking tot de uitvoering door burgemeester en wethouders van de Abw, de IOAW, de IOAZ, de Wet financiering Abw, IOAW en IOAZ, de Wet sociale werkvoorziening, de WIW en de Wet inkomensvoorziening kunstenaars.

4.

De IWI stelt een verslag op over de uitkomsten van de door het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in het jaar 2001 verrichte toezichtswerkzaamheden met betrekking tot de uitvoering van taken door

5.

De IWI stelt de in het tweede, derde en vierde lid bedoelde jaarrekening en verslagen vóór 1 augustus 2002 op en de minister brengt deze vóór 1 oktober 2002 ter kennis van de beide Kamers der Staten-Generaal.

Artikel 7.6. Overgangsbepaling i.v.m. hoofdstuk 8 Wet SUWI en het Besluit Inlichtingenbureau gemeenten m.b.t. begrotingen, budgetvaststelling, jaarplannen en meerjarenbeleidsplannen
1.

De minister stelt een budget vast voor de uitvoeringskosten voor het jaar 2002 van de RWI, de CWI en het UWV, op grond van de plannen en begrotingen voor dat jaar zoals die bij brief van 30 november 2001 (derde voortgangsrapportage SUWI, 26 448, nr. 35) zijn toegezonden aan de beide Kamers der Staten-Generaal.

2.

De minister stelt een budget vast voor de uitvoeringskosten voor het jaar 2002 van het IB op grond van het jaarplan en de begroting voor dat jaar zoals die bij hem zijn ingediend. De minister brengt het jaarplan en de begroting van het IB voor het jaar 2002, alsmede zijn oordeel daarover, ter kennis van de beide kamers der Staten-Generaal.

Artikel 7.7. Overgangsbepalingen i.v.m. hoofdstuk 8 Wet SUWI
1.

Het UWV stelt jaarverslagen en jaarrekeningen op met betrekking tot de in het jaar 2001 door het Landelijk instituut sociale verzekeringen en elk van de uitvoeringsinstellingen verrichte werkzaamheden, op grond van de gegevens die het van dat instituut en die instellingen heeft ontvangen. Ten aanzien van de jaarverslagen en de jaarrekeningen, bedoeld in dit lid, alsmede de accountantsverklaringen en de accountantsonderzoeken die daarop betrekking hebben, zijn de regels die daarvoor krachtens de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997 tot 1 januari 2002 golden, van overeenkomstige toepassing.

2.

Ten aanzien van het jaarverslag en de jaarrekening van de SVB over het jaar 2001, alsmede de accountantsverklaring en het accountantsonderzoek die daarop betrekking hebben, zijn de regels die daarvoor krachtens de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997 tot 1 januari 2002 golden, van overeenkomstige toepassing.

3.

Het UWV biedt de jaarverslagen en de jaarrekeningen over het jaar 2001 vóór 1 juni 2002 aan de minister aan.

4.

In afwijking van artikel 49, eerste en tiende lid, van de Wet SUWI biedt de SVB het jaarverslag en de jaarrekening over het jaar 2001 vóór 1 juni 2002 aan de minister aan en brengt de minister deze stukken vóór 1 oktober 2002 ter kennis van de beide Kamers der Staten-Generaal.

5.

De minister brengt de jaarverslagen en jaarrekeningen over het jaar 2001 van het UWV vóór 1 oktober 2002 ter kennis van de beide Kamers der Staten-Generaal.

6.

De vaststelling van de omvang van de middelen tot dekking van de uitgaven ten laste van het Algemeen Kinderbijslagfonds, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Financieringsregeling Algemene Kinderbijslagwet, over het jaar 2001 vindt plaats vóór 1 maart 2003.

7.

De vaststelling van de omvang van de middelen tot dekking van de uitgaven ten laste van het Toeslagenfonds, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Financieringsregeling Toeslagenwet, over het jaar 2001 vindt plaats vóór 1 maart 2003.

8.

De vaststelling van de omvang van de middelen tot dekking van de uitgaven ten laste van het Arbeidsongeschiktheidsfonds jonggehandicapten, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Financieringsregeling Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, over het jaar 2001 vindt plaats vóór 1 maart 2003.

9.

De vaststelling van de omvang van de middelen tot dekking van de uitgaven ten laste van het Algemeen Werkloosheidsfonds ten behoeve van de Wet financiering loopbaanonderbreking, voor zover deze worden gefinancierd uit de rijksbijdrage, over het jaar 2001 vindt plaats vóór 1 maart 2003.

10.

De vaststelling van de rijksbijdrage, bedoeld in artikel 18, eerste lid, van de Regeling tegemoetkoming asbestslachtoffers, over het jaar 2001 vindt plaats vóór 1 maart 2003.

Artikel 7.8. Overige bepalingen i.v.m. hoofdstuk 8 Wet SUWI
1.

In afwijking van artikel 50, zesde lid, van de Wet SUWI wordt het UWV niet gehoord over de regels die voor de eerste maal op grond van die bepaling worden gesteld.

2.

In afwijking van artikel 51, tweede en zevende lid, van de Wet SUWI wordt het UWV niet gehoord over de regels die voor de eerste maal op grond van die bepaling worden gesteld.

Artikel 7.9. Overgangsbepaling i.v.m. hoofdstuk 9 Wet SUWI

In afwijking van artikel 71 van de Wet SUWI worden de CWI en het UWV niet vooraf in de gelegenheid gesteld te overleggen over de regels die voor de eerste maal op grond van de in dat artikel genoemde bepalingen worden gesteld.

Artikel 7.10. Overgangsbepaling reïntegratieverantwoordelijkheid werkgever in het tweede spoor
1.

Indien op 1 januari 2002 een dienstbetrekking bestaat met een werknemer, wiens eerste dag van ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid wegens ziekte is gelegen voor die datum en ten aanzien van wie het Landelijk instituut sociale verzekeringen op die dag een taak heeft op grond van artikel 8, eerste lid, en artikel 10 van de Wet REA, zoals die artikelen luidden op de dag voorafgaand aan 1 januari 2002, heeft in afwijking van artikel 8 en 10 van de Wet REA, het UWV de taak tot bevordering van de inschakeling in het arbeidsproces van die werknemer op grond artikel 10 van die wet.

2.

Indien de eerste dag van ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid wegens ziekte van een werknemer is gelegen voor 1 januari 2003, is artikel 8, eerste lid, van de Wet REA, indien vaststaat dat in het bedrijf van de werkgever geen passende arbeid voorhanden is, voor de werkgever niet van toepassing en is artikel 10 van de Wet REA van toepassing, tenzij de werkgever het UWV schriftelijk meldt, dat hij de taak op grond van artikel 8 van de Wet REA zal verrichten ten aanzien van zo'n werknemer.

3.

Bij toepassing van het tweede lid, vervult het UWV zijn taak, bedoeld in artikel 10 van de Wet REA slechts nadat de werkgever aan het UWV een reïntegratieverslag heeft verstrekt dat is opgesteld op grond van artikel 71a van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, dan wel met toepassing van artikel 8, achtste lid, van de Wet REA of een reïntegratieplan aan het UWV heeft verstrekt dat is opgesteld op grond van artikel 71a van de WAO, zoals dat artikel luidde voor 1 april 2002.

4.

Indien op grond van dit artikel het UWV een taak heeft op grond van artikel 10 van de Wet REA zijn in geval van het eerste lid, artikel XV, eerste en zesde lid, van de Wet verbetering poortwachter van overeenkomstige toepassing. In geval van het tweede lid is de eerste zin van artikel 34a, eerste lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering niet van toepassing.

5.

Bij de toepassing van dit artikel is artikel 43 van de Wet REA van toepassing.

6.

Artikel 4.11 van het Besluit SUWI is niet van toepassing zolang artikel 8 van de Wet REA op grond van dit artikel niet van toepassing is op de werkgever.

Artikel 7.11. Overgang lopende reïntegratietrajecten Anw'ers en niet-uitkeringsgerechtigden
1.

De verplichtingen van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie, die samenhangen met de uitvoering van de taak van Arbeidsvoorzieningsorganisatie ter bevordering van de inschakeling in de arbeid van personen, die geregistreerd zijn als werkzoekende en geen uitkering ontvangen van het UWV of de gemeente gaan voor zover die betrekking hebben op activiteiten, waarmee voor 1 januari 2002 een aanvang is gemaakt en die na die datum worden voortgezet, onverminderd de verantwoordelijkheid van burgemeester en wethouders op grond van artikel 2 van de Wet inschakeling werkzoekenden, over naar de CWI.

2.

Het eerste lid geldt uitsluitend voor de activiteiten en scholing, waarvoor het traject voor 1 januari 2002 is vastgesteld en tot het moment van beëindiging van die trajecten, en niet langer dan voor een periode van één jaar na die datum

3.

De minister verstrekt aan de CWI een rijksbijdrage voor de kosten van de activiteiten, bedoeld in dit artikel, en een vergoeding in verband met de uitvoering dit artikel.

Artikel 7.12. Afwijkende bepaling overgang verantwoordelijkheid arbeidsgehandicapten

Op verzoek van een gemeente kan de CWI gedurende een periode van een jaar na 1 januari 2002 taken verrichten ter uitvoering van artikel 38 van de Invoeringswet Wet SUWI.

Artikel 7.13. Overgangsbepaling m.b.t. de landelijke cliëntenraad

In afwijking van artikel 12, tweede lid, van de Wet SUWI bestaat de landelijke cliëntenraad, bedoeld in artikel 12 van die wet, tot 1 januari 2003 uit negen vertegenwoordigers van landelijke cliëntenorganisaties en drie afgevaardigden uit de cliëntenparticipatie bij de gemeenten.

Artikel 7.14. Overgang bepalingen uitvoering werkzaamheden
1.

Tot de datum van inwerkingtreding van artikel 57, onderdeel V, van de Invoeringswet SUWI, laat de in artikel 33a, eerste lid, van de Wet (re)integratie arbeidsgehandicapten bedoelde subsidieontvanger de werkzaamheden die zijn gericht op arbeidsinschakeling, bedoeld in dat eerste lid, verrichten door een natuurlijke persoon dan wel rechtspersoon, die in het kader van de uitoefening van beroep of bedrijf de inschakeling van personen in de arbeid bevordert.

2.

De in artikel 33a, eerste lid, van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten bedoelde aanvrager verstrekt de gegevens, voorzover deze noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de werkzaamheden die zijn gericht op arbeidsinschakeling, bedoeld in het eerste lid, alsmede zijn sociaal-fiscaalnummer aan de natuurlijke persoon of rechtspersoon, die in het kader van de uitoefening van beroep of bedrijf zijn inschakeling in de arbeid bevordert.

3.

De in het eerste lid bedoelde natuurlijke persoon of rechtspersoon verwerkt de in dat lid bedoelde gegevens slechts voorzover dat noodzakelijk is voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 33a, eerste lid, van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten en gebruikt slechts met dat doel het sociaal-fiscaalnummer bij die verwerking.

Artikel 7.15. Vergoeding leden ontslagcommissie CWI i.v.m. overgang ontslagbescherming

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Hoofdstuk 8. Slotbepalingen

Artikel 8.1. Intrekking ministeriële regelingen

De Regeling bewaarplicht identiteitsdocumenten en de Regeling financiële rapportage fondsbeheerders worden ingetrokken.

Artikel 8.2. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2002.

Artikel 8.3. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling SUWI.

Bijlagen

Bijlage I. Aanvraag Abw/IOAW

Alle relevante gegevens behorende tot de volgende categorieën:

Bijlagen

Bijlage I. Aanvraag Abw/IOAW

Alle relevante gegevens behorende tot de volgende categorieën:

Bijlage II. Aanvraag WW/TW

Alle relevante gegevens behorende tot de volgende categorieën:

Bijlagen

Bijlagen

Bijlage I. Aanvraag WWB/IOAW

Alle relevante gegevens behorende tot de volgende categorieën:

Bijlagen

Bijlage I. Aanvraag WWB/IOAW

Alle relevante gegevens behorende tot de volgende categorieën:

Bijlage II. Aanvraag WW/TW

Alle relevante gegevens behorende tot de volgende categorieën:

Bijlage III

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Bijlage IV

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Bijlage V

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Bijlage VI

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Bijlage VII

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Bijlage VIII

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Bijlage IX

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Bijlage X

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Bijlage XI

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Deze regeling zal met de toelichting en de bijlagen, met uitzondering van de bijlagen III tot en met XVI, in de Staatscourant worden geplaatst.

De bijlagen III tot en met XVI liggen met ingang van 1 januari 2002 ter inzage in de bibliotheek van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

§ 4.3. Maximering subsidies

Artikel 4.6. Voorwaarden individuele reïntegratieovereenkomst

Het UWV stelt regels omtrent voorwaarden waaraan een reïntegratiebedrijf of arbodienst moet voldoen, alvorens met dat bedrijf of die dienst een individuele reïntegratieovereenkomst wordt gesloten.

Die regels hebben in elk geval betrekking op:

Hoofdstuk 5. Financiering, verantwoording en informatievoorziening

§ 5.1. Financiering en verantwoording

§ 5.2. Informatievoorziening

§ 5.2.1. Informatieverstrekking CWI, UWV en SVb aan de minister en de IWI

§ 5.2.2. Informatieverstrekking aan de RWI

§ 5.2.5. Kennisgeving besluiten CWI, UWV en SVB aan de IWI

Hoofdstuk 6. Suwinet en IB

§ 6.1. Suwinet

§ 6.1. Suwinet

Hoofdstuk 7. Overgangsbepalingen en afwijkingen van de Wet SUWI en van het Besluit Inlichtingenbureau gemeenten i.v.m. invoering

Hoofdstuk 8. Slotbepalingen

Bijlage XII

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Bijlage XIII

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Deze regeling zal met de toelichting en de bijlagen, met uitzondering van de bijlagen III tot en met XVI, in de Staatscourant worden geplaatst.

De bijlagen III tot en met XVI liggen met ingang van 1 januari 2002 ter inzage in de bibliotheek van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

§ 4.4. Individuele reïntegratieovereenkomst

Hoofdstuk 5. Financiering, verantwoording en informatievoorziening

§ 5.1. Financiering

§ 5.1a. Verantwoording

Artikel 5.10a. Jaarverslag, kwartaalverslagen en jaarrekening van CWI, UWV en SVB
1.

De jaarverslagen van de CWI, het UWV en de SVB bevatten in elk geval een omschrijving van de onderwerpen die zijn genoemd in de bij deze regeling behorende bijlagen IV, onder a, VI, onder a, en VIII, onder a.

2.

De kwartaalverslagen van de CWI, het UWV en de SVB bevatten in elk geval een omschrijving van de onderwerpen die zijn genoemd in de bij deze regeling behorende bijlagen IV, onder a, VI, onder a, en VIII, onder a.

3.

Het jaarverslag, de kwartaalverslagen en de jaarrekening van de CWI bestaan uit twee afzonderlijke delen, waarvan één deel uitsluitend betrekking heeft op het in artikel 6.3, tweede lid, bedoelde organisatieonderdeel en het andere deel op de CWI met uitzondering van het bedoelde organisatieonderdeel.

4.

De delen van het jaarverslag en de kwartaalverslagen die betrekking hebben op het in artikel 6.3, tweede lid, bedoelde organisatieonderdeel bevatten in elk geval een omschrijving van de onderwerpen die zijn genoemd in de bij deze regeling behorende bijlage XX.

§ 5.1a. Verantwoording

§ 5.2.1. Informatieverstrekking CWI, UWV en SVb aan de minister en de IWI

§ 5.2.3. Informatieverstrekking IB aan de minister en de IWI

§ 5.2.3. Informatieverstrekking IB aan de minister en de IWI

§ 5.2.4. Rapportage gegevensverwerking

Hoofdstuk 6. Suwinet en IB

§ 6.2. IB

Hoofdstuk 7. Overgangsbepalingen en afwijkingen van de Wet SUWI en van het Besluit Inlichtingenbureau gemeenten i.v.m. invoering

Hoofdstuk 8. Slotbepalingen

Bijlage XIV

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Bijlage XV

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Bijlage XVI

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Bijlage XVII. Aansluitingsschema gemeenten op IB

Deze regeling zal met de toelichting en de bijlagen, met uitzondering van de bijlagen III tot en met XVI, in de Staatscourant worden geplaatst.

De bijlagen III tot en met XVI liggen met ingang van 1 januari 2002 ter inzage in de bibliotheek van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Artikel 6.8. Verstrekking van gegevens over detentie via IB

Tot uiterlijk 1 juli 2006 worden opgaven en inlichtingen als bedoeld in artikel 64, eerste lid, onderdeel k, van de WWB, artikel 45, eerste lid, onderdeel j, van de IOAW en artikel 45, eerste lid, onderdeel k, van de IOAZ door het college van burgemeester en wethouders en de Minister van Justitie door tussenkomst van het Inlichtingenbureau gevraagd onderscheidenlijk verstrekt.

Hoofdstuk 7. Overgangsbepalingen en afwijkingen van de Wet SUWI en van het Besluit Inlichtingenbureau gemeenten i.v.m. invoering

Hoofdstuk 8. Slotbepalingen

Bijlage XVIII. behorende bij de regeling SUWI, artikel 7.3, zesde lid

Leidschendam-Voorburg

Rijswijk

Wassenaar

Deze regeling zal met de toelichting en de bijlagen, met uitzondering van de bijlagen III tot en met XVI, in de Staatscourant worden geplaatst.

De bijlagen III tot en met XVI liggen met ingang van 1 januari 2002 ter inzage in de bibliotheek van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Artikel 4.7. Inhoud trajectplan
1.

Het UWV kan uitsluitend een individuele reïntegratieovereenkomst sluiten indien de aanvraag vergezeld gaat van een door of namens de aanvrager, bedoeld in artikel 4.2, eerste lid, van het Besluit SUWI, opgesteld trajectplan waarin in elk geval zijn opgenomen:

2.

Het UWV kan een termijn bepalen waarbinnen de aanvrager, bedoeld in het eerste lid, een aanvraag om een individuele reïntegratieovereenkomst kan indienen.

Artikel 4.8. Inhoud van de individuele reïntegratieovereenkomst

In de individuele reïntegratieovereenkomst wordt in elk geval geregeld:

Hoofdstuk 5. Financiering, verantwoording en informatievoorziening

§ 5.1. Financiering

§ 5.2. Informatievoorziening

§ 5.2.1. Informatieverstrekking CWI, UWV en SVb aan de minister en de IWI

§ 5.2.5. Kennisgeving besluiten CWI, UWV en SVB aan de IWI

Hoofdstuk 6. Suwinet en IB

§ 6.2. IB

Hoofdstuk 7. Overgangsbepalingen en afwijkingen van de Wet SUWI en van het Besluit Inlichtingenbureau gemeenten i.v.m. invoering

Hoofdstuk 8. Slotbepalingen

Bijlage XIX. behorende bij de Regeling SUWI, artikel 7.4, eerste lid

Gemeente van vestiging CWI Werkgebied CWI's
Alphen a.d. Rijn Alphen aan den Rijn, Jacobswoude,Liemeer, Nieuwkoop, Rijnwoude, Ter Aar
Delft Delft, Nootdorp, Pijnacker, Schipluiden
Den Haag (4) 's-Gravenhage
Gouda Bergambacht, Bodegraven, Boskoop,Gouda, Moordrecht, Nederlek,Nieuwerkerk aan den IJssel, Ouderkerk,Oudewater, Reeuwijk, Schoonhoven,Vlist, Waddinxveen, Zevenhuizen-Moerkapelle
Leiden Alkemade, Leiden, Leiderdorp,Oegstgeest, Voorschoten, Zoeterwoude
Lisse Hillegom, Katwijk, Lisse, Noordwijk,Noordwijkerhout, Rijnsburg, Sassenheim,Valkenburg, Voorhout, Warmond
Naaldwijk De Lier, Maasland, Monster, Naaldwijk,'s-Gravenzande, Wateringen
Voorburg Leidschendam, Rijswijk, Voorburg,Wassenaar
Zoetermeer Zoetermeer
Almere Almere, Zeewolde
Amersfoort Amersfoort, Bunschoten, Leusden,Woudenberg
Hilversum Hilversum, Laren, Loenen, Loosdrecht,Nederhorst den Berg, 's-Graveland
Huizen Blaricum, Bussum, Huizen, Muiden,Naarden, Weesp
Lelystad Lelystad
Nieuwegein Houten, IJsselstein, Lopik, Nieuwegein,Vianen
Noordoostpolder Dronten, Noordoostpolder, Urk
Soest Baarn, Eemnes, Soest
Utrecht (3) Breukelen, Maarssen, Montfoort,Utrecht, Woerden
Veenendaal Renswoude, Rhenen, Veenendaal
Zeist Amerongen, Bunnik, De Bilt, Doorn,Driebergen-Rijsenburg, Leersum, Maarn,Wijk bij Duurstede, Zeist
Almelo Almelo, Tubbergen, Vriezenveen, Wierden
Enschede Enschede, Haaksbergen
Hardenberg Hardenberg, Ommen
Hellendoorn Hellendoorn, Rijssen
Hengelo Borne, Hengelo, Hof van Twente
Oldenzaal Denekamp, Losser, Oldenzaal
Steenwijk Meppel, Steenwijk, Westerveld
Zwolle Dalfsen, Hattem, Heerde, Kampen,Oldebroek, Raalte, Staphorst,Zwartewaterland, Zwolle
Apeldoorn Apeldoorn, Brummen, Epe, Voorst
Barneveld Barneveld, Nijkerk, Scherpenzeel
Deventer Bathmen, Deventer, Olst
Ede Ede, Wageningen
Harderwijk Elburg, Ermelo, Harderwijk, Nunspeet,Putten
Zutphen Lochem, Vorden, Warnsveld, Zutphen
Arnhem (2) Arnhem, Bemmel, Doesburg, Renkum,Rheden, Rozendaal, Valburg, Overbetuwe
Doetinchem Bergh, Doetinchem, Hengelo, Hummelo enKeppel, Steenderen, Wehl, Zelhem
Nijmegen Beuningen, Druten, Groesbeek, Heumen,Millingen aan de Rijn, Mook enMiddelaar, Nijmegen, Ubbergen, WestMaas en Waal, Wijchen
Tiel (Zaltbommel) Buren, Dodewaard, Echteld, Kesteren,Tiel, Culemborg, Geldermalsen,Lingewaal, Maasdriel, Neerijnen,Zaltbommel
Winterswijk Aalte, Borculo, Eibergen, Groenlo,Lichtenvoorde, Neede, Ruurlo,Winterswijk
Wisch Dinxperlo, Gendringen, Wisch
Zevenaar Angerlo, Didam, Duiven, Rijnwaarden,Westervoort, Zevenaar
Achtkarspelen Achtkarspelen, Kollumerland en NieuwKruisland
Dongeradeel Ameland, Dantumadeel, Dongeradeel,Schiermonnikoog
Franekeradeel Franekeradeel, Harlingen, het Bildt,Menaldumadeel, Terschelling, Vlieland
Heerenveen Gasterlan-Sleat, Heerenveen,Lemsterland, Oostellingwerf,Skarsterlan, Weststellingwerf
Leeuwarden Boarnsterhim, Ferwerderadiel,Leeuwarden, Leeuwarderadeel, deel vanTytsjerksteradiel
Smallingerland Opsterland, Smallingerland, deel vanTytsjerkeradiel,
Sneek Bolsward, Littenseradiel, Nijefurd,Sneek, Wunseradiel, Wymbritseradiel
Delfzijl (Winsum)* Appingedam, Delfzijl, Eemsmond,Loppersum, Ten Boer, Winsum, Bedum, DeMarne
Groningen (2) Groningen, Haren, Zuidhorn
Hoogezand-Sappemeer Hoogezand-Sappemeer, Slochteren
Noordenveld Grootegast, Leek, Marum, Noordenveld
Stadskanaal Stadskanaal, Vlagtwedde
Veendam Menterwolde, Pekela, Veendam
Winschoten Bellingwedde, Reiderland, Scheemda,Winschoten
Assen Aa en Hunze, Assen, Tynaarlo
Emmen Borger-Odoorn, Coevorden, Emmen
Hoogeveen De Wolden, Hoogeveen, Midden-Drenthe
Den Bosch Boxtel, Haaren, 's-Hertogenbosch, Sint-Michielsgestel, Vught
Cuijk Boxmeer, Cuijk, Grave, Mill en SintHubert, Sint Anthonis
Oss deel Bernheze, Landerd, Lith, Maasdonk,Oss, Ravenstein
Tilburg (2) Alphen-Chaam, Baarle-Nassau, Dongen,Gilze en Rijen, Goirle, Hilvarenbeek,Oisterwijk, Tilburg
Veghel Deel van Bernheze, Boekel, Schijndel,Sint-Oedenrode, Uden, Veghel
Venray Bergen(L), Gennep, Horst aan de Maas,Meerlo-Wanssum, Sevenum, Venray
Waalwijk Heusden, Loon op Zand, Waalwijk
Bladel Bladel, Eersel, Reusel-De Mierden, deelVeldhoven
Eindhoven (2) Best, Eindhoven, Geldrop, Heeze-Leende,Nuenen, Oirschot, Son en Breughel, deelVeldhoven
Helmond Asten, Deurne, Gemert-Bakel, Helmond,Laarbeek, Mierlo, Someren
Valkenswaard Bergeijk, Valkenswaard, Waalre
Venlo Arcen en Velden, Beesel, Helden,Kessel, Maasbree, Meijel, Venlo
Weert Cranendonck, Hunsel, Nederweert, Weert
Gulpen Gulpen-Wittem, Margraten, Vaals,Valkenburg aan de Geul
Heerlen Brunssum, Heerlen, Landgraaf, Nuth,Onderbanken, Simpelveld, Voerendaal
Kerkrade Kerkrade
Maastricht Eijsden, Maastricht, Meerssen
Roermond Ambt Montfort, Echt, Haelen, Heel,Heythuysen, Maasbracht, Roerdalen,Roermond, Roggel en Neer, Swalmen,Thorn
Sittard Beek, Schinnen, Sittard, Stein,Susteren
Amstelveen Amstelveen, Ouder-Amstel, Uithoorn, Deronde Venen, Abcoude
Beverwijk Beverwijk, Heemskerk, Uitgeest, Velsen
Haarlem (2) Bennebroek, Bloemendaal, Haarlem,Haarlemmerliede en Spaarnwoude,Heemstede, Zandvoort
Haarlemmermeer Aalsmeer, Haarlemmermeer
Purmerend Beemster, Edam-Volendam, Purmerend,Waterland, Zeevang
Zaanstad Oostzaan, Wormerland, Zaanstad
Alkmaar Alkmaar, Akersloot, Bergen, Castricum,Graft-De Rijp, Heerhugowaard, Heiloo,Langedijk, Limmen, Schermer
Amsterdam (8) Amsterdam, Diemen, Landsmeer
Den Helder (Texel*) Anna Paulowna, Den Helder, Texel
Hoorn Andijk, Drechterland, Enkhuizen, Hoorn,Medemblik, Noorder-Koggenland, Obdam,Opmeer, Stede Broec, Venhuizen,Wervershoof, Wester-Koggenland, Wognum
Schagen Harenkarspel, Niedorp, Schagen,Wieringen, Wieringermeer, Zijpe
Capelle a/d IJssel Capelle aan den IJssel, Krimpen aan denIJssel
Dordrecht Alblasserdam, Dordrecht, Graafstroom,Heersjansdam, Hendrik-ldo-Ambacht,Nieuw-Lekkerland, Papendrecht,Sliedrecht, Zwijndrecht
Hellevoetsluis Bernisse, Brielle, deel Dirksland,Goedereede, Hellevoetsluis, Rozenburg,Westvoorne
Oud-Beijerland Binnenmaas, Cromstrijen, 's-Gravendeel,Korendijk, Oud-Beijerland, Strijen
Rotterdam (5) Albrandswaard, Barendrecht,Bergschenhoek, Berkel en Rodenrijs,Bleiswijk, deel Dirksland, Oostflakkee,Middelharnis, Ridderkerk, Rotterdam
Schiedam Maassluis, Schiedam, Vlaardingen
Spijkenisse Spijkenisse
Bergen op Zoom Bergen op Zoom, Steenbergen,Woensdrecht
Breda Breda
Etten-Leur Etten-Leur, Moerdijk, Rucphen, Zundert
Gorinchem Aalburg, Giessenlanden, Gorinchem,Hardinxveld-Giessendam, Leerdam,Liesveld, Werkendam, Woudrichem,Zederik
Oosterhout Drimmelen, Geertruidenberg, Oosterhout
Roosendaal Halderberge, Roosendaal
Goes (Schouwen-Duivenland, Tholen*) Borsele, Goes, Kapelle, Noord-Beveland,Reimerswaal, Schouwen-Duiveland, Tholen
Middelburg Middelburg, Veere, Vlissingen
Terneuzen (Oostburg*) Axel, Hontenisse, Hulst, Oostburg, Sasvan Gent, Sluis-Aardenburg, Terneuzen

Bijlage XX

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Deze regeling zal met de toelichting en de bijlagen, met uitzondering van de bijlagen III tot en met XVI, in de Staatscourant worden geplaatst.

De bijlagen III tot en met XVI liggen met ingang van 1 januari 2002 ter inzage in de bibliotheek van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.