← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling bedrijfsvoering en administratieve organisatie Wet inzake de geldtransactiekantoren

Geldende tekst a fecha 2005-10-01

gelet op artikel 2, tweede lid, artikel 9, eerste en tweede lid, en artikel 18,eerste lid, van de Wet inzake de geldtransactiekantoren en het Overdrachtsbesluit Wet inzake de geldtransactiekantoren:

gelet op artikel 10, tweede lid, onder c, en artikel 10b, eerste lid, van de Sanctiewet 1977 en het Overdrachtsbesluit Sanctiewet 1977;

na overleg met de Minister van Financiën;

Besluit

Hoofstuk 1. Algemene bepaling

Artikel 1

In deze regeling en de daarbij horende bijlagen wordt verstaan onder:

Hoofstuk 2. Algemene uitgangspunten met betrekking tot de bedrijfsvoering en de administratieve organisatie van geldtransactiekantoren

Artikel 2

Het bestuur van het geldtransactiekantoor is belast met de dagelijkse leiding van de activiteiten van het geldtransactiekantoor en is verantwoordelijk voor:

Artikel 3
1.

Het bestuur treft in zijn dagelijks beleid maatregelen ter bewustwording, bevordering en handhaving van integer handelen binnen alle lagen van de organisatie.

2.

Een integere bedrijfsvoering biedt zodanige waarborgen dat het geldtransactiekantoor zich klaarblijkelijk houdt aan wettelijke normen, bestuursrechtelijke normen, maatschappelijke normen en de door hemzelf gestelde normen, voorschriften en gedragsregels, alsmede zodanige waarborgen dat het geldtransactiekantoor zijn verplichtingen jegens zijn klanten of contractuele partijen nakomt.

3.

Bij de formulering van de door het geldtransactiekantoor zelf opgestelde normen, voorschriften en gedragsregels wordt door het geldtransactiekantoor zoveel mogelijk rekening gehouden met de ontwikkelingen op het gebied van de maatschappelijke normen ter zake van integer handelen.

Hoofdstuk 3. Voorschriften voor de Bedrijfsvoering van Geldtransactiekantoren met inbegrip van de integere Bedrijfsvoering

Artikel 4
1.

Het geldtransactiekantoor beschikt over een actueel beleidsplan waarin de beleidsuitgangspunten ter beheersing van integriteitsrisico's zijn vastgelegd.

2.

De beleidsuitgangspunten zijn nader uitgewerkt in procedures, regels en normen die binnen alle relevante geledingen van het geldtransactiekantoor bekend worden gemaakt en worden nageleefd.

Artikel 5

Het geldtransactiekantoor beschikt op alle lagen van de organisatie over procedures en maatregelen met betrekking tot de interne controle, die ten minste dienen te voorzien in de naleving van:

Artikel 6
1.

Het geldtransactiekantoor beschikt over organisatorische en administratieve procedures waarin de uitwerking en implementatie van het beleid inzake de integere omgang met incidenten is opgenomen.

2.

Het geldtransactiekantoor zorgt voor een administratieve vastlegging van incidenten.

3.

Het geldtransactiekantoor informeert de Bank uit eigen beweging en onverwijld omtrent incidenten indien, de ernst, de omvang of de overige omstandigheden van het incident in aanmerking genomen, de Bank redelijkerwijs geïnformeerd behoort te worden.

Artikel 7
1.

Op grond van het beleidsplan vormt het geldtransactiekantoor zich een oordeel over de betrouwbaarheid van de in dienst tredende en van de zittende medewerkers en het geldtransactiekantoor gaat ten minste over tot:

2.

De werkzaamheden die zijn verricht ten behoeve van de naleving van het eerste lid en de uitkomsten van die werkzaamheden worden door het geldtransactiekantoor schriftelijk vastgelegd.

3.

Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing in het geval het geldtransactiekantoor een overeenkomst aangaat met derden, zoals bureaus voor werving en selectie, ten behoeve van het aanstellen van medewerkers voor integriteitsgevoelige functies.

Artikel 8
1.

Indien het geldtransactiekantoor wordt gevraagd inlichtingen te verstrekken over een betrokkene, ten behoeve van een andere onder toezicht staande financiële instelling, is het geldtransactiekantoor verplicht schriftelijk de gevraagde inlichtingen te verstrekken en wel zodanig dat over de betrouwbaarheid van de betrokkene een juist en zo volledig mogelijk beeld bestaat.

2.

Onverminderd het bepaalde in het eerste lid onthoudt het geldtransactiekantoor zich van het doen van uitspraken of het afgeven van verklaringen aangaande de betrouwbaarheid van een medewerker indien zij weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat daarmee een onjuist beeld van de betrokken medewerker wordt gegeven.

Hoofdstuk 4. Voorschriften voor de administratieve organisatie van Geldtransactiekantoren

§ 1. Administratieve organisatie

Artikel 9
1.

Het geldtransactiekantoor beschikt over een organisatieschema waarin de verschillende functies zijn weergegeven en waarin is aangegeven welke medewerkers deze functies vervullen. Voorzover van toepassing is dit organisatieschema uitgewerkt tot en met het niveau van de bijkantoren.

2.

Het geldtransactiekantoor stelt adequate functiescheidingen in voor de activiteiten met een beherend ofwel een controlerend, bewarend en registrerend karakter.

3.

In de organisatiestructuur is de delegatie van bevoegdheden adequaat geregeld en zijn de noodzakelijke, op belangentegenstellingen gebaseerde, functiescheidingen als bedoeld in het tweede lid aangebracht

Artikel 10
1.

De administratieve organisatie van een geldtransactiekantoor is zodanig ingericht, dat aan de volgende minimumeisen wordt voldaan:

2.

De administratieve organisatie van een geldtransactiekantoor is zodanig ingericht, dat zowel in de financiële administratie als op de transactiebon ten minste de informatie, genoemd in bijlage IV bij deze regeling, is opgenomen.

Artikel 11
1.

Het geldtransactiekantoor beschikt over een procedurehandboek, waarin de functies, taken en bevoegdheden van de medewerkers van het geldtransactiekantoor, met inachtneming van de minimumeisen die aan de administratieve organisatie zijn gesteld, eenduidig en schriftelijk zijn omschreven en vastgelegd, als kader voor de dagelijkse bedrijfsvoering.

2.

Het procedurehandboek is in ieder geval in de Nederlandse taal opgemaakt en wordt periodiek geactualiseerd.

3.

Het procedurehandboek bevat ten minste de vereisten zoals genoemd in bijlage I bij deze regeling.

Artikel 12

Het bestuur van het geldtransactiekantoor is verantwoordelijk voor de interne controlesystemen, beoordeelt deze periodiek op hun effectiviteit en actualiteitswaarde en stelt deze zo nodig bij.

Artikel 13

Het geldtransactiekantoor beschikt over procedures en maatregelen met betrekking tot de interne controle op basis waarvan met een redelijke zekerheid kan worden gesteld dat:

Artikel 14
1.

Het geldtransactiekantoor beschikt over een grootboek-administratie, opgezet volgens het systeem van dubbel boekhouden.

2.

Het geldtransactiekantoor beschikt over een zodanige administratie dat iedere transactie of aangegane verplichting dan wel verkregen vordering juist, volledig, tijdig en systematisch wordt vastgelegd.

3.

De financiële administratie stelt het geldtransactiekantoor in staat om tijdige en adequate rapportages op te stellen ten behoeve van het bestuur en de Bank.

Artikel 15

Indien een geldtransactiekantoor naast de activiteiten zoals omschreven in de wet, artikel 1, eerste lid, onderdeel c, ook overige activiteiten heeft, is zijn administratie zodanig ingericht dat de grootboekadministratie inzake de wisselactiviteiten en de geldtransferactiviteiten afgezonderd is van de grootboekadministraties waarin deze overige activiteiten zijn geregistreerd.

Artikel 16

De financiële administratie wordt in de Nederlandse of de Engelse taal gevoerd, is te allen tijde ten behoeve van de Bank in Nederland beschikbaar en wordt desgevraagd aan de Bank overgelegd.

Artikel 17
1.

Het geldtransactiekantoor stelt, voorzover titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek niet reeds van toepassing is, een jaarrekening en een jaarverslag van het geldtransactiekantoor op.

2.

Indien het geldtransactiekantoor niet reeds aan de bepalingen van titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek is onderworpen, is genoemde titel van overeenkomstige toepassing op de jaarrekening, de overige gegevens als bedoeld in artikel 392 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, en op het jaarverslag.

§ 2. Bijzondere voorschriften voor de administratieve organisatie van geldtransferactiviteiten

Artikel 18

De administratieve organisatie van een geldtransactiekantoor dat geldtransferactiviteiten verricht is zodanig ingericht dat aan de volgende minimumeisen wordt voldaan:

Artikel 19
1.

De gegarandeerde geldtransfers worden volgens boekingsschema 1 van bijlage II bij deze regeling in de financiële administratie opgenomen.

2.

De geadviseerde geldtransfers dienen volgens boekingsschema 2 van bijlage II bij deze regeling in de financiële administratie te worden opgenomen.

Hoofdstuk 5. Werkzaamheden van de externe accountant

Artikel 20
1.

Als externe accountant wordt aangemerkt de deskundige, bedoeld in artikel 393, eerste lid van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.

2.

Het geldtransactiekantoor verstrekt een opdracht tot controle of beoordeling van de jaarrekening van het geldtransactiekantoor aan een externe accountant.

3.

De externe accountant geeft bij zijn rapportage aan of door het geldtransactiekantoor is gehandeld overeenkomstig de wet en de bij of krachtens de wet gestelde eisen, dan wel dat niet is gebleken dat hiermee in strijd is gehandeld.

4.

Het geldtransactiekantoor verstrekt de Bank onverwijld een afschrift van de door de externe accountant getekende opdrachtbevestigingsbrief.

Artikel 21
1.

Het geldtransactiekantoor machtigt bij zijn opdracht tot onderzoek van de jaarrekening zijn externe accountant schriftelijk om desgevraagd aan de Bank alle inlichtingen te verstrekken die redelijkerwijze nodig zijn voor de juiste uitvoering van de toezichthoudende taak, krachtens de wet aan de Bank opgedragen.

2.

De Bank stelt het geldtransactiekantoor in de gelegenheid aanwezig te zijn bij het verstrekken van inlichtingen door de externe accountant.

Artikel 22
1.

Het geldtransactiekantoor geeft de externe accountant opdracht tot het doen van specifiek onderzoek naar:

2.

feitelijke bevindingen van bovengenoemde onderzoeken worden schriftelijk gerapporteerd aan het geldtransactiekantoor.

3.

Het geldtransactiekantoor verstrekt de Bank onverwijld een afschrift van de door de externe accountant getekende opdrachtbevestigingsbrief, alsmede van de rapportage naar aanleiding van het specifieke onderzoek van de externe accountant.

Hoofdstuk 6. De bankgarantie

Artikel 23

Een geldtransactiekantoor dat geldtransferactiviteiten verricht mag op enig moment het totale bedrag van de door opdrachtgevers aan het geldtransactiekantoor in het kader van gegarandeerde geldtransfers ter beschikking gestelde en nog niet uitbetaalde of betaalbaar gestelde gelden of geldswaarden nooit groter laten zijn dan het in de bankgarantie genoemde bedrag.

Artikel 24

Indien de inschrijving in het register van een geldtransactiekantoor dat geldtransferactiviteiten verricht op grond van artikel 5 van de wet wordt doorgehaald op verzoek van het geldtransactiekantoor, wordt de bankgarantie van het desbetreffende geldtransactiekantoor door de Bank geretourneerd aan de bank die de bankgarantie heeft afgegeven, nadat een accountant als bedoeld in artikel 20, eerste lid, heeft verklaard dat het geldtransactiekantoor geen gelden uit hoofde van gegarandeerde geldtransfers meer onder zich houdt en dat alle uit dien hoofde ontvangen gelden of geldswaarden zijn uitbetaald aan de bij de gegarandeerde geldtransfers betrokken begunstigden elders.

Artikel 25

Het geldtransactiekantoor dat geldtransferactiviteiten verricht informeert de opdrachtgevers van de geldtransfercontracten over:

Hoofdstuk 6A. Naleving van de Sanctiewet 1977 door geldstransactiekantoren

Artikel 26

Vervallen

Artikel 26a

Vervallen

Hoofdstuk 7. Overgangsbepalingen

Artikel 27
1.

Het geldtransactiekantoor dat overeenkomstig artikel 44, eerste lid, van de wet wordt ingeschreven in het register, bedoeld in artikel 2 van de wet, legt voor de eerste dag van de vierde kalendermaand na de datum van inwerkingtreding van de wet een bedrijfsvoering als genoemd in artikel 2, derde lid, onderdeel f van de wet, ter instemming voor aan de Bank.

2.

Het geldtransactiekantoor voldoet binnen drie maanden na de datum van instemming door de Bank, als bedoeld in het eerste lid, aan de overgelegde voorziene bedrijfsvoering.

Artikel 28

Het geldtransactiekantoor dat overeenkomstig artikel 48, tweede lid, van de wet een verzoek tot inschrijving heeft gedaan, voldoet binnen vier maanden na de inschrijving overeenkomstig artikel 2, eerste lid, van de wet, aan de overgelegde voorziene bedrijfsvoering.

Hoofdstuk 8. Slotbepalingen

Artikel 29

De Bank kan deze regeling geheel of gedeeltelijk van overeenkomstige toepassing verklaren op de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen andere activiteiten als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, onder 4°, van de wet.

Artikel 30

Deze regeling kan worden aangehaald als: Regeling bedrijfsvoering en administratieve organisatie Wet inzake de geldtransactiekantoren.

Artikel 31

Deze regeling treedt in werking op het moment dat de wet in werking treedt, met uitzondering van hoofdstuk 6A, dat in werking treedt op een nader te bepalen tijdstip.

Deze regeling zal met de bijlagen en de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Bijlage I. behorende bij artikel 11 van de Regeling bedrijfsvoering en administratieve organisatie Wet inzake geldtransactiekantoren

In het procedurehandboek van het geldtransactiekantoor is minimaal het volgende geregeld:

Beveiliging van waarden

Het kasverkeer

De aanwezigheid van medewerkers

De informatieverstrekking aan cliënten

Overige procedures

Specifieke procedures met betrekking tot geldtransferactiviteiten:

Bijlage II. behorende bij artikel 19 van de Regeling bedrijfsvoering en administratieve organisatie Wet inzake de geldtransactiekantoren

Boekingsschema 1

Gelet op artikel 19, eerste lid, van de regeling dienen de gegarandeerde geldtransfers volgens het onderstaande boekingsschema in de financiële administratie te worden opgenomen. Ten behoeve van dit boekingsschema kunnen vier achtereenvolgende gebeurtenissen worden onderscheiden, die als volgt kunnen worden omschreven:

Het voorgaande betekent dat met betrekking tot de hiervoor genoemde gebeurtenissen de volgende boekingen moeten plaatsvinden:

NB: Niet uit te sluiten is, dat kantoor A en kantoor B dezelfde (financiële) instelling zijn, dan wel bijkantoren van hetzelfde geldtransactiekantoor zijn. Ook in die gevallen blijft het bovenstaand boekingsschema van overeenkomstige toepassing ,waarbij veelal gebruik zal worden gemaakt van rekeningcourant verhoudingen tussen de groepsmaatschappijen.

Zolang geen bericht is ontvangen van kantoor B dat betaling of betaalbaarstelling heeft plaatsgevonden aan de begunstigde elders, dient geldtransactiekantoor A ervoor zorg te dragen dat het totale bedrag aan schuldposities lager is dan het bedrag van de bankgarantie.

Alle transacties met derden (de opdrachtgever, geldtransactiekantoren, begunstigden, bijkantoren en anderen) dienen door kantoor A à tempo te worden geregistreerd zodat, voorzover van toepassing, op ieder gewenst moment:

Indien de ontvangst door kantoor A van gelden of geldwaarden van een opdrachtgever, door dit kantoor telefonisch wordt doorgegeven aan het desbetreffende kantoor B, dient dit bericht schriftelijk of elektronisch (bijvoorbeeld per fax of per e-mail) te worden bevestigd.

Het geldtransactiekantoor legt bij de vereffening van vorderingen dan wel schulden in de financiële administratie vast welk soort vereffening het betreft. De volgende drie soorten vereffening dienen daarbij te worden onderscheiden:

Boekingsschema 2

Gelet op artikel 19, tweede lid, van de regeling dienen de geadviseerde geldtransfers volgens het onderstaande boekingsschema in de financiële administratie te worden opgenomen. Ten behoeve van dit boekingsschema kunnen vier achtereenvolgende gebeurtenissen worden onderscheiden, die als volgt kunnen worden omschreven:

Het voorgaande betekent dat met betrekking tot de hiervoor genoemde gebeurtenissen de volgende boekingen moeten plaatsvinden:

NB: Niet uit te sluiten is, dat kantoor D en kantoor C dezelfde (financiële) instelling zijn, dan wel bijkantoren van hetzelfde geldtransactiekantoor zijn. Ook in die gevallen blijft het bovenstaand boekingsschema van overeenkomstige toepassing ,waarbij veelal gebruik zal worden gemaakt van rekeningcourant verhoudingen tussen de groepsmaatschappijen.

Alle transacties met derden (de opdrachtgever, geldtransactiekantoren, begunstigden, bijkantoren en anderen) dienen door kantoor D à tempo te worden geregistreerd zodat, voorzover van toepassing, op ieder gewenst moment:

Telefonische berichtgeving van derden en bevestiging

Indien de betaling of betaalbaarstelling door kantoor D van gelden of geldswaarden aan een begunstigde telefonisch wordt doorgegeven aan het desbetreffende kantoor C, dient dit bericht schriftelijk of elektronisch (bijvoorbeeld per fax of per e-mail) te worden bevestigd.

Het geldtransactiekantoor legt bij de vereffening van vorderingen dan wel schulden in de financiële administratie vast welk soort vereffening het betreft. De volgende drie soorten vereffening dienen daarbij te worden onderscheiden:

Bijlage III. behorende bij hoofdstuk 6 van de Regeling bedrijfsvoering en administratieve organisatie Wet inzake de geldtransactiekantoren

Model van de bankgarantie

BANKGARANTIE

Ondergetekende,...............................

gevestigd te .......................................

mede kantoorhoudende te ...............,

hierna te noemen “de Bank”,

IN AANMERKING NEMENDE:

VERKLAART:

Bijlage IV. bij artikel 10, tweede lid van de Regeling bedrijfsvoering en administratieve organisatie Wet inzake de geldtransactiekantoren

De administratieve organisatie van een geldtransactiekantoor dat wisselactiviteiten verricht, dient zodanig te zijn ingericht, dat zowel in de financiële administratie als op de transactiebon ten minste de volgende informatie is opgenomen:

De administratieve organisatie van een geldtransactiekantoor dat geldtransferactiviteiten verricht, dient zodanig te zijn ingericht, dat zowel in de financiële administratie als op de transactiebon ten minste de volgende informatie is opgenomen: