Selectielijst neerslag handelingen m.b.t. Emancipatie en gelijke behandeling vanaf 1965-heden, Verkeer en Waterstaat

Type Archiefselectielijst
Publication 2003-12-07
State In force
Source BWB
artikelen 2
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Opmerking: Zie hiervoor onder meer het rapport institutioneel onderzoek over de Raad van State.

Waardering: B 3

Handeling: Het beantwoorden van vragen van individuele burgers, bedrijven en instellingen betreffende de subsidiëring van projecten en instellingen op het gebied van de emancipatie.

Periode: 1965–

Product: Brieven, notities

Waardering: V, 2 jaar

Handeling: Het uitvoeren van voorlichtingsactiviteiten op het terrein van de subsidiëring van projecten en instellingen op het gebied van de emancipatie.

Periode: 1965–

Product: Voorlichtingsmateriaal

Waardering: V, 2 jaar na vervallen. Van het eindproduct blijft een exemplaar bewaard.

Handeling: Het voorbereiden en begeleiden (wetenschappelijk) onderzoek betreffende de subsidiëring van projecten en instellingen op het gebied van de emancipatie.

Periode: 1965–

Product: Nota’s, notities, onderzoeksrapporten

Waardering: V, 5 jaar

Handeling: Het vaststellen van opdrachten en onderzoeksrapporten betreffende de subsidiëring van projecten en instellingen op het gebied van de emancipatie.

Periode: 1965–

Product: Nota’s, notities

Waardering: B 1

Handeling: Het instellen van een commissie die activiteiten gericht op de bewustwording van de Nederlandse samenleving van het emancipatieproces stimuleert, in het bijzonder in het kader van het Internationale jaar voor de vrouw, 1975.

Periode: 1965–1975

Product: Instelling Nationaal comité internationaal jaar voor de vrouw

Waardering: B 1

Handeling: Het voordragen van een regeling voor de subsidiëring van projecten emancipatiewerkers.

Periode: 1981–

Product: Subsidieregeling projecten emancipatiewerkers (Stcrt.1983/203)

Waardering: B 1

Handeling: Het stellen van richtlijnen voor het opstellen en indienen van jaarverslagen in het kader van projecten emancipatiewerkers.

Periode: 1983–1989

Grondslag: Subsidieregeling projecten emancipatiewerkers, 1983, art. 12, lid 1

Opmerking: Uiterlijk één maand na afloop van het projectjaar dient elke organisatie die in het kader van het project emancipatiewerkers een subsidie ontvangt bij de minister een jaarverslag in.

Waardering: V, 1 jaar na geldigheidsduur

Handeling: Het stellen van richtlijnen voor de begroting van een project emancipatiewerker.

Periode: 1983–1989

Grondslag: Subsidieregeling projecten emancipatiewerkers, 1983, art. 9, lid 2

Waardering: V, 1 jaar na geldigheidsduur

Handeling: Het aanwijzen van een ambtenaar belast met de controle op een project emancipatiewerker.

Periode: 1983-1989

Grondslag: Subsidieregeling projecten emancipatiewerkers, 1983, art. 12, lid 3

Waardering: V, 5 jaar na geldigheidsduur

V, 75 jaar indien rechtspositionele/pensioenrechtelijke aanspraken ontleend kunnen worden

Handeling: Het toekennen, geheel of gedeeltelijk intrekken van een subsidie aan een organisatie in het kader van het project emancipatiewerkers.

Periode: 1983–1989

Grondslag: Subsidieregeling projecten emancipatiewerkers, 1983, art. 7 en art. 13 en art. 14

Product: Ministerieel besluit

Opmerking: De minister kan een subsidie geheel of gedeeltelijk intrekken, indien blijkt dat een organisatie opzettelijk gegevens heeft verstrekt die onjuist of onvolledig zijn, dan wel dat zij de bepalingen van deze subsidieregeling niet heeft nageleefd.

Waardering: V, 5 jaar na het verstrijken van de bezwaartermijn

Handeling: Het definitief vaststellen van een subsidiebedrag voor een project emancipatiewerker.

Periode: 1983–1989

Grondslag: Subsidieregeling projecten emancipatiewerkers, 1983, art. 9, lid 4

Product: Ministerieel besluit

Opmerking: De minister stelt een subsidiebedrag definitief vast na ontvangst van de jaarrekening die de organisatie uiterlijk op 1 mei van het volgend kalenderjaar bij de minister ingediend moet hebben.

Waardering: V, 5 jaar na het verstrijken van de bezwaartermijn

Handeling: Het instemmen met een tussentijdse, niet in de subsidietoezegging betrokken loonkostenstijging, of met een overschrijding van de begrote apparaatskosten van een organisatie die een subsidie ontvangt in het kader van het project emancipatiewerkers.

Periode: 1983–1989

Grondslag: Subsidieregeling projecten emancipatiewerkers, 1983, art. 11

Product: Ministerieel besluit

Opmerking: Indien in een dergelijke situatie de organisatie niet vooraf de instemming van de minister heeft gekregen, dan komen de hiermee gemoeide kosten niet in aanmerking voor subsidiëring.

Waardering: V, 5 jaar na het verstrijken van de bezwaartermijn

Handeling: Het goedkeuren van de benoeming van een emancipatiewerker en zijn rechtspositieregeling.

Periode: 1983–1989

Grondslag: Subsidieregeling projecten emancipatiewerkers, 1983, art. 8, lid 1

Product: Ministerieel besluit

Opmerking: De organisatie die een emancipatiewerker wil benoemen, dient vooraf schriftelijk de goedkeuring van de minister te vragen.

Waardering: V, 5 jaar na geldigheidsduur

V, 75 jaar indien rechtspositionele/pensioenrechtelijke aanspraken ontleend kunnen worden

Handeling: Het voordragen van een regeling voor de subsidiëring van emancipatie-activiteiten.

Periode: 1981–

Product: Subsidieregeling vrouw en werkwinkels (Stcrt.1987/174)

Waardering: B 1

Handeling: Het aanwijzen van een ambtenaar belast met het toezicht op de naleving van de subsidievoorwaarden, de behandeling van subsidie-aanvragen, alsmede met onderzoeken die ten doel hebben de doelmatigheid en effectiviteit van de subsidiëring te evalueren.

Periode: 1987–1991

Grondslag: Subsidieregeling Vrouw en Werkwinkels, 1987, art. 16

Waardering: V, 5 jaar na geldigheidsduur

V, 75 jaar indien rechtspositionele/pensioenrechtelijke aanspraken ontleend kunnen worden

Handeling: Het toekennen of weigeren van een tegemoetkoming in de kosten gemaakt door een Vrouw en Werkwinkel.

Periode: 1987–1991

Grondslag: Subsidieregeling Vrouw en Werkwinkels, 1987, art. 2 en art. 5

Product: Ministerieel besluit

Waardering: V, 5 jaar na het verstrijken van de bezwaartermijn

Handeling: Het intrekken, geheel of gedeeltelijk terugvorderen van een tegemoetkoming in de kosten gemaakt door een Vrouw en Werkwinkel.

Periode: 1987–1991

Grondslag: Subsidieregeling Vrouw en Werkwinkels, 1987, art. 17

Product: Ministerieel besluit

Waardering: V, 5 jaar na het verstrijken van de bezwaartermijn

Handeling: Het goedkeuren van een tussentijdse wijziging in de statuten van een Vrouw en Werkwinkel die subsidie ontvangt van het ministerie.

Periode: 1987–1991

Grondslag: Subsidieregeling Vrouw en Werkwinkels, 1987, art. 14

Product: Ministerieel besluit

Waardering: V, 5 jaar na het verstrijken van de bezwaartermijn

Handeling: Het houden van toezicht op de naleving van de subsidievoorwaarden, de behandeling van subsidie-aanvragen, alsmede het onderzoeken van de doelmatigheid en effectiviteit van de subsidiëring van Vrouw en Werkwinkels.

Periode: 1987–1991

Grondslag: Subsidieregeling Vrouw en Werkwinkels, 1987, art. 16

Product: Rapporten

Waardering: B 2, 3

Handeling: Het voordragen van een regeling voor de subsidiëring van vrouwenorganisaties.

Periode: 1981–

Product: Subsidieregeling emancipatie-ondersteuning vrouwenorganisaties (Stcrt.1990/167)

Waardering: B 1

Handeling: Het aanwijzen van personen belast met de controle op de naleving van subsidievoorwaarden door vrouwenorganisaties; en met het onderzoek naar doelmatigheid en effectiviteit van subsidiëring in het algemeen en de vrouwenorganisaties in het bijzonder.

Periode: 1990–1992

Grondslag: Subsidieregeling emancipatie-ondersteuning vrouwenorganisaties, 1990, art. 9

Waardering: V, 5 jaar na geldigheidsduur

V, 75 jaar indien rechtspositionele/pensioenrechtelijke aanspraken ontleend kunnen worden

Handeling: Het toekennen of weigeren van een subsidie aan een vrouwenorganisatie.

Periode: 1990–1992

Grondslag: Subsidieregeling emancipatie-ondersteuning vrouwenorganisaties, 1990, art. 5 en art. 6

Product: Ministerieel besluit

Waardering: V, 5 jaar na het verstrijken van de bezwaartermijn

Handeling: Het intrekken, geheel of gedeeltelijk terugvorderen van een subsidie aan een vrouwenorganisatie.

Periode: 1990–1992

Grondslag: Subsidieregeling emancipatie-ondersteuning vrouwenorganisaties, 1990, art. 8 en art. 10

Product: Ministerieel besluit

Opmerking: De minister kan een subsidie intrekken of terugvorderen indien de vrouwenorganisatie niet overeenkomstig het bij de subsidie-aanvraag ingediende stappen- en activiteitenplan handelt; of indien de vrouwenorganisatie weigert medewerking te verlenen aan controle en onderzoek door ambtenaren die daartoe door de minister zijn aangewezen.

Voorafgaand aan een intrekking of terugvordering dient de vrouwenorganisatie in de gelegenheid te worden gesteld zich te doen horen door ambtenaren die hiervoor zijn aangewezen door de minister of door de Directeur Emancipatiebeleid.

Waardering: B 5

Handeling: Het instemmen met een afwijking van een stappen- en activiteitenplan van een vrouwenorganisatie.

Periode: 1990–1992

Grondslag: Subsidieregeling emancipatie-ondersteuning vrouwenorganisaties, 1990, art. 10, lid 2

Product: Ministerieel besluit

Waardering: V, 5 jaar na het verstrijken van de bezwaartermijn

Handeling: Het voordragen van een regeling voor de subsidiëring van emancipatievoorzieningen op regionaal niveau.

Periode: 1981–

Product: Subsidieregeling emancipatievoorziening op regionaal niveau (Stcrt.1983/203)

Waardering: B 1

Handeling: Het stellen van richtlijnen voor het opstellen en indienen van jaarverslagen door emancipatie-instellingen op regionaal niveau.

Periode: 1983–1990

Grondslag: Subsidieregeling emancipatie-voorziening op regionaal niveau, 1983, art. 2, lid 1

Opmerking: De instellingen dienen een jaarverslag binnen drie maanden na afloop van het voorafgaande subsidiejaar in te dienen.

Waardering: V, 1 jaar na geldigheidsduur

Handeling: Het aanwijzen van een ambtenaar belast met het toezicht op de emancipatie-instellingen op regionaal niveau.

Periode: 1983–1990

Grondslag: Subsidieregeling emancipatie-voorziening op regionaal niveau, 1983, art. 22, lid 3

Waardering: V, 5 jaar na geldigheidsduur

V, 75 jaar indien rechtspositionele/pensioenrechtelijke aanspraken ontleend kunnen worden

Handeling: Het toekennen, geheel of gedeeltelijk weigeren van subsidie aan een emancipatie-instelling op regionaal niveau.

Periode: 1983–1990

Grondslag: Subsidieregeling emancipatie-voorziening op regionaal niveau, 1983, art. 7, lid 1 en lid 2

Product: Ministerieel besluit

Opmerking: Het provinciaal of gemeentelijk bestuur adviseert de minister over de toekenning van een dergelijke subsidie.

Waardering: V, 10 jaar

Handeling: Het houden van toezicht op de uitvoering van de Subsidieregeling emancipatie-voorziening op regionaal niveau.

Periode: 1983–1990

Grondslag: Subsidieregeling emancipatie-voorziening op regionaal niveau, art. 22

Product: Rapporten

Waardering: V, 5 jaar

Handeling: Het intrekken, geheel of gedeeltelijk terugvorderen van een subsidie verleend aan een emancipatie-instelling op regionaal niveau.

Periode: 1983–1990

Grondslag: Subsidieregeling emancipatie-voorziening op regionaal niveau, 1983, art. 23

Product: Ministerieel besluit

Waardering: B 5

Opmerking: De minister kan een subsidie intrekken indien blijkt dat de emancipatie-instelling niet voldoet aan de bepalingen en voorschriften van deze regeling. De minister kan een subsidie terugvorderen indien blijkt dat de emancipatie-instelling opzettelijk onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt.

Indien een instelling mede door een gemeente of provincie werd gefinancierd, adviseren deze inzake de intrekking of terugvordering.

Handeling: Het goedkeuren van de aanstelling van werknemers en hun rechtspositie bij een emancipatie-instelling op regionaal niveau.

Periode: 1983–1990

Grondslag: Subsidieregeling emancipatie-voorziening op regionaal niveau, 1983, art. 14, lid 2

Product: Ministerieel besluit

Waardering: V, 5 jaar na geldigheidsduur

V, 75 jaar indien rechtspositionele/pensioenrechtelijke aanspraken ontleend kunnen worden

Handeling: Het instemmen met de inschakeling van een persoon die anders dan krachtens een arbeidsovereenkomst werkzaamheden verricht voor een emancipatie-instelling op regionaal niveau.

Periode: 1983–1990

Grondslag: Subsidieregeling emancipatie-voorziening op regionaal niveau, 1983, art. 11 en art. 12

Product: Ministerieel besluit

Opmerking: De minister dient een regeling voor de rechtspositie en het salaris van een personeelslid dat niet onder de C.A.O.-Welzijn valt en bij een emancipatie-voorziening op regionaal niveau werkzaam is, goed te keuren. Hierover vindt overleg plaats tussen de minister en het bestuur van de betrokken emancipatie-instelling.

Waardering: V, 5 jaar na geldigheidsduur

V, 75 jaar indien rechtspositionele/pensioenrechtelijke aanspraken ontleend kunnen worden

Handeling: Het instemmen met een tussentijdse, niet in de subsidietoezegging betrokken loonkostenstijging of overschrijding van de apparaatskosten van een emancipatie-instelling op regionaal niveau.

Periode: 1983–1990

Grondslag: Subsidieregeling emancipatie-voorziening op regionaal niveau, 1983, art. 14, lid 1

Product: Ministerieel besluit

Opmerking: Indien in een dergelijke situatie de instelling niet vooraf de instemming van de minister heeft gekregen, dan komen de hiermee gemoeide kosten niet in aanmerking voor subsidiëring.

Waardering: V, 10 jaar

Handeling: Het geven van toestemming voor een overschrijding van een begroting of van een vastgesteld maximumsubsidiebedrag door een emancipatie-instelling op regionaal niveau.

Periode: 1983–1990

Grondslag: Subsidieregeling emancipatie-voorziening op regionaal niveau, 1983, art. 19

Product: Ministerieel besluit

Opmerking: Indien de toestemming van de minister voor een dergelijke overschrijding niet tijdig is gevraagd, wordt voor het bedrag waarmee de begroting wordt overschreden, geen subsidie verleend.

Waardering: V, 10 jaar

Handeling: Het voordragen van een regeling voor de subsidiëring van vrouwenemancipatiebureaus.

Periode: 1981–

Product: Subsidieregeling voor de vrouwenemancipatiebureaus (Stcrt.1990/68)

Waardering: B 1

Handeling: Het toekennen of intrekken van een subsidie aan een vrouwen-emancipatiebureau op provinciaal of stedelijk niveau.

Periode: 1990–1994

Grondslag: Subsidieregeling voor de vrouwen-emancipatiebureaus, 1990, art. 2, art. 5 en art. 8

Product: Ministerieel besluit

Opmerking: De minister kan een subsidie intrekken indien blijkt dat een instelling niet voldoet aan de bepalingen en voorschriften van deze subsidieregeling.

Waardering: V, 5 jaar na het verstrijken van de bezwaartermijn

Handeling: Het houden van toezicht op het voldoen door de vrouwen-emancipatiebureaus op provinciaal en stedelijk niveau, aan de bepalingen en voorschriften van deze subsidieregeling.

Periode: 1990–1994

Grondslag: Subsidieregeling voor de vrouwen-emancipatiebureaus, 1990, art. 8

Product: Rapporten

Waardering: V, 5 jaar

Handeling: Het aanwijzen van een bestemming voor een voordelige exploitatiesaldo van een vrouwen-emancipatiebureau op provinciaal of stedelijk niveau.

Periode: 1990–1994

Grondslag: Subsidieregeling voor de vrouwen-emancipatiebureaus, 1990, art. 7

Product:

Opmerking: Het gaat hier om voordelige exploitatiesaldi die zijn ontstaan dor onderbesteding, en die niet binnen een kalenderjaar volgend op het jaar waarin zij zijn ontstaan, zijn besteed binnen de doelstelling van de subsidie.

Waardering: V, 5 jaar na het verstrijken van de bezwaartermijn

Handeling: Het goedkeuren van de grondslagen voor waardering van activa en passiva van een vrouwen-emancipatiebureau op provinciaal of stedelijk niveau.

Periode: 1990–1994

Grondslag: Subsidieregeling voor de vrouwen-emancipatiebureaus, 1990, art. 7

Product: Ministerieel besluit

Waardering: V, 5 jaar na het verstrijken van de bezwaartermijn

Handeling: Het goedkeuren van de begroting van een vrouwen-emancipatiebureau op provinciaal of stedelijk niveau.

Periode: 1990–1994

Grondslag: Subsidieregeling voor de vrouwen-emancipatiebureaus, 1990, art. 7

Product: Ministerieel besluit

Waardering: V, 5 jaar na het verstrijken van de bezwaartermijn

Internationaal emancipatiebeleid

Handeling: Het voorbereiden, mede-vaststellen, coördineren en evalueren van de Nederlandse inbreng in het internationale emancipatiebeleid.

Periode: 1965–

Product: Beleidsnota’s, beleidsnotities, (evaluatie)rapporten, adviezen

Opmerking: De eigenlijke vaststelling van het beleid vindt plaats in de ministerraad.

Waardering: B 1

Handeling: Het mede-voorbereiden van het vaststellen, wijzigen en intrekken van internationale regelingen betreffende het emancipatiebeleid en het presenteren van Nederlandse standpunten in intergouvernementele organisaties.

Periode: 1965–

Product: Internationale regelingen, nota’s, notities, rapporten

Waardering: B 1

Handeling: Het detacheren / benoemen van ambtenaren bij de Nederlandse Permanente Vertegenwoordiging bij de EG.

Periode: 1965–

Product: Besluit

Waardering: Zie hiervoor handeling 218 uit het (concept-)Basisselectiedocument Overheidspersoneel; Deelbeleidsterrein Buitensectorale Arbeidsvoorwaarden

Handeling: Het voorbereiden van bijdragen aan werkgroepen van de Europese Commissie inzake het emancipatiebeleid

Periode: 1965–

Opmerking: Onder deze handeling valt ook het opstellen van verslagen over de geleverde inbreng in de werkgroepen

Waardering: V, 10 jaar

Handeling: Het opstellen van concept-informatiefiches over voorstellen, mededelingen en Groenboeken van de Europese Commissie op het gebied van het emancipatiebeleid.

Periode: 1989–

Product: Concept-fiches.

Opmerking: De interdepartementale WBNC stelt de informatiefiches vast (de handeling hiervoor is opgenomen in het concept-RIO ‘Gedane Buitenlandse Zaken’).

Waardering: B 1

Handeling: Het voorbereiden van vergaderingen van Raadswerkgroepen met betrekking tot het emancipatiebeleid.

Periode: 1965–

Opmerking: –Als onderdeel van de departementale standpuntbepaling kan overleg gevoerd worden met maatschappelijke groeperingen, zoals het georganiseerde bedrijfsleven.

–De handeling leidt bij het eerstverantwoordelijke ministerie met name tot instructies; bij de overige betrokken ministeries tot departementale standpunten.

–Onder deze handeling valt ook het opstellen van verslagen van vergaderingen van Raadswerkgroepen.

Waardering: B 1

Handeling: Het voorbereiden van vergaderingen van ad hoc groepen Raden/Attachés met betrekking tot het emancipatiebeleid.

Periode: 1965–

Opmerking: Als onderdeel van de departementale standpuntbepaling kan overleg gevoerd worden met maatschappelijke groeperingen, zoals het georganiseerde bedrijfsleven.

De handeling leidt bij het eerstverantwoordelijke ministerie met name tot instructies; bij de overige betrokken ministeries tot departementale standpunten.

Onder deze handeling valt ook het opstellen van verslagen van vergaderingen van ad hoc groepen Raden / Attachés.

Waardering: B 1

Handeling: Het voorbereiden van vergaderingen van het Coreper met betrekking tot het emancipatiebeleid.

Periode: 1965–

Opmerking: Als onderdeel van de departementale standpuntbepaling kan overleg gevoerd worden met maatschappelijke groeperingen, zoals het georganiseerde bedrijfsleven.

De instructies voor de Nederlandse vertegenwoordiger in het Coreper (de PV) worden vastgesteld in interdepartementaal overleg onder leiding van het ministerie van Buitenlandse Zaken.

De handeling leidt bij het eerstverantwoordelijke ministerie met name tot concept-instructies; bij de overige betrokken ministeries tot departementale standpunten.

Onder deze handeling valt ook het opstellen van verslagen van vergaderingen van het Coreper.

Waardering: B 1

Handeling: Het voorbereiden van vergaderingen van ad hoc High Level groepen met betrekking tot het emancipatiebeleid.

Periode: 1965–

Opmerking: Als onderdeel van de departementale standpuntbepaling kan overleg gevoerd worden met maatschappelijke groeperingen, zoals het georganiseerde bedrijfsleven. De handeling leidt bij het eerstverantwoordelijke ministerie met name tot concept-instructies; bij de overige betrokken ministeries tot departementale standpunten. Onder deze handeling valt ook het opstellen van verslagen van vergaderingen van High Level groepen.

Waardering: B 1

Handeling: Het opstellen van departementale standpunten inzake agendapunten van Raadsvergaderingen met betrekking tot het emancipatiebeleid.

Periode: 1965–

Opmerking: Nationale standpunten en onderhandelingsposities inzake agendapunten van Raadsvergaderingen komen tot stand in de Coördinatiecommissie voor Europese Integratie- en Associatieproblemen (CoCo).

Onder deze handeling valt ook het opstellen van verslagen van Raadsvergaderingen.

Waardering: B 1

Handeling: Het opstellen van departementale standpunten inzake algemene en op langere termijn spelende zaken van EU-belang inzake het emancipatiebeleid.

Periode: 1993–

Opmerking: Overleg hierover in de Coördinatiecommissie op Hoog Ambtelijk Niveau (CoCoHan) leidt tot algemene rapporten aan de betrokken ministers.

Waardering: B 1

Handeling: Het voorbereiden van de Nederlandse bijdrage aan een wereldvrouwenconferentie van de Verenigde Naties.

Periode: 1974–

Opmerking: In 1975 werd de eerste VN wereldvrouwenconferentie gehouden. Voor de eerste twee conferenties vond de voorbereiding voornamelijk op ambtelijk niveau plaats binnen het ministerie van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk/het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en het ministerie van Buitenlandse Zaken. Voor de voorbereiding van de conferentie van 1985 had de Nederlandse Vrouwenraad de opdracht gekregen de Nederlandse bijdrage aan de conferentie inhoudelijk voor te bereiden.

Waardering: B 1

Handeling: Het voordragen van personen voor benoeming in een raadgevend comité, beheerscomité of reglementeringscomité

Periode: 1965–

Opmerking: De Raad benoemt de leden van de comités.

Waardering: V, 5 jaar na geldigheidsduur

V, 75 jaar indien rechtspositionele/pensioenrechtelijke aanspraken ontleend kunnen worden

Handeling: Het opstellen en wijzigen van standpunten inzake door de Europese Commissie voorgestelde uitvoeringsbepalingen met betrekking tot het emancipatiebeleid, die besproken worden in raadgevend comité, een beheerscomité of een reglementeringscomité

Periode: 1965–

Opmerking:

Waardering: B 1

Handeling: Het opstellen en wijzigen van standpunten over door de Commissie voorgenomen besluiten, maatregelen en onderhandelingen met derde landen, voor zover deze niet zijn vastgelegd in Raadsbesluiten en worden gecoördineerd in commissies en werkgroepen

Periode: 1965–

Waardering: B 1

Handeling: Het opstellen van een plan ter implementatie van een door de Raad vast te stellen besluit.

Periode: 1993–

Grondslag: Aanwijzingen voor regelgeving (Stcrt.1992/230)

Product: Implementatieplan

Opmerking: Het betreft hier plannen ter implementatie van richtlijnen en verordeningen die onderworpen zijn aan de samenwerkingsprocedure of de mede-beslissingsprocedure (co-decisie) van Raad en Europees Parlement. Het implementatieplan moet binnen een maand nadat de Raad het gemeenschappelijk standpunt heeft vastgesteld voorgelegd worden aan de Werkgroep Beoordeling Nieuwe Commissievoorstellen.

Waardering: B 1

Handeling: Het voordragen aan de Commissie van deskundigen belast met de controle op de naleving van de bepalingen van communautaire besluiten betreffende het emancipatiebeleid.

Periode: 1965–

Grondslag: Richtlijnen

Product: Besluit

Waardering: V, 5 jaar na geldigheidsduur

V, 75 jaar indien rechtspositionele/pensioenrechtelijke aanspraken ontleend kunnen worden

Handeling: Het rapporteren aan de Commissie over de toepassing van de Richtlijn van de Raad betreffende de toepassing van het beginsel van gelijke beloning voor mannelijke en vrouwelijke werknemers.

Periode: 1975–1979

Grondslag: Richtlijn van de Raad betreffende het nader tot elkaar brengen van de wetgeving der Lidstaten inzake de toepassing van het beginsel van gelijke beloning voor mannelijke en vrouwelijke werknemers, 1975, art. 9

Product: Rapportage

Opmerking: Artikel 9 van deze richtlijn stelt dat de staat binnen drie jaar na kennisgeving van de richtlijn de gegevens aan de Commissie dient te geven.

Waardering: B 2, 3

Handeling: Het rapporteren aan de Commissie over de toepassing van de Richtlijn van de Raad betreffende de tenuitvoerlegging van gelijke behandeling van mannen en vrouwen ten aanzien van de toegang tot het arbeidsproces, de beroepsopleiding en de pcurotiekansen en ten aanzien van de arbeidsvoorwaarden.

Periode: 1976–1981

Grondslag: Richtlijn van de Raad betreffende de tenuitvoerlegging van gelijke behandeling van mannen en vrouwen ten aanzien van de toegang tot het arbeidsproces, de beroepsopleiding en de pcurotiekansen en ten aanzien van de arbeidsvoorwaarden, 1979, art. 10

Product: Rapportage

Opmerking: Artikel 10 van deze richtlijn stelt dat de staat binnen 5 jaar na kennisgeving van de richtlijn de gegevens aan de Commissie dient te geven.

Waardering: B 2, 3

Handeling: Het voorbereiden van een verslag inzake de wetgevende, rechterlijke, bestuurlijke of andere maatregelen die de Nederlandse regering heeft genomen ter uitvoering van het Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie jegens de vrouw; en met betrekking tot de in dit opzicht geboekte vooruitgang.

Periode: 1979–

Grondslag: Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie jegens de vrouw, 1979, art. 18

Product: Verslagen

Opmerking: De staat dient dit verslag binnen een jaar na inwerkingtreding voor ons land van dit verdrag in te dienen, vervolgens ten minste eenmaal in de vier jaar, en voorts telkens wanneer de Commissie inzake de uitbanning van discriminatie jegens de vrouw (CEDAW) dit verzoekt. Voor Nederland trad het Verdrag in werking op 17 juli 1991. De rapportageplicht die in het Verdrag is opgenomen, en voor ons land feitelijk vanaf 1991 geldt, is in de goedkeuringswet uitgebreid met de verplichting tevens eens in de vier jaar aan de Staten-Generaal een verslag uit te brengen over de uitvoering voor Nederland van het Verdrag.

Waardering: B 2, 3

Handeling: Het periodiek verslag doen aan de Staten-Generaal over de uitvoering voor Nederland van het Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen.

Periode: 1991–

Grondslag: Goedkeuringswet Verdrag uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen, 1991, art. 3

Product: Verslagen

Waardering: B 2, 3

Handeling: Het voorbereiden van een verslag inzake de wijze waarop de Nederlandse overheid personen met gezinsverantwoordelijkheid, die een betrekking vervullen of wensen te vervullen, in staat stelt om zulks te doen uitoefenen, zonder aan discriminatie te worden blootgesteld en, voor zover mogelijk, zonder dat de verantwoordelijkheid ten aanzien van hun werk in botsing komt met hun gezinsverantwoordelijkheid.

Periode: 1981–

Grondslag: Verdrag betreffende gelijke kansen en gelijke behandeling van mannelijke en vrouwelijke arbeiders: arbeiders met gezinsverantwoordelijkheid, 1981, art. 10, lid 2

Product: Verslagen

Waardering: B 2, 3

Handeling: Het voorbereiden van een rapportage aan het Comité voor de positie van de vrouw (CSW) van de Verenigde Naties inzake de positie van de vrouw in Nederland.

Periode: 1985–

Product: Rapportage

Opmerking: Tijdens de derde wereldvrouwenconferentie in 1985 is afgesproken dat alle landen van de Verenigde Naties iedere vijf jaar een rapport zouden uitbrengen over de stand van zaken met betrekking tot de positie van de vrouw in hun eigen land.

Waardering: B 2, 3

Handeling: Het voorbereiden van een verslag inzake de wijze waarop de Nederlandse overheid het beginsel van gelijke behandeling van zelfstandig werkzame mannen en vrouwen, en tot bescherming van het moederschap implementeert.

Periode: 1986–

Grondslag: Richtlijn van de Raad betreffende de toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van zelfstandig werkzame mannen en vrouwen, de landbouwsector daarbij inbegrepen, en tot bescherming van het moederschap, 1986, art. 13

Product: Verslagen

Waardering: B 2, 3

Commissies ressorterend onder SZW

Nationale Adviescommissie Emancipatie

Handeling: Het vaststellen van een reglement voor haar werkwijze en de werkzaamheden van haar secretariaat.

Periode: 1974–1981

Grondslag: Instellingsbesluit Nationale adviescommissie emancipatie, 1974, art. 10

Product: Reglement voor de werkwijze van de Nationale adviescommissie emancipatie

Opmerking: De minister van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk diende zijn goedkeuring te geven aan dit reglement.

Waardering: B 4

Handeling: Het voordragen ter benoeming van een lid van de Nationale adviescommissie emancipatie.

Periode: 1974–1981

Grondslag: Instellingsbesluit Nationale adviescommissie emancipatie, 1974, art. 3, lid 5

Product: Voordracht ter benoeming

Opmerking: De minister van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk besliste over de benoemingen.

Waardering: V, 5 jaar na geldigheidsduur

V, 75 jaar indien rechtspositionele/pensioenrechtelijke aanspraken ontleend kunnen worden

Handeling: Het aanwijzen van een vice-voorzitter voor de Nationale adviescommissie emancipatie.

Periode: 1971–1981

Grondslag: Instellingsbesluit Nationale adviescommissie emancipatie, 1974, art. 3, lid 4

Waardering: V, 5 jaar na geldigheidsduur

V, 75 jaar indien rechtspositionele/pensioenrechtelijke aanspraken ontleend kunnen worden

Handeling: Het aanwijzen van een voorzitter of lid van een werkgroep die een onderdeel van haar taak uitvoert.

Periode: 1974–1981

Grondslag: Instellingsbesluit Nationale adviescommissie emancipatie, 1974, art. 6, lid 2

Waardering: V, 5 jaar na geldigheidsduur

V, 75 jaar indien rechtspositionele/pensioenrechtelijke aanspraken ontleend kunnen worden

Handeling: Het overeenstemmen met de minister van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk inzake de aanwijzing van een lid van het secretariaat van de Nationale adviescommissie emancipatie.

Periode: 1974–1981

Grondslag: Instellingsbesluit Nationale adviescommissie emancipatie, 1974, art. 9

Waardering: V, 1 jaar na geldigheidsduur

Handeling: Het op verzoek of eigener beweging adviseren van de regering inzake het emancipatiebeleid.

Periode: 1974–1981

Grondslag: Instellingsbesluit Nationale adviescommissie emancipatie, 1974, art. 2

Product: Advies

Opmerking: Naast advisering omtrent uitgangspunten, doelstellingen, samenhang en vormgeving van het emancipatiebeleid kreeg de commissie de taak voorstellen te doen omtrent een definitieve structuur van advisering op dit gebied aan de regering. Op advies van de Nationale adviescommissie emancipatie werd in 1981 haar taakopvolger de Emancipatieraad ingesteld.

Waardering: B 1

Handeling: Het instellen van een werkgroep voor het uitvoeren van onderdelen van haar taak.

Periode: 1974–1981

Grondslag: Instellingsbesluit Nationale adviescommissie emancipatie, 1974, art. 6, lid 1

Waardering: V, 1 jaar na geldigheidsduur

Handeling: Het omschrijven van de taken van een werkgroep, en het coördineren van de werkzaamheden van een werkgroep die onderdelen van haar taak uitvoert.

Periode: 1974–1981

Grondslag: Instellingsbesluit Nationale adviescommissie emancipatie, 1974, art. 6, lid 2

Waardering: V, 1 jaar na geldigheidsduur

Handeling: Het jaarlijks verslag doen aan de regering van haar werkzaamheden.

Periode: 1974–1981

Grondslag: Instellingsbesluit Nationale adviescommissie emancipatie, 1974, art. 5

Product: Jaarverslagen

Waardering: B 2, 3

Handeling: Het jaarlijks opstellen van een activiteitenplan en een begroting.

Periode: 1974–1981

Grondslag: Instellingsbesluit Nationale adviescommissie emancipatie, 1974, art. 5

Product: Activiteitenplannen en begrotingen

Waardering: B 1

Handeling: Het adviseren van de minister van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk inzake de benoeming van een persoon van het Sociaal Cultureel Planbureau als lid van de Voorlopige begeleidingsgroep voor emancipatie-onderzoek.

Periode: 1979–1985

Grondslag: Instellingsbesluit Voorlopige begeleidingsgroep voor emancipatie-onderzoek, 1979, art. 5, lid 3

Product: Advies

Waardering: V, 5 jaar

Handeling: Het voorbereiden van de Nederlandse bijdrage aan een wereldvrouwenconferentie van de Verenigde Naties.

Periode: 1974–

Opmerking: In 1975 werd de eerste VN wereldvrouwenconferentie gehouden. Voor de eerste twee conferenties vond de voorbereiding voornamelijk op ambtelijk niveau plaats binnen het ministerie van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk / het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en het ministerie van Buitenlandse Zaken. Voor de voorbereiding van de conferentie van 1985 had de Nederlandse Vrouwenraad de opdracht gekregen de Nederlandse bijdrage aan de conferentie inhoudelijk voor te bereiden.

Waardering: B 1

Emancipatieraad

Handeling: Het vaststellen van een reglement voor zijn werkwijze.

Periode: 1981–1997

Grondslag: Wet op de Emancipatieraad, 1981, art. 10, lid 1

Product: Reglement voor de werkwijze van de Emancipatieraad (Stcrt.1986/133)

Opmerking: De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid diende zijn goedkeuring te geven aan dit reglement.

Waardering: B 4

Handeling: Het aanwijzen van de plaatsvervangend voorzitter van de Emancipatieraad.

Periode: 1981–1997

Grondslag: Wet op de Emancipatieraad, 1981, art. 6

Waardering: V, 5 jaar na geldigheidsduur

V, 75 jaar indien rechtspositionele/pensioenrechtelijke aanspraken ontleend kunnen worden

Handeling: Het adviseren van de Kroon inzake de benoeming of het ontslag van de secretaris van de Emancipatieraad.

Periode: 1981–1997

Grondslag: Wet op de Emancipatieraad, 1981, art. 9, lid 2

Product: Advies

Opmerking: De secretaris van de Emancipatieraad is tevens hoofd van het bureau van de Emancipatieraad.

Waardering: V, 5 jaar

Handeling: Het op verzoek of eigener beweging adviseren van de regering inzake het emancipatiebeleid.

Periode: 1981–1997

Grondslag: Wet op de Emancipatieraad, 1981, art. 2

Product: Advies

Opmerking: Deze adviezen betroffen het emancipatiebeleid van de regering in het algemeen, en de samenhang van voorzieningen en maatregelen van het emancipatiebeleid in het bijzonder. Aan de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zond de Emancipatieraad een afschrift van alle adviezen die niet specifiek aan hem waren gericht.

Waardering: B 1

Handeling: Het instellen van een commissie voor het uitvoeren van onderdelen van zijn taak.

Periode: 1981–1997

Grondslag: Wet op de emancipatieraad, 1981, art. 7, lid 1

Waardering: V, 1 jaar na geldigheidsduur

Handeling: Het jaarlijks verslag uitbrengen aan de regering van zijn werkzaamheden en bevindingen.

Periode: 1981–1997

Grondslag: Wet op de Emancipatieraad, 1981, art. 11

Product: Jaarverslagen

Waardering: B 2, 3

Handeling: Het, telkens na een termijn van ten hoogste vier jaar, rapporteren aan de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over zijn taakvervulling, en voorstellen voor gewenste veranderingen.

Periode: 1981–1997

Grondslag: Wet op de Emancipatieraad, 1981, art. 12, lid 1

Product: Rapporten

Waardering: B 2

Handeling: Het adviseren van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid inzake de benoeming van een (plaatsvervangend) lid van de Commissie gelijke behandeling van mannen en vrouwen bij de arbeid.

Periode: 1980–1994

Grondslag: Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen, 1980, art. 6, lid 5

Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen, 1989, art. 16, lid 3

Product: Advies

Opmerking: De Emancipatieraad werd in 1981 bij wet ingesteld. Daaraan voorafgaand werd dit advies gegeven door de Emancipatiekommissie.

Waardering: V, 5 jaar

Handeling: Het adviseren van de minister van Binnenlandse Zaken inzake de benoeming van een (plaatsvervangend) voorzitter of (plaatsvervangend) lid van de Commissie gelijke behandeling van mannen en vrouwen bij de arbeid in de burgerlijke openbare dienst.

Periode: 1980–1989

Grondslag: Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen in de burgerlijke openbare dienst, 1980, art. 4, lid 2 en lid 3

Product: Advies

Opmerking: De Emancipatieraad werd in 1981 bij wet ingesteld. Daaraan voorafgaand werd dit advies gegeven door de Emancipatiekommissie.

Waardering: V, 5 jaar

Nationaal Comité Internationaal Jaar van de Vrouw

Handeling: Het initiëren, bevorderen en coördineren van projecten en activiteiten gericht op het bewustmaken van de Nederlandse samenleving van het emancipatieproces, in het bijzonder in het kader van het Internationaal jaar voor de vrouw 1975.

Periode: 1974–

Bron : Staatscourant 1974/222

Product: Beleidsnota’s, rapporten

Opmerking: Het comité had van de regering de opdracht gekregen activiteiten te initiëren, bevorderen en coördineren die de Nederlandse samenleving zouden betrekken bij het emancipatieproces. Dit gebeurde voornamelijk via subsidies.

Waardering: B 1

Handeling: Het toekennen van een subsidie aan een project of activiteit in het kader van het Internationaal jaar voor de vrouw 1975.

Periode: 1974–

Bron: Staatscourant 1974/222

Product: Subsidies

Opmerking: Het comité had van de regering de opdracht gekregen activiteiten te initiëren, bevorderen en coördineren die de Nederlandse samenleving zouden betrekken bij het emancipatieproces. Dit gebeurde voornamelijk via subsidies.

Waardering: V, 10 jaar

Projectgroep vrouw en werkgelegenheid

Handeling: Het adviseren van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over projecten opgezet door vrouwen en gericht op het vergemakkelijken van de toegang voor vrouwen tot de arbeidsmarkt.

Periode: 1983–1986

Grondslag: Instellingsbesluit Projectgroep vrouw en werkgelegenheid, 1983, art. 3

Product: Advies

Waardering: B 1

Handeling: Het jaarlijks verslag doen van haar werkzaamheden aan de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Periode: 1983–1986

Grondslag: Instellingsbesluit Projectgroep vrouw en werkgelegenheid, 1983, art. 6

Product: Jaarverslag

Waardering: B 2, 3

Voorlopige begeleidingsgroep emancipatie-onderzoek

Handeling: Het stimuleren, coördineren, programmeren en evalueren van wetenschappelijk onderzoek met betrekking tot het emancipatieproces.

Periode: 1979–1985

Grondslag: Instellingsbesluit Voorlopige begeleidingsgroep voor emancipatie-onderzoek, 1979, art. 2

Product: Advies, nota

Waardering: B 1

Stimuleringsgroep emancipatie-onderzoek

Handeling: Het adviseren over velden van emancipatie-onderzoek die prioriteit verdienen alsmede over onderzoeksvoorstellen.

Periode: 1985–1991

Grondslag: Instellingsbesluit Stimuleringsgroep emancipatie-onderzoek, 1985, art. 4, lid 2 en art. 5, lid 4

Product: Advies

Waardering: B 1

Handeling: Het opstellen van een bestedingsplan en een werkplan.

Periode: 1985–1991

Grondslag: Instellingsbesluit Stimuleringsgroep emancipatie-onderzoek, 1985, art. 4, lid 3 en art. 9, lid 1 en lid 2

Product: Bestedingsplan, werkplan

Waardering: B 5

Interdepartementale Commissies

Interdepartementale Coördinatiecommissie Emancipatiebeleid

Handeling: Het stellen van nadere regels voor haar werkwijze.

Periode: 1987–

Grondslag: Instellingsbeschikking Interdepartementale Coördinatiecommissie Emancipatiebeleid, 1987, art. 10

Waardering: B 4

Handeling: Het benoemen van een plaatsvervangend voorzitter.

Periode: 1977–1987

Grondslag: Instellingsbeschikking Interdepartementale Coördinatiecommissie Emancipatiebeleid, 1977, art. 3, lid 7

Product: Benoeming

Opmerking: De ICE benoemt deze plaatsvervangend voorzitter uit haar eigen midden.

Waardering: V, 5 jaar na geldigheidsduur

V, 75 jaar indien rechtspositionele/pensioenrechtelijke aanspraken ontleend kunnen worden

Handeling: Het adviseren van en rapporteren aan betrokken minister(s) en de Ministeriële Commissie Emancipatiebeleid over inhoud, vormgeving en coördinatie van het emancipatiebeleid.

Periode: 1977–

Grondslag: Instellingsbeschikking Interdepartementale Coördinatiecommissie Emancipatiebeleid, 1977, art. 2

Instellingsbeschikking Interdepartementale Coördinatiecommissie Emancipatiebeleid, 1987, art. 4, lid 2

Product: Adviezen en rapporten

Opmerking: De ICE adviseert ministers en vanaf 1986 ook de Ministeriële Commissie Emancipatiebeleid.

Waardering: B 1

Handeling: Het opstellen van adviesaanvragen aan de Nationale Adviescommissie Emancipatie.

Periode: 1977–1987

Grondslag: Instellingsbeschikking Interdepartementale Coördinatiecommissie Emancipatiebeleid, 1977, art. 2

Product: Adviesaanvragen

Opmerking: Vanaf 1981 werden dit adviesaanvragen aan de Emancipatieraad.

Waardering: B 1

Handeling: Het evalueren van haar eigen functioneren.

Periode: 1987–

Grondslag: Instellingsbeschikking Interdepartementale Coördinatiecommissie Emancipatiebeleid, 1987, art. 8

Product: Evaluatierapport

Opmerking: De commissie diende haar functioneren in 1990 te evalueren, en het resultaat ter kennis te brengen aan de Ministeriële Commissie Emancipatiebeleid.

Waardering: B 2

Handeling: Het voordragen ter benoeming van een lid van de Voorlopige begeleidingsgroep voor emancipatie-onderzoek.

Periode: 1979–1985

Grondslag: Instellingsbesluit Voorlopige begeleidingsgroep voor emancipatie-onderzoek, 1979, art. 5, lid 3

Product: Voordracht ter benoeming

Waardering: V, 5 jaar

V, 75 jaar indien rechtspositionele/pensioenrechtelijke aanspraken ontleend kunnen worden

Handeling: Het adviseren van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid inzake de goedkeuring van een bestedingsplan of een werkplan van de Stimuleringsgroep emancipatie-onderzoek.

Periode: 1985–1991

Grondslag: Instellingsbesluit Stimuleringsgroep emancipatie-onderzoek, 1985, art. 9, lid 1 en lid 2

Product: Advies

Waardering: V, 10 jaar

Handeling: Het adviseren van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid inzake de toekenning, gehele of gedeeltelijke intrekking van een subsidie aan een organisatie in het kader van het project emancipatiewerkers.

Periode: 1983–1989

Grondslag: Subsidieregeling projecten emancipatiewerkers, 1983, art. 7, lid 3 en art. 13

Product: Advies

Opmerking: De Interdepartementale coördinatiecommissie emancipatiewerkers (of eigenlijk: haar subcommissie projecten emancipatiewerkers) adviseert de minister over intrekking van een subsidie in het geval dat een organisatie, nadat een subsidie is toegekend, niet voldoet aan de bepalingen van deze subsidieregeling, dan wel aan de ingevolge deze regeling verstrekte gegevens.

Waardering: V, 5 jaar

Interdepartementale werkgroep vrouwen- en minderhedenbeleid

Handeling: Het ontwikkelen en evalueren van projecten gericht op vrouwen uit minderheidsgroepen.

Periode: 1984–1990

Grondslag: Instellingsbesluit Interdepartementale werkgroep vrouwen- en minderhedenbeleid, 1984 ???

Instellingsbesluit Interdepartementale werkgroep vrouwen- en minderhedenbeleid, 1989, art. 3

Product: Beleidsnota’s en (evaluatie-)rapporten

Opmerking: De Interdepartementale werkgroep vrouwen- en minderhedenbeleid doet hierover voorstellen aan de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, alsook aan de minister van Binnenlandse Zaken.

Waardering: B 1

Handeling: Het uitbrengen van een eindrapport aan de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de minister van Binnenlandse Zaken, de Interdepartementale Coördinatiecommissie Emancipatiebeleid, en aan de Interdepartementale Commissie Minderhedenbeleid.

Periode: 1989–1990

Grondslag: Instellingsbesluit Interdepartementale werkgroep vrouwen- en minderhedenbeleid, 1989, art. 8

Product: Eindrapport

Opmerking: Dit eindrapport diende uiterlijk 31 december 1990 uitgebracht te zijn. De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid diende de werkgroep op te heffen zodra zij haar eindrapport had uitgebracht.

Waardering: B 1

Interdepartementale Coördinatiecommissie Personeelszaken Rijksdienst

Vervallen

Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

De coördinatie van het emancipatiebeleid

Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van een wet of regeling voor de instelling van een commissie of werkgroep voor de coördinatie van het departementale emancipatiebeleid.

Periode: 1965–

Grondslag:

Product: Instellingsbesluit Coördinatiecommissie Emancipatie CRM, 1976

Instellingsbesluit Stuurgroep Emancipatie CRM, 1980

Instellingsbesluit WVC-Emancipatie Stuurgroep, 1984

Opmerking: Alle ministers zijn verantwoordelijk voor de integratie van het facet emancipatie in al hun departementale beleid. De departementen kennen veelal een eigen commissie of werkgroep die deze integratie bevordert en coördineert.

Waardering: B 1

Handeling: Het voordragen van een vertegenwoordiger van het departement als lid van de Interdepartementale Coördinatiecommissie Emancipatiebeleid.

Periode: 1977–

Grondslag: Instellingsbeschikking Interdepartementale Coördinatiecommissie Emancipatiebeleid, 1977, art. 3, lid 5

Instellingsbeschikking Interdepartementale Coördinatiecommissie Emancipatiebeleid, 1987, art. 7

Product: Voordracht ter benoeming

Opmerking: Deze voordracht is bindend. Tussen 1977 en 1981 hadden niet alle vakministers een vertegenwoordiger in de ICE.

Waardering: V, 10 jaar

V, 75 jaar bij rechtspositionele of pensioenrechtelijke aangelegenheden

Handeling: Het toevoegen van een vertegenwoordiger aan de Nationale Adviescommissie Emancipatie.

Periode: 1974–1981

Grondslag: Instellingsbesluit Nationale Adviescommissie Emancipatie, 1974, art. 4

Product:

Opmerking: Deze vertegenwoordigers hadden in de commissie uitsluitend een adviserende stem.

Waardering: V, 10 jaar

V, 75 jaar bij rechtspositionele of pensioenrechtelijke aangelegenheden

Gelijke behandeling

Handeling: Het overeenstemmen met de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid inzake het stellen van nadere regels voor de werkwijze en procedures van de Commissie gelijke behandeling van mannen en vrouwen bij de arbeid.

Periode: 1980–1989

Grondslag: Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen, 1980, art. 6, lid 7

Opmerking: Tussen 1975 en 1980 hoefde de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid hierover geen overeenstemming te bereiken met bovengenoemde actor.

Vanaf 1989 mocht de Commissie zelf regels stellen voor haar werkwijze en procedures.

Waardering: V, 10 jaar

Handeling: Het overeenstemmen met de minister van Binnenlandse Zaken inzake het stellen van nadere regels voor de werkwijze en procedures van de Commissie gelijke behandeling van mannen en vrouwen bij de arbeid in de burgerlijke openbare dienst.

Periode: 1980–1989

Grondslag: Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen in de burgerlijke openbare dienst, 1980, art. 4, lid 13

Waardering: V, 10 jaar

Handeling: Het adviseren van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid inzake de benoeming van een (plaatsvervangend) lid van de Commissie gelijke behandeling van mannen en vrouwen bij de Arbeid.

Periode: 1980–1989

Grondslag: Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen, 1980, art. 6, lid 5

Product: Advies

Waardering: V, 10 jaar

Handeling: Het overeenstemmen met de minister van Binnenlandse Zaken inzake de benoeming of het ontslag van een (plaatsvervangend) lid van de Commissie gelijke behandeling van mannen en vrouwen bij de arbeid in de burgerlijke openbare dienst.

Periode: 1980–1989

Grondslag: Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen in de burgerlijke openbare dienst, 1980, art. 4

Product: Brief

Waardering: V, 10 jaar

Handeling: Het overeenstemmen met de minister van Justitie inzake de benoeming van een (plaatsvervangend) lid van de Commissie gelijke behandeling.

Periode: 1994–

Grondslag: Algemene wet gelijke behandeling, 1994, art. 16, lid 3

Product: Brief

Waardering: V, 10 jaar

Handeling: Het aanwijzen van een ambtenaar die de Commissie gelijke behandeling kan bijstaan bij de uitoefening van haar taak.

Periode: 1994–

Grondslag: Algemene wet gelijke behandeling, 1994, art. 18, lid 1

Product: Besluit

Waardering: V, 10 jaar

V, 75 jaar bij rechtspositionele of pensioenrechtelijke aangelegenheden

Handeling: Het oereenstemmen met de minister van Binnenlandse Zaken over de vijfjaarlijkse rapportage aan de Staten Generaal over de werking in de praktijk van de Algemene wet gelijke behandeling, de Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen, en artikel 1637ij van het BW / art. 646, boek 7, NBW.

Periode: 1994–

Grondslag: Algemene wet gelijke behandeling, 1994, art. 33

Product: Rapporten

Opmerking: Zie ook handeling 113.

Waardering: B 5

Vrouwenemancipatie

Handeling: Het voordragen van een wet of regeling voor de instelling van een adviesgroep op het terrein van de vrouwenhulpverlening.

Periode: 1981–

Product: Instellingsbeschikking Adviesgroep vrouwenhulpverlening (Stcrt.1988/139)

Waardering: B 1

Handeling: Het benoemen of ontslaan van een lid van de Adviesgroep vrouwenhulpverlening.

Periode: 1988–1992

Grondslag: Instellingsbeschikking Adviesgroep vrouwenhulpverlening, 1988, art. 4, lid 2

Product: Benoeming of ontslag

Waardering: V, 10 jaar

V, 75 jaar bij rechtspositionele of pensioenrechtelijke aangelegenheden

Handeling: Het aanwijzen van een ambtenaar als waarnemer bij de Adviesgroep vrouwenhulpverlening.

Periode: 1988–1992

Grondslag: Instellingsbeschikking Adviesgroep vrouwenhulpverlening, 1988, art. 4, lid 3

Product: Besluit

Opmerking: Ook de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wees een waarnemer bij de adviesgroep aan.

Waardering: V, 10 jaar

V, 75 jaar bij rechtspositionele of pensioenrechtelijke aangelegenheden

Handeling: Het aanwijzen van een secretaris van de Adviesgroep vrouwenhulpverlening.

Periode: 1988–1992

Grondslag: Instellingsbeschikking Adviesgroep vrouwenhulpverlening, 1988, art. 5

Product: Besluit, brief

Waardering: V, 10 jaar

V, 75 jaar bij rechtspositionele of pensioenrechtelijke aangelegenheden

Handeling: Het toekennen van vacatiegeld, of een vergoeding voor reis- en verblijfkosten aan een lid van de Adviesgroep vrouwenhulpverlening.

Periode: 1988–1992

Grondslag: Instellingsbeschikking Adviesgroep vrouwenhulpverlening, 1988, art. 10

Product: Beschikking

Waardering: V, 10 jaar

Handeling: Het rapporteren aan de Adviesgroep vrouwenhulpverlening over een voorgenomen wijziging van het beleid ten aanzien van de vrouwenhulpverlening.

Periode: 1988–1992

Grondslag: Instellingsbeschikking Adviesgroep vrouwenhulpverlening, 1988, art. 8

Product: Rapporten

Waardering: B 1

Handeling: Het aanwijzen van een lid van de Projectgroep vrouw en werkgelegenheid.

Periode: 1983–1986

Grondslag: Instellingsbesluit Projectgroep vrouw en werkgelegenheid, 1983, art. 4

Product: Beschikking

Waardering: V, 10 jaar

V, 75 jaar bij rechtspositionele of pensioenrechtelijke aangelegenheden

Homo-emancipatie

Handeling: Het voorbereiden, mede-vaststellen, coördineren en evalueren van het beleid ter voorkoming en bestrijding van anti-homoseksueel gedrag.

Periode: 1965–

Product: Beleidsnota’s, beleidsnotities, (evaluatie)rapporten, adviezen

o.a. ‘Overheidsbeleid en homoseksualiteit’ (Justitie, 1987)

Opmerking: De eigenlijke vaststelling van het beleid vindt plaats in de ministerraad.

Waardering: B 1

Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van wet- en regelgeving met betrekking tot de voorkoming en bestrijding van anti-homoseksueel gedrag.

Periode: 1965–

Product: Wetten, algemene maatregelen van bestuur, koninklijke besluiten

Waardering: B 1

Handeling: Het opstellen van periodieke verslagen inzake de coördinatie van het beleid betreffende de voorkoming en bestrijding van anti-homoseksueel gedrag.

Periode: 1965–

Product: Series jaarverslagen, kwartaalverslagen, maandverslagen

Waardering: B 2, 3

Handeling: Het beantwoorden van Kamervragen en het anderszins op verzoek incidenteel informeren van leden van of commissies uit de Kamers der Staten Generaal betreffende het beleid ter voorkoming en bestrijding van anti-homoseksueel gedrag.

Periode: 1965–

Product: Brieven, notities

Waardering: B 2, 3

Handeling: Het informeren van de Commissies voor de Verzoekschriften en andere tot onderzoeken van klachten bevoegde commissies uit de Kamers der Staten Generaal en de Nationale Ombudsman naar aanleiding van klachten over de uitvoering of de gevolgen van het beleid ter voorkoming en bestrijding van anti-homoseksueel gedrag.

Periode: 1965–

Product: Brieven, notities

Opmerking: Zie voor de handelingen van de Ombudsman het rapport institutioneel onderzoek ‘Behoorlijk behandeld; actoren en handelingen op het terrein van de Nationale Ombudsman’.

Waardering: B 3

Handeling: Het beslissen op bezwaarschriften naar aanleiding van beschikkingen betreffende het beleid ter voorkoming en bestrijding van anti-homoseksueel gedrag.

Periode: 1965–

Product: Beschikkingen

Waardering: B 3

Handeling: Het opstellen van verweerschriften ten behoeve van beroepschriftprocedures voor administratief rechterlijke organen betreffende het beleid ter voorkoming en bestrijding van anti-homoseksueel gedrag.

Periode: 1965–

Product: Verweerschriften

Opmerking: Zie hiervoor onder meer het rapport institutioneel onderzoek over de Raad van State.

Waardering: B 3

Handeling: Het beantwoorden van vragen van individuele burgers, bedrijven en instellingen over het beleid ter voorkoming en bestrijding van anti-homoseksueel gedrag.

Periode: 1965–

Product: Brieven, notities

Waardering: V, 1 jaar na afhandeling

Handeling: Het uitvoeren van voorlichtingsactiviteiten op het terrein van het beleid ter voorkoming en bestrijding van anti-homoseksueel gedrag.

Periode: 1965–

Product: Voorlichtingsmateriaal

Waardering: V, 5 jaar na afsluiting. Van het eindproduct blijft één exemplaar bewaard.

Handeling: Het voorbereiden en begeleiden (wetenschappelijk) onderzoek betreffende homo-emancipatie

Periode: 1965–

Product: Nota’s, notities,

Waardering: V, 5 jaar na afronding

Handeling: Het vaststellen van opdrachten en onderzoeksrapporten betreffende homo-emancipatie.

Periode: 1965–

Product: Offertes, onderzoeksrapporten

Waardering: B 1

Emancipatie van allochtone vrouwen

Handeling: Het aanwijzen van een lid van de Interdepartementale werkgroep vrouwen- en minderhedenbeleid.

Periode: 1984–1990

Grondslag: Instellingsbesluit Interdepartementale werkgroep vrouwen- en minderhedenbeleid, 1984 en 1989, art. 4, lid 3

Product: Brief

Waardering: V, 10 jaar

V, 75 jaar bij rechtspositionele of pensioenrechtelijke aangelegenheden

Emancipatie-onderzoek

Handeling: Het voordragen ter benoeming van een lid van de Stimuleringsgroep emancipatie-onderzoek.

Periode: 1985–1991

Grondslag: Instellingsbesluit Stimuleringsgroep emancipatie-onderzoek, 1985, art. 7, lid 2

Product: Voordracht ter benoeming

Waardering: V, 10 jaar

V, 75 jaar bij rechtspositionele of pensioenrechtelijke aangelegenheden

Joke Smit-prijs

Handeling: Het overeenstemmen met de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid inzake de toekenning van de Joke Smit-prijs.

Periode: 1985–

Grondslag: Besluit tot instelling van de Joke Smit-prijs, 1985, art. 3, lid 1

Product: Overlegverslagen, notities

Waardering: V, 10 jaar

Commissies ressorterend onder VWS

Adviesgroep Vrouwenhulpverlening

Handeling: Het adviseren van de minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur over het beleid voor de vrouwenhulpverlening.

Periode: 1988–1992

Grondslag: Instellingsbeschikking Adviesgroep vrouwenhulpverlening, 1988, art. 3

Product: Advies

Waardering: B 1

Handeling: Het jaarlijks verslag doen aan de minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur over haar bevindingen en werkzaamheden.

Periode: 1988–1992

Grondslag: Instellingsbeschikking Adviesgroep vrouwenhulpverlening, 1988, art. 9

Product: Jaarverslagen

Waardering: B 2, 3

Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

De coördinatie van het emancipatiebeleid

Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van een wet of regeling voor de instelling van een commissie of werkgroep voor de coördinatie van het departementale emancipatiebeleid.

Periode: 1965–

Product: Instellingsbesluit Commissie Emancipatiezaken BiZa-beleid, 1987

Opmerking: Alle ministers zijn verantwoordelijk voor de integratie van het facet emancipatie in al hun departementale beleid. De departementen kennen veelal een eigen commissie of werkgroep die deze integratie bevordert en coördineert.

Waardering:

Handeling: Het voordragen van een vertegenwoordiger van het departement als lid van de Interdepartementale Coördinatiecommissie Emancipatiebeleid.

Periode: 1977–

Grondslag: Instellingsbeschikking Interdepartementale Coördinatiecommissie Emancipatiebeleid, 1977, art. 3, lid 5

Instellingsbeschikking Interdepartementale Coördinatiecommissie Emancipatiebeleid, 1987, art. 7

Product: Voordracht ter benoeming

Opmerking: Deze voordracht is bindend. Tussen 1977 en 1981 hadden niet alle vakministers een vertegenwoordiger in de ICE.

Waardering:

Handeling: Het toevoegen van een vertegenwoordiger aan de Nationale Adviescommissie Emancipatie.

Periode: 1976–1981

Grondslag: Instellingsbesluit Nationale Adviescommissie Emancipatie, 1974, art. 4

Product: Brief

Opmerking: Deze vertegenwoordigers hadden in de commissie uitsluitend een adviserende stem.

Waardering:

Gelijke behandeling

Handeling: Het voordragen van wetten betreffende gelijke behandeling en non-discriminatie.

Periode: 1965–

Grondslag: Grondwet 1983–1972, art. 4

Grondwet 1983–1995, art. 1

Richtlijnen van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 10 februari 1975 en van 9 februari 1976

Product: Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen in de burgerlijke openbare dienst (Stb.1980/384) ingetrokken bij Wet van 27 april 1989

Algemene wet gelijke behandeling (Stb.1994/230)

Waardering:

Handeling: Het bij algemene maatregel van bestuur regelen van de gevallen waarin het verbod op onderscheid naar geslacht, ras of nationaliteit niet geldt.

Periode: 1994–

Grondslag: Algemene wet gelijke behandeling, 1994, art. 2, lid 6

Product: Besluit gelijke behandeling (Stb.1994/657)

Opmerking: Dit besluit werd mede voorgedragen namens de ministers van Justitie, van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, van Onderwijs en Wetenschappen, en van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur; na advies van de Emancipatieraad, en van de Commissie gelijke behandeling van mannen en vrouwen bij de arbeid.

Waardering:

Handeling: Het stellen van nadere regels voor de werkwijze en procedures van de Commissie gelijke behandeling van mannen en vrouwen bij de arbeid in de burgerlijke openbare dienst.

Periode: 1980–1989

Grondslag: Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen in de burgerlijke openbare dienst, 19980, art. 4, lid 13

Product: Regeling

Opmerking: De minister deed dit in overeenstemming met de minister van Cultuur, Recreatie en Maatchappelijk Werk.

Waardering:

Handeling: Het adviseren van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid inzake de benoeming of het ontslag van een (plaatsvervangend) lid van de Commissie gelijke behandeling van mannen en vrouwen bij de arbeid.

Periode: 1989–1994

Grondslag: Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen, 1989, art. 16, lid 2

Product: Advies

Waardering:

Handeling: Het benoemen of ontslaan van een (plaatsvervangend) lid van de Commissie gelijke behandeling van mannen en vrouwen bij de arbeid in de burgerlijke openbare dienst.

Periode: 1980–1989

Grondslag: Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen bij de arbeid in de burgerlijke openbare dienst, 1980, art. 4

Product: Beschikking

Waardering:

Handeling: Het overeenstemmen met de minister van Justitie inzake de benoeming van een (plaatsvervangend) lid van de Commissie gelijke behandeling.

Periode: 1994–

Grondslag: Algemene wet gelijke behandeling, 1994, art. 16, lid 3

Product: Brief

Waardering:

Handeling: Het aanwijzen van een ambtenaar die de Commissie gelijke behandeling kan bijstaan bij de uitoefening van haar taak.

Periode: 1994–

Grondslag: Algemene wet gelijke behandeling, 1994, art. 18, lid 1

Product: Brief

Waardering:

Handeling: Het onderzoeken en beoordelen of er een onwettig onderscheid is gemaakt in de behandeling van mannen en vrouwen bij de arbeid in de burgerlijke openbare dienst.

Periode: 1980–1989

Grondslag: Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen in de burgerlijke openbare dienst, 1980, art. 3, lid 6

Product: Rapport

Opmerking: De minister deed een dergelijk onderzoek op verzoek van de Commissie gelijke behandeling van mannen en vrouwen bij de arbeid in de burgerlijke openbare dienst. Na de opheffing van deze commissie in 1989 kreeg de minister van Binnenlandse Zaken de mogelijkheid zich tot de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid te wenden met een verzoek tot een dergelijk onderzoek.

Het betreft hier onderzoeken in individuele gevallen.

Waardering:

Handeling: Het verzoeken aan de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid tot het instellen van een onderzoek naar een onwettig onderscheid in de behandeling van mannen en vrouwen bij de arbeid in de burgerlijke openbare dienst.

Periode: 1989–

Grondslag: Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen, 1989, art. 21, lid 1

Product: Verzoekschrift, verslagen, notities

Opmerking: Tussen 1980 en 1989 had de minister van Binnenlandse Zaken de mogelijkheid zelf, eventueel op verzoek van de Commissie gelijke behandeling van mannen en vrouwen in de burgerlijke openbare dienst, en dergelijk onderzoek in te stellen.

Het betreft hier onderzoeken naar individuele gevallen.

Waardering:

Handeling: Het vijfjaarlijks rapporteren aan de Staten Generaal over de werking in de praktijk van de Algemene wet gelijke behandeling, de Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen, en artikel 1637ij van het BW / art. 646, boek 7, NBW.

Periode: 1994–

Grondslag: Algemene wet gelijke behandeling 1994, art. 33

Product: Rapporten

Waardering:

Homo-emancipatie

Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van wet- en regelgeving met betrekking tot de voorkoming en bestrijding van anti-homoseksueel gedrag.

Periode: 1965–

Product: Wetten, algemene maatregelen van bestuur, koninklijke besluiten

Waardering:

Handeling: Het voordragen van een wet of regeling voor de instelling van een adviesgroep voor de voorkoming en bestrijding van geweld tegen homoseksuelen.

Periode: 1980–

Product: Besluit instelling Adviesgroep bestrijding anti-homoseksueel gedrag (stcrt.1990/183)

Opmerking: Dit besluit kwam tot stand in overeenstemming met de minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur, en met de minister van Defensie.

Waardering:

Handeling: Het benoemen van de leden van de Adviesgroep bestrijding anti-homoseksueel gedrag.

Periode: 1990–

Grondslag: Besluit instelling Adviesgroep bestrijding anti-homoseksueel gedrag, 1990, art. 3

Product: Beschikking

Waardering:

Emancipatie van allochtone vrouwen

Handeling: Het voorbereiden, mede-vaststellen, coördineren en evalueren van het beleid betreffende de emancipatie van allochtone vrouwen.

Periode: 1981–

Product: Beleidsnota’s, beleidsnotities, (evaluatie)rapporten, adviezen

Opmerking: De eigenlijke vaststelling van het beleid vindt plaats in de ministerraad.

Waardering:

Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van wet- en regelgeving betreffende de emancipatie van allochtone vrouwen.

Periode: 1981–

Product: Wetten, algemene maatregelen van bestuur, koninklijke besluiten

Waardering:

Handeling: Het opstellen van periodieke verslagen inzake het beleid betreffende de emancipatie van allochtone vrouwen.

Periode: 1981–

Product: Series jaarverslagen, kwartaalverslagen, maandverslagen

Waardering:

Handeling: Het beantwoorden van Kamervragen en het anderszins op verzoek incidenteel informeren van leden van of commissies uit de Kamers der Staten Generaal betreffende de emancipatie van allochtone vrouwen.

Periode: 1981–

Product: Brieven, notities

Waardering:

Handeling: Het informeren van de Commissies voor de Verzoekschriften en andere tot onderzoeken van klachten bevoegde commissies uit de Kamers der Staten Generaal en de Nationale Ombudsman naar aanleiding van klachten over de uitvoering of de gevolgen van het beleid betreffende de emancipatie van allochtone vrouwen.

Periode: 1981–

Product: Brieven, notities

Opmerking: Zie voor de handelingen van de Ombudsman het rapport institutioneel onderzoek ‘Behoorlijk behandeld; actoren en handelingen op het terrein van de Nationale Ombudsman’.

Waardering:

Handeling: Het beslissen op bezwaarschriften naar aanleiding van beschikkingen betreffende het emancipatiebeleid voor allochtone vrouwen.

Periode: 1981–

Product: Beschikkingen

Waardering:

Handeling: Het opstellen van verweerschriften ten behoeve van beroepschriftprocedures voor administratief rechterlijke organen betreffende het emancipatiebeleid voor allochtone vrouwen.

Periode: 1981–

Product: Verweerschriften

Opmerking: Zie hiervoor onder meer het rapport institutioneel onderzoek over de Raad van State.

Waardering:

Handeling: Het beantwoorden van vragen van individuele burgers, bedrijven en instellingen betreffende het emancipatiebeleid voor allochtone vrouwen.

Periode: 1981–

Product: Brieven, notities

Waardering:

Handeling: Het uitvoeren van voorlichtingsactiviteiten op het terrein van de emancipatie van allochtone vrouwen.

Periode: 1981–

Product: Voorlichtingsmateriaal

Waardering:

Handeling: Het voorbereiden en begeleiden (wetenschappelijk) onderzoek betreffende de emancipatie van allochtone vrouwen.

Periode: 1965–

Product: Nota’s, notities,

Waardering:

Handeling: Het vaststellen van opdrachten en onderzoeksrapporten betreffende de emancipatie van allochtone vrouwen.

Periode: 1965–

Product: Offertes, onderzoeksrapporten

Waardering:

Handeling: Het aanwijzen van een lid van de Interdepartementale werkgroep vrouwen- en minderhedenbeleid.

Periode: 1984–1990

Grondslag: Instellingsbesluit Interdepartementale werkgroep vrouwen- en minderhedenbeleid, 1984 en 1989, art. 4, lid 3

Product: Beschikking, brief

Waardering:

Emancipatie-onderzoek

Handeling: Het voordragen ter benoeming van een lid van de Stimuleringsgroep emancipatie-onderzoek.

Periode: 1985–1991

Grondslag: Instellingsbesluit Stimuleringsgroep emancipatie-onderzoek, 1985, art. 7, lid 2

Product: Voordracht ter benoeming, brief

Waardering:

Joke Smit-prijs

Handeling: Het overeenstemmen met de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid inzake de toekenning van de Joke Smit-prijs.

Periode: 1985–

Grondslag: Besluit tot instelling van de Joke Smit-prijs, 1985, art. 3, lid 1

Product: Overlegverslagen, notities

Waardering:

Commissies ressorterend onder BZK

Handeling: Het stellen van nadere regels voor haar werkwijze en procedures.

Periode: 1989–1994

Grondslag: Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen, 1989, art. 15, lid 1

Opmerking: Vóór 1989 stelde de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de regels voor de werkwijzen en procedures van de commissie vast.

Waardering:

Handeling: Het voordragen ter benoeming door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van een persoon die de Commissie kan bijstaan bij de uitoefening van haar taak.

Periode: 1975–1989

Grondslag: Wet gelijk loon voor vrouwen en mannen, 1975, art. 12. lid 2

Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen, 1980, art. 6, lid 6

Product: Voordracht ter benoeming

Waardering:

Handeling: Het adviseren van de minister van Justitie inzake de benoeming, bevordering, schorsing, of het ontslag van een persoon die tot het bureau van de Commissie gelijke behandeling behoort.

Periode: 1994–

Grondslag: Algemene wet gelijke behandeling, 1994, art. 17, lid 2

Product: Advies

Waardering:

Handeling: Het onderzoeken en beoordelen of er een onwettig onderscheid is gemaakt in de beloning of behandeling van mannen en vrouwen bij de arbeid.

Periode: 1975–1994

Grondslag: Wet gelijk loon voor vrouwen en mannen, 1975, art. 10, lid 1 en lid 3

Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen, 1980, art. 6, lid 1

Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen, 1989, art. 14, lid 1 en lid 4

Product: Rapport

Opmerking: De commissie brengt haar oordeel ter kennis van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, en van betrokken werkgever(s). De commissie deelt haar oordeel pas aan een werkgevers- of werknemersorganisatie mee, nadat zij de betrokken werkgever(s) in de gelegenheid heeft gesteld hun mening te kennen te geven.

Het betreft hier onderzoeken naar individuele gevallen.

Waardering:

Handeling: Het onderzoeken en beoordelen of er een onwettig onderscheid is gemaakt in de behandeling van mannen en vrouwen bij de arbeid in de burgerlijke openbare dienst.

Periode: 1980–1989

Grondslag: Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen in de burgerlijke openbare dienst, 1980, art. 3, lid 4

Product: Rapport

Opmerking: De commissie brengt haar oordeel ter kennis van de ministers van Binnenlandse Zaken, en van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk / Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur, en van de centrales van overheidspersoneel die deel uitmaken van de Centrale commissie voor georganiseerd overleg in ambtenarenzaken, en waar mogelijk aan betrokken overlegorganen. De commissie deelt haar oordeel pas aan een zodanige organisatie of zodanig overlegorgaan mee, nadat zij het bevoegd gezag dat het onderscheid zou hebben gemaakt, in de gelegenheid heeft gesteld haar mening te kennen te geven.

Het betreft hier onderzoeken naar individuele gevallen.

Waardering:

Handeling: Het verzoeken aan de minister van Binnenlandse Zaken tot het instellen van een onderzoek naar een onwettig onderscheid in de behandeling van mannen en vrouwen bij de arbeid in de burgerlijke openbare dienst.

Periode: 1980–1989

Grondslag: Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen in de burgerlijke openbare dienst, 1980, art. 3, lid 6

Product: Verzoekschrift

Opmerking: Na de opheffing van deze commissie in 1989 kreeg de minister van Binnenlandse Zaken de mogelijkheid zich tot de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid te wenden met een verzoek tot een dergelijk onderzoek.

Het betreft hier onderzoeken naar individuele gevallen.

Waardering:

Handeling: Het verzoeken aan de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid tot het instellen van een onderzoek naar een onwettig onderscheid in de behandeling van mannen en vrouwen bij de arbeid.

Periode: 1980–1994

Grondslag: Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen, 1980, art. 6, lid 3

Product: Verzoekschrift

Opmerking: Het betreft hier onderzoeken naar individuele gevallen.

Waardering:

Handeling: Het op verzoek of uit eigen beweging onderzoeken en beoordelen of er een onwettig onderscheid is gemaakt tussen personen op grond van godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, nationaliteit, hetero- of homoseksuele gerichtheid, of burgerlijke staat.

Periode: 1994–

Grondslag: Algemene wet gelijke behandeling, 1994, art. 12 en art. 13

Product: Rapport

Opmerking: De Commissie brengt haar oordeel ter kennis van de verzoeker, van degene die het onderscheid zou maken, alsmede van degene jegens wie het onderscheid zou worden gemaakt. Daarnaast kan de Commissie haar oordeel ter kennis brengen van betrokken ministers, van werkgevers- en werknemersorganisaties, van eindgebruikers van goederen of diensten, en van betrokken overlegorganen.

Nadere uitwerking van de bij onderzoek, oordeel en kennisgeving te volgen procedure is beschreven in het Besluit werkwijze commissie gelijke behandeling (Stb.1994/606).

Het betreft hier onderzoeken naar individuele gevallen.

Waardering:

Handeling: Het jaarlijks verslag doen van haar werkzaamheden aan de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en aan de vakministers.

Periode: 1975–1994

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)