← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, van 16 oktober 2003, nr. W&B/WWB/2003/78560, Directie Werk en Bijstand, houdende nadere regels terzake van enkele in de Wet werk en bijstand en het Besluit WWB geregelde onderwerpen (Regeling WWB)

Geldende tekst a fecha 2007-01-01

Gelet op de artikelen 31, tweede lid, onderdeel l, en vierde lid, 75, 77, derde lid, en 78, tweede lid, van de Wet werk en bijstand, 10, vierde lid, van het Besluit WWB, en 4.1, vijfde lid, van het Besluit SUWI;

Besluit:

§ 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Definities

In deze regeling wordt verstaan onder:

§ 2. Verslag over de uitvoering

Artikel 2. Verslag over de uitvoering en accountantsverklaring
1.

Als verslag over de uitvoering als bedoeld in artikel 77, eerste lid, van de wet wordt aangemerkt de bijlage bij de jaarrekening met verantwoordingsinformatie over specifieke uitkeringen, bedoeld in artikel 58a, eerste lid, van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten voorzover deze betrekking heeft op de wet.

2.

Als verklaring van de accountant als bedoeld in artikel 77, eerste lid, van de wet wordt aangemerkt de accountantsverklaring en het verslag van bevindingen, bedoeld in artikel 213, derde en vierde lid, van de Gemeentewet.

Artikel 3. Geen accountantsverklaring

Vervallen

Artikel 4. Voorlopig verslag over de uitvoering
1.

Het voorlopig verslag over de uitvoering, bedoeld in artikel 77, tweede lid, van de wet wordt uiterlijk op 28 februari van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarop het voorlopig verslag betrekking heeft door de minister ontvangen.

2.

Het voorlopig verslag wordt ingericht overeenkomstig het als bijlage bij deze regeling opgenomen model.

§ 3. Betaling

Artikel 5. Betaling
1.

Met uitzondering van de maand mei, wordt iedere maand op of omstreeks de vijftiende dag van die maand 8% van de voor het betreffende jaar vastgestelde uitkeringen, bedoeld in artikel 69, eerste lid, van de wet betaalbaar gesteld. In de maand mei wordt op of omstreeks de vijftiende dag 12% van de uitkeringen betaalbaar gesteld.

2.

Het bedrag waarmee de uitkering op grond van artikel 71 van de wet wordt aangepast, wordt in gelijke delen verrekend met de voor het betreffende kalenderjaar resterende maandelijks te betalen delen van de uitkeringen, bedoeld in artikel 69, eerste lid, van de wet.

3.

De aanvullende uitkering, bedoeld in artikel 74 van de wet, wordt binnen 6 weken na de dagtekening van de beslissing van de minister tot toekenning van de aanvullende uitkering betaalbaar gesteld.

§ 4. Uit- en aanbesteding

Artikel 6. Uit- en aanbesteding

Vervallen

§ 5. Vrijlating uitkeringen en vergoedingen

Artikel 7. Vrijlating uitkeringen en vergoedingen

Niet tot de middelen, bedoeld in artikel 31 van de wet, worden gerekend:

§ 6. Vakantietoeslag

Artikel 8. Definities

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

Artikel 9. Reikwijdte

Deze paragraaf is van toepassing op de vaststelling van de aanspraak op vakantietoeslag over een inkomen ontvangen in het kalenderjaar 2007.

Artikel 10. In aanmerking te nemen vakantietoeslag

Indien over het inkomen van de belanghebbende aanspraak op vakantietoeslag bestaat neemt het college bij de vaststelling van de hoogte van de algemene bijstand mede op grond van de artikelen 11, 12, 13 of 14 berekende aanspraak op vakantietoeslag in aanmerking.

Artikel 11. Vakantieaanspraak voor personen jonger dan 65 jaar met inkomen uit tegenwoordige arbeid

Indien de belanghebbende jonger dan 65 jaar is, het in aanmerking te nemen inkomen loon uit tegenwoordige arbeid betreft en voor de inhouding van loonheffing rekening is gehouden met de arbeidskorting en de algemene heffingskorting, wordt de aanspraak op vakantietoeslag vastgesteld aan de hand van de navolgende tabel, waarbij onder ‘ink’ het inkomen wordt verstaan.

bij een netto inkomen per maand bij een netto inkomen per maand bij een netto inkomen per maand bij een netto inkomen per maand bij een netto inkomen per maand bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag
gelijk aan of meer dan gelijk aan of meer dan gelijk aan of meer dan en minder dan en minder dan bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag
0,00 464,49 8,00% x ink
464,49 503,90 5,14% x ink
503,90 569,69 7,76% x ink – € 13,20
569,69 1053,08 6,55% x ink – € 6,36
1053,08 1082,41 3,15% x ink + € 29,19
1082,41 1120,59 2,86% x ink + € 24,19
1120,59 5,72% x ink – € 7,83
Artikel 12. Vakantieaanspraak voor personen jonger dan 65 jaar met inkomen uit vroegere arbeid

Indien de belanghebbende jonger dan 65 jaar is, het in aanmerking te nemen inkomen loon uit vroegere arbeid betreft en voor de inhouding van loonheffing rekening is gehouden met de algemene heffingskorting wordt de aanspraak op vakantietoeslag vastgesteld aan de hand van de navolgende tabel, waarbij onder ‘ink’ het inkomen wordt verstaan.

bij een netto inkomen per maand bij een netto inkomen per maand bij een netto inkomen per maand bij een netto inkomen per maand bij een netto inkomen per maand bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag
gelijk aan of meer dan gelijk aan of meer dan gelijk aan of meer dan en minder dan en minder dan bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag
0,00 439,94 8,00% x ink
439,94 475,06 5,14% x ink
475,06 947,08 8,01% x ink – € 13,63
947,08 977,33 3,84% x ink + € 25,70
977,33 1008,80 3,49% x ink + € 20,99
1008,80 6,98% x ink – € 14,21
Artikel 13. Vakantieaanspraak voor personen jonger dan 65 jaar voor wie geen rekening is gehouden met de algemene heffingskorting

Indien de belanghebbende jonger dan 65 jaar is en voor de inhouding van loonheffing geen rekening is gehouden met de algemene heffingskorting, wordt de aanspraak op vakantietoeslag vastgesteld aan de hand van de navolgende tabel, waarbij onder ‘ink’ het inkomen wordt verstaan.

bij een netto inkomen per maand bij een netto inkomen per maand bij een netto inkomen per maand bij een netto inkomen per maand bij een netto inkomen per maand bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag
gelijk aan of meer dan gelijk aan of meer dan gelijk aan of meer dan en minder dan en minder dan bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag
0,00 775,30 8,00% x ink
775,30 806,36 3,84% x ink + € 32,23
806,36 837,32 3,50% x ink + € 26,93
837,32 6,98% x ink – € 2,33
Artikel 14. Vakantieaanspraak voor personen van 65 jaar of ouder
1.

Indien de belanghebbende 65 jaar of ouder is en het inkomen van de belanghebbende bestaat uit een gekort ouderdomspensioen en toeslag als bedoeld in artikel 13 van de Algemene Ouderdomswet bedraagt de daarbij behorende de aanspraak op vakantietoeslag voor:

a. alleenstaande a. alleenstaande 5,68% x ink
b. alleenstaande ouder, indien b. alleenstaande ouder, indien
– het inkomen € 887,95 of meer bedraagt 4,90% x ink
– het inkomen lager is dan € 887,95 5,90% x ink
c. gehuwden, waarvan beide echtgenoten 65 jaar of ouder zijn c. gehuwden, waarvan beide echtgenoten 65 jaar of ouder zijn 5,94% x ink
d. gehuwden, waarvan een echtgenoot 65 jaar of ouder is en de andere echtgenoot jonger dan 65 jaar, indien d. gehuwden, waarvan een echtgenoot 65 jaar of ouder is en de andere echtgenoot jonger dan 65 jaar, indien
– het inkomen € 852,96 of meer bedraagt 5,95% x ink – € 6,62
– het inkomen lager is dan € 852,96 6,21% x ink
2.

Indien de belanghebbende, bedoeld in het eerste lid, naast het gekorte ouderdomspensioen en toeslag, bedoeld in het eerste lid, een ander inkomen heeft dat recht geeft op vakantietoeslag bedraagt de aanspraak op die vakantietoeslag 8% van dat andere inkomen.

§ 7. Toetsingscriteria aanvullende uitkering gemeente

Artikel 15. Aanvullende uitkering
1.

Een verzoek tot een aanvullende uitkering als bedoeld in artikel 74, eerste lid, van de wet wordt in de periode van 1 januari tot en met 31 juli van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarop het verzoek betrekking heeft, door de minister ontvangen.

2.

Na afloop van de periode, bedoeld in het eerste lid, beslist de minister op het verzoek uiterlijk 31 december van het kalenderjaar waarin het verzoek tot een aanvullende uitkering als bedoeld in artikel 74, eerste lid, van de wet is ontvangen.

3.

Een verzoek tot een aanvullende uitkering als bedoeld in artikel 74, eerste lid, van de wet kan met betrekking tot een gemeente met meer dan 10.000 inwoners slechts voor inwilliging in aanmerking komen, indien naar het oordeel van de toetsingscommissie, bedoeld in artikel 73 van de wet, sprake is van:

4.

Van een uitzonderlijke situatie op de arbeidsmarkt is in ieder geval sprake, indien:

5.

Het derde lid, onderdeel b, sub 2, is niet van toepassing op gemeenten met 40.000 of minder inwoners.

6.

Indien naar het oordeel van de toetsingscommissie met betrekking tot een gemeente met maximaal 40.000 inwoners geen sprake is van een uitzonderlijke situatie op de arbeidsmarkt als bedoeld in het derde lid, onderdeel a, kan de toetsingscommissie het gevoerde gemeentelijk beleid en de uitvoering daarvan bij de oordeelsvorming betrekken en indien dat beleid of de uitvoering daarvan daartoe aanleiding geeft, alsnog tot het oordeel komen dat het verzoek voor inwilliging in aanmerking kan komen.

7.

Met betrekking tot gemeenten met 10.000 of minder inwoners kan een verzoek tot een aanvullende uitkering als bedoeld in artikel 74, eerste lid, van de wet, voor inwilliging in aanmerking komen, indien naar het oordeel van de toetsingscommissie de overstijging, bedoeld in artikel in artikel 10, tweede lid, onderdeel b, van het Besluit WWB, niet het gevolg is van een onrechtmatige uitvoering van de wet.

§ 7. Toetsingscriteria aanvullende uitkering gemeente

Artikel 16. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2004.

Artikel 17. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling WWB.

Bijlage 1

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Bijlage 1

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Bijlage. Voorlopig verslag over de uitvoering Wet werk en bijstand 2006

Ligt uiterlijk 15 december 2006 ter inzage in de bibliotheek van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid te ’s-Gravenhage.

Bijlage 2

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die met ingang van 23 oktober 2003 ter inzage worden gelegd in de bibliotheek van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid te ’s-Gravenhage.

Artikel 4a. Rechtmatige wetsuitvoering

Vervallen

§ 3. Betaling

§ 4. Uit- en aanbesteding

§ 5. Vrijlating uitkeringen en vergoedingen

§ 6. Vakantietoeslag

§ 7. Toetsingscriteria aanvullende uitkering gemeente

§ 8. Slotbepalingen

Bijlage 3

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die met ingang van 23 oktober 2003 ter inzage worden gelegd in de bibliotheek van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid te ’s-Gravenhage.

Artikel 7a. Indexering
1.

Met ingang van de dag waarop de bedragen, genoemd in artikel 2, zesde lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 wijzigen, worden de bedragen, genoemd in artikel 7, onderdeel h, herzien met het percentage van deze wijziging.

2.

Van de herziene bedragen, bedoeld in het eerste lid, en van de dag waarop de herziening plaatsvindt wordt door de minister mededeling gedaan in de Staatscourant.

§ 6. Vakantietoeslag

§ 8. Slotbepalingen

Bijlage 4

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die met ingang van 23 oktober 2003 ter inzage worden gelegd in de bibliotheek van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid te ’s-Gravenhage.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die met ingang van 23 oktober 2003 ter inzage worden gelegd in de bibliotheek van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid te ’s-Gravenhage.