← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, van 16 oktober 2003, nr. W&B/WWB/2003/78560, Directie Werk en Bijstand, houdende nadere regels terzake van enkele in de Wet werk en bijstand en het Besluit WWB geregelde onderwerpen (Regeling WWB)

Geldende tekst a fecha 2020-11-01

Gelet op de artikelen 31, tweede lid, onderdeel l, en vierde lid, 75, 77, derde lid, en 78, tweede lid, van de Wet werk en bijstand, 10, vierde lid, van het Besluit WWB, en 4.1, vijfde lid, van het Besluit SUWI;

Besluit:

§ 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Definities

In deze regeling wordt verstaan onder:

§ 2. Beeld van de uitvoering

Artikel 2. Verslag over de uitvoering en accountantsverklaring

Vervallen

Artikel 3. Geen accountantsverklaring

Vervallen

Artikel 4. Beeld van de uitvoering
1.

Het beeld van de uitvoering, bedoeld in de artikelen 77, tweede lid, van de wet, 54, eerste lid, van de IOAW en 54, eerste lid, van de IOAZ, wordt voor 1 maart van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarop het beeld van de uitvoering betrekking heeft door de minister ontvangen.

2.

Het beeld van de uitvoering wordt ingediend onder gebruikmaking van een formulier dat door de minister elektronisch beschikbaar wordt gesteld.

3.

Indien het beeld van de uitvoering, bedoeld in het eerste lid, niet op de in het eerste lid genoemde datum is ontvangen, schort de minister de betaling van de uitkering, bedoeld in artikel 69, eerste lid, van de wet voor het lopende vergoedingsjaar op met ingang van de kalendermaand volgend op de kalendermaand waarop de ontvangsttermijn is verlopen, doch niet gedurende de periode waarover door de minister aan het college in geval van overmacht uitstel is verleend.

4.

De betaling van de uitkering wordt hervat op de vijftiende van de kalendermaand volgend op de kalendermaand waarin het beeld van de uitvoering, bedoeld in het eerste lid, is ontvangen door de minister.

5.

Het derde en vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing, indien het college in gebreke blijft om binnen een door de minister vastgestelde termijn aanvullende informatie te verstrekken noodzakelijk voor het financieel beheer van de wet, de IOAW, de IOAZ of het Bbz 2004.

6.

In afwijking van het derde lid kan worden afgezien van opschorting als op het moment waarop over opschorting wordt beslist het beeld van de uitvoering alsnog juist en volledig is ontvangen.

§ 3. Betaling

Artikel 5. Betaling
1.

Met uitzondering van de maand mei, wordt iedere maand op of omstreeks de vijftiende dag van die maand 8% van de voor het betreffende jaar vastgestelde uitkering, bedoeld in artikel 69, eerste lid, van de wet betaalbaar gesteld. In de maand mei wordt op of omstreeks de vijftiende dag 12% van de uitkeringen betaalbaar gesteld.

2.

Het bedrag waarmee de uitkering op grond van artikel 71 van de wet wordt aangepast, wordt in gelijke delen verrekend met de voor het betreffende kalenderjaar resterende maandelijks te betalen delen van de uitkering, bedoeld in artikel 69, eerste lid, van de wet.

3.

De vangnetuitkering wordt betaalbaar gesteld voor 1 april in het kalenderjaar dat ligt twee jaar na het jaar waarop de uitkering betrekking heeft.

§ 4. Uit- en aanbesteding

Artikel 6. Gegevens verdeelmodel

In de bijlage bij deze regeling zijn de gewichten en peildata opgenomen die gelden voor de indicatoren, bedoeld in tabel 1 en tabel 3 van de bijlage bij het Besluit Participatiewet alsmede de normbedragen, bedoeld in tabel 2 van de bijlage bij het Besluit Participatiewet.

§ 5. Vrijlating uitkeringen en vergoedingen

Artikel 7. Vrijlating uitkeringen en vergoedingen

Niet tot de middelen, bedoeld in artikel 31 van de wet, worden gerekend:

§ 4. Toetsing lijfrenten

Artikel 8. Definities

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

Artikel 9. Reikwijdte

Deze paragraaf is van toepassing op de vaststelling van de aanspraak op vakantietoeslag over een inkomen ontvangen in het kalenderjaar 2020.

Artikel 10. In aanmerking te nemen vakantietoeslag

Indien over het inkomen van de belanghebbende aanspraak op vakantietoeslag bestaat neemt het college bij de vaststelling van de hoogte van de algemene bijstand mede op grond van de artikelen 11, 12, 13 of 14 berekende aanspraak op vakantietoeslag in aanmerking.

Artikel 11. Aanspraak op vakantietoeslag voor personen jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet met inkomen uit tegenwoordige arbeid

Indien de belanghebbende de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet nog niet heeft bereikt, het in aanmerking te nemen inkomen loon uit tegenwoordige arbeid betreft en voor de inhouding van loonheffing rekening is gehouden met de arbeidskorting en de algemene heffingskorting, wordt de aanspraak op vakantietoeslag vastgesteld aan de hand van de navolgende tabel, waarbij onder ‘ink’ het inkomen wordt verstaan.

bij een netto inkomen per maand bij een netto inkomen per maand bij een netto inkomen per maand bij een netto inkomen per maand bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag
gelijk aan of meer dan gelijk aan of meer dan en minder dan en minder dan bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag
0,00 605,71 8,00% x ink
605,71 654,15 5,24% x ink
654,15 766,96 8,00% x ink – € 18,07
766,96 1472,84 8,00% x ink – € 0,88
1472,84 5,13% x ink – € 0,56
Artikel 12. Aanspraak op vakantietoeslag voor personen jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet met inkomen uit vroegere arbeid

Indien de belanghebbende de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet nog niet heeft bereikt, het in aanmerking te nemen inkomen loon uit vroegere arbeid betreft en voor de inhouding van loonheffing rekening is gehouden met de algemene heffingskorting wordt de aanspraak op vakantietoeslag vastgesteld aan de hand van de navolgende tabel, waarbij onder ‘ink’ het inkomen wordt verstaan.

bij een netto inkomen per maand bij een netto inkomen per maand bij een netto inkomen per maand bij een netto inkomen per maand bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag
gelijk aan of meer dan gelijk aan of meer dan en minder dan en minder dan bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag
0,00 560,11 8,00% x ink
560,11 604,90 5,01% x ink
604,90 1227,16 8,00% x ink – € 18,07
1227,16 1307,26 7,28% x ink – € 16,44
1307,26 8,00% x ink – € 25,90
Artikel 13. Aanspraak op vakantietoeslag voor personen jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet voor wie geen rekening is gehouden met de algemene heffingskorting

Indien de belanghebbende de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet nog niet heeft bereikt en voor de inhouding van loonheffing geen rekening is gehouden met de algemene heffingskorting, wordt de aanspraak op vakantietoeslag vastgesteld aan de hand van de navolgende tabel, waarbij onder ‘ink’ het inkomen wordt verstaan.

bij een netto inkomen per maand bij een netto inkomen per maand bij een netto inkomen per maand bij een netto inkomen per maand bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag
gelijk aan of meer dan gelijk aan of meer dan en minder dan en minder dan bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag bedraagt de aanspraak op vakantietoeslag
0 8,00% x ink
Artikel 14. Aanspraak op vakantietoeslag voor personen die de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet hebben bereikt
1.

Indien de belanghebbende de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet heeft bereikt en het inkomen van de belanghebbende bestaat uit een gekort ouderdomspensioen en toeslag als bedoeld in artikel 13 van de Algemene Ouderdomswet bedraagt de daarbij behorende aanspraak op vakantietoeslag voor:

a. alleenstaande a. alleenstaande a. alleenstaande a. alleenstaande 5,86 % x ink
b. gehuwden, waarvan beide echtgenoten de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet hebben bereikt b. gehuwden, waarvan beide echtgenoten de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet hebben bereikt b. gehuwden, waarvan beide echtgenoten de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet hebben bereikt b. gehuwden, waarvan beide echtgenoten de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet hebben bereikt 6,17 % x ink
c. gehuwden, waarvan een echtgenoot de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet heeft bereikt en de andere echtgenoot jonger is dan de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, indien: c. gehuwden, waarvan een echtgenoot de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet heeft bereikt en de andere echtgenoot jonger is dan de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, indien: c. gehuwden, waarvan een echtgenoot de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet heeft bereikt en de andere echtgenoot jonger is dan de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, indien: c. gehuwden, waarvan een echtgenoot de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet heeft bereikt en de andere echtgenoot jonger is dan de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, indien: c. gehuwden, waarvan een echtgenoot de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet heeft bereikt en de andere echtgenoot jonger is dan de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, indien:
– het inkomen € 1.158,09 of meer bedraagt – het inkomen € 1.158,09 of meer bedraagt – het inkomen € 1.158,09 of meer bedraagt – het inkomen € 1.158,09 of meer bedraagt 6,17 % x ink – € 15,61
– het inkomen lager is dan € 1.158,09 – het inkomen lager is dan € 1.158,09 – het inkomen lager is dan € 1.158,09 – het inkomen lager is dan € 1.158,09 6,17 % x ink
2.

Indien de belanghebbende, bedoeld in het eerste lid, naast het gekorte ouderdomspensioen en toeslag, bedoeld in het eerste lid, een ander inkomen heeft dat recht geeft op vakantietoeslag bedraagt de aanspraak op die vakantietoeslag 8% van dat andere inkomen.

§ 7. Toetsingscriteria aanvullende uitkering gemeente

Artikel 15. Procedurele bepalingen verzoek vangnetuitkering
1.

Een verzoek tot een vangnetuitkering wordt door de toetsingscommissie ontvangen in de periode van 1 januari tot en met 15 augustus van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarop het verzoek betrekking heeft.

2.

Een verzoek dat door de toetsingscommissie wordt ontvangen voor of na afloop van de periode, genoemd in het eerste lid, wordt niet in behandeling genomen.

3.

De toetsingscommissie adviseert de minister uiterlijk op 31 oktober van het kalenderjaar, bedoeld in het eerste lid, over de te nemen beslissing.

4.

De toetsingscommissie kan de minister voor 15 oktober verzoeken om een aantal adviezen later dan 31 oktober vast te stellen.

5.

Indien de minister aan een verzoek als bedoeld in het vierde lid voldoet, bepaalt hij daarbij het aantal adviezen dat later kan worden vastgesteld en de datum waarop deze adviezen uiterlijk door de minister worden ontvangen.

6.

Het college verstrekt bij een verzoek als bedoeld in het eerste lid aan de minister informatie over genomen maatregelen om te komen tot een reductie dan wel tot een verdere reductie van het verschil tussen de in aanmerking komende netto lasten over het uitkeringsjaar en de verstrekte uitkering, bedoeld in artikel 10, derde lid, van het Besluit Participatiewet.

§ 7. Toetsingscriteria aanvullende uitkering gemeente

Artikel 16. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2004.

Artikel 17. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ.

Bijlage 1

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Bijlage 1

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Bijlage. Voorlopig verslag over de uitvoering Wet werk en bijstand 2006

Vervallen

Bijlage. Voorlopig verslag over de uitvoering Wet werk en bijstand 2006

Vervallen

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die met ingang van 23 oktober 2003 ter inzage worden gelegd in de bibliotheek van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid te ’s-Gravenhage.

Artikel 4a. Rechtmatige wetsuitvoering

Vervallen

§ 3. Uitkering en betaling

§ 4. Uit- en aanbesteding

§ 4. Uit- en aanbesteding

§ 5. Vrijlating uitkeringen en vergoedingen

§ 7. Toetsingscriteria aanvullende uitkering gemeente

§ 7. Toetsingscriteria aanvullende uitkering gemeente

Bijlage. Voorlopig verslag over de uitvoering Wet werk en bijstand 2006

Vervallen

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die met ingang van 23 oktober 2003 ter inzage worden gelegd in de bibliotheek van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid te ’s-Gravenhage.

Artikel 7a. Indexering

Vervallen

§ 6. Vakantietoeslag

§ 7. Verzoeken vangnetuitkering

Bijlage. Voorlopig verslag over de uitvoering Wet werk en bijstand 2006

Vervallen

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die met ingang van 23 oktober 2003 ter inzage worden gelegd in de bibliotheek van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid te ’s-Gravenhage.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die met ingang van 23 oktober 2003 ter inzage worden gelegd in de bibliotheek van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid te ’s-Gravenhage.

Artikel 15a. Bedragen vergoeding centrumgemeenten bijstandverlening ondernemers in de binnenvaart Bbz 2004
1.

De kosten, bedoeld in artikel 52, eerste lid, onderdeel b, van het Bbz 2004, van een aan derden opgedragen onderzoek inzake verlening van algemene bijstand en bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal aan ondernemers in de binnenvaart komen voor vergoeding in aanmerking, voor zover de kosten per onderzoek niet meer bedragen dan:

2.

De vergoeding per besluit op een aanvraag van ondernemers in de binnenvaart om verlening van bijstand, bedoeld in artikel 52, eerste lid, onderdeel c, van het Bbz 2004, bedraagt € 323,00.

3.

De bedragen, genoemd in het eerste lid, onderdelen a en b, en tweede lid worden met ingang van 1 januari van elk kalenderjaar gewijzigd met het percentage waarmee het prijsindexcijfer van de gezinsconsumptie over de maand oktober daaraan voorafgaand afwijkt van het prijsindexcijfer waarop de laatste vaststelling van de bedragen is gebaseerd. De gewijzigde bedragen worden door of namens de Minister medegedeeld in de Staatscourant.

§ 8. Slotbepalingen

Artikel 6a. Correctiefactor te late indiening verantwoordingsinformatie

De correctiefactor, bedoeld in artikel 7, tweede lid, van het Besluit Participatiewet, bedraagt 5%.

§ 5. Vrijlating uitkeringen en vergoedingen

§ 7. Verzoeken vangnetuitkering

Artikel 5a. Opschorting betaling bij vaststelling ernstige tekortkomingen
1.

Indien de minister toepassing geeft aan artikel 76, derde lid, van de wet schort hij de betaling van de vastgestelde uitkering, bedoeld in artikel 69, eerste lid, van de wet gedurende ten minste drie maanden op met ingang van de eerstvolgende kalendermaand waarin de uitkering nog niet betaalbaar is gesteld.

2.

De betaling van de uitkering wordt hervat op of omstreeks de vijftiende dag van de kalendermaand nadat de periode van drie maanden is verstreken dan wel nadat de langere periode van opschorting, die de minister met toepassing van artikel 76, derde lid, van de wet heeft vastgesteld is verstreken.

§ 6. Vakantietoeslag

§ 8. Slotbepalingen

Bijlage. behorende bij artikel 6 van de Regeling WWB

Voor de verdeelmaatstaven, bedoeld in de bijlage bij het Besluit WWB 2007, gelden de volgende peiljaren, peildata en gewichten:

Verdeelmaatstaf Verdeelmaatstaf Peiljaar Peildatum Gewicht
Sociale en demografische structuur Sociale en demografische structuur Sociale en demografische structuur Sociale en demografische structuur Sociale en demografische structuur
1. Lage inkomens 15–64 jaar (in % van de huishoudens van 15–64 jaar met inkomen) 2007–2009 30,799
2. Eénouderhuishoudens van 15–44 jaar (in % van huishoudens van 15–64 jaar) 2010–2012 88,162
3. Arbeidsongeschiktheidsuitkeringen: WIA, WAO, WAJONG en WAZ (in % van inwoners van 15–64 jaar) 2011 31 december –25,521
4. Totaal allochtonen van 15–64 jaar (in % van alle inwoners van 15–64 jaar) 2010–2012 - 3,738
5. Laagopgeleiden 15–64 jaar (in % van inwoners van 15–64 jaar) 2009–2011 - 7,324
Centrumfunctie en stedelijkheid Centrumfunctie en stedelijkheid Centrumfunctie en stedelijkheid Centrumfunctie en stedelijkheid Centrumfunctie en stedelijkheid
6. Huurwoningen (in % van het totaal aantal woningen) 2011 1 januari 5,193
7. Relatief regionaal klantenpotentieel (regionaal klantenpotentieel in % van het aantal inwoners) 2011 1 januari 1,716
8. Inwoners stedelijk gebied (aantal inwoners in gebied met meer dan 1000 omgevingsadressen per vierkante kilometer, in % van het aantal inwoners) 2011 1 januari –1,819
Conjunctuur en economische structuur Conjunctuur en economische structuur Conjunctuur en economische structuur Conjunctuur en economische structuur Conjunctuur en economische structuur
9. Werkzame beroepsbevolking (in % van totale beroepsbevolking) op COROP-niveau 2009–2011 –62,053
10. Banen handel en horeca in COROP-regio (in % totaal aantal banen COROP-regio) 2010 december –21,905
11. Procentuele gemiddelde jaarlijkse banengroei in COROP-regio 2008–2010 –3,234
12. Aantal banen in COROP-regio (in % van de beroepsbevolking in COROP-regio) 2010 december –2,571
13. Gemiddelde jaarlijkse bevolkingsgroei 15–64 jaar 2007–2011 –23,872
Overig Overig Overig Overig Overig
14. Vaste voet per huishouden van 15–64 jaar 5.979,985
Overige berekeningsgegevens Overige berekeningsgegevens Overige berekeningsgegevens Overige berekeningsgegevens Overige berekeningsgegevens
Totaal aantal inwoners Totaal aantal inwoners 2012 1 januari
Aantal huishoudens 15–64 jaar Aantal huishoudens 15–64 jaar 2012 1 januari

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die met ingang van 23 oktober 2003 ter inzage worden gelegd in de bibliotheek van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid te ’s-Gravenhage.

Artikel 15b. Regeling verrekening bestuurlijke boete bij recidive

Vervallen

§ 8. Slotbepalingen

Artikel 15c. Grondslag

Deze regeling is mede gebaseerd op de artikelen 20a, tiende lid, en 29, zesde lid, van de IOAW en 20a, tiende lid, en 29, zesde lid, van de IOAZ.

Bijlage. behorende bij artikel 6 van de Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ

Variabelen verklaringsmodel gewichten
Huishoudenskenmerken
Eenoudergezin met een vrouw aan het hoofd 0,7983488687886
Eenoudergezin met een man aan het hoofd 0,5989044919778
Paar zonder kinderen –1,6231649400000
Paar met kinderen –0,4830537072534
Aanwezigheid van een persoon in de leeftijd van 15-24 jaar –0,6900182998626
Aanwezigheid van een persoon in de leeftijd van 55 jaar – AOW 0,7922649885444
Wonend in een sociale huurwoning 2,5707676926795
Wonend in een koopwoning –0,7869853269291
Hebben van een niet-westerse achtergrond 0,8621983685457
Aanwezigheid van een persoon met als hoogst voltooide opleiding maximaal MBO-2 0,5326591753365
Aanwezigheid van een persoon met als hoogst voltooide opleiding minimaal HBO –0,2747634469067
Aanwezigheid van een persoon met een arbeidsbeperking 1,1128501813985
Aanwezigheid van een persoon met een arbeidsongeschiktheidsuitkering –1,8063102300000
Omgevingskenmerken
Gemiddelde WOZ-waarde (logaritmisch, buurt) –0,6309484488883
Aandeel WW-ontvangers in de gemeente 0,1207220891655
Bevolkingsgroei in de gemeente –0,0606406189290
Arbeidsmarktkansen voor hoogopgeleiden (met correcties voor grensoverschrijdende pendel) –4,519828780
Constante 2,62140326192004
Coropeffecten Corop-naam
--- ---
1 Oost-Groningen
2 Delfzijl en omgeving
3 Overig Groningen
4 Noord-Friesland
5 Zuidwest-Friesland
6 Zuidoost-Friesland
7 Noord-Drenthe
8 Zuidoost-Drenthe
9 Zuidwest-Drenthe
10 Noord-Overijssel
11 Zuidwest-Overijssel
12 Twente
13 Veluwe
14 Achterhoek
15 Arnhem/Nijmegen
16 Zuidwest-Gelderland
17 Utrecht
18 Kop van Noord-Holland
19 Alkmaar en omgeving
20 IJmond
21 Agglomeratie Haarlem
22 Zaanstreek
23 Groot-Amsterdam
24 Het Gooi en Vechtstreek
25 Agglomeratie Leiden en Bollenstreek
26 Agglomeratie 's-Gravenhage
27 Delft en Westland
28 Oost-Zuid-Holland
29 Groot-Rijnmond
30 Zuidoost-Zuid-Holland
31 Zeeuwsch-Vlaanderen
32 Overig Zeeland
33 West-Noord-Brabant
34 Midden-Noord-Brabant
35 Noordoost-Noord-Brabant
36 Zuidoost-Noord-Brabant
37 Noord-Limburg
38 Midden-Limburg
39 Zuid-Limburg
40 Flevoland
Gemeentelijke kenmerken peiljaren
--- ---
Huishoudenskenmerken
Aantal huishoudens van 15 tot de AOW-leeftijd 2015
Totaal aantal huishoudens van 15 tot de AOW-leeftijd, uitgesplitst naar alleenstaanden, eenoudergezinnen man, eenoudergezinnen vrouw, paren zonder kinderen en paren met kinderen 2015
Aantal huishoudens van 15 tot de AOW-leeftijd met een persoon in het huishouden van 15 tot de AOW-leeftijd en van een niet-westerse herkomst 2015
Aantal huishoudens van 15 tot de AOW-leeftijd met een persoon in het huishouden in de leeftijd van 15-24 jaar 2015
Aantal huishoudens van 15 tot de AOW-leeftijd met een persoon in het huishouden in de leeftijd van 55 tot de AOW-leeftijd 2015
Aantal personen van 15 tot de AOW-leeftijd met een arbeidsongeschiktheidsuitkering 2014
Percentage inwoners van 15 tot 65 jaar met een lage opleiding 2012–2014
Percentage inwoners van 15 tot 65 jaar met een hoge opleiding 2012–2014
Percentage inwoners van 15 tot 65 jaar met een arbeidsbeperking 2010–2014
Percentage huishoudens van 15 tot 65 jaar dat woont in een koopwoning 2012
Percentage huishoudens van 15 tot 65 jaar dat woont in een sociale huurwoning 2012
Omgevingskenmerken
Gemiddelde WOZ-waarde (logaritmisch, buurt) 2014 (2012)1
Aandeel WW-ontvangers in de gemeente 2014
Bevolkingsgroei in de gemeente (inwoners 15 tot 65 jaar) 2010 en 2015
Arbeidsmarktkansen voor hoogopgeleiden (met correcties voor grensoverschrijdende pendel) 2013
COROP-indeling 2015

1 Samengestelde indicator o.b.v. cijfers CBS (Atlas voor gemeenten)

De huishoudenskenmerken uit tabel 3 zijn gebaseerd op cijfers van het CBS. Het CBS heeft de afgeronde cijfers gepubliceerd op hun website. Het SCP heeft de percentages voor opleiding, arbeidsbeperking en woonsituatie zelf berekend. Voor deze berekening is gebruik gemaakt van de onafgeronde cijfers van het CBS. De berekende percentages zijn afgerond op 1 cijfer achter de komma.

Bijlage. behorende bij artikel 6 van de Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ

Indicator Gewicht Peildatum schatting Peildatum verdeling
Niet-rechthebbenden
Te veel vermogen
Alleenstaande, vermogen boven € 5.000 – 2,0799440 1-1-2016 1-1-2016
Alleenstaande, vermogen tot en met € 5.000, overwaarde boven € 50.000 – 0,7157942 1-1-2016 1-1-2016
Paar/eenouder, vermogen boven € 10.000 – 1,6638611 1-1-2016 1-1-2016
Paar/eenouder, vermogen tot en met € 10.000, overwaarde boven € 50.000 – 0,5623578 1-1-2016 1-1-2016
Andere uitkering
AO-uitkering, mate van AO 15-80% of onbekend in hh – 3,6719088 5-1-2016 31-12-2016
AO-uitkering, mate van AO 80-100% in hh – 3,9521780 5-1-2016 31-12-2016
WW-uitkering in hh – 1,0591040 5-1-2016 31-12-2017
ANW-uitkering in hh – 5,3615602 31-12-2015 31-12-2017
Zw-uitkering, wachtgeld of overige uitkering in hh – 1,4878472 5-1-2016 31-12-2016
Pensioenuitkering in hh – 0,5558515 5-1-2016 31-12-2016
Kan/wil niet werken
Student (mbo/hbo/wo) in hh – 1,8045828 1-10-2015 1-10-2017
Aanbodkant van de arbeidsmarkt
Leeftijd
18 tot 20-jarige in hh referentie 1-1-2016 31-12-2017
20 tot 25-jarige in hh 1,3894362 1-1-2016 31-12-2017
25 tot 30-jarige in hh 1,7848448 1-1-2016 31-12-2017
30 tot 40-jarige in hh 1,9953654 1-1-2016 31-12-2017
40 tot 50-jarige in hh 2,1539917 1-1-2016 31-12-2017
50-jarige tot AOW-leeftijd in hh 2,5750831 1-1-2016 31-12-2017
Gezinssituatie
Alleenstaande referentie 1-1-2016 31-12-2017
Eenouder-moeder, jongste kind tot 5 0,9909822 1-1-2016 31-12-2017
Eenouder-moeder, jongste kind 5-12 0,5094490 1-1-2016 31-12-2017
Eenouder-moeder, jongste kind 12-18 0,1697263 1-1-2016 31-12-2017
Eenouder-moeder, jongste kind 18+ – 0,2220021 1-1-2016 31-12-2017
Eenouder-vader, jongste kind tot 5 0,0023731 1-1-2016 31-12-2017
Eenouder-vader, jongste kind 5-12 – 0,0490112 1-1-2016 31-12-2017
Eenouder-vader, jongste kind 12-18 – 0,4210565 1-1-2016 31-12-2017
Eenouder-vader, jongste kind 18+ – 0,9760745 1-1-2016 31-12-2017
Paar, jongste kind 18- – 1,2177396 1-1-2016 31-12-2017
Paar, jongste kind 18+ – 1,6557712 1-1-2016 31-12-2017
Paar zonder kinderen – 1,1130296 1-1-2016 31-12-2017
Thuiswonend meerderjarig kind – 0,5926122 1-1-2016 31-12-2017
Overig huishouden 0,2896035 1-1-2016 31-12-2017
Wonen in Corporatiewoning 1,5455925 1-1-2016 31-12-2017
Wonen op een standplaats 1,6953738 1-1-2016 31-12-2017
Migratieachtergrond
Geen migratieachtergrond in hh referentie 1-1-2016 31-12-2017
Turk in hh 0,2188030 1-1-2016 31-12-2017
Surinamer in hh 0,3809924 1-1-2016 31-12-2017
Nederlands Antilliaan in hh 0,5253131 1-1-2016 31-12-2017
Marokkaan in hh 0,5447480 1-1-2016 31-12-2017
Ghanees in hh 0,0493229 1-1-2016 31-12-2017
Somaliër of Eritreeër in hh 2,0729540 1-1-2016 31-12-2017
Afrikaan (excl. Marokkaan, Ghanees, Somaliër, Eritreeër) in hh 0,7294582 1-1-2016 31-12-2017
Afghaan in hh 1,0917109 1-1-2016 31-12-2017
Irakees in hh 1,2874111 1-1-2016 31-12-2017
Syriër in hh 3,2286444 1-1-2016 31-12-2017
Iranees in hh 0,9030530 1-1-2016 31-12-2017
Chinees in hh – 0,2934869 1-1-2016 31-12-2017
Indiaas in hh – 0,6351739 1-1-2016 31-12-2017
Overig niet-westers in hh 0,1813257 1-1-2016 31-12-2017
Voormalig Joegoslavisch in hh 0,4939302 1-1-2016 31-12-2017
Voormalig Sovjet-Unie in hh 0,4130828 1-1-2016 31-12-2017
Overig westers in hh – 0,3771236 1-1-2016 31-12-2017
Opleiding
Aandeel laagst opgeleiden in gemeente – 0,6238144 1-1-2016 1-1-2017
HCI (human capital index) onbekend referentie Opleidingsniveau 1-10-2015, arbeidsverleden 2011 t/m 2015 Opleidingsniveau 1-10-2015, arbeidsverleden en 2011 t/m 2015
Lage HCI in hh 1,4852306 Opleidingsniveau 1-10-2015, arbeidsverleden 2011 t/m 2015 Opleidingsniveau 1-10-2015, arbeidsverleden en 2011 t/m 2015
Middelbare of hoge HCI in hh – 1,0520492 Opleidingsniveau 1-10-2015, arbeidsverleden 2011 t/m 2015 Opleidingsniveau 1-10-2015, arbeidsverleden en 2011 t/m 2015
(V)SO/Pro gevolgd in hh 1,6479011 Gevolgd tussen schooljaar 2010/2011 en 2014/2015, niet gevolgd in schooljaar 2015/2016 Gevolgd tussen schooljaar 2012/2013 en 2016/2017, niet gevolgd in schooljaar 2017/2018
Gezondheid
Zorgkosten boven € 50.000 in hh 0,2898524 Heel 2015 Heel 2015
Gebruik GGZ-zorg in hh 0,7290650 Heel 2015 Heel 2015
Medicijnen voor verslaving in hh 0,3793593 Heel 2015 Heel 2016
Medicijnen voor depressie in hh 0,3454695 Heel 2015 Heel 2016
Medicijnen voor psychose in hh 0,5370830 Heel 2015 Heel 2016
Medicijngebruik uit minder dan 4 hoofdgroepen in hh referentie Heel 2015 Heel 2016
Medicijngebruik uit 4 tot 6 hoofdgroepen in hh 0,1402315 Heel 2015 Heel 2016
Medicijngebruik uit 6 tot 8 medicijngroepen in hh 0,3060864 Heel 2015 Heel 2016
Medicijngebruik uit 8 of meer hoofdgroepen in hh 0,3926386 Heel 2015 Heel 2016
Combinaties van factoren
Niet-westerse migratieachtergrond in hh en 50-jarige tot AOW in hh 0,0447135 1-1-2016 31-12-2017
Niet-westerse migratieachtergrond in hh en gezondheidsproblemen in hh 0,1357046 1-1-2016 voor migratieachtergrond, heel 2015 voor gezondheidsproblemen 31-12-2017 voor migratieachtergrond, heel 2015 voor hoge zorgkosten en gebruik ggz-zorg, heel 2016 voor overige gezondheidsproblemen
Lage HCI in hh en gezondheidsproblemen in hh 0,5143177 Opleidingsniveau 1-10-2015, arbeidsverleden 2011 t/m 2015, heel 2015 voor gezondheidsproblemen Opleidingsniveau 1-10-2015, arbeidsverleden 2011 t/m 2015, heel 2015 voor hoge zorgkosten en gebruik ggz-zorg, heel 2016 voor overige gezondheidsproblemen
Vraagkant van de arbeidsmarkt
Banen per lid beroepsbevolking in gemeente, gecorrigeerd voor reistijd, concurrentie en grenspendel – 7,3324046 1-1-2016 1-1-2017
Aandeel werkend onder niveau in gemeente 0,8548380 1-1-2016 1-1-2016
Aandeel studenten (hbo/wo) onder de potentiële beroepsbevolking in gemeente 0,0581287 1-10-2015 1-10-2017
Aandeel WW’ers onder de beroepsbevolking in gemeente 14,1695162 Q1 2016 t/m Q4 2016 Q4 2016, Q1 t/m Q3 2017
Buurteffecten
Aandeel van de beroepsbevolking in gemeente in buurt waar werken niet de norm is obv postcodegebieden (6 posities) 0,7248316 1-1-2016 1-1-2016
Index overlast en onveiligheid 1,2619305 1-1-2016 1-1-2016
Type huishouden Normbedrag
--- ---
Alleenstaande (ouder), leeftijd 21 tot aow € 15.277,30
Alleenstaande (ouder), 18, 19 of 20 jaar € 2.952,12
Gehuwd paar, beide partners leeftijd 21 tot aow € 19.784,98
Gehuwd paar, beide partners 18, 19 of 20 jaar, zonder kind(eren) € 5.904,24
Gehuwd paar, beide partners 18, 19 of 20 jaar, met kind(eren) € 9.321,00
Gehuwd paar, één van beide partners 18, 19 of 20 jaar, zonder kind(eren) € 11.494,08
Gehuwd paar, één van beide partners 18, 19 of 20 jaar, met kind(eren) € 16.360,20
Normen gerechtigde leeftijd 21 tot AOW bij aantal kostendelers Normbedrag
2 kostendelers € 9.892,49
3 kostendelers € 8.097,55
4 kostendelers € 7.199,99
5 kostendelers € 6.661,56
6 kostendelers € 6.302,61
7 kostendelers € 6.101,40
8 kostendelers € 5.979,36
9 kostendelers € 5.884,44
10 kostendelers (of meer) € 5.808,48
Normen gehuwde paren (1 partner jonger dan 21, 1 partner leeftijd 21 of ouder) afhankelijk van aantal kostendelers met kinderen Normbedrag
2 kostendelers € 16.360,20
3 kostendelers € 14.565,27
4 kostendelers € 13.667,70
5 kostendelers € 13.129,28
6 kostendelers € 12.770,33
7 kostendelers € 12.513,88
8 kostendelers € 12.348,24
9 kostendelers € 12.253,32
10 kostendelers (of meer) € 12.177,36
Normen gehuwde paren (1 partner jonger dan 21, 1 partner leeftijd 21 of ouder) afhankelijk van aantal kostendelers zonder kinderen Normbedrag
2 kostendelers € 11.494,08
3 kostendelers € 10.355,16
4 kostendelers € 9.785,64
5 kostendelers € 9.444,00
6 kostendelers € 9.216,24
7 kostendelers € 9.053,52
8 kostendelers € 8.931,48
9 kostendelers € 8.836,56
10 kostendelers (of meer) € 8.760,60
Afwijkende normen gehuwden o.b.v. art. 24 Participatiewet Normbedrag
rechthebbende leeftijd 21 of ouder met of zonder kinderen € 9.892,49
rechthebbende leeftijd jonger dan 21, zonder kind € 2.952,12
rechthebbende leeftijd jonger dan 21, met kind € 4.660,56
Indicator Gewicht Peildatum schatting Peildatum verdeling
--- --- --- ---
Directe verrekening
Andere uitkering
WW-uitkering in hh – 1,4801989 5-1-2016 31-12-2017
AO-uitkering, mate van AO 15-80% of onbekend in hh – 2,5349998 5-1-2016 31-12-2016
AO-uitkering, mate van AO 80-100% in hh – 3,1451079 5-1-2016 31-12-2016
ANW-uitkering in hh – 2,1603738 31-12-2015 31-12-2017
Zw-uitkering, wachtgeld of overige uitkering in hh – 1,2363295 5-1-2016 31-12-2016
Pensioenuitkering in hh – 1,0991333 5-1-2016 31-12-2016
Kans op deeltijdwerk
Aanbodkant van de arbeidsmarkt
Leeftijd
18 tot 25-jarige in hh referentie 1-1-2016 31-12-2017
25 tot 30-jarige in hh – 0,2531335 1-1-2016 31-12-2017
30 tot 40-jarige in hh – 0,4787382 1-1-2016 31-12-2017
40 tot 50-jarige in hh – 0,5706268 1-1-2016 31-12-2017
50-jarige tot AOW-leeftijd in hh – 0,3909812 1-1-2016 31-12-2017
Gezinssituatie
Alleenstaande, eenoudervader referentie 1-1-2016 31-12-2017
Eenouder-moeder, jongste kind tot 5 – 0,1841896 1-1-2016 31-12-2017
Eenouder-moeder, jongste kind 5+ – 0,4673718 1-1-2016 31-12-2017
Paar met kinderen – 0,6505770 1-1-2016 31-12-2017
Paar zonder kinderen, overig huishouden – 0,8243606 1-1-2016 31-12-2017
Thuiswonend meerderjarig kind – 0,3285212 1-1-2016 31-12-2017
Wonen in corporatiewoning of op standplaats 0,1254866 1-1-2016 31-12-2017
Migratieachtergrond
Geen, westerse, of overige niet-westerse migratieachtergrond in hh referentie 1-1-2016 31-12-2017
Turk in hh 0,1400538 1-1-2016 31-12-2017
Surinamer in hh 0,1396698 1-1-2016 31-12-2017
Marokkaan in hh 0,2066721 1-1-2016 31-12-2017
Afrikaan (excl. Marokkaan) in hh 0,2567296 1-1-2016 31-12-2017
Irakees, Syriër, Iraniër, of Afghaan in hh 0,3835243 1-1-2016 31-12-2017
Opleiding
HCI (human capital index) onbekend referentie Opleidingsniveau 1-10-2015, arbeidsverleden 2011 t/m 2015 Opleidingsniveau 1-10-2015, arbeidsverleden en 2011 t/m 2015
Lage HCI in hh 0,1459836 Opleidingsniveau 1-10-2015, arbeidsverleden 2011 t/m 2015 Opleidingsniveau 1-10-2015, arbeidsverleden en 2011 t/m 2015
Middelbare of hoge HCI in hh – 0,9298132 Opleidingsniveau 1-10-2015, arbeidsverleden 2011 t/m 2015 Opleidingsniveau 1-10-2015, arbeidsverleden en 2011 t/m 2015
Gezondheid
Gebruik GGZ-zorg in hh 0,1236185 Heel 2015 Heel 2015
Medicijnen voor depressie in hh 0,0443860 Heel 2015 Heel 2016
Combinaties van factoren
Lage HCI in hh en gezondheidsproblemen in hh 0,1448721 Opleidingsniveau 1-10-2015, arbeidsverleden 2011 t/m 2015, heel 2015 voor gezondheidsproblemen Opleidingsniveau 1-10-2015, arbeidsverleden 2011 t/m 2015, heel 2015 voor hoge zorgkosten en gebruik ggz-zorg, heel 2016 voor overige gezondheidsproblemen
Vraagkant van de arbeidsmarkt
Laaggeschoolde banen per lid beroepsbevolking in gemeente, gecorrigeerd voor reistijd, concurrentie en grenspendel – 0,2873106 1-1-2016 1-1-2017
Aandeel studenten (hbo/wo) onder de potentiële beroepsbevolking in gemeente 1,0842563 1-10-2015 1-10-2017
Buurteffecten
Index overlast en onveiligheid 0,6334328 1-1-2016 1-1-2016

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die met ingang van 23 oktober 2003 ter inzage worden gelegd in de bibliotheek van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid te ’s-Gravenhage.

Artikel 15aa. Aanvullende uitkering Participatiewet 2015
1.

Een verzoek tot een aanvullende uitkering wordt door de toetsingscommissie ontvangen in de periode van 1 januari tot en met 15 augustus 2016.

2.

Een verzoek als bedoeld in het eerste lid gaat vergezeld van documenten waaruit blijkt dat voldaan is aan artikel 10a, tweede lid, van het Besluit Participatiewet.

3.

Een verzoek tot een aanvullende uitkering wordt ingediend onder gebruikmaking van een formulier dat door de minister elektronisch beschikbaar wordt gesteld.

4.

Een verzoek dat door de toetsingscommissie wordt ontvangen na 15 augustus 2016 wordt niet in behandeling genomen.

5.

De toetsingscommissie adviseert de minister uiterlijk 31 oktober 2016 over de te nemen beslissing.

6.

De toetsingscommissie kan de minister voor 15 oktober 2016 verzoeken om een aantal adviezen later dan 31 oktober vast te stellen.

7.

Indien de minister aan een verzoek als bedoeld in het zesde lid voldoet, bepaalt hij daarbij het aantal adviezen dat later kan worden vastgesteld en de datum waarop deze adviezen uiterlijk door de minister worden ontvangen.

§ 7a. Vergoeding centrumgemeenten bijstandsverlening ondernemers in de binnenvaart Bbz 2004

§ 8. Slotbepalingen

Bijlage. behorende bij artikel 6 van de Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ

Indicator Gewicht Peildatum schatting Peildatum verdeling
*Niet-rechthebbenden*
Te veel vermogen
Alleenstaande, vermogen boven € 5.000 -2,0395108 1-1-2017 Huishoudensdefinitie 31-12-2018, vermogen 1-1-2017
Alleenstaande, vermogen tot en met € 5.000, overwaarde boven € 50.000 -0,7142046 1-1-2017 Huishoudensdefinitie 31-12-2018, vermogen 1-1-2017
Paar/eenouder, vermogen boven € 10.000 -1,6938955 1-1-2017 Huishoudensdefinitie 31-12-2018, vermogen 1-1-2017
Paar/eenouder, vermogen tot en met € 10.000, overwaarde boven € 50.000 -0,5993618 1-1-2017 Huishoudensdefinitie 31-12-2018, vermogen 1-1-2017
Andere uitkering
AO-uitkering, mate van AO 15-80% of onbekend in hh -3,8153443 5-1-2017 31-12-2017
AO-uitkering, mate van AO 80-100% in hh -4,0983381 5-1-2017 31-12-2017
WW-uitkering in hh -1,0469943 5-1-2017 31-12-2018
ANW-uitkering in hh -5,5699203 31-12-2016 31-12-2018
Zw-uitkering, wachtgeld of overige uitkering in hh -1,4850944 5-1-2017 31-12-2017
Pensioenuitkering in hh -0,5480095 5-1-2017 31-12-2017
Kan/wil niet werken
Student (mbo/hbo/wo) in hh -1,9972273 1-10-2016 1-10-2018
*Aanbodkant van de arbeidsmarkt*
Leeftijd
18 tot 20-jarige in hh Referentie 1-1-2017 31-12-2018
20 tot 25-jarige in hh 1,2652561 1-1-2017 31-12-2018
25 tot 30-jarige in hh 1,7504550 1-1-2017 31-12-2018
30 tot 40-jarige in hh 1,8935990 1-1-2017 31-12-2018
40 tot 50-jarige in hh 2,1254461 1-1-2017 31-12-2018
50-jarige tot AOW-leeftijd in hh 2,5804731 1-1-2017 31-12-2018
Gezinssituatie
Alleenstaande Referentie 1-1-2017 31-12-2018
Eenouder-moeder, jongste kind tot 5 1,0305948 1-1-2017 31-12-2018
Eenouder-moeder, jongste kind 5-12 0,5066231 1-1-2017 31-12-2018
Eenouder-moeder, jongste kind 12-18 0,1260311 1-1-2017 31-12-2018
Eenouder-moeder, jongste kind 18+ -0,2289016 1-1-2017 31-12-2018
Eenouder-vader, jongste kind tot 5 -0,2015735 1-1-2017 31-12-2018
Eenouder-vader, jongste kind 5-12 -0,0710858 1-1-2017 31-12-2018
Eenouder-vader, jongste kind 12-18 -0,4965251 1-1-2017 31-12-2018
Eenouder-vader, jongste kind 18+ -1,0132760 1-1-2017 31-12-2018
Paar, jongste kind 18- -1,2319780 1-1-2017 31-12-2018
Paar, jongste kind 18+ -1,6941581 1-1-2017 31-12-2018
Paar zonder kinderen -1,1195710 1-1-2017 31-12-2018
Thuiswonend meerderjarig kind -0,6689042 1-1-2017 31-12-2018
Overig huishouden 0,2028236 1-1-2017 31-12-2018
Wonen in corporatiewoning 1,5514743 1-1-2017 31-12-2018
Wonen op een standplaats 1,5490680 1-1-2017 31-12-2018
Migratieachtergrond
Geen migratieachtergrond in hh Referentie 1-1-2017 31-12-2018
Turk in hh 0,1774615 1-1-2017 31-12-2018
Surinamer in hh 0,3226718 1-1-2017 31-12-2018
Nederlands Antilliaan in hh 0,4733527 1-1-2017 31-12-2018
Marokkaan in hh 0,5001154 1-1-2017 31-12-2018
Ghanees in hh 0,0398445 1-1-2017 31-12-2018
Somaliër of Eritreeër in hh 2,1528054 1-1-2017 31-12-2018
Afrikaan (excl. Marokkaan, Ghanees, Somaliër, Eritreeër) in hh 0,8669657 1-1-2017 31-12-2018
Afghaan in hh 1,0863325 1-1-2017 31-12-2018
Irakees in hh 1,2931337 1-1-2017 31-12-2018
Syriër in hh 3,5404508 1-1-2017 31-12-2018
Iranees in hh 0,8129299 1-1-2017 31-12-2018
Chinees in hh -0,3210145 1-1-2017 31-12-2018
Indiaas in hh -0,6850832 1-1-2017 31-12-2018
Overig niet-westers in hh 0,1723876 1-1-2017 31-12-2018
Voormalig Joegoslavisch in hh 0,4761400 1-1-2017 31-12-2018
Voormalig Sovjet-Unie in hh 0,3624668 1-1-2017 31-12-2018
Overig westers in hh -0,4368658 1-1-2017 31-12-2018
Opleiding
Aandeel laagst opgeleiden in gemeente 0 n.v.t. n.v.t.
HCI (human capital index) onbekend Referentie Opleidingsniveau 1-10-2016, arbeidsverleden 2012 t/m 2016 Opleidingsniveau 1-10-2017, arbeidsverleden 2013 t/m 2017
Lage HCI in hh 1,3063685 Opleidingsniveau 1-10-2016, arbeidsverleden 2012 t/m 2016 Opleidingsniveau 1-10-2017, arbeidsverleden 2013 t/m 2017
Middelbare of hoge HCI in hh -1,3118882 Opleidingsniveau 1-10-2016, arbeidsverleden 2012 t/m 2016 Opleidingsniveau 1-10-2017, arbeidsverleden 2013 t/m 2017
(V)SO/Pro gevolgd in hh 1,6055867 Gevolgd tussen schooljaar 2010/2011 en 2015/2016, niet gevolgd in schooljaar 2016/2017 Gevolgd tussen schooljaar 2012/2013 en 2017/2018, niet gevolgd in schooljaar 2018/2019
Gezondheid
Zorgkosten boven € 50.000 in hh 0,3481896 Heel 2016 Heel 2016
Gebruik GGZ-zorg in hh 0,7924915 Heel 2016 Heel 2016
Medicijnen voor verslaving in hh 0,3582567 Heel 2016 Heel 2017
Medicijnen voor depressie in hh 0,3614081 Heel 2016 Heel 2017
Medicijnen voor psychose in hh 0,5388989 Heel 2016 Heel 2017
Medicijngebruik uit minder dan 4 hoofdgroepen in hh Referentie Heel 2016 Heel 2017
Medicijngebruik uit 4 tot 6 hoofdgroepen in hh 0,1607911 Heel 2016 Heel 2017
Medicijngebruik uit 6 tot 8 hoofdgroepen in hh 0,3257013 Heel 2016 Heel 2017
Medicijngebruik uit 8 of meer hoofdgroepen in hh 0,4675558 Heel 2016 Heel 2017
Combinaties van factoren
Niet-westerse migratieachtergrond in hh en 50-jarige tot AOW in hh 0,0226456 1-1-2017 31-12-2018
Niet-westerse migratieachtergrond in hh en gezondheidsproblemen in hh 0,1421771 1-1-2017 voor migratieachtergrond, heel 2016 voor gezondheidsproblemen 31-12-2018 voor migratieachtergrond, heel 2016 voor hoge zorgkosten en gebruik ggz-zorg, heel 2017 voor overige gezondheidsproblemen
Lage HCI in hh en gezondheidsproblemen in hh 0,4724754 Opleidingsniveau 1-10-2016, arbeidsverleden 2012 t/m 2016, heel 2016 voor gezondheidsproblemen Opleidingsniveau 1-10-2017, arbeidsverleden 2013 t/m 2017, heel 2016 voor hoge zorgkosten en gebruik ggz-zorg, heel 2017 voor overige gezondheidsproblemen
*Vraagkant* van de arbeidsmarkt
Banen per lid beroepsbevolking in gemeente, gecorrigeerd voor reistijd, concurrentie en grenspendel -8,0349430 1-1-2017 1-1-2018
Aandeel werkend onder niveau in gemeente 0,8611330 1-1-2017 1-1-2018
Aandeel studenten (hbo/wo) onder de potentiële beroepsbevolking in gemeente 0,3263149 1-10-2016 1-10-2018
Aandeel WW’ers onder de beroepsbevolking in gemeente 17,5956725 Q1 2017 t/m Q4 2017 Q4 2017, Q1 t/m Q3 2018
Buurteffecten
Aandeel van de beroepsbevolking in gemeente in buurt waar werken niet de norm is obv postcodegebieden (6 posities) 0,4576485 1-1-2017 1-1-2017
Index overlast en onveiligheid 1,2019851 1-1-2017 1-1-2018
Constante 0,0094706
Type huishouden Normbedrag
--- ---
Alleenstaande (ouder), leeftijd 21 tot AOW 15.608,27
Alleenstaande (ouder), 18, 19 of 20 jaar 3.052,68
Gehuwd paar, beide partners leeftijd 21 tot AOW 20.063,30
Gehuwd paar, beide partners 18, 19 of 20 jaar, zonder kind(eren) 6.105,36
Gehuwd paar, beide partners 18, 19 of 20 jaar, met kind(eren) 9.638,28
Gehuwd paar, één van beide partners 18, 19 of 20 jaar, zonder kind(eren) 11.884,92
Gehuwd paar, één van beide partners 18, 19 of 20 jaar, met kind(eren) 16.517,17
Normen gerechtigde leeftijd 21 tot AOW bij aantal kostendelers Normbedrag
2 kostendelers 10.031,75
3 kostendelers 8.172,78
4 kostendelers 7.243,29
5 kostendelers 6.712,44
6 kostendelers 6.476,88
7 kostendelers 6.308,76
8 kostendelers 6.182,52
9 kostendelers 6.084,36
10 kostendelers (of meer) 6.005,88
Normen gehuwde paren (1 partner jonger dan 21, 1 partner leeftijd 21 of ouder) afhankelijk van aantal kostendelers met kinderen Normbedrag
2 kostendelers 16.517,17
3 kostendelers 14.658,20
4 kostendelers 13.728,72
5 kostendelers 13.298,04
6 kostendelers 13.062,48
7 kostendelers 12.894,36
8 kostendelers 12.768,12
9 kostendelers 12.669,96
10 kostendelers (of meer) 12.591,48
Normen gehuwde paren (1 partner jonger dan 21, 1 partner leeftijd 21 of ouder) afhankelijk van aantal kostendelers zonder kinderen Normbedrag
2 kostendelers 11.884,92
3 kostendelers 10.707,24
4 kostendelers 10.118,40
5 kostendelers 9.765,12
6 kostendelers 9.529,56
7 kostendelers 9.361,44
8 kostendelers 9.235,20
9 kostendelers 9.137,04
10 kostendelers (of meer) 9.058,56
Afwijkende normen gehuwden o.b.v. art. 24 Participatiewet Normbedrag
rechthebbende leeftijd 21 of ouder met of zonder kinderen 10.031,75
rechthebbende leeftijd jonger dan 21, zonder kind 3.052,68
rechthebbende leeftijd jonger dan 21, met kind 4.819,20
Indicator Gewicht Peildatum schatting Peildatum verdeling
--- --- --- ---
*Directe verrekening*
Andere uitkering
WW-uitkering in hh -1,4264027 5-1-2017 31-12-2018
AO-uitkering, mate van AO 15-80% of onbekend in hh -2,3670701 5-1-2017 31-12-2017
AO-uitkering, mate van AO 80-100% in hh -3,0789747 5-1-2017 31-12-2017
ANW-uitkering in hh -1,9528528 31-12-2016 31-12-2018
Zw-uitkering, wachtgeld of overige uitkering in hh -1,2172436 5-1-2017 31-12-2017
Pensioenuitkering in hh -1,0825931 5-1-2017 31-12-2017
Kans op deeltijdwerk
Aanbodkant van de arbeidsmarkt
Leeftijd
18 tot 25-jarige in hh Referentie 1-1-2017 31-12-2018
25 tot 30-jarige in hh -0,2148057 1-1-2017 31-12-2018
30 tot 40-jarige in hh -0,5082408 1-1-2017 31-12-2018
40 tot 50-jarige in hh -0,5728487 1-1-2017 31-12-2018
50-jarige tot AOW-leeftijd in hh -0,4108061 1-1-2017 31-12-2018
Gezinssituatie
Alleenstaande, eenoudervader Referentie 1-1-2017 31-12-2018
Eenouder-moeder, jongste kind tot 5 -0,1787678 1-1-2017 31-12-2018
Eenouder-moeder, jongste kind 5+ -0,4002409 1-1-2017 31-12-2018
Paar met kinderen -0,5717257 1-1-2017 31-12-2018
Paar zonder kinderen, overig huishouden -0,7398789 1-1-2017 31-12-2018
Thuiswonend meerderjarig kind -0,3924031 1-1-2017 31-12-2018
Wonen in corporatiewoning of op standplaats 0,0880957 1-1-2017 31-12-2018
Migratieachtergrond
Geen, westerse, of overige niet-westerse migratieachtergrond in hh Referentie 1-1-2017 31-12-2018
Turk in hh 0,0894738 1-1-2017 31-12-2018
Surinamer in hh 0,1218518 1-1-2017 31-12-2018
Marokkaan in hh 0,1690292 1-1-2017 31-12-2018
Afrikaan (excl. Marokkaan) in hh 0,2266394 1-1-2017 31-12-2018
Irakees, Syriër, Iraniër, of Afghaan in hh 0,2818218 1-1-2017 31-12-2018
Opleiding
HCI (human capital index) onbekend Referentie Opleidingsniveau 1-10-2016, arbeidsverleden 2012 t/m 2016 Opleidingsniveau 1-10-2017, arbeidsverleden 2013 t/m 2017
Lage HCI in hh 0,2380750 Opleidingsniveau 1-10-2016, arbeidsverleden 2012 t/m 2016 Opleidingsniveau 1-10-2017, arbeidsverleden 2013 t/m 2017
Middelbare of hoge HCI in hh -0,7976046 Opleidingsniveau 1-10-2016, arbeidsverleden 2012 t/m 2016 Opleidingsniveau 1-10-2017, arbeidsverleden 2013 t/m 2017
Gezondheid
Gebruik GGZ-zorg in hh 0,1370456 Heel 2016 Heel 2016
Medicijnen voor depressie in hh 0,0484792 Heel 2016 Heel 2017
Combinaties van factoren
Lage HCI in hh en gezondheidsproblemen in hh 0,1345419 Opleidingsniveau 1-10-2016, arbeidsverleden 2012 t/m 2016, heel 2016 voor gezondheidsproblemen Opleidingsniveau 1-10-2017, arbeidsverleden 2013 t/m 2017, heel 2016 voor hoge zorgkosten en gebruik ggz-zorg, heel 2017 voor overige gezondheidsproblemen
Vraagkant van de arbeidsmarkt
Laaggeschoolde banen per lid beroepsbevolking in gemeente, gecorrigeerd voor reistijd, concurrentie en grenspendel -0,2507163 1-1-2017 1-1-2018
Aandeel studenten (hbo/wo) onder de potentiële beroepsbevolking in gemeente 1,0195944 1-10-2016 1-10-2018
Buurteffecten
Index overlast en onveiligheid 0,4759817 1-1-2017 1-1-2018
Constante 2,8209278

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die met ingang van 23 oktober 2003 ter inzage worden gelegd in de bibliotheek van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid te ’s-Gravenhage.

Bijlage. Voorlopig verslag over de uitvoering Wet werk en bijstand 2006

Vervallen

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die met ingang van 23 oktober 2003 ter inzage worden gelegd in de bibliotheek van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid te ’s-Gravenhage.

Artikel 6b. Toetsing inleg lijfrente
1.

Voor de toepassing van artikel 15, tweede lid, onderdeel b, onder 3°, van de wet wordt de inleg in het jaar van aanvraag van bijstand en de daaraan voorafgaande vier kalenderjaren in beschouwing genomen.

2.

Voor de beoordeling of de inleg ten hoogste het in artikel 15, tweede lid, onderdeel b, onder 3°, van de wet genoemde bedrag heeft bedragen, wordt:

Artikel 6c. Toetsing waarde lijfrente en hoogte inleg

Het bedrag waarmee bij toepassing van artikel 15, tweede lid, onderdeel b, van de wet de inleg het in subonderdeel 3° van dat onderdeel genoemde bedrag overschrijdt, wordt in mindering gebracht op de waarde van de lijfrente of lijfrenten.

§ 6. Vakantietoeslag

Toelichting op het modelverzoek

Inleiding

Met de wijziging van het Besluit Participatiewet per 1 januari 2017 is geregeld dat het college alleen via een door de minister van SZW beschikbaar gesteld aanvraagformulier een verzoek tot een vangnetuitkering, als bedoeld in artikel 74 van de Participatiewet, kan indienen. Daarbij is toegelicht dat reeds vanaf aanvragen tot vangnetuitkering over 2016 geldt dat deze niet meer vormvrij kunnen worden ingediend. Met deze aanscherping kan de beoordeling door de Toetsingscommissie vangnet Participatiewet aanzienlijk efficiënter plaatsvinden, terwijl de extra belasting voor de aanvragende gemeente minimaal zal zijn. De indiening geschiedt via de website van de Toetsingscommissie vangnet Participatiewet (www.toetsingscommissievp.nl).

Via het voor 2016 vastgestelde aanvraagformulier verstrekt het college alle informatie die de toetsingscommissie nodig heeft om het recht op vangnetuitkering over 2016 te kunnen beoordelen. Het is hierbij nadrukkelijk de bedoeling dat het college alle relevante informatie in het aanvraagformulier vermeldt, zonder verwijzing naar andere brondocumenten.

Via het aanvraagformulier hoeft het college geen informatie te verstrekken over de jaarcijfers (toegekend budget, de netto uitkeringslasten en de door de accountant gerapporteerde foute of onzekere bestedingen), aangezien het ministerie -mede op basis van de SiSa-verantwoording- al over deze gegevens beschikt en zij de toetsingscommissie daarover zal informeren.

In te vullen format VU 2016

Hierna dient het college aan te geven dat voldaan is aan de voorwaarden als bedoeld in artikel 10a van het Besluit Participatiewet voor het recht op vangnetuitkering over het jaar 2016.

1. Globale analyse tekort

Vereist

De toetsingscommissie moet kunnen vaststellen wat de globale analyse is van de mogelijke oorzaak en omvang van het tekort en van de verwachte ontwikkelingen van dat tekort in de komende jaren.

Toelichting:

Voor een goede beoordeling door de toetsingscommissie is het van belang dat u afzonderlijk informatie verstrekt over onderdelen van het beschreven vereiste.

2. Informatie gemeenteraad

Vereist

De toetsingscommissie moet kunnen vaststellen dat het college de gemeenteraad in 2016 heeft geïnformeerd over zijn analyse, bedoeld in onderdeel 1 en over de maatregelen die zijn genomen of zullen worden genomen om tot tekortreductie te komen.

Toelichting:

Hieronder verstrekt u informatie over het informeren van de gemeenteraad over uw in 2016 opgestelde analyse en de maatregelen die u reeds heeft genomen dan wel zullen worden genomen om tot tekortreductie te komen. Het is niet vereist dat al in 2016 maatregelen genomen zijn.

3. Opvattingen van de gemeenteraad

Vereist

De toetsingscommissie moet kunnen vaststellen wat de opvattingen van de gemeenteraad zijn over de informatie van het college.

Toelichting:

Hieronder dient u aan te geven welke opvattingen de gemeenteraad had bij de door het college aangeboden globale analyse en maatregelen om tot tekortreductie te komen. Indien de gemeenteraad ermee heeft volstaan om de informatie alleen voor kennisgeving aan te nemen, dient u dat afzonderlijk te vermelden. Zoals reeds eerder vermeld zijn verwijzingen naar brondocumenten niet toegestaan, hetgeen ook geldt indien vergaderingen van gemeenteraad worden opgenomen op video et cetera. Mocht er alleen een video bestaan over de bespreking, dan dient u de kernpunten kort samen te vatten en hieronder weer te geven.

Indien de analyse en maatregelen zijn besproken in een raadscommissie, dan dient u aan te geven hoe de kernpunten in de gemeenteraad zijn besproken of anderszins aan hem zijn teruggekoppeld.

4. Maatregelen 2016

Vereist

De toetsingscommissie moet kunnen vaststellen welke maatregelen zijn getroffen in het jaar waarin het tekort bestond om het tekort te verminderen en hoe het college het effect van deze maatregelen kwalificeert.

Toelichting:

De informatieverstrekking over dit vereiste moet u zien in de context dat het college niet verplicht is om over 2016 maatregelen tot tekortreductie in uitvoering te hebben genomen. Voor het recht op vangnetuitkering over 2016 is het toegestaan dat het college de gemeenteraad in 2016 informeert over maatregelen die zullen worden genomen en waarvan de uitvoering eerst na 2016 een aanvang neemt. Voor de beoordeling door de toetsingscommissie geeft u allereerst aan of u in 2016 maatregelen heeft getroffen gericht op tekortreductie. Indien maatregelen zijn getroffen, geeft u vervolgens aan welke maatregelen zijn getroffen om het tekort te verminderen en hoe het college het effect van deze maatregelen kwalificeert. Onder kwalificeren van maatregelen wordt verstaan het aangeven welke effecten de maatregelen hebben. Dat mag het effect zijn van alle maatregelen gezamenlijk of voor zover dit mogelijk is, het effect van elke maatregel afzonderlijk. Kwantificeren van de maatregelen is niet vereist.

Indien het voor u niet mogelijk is een effect van de maatregel te beschrijven, dan volstaat een dergelijke opmerking. Geef daarbij wel aan waarom het niet lukt een effect te beschrijven.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die met ingang van 23 oktober 2003 ter inzage worden gelegd in de bibliotheek van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid te ’s-Gravenhage.

§ 8. Slotbepalingen

Bijlage II. behorende bij artikel 15, eerste lid, van de Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ

Vervallen

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die met ingang van 23 oktober 2003 ter inzage worden gelegd in de bibliotheek van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid te ’s-Gravenhage.