← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling van de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat houdende regels inzake luchtvaartvertoningen (Regeling luchtvaartvertoningen)

Geldende tekst a fecha 2019-04-01

Gelet op artikel 158, tweede lid, van de Regeling Toezicht Luchtvaart;

Besluit:

§ 1. Algemene bepalingen

Artikel 1
1.

De begripsbepalingen van de Wet luchtvaart en de daarop berustende bepalingen zijn van toepassing op deze regeling.

2.

Voorts wordt in deze regeling verstaan onder:

3.

Onder luchtvaartvertoning wordt mede verstaan een luchtvaartwedstrijd, georganiseerd om aan publiek amusement te verschaffen.

4.

Voor de toepassing van deze regeling wordt onder luchtvaartwedstrijd als bedoeld in het derde lid, verstaan elk binnen het vertoninggebied uitgevoerd onderdeel met een of meer demonstratietoestellen in de lucht ter vaststelling of vergelijking van prestaties hetzij van de deelnemers, hetzij van de demonstratietoestellen.

Artikel 2

Deze regeling is niet van toepassing op militaire deelnemers en militaire demonstratietoestellen.

Artikel 3
1.

Indien bij een luchtvaartvertoning waarvoor door de minister de vergunning wordt verleend, militaire deelnemers of militaire demonstratietoestellen zijn betrokken, wordt de beslissing over de vergunning genomen in overeenstemming met de Minister van Defensie.

2.

Met uitzondering van de artikelen 32 tot en met 36, en 39, is deze regeling niet van toepassing op een deelnemer aan een luchtvaartvertoning waarvoor door de Minister van Defensie de vergunning wordt verleend.

§ 2. Locatie van een luchtvaartvertoning

Artikel 4

De minister kan een vergunning verlenen voor het houden van een luchtvaartvertoning op een gecontroleerde luchthaven als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Regeling luchtverkeersdienstverlening, indien gedurende de luchtvaartvertoning luchtverkeersleiding wordt verzorgd door een van de in de artikelen 5.13 of 5.14 van de Wet luchtvaart genoemde bestuursorganen.

Artikel 5
1.

De minister kan een vergunning verlenen voor het houden van een luchtvaartvertoning op een luchthaven zonder luchtverkeersleiding, indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

2.

Het eerste lid is niet van toepassing op luchtvaartvertoningen waaraan alleen vrije ballonnen deelnemen.

Artikel 6
1.

De minister kan een vergunning verlenen voor het houden van een luchtvaartvertoning op een terrein dat geschikt is om tijdelijk en uitzonderlijk te worden gebruikt, waarvoor krachtens artikel 8a.51 van de Wet luchtvaart ontheffing is verleend, indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:

2.

Aan de vergunning, bedoeld in het eerste lid, worden in ieder geval de volgende voorwaarden verbonden:

3.

Ten aanzien van het vertoningterrein geldt dat:

4.

Het eerste tot en met derde lid zijn niet van toepassing op luchtvaartvertoningen waaraan alleen vrije ballonnen deelnemen.

Artikel 7
1.

De minister kan een vergunning verlenen voor het houden van een luchtvaartvertoning boven water- of landoppervlak, waarbij niet wordt gestart van en geland op het vertoningterrein, indien aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 6, eerste lid, en tweede lid, onderdelen e en f, is voldaan en het vertoningterrein voldoet aan de afmetingen genoemd in tabel 1 van de bijlage behorend bij deze regeling.

2.

Bij de aanvraag van een vergunning, bedoeld in het eerste lid, geeft de aanvrager aan waar deelnemende gemotoriseerde luchtvaartuigen op of in nabijheid van het vertoningterrein een noodlanding kunnen uitvoeren zonder het publiek of de deelnemers in gevaar te brengen.

3.

In afwijking van het eerste lid, mag een watervliegtuig starten van en landen op het wateroppervlak.

Artikel 8
1.

De minister kan een vergunning verlenen voor een periode van ten hoogste één jaar, indien het vertoningprogramma uitsluitend bestaat uit één gestandaardiseerd onderdeel.

2.

De houder van een krachtens het eerste lid verleende vergunning dient telkens ten minste één week vóór het houden van een luchtvaartvertoning de bescheiden, bedoeld in artikel 158, eerste lid, onderdelen a en c, van de Regeling Toezicht Luchtvaart aan de minister te overleggen.

3.

Artikel 9, vijfde lid, is niet van toepassing.

§ 3. Organisatie van een luchtvaartvertoning

Artikel 9
1.

Voor iedere luchtvaartvertoning wordt door de organisator van de luchtvaartvertoning een vertoningdirecteur aangewezen.

2.

De vertoningdirecteur, bedoeld in het eerste lid, heeft de vereiste ervaring behorend bij de categorie waarin de desbetreffende luchtvaartvertoning overeenkomstig tabel 2 van de bijlage, behorend bij deze regeling, wordt ingedeeld.

3.

Indien de organisator een vertoningdirecteur aanwijst die bij eerdere luchtvaartvertoningen aantoonbaar in strijd heeft gehandeld met bepalingen van paragraaf 4 die in artikel 39 als strafbaar feit zijn aangemerkt, kan de minister besluiten de aanvraag van een vergunning af te wijzen.

4.

Indien de vertoningdirecteur gedurende drie kalenderjaren niet belast is met de leiding van een luchtvaartvertoning in de in tabel 2 van de bijlage, behorend bij deze regeling, vermelde hoogste categorie waarvoor hij de vereiste ervaring had, wordt hij één categorie lager ingedeeld.

5.

De vertoningdirecteur is niet tegelijkertijd deelnemer aan de luchtvaartvertoning waarvoor hij krachtens het eerste lid is aangewezen.

Artikel 10

De organisator dient zich voor het houden van een luchtvaartvertoning te verzekeren voor aansprakelijkheid jegens derden.

Artikel 11
1.

In de vergunning voor een luchtvaartvertoning kan in bijzondere gevallen de voorwaarde worden opgenomen dat de vertoningdirecteur een veiligheidscommissie instelt.

2.

De veiligheidscommissie bestaat uit ten minste twee leden met aantoonbaar relevante ervaring om de diverse onderdelen van het vertoningprogramma te kunnen beoordelen.

3.

De veiligheidscommissie adviseert de vertoningdirecteur gevraagd en ongevraagd ten aanzien van veiligheidsaspecten bij de voorbereiding en uitvoering van een luchtvaartvertoning.

4.

Indien een veiligheidscommissie is ingesteld, wordt het verslag, bedoeld in artikel 29, mede ondertekend door de voorzitter van de veiligheidscommissie.

§ 4. Verplichtingen voor de vertoningdirecteur

Artikel 12

De vertoningdirecteur houdt bij de vaststelling van publiekgebied, publieklijn, vertoninglijn, vertoningterrein en vertoninggebied ten minste rekening met:

Artikel 13

De vertoningdirecteur draagt er zorg voor dat:

Artikel 14

De vertoningdirecteur draagt er zorg voor dat:

Artikel 15

De vertoningdirecteur draagt er zorg voor dat:

Artikel 16

De vertoningdirecteur zorgt ervoor dat:

Artikel 17
1.

De vertoningdirecteur stemt de vertoningvluchten en de plaatselijke vluchten af met, voor zover aanwezig, de plaatselijke luchtverkeersleidingdienst, de luchthaveninformatieverstrekker en de havenmeester.

2.

De vertoningdirecteur draagt er zorg voor dat plaatselijke vluchten en vertoningvluchten niet gelijktijdig plaatsvinden binnen het vertoninggebied.

Artikel 18
1.

De vertoningdirecteur laat als deelnemer aan een luchtvaartvertoning slechts toe een persoon die beschikt over een geldige vertoninglicentie, afgegeven door de Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Luchtvaart op basis van de eisen van tabel 3 van de bijlage, behorend bij deze regeling, of van een daarmee gelijk te stellen licentie, afgegeven door de bevoegde autoriteit van een Staat dan wel door een door die autoriteit erkende organisatie.

2.

De vertoningdirecteur kan van een persoon ten aanzien van wie twijfel bestaat omtrent de nodige vaardigheid om zijn onderdeel op veilige wijze uit te voeren, eisen dat die persoon zijn onderdeel voorvliegt voor een beoordelaar.

Artikel 19

De vertoningdirecteur zorgt ervoor dat uitsluitend:

Artikel 20
1.

De vertoningdirecteur stelt een schriftelijke instructie op die op een zodanig tijdstip aan de deelnemers wordt toegezonden, dat deze hiervan genoegzaam kennis kunnen nemen. Deze schriftelijke instructie bevat ten minste:

2.

De vertoningdirecteur heeft een kopie van de vergunning ter inzage voor de deelnemers.

3.

De vertoningdirecteur draagt er zorg voor dat op iedere dag van de luchtvaartvertoning ten behoeve van de uitvoering van de onderdelen onder zijn leiding een mondelinge instructie, onder meer bevattend de meest recente informatie, aan de deelnemers wordt gegeven. Tijdens deze mondelinge instructie worden ten minste besproken:

Artikel 21
1.

De vertoningdirecteur laat vertoningvluchten plaatsvinden onder weersomstandigheden die gelijk aan of gunstiger zijn dan de minimum weersomstandigheden vermeld in tabel 4 van de bijlage, behorend bij deze regeling. Indien restrictievere eisen ten aanzien van weersomstandigheden zijn gesteld op grond van de luchtverkeersdienstverleningsklasse, vastgesteld ingevolge artikel 18 van de Regeling luchtverkeersdienstverlening, ter plaatse of in een tijdelijk gebied met beperkingen, dan gelden die in plaats van tabel 4 van de bijlage, behorend bij deze regeling.

2.

De vertoningdirecteur draagt er zorg voor dat vooraf en tijdens de luchtvaartvertoning rekening wordt gehouden met meteorologische variabelen, waaronder in ieder geval windsnelheid en neerslag.

Artikel 22

Indien met categorie A demonstratietoestellen langs- en kunstvluchten worden uitgevoerd, draagt de vertoningdirecteur er zorg voor dat:

Artikel 23
1.

Indien met categorie B demonstratietoestellen wordt gevaren, draagt de vertoningdirecteur er zorg voor dat:

2.

In afwijking van artikel 13, onderdelen c en d, mogen bemanningsleden en passagiers van deze demonstratietoestellen zich bevinden op het vertoningterrein.

Artikel 24
1.

Indien een onderdeel bestaat uit het valschermspringen of dit mede omvat, vindt dat onderdeel plaats in overeenstemming met de Regeling valschermspringen 2010, met dien verstande dat de vertoningdirecteur ervoor zorg draagt dat:

2.

De vertoningdirecteur draagt er zorg voor dat van de demonstratietoestellen aan de grond geen propellers, straalmotoren of rotorbladen ronddraaien of aanstaan binnen 250 meter van het doelgebied, zolang een valschermspringer met zijn afdaling bezig is.

3.

Indien vluchten met modelvliegtuigen plaatsvinden, draagt de vertoningdirecteur er zorg voor dat:

4.

Indien kabelvliegers en kleine ballons worden opgelaten, draagt de vertoningdirecteur er zorg voor dat deze worden opgelaten in overeenstemming met de Regeling kabelvliegers en kleine ballons.

Artikel 25

De vertoningdirecteur draagt er zorg voor dat:

Artikel 26

De vertoningdirecteur draagt er zorg voor dat de deelnemer paragraaf 5 van deze regeling in acht neemt.

Artikel 27

Indien een veiligheidscommissie is ingesteld, houdt de vertoningdirecteur rekening met de adviezen van de commissie.

Artikel 28

De vertoningdirecteur is tot één uur na de uitvoering van het laatste onderdeel bereikbaar en oproepbaar.

Artikel 29

De vertoningdirecteur brengt binnen dertig dagen na het houden van een luchtvaartvertoning daarvan verslag uit aan de minister. In het verslag worden in het bijzonder afwijkingen tijdens de luchtvaartvertoning ten opzichte van de vergunning en deze regeling opgenomen.

§ 5. Verplichtingen voor de deelnemer

Artikel 30
1.

Een deelnemer voert geen vertoningvlucht uit, indien hij niet een mondelinge instructie als bedoeld in artikel 20, derde lid, heeft ontvangen.

2.

Een deelnemer die niet in staat is te voldoen aan het eerste lid, neemt voor de aanvang van de luchtvaartvertoning contact op met de vertoningdirecteur om de mondelinge instructie als bedoeld in artikel 20, derde lid, te ontvangen.

Artikel 31

Indien bij een luchtvaartvertoning een luchthaveninformatieverstrekker aanwezig is, is de deelnemer verplicht:

Artikel 32
1.

De deelnemer zorgt ervoor dat zich, buiten de bemanningsleden die essentieel zijn voor de vertoningvlucht, geen andere personen aan boord van een demonstratietoestel bevinden.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing op een vertoningvlucht met een ballon of valscherm.

3.

Het eerste lid is niet van toepassing ten aanzien van personen die zich aan boord van het demonstratietoestel bevinden teneinde ervaring als deelnemer op te doen, op voorwaarde, dat de vertoningdirecteur dit heeft aangegeven bij de aanvraag om vergunning.

Artikel 33

De deelnemer vliegt niet met het demonstratietoestel boven het publiekgebied, tenzij het betreft:

Artikel 34
1.

De deelnemer met een categorie A demonstratietoestel, zeilvliegtuig of valschermzweeftoestel zorgt ervoor dat ten aanzien van de vertoningvlucht:

2.

Het eerste lid, onderdelen a en b, is niet van toepassing indien:

Artikel 35

Een deelnemer met een demonstratietoestel aan de grond dat voorzien is van propellers, straalmotoren of rotors, zorgt ervoor dat deze worden stilgezet indien:

Artikel 36
1.

De deelnemer die gebruik maakt van een valscherm, zorgt ervoor dat het hoofdvalscherm op een hoogte van ten minste 450 meter boven de grond volledig geopend is. Anders dan in geval van nood wordt het reservevalscherm niet gebruikt.

2.

De deelnemer zorgt ervoor dat, indien hij met een valschermzweeftoestel, schermvliegtuig of zeilvliegtuig vliegt, het toestel geen inbreuk maakt op de scheidingsafstand die ten minste gelijk is aan de lengte van de uitgevierde lijn tussen een lierinstallatie of ander hulpmiddel en het toestel met dien verstande dat de horizontale afstand niet minder is dan 30 meter.

§ 6. Luchtvaartterreininformatieverstrekker

Artikel 37

De luchthaveninformatieverstrekker heeft de vereiste ervaring behorend bij de categorie waarin de desbetreffende luchtvaartvertoning op grond van tabel 2 van de bijlage, behorend bij deze regeling, is ingedeeld.

Artikel 38

De luchthaveninformatieverstrekker geeft in het kader van de luchtvaartvertoning aan de deelnemer informatie over:

§ 7. Overige bepalingen

Artikel 39

Overtreding van de artikelen 9, vijfde lid, 13, onderdelen a tot en met e, 16, onderdeel b, 17, tweede lid, 18, eerste lid, 19, 20, eerste en derde lid, 21 tot en met 26, 28 en 30 tot en met 38 wordt aangemerkt als een strafbaar feit.

Artikel 40

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 41

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling luchtvaartvertoningen.

Bijlage

Tabel 1, behorend bij artikel 6, eerste, tweede en vierde lid

Tabel 1, behorend bij de artikelen 6, eerste en tweede lid, en 7, eerste lid

Tabel 2, behorend bij artikel 9, tweede en vierde lid, en artikel 37

Tabel 2, behorend bij artikel 9, tweede en vierde lid, en artikel 37

Tabel 4, behorend bij artikel 21, eerste lid, en artikel 34, eerste lid, onderdeel g

Tabel 5, behorend bij artikel 22, onderdeel a

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 1a

Deze regeling berust op artikel 158, tweede lid, van de Regeling Toezicht Luchtvaart en artikel 8a.51, derde lid, van de Wet luchtvaart.

§ 2. Locatie van een luchtvaartvertoning

§ 3. Organisatie van een luchtvaartvertoning

§ 4. Verplichtingen voor de vertoningdirecteur

§ 5. Verplichtingen voor de deelnemer

§ 6. Luchthaveninformatieverstrekker

§ 7. Overige bepalingen

Bijlage

Tabel 3, behorend bij artikel 18, eerste lid

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

** Bij deze onderdelen van de luchtvaartvertoning mogen geen snelheden voorkomen hoger dan 250 kt.

** Als gezagvoerder in luchtschepen of ballonnen.

*** Voor de bestuurder van een zeilvliegtuig of valschermzweeftoestel is geen bepaald minimum vereist; een bestuurder van een dergelijk toestel heeft de directeur er echter van overtuigd dat hij bekwaam is zijn voorgenomen vertoning uit te voeren.

**** Valschermspringers: een minimum van 200 sprongen voor de leider van een groep of een solospringer en een minimum van 100 sprongen voor alle overige leden van de groep.

Tabel 4, behorend bij artikel 21, eerste lid, en artikel 34, eerste lid, onderdeel g

** Voor radiografisch bestuurde modellen geldt een maximum windsnelheid van 25 kt.

Tabel 5, behorend bij artikel 22, onderdeel a

** Alleen wanneer dit is vermeld in de vergunning kunnen demonstratietoestellen tijdens de luchtvaartvertoning, voor zover deze plaatsvindt in luchtruimte met de classificatie C tot en met G, beneden vliegniveau 100 de snelheid van 250 kt IAS overschrijden tot een maximum van Mach 0,9.

Tabel 6, behorend bij artikel 23, eerste lid, onderdeel a, en artikel 33, onderdeel d

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.