Vaststelling selectielijst neerslag handelingen op het beleidsterrein Cultuurbeheer over de periode 1945–2000: Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

Type Archiefselectielijst
Publication 2004-10-30
State In force
Source BWB
artikelen 2
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Grondslag: Bekostigingsbesluit cultuuruitingen (Stb. 1994/473): art. 36 lid 2

Product: Protocol

Waardering: B 3

Handeling: Het instellen van een onderzoek naar het financiële beheer van een (rijks)museale instelling

Periode: 1994–

Grondslag: Bekostigingsbesluit cultuuruitingen (Stb. 1994/473): art. 36 lid 3

Product: Rapport

Opmerking: De accountant van de (rijks)museale instelling rapporteert aan de departementale accountantsdienst over de naleving van de subsidiebepalingen.

Waardering: B 2

Handeling: Het vaststellen van een nadere termijn voor het indienen van een subsidievaststelling door een (rijks)museale instelling indien deze niet op tijd is ingediend

Periode: 1994–1998

Grondslag: Bekostigingsbesluit cultuuruitingen (Stb. 1994/473): art. 37 lid 2 (zoals gewijzigd bij Besluit van 20 april 1998 (Stb. 1998/266): art. I sub L onder 3 zoals gewijzigd bij Besluit van 28 juli 1999 (Stb. 1999/351): art. I sub P)

Product: Beschikking

Waardering: V 10 jaar

Handeling: Het vaststellen van de subsidie voor een (rijks)museale instelling overeenkomstig de subsidieverlening

Periode: 1994–1998

Grondslag: Bekostigingsbesluit cultuuruitingen (Stb. 1994/473): art. 37 (zoals gewijzigd bij Besluit van 20 april 1998 (Stb. 1998/266): art. I sub L onder 3 zoals gewijzigd bij Besluit van 28 juli 1999 (Stb. 1999/351): art. I sub P), art. 38 lid 1 (zoals gewijzigd bij Besluit van 20 april 1998 (Stb. 1998/266): art. I sub L onder 3)

Product: Beschikking

Waardering: B 5

Handeling: Het verminderen of intrekken van de subsidievaststelling voor een (rijks)museale instelling

Periode: 1994–1998

Grondslag: Bekostigingsbesluit cultuuruitingen (Stb. 1994/473): art. 38 lid 2 (zoals gewijzigd bij Besluit van 20 april 1998 (Stb. 1998/266): art. I sub L onder 3), art. 39 lid 1 (zoals gewijzigd bij Besluit van 20 april 1998 (Stb. 1998/266): art. I sub L onder 3)

Product: Beschikking

Opmerking: De subsidie kan lager worden vastgesteld indien:

Waardering: V 10 jaar

Handeling: Het beslissen over hoe de voorschotten die een (rijks)museale instelling te veel heeft ontvangen verrekend moeten worden

Periode: 1994–1998

Grondslag: Bekostigingsbesluit cultuuruitingen (Stb. 1994/473): art. 38 lid 3 (zoals gewijzigd bij Besluit van 20 april 1998 (Stb. 1998/266): art. I sub L onder 3)

Product: Besluit

Waardering: V 10 jaar

Handeling: Het vaststellen van nadere regels voor de inrichting van aanvragen, het beleidsplan, het activiteitenplan, de begroting, de liquiditeitsprognose, de administratie, de jaarrekening, de subsidiedeclaratie, de verklaring van de accountant en verslagen van een (rijks)museale instelling

Periode: 1994–

Grondslag: Bekostigingsbesluit cultuuruitingen (Stb. 1994/473): art. 48 (zoals gewijzigd bij Besluit van 28 juli 1999 (Stb. 1999/351): art. I sub W)

Product: Regels

Waardering: B 1, 2, 3

Handeling: Het afwijken van de gestelde regels in het Bekostigingsbesluit cultuuruitingen (Stb. 1994/473)

Periode: 1994–

Grondslag: Bekostigingsbesluit cultuuruitingen (Stb. 1994/473): art. 49

Product: Beschikking

Opmerking: De Minister kan artikelen buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover strikte toepassing leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Waardering: B 1

Handeling: Het in 1994 vaststellen van regels voor de aanvraag en verlening van subsidie aan een (rijks)museale instelling die afwijken van het besluit

Periode: 1994–1998

Grondslag: Bekostigingsbesluit cultuuruitingen (Stb. 1994/473): art. 51 lid 2 (zoals gewijzigd bij Besluit van 20 april 1998 (Stb. 1998/266): art. I sub R), Regeling subsidiëring museale instellingen (Stb. 1994/150): art. 8

Product: Regels

– Protocol van overdracht dd. 30 juni 1994

Opmerking: Met besluit wordt het Bekostigingsbesluit cultuuruitingen (Stb. 1994/473) bedoeld.

Waardering: B 1

Handeling: Het jaarlijks vaststellen van subsidieplafonds voor de verschillende categorieën van activiteiten waarvoor aan een (rijks)museale instelling subsidie is verstrekt

Periode: 1994–

Grondslag: Bekostigingsbesluit cultuuruitingen (Stb. 1994/473) zoals gewijzigd bij Besluit van 20 april 1998 (Stb. 1998/266): art I sub D

Product: Beschikking

Opmerking: Hierbij kan de Minister van Cultuur bepalen dat hij het beschikbare bedrag in de volgorde van aanvragen verdeelt.

Waardering: V 10 jaar

Handeling: Het stellen van regels omtrent de wijze van verdeling van subsidieplafonds voor de verschillende categorieën van activiteiten waarvoor aan een (rijks)museale instelling subsidie is verstrekt

Periode: 1997–

Grondslag: Wet op het specifiek cultuurbeleid zoals gewijzigd bij Aanpassingswet derde tranche Awb II (Stb. 1997/580): art. 4 sub G

Product: Regels

– Wijziging Regeling subsidies en uitkeringen cultuuruitingen (Stcrt. 1997/243)

Waardering: B 1, 5

Handeling: Het verstrekken van een uitkering ter (mede)bekostiging van de aankoop van kunstwerken (de Raad voor de Kunst gehoord)

Periode: 1984–1987, 1989–1992

Grondslag:

Product: Beschikking, subsidie

Opmerking: Dit waren kunstwerken van levende Nederlandse of duurzaam in Nederland wonende en werkende kunstenaars om daarmede geografische spreiding en optimale toegankelijkheid van deze werken voor het publiek te bevorderen. Deze uitkering werd enkel verleend voorzover de wetgever de nodige gelden had toegestaan.

Een uitkering werd slechts verstrekt onder de voorwaarden dat:

De Raad voor de Kunst gaf advies tijdens de periode 1989–1992. De Minister van Cultuur legde de aanvragen aan deze raad voor.

Waardering: Beschikking: B 5

Financiële bescheiden: V 10 jaar

Handeling: Het beoordelen van de kwaliteit van een kunstwerk

Periode: 1984–1987, 1989–1992

Grondslag: Tijdelijke aankoopsubsidieregeling moderne beeldende kunst ten behoeve van musea (Stb. 1985/104): art. 4 sub a (zoals gewijzigd bij Besluit van 16 januari 1987 (Stb. 1987/40): art. II), Tijdelijke aankoopsubsidieregeling moderne beeldende kunst ten behoeve van kunstmusea (Stb. 1989/141): art. 4 sub a

Product: Beschikking, brief

Waardering: V 10 jaar

Handeling: Het vaststellen van de subsidie voor de aankoop van een kunstwerk

Periode: 1984–1987

Grondslag: Tijdelijke aankoopsubsidieregeling moderne beeldende kunst ten behoeve van musea (Stb. 1985/104): art. 7 (zoals gewijzigd bij Besluit van 28 augustus 1985 (Stb. 1985/499): art. I sub B zoals gewijzigd bij Besluit van 16 januari 1987 (Stb. 1987/40): art. II)

Product: Beschikking, brief

Waardering: V 10 jaar

Handeling: Het beslissen over de toekenning van de subsidie voor de aankoop van een kunstwerk, de Adviescommissie van de Rijksdienst Beeldende Kunst respectievelijk de Raad voor de Kunst gehoord

Periode: 1984–1987, 1989–1992

Grondslag: Tijdelijke aankoopsubsidieregeling moderne beeldende kunst ten behoeve van musea (Stb. 1985/104): art. 8 (zoals gewijzigd bij Besluit van 16 januari 1987 (Stb. 1987/40): art. II), Tijdelijke aankoopsubsidieregeling moderne beeldende kunst ten behoeve van kunstmusea (Stb. 1989/141): art. 7 lid 1

Product: Besluit

Opmerking: De Adviescommissie van de Rijksdienst Beeldende Kunst gaf in de periode 1984–1987 advies. De Raad voor de Kunst deed dit in de periode 1989–1992.

Waardering: B 1

Handeling: Het vaststellen van een maximum per aanvrager van de aankoopsubsidie

Periode: 1989–1992

Grondslag: Tijdelijke aankoopsubsidieregeling moderne beeldende kunst ten behoeve van kunstmusea (Stb. 1989/141): art. 3 lid 2

Product: Beschikking, brief

Opmerking: De Minister van Cultuur deed dit in het geval dat het totale bedrag waarvoor subsidie is aangevraagd het totale budget overschreed.

Waardering: V 10 jaar

Handeling: Het vaststellen van het aanvraagformulier voor een aankoopsubsidie

Periode: 1989–1992

Grondslag: Tijdelijke aankoopsubsidieregeling moderne beeldende kunst ten behoeve van kunstmusea (Stb. 1989/141): art. 5 lid 2

Product: Beschikking, formulier

Opmerking: De Minister van Cultuur verstrekte eveneens dit formulier.

Waardering: B 5

Handeling: Het afwijken van het gestelde in de Tijdelijke aankoopsubsidieregeling moderne beeldende kunst ten behoeve van kunstmusea (Stb. 1989/141)

Periode: 1989–1992

Grondslag: Tijdelijke aankoopsubsidieregeling moderne beeldende kunst ten behoeve van kunstmusea (Stb. 1989/141): art. 8

Product: Beschikking

Waardering: B 1

Handeling: Het voordragen van de leden van de Adviescommissie beoordeling aangeboden cultuurbezit uit nalatenschappen

Periode: 1997–

Grondslag: Wijziging van het Uitvoeringsbesluit Successiewet 1956 (Stb. 1998/130): art. I

Product: Voordracht

Opmerking: De Minister van Cultuur draagt één lid voor en samen met de Minister van Financiën de voorzitter. Het andere lid wordt door de Minister van Financiën voorgedragen.

Waardering: V 5 jaar

Handeling: Het vergoeden van de kosten van de Adviescommissie beoordeling aangeboden cultuurbezit uit nalatenschappen

Periode: 1997–

Grondslag: Wijziging van het Uitvoeringsbesluit Successiewet 1956 (Stb. 1998/130): art. I

Product: Besluit

Waardering: V 10 jaar

Handeling: Het, in overeenstemming met de Minister van Financiën, afgeven van een verklaring voor schadeloosstelling bij verlies of schade van tentoongestelde cultuurvoorwerpen

Periode: 1989–

Grondslag: Regeling indemniteit bruiklenen (Stcrt. 1989/4): 2 lid 1, Bekostigingsbesluit cultuuruitingen (Stb. 1994/473): art. 13 lid 2, Subsidieregeling indemniteit bruiklenen (Stcrt. 1996/11): art. 2 lid 1, art. 3, art. 5. Toelichting

Product: Garantieverklaring, indemniteitsverklaring

Opmerking: Het gaat hierbij om dekking van uitgeleende voorwerpen ten behoeve van een tentoonstelling. Het model van deze verklaring is als bijdrage bij de Regeling indemniteit bruiklenen (Stcrt. 1989/4) gegeven. Vanaf 1996 kan de Minister van Cultuur een aanspraak op financiële middelen verlenen voor het geval dat de exploitatie van een tentoonstelling een tekort vertoont en voorzover dit tekort wordt veroorzaakt door verlies of schade aan derden ten behoeve van de tentoonstelling in bruikleen gegeven voorwerpen. Een indemniteitsverklaring kan slechts worden verleend indien een (rijks)museum naar het oordeel van de Minister van Cultuur en de Minister van Financiën heeft aangetoond dat:

De Minister van Cultuur beslist op de aanvragen voor een indemniteitsverklaring in de volgorde van ontvangst. Bij de beslissing op de aanvraag wordt bepaald voor welk maximaal bedrag een vergoeding wordt verleend.

Waardering: B 1

Handeling: Het afwijken van het model van de garantieverklaring voor schadeloosstelling bij verlies of schade van cultuurvoorwerpen

Periode: 1989–1996

Grondslag: Regeling indemniteit bruiklenen (Stcrt. 1989/4): 2 lid 4

Product: Beschikking

Opmerking: Dit gebeurt als het voor het totstandkomen van een tentoonstelling van wezenlijk belang is.

Waardering: V 10 jaar

Handeling: Het stellen van (nadere) voorwaarden aan een bij een garantieverklaring of een indemniteitsverklaring betrokken (rijks)museum

Periode: 1989–

Grondslag: Wet op het specifiek cultuurbeleid (Stb. 1993/193): art. 8 lid 4, Regeling indemniteit bruiklenen (Stcrt. 1989/4): art. 3, Bekostigingsbesluit cultuuruitingen (Stb. 1994/473): art. 32, Subsidieregeling indemniteit bruiklenen (Stcrt. 1996/11): art. 2 lid 2 en bijlage I

Product: Voorwaarden

Opmerking: Het gaat hierbij om voorwaarden met betrekking tot de aanspraak op financiële middelen. Hierin wordt geregeld dat de kans op schade zoveel mogelijk beperkt is.

Waardering: B 5

Handeling: Het wijzigen van de aanvraagtermijn van een indemniteitsverklaring

Periode: 1996–

Grondslag: Bekostigingsbesluit cultuuruitingen (Stb. 1994/473): art. 11 lid 5, Subsidieregeling indemniteit bruiklenen (Stcrt. 1996/11). Toelichting

Product: Beschikking

Waardering: V 5 jaar

Handeling: Het vaststellen van een protocol voor de rapportage van de naleving van de subsidiebepalingen voor het krijgen van een indemniteit

Periode: 1994–

Grondslag: Bekostigingsbesluit cultuuruitingen (Stb. 1994/473): art. 36 lid 2, Subsidieregeling indemniteit bruiklenen (Stcrt. 1996/11). Toelichting

Product: Protocol

Waardering: B 3

Handeling: Het vaststellen, verminderen of intrekken van de indemniteit

Periode: 1994–

Grondslag: Bekostigingsbesluit cultuuruitingen (Stb. 1994/473): art. 37 (zoals gewijzigd bij Besluit van 28 juli 1999 (Stb. 1999/351): art. I sub P), art. 38 lid 1 en 3, Subsidieregeling indemniteit bruiklenen (Stcrt. 1996/11). Toelichting

Product: Indemniteit, financiële middelen

Waardering: V 7 jaar

Handeling: Het verzoek doen aan de Mondriaan Stichting behoudsprojecten voor universitaire collecties financieel te ondersteunen

Periode: 1997–2000

Grondslag: Regeling financiële ondersteuning van het behoud van de universitaire collecties (Stcrt. 1997/193), p. 1

Product: Verzoek

Opmerking: Hiermee moet een duurzame verbetering van de behoudstaak in de Nederlandse universitaire instellingen bevorderd worden en een bijdrage worden geleverd aan het wegwerken van achterstanden in passieve en actieve conservering van collecties die een belangrijk onderdeel vormen van de Collectie Nederland.

Waardering: V 10 jaar

Handeling: Het verstrekken van een meerjarige subsidie aan de Mondriaan Stichting voor het cultuurbeheer

Periode: 1994–

Grondslag: Bekostigingsbesluit cultuuruitingen (Stb. 1994/473): art. 8 (zoals gewijzigd bij Besluit van 28 juli 1999 (Stb. 1999/351): art. I sub E), Regeling financiële ondersteuning van het behoud van de universitaire collecties (Stcrt. 1997/193)

Product: Subsidie

Opmerking: De subsidie wordt ten hoogste voor een periode van vier jaar verstrekt, doch blijft binnen de periode waarvoor de cultuurnota geldt.

Waardering: V 10 jaar

Handeling: Het bepalen van het tijdstip waarop een subsidieaanvraag van de Mondriaan Stichting voor het cultuurbeheer moet zijn ingediend

Periode: 1994–

Grondslag: Bekostigingsbesluit cultuuruitingen (Stb. 1994/473): art. 9 lid 1 en 3

Product: Ontheffing

Opmerking: De Minister van Cultuur kan op aanvraag ontheffing verlenen van de aanvraagtermijn voor subsidie voor de Mondriaan Stichting

Waardering: V 5 jaar

Handeling: Het beslissen over een subsidieaanvraag van de Mondriaan Stichting voor het cultuurbeheer

Periode: 1994–

Grondslag: Bekostigingsbesluit cultuuruitingen (Stb. 1994/473): art. 13 (zoals gewijzigd bij Besluit van 20 april 1998 (Stb. 1998/266): art. I sub F onder 2), art. 15

Product: Beschikking, besluit

Opmerking: Met het oog op de onderlinge afweging van aanvragen kan de Minister van Cultuur, bepalen dat op een aanvraag niet wordt beslist voor of na een bepaalde datum in een kalenderjaar. In 1998 wordt het beslissen bij beschikking ingetrokken. Indien de beslissing subsidieverlening inhoudt, wordt het subsidiebedrag vermeld, de wijze waarop dit is bepaald en welk bedrag maximaal zal worden verleend. Dit vervalt in 1998

Waardering: B 5

Handeling: Het verlenen van een voorschot aan de Mondriaan Stichting voor het cultuurbeheer

Periode: 1994–

Grondslag: Bekostigingsbesluit cultuuruitingen (Stb. 1994/473): art. 14 lid 1 en 3, art. 15

Product: Voorschot, beschikking

Waardering: V 10 jaar

Handeling: Het stellen van regels met betrekking tot het verlenen van een voorschot aan de Mondriaan Stichting voor het cultuurbeheer

Periode: 1994–

Grondslag: Bekostigingsbesluit cultuuruitingen (Stb. 1994/473): art. 14 lid 2

Product: Regels

Waardering: B 5

Handeling: Het bepalen dat het aan de Mondriaan Stichting verleende subsidiebedrag voor het cultuurbeheer bijgesteld moet worden

Periode: 1994–

Grondslag: Bekostigingsbesluit cultuuruitingen (Stb. 1994/473): art. 16

Product: Beschikking

Opmerking: Hierbij wordt rekening gehouden met de ontwikkeling van het prijspeil en de ontwikkeling van de arbeidsvoorwaarden. Bij de verlening van de subsidie wordt bepaald welk deel van de subsidie wordt bijgesteld. De bevoorschotting kan overeenkomstig bijgesteld worden.

Waardering: V 10 jaar

Handeling: Het overleggen met de Mondriaan Stichting over de ontwikkeling van de kosten van de arbeidsvoorwaarden

Periode: 1994–

Grondslag: Bekostigingsbesluit cultuuruitingen (Stb. 1994/473): art. 16 lid 4

Product: Overleg, notulen

Opmerking: Hierbij gaat het om de ontwikkeling van de kosten van de arbeidsvoorwaarden in verhouding tot de kwaliteit en de kwantiteit van de gesubsidieerde activiteiten.

Waardering: V 10 jaar

Handeling: Het wijzigen of intrekken van de subsidie aan de Mondriaan Stichting voor het cultuurbeheer

Periode: 1994–1998

Grondslag: Bekostigingsbesluit cultuuruitingen (Stb. 1994/473): art. 17 lid 1 (zoals gewijzigd bij Besluit van 20 april 1998 (Stb. 1998/266): art. I sub G), art. 18 lid 1 (zoals gewijzigd bij Besluit van 20 april 1998 (Stb. 1998/266): art. I sub G)

Product: Beschikking

Opmerking: Zolang de subsidie niet is vastgesteld kan deze gewijzigd of ingetrokken worden indien:

Deze bepaling is in 1998 ingetrokken.

Waardering: V 7 jaar

Handeling: Het vergoeden van de schade als gevolg van het wijzigen of intrekken van de subsidie aan de Mondriaan Stichting voor het cultuurbeheer

Periode: 1994–1998

Grondslag: Bekostigingsbesluit cultuuruitingen (Stb. 1994/473): art. 18 lid 2 (zoals gewijzigd bij Besluit van 20 april 1998 (Stb. 1998/266): art. I sub G)

Product: Besluit

Waardering: V 10 jaar

Handeling: Het geven van ontheffing van de bepaling dat het boekjaar van de Mondriaan Stichting gelijk is aan het kalenderjaar

Periode: 1994–

Grondslag: Bekostigingsbesluit cultuuruitingen (Stb. 1994/473): art. 21

Product: Besluit

Waardering: V 10 jaar

Handeling: Het op aanvraag geven van ontheffing van de verplichting dat de Mondriaan Stichting haar (ont)roerende zaken en de bij haar werkzame vrijwilligers moet verzekeren

Periode: 1994–

Grondslag: Bekostigingsbesluit cultuuruitingen (Stb. 1994/473): art. 23 lid 4

Product: Ontheffing

Waardering: V 10 jaar

Handeling: Het vaststellen van het percentage van het niet-bestede subsidiebedrag voor het cultuurbeheer dat de Mondriaan Stichting kan reserveren

Periode: 1994–

Grondslag: Bekostigingsbesluit cultuuruitingen (Stb. 1994/473): art. 26

Product: Besluit

Opmerking: Als na de gesubsidieerde activiteiten het verleende bedrag niet is besteed, kan het worden gereserveerd. Dit gereserveerd bedrag kan alleen worden aangewend voor doeleinden waarvoor de subsidie werd verstrekt.

Waardering: V 10 jaar

Handeling: Het aanwijzen van toekomstige uitgaven van de Mondriaan Stichting voor het cultuurbeheer

Periode: 1994–

Grondslag: Bekostigingsbesluit cultuuruitingen (Stb. 1994/473): art. 26 lid 3

Product: Besluit

Waardering: B 1

Handeling: Het bepalen van de vergoeding voor vermogensvorming die de Mondriaan Stichting is verschuldigd

Periode: 1994–

Grondslag: Bekostigingsbesluit cultuuruitingen (Stb. 1994/473): art. 27 lid 1 (zoals gewijzigd bij Besluit van 20 april 1998 (Stb. 1998/266): art. I sub I onder 1)

Product: Besluit

Opmerking: Het gaat hierbij om de gevallen waarin de subsidie heeft bijgedragen tot het vormen van vermogen door de Mondriaan Stichting.

Waardering: V 10 jaar

Handeling: Het toestemmen in het voortzetten van de activiteiten van de Mondriaan Stichting door een andere rechtspersoon

Periode: 1994–

Grondslag: Bekostigingsbesluit cultuuruitingen (Stb. 1994/473): art. 27 lid 3

Product: Toestemming

Opmerking: Hierbij worden de activa tegen boekwaarde aan die andere rechtspersoon in eigendom overgedragen

Waardering: V 10 jaar

Handeling: Het bepalen van de gevallen waarin de Mondriaan Stichting niet kosten voor het ter beschikking stellen van goederen aan of het verrichten van diensten voor derden hoeft door te berekenen

Periode: 1994–

Grondslag: Bekostigingsbesluit cultuuruitingen (Stb. 1994/473): art. 29

Product: Besluit

Waardering: V 10 jaar

Handeling: Het aanwijzen van ambtenaren die de financiële zaken van de Mondriaan Stichting onderzoeken

Periode: 1994–1998

Grondslag: Bekostigingsbesluit cultuuruitingen (Stb. 1994/473): art. 30 (zoals gewijzigd bij Besluit van 20 april 1998 (Stb. 1998/266): art. I sub J)

Product: Benoeming

Opmerking: De Mondriaan Stichting verschaft deze ambtenaren alle gewenste informatie.

Waardering: V 10 jaar

Handeling: Het bepalen dat bepalingen van Titel 9 of onderdelen daarvan niet van toepassing zijn op de Mondriaan Stichting

Periode: 1994–

Grondslag: Bekostigingsbesluit cultuuruitingen (Stb. 1994/473): art. 35 lid 1

Product: Beschikking

Opmerking: Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.

Waardering: V 10 jaar

Handeling: Het vaststellen van een protocol voor de rapportage van de naleving van de subsidiebepalingen voor het cultuurbeheer

Periode: 1994–

Grondslag: Bekostigingsbesluit cultuuruitingen (Stb. 1994/473): art. 36 lid 2

Product: Protocol

Waardering: B 3

Handeling: Het instellen van een onderzoek naar het financiële beheer van de Mondriaan Stichting

Periode: 1994–

Grondslag: Bekostigingsbesluit cultuuruitingen (Stb. 1994/473): art. 36 lid 3

Product: Rapport

Opmerking: De accountant van de Mondriaan Stichting rapporteert aan de departementale accountantsdienst over de naleving van de subsidiebepalingen.

Waardering: B 2

Handeling: Het vaststellen van een nadere termijn voor het indienen van een subsidievaststelling voor het cultuurbeheer indien deze niet op tijd is ingediend

Periode: 1994–1998

Grondslag: Bekostigingsbesluit cultuuruitingen (Stb. 1994/473): art. 37 lid 2 (zoals gewijzigd bij Besluit van 20 april 1998 (Stb. 1998/266): art. I sub L onder 3 zoals gewijzigd bij Besluit van 28 juli 1999 (Stb. 1999/351): art. I sub P)

Product: Beschikking

Waardering: V 5 jaar

Handeling: Het vaststellen van de subsidie voor de Mondriaan Stichting voor het cultuurbeheer overeenkomstig de subsidieverlening

Periode: 1994–1998

Grondslag: Bekostigingsbesluit cultuuruitingen (Stb. 1994/473): art. 37 (zoals gewijzigd bij Besluit van 20 april 1998 (Stb. 1998/266): art. I sub L onder 3 zoals gewijzigd bij Besluit van 28 juli 1999 (Stb. 1999/351): art. I sub P), art. 38 lid 1 (zoals gewijzigd bij Besluit van 20 april 1998 (Stb. 1998/266): art. I sub L onder 3)

Product: Beschikking

Waardering: B 5

Handeling: Het verminderen of intrekken van de subsidievaststelling voor het cultuurbeheer

Periode: 1994–1998

Grondslag: Bekostigingsbesluit cultuuruitingen (Stb. 1994/473): art. 38 lid 2 (zoals gewijzigd bij Besluit van 20 april 1998 (Stb. 1998/266): art. I sub L onder 3), art. 39 lid 1 (zoals gewijzigd bij Besluit van 20 april 1998 (Stb. 1998/266): art. I sub L onder 3)

Product: Beschikking

Opmerking: De subsidie kan lager worden vastgesteld indien:

Waardering: V 10 jaar

Handeling: Het beslissen over hoe de voorschotten die de Mondriaan Stichting te veel heeft ontvangen verrekend moeten worden

Periode: 1994–1998

Grondslag: Bekostigingsbesluit cultuuruitingen (Stb. 1994/473): art. 38 lid 3 (zoals gewijzigd bij Besluit van 20 april 1998 (Stb. 1998/266): art. I sub L onder 3)

Product: Besluit

Waardering: V 10 jaar

Handeling: Het vaststellen van nadere regels voor de inrichting van aanvragen, het beleidsplan, het activiteitenplan, de begroting, de liquiditeitsprognose, de administratie, de jaarrekening, de subsidiedeclaratie, de verklaring van de accountant en verslagen van de Mondriaan Stichting voor het cultuurbeheer

Periode: 1994–

Grondslag: Bekostigingsbesluit cultuuruitingen (Stb. 1994/473): art. 48 (zoals gewijzigd bij Besluit van 28 juli 1999 (Stb. 1999/351): art. I sub W)

Product: Regels

Waardering: B 1, 2, 3

Handeling: Het afwijken van de gestelde regels in het besluit

Periode: 1994–

Grondslag: Bekostigingsbesluit cultuuruitingen (Stb. 1994/473): art. 49

Product: Beschikking

Opmerking: Met het besluit wordt het Bekostigingsbesluit cultuuruitingen (Stb. 1994/473) bedoeld. De Minister kan artikelen buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover strikte toepassing leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Waardering: B 1

Handeling: Het in 1994 vaststellen van regels voor de aanvraag en verlening van subsidie voor het cultuurbeheer aan de Mondriaan Stichting die afwijken van het besluit

Periode: 1994–1998

Grondslag: Bekostigingsbesluit cultuuruitingen (Stb. 1994/473): art. 51 lid 2 (zoals gewijzigd bij Besluit van 20 april 1998 (Stb. 1998/266): art. I sub R)

Product: Regels

Opmerking: Met besluit wordt het Bekostigingsbesluit cultuuruitingen (Stb. 1994/473) bedoeld.

Waardering: B 1

Handeling: Het jaarlijks vaststellen van subsidieplafonds voor de verschillende categorieën van activiteiten waarvoor aan de Mondriaan Stichting subsidie voor het cultuurbeheer is verstrekt

Periode: 1994–

Grondslag: Bekostigingsbesluit cultuuruitingen (Stb. 1994/473) zoals gewijzigd bij Besluit van 20 april 1998 (Stb. 1998/266): art I sub D

Product: Beschikking

Opmerking: Hierbij kan de Minister van Cultuur bepalen dat hij het beschikbare bedrag in de volgorde van aanvragen verdeeld.

Waardering: V 10 jaar

Handeling: Het stellen van regels omtrent de wijze van verdeling van subsidieplafonds voor de verschillende categorieën van activiteiten waarvoor aan de Mondriaan Stichting subsidie voor het cultuurbeheer is verstrekt

Periode: 1997–

Grondslag: Wet op het specifiek cultuurbeleid zoals gewijzigd bij Aanpassingswet derde tranche Awb II (Stb. 1997/580): art. 4 sub G

Product: Regels

– Wijziging Regeling subsidies en uitkeringen cultuuruitingen (Stcrt. 1997/243)

Waardering: B 1, 5

Handeling: Het aan het ICN opdragen een concept-leidraad voor de selectie van de museale collecties op te stellen

Periode: 1997–

Bron: Museum Selectie Project, Concept-leidraad, p. 1

Product: Opdracht

Waardering: V 10 jaar

Handeling: Het aanwijzen van roerende zaken als beschermd cultuurgoed, de Rijkscommissie voor de musea gehoord

Periode: 1985–

Grondslag: Wet tot behoud van cultuurbezit (Stb. 1984/49): art. 2 lid 1 en 3, art. 3 lid 1 (zoals gewijzigd bij Wet van 4 juni 1992 (Stb. 1992/422): hoofdstuk XIII, art. 25 sub A), art. 3 lid 2, art. 4, art. 6

Product: Beschikking, lijst van beschermde cultuurgoederen

Opmerking: Dit gebeurt door de voorwerpen of de verzameling waarvan zij deel maken op een lijst van beschermde cultuurgoederen te plaatsen. In spoedgevallen kan de Minister van Cultuur een voorwerp of verzameling op de lijst plaatsen zonder het advies van de Rijkscommissie voor de musea. De eigenaar van het beschermde voorwerp krijgt de plaatsing op de lijst ervan medegedeeld. Deze lijst ligt ter inzage op het departement van de Minister van Cultuur. Plaatsing van een voorwerp op deze lijst kan alleen met instemming van de eigenaar. Plaatsing op de lijst van beschermde cultuurgoederen geldt tevens als aanwijzing in de zin van art. 1 van de op 17 november 1970 te Parijs tot stand gekomen overeenkomst (Trb. 1972/50) inzake de middelen om de rechtmatige invoer, uitvoer of eigendomsoverdracht van culturele goederen te verbieden.

Waardering: B 1

Handeling: Het vaststellen welke voorwerpen tot een op de lijst van beschermde cultuurgoederen geplaatste verzameling behoren, de Rijkscommissie voor de musea en de eigenaar van het beschermde voorwerp gehoord

Periode: 1985–

Grondslag: Wet tot behoud van cultuurbezit (Stb. 1984/49): art. 2 lid 2

Product: Beschikking

Waardering: B 5

Handeling: Het wijzigen van de lijst van beschermde cultuurgoederen, de Rijkscommissie voor de musea gehoord

Periode: 1985–

Grondslag: Wet tot behoud van cultuurbezit (Stb. 1984/49): art. 2 lid 4 en 5

Product: Beschikking

Opmerking: Het gaat hierbij om een voorwerp of een verzameling van de lijst van beschermde cultuurgoederen schrappen, omschrijving en aanduiding wijzigen en voorwerpen aan de beschrijving van een verzameling toevoegen of daarvan schrappen. De Minister van Cultuur maakt de adviesaanvraag aan de Rijkscommissie voor de musea te voren bekend in de Staatscourant.

Waardering: B 5

Handeling: Het vaststellen van voorschriften over de inrichting van de lijst van beschermde cultuurgoederen, de beschrijving van verzamelingen, en de vorm en de wijze waarop de genoemde kennisgevingen dienen te geschieden, de Rijkscommissie voor de musea gehoord

Periode: 1985–

Grondslag: Wet tot behoud van cultuurbezit (Stb. 1984/49): art. 3 lid 3 (zoals gewijzigd bij Afschaffing adviesplichten (Stb. 1995/355): art. 21 sub A)

Product: Amvb

– Besluit behoud van cultuurbezit (Stb. 1985/262)

Opmerking: Het advies vervalt in 1995

Waardering: B 5

Handeling: Het bepalen in welke afdeling en categorie een beschermd cultuurgoed of een verzameling op de lijst van beschermde cultuurgoederen zal worden geplaatst, de Rijkscommissie voor de musea gehoord.

Periode: 1985–

Grondslag: Besluit behoud cultuurbezit (Stb. 1985/262): art. 5

Product: Beschikking

Opmerking: Indien een voorwerp onder meerdere afdelingen en categorieën kan worden gerangschikt, wordt volstaan met plaatsing in één afdeling en categorie

Waardering: B 5

Handeling: Het toezeggen en intrekken van de toezegging dat een voorwerp, verzameling of een deel daarvan niet op de lijst van beschermde cultuurgoederen geplaatst wordt

Periode: 1985–

Grondslag: Wet tot behoud van cultuurbezit (Stb. 1984/49): art. 5

Product: Beschikking

Opmerking: Het gaat hierbij om een voorwerp:

De toezegging wordt ingetrokken wanneer de omstandigheden op grond waarvan zij is gedaan niet meer aanwezig zijn. Intrekking wordt onmiddellijk, met mededeling van de datum van intrekking, aan de eigenaar medegedeeld.

Waardering: V 10 jaar

Handeling: Het beoordelen of een voorwerp, een verzameling of een deel daarvan al of niet in Nederland thuishoort, de Rijkscommissie voor de musea gehoord

Periode: 1985–

Grondslag: Wet tot behoud van cultuurbezit (Stb. 1984/49): art. 5 lid 1 onder c

Product: Beschikking

Waardering: B 1

Handeling: Het geven van toestemming om een beschermd cultuurgoed te veilen, te vervreemden, te bezwaren, te verhuren, in bruikleen te geven of bij boedelscheiding aan een niet-ingezetene toe te delen

Periode: 1985–

Grondslag: Wet tot behoud van cultuurbezit (Stb. 1984/49): art. 7 lid 2 (zoals gewijzigd bij Wet van 4 juni 1992 (Stb. 1992/422): hoofdstuk XIII, art. 25 sub C lid 1), art. 7 lid 3 (zoals gewijzigd bij Wet van 4 juni 1992 (Stb. 1992/422): hoofdstuk XIII, art. 25 sub C lid 2), Wijziging Organisatie- en mandaatregeling OCenW (Stcrt. 1997/19). Toelichting

Product: Beschikking

Opmerking: De toestemming is nodig voor het verrichten van de genoemde handeling binnen een maand na melding ervan

Waardering: B (5)

Handeling: Het maken van bezwaar tegen het veilen, vervreemden, bezwaren, verhuren, in bruikleen te geven of aan een niet-ingezetene toedelen van een beschermd cultuurgoed, de Rijkscommissie voor de musea gehoord.

Periode: 1985–1994

Grondslag: Wet tot behoud van cultuurbezit (Stb. 1984/49): art. 7 lid 2, 4, en 5, art. 10, art. 11

Product: Bezwaar

Opmerking: Dit bezwaar is slechts gegrond op de overweging dat er gevreesd wordt voor het teloorgaan van het beschermde voorwerp voor het in Nederland aanwezige cultuurbezit. Als de Rijkscommissie voor de musea geen advies heeft uitgebracht of ertegen is deelt de Minister van Cultuur dit bij het maken van het bezwaar mede. Een bezwaar geldt gedurende acht maanden als aanbod tot aankoop van het beschermde voorwerp door de Staat, voorzover:

Een bezwaar geldt niet als aankoop als er voorschriften gegeven zijn voor de wijze waarop de beschermde cultuurgoederen geveild, vervreemd, bezwaard, verhuurd, in bruikleen gegeven of aan een niet-ingezetene toegedeeld dienen te worden.

Overdracht aan de Staat kan slechts geschieden tegen hetzelfde geldbedrag en onder dezelfde betalingsvoorwaarden als in de aangemelde ontwerpkoopovereenkomst is bepaald, mits de Rijkscommissie voor de musea in haar advies dit eenstemmig heeft voorgesteld. In 1994 vervalt het bezwaar en wordt het vervangen door bedenkingen

Waardering: V 10 jaar

Handeling: Het maken van bedenkingen tegen het veilen, vervreemden, bezwaren, verhuren, in bruikleen te geven of aan een niet-ingezetene toedelen van een beschermd cultuurgoed, de Rijkscommissie voor de musea gehoord.

Periode: 1994–

Grondslag: Wet tot behoud van cultuurbezit (Stb. 1984/49): art. 7 lid 2 (zoals gewijzigd bij Wet van 4 juni 1992 (Stb. 1992/422): hoofdstuk XIII, art. 25 sub C lid 1), art. 7 lid 4 (zoals gewijzigd bij Wet van 4 juni 1992 (Stb. 1992/422): hoofdstuk XIII, art. 25 sub C lid 3), art. 7 lid 5 (zoals gewijzigd bij Wet van 4 juni 1992 (Stb. 1992/422): hoofdstuk XIII, art. 25 sub C lid 4), art. 10 (zoals gewijzigd bij Wet van 4 juni 1992 (Stb. 1992/422): hoofdstuk XIII, art. 25 sub D), art. 11 (zoals gewijzigd bij Wet van 4 juni 1992 (Stb. 1992/422): hoofdstuk XIII, art. 25 sub E)

Product: Correspondentie

Opmerking: Deze bedenkingen zijn slechts gegrond op de overweging dat er gevreesd wordt voor het teloorgaan van het beschermde voorwerp voor het in Nederland aanwezige cultuurbezit. Als de Rijkscommissie voor de musea geen advies heeft uitgebracht of ertegen is, deelt de Minister van Cultuur dit bij het maken van zijn bedenkingen mede. Deze bedenkingen gelden gedurende acht maanden als aanbod tot aankoop van het beschermde voorwerp door de Staat, voor zover:

Bedenkingen gelden niet als aankoop als er voorschriften gegeven zijn voor de wijze waarop de beschermde cultuurgoederen geveild, vervreemd, bezwaard, verhuurd, in bruikleen gegeven of aan een niet-ingezetene toegedeeld dienen te worden. Overdracht aan de Staat kan slechts geschieden tegen hetzelfde geldbedrag en onder dezelfde betalingsvoorwaarden als in de aangemelde ontwerpkoopovereenkomst is bepaald, mits de Rijkscommissie voor de musea in haar advies dit eenstemmig heeft voorgesteld.

Waardering: V 10 jaar

Handeling: Het verlengen van de periode dat hij bezwaar, respectievelijk bedenkingen kan maken tegen het veilen, vervreemden, bezwaren, verhuren, in bruikleen geven of bij boedelscheiding aan een niet-ingezetene toedelen van een beschermd cultuurgoed

Periode: 1985–

Grondslag: Wet tot behoud van cultuurbezit (Stb. 1984/49): art. 7 lid 3 (zoals gewijzigd bij Wet van 4 juni 1992 (Stb. 1992/422): hoofdstuk XIII, art. 25 sub C lid 2)

Product: Beschikking

Opmerking: Tenzij na melding of naar aanleiding van het ter veiling brengen van een beschermd cultuurgoed door de Minister van Cultuur geen bezwaar is gemaakt, kan de termijn verlengd worden. In 1994 vervalt het bezwaar en wordt het vervangen door bedenkingen.

Waardering: V 10 jaar

Handeling: Het geven van voorschriften bij het veilen, vervreemden, bezwaren, verhuren, in bruikleen te geven of aan een niet-ingezetene toedelen van een beschermd cultuurgoed

Periode: 1985–

Grondslag: Wet tot behoud van cultuurbezit (Stb. 1984/49): art. 8

Product: Voorschriften

Opmerking: Hiermee vervalt het verbod op deze handelingen. Deze voorschriften zijn bedoeld ter voorkoming van het teloorgaan van het beschermde voorwerp voor het in Nederland aanwezige cultuurbezit.

Waardering: B 5

Handeling: Het onderhandelen met de eigenaar van een beschermd cultuurgoed over de koopprijs en de overige koopvoorwaarden van een beschermd cultuurgoed

Periode: 1985–

Grondslag: Wet tot behoud van cultuurbezit (Stb. 1984/49): art. 12 (zoals gewijzigd bij Wet van 4 juni 1992 (Stb. 1992/422): hoofdstuk XIII, art. 25 sub F), art. 22

Product: Correspondentie, beschikking

Opmerking: Het gaat hierbij om voorwerpen op de lijst van beschermde cultuurgoederen en waarbij de Minister van Cultuur bezwaar heeft gemaakt tegen het veilen, vervreemden, bezwaren, verhuren, in bruikleen te geven of aan een niet-ingezetene toedelen en de Rijkscommissie voor de musea niet heeft ingestemd met de voorwaarden als gesteld in de aangemelde koop-overeenkomst. Indien de onderhandelingen niet tot overeenstemming leiden, stelt de arrondissementsbank te Den Haag de prijs vast, tenzij de eigenaar van de verboden handeling afziet of de Minister van Cultuur zijn bezwaar intrekt. De rechtbank wint bij het vaststellen van een verkoopprijs advies in van deskundigen. In 1994 vervalt het bezwaar en wordt het vervangen door bedenkingen. Tegelijk met de inwerkingtreding van het gestelde treden art. 429a–429r van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in werking. Tegen een beschikking inzake de koopprijs en de koopvoorwaarden staat uitsluitend een beroep in cassatie open.

Waardering: V 10 jaar

Handeling: Het te kennen geven van zijn mening over het advies van deskundigen betreffende de aankoopprijs en de koopvoorwaarden van een beschermd cultuurgoed

Periode: 1985–

Grondslag: Wet tot behoud van cultuurbezit (Stb. 1984/49): art. 12 lid 3

Product: Correspondentie

Opmerking: Het gaat hierbij om het advies van deskundigen dat de arrondissementsbank te Den Haag inwint alvorens de verkoopprijs van een beschermd cultuurgoed vast te stellen. De Minister van Cultuur kan binnen een door de rechter te bepalen termijn zijn beschouwing over het advies ter griffie indienen.

Waardering: V 10 jaar

Handeling: Het afzien van zijn bezwaar, respectievelijk bedenkingen tegen het veilen, vervreemden, bezwaren, verhuren, in bruikleen te geven of aan een niet-ingezetene toedelen van een beschermd cultuurgoed

Periode: 1985–

Grondslag: Wet tot behoud van cultuurbezit (Stb. 1984/49): art. 13 (zoals gewijzigd bij Wet van 4 juni 1992 (Stb. 1992/422): hoofdstuk XIII, art. 25 sub G)

Product: Beschikking

Opmerking: De Minister van Cultuur kan binnen één maand nadat de koopprijs van een beschermd cultuurgoed is vastgesteld aan de eigenaar ervan meedelen van zijn bezwaar af te zien. De eigenaar van het beschermd cultuurgoed kan ook binnen één maand nadat de koopprijs van een beschermd cultuurgoed is vastgesteld afzien van de gemelde handeling. In het geval dat de Minister van Cultuur en de eigenaar dit niet doen, dan geldt de vastgestelde prijs als overeengekomen tussen de partijen. In 1994 vervalt het bezwaar en wordt het vervangen door bedenkingen.

Waardering: V 10 jaar

Handeling: Het vergoeden van bepaalde uitgaven die de eigenaar van het beschermde voorwerp heeft gedaan voor handelingen als het veilen, vervreemden, bezwaren, verhuren, in bruikleen geven of aan een niet-ingezetene toedelen van een beschermd cultuurgoed, die teniet zijn gedaan door het bezwaar, respectievelijk bedenkingen van de Minister van Cultuur.

Periode: 1985–

Grondslag: Wet tot behoud van cultuurbezit (Stb. 1984/49): art. 14 lid 1 (zoals gewijzigd bij Wet van 4 juni 1992 (Stb. 1992/422): hoofdstuk XIII, art. 25 sub H)

Product: Beschikking

Opmerking: De uitgaven die de eigenaar heeft gemaakt worden vergoed als het bezwaar van de Minister van Cultuur niet heeft geleid tot aankoop of overdracht van een beschermd cultuurgoed. De Staat vergoedt geen uitgaven die wegens de mogelijkheid dat bezwaar zou worden gemaakt redelijkerwijs achterwege hadden moeten blijven. In 1994 vervalt het bezwaar en wordt het vervangen door bedenkingen

Waardering: V 10 jaar

Handeling: Het aanwijzen van de inspecteur en de ambtenaren die zijn belast met het toezicht op de naleving van bepalingen in de Wet tot behoud van cultuurbezit (Stb. 1984/49)

Periode: 1985–

Grondslag: Wet tot behoud van cultuurbezit (Stb. 1984/49): art. 15 (zoals gewijzigd bij Wet van 4 juni 1992 (Stb. 1992/422): hoofdstuk XIII, art. 25 sub I, zoals gewijzigd bij Invoeringswet Douanewet (Stb. 1995/554): art. XXXIII sub C zoals gewijzigd bij Aanpassingswet derde tranche Awb II (Stb. 1997/580): art. 5 sub A onder 3 en D), art. 16 sub a (zoals gewijzigd bij Wet van 4 juni 1992 (Stb. 1992/422): hoofdstuk XIII, art. 25 sub J, zoals gewijzigd bij Implementatiewet bescherming cultuurgoederen tegen illegale uitvoer (Stb. 1995/145): art. I sub D zoals gewijzigd bij Invoeringswet Douanewet (Stb. 1995/554): art. XXXIII sub D zoals gewijzigd bij Aanpassingswet derde tranche Awb II (Stb. 1997/580): art. 5 sub E)

Product: Beschikking

Besluit van 27 juni 1985, kenmerk MMA/MU-U-17075

Toezicht naleving Wet tot behoud van cultuurbezit (Stcrt. 1995/94)

Aanwijzing ambtenaren belast met het toezicht op naleving van de Wet tot behoud van cultuurbezit (Stcrt. 1997/34)

Regeling aanwijzing Hoofd van de Inspectie Cultuurbezit als inspecteur (Stcrt. 1997/34)

Opmerking: De benoeming wordt bekend gemaakt in de Staatscourant. Vanaf 19 februari 1997 wordt het Hoofd Inspectie Cultuurbezit als inspecteur benoemd. De benoeming vindt dan plaats bij besluit, waarvan mededeling wordt gedaan in de Staatscourant.

Waardering: V 10 jaar

Handeling: Het stellen van nadere regels ter uitvoering van de wet, de Rijkscommissie voor de musea gehoord

Periode: 1985–

Grondslag: Wet tot behoud van cultuurbezit (Stb. 1984/49): art. 21 (zoals gewijzigd bij Afschaffing adviesplichten (Stb. 1995/355): art. 21 sub B)

Product: Amvb

– Besluit behoud van cultuurbezit (Stb. 1985/262)

Opmerking: Met de wet wordt bedoeld de Wet tot behoud van cultuurbezit (Stb. 1984/49). Het advies van de Rijkscommissie voor de musea vervalt in 1995.

Waardering: B 5

Handeling: Het instellen van de Adviescommissie Wet tot behoud van cultuurbezit

Periode: 1997–1998

Grondslag: Kaderwet adviescolleges (Stb. 1996/378): art. 6 lid 1 en 2

Product: Kb

Opmerking: Het besluit werd aan de Staten-Generaal meegedeeld.

Waardering: B 4

Handeling: Het benoemen en ontslaan van de leden en de secretaris van de Adviescommissie Wet tot behoud van cultuurbezit

Periode: 1997–1998

Grondslag: Kaderwet adviescolleges (Stb. 1996/378): art. 6 lid 3, Besluit Adviescommissie Wet tot behoud van cultuurbezit (Stb. 1997/519), Nota van Toelichting

Product: Beschikking

– Samenstelling Adviescommissie Wet tot behoud van cultuurbezit (Stcrt. 1997/241)

Waardering: V 10 jaar

Handeling: Het bepalen van de vergoeding van de leden en de secretaris van de Adviescommissie Wet tot behoud van cultuurbezit

Periode: 1997–1998

Grondslag: Besluit Adviescommissie Wet tot behoud van cultuurbezit (Stb. 1997/519), Nota van Toelichting, Samenstelling Adviescommissie Wet tot behoud van cultuurbezit (Stcrt. 1997/241): art. 4

Product: Beschikking

– Samenstelling Adviescommissie Wet tot behoud van cultuurbezit (Stcrt. 1997/241)

Waardering: V 10 jaar

Handeling: Het geven van toestemming tot uitvoer van een beschermd cultuurgoed, de Rijkscommissie voor musea gehoord.

Periode: 1985–

Grondslag: Wet tot behoud van cultuurbezit (Stb. 1984/49): art. 7 lid 3 (zoals gewijzigd bij Wet van 4 juni 1992 (Stb. 1992/422): hoofdstuk XIII, art. 25 sub C lid 2)

Product: Beschikking

Opmerking: Het gaat hierbij om het veilen, vervreemden, bezwaren, verhuren, in bruikleen geven of bij boedelscheiding aan een niet-ingezetene toedelen van een beschermd cultuurgoed als dit het brengen van een beschermd cultuurgoed buiten Nederland tot gevolg heeft.

De handeling wordt namens de minister verricht door de Inspecteur Cultuurbezit.

Waardering: B (5)

Handeling: Het nader vaststellen van de toestemming tot uitvoer van een beschermd cultuurgoed

Periode: 1985–

Grondslag: Besluit behoud cultuurbezit (Stb. 1985/262): art. 10

Product: Besluit

Opmerking: Hij doet hiervan mededeling in de Staatscourant. De schriftelijke toestemming tot uitvoer van een beschermd cultuurgoed kan met het oog op internationale afspraken aan een bepaalde vorm worden gebonden.

Waardering: B (5)

Handeling: Het opheffen van het uitvoerverbod zonder vergunning van oudheidkundige voorwerpen

Periode: 1995–

Grondslag: Wet tot behoud van cultuurbezit (Stb. 1984/49): art. 14 zoals gewijzigd bij Implementatiewet bescherming cultuurgoederen tegen illegale uitvoer (Stb. 1995/145): art. I sub B)

Product: Verbod

Opmerking: Het gaat hierbij om voorwerpen die vermeld zijn in de bijlage van de verordening (EEG) nr. 3911/92 (PbEG L395). Het betreft oudheidkundige voorwerpen ouder dan 100 jaar, afkomstig uit opgravingen en vondsten dan wel van oudheidkundige locaties, wanneer deze goederen van beperkt archeologisch of wetenschappelijk belang zijn en mits zij niet rechtstreeks afkomstig zijn van opgravingen, vondsten en archeologische locaties in een lidstaat van de EU of in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte en zij zich legaal op de markt bevinden.

Waardering: B (5)

Handeling: Het verstrekken aan de Europese Commissie van de lijst van autoriteiten die bevoegd zijn tot de afgifte van uitvoervergunningen voor cultuurgoederen

Periode: 1993–

Grondslag: Verordening (EEG) nr. 3911/92 (PbEG L 395): art. 3

Product: Lijst

Opmerking: De Europese Commissie maakt de lijst bekend in de C-reeks van het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Waardering: V 10 jaar

Handeling: Het nemen van maatregelen om toezicht te houden op het gebruik van de eigen open vergunningen

Periode: 1998–

Grondslag: Verordening (EEG) nr. 752/93 (PbEG L 77) zoals gewijzigd door Verordening (EG) nr. 1526/98 (PbEG L 201): art 1 lid 3 sub 5

Product: Besluit, beschikking

Opmerking: Dit gebeurt als de voorwaarden waaronder deze zijn afgegeven niet meer zijn vervuld. Indien de vergunning niet wordt teruggegeven geeft de betrokken Lidstaat dit door aan de Europese Commissie, die onmiddellijk andere Lidstaten op de hoogte stelt.

Waardering: B 2, 5

Handeling: Het aanwijzen van een of meer centrale autoriteiten die in de Richtlijn 93/7/EEG (PbEG L 74) omschreven bevoegdheden uitoefenen

Periode: 1993–

Grondslag: Richtlijn 93/7/EEG (PbEG L 74): art. 3

Product: Beschikking, benoeming

Opmerking: Hierbij wordt de Europese Commissie in kennis gesteld van alle benoemingen van centrale autoriteiten op grond van dit artikel. De Europese Commissie maakt de lijst van deze aangewezen centrale autoriteiten bekend in de C-reeks van het Publikatieblad van de Europese Gemeenschap.

Waardering: V 10 jaar

Handeling: Het bepalen dat de vordering tot teruggave van een ontvreemd cultuurgoed verjaart na één jaar

Periode: 1993–

Grondslag: Richtlijn 93/7/EEG (PbEG L 74): art. 7 lid 1

Product: Besluit, beschikking

Opmerking: Een vordering tot teruggave van een ontvreemd cultuurgoed verjaart één jaar na de datum waarop de plaats waar het cultuurgoed zich bevindt en de identiteit van de bezitter of de houder van een ontvreemd cultuurgoed bij de verzoekende Lidstaat bekend zijn geworden.

Waardering: V 10 jaar

Handeling: Het uitkeren van een vergoeding aan de bezitter van het ontvreemde cultuurgoed bij terugvordering van het cultuurgoed

Periode: 1993–

Grondslag: Richtlijn 93/7/EEG (PbEG L 74): art. 9

Product: Besluit

Waardering: V 10 jaar

Handeling: Het vorderen van terugbetalingen aan de personen die verantwoordelijk zijn voor het ontvreemden van een cultuurgoed

Periode: 1993–

Grondslag: Richtlijn 93/7/EEG (PbEG L 74): art. 11

Product: Besluit

Opmerking: Het gaat hierbij om terugbetaling van de vergoeding die de verzoekende Lidstaat heeft betaald aan de bezitter van het ontvreemde cultuurgoed bij terugvordering van het cultuurgoed en daarvoor gemaakte kosten.

Waardering: V 10 jaar

Handeling: Het regelen van de eigendom van het cultuurgoed na teruggave ervan

Periode: 1993–

Grondslag: Richtlijn 93/7/EEG (PbEG L 74): art. 12

Product: Beschikking

Opmerking: Het gaat hierbij om een cultuurgoed dat op onrechtmatige wijze buiten het grondgebied van Nederland is gebracht. De eigendom ervan wordt na teruggave door het nationale recht geregeld.

Waardering: V 10 jaar

Handeling: Het uitbreiden van zijn verplichting tot teruggave van cultuurgoederen

Periode: 1993–

Grondslag: Richtlijn 93/7/EEG (PbEG L 74): art. 14

Product: Beschikking

Opmerking: Het gaat hierbij om uitbreiding van de in de bijlage van de Richtlijn 93/7/EEG (PbEG L 74) vermelde categorieën cultuurgoederen die teruggegeven moeten worden. Elke Lidstaat kan de bij deze richtlijn ingestelde regeling toepassen op de verzoeken tot teruggave van cultuurgoederen die voor 1 januari 1993 op onrechtmatige wijze buiten het grondgebied van andere Lidstaten van de EU zijn gebracht.

Waardering: B 5

Handeling: Het instellen van burgerlijke of strafrechtelijke vorderingen op grond van het nationale recht van de Lidstaat

Periode: 1993–

Grondslag: Richtlijn 93/7/EEG (PbEG L 74): art. 15

Product: Vordering

Opmerking: De eigenaar van het ontvreemde cultuurgoed kan deze eveneens instellen

Waardering: V 10 jaar

Handeling: Het vaststellen van de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen om binnen 12 maanden na vaststelling ervan aan de Richtlijn 93/7/EEG (PbEG L 74) te kunnen voldoen

Periode: 1993–

Grondslag: Richtlijn 93/7/EEG (PbEG L 74): art. 18

Product: Besluit, beschikking

Opmerking: De Lidstaat stelt de Europese Commissie in kennis van de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen om binnen 12 maanden na vaststelling ervan aan de richtlijn te kunnen voldoen.

Waardering: B 5

Handeling: Het vaststellen van regels voor de officiële bekendmaking van de bepalingen die in werking treden om binnen 12 maanden na vaststelling er aan de Richtlijn 93/7/EEG (PbEG L 74) te kunnen voldoen

Periode: 1993–

Grondslag: Richtlijn 93/7/EEG (PbEG L 74): art. 18

Product: Regels

Waardering: B 5

Handeling: Het instellen van het Tijdelijk adviescolleges herkomst kunstvoorwerpen WO-II

Periode: 1999–2002

Grondslag: Kaderwet adviescolleges (Stb. 1996/378): art. 6 lid 1 en 2

Product: Besluit

– Besluit instelling tijdelijk adviescollege herkomst kunstvoorwerpen WO-II (Stcrt. 1999/203)

Opmerking: Het besluit wordt aan de Staten-Generaal meegedeeld

Waardering: B 4

Handeling: Het benoemen en ontslaan van de leden en de secretaris van het Tijdelijk adviescolleges herkomst kunstvoorwerpen WO-II

Periode: 1999–2002

Grondslag: Kaderwet adviescolleges (Stb. 1996/378): art. 6 lid 3, Besluit instelling tijdelijk adviescollege herkomst kunstvoorwerpen WO-II (Stcrt. 1999/203). Toelichting

Product: Beschikking

– Benoeming leden tijdelijk adviescollege herkomst kunstvoorwerpen WO-II (Stcrt. 1999/203)

Waardering: V 10 jaar

Handeling: Het bepalen van de vergoeding van de leden van het Tijdelijk adviescollege herkomst kunstvoorwerpen WO-II

Periode: 1999–2002

Grondslag: Besluit instelling tijdelijk adviescollege herkomst kunstvoorwerpen WO-II (Stcrt. 1999/203). Toelichting, Benoeming leden tijdelijk adviescollege herkomst kunstvoorwerpen WO-II (Stcrt. 19099/203): art. 4

Product: Beschikking

Waardering: V 10 jaar

Handeling: Het benoemen van de ambtenaren voor het inwinnen van inlichtingen over de herkomst van kunstvoorwerpen

Periode: 1999–2002

Grondslag: Kaderwet adviescolleges (Stb. 1996/378): art. 19 lid 1, Besluit instelling tijdelijk adviescollege herkomst kunstvoorwerpen WO-II (Stcrt. 1999/203). Toelichting, Benoeming leden tijdelijk adviescollege herkomst kunstvoorwerpen WO-II (Stcrt. 1999/203): art. 3

Product: Beschikking

Waardering: V 10 jaar

Handeling: Het voorbereiden van een algemene maatregel van bestuur voor de uitoefening van de archiefzorg door de Hoge Colleges van Staat, het Kabinet der Koningin, de ministeries en de overheidsorganen bedoeld in art. 38 Archiefwet 1962 resp. art. 41 Archiefwet 1995

Periode: 1968–

Grondslag: Archiefwet 1962 (Stb. 1962/313): art. 18, art. 38 lid 2, Archiefwet 1995 (Stb. 1995/276): art. 23 lid 4, art. 41 lid 2

Product: Amvb:

Waardering: B 1

Handeling: Het (voorbereiden van het) stellen van regels omtrent de duurzaamheid van door overheidsorganen op te maken archiefbescheiden

Periode: 1996–

Grondslag: Archiefwet 1995 (Stb. 1995/276): art. 21 lid 1, Archiefbesluit 1995 (Stb. 1995/671): art. 11

Product: Amvb, ministeriële beschikking

Waardering: B 1

Handeling: Het (voorbereiden van het) stellen van regels voor het in geordende en toegankelijke staat brengen en bewaren van archiefbescheiden

Periode: 1996–

Grondslag: Archiefwet 1995 (Stb. 1995/276): art. 21 lid 2, Archiefbesluit 1995 (Stb. 1995/671): art. 12

Product: Amvb, ministeriële beschikking

Opmerking: Het gaat hierbij om archiefbescheiden die voor bewaring in aanmerking komen.

Waardering: B 1

Handeling: Het (voorbereiden van het) stellen van regels voor de bouw, verbouwing, inrichting, verandering van de inrichting en ingebruikneming van archiefbewaarplaatsen

Periode: 1968–

Grondslag: Archiefwet 1962 (Stb. 1962/313): art. 6, Archiefwet 1995 (Stb. 1995/276): art. 21 lid 1, Archiefbesluit 1995 (Stb. 1995/671): art. 13 lid 4

Product: Amvb, ministeriële regeling

Opmerking: Het stellen van regels gebeurt in overeenstemming met de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer.

Waardering: B 1

Handeling: Het instemmen met een herordening van archiefbescheiden van de Hoge Colleges van Staat, het Kabinet der Koningin, de ministeries en overheidsorganen bedoeld in art. 38 Archiefwet 1962

Periode: 1968–1995

Grondslag: Archiefbesluit (Stb. 1968/200): art. 49 lid 3

Product: Besluit, brief

Opmerking: Alleen voor de herordening van archiefbescheiden ouder dan tien jaar was deze instemming vereist.

Waardering: V 10 jaar

Handeling: Het overleggen met gedeputeerde staten over hun adviezen voor het beheer van de in een rijksarchiefbewaarplaats berustende archiefbescheiden van de provinciale organen

Periode: 1996–

Grondslag: Archiefwet 1995 (Stb. 1995/276) zoals gewijzigd bij Wet van 28 april 1995 (Stb. 1995/277): art. 29 lid 2

Product: Verslag, notulen, brief

Opmerking: Wanneer de Minister van Cultuur afwijkt van de adviezen van gedeputeerde staten, treedt hij met dit college in overleg.

Waardering: B 5

Handeling: Het voorbereiden van regels voor het toezicht van gedeputeerde staten op de uitoefening door burgemeesters en wethouders van de zorg voor de archiefbescheiden van gemeenten

Periode: 1945–1995

Grondslag: Archiefwet 1918 (Stb. 1918/378): art. 16, Archiefwet 1962 (Stb. 1962/313): art. 26

Product: Amvb

Archiefbesluit (Stb. 1968/200): art. 55–62

Waardering: B 1

Handeling: Het voorbereiden van de bepaling dat een deel van de gemeentearchieven ter bewaring naar een rijksarchiefbewaarplaats zal worden overgebracht, wegens de gebrekkige zorg van burgemeester en wethouders voor deze archieven (dwangdepot)

Periode: 1945–1995

Grondslag: Archiefwet 1918 (Stb. 1918/378) zoals gewijzigd bij Wet van 14 mei 1928 (Stb. 1928/177): art. 18, Archiefwet 1962 (Stb. 1962/313): art. 28

Product: Kb

Opmerking: Het besluit werd genomen na het inwinnen van het advies van gedeputeerde staten.

Waardering: B 5

Handeling: Het voorbereiden van regels voor het toezicht van gedeputeerde staten op de uitoefening van de archiefzorg door de dagelijkse besturen van waterschappen, veenschappen en veenpolders

Periode: 1945–1995

Grondslag: Archiefwet 1918 (Stb. 1918/378): art. 23, Archiefwet 1962 (Stb. 1962/313): art. 33

Product: Amvb

Archiefbesluit (Stb. 1968/200): art. 55–62

Waardering: B 1

Handeling: Het voorbereiden van de bepaling dat een deel van de archieven van een waterschap, veenschap of veenpolder ter bewaring naar een rijksarchiefbewaarplaats zal worden overgebracht, wegens de gebrekkige zorg van de dagelijkse besturen van deze organen voor deze archieven (dwangdepot)

Periode: 1945–1995

Grondslag: Archiefwet 1918 (Stb. 1918/378) zoals gewijzigd bij Wet van 14 mei 1928 (Stb. 1928/177): art. 25, Archiefwet 1962 (Stb. 1962/313): art. 35

Product: Kb

Waardering: B 5

Handeling: Het aan gedeputeerde staten verlenen van ontheffing van de verplichting tot benoeming van een provinciale inspecteur

Periode: 1968–1995

Grondslag: Archiefwet 1962 (Stb. 1962/313): art. 22 lid 3, Archiefbesluit (Stb. 1968/200): art. 62

Product: Ontheffing

Opmerking: Deze ontheffing wordt verleend onder bepaalde voorwaarden.

Waardering: V 10 jaar

Handeling: Het voorbereiden van algemene maatregelen van bestuur, waarbij het toezicht van gedeputeerde staten geregeld wordt op de archiefzorg van de dagelijkse besturen van instellingen als bedoeld in de Armenwet resp. de Rompwet Instellingen van weldadigheid

Periode: 1968–1995

Grondslag: Rompwet Instellingen van weldadigheid (voorheen: Armenwet (Stb. 1912/165)) zoals gewijzigd bij de Archiefwet 1962 (Stb. 1962/313): art. 20 octies lid 3

Product: Amvb

– Besluit van 29 januari 1979 (Stb. 1979/42) houdende vaststelling van de in het derde lid van art. 20 octies, Rompwet Instellingen van weldadigheid bedoelde regelen (gewijzigd bij Archiefbesluit 1995 (Stb. 1995/671))

Waardering: B 1

Handeling: Het machtigen van de beëindiging van de inspectietaak van een rijksarchivaris voor wat betreft de archiefbescheiden van gemeenten, waterschappen, veenschappen en veenpolders

Periode: 1968–1995

Grondslag: Archiefbesluit (Stb. 1968/200): art. 66

Product: Machtiging, brief

Opmerking: Een rijksarchivaris kon deze inspectie door gedeputeerde staten worden opgedragen op grond van art. 1 van het Koninklijk besluit van 6 september 1919 (Stb. 1919/557). Hiervoor werd hem ook een toelage toegekend.

Waardering: V 10 jaar

Handeling: Het voorbereiden van regels voor het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de rijksorganen en de overheidsorganen bedoeld in art. 38 Archiefwet 1962 resp. art. 41 Archiefwet 1995

Periode: 1968–1997

Grondslag: Archiefwet 1962 (Stb. 1962/313): art. 19, art. 38 lid 3, Archiefwet 1995 (Stb. 1995/276): art. 25 lid 2 sub b

Product: Amvb

Opmerking: Nadat aanvankelijk regels voor het toezicht op het beheer waren opgenomen in Hoofdstuk VI van het Archiefbesluit 1995, is dit hoofdstuk vervallen bij koninklijk besluit van 20 april 1998 (Stb. 1998/266) en zijn bij de Aanpassingswet derde tranche Awb II (Stb. 1997/580) twee nieuwe artikelen over toezicht in de Archiefwet zelf opgenomen (art. 25a en 25b) en is art. 25 lid 2 sub b zodanig aangepast, dat de mogelijkheid van regels bij amvb is vervallen.

Waardering: B 1

Handeling: Het machtigen van de algemene rijksarchivaris zich te doen vervangen door rijksinspecteurs bij het houden van toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de rijksorganen en de overheidsorganen bedoeld in art. 38 Archiefwet 1962

Periode: 1968–1995

Grondslag: Archiefbesluit (Stb. 1968/200): art. 51

Product: Machtiging

Waardering: V 10 jaar

Handeling: Het aanwijzen van ambtenaren voor het houden van toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de rijksorganen en de overheidsorganen bedoeld in art. 38 Archiefwet 1962 resp. art. 41 Archiefwet 1995

Periode: 2001–

Grondslag: Archiefbesluit (Stb. 1968/200): art. 51, Archiefbesluit 1995 (Stb. 1995/671): art. 15 lid 2–3, Archiefwet 1995 (Stb. 1995/276) zoals gewijzigd bij Aanpassingswet derde tranche Awb II (Stb. 1997/580): art. 25a, lid 1

Product: Aanwijzingsbesluit

Opmerking: Van het aanwijzingsbesluit wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.

Waardering: V 10 jaar

Handeling: Het overleggen met de beheerder van de archiefbescheiden over de archiefzorg

Periode: 1968–1995

Grondslag: Archiefbesluit (Stb. 1968/200): art. 54 lid 4

Product: Notulen, brief

Opmerking: Dit overleg geschiedt naar aanleiding van de bevindingen van het toezicht.

Waardering: V 10 jaar

Handeling: Het geven van een aanwijzing aan de zorgdrager met betrekking tot de naleving van archiefwettelijke bepalingen

Periode: 1996–

Grondslag: Archiefwet 1995 (Stb. 1995/276) zoals gewijzigd bij Aanpassingswet derde tranche Awb II (Stb. 1997/580): art. 24 lid 1

Opmerking: Als de aanwijzing niet wordt opgevolgd, kan bestuursdwang volgen (zie volgende handeling).

Waardering: V 10 jaar

Handeling: Het bepalen dat archiefbescheiden van een overheidsorgaan naar een rijksarchiefbewaarplaats worden gebracht resp. het toepassen van bestuursdwang, in het geval dit overheidsorgaan aanwijzingen ter verbetering van de zorg voor zijn archieven niet opvolgt

Periode: 1996–

Grondslag: Archiefwet 1995 (Stb. 1995/276) zoals gewijzigd bij Aanpassingswet derde tranche Awb II (Stb. 1997/580): art. 24

Product: Beschikking, correspondentie

Opmerking: Deze maatregel geldt niet voor de Hoge Colleges van Staat en het Kabinet der Koningin en wordt altijd pas na overleg met het betrokken orgaan genomen. De Minister van Cultuur wijst eerst het overheidsorgaan er op dat het zich dient te houden aan de archiefwettelijke bepalingen. In geval het overheidsorgaan deze aanwijzing niet opvolgt, kan de Minister van Cultuur bepalen dat de betreffende archiefbescheiden worden overgebracht (dwangdepot). De kosten van deze overdracht en het in goede, geordende en toegankelijke staat brengen van deze archiefbescheiden komen ten laste van het betrokken overheidsorgaan. Sinds 1998 spreekt de wet in algemenere zin over het toepassen van bestuursdwang. Dit kan ook het opleggen van boetes behelzen.

Waardering: B (5)

Handeling: Het aanbieden aan de Staten-Generaal van het jaarverslag van de algemene rijksarchivaris over het toezicht op het beheer van archiefbescheiden en het innemen van een standpunt terzake

Periode: 1996–

Grondslag: Archiefbesluit 1995 (Stb. 1995/671): art. 19, Archiefwet 1995 (Stb. 1995/276) zoals gewijzigd bij Aanpassingswet derde tranche Awb II (Stb. 1997/580): art. 25b, lid 3

Product: Brief

Waardering: B 2

Handeling: Het voorbereiden van regels voor de vernietiging van archiefbescheiden (al dan niet berustend in een archiefbewaarplaats)

Periode: 1945–1995

Grondslag: Archiefwet 1918 (Stb. 1918/378): art. 5, Archiefwet 1962 (Stb. 1962/313): art. 2 lid 2

Product:

Waardering: B 1

Handeling: Het machtigen van de algemene rijksarchivaris of de rijksarchivaris in de provincie tot vernietiging van in een rijksarchiefbewaarplaats berustende archiefbescheiden

Periode: 1945–1995

Grondslag: Besluit van 7 oktober 1919 (Stb. 1919/596), tot vaststelling van de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 5 der Archiefwet 1918 (Stb. 1918/378): art. 2, Archiefbesluit (Stb. 1968/200): art. 4

Product: Machtiging, brief

Opmerking: De toestemming van de (voormalige) zorgdrager is vanaf 1968 vereist.

Waardering: B 5

Handeling: Het opstellen van een verklaring van vernietiging van in een rijksarchiefbewaarplaats berustende archiefbescheiden

Periode: 1945–

Grondslag: Besluit van 7 oktober 1919 (Stb. 1919/596), tot vaststelling van de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 5 der Archiefwet 1918 (Stb. 1918/378): art. 2, Archiefbesluit (Stb. 1968/200): art. 4, Archiefbesluit 1995 (Stb. 1995/671): art. 8

Product: Verklaring van vernietiging

Waardering: B 5

Handeling: Het voorbereiden van algemene richtlijnen voor (het vaststellen van) vernietigingslijsten

Periode: 1968–1995

Grondslag: Archiefbesluit (Stb. 1968/200): art. 3 lid 1

Product: Besluit algemene richtlijnen vaststelling vernietigingslijsten archiefbescheiden (Stcrt. 1972/109)

Waardering: B 1

Handeling: Het voorbereiden van de vaststelling van een vernietigingslijst voor de archiefbescheiden van de Hoge Colleges van Staat en het Kabinet der Koningin

Periode: 1945–1995

Grondslag: Besluit van 7 oktober 1919 (Stb. 1919/596), tot vaststelling van de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 5 der Archiefwet 1918 (Stb. 1918/378) zoals gewijzigd bij Besluit van 14 juni 1929 (Stb. 1929/316): art. 1, Archiefbesluit (1968/200): art. 3 lid 3 sub a

Product: Kb

Opmerking: De vernietigingslijst wordt vastgesteld bij Kb.

Waardering: B 5

Handeling: Het gezamenlijk (met de Vakminister) vaststellen van een vernietigingslijst voor de archiefbescheiden van ministeries en daaronder vallende rijksorganen

Periode: 1945–1995

Grondslag: Besluit van 7 oktober 1919 (Stb. 1919/596), tot vaststelling van de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 5 der Archiefwet 1918 (Stb. 1918/378) zoals gewijzigd bij Besluit van 14 juni 1929 (Stb. 1929/316): art. 1, Archiefbesluit (Stb. 1968/200): art. 3 lid 3 sub b–c

Product: Vernietigingslijst

Waardering: B 5

Handeling: Het gezamenlijk (met de Minister van Binnenlandse Zaken) vaststellen van een vernietigingslijst voor de archiefbescheiden van provinciale overheidsorganen

Periode: 1945–1995

Grondslag: Besluit van 7 oktober 1919 (Stb. 1919/596), tot vaststelling van de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 5 der Archiefwet 1918 (Stb. 1918/378) zoals gewijzigd bij Besluit van 14 juni 1929 (Stb. 1929/316): art. 3, Archiefbesluit (Stb. 1968/200): art. 3 lid 3 sub d

Product: Vernietigingslijst

Waardering: B 5

Handeling: Het gezamenlijk (met de Minister van Binnenlandse Zaken) vaststellen van een vernietigingslijst voor de archiefbescheiden van gemeenten

Periode: 1945–1995

Grondslag: Besluit van 7 oktober 1919 (Stb. 1919/596), tot vaststelling van de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 5 der Archiefwet 1918 (Stb. 1918/378) zoals gewijzigd bij Besluit van 14 juni 1929 (Stb. 1929/316): art. 4, Archiefbesluit (Stb. 1968/200): art. 3 lid 3 sub e

Product: Ministeriële regeling, vernietigingslijst

– Ministerieel Besluit d.d. 14 januari 1948, nr. 11995 van de Ministers van Binnenlandse Zaken en Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen, houdende opgaaf van voor vernietiging in aanmerking komende stukken in de gemeentearchieven dagtekenende van na 1850

Waardering: B 5

Handeling: Het gezamenlijk (met de Minister van Verkeer en Waterstaat) vaststellen van een vernietigingslijst voor de archiefbescheiden van waterschappen, veenschappen, veenpolders of onderdelen daarvan

Periode: 1945–1995

Grondslag: Besluit van 7 oktober 1919 (Stb. 1919/596), tot vaststelling van de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 5 der Archiefwet 1918 (Stb. 1918/378) zoals gewijzigd bij Besluit van 14 juni 1929 (Stb. 1929/316): art. 5; Archiefbesluit (Stb. 1968/200): art. 3 lid 3 sub f

Waardering: B 5

Handeling: Het gezamenlijk (met de Minister van Binnenlandse Zaken) vaststellen van een vernietigingslijst voor de archiefbescheiden van organen ingesteld bij een regeling als bedoeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen

Periode: 1968–1995

Grondslag: Archiefbesluit (Stb. 1968/200): art. 3 lid 3 sub g

Product: Vernietigingslijst

Waardering: B 5

Handeling: Het gezamenlijk (met de Vakminister) vaststellen van een vernietigingslijst voor de archiefbescheiden van openbare lichamen

Periode: 1968–1995

Grondslag: Archiefbesluit (Stb. 1968/200): art. 3 lid 3 sub h

Product: Vernietigingslijst, verslag driehoeksoverleg

Opmerking: Onder vakminister wordt hier begrepen de minister die betrokken was bij de instelling of erkenning van het openbaar lichaam.

Waardering: B 5

Handeling: Het, in overeenstemming met het betrokken college, voorbereiden van het vaststellen van een selectielijst voor de archiefbescheiden van de Hoge Colleges van Staat en het Kabinet der Koningin

Periode: 1996–

Grondslag: Archiefwet 1995 (Stb. 1995/276): art. 5 lid 2 sub a

Product: Kb, verslag driehoeksoverleg

Opmerking: De selectielijst wordt vastgesteld bij Kb.

Waardering: B 5

Handeling: Het gezamenlijk (met de Vakminister) vaststellen van een selectielijst voor de archiefbescheiden van ministeries

Periode: 1996–

Grondslag: Archiefwet 1995 (Stb. 1995/276): art. 5 lid 2 sub b

Product: Beschikking, verslag driehoeksoverleg

Waardering: B 5

Handeling: Het vaststellen van een selectielijst voor de archiefbescheiden van andere overheidsorganen dan de Hoge Colleges van Staat, het Kabinet der Koningin en de ministeries

Periode: 1996–

Grondslag: Archiefwet 1995 (Stb. 1995/276): art. 5 lid 2 sub c

Product: Beschikking, verslag driehoeksoverleg

Opmerking: Het gaat hierbij om selectielijsten voor bijv. zelfstandige bestuursorganen.

Waardering: B 5

Handeling: Het voorbereiden van de machtiging tot vernietiging van archiefbescheiden van de Hoge Colleges van Staat of het Kabinet der Koningin, tegen het advies van de algemene rijksarchivaris in

Periode: 1945–1995

Grondslag: Besluit van 7 oktober 1919 (Stb. 1919/596), tot vaststelling van de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 5 der Archiefwet 1918 (Stb. 1918/378) zoals gewijzigd bij Besluit van 14 juni 1929 (Stb. 1929/316): art. 1, Archiefbesluit (1968/200): art. 3 lid 4 sub a

Product: Kb

Opmerking: Het ging hierbij om archiefbescheiden die nog niet naar een rijksarchiefbewaarplaats waren overgebracht en die niet vermeld stonden op een vernietigingslijst.

Waardering: B 5

Handeling: Het machtigen tot vernietiging van archiefbescheiden van rijksoverheidsorganen, tegen het advies van de algemene rijksarchivaris of de rijksarchivaris in de provincie in

Periode: 1945–1995

Grondslag: Besluit van 7 oktober 1919 (Stb. 1919/596), tot vaststelling van de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 5 der Archiefwet 1918 (Stb. 1918/378) zoals gewijzigd bij Besluit van 14 juni 1929 (Stb. 1929/316): art. 1, Archiefbesluit (1968/200): art. 3 lid 4 sub b en c

Product: Machtiging

Opmerking: Het ging hierbij om archiefbescheiden die nog niet naar een rijksarchiefbewaarplaats waren overgebracht en die niet vermeld stonden op een vernietigingslijst.

Waardering: B 5

Handeling: Het machtigen tot vernietiging van archiefbescheiden van provinciale overheidsorganen, tegen het advies van de algemene rijksarchivaris, de rijksarchivaris in de provincie of de provinciale archiefinspecteur in

Periode: 1945–1995

Grondslag: Besluit van 7 oktober 1919 (Stb. 1919/596), tot vaststelling van de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 5 der Archiefwet 1918 (Stb. 1918/378) zoals gewijzigd bij Besluit van 14 juni 1929 (Stb. 1929/316): art. 3, Archiefbesluit (1968/200): art. 3 lid 4 sub d

Product: Machtiging

Opmerking: Het ging hierbij om archiefbescheiden die nog niet naar een rijksarchiefbewaarplaats waren overgebracht en die niet vermeld stonden op een vernietigingslijst.

Waardering: B 5

Handeling: Het machtigen tot vernietiging van archiefbescheiden van gemeenten, tegen het advies van de algemene rijksarchivaris, de rijksarchivaris in de provincie of de gemeentearchivaris in

Periode: 1945–1995

Grondslag: Besluit van 7 oktober 1919 (Stb. 1919/596), tot vaststelling van de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 5 der Archiefwet 1918 (Stb. 1918/378) zoals gewijzigd bij Besluit van 14 juni 1929 (Stb. 1929/316): art. 4, Archiefbesluit (1968/200): art. 3 lid 4 sub e

Product: Machtiging

Opmerking: Het betrof de vernietiging van niet op een vernietigingslijst voorkomende archiefbescheiden, ongeacht of deze al naar de gemeentelijke archiefbewaarplaats waren overgebracht

Waardering: B 5

Handeling: Het machtigen tot vernietiging van archiefbescheiden van waterschappen, veenschappen of veenpolders, tegen het advies van de algemene rijksarchivaris, de rijksarchivaris in de provincie of de archivaris van het waterschap, veenschap of veenpolder in

Periode: 1945–1995

Grondslag: Besluit van 7 oktober 1919 (Stb. 1919/596), tot vaststelling van de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 5 der Archiefwet 1918 (Stb. 1918/378) zoals gewijzigd bij Besluit van 14 juni 1929 (Stb. 1929/316): art. 5, Archiefbesluit (1968/200): art. 3 lid 4 sub f

Product: Machtiging

Opmerking: Dit betrof de vernietiging van niet op een vernietigingslijst voorkomende archiefbescheiden, ongeacht of deze al naar de archiefbewaarplaats van het waterschap, veenschap of veenpolder waren overgebracht

Waardering: B 5

Handeling: Het machtigen tot vernietiging van archiefbescheiden van organen ingesteld bij een regeling als bedoeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen, tegen het advies van de algemene rijksarchivaris in

Periode: 1968–1995

Grondslag: Archiefbesluit (Stb. 1968/200): art. 3 lid 4 sub g

Product: Machtiging

Opmerking: Het gaat hierbij om archiefbescheiden die nog niet in vernietigingslijsten zijn omschreven dan wel daarvoor niet in aanmerking komen.

Waardering: B 5

Handeling: Het machtigen tot vernietiging van archiefbescheiden van openbare lichamen, tegen het advies van de algemene rijksarchivaris in

Periode: 1968–1995

Grondslag: Archiefbesluit (Stb. 1968/200): art. 3 lid 4 sub h

Product: Machtiging

Opmerking: Het gaat hierbij om archiefbescheiden die nog niet in vernietigingslijsten zijn omschreven dan wel daarvoor niet in aanmerking komen. Onder vakminister wordt hier begrepen de minister die betrokken was bij de instelling of erkenning van het openbaar lichaam.

Waardering: B 5

Handeling: Het voorbereiden van regels voor de vervanging van archiefbescheiden

Periode: 1996–

Grondslag: Archiefwet 1995 (Stb. 1995/276): art. 9 lid 1

Product: Amvb

– Archiefbesluit 1995 (Stb. 1995/571): art. 2, art. 6, art. 8

Waardering: B 1

Handeling: Het machtigen van de zorgdrager tot vervanging van archiefbescheiden

Periode: 1996–

Grondslag: Archiefwet 1995 (Stb. 1995/276): art. 7

Product: Machtiging

Opmerking: Het gaat hierbij om vervanging van archiefbescheiden die bestemd zijn voor overbrenging naar een rijksarchiefbewaarplaats.

Waardering: B 5

Handeling: Het voorbereiden / vaststellen van regels voor de overbrenging van notariële archiefbescheiden naar de rijksarchiefbewaarplaatsen

Periode: (1912) 1945–

Grondslag: Wet op het notarisambt (Stb. 1842/20) zoals gewijzigd bij Wet van 29 juli 1912 (Stb. 1912/195), de Archiefwet 1962 (Stb. 1962/313) en de Archiefwet 1995 (Stb. 1995/276): art. 69a

Product:

Opmerking: De notariële bescheiden die ouder zijn dan 75 jaar, worden binnen een tijdvak van 10 jaar overgebracht naar het rijksarchief in de provincie, waarbinnen de betrokken notaris zijn standplaats heeft gehad.

Zie voorts het RIO over het beleidsterrein Vermogensrecht, waarin ook de handelingen met betrekking tot het notarisambt zullen worden opgenomen.

Waardering: B 1

Handeling: Het voorbereiden van een KB waarbij het gedeelde van het archief van een Hoog College van Staat, ministerie of provinciaal bestuur wordt aangewezen dat naar een rijksarchiefbewaarplaats moet worden overgebracht

Periode: 1945–1968

Grondslag: Archiefwet 1918 (Stb. 1918/378) zoals gewijzigd bij Wet van 14 mei 1928 (Stb. 1928/177): art. 11

Product: Kb

Opmerking: Hierbij wordt een tijdstip vastgesteld, waarbij geldt dat archieven die dateren van vóór dit tijdstip, overgebracht moeten worden. De vaststelling gebeurt bij Kb op de gezamenlijke voordracht van de Minister van de Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen en de betrokken minister (voor wat betreft ministeriële archieven) dan wel na overleg met het betrokken Hoog College van Staat of provinciaal bestuur.

Waardering: B 5

Handeling: Het voorbereiden van regels voor de overbrenging van archiefbescheiden

Periode: 1968–

Grondslag: Archiefwet 1962 (Stb. 1962/313): art. 5, Archiefwet 1995 (Stb. 1995/276): art. 12 lid 2

Product: Amvb

Archiefbesluit (Stb. 1968/200): art. 17–20

Archiefbesluit 1995 (Stb. 1995/671): art. 9–10

Opmerking: Tot 1996 ging het hierbij om archiefbescheiden ouder dan 50 jaar. Vanaf 1996 worden de archiefbescheiden na 20 jaar overgebracht. Deze moeten binnen 10 jaar naar de aangewezen archiefbewaarplaatsen worden overgebracht. Deze regels zijn niet van toepassing op notariële archieven (art. 41 Archiefwet 1962, art. 50 Archiefwet 1995): deze worden pas overgebracht na 75 jaar.

Waardering: B 1

Handeling: Het herzien van een afwijzende beslissing van de beheerder op een verzoek tot vervroegde overbrenging van archiefbescheiden naar een rijksarchiefbewaarplaats

Periode: 1968–

Grondslag: Archiefbesluit (Stb. 1968/200): art. 19 lid 2, Archiefwet 1995 (Stb. 1995/276): art. 13 lid 2

Product: Beschikking

Opmerking: Is de afwijzende beslissing genomen door de algemene rijksarchivaris, dan kan de Minister van Cultuur deze herzien. Is de afwijzende beslissing genomen door een van de andere rijksarchivarissen, dan kan de algemene rijksarchivaris deze herzien.

Waardering: V 10 jaar

Handeling: Het verlenen van een machtiging tot opschorting van de overbrenging van archiefbescheiden

Periode: 1968–

Grondslag: Archiefbesluit (Stb. 1968/200): art. 20, Archiefwet 1995 (Stb. 1995/276): art. 13 lid 3 en 4

Product: Machtiging, o.a.:

Opmerking: Het gaat hierbij om archiefbescheiden ouder dan 50 respectievelijk 20 jaar, die nog veelvuldig door de zorgdrager gebruikt worden. In de Archiefwet 1995 is bepaald dat de zorgdrager hiertoe een verzoek indient (art. 13 lid 3). Aan het verlenen van de machtiging tot opschorting kunnen voorwaarden worden verbonden. De machtiging geldt voor ten hoogste 10 jaar, na afloop waarvan verlenging kan worden verkregen (Archiefwet 1995, art. 13 lid 4).

Waardering: V 10 jaar

Handeling: Het voorbereiden van regels voor het stellen van beperkingen aan de openbaarheid van archiefbescheiden

Periode: 1945–1995

Grondslag: Archiefwet 1918 (Stb. 1918/378): art. 1, Archiefwet 1962 (1962/313): art. 7 lid 1 en 2, Archiefwet 1962 (1962/313) zoals gewijzigd bij Wet openbaarheid van bestuur (Stb. 1991/703): art. 7a lid 5

Product: Amvb

Archiefbesluit (Stb. 1968/200): art. 21–22

Opmerking: Het ging hierbij om het beperken van de openbaarheid van de in een archiefbewaarplaats berustende archiefbescheiden en van ieders bevoegdheid om deze archiefbescheiden kosteloos te raadplegen en daarvan of daaruit afbeeldingen, afschriften of uittreksels te maken of op zijn kosten te doen maken

Waardering: B 1

Handeling: Het stellen, opheffen of buiten toepassing laten van beperkingen aan de openbaarheid van archiefbescheiden na overbrenging

Periode: (1924) 1945–

Grondslag: Besluit van 2 september 1919 (Stb. 1919/550), tot vaststelling van de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 1, derde lid der Archiefwet 1918 (Stb. 1918/378), zoals gewijzigd bij Besluit van 18 februari 1924 (Stb. 1924/51): art. 1bis, Archiefbesluit (Stb. 1968/200) zoals gewijzigd bij Besluit van 25 mei 1993 (Stb. 1993/304): art. 21; Archiefwet 1962 (Stb. 1963/313) zoals gewijzigd bij Wet openbaarheid van bestuur (Stb. 1991/703): art. 7a lid 2–3; Archiefwet 1995 (Stb. 1995/276): art. 15 lid 2–3

Product: Beschikking, o.a.:

Opmerking: Beperkingen kunnen worden gesteld wanneer zich na het tijdstip van overbrenging omstandigheden voordoen die, indien zij op dit tijdstip bekend waren geweest, tot het stellen van openbaarheidbeperkingen zouden hebben geleid. Ze golden niet voor archiefbescheiden ouder dan 100 jaar (vanaf 1996: 75 jaar). Beperkingen kunnen buiten toepassing gelaten worden ten aanzien van een verzoeker, indien het belang van de gestelde beperking niet opweegt tegen diens belang tot raadpleging of gebruik van archiefbescheiden.

Waardering: B 5

Handeling: Het beslissen dat archiefbescheiden ouder dan 100 jaar, respectievelijk 75 jaar niet-openbaar blijven

Periode: 1968–

Grondslag: Archiefbesluit (Stb. 1968/200): art. 21, Archiefwet 1962 (1962/313) zoals gewijzigd bij Wet openbaarheid van bestuur (Stb. 1991/703): art. 7a lid 4, Archiefwet 1995 (Stb. 1995/276): art. 15 lid 4

Product: Besluit

Waardering: V 10 jaar

Handeling: Het herzien van een afwijzende beslissing van de beheerder op een verzoek tot raadpleging of gebruik van archiefbescheiden

Periode: 1968–1995

Grondslag: Besluit van 2 september 1919 (Stb. 1919/550), tot vaststelling van de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 1, derde lid der Archiefwet 1918 (Stb. 1918/378): art. 3, Archiefbesluit (Stb. 1968/200): art. 22 lid 2

Product: Besluit

Opmerking: Is de afwijzende beslissing genomen door de algemene rijksarchivaris, dan kan de Minister van Cultuur deze herzien. Is de afwijzende beslissing genomen door een van de andere rijksarchivarissen, dan kan de algemene rijksarchivaris deze herzien.

Waardering: V 10 jaar

Handeling: Het stellen van regels voor de openbaarheid van de archiefbescheiden van het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie

Periode: 1979–

Grondslag: Besluit van 28 juli 1979 (Stb. 1979/426), houdende een nieuwe regeling betreffende Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie, art. 10 lid 3

Product: Regeling van de Minister van Onderwijs en Wetenschappen van 4 augustus 1979, houdende vaststelling van een reglement voor het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie (gewijzigd bij ministeriële regeling van 9 september 1993 (Stcrt. 1993/179)

Waardering: B 5

Handeling: Het beslissen op het beroep tegen (afwijzende) beslissingen van het bestuur van het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie inzake het inzien van archiefbescheiden door particulieren

Periode: 1979–

Grondslag: Regeling van de Minister van Onderwijs en Wetenschappen van 4 augustus 1979, houdende vaststelling van een reglement voor het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie (gewijzigd bij ministeriële regeling van 9 september 1993 (Stcrt. 1993/179), art. 24 lid 1

Product: –

Opmerking: Hierbij kan de Minister nadere voorwaarden aan de raadpleging stellen ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer van betrokken personen en ten behoeve van de zorgvuldigheid

Waardering: V 10 jaar

Handeling: Het geven van toestemming voor publicatie van gegevens uit de archiefbescheiden van het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie die te herleiden zijn tot individuele personen

Periode: 1979–

Grondslag: Regeling van de Minister van Onderwijs en Wetenschappen van 4 augustus 1979, houdende vaststelling van een reglement voor het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie (gewijzigd bij ministeriële regeling van 9 september 1993 (Stcrt. 1993/179), art. 22

Opmerking: Het betreft met name gegevens uit archiefbescheiden betreffende de zuiveringen, het lidmaatschap van landsverraderlijke organisaties of andere, door de minister te bepalen categorieën archiefbescheiden.

Waardering: V 10 jaar

Handeling: Het bepalen van categorieën archiefbescheiden waarvan de gegevens die tot individuele personen te herleiden zijn, slecht na toestemming van de Minister gepubliceerd mogen worden

Periode: 1979–

Grondslag: Regeling van de Minister van Onderwijs en Wetenschappen van 4 augustus 1979, houdende vaststelling van een reglement voor het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie (gewijzigd bij ministeriële regeling van 9 september 1993 (Stcrt. 1993/179), art. 22

Product: Beschikking

Waardering: B 5

Handeling: Het voorbereiden van regels voor de uitlening van archiefbescheiden die berusten in een archiefbewaarplaats

Periode: 1945–1995

Grondslag: Archiefwet 1918 (Stb. 1918/378): art. 1, Archiefwet 1962 (Stb. 1962/313): art. 7 lid 3

Product: Amvb

Archiefbesluit (Stb. 1968/200): art. 24–26

Waardering: B 1

Handeling: Het aanwijzen van archiefbewaarplaatsen, bibliotheken, en andere instellingen waar een deskundig beheer en een veilige bewaring van de archiefbescheiden is gewaarborgd (in verband met de uitlening van archiefbescheiden)

Periode: 1945–1995

Grondslag: Besluit van 2 september 1919 (Stb. 1919/550), tot vaststelling van de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 1, derde lid der Archiefwet 1918 (Stb. 1918/378): art. 5, Archiefbesluit (Stb. 1968/200): art. 23

Product: Beschikkingen, o.a.: Besluit van de Minister van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk van 10 maart 1970 (Stcrt. 1970/57), gewijzigd Stcrt. 1971/204, 1972/232, 1974/31, 1974/52, 1974/236, 1975/5, 1975/12, 1975/73, 1975/148, 1975/173, 1975/197, 1976/52, 1976/70, 1977/117, 1978/216, 1982/81, 1982/215

Opmerking: Behalve met machtiging van zijn meerdere mocht de beheerder van een archiefbewaarplaats alleen aan door de Minister aangewezen archiefbewaarplaatsen, bibliotheken en instellingen archiefbescheiden uitlenen.

Waardering: B 5

Handeling: Het herzien van een afwijzende beslissing van de beheerder op een verzoek tot uitlening van archiefbescheiden

Periode: 1945–1995

Grondslag: Besluit van 2 september 1919 (Stb. 1919/550), tot vaststelling van de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 1, derde lid der Archiefwet 1918 (Stb. 1918/378): art. 7, Archiefbesluit (Stb. 1968/200): art. 24 lid 2

Product: Besluit

Opmerking: Is de afwijzende beslissing genomen door de algemene rijksarchivaris, dan kan de Minister van Cultuur deze herzien. Is de afwijzende beslissing genomen door een van de andere rijksarchivarissen, dan kan de algemene rijksarchivaris deze herzien.

Waardering: V 10 jaar

Handeling: Het machtigen van de beheerder tot het uitlenen van archiefbescheiden

Periode: 1945–1995

Grondslag: Besluit van 2 september 1919 (Stb. 1919/550), tot vaststelling van de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 1, derde lid der Archiefwet 1918 (Stb. 1918/378): art. 8, Archiefbesluit (Stb. 1968/200): art. 26 lid 1

Product: Machtiging

Opmerking: Deze machtiging was alleen vereist, als het ging om uitlening aan andere instellingen dan de voormalige zorgdrager of een archiefbewaarplaats aangewezen door de Minister. Ging het om door de algemene rijksarchivaris uit te lenen bescheiden, dan was een machtiging van de Minister vereist. Ging het om door de andere rijksarchivarissen uit te lenen bescheiden, dan was een machtiging van de algemene rijksarchivaris vereist.

Waardering: V 10 jaar

Handeling: Het voorbereiden van regels voor inbewaringgeving van archiefbescheiden

Periode: 1968–1995

Grondslag: Archiefwet 1918 (Stb. 1918/378) zoals gewijzigd bij Wet van 14 mei 1928 (Stb. 1928/177): art. 19, Archiefwet 1962 (Stb. 1962/313): art. 2 lid 2

Product: Amvb

Opmerking: Op grond van de bovengenoemde KB’s uit de periode 1919–1932 kon het Rijk de betreffende archieven in bewaring geven aan de gemeenten. Deze overeenkomsten tot inbewaringgeving blijven op grond van art. 46 Archiefwet 1995 van kracht tot ze na onderling overleg worden beëindigd of vervangen door een besluit tot vervreemding.

Waardering: B 1

Handeling: Het sluiten van overeenkomsten met gemeenten met betrekking tot de inbewaringgeving van archiefbescheiden

Periode: 1945–1968

Grondslag: Archiefwet 1918 (Stb. 1918/378) zoals gewijzigd bij Wet van 14 mei 1928 (Stb. 1928/177): art. 19

Product: Brief

Opmerking: Het betreft zowel inbewaringgeving van archiefbescheiden van gemeenten aan het Rijk als andersom.

Waardering: B 5

Handeling: Het machtigen van de beheerder van een rijksarchiefbewaarplaats tot het in bewaring geven van archiefbescheiden berustende in een rijksarchiefbewaarplaats

Periode: 1968–1995

Grondslag: Archiefbesluit (Stb. 1968/200): art. 12

Product: Brief, machtiging

Waardering: B 5

Handeling: Het voorbereiden van regels voor de vervreemding van archiefbescheiden

Periode: 1945–

Grondslag: Archiefwet 1918 (Stb. 1918/378) zoals gewijzigd bij wet van 14 mei 1928 (Stb. 1928/177): art. 5, Archiefwet 1962 (Stb. 1962/313): art. 2 lid 2, Archiefwet 1995 (Stb. 1995/276): art. 9 lid 1

Product: Amvb

Waardering: B 1

Handeling: Het verlenen van een machtiging tot vervreemding van archiefbescheiden

Periode: 1945–1968

Grondslag: Besluit van 7 oktober 1919 (Stb. 1919/596), tot vaststelling van de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 5 der Archiefwet 1918 (Stb. 1918/378) zoals gewijzigd bij Besluit van 14 juni 1929 (Stb. 1929/316): art. 7

Product: Machtiging, brief

Opmerking: Dit betrof zowel vervreemding van bescheiden die berustten bij een archiefbewaarplaats als vervreemding van andere archiefbescheiden.

Waardering: B 5

Handeling: Het voorbereiden van de machtiging tot vervreemding, respectievelijk ruiling van archiefbescheiden van de Hoge Colleges van Staat en het Kabinet der Koningin, tegen het advies van de algemene rijksarchivaris in

Periode: 1968–1995

Grondslag: Archiefbesluit (Stb. 1968/200): art. 3 lid 4 sub a j° art. 8 lid 2

Product: Kb

Opmerking: Het ging hierbij om archiefbescheiden die niet in een rijksarchiefbewaarplaats berustten.

Waardering: B 5

Handeling: Het instemmen met de vervreemding, respectievelijk ruiling van archiefbescheiden van ministeries en de daaronder vallende rijksorganen, tegen het advies van de algemene rijksarchivaris in

Periode: 1968–1995

Grondslag: Archiefbesluit (Stb. 1968/200): art. 3 lid 4 sub b en c j° art. 8 lid 2

Product: Machtiging, brief

Opmerking: Het ging hierbij om archiefbescheiden die niet in een rijksarchiefbewaarplaats berustten.

Waardering: B 5

Handeling: Het machtigen tot vervreemding, respectievelijk ruiling van archiefbescheiden van provinciale overheidsorganen, tegen het advies van de algemene rijksarchivaris in

Periode: 1968–1995

Grondslag: Archiefbesluit (Stb. 1968/200): art. 3 lid 4 sub d j art. 8 lid 2

Product: Machtiging, brief

Opmerking: Het ging hierbij om archiefbescheiden die niet in een rijksarchiefbewaarplaats berustten.

Waardering: B 5

Handeling: Het machtigen tot vervreemding, respectievelijk ruiling van archiefbescheiden van gemeenten, tegen het advies van de algemene rijksarchivaris in

Periode: 1968–1995

Grondslag: Archiefbesluit (Stb. 1968/200): art. 3 lid 4 sub e j° art. 8 lid 2 art. 8

Product: Machtiging, brief

Opmerking: Het ging hierbij om archiefbescheiden die niet in een rijksarchiefbewaarplaats berustten.

Waardering: B 5

Handeling: Het machtigen tot vervreemding, respectievelijk ruiling van archiefbescheiden van waterschappen, veenschappen of veenpolders, tegen het advies van de algemene rijksarchivaris in

Periode: 1968–1995

Grondslag: Archiefbesluit (Stb. 1968/200): art. 3 lid 4 sub f j° art. 8 lid 2

Product: Machtiging, brief

Opmerking: Het ging hierbij om archiefbescheiden die niet in een rijksarchiefbewaarplaats berustten.

Waardering: B 5

Handeling: Het machtigen tot vervreemding, respectievelijk ruiling van archiefbescheiden van organen ingesteld bij een regeling als bedoeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen (Stb. 1950/K120), tegen het advies van de algemene rijksarchivaris in

Periode: 1968–1995

Grondslag: Archiefbesluit (Stb. 1968/200): art. 3 lid 4 sub g j° art. 8 lid 2

Product: Machtiging, brief

Opmerking: Het ging hierbij om archiefbescheiden die niet in een rijksarchiefbewaarplaats berustten.

Waardering: B 5

Handeling: Het machtigen tot vervreemding, respectievelijk ruiling van archiefbescheiden van andere organen dan genoemd in art. 3 lid 3 sub a–g van het Archiefbesluit (Stb. 1968/200), tegen het advies van de algemene rijksarchivaris in

Periode: 1968–1995

Grondslag: Archiefbesluit (Stb. 1968/200): art. 3 lid 4 sub h j° art. 8 lid 2

Product: Machtiging, brief

Opmerking: Het ging hierbij om archiefbescheiden die niet in een rijksarchiefbewaarplaats berustten.

Waardering: B 5

Handeling: Het machtigen van de beheerder van een rijksarchiefbewaarplaats tot vervreemden, respectievelijk ruilen van archiefbescheiden die in een rijksarchiefbewaarplaats berusten

Periode: 1968–1995

Grondslag: Archiefbesluit 1968 (Stb. 1968/200): art. 9

Product: Brief, machtiging

Waardering: B 5

Handeling: Het (voorbereiden van het) verlenen van een machtiging tot vervreemding van archiefbescheiden

Periode: 1996–

Grondslag: Archiefwet 1995 (Stb. 1995/276): art. 8 lid 1, Archiefbesluit 1995 (Stb. 1995/671): Nota van Toelichting

Product: Kb, machtiging, brief, verzoek

Opmerking: Het gaat hierbij om archiefbescheiden die niet in een rijksarchiefbewaarplaats berusten. Hierbij kan, op verzoek van de Minister van Cultuur, de Raad voor cultuur worden gehoord.

Waardering: B 5

Handeling: Het vervreemden van archiefbescheiden die in een rijksarchiefbewaarplaats berusten

Periode: 1996–

Grondslag: Archiefwet 1995 (Stb. 1995/276): art. 8 lid 3

Product: Beschikking, verklaring van vervreemding

Opmerking: Dit kan pas geschieden na machtiging van degene op wiens last deze archiefbescheiden zijn overgebracht.

Waardering: B 5

Handeling: Het voeren van overleg met deskundigen over de vervreemding van archiefbescheiden

Periode: 1996–

Grondslag: Archiefbesluit 1995 (Stb. 1995/671): art. 7

Product: Verslag

Opmerking: Dit overleg wordt gevoerd, wanneer de archiefbescheiden ten gevolge van de vervreemding niet komen te berusten in een archiefbewaarplaats. Het verslag wordt gevoegd bij de machtigingsaanvraag.

Waardering: B 5

Handeling: Het (voorbereiden van het) verlenen van een (tijdelijke) tegemoetkoming in de kosten van de zorg voor archiefbescheiden in de gemeentelijke archiefbewaarplaats of in de bewaarplaats van een waterschap, veenschap of veenpolder

Periode: 1945–

Grondslag: Archiefwet 1918 (Stb. 1918/378): art. 17 en art. 24, Archiefwet 1962 (Stb. 1962/313): art. 27 lid 2 en art. 34 lid 2, Archiefwet 1995 (Stb. 1995/276) zoals gewijzigd bij Aanpassingswet derde tranche Awb II (Stb. 1997/580): art. 30 lid 3 en art. 35 lid 3

Product: Kb, beschikking, subsidie

Opmerking: Vanaf 1998 wordt de tegemoetkoming omgezet in subsidie. Hierbij is titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.

Waardering: V 10 jaar

Handeling: Het (voorbereiden van het) vaststellen van het tarief voor de bewaring van archieven van een gemeente, waterschap, veenschap of veenpolder die verplicht in bewaring zijn gegeven aan een rijksarchiefbewaarplaats wegens de gebrekkige zorg van de besturen van deze organen voor deze archieven (dwangdepot)

Periode: 1945–1995

Grondslag: Archiefwet 1918 (Stb. 1918/378) zoals gewijzigd bij Wet van 14 mei 1928 (Stb. 1928/177): art. 18, art. 25, Archiefwet 1962 (Stb. 1962/313): art. 28, art. 35

Product: Kb

Waardering: V 10 jaar

Handeling: Het vaststellen van het tarief voor de bewaring van archieven van een gemeente, waterschap, veenschap of veenpolder die vrijwillig in bewaring zijn gegeven aan een rijksarchiefbewaarplaats wegens de gebrekkige zorg van de besturen van deze organen voor deze archieven (vrijwillig depot)

Periode: 1968–1995

Grondslag: Archiefbesluit (Stb. 1968/200): art. 15

Product: Beschikking

– Beschikking van de Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur van 7 januari 1983 (Stcrt. 1983/52) met betrekking tot de vergoeding vrijwillig depot

Waardering: V 10 jaar

Handeling: Het vaststellen van een tarief voor het maken van afbeeldingen, afschriften of uittreksels van archiefbescheiden die in een rijksarchiefbewaarplaats berusten alsmede voor uitlening van archiefbescheiden

Periode: 1968–

Grondslag: Archiefbesluit (Stb. 1968/200): art. 14 lid 2, Archiefwet 1995 (Stb. 1995/276): art. 19

Product: Ministeriële regels, o.a.:

Waardering: V 10 jaar

Handeling: Het voorbereiden van het koninklijk besluit waarbij het Algemeen Rijksarchief tevens wordt aangewezen als rijksarchiefbewaarplaats voor de provincie Zuid-Holland

Periode: 1945–1995

Grondslag: Archiefwet 1918 (Stb. 1918/378): art. 6, Archiefwet 1962 (Stb. 1962/313): art. 12 lid 4

Product: Kb

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)