Wijzigingsgeschiedenis
Besluit van 15 september 2004 tot vaststelling van de rechtspositie van de voorzitter en de leden van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (Rechtspositiebesluit WRR 2004)
4 versions
· 2020-01-01
2020-01-01
Rechtspositiebesluit WRR 2004 — art. 7
Wijzigingen op 2020-01-01
@@ -20,33 +20,33 @@
- c. lid: degene die bij koninklijk besluit is benoemd tot voorzitter of lid van de Raad;
- d. burgerlijke rijksambtenaren: degenen die door het Rijk zijn aangesteld om in burgerlijke openbare dienst werkzaam te zijn.
- d. rijksambtenaren: degenen die krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn.
##### Artikel 2
1. Het salaris van het lid dat tot voorzitter van de Raad is benoemd, wordt vastgesteld op het bedrag genoemd in [bijlage A van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003630&bijlage=A).
1. Het salaris van het lid dat tot voorzitter van de Raad is benoemd, is gelijk aan het maximum van salarisschaal 19 zoals overeengekomen in de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst voor rijksambtenaren.
2. Het salaris van de overige leden van de Raad wordt vastgesteld overeenkomstig het bedrag dat is verbonden aan het hoogste salarisnummer van schaal 18 van [bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003630&bijlage=B).
2. Het salaris van de overige leden van de Raad wordt vastgesteld overeenkomstig het bedrag dat is verbonden aan het hoogste salarisnummer van schaal 18 zoals overeengekomen in de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst voor rijksambtenaren.
3. Het salaris van een lid met een onvolledige werktijd wordt vastgesteld op een evenredig deel van het salaris bij een volledige werktijd als genoemd in [artikel 2, onder g, van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003630&artikel=2).
3. Het salaris van een lid met een onvolledige werktijd wordt vastgesteld op een evenredig deel van het salaris bij een volledige werktijd overeenkomstig hetgeen daarover is overeengekomen in de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst voor rijksambtenaren.
4. Een lid heeft bij ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte gedurende een tijdvak van 52 weken recht op doorbetaling van zijn salaris. Bij voortdurende ongeschiktheid heeft hij vervolgens recht op doorbetaling van 70% van zijn salaris.
5. In afwijking van het vierde lid, heeft een lid ook na afloop van het tijdvak van 52 weken, bedoeld in het vierde lid, recht op doorbetaling van zijn salaris over het aantal uren dat hij arbeid heeft verricht of zou hebben verricht indien die arbeid hem zou zijn aangeboden.
6. Bij schorsing als bedoeld in [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017208&artikel=6&z=2014-01-01&g=2014-01-01) kan Onze Minister beslissen dat tijdens de duur van de schorsing geen salaris of slechts een gedeelte van het salaris zal worden genoten, in het laatste geval onder aanwijzing van het deel dat zal worden genoten. Indien de schorsing anders dan door ontslag wordt beëindigd, kan Onze Minister beslissen dat het niet genoten salaris alsnog geheel of gedeeltelijk zal worden uitbetaald, in het laatste geval onder aanwijzing van het gedeelte dat zal worden betaald.
6. Bij schorsing als bedoeld in [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017208&artikel=6&z=2020-01-01&g=2020-01-01) kan Onze Minister beslissen dat tijdens de duur van de schorsing geen salaris of slechts een gedeelte van het salaris zal worden genoten, in het laatste geval onder aanwijzing van het deel dat zal worden genoten. Indien de schorsing anders dan door ontslag wordt beëindigd, kan Onze Minister beslissen dat het niet genoten salaris alsnog geheel of gedeeltelijk zal worden uitbetaald, in het laatste geval onder aanwijzing van het gedeelte dat zal worden betaald.
7. Het salaris wordt niet langer uitbetaald dan tot en met de dag van het overlijden.
8. Indien een lid overlijdt, ontvangt zijn weduwe of weduwnaar, waaronder mede wordt verstaan de achtergebleven levenspartner of achtergebleven geregistreerd partner, van wie de overleden ambtenaar niet duurzaam gescheiden leefde, dan wel zijn minderjarige kinderen, een uitkering overeenkomstig de bepalingen die ten aanzien van burgerlijke rijksambtenaren gelden.
8. Indien een lid overlijdt, ontvangt zijn weduwe of weduwnaar, waaronder mede wordt verstaan de achtergebleven levenspartner of achtergebleven geregistreerd partner, van wie de overleden ambtenaar niet duurzaam gescheiden leefde, dan wel zijn minderjarige kinderen, een uitkering overeenkomstig de bepalingen die daarover zijn opgenomen in de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst voor rijksambtenaren.
##### Artikel 3
1. Boven en behalve het salaris, bedoeld in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017208&artikel=2&z=2014-01-01&g=2014-01-01), genieten de leden een vakantie-uitkering, een eindejaarsuitkering, een tegemoetkoming in de ziektekosten, een vergoeding van reis- en verblijfkosten voor zowel reizen in het kader van woon-werkverkeer alsmede dienstreizen, een vergoeding van verplaatsingskosten en een gratificatie bij ambtsjubileum overeenkomstig de bepalingen die ten aanzien van burgerlijke rijksambtenaren gelden.
1. Boven en behalve het salaris, bedoeld in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017208&artikel=2&z=2020-01-01&g=2020-01-01), genieten de leden een vakantie-uitkering, een eindejaarsuitkering, een tegemoetkoming in de ziektekosten, een vergoeding van reis- en verblijfkosten voor zowel reizen in het kader van woon-werkverkeer alsmede dienstreizen, een vergoeding van verplaatsingskosten en een gratificatie bij ambtsjubileum overeenkomstig hetgeen daarover is overeengekomen in de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst voor rijksambtenaren.
2. Indien aan burgerlijke rijksambtenaren een eenmalige uitkering wordt toegekend, ontvangen de leden van de Raad deze op gelijke voet.
2. Indien aan rijksambtenaren een eenmalige uitkering wordt toegekend, ontvangen de leden van de Raad deze op gelijke voet.
3. De leden ontvangen een vaste bruto-vergoeding voor de kosten van voorzieningen die voor eigen rekening komen en die door hen mede worden aangewend ten behoeve van de vervulling van hun ambt. Deze bruto-vergoeding bedraagt voor het lid dat tot voorzitter van de Raad is benoemd 50% en voor de overige leden van de Raad 35% van het bedrag, bedoeld in [artikel 68a, derde lid, onderdeel a, en negende lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001950&artikel=68a).
3. De leden ontvangen een vaste bruto-vergoeding voor de kosten van voorzieningen die voor eigen rekening komen en die door hen mede worden aangewend ten behoeve van de vervulling van hun ambt. Deze bruto-vergoeding bedraagt voor het lid dat tot voorzitter van de Raad is benoemd 50% en voor de overige leden van de Raad 35% van het bedrag overeenkomstig hetgeen een lid van de topmanagementgroep ontvangt aan representatiekostenvergoeding op grond van hetgeen daarover is overeengekomen in de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst die is gesloten voor rijksambtenaren.
##### Artikel 4
@@ -84,7 +84,7 @@
- c. wanneer het lid onbekwaam of ongeschikt is voor de uitoefening van het door hem beklede ambt anders dan op grond van lichaams- of zielsgebreken;
- d. bij aanvaarding van een betrekking als bedoeld in [artikel 5, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017208&artikel=5&z=2014-01-01&g=2014-01-01);
- d. bij aanvaarding van een betrekking als bedoeld in [artikel 5, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017208&artikel=5&z=2020-01-01&g=2020-01-01);
- e. wanneer het lid bij onherroepelijk geworden rechtelijke uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel hem bij zulk een uitspraak een maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming tot gevolg heeft;
@@ -92,7 +92,7 @@
##### Artikel 8
Een lid dat niet wordt herbenoemd zonder dat hij daarom heeft verzocht en daardoor werkloos wordt in de zin van de [Werkloosheidswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004045), dan wel wordt ontslagen wegens blijvende arbeidsongeschiktheid wegens ziekte of gebreken, heeft, tenzij recht bestaat op ouderdomspensioen, recht op een zelfde bovenwettelijke uitkering zoals die geldt ten aanzien van burgerlijke rijksambtenaren.
Een lid dat niet wordt herbenoemd zonder dat hij daarom heeft verzocht en daardoor werkloos wordt in de zin van de [Werkloosheidswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004045), dan wel wordt ontslagen wegens blijvende arbeidsongeschiktheid wegens ziekte of gebreken, heeft, tenzij recht bestaat op ouderdomspensioen, recht op een bovenwettelijke uitkering overeenkomstig hetgeen daarover is overeengekomen in de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst voor rijksambtenaren.
##### Artikel 9
2014-01-01
Rechtspositiebesluit WRR 2004 — arts. 2, 7
2009-02-04
Rechtspositiebesluit WRR 2004 — arts. 1, 2, 3 y 2 más
2004-10-06
Rechtspositiebesluit WRR 2004
original version
Tekst op deze datum