Vaststellingsbesluit selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Militaire Operatiën periode vanaf 1945 (Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap)

Type Archiefselectielijst
Publication 2005-06-17
State In force
Source BWB
artikelen 2
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

– in het internationaal begrippenkader worden, gerelateerd aan de uitvoering van vredesoperaties, de begrippen waarnemen (observation, NAVO: surveillance), monitoren en toezicht houden (supervision) naast en door elkaar gebruikt. Hier wordt als generieke term waarnemen aangehouden

– o.a. houden van toezicht op grensverkeer en wapensmokkel en uitvoeren van weg- en verkeerscontroles; houden van toezicht op naleving van economische- en wapenembargo’s en van een vliegverbod; houden van toezicht bij troepenbewegingen en het niet-schenden van een veiligheidszone; houden van toezicht op de naleving van militaire overeenkomsten en staakt-het-vuren/wapenstilstand; incl. rapporteren van waarnemingen

het voorbereiden en begeleiden van een vreedzaam en eerlijk verloop van verkiezingen in het kader van internationale vredesoperaties

– o.a. leveren van een bijdrage in begeleiden van een vreedzaam onafhankelijkheidsproces; voorbereiden van verkiezingen en referenda; houden van toezicht op een vreedzaam en eerlijk verloop van verkiezingen, registratie van kiezers en beveiliging van stembureaus

het opsporen en onschadelijk maken van wapens en explosieven in het kader van internationale vredesoperaties

– het opsporen van explosieven en van chemische, biologische en conventionele wapens; zorgdragen voor het opruimen van mijnen te land en ter zee; zorgdragen voor het geven van onderricht in het opsporen van explosieven en chemische, biologische en conventionele wapens en het opruimen van mijnen te land en ter zee; houden van toezicht bij de vernietiging van explosieven, wapens en mijnen

het opsporen en ontwapenen van personen of groepen van personen in het kader van internationale vredesoperaties

– o.a. houden van toezicht op inbeslagname van wapens; zorgdragen voor het kantonneren van strijders en troepen; houden van toezicht bij het demobiliseren en ontwapenen van strijders en troepen

het beëindigen van vijandelijkheden en het herstel van orde en rust in het kader van internationale vredesoperaties

– o.a. leveren van een bijdrage in beëindiging van burgeroorlog/gewapende vijandelijkheden; leveren van een (militaire) bijdrage in de bescherming en verdediging van burgers tegen militaire acties; zorgdragen voor herstel en handhaving van de openbare orde

een militaire bijdrage in oorlogs- of geweldhandelingen te land, ter zee en in de lucht in het kader van internationale vredesoperaties

voornamelijk in peace-enforcingsoperaties (bv. Korea, Irak, voormalig Joegoslavië)

het geven van onderricht in het bedienen, onderhouden en repareren van civiel en militair materieel in het kader van internationale vredesoperaties

het geven van onderricht in het opzetten en beheren van medische en humanitaire

– o.a. opzetten en beheren van voedsel- en medische hulpvoorzieningen

het transport van zieken en gewonden en medische en humanitaire hulpgoederen in het kader van internationale vredesoperaties

– o.a. uitvoeren van transport van voedsel- en medische hulpvoorzieningen en evacuatievluchten

het opsporen en onderzoeken van misdaden tegen de menselijkheid of andere geweldshandelingen

– o.a. onderzoek naar massagraven, martelingen en verkrachtingen

het ondersteunen van civiele autoriteiten, internationale of non-gouvermentele organisaties in het kader van internationale crisisbeheersings- en vredesoperaties

– het betreft CIMIC (civil-military cooperation)-operaties, civiel-militaire samenwerking, welke primair gericht is op en leidt tot het ondersteunen van bovengenoemde organisaties met als uiteindelijk doel het bereiken van de militaire doelstelling

Producten: o.a. rapportages van de Senior National Representative, contingentscommandant aan de Chef Defensiestaf inzake de operationele situatie en zijn taakuitvoering; maandelijkse rapportage van de chef defensiestaf/bevelhebbers der strijdkrachten inzake de handhaving van gedragscodes en militaire discipline bij het uitgezonden personeel; het rapporteren aan de chef defensiestaf/bevelhebbers der strijdkrachten inzake het verloop van een operatie alsmede de appreciatie van de toestand (situatierapport A (dagelijks)); aanvullende rapportage van de bevelhebber/situatiecentrum aan het defensie crisisbeheersingscentrum ten behoeve van de chef defensiestaf en de politieke leiding (situatierapport C); uitvoeringsrapportage (elk kwartaal) van de chef defensiestaf aan de bewindslieden inzake de uitvoering van vredesoperaties (1999–): operationeel dagboek (2000–)

Waardering: B (2, 6)

Handeling: Het leveren van algemene personele, materiële en logistieke ondersteuning van de Nederlandse deelname aan internationale vredesoperaties

Periode: 1945–

Waardering: V, 20 jaar

Handeling: Het voorbereiden, vaststellen en rapporteren over het organiseren van thuisfrontinformatiedagen en thuisfrontactiviteiten

Periode: 1945–

Opmerking: Te denken valt aan regiocontactdagen mid-term dag, uitgave van speciale bladen zoals Monitor, een telefooncirkel, Sinterklaas- en kerstpakketten voor het thuisfront, een attentie voor het thuisfront; radiogroeten programma’s of speciale bijeenkomsten

Waardering: V, 1 jaar

B (3) eindproduct

Handeling: Het voorbereiden en vaststellen van een (op een vredesoperatie afgestemd) calamiteitenplan alsmede het verschaffen van informatie bij calamiteiten

Opmerking: Conform Calamiteitenregeling KL VS 2-1100 Kl Order 15/6

Periode: 1945–

Waardering: B (6)

Handeling: Het voorbereiden, vaststellen en rapporteren over het organiseren van ontspanningsactiviteiten

Periode: 1945–

Opmerking: Te denken valt aan sportactiviteiten, excursies, artiestenoptredens t.b.v. het uitgezonden personeel

Waardering: V, 5 jaar

Handeling: Het houden van toezicht op de mate en wijze van inzet van eenheden welke onder bondgenootschappelijk, VN- of ander gezag zijn gesteld tijdens de uitvoering van internationale vredesoperaties

Periode: 1945–

Opmerking: inclusief interne rapportering

Waardering: B (2)

vervallen

vervallen

Handeling: Het debriefen van eenheden tijdens en na de uitvoering van internationale vredesoperaties in vredesafdwingende operaties

Periode: 1945–

Opmerking: operaties die worden uitgevoerd om de vrede te herstellen tussen strijdende partijen die in beginsel niet allen instemmen met de interventie van vredestroepen; de operaties zijn gebaseerd op het impliciet of expliciet dreigen met of daadwerkelijk gebruik van geweld

o.a. opstellen van plan van aanpak, organisatie en uitvoering van de debriefing en rapportering daarover, voornamelijk in peace-enforcingsoperaties (bv. Korea, Irak, voormalig Joegoslavië)

Deze handeling betreft niet de inbreng van de militaire inlichtingendienst op het gebied van contra-inlichtingen en veiligheid; zie hiervoor de selectielijst MID

Het betreft hier tevens activiteiten van de KM, KL, Klu en KMAR inzake psychologische einddebriefing door de afdeling individuele hulpverlening bij de KL en de afdeling gedragswetenschappen bij de KLu, de gedragswetenschappelijke afdeling van de DPKM, sociaal wetenschappelijk onderzoek de debriefing van sleutelfunctionarissen door de staf BLS

Waardering: B (2, 6)

Handeling: Het debriefen van eenheden tijdens en na de uitvoering van internationale vredesoperaties in vredeshandhavende operaties

Periode: 1945–

Opmerking: operaties hebben in beginsel wel de instemming van de strijdende partijen, geweld alleen toegepast in zelfverdedigingssituatie

Deze handeling betreft niet de inbreng van de militaire inlichtingendienst op het gebied van contra-inlichtingen en veiligheid; zie hiervoor de selectielijst MID

Het betreft hier tevens activiteiten van de KM, KL, Klu en KMAR inzake psychologische einddebriefing door de afdeling individuele hulpverlening bij de KL en de afdeling gedragswetenschappen bij de KLu,, de gedragswetenschappelijke afdeling van de DPKM, sociaal wetenschappelijk onderzoek en de debriefing van sleutelfunctionarissen door de staf BLS

Waardering: B (2, 6)

Handeling: Het verlenen van sociaal-medische nazorg aan militair personeel dat uitgezonden is geweest

Periode: 1945–

Grondslag:

Product:

Opmerking:

Waardering: V, 80 jaar na geboortejaar betrokkenen

Handeling: Het voorbereiden en vaststellen van een afwikkelprogramma voor een organieke eenheid en het rapporteren over de uitvoering van dit programma

Periode: 1945–

Opmerking: De commandant stelt een brief op waarin hij aangeeft hoe zijn organieke eenheid zal afwikkelen (verlofdagen, inleveren uitrusting etc.) en verzoekt collegae commandanten zich te conformeren en personeel ter beschikking te stellen

Waardering: V, 10 jaar na afloop van de afwikkeling

Handeling: Het voorbereiden, vaststellen en rapporteren over het organiseren van afscheidsceremonies

Periode: 1945–

Waardering: V, 5 jaar

B (3, 5) eindrapportage

Handeling: Het (mede-)voorbereiden van het, in internationale verdragen en overeenkomsten inzake wapenbeheersing bepaalde, in nationale wet- en regelgeving

Periode: 1945–

Product: 1. Uitvoeringswet verdrag biologische wapens (Stb. 1981, 187, 1989, 609)

2.

Uitvoeringswet CSE-verdrag (Stb. 1991, 546)

Waardering: B (1)

Handeling: Het (mede-)voorbereiden, bepalen en inbrengen van Nederlandse bijdragen en standpunten in internationaal overleg ten aanzien van de uitvoering van het in verdragen en overeenkomsten bepaalde terzake van vermindering van strijdkrachten

Periode: 1945–

Opmerking: o.a. in het kader van MBFR en CSE; het bepalen van het Nederlandse standpunt door de Minister van Buitenlandse Zaken

Waardering: B (1)

Handeling: Het (mede-)voorbereiden, bepalen en inbrengen van Nederlandse bijdragen in internationaal overleg ten aanzien van de uitvoering van het in verdragen en overeenkomsten bepaalde terzake van beperking van chemische, biologische, nucleaire en conventionele bewapening en wapenhandel

Periode: 1945–

Opmerking: tezamen met de ministers van Economische Zaken en Volksgezondheid; o.a. t.b.v. Pugwash Chemical Warfare Group, Organisation for the Prohibition of Chemical Weapons en Preparation Committee, JCG, NSG, Zanggergroep, MTCR, Australisch Overleg, COCOM, VEREX; bepalen van het Nederlandse standpunt door de Minister van Buitenlandse Zaken

Waardering: B (1)

Handeling: Het voorbereiden en bepalen van het Defensiestandpunt ter voorbereiding van interdepartementaal overleg inzake het toezicht op de naleving van het in verdragen en overeenkomsten bepaalde terzake van vermindering van strijdkrachten

Periode: 1945–

Opmerking: sinds 1990 bureau Verficatie; t.b.v. CSE-verdrag vindt internationale afstemming tussen NAVO-landen plaats in Verificatie Coördinatie Commissie; bepalen van het Nederlandse standpunt door de Minister van Buitenlandse Zaken

Waardering: B (1)

Handeling: Het voorbereiden en bepalen van het Defensiestandpunt ter voorbereiding van interdepartementaal overleg inzake het toezicht op de naleving van het in verdragen en overeenkomsten bepaalde terzake van beperking van chemische, biologische, nucleaire en conventionele bewapening en wapenhandel

Periode: 1945–

Opmerking: sinds 1990 bureau Verificatie; tezamen met de ministers van Economische Zaken en Volksgezondheid; bepalen van het Nederlandse standpunt door de Minister van Buitenlandse Zaken

Waardering: B (1)

Handeling: Het voorbereiden en vaststellen van aanwijzingen, richtlijnen en instructies ten behoeve van de uitvoering van het in verdragen en overeenkomsten bepaalde inzake wapenbeheersingsaangelegenheden

Periode: 1945–

Waardering: B (5)

Handeling: Het zorgdragen voor het (mogelijk maken van) toezicht op de naleving van het in verdragen en overeenkomsten bepaalde terzake van vermindering van strijdkrachten

Periode: 1945–

Opmerking: w.o. tezamen met de Minister van Buitenlandse Zaken opleiden van inspecteurs en begeleiders in het kader van de verificatieverplichtingen van het CSE-verdrag

Waardering: B (5)

Handeling: Het zorgdragen voor het (mogelijk maken van) toezicht op de naleving van het in verdragen en overeenkomsten bepaalde terzake van beperking van chemische, biologische, nucleaire en conventionele bewapening en wapenhandel

Periode: 1945–

Opmerking: w.o. tezamen met de ministers van Economische Zaken en Volksgezondheid; o.a. regels en voorschriften, oefeningen en proefinspecties

Waardering: B (5)

Handeling: Het leveren van een bijdrage aan het testen van wapens ter bepaling van hun uitwerking

Periode: 1945–

Opmerking: o.a. waarnemingen bij beproevingen van wapens in hoeverre deze op grond van humanitair oorlogsrecht aanvaardbaar zijn

Waardering: B (1)

Handeling: Het leveren van een bijdrage aan inspecties ter plaatse ingevolge verdragsbepalingen terzake van vermindering van strijdkrachten

Periode: 1945–

Opmerking: o.a. vanaf 1986 ter toetsing van CSBM’s, en vanaf 1991 verrichten van verrassingsinspecties en verslaggeving daarvan ingevolge de Uitvoeringswet CSE-verdrag

Waardering: B (6)

Handeling: Het leveren van een bijdrage aan inspecties ter plaatse ingevolge verdragsbepalingen terzake van beperking van chemische, biologische, nucleaire en conventionele bewapening

Periode: 1945–

Opmerking: o.a. t.b.v. toezicht op naleving CW-verdrag; overeenstemmen met de ministers van Landbouw, Volksgezondheid en Milieuhygiëne, inzake het verbieden van ontwikkeling, produktie, verwerving en bezit van biologische wapens

Waardering: B (6)

Handeling: Het leveren van een bijdrage aan het ontvangen en begeleiden van (buitenlandse) inspecteurs ter uitvoering van verdragsbepalingen

Periode: 1945–

Opmerking: in samenwerking met de Minister van Buitenlandse Zaken; o.a. inspecties in Nederland i.h.k.v. INF-verdrag

Waardering: V, 10 jaar

Handeling: Het leveren van een bijdrage in het optreden als depositaris van het Conventionele Strijdkrachten in Europa-verdrag

Periode: 1990–

Opmerking: w.o. bijeenroepen van vijfjaarlijkse toetsings- en amenderingsconferenties

Waardering: B (3)

Handeling: Het zorgdragen voor de technische leiding in het opzetten van een communicatienetwerk ter uitwisseling van informatie in het kader van vertrouwenwekkende en veiligheidsbevorderende maatregelen en het in het CSE-verdrag bepaalde

Periode: 1990–

Opmerking: w.o. opzetten van een Conflict Preventie Centrum

Waardering: V, 10 jaar

Handeling: Het leveren van een bijdrage aan het vernietigen van biologische, chemische en conventionele wapens

Periode: 1945–

Opmerking: i.h.k.v. verdragsbepalingen (mede) zorgdragen voor opsporen en vernietigen van wapens, installaties en munitie in het buitenland, o.a. de Chemical Destruction Group en UNSCOM

Waardering: B (6)

Handeling: Het registreren van productie, beleid, wet- en regelgeving, procedure, invoer- en uitvoer van wapens en wapensystemen

Periode: 1993–

Opmerking: i.h.k.v. het VN-Wapenregister

Waardering: B (6)

Handeling: Het houden van toezicht op de wijze van uitvoering van inspecties ingevolge internationale verdragen en overeenkomsten

Periode: 1945–

Opmerking: i.h.k.v. verdragsbepalingen (begeleiden van) de uitvoering van inspecties terzake van opsporen en vernietigen van wapens, installaties en munitie in het buitenland; inclusief interne rapportering

Waardering: B (5)

Handeling: Het voorbereiden en vaststellen van regelgeving met betrekking tot het verlenen van militaire bijstand, sedert 1987 eveneens met betrekking tot het verlenen van incidentele militaire steunverlening

Periode: 1945–

Product: bv. Voorschrift betreffende het verlenen van militaire bijstand in Nederland; Voorschrift militaire bijstand en steunverlening in Nederland in vredestijd (MP 11-10); VS 2-1581 (Handhaving openbare orde)

Waardering: B (1)

Handeling: Het organiseren van en verslagleggen over het verlenen van militaire bijstand ten tijde van de Watersnoodramp 1953

Periode: 1953

Waardering: B (6)

Handeling: Het voorbereiden en vaststellen van regelgeving betreffende het ruimen van conventionele explosieven en geïmproviseerde explosieven, zo nodig in overleg met de Ministers van Binnenlandse Zaken en Justitie

Periode: 1945–

Waardering: B (5)

Handeling: Het zorgdragen voor ruiming (onschadelijk maken en afvoeren, dan wel doen springen) van aangetroffen ongesprongen explosieven en het op een aanvraag van overheid of particulieren zorgdragen voor onderzoek naar niet-gesprongen explosieven

Periode: 1945–

Waardering: V, 10 jaar

Handeling: Het vastleggen van het ruimen (onschadelijk maken en afvoeren, dan wel doen springen) van aangetroffen ongesprongen explosieven en het op een aanvraag van overheid of particulieren zorgdragen voor onderzoek naar niet-gesprongen explosieven

Periode: 1945–

Product: eindrapporten

Waardering: B (2)

Handeling: Het medeverzorgen van opleidingen aan niet-militairen tot bomverkenner

Periode: 1976–

Bron: hfd. 2, punt 5, Regeling ‘Het optreden bij bommeldingen’

Product:

Opmerking:

Waardering: V, 10 jaar

Handeling: Het voorbereiden en vaststellen van regelgeving betreffende de berging en identificering van stoffelijke resten

Periode: 1945–1967

Product: bv. Voorschrift Gravendienst (VS 10-20)

Waardering: B (5)

Handeling: Het zorgdragen voor de aanleg en inrichting van militaire erebegraafplaatsen

Periode: 1945–1967

Waardering: B (6)

Handeling: Het zorgdragen voor het ruimen of verplaatsen van burgergraven op civiele begraafplaatsen

Periode: 1945–1972

Waardering: B (6)

Handeling: Het zorgdragen voor de ruiming en berging, identificatie en herbegraving of transport naar het land van herkomst van stoffelijke resten uit veldgraven of gevonden wrakken

Periode: 1945–

Waardering: B (6)

Handeling: Het, ingevolge internationale verdragen, voorbereiden en vaststellen van regelgeving met betrekking op de opsporing en redding van in nood verkerende bemanningen en passagiers van luchtvaartuigen en schepen op zee, zo nodig in samenwerking met de Minister van Verkeer en Waterstaat

Periode: 1947–

Waardering: B (5)

Handeling: Het opsporen en redden van in nood verkerende bemanningen en passagiers van luchtvaartuigen en schepen in het bij internationale verdragen afgesproken zeegebied alsmede de Nederlandse binnenwateren

Periode: 1947–

Waardering: Deze handeling wordt hier niet gewaardeerd, aangezien deze handeling is vastgesteld en gewaardeerd in de selectielijst beleidsterrein burgerluchtvaart voor wat betreft de actor minister van defensie en daaronder ressorterende commissies, 1945– onder handeling nummer 204

Handeling: Het in verband met een opsporing en redding van in nood verkerende bemanningen en passagiers van luchtvaartuigen en schepen op zee, zorgdragen voor alarmering

Periode: 1959–

Waardering: V, 5 jaar

Handeling: Het nemen van maatregelen bij wederrechtelijke inmenging en onderschepping van luchtvaartuigen

Periode: 1959–

Waardering: B (5) bij ingrijpen op doelbewuste en kwaadwillende overschrijding van het Nederlandse luchtruim; rest V, 5 jaar

Handeling: Het coördineren met de minister van Verkeer en Waterstaat van het beleid en de uitvoering inzake de opsporing en redding van op zee in nood verkerende bemanningen en passagiers van luchtvaartuigen en schepen

Periode: 1947–

Waardering: V, 5 jaar

Handeling: Het ter beschikking stellen van faciliteiten, personeel en materieel die benodigd zijn voor de uitvoering van de voor de Kustwacht gestelde taken

Periode: 1987–

Waardering: V, 5 jaar

Handeling: Het informeren van het Kustwachtcentrum inzake:

a. de planning van de voorgenomen inzet van operationele middelen;

b. de daadwerkelijke inzet alsmede de beschikbaarheid daarvoor;

c. alles wat verder noodzakelijk is dan wel nuttig kan zijn voor een doelmatige en doeltreffende taakuitvoering van de Kustwacht

Periode: 1987–

Waardering: B (5)

Handeling: Het voorbereiden en vaststellen van regelgeving het vervoer van zieken en gewonden van de Waddeneilanden naar ziekenhuizen op het vasteland met behulp van militair materieel, zo nodig in samenwerking met de Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur

Periode: 1959–

Waardering: B (1)

Handeling: Het zorgdragen voor vervoer van ernstig zieken en gewonden van de Waddeneilanden naar ziekenhuizen op het vasteland

Periode: 1959–

Waardering: V, 5 jaar

Handeling: Het aan de hand van met ambtsgenoten overeengekomen wet- en regelgeving voorbereiden en vaststellen van regels en instructies betreffende de uitoefening van politietoezicht op het visserijbedrijf in de Noordzee door de krijgsmacht (Koninklijke Marine)

Periode: 1945–1987

Waardering: B (5)

Handeling: Het aanwijzen van een marineschip als politiekruiser

Periode: 1945–1987

Waardering: B, 5

Handeling: Het controleren en inspecteren van zeevisvaartuigen op naleving van bepalingen neergelegd in internationale verdragen en nationale wet- en regelgeving op het gebied van de visserij, van de scheepvaart en de uitrusting van schepen, en het uitvoeren van andere taken op zee die in dat kader aan een commandant van een politiekruiser zijn opgedragen

Periode: 1945–1987

Waardering: B, 5

Handeling: Het jaarlijks opstellen van een:

(a) opgave, op basis van het praaiboekje, van alle vissersschepen die zijn ontmoet ten behoeve van de Directeur van het Rijksinstituut voor Visserij-onderzoek;

(b) verslag inzake het toezicht op de naleving van de Wet op de maaswijdte van zeevisnetten ten behoeve van de Directeur van de AID;

(c) een rapport betreffende overtredingen van de Schepenwet ten behoeve van de Inspecteur-Generaal voor de Scheepvaart;

(d) verslag van de medische hulpverlening aan vissers ten behoeve van de Directeur-Generaal Volksgezondheid

Periode: 1945–1987

Waardering: B (3): alleen rapporten en verslagen

Handeling: Het voorbereiden en vaststellen van wet- en regelgeving betreffende de loodsdienst

Periode: 1945–1979

Waardering: B (1)

Handeling: Het rapporteren over het zorgdragen voor de beloodsing van zeeschepen in en uit de Nederlandse zeegaten of zeehavens en langs de rivieren, stromen, vaarwaters en kanalen van, naar en binnen Nederland

Periode: 1945–1979

Waardering: V, 5 jaar

Handeling: Het verlenen van bevoegdheid tot loodsen aan Nederlandse kapiteins en stuurlieden ten aanzien van het schip waarop zij als zodanig dienst doen

Periode: 1957–1979

Waardering: V, 5 jaar na afloop bevoegdheid

Handeling: Het, in bijzondere gevallen, verlenen van een ontheffing ten aanzien van de verplichting tot gebruikmaking van de diensten van een loods en verlenen van gehele of gedeeltelijke vrijstelling van de verplichting tot betaling van het loodsgeld en vergoedingen

Periode: 1945–1979

Waardering: V, 5 jaar na afloop ontheffing

Handeling: Het rapporteren over het zorgdragen voor plaatsing, instandhouding, wijziging of verplaatsing van tonnen, bakens en lichten op de openbare wateren van het Rijk en het houden van toezicht daarop

Periode: 1945–1979

Waardering: V, 5 jaar na rapportage

Handeling: Het, al naar gelang de behoeften van de scheepvaart, bepalen of een vooruitgezette post dient te worden ingesteld en waar deze post gestationeerd zal worden

Periode: 1945–1979

Waardering: V, 5 jaar

Handeling: Het onderzoeken van klachten van een kapitein tegen loodsen of uitoefening van de loodsdienst

Periode: 1945–1979

Waardering: V, 5 jaar na afloop onderzoek

Handeling: Het samenstellen van een commissie tot afneming van het loodsexamen

Periode: 1945–1979

Waardering: V, 5 jaar na opheffing of wijziging commissie

Handeling: Het voorbereiden en vaststellen van regelgeving betreffende de uitoefening van hydrografie en oceanografisch onderzoek

Periode: 1945–

Waardering: B (1, 4)

Handeling: Het zorgdragen voor ondersteuning met materieel en personeel aan de regering van de Republiek Indonesië ter opbouw van een hydrografische dienst en uitvoering van een hydrografische taak

Periode: 1950–± 1955

Waardering: B (6)

Handeling: Het ter beschikking stellen van opnemingsvaartuigen en bemanning van de Koninklijke Marine aan civiele wetenschappelijke instellingen of andere civiele overheidsorganisaties ten behoeve van wetenschappelijk hydrografisch, oceanografisch of ander zeeonderzoek

Periode: 1945–

Waardering: B, 5

Handeling: Het opstellen van algemene opnemingsplannen voor het Nederlandse deel van het continentaal plat, inclusief de kustwateren en (voormalige) zeegaten, voor de wateren rond de overzeese Rijksdelen en voor andere daarvoor in aanmerking komende zeegebieden

Periode: 1945–

Waardering: V, 10 jaar na vervanging of wijziging (deel van) opnemingsplan

Handeling: Het zorgdragen voor uitvoering van algemene hydrografische opnemingen en oceanografisch onderzoek in de Nederlandse zeegebieden en de zeegebieden rond de overzeese Rijksdelen alsmede het bijhouden van veranderingen op hydrografisch gebied in de desbetreffende zeegebieden

Periode: 1945–

Waardering: V, 10 jaar na wijziging of verandering; databasegegevens en einddocument, V, 100 jaar

Handeling: Het samenstellen, produceren en publiceren van hydrografische en oceanografische boekwerken, zeekaarten en Berichten aan Zeevarenden en andere specifieke hydrografische en oceanografische informatie en het verstrekken daarvan aan de zeemacht, overheidsinstellingen en particulieren

Periode: 1945–

Waardering: V, 10 jaar

B (3) einddocumenten

Handeling: Het adviseren van de Minister van Economische Zaken betreffende het plaatsen van installaties op het continentaal plat van de Noordzee en ander mijnrechtelijk gebied, en van de Minister van Buitenlandse Zaken op het gebied van de bepaling van grenzen, basislijnen en dergelijke

Periode: 1945–

Waardering: B (1, 5)

Handeling: Het vaststellen van het aantal, de dislocatie, de taak en de uitrusting van de weerdienststations, de voorlichtingsstations en de waarnemingsstations van de Koninklijke marine, de Koninklijke landmacht en de Koninklijke luchtmacht

Periode: 1945–

Grondslag: Toelichting, beschikking van de staatssecretaris van Marine van 18 me 1951, nr. 249171/54277, houdende organisatie van meteorologische werkzaamheden bij de Koninklijke marine; art. 3, lid 1 gezamenlijke beschikking van de ministers van Oorlog en Marine van 6 augustus 1953 nr. 4108 en VM/330264/54277 en van Verkeer en Waterstaat van 22 juni 1953, nr. 21037, houdende samenwerking op meteorologisch gebied tussen Koninklijke marine, Koninklijke landmacht, Kóninklijke luchtmacht er KNMI in vredestijd; Voorschrift betreffende de meteorologische en oceanografische werkzaamheden bij de Koninklijke Marine, vastgesteld bij M.B. van 16 januari 1990, (1VVKM7) hoofdstuk 1200

Opmerking: Voorlichtingsstation: een militair meteorologisch station, dat is ingericht tot het geven van meteorologische voorlichtingen; Weerdienststation: een militair meteorologisch station, dat is ingericht tot het geven van meteorologische voorlichtingen en het verrichten van meteorologische waarnemingen; Waarnemingsstation: een militair meteorologisch station, dat is ingericht tot het verrichten van meteorologische waarnemingen. (Art. 1 gezamenlijke beschikking van de ministers van Oorlog en Marine van 6 augustus 1953, nr. 4108 en VM/330264/54277 en van Verkeer en Waterstaat van 22 juni 1953, nr. 21037, houdende samenwerking op meteorologisch gebied tussen Koninklijke Marine, Koninklijke Landmacht, Koninklijke Luchtmacht en KNMI in vredestijd.)

Waardering: B (5)

Handeling: Het verzamelen en bewerken van gegevens op meteorologisch gebied

Periode: 1945–

Grondslag: Punt 10 a en punt 32, beschikking van de staatssecretaris van Marine van 18 mei 1951, nr. 249171/54277, houdende organisatie van meteorologische werkzaamheden bij de Koninklijke marine; artikel 3, lid 3 gezamenlijke beschikking van de ministers van Oorlog en Marine van 6 augustus 1953, nr. 4108 en VM/330264/54277 en van Verkeer en Waterstaat van 22 juni 1953, nr. 21037, houdende samenwerking op meteorologisch gebied tussen Koninklijke marine, Koninklijke landmacht, Koninklijke luchtmacht en KNMI in vredestijd; punt 241, a, c en d CIRC.Z. 2154 e; defensienota’s; 1VVKM7

Waardering: B 5

Handeling: Het verstrekken van meteorologische inlichtingen aan andere krijgsmachtdelen of eenheden, aan nationale en aan internationale civiele of militaire instanties

Periode: 1945–

Grondslag: Punt 10 a en punt 32, beschikking van de staatssecretaris van Marine van 18 mei 1951, nr. 249171/54277, houdende organisatie van meteorologische werkzaamheden bij de Koninklijke marine; artikel 3, lid 3 gezamenlijke beschikking van de ministers van Oorlog en Marine van 6 augustus 1953, rn .4108 en VM/330264/54277 en van Verkeer en Waterstaat van 22 juni 1953, rn .21037, houdende samenwerking op meteorologisch gebied tussen Koninklijke marine, Koninklijke landmacht, Koninklijke luchtmacht en KNMI in vredestijd; punt 241, a, c en d CIRC.Z. 2154 e; defensienota’s

Waardering: V, 5 jaar

Handeling: Het deelnemen aan nationaal overleg betreffende aangelegenheden op geografisch en topografisch gebied

Periode: 1947–

Bron: STANAG 2201 e.v

Waardering: V, 10 jaar

B (1) eindproduct

Handeling: Het deelnemen aan internationaal overleg betreffende aangelegenheden op geografisch en topografisch gebied

Periode: 1947–

Bron: STANAG 2201 e.v

Waardering: V, 10 jaar

B (1) eindproduct

Handeling: Het verzamelen en bewerken van geografische en topografische gegevens

Periode: 1945–2004

Bron: Toelichting beschikking van de minister van Oorlog van 11 januari 1952, Generale Staf, Sectie G2, nr. 7843 houdende aanvraag stafkaarten/LO 11 L-LM; art. 6, tweede deel, beschikking van de minister van Defensie van 8 augustus 1959, Secretaris-Generaal, nr. 210748 A, houdende kaartvoorziening/LaO 59091; defensienota’s

Waardering: V, 100 jaar

Handeling: Het samenstellen van geografische en topografische kaarten

Periode: 1945–2004

Bron: Toelichting beschikking van de minister van Oorlog van 11 januari 1952, Generale Staf, Sectie G2, nr. 7843 houdende aanvraag stafkaarten/LO 11 L-LM; art. 6, tweede deel, beschikking van de minister van Defensie van 8 augustus 1959, Secretaris-Generaal, nr. 210748 A, houdende kaartvoorziening/LaO 59091; defensienota’s

Waardering: B (1)

Handeling: Het verstrekken van (informatie uit) geografische en topografische kaarten aan de krijgsmacht en aan civiele instanties en personen

Periode: 1945–2004

Bron: Art. 2 en art. 3 beschikking van de minister van Oorlog van 11 januari 1952, Generale Staf, Sectie 02, nr. 7843 houdende aanvraag stafkaarten/LO 11 L-LM; art. 2 en art. 3 beschikking van de minister van Oorlog van 17 november 1952, Generale Staf, Sectie 02, nr. 9376, houdende oplegging stafkaarten/LO 346 L; punt 3.2.-3.6. en punt 4.1.-4.3. beschikking van de minister van Oorlog van 23 juli 1955, Secretaris-Generaal, nr. 210748, houdende voorziening topografische kaarten/LaO 55195/LuO 55504; art. 3 en art. 6, tweede deel, beschikking van de minister van Defensie van 8 augustus 1959, Secretaris-Generaal, nr. 210748 A, houdende kaartvoorziening/LaO 59091; defensienota’s

Waardering: V, 10 jaar

Handeling: Het maken van afspraken met de Minister van Verkeer en Waterstaat inzake het nautisch beheer met betrekking tot het civiele en militaire scheepvaartverkeer op de scheepvaartwegen van, naar en binnen de Rijkszeehaven Den Helder

Periode: 1988–1990

Waardering: B (1)

Handeling: Het zorgdragen voor het nautisch beheer (het toelatingsbeleid; het geven van verkeersinformatie en verkeersaanwijzingen; het observeren en stelselmatig volgen van de verkeersstroom; het plannen en coördineren van de verkeersafwikkeling) ten aanzien van de civiele scheepvaart van, naar en binnen de Rijkshaven Den Helder

Periode: 1990–

Waardering: V, 5 jaar, bij aanwijzingen 5 jaar na wijziging

Handeling: Het periodiek voeren van overleg met de Minister van Verkeer en Waterstaat (Directeur DGSM) inzake de wijze van afstemming en uitvoering van de opgedragen nautische taken en bevoegdheden

Periode: 1990–

Waardering: B (5)

Handeling: Het, op verzoek van derden, zorgdragen voor het uitvoeren van luchtverkenningen en -observaties ten behoeve van civiele doeleinden en het rapporteren daarover

Periode: 1945–

Waardering: V, 5 jaar na rapportage

Handeling: Het, op verzoek van derden, zorgdragen voor luchttransport voor leden van het Koninklijk Huis, leden van de regering of leden van buitenlandse delegaties en het rapporteren daarover

Periode: 1945–

Waardering: V, 5 jaar

Handeling: Het voorafgaand aan het inzetten of ter beschikking stellen van de krijgsmacht ter handhaving of bevordering van de internationale rechtsorde verstrekken van inlichtingen aan de Staten-Generaal

Periode: 1994

Waardering: B (1)

Handeling: Het voorbereiden en vaststellen van regelgeving betreffende de beschikbaarstelling van personeel en materieel buiten militair verband aan overheidslichamen, openbare lichamen of andere organisaties of personen in het kader van incidentele steunverlening

Periode: 1945–1987

Waardering: B (1)

Handeling: Het, op verzoek van derden, zorgdragen voor verlening van incidentele steun

Periode: 1945–

Waardering: Incidentele militaire steunverlening in het openbaar belang B (5)

Overige militaire steunverlening V, 5 jaar

Handeling: Het, na aanvraag of op grond van een aanbod, verlenen van militaire bijstand ter bestrijding van calamiteiten buiten het Nederlandse territoir

Periode: 1945–

Opmerking: het betreft hier het inzetten van de Nederlandse krijgsmacht ten behoeve van internationale humanitaire noodhulp, te weten rampenbestrijding en vluchtelingenhulp

Waardering: B (6)

Handeling: Het vaststellen van een raamovereenkomst inzake de afstemming van de uitvoering van humanitaire noodhulpoperaties buiten Nederland

Periode: 1997–

Grondslag:

Product: Overeenkomst

Opmerking:

Waardering: B, 5

Handeling: Het voorbereiden en vaststellen van projectplannen en uitvoeringsovereenkomsten inzake de wijze van inzet van militair personeel en materieel ten behoeve van humanitaire nood hulphulpverlening

Periode: 1997–

Grondslag: Raamuitvoeringsoverkomst nr. D96000915, art.I.2-4

Product: Projectplannen, projectvoorstellen, uitvoeringsovereenkomsten

Opmerking:

Waardering: V, 20 jaar, inhoudelijk eindverslag B

Handeling: Het verlenen van humanitaire noodhulp

Periode: 1997–

Grondslag: Raamuitvoeringsoverkomst nr. D96000915

Product:

Opmerking: De noodhulp wordt verleend op basis van projectplannen

Waardering: B (6)

Handeling: Het evalueren van de voortgang van de samenwerking en de uitvoering van humanitaire noodhulpverlening

Periode: 1997–

Grondslag: Raamuitvoeringsoverkomst nr. D96000915, art II,.3, art. IV.2-3

Waardering: V, 20 jaar, inhoudelijk eindverslag B

Actor: de Inspecteur-Generaal der KL/KM/KLu/Krijgsmacht

Handeling: Het adviseren van en rapporteren aan de Minister van Defensie over aangelegenheden die de krijgsmacht betreffen

Periode: 1945–

Waardering: B (2)

Handeling: Het verslagleggen over het bemiddelen in problemen tussen individuele militairen en de defensie-organisatie of derden

Periode: 1947–

Waardering: V, 75 jaar

Actor: inspecteurs, commandanten en bevelhebbers

Handeling: Het aanmelden en het organiseren van een voorgenomen bezoek ter inspectie van militaire eenheden

Periode: 1945–

Waardering: V, 2 jaar na afloop bezoek

Handeling: Het rapporteren aan de bevelhebbers van een krijgsmachtdeel over de operationele gereedheid van de onder hun bevel staande eenheden

Periode: 1945–

Waardering: B (3)

Actor: de militaire autoriteit tot vorderen bevoegd

Handeling: Het daadwerkelijk vorderen van of voorzien in inkwartiering, onderhoud, transporten en leverantiën

Periode: 1946–

Waardering: V, 5 jaar na eindigen vordering

Handeling: Het rapporteren over het vorderen van of voorzien in inkwartiering, onderhoud, transporten en leverantiën

Periode: 1946–

Waardering: V, 5 jaar na rapportage

Actor: de militaire autoriteit bevoegd tot het verlenen van ontheffingen

Handeling: Het verlenen van incidentele ontheffingen, vrijstellingen en aanwijzingen op wet- en regelgeving met betrekking tot militair vervoer door of ten behoeve van de Nederlandse, een bondgenootschappelijke of een vreemde krijgsmacht, zo nodig in overleg met de Minister van Buitenlandse Zaken

Periode: 1945–

Waardering: V, 5 jaar na ontheffing

Actor: de Commandant der Zeemacht in het Caraïbisch gebied

Handeling: Het informeren van de Gouverneur van de Nederlandse Antillen (en na 1986 ook van de Gouverneur van Aruba) over operationele militaire aangelegenheden in het Caraïbisch gebied

Periode: 1945–

Waardering: V, 20 jaar

Handeling: Het op verzoek van de Gouverneur van de Nederlandse-Antillen en/of de gouverneur van Aruba verlenen van militaire bijstand in de Nederlandse Antillen of Aruba

Periode: 1945–

Waardering: B (6)

Actor: militaire commandant

Handeling: Het ten behoeve van de defensie-organisatie rapporteren over het verlenen van militaire bijstand

Periode: 1945–

Waardering: B (6)

Actor: Militair attaché

Handeling: Het analyseren van en rapporteren over het politiek, militair, sociaal-economisch, technisch of historisch beleid van het land van accreditatie

Periode: 1945–

Grondslag: MB van 9 januari 1946, nr. O 3; M.B. van 20 oktober 1987, S87/142/3197; 7 mei 1993, nr. DIS/93/071/1583, Regeling Militair Attachés, 1VVKM1, bijlage 5

Producten: Kwartaalrapport; jaaroverzicht

Waardering: B (1)

Handeling: Het voeren van overleg met autoriteiten van de landen binnen zijn/haar werkgebied

Periode: 1945–

Grondslag: Regeling Militair Attachés, 1VVKM1, bijlage 5

Product:

Opmerking: Een en ander dient te geschieden in overleg met de Chef de Poste

Waardering: V, 5 jaar

B (1) eindproduct

Handeling: Het verstrekken van informatie aan autoriteiten van de landen binnen zijn/haar werkgebied

Periode: 1945–

Grondslag: Regeling Militair Attachés, 1VVKM1, bijlage 5

Product:

Opmerking: E.e.a. dient te geschieden in overleg met de Chef de Poste

Waardering: V, 1 jaar

Handeling: Doorgeleiden van aanvragen van voorgenomen bezoeken aan buitenlandse overheids- en civiele instanties waarvoor een ‘request for visit’ dient te worden gedaan en/of een veiligheidsmachtiging (‘certificate of security clearance’) is benodigd

Periode: 1945–

Grondslag: Regeling Militair Attachés, 1VVKM1, bijlage 5

Product:

Opmerking:

Waardering: V, 3 jaar

Handeling: Het doorgeleiden van gerubriceerde documenten en materialen aan buitenlandse overheden en civiele bedrijven

Periode: 1945–

Grondslag: Regeling Militair Attachés, 1VVKM1, bijlage 5

Product:

Opmerking: Geschiedt in het zogenaamde Government to Government traject

Waardering: V, 3 jaar

Actor: Nederlandse permanente militaire vertegenwoordiging (PMV) bij de NAVO (1949–); Nederlandse permanente vertegenwoordiger bij de EU (2000–)

Handeling: Het rapporteren over de politieke ontwikkelingen bij de internationale organisatie waarbij de Permanente Vertegenwoordiger geaccrediteerd is

Periode: 1949–

Opmerking: Zie ook het RIO buitenland en ontwikkelingssamenwerking, PIVOT-rapport 103, handeling 598

Waardering: B (1)

Actor: Chef defensiestaf

Handeling: Het voorbereiden en vaststellen van Aanwijzingen inzake vredesoperaties

Periode: 1995–

Product: Aanwijzing CDS

Waardering: B (1)

Actor: Officier-vastlegger

Handeling: Het opstellen van een operationeel dagboek bij joint operaties

Periode: 2000–

Grondslag: Aanwijzing CDS nr. A- 23

Product: Operationeel dagboek

Opmerking: Hierin wordt een chronologisch overzicht van het operationeel optreden van de eenheid en van de commandovoering wordt bijgehouden

Waardering: B (3, 5)

Actor: Begeleidingscommissie Post-Cambodja Klachten Onderzoek

Handeling: Het beoordelen van het onderzoek verricht naar de aard en de omvang van de lichamelijke en psychische klachten van militairen, uitgezonden naar Cambodja, Rwanda, Zaïre en Burundi

Periode: 1996–2000

Grondslag:

Product: ‘Het Post-Cambodja Klachten Onderzoek, het welbevinden van Cambodja-gangers en hun behoefte aan hulp en nazorg’; ‘Post-Cambodja Klachten Onderzoek Fase I, een inventariserend onderzoek naar aard, omvang en ontstaanswijze’; Rapport: ‘Het Post-Cambodja Klachten Onderzoek Fase II’

Opmerking:

Waardering: B (1)

Actor: Chefs van staven

Handeling: Het, met inachtneming van de op Nederland rustende verplichtingen voortvloeiend uit internationale overeenkomsten, opstellen van de regels volgens welke meteorologisch-technische werkzaamheden dienen te worden uitgevoerd

Periode: 1945–

Grondslag: art. 5, lid 2 gezamenlijke beschikking van de ministers van Oorlog er Marine van 6 augustus 1953, nr. 4108 en VM/330264/54277 en van Verkeer en Waterstaat van 22 juni 1953, nr. 21037, houdende samenwerking op meteorologisch gebied tussen Koninklijke marine, Koninklijke landmacht, Koninklijke luchtmacht en KNMI in vredestijd

Waardering: B (5)

Handeling: Het, in overleg met de Hoofddirecteur KNMI, bepalen welke stations worden ingeschakeld ten dienste van het KNMI inzake weertechnische aangelegenheden en het doorgeven van weerrapporten alsmede de wijze waarop deze stations met het KNMI zullen samenwerken

Periode: 1945–

Grondslag: Punt 32, beschikking van de staatssecretaris van Marine van 18 mei 1951, nr. 249171/54277, houdende organisatie van meteorologische werkzaamheden bij de Koninklijke marine; art. 3, lid 2 en art. 9 gezamenlijke beschikking van de ministers van Oorlog en Marine van 6 augustus 1953, rn. 4108 en VM/330264/54277 en van Verkeer en Waterstaat van 22 juni 1953, rn. 21037, houdende samenwerking op meteorologisch gebied tussen Koninklijke marine, Koninklijke landmacht, Koninklijke luchtmacht en KNMI in vredestijd

Waardering: B (5)

Handeling: Het, via een aangewezen officier-meteoroloog, waaraan civiele deskundigen worden toegevoegd, uitoefenen van controle en toezicht op de naleving van de regels en de verrichting van meteorologische werkzaamheden bij de krijgsmacht

Periode: 1945–

Grondslag: art. 5, lid 3–5 gezamenlijke beschikking van de ministers van Oorlog el Marine van 6 augustus 1953, nr. 4108 en VM/330264/54277 en val Verkeer en Waterstaat van 22 juni 1953, nr. 21037, houdende samenwerking op meteorologisch gebied tussen Koninklijke marine, Koninklijke landmacht, Koninklijke luchtmacht en KNMI in vredestijd

Opmerking: In de loop der tijd voor wat betreft de Marine toegewezen aan de CHYD en voor wat betreft de Luchtmacht aan het Luchtmacht Meteorologisch Centrum

Waardering: V, 10 jaar

Handeling: Het, in overleg met de hoofddirecteur KNMI, vaststellen van de aard, de vestiging, het programma en de duur van opleidingen van het meteorologisch personeel van de krijgsmacht

Periode: 1945–

Grondslag: Art. 4, lid 1 gezamenlijke beschikking van de ministers van Oorlog en Marine van 6 augustus 1953, nr. 4108 en VM/330264/54277 en van Verkeer en Waterstaat van 22 juni 1953, nr. 21037, houdende samenwerking op meteorologisch gebied tussen Koninklijke marine, Koninklijke landmacht, Koninklijke luchtmacht en KNMI in vredestijd

Waardering: B (5)

Actor: Chef Luchtmachtstaf (Luchtmacht Meteorologisch Squadron)

Handeling: Het opleiden van personeel van de krijgsmacht alsmede van het KNMI op luchtvaartmeteorologisch gebied

Periode: 1945 (?)–

Waardering: V, 10 jaar

Actor: Vakminister

Handeling: Het leveren van bijdragen aan het (mede)vaststellen en uitvoeren van het Defensiebeleid inzake militaire operationele aangelegenheden, in samenwerking met de Minister van Defensie

Periode: 1945–

Opmerking: het betreft hier de bijdrage van de vakminister aan beleidsontwikkeling en evaluatie van het Defensiebeleid, de voorbereiding van de uitvoering van operaties en de verantwoording van het beleid en de uitvoering daarvan, in zoverre die bijdrage betrekking heeft op één of meerdere algemene handelingen. Dit betreft in ieder geval de algemene handelingen 1 (bv. de medewerking van de Minister van Buitenlandse Zaken bij het opstellen van sommige defensienota’s of de adviezen van de Minister van Verkeer en Waterstaat over het herstellen van infrastructuur in oorlogstijd), 3–7, 232–235, 16–24, 27–28 en 33. De bijdrage van de vakminister in zoverre die niet betrekking heeft op een of meerdere algemene handelingen is opgenomen in aparte handelingen in hst. 4, hst. 6 en hst. 7

Waardering: B (1)

Handeling: Het mede voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van een kaderwet met betrekking tot de Staat van Oorlog, Staat van Beleg of een andere (militaire) uitzonderingstoestand in Nederland, in overleg met de Minister van Defensie

Periode: 1946–

Opmerking: de Oorlogswet voor Nederland noemt de Vice-Minister-President (tevens Minister van Algemene Zaken) als hoofdondertekenaar van de wet, en de ministers van Defensie, Binnenlandse Zaken, Justitie en Financiën als mede-ondertekenaars. In de Wet tot aanpassing van de bestaande wetgeving aan de Oorlogswet voor Nederland 1964 is de Minister van Defensie hoofdondertekenaar, en zijn de ministers van Binnenlandse Zaken en Justitie mede-ondertekenaars. Het gaat hier om aanpassingen van o.a. de Wet buitengewone bevoegdheden burgerlijk gezag, het Burgerlijk Wetboek en de Politiewet

Waardering: B (1)

Handeling: Het in overleg met de Minister van Defensie mede voorbereiden en vaststellen van nadere regels, richtlijnen en voorschriften ter uitvoering van bepalingen uit de Inkwartieringswet en daarop gebaseerde wet- en regelgeving

Periode: 1946–

Opmerking: bijvoorbeeld de ministers van Binnenlandse Zaken en Financiën met betrekking tot het Inkwartieringsbesluit en de ministers van Economische Zaken en Binnenlandse Zaken met betrekking tot het Besluit uit 1954 houdende instelling en aanwijzing van commissies, bedoeld in de artikelen 47 en 48 van de Inkwartieringswet, dat gedeeltelijk is gebaseerd op het civiele Algemene Vorderingsbesluit 1940

Waardering: B (5)

Handeling: Het nemen van maatregelen tot het voorzien in en bekend maken van roerende en onroerende goederen waarvan is te voorzien dat deze in geval van oorlog, oorlogsgevaar of andere buitengewone omstandigheden ter voorziening in de behoeften aan inkwartiering en onderhoud gevorderd zullen worden, in overleg met de Minister van Defensie

Periode: 1953–

Waardering: V, 5 jaar na vaststelling van nieuwe maatregel/na feitelijke uitvoering maatregel

Handeling: Het in overleg met de Minister van Defensie bij wet mede voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van (voorlopige) wettelijke voorzieningen in verband met de (voorgenomen intrekking van de) wet waarin wordt verklaard dat er oorlogsgevaar is in de zin waarin dat woord in ’s Lands wetten voorkomt

Periode: 1946–

Opmerking: voor de besproken periode zijn de vakministers de ministers van Binnenlandse Zaken en Verkeer en Waterstaat

Waardering: B (1)

Handeling: Het mede voorbereiden en vaststellen van wet- en regelgeving met betrekking tot maatregelen en werken nodig tot voorziening in de belangen van de landsverdediging in verband met de afsluiting en droogmaking van de Zuiderzee, in overleg met de Minister van Defensie

Periode: 1945–1960

Opmerking: het betreft hier de ministers van Financiën en Verkeer en Waterstaat

Waardering: B (1)

Handeling: Het voorbereiden en vaststellen van wet- en regelgeving met betrekking tot het gebruik van eigendom voor het voorbereiden en het stellen van militaire inundatiën, in overleg met de Minister van Defensie

Periode: 1945–

Waardering: B (1)

Handeling: Het nemen van maatregelen ter uitvoering van de reglementen zoals vastgelegd in de Belemmeringswet Landsverdediging, in overleg met de Minister van Defensie

Periode: 1945–

Waardering: V, 10 jaar na verval van maatregel of vergoeding

Handeling: Het aan de hand van de militaire behoeften voorbereiden en vaststellen van plannen ter constructie van strategische militaire verdedigingswerken, in overleg met de Minister van Defensie

Periode: 1945–1963

Opmerking: ten aanzien van de IJssellinie betreft dit de Minister van Verkeer en Waterstaat

Waardering: B (5)

Handeling: Het mede voorbereiden en vaststellen van wet- en regelgeving inzake nationaliteits- en inschrijvingskenmerken aan militaire voer-, vlieg- en vaartuigen, in overleg met de Minister van Defensie

Periode: 1945–

Opmerking: het betreft hier de ministers van Overzeese Rijksdelen, Buitenlandse Zaken, Zonder Portefeuille en Verkeer en Waterstaat

Waardering: B (1)

Handeling: Het mede voorbereiden en vaststellen van wet- en regelgeving op het gebied van operationeel militair vervoer en verkeer, zo nodig in overleg met de Minister van Defensie

Periode: 1945–

Opmerking: het betreft hier de ministers van Verkeer en Waterstaat en Buitenlandse Zaken

Waardering: B (1)

Vervallen, deze handeling zal op termijn worden ingediend en gewaardeerd in het BSD militaire inlichtingendiensten

Vervallen, deze handeling zal op termijn worden ingediend en gewaardeerd in het BSD militaire inlichtingendiensten

Handeling: Het voorbereiden en vaststellen van wet- en regelgeving ter bepaling van de te doorlopen procedures en reglementen in geval van schade of ongevallen waarbij de krijgsmacht is betrokken, in overleg met de Minister van Defensie

Periode: 1945–

Opmerking: het betreft hier de ministers van Justitie en van Buitenlandse Zaken wat betreft de Wet tot vergoeding van door NAVO-motorrijtuigen veroorzaakte schade

Waardering: B (5)

Handeling: Het aan de Minister van Defensie verzoeken tot het verlenen van incidentele militaire steun in het kader van het openbaar belang

Periode: 1945–

Waardering: B (1)

Handeling: Het aan de Minister van Defensie verzoeken tot het verlenen van militaire bijstand ter bestrijding van calamiteiten buiten het Nederlandse territoir

Periode: 1945–

Waardering: B (1)

Actor: Minister van Buitenlandse Zaken

Handeling: Het behandelen van verzoeken voor overvlieg en/of landingsvergunningen van buitenlandse militaire vliegtuigen, in overleg met de Minister van Defensie

Periode: 1945–

Waardering: V, 10 jaar

Handeling: Het voorbereiden van bezoeken van buitenlandse militaire hoogwaardigheidsbekleders, missies, schepen en vliegtuigen aan Nederland en vice versa, in overleg met de Minister van Defensie (hoofd militaire inlichtingendienst)

Periode: 1945–

Waardering: V, 10 jaar

Handeling: Het voorafgaand aan het inzetten of ter beschikking stellen van de krijgsmacht ter handhaving of bevordering van de internationale rechtsorde verstrekken van inlichtingen aan de Staten-Generaal

Periode: 1994–

Grondslag: TK 23591, nr. 5; Grondwet, art. 100 (Stb. 200, 294)

Waardering: B (1)

Handeling: Het vaststellen van een raamovereenkomst inzake de afstemming van de uitvoering van humanitaire noodhulpoperaties buiten Nederland

Periode: 1997–

Grondslag:

Product: Overeenkomst

Opmerking:

Waardering: B, 5

Handeling: Het voorbereiden en vaststellen van projectplannen en uitvoeringsovereenkomsten inzake de wijze van inzet van militair personeel en materieel ten behoeve van humanitaire nood hulphulpverlening

Periode: 1997–

Grondslag: Raamuitvoeringsoverkomst nr. D96000915, art.I.2-4

Product: Projectplannen, projectvoorstellen, uitvoeringsovereenkomsten

Opmerking:

Waardering: V, 20 jaar, inhoudelijk eindverslag B, 5

Handeling: Het evalueren van de voortgang van de samenwerking en de uitvoering van humanitaire noodhulpverlening

Periode: 1997–

Grondslag: Raamuitvoeringsoverkomst nr. D96000915, art II,.3, art. IV.2–3

Waardering: V, 20 jaar, inhoudelijk eindverslag B, 5

Actor: Minister van Economische zaken

Handeling: Het toezicht houden op de uitvoering van het Verdrag tot verbod van de ontwikkeling, de produktie, de aanleg van voorraden en het gebruik van chemische wapens en de vernietiging van deze wapens

Periode: 1995–

Grondslag: Uitvoeringswet verdrag chemische wapens, 8-6-1995, Stb. 338; art 9–11 gewijzigd 6-11-1997, Stb. 510

Waardering: V, 10 jaar

Handeling: Het verlenen van ontheffingen op het ontwikkelen, produceren, verwerven, opslaan, overdragen of gebruiken van giftige stoffen voor onderzoek dan wel medische of farmaceutische doeleinden

Periode: 1995–

Grondslag: Uitvoeringswet verdrag chemische wapens, 8-6-1995, Stb. 338; art 9–11 gewijzigd 6-11-1997, Stb. 510

Waardering: V, 10 jaar

Actor: Minister voor ontwikkelingszaken

Handeling: Het vaststellen van een raamovereenkomst inzake de afstemming van de uitvoering van humanitaire noodhulpoperaties buiten Nederland

Periode: 1997–

Grondslag:

Product: Overeenkomst

Opmerking: B, 5

Handeling: Het voorbereiden en vaststellen van projectplannen en uitvoeringsovereenkomsten inzake de wijze van inzet van militair personeel en materieel ten behoeve van humanitaire nood hulphulpverlening

Periode: 1997–

Grondslag: Raamuitvoeringsoverkomst nr. D96000915, art.I.2-4

Product: Projectplannen, projectvoorstellen, uitvoeringsovereenkomsten

Opmerking: V, 20 jaar, inhoudelijk eindverslag B, 5

Handeling: Het evalueren van de voortgang van de samenwerking en de uitvoering van humanitaire noodhulpverlening-

Periode: 1997

Grondslag: Raamuitvoeringsoverkomst nr. D96000915, art II,.3, art. IV.2-

Waardering: V, 20 jaar, inhoudelijk eindverslag B, 5

Actor: Minister van Verkeer en Waterstaat

Handeling: Het voorbereiden en vaststellen van wet- en regelgeving ter uitvoering van artikel 45 van de Wegenverkeerswet in verband met de wet waarin wordt verklaard dat er oorlogsgevaar is in de zin waarin dat woord in ’s Lands wetten voorkomt, in overleg met de Minister van Defensie

Periode: 1946–

Waardering:B (1)

Handeling: Het rapporteren over het houden van toezicht op de constructie van strategische militaire verdedigingswerken (de IJssellinie), in samenwerking met de Minister van Defensie

Periode: 1945–

Waardering: B (1)

Handeling: Het, ingevolge internationale verdragen, in samenwerking of overeenstemming met de Minister van Defensie, voorbereiden en vaststellen van regelgeving met betrekking op de opsporing en redding van in nood verkerende bemanningen en passagiers van luchtvaartuigen en schepen op zee

Periode: 1947–1987

Waardering: B (1)

Handeling: Het voorbereiden en vaststellen van regelgeving betreffende het vervoer van zieken en gewonden van de Waddeneilanden naar ziekenhuizen op het vasteland met behulp van militair materieel, in samenwerking met de Minister van Defensie

Periode: 1959–

Waardering: B (1])

Actor: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu

Handeling: Het instemmen met een aanwijzing van een militair luchtvaartterrein

Periode: 1978–

Waardering: V, 10 jaar na intrekking aanwijzing

Actor: Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur

Handeling: Het voorbereiden en vaststellen van regelgeving betreffende het vervoer van zieken en gewonden van de Waddeneilanden naar ziekenhuizen op het vasteland met behulp van militair materieel, in samenwerking met de Minister van Defensie

Periode: 1959–

Waardering: B, 1

Actor: Minister van Financiën

Handeling: Het mede voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van wetgeving ter uitvoering van bepalingen uit de Oorlogswet voor Nederland met betrekking tot de rechtspositie van personen, in overleg met de Minister van Defensie

Periode: 1966–1997

Waardering: B 1

Actor: Hoofddirecteur KNMI

Handeling: Het, met inachtneming van de op Nederland rustende verplichtingen voortvloeiend uit internationale overeenkomsten, vaststellen van de wetenschappelijke grondslagen waarop meteorologisch-technische werkzaamheden door personeel van Koninklijke marine, Koninklijke landmacht en Koninklijke luchtmacht worden verricht

Penode: 1945–

Grondslag: punt 31, beschikking van de staatssecretaris van Marine van 18 mei 1951, nr. 249171/54277, houdende organisatie van meteorologische werkzaamheden bij de Koninklijke marine; art. 5, lid 1 gezamenlijke beschikking van de ministers van Oorlog en Marine van 6 augustus 1953, rn. 4108 en VM/33- 0264/54277 en van Verkeer en Waterstaat van 22 juni 1953, nr. 21037, houdende samenwerking op meteorologisch gebied tussen Koninklijke marine, Koninklijke landmacht, Koninklijke luchtmacht en KNMI in vredestijd.Waardering: B, 5

Handeling: Het, via een aangewezen officier-meteoroloog, waaraan civiele deskundigen worden toegevoegd, uitoefenen van controle en toezicht op de naleving van de regels en de verrichting van meteorologische werkzaamheden bij de krijgsmacht

Periode: 1945–

Grondslag: art. 5, lid 3–5 gezamenlijke beschikking van de ministers van Oorlog en Marine van 6 augustus 1953, nr. 4108 en VM/330264/54277 en van Verkeer en Waterstaat van 22 juni 1953, nr. 21037, houdende samenwerking op meteorologisch gebied tussen Koninklijke marine, Koninklijke landmacht, Koninklijke luchtmacht en KNMI in vredestijd

Opmerking: In de loop der tijd voor wat betreft de Marine toegewezen aan de CHYD en voor wat betreft de Luchtmacht aan het Luchtmacht Meteorologisch Centrum

Waardering: B, 5

Actor: KADOR

Handeling: Het deelnemen aan nationaal overleg betreffende aangelegenheden op geografisch en topografisch gebied

Periode: 2004–

Bron:

Waardering: V, 10 jaar

B (1) eindproduct

Handeling: Het deelnemen aan internationaal overleg betreffende aangelegenheden op geografisch en topografisch gebied

Periode: 2004–

Bron:

Waardering: V, 10 jaar

B (1) eindproduct

Handeling: Het verzamelen en bewerken van geografische en topografische gegevens

Periode: 2004–

Bron:

Waardering: V, 100 jaar

Handeling: Het samenstellen van geografische en topografische kaarten

Periode: 2004–

Bron:

Waardering: B (1)

Handeling: Het verstrekken van (informatie uit) geografische en topografische kaarten aan de krijgsmacht en aan civiele instanties en personen

Periode: 2004–

Bron:

Waardering: V, 10 jaar

Commissies/werkgroepen

Actor: Defensiecommissie/Staatscommissie

Handeling: Het adviseren van de Minister van Defensie inzake het operationeel functioneren van de krijgsmacht

Periode: 1948–1975

Waardering: B (1)

Actor: Commissie van militaire en civiele deskundigen tot onderzoek van de Nederlandse defensie (Commissie Van Rijckevorsel)

Handeling: Het adviseren van de Minister van Defensie inzake het operationeel functioneren van de krijgsmacht

Periode: 1971–1972

Waardering: B (1)

Actor: Adviesraad Defensie Aangelegenheden/(Voorlopige) Adviesraad Vrede en Veiligheid

Handeling: Het op verzoek of uit eigener beweging adviseren van de Minister van Defensie inzake het operationeel functioneren van de krijgsmacht

Periode: 1975–1997

Opmerking: 1975–1985: ADA; 1985–1990: VAVV; 1991–1997: AVV

Waardering: B (1)

Actor: Adviesraad internationale vraagstukken

Handeling: Het adviseren van de regering en de Staten-Generaal inzake mensenrechten, vrede en veiligheid, ontwikkelingssamenwerking en Europese integratie

Periode: 1998–

Bron: Wet op adviesraad internationale vraagstukken, Stb. 1998/209

Opmerking: Rechtopvolger van de adviesraad vrede en veiligheid.(zie handeling 13)

Waardering: B 1

Actor: Raad van Algemene Oorlogsvoering van het Koninkrijk, Raad van Militaire Aangelegenheden van het Koninkrijk, Raad van Zaken Overzee, sedert 1951 Algemene Verdedigingsraad

Handeling: Het voorbereiden van de besluitvorming door de Ministerraad aangaande de militaire verdedigingsvoorbereiding, het functioneren van de regering in buitengewone omstandigheden, internationaal overleg over vrede en veiligheid, belangrijke NAVO besluiten en aanverwante militaire operationele aangelegenheden

Periode: 1945–

Waardering: B (1)

Actor: Interdepartementale werkgroep geïmproviseerde Explosieven/interdepartementale begeleidings- en Adviescommissie inzake het optreden bij bommeldingen (cbob)

Handeling: Het adviseren van de Minister van Defensie, de Minister van Binnenlandse Zaken en de Minister van Justitie inzake het nemen van maatregelen gericht op een verantwoorde omgang met geïmproviseerde explosieven en bommeldingen

Periode: 1972–

Waardering: B (6)

Actor: Overlegcommissie maritieme search and rescue (sar)-zaken

Handeling: Het adviseren aan de Ministers van Defensie en van Verkeer en Waterstaat over de herziening van SAR-regelingen en de inrichting, taak, bevoegdheden en verantwoordelijkheden van een gecombineerd aëronautisch/maritiem Reddingscoördinatiecentrum (RCC)

Periode: 1975–?

Waardering: V, 5 jaar

Actor: Examencommissie loodsen

Handeling: Het afnemen van examens aan kandidaten die tot het loodsambt willen toetreden

Periode: 1945–1979

Waardering: V, 5 jaar na afloop van het examen

Actor: Commissie tot herziening van de loodswet 1957 (commissie duk)

Handeling: Het adviseren aan de Minister van Defensie omtrent de inhoud en structuur van de taken op het gebied van het Loodswezen, de betonning, bebakening en verlichting en de daarbij behorende vorm van inrichting en bestuur van een dienst en de plaats van die dienst in het totaal van de overheidsorganisatie

Periode: 1976–1981

Waardering: V, 5 jaar

Actor: Nationale Verbindingsbeveiligingsraad

Vervallen deze handeling zal worden ingediend en gewaardeerd in het BSD militaire inlichtingendiensten

Vervallen deze handeling zal worden ingediend en gewaardeerd in het BSD militaire inlichtingendiensten

Actor: Nationale Telecommunicatieraad

Vervallen deze handeling zal worden ingediend en gewaardeerd in het BSD militaire inlichtingendiensten

Actor: Coördinator van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten

Vervallen deze handeling zal worden ingediend en gewaardeerd in het BSD militaire inlichtingendiensten

Actor: Tijdelijke commissie besluitvorming uitzendingen (Commissie Bakker)

Handeling: Het evalueren van de politieke besluitvorming over de deelname aan vredesoperaties alsmede de voortgang, afronding en evaluaties van vredesoperaties en het toetstingskader voor deelname aan vredesoperaties

Periode: 1999–2000

Product: Rapport Vertrekpunt Den Haag (TK. 1999–2000, 26454, nrs. 7–8)

Waardering: B (2)

Actor: Militaire Commissie Gevaarlijke Stoffen

Handeling: Het verlenen van incidentele ontheffingen, vrijstellingen en aanwijzingen op wet- en regelgeving met betrekking tot militair vervoer door of ten behoeve van de Nederlandse, een bondgenootschappelijke of een vreemde krijgsmacht, zo nodig in overleg met de Minister van Buitenlandse Zaken

Grondslag: MP 40-20, nr. 108

Periode: 1945–

Waardering: V, 5 jaar na ontheffing

Actor: Adviescommissie Opperbevelhebberschap (commissie Franssen)

Handeling: het adviseren van de Minister van Defensie over de vraag of het wenselijk dan wel noodzakelijk is een opperbevelhebber aan het hoofd van de bevelstructuur te plaatsen, alsmede omtrent de mogelijke vormgeving van het opperbevelhebberschap

Periode: 2001–2002

Grondslag: Minister van Defensie en Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, 28-9-2001, nr. D20011002919

Product: Rapport, Van wankel evenwicht naar versterkte defensieorganisatie

Waardering: B (1)

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is belast met de uitvoering van dit besluit dat met de daarbij behorende selectielijst en toelichting in de Staatscourant zal worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)