← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling van de Minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties, van 30 juni 2005, nr. 2005-0000059936/CZW/WVOB, houdende regels ter uitvoering van het Besluit brede doeluitkering sociaal, integratie en veiligheid (Uitvoeringsregeling brede doeluitkering sociaal, integratie en veiligheid)

Geldende tekst a fecha 2006-04-01

Handelende in overeenstemming met de Ministers van Justitie, voor Vreemdelingenzaken en Integratie, van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, en van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en met de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

Gelet op de artikelen 4, tweede lid, 7, tweede en vierde lid, 16, eerste en tweede lid, 20, derde lid en 24, negende lid, van het Besluit brede doeluitkering sociaal, integratie en veiligheid;

Besluit:

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2

Het procentuele aandeel van de gemeente in de middelen voor leefbaarheid en veiligheid, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van het Besluit, wordt bepaald volgens de formule:

0,3366 × ((0,50 × Inw2004gem /Inw2004G30) + 0,50 (Nwal2004gem/Nwal2004G30)) + 0,4795 × ((0,3333 × (Jong2004gem/Jong2004G30) + 0,3333 × (A/B) + 0,3333 × (HKS2003gem/HKS2003G30)) + 0,1839 × ((0,50 × Inw2004gem/Inw2004G30) + 0,25 × ((Link2004gem × Kpreg2004gem)/(Link2004G30 × Kpreg2004G30)+ 0,25 × (Jonggem × Kpreg2004gem)/(JongG30 × Kpreg2004G30)).

In deze formule is

Artikel 3

Het procentuele aandeel van de gemeente in de middelen voor het terugdringen van voortijdig schoolverlaten, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van het Besluit, wordt bepaald volgens de formule

0,3333 × (NWAl2004gem/NWAl2004G30) + 0,3333 × (ABW2003gem/ABW2003G30) + 0,3333 × (Loplgem/LoplG30).

In deze formule is

Artikel 4

Het procentuele aandeel van de gemeente in de middelen voor de bestrijding van gezondheidsachterstanden wordt bepaald volgens de formule

Schgw2003gem/Schgw2003G30.

In deze formule is

Artikel 5

Het procentuele aandeel van de gemeente die behoort tot de maatschappelijke centrumgemeenten in de middelen voor maatschappelijke opvang en verslavingsbeleid, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van het Besluit, wordt bepaald volgens de formule

In deze formule is

Artikel 6

Het procentuele aandeel van de gemeente die behoort tot de centrumgemeenten voor vrouwenopvang in de middelen voor vrouwenopvang, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van het Besluit, wordt bepaald volgens de formule

In deze formule is

Artikel 7
1.

Het procentuele aandeel van de gemeente in de middelen voor de inburgering van nieuwkomers, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van het Besluit, wordt bepaald volgens de formule

(C/D) × (Midverkl/Midinbnk) + (E/F) × (Midbeschl/Midinbnk)).

In deze formule is

2.

Op het met het procentuele aandeel, bedoeld in het eerste lid, corresponderende bedrag, wordt de helft van de per 31 december 2004 door de gemeente op grondslag van de Wet inburgering nieuwkomers gevormde reserve in mindering gebracht, mits die reserve groter is dan € 0.

Artikel 8
1.

Het procentuele aandeel van de gemeente in de middelen voor de inburgering van oudkomers, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van het Besluit, wordt bepaald volgens de formule

(G/H) × 2667/8000 + (I/J) × 5333/8000.

In deze formule is

2.

Bij de toepassing van de formule, genoemd in het eerste lid, bedraagt bij elk van de onderdelen van de formule het aantal in aanmerking te nemen oudkomers ten hoogste het aantal oudkomers dat bij de verlening van voorschotten is betrokken.

Artikel 9

Het procentuele aandeel van de gemeente in de extra middelen voor veiligheid, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van het Besluit, wordt bepaald volgens de formule

0,1950 × (Inw2004gem/Inw2004G30) + 0,2090 × (Min2004gem/Min2004G30) + 0,12 × (Jonggem/JongG30) + 0,12 × (K/L) + 0,12 × (HKS2003gem/HKS2003G30) + 0,083 × (ABWontgem/ABWontG30) + 0,083 × (Loplgem/LoplG30) + 0,035 × ((Li2004gem × Kpreg2004gem)/(Li2004G30 × Kpreg2004G30)) + 0, 035 × ((Jonggem × Kpreg2004gem)/(JongG30 × Kpreg2004G30)).

In deze formule is

Artikel 10

De indicatoren, bedoeld in artikel 7, tweede lid, van het Besluit, zijn:

Artikel 11
1.

De percentsgewijze verdeling van de middelen voor leefbaarheid en veiligheid over de indicatoren, bedoeld in artikel 7, tweede lid, van het Besluit, is als volgt samengesteld:

2.

Bij de percentsgewijze verdeling van de middelen voor het terugdringen van voortijdig schoolverlaten over de indicatoren, bedoeld in artikel 7, tweede lid, van het Besluit, wordt 100 percent toegedeeld aan de indicator, bedoeld in artikel 10, onder c.

3.

De percentsgewijze verdeling van de middelen voor de bestrijding van gezondheidsachterstanden over de indicatoren, bedoeld in artikel 7, tweede lid, van het Besluit, is als volgt samengesteld:

4.

De percentsgewijze verdeling van de middelen voor maatschappelijke opvang en verslavingsbeleid respectievelijk voor vrouwenopvang over de indicatoren, bedoeld in artikel 7, tweede lid, van het Besluit, is steeds als volgt samengesteld:

5.

De percentsgewijze verdeling van de extra middelen voor veiligheid over de indicatoren, bedoeld in artikel 7, tweede lid, van het Besluit, is als volgt samengesteld:

Artikel 12
1.

De uitkering aan de gemeente Heerlen wordt verhoogd met ten hoogste € 1.500.000,– ten laste van de middelen die vanuit hoofdstuk VII van de Rijksbegroting voor het jaar 2005 ter beschikking worden gesteld ten behoeve van het project Hartslag, gericht op het verminderen van de aan harddrugs gerelateerde overlast in die gemeente.

2.

Voor 1 augustus 2005 dient het college van burgemeester en wethouders van Heerlen bij Onze Minister een aanvraag in tot de verhoging, bedoeld in het eerste lid. De aanvraag gaat vergezeld van een wijziging van het meerjaren ontwikkelingsprogramma. Daarin worden vastgelegd de in de GSB III periode te bereiken resultaten die bijdragen aan het verminderen van de aan harddrugs gerelateerde overlast, met de daarbij behorende indicatoren.

3.

Onze Minister neemt een beschikking tot verlening van de in het eerste lid bedoelde verhoging binnen acht weken na het tijdstip waarop de in het tweede lid bedoelde aanvraag is ontvangen. De verhoging wordt in zijn geheel toegedeeld aan de in het tweede lid bedoelde indicatoren.

4.

Onze Minister kan de verhoging op een lager bedrag dan € 1.500.000,– vaststellen indien de in het ontwikkelingsprogramma opgenomen resultaten naar zijn oordeel daartoe aanleiding geven.

5.

Onze Minister geeft niet eerder toepassing aan het vorige lid dan nadat hij het college van burgemeester en wethouders van Heerlen heeft geïnformeerd waarom hij voornemens is daartoe over te gaan en hij het college binnen een door hem te bepalen termijn in de gelegenheid heeft gesteld een aanpassing van de wijziging van het ontwikkelingsprogramma in te zenden.

Artikel 13
1.

Ten behoeve van het meten van de maatschappelijke effecten die zijn bereikt met de uitvoering van het ontwikkelingsprogramma worden periodiek gegevens verzameld op basis van de volgende indicatoren:

2.

De in het eerste lid bedoelde gegevens worden zowel op het niveau van de wijk als op het niveau van de gemeente verzameld.

3.

Het college van burgemeester en wethouders verstrekt de in het eerste lid bedoelde gegevens uiterlijk op 30 juni 2005, 30 april 2007 en 15 juli 2010 aan Onze Minister.

4.

De uiterlijk per 30 juni 2005 te verstrekken gegevens hebben zoveel mogelijk betrekking op de stand per 31 december 2004, voorzover in het eerste lid niet anders is aangegeven.

5.

De in 2007 en 2010 te verstrekken gegevens die voortkomen uit registratiesystemen hebben zoveel mogelijk betrekking op de stand per 31 december 2006, respectievelijk 31 december 2009. Voorzover het college van burgemeester en wethouders gebruik maakt van enquêtes, worden deze uitgevoerd in de periode januari–maart 2007, respectievelijk januari–maart 2010 en hebben deze betrekking op 2006, respectievelijk 2009.

Artikel 14
1.

Het bedrag dat jaarlijks ambtshalve aan voorschotten op het programmadeel wordt verleend, is de uitkomst van de formule

0,20 × M + ((0,40 × Inwt-1gemmo/Inwt-1cgmo) + 0,50 × ((Linkt-1gemmo × Kpregt-1gemmo)/(Linkt-1cgmo × Kpregt-1cgmo)) + 0.10 × (Ut-2gemmo/Ut-2cgmo)) × (Midmotcgmo –Basismotcgmo)+Basismotgem + (0,90 × (Inwt-1gemvo/Inwt-1cgvo) + 0,10 × (Mint-1gemvo/Mint-1cgvo)) × ((Midvot – Basisvotcgvo))+Basisvotgem + N.

In deze formule is

2.

Het bedrag van de gemeente voor de extra veiligheidsmiddelen bedraagt voor:

3.

Het verleende voorschot voor een kalenderjaar wordt in twee termijnen betaald.

4.

Het in 2005 aan de gemeente Heerlen te verlenen voorschot wordt verhoogd met het bedrag dat Onze Minister op grond van artikel 12, derde lid, heeft verleend.

Artikel 15
1.

Het bedrag dat in 2005 ambtshalve aan voorschotten op het inburgeringsdeel wordt verleend is de uitkomst van de formule ((O/P) × Midverkl + (Q:R) × Midbesch) – ½S + (T × € 6400).

In deze formule is

2.

Als de reserve, bedoeld in onderdeel S van de formule, genoemd in het eerste lid, negatief is wordt S gesteld op 0.

3.

Het bedrag dat in 2005 ambtshalve aan voorschotten op het inburgeringsdeel wordt verleend bedraagt in afwijking van het eerste lid ten minste T × € 6400.

Artikel 16
1.

Het verantwoordingsverslag van de gemeente, bedoeld in artikel 24, tweede lid, van het Besluit, wordt opgesteld volgens het in de bij deze regeling behorende bijlage C opgenomen model.

2.

Het verslag van de besteding van de verleende voorschotten door de gemeente, bedoeld in artikel 24, vierde lid, van het Besluit, wordt opgesteld volgens het in de bij deze regeling behorende bijlage D opgenomen model.

3.

De krachtens artikel 24, zesde lid, van het Besluit, door de gemeenteraad aangewezen één of meer accountants verrichten hun werkzaamheden met inachtneming van het in de bij deze regeling behorende bijlage E opgenomen controleprotocol.

Artikel 17

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 juni 2005.

Artikel 18

Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling brede doeluitkering sociaal, integratie en veiligheid.

Bijlage A. behorende bij artikel 1, onderdelen d en e

In deze bijlage wordt verstaan onder gezondheidsregio: gezondheidsregio voor de Wet ziekenhuisvoorzieningen.

Centrumgemeente voor maatschappelijke opvang en verslavingsbeleid Zorggebied voor maatschappelijke opvang en verslavingsbeleid
Alkmaar Het deelgebied Noord-Kennemerland van de gezondheidsregio12 Alkmaar
Almelo Het deelgebied Almelo van gezondheidsregio 05 Twente
Amersfoort Het deelgebied Oost-Utrecht van de gezondheidsregio 09 Utrecht
Amsterdam Het deelgebied Amsterdam, Amstelland, Meerlanden en Diemen van gezondheidsregio 14 Amsterdam
Arnhem De deelgebieden Arnhem en Zevenaar van en gezondheidsregio 07 Arnhem
Breda Het deelgebied Breda van de gezondheidsregio 22 Breda met uitzondering van het grondgebied van de gemeenten Aalburg en Alphen-Chaam
Den Haag De gezondheidsregio 16 ’s-Gravenhage
Deventer De deelgebieden Deventer en Zutphen van de gezondheidsregio 06 Stedendriehoek
Dordrecht De gezondheidsregio 20 Dordrecht
Eindhoven Het deelgebied Eindhoven/Kempenland van de gezondheidsregio 25 Eindhoven
Emmen Het deelgebied Zuid-Oost Drenthe van de gezondheidsregio 03 Drenthe
Enschede De deelgebieden Hengelo en Enschede van de gezondheidsregio 05 Twente
Groningen De gezondheidsregio 01 Groningen
Haarlem De gezondheidsregio 13 Kennemerland
Heerlen Het deelgebied Oostelijke Mijnstreek van de gezondheidsregio 27 Zuid-Limburg
Helmond Het deelgebied Helmond van de gezondheidsregio 25 Eindhoven
’s-Hertogenbosch De deelgebieden ’s-Hertogenbosch en Ammerzoden van de gezondheidsregio 24 ’s-Hertogenbosch
Leeuwarden De gezondheidsregio 02 Friesland
Leiden De gezondheidsregio 15 Leiden
Maastricht De deelgebieden Heuvelland en Westelijke Mijnstreek van de gezondheidsregio 27 Zuid-Limburg
Nijmegen De gezondheidsregio 08 Nijmegen en het grondgebied van de gemeente Nederbetuwe
Rotterdam Het deelgebied Rotterdam van de gezondheidsregio 19 Rijnmond
Tilburg De gezondheidsregio 23 Tilburg
Utrecht Het deelgebied Midden-West-Utrecht van de gezondheidsregio 09 Utrecht
Venlo De gezondheidsregio 26 Noord-Limburg
Zaanstad Het deelgebied Zaanstreek van de gezondheidsregio 14 Amsterdam
Zwolle De gezondheidsregio 04 Zwolle

Bijlage A. behorende bij artikel 1, onderdelen d en e

In deze bijlage wordt verstaan onder gezondheidsregio: gezondheidsregio voor de Wet ziekenhuisvoorzieningen.

Centrumgemeente voor maatschappelijke opvang en verslavingsbeleid Zorggebied voor maatschappelijke opvang en verslavingsbeleid
Alkmaar Het deelgebied Noord-Kennemerland van de gezondheidsregio12 Alkmaar
Almelo Het deelgebied Almelo van gezondheidsregio 05 Twente
Amersfoort Het deelgebied Oost-Utrecht van de gezondheidsregio 09 Utrecht
Amsterdam Het deelgebied Amsterdam, Amstelland, Meerlanden en Diemen van gezondheidsregio 14 Amsterdam
Arnhem De deelgebieden Arnhem en Zevenaar van en gezondheidsregio 07 Arnhem
Breda Het deelgebied Breda van de gezondheidsregio 22 Breda met uitzondering van het grondgebied van de gemeenten Aalburg en Alphen-Chaam
Den Haag De gezondheidsregio 16 ’s-Gravenhage
Deventer De deelgebieden Deventer en Zutphen van de gezondheidsregio 06 Stedendriehoek
Dordrecht De gezondheidsregio 20 Dordrecht
Eindhoven Het deelgebied Eindhoven/Kempenland van de gezondheidsregio 25 Eindhoven
Emmen Het deelgebied Zuid-Oost Drenthe van de gezondheidsregio 03 Drenthe
Enschede De deelgebieden Hengelo en Enschede van de gezondheidsregio 05 Twente
Groningen De gezondheidsregio 01 Groningen
Haarlem De gezondheidsregio 13 Kennemerland
Heerlen Het deelgebied Oostelijke Mijnstreek van de gezondheidsregio 27 Zuid-Limburg
Helmond Het deelgebied Helmond van de gezondheidsregio 25 Eindhoven
’s-Hertogenbosch De deelgebieden ’s-Hertogenbosch en Ammerzoden van de gezondheidsregio 24 ’s-Hertogenbosch
Leeuwarden De gezondheidsregio 02 Friesland
Leiden De gezondheidsregio 15 Leiden
Maastricht De deelgebieden Heuvelland en Westelijke Mijnstreek van de gezondheidsregio 27 Zuid-Limburg
Nijmegen De gezondheidsregio 08 Nijmegen en het grondgebied van de gemeente Nederbetuwe
Rotterdam Het deelgebied Rotterdam van de gezondheidsregio 19 Rijnmond
Tilburg De gezondheidsregio 23 Tilburg
Utrecht Het deelgebied Midden-West-Utrecht van de gezondheidsregio 09 Utrecht
Venlo De gezondheidsregio 26 Noord-Limburg
Zaanstad Het deelgebied Zaanstreek van de gezondheidsregio 14 Amsterdam
Zwolle De gezondheidsregio 04 Zwolle

Bijlage B. behorende bij artikel 1, onderdeel f

In deze bijlage wordt verstaan onder gezondheidsregio: gezondheidsregio voor de Wet ziekenhuisvoorzieningen

Centrumgemeente voor vrouwenopvang Zorggebied voor vrouwenopvang
Alkmaar De deelgebieden Noord-Kennemerland en West-Friesland van de gezondheidsregio 12 Alkmaar
Amersfoort Het deelgebied Oost-Utrecht van de gezondheidsregio 09 Utrecht
Amsterdam Het deelgebieden Amsterdam, Amstelland, Meerlanden en Diemen van de gezondheidsregio 14 Amsterdam
Arnhem De deelgebieden Arnhem, Zevenaar, Doetinchem en Winterwijk van de gezondheidsregio 07 Arnhem
Breda De gezondheidsregio 22 Breda
Den Haag De gezondheidsregio 16 ’s-Gravenhage
Dordrecht De gezondheidsregio 20 Dordrecht
Eindhoven Het deelgebied Eindhoven/Kempenland van de gezondheidsregio 25 Eindhoven
Emmen De gezondheidsregio 03 Drenthe
Enschede De gezondheidsregio 05 Twente
Groningen De gezondheidsregio 01 Groningen
Haarlem De gezondheidsregio 13 Kennemerland
Heerlen Het deelgebied Oostelijke Mijnstreek van de gezondheidsregio 27 Zuid-Limburg
Helmond Het deelgebied Helmond van de gezondheidsregio 25 Eindhoven
’s-Hertogenbosch De gezondheidsregio 24 ’s-Hertogenbosch
Leeuwarden De gezondheidsregio 02 Friesland
Leiden De gezondheidsregio 15 Leiden
Maastricht De deelgebieden Heuvelland en Westelijke Mijnstreek van de gezondheidsregio 27 Zuid-Limburg
Nijmegen De gezondheidsregio 08 Nijmegen
Rotterdam Het deelgebied Rotterdam van gezondheidsregio 19 Rijnmond
Tilburg De gezondheidsregio 23 Tilburg
Utrecht Het deelgebied Midden-West-Utrecht van de gezondheidsregio 09 Utrecht
Venlo De gezondheidsregio 26 Noord-Limburg
Zaanstad De deelgebieden Waterland en Zaanstreek van de gezondheidsregio 14 Amsterdam
Zwolle De gezondheidsregio 04 Zwolle

Bijlage C. behorende bij artikel 16, eerste lid

Format verantwoording Prestaties

OUTPUT Outputindicatoren OUTPUT Stedelijke ambitie MOP OUTPUT Stedelijke realisatie
a het aantal peuters en kleuters dat deelneemt aan voor- en vroegschoolse programma’s
b het aantal ingerichte schakelklassen
c het aantal voortijdige schoolverlaters onder de drieëntwintig jaar dat is herplaatst en alsnog een startkwalificatie behaalt van tenminste het niveau van de basisberoepsopleiding, bedoeld in artikel 7.2.2., eerste lid, onder b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs
d het aantal deelnemers aan trajecten: Voortgezet Algemeen Volwassenenonderwijs (VAVO);
e het aantal deelnemers aan trajecten: Breed Maatschappelijk Functioneren/Toeleiding vervolgonderwijs
f het aantal deelnemers aan trajecten: Sociale Redzaamheid (met onderscheid tussen NT2-onderwijs en Alfabetisering van autochtone Nederlanders
g het aantal deelnemers aan trajecten Staatsexamen NT2 opleidingen
h de gemiddelde verblijfsduur in de maatschappelijke opvang
i het aantal plaatsen in de vrouwenopvang
j het aantal behandelingen op het gebied van de verslavingszorg dat per jaar wordt afgesloten
k een door de gemeente te bepalen doelstelling op het gebied van maatschappelijke opvang, de verslavingszorg of van vrouwenopvang anders dan bedoeld onder h tot en met j
l het aantal van de personen van nul tot negentien jaar met overgewicht die via de Jeugdgezondheidszorg worden opgespoord en voor wie gezondheidsinterventies worden ingezet
m een door de gemeente te bepalen doelstelling op het gebied van de bestrijding van gezondheidsachterstanden anders dan bedoeld onder l
n het procentuele deel van de jeugdige en volwassen veelplegers waarvoor door de gemeente nazorg of resocialisatietrajecten worden aangeboden;
o het procentuele deel van de jeugdige en volwassen veelplegers waarvoor door de gemeente nazorg of resocialisatie-trajecten worden afgerond
p het procentuele deel van de personen die overlast geven op straat dat in maatschappelijke opvang kan worden geplaatst, die in crisissituaties vierentwintig uur per dag beschikbaar is
q de aanwezigheid van een convenant of van een ander arrangement tussen alle partijen betrokken bij huiselijk geweld
r de aanwezigheid van een advies- en steunpunt huiselijk geweld voor 1 januari 2009
s het aantal eerste meldingen van huiselijk geweld en het aantal meldingen van herhaling van huiselijk geweld
t het verminderen van criminaliteit in risicogebieden en in de woonomgeving, uitgedrukt in een door de gemeente te bepalen indicator
u een door de gemeente te bepalen doelstelling op het gebied van veiligheid anders dan bedoeld onder n tot en met t

Voor iedere indicator waar eventueel het resultaat niet (volledig) is gerealiseerd, geeft de stad conform artikel 24, derde lid, van het besluit brede doeluitkering sociaal, veiligheid en integratie aan:

Omschrijving Indicator: Kwantitatieve vergelijking van in het prestatieconvenant vastgelegde resultaat met het bereikte resultaat:
Toelichting waarom resultaat niet volledig is bereikt: Toelichting waarom resultaat niet volledig is bereikt:
Door de stad verrichte inspanningen om het niet bereiken van het in het prestatieconvenant vastgelegde resultaat zoveel mogelijk te voorkomen: Door de stad verrichte inspanningen om het niet bereiken van het in het prestatieconvenant vastgelegde resultaat zoveel mogelijk te voorkomen:

Het hier volgende deel van het format verantwoording prestaties GSB/BDU SIV is alleen van toepassing indien uit voorgaande blijkt dat de stad een of meer resultaten niet (geheel) heeft bereikt én de stad in dat geval op basis van artikel 27, vijfde lid, van het Besluit brede doeluitkering sociaal, veiligheid en integratie kiest voor verrekening per indicator op basis van feitelijke bestedingen van de rijksbijdrage.

Outputindicatoren Besteding ten laste van de rijksbijdrage
a het aantal peuters en kleuters dat deelneemt aan voor- en vroegschoolse programma’s
b het aantal ingerichte schakelklassen
c het aantal voortijdige schoolverlaters onder de drieëntwintig jaar dat is herplaatst en alsnog een startkwalificatie behaalt van tenminste het niveau van de basisberoepsopleiding, bedoeld in artikel 7.2.2., eerste lid, onder b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs
d het aantal deelnemers aan trajecten: Voortgezet Algemeen Volwassenenonderwijs (VAVO);
e het aantal deelnemers aan trajecten: Breed Maatschappelijk Functioneren/Toeleiding vervolgonderwijs
f het aantal deelnemers aan trajecten: Sociale Redzaamheid (met onderscheid tussen NT2-onderwijs en Alfabetisering van autochtone Nederlanders)
g het aantal deelnemers aan trajecten Staatsexamen NT2-opleidingen
h de gemiddelde verblijfsduur in de maatschappelijke opvang
i het aantal plaatsen in de vrouwenopvang
j het aantal behandelingen op het gebied van de verslavingszorg dat per jaar wordt afgesloten
k een door de gemeente te bepalen doelstelling op het gebied van maatschappelijke opvang, de verslavingszorg of van vrouwenopvang anders dan bedoeld onder h tot en met j
l het aantal personen van nul tot negentien jaar met overgewicht die via de Jeugd-gezondheidszorg wordt opgespoord en voor wie gezondheidsinterventies worden ingezet
m een door de gemeente te bepalen doelstelling op het gebied van de bestrijding van gezondheidsachterstanden anders dan bedoeld onder l
n het procentuele deel van de jeugdige en volwassen veelplegers waarvoor door de gemeente nazorg en/of resocialisatietrajecten worden aangeboden;
o het procentuele deel van de jeugdige en volwassen veelplegers waarvoor door de gemeente nazorg en/of resocialisatie-trajecten worden afgerond
p het procentuele deel van de personen die overlast geven op straat dat in maatschappelijke opvang kan worden geplaatst, die in crisissituaties vierentwintig uur per dag beschikbaar is
q de aanwezigheid van een convenant of van een ander arrangement tussen alle partijen betrokken bij huiselijk geweld
r de aanwezigheid van een advies- en steunpunt huiselijk geweld voor 1 januari 2009
s het aantal eerste meldingen van huiselijk geweld en het aantal meldingen van herhaling van huiselijk geweld
t het verminderen van criminaliteit in risicogebieden en in de woonomgeving uitgedrukt in een door de gemeente te bepalen indicator
u een door de gemeente te bepalen doelstelling op het gebied van veiligheid anders dan bedoeld onder n tot en met t

Toelichting

De stad kan zelf bepalen hoe de gegevens voor deze verantwoording worden verzameld. De stad kan de gegevens herkenbaar opnemen in de jaarrekening en ten behoeve van de eenmalige verantwoording in 2010 de totalen berekenen over de jaren 2005 t/m 2009 of de stad kan in 2010 eenmalig een totaal eindverantwoording opmaken.

Bijlage B. behorende bij artikel 1, onderdeel f

In deze bijlage wordt verstaan onder gezondheidsregio: gezondheidsregio voor de Wet ziekenhuisvoorzieningen

Centrumgemeente voor vrouwenopvang Zorggebied voor vrouwenopvang
Alkmaar De deelgebieden Noord-Kennemerland en West-Friesland van de gezondheidsregio 12 Alkmaar
Amersfoort Het deelgebied Oost-Utrecht van de gezondheidsregio 09 Utrecht
Amsterdam Het deelgebieden Amsterdam, Amstelland, Meerlanden en Diemen van de gezondheidsregio 14 Amsterdam
Arnhem De deelgebieden Arnhem, Zevenaar, Doetinchem en Winterwijk van de gezondheidsregio 07 Arnhem
Breda De gezondheidsregio 22 Breda
Den Haag De gezondheidsregio 16 ’s-Gravenhage
Dordrecht De gezondheidsregio 20 Dordrecht
Eindhoven Het deelgebied Eindhoven/Kempenland van de gezondheidsregio 25 Eindhoven
Emmen De gezondheidsregio 03 Drenthe
Enschede De gezondheidsregio 05 Twente
Groningen De gezondheidsregio 01 Groningen
Haarlem De gezondheidsregio 13 Kennemerland
Heerlen Het deelgebied Oostelijke Mijnstreek van de gezondheidsregio 27 Zuid-Limburg
Helmond Het deelgebied Helmond van de gezondheidsregio 25 Eindhoven
’s-Hertogenbosch De gezondheidsregio 24 ’s-Hertogenbosch
Leeuwarden De gezondheidsregio 02 Friesland
Leiden De gezondheidsregio 15 Leiden
Maastricht De deelgebieden Heuvelland en Westelijke Mijnstreek van de gezondheidsregio 27 Zuid-Limburg
Nijmegen De gezondheidsregio 08 Nijmegen
Rotterdam Het deelgebied Rotterdam van gezondheidsregio 19 Rijnmond
Tilburg De gezondheidsregio 23 Tilburg
Utrecht Het deelgebied Midden-West-Utrecht van de gezondheidsregio 09 Utrecht
Venlo De gezondheidsregio 26 Noord-Limburg
Zaanstad De deelgebieden Waterland en Zaanstreek van de gezondheidsregio 14 Amsterdam
Zwolle De gezondheidsregio 04 Zwolle

Controleprotocol

Controleprotocol

De stad kan zelf bepalen hoe de gegevens voor deze verantwoording worden verzameld. De stad kan de gegevens herkenbaar opnemen in de jaarrekening en ten behoeve van de eenmalige verantwoording in 2010 de totalen berekenen over de jaren 2005 t/m 2009 of de stad kan in 2010 eenmalig een totaal eindverantwoording opmaken.

De stad kan zelf bepalen hoe de gegevens voor deze verantwoording worden verzameld. De stad kan de gegevens herkenbaar opnemen in de jaarrekening en ten behoeve van de eenmalige verantwoording in 2010 de totalen berekenen over de jaren 2005 t/m 2009 of de stad kan in 2010 eenmalig een totaal eindverantwoording opmaken.

Controleprotocol

Dit controleprotocol dient om de reikwijdte en het object van de accountantscontrole nader aan te geven. Er wordt niet beoogd een aanpak van de accountantscontrole voor te schrijven. Veelal zal de accountant zich immers bij zijn controle baseren op een (risico)analyse van de administratieve organisatie en interne controle bij de desbetreffende gemeente en op basis daarvan komen tot een optimale afweging van de in te zetten controlemiddelen.

Dit controleprotocol dient om de reikwijdte en het object van de accountantscontrole nader aan te geven. Er wordt niet beoogd een aanpak van de accountantscontrole voor te schrijven. Veelal zal de accountant zich immers bij zijn controle baseren op een (risico)analyse van de administratieve organisatie en interne controle bij de desbetreffende gemeente en op basis daarvan komen tot een optimale afweging van de in te zetten controlemiddelen.

Aangezien deze aanpak leidt tot maatwerk per gemeente is dat ook niet mogelijk.

Ingevolge artikel 24, vierde lid, van het Besluit, dienen de steden een verslag in waarin de bestedingen van de verleende voorschotten worden verantwoord. Het financieel verslag bevat zowel de bestedingen van de voorschotten op het programmadeel als de bestedingen van de voorschotten op het inburgeringsdeel.

Voor de beoordeling van de prestatieindicatoren is geen maatwerk voor de steden voor te schrijven. Iedere gemeente zal op eigen wijze haar systemen ter registratie van de uitvoering in het MOP hebben ingericht, als gevolg waarvan er geen eenduidig normenkader bestaat. De inrichting van dit soort systemen valt onder de verantwoordelijheid van de gemeenten, waaronder begrepen de verantwoordelijkheid voor een adequate AO/IC.

De bemoeienis van de accountant richt zich in het bijzonder op de vraag of het systeem een betrouwbare registratie van de resultaten mogelijk maakt.

Het verantwoordingsverslag gaat vergezeld van een door de accountant opgesteld rapport van bevindingen met betrekking tot de beoordeling van de registratiesystemen vanuit het oogpunt of deze systemen een betrouwbare registratie van de resultaten mogelijk hebben gemaakt. De rapportage heeft betrekking op de gehele GSB periode.

Dit impliceert betrokkenheid van de accountant vanaf de start van de GSB III periode.

1.2. Derdengegevens

De bemoeienis van de accountant richt zich in het bijzonder op de vraag of het systeem een betrouwbare registratie van de resultaten mogelijk maakt.

Een deel van de uitkering zal in de praktijk, via subsidiëring door de gemeente, worden uitgegeven door derden die bepaalde taken zullen uitvoeren in opdracht van de gemeente. Ook daarover zal de gemeente verantwoording moeten afleggen, op dezelfde wijze als ten aanzien van de uitgaven die door de gemeente zelf zijn gedaan. De gemeente zal dan ook moeten beschikken over een beleidslijn (bijvoorbeeld in de vorm van gemeentelijke subsidievoorwaarden) ten aanzien van derden waarin onder meer moet zijn opgenomen dat de controle op de financiële gegevens en de beoordeling van de registratiesystemen analoog zijn aan de richtlijnen die voor de gemeente zelf gelden. De accountant stelt vast of een dergelijke beleidslijn bestaat en wordt nageleefd.

De gemeente is zelf verantwoordelijk voor de inrichting van een adequate AO/IC met betrekking tot het verkrijgen van betrouwbare gegevens van derden. De accountant stelt het bestaan en de werking van deze AO/IC vast.

De situatie kan zich voordoen dat de systemen met betrekking tot het generen van prestatiegegevens bij aanvang van de GSBIII periode nog niet geheel adequaat zijn ingericht. De accountant rapporteert dan zijn bevindingen en aanbevelingen hierover tijdig en periodiek aan het College van B&W (als verantwoordelijke voor de bedrijfsvoering), waarbij hij tevens aandacht schenkt aan het groeipad naar de gewenste situatie.

1.2. Derdengegevens

Een deel van de uitkering zal in de praktijk, via subsidiëring door de gemeente, worden uitgegeven door derden die bepaalde taken zullen uitvoeren in opdracht van de gemeente. Ook daarover zal de gemeente verantwoording moeten afleggen, op dezelfde wijze als ten aanzien van de uitgaven die door de gemeente zelf zijn gedaan. De gemeente zal dan ook moeten beschikken over een beleidslijn (bijvoorbeeld in de vorm van gemeentelijke subsidievoorwaarden) ten aanzien van derden waarin onder meer moet zijn opgenomen dat de controle op de financiële gegevens en de beoordeling van de registratiesystemen analoog zijn aan de richtlijnen die voor de gemeente zelf gelden. De accountant stelt vast of een dergelijke beleidslijn bestaat en wordt nageleefd.

2. Aandachtspunten

2. Aandachtspunten

Indien de gemeente accountant ten behoeve van zijn oordeelsvorming gebruik maakt van verklaringen, die door andere accountants zijn afgegeven, dan kan hij zich door middel van een review ervan te vergewissen dat hij gebruik kan maken van de werkzaamheden van de andere accountants. Hierbij kan hij onder meer na gaan of het controleprotocol is nageleefd.

Ten aanzien van de registratiesystemen kan een onderscheid worden gemaakt in systemen waarin documenten en gegevens uit externe gezaghebbende bron worden verwerkt en interne registratiesystemen waarvan de gegevens door de gemeente zelf worden bijgehouden.

De van toepassing zijnde regelgeving betreft:

In het tweede geval zal de beoordeling breder zijn. De bemoeienis van de accountant richt zich bij de lokale registratiesystemen in het bijzonder op de vraag of het systeem een betrouwbare registratie van de resultaten mogelijk maakt.

2.1. Outputindicatoren

Ten aanzien van de registratiesystemen kan een onderscheid worden gemaakt in systemen waarin documenten en gegevens uit externe gezaghebbende bron worden verwerkt en interne registratiesystemen waarvan de gegevens door de gemeente zelf worden bijgehouden.

De accountant stelt vast dat de bestedingen rechtmatig zijn geweest; de bestede rijksbijdragen moeten passen binnen de reikwijdte van de BDU. Onder bestedingen wordt verstaan: de besteding door de gemeente zelf of door derden in opdracht van de steden.

2.2.1. *Voorschotten van gemeenten aan derden*

De volgende punten kunnen hierbij als handreiking dienen.

In het kader van de besteding van de bijdragen GSBIII kan het voorkomen dat de gemeente aan derden voorschotten verstrekt. De stad dient voordat de verantwoording GSBIII moet worden ingediend (15 juli 2010), de aan derden verstrekte subsidies te hebben beoordeeld en vastgesteld. In de onder punt 1.2. aangehaalde gemeentelijke beleidslijn zal hierin moeten zijn voorzien.

2.2.2. Rechtmatige besteding

Bij dit onderdeel gaat het uitsluitend om de rechtmatigheid van de bestedingen door de gemeente en derden ten behoeve van de uitvoering van het MOP, uitvoering van de artikelen 4, 5, 6, eerste lid, en artikel 15 van de WIN in 2005 en het aanbieden van inburgeringsprogramma’s voor oudkomers in 2005.

Voor de gemeenterekening wordt op grond van artikel 2, eerste lid, BBV, een stelsel van baten en lasten gehanteerd.

Het bedrag van de verleende voorschotten dat niet in het ontvangstjaar is besteed wordt gedoteerd aan een voorziening (art 44 BBV). De aanwending van de voorziening is de besteding van de uitkering.

De accountant stelt vast dat dit is gebeurd.

2.2.2. Rechtmatige besteding

Voor de gemeenterekening wordt op grond van artikel 2, eerste lid, BBV, een stelsel van baten en lasten gehanteerd.

2.2.4. BTW Compensatiefonds

Rechtmatige bestedingen zijn dus betalingen ten aanzien van activiteiten met betrekking tot de BDU SIV in de GSBIII periode of per 31-12-2009 openstaande verplichtingen ten aanzien van bovenbedoelde activiteiten waarvan de prestatie al heeft plaatsgevonden. Dit betekent dat de voorziening BDU SIV bij de gemeente (artikel 44 BBV) per 31-12-09 nihil moet zijn, en dat de verplichtingen onder de openstaande passiva zijn opgenomen (artikel 49 BBV).

2.2.3. Gevolgen niet (geheel) realiseren prestaties

2.2.3. Gevolgen niet (geheel) realiseren prestaties

Indien uit het door de stad uitgebrachte prestatie-verantwoordingsverslag blijkt dat de prestaties niet geheel zijn gehaald dan vindt verrekening plaats op basis van de rijkstarievenlijst. De minister kan op verzoek van de gemeente de verrekening ook laten plaatsvinden op basis van de daadwerkelijke bestedingen per indicator van de rijksbijdrage door de stad. Indien de stad hiervoor kiest dan dient een aangepast financieel verslag van de bestedingen per indicator te worden ingediend (onderdeel van bijlage C bij deze regeling). In dit geval dient de accountant vast te stellen dat de bedragen in de prestatieverantwoording in de kolom ‘besteding ten laste van de rijksbijdrage’ een getrouw en rechtmatig beeld geven van de feitelijke bestedingen per indicator. Wanneer blijkt dat het gemeentebestuur een deel van de voorschotten heeft besteed aan andere in het MOP opgenomen onderwerpen dan die waarvoor op grond van artikel 7 indicatoren zijn vastgesteld en waaraan het bedrag van het programmadeel van de uitkering op grond van artikel 7, tweede en derde lid, percentsgewijs is toegedeeld, wordt bij de berekening van de korting niettemin uitgegaan van een 100-procents toedeling van de uitkering aan de indicatoren, bedoeld in artikel 7, tweede lid. Uitgangspunt daarbij is dan de relatieve verdeling van de feitelijke besteding over de verschillende indicatoren.

Voor geconstateerde onjuistheden en onzekerheden gaat de accountant na wat hiervan de consequenties zijn voor de af te geven accountantsverklaring.

De accountant stelt vast dat voorzover ten aanzien van de bestedingen van de stad BTW in rekening is gebracht en in de gemeenterekening nettobedragen zijn opgenomen, de stad in de verantwoording op basis van een beredeneerde schatting heeft bepaald hoe groot de bruto bestedingen zijn. De accountant dient vast te stellen dat de beredeneerde schatting op aanvaardbare wijze tot stand is gekomen.

De accountant heeft bij zijn oordeelsvorming gestreefd naar een ‘hoge mate van zekerheid’. Indien dit begrip ten behoeve van het gebruik van statistische technieken moet worden gekwantificeerd, dan is een betrouwbaarheid van 95% gehanteerd.

3.1. De accountantsverklaring en -⁠rapportage

Voor geconstateerde onjuistheden en onzekerheden gaat de accountant na wat hiervan de consequenties zijn voor de af te geven accountantsverklaring.

4. Review

De accountant heeft bij zijn oordeelsvorming gestreefd naar een ‘hoge mate van zekerheid’. Indien dit begrip ten behoeve van het gebruik van statistische technieken moet worden gekwantificeerd, dan is een betrouwbaarheid van 95% gehanteerd.

De accountant heeft geconcludeerd dat de meest waarschijnlijke fout (goedkeuringstolerantie), met betrekking tot de deugdelijkheid van het financiële verslag en de rechtmatigheid van het daarin verantwoorde beheer, gerelateerd aan de BDU-bijdrage per verantwoordingsperiode, niet groter is dan aangegeven in onderstaande tabel.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 15a

Onverminderd artikel 15 wordt in november 2005 een additioneel voorschot verstrekt op het inburgeringsdeel, ter hoogte van het verschil tussen enerzijds de helft van de door de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie geraamde door een gemeente opgebouwde reserve aan niet bestede rijksbijdragen als bedoeld in artikel 1, onderdeel g, van het Bekostigingsbesluit inburgering nieuwkomers, per 31 december 2004, en anderzijds de helft van de verantwoorde reserve van een gemeente per 31 december 2004, mits dat verschil groter is dan € 0.

Bijlage D. behorende bij artikel 16, tweede lid

Toelichting

De stad kan zelf bepalen hoe de gegevens voor deze verantwoording worden verzameld. De stad kan de gegevens herkenbaar opnemen in de jaarrekening en ten behoeve van de eenmalige verantwoording in 2010 de totalen berekenen over de jaren 2005 t/m 2009 of de stad kan in 2010 eenmalig een totaal eindverantwoording opmaken.

Bijlage E. behorende bij artikel 16, derde lid

Toelichting

Ingevolge artikel 24, vierde lid, van het Besluit, dienen de steden een verslag in waarin de bestedingen van de verleende voorschotten worden verantwoord. Het financieel verslag bevat zowel de bestedingen van de voorschotten op het programmadeel als de bestedingen van de voorschotten op het inburgeringsdeel.

1.1. Reikwijdte accountantscontrole

De situatie kan zich voordoen dat de systemen met betrekking tot het generen van prestatiegegevens bij aanvang van de GSBIII periode nog niet geheel adequaat zijn ingericht. De accountant rapporteert dan zijn bevindingen en aanbevelingen hierover tijdig en periodiek aan het College van B&W (als verantwoordelijke voor de bedrijfsvoering), waarbij hij tevens aandacht schenkt aan het groeipad naar de gewenste situatie.

1.2. Derdengegevens

Indien de gemeente accountant ten behoeve van zijn oordeelsvorming gebruik maakt van verklaringen, die door andere accountants zijn afgegeven, dan kan hij zich door middel van een review ervan te vergewissen dat hij gebruik kan maken van de werkzaamheden van de andere accountants. Hierbij kan hij onder meer na gaan of het controleprotocol is nageleefd.

1.3. Regelgeving

De van toepassing zijnde regelgeving betreft:

2.1. Outputindicatoren

De volgende punten kunnen hierbij als handreiking dienen.

2.2. Bestedingen per BDU

Bij dit onderdeel gaat het uitsluitend om de rechtmatigheid van de bestedingen door de gemeente en derden ten behoeve van de uitvoering van het MOP, uitvoering van de artikelen 4, 5, 6, eerste lid, en artikel 15 van de WIN in 2005 en het aanbieden van inburgeringsprogramma’s voor oudkomers in 2005.

2.2.1. *Voorschotten van gemeenten aan derden*

De accountant stelt vast dat dit is gebeurd.

2.2.2. Rechtmatige besteding

De accountant stelt vast dat de in de verantwoording opgenomen bestedingen

2.2.3. Gevolgen niet (geheel) realiseren prestaties

Indien uit het door de stad uitgebrachte prestatie-verantwoordingsverslag blijkt dat de prestaties niet geheel zijn gehaald dan vindt verrekening plaats op basis van de rijkstarievenlijst. De minister kan op verzoek van de gemeente de verrekening ook laten plaatsvinden op basis van de daadwerkelijke bestedingen per indicator van de rijksbijdrage door de stad. Indien de stad hiervoor kiest dan dient een aangepast financieel verslag van de bestedingen per indicator te worden ingediend (onderdeel van bijlage C bij deze regeling). In dit geval dient de accountant vast te stellen dat de bedragen in de prestatieverantwoording in de kolom ‘besteding ten laste van de rijksbijdrage’ een getrouw en rechtmatig beeld geven van de feitelijke bestedingen per indicator. Wanneer blijkt dat het gemeentebestuur een deel van de voorschotten heeft besteed aan andere in het MOP opgenomen onderwerpen dan die waarvoor op grond van artikel 7 indicatoren zijn vastgesteld en waaraan het bedrag van het programmadeel van de uitkering op grond van artikel 7, tweede en derde lid, percentsgewijs is toegedeeld, wordt bij de berekening van de korting niettemin uitgegaan van een 100-procents toedeling van de uitkering aan de indicatoren, bedoeld in artikel 7, tweede lid. Uitgangspunt daarbij is dan de relatieve verdeling van de feitelijke besteding over de verschillende indicatoren.

2.2.4. BTW Compensatiefonds

De accountant stelt vast dat de in de verantwoording opgenomen bestedingen

3.1. De accountantsverklaring en -⁠rapportage

De accountant heeft geconcludeerd dat de meest waarschijnlijke fout (goedkeuringstolerantie), met betrekking tot de deugdelijkheid van het financiële verslag en de rechtmatigheid van het daarin verantwoorde beheer, gerelateerd aan de BDU-bijdrage per verantwoordingsperiode, niet groter is dan aangegeven in onderstaande tabel.

3.3. Rapport van bevindingen beoordeling registratiesystemen

Zoals reeds onder 1.1 is aangegeven brengt de accountant een rapport van bevindingen uit met betrekking tot de beoordeling van de registratiesystemen vanuit het oogpunt of deze systemen een betrouwbare registratie van de resultaten mogelijk maken.

4. Review

Het spreekt voor zich dat de gemeente voor haar accountant in de onder 2.1 genoemde beleidslijn de mogelijkheid creëert reviews toe te passen bij de accountants van de subsidieontvangers.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 1a

De artikelen 2 tot en met 9, 15 en 15b zijn niet van toepassing op de gemeente Sittard-Geleen.

Artikel 9a

De aan de gemeente Sittard-Geleen te verstrekken uitkering bedraagt

Artikel 15b
1.

Het bedrag dat aan de gemeenten in 2006 ambtshalve aan voorschotten op het inburgeringsdeel wordt verleend is de uitkomst van de formule ((O/P) × Midverkl + (Q:R) × Midbesch) + (T × € 6400).

In deze formule is

O: het aantal verklaringen van de gemeente in 2004;

P: het aantal verklaringen van de G30 in 2004;

Midverkl: het bedrag dat voor de G30 voor de maatstaf verklaringen beschikbaar is;

Q: het aantal beschikkingen van de gemeente in 2004;

R: het aantal beschikkingen van de G30 in 2004;

Midbesch: het bedrag dat voor de G30 voor de maatstaf beschikkingen beschikbaar is;

T: het door de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie vastgestelde aantal oudkomers dat bij de verlening van de voorschotten wordt betrokken.

2.

Het bedrag dat in 2006 ambtshalve aan voorschotten op het inburgeringsdeel wordt verleend bedraagt in afwijking van het eerste lid ten minste T × € 6400.

Bijlage A. behorende bij artikel 1, onderdelen d en e

In deze bijlage wordt verstaan onder gezondheidsregio: gezondheidsregio voor de Wet ziekenhuisvoorzieningen.

Centrumgemeente voor maatschappelijke opvang en verslavingsbeleid Zorggebied voor maatschappelijke opvang en verslavingsbeleid
Alkmaar Het deelgebied Noord-Kennemerland van de gezondheidsregio12 Alkmaar
Almelo Het deelgebied Almelo van gezondheidsregio 05 Twente
Amersfoort Het deelgebied Oost-Utrecht van de gezondheidsregio 09 Utrecht
Amsterdam Het deelgebied Amsterdam, Amstelland, Meerlanden en Diemen van gezondheidsregio 14 Amsterdam
Arnhem De deelgebieden Arnhem en Zevenaar van en gezondheidsregio 07 Arnhem
Breda Het deelgebied Breda van de gezondheidsregio 22 Breda met uitzondering van het grondgebied van de gemeenten Aalburg en Alphen-Chaam
Den Haag De gezondheidsregio 16 ’s-Gravenhage
Deventer De deelgebieden Deventer en Zutphen van de gezondheidsregio 06 Stedendriehoek
Dordrecht De gezondheidsregio 20 Dordrecht
Eindhoven Het deelgebied Eindhoven/Kempenland van de gezondheidsregio 25 Eindhoven
Emmen Het deelgebied Zuid-Oost Drenthe van de gezondheidsregio 03 Drenthe
Enschede De deelgebieden Hengelo en Enschede van de gezondheidsregio 05 Twente
Groningen De gezondheidsregio 01 Groningen
Haarlem De gezondheidsregio 13 Kennemerland
Heerlen Het deelgebied Oostelijke Mijnstreek van de gezondheidsregio 27 Zuid-Limburg
Helmond Het deelgebied Helmond van de gezondheidsregio 25 Eindhoven
’s-Hertogenbosch De deelgebieden ’s-Hertogenbosch en Ammerzoden van de gezondheidsregio 24 ’s-Hertogenbosch
Leeuwarden De gezondheidsregio 02 Friesland
Leiden De gezondheidsregio 15 Leiden
Maastricht De deelgebieden Heuvelland en Westelijke Mijnstreek van de gezondheidsregio 27 Zuid-Limburg
Nijmegen De gezondheidsregio 08 Nijmegen en het grondgebied van de gemeente Nederbetuwe
Rotterdam Het deelgebied Rotterdam van de gezondheidsregio 19 Rijnmond
Tilburg De gezondheidsregio 23 Tilburg
Utrecht Het deelgebied Midden-West-Utrecht van de gezondheidsregio 09 Utrecht
Venlo De gezondheidsregio 26 Noord-Limburg
Zaanstad Het deelgebied Zaanstreek van de gezondheidsregio 14 Amsterdam
Zwolle De gezondheidsregio 04 Zwolle

Bijlage E. behorende bij artikel 16, derde lid

1.1. Reikwijdte accountantscontrole

1.2. Derdengegevens

Indien instellingen en stichtingen door een andere accountant worden gecontroleerd dan degene die de accountantsverklaring afgeeft, dan dient de gemeente ervoor zorg te dragen dat de eindbegunstigden en hun accountants op de hoogte zijn van dit controleprotocol. De instellingsaccountant dient dit protocol na te leven.

2. Aandachtspunten

2. Aandachtspunten

2.2.2. Rechtmatige besteding

Indien uit het door de stad uitgebrachte prestatie-verantwoordingsverslag blijkt dat de prestaties niet geheel zijn gehaald dan vindt verrekening plaats op basis van de rijkstarievenlijst. De minister kan op verzoek van de gemeente de verrekening ook laten plaatsvinden op basis van de daadwerkelijke bestedingen per indicator van de rijksbijdrage door de stad. Indien de stad hiervoor kiest dan dient een aangepast financieel verslag van de bestedingen per indicator te worden ingediend (onderdeel van bijlage C bij deze regeling). In dit geval dient de accountant vast te stellen dat de bedragen in de prestatieverantwoording in de kolom ‘besteding ten laste van de rijksbijdrage’ een getrouw en rechtmatig beeld geven van de feitelijke bestedingen per indicator. Wanneer blijkt dat het gemeentebestuur een deel van de voorschotten heeft besteed aan andere in het MOP opgenomen onderwerpen dan die waarvoor op grond van artikel 7 indicatoren zijn vastgesteld en waaraan het bedrag van het programmadeel van de uitkering op grond van artikel 7, tweede en derde lid, percentsgewijs is toegedeeld, wordt bij de berekening van de korting niettemin uitgegaan van een 100-procents toedeling van de uitkering aan de indicatoren, bedoeld in artikel 7, tweede lid. Uitgangspunt daarbij is dan de relatieve verdeling van de feitelijke besteding over de verschillende indicatoren.

3. Rapportering door de accountant

3. Rapportering door de accountant

3.3. Rapport van bevindingen beoordeling registratiesystemen

4. Review

Door het Rijk zal een reviewbeleid worden opgesteld ten aanzien van GSBIII. In dit beleid zal worden uiteengezet wat de uitgangspunten zijn voor het al dan niet houden van een review bij de accountant van de stad. Het review door het rijk zal door één Auditdienst (AD) per stad namens de ministeries voor de 3 bdu’s worden gehouden. De coördinatie van de reviews geschiedt door de AD/BZK. De gemeente en haar accountant zijn verplicht mee te werken aan het review door de accountant van het Rijk. Het review kan plaats vinden door een dossierreview of een collegiaal evaluerend gesprek. In het review wordt de wijze beoordeeld waarop de gemeenteaccountants zijn omgegaan met de controlevoorschriften. Dit review omvat het beoordelen van de grondslagen, de uitvoering en de uitkomsten van de verrichte controles; De AD kondigt een onderzoek altijd eerst schriftelijk aan bij de gemeente. Daarna neemt zij rechtstreeks contact op met de betreffende accountant. De bevindingen van het gehouden review worden voor commentaar voorgelegd aan de accountant. Vervolgens wordt de verantwoordelijke beleidsdirectie – en indien noodzakelijk de betrokken gemeente – op de hoogte gesteld van de bevindingen.

Door het Rijk zal een reviewbeleid worden opgesteld ten aanzien van GSBIII. In dit beleid zal worden uiteengezet wat de uitgangspunten zijn voor het al dan niet houden van een review bij de accountant van de stad. Het review door het rijk zal door één Auditdienst (AD) per stad namens de ministeries voor de 3 bdu’s worden gehouden. De coördinatie van de reviews geschiedt door de AD/BZK. De gemeente en haar accountant zijn verplicht mee te werken aan het review door de accountant van het Rijk. Het review kan plaats vinden door een dossierreview of een collegiaal evaluerend gesprek. In het review wordt de wijze beoordeeld waarop de gemeenteaccountants zijn omgegaan met de controlevoorschriften. Dit review omvat het beoordelen van de grondslagen, de uitvoering en de uitkomsten van de verrichte controles; De AD kondigt een onderzoek altijd eerst schriftelijk aan bij de gemeente. Daarna neemt zij rechtstreeks contact op met de betreffende accountant. De bevindingen van het gehouden review worden voor commentaar voorgelegd aan de accountant. Vervolgens wordt de verantwoordelijke beleidsdirectie – en indien noodzakelijk de betrokken gemeente – op de hoogte gesteld van de bevindingen.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 12a
1.

De uitkeringen aan de gemeenten Den Haag, Rotterdam en Utrecht en Amsterdam worden ten laste van de middelen die vanuit hoofdstuk VI van de Rijksbegroting ter beschikking worden gesteld voor het voorkomen van een criminele loopbaan van allochtone jongeren, op de volgende wijze verhoogd:

2.

Binnen vier weken na publicatie van deze regeling dienen de colleges van burgemeester en wethouders van de vier in het eerste lid genoemde gemeenten bij de minister een aanvraag in tot de verhoging, bedoeld in het eerste lid. De aanvraag gaat vergezeld van een wijziging van het meerjaren-ontwikkelingsprogramma. Daarin worden vastgelegd de in de GSB III periode te bereiken resultaten die bijdragen aan het voorkomen van een criminele loopbaan van allochtone jongeren.

3.

In de wijziging van het meerjarenprogramma worden de te bereiken resultaten geformuleerd met:

4.

De minister neemt een beschikking tot verlening van een in het eerste lid bedoelde verhoging binnen acht weken na het tijdstip waarop de in het tweede lid bedoelde aanvraag is ontvangen. De verhoging wordt toegedeeld aan de in het derde lid genoemde indicatoren, volgens de navolgende percentsgewijze procentuele verdeling:.

5.

De Minister kan de verhoging lager vaststellen dan de bedragen genoemd in het eerste lid, indien de in het ontwikkelingsprogramma opgenomen resultaten naar zijn oordeel daartoe aanleiding geven.

6.

De minister geeft niet eerder toepassing aan het vorige lid dan nadat hij het college van burgemeester en wethouders van de betreffende gemeente heeft geïnformeerd waarom hij voornemens is daartoe over te gaan en hij het college binnen een door hem te bepalen termijn in de gelegenheid heeft gesteld een aanpassing van de wijziging van het ontwikkelingsprogramma in te zenden.

Bijlage D. behorende bij artikel 16, tweede lid

Bijlage E. behorende bij artikel 16, derde lid

1. Algemeen

1.1. Reikwijdte accountantscontrole

1.3. Regelgeving

2.2. Bestedingen per BDU

2.2.1. *Voorschotten van gemeenten aan derden*

2.2.4. BTW Compensatiefonds

3.3. Rapport van bevindingen beoordeling registratiesystemen

Zoals reeds onder 1.1 is aangegeven brengt de accountant een rapport van bevindingen uit met betrekking tot de beoordeling van de registratiesystemen vanuit het oogpunt of deze systemen een betrouwbare registratie van de resultaten mogelijk maken.

4. Review

Het spreekt voor zich dat de gemeente voor haar accountant in de onder 2.1 genoemde beleidslijn de mogelijkheid creëert reviews toe te passen bij de accountants van de subsidieontvangers.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.